Word abonnee

Voetbal

Voetbal

Jill Roord: Leeuwin uit een voetbalgezin

FC Twente, Bayern München, Arsenal en VfL Wolfsburg. Jill [...]
FC Twente, Bayern München, Arsenal en VfL Wolfsburg. Jill Roord (24) heeft al heel wat topclubs achter haar naam staan. Sinds haar zeventiende maakt de middenvelder deel uit van de Oranjevrouwen, toch heeft ze lang op een basisplek moeten wachten. We nodigden Jill uit in het Rijksmuseum voor de serie Leeuwinnen in het Rijks en stonden stil bij David Leeuw met zijn gezin door Abraham van den Tempel. “Ik vind dit een van de mooiste familieportretten in het Rijksmuseum,” zegt rondleider Robert Uterwijk over David Leeuw met zijn gezin, geschilderd door Abraham van den Tempel. “Ze zijn zo mooi geportretteerd, dat je bijna een spel kunt spelen: wie lijkt het meest op vader en wie op moeder? Oranjeleeuwin Jill Roord kijkt aandachtig en knikt bevestigend. Robert vervolgt: “Op het schilderij zien we links David Leeuw, hij is de vader van het gezin. Hij is getrouwd met Cornelia Hooft en ze hebben samen vijf kinderen: Maria, Pieter, Cornelia, Weyntje en Suzanna. Op het schilderij zie je een aantal voorwerpen terugkomen die te maken hebben met muziek, onder meer een liedboek, een viola da gamba en een klavecimbel. Muziek is een symbool van harmonie, met het portret wil David laten zien: mijn gezin is een en al harmonie en daarom kunnen we samen muziek maken. De groeiende rozentak in het midden van het schilderij laat zien dat er volop liefde aanwezig is. Een liefdevol en harmonieus gezin dus.” Tattoo Jij komt ook uit een liefdevol en harmonieus gezin en hebt twee broers. Kun je de band omschrijven die jullie hebben met elkaar? “We zijn heel hecht met z’n vijven. Samen met m’n oudere en jongere broer heb ik ook een tattoo, met de tekst ‘DaJiBo’. Dat zijn de eerste twee letters van onze voornamen, mijn broer heet Davy en broertje Boyd. Wij hebben ook zeker weleens ruzie, het kan knallen bij ons thuis. Onze karakters komen overeen, we zijn alle drie erg dominant. Gelukkig is het vijf minuten later ook vaak weer goed.” 'Mijn vader leeft erg mee. Soms is dat ook lastig. Toen ik jonger was, zei hij het ook gewoon als ik slecht had gespeeld. De tranen rolden soms over m'n wangen' Je komt uit een echte voetbalfamilie. Je vader René is profvoetballer geweest bij FC Twente. Hoe is dat voor jou? “De band met mijn vader is heel speciaal. Hij leeft heel erg mee. Soms is dat ook lastig. We hebben na iedere wedstrijd contact hoe het is gegaan. Meestal delen we dezelfde mening over mijn spel. En als ik een keer een mindere wedstrijd heb gespeeld, weet ik dat zelf ook wel. Mijn vader benoemt dat dan nog een keer en kan er de dag erna weer over beginnen. Daar kan ik dan wel chagrijnig van worden. Nu kan ik er beter mee omgaan dan vroeger. Toen ik een jaar of acht was, zei hij het ook gewoon als ik slecht had gespeeld. De tranen rolden soms over m’n wangen. Hij spaarde me niet. Maar ik weet zeker dat het me heeft geholpen, het heeft me hard gemaakt.” Was het al vroeg duidelijk dat jij het meeste talent had van de drie? “Volgens mijn ouders wel. En los daarvan: ik wilde het ook heel graag. Als kind leefde ik al voor het voetbal, ik was er een beetje door geobsedeerd. Als ik er nu aan terugdenk, denk ik: jeetje, je was een kind, rustig aan. Davy en Boyd hadden die mentaliteit niet.” Wordt er thuis ook weleens níét over voetbal gepraat? Lachend: “Meestal gaat het over voetbal. Ik ben nu op een leeftijd gekomen dat ik het ook fijn vind om het er juist even niet over te hebben als ik bij m’n ouders ben. Dat moet ik dan wel expliciet aangeven, vooral m’n vader begint er al snel over. Ik woon en speel in Wolfsburg, alles draait daar al om voetbal. Het is fijn als thuis ook echt even thuis is, zonder dat het altijd over dat spelletje gaat.” Helden Magazine 61 Het eerste gedeelte van het verhaal van Jill Roord komt voort uit Helden Magazine 61. In deze editie wordt er stil gestaan bij Johan Cruijff. Cruijff zou op 25 april 75 zijn geworden. Barbara en Frits Barend reisden naar Barcelona voor een bijzonder gesprek met Jordi Cruijff over zijn vader. In Helden Magazine 61 lees je een uitgebreid interview met Kiki Bertens en Marit Bouwmeester. De mama’s in spé behoren tot de succesvolste sportvrouwen die Nederland ooit heeft gehad en staan nu voor een nieuwe uitdaging in hun leven. Ook spraken we Justin Bijlow en zijn vriendin, zij verwachten in juni hun eerste kindje. Het gaat de keeper van Feyenoord en Oranje voor de wind. Daarnaast is Jurriën Timber onomstreden in de verdediging bij Ajax en Oranje. Een gesprek over zijn moeder, tweelingbroer Quinten, Curaçao en Louis van Gaal. Ook spraken we met Emma Oosterwegel over haar geheim, hoort Tallon Griekspoor er nu echt bij én behoort Sebastian Langeveld tot de beste Nederlandse klassiekerrenners van het peleton. Joey & Henk Veerman zijn oud-teamgenoten, vrienden en plaatsgenoten. De Volendammers gingen het gesprek aan over onder meer hun vriendschap en transfers. Bovendien een bijzonder interview met Stig Broeckx, de oud-wielrenner lag maandenlang in diepe coma en was gedoemd een kasplantje te worden, maar stond letterlijk weer op. Verder was Gijs van Lennep een succesvolle autocoureur in de jaren zestig en zeventig. Reist Youri Zoon al negentien jaar als kitesurfer de wereld over en gaat nu een nieuwe uitdaging in zijn leven aan: de triatlon. Blikten we terug met Hennie Kuiper op zijn imposante wielercarrière én met Matthijs Büchli en Laurine van Riessen terug op de Spelen in Tokio. Victoria Koblenko trekt als laatste een sprintje met 400 meterloper Liemarvin Bonevacia. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 61 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Kiki Bertens en Marit Bouwmeester: Mama’s in spé

Kiki Bertens (30) en Marit [...]
Kiki Bertens (30) en Marit Bouwmeester (33) behoren tot de succesvolste sportvrouwen die Nederland ooit heeft gehad. Tennisster Kiki stond in 2019 vierde op de wereldranglijst en was daarmee de hoogst genoteerde Nederlandse speelster ooit. Zeilster Marit won olympisch goud, zilver en brons en werd al vier keer wereldkampioen. Nu staan ze voor een nieuwe uitdaging: ze worden allebei moeder in april. “Weten jullie al wat het wordt, Kiki?” vraagt Marit Bouwmeester. “Voordat ik zwanger was dachten we altijd dat een meisje heel leuk zou zijn. Maar eenmaal zwanger hadden we meteen het gevoel: dit is een jongen. En dat klopte,” antwoordt Kiki Bertens. Marit: “Wij hadden ons ingesteld op een jongetje. Ik zag mezelf ook altijd al als jongensmoeder. Maar het wordt een meisje.” In Hotel Des Indes in Den Haag ontmoeten Kiki en Marit elkaar. Kiki is op dat moment ruim 33 weken zwanger, Marit dertig weken. “Ik dacht dat ik snel zwanger was, meteen na de Spelen in Tokio,” zegt Marit, “maar volgens mij was jij er nóg sneller bij.” Kiki, lachend: “Ik ben inderdaad tijdens de Spelen al zwanger geraakt, in Tokio speelde ik mijn laatste toernooi. Ik had het idee om na mijn tenniscarrière nog even te doen wat ik wil, en lekker van een wijntje te kunnen genieten. Dat liep even anders.” Marit: “Ik ben meteen na de Spelen in Tokio zwanger geraakt. Van vriendinnen hoorde ik dat ik mijn menstruatiecyclus moest gaan bijhouden in van die zwangerschapsapps. Ik vond dat een beetje geforceerd, dus ik dacht: het komt zoals het komt. Mijn vriend Diederick zei na een paar weken: ‘Ik heb het idee dat je al zwanger bent, want je kunt geen beslissing meer maken. Doe maar een test.’ Die was positief. De verloskundige vroeg later wanneer ik voor het laatst ongesteld was geweest, maar dat was een jaar geleden. Ik had een laag vetpercentage, trainde veel, mijn menstruatie bleef vaak uit, dus ik had wel twijfels. Kon ik überhaupt wel kinderen krijgen? Toen ging de verloskundige kijken hoe ver ik was. Ze rekenen altijd twee weken extra, die krijg je er dus gratis bij, waardoor de eerste dag van mijn zwangerschap midden in het olympisch toernooi viel.” Lachend: “Mijn vriend wist dat niet en zei: ‘Marit, moet je mij iets vertellen?’” Kindercrèche Kiki: “De wens om zwanger te worden had ik al tijdens mijn carrière. Ik was tante, mijn oudste zus heeft een zoontje en dochtertje, mijn jongste zus een dochtertje. Ik vond al die kinderen om me heen zo leuk. Mijn man Remko en ik hadden het er al langer over dat we ook graag ouders wilden worden.” Marit: “Mijn zus heeft een zoontje van twee. Zo’n kleintje in de familie brengt zoveel liefde. Ik heb ook altijd moeder willen worden, dat gevoel ontstond niet pas toen mijn zus moeder werd, hoor. Ik vond mijn leeftijd wel een dingetje. Na Tokio wilde ik sowieso nog door tot de Spelen van Parijs, maar ik wilde ook voor mijn 36ste proberen zwanger te worden. Ik dacht altijd dat ik moest kiezen tussen mijn sport of kinderen. Tot ik dacht: als ik snel zwanger raak, kan ik het misschien proberen te combineren... Ik was ook bezig met de vraag wat ik zou doen als ik dit jaar niet zwanger zou worden. Zou ik dan voor mijn sport kiezen of toch voor kinderen? Of zou ik mijn eitjes laten invriezen? Gelukkig hoefde ik die keuze niet te maken. Ik ga het zeilen met het moederschap proberen te combineren. Als dat daadwerkelijk lukt, is het een droomscenario. Ik ben zelf altijd in sportkantines opgegroeid. Dat is mijn referentiekader. Die kleine moet gewoon lekker mee de wereld over. Tijdens de volgende Spelen zal ze pas twee jaar zijn, nog superklein.” Kiki: “Bij mij speelde leeftijd geen rol. Ik koos bewust eerst voor mijn sport, maar ik zag mezelf niet tot mijn 35ste doorgaan. Ik zag veel collega-tennissters om mij heen moeder worden. Op een gegeven moment was het in de players lounge een soort kindercrèche. Tennis is een groot onderdeel van mijn leven geweest, maar er is zoveel meer. Ik zag mezelf thuis met mijn gezin, en wilde die kleine niet overal mee naartoe slepen. En wat jij zegt, gold natuurlijk ook voor mij: ik wist niet wat al die jaren topsport met mijn lichaam hadden gedaan. Ik hoorde geregeld verhalen van vrouwen bij wie het heel lang duurde voor ze zwanger raakten. Dat het zo snel zou gaan, hadden we nooit verwacht." Oogkleppen Kiki kende gloriejaren als tennisster. Ze bereikte in 2016 de halve finale van Roland Garros, haar beste resultaat op een Grand Slam-toernooi. Ze won tien WTA-titels, waaronder die van Cincinnati en Madrid en bereikte de halve finale van de WTA Finals in 2018. In mei 2019 klom ze naar de vierde plaats op de wereldranglijst, daarmee werd ze de hoogst genoteerde Nederlandse tennisster ooit. Marit: “Toen ik hoorde dat jij zou stoppen, dacht ik: nee, wat zonde, jij bent echt Hollands trots. Het is zo knap was je allemaal hebt bereikt.” Kiki: “Ik ben nu pas trots op wat ik heb bereikt. Tijdens mijn carrière dacht ik nooit na over mijn prestaties. Nu denk ik: hoe heb ik dit al die jaren volgehouden? Mijn prestaties doen me nu veel meer dan toen ik nog tenniste. Toen ik er midden in zat, dacht ik altijd aan het volgende toernooi en dat het nog beter moest. Nu weet ik pas: ik heb er alles uitgehaald.” Sinds die halve finale op Roland Garros veranderde er veel. Kiki stond ineens in de schijnwerpers. “Ik weet dat media-aandacht erbij hoort, maar van mij hoefde dat allemaal niet echt. Natuurlijk was het leuk dat er mensen op de tribune zaten en van een mooie wedstrijd konden genieten, maar ik was er ook altijd mee bezig wat ze dan van me vonden. Ik heb altijd gedacht: laat me lekker mijn ding doen, laat me met rust. Maar zo werkt het helaas niet. Het altijd maar moeten presteren heb ik heel pittig gevonden.” De mentale druk werd Kiki geregeld te veel. “Tennis is een zware sport, je verliest iedere week. In mijn beste jaar heb ik vier toernooien gewonnen, maar de overige dertig weken verloor ik. Iedere week heb je te maken met teleurstellingen.” Remko de Rijke, niet alleen de echtgenoot van Kiki, maar ook haar voormalige fysieke trainer, luistert van een afstandje mee en beaamt: “Voor Kiki was die druk een lijdensweg.” Kiki knikt: “Het was stressvol. Ik heb met grote oogkleppen op geleefd, had niet helemaal door wat er om mij heen gebeurde. Ik deed iets waar ik honderd procent voor ging, zocht altijd verbeterpunten en leefde op de automatische piloot. Dat veranderde door de coronapandemie, toen ik ineens vier maanden thuis kwam te zitten. Toen dacht ik pas: er is meer in het leven, ik hoef niet elke dag te trainen. De laatste twee jaar heb ik een stuk meer genoten dan de jaren ervoor. Ik heb echt mijn weg moeten vinden in het tennis en pas de laatste twee jaar geleerd dat het heel hard werken was, maar dat het ook leuk kon zijn en ik ook ontspanning kon vinden op de tour. Maar die stress bleef, hoor. Dat die mentale druk nu is weggevallen, vind ik zo fijn.” In het laatste jaar van Kiki’s carrière stribbelde ook haar lichaam tegen. Een slepende achillespeesblessure eiste haar tol. “Ik koos voor een operatie, wilde proberen terug te komen zonder pijn. Ik ben blij dat ik dat nog heb gedaan. De eerste periode ging het ook een stuk beter. Tot die pijn weer begon te sluimeren. Ik wilde niet ten koste van alles doorgaan, maar alleen als ik het idee had dat ik meer kon bereiken dan ik had gedaan. Maar ik wist dat ik minimaal een jaar nodig had om fysiek weer helemaal de oude worden, dat zag ik niet meer zitten.” Na Roland Garros in 2021 besloot ze te stoppen, de Spelen in Tokio zou haar laatste toernooi zijn als proftennisser. “Vijf minuten na mijn verlies op Roland Garros zei ik: ik kap ermee. Natuurlijk had ik dat weleens eerder geroepen na een verliespartij, maar de volgende dag dacht ik er dan anders over. Toen bleef dat gevoel hangen. Remko en ik zijn er een paar dagen tussenuit gegaan. Ik heb een lijstje gemaakt met alle voors en tegens. Op het lijstje met argumenten om door te gaan, stonden maar twee dingen. Ik had toch ergens nog de hoop dat ik nog beter zou kunnen, dat ik een Grand Slam-titel zou kunnen winnen. Maar als ik reëel ging kijken, wist ik: het is mooi geweest. Toen ik eenmaal had besloten te stoppen, was Remko nog blijer dan ik. Hij wilde absoluut niet dat ik zou stoppen voor hem, maar het was ook voor hem een opluchting. Hij reisde de laatste jaren altijd met me mee naar toernooien. Is inmiddels 35, en wilde ook graag kinderen.” Remko: “We hebben ver in het rood doorgezet. Het was genoeg. Maar dat antwoord moest van Kiki zelf komen.” Tennisarm Marit: “Ik vind die mentale druk juist mooi. Op grote evenementen als de Spelen krijg ik er zo’n adrenalinekick van. Dat is waar ik het voor doe, ik krijg er het gevoel van dat ik leef. Ik hou van dat gevoel van stress, ben er zelfs een beetje verslaafd aan. Daarom wil ik ook graag door. Ik geniet er ook nog heel erg van.” Marit won haar eerste van de tot nu toe vier wereldtitels in 2011. Een jaar later won ze zilver op de Spelen in Londen. Vier jaar later pakte ze in Rio olympisch goud. In Tokio, afgelopen zomer, voegde ze er olympisch brons aan toe. Kiki: “Ik heb altijd met heel veel bewondering naar jou en je prestaties gekeken. Hoewel ik je niet persoonlijk kende, hield ik je altijd in de gaten. In jouw sport ben je een van de grootste.” Marit: “Voor 2012 had ik een heel extreme Engelse coach. Mark Littlejohn wilde dat ik presteerde zonder slaap, en had allerlei andere extreme trainingsmethoden. Het was te geforceerd. Hij zette me aan de kant omdat ik in 2012 op de Spelen geen goud, maar zilver had gewonnen. Uiteindelijk leerde ik onder een nieuwe coach: als ik happy ben met wat ik doe, dan komt het resultaat vanzelf.” Ook in aanloop naar de Spelen in Tokio domineerde Marit haar klasse, ze werd onder meer wereldkampioen. “Ik was vier jaar lang superdominant. In 2020 was ik echt de allerbeste. Van het laatste coronajaar heb ik veel spijt. We hadden iedere keer te maken met wedstrijden die verschoven werden. Ik ben continu door blijven trainen, heb geen rust genomen en liep toen een armblessure op.” Lachend: “Een tennisarm. En ik tennis niet eens! Ik ben er tweeënhalve maand mee bezig geweest. Op de Spelen had ik een goed niveau, maar ik miste wedstrijdritme.” Hoewel Marit de komende maanden voor heel andere uitdagingen staat, lonken de Spelen van Parijs. “Ik zie het krijgen van een kleine als een nieuwe, geweldige uitdaging voor persoonlijke groei. In 2012 moest ik groeien omdat mijn coach niet met me verder wilde. Ik moest van een afhankelijke atleet veranderen in een onafhankelijke. Straks gaat die kleine mij ongetwijfeld lessen leren, zal ik moeten leren meer te relativeren." "Kiki: ‘Ik hoorde geregeld geroezemoes: ‘Is dat Kiki Bertens? Die is wel flink dikker geworden, je kunt wel zien dat ze gestopt is.’ Ik dacht: ja hallo, ik ben zwanger!" Alter ego Terug naar het moment dat ze ontdekten dat ze in verwachting waren. “Wij zouden een weekendje naar Amsterdam gaan met mijn zusje en haar vriend,” zegt Kiki. “Die ochtend besefte ik ineens dat ik de week daarvoor al ongesteld had moeten worden. Ik vertelde het Remko, kocht een test en ja hoor. Mijn zusje en zwager dachten: we gaan gezellig met elkaar wijntjes drinken en vieren dat Kiki is gestopt met tennis. ’s Middags zei mijn zusje al: ‘Kom, we nemen er eentje.’ Dat ging de hele avond zo door. Remko zei op een gegeven moment: ‘Kappen nou, we zijn bezig met zwanger worden, als we voorbij de tien weken zijn, horen jullie het wel.’ Na de eerste echo bij de verloskundige, toen ik tien weken zwanger was, hebben we het op de verjaardag van mijn zus aan de hele familie verteld. Remko was bang dat het tussendoor fout zou gaan. Ik heb het pas veel later op Instagram gepost. Dat vond ik best een ding. Het was dan niet meer mooi nieuws van ons samen, maar ook van de buitenwereld. Toen we op vakantie waren op Curaçao hoorde ik geregeld achter mij geroezemoes: ‘Is dat Kiki Bertens? Die is wel flink dikker geworden, je kunt wel zien dat ze gestopt is.’ Dat vond ik zo vervelend. Ik dacht: ja hallo, ik ben zwanger! Ik voelde me al ellendig, mijn lichaam was aan het veranderen en ik was zo ontzettend misselijk. Toen dacht ik: nu moet de buitenwereld het weten. De reacties waren heel leuk. Veel tennissters reageerden en feliciteerden me, via Instagram en WhatsApp. De laatste twee jaar hadden we zo’n leuke groep meiden op de Tour. Natuurlijk ging het op de baan hard tegen hard, maar erbuiten was het gezellig en relaxed, met Ashleigh Barty, Julia Görges, de Belgische meiden en natuurlijk ook die uit Nederland. Ook mijn team wist hoe graag wij kinderen wilden. Mijn coach Elise Tamaëla wist al vrij snel dat ik zwanger was, wij zijn nog steeds heel close, maar ook mijn oude coach Raemon Sluiter reageerde heel leuk op het nieuws.” Marit: “Ik heb mijn zus als eerste gebeld. Ik had een zwangerschapstest gedaan en zei tegen haar: volgens mij heb ik twee streepjes, maar de één is heel licht. Ze zei: ‘Nou gefeliciteerd, dan ben je zwanger.’ Daarna heb ik nog zes testen gekocht om te checken of het echt wel klopte.” Kiki, lachend: “Herkenbaar. En iedere dag opnieuw een test doen, om te kijken of het nog steeds zo is.” Marit: “Wij hebben het heel vroeg verteld aan familie en vrienden. Met mijn oma ging het heel slecht, die hebben we het ook meteen verteld. Ze leeft nu nog steeds. Iedere keer als ik haar bezoek, hang ik echofoto’s op in de hoop dat het helpt. Dat ze denkt: die kleine wil ik nog wel zien. Bij mij waren de reacties van buitenaf ook positief, maar ik denk ook dat mensen wel verrast waren. Ik kom harder over dan dat ik ben. Ik heb altijd een beetje een alter ego gecreëerd: Marit de persoon en Marit de atleet. De atleet is koelbloedig en stoïcijns, heeft niet zoveel emoties. Maar voor familie en vrienden ben ik heel zorgzaam, heel anders. Zeker in de sportwereld denk ik dat sommigen wel dachten: hè, wilde Marit kinderen? Voor mijn directe omgeving was het niet zo schokkend.” Vakantiemodus Als topsporters waren ze gewend om afgetraind te zijn en kenden ze ieder spiertje in hun lichaam. Dat lichaam is afgelopen maanden flink veranderd. Kiki: “Remko zegt elke dag: ‘Wees een beetje trots op je lichaam.’ Ik vind dat nog lastig. Als ik nu in de spiegel kijk, denk ik: wat heb ik een plofkop gekregen. Mijn lichaam zou sowieso al veranderen na fulltime tennis, maar het contrast is nu helemaal groot. Ik ging van het ene naar het andere uiterste.” Marit: “Toen ik erachter kwam dat ik zwanger was, voelde ik me in het begin juist heel vrouwelijk. Ik dacht: mijn lichaam doet het nog. Omdat ik daar aanvankelijk dus twijfels over had. Ik was daar heel dankbaar voor. Mijn fysieke trainer en de sportarts doen het heel goed. Zij hebben zich helemaal verdiept in wat ik wel en niet mag doen. Maar ik herken wat jij zegt, moet ook wennen aan mijn lichaam. Mijn voeding is altijd zo afgestemd op mijn training. Nu train ik minder, maar weet ik niet precies wat ik moet eten. Ik moet ook aankomen, maar hoeveel? Het is confronterend om zwaarder te worden en mijn lichaam zo te zien veranderen.” Marit: ‘Ik zei tegen m’n zus: volgens mij heb ik twee streepjes, maar de één is heel licht. Ze zei: ‘Gefeliciteerd, dan ben je zwanger.’ Daarna heb ik nog zes testen gekocht’ Van een druk en actief leven, naar een (tijdelijk) rustig bestaan. Van zowel Marit als Kiki is het leven drastisch veranderd. Marit: “Ik leef nu een saai leven. Ik ben aan het werk, voor Sport NL Groen om de sport duurzamer te maken en voor Allianz, waar ik de lessen van de topsport probeer over te brengen op het bedrijfsleven. Het is leerzaam, maar ik mis mijn sport. Ik besef dat ik als zeilster echt een bevoorrecht leven heb.” Kiki: “Voor mij ziet iedere dag er nu hetzelfde uit. Het voelt alsof ik nog een beetje in een vakantiemodus zit. Ik ben daardoor een stuk relaxter geworden. Naast de tennisbaan was ik sowieso altijd rustiger, omdat ik dan geen last had van stress, vlak voor en tijdens een wedstrijd was ik een totaal ander persoon dan erna. Remko zegt ook dat ik veel relaxter ben geworden, veel opener naar de buitenwereld en ik sta meer ontspannen in het leven. De sport heeft me heel veel opgeleverd en als mens gemaakt tot wie ik ben. Daar ben ik blij mee en trots op. Maar het is ook heel lastig geweest. Eigenlijk heb ik trainingen en wedstrijden nooit als leuk ervaren. Ik kan nu pas zeggen dat ik tennis ook weleens leuk heb gevonden. Maar ik zit nog midden in dat proces.” Lachend: “Die zwangerschapshormonen helpen ook niet mee.” Marit: “Ik vind mezelf ook veranderd sinds ik zwanger ben. Ik wilde altijd heel erg geforceerd winnen. Nu voel ik me relaxter. Mijn carrière is al mooi. Ik doe het nu nog omdat ik het leuk vind, en het nog steeds een keer heel goed wil doen. Ik hoop dat de moeilijke dagen minder zwaar worden als die kleine er is. Dat ik makkelijker kan relativeren als ik haar koppie zie.” Keizersnede Kiki: “Ik vind het knap van jou dat jij straks weer in je boot stapt. Ik heb genoeg voorbeelden gezien van tennissters die moeder werden en weer terugkeerden aan de top. Ik heb daar veel respect voor. Voor mezelf heb ik het alleen niet zo bedacht. Ik heb het geluk dat ik op dit moment even niks moet, ik kan rust nemen. Maar ik wil in de toekomst niet alleen maar thuiszitten. Ik ga rustig nadenken over mijn ambities en hoe ik mijn leven wil invullen als die kleine er is. Hoe ik mezelf als moeder zie? Ik denk dat ik heel erg zorgzaam zal zijn, maar ik wil het denk ik ook heel goed proberen te doen, want ik ben perfectionistisch. Het wordt in ieder geval niet helemaal nieuw: in coronatijd, toen het kinderdagverblijf geregeld dicht was, was ik vaste oppas voor mijn neefje en nichtjes.” Marit: “Ik hoop dat ik die kleine net zo’n leven kan geven als mijn ouders mij hebben gegeven. Wij werden altijd positief gestimuleerd, alles kon, alles mocht. Diederick en ik hebben een gastouder gevonden die ons gaat helpen. Zij is bereid om mee te reizen met mij en de kleine. En mijn ouders zijn met vervroegd pensioen gegaan, dus ik riep al: ik weet wel wat leuks voor jullie de komende twee jaar. Ze willen ons ook helpen. Hopelijk vind ik nog een prive-hoofdsponsor die me financieel wil ondersteunen, anders zal ik een lening af moeten sluiten om het allemaal te bekostigen. Mijn geluk is dat de Spelen in Parijs gehouden worden, het olympisch zeiltoernooi zal in Marseille plaatsvinden. Dat is niet aan de andere kant van de wereld. Bovendien worden de olympische kwalificatie en het WK in Scheveningen gehouden. 'Marit: ‘Mijn ouders zijn met vervroegd pensioen gegaan, dus ik riep al: ik weet wel wat leuks voor jullie de komende twee jaar' Ik zal dus veel op en neer reizen tussen Marseille en Scheveningen. Dat is te overzien. Komende zomer zal ik al naar Marseille gaan. Ik weet niet of ik dan zelf al in mijn boot kan zitten, of in de rubberboot, dat hangt van de bevalling af. Het is belangrijk om alvast de baai te leren kennen. De verloskundige vroeg aan mij: ‘Hoe wil je bevallen?’ Mijn vraag terug was: wat is de beste manier om zo snel mogelijk terug te keren? In het zeilen gebruik ik het meest mijn buikspieren, dus een keizersnede, waarbij je buikspieren helemaal worden doorgesneden, zou funest zijn. Mijn fysieke trainer heeft er al allemaal experts bij gehaald om erachter te komen hoe ik het best kan bevallen.” Lachend: “Het gaat lekker obsessief, wat dat betreft is er nog niet veel veranderd. Het ideale scenario weten we, maar als het anders loopt, dan is het zo. Een bevalling kun je niet plannen. En één ding is zeker: Parijs worden mijn laatste Spelen, daarna wil ik meer in dienst staan van ons gezin.” Kiki: “Ik ben benaderd om in oktober in Luxemburg een invitatietoernooi te spelen en heb al toegezegd, hoewel ik altijd heb geroepen: no way, ik raak nooit meer een tennisracket aan. Ik zie het nu als een doel om weer fit te worden na mijn bevalling. Zo’n toernooi is een goede stok achter de deur. Er doen allemaal leuke speelsters mee: Kim Clijsters, Julia Görges, Ana Ivanovic, veel meiden die gestopt zijn. In oktober ga ik dus weer de tennisbaan op, maar niet voor lang, hoor.” Of Nederland in de toekomst een nieuwe Marit en een mannelijke Kiki kan verwachten? Marit: “Ik hoop niet dat ik zo’n hooliganmoeder word die haar kind te veel pusht. Ze mag doen wat ze wil, als ze ooit maar bewust gaat nadenken over wat ze wil.” Kiki: “Ik gun ons zoontje alles. Als hij wil tennissen, dan mag dat. Maar ik ben de laatste die hem een tennisracket in zijn handen drukt. Helden Magazine 61 Het van Kiki Bertens en Marit Bouwmeester komt voort uit Helden Magazine 61. In deze editie wordt er stil gestaan bij Johan Cruijff. Cruijff zou op 25 april 75 zijn geworden. Barbara en Frits Barend reisden naar Barcelona voor een bijzonder gesprek met Jordi Cruijff over zijn vader. In Helden Magazine 61 lees je een uitgebreid interview met Justin Bijlow en zijn vriendin, zij verwachten in juni hun eerste kindje. Het gaat de keeper van Feyenoord en Oranje voor de wind. Daarnaast is Jurriën Timber onomstreden in de verdediging bij Ajax en Oranje. Een gesprek over zijn moeder, tweelingbroer Quinten, Curaçao en Louis van Gaal. Ook spraken we met Emma Oosterwegel over haar geheim, hoort Tallon Griekspoor er nu echt bij én behoort Sebastian Langeveld tot de beste Nederlandse klassiekerrenners van het peleton. Joey & Henk Veerman zijn oud-teamgenoten, vrienden en plaatsgenoten. De Volendammers gingen het gesprek aan over onder meer hun vriendschap en transfers. Bovendien een bijzonder interview met Stig Broeckx, de oud-wielrenner lag maandenlang in diepe coma en was gedoemd een kasplantje te worden, maar stond letterlijk weer op. Verder was Gijs van Lennep een succesvolle autocoureur in de jaren zestig en zeventig. Reist Youri Zoon al negentien jaar als kitesurfer de wereld over en gaat nu een nieuwe uitdaging in zijn leven aan: de triatlon. Blikten we terug met Hennie Kuiper op zijn imposante wielercarrière én met Matthijs Büchli en Laurine van Riessen terug op de Spelen in Tokio. Victoria Koblenko trekt een sprintje met 400 meterloper Liemarvin Bonevacia én Jill Roord staat in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij David Leeuw met zijn gezin. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 61 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Justin Bijlow: ‘Ik wil zo’n lief meisje-meisje’

Justin Bijlow (24) is een kind van Feyenoord. [...]
Justin Bijlow (24) is een kind van Feyenoord. Vanuit de jeugdopleiding stroomde de keeper door naar het eerste elftal. Vorig jaar maakte hij zijn debuut in het Nederlands elftal. Ook privé gaat het hem voor de wind: in juni worden hij en Dayenne Huipen voor het eerst vader en moeder van een dochter. “Wij kennen elkaar nu twee jaar, sinds het begin van de coronapandemie,” zegt Justin, terwijl hij zijn zwangere vriendin aankijkt aan de keukentafel van hun huis in Rotterdam. Dayenne: “We hebben elkaar ontmoet via sociale media, voor ons de ouderwetse manier. Ik kende jou niet, volgde je ook niet op sociale media, maar zag je voorbijkomen. Ik ben geen voetbalkenner, die voetbalfoto’s van jou zeiden mij niks. Maar ik zag jouw leuke lach op die foto’s. Jij wilde afspreken na een tijdje via WhatsApp contact te hebben gehad... Ik wilde het eigenlijk nog even afhouden. Ik had dat weekend ook al plannen, zou naar Wijk aan Zee gaan. Jij was volhardend en zei: ‘Dan kom ik ook.’ Ik dacht: dan ga ik wel even langs voor één drankje, dat kan geen kwaad. Uiteindelijk was het zo gezellig, dat we acht uur lang op het terras hebben gezeten. Het klikte meteen zo goed tussen ons. Ik had toen overigens nog steeds geen idee wie jij was. Je had me van tevoren gewaarschuwd dat je misschien herkend zou worden, maar ik dacht: wie denk jij dat je bent, ik ken jou toch ook niet? Aan het einde van de dag vroeg je: ‘Mag ik je zoenen?’” Justin: “Toch hebben we daarna even geen contact gehad. We wilden het rustig aan doen.” Dayenne: “We zeiden: als het meant to be is, komen we elkaar weer tegen. Dat was zo.” Justin: “Ik vroeg je in november mee naar het kerstdiner van mijn familie. En met oud en nieuw vroeg ik of je mijn vriendin wilde zijn, zodat ik de datum nooit zou vergeten.” 'Justin: 'Ik zat vroeger in vak V, schuin achter de goal, met een mannetje of vijftien. Na het kampioensjaar hebben we allemaal dezelfde tatoeage gezet' Dayenne: “Ik reed na werk elk weekend van Heemskerk naar Rotterdam. In maart vorig jaar gingen we samenwonen, maar ik wilde niet naar Rotterdam verhuizen voordat ik een baan had. Ik heb geleerd: als vrouw moet je voor jezelf kunnen zorgen en niet afhankelijk zijn van iemand anders. Ik werk bij een cosmetische kliniek. Daarnaast doe ik sinds mijn zeventiende modellenwerk.” Hello Baby Justin: “Ik wilde altijd al jong vader worden. Jij hield het nog een beetje af.” Dayenne: “Op de eerste date begon je daar al over. Na een paar maanden werden onze gesprekken over kinderen serieuzer, maar ik wilde nog even wachten. Mijn zwangerschap kwam een beetje onverwacht, was niet helemaal gepland. Het moest zo zijn, denk ik. Bij de eerste positieve zwangerschapstest dacht ik nog even: die is kapot. Ik heb er toen nog vijf gedaan. Daarna belde ik een verloskundige, zij was de eerste die hoorde dat ik zwanger was. Jij was op trainingskamp met het Nederlands elftal. Ik heb het je pas verteld toen je weer thuis was.” Justin: “Ik dacht: wat doet Dayenne raar? Je was chagrijnig via de telefoon. Toen ik thuiskwam, rende je naar de slaapkamer en je deed de deur dicht. Ik moest ook in de slaapkamer zijn, dus ik trok die deur open. Ik zag een ballon hangen met ‘Hello Baby’ erop.” Dayenne: “Ik wilde jouw reactie filmen, maar je stond al naast me. Justin was sprakeloos.” Justin, lachend: “Ik vroeg heel dom: huh, ben je zwanger? En sprong daarna een gat in de lucht, ik was zo blij.” Dayenne: “We kijken er allebei heel erg naar uit. De kinderkamer is inmiddels klaar. Ik wil geen fulltime moeder worden, wil ook gewoon blijven werken. We hebben drie lieve oma’s die willen oppassen.” Maaltijdsalade Dayenne: “Toen ik voor het eerst in De Kuip kwam, hing er in de hal een heel grote foto van Jus. Toen had ik pas door dat je goed was. Ik vond het in het begin best overweldigend. We gaan nog steeds iedere thuiswedstrijd met de hele familie naar De Kuip. Ik zit op de tribune met mijn schoonmoeder, zijn zus en schoonzus. Zijn vader en broer zitten in een ander vak. Na de wedstrijd gaan we met z’n allen naar boven om wat te drinken. Ik zie het meer als gezellig dan als het werk van Justin.” Justin: “Sinds je mijn vriendin bent, let je wel meer op wat je deelt op sociale media.” Dayenne knikt: “Ik ben minder impulsief geworden. De voetbalwereld is serieus, jij hebt een serieuze baan, mensen kijken altijd mee. Dat zit in mijn achterhoofd.” Justin: “Toen ik geblesseerd raakte, reageerden mensen onder jouw foto’s met: ‘Kun je niet beter voor hem zorgen?’” Justin is zo ongeveer geboren en getogen op de Rotterdamse velden. Hij startte op zijn zevende bij de amateurs, al na een halfjaar werd hij opgenomen in de jeugdopleiding. “Er moest een vaste keeper komen bij de F’jes en ik stak mijn hand op. Ik weet eigenlijk niet waarom ik dat deed. Maar het ging zo goed dat ik al heel snel werd opgepikt. Als klein jongetje had ik nooit één voorbeeld. Ik keek altijd naar de beste keepers van de wereld van dat moment, Iker Casillas, Manuel Neuer, Edwin van der Sar, Marc-André ter Stegen... Naar hoe ze stonden, hoe ze handelden in bepaalde situaties, ik volgde ze in detail op het veld.” Justins talent werd ook buiten Feyenoord opgemerkt. “Bij een jeugdwedstrijd van mijn broer zei een oud-Ajax- trainer tegen hem: ‘Misschien is Justin wel wat voor ons.’ Mijn broer antwoordde: ‘Nou, dat denk ik niet. Hij wil overal spelen, behalve bij jullie.’ Mijn hele familie en vriendengroep is Feyenoord-fan. Ik denk dat ik onterfd word als ik ooit de overstap naar Ajax maak en dan ook heel wat vrienden kwijtraak.” Toch was Justin als jeugdspeler bij Feyenoord niet altijd onomstreden. “Als kind was ik veel te zwaar. Er was altijd een beetje een tweestrijd tussen de trainers. De ene helft zei: ‘Hij is goed, maar als je bij Feyenoord speelt, moet je ook topfit zijn.’ De andere helft zei: ‘Wacht nou maar tot hij gaat groeien, dan komt het wel goed.’ Dat groeien gebeurde op mijn zeventiende, toen ben ik ook op mijn voeding gaan letten. Mijn ouders waren daar niet echt in thuis en ik ook niet. Ik dacht altijd dat pasta en rijst gezond waren, zag sporters dat veel eten. Maar ik at dan meteen twee borden met rijst en dat is veel te veel, zeker als keeper. Toen ik rond mijn zeventiende geblesseerd raakte aan mijn heup moest ik drie weken platliggen. Op dat moment ben ik me enorm gaan inlezen wat voeding betreft. Ik vind koken leuk. Vaak eten we een maaltijdsalade met kip of iets Aziatisch.” Op zijn zeventiende haalde keeperstrainer Patrick Lodewijks hem bij het eerste elftal. Als derde keeper maakte hij ook het kampioenschap mee in 2016. En twee jaar later stond hij voor het eerst onder de lat onder Giovanni van Bronckhorst. “Gio stelde mij op en gaf mij veel vertrouwen. Maar ik heb het meeste te danken aan Khalid Benlahsen, mijn keeperstrainer vanaf de B1. En als ik nog twee personen mag noemen die ik dankbaar ben, dan zijn dat voormalig Feyenoord-keepers Kenneth Vermeer en Bradley Jones. Zij hebben mij enorm geholpen en mij onder hun hoede genomen. Op de eerste training nam Kenneth mij meteen mee. Ik heb met hen allebei nog steeds een heel speciale band en veel contact.” Vechtsporter “Of het een cliché is dat keepers altijd een beetje apart zijn?” herhaalt Dayenne. “Dat valt bij Justin mee, hoor.” Justin: “Ik ben wel heel erg op mezelf, hou ook niet zo van aandacht. Ik riep vroeger altijd: als ik geen voetballer word, dan wil ik een vechstporter worden. Dan ben je ook op jezelf aangewezen.” Als keeper ligt Justin iedere wedstrijd onder een vergrootglas. Dat hoort erbij. Ik vind het juist leuk om op zo’n dun koord te balanceren tussen goed en slecht. Je kunt de held zijn, of de sukkel die geen bal pakt. Dat is het spelletje en het leven van een keeper. Ik hou daarvan.” Dayenne: “Je kan wel flink balen als het beter had gekund of als je fouten hebt gemaakt.” Justin: “Ik ben heel kritisch, zelfs als ik een heel goede wedstrijd heb gespeeld, kan ik balen als ik acties van mezelf terugzie.” Dayenne: “Thuis probeer ik je gewoon Justin te laten zijn en niet Justin de voetballer. Dat vind ik belangrijk. Maar na een wedstrijd praten we wel vaak even na. Ik laat het aan jou over of je behoefte hebt om even uit te razen.” Justin: “Bij Feyenoord hebben we ook een mental coach. Ik praat daar soms mee, maar ik moet juist niet te veel met informatie bezig zijn, dan gaat het in mijn hoofd zitten. Ik moet op gevoel keepen, ben het best als je me met rust laat.” Dayenne: “Jij wil dat degene van wie je houdt blij is. De hele familie baalt als het slecht gaat en juicht als het goed is. Maar omdat ik geen voetbalkenner ben, sta ik er ook nuchterder in. Als het een keer fout gaat, denk ik: het is maar een spelletje. De volgende keer gaat het vast weer beter. Maar ik beleef het wel mee, helemaal in De Kuip.” Denk jij weleens: had Feyenoord maar niet zo’n fanatiek legioen? Justin: “Natuurlijk niet, dat is juist mooi. Ik zat er vroeger zelf ook tussen, in vak V, schuin achter de goal, met een mannetje of vijftien. Na het kampioensjaar hebben we allemaal dezelfde tatoeage gezet. Heel soms zat ik in dat kampioensjaar nog op de tribune, als vierde keeper. Dan zat ik op mijn eigen plek in vak V met mijn pak aan van Oger.” Voetbaldier Aan het begin van dit seizoen nam trainer Arne Slot het stokje over van Dick Advocaat, die op zijn beurt de ontslagen Jaap Stam had opgevolgd in oktober 2019. “Arne Slot is een heel andere trainer dan Dick Advocaat. Maar we moeten niet vergeten dat wij onder Dick van de twaalfde plek naar de derde positie klommen. Toen kwam de coronapandemie en stond de competitie stil. Als we door hadden gespeeld tot het einde, had er wat moois kunnen gebeuren. We stonden zes punten achter en moesten nog tegen Ajax en AZ, de nummers één en twee van dat moment. Wie weet wat er was gebeurd.” Het seizoen daarop ging Feyenoord als derde de winterstop in, daarna raakte de ploeg de weg kwijt. “Waar dat dan aan ligt, is moeilijk te verklaren. We hebben niet goed gespeeld, en er waren ook andere inzichten in speelwijzen. Het was sowieso een lastig seizoen, we speelden ook nog zonder publiek. Ik ben Dick juist heel erg dankbaar, hij gaf mij zoveel vertrouwen. Dick was blij met mij als keeper, dat sprak hij ook uit. Toen ik geblesseerd was aan mijn elleboog en er een stukje botgroei operatief verwijderd moest worden, zei hij tegen mij: ‘Doe wat je moet doen, zorg dat je na de winterstop fit bent.’ Dick heeft me enorm veel vertrouwen gegeven, mede door hem ben ik goed gaan keepen. Hij zei geregeld: ‘Je bent een beer van een gozer, kijk naar jezelf en sta er.’ Door Dick werd ik zelfverzekerd. Hij zat af en toe achter mijn reet aan, dat heeft geholpen. Dick kan een koud persoon zijn op het veld. Maar erbuiten is hij warm en slaat hij een arm om je heen als dat nodig is.” Onder Arne Slot kende Feyenoord dit seizoen een goede start. Er werd en wordt aan een nieuw Feyenoord gebouwd. De kritieken over het spel in de media zijn veelal lovend. Justin: “Arne is een voetbaldier en wil echt op een hoog niveau presteren. Hij is een moderne trainer, wil bijvoorbeeld de backs veel meer in het spel betrekken en let ook op ieder detail. Vanaf het eerste moment zijn we vol aan de bak gegaan in de trainingen. Iedereen was fit, we moesten er ook snel staan want de Conference League begon.” Wereldtop Na het EK van vorig jaar werd Justin voor het eerst bij het Nederlands elftal gehaald door bondscoach Louis van Gaal. Volgens voetbalkenners had hij veel eerder geselecteerd moeten worden. “Ik heb er nooit rekening mee gehouden dat ik geselecteerd zou worden voor het EK. Ik heb wel een paar keer eerder gedacht: nu zal ik toch wel bij de voorselectie zitten? Dat gebeurde niet. En toen ik er een keer bij mocht zijn omdat Jasper Cillessen geblesseerd raakte, raakte ik zelf een dag van tevoren ook geblesseerd. Ik scheurde mijn teen af. Ik wist zelf dus ook wel dat ik niet bij de EK-selectie zou zitten.” Dayenne: “Je kon best snel switchen in je hoofd, zei: ‘Nou, dan ga ik knallen bij Jong Oranje.’ Daarmee speelde je ook een EK.” Justin: “Ik kon het toch niet veranderen. Mijn moment zou nog wel komen.” Dat moment kwam in september. Justin werd opgeroepen voor de WK-kwalificatiewedstrijden tegen Noorwegen, Montenegro en Turkije. “Guus Til, Tyrell Malacia en ik kregen in het vliegtuig na een uitwedstrijd met Feyenoord een e-mail waarin stond dat we bij de selectie zaten. Een bijzonder moment. Een week daarna mochten we ons melden. Louis van Gaal zei tegen mij: ‘Het kan weleens een mooie week worden.’ Twee dagen voor de wedstrijd hoorde ik dat ik ging spelen. Ik mocht het nog tegen niemand zeggen, appte alleen Dayenne. Ik was zo blij.” Tegen Noorwegen maakte Justin op 23-jarige leeftijd zijn debuut in Oranje. De wedstrijd eindigde in 1-1. “Onze keeperstrainer Frans Hoek zei: ‘Vergeet niet te genieten.’ Virgil van Dijk zei: ‘Geen zorgen, wij zijn er ook nog, het komt goed.’ De wereldtop stond voor me, Virgil en Stefan de Vrij, fantastisch om mee te mogen spelen. Het klinkt misschien als een cliché, maar het is ook echt een heel leuke groep, ik ben ook goed opgevangen.” De concurrentie tussen de keepers bij het Nederlands elftal is groot. “Ik ben nooit tevreden. Als ik een jonge keeper bij Feyenoord het heel goed zie doen op de training, dan triggert mij dat meteen en wil ik laten ziet dat ik beter ben. Toen ik aan mijn teen geblesseerd raakte, verving Nick Marsman mij. Hij speelde heel goed. In de documentaire van Feyenoord die te zien was op Disney+ zei ik: ik ben niet boos op Nick, ik gun het hem en ben blij voor hem, maar ik had er moeten staan. Dat geeft goed weer hoe ik over concurrentie denk.” Wat is jouw ervaring met Louis van Gaal? “Van Gaal is zichzelf, zeker in een groep is hij hard en duidelijk. Hij heeft een duidelijk plan. Maar als je een-op-een met hem praat, is het een heel warme man. Van Gaal is een beetje ouderwets, net als Dick. Keihard in de groep, maar in de omgang een heel aardige man." In november en december wordt er een WK gespeeld. Staan die data al rood omcirkeld in je agenda? “Nee, nog niet. Ik wil er heel graag bij zijn, maar dat lukt pas als ik presteer bij mijn club. Dat moet eerst gebeuren, dan komt dat WK vanzelf wel." Dayenne: “Ik ben er meer mee bezig dan jij. Als ik in juni ga bevallen. Dan zit jij waarschijnlijk intern bij het Nederlands elftal. En als Justin in november en december weg is, dan komt het wel op mij aan." Wat gebeurt er als jij een wedstrijd hebt en je krijgt een berichtje dat de weeën zijn begonnen? "Dan ga ik weg. Ik wil bij de geboorte van mijn eerste kind zijn." Dayenne, lachend: “Met de gynaecoloog hebben we afgesproken dat onze dochter lekker in mijn buik blijft zitten totdat jij weer klaar en thuis bent.” Meisje-meisje Word jij de nieuwe Mister Feyenoord? Lachend: “Nee. Sinds ik klein ben, wil ik al het hoogst haalbare halen. Bij welke club dat is, moet blijken. Als ik mag kiezen, dan zou ik het qua leefomgeving heel mooi vinden om naar een Spaanse of Italiaanse club te gaan. Maar als er een mooie Engelse club komt, zeg ik echt geen ‘nee’. Buiten Feyenoord heb ik geen favoriete club. Ik kijk graag naar Barcelona, maar als Real of Atlético Madrid komt, dan is dat ook fantastisch. Kan wel stoer zeggen: ik ga na dit seizoen naar het buitenland, maar als ik daar niet speel dan kan ik ook het WK op mijn buik schrijven. Ik moet verstandig zijn. Het gevoel moet passen." Dayenne: “Ik sta absoluut open voor een avontuur in het buitenland, waar dat dan ook is. Het lijkt me heel gaaf om een paar jaar zoiets samen te mogen meemaken. Een club in Europa lijkt me heel mooi. Maar we denken nog niet te ver vooruit. Voetbal staat op één, maar ik ben blij dat ons kindje in Nederland wordt geboren met onze dierbaren om ons heen. En daarna vinden we onze weg wel.” Wat voor vader word jij? “Mijn dochter moet zelf ervaren hoe de wereld in elkaar steekt, ik wil haar vrijheid geven. Maar natuurlijk geven we haar normen en waarden mee." Dayenne: "Daarin denken we gelukkig hetzelfde." Justin, lachend: “Ze hoeft van mij niet te voetballen. Ik wil gewoon zo’n lief meisje-meisje. Ze mag van mij lekker met mode bezig zijn." Helden Magazine 61 Het eerste gedeelte van het verhaal van Justin Bijlow komt voort uit Helden Magazine 61. In deze editie wordt er stil gestaan bij Johan Cruijff. Cruijff zou op 25 april 75 zijn geworden. Barbara en Frits Barend reisden naar Barcelona voor een bijzonder gesprek met Jordi Cruijff over zijn vader. In Helden Magazine 61 lees je een uitgebreid interview met Kiki Bertens en Marit Bouwmeester. De mama’s in spé behoren tot de succesvolste sportvrouwen die Nederland ooit heeft gehad en staan nu voor een nieuwe uitdaging in hun leven. Ook spraken we Jurriën Timber, hij staat onomstreden in de verdediging bij Ajax en Oranje. Een gesprek over zijn moeder, tweelingbroer Quinten, Curaçao en Louis van Gaal. Ook spraken we met Emma Oosterwegel over haar geheim, hoort Tallon Griekspoor er nu echt bij én behoort Sebastian Langeveld tot de beste Nederlandse klassiekerrenners van het peleton. Joey & Henk Veerman zijn oud-teamgenoten, vrienden en plaatsgenoten. De Volendammers gingen het gesprek aan over onder meer hun vriendschap en transfers. Bovendien een bijzonder interview met Stig Broeckx, de oud-wielrenner lag maandenlang in diepe coma en was gedoemd een kasplantje te worden, maar stond letterlijk weer op. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 61 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Jurriën Timber: ‘Ik ben een moederskindje’

Jurriën Timber is pas twintig, maar nu al [...]
Jurriën Timber is pas twintig, maar nu al onomstreden in de verdediging bij Ajax. De centrale verdediger stond vorige zomer al in de basis van het Nederlands elftal op het EK. Een gesprek aan de hand van keuzes over zijn moeder, tweelingbroer Quinten, Curaçao, het aanvoerderschap en Louis van Gaal. “De Bijbel is mijn handboek.” Slaapkamer Tweeling zijn: lust of last... “Een lust. Als mijn tweelingbroer Quinten en ik vaak ruzie zouden hebben gehad, dan had ik misschien een ander antwoord gegeven. Maar iedereen weet dat wij een heel goede band hebben. Daarom vind ik het niet erg om onderdeel van een tweeling te zijn.” Curaçao of Nederland... “Ik heb deze vraag een keer eerder gehad bij een spelletje voor het TikTok-kanaal van Ajax. Ik moest in twee doeltjes schieten. Het ene doeltje stond voor Nederland, het andere voor Curaçao. Ik schoot precies in het midden. Ik voel me een jongen van beide werelden.” Waar Jurriën was, was zijn tien minuten oudere tweelingbroer Quinten, en andersom. In hun jeugd werden ze niet los gezien van elkaar. Dat veranderde vorige zomer, toen Quinten van Ajax naar FC Utrecht vertrok. “Wij werden altijd vergeleken in de media: wie is sneller, wie is fitter, wie is beter? Dat was soms ook vervelend. Sinds we bij verschillende clubs spelen, is dat minder geworden. Er is tussen ons ook een nieuwe dynamiek gekomen. Het is voor het eerst dat we iets los van elkaar doen. We zien elkaar minder vaak, maar als we elkaar zien, hebben we ook meer te vertellen.” Al vanaf hun geboorte delen ze een slaapkamer. “We weten niet beter en vinden het leuk om op dezelfde kamer te slapen. We hebben ongeveer dezelfde trainingstijden, maar het komt ook weleens voor dat Quinten nog slaapt en ik al weg moet, of andersom.” Jurriën en Quinten groeiden op in Utrecht, in de Bokkenbuurt, met moeder Marilyn, en oudere broers Christopher (32), tevens zaakwaarnemer van de jongens, Shamier (30) en Dylan (21), die uitkomt voor Jong Utrecht. “Mijn leven bestond uit school en voetballen. Soms sliep ik bij een vriend. En een paar dagen in de week werden we met een busje opgehaald om naar Feyenoord te gaan. Bij sommige jongens is voetbal misschien hun redding geweest, bij ons niet. Quinten en ik voetbalden omdat we het leuk vonden, niet omdat we dachten: hier moeten we later ons geld mee verdienen.” Zes jaar waren de jongens toen ze de Utrechtse club DVSU verruilden voor de jeugdopleiding van Feyenoord. Ook hun broer Dylan maakte de overstap, maar hield het na een paar jaar voor gezien en keerde terug naar Utrecht. Quinten en Jurriën voetbalden bij Feyenoord tot hun twaalfde. “Toen we van onze zaakwaarnemer Christopher Coffie hoorden dat we naar Ajax konden, hadden we in eerste instantie twijfels: we hadden het goed bij Feyenoord. Maar na gesprekken met het thuisfront waren we van mening dat we daar betere voetballers konden worden. We waren nog jong, dus er was een relatief rustige overstap.” Ondanks hun voetbaltalent stond moeder Marilyn erop dat haar jongens een schooldiploma haalden. “Anders mochten we überhaupt niet voetballen. Quinten en ik hebben tegelijkertijd de havo afgerond. Vergeleken met Quinten had ik wat meer moeite om me te concentreren op school. Ik was een rustige jongen, maar kon niet te lang in de klas zitten, dan werd ik gek. Ook bij Ajax vond ik die studiemomenten soms lastig, na een uurtje was ik er altijd wel klaar mee. Maar tijdens een toetsweek was ik gefocust, waardoor ik mijn havo-diploma heb behaald. Hier zijn we beiden erg trots op.” Jurriën is geboren in Nederland, maar zijn roots liggen op Curaçao. “Mijn moeder is er geboren en er woont veel familie: mijn oma, tantes, nichten en neven, met wie we een goede band hebben. Ieder jaar ga ik naar Curaçao op vakantie. Het is absoluut een paradijs, toch ben ik blij dat ik in Nederland ben opgegroeid en hier een toekomst kan opbouwen.” Van wie Jurriën het voetbaltalent heeft, weet hij niet. “Ik denk dat als je het aan mijn moeder vraagt, zij zegt dat we het van haar hebben. De vader van mijn moeder, mijn opa dus, voetbalde ook. Ik heb hem helaas nooit gekend, maar hij schijnt goed te zijn geweest.” Jurriën straalt als hij over zijn moeder praat. “Ik ben echt een moederskindje. Dat komt omdat ik de jongste ben, ik hoor vaker dat de jongste de beste band heeft met zijn moeder.” Lachend: “Of ik word voorgetrokken? Vroeger niet, hoor, maar nu wel. Ik hoef nooit iets te doen thuis. Mijn moeder is heel lief voor ons allemaal, maar ik denk dat ik toch haar oogappel ben. Ik ben ook het liefst voor haar en denk ook dat ik het langst bij haar zal blijven wonen.” Mijn moeder heeft veel alleen moeten doen, maar zonder mijn broers had mijn moeder het ook echt niet gered. Zij hebben haar heel erg bijgestaan, er samen met mijn moeder voor gezorgd dat ik sta waar ik nu sta, en dat wij geen last hebben gehad van de problemen die een alleenstaande moeder kan hebben.” Hoewel Marilyn het niet makkelijk had vroeger als alleenstaande moeder met vijf opgroeiende zonen, miste ze geen minuut van het spel van Jurriën en Quinten. “Zij bracht ons overal naartoe en was er altijd bij, of we nou een toernooi in Duitsland hadden of in België. In coronatijd heeft ze veel wedstrijden moeten missen. In februari, toen er eindelijk weer publiek was toegestaan in de stadions, maar ik niet voor iedereen kaarten had, riep ze: ‘Ik ga sowieso naar het stadion.’ Tegen mijn broers zei ze: ‘Vechten jullie maar uit wie er nog meer mee mag.’ Mijn moeder mist niet graag een wedstrijd. Niet van mij, maar ook niet van Quinten. Als wij tegelijk spelen, dan ligt het aan de wedstrijd voor wie ze kiest. Als Quinten een topper speelt en ik een op papier iets mindere tegenstander tref, gaat ze naar Quinten. Voor Quinten is de eredivisie nog nieuwer dan voor mij. Hij maakte in het najaar pas zijn debuut in de eredivisie voor FC Utrecht. Ze zal nu iets sneller voor hem kiezen, denk ik.” Aanvoerder Matthijs de Ligt of Jurriën Timber... “Matthijs heeft zich al bewezen als aanvoerder, maar ik zou liegen als ik deze rol niet ambieer.” 'Al vanaf mijn jeugd is De Ligt een voorbeeld voor me. Ik heb heel veel naar hem gekeken. En dat doe ik nog steeds. Matthijs heeft me geregeld complimentjes gegeven' Veilig en saai of risico en spannend... “Risico nemen en spannend, anders kun je geen wedstrijden winnen.” De twee jaar oudere Matthijs de Ligt ging Jurriën voor. Beiden waren tieners toen ze debuteerden bij Ajax en hun plek in het veld als rechter centrale verdediger veroverden. “Al vanaf mijn jeugd is Matthijs een voorbeeld voor me. Toen ik in de C’tjes zat, keek ik tegen hem op. Matthijs zat toen in de A1. Ik vond het mooi en bijzonder hoe hij op het oog op zo’n makkelijke manier doorstroomde naar het eerste elftal en al snel een van de beste verdedigers ter wereld werd. Ik heb heel veel naar hem gekeken, hoe hij omgaat met zijn sport. En dat doe ik nog steeds. Matthijs heeft me geregeld complimentjes gegeven over mijn spel en gezegd dat ik goed bezig ben.” Op zijn achttiende maakte Jurriën zijn debuut in het eerste van Ajax. “Ik deed het voor dat moment al goed bij Jong Ajax. Daarna kwam de coronapandemie en stond het voetbal even stil. Vorig seizoen kreeg ik weer een kans, en vanaf dat moment heb ik altijd bij de selectie gezeten en gespeeld. De leerschool bij Jong Ajax is een perfecte opstap naar het eerste. Natuurlijk moest ik even wennen in het begin, maar ik ging vanzelf mee in het goede spel van Ajax.” Jurriën ontpopte zich tot onbetwiste basisspeler. Door het Amerikaanse ESPN werd hij op een lijst gezet met toptalenten die in 2022 hun mondiale doorbraak zullen beleven. Ook werd hij door het Nederlandse ESPN al drie keer verkozen tot Johan Cruijff Talent van de Maand. Hij wordt niet alleen geroemd om zijn verdedigende ingrepen, maar ook om zijn snelheid en wendbaarheid waardoor hij vaak kan inschuiven op het middenveld. “Ik bemoei me graag met het spel, dat eist coach Erik ten Hag ook van me. Inschuiven kan ook risicovol en spannend zijn, maar ik heb liever dat het een keer fout gaat dan dat ik altijd op safe speel. Bij Ajax verwachten ze ook van me dat ik soms risico neem.” Er wordt geregeld geroepen dat jij ook goed op het middenveld uit de voeten zou kunnen. Is dat iets dat jij ambieert? “Ik sta daar zeker voor open. In de toekomst bij Ajax of bij een andere club is dat een optie.” Matthijs de Ligt werd op zijn achttiende al aanvoerder. Schuilt er ook in jou een jonge leider? “Ik denk wel dat ik leidinggevende kwaliteiten heb. Ik probeer me nu ook te ontwikkelen tot een leider van het team, tot aanvoerder. Erik ten Hag verwacht een stuk meer van mij dan een jaar geleden, hij wil dat ik de leiding pak en meedenk.” Waar we jou zien, zien we ook vaak jouw ploeggenoten Ryan Gravenberch en Devyne Rensch. Jullie lijken wel onafscheidelijk. “Binnen ons team kan iedereen het goed met elkaar vinden, maar mijn band met Ryan en Devyne is het best. We worden bij Ajax ook de drie musketiers genoemd. We zijn altijd samen, bij de meetings, bij de fysio, bij het eten... Met Ryan heb ik altijd samengespeeld. Toen ik nog bij Feyenoord zat, speelde ik tegen hem en daarna kwam ik in de jeugd bij Ajax bij hem in het team. Devyne is iets jonger, hem kwam ik iets later tegen. Wij genieten dat we samen mogen spelen.” 'Gravenberch, Rensch en ik worden bij Ajax de drie musketiers genoemd. We zijn altijd samen, bij de meetings, bij de fysio, bij het eten...' Hoe ga jij om met de druk van sociale media? “Ik heb nog niet zo’n last van die druk gehad. Ik hecht geen waarde aan die berichten. De mensen om mij heen vormen mijn basis, met hen kijk ik kritisch naar wat beter kan. Nu het goed gaat, kijk ik bewust niet op sociale media. Als ik me met positieve berichten ga voeden, is de kans ook aanwezig dat ik hetzelfde zal doen met negatieve berichten die verschijnen als ik een wat mindere periode heb. Ook als het goed gaat, hou ik het graag bij mijn basis, bij een kleine groep mensen om me heen. Maar mentale druk hoort erbij en er zal echt wel een moment komen dat ik het lastiger ga krijgen. Dan denk ik dat de oudere jongens in onze ploeg me wel zullen helpen en met me komen praten.” Grootheden 5-3-2 of 4-3-3 bij Oranje... “De concurrentie is zo groot bij Oranje. Met 5-3-2 heb ik wel meer opties om te spelen dan met 4-3-3.” Stalen zenuwen of trillende benen bij het Nederlands elftal... “Er waren wel zenuwen bij mijn debuut in Oranje, hoor.” Vlak voor het EK van vorig jaar maakte Jurriën op zijn negentiende zijn debuut voor het Nederlands elftal in een oefeninterland tegen Schotland. Tien dagen later stond hij aan de aftrap op het EK, in de eerste poulewedstrijd tegen Oekraïne. “Mijn spannendste wedstrijd tot nu toe was mijn debuut voor jong Ajax. Toen ik zeventien was, uit tegen Cambuur. Het stadion zat vol, ik voelde echt spanning. Op het EK was ik ook wel zenuwachtig, maar toen ik eenmaal de bal raakte, viel die spanning helemaal weg. De wedstrijd tegen Oekraïne was in de Arena, bekend terrein voor mij. Ik kende veel jongens om me heen al goed. Het ging vrij soepel.” Waar dacht je aan tijdens het volkslied? “Aan mijn moeder en broers op de tribune. Maar ik besefte op dat moment eigenlijk niet hoe mooi het was dat ik daar stond. Later had ik pas door wat ik aan het doen was, dat ik echt een EK aan het spelen was. Voor mij was het best een goed toernooi. Ik heb veel gespeeld voor een speler die net kwam kijken, dat had ik niet verwacht. Maar we werden op zo’n stomme manier uitgeschakeld in de achtste finale tegen Tsjechië. Daar hield ik wel een bittere nasmaak aan over.” Na het EK werd Louis van Gaal de nieuwe bondscoach. Wat is jouw beeld van hem? “Hij is zo’n grote man, Louis van Gaal heeft overal en met zulke grootheden gewerkt. Ik vind het heel speciaal dat ik ook nog met hem kan werken. Toen Van Gaal met Ajax de Champions League won in 1995, was ik nog niet eens geboren. Dat vind ik heel bijzonder. Ik kan veel van hem leren. Ik heb al een aantal gesprekken met hem gehad, hij vertelt eerlijk wat hij van me vindt en hoe ik heb gespeeld. De bondscoach zei dat hij fan van mijn spel is en houdt van mijn bravoure.” Steunpilaar Psalm 91 of een peptalk van de trainer... “Psalm 91.” De Bijbel lezen of FIFA spelen... “De Bijbel lezen.” Jurriën is christelijk opgevoed. Er werd gebeden voor het eten en zondags ging hij naar de kerk. We zijn opgegroeid met de Best Life Church in Utrecht en de bijbel. Helaas lukt het me bijna niet meer om naar de kerk te gaan, in de vakantie probeer ik dat in te halen. De bijbel zit standaar in mijn tas bij iedere thuis- en uitwedstrijd van het Nederlands elftal. “Mijn moeder kwam eens met psalm 91 aanzetten. Het gaat over Gods bescherming en geeft mij het gevoel dat iemand over mij waakt, iemand achter mij staat. Het is een ritueel geworden, ik vind het fijn om dat stukje te lezen voor de wedstrijd. Voor iedere wedstrijd bid ik standaard voor mijn familie, mijn teamgenoten en mezelf. Ik neem er een moment voor in de kleedkamer en op het veld. Maar het is niet dat als ik het een keer niet lees, ik dan geen bescherming voel. Of als ik niet heb gebeden voor mijn moeder, ik denk dat er iets fout zal gaan. Ik kan me goed motiveren met psalm 91, maar natuurlijk blijft het tactische praatje van de trainer ook hartstikke belangrijk.” Wat brengt het geloof jou? ''Uit het geloof haal ik kracht. Niet alleen in het voetbal, maar in mijn dagelijks leven. Het helpt me bij de keuzes die ik maak. In zowel de goede als de slechte tijden leer ik ervan. De bijbel is mijn handboek. Dat komt ook omdat mijn moeder er zoveel mee bezig is en de mensen in onze kerk veel voor ons bidden. Het voelt alsof we beschermd worden van bovenaf. Mijn moeder stuurt ook vaak dingen door in onze famillie-app die kunnen helpen. Ook in het geloof is mijn moeder de steunpilaar van de familie, ze bidt voor iedereen.” 'We hebben een leuke groep spelers met wie ik het geloof deel. Met Cody Gakpo app ik erover' Ook bij het Nederlands elftal kun Jurriën zijn ei kwijt wat betreft het geloof. ''We hebben een leuke groep spelers met wie ik het geloof deel. Met Cody Gakpo app ik er ook over. Onlangs stuurde Cody me een paar boeken op die hij mooi vindt. Eén gaat over de heilige geest en hoe je moeilijke tijden kunt gebruiken om sterker te worden. De volgende keer dat ik hem zie, zal ik het er ongetwijfeld met hem over hebben.” Droomclub Comfortzone of experimenteren... ''Op dit moment zeg ik: comfortzone. Ik zit lekker in mijn vel, dat hou ik graag zo.” Barcelona of Manchester City... ''Manchester CIty. Ik speel graag om de prijzen, daarom zeg ik nu City. Barcelona heeft op dit moment een minder goede periode.” In 2020 verlengde Jurriën zijn contract bij Ajax tot 2024. “Mijn doel is om zoveel mogelijk prijzen te pakken. Ik wil groeien als speler, mijn tijd bij Ajax goed gebruiken om nog beter te worden. Bij Ajax moet je al blij zijn als je in de basis staat, daarom wil ik ook bewust genieten van deze tijd. Ik speel hier om de prijzen, er is geen mooiere plek om te zijn. Ajax was altijd mijn droomclub, ik sliep ook onder een Ajax dekbed.” Hoe ziet jouw toekomst eruit? “Ik zit goed bij Ajax, ben van plan om hier nog wel even te blijven.” Lachend: “Maar ja, als Manchester City belt, wat moet ik dan?” Helden Magazine 61 Het verhaal van Jurriën Timber komt voort uit Helden Magazine 61. In deze editie wordt er stil gestaan bij Johan Cruijff. Cruijff zou op 25 april 75 zijn geworden. Barbara en Frits Barend reisden naar Barcelona voor een bijzonder gesprek met Jordi Cruijff over zijn vader. In Helden Magazine 61 lees je een uitgebreid interview met Kiki Bertens en Marit Bouwmeester. De mama’s in spé behoren tot de succesvolste sportvrouwen die Nederland ooit heeft gehad en staan nu voor een nieuwe uitdaging in hun leven. Ook spraken we Justin Bijlow en zijn vriendin, zij verwachten in juni hun eerste kindje. Het gaat de keeper van Feyenoord en Oranje voor de wind. Daarnaast spraken we met Emma Oosterwegel over haar geheim, hoort Tallon Griekspoor er nu echt bij én behoort Sebastian Langeveld tot de beste Nederlandse klassiekerrenners van het peleton. Joey & Henk Veerman zijn oud-teamgenoten, vrienden en plaatsgenoten. De Volendammers gingen het gesprek aan over onder meer hun vriendschap en transfers. Bovendien een bijzonder interview met Stig Broeckx, de oud-wielrenner lag maandenlang in diepe coma en was gedoemd een kasplantje te worden, maar stond letterlijk weer op. Verder was Gijs van Lennep een succesvolle autocoureur in de jaren zestig en zeventig. Reist Youri Zoon al negentien jaar als kitesurfer de wereld over en gaat nu een nieuwe uitdaging in zijn leven aan: de triatlon. Blikten we terug met Hennie Kuiper op zijn imposante wielercarrière én met Matthijs Büchli en Laurine van Riessen terug op de Spelen in Tokio. Victoria Koblenko trekt een sprintje met 400 meterloper Liemarvin Bonevacia én Jill Roord staat in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij David Leeuw met zijn gezin. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 61 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Jordi Cruijff: ‘Mijn vader heeft wél geleefd’

Johan Cruijff zou op 25 april 75 zijn geworden. [...]
Johan Cruijff zou op 25 april 75 zijn geworden. Bij leven was hij al een fenomeen en een legende en sinds zijn overlijden op 24 maart 2016 leeft hij voort in de harten van velen. Barbara en Frits Barend reisden af naar Barcelona voor een bijzonder gesprek met Jordi over zijn vader. Vader “Mijn vader had een geweldig charisma. Als hij er dan ineens niet meer is, ontstaat er een grote leegte. Mijn moeder voelt die leegte het meest. Tegelijk horen we elke dag mooie dingen over hem, dat sterkt ons ook wel weer. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik hem met iedereen moest delen. Hij was er altijd voor mij en mijn zussen, altijd. Mijn moeder had het gevoel dat ze hem moest delen wel. Eerst dacht ik als kind: waarom vraagt iedereen toch een handtekening aan m’n vader? Maar op een gegeven moment begreep ik het wel. Mijn vader was altijd heel toegankelijk, nam voor ieder kind de tijd. Ik heb dat nooit als vervelend ervaren, nooit het gevoel gehad dat ik hem moest delen of dat we minder aandacht kregen. Voor mijn moeder was het soms wel moeilijk. Soms kwamen ze ergens en werd alleen mijn vader aangesproken terwijl mijn moeder compleet werd genegeerd. Mijn moeder accepteerde dat nog wel, maar mijn vader kon zich ergeren aan dat gedrag. Omdat mijn vader in de voetballerij veel onderweg was, heeft mijn moeder een groot deel van de opvoeding voor haar rekening genomen. Ze vormden een team waarin mijn moeder voor de privébalans zorgde, omdat zij er elke dag was. Ik zou het ook mooi vinden als zij dingen over hen samen en over mijn vader vertelt, dingen waarvan ik vind dat die best openbaar mogen worden. Maar jullie weten het, mama verschijnt nooit in de publiciteit. Wat ik heel knap vond van mijn vader, was dat hij thuis echt onze vader was. Als we de sleutel in de deur hoorden, was hij geen voetballer of trainer meer, maar vader. Hij heeft het voetballen nooit mee naar huis genomen, de stress daarvan hebben we nooit thuis meegemaakt. Dat vind ik echt ongelooflijk. Ik kon dat als speler en zeker als trainer niet, ik denk ook dat bijna niemand dat kan. Zodra hij binnen was, was hij de vader. Zelfs toen hij ziek was, nam hij de zorgen daarover niet mee naar huis. Hij was altijd opgewekt, is altijd positief gebleven. En hij was heel erg van normen en waarden. Ik heb mijn vader alleen maar vrolijk en positief gezien. Hij had een aura om zich heen dat letterlijk licht gaf. Waar hij kwam, scheen het licht. Het is mede daarom ook heel moeilijk voor mijn moeder nu hij er niet meer is. Haar licht is letterlijk gedoofd, zegt ze. Nu moet ze het zelf laten schijnen en dat vindt ze ongelooflijk lastig. Het mooie is dat mama altijd een glimlach op haar gezicht krijgt als ze over papa praat. Ik heb dat ook, denk echt alleen met een glimlach aan hem. Hij was een bijzondere man, was gewoon lief en een goede vader, deed alles met de kinderen, had altijd energie, ging mee naar de dokter, naar sport, echt alles. En als hij thuiskwam na een lange dag en hij zag de kleinkinderen, dan was hij meteen de opa die met ze ging spelen. Hij was met de kleinkinderen nooit moe, had met onze kinderen zoveel energie. Voor hem was familie heel belangrijk, hij vond het heerlijk als hij met alle kinderen en kleinkinderen was. Als ik uit het buitenland even terug was in Barcelona en belde dat ik mee kwam eten, dan zag ik zijn stralende lach al als ik binnenkwam. En aan tafel zaten we elkaar ook alleen maar met die flauwe kleedkamergrappen te dollen. Vond-ie heerlijk. Hij was niet alleen een heel lieve, maar ook een strenge vader. En veeleisend. Buiten ons zakgeld kregen we niets extra’s. Dan vroeg ik een tientje en zei hij: ‘Oké, maar dan ook mijn auto wassen.’ Je kreeg niets, dat zal wel te maken hebben met zijn eigen jeugd. Hij zei dat een goede vader niet een vader is die alles geeft, maar een vader is die zijn kinderen voorbereidt op het echte leven. School was heilig voor hem. Als ik niet goed ging op school, mocht ik niet trainen. Als ik mijn best deed en een onvoldoende scoorde, dan was dat acceptabel. Maar als ik mijn best niet had gedaan, dan liet hij me niet gaan. Als ik zei dat ik me niet lekker voelde en niet naar school kon, dus school-ziek was, zei hij: ‘Oké, maar dan kun je vanmiddag ook niet trainen.’ Ik wist niet hoe snel ik me dan beter voelde. En hij zag ook precies wanneer ik het te makkelijk opnam. Dan zei hij na de warming-up: ‘Ik zie het al, het wordt niks vandaag, ik ga naar huis.’ Nou, dan deed ik de keer daarop echt wel een goede warming-up. Ik heb veel van zijn normen en waarden overgenomen, studie staat bij mij ook hoog in het vaandel. Mijn zoon studeert voor mechanisch engineer in Bristol en mijn dochter gaat nu ook studeren. Zelf ik heb ik ook twee studies gedaan.” Johan Jordi “Op 17 februari 1974 moest Barcelona uit tegen Real Madrid spelen. Barcelona had al tien jaar daar niet meer gewonnen en zegevierde met 5-0. Mijn vader was een van de doelpuntenmakers. Die wedstrijd wordt in Barcelona nog altijd gezien als de symbolische overwinning van de destijds nog onderdrukte Catalanen op de centralistische dictatuur van Franco. Ik zeg weleens als grap: ik ga alsnog een klacht indienen bij Barcelona dat ik speciaal voor die wedstrijd via een keizersnede acht dagen eerder uit de buik van mijn moeder ben gehaald. Het blijft een mooi verhaal, dat ik moest wijken voor een voetbalwedstrijd. 'Buiten ons zakgeld, kregen we niets extra's. Dan vroeg ik een tientje en zei hij: 'Oké, maar dan ook mijn auto wassen'. Dat zal wel te maken hebben met zijn eigen jeugd' Het was natuurlijk ook heel speciaal dat hij mij Johan Jordi noemde. De naam Jordi werd niet geaccepteerd in het Spanje van die tijd, want die naam werd in verband gebracht met de Catalaanse onafhankelijkheidsstrijd. ‘Het spijt me,’ zei mijn vader, ‘maar in zijn paspoort staat Johan Jordi dus je kijkt maar hoe je het oplost, want hij krijgt geen andere naam.’ Ik heet officieel Johan Jordi. Ik was de eerste officiële Jordi in Spanje. Dat v0nd ik mooi, mijn vader kennende heeft hij erover nagedacht, passend bij zijn rebelse karakter. En tegelijk zijn mijn moeder en ik heel blij dat mijn roepnaam niet Johan is.” Zoon van “Van mijn debuut bij Barcelona kan ik me nauwelijks iets herinneren. Mijn vader was van horen, zien en zwijgen. In de kleedkamer was ik niet zijn zoon, daarin was hij heel duidelijk. Ik zat bij gesprekken van spelers die teleurgesteld waren als ze niet speelden of anderszins weleens klaagden over de trainer. Dat hebben we thuis heel goed gescheiden kunnen houden, daarover spraken we niet. Ik weet nog dat ik moest invallen tegen Gijon, die wedstrijd verloren we overigens. De eerstvolgende thuiswedstrijd ging hij van huis en zei niets tegen mijn moeder. Mijn opa was er ook. Ik woonde nog thuis, maar ook tegen mij had hij niets gezegd. Ik zat in de kleedkamer en toen pas hoorde ik dat ik in de basis stond. Tijdens de wedstrijd liet ik me makkelijk vallen waarna we een penalty kregen en scoorde ook, we wonnen met 2-1. Gek dat ik me daar verder niet zo veel meer van herinner. Weet je wat ik me nog wel goed herinner? Er is een moment dat we begin 1988 samen voor het oog van allerlei camera’s wegliepen uit de Meer, nadat mijn vader zich gedwongen had gevoeld ontslag te nemen bij Ajax. Hij zei tegen me dat we moesten lachen. Ik was een jaar of veertien en zei: papa, ik moet huilen, ik vind dit zo erg voor je. ‘Nee,’ zei hij, ‘je moet lachen, we gunnen ze niet dat ze zien dat je bedroefd bent.’ En op die foto zie je ons glimlachen.” Helden Magazine 61 Het eerste gedeelte van het verhaal van Jordi Cruijff komt voort uit Helden Magazine 61. In deze editie lees je een uitgebreid interview met Kiki Bertens en Marit Bouwmeester. De mama’s in spé behoren tot de succesvolste sportvrouwen die Nederland ooit heeft gehad en staan nu voor een nieuwe uitdaging in hun leven. Ook spraken we Justin Bijlow en zijn vriendin, zij verwachten in juni hun eerste kindje. Het gaat de keeper van Feyenoord en Oranje voor de wind. Daarnaast is Jurriën Timber onomstreden in de verdediging bij Ajax en Oranje. Een gesprek over zijn moeder, tweelingbroer Quinten, Curaçao en Louis van Gaal. Ook spraken we met Emma Oosterwegel over haar geheim, hoort Tallon Griekspoor er nu echt bij én behoort Sebastian Langeveld tot de beste Nederlandse klassiekerrenners van het peleton. Joey & Henk Veerman zijn oud-teamgenoten, vrienden en plaatsgenoten. De Volendammers gingen het gesprek aan over onder meer hun vriendschap en transfers. Bovendien een bijzonder interview met Stig Broeckx, de oud-wielrenner lag maandenlang in diepe coma en was gedoemd een kasplantje te worden, maar stond letterlijk weer op. Verder was Gijs van Lennep een succesvolle autocoureur in de jaren zestig en zeventig. Reist Youri Zoon al negentien jaar als kitesurfer de wereld over en gaat nu een nieuwe uitdaging in zijn leven aan: de triatlon. Blikten we terug met Hennie Kuiper op zijn imposante wielercarrière én met Matthijs Büchli en Laurine van Riessen terug op de Spelen in Tokio. Victoria Koblenko trekt een sprintje met 400 meterloper Liemarvin Bonevacia én Jill Roord staat in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij David Leeuw met zijn gezin. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 61 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Lionel Messi: Een Rolls-Royce met Frans kenteken

Het was een bewogen jaar voor Lionel Messi. Hij [...]
Het was een bewogen jaar voor Lionel Messi. Hij won op zijn 34ste zijn eerste hoofdprijs met Argentinië. Een maand later vertrok hij in tranen van het in financiële nood verkerende Barcelona naar Paris Saint-Germain. Onlangs kreeg hij voor de zevende keer de Ballon d’Or uitgereikt. We blikken terug met Ronald Koeman, Henk ten Cate, Giovanni van Bronckhorst, Ruud Gullit, Edwin Winkels en Ron Vlaar. De vreugdetranen van een maand eerder, toen hij met Argentinië de Copa América, de Zuid-Amerikaanse tegenhanger van het EK, had gewonnen en zijn land voor het eerst een hoofdprijs had bezorgd, waren net opgedroogd. De tranen van 8 augustus verraadden groot verdriet. Zelfs voor Lionel Messi, volgens velen de beste voetballer ooit, bleek er geen weg meer terug. Na 778 officiële duels voor Barcelona, waarin hij 672 keer scoorde, tien landstitels en vier Champions League-zeges vierde, moest hij de club verlaten waarvoor hij in februari 2001 op zijn dertiende samen met zijn familie geboorteland Argentinië had verlaten. De financiële problemen van Barça bleken zo groot – alleen al in het seizoen 2020/2021 werd een verlies van een half miljard geleden – dat de club genoodzaakt was hem te laten gaan. Messi vond op zijn 34ste onderdak bij Paris Saint-Germain. Al snel was er kritiek. De Messi die ze de eerste maanden in Parijs voorgeschoteld kregen, leek niet op de Messi die iedereen liet watertanden in Barcelona. Kritiek was er ook toen hij eind november voor de zevende keer de Ballon d’Or overhandigd kreeg. Hij heeft nu twee Gouden Ballen meer dan zijn rivaal Cristiano Ronaldo, maar velen vonden dat Bayern München-spits Robert Lewandowski meer aanspraak maakte op de titel beste voetballer van de wereld. Kortom, het was een bewogen jaar voor Lionel Messi. Klote dag “Messi is met afstand de beste speler met wie ik als trainer te maken heb gehad,” zegt Ronald Koeman, die vorig seizoen met Lionel Messi werkte bij Barcelona. “Alles wat je een jonge voetballer zou willen leren, beheerst hij. Messi heeft een geweldig inzicht, een absolute controle over de bal, een geweldige eerste aanname. Elke bal speelt hij precies met de juiste snelheid en hij heeft voortdurend oog voor de situatie om hem heen. Messi heeft geen trainer nodig. Als coach moet je niet anders doen dan het elftal om hem heen bouwen, zodat hij zijn acties kan maken. Dus moet je spelers om hem heen zetten die lopen en ruimtes maken. En niet te veel spelers die de bal ook graag hebben.” Koeman zag van nabij hoe goed Messi zich dag in dag uit verzorgde. Het is de reden dat hij zo weinig geblesseerd is. “Hij was heel consciëntieus aan het werk in de gym, deed heel nauwgezet oefeningen om fit te blijven. En hij speelde alles, klaagde nooit. Hij is een echte winnaar. Elk spelletje dat we speelden op de training wilde hij winnen. Iedere kans benutte hij. Als het moest, deed hij het met een prachtig lobje, maar het liefst scoorde hij zo zakelijk mogelijk. Als die bal maar zat. En hij is ook een teampeler. Als een medespeler er beter voor stond, speelde hij hem altijd af. Dat is ook een bewijs van bijzondere klasse.” Volgens Koeman is Messi als voetballer te vergelijken met Johan Cruijff, die in de jaren zeventig Ajax, Oranje en Barcelona bij de hand nam. “In het voelen van de ruimtes om hen heen, het wachten wanneer ze de bal moeten spelen en vooral met welke snelheid; daarin leken ze op elkaar. Ze hadden ook allebei de bal heel kort aan de voet. Johan had net als Messi ook ogen in z’n achterhoofd. Doordat ze steeds wisten wat er achter hen gebeurde, konden ze tegelijkertijd andere spelers aansturen. En dan het anticiperen. Messi beslist zo snel als een verdediger een voet ergens tussen zet. Dat had Johan ook.” Net nadat Koeman in de zomer van 2020 werd aangesteld als trainer van Barcelona maakte Messi bekend dat hij wilde vertrekken. “Hij was een beetje klaar met de club, vond dat afspraken niet waren nagekomen en liet duidelijk merken dat hij geen elftal zag waarmee hij prijzen kon winnen. Ik ben bij Messi thuis geweest om te vertellen hoe ik zijn rol zag als hij zou blijven. Wat we daar verder hebben besproken, is iets tussen hem en mij. Ik had een goede band met hem, vond het heel prettig werken met hem. Ik betrok hem ook bij mijn ideeën over het elftal en vroeg hem ook wel hoe en waar hij zelf het liefst speelde. In dat jaar heb ik zowel op de training als op de bank heel vaak van hem genoten.” In de zomer van 2021 vertrok Messi bij Barcelona, gedwongen door de financiële nood bij de club. Het maakte het werk van Koeman – die eind oktober werd ontslagen – als trainer ook meteen een stuk moeilijker. “Messi heeft me niet persoonlijk verteld dat hij wegging. Ik was aanwezig bij die persconferentie waar hij afscheid nam, maar toen was het zo druk dat er geen mogelijkheid was voor een persoonlijk afscheid. Dat is ook geen probleem. Het was voor de club, voor mij, voor iedereen een enorme klap dat hij Barcelona verliet. Dat was een klote dag. Niet alleen de mens Messi nam na zoveel jaren afscheid van Barcelona, je leverde als club ook zo’n veertig doelpunten en ik-weet-niet-hoeveel assists per seizoen in. Als ik terugkijk, denk ik dat we op basis van respect hebben samengewerkt, zowel van hem naar mij als van mij naar hem.” Eigenwijs Henk ten Cate vormde met Frank Rijkaard de technische leiding bij Barcelona toen Messi op 16 november 2003 zijn debuut maakte in het eerste elftal. Hij was toen zestien jaar, vier maanden en 23 dagen oud. “We waren tijdens een interlandweek uitgenodigd voor de opening van het nieuwe stadion van FC Porto, moesten de selectie noodgedwongen aanvullen met jeugdspelers. We hadden gehoord dat er bij het derde team een bijzonder talent speelde. Barça C speelde in dorpen rondom Barcelona tegen ploegen met van die geslepen oud-profs. Bovendien speelden ze destijds nog veel op gravel. Messi kreeg de ene na de andere doodschop, hoorden we. 'Ten Cate: 'Uiteindelijk moesten we noodgedwongen beslissen om Messi buiten de selectie te laten voor de Champions League-finale. O, wat was-ie boos! Oi, oi, oi!' Helden Magazine 60 Het eerste gedeelte van het verhaal over Lionel Messi komt voort uit Helden Magazine 60. Deze editie staat voor een groot deel in het teken van de Olympische Spelen, waar Golden Girl Suzanne Schulting vier jaar geleden ‘zomaar’ olympisch kampioen werd en nu de favoriet is op elke afstand. In Helden Magazine 60 lees je een uitgebreid interview met succesvolste Nederlandse olympiër, Ireen Wüst. Ook spraken we Thomas Krol over onder meer zijn transformatie en Kjeld Nuis. Krijgt Sven Kramer in aanloop naar zijn laatste Spelen tien stellingen voorgelegd, spreken we met Antoinette de Jong over trouwen en een nieuwe koers én lacht het leven Irene Schouten toe, al weet ze ook maar al te goed hoe de andere kant van de medaille eruitziet. Ook in Helden Magazine 60 wist Botic van de Zandschulp in 2021 de sprong naar de top honderd te maken, maar dat is pas het begin voor de 26-jarige tennisser. Een gesprek met Peter Bosz over stress, Ajax en zijn ambitie om op een dag bondscoach te worden. Naast speler van Atalanta Bergamo en Oranje is Marten de Roon ook influencer. Op basis van 10 social media-posts gingen wij het gesprek met de voetballer aan. Verder zijn Chris Vos en Lisa Bunschoten de beste paralympische snowboarders van Nederland. In aanloop naar de Paralympics gingen we bij hen langs én een reconstructie van het olympisch goud op de 1000 meter met Gerard van Velde. Victoria Koblenko probeert daarnaast Jorden van Foreest schaakmat te zetten én Samantha van Diemen staat in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij De Liefdesbrief. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 60 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Samantha van Diemen: Nieuw bloed van Oranje

Samantha van Diemen (19) maakte vorig seizoen de [...]
Samantha van Diemen (19) maakte vorig seizoen de overstap van Ajax naar Feyenoord en werd vervolgens de eerste Feyenoorder ooit bij de Oranjevrouwen. We nodigden het talent uit voor een rondleiding in het Rijksmuseum voor de serie Leeuwinnen in het Rijks en stonden stil bij Kasteel Bentheim, van Jacob Isaacksz. van Ruisdael. “Kasteel Bentheim staat er nog steeds, in het Duits-Nederlandse grensgebied,” zegt rondleider Robert Uterwijk over het gelijknamige schilderij van Jacob Isaacksz. van Ruisdael. Oranjeleeuwin Samantha van Diemen luistert aandachtig naar de uitleg. Robert vervolgt: “Maar zulke hoge bergen als Ruisdael hier schildert, zijn daar niet te vinden. En op de voorgrond zie je wild water stromen met een omgevallen boom. Dat is er in werkelijkheid ook niet. Fantasie en werkelijkheid lopen dus door elkaar heen. Hij maakte wel meer dan twintig schilderijen van het kasteel, elk in een ander berglandschap. De omgevallen boom zegt ook veel over Ruisdael. Hij laat in zijn schilderijen altijd iets zien, in dit geval de boom, dat vervallen is. Vaak zie je dan ook iets jong groens terugkomen, dat staat voor de vernieuwing in het leven. Hij keek op een holistische manier naar de natuur, die zich continu vernieuwt. De rivier staat in zijn schilderij voor de stroom van het leven. Het laat zien dat je niet weet waar je precies heen gaat en wat er gaat komen. Ook weet je niet wat er achter de heuvel is. Het heeft een verrassingseffect.” Appje Jij zorgde ook voor een verrassingseffect, door eind november op je negentiende je debuut te maken bij de Oranjevrouwen in een oefen­wedstrijd tegen Japan. “Ik had net de overstap gemaakt van Oranje onder 19 naar Oranje onder 23. Dat was voor mij al een nieuwe uitdaging. Bij Jong Oranje speelde ik alles, dat was al iets wat ik niet had verwacht. Ineens mocht ik doorschuiven naar het grote Oranje. Bondscoach Mark Parsons wilde een aantal ervaren meiden rust geven en nieuwe speelsters een kans geven. Het was zo onverwachts. Normaal word je opgeroepen en dan zit je de eerste wedstrijden op de bank, ik mocht ook direct debuteren in de basis. In plaats van een wedstrijd met Jong Oranje tegen België speelde ik met de Oranjeleeuwinnen tegen Japan. Ik werd meteen in het diepe gegooid.” 'Mijn vader zei: 'Tja, eigenlijk ben jij een ongelukje.' Daar maat ik nu vaak grappen over: ik ben in ieder geval wel een goed ongelukje' Waar dacht je aan toen je daar in de line­up stond en het volkslied hoorde? “Ik ben eigenlijk altijd heel rustig en nuchter, dus ik was niet echt nerveus. Het was natuurlijk wel iets waar ik als jong meisje van droomde en over fantaseerde. Ineens kwam dat uit.” Hoe was het om in een team terecht te komen met sterren als Vivianne Miedema en Lieke Martens? “Natuurlijk is het bijzonder, maar omdat ik zo in het voetbalwereldje zit, ken ik de meeste speelsters al. En ik speelde ook met Sherida Spitse en Stefanie van der Gragt bij Ajax, dus zo nieuw was het uiteindelijk niet.” Heb je al met bondscoach Mark Parsons gesproken? “Ja. Na de wedstrijd stuurde hij me nog een appje: ‘Goed gedaan!’ En ook voor de Klassieker in december appte hij me.” Gaf hij je nog adviezen mee na de wedstrijd? “Dat niet echt. Ik speelde als rechterverdediger, terwijl ik normaal gesproken als centrale verdediger sta opgesteld. De bondscoach zei daarom vooral: ‘Maak je niet te druk, als je hard werkt dan vinden we dat al goed.’ Het was fijn dat er niet meteen veel druk op me werd gelegd.” Helden Magazine 60 Het eerste gedeelte van het verhaal van Samantha van Diemen komt voort uit Helden Magazine 60. Deze editie staat voor een groot deel in het teken van de Olympische Spelen, waar Golden Girl Suzanne Schulting vier jaar geleden ‘zomaar’ olympisch kampioen werd en nu de favoriet is op elke afstand. In Helden Magazine 60 lees je een uitgebreid interview met succesvolste Nederlandse olympiër, Ireen Wüst. Ook spraken we Thomas Krol over onder meer zijn transformatie en Kjeld Nuis. Krijgt Sven Kramer in aanloop naar zijn laatste Spelen tien stellingen voorgelegd, spreken we met Antoinette de Jong over trouwen en een nieuwe koers én lacht het leven Irene Schouten toe, al weet ze ook maar al te goed hoe de andere kant van de medaille eruitziet. Ook in Helden Magazine 60 wist Botic van de Zandschulp in 2021 de sprong naar de top honderd te maken, maar dat is pas het begin voor de 26-jarige tennisser. Een gesprek met Peter Bosz over stress, Ajax en zijn ambitie om op een dag bondscoach te worden. Naast speler van Atalanta Bergamo en Oranje is Marten de Roon ook influencer. Op basis van 10 social media-posts gingen wij het gesprek met de voetballer aan. En hoe goed is Lionel Messi nog? We vroegen het aan Ronald Koeman, Henk ten Cate, Ruud Gullit, Giovanni van Bronckhorst, Ron Vlaar en Edwin Winkels. Verder zijn Chris Vos en Lisa Bunschoten de beste paralympische snowboarders van Nederland. In aanloop naar de Paralympics gingen we bij hen langs, een reconstructie van het olympisch goud op de 1000 meter met Gerard van Veldeén Victoria Koblenko probeert daarnaast Jorden van Foreest schaakmat te zetten. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 60 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Peter Bosz: Baas Bosz

Peter Bosz stond aan het roer van onder meer [...]
Peter Bosz stond aan het roer van onder meer Vitesse, Ajax, Maccabi Tel Aviv, Borussia Dortmund en Bayer Leverkusen. Sinds afgelopen zomer leidt hij Olympique Lyon. We reisden af voor een gesprek met de eerste Nederlandse trainer in Frankrijk ooit over het trainersvak, zijn carrière en een toekomstig bondscoachschap. Nog maar twee Nederlandse trainers leiden een aansprekende club in Europa: Peter Bosz en Giovanni van Bronckhorst. Juist die twee troffen elkaar in december in de laatste poulewedstrijd van de Europa League tussen hun clubs Olympique Lyon en Glasgow Rangers. Ze waren al geplaatst, speelden 1-1 en dronken na afloop bij Bosz op kantoor een mooi glas wijn. Peter Bosz: “Dat heb ik van Ronald Koeman geleerd uit zijn tijd bij Southampton. Na de wedstrijd nodigde hij de trainer van de tegenstander uit om onder het genot van een glas wijn even een kwartiertje bij te praten. We zijn dan wel tegenstanders en doen soms verhit tegen elkaar, maar uiteindelijk zijn we ook collega’s. Zo’n ontmoeting kan heel verhelderend werken. Het is toch bijzonder dat Gio en ik allebei Nederlander zijn, elkaar kennen en dat we beiden ook nog wat Nederlanders in de staf hebben.” Heb je een verklaring waarom nog maar twee Nederlanders een grote Europese club trainen? “Ik denk dat het een afspiegeling is van wat het nationale elftal presteert. Spanje en Duitsland doen het goed, en dat zie je terug in het aantal trainers in grote competities.” Hoezeer is het trainersvak veranderd sinds jouw eerste klus bij AGOVV in 2000? “Vooral door social media is het vak veranderd. De omgangsnormen verruwen. Vroeger moest je wachten op de krant en één keer in de week kwam Voetbal International uit, nu komt alles meteen naar buiten. De wereld is sneller, maar vooral ook harder geworden en dat maakt het werk zwaarder. Volgens mij worden trainers ook sneller ontslagen. Bij echte topclubs zie je nog wel een zekere continuïteit, maar vlak onder de top worden trainers heel snel ingewisseld en is het een uitzondering als een trainer het anderhalf jaar volhoudt. Bovendien is de aanwas enorm groot. Trainers als Phillip Cocu en Frank de Boer zitten nu zonder club. Ik kan niet oordelen over hun werkwijze, maar zij hebben het bij PSV en Ajax goed gedaan. Toch waren ze daarna snel weg bij hun volgende clubs. Zonder een waarde-oordeel te geven, wordt het vinden van een nieuwe club dan ook steeds moeilijker.” Wesley Sneijder is gestopt met de trainerscursus, ruw samengevat omdat hij er niet veel wijzer van werd. “Hoezo weet hij al na een paar maanden dat de cursus niet bij hem past? Er zijn wel meer oud-voetballers geweest die eigenlijk vinden dat ze het diploma moeten krijgen. Daar ben ik het helemaal niet mee eens. Het trainersvak is heel anders dan je als voetballer denkt. Het is een voordeel als je op hoog niveau hebt gevoetbald, maar geen garantie dat je dan ook een goede trainer bent. Daarom is er de cursus.” Offers Je bent pas de eerste Nederlandse trainer in Frankrijk. Hoe werd je benaderd? “We waren met de hele staf met wie ik tot maart vorig jaar bij Bayer Leverkusen had gewerkt – Hendrie Krüzen, Rob Maas en fysiek trainer Terry Peters – op vakantie op Curaçao toen ik op een woensdag in juni een appje kreeg van de algemeen directeur van Lyon met het verzoek of we konden bellen. Natuurlijk, zei ik. De volgende dag regelden ze een videocall tussen de voorzitter, de technisch directeur, de algemeen directeur en mij. Aan het einde van een gesprek van ruim anderhalf uur zei de voorzitter: ‘Als het aan mij ligt, word je onze trainer, want ik vond het een heel goed gesprek. En weet je wie dat beslist? Ik.’ 'Voordat we de bus instapten, heb ik Nouri bij me geroepen. Hij zei: 'Nee hè, trainer?' Ik zei: Ja. Hij begon als een kleine jongen te huilen. Dat zijn zulke moeilijke beslissingen' Een dag later wachtte in Lyon technisch directeur Juninho met zijn dochter me op en zijn we naar de club gereden waar ik kennismaakte met de algemeen directeur en de voorzitter. We waren er snel uit. Op zaterdag werd ik officieel gepresenteerd. Zondag ben ik via Amsterdam teruggevlogen naar Curaçao en heb nog tien dagen vakantie gevierd. Op Curaçao zijn we meteen al wedstrijden gaan bekijken en spelers gaan analyseren. Wij doen alsof dat heel normaal is, maar voor je partner is het eigenlijk heel zwaar dat je ook op je vakantie weer bezig bent met je werk. In vijf jaar tijd zijn mijn vriendin Jolyn en ik van Almelo, naar Tel Aviv, Vinkeveen, Dortmund, Apeldoorn, Düsseldorf en nu naar Lyon verhuisd. Trainers zijn hele dagen aan het werk, maar je partner moet elke keer een nieuw leven opbouwen en proberen nieuwe vrienden te vinden. Dan heeft ze vrienden gemaakt en verhuizen we weer. Het zijn heel zware offers. Ik ben nu 58 en denk daarom niet dat ik tot mijn zeventigste trainer wil blijven.” Steeds meer mensen in de topsport erkennen dat ze moeite hebben met stress. Hoe is dat voor trainers? “Iedere trainer heeft stress. Ik heb voor mezelf geleerd daarmee om te gaan, maar voor je directe omgeving is het veel zwaarder. Mijn vader, die vorig jaar is overleden, keek niet naar mijn wedstrijden omdat hij de spanning niet aankon, dan ging hij een blokje om. Mijn moeder ziet alles, maar heeft het elke wedstrijd heel zwaar, net als mijn vriendin. Ze zat op de tribune tijdens de wedstrijd tegen Olympique Marseille die al na drie minuten werd gestaakt nadat er bij het nemen van een corner een flesje werd gegooid dat Dimitri Payet van Marseille vol raakte. Ze heeft wel humor, want toen ze me na de wedstrijd zag, bood ze excuus aan voor het gooien van een flesje. ‘Sorry Peter,’ zei ze, ‘had ik niet moeten doen.’ Als trainer heb je dingen in de hand, maar voor je naasten thuis is het vaak ondraaglijk.” Helden Magazine 60 Het eerste gedeelte van het verhaal van Peter Bosz komt voort uit Helden Magazine 60. Deze editie staat voor een groot deel in het teken van de Olympische Spelen. Waar Golden Girl Suzanne Schulting vier jaar geleden ‘zomaar’ olympisch kampioen werd en nu de favoriet is op elke afstand. In Helden Magazine 60 lees je een uitgebreid interview met succesvolste Nederlandse olympiër, Ireen Wüst. Ook spraken we Thomas Krol over onder meer zijn transformatie en Kjeld Nuis. Krijgt Sven Kramer in aanloop naar zijn laatste Spelen tien stellingen voorgelegd, spreken we met Antoinette de Jong over trouwen en een nieuwe koers én lacht het leven Irene Schouten toe, al weet ze ook maar al te goed hoe de andere kant van de medaille eruitziet. Ook in Helden Magazine 60 wist Botic van de Zandschulp in 2021 de sprong naar de top honderd te maken, maar dat is pas het begin voor de 26-jarige tennisser. Naast speler van Atalanta Bergamo en Oranje is Marten de Roon ook influencer. Op basis van 10 social media-posts gingen wij het gesprek met de voetballer aan. En hoe goed is Lionel Messi nog? We vroegen het aan Ronald Koeman, Henk ten Cate, Ruud Gullit, Giovanni van Bronckhorst, Ron Vlaar en Edwin Winkels. Verder zijn Chris Vos en Lisa Bunschoten de beste paralympische snowboarders van Nederland. In aanloop naar de Paralympics gingen we bij hen langs én een reconstructie van het olympisch goud op de 1000 meter met Gerard van Velde. Victoria Koblenko probeert daarnaast Jorden van Foreest schaakmat te zetten én Samantha van Diemen staat in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij De Liefdesbrief. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 60 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Marten de Roon: ‘Ik voel me geen vreemde eend’

Marten de Roon (30) staat niet alleen bekend als [...]
Marten de Roon (30) staat niet alleen bekend als middenvelder van Atalanta Bergamo en het Nederlands elftal, maar er schuilt ook een influencer in hem. Op social media drijft hij graag de spot met zichzelf. Wij bespraken zijn leven aan de hand van tien van zijn posts: “Van Gaal snapte dat ik me echt een buitenbeentje voelde.” 12 december 2021 “Op het moment dat Max Verstappen wereldkampioen werd, wilde iedereen op social media laten zien dat hij of zij er ook bij was. Veel mensen plaatsten foto’s met Max. Ik zette deze foto online om daar een beetje de draak mee te steken. Ik vind het leuk om een beetje te prikkelen. Een paar jaar geleden sprak ik Joost Hofman, een vriend die in de socialmediawereld werkzaam is. We kwamen tot de con­clusie dat iedereen op Twitter en Instagram hetzelfde doet, dat vond ik maar saai. Ik wilde het graag over een andere boeg gooien, maar wel dicht bij mezelf blijven. Ik ben iemand met zelfspot, vind dat de leukste humor die er is. Daarom drijf ik in veel posts de spot met mezelf. Meestal sta je als voetballer lelijk op foto’s, ik wil die eerlijkheid en oprechtheid laten zien in plaats van altijd maar die perfecte foto’s die voorbijkomen. Op de foto zie je me juichen na een goal van mijn ploeggenoot Teun Koopmeiners. Dat ik daar niet bepaald mooi op sta, vind ik juist oprechtheid uitstralen. Je ziet dat ik blij ben. Lachend: “Maar misschien ben ik ook gewoon minder knap en foto­geniek dan de rest. Mijn vrouw zegt altijd: ‘Je moet iets vaker je haar doen, hoor.’ Dan zeg ik: we zijn getrouwd en hebben drie kinderen, voor wie doe ik het nog? De jongens in mijn team zeggen altijd: ‘Eén keer in de vijf weken zit je haar goed: nadat je bij de kapper bent geweest.’ 'Mijn vrouw zegt altijd: 'Je moet vaker je haar doen, hoor.' Dan zeg ik: We zijn getrouwd en hebben drie kinderen, voor wie doe ik het nog?' De voetbalwereld wordt vaak als een perfecte wereld gezien. We hebben zogenaamd een perfect leventje, gaan een beetje trainen, hebben mooie auto’s, mooie kleding, veel te besteden. Maar wij zijn ook normale mensen, we kunnen misschien iets beter voetballen dan een gemiddeld persoon, maar na een trai­ning ga ik ook gewoon naar huis en snuit de neuzen van m’n dochters. Ik wil laten zien: wij voetballers zijn net als de rest, we kunnen alleen één ding iets beter dan anderen. Ik spot in mijn posts ook graag een beetje met het voetbal­ wereldje, juist omdat dat iets teweegbrengt. Er wordt al snel gesproken over het verliezen van respect als je een geintje uit­ haalt, maar ik vind dat het moet kunnen, tot op een bepaalde hoogte. Drie jaar geleden had ik een meme geplaatst van een speler met ‘his weekend’, en daaronder ‘his monday’. Terwijl wij juichten, stond die tegenstander er precies voor met een gezicht als een oorwurm. Ik had het berichtje geplaatst, en twee dagen later kreeg ik een appje van onze aanvoerder. Hij had weer een berichtje gekregen van de aanvoerder van onze tegen­stander met de vraag of ik die post wilde verwijderen. Hij vond het ontzettend respectloos. In het American football doen ze alleen maar aan leuke plagerijtjes, in het veld en daarbuiten, ook online. Maar in de voetbalwereld verlies je daar blijkbaar respect mee. Laat ik het zo zeggen: de voetbalwereld loopt qua ironie, spot en zelfspot achter. In Italië loopt op dat vlak de voetbalwereld vijftien jaar achter.” 16 september 2019 “Al drie jaar op rij spelen we met Atalanta Bergamo in de Champions League. Een groot deel van ons succes is te danken aan onze coach Gian Piero Gasperini. Na drie jaar Heerenveen kwam ik in 2015 bij Atalanta terecht. Ik had in Italië een goed eerste jaar, maar we speelden met de mentaliteit: als we de uitwedstrijden verliezen is het niet zo erg, als we thuis maar punten kunnen pakken. We waren een club uit het rechterrijtje en speelden om niet te degraderen. Ik wilde iets anders proberen en werd verkocht aan Middles­brough in Engeland. Daar ging het wat minder dan ik had gehoopt. In 2017 keerde ik terug bij Atalanta, onze coach Gasperini was een jaar eerder gekomen. Sinds zijn komst spelen we om te winnen, ook als we uit spelen tegen Juventus of Internazionale. We gaan ernaartoe met een plan, en weten: als we dit doen, dan winnen we. Natuurlijk heeft Gasperini zijn tactische en technische trainingen waarmee hij spelers beter maakt, maar de mentaliteitsverandering is het belangrijkst geweest. Gasperini is iemand die veel praat, we hebben soms sessies die eindeloos duren. Hij hamert op ieder detail, ziet alles, is overal mee bezig. Maar de grootste veranderingen voerde hij door in de trainingen. Die zijn zo zwaar dat je soms denkt: is dit wel gezond? De eerste paar maanden na mijn terugkeer bij Atalanta heb ik heel veel moeite gehad om aan te haken. Ik stond met spierpijn op het veld. Het is hem gelukt die mentaliteit erin te pompen, Gasperini kreeg de club achter zich en wist ook de juiste spelers bij elkaar te verzamelen. Onze ploeg is al een paar jaar nagenoeg het­ zelfde, ieder seizoen worden er maar één of twee spelers voor maximale bedragen verkocht, dat is het. De kern is al zo’n vier jaar bij elkaar. Dat maakt het ook vertrouwd. Sinds 2019 zijn wij een beetje een verrassingsploeg. In 2020 stonden we op het randje van de halve finale van de Champi­ons League, we verloren in de laatste minuut van Paris Saint­ Germain. Wij zijn harde werkers, maar spelen ook heel aanval­lend en met lef. Soms pakt dat offensieve verkeerd uit, zeker tegen Europese topploegen. Dit seizoen lukte het ons net niet te overwinteren in de Champions League. We voelen het respect in Europa en Italië. Een paar jaar geleden dachten ploegen uit de onderste regionen nog: tegen Juventus hangen we lekker met onze kont in het eigen zestienmeter­ gebied en we hopen dat hij een keer aan de andere kant valt. Nu zie je meer coaches denken: Atalanta is een voorbeeld, wij kunnen dat met onze ploeg ook. Maar omdat we al drie jaar in de top drie eindigen en de Champions League­plek wegkapen van andere grote ploegen, zien ze ons in Italië ook wel als een blok aan het been. Ze heb­ben respect voor ons, maar zien ons stiekem ook gewoon weer graag in het rechterrijtje terug.” Gasperini noemde jou de ideale klusjesman van zijn team... Lachend: “Dat bedoelde hij positief, dat ik op meerdere plek­ ken uit de voeten kan. Ik heb bij hem ook in de verdediging gespeeld. Hij zei: ‘In geval van nood kan ik Marten nog als keeper gebruiken.’ Hij heeft veel vertrouwen in mij en waar­deert me, dat laat hij ook blijken. Dat is fijn. Maar niemand is heilig bij Gasperini. Je kunt de allerbeste zijn, maar als jij niet doet wat hij vraagt of je toont geen maximale inzet, dan kun je gaan. Er is geen ruimte voor ego’s en vedettes. Dat is de kracht van ons team.” 10 juni 2021 “In aanloop naar het EK was er veel kritiek op mij. Ik was niet goed genoeg. Deze post was een kleine sneer: ik sta hier wel mooi, daar ben ik heel trots op, ik ben ook gewoon een goede voetballer. Ik wilde laten zien: er schuilt meer achter deze jon­ gen met zelfspot op Instagram, ik ben ook een speler van het Nederlands elftal die het goed doet. Meestal doet kritiek niet veel met me, ik vind het vaak verve­ lender voor mijn familie en gezin. Mijn ouders, twee zussen en mijn vrouw krijgen soms wat meer mee. Ik zeg altijd tegen ze: het is niet erg, iedereen heeft een mening. Maar zij zien wat ik ervoor doe en laat. Zij zien het op dat moment als een persoonlijk aanval en niet als kritiek op Marten de voetballer. Zij denken: waarom zitten ze mijn zoon, broer of echtgenoot uit te kafferen, zo is hij helemaal niet, gister zat hij nog paardje te spelen met zijn kinderen. Dat is wat zij moeilijk vinden. Een mening is soms ook scoren over iemands rug. Dat noem ik ook geen journalistiek, dat is vermaak, entertainment. En dat gaat soms te ver. Dat gevoel had ik soms in die fase bij het Neder­ lands elftal.” Hadden je ouders liever gewild dat jij je studie bedrijfs­ kunde had afgemaakt? “Nee hoor, dat niet. Het grootste minpunt voor mijn ouders is dat wij in Italië wonen en ons niet zo vaak kunnen zien als ze zouden willen. Maar ze hebben er wel heel erg op gehamerd dat ik mijn vwo af zou maken. Dan had ik iets achter de hand. Toen dat was gelukt, zat ik nog steeds in de A1 van Sparta en ben ik begonnen met de studie bedrijfskunde. Ik wist op dat moment ook niet of ik zou slagen als voetballer. Maar een half jaar later werd ik bij het eerste gehaald, toen heb ik mijn studie in overleg met mijn ouders stopgezet. Mijn vader zei: ‘Het is iets unieks wat je kan proberen, iets dat niet voor iedereen is weggelegd.’ Gelukkig pakte dat goed uit.” Je bent ‘more than just a face and a nice character’. Mis jij soms ook een intellectuele uitdaging? “Absoluut. Ik heb veel vrienden die hebben gestudeerd. Zeker in de periode dat zij in de studiebanken op de universiteit zaten, voerden zij discussies die mij soms boven de pet gin­ gen. Ik had weinig in te brengen, de intellectuele input die ik dagelijks kreeg, was vrij beperkt. Op andere gebieden vind ik juist dat je als voetballer enorm kunt groeien: op het gebied van cultuur, in volwassen worden, noem maar op. Maar als voet­ baller heb je het wel vaak over dezelfde dingen. Nu probeer ik diepgang in andere dingen te zoeken. Zo ben ik vijf maan­ den geleden begonnen met schaken, ik lees veel schaakboeken, daarbij gebruik je je hersenen wel. Ik voel me ook geen vreemde eend in de bijt in de voetbal­ wereld, er zijn veel meer spelers die afleiding op ander gebied zoeken. Ik schaak online veel met Daley Blind, Davy Klaassen en Nathan Aké.” Lachend: “Maar ik ben vooralsnog de beste van ons vier, hoor. De meeste spelers doen er iets naast. Davy vertelde dat hij David Neres in de kleedkamer van Ajax ook zag schaken. Van hem had hij het niet verwacht. Cody Gakpo schaakt ook, en zo zijn er vast veel meer. De een schaakt, de ander speelt piano en weer een ander volgt een talencursus. Iedereen is wel bezig met iets naast het voetbal. Maar dat verbloemt de voetbalwereld soms. De mens erachter zie je niet zo vaak.” 11 november 2020 Lachend: “Ik heb bij Sparta een heel fijne coach gehad, hoor, die zette me niet vaak op de bank. Tot mijn veertiende zat ik in de jeugdopleiding bij Feyenoord, ik was een vrij groot talent, tot ik met blessures te maken kreeg. In een jaar tijd was ik veertien centimeter gegroeid en ik kreeg last van mijn knieën. Ik zat in de knoop met mijn lichaam, daarom ben ik bij Feyenoord weggestuurd, niet omdat ik niet goed genoeg was. Ik heb er in die tijd ook over nagedacht om naar een ama­ teurclub te gaan. Daar speelden mijn vrienden, zij hadden een ander leven, dat zag ik ook wel zitten. Ik zat op een LOOT­ school voor topsporters en was alleen maar met voetbal bezig, ik vond het beperkt. Mijn geluk is geweest dat ik na Feyenoord naar Sparta kon en naar de plaatselijke middelbare school in Zwijndrecht. Ik kwam weer bij vrienden in de klas, die combi­ natie van voetbal en een normaler schoolleven deed me goed. Daardoor kreeg ik het plezier ook weer terug in het voetbal en verdiende ik een transfer naar Heerenveen. In Heerenveen ging het redelijk, maar niet zo goed dat ik de stap heb kunnen maken naar een van de topclubs in Neder­ land. Ik was daar ook niet klaar voor. Ik kon me altijd wel mak­ kelijk aanpassen, dus ik geloof wel dat ik het er had gered, maar ik had me niet dusdanig in de picture gespeeld dat ik het ook verdiende. Mijn grootste ontwikkeling heb ik doorgemaakt bij Atalanta.” Hoe komt een jongen van Heerenveen bij Atalanta Bergamo terecht? Lachend: “Dat was ook mijn eerste vraag. Ik moest googe­ len naar de club. Tussen 2006 en 2015 waren ze twee of drie keer gedegradeerd. Ik kende Atalanta niet, had geen idee waar Bergamo lag. Mijn zaakwaarnemer Kees Ploegsma belde me en vroeg: ‘Lust je pasta?’ De technisch directeur en scout waren blijkbaar veel in Nederland geweest. Dat zijn ze overigens nu ook wekelijks, ze zoeken altijd naar Nederlandse spelers. Het bleek dat ze mij een seizoen lang gevolgd hadden en graag wil­ den hebben. Ik zat drie jaar bij Heerenveen, al aanvoerder, en alles ging een beetje vanzelf. Werd niet echt meer geprikkeld en dacht: het is misschien best leuk om het avontuur aan te gaan. Ik tekende mijn contract zonder dat ik überhaupt een keer in Bergamo was geweest. Inmiddels wonen we er al, met een onderbreking van een jaar in Engeland, zes jaar.” Twee van jullie drie kinderen zijn in Bergamo geboren. Wat voor vader ben jij? “De speel­ en knuffelvader, maar ook de strenge vader. De jongste is bijna drie, de middelste is zes en de oudste is negen. Van de oudste ben ik niet de biologische vader, zij kwam in mijn leven toen ze elf maanden oud was. Maar ik praat altijd over mijn drie dochters. Ze woont bij ons en ziet mij ook als haar vader, ik hou van alle drie evenveel. Ik ben best veel weg, in Italië slaap je een dag voor een wedstrijd al op de club, maar als ik er ben, speel ik met ze: paardjerijden, het spelletje UNO, ik lees boekjes met ze. En als de kinderen aangepakt moeten worden, ze echt moeten luis­ teren, dan word ik ingezet als strenge vader. De oudste zit op judo, de middelste danst. En ze gaan nu skiën. Maar balgevoel heb ik nog niet echt kunnen ontdekken bij hen. Als vader ben ik tevreden als ik er alles aan heb gedaan om ze gelukkig te maken. Maar ik vind het ook een uitdaging om mijn kinderen te leren hoe het echte leven is. Veel mensen om ons heen zijn ook voetballer en hebben ook veel te besteden. Eerst zaten de kinderen op een internationale school, tussen allemaal kinderen met ouders die ook meer te besteden heb­ ben. Sinds twee jaar zitten ze op een Italiaanse school, om de taal en cultuur te leren, maar ook omdat ze dan met kinderen in aanraking komen met normaal werkende ouders. We willen dat ze van hun iets luxere leventje genieten, ze mogen ervan profiteren, maar we willen ze wel meegeven dat het niet van­ zelfsprekend is hoe wij kunnen leven.” 16 maart 2020 “Het straatbeeld in Bergamo was bijna twee jaar geleden zoals die bekende foto waarop al die legerwagens stonden met lijkkisten erin. Wij waren een van de eerste hard getroffen gebieden in coronatijd. De stad was verlaten. Het enige dat we hoorden, waren gillende sirenes en de kerklokken die luidden als er iemand was overleden. Het luiden van de kerklokken deden ze op een gegeven moment alleen nog maar op vaste tijden, omdat er te veel mensen overleden. Maar het was soms ook moeilijk te beseffen wat er aan de hand was. De angst was heel groot. Ik had er zelf iets minder last van, mijn vrouw meer. Om ons heen hoorden we wel heel heftige verhalen. We wil­ den graag helpen, maar ik voelde me ook machteloos, kon niet zoveel doen. Soms wil ik meer doen dan alleen een donatie, ook de handen uit de mouwen steken. Dan kom je er wel achter dat mensen in de zorg er pas echt toe doen en wij als voetballers niet zo belangrijk zijn. 'De manier waarop mensen overleden, was zo lelijk en plotseling. Mensen konden geen afscheid nemen van hun geliefden. Dat lelijke deel van die coronaperiode merk je nog wel in Bergamo' Hoewel wij persoonlijk niet zijn getroffen, vond ik het ook voor ons een heftige periode. We hebben vijf weken lang thuis­ gezeten, het was verboden de straat op te gaan. Wij hadden het geluk dat we in ons appartementencomplex een tuin hebben, daar mochten we komen, maar we konden het hek niet uit. Eén persoon mocht met een masker op en handschoenen aan naar de supermarkt, dat was het. Ik kwam mezelf in die periode te­ gen. Iedere dag thuis met het gezin is mooi, maar ook confron­ terend. Ik waardeerde mijn leven erbuiten weer een stuk meer. Inmiddels is de stad opgekrabbeld, de angst is grotendeels verdwenen, maar de nasleep is groot. De manier waarop mensen overleden, was zo lelijk en zo plotseling. Mensen konden geen afscheid nemen van hun geliefden in het zieken­ huis en geen normale begrafenis houden. Dat lelijke deel van die coronaperiode merk je nog wel, de verhalen om ons heen blijven heftig.” 29 maart 2021 “Ik heb veel te danken aan Ronald Koeman. Toen hij in 2018 bondscoach werd, haalde hij mij bij Oranje. Hij gaf mij vanaf het eerste moment een gevoel van waardering. Dat uitte hij niet zozeer in woorden, maar hij liet het zien in daden. We speelden uit tegen Frankrijk in de Nations League. We stonden 1­0 voor, en het was net 1­1 geworden. Koeman draaide zich om en zei: ‘Marten, warmlopen.’ Hij liet zien: in deze situatie ben ik de eerste persoon die hij in wil brengen. De volgende in­terlandperiode kreeg ik de kans tegen Duitsland. Koeman had een bepaalde taak voor me in gedachten op het middenveld, zodat medespelers wat meer konden zwerven. Die visie heeft hij doorgezet. Het mooie aan hem is dat hij heel stoïcijns is. Koeman liet zich niet leiden door de pers of anderen. En hij was altijd eerlijk. Ik kon dat heel erg waarderen. Maar hij kon dat gevoel van waardering ook op de rest van het team over­ brengen, daardoor was iedereen tevreden. Ik had ook een goede band met zijn opvolger Frank de Boer. Hij was duidelijk en sprak veel met alle jongens. Voor hem was het ook moeilijk: De Boer moest de taak van Koeman ‘even’ overnemen. Frank de Boer twijfelde tussen zijn eigen gedach­ ten en visie, en het voortzetten van Koemans visie. Hij heeft het heel voorzichtig moeten aanpakken, dat is moeilijker dan mensen denken. Ik kon het heel erg waarderen dat hij toch ook stoïcijns een lijn heeft ingezet waarvan hij dacht dat dat het beste was. Het halen van het EK was een droom die uitkwam, maar het was ook dubbel. We hadden het gevoel dat we er meer uit hadden kunnen halen, maar ik vond het ook mooi om het mee te hebben gemaakt. Toch bleef het gevoel van mislukking hangen. Ik keek meer in de spiegel dan dat ik de toenmalige bondscoach Frank de Boer de schuld gaf. De deceptie na die achtste finale tegen Tsjechië was groot. Ik vond dat ik redelijk mijn niveau haalde, ik ben niet de eerste die opvalt, maar wel op een bepaalde manier belangrijk voor het team. Uiteindelijk heb ik een EK gespeeld en dat pakt niemand me meer af. Mijn ouders en vrienden zaten op de eerste rij tegen Tsjechië, dat vond ik wel prachtig om te zien. Ik werd er ge­ emotioneerd van. Vroeger stond ik altijd in de huiskamer met mijn hand op m’n borst het volkslied mee te zingen. Ik had die droom om in het Nederlands elftal te spelen, maar ik dacht nooit echt dat het realistisch was. Toen Louis van Gaal na het EK Frank de Boer opvolgde, had ik al het gevoel dat er weleens iets zou kunnen veranderen. Hij speelt vaak aanvallende systemen met meerdere aanvallende middenvelders. Ik wist daarom wel dat het voor mij lastiger zou worden. Hij heeft me gebeld om dat uitgebreid uit te leg­ gen. Dat gesprek verliep prettig en ik had er een prima gevoel aan overgehouden. Ik zei direct dat ik me zou schikken, dat ik graag onderdeel van het Nederlands elftal blijf. Ik vond het heel moeilijk dat ik bij de interlands tegen Gi­braltar en Montenegro op de tribune plaats moest nemen. Die eerste keer, tegen Gibraltar, snapte ik dat nog wel. Maar een maand later tegen Montenegro moest ik wéér op de tribune zitten. Daar heb ik het lastig mee gehad. Ik was teleurgesteld, maar ook boos en gefrustreerd. Ik had zelfs gedachten als: als ik op de tribune zit en niet bij de 23 hoor, moet ik dan wel naar het Nederlands elftal toe? Wil ik er dan wel bij zijn? Welke rol heb ik, wat kan op deze manier toevoegen of van welke waarde kan ik zijn? Ik zat boos en balend op mijn hotelkamer. 'Ik dacht zelfs: Als ik op de tribune zit, moet ik dan wel naar het Nederlands elftal toe? Wil ik er dan wel bij zijn?' Ik ben een van de jongens die veel praat in de kleedkamer, zich uit en iemand een aai over de bol kan geven. Dat is waarde­ vol. Maar je gaat overal aan twijfelen als zoiets je overkomt. Ik dacht: hoe gaan die jongens nu naar mij kijken, word ik nog serieus genomen? Het had op dat moment wel even mijn zelf­ vertrouwen aangetast. Tegen Noorwegen mocht ik als eerste invallen, dat gaf me een boost. En ik weet ook dat er een WK aankomt en wil daar graag bij zijn. Ik geloof nog steeds dat ik een bepaalde eigenschap als voetballer heb die er binnen het Nederlands elftal niet is. Van Gaal is wel heel eerlijk geweest en snapte ook dat ik het moei­ lijk vond, dat ik me op dat moment echt een buitenbeentje voelde.” 2 april 2020 “Ik heb veel leuke reacties op die post gekregen. Nadat ik hem had geplaatst, heb ik contact gezocht met Memphis, want ik refereerde hiermee aan de lijger die hij in een videoclip op zijn schouder had liggen en daarmee aardig wat opschudding ver­ oorzaakte. Ik vond dat die post moest kunnen en ook Mem­ phis vond het geweldig. Ik heb door de jaren heen een leuke band met hem opgebouwd, we hebben veel respect voor elkaar, ik wist dus ook wel dat hij het leuk zou vinden. Een beetje geinen moet kunnen, toch? De jongens van het Nederlands elftal weten dat als er een grap­ je wordt uitgehaald, ik daar vaak bij betrokken ben. Maar als er getraind moet worden, ben ik ook degene die vooroploopt. We hebben echt een mooi tean team en staan er voor elkaar. Zoals ook in de strijd tegen racisme en discriminatie. Ik vind dat heel goed dat we onze stem laten horen. Als een medespe­ ler zou zeggen dat hij zich racistisch bejegend voelt, dan loop ik direct met het team het veld af. Ook met het scheldwoord ‘homo’ moet het in de samenleving en in het voetbal maar eens klaar zijn. Laat iedereen doen wat hij of zij wil. Het is 2022.” 23 september 2021 “Teamgenoten denken weleens: wat heb jij nou weer gedaan? Maar ze kunnen er ook om lachen. We wilden een filmpje maken dat iets teweeg zou brengen. Maar wel op onze manier, met zelfspot. We liepen de fanshop binnen en dachten: dit is leuk om snel te monteren en op social media te zetten. We zijn letterlijk vijf minuten binnen geweest om wat shots te maken. In het filmpje sta ik in de fanshop om shirts weg te geven, maar het blijft leeg. En de paar mensen die komen, weten niet wie ik ben. Het grappige is dat duizenden mensen reageerden met: wat heftig dat niemand je herkent. En: ik zou zo graag willen dat ik er was geweest, ik wil zo graag je shirt. Mensen dachten dat het echt was, dat niemand in Bergamo weet wie ik ben. Natuurlijk weten de mensen in Bergamo dat wel. Italianen wil­len soms op straat met me op de foto, maar spreken liever hun waardering uit, roepen: ‘Bravo Marten, goed gedaan.’ En als ik met mijn gezin ben, laten ze me sowieso met rust. Er is altijd een gradatie van bekendheid. Virgil van Dijk is een stuk bekender dan ik. Ik vind het dan leuk om daarmee te spot­ ten. Inmiddels ben ik in Nederland wel bekend, maar als ik een paar jaar geleden door Rotterdam liep, sprak niemand me aan.” 26 mei 2020 “Ricarda en ik zijn nu negen jaar bij elkaar. Zij geeft mij ontzet­ tend veel rust. Bij haar kom ik thuis. Ricarda is mijn steun en toeverlaat, zij heeft alles in Nederland achtergelaten om ervoor te zorgen dat ik kon slagen als voetballer. Alles wordt aangepast aan mijn leven. Het fijnste vind ik dat ik weet dat zij thuis is met de kinderen. Dan ben ik rustig en kan ik met een goed gevoel weg. In Nederland werkte ze bij een organisatie in Friesland die meisjes helpt die met eergerelateerd geweld te maken heb­ ben. Zij begeleidde die meisjes. Ze heeft in Bergamo nog wat cursussen gevolgd en zich verdiept in gezinstherapieën, maar is nu vooral fulltime moeder, aangezien ik drie of vier dagen in de week weg ben. Het zorgzame in haar is zo fijn. Twee jaar geleden zijn we getrouwd voor de gemeente in Rotterdam, maar het feest in Italië moet nog gebeuren. Dat moest vanwege corona iedere keer worden uitgesteld.” 30 augustus 2021 Lachend: “Ik zei het al: het is waardevol om belangrijk te zijn in de kleedkamer. De Speld dreef hier op een leuke manier de spot met me. Moe van de strijd tegen de vooroordelen ben ik niet, hoor, ik heb me er wel bij neergelegd. Die vooroordelen zijn er ook alleen in Nederland. In Italië wordt er zo anders naar me gekeken. Hier ben ik misschien wel de meest gewaardeerde speler van de ploeg. Mijn rol, een beetje de stofzuiger van de ploeg, is misschien ook ondergewaardeerd. En ik heb ook niet het talent van Fren­ kie de Jong. Dat weet ik zelf ook heel goed. Ik kijk zelf ook liever naar Frenkie dan dat ik mezelf op de beelden terugzie. En ik zie ook liever Memphis iemand passeren dan ik die een bal over de zijlijn schiet omdat het anders fout gaat. Maar ik geloof wel sterk, en de meeste trainers en kenners geloven dat ook, dat je in een team niet zonder de rol kan die ik heb. Het maakt me daarom niet zoveel uit wat anderen vinden. Als de trainer er maar in gelooft. Ik heb het bij Atalanta enorm naar mijn zin. Het zou goed kunnen dat we hier ook na mijn voetbalcarrière blijven wonen. Mijn kinderen hebben hun leven hier. En wij bouwen in Bergamo ook steeds meer ons sociale leven op. Maar natuur­ lijk heeft Nederland een speciaal plekje. Ik zou mijn carrière hier zeker kunnen afsluiten, maar ik ga niet roepen dat ik hier nooit meer weg ga. Wie weet komt er iets fantastisch voorbij waartegen ik geen ‘nee’ kan zeggen. Volgend jaar wil ik naar het WK en ik denk dat ik een heel goede kans maak om erbij te zitten.” Helden Magazine 60 Het verhaal van Marten de Roon komt voort uit Helden Magazine 60. Deze editie staat voor een groot deel in het teken van de Olympische Spelen, waar Golden Girl Suzanne Schulting vier jaar geleden ‘zomaar’ olympisch kampioen werd en nu de favoriet is op elke afstand. In Helden Magazine 60 lees je een uitgebreid interview met succesvolste Nederlandse olympiër, Ireen Wüst. Ook spraken we Thomas Krol over onder meer zijn transformatie en Kjeld Nuis. Krijgt Sven Kramer in aanloop naar zijn laatste Spelen tien stellingen voorgelegd, spreken we met Antoinette de Jong over trouwen en een nieuwe koers én lacht het leven Irene Schouten toe, al weet ze ook maar al te goed hoe de andere kant van de medaille eruitziet. Ook in Helden Magazine 60 wist Botic van de Zandschulp in 2021 de sprong naar de top honderd te maken, maar dat is pas het begin voor de 26-jarige tennisser. Een gesprek met Peter Bosz over stress, Ajax en zijn ambitie om op een dag bondscoach te worden. En hoe goed is Lionel Messi nog? We vroegen het aan Ronald Koeman, Henk ten Cate, Ruud Gullit, Giovanni van Bronckhorst, Ron Vlaar en Edwin Winkels. Verder zijn Chris Vos en Lisa Bunschoten de beste paralympische snowboarders van Nederland. In aanloop naar de Paralympics gingen we bij hen langs én een reconstructie van het olympisch goud op de 1000 meter met Gerard van Velde. Victoria Koblenko probeert daarnaast Jorden van Foreest schaakmat te zetten én Samantha van Diemen staat in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij De Liefdesbrief. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 60 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Wout Holverda en zijn leven met alzheimer

Wout Holverda (58) scoorde vaak, vooral voor Sparta. [...]
Wout Holverda (58) scoorde vaak, vooral voor Sparta. Ondanks zijn geringe lengte was hij vooral met het hoofd niet te kloppen. Onverslaanbaar in de lucht. Pas nu blijkt dat het koppen zijn grootste vijand was. Holverda lijdt aan de ziekte van Alzheimer. “Door al dat koppen zijn mijn hersenen verzakt.” Vaak staat ‘Zeg maar Wout’ Holverda al drie kwartier buiten te wachten. Rustig een sigaretje rokend. En nog een. Totdat zijn zoon Robin hem oppikt. Voor zijn favoriete ritje: naar de duinen in Katwijk. Op zich gaat het goed met hem. Hij mag nog alleen naar buiten en dat privilege geldt lang niet voor iedereen in verzorgingstehuis Haagwijk. Veel van zijn medebewoners van de gesloten afdeling, waarop ook Wout een kamer heeft, zijn niet zelfstandig genoeg meer. Wout wel. Al wordt het alleen naar buiten gaan steeds riskan- ter. In zijn eigen vertrouwde wijk in Leiden- Zuidwest weet hij de weg nog wel. Een bood- schapje doen bij supermarkt Hoogvliet. Elders bestaat de kans dat Wout verdwaalt. Omdat hij de weg terug niet meer weet. Of niet meer weet wat hij kwam doen. “Zo irritant,” zegt hij daar zelf over. Precies op deze manier kwam de ziekte aan het licht. Ruim vier jaar geleden was Wout op bezoek bij zijn broer René aan de Spaanse oostkust. Diens huis bevond zich aan één lange weg. Maar toen Wout een ritje maakte, wist hij de weg terug niet meer. In zijn logeervertrek waren de sham- poo en tandpasta nog niet gebruikt. Ondanks dat Wout al twee weken in Spanje was. Vergeten. Wout Holverda was een typische jarentach- tigspits. Een behendige linkspoot. Snel. Doelgericht. En verrassend sterk in de lucht. Zijn glorietijd beleefde hij bij Sparta waarmee hij fameuze Europa Cup-wedstrijden speelde. Zoals die tegen Coleraine, Carl Zeiss Jena en natuurlijk Spartak Moskou. Dat zijn geheugen hem steeds meer in de steek laat blijkt, als Wout vol blijft houden dat hij tegen Spartak Moskou gescoord heeft. “Als we hem ophalen, dan hangen de oudere supporters aan zijn lippen. Wout was een geweldige voetballer en weet nog best wat van vroeger. De reis naar uitwedstrijden gaat snel met Wout erbij,” zegt Peter van der Zwan, secretaris van de supportersvereniging van Sparta. Het is geweldig hoe de Rotterdamse club met haar oude helden omgaat. Er is een klankbordgroep speciaal belast met de toestand van voormalige coryfeeën. Gaat het niet goed, dan komen de fans in actie. Zoals met Wout. Elke week wordt hij opgepikt door een clubje Sparta- fans. Uit of thuis, Wout gaat mee. De club wilde zelfs woonruimte nabij het stadion regelen zodat hij op Het Kasteel, onder begeleiding, zou kunnen meehelpen. Maar dat was te ver weg van zijn familie in Leiden, de stad waar hij al zijn hele leven woont. In zijn kamer van ongeveer twintig vierkante meter ligt standaard een agenda, pen en notitie- blok. “Ik moet alles opschrijven tegenwoordig, joh,” zegt hij. Met zijn vinger wijst hij naar zondag in de agenda. Sparta-Roda JC. “Dan komen ze me vooraf ophalen. Echt geweldig vind ik dat.” In zijn kamer ligt het kaartje van de wedstrijd tegen Heerenveen. De uitslag staat erop gekrabbeld. Van der Zwan: “We bewonderen Wout enorm. Sparta is heel belangrijk voor hem. Ondanks zijn toestand houdt hij de moed erin. Toen het minder ging en we chagrijnig in de bus zaten na weer een nederlaag, zei hij lachend: ‘Ach, ik ben het gelukkig morgen weer vergeten.’ Die zelfspot. Dat is typisch Wout. Hij heeft de lach aan zijn kont hangen. Voor ons is hij de knuffel- beer van Sparta. Hij knuffelt met iedereen.” Wout zegt dat hij dat vrolijke mede van oud- ploeggenoot en ex-international René van der Gijp heeft. “Die liep alleen maar te klooien, joh. Trapte voortdurend lol en nam niks serieus. Dat vond Barry Hughes, toen trainer van Sparta, zo irritant. Ik lachte me rot om hem. Iedereen. Jammer dat hij te vroeg is gestopt. Er had meer ingezeten, want voetballen kon Gijp wel. Hij had veel meer interlands kunnen spelen.” In de Katwijkse duinen waait het altijd. De drie honden – Spike, Dizzle en Lucky – van Robin Holverda (29) springen in het rond. Wout geniet. De honden zijn gek op hem en de liefde is weder- zijds. “Vroeger, in de winkel van m’n vader, hadden we twee pekinezen. Kon eigenlijk niet, want sommige mensen waren er bang van,” vertelt Wout. Vier jaar geleden verbrak Robin zijn relatie en trok hij tijdelijk bij zijn gescheiden vader in. In een flat op steenworp afstand van Haagwijk. Robin: “Daarvoor woonde er een man bij hem in. Die had in de gaten dat mijn vader niet meer helemaal helder was. In plaats van huur betalen, zei hij: ‘Ik betaal de rekeningen wel.’ Maar dat deed die oplichter natuurlijk niet en mijn pa vergat het. Totdat er een deurwaarder langskwam met een vordering van 13.000 euro. Met hulp van de politie is die persoon eruit gezet en kwam ik erin met de drie honden. Toen was de Alzheimer al begonnen. Maar dat wist ik nog niet. Dus kreeg ik ruzie met hem. Zei ik: ‘Ik ga naar m’n werk pa, ga jij stofzuigen en de was doen?’ Kwam ik thuis, zat-ie nog in z’n badjas. Helemaal niks gedaan. Ik dacht eerst dat hij heel lui was. Nog zoiets: in die flat had ik een tasje opgehangen, op een veilige plek, met werkelijk al mijn belangrijke papieren: diploma’s, jaaropgaves, contracten, noem maar op. Heeft-ie weggegooid toen-ie het vond. Maar ik neem het mijn vader niet kwalijk nu ik weet wat er aan de hand is.” Wout belt zijn zoon elke dag. Een keer of zes. Al vanaf een uur of zeven ’s ochtends, zegt Robin. Vaak om te vragen hoe het gaat. Als zijn werk het toestaat, pikt Robin zijn vader op en rijden ze naar zijn huis in Katwijk. Minstens tweemaal per week. “Hij blijft ook weleens slapen. Loopt-ie middenin de nacht te spoken. Bij ons op de slaapkamer op zoek naar de wc. Ik lig altijd op ‘waak’ als pa er is. Standaard liggen de honden bij hem in bed. Vinden ze heerlijk. Laatst was hij ze midden in de nacht gaan uitlaten. Moest ik hem zoeken. Mijn eigen schuld. Sindsdien draai ik de deur op slot. ‘TOEN HET MINDER GING EN WE CHAGRIJNIG IN DE BUS ZATEN NA WEER EEN NEDERLAAG, ZEI HIJ LACHEND: ‘ACH, IK BEN HET GELUKKIG MORGEN WEER VERGETEN Ik ben ontzettend trots op m’n vader en geniet van alle momenten die ik met hem heb. Wie kan er nou zeggen dat zijn pa profvoetballer is geweest bij prachtige clubs? Je hebt maar één vader, hè? Hij is gek op mij en op m’n hondjes. Lekker lopen in de duinen. Vindt-ie prachtig.” Wout voegt toe dat het in de winter wel een beetje koud kan zijn. Dankzij het Ontmoetingscentrum Dementie (OCD) sport Wout nog geregeld. Het OCD maakt gebruik van de gehandicaptenschool aan de overkant van verzorgingstehuis Haagwijk. Daar sporten ze. Darten. Of tafeltennissen. “En dan is mijn vader een darm, hoor. Gaat hij effect- balletjes geven. Daar snappen die andere patiënten helemaal niets van. Zoef, springt zo dat balletje weg,” zegt Robin. Wout schaterlacht: “Toch die winnaars- mentaliteit, hè.” Robin noemt zijn vader een grapjurk. Want hij maakt dolletjes met iedereen. “Als we op 3 oktober tijdens Leidens Ontzet door de stad lopen, klampen heel veel mensen hem aan. Alsof je met de burgemeester op stap bent. Allemaal joviaal en Wout knuffelt met iedereen. Maar als ze weg zijn, vraagt hij aan mij wie het waren. Dat vind ik ook voor die mensen vervelend.” Wout: “Ja, ik laat het niet merken hoor, maar ik wil toch weten wie het waren. Sparta, Fortuna Sittard en HFC Haarlem waren in de jaren tachtig prominente clubs in de eredivi- sie. Wout speelde er 222 competitiewedstrijden voor, waarin hij 74 keer scoorde. Eenmaal ontving hij een uitnodiging voor het Nederlands elftal, van bondscoach Kees Rijvers. Op 14 maart 1984 speelde Oranje in Amsterdam tegen Denemarken. Het werd 6-0 en vanwege het spitsenoverschot (Wim Kieft, René van der Gijp, Peter Houtman) kwam Wout niet in actie. Maar trots op die ene uitverkiezing is hij zeker weten. Om dat verleden niet te vergeten, hangt zijn kamer vol met prachtige relikwieën. Foto’s, shirts, sjaals; noem maar op. Een shirt van het Nederlands elftal verwijst naar die ene interland, waarvan Wout vertelt dat hij nummer ‘10’ droeg... Zijn kamer in het verzorgingstehuis is warm gestookt en dat Wout graag een sigaretje wegpaft, ontgaat de zintuigen niet. Vier flessen bitter lemon staan er in de koelkast. En nog eens vier in de badkamer. Twee daarvan in het raamkozijn. En twee achter het gordijn, bij de douche. “Ik ben gek op dat spul. Er zit alleen veel suiker in. Kijk maar,” zegt hij terwijl hij naar z’n buik wijst. “Als ik op mijn buik ga liggen, rol ik vanzelf terug naar mijn rug!” Wout lacht. Zoals hij bijna altijd lacht, want hij is een vrolijke man. We bladeren door een van zijn plakboeken. Van voetbal weet de ooit zo ge- vreesde aanvaller nog behoorlijk wat. Hoe verder terug, des te meer hij weet. Hij laat een artikel zien. ‘Koppen is slecht voor het geheugen,’ luidt de kop. “Dat was een benefietwedstrijd voor mij op het veld van Rijnsburgse Boys. Mooi hè.” Sparta Legends en Lucky Ajax speelden tegen elkaar. De opbrengst ging naar Alzheimer Nederland. Wout laat een foto zien van zijn trai- ner Bert Jacobs. “Ik ben met hem naar Fortuna gegaan.” En een elftalfoto van het succesvolle Sparta, waarop Rob Baan, Louis van Gaal, Ronald Lengkeek, Ron van den Berg, Wout, Bas van Noortwijk, Michel Valke en Robert Verbeek staan. “Seizoen ’83-’84, dat was mijn topjaar. Ik maakte meer dan twintig goals en we speelden Europees voetbal. Dankzij het voetbal heb ik driekwart van de wereld gezien. Ik ben in Amerika geweest, in Canada en op Jamaica. En overal in Europa. Hier, moet je deze foto zien.” Denk je veel over jouw ziekte na? “Ik probeer het zoveel mogelijk, hoe zeg ik dat nou, te vermijden. Door al die foto’s en zo. Dat helpt. Ik ben er niet blij mee.” Merk je dat je langzaam achteruitgaat? “Nou, ik vind dat het te snel gaat. Dat vind ik zo irritant. Dat ik dingen vergeet. Het hoort bij mijn ziektebeeld. Er is geen medicijn tegen.” Je hebt het veel over je kinderen Robin en Melissa, over vroeger, over voetbal. Je weet nog veel. “Ja natuurlijk, dat zijn dingen van ‘o ja’. Daarom hangen al die foto’s aan de muur. Kijk maar. ‘Koppen is slecht voor het geheugen.’ Hebben ze een artikel over me geschreven. Het wordt bij mij alleen maar slechter. Dat vind ik niet leuk. Want ik wil nog niet dood. Dat is het einde van dementie. Je wordt helemaal raar. Ik raak weleens de weg kwijt. Ik vergeet dan dingen.” Dus je komt weleens ergens zonder dat je weet waarom? “Ja. Dan sta ik ergens en denk ik: wat kom ik hier in vredesnaam doen? Ga ik maar weer naar huis.” Kijk je vaak voetbal op tv? “Elke dag! Voetbal is goed om naar te kijken. Het is mijn medicijn.” Hoe wil je herinnerd worden? Na een lange stilte. “Als een lieve man. Want ik ben ook lief.” Hij lacht. Weer stilte. “Ja, wat moet ik hierop zeggen? Ik kon goed voetballen. Je ziet wat er aan de muur hangt. Schrijf dat maar op.” Zijn mooiste goal vindt hij de treffer tegen Feyenoord. Want, en Wout zegt het een paar keer: “Sparta is de club van Rotterdam. Tegen Feyenoord zijn ze extra lekker en deze zat er goed in, toch?” Dat is zeker zo. De treffer is op YouTube terug te zien. Wout omschrijft zijn glorietreffer: “Over links erlangs op snelheid en schieten in de korte hoek. Met links. Dat was mijn specialiteit, die korte hoek. De keeper rekende daar niet op. Ik was heel gemeen daarin.” Robin zag zijn vader nooit voetballen. Andersom is dat wel zo. Zijn zoon liep stage bij Sparta, maar de club zag meer in Marvin Emnes, die nu bij Blackburn Rovers speelt. Robin, ook een linksbenige aanvaller, haalde de top van het amateurvoetbal en speelt nu bij VV Leiden in een vriendenteam. Robin: “M’n vader is er altijd vroeg bij op zaterdag. Belt-ie op: ‘Kom je me wel halen?’ Ik haal ’m altijd. Dan neem ik mijn meissie mee. Dat moet wel want als m’n pa op zo’n veld gaat dwalen, dan ben je ’m ineens kwijt. Laatst stond-ie ook weer bij een ander elftal te kijken. Hij zegt elke keer dat ik nog naar Quick Boys kan. Maar ik ben 29, pa. Het is wel mooi zo.” Wout: “Ik ben op m’n 31ste gestopt. Jij lijkt als voetballer totaal niet op me.” Robin: “Ik kan niet tegen onrecht. Dat wordt toch vaak bepaald door een scheidsrechter. Dat heeft me wel wat kaarten gekost in m’n carrière. Jij kreeg nooit een kaart.” Wout: “Nee. Geen gele en geen rode. Helemaal niets. Jij bent eigenwijs. Soms te. Ik was een nette voetballer. Jij hebt een andere stijl. En je bent dertig centimeter langer!” Robin: “Maar ik kan niet zo goed koppen als jij dat kon!” Wout: “Als ik sprong, kwam de onderkant van m’n schoenen op schouderhoogte bij mijn tegenstander. Zo hoog kon ik springen. Dat was mijn specialiteit. Mijn geluk.” Robin: “Ik vind het jammer dat ik m’n vader nooit live heb zien spelen. Daarom wilde ik vroeger jong kinderen. Om ze dat wel te geven. Maar we konden geen kinderen krijgen en ik redde het profvoetbal niet. Dat ze van Sparta hem elke week komen ophalen, daar geniet hij enorm van. Dat heeft hij toch maar mooi overgehouden aan z’n carrière.” Wout: “Soms zijn de uitwedstrijden enorm vermoeiend. Groningen-uit...” Robin: “Maar waarom zeg je dan AZ af en ga je wel mee naar Tilburg?” Wout: “Nou, dat is ook maar een uurtje, hoor. Daar ben je zo.” Robin: “Soms verzin je weleens dingen pa, je krijgt een rijke fantasie. Heb je dat in de gaten? Wout: “Nee.” Vind je het vervelend om dit te horen? “Ik weet het niet. Ik ben het straks toch weer vergeten. Maar ik weet nog wel dat ik wat vergeet en dat is zo vervelend. Dan zit ik alleen in m’n kamer en schreeuw ik: ‘Verdomme, waarom weet ik het niet meer!’ Ik vind het zo waardeloos om alles te vergeten.” Boven op zijn kamer komen de plakboeken weer tevoorschijn. Wout laat een beeld zien uit Sparta-Roda JC. ‘Holverda kopt raak,’ luidt het fotobijschrift. Op de foto is te zien hoe hoog hij springt. “Het gaat ongemerkt dat je alles vergeet. Ik vergeet vooral de dingen van vandaag de dag. Ik kan er niks aan doen. Maar ik schrijf alles op. Anders weet ik het niet meer.” Hij slaat weer een pagina om. “Kijk, de oude Schietribune. Ik heb er veel last van. Het is zo irritant. Ik kan er niet tegen om dingen te vergeten. Vroeger wist ik alles. Dat is nu gewoon weg. Nou ja, gewoon is het niet. Ik vergeet alles door dat vele koppen. Ik ben bij het VU- ziekenhuis geweest in Amsterdam. Daar is een scan gemaakt van mijn hoofd en geconstateerd dat ik Alzheimer heb. Mijn hersens zijn verzakt. Vroeger waren die ballen van leer. Die zogen alleen maar water op en waren loodzwaar. Als je dan je kop er tegenaan zette, gebeurde er iets met je hersenen. Maar ja, ik word opgehaald door Sparta, dat vind ik geweldig. Fortuna is te ver weg, daar kom ik niet meer. Ik moet alles opschrijven anders vergeet ik het. Dat is heel vervelend. Zal ik nog een foto laten zien?” Wat zegt de arts? “Die zegt dat het alleen maar slechter wordt. Nou ja, ik zal wel een keertje doodgaan. Dat gaan we allemaal. Op wat voor manier, dat weet ik niet. Misschien ben ik dan zo aan het dementeren, dat ik het niet eens weet.” Heb je daar een wens voor? “Ik heb het wel opgeschreven, ja, het ligt bij m’n bewindvoerder. Ik heb laten opschrijven dat als ik zo zwaar aan het dementeren ben, dat ze mij dan maar een spuitje moeten geven. Dan kan je niks meer, weet je niks meer en ben je helemaal de weg kwijt. Dat wil ik niet. Hier, 125 jaar Sparta. Mooi boek, hè?”