Word abonnee

Zwemmen

Zwemmen

Heldenpraat: Arno Kamminga

Arno Kamminga won op de Olympische Spelen in Tokio twee [...]
Arno Kamminga won op de Olympische Spelen in Tokio twee keer zilver op de 100 en 200 meter schoolslag. Vorig jaar voegde hij daar WK-zilver op de 100 meter schoolslag aan toe. Aankomende week hoopt hij te schitteren op de WK in Doha. Mijn favoriete tv-programma is... “Prison Break, die serie zit zo goed in elkaar. Ik keek de serie in mijn eerste seizoen dat het met zwemmen echt lekker ging. Het brengt daardoor extra mooie herinneringen naar boven.” Mijn levenslied is... “Life’s Been Good van Joe Walsh.” Ik zou graag een dagje ruilen met... “Iemand die een negen tot vijf baan heeft. Ik weet dat mijn leven als topsporter geweldig is. Ik heb het hartstikke naar mijn zin, maar als ik een dag door de ogen van de ‘normale Nederlander’ kijk, waardeer ik mijn leven misschien nog meer.” Zo ziet mijn ideale vakantiedag eruit... “Zo min mogelijk doen, lekker eten en zoveel mogelijk genieten.” Mijn favoriete zomergerecht is... “Dan ga ik voor een borrelplank. Daarop liggen lekkere kaasjes, stukjes worst, goede broodjes en wat fruit. En het is nog lekkerder als er familie en vrienden bij zijn.” Een sporter die ik heel erg bewonder, is... ‘Ik heb nooit echt tegen sporters opgekeken, maar wat mij heel erg is bijgebleven, is toen ik op de Spelen in Tokio was en BMX’er Niek Kimmann naast me kwam zitten. Hij vertelde dat hij net uit het ziekenhuis kwam na een ongeluk dat hij had gehad tijdens de training. Hij had een scheurtje in zijn knieschijf opgelopen en moest een paar dagen later nog racen. Het viel mij op hoe nucher hij eronder was, ondanks de pijn. Een paar dagen later pakte hij de gouden medaille. Daar heb ik veel bewondering voor.’ Als klein kind was dit mijn idool... “Pieter van den Hoogenband. Toen ik opgroeide was hij niet alleen de grootste zwemmer, maar ik denk ook de grootste sporter van Nederland.” Mijn celebrity-crush is... “Ana de Armas, een Cubaanse actrice. Mooie vrouw en erg spontaan, heb ik het idee.” Als ik kon tijdreizen ging ik naar... “De seventies, ik vind de muziek van de jaren zeventig geweldig. Eigenlijk bevalt alle rockmuziek van de jaren zestig tot en met de jaren negentig heel goed.” Het beste advies dat ik ooit heb gehad, is... “Dat heb ik van mijn vader gekregen en luidt: ‘Geniet van elke dag, want je weet niet wat morgen je brengt.’” Het moment dat ik graag zou willen herbeleven, is... “De week in Tokio was geweldig natuurlijk, maar naast die periode op de Spelen heb ik ook heel erg genoten van de anderhalf jaar daarvoor. De voorbereiding, de samenwerking met mijn teamgenoten en de staf. Dat zou ik wel willen herbeleven.” Hoe ik graag herinnerd wil worden, is... “Als we het op zwemmen betrekken, dan wil ik graag gezien worden als een van de beste schoolslagzwemmers ooit. Maar misschien nog wel belangrijker is hoe ik als persoon gezien wil worden: als iemand die deugt, met goede normen en waarden en die plezier in het leven heeft gehad.” Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 70 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van jouw favoriete sporters? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Zwemmen

Chantalle Zijderveld: ‘Die pestkoppen hebben geen goud gewonnen’

Chantalle Zijderveld (22) is tweevoudig [...]
Chantalle Zijderveld (22) is tweevoudig paralympisch kampioen, drievoudig wereldkampioen en vijfvoudig Europees kampioen zwemmen. Na de Paralympics van Tokio stopte ze. Dat bleek van korte duur: in november vorig jaar maakte ze haar comeback in het zwembad. Daarnaast is Chantalle trotse ambassadeur van de Johan Cruyff Foundation. “Vanaf mijn geboorte mis ik een deel van mijn rechterhand. Een foutje in de celdeling, pure pech. Mijn rechterarm is vijf centimeter korter dan mijn linkerarm. Een hand is al gauw twintig centimeter, daardoor lijkt het verschil heel groot. Ik heb mijn hand nooit gemist, weet niet beter. Ook heb ik last van een rechterschouderblokkade door scoliose, een afwijking in mijn ruggenwervel. Dat werd op mijn dertiende ontdekt. Andere mensen kunnen hun arm boven hun hoofd houden, dat kan ik niet. En mijn rug staat een beetje scheef. Met een beperking moet je er zelf het beste van maken. Mijn ouders hebben mij net zo behandeld als mijn viereneenhalf jaar oudere zus. Ik moest de afwas doen, mocht geen schoenen met klittenband en net als iedereen mijn veterstrikdiploma halen. Wel kreeg ik in de winter andere handschoenen: babyhandschoentjes zonder vingers met een touwtje eraan. Die heb ik nog steeds. Pesten Op de basisschool in Zwijndrecht was ik een vreemde eend in de bijt. Het is makkelijk om te happen naar iemand die er anders uitziet. Op school werd ik flink gepest. Ik kreeg ook tikken, in de pauze of na schooltijd. Leraren konden er niet zoveel mee. Mijn moeder is naar de ouders van die kinderen gegaan. Ze kreeg het klassieke antwoord: ‘Mijn kind zou zoiets nooit doen.’ Mijn moeder zei tegen mij dat als ik geslagen werd, ik terug mocht slaan. Dat deed ik ook. Ik kon goed van me afbijten, dus het pestgedrag werd in de loop der jaren minder. Verder zat het pesten hem in simpele dingen. Als ik iets te drinken kreeg op school en ik ondertussen naar de wc moest, werd er gauw zout in mijn beker gegooid. Dat vond ik niet eens zo erg, dan pakte ik gewoon wat nieuws. En gelukkig had ik ook leuke vriendinnen. Ik heb nu geen last meer van het pestgedrag uit mijn jeugd, ben er mentaal sterker door geworden. Die pestkoppen heb ik nooit meer gezien, maar zij weten heus wel dat ik tweevoudig paralympisch kampioen ben. Ik ben benieuwd wat ze dachten toen ze mij in Tokio in 2021 goud zagen winnen. Ik vraag me ook af wat zij in de tussentijd met hun leven hebben gedaan. Zij hebben in ieder geval geen goud gewonnen. Zwemmen was voor mij geen vlucht, los van het pesten had ik het best naar mijn zin op school. In het water kon ik mijn hoofd leegmaken. Ik was een stuiterbal als kind, moest mijn energie kwijt. Voordat ik naar school ging, had ik al een uur in het zwembad gelegen. Ik riep op mijn zevende al: ik wil ook wedstrijdzwemmen. Mijn moeder vond dat ik eerst mijn diploma’s af moest maken, maar de trainer had al gevraagd of ik mee wilde doen. Ik was net acht toen ik negen zwemdiploma’s had behaald en mocht gaan wedstrijdzwemmen. Glimlach In 2014 won ik mijn eerste Europese titel. Ik was veertien. In dat jaar ben ik ook gevraagd voor ‘De 14 van Cruyff’. Een aantal bonden, waaronder de zwembond, had een samenwerking met de Cruyff Foundation en hadden mij naar voren geschoven. Ik vond het een grote eer. Toen heb ik ook Johan Cruijff voor het eerst ontmoet. Ik scheet in mijn broek, vond het doodeng, wist niks van voetbal. We hebben even met elkaar gesproken, over hoe mooi het is als mensen met een beperking gaan sporten. ‘Hij wist ook dat ik mijn eerste wereldrecord had gezwommen, feliciteerde me. Ik vond het zo bijzonder dat de grote Johan Cruijff dat wist’ Hij wist ook dat ik in dat jaar mijn eerste wereldrecord had gezwommen, feliciteerde me. Dat vond ik zo bijzonder: de grote Johan Cruijff wist dat ik een wereldrecord had gezwommen. Na dat jaar stopte de foundation met ‘De 14 van’, maar ik werd wel officieel ambassadeur. Helden Magazine 66 Het eerste gedeelte van het verhaal van Chantalle Zijderveld komt voort uit Helden Magazine 66. De 66ste editie staat in het teken van ‘nieuwe Helden’. Op zijn 28ste heeft Nyck de Vries een stoeltje in de Formule 1 bemachtigd. Helden ging bij hem langs in Monaco en sprak hem over het bizarre leven dat hij leidt. In deze editie lees je ook een uitgebreid interview met duizendpoot Rico Verhoeven. Hij is al tien jaar wereldkampioen kickboksen, succesvol ondernemer, vader én acteur. Ook een gesprek met Daphne van Domselaar. Bij het EK van 2022 werd de doelvrouw van FC Twente gebombardeerd tot nieuwe held en is nu de eerste keeper van Nederland. Daarnaast spraken we met Xavi Simons, wie al sinds jongs af aan in the picture staat én breekt marathonloopster Nienke Brinkman record na record. Verder in Helden 66 interviews met de trainer van Feyenoord: Arne Slot, de winnaar van het tennistoernooi van Rosmalen: Tim van Rijthoven, goede vrienden en wielrenners: Fabio Jakobsen en Julius van den Berg, één van de kroonjuwelen van Ajax: Kenneth Taylor. José de Cauwer is oud-renner en wieleranalist van de VRT. Een gesprek over onder meer Mathieu van der Poel, Remco Evenepoel en Jonas Vingegaard. Klaas-Jan Huntelaar blikt terug op de koninklijke avond in Madrid. Victoria Koblenko spreekt paralympisch wielerkampioen Tristan Bangma. Als laatste verteld Nouchka Fontijn in ‘De dag dat alles misging’ dat ze dacht dat ze wereldkampioen was én Fenna Kalma is de aanstormende spits van de Oranjevrouwen. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 66 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van jouw Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Zwemmen

Ferry Weertman: ‘Ik kon het knopje bij mijzelf vinden’

Als openwaterzwemmer won Ferry Weertman alles wat [...]
Als openwaterzwemmer won Ferry Weertman alles wat er te winnen viel. Na de Spelen zwaaide hij af. Sindsdien is het niet rustig. Ferry trouwde met collega-ex-zwemster Ranomi Kromowidjojo. Hij is hard bezig zijn studie Bedrijfskunde af te ronden en nam de tijd om te shinen in Expeditie Robinson.Victoria Koblenko ging bij hem langs. Expeditie Robinson Hoe kijk je terug op 35 dagen Expeditie Robinson? “Het was een heel gave ervaring en het was extra mooi om in de finale te staan.” Jij bent jarenlang topatleet geweest, vond je de groepsdynamiek in dat tv-programma een uitdaging? “Dat is me juist meegevallen. Ik had me voorbereid op verwende diva’s en BN’ers. Ik ben niet een uitgesproken persoon die in het middelpunt van de aandacht wil staan. Dus de eerste stemrondes was ik niet de meest logische persoon om weg te stemmen. Je ziet gewoon dat mensen je eruit stemmen omdat ze bang voor je zijn of omdat ze hun eigen hachje willen redden. Dan helpt het enorm dat je niet zo bekend bent.” Maar nu ben je wel een BN’er geworden door dat programma... “Ik word inderdaad een stuk vaker herkend op straat dan ervoor.” Hoe heb je je voorbereid op Expeditie Robinson? “Ik heb in aanloop naar het programma een keer drie dagen niet gegeten. Niet alleen om te voelen hoe dat is, maar om m’n lichaam te laten weten, dat ik niet elke dag eten nodig heb. Eenmaal in de expeditie bleek dat je jezelf echt moet zien af te leiden, want als je niets te doen hebt, ga je sneller aan eten denken.” Verveelde je je niet rot? “Zeker. De nachten duren lang. Je ligt twaalf uur per dag ‘in bed’. Die andere twaalf uur zoek je hout en maak je eten. Misschien nog een keer vissen. De eerste 21 dagen was er om de dag een captainsproof. Gewone proeven waren ook om de dag en daarna de eilandraad. Als je niet de captain was, had je het twee dagen relatief rustig.” ‘We gingen een wandeling maken hoog in de bergen en ik had het doosje met de ring verborgen. En toen ging ik op m’n knie en sprak de volledige naam van Ranomi uit’ Had je gedacht dat je de finale zou halen? “Ik hoopte het natuurlijk, maar je hebt het niet helemaal zelf in de hand, bent afhankelijk van bondjes. Ik wist dat ik in het begin van het spel ‘veilig’ was, want dan wil iedereen de sterksten erin houden. Je bent dan ook nog niet zo bezig met bondjes maken. Je kijkt wel om je heen. Wie praat er met wie? Je denkt na over hoe je zou stemmen als er op dat moment een eilandraad zou zijn.” Je wist uiteindelijk net niet te winnen. Wat heeft Expeditie Robinson je gebracht? “Ik heb de tijd gehad om lang en diep na te denken over het leven wat ik heb. Wat wil ik nou echt met m’n leven? Wat zou ik anders willen doen? Om daar op een afgelegen plek zonder telefoon over na te kunnen denken, terwijl ik bezig ben met de volgende stap in mijn leven, was fijn.” Spotlights Jouw vrouw Ranomi Kromowidjojo doet mee aan Wie is de Mol?. Jullie zijn beiden gestopt met topsport. Blijven we van jullie zien en horen? “Ik kan niet voor Ranomi spreken, maar ik heb niet de intentie om in de spotlights te blijven. Expeditie Robinson kwam op het perfecte moment. Nu ben ik nog fit en sterk. Ik zat toen het programma werd opgenomen op een splitsing in mijn leven. Ik houd van spelletjes en van winnen, dat was mooi meegenomen.” Mis je de topsport en de adrenaline na het winnen van een gouden medaille? “Nee. Er zijn genoeg leuke dingen in mijn leven dat ik daar niet naar smacht. Mis je de routine van het dagelijks trainen? “Met mijn broer en mijn beste vriend heb ik een challenge om elke dag samen te trainen. Dat is geen dertig uur in de week meer, maar zeven. Dat is genoeg. Twee keer zwemmen, twee keer hardlopen. Na een half uur hardlopen ben ik kapot, daar ben ik niet voor gemaakt. Maar mezelf uitdagen en uit de comfortzone halen is belangrijk.” Als je met de kennis en ervaring van nu jezelf als zestienjarige zou kunnen toespreken, wat zou je dan anders hebben gedaan? “Ik ben heel blij hoe mijn loopbaan is verlopen. Ik heb alles bereikt wat ik wilde bereiken. Maar één ding zou ik misschien anders hebben aangepakt. Ik zou me mentaal meer tijd hebben gegeven om me te ontwikkelen. Wilde te snel te veel. Ik werd elk jaar beter, maar wilde steeds grotere stappen maken. Die stappen vooruit werden met de tijd juist steeds kleiner. Misschien had ik beter aan verwachtingsmanagement moeten doen.” Helden Magazine 65 Het eerste gedeelte van het verhaal van Ferry Weertman komt voort uit Helden Magazine 65. Er is volop aandacht voor de wintersporten én ook voor voetbal. Frank Rijkaard geeft sinds lange tijd weer eens een interview en spreekt onder meer over Cruijff, het Nederlands elftal en Lionel Messi. In deze editie lees je ook een uitgebreid interview met Lois Abbingh en Tess Lieder – voorheen Wester -. De handbalcollega’s zijn vriendinnen, schoonzussen en sinds kort ook allebei moeder. Daarnaast spraken we met Dávid Hancko en Kristyna Pliskova. De een is een grote aanwinst voor Feyenoord, de ander is toptennisster. Én een gesprek met de populairste schaatser van dit moment, Jutta Leerdam. Verder interviews met de succesvolste Nederlandse olympiër ooit: Ireen Wüst, de eerste keeper op het afgelopen WK: Andries Noppert, twee grootheden in het rolstoeltennis: Diede de Groot en Esther Vergeer. Shorttrackster Xandra Velzeboer gaat als een komeet én Joep Wennemars is keihard bezig om uit de schaduw van zijn vader Erben te treden. Ook heeft het voetbalvirus nog altijd Guus Hiddink in zijn greep, werden Marc van de Kuilen en Luuk Veltink vrienden door het noodlot, verteld Juul Franssen over haar strijd met de judobond én staat bondscoach van de Oranjevrouwen: Andries Jonker stil bij De Nachtwacht. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 65 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van jouw Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Zwemmen

Pieter van den Hoogenband: ‘Het draait niet meer om mij’

Pieter van den Hoogenband (43) is chef de mission [...]
Pieter van den Hoogenband (43) is chef de mission van de Nederlandse olympische ploeg in Tokio. Voor vertrek gingen we bij de drievoudig olympisch zwemkampioen langs om te praten over de mensen die hem hebben geïnspireerd. VDH hoopt op zijn beurt andere mensen te kunnen helpen op weg naar succes. Het zwembad in de tuin is goed zichtbaar door de grote ramen die van het plafond tot de vloer reiken. In zijn werk­ kamer aan huis in Waalre hangt een schilderij van een juichende ‘Pietje van Puffelen’, zoals Pieter van den Hoogenband zichzelf geregeld gekscherend noemt, met ook zijn oude rivaal Alexander Popov erop. Het kunstwerk verwijst naar zijn inter­ nationale doorbraak, de EK in Istanbul. In 1999 won hij daar zes gouden plakken. Met als hoogtepunt de gewonnen finale op het koningsnummer de 100 meter vrije slag tegen de destijds onverslaanbare geachte tsaar van de sprint, Alexander Popov. Het was de wisseling van de wacht. In 2000 won Pieter olym­pisch goud op de 100 vrij en hij pakte ook de titel op de 200 vrij door het Australische wonderkind Ian Thorpe te kloppen. Hij kreeg het hele stadion even stil. In 2004 volgde zijn derde gouden olympische medaille, hij prolongeerde de olympische titel op de 100 vrij in Athene. Wijzend naar het schilderij met Popov zegt Pieter: “Alweer 22 jaar geleden, niet normaal hè.” Aan de muur voor hem hangen negen grote zwart­wit portretten. “Ik heb tien jaar geleden de Topsport Community opgericht. Om dit heugelijke feit te vieren gaf ik mijn oud­ zwemcollega Johan Kenkhuis de opdracht om in het Felix Meritis een spetterende bijeenkomst te organiseren waar ik ver­schillende werelden bij elkaar wilde brengen: sport, wetenschap en het bedrijfsleven. Deze driehoek vormt namelijk de basis van de Topsport Community. Om topprestaties te kunnen leveren is expertise nodig. Het samenbrengen en delen van expertise uit diverse werelden leidt tot nieuwe inzichten,” doceert de man die in Tokio debuteert als chef de mission van de Nederlandse olympische ploeg. “Maar die bijeenkomst was tegelijkertijd ook een feestje ter gelegenheid van mijn transitie van sport­man naar een meer maatschappelijke rol. De ruimte wilden we wat meer smoel geven met mooie portretten van mensen die kleur hebben gegeven aan de wereld. Dat idee kregen we van de beroemde Apple­-reclame Think Different.” De commercial is een eerbetoon aan de ‘andersdenkenden’ die de wereld hebben verrijkt met hun prestaties en ideeën. Pieter wijst naar het bordje bovenaan de muur. Daarop staat een tekst van de tien jaar geleden overleden Apple-topman Steve Jobs. ‘The ones who are crazy enough to think they can change the world are the ones who do.’ “Ik dacht: hoe leuk is het om een paar van die bijzondere mensen, die ook mij hebben geïnspireerd, in mijn werkkamer op te hangen? Leuk om zo nu en dan naar die portretten te staren en te filosoferen over die personen.” Muhammad Ali, Albert Einstein, Johnny Weissmuller, Fanny Blankers-Koen, Michael Jordan, Bob Marley, Martin Luther King en John Lennon hangen aan zijn Wall of Fame. De negende positie wordt ingenomen door echtgenote Marie-José. Lachend: “Die heeft ze er zelf tussen gehangen. Geweldig toch? En Marie-José hoort er natuurlijk ook tussen, want zij heeft mijn leven verrijkt.” Marie-José komt juist de werkkamer binnen met thee en koffie. Voordat we het gaan hebben over die negen portretten aan de muur van zijn werkkamer, waarschuwt Pieter alvast dat het over twee uur een ‘gezellige bende’ zal worden in huis, dan komen de vier kinderen van tussen de elf en zestien uit school. Het samengestelde gezin bestaat uit zes personen: Pieter heeft uit een eerdere relatie een dochter en zoon en Marie-José twee zoons. Johnny Weissmuller “Hij heeft een grote impact gehad op het zwemmen en dus ook op mij. Weissmuller won in 1924 in Parijs en in 1928 in Amsterdam goud op het koningsnummer: de 100 meter vrije slag. Het lukte hem om als eerste man de 100 vrij onder de minuut te zwemmen en hij introduceerde een manier van zwemmen - twee armslagen en zes beenslagen - die tot de dag van vandaag overeind staat. Hij is echt grensverleggend geweest. En na zijn zwemcarrière werd hij een ster in Hollywood door zijn rol als Tarzan. Ik was niet zo lang geleden voor een lezing in het Olympisch Stadion en daar is een klomp die mede is gesigneerd door Johnny. En weet je dat een van de eikenbomen rond het stadion in 1928 door Johnny is geplant? De mensen die aan deze muur hangen, waren niet perfect. Johnny is daar ook een voorbeeld van. Vijf huwelijken strandden en hij zat financieel aan de grond toen hij in 1984 op zijn 79ste in stilte overleed aan de gevolgen van een longoedeem. Treurig hoe zo’n groot kampioen aan zijn einde is gekomen. Maar dat maakt hem tegelijkertijd intrigerend. Hij heeft de mooie en minder mooie dingen van het leven meegemaakt. Je weet dat ik een groot muziekliefhebber ben; zijn leven was wel rock & roll.” Wat voor rol speelt zwemmen nog in jouw leven? “Ik ben door corona afgelopen jaar veel te weinig in het water gedoken, ben tegenwoordig gewoon recreant, dus ook ik kreeg geen toestemming om in Eindhoven te zwemmen in het zwembad dat mijn naam draagt. Ik mis het zwemmen gek genoeg eigenlijk niet. De laatste tijd ben ik met de kinderen aan het sporten, duik met hen het krachthonk in of we gaan even hardlopen. Veel van mijn werk doe ik zittend, dat was te zien aan mijn lichaam en dat hebben de kinderen me ook wel ingewreven. Ik heb de laatste tijd aan mezelf gewerkt op mentaal en fysiek vlak, vind dat de ploeg in Tokio een fitte chef de mission verdient. Ik heb mijn voeding drastisch aangepakt en zorg dat ik voldoende slaap. Ook ben ik gaan mediteren en ben met yoga begonnen om mijn flexibiliteit en mobiliteit te verbeteren.” 'In mijn tijd was Papendal een plek in de bossen bij Arnhem waar allerlei formulieren vandaan kwamen. Papendal was nog net geen scheldwoord. Als ik daar nu kom, ben ik trots' Lachend: “Ik ben trouwens de stijfste hark ooit die yoga is gaan doen. Ik ga het zwemmen trouwens wel weer oppakken, voor corona zwom ik altijd één keer per week. En ik doe jaarlijks nog mee aan de Amsterdam City Swim, waarvan de opbrengst gaat naar onderzoek naar spierziekte ALS. Ook sociaal maatschappelijk blijf ik mijn bijdrage dus leveren door te zwemmen.” Weissmuller maakte de transitie van zwemkampioen naar Tarzan en jij die naar chef de mission... Lachend: “Mooi bruggetje! Ik vind deze functie heel erg leuk. Geregeld neem ik de tijd om te bekijken waar ik sta in het leven en of ik nog de juiste dingen doe. De Amerikaanse schrijver Steven Covey stelde ooit: je moet beginnen met het einde in gedachte. Die wijsheid heb ik in m’n oren geknoopt. Ik denk steeds na over wat ik nog wil realiseren. En ik stel mezelf zo nu en dan de vraag: wat moet ik doen om ook een leuke papa te blijven? Zo heb ik in 2013, toen ik net chef was van de Nederlandse ploeg die mee mocht doen aan het European Youth Olympic Festival, de Pietje van Puffelen-sessies georganiseerd. Dat deed ik om even de olympische medailles die ik heb gewonnen te parkeren. Ik heb een aantal mensen met wie ik door de jaren heen heb samengewerkt gevraagd op me te ‘schieten’. Waar ben ik goed en minder goed in? Er kwam uit dat er zeker idealisme en enthousiasme in me zitten om een bepaalde kijk over te brengen. Tegelijkertijd ben ik wat minder goed in het organiseren en daarvoor heb ik een team om mij heen nodig. Ik was me er als zwemmer al heel erg van bewust dat ik een team om me heen nodig had, met uiteraard mijn vriend en coach Jacco Verhaeren als de grote spindoctor, zo weet ik dat ik in het maatschappelijk leven ook een groep mensen om me heen nodig heb.” Een van de kritieken tijdens die sessie was dat je moeilijk ‘nee’ kon zeggen. Kun jij inmiddels ook met je vuist op tafel slaan? “Dat heb ik wel geleerd. Zeker sporters hebben behoefte aan duidelijkheid. Afspraken zijn afspraken. Als ik alleen maar enthousiast loop te zijn, dan prikken ze daar snel doorheen.” Helden Magazine 57 Het eerste gedeelte van het verhaal van Pieter van den Hoogenband komt voort uit Helden Magazine 57. Het dubbeldik zomernummer staat volledig in het teken van de Olympische Spelen in Tokio en het EK voetbal. In Helden Magazine 57 lees je een uitgebreid interview met Dafne Schippers en haar broer Derek over hun speciale band. Spraken we keepster en boegbeeld van de Nederlandse handbalsters: Tess Wester over trouwen, de liefde en het moederschap. En ook een gesprek met en over Mathieu van der Poel, het fenomeen debuteert dit jaar in de Tour de France en rijdt een maand later de olympische mountainbikerace. Met aanvoerder Georginio Wijnaldum, assistent-bondscoach Ruud van Nistelrooij, Denzelf Dumfries en Wout Weghorst blikken we uitgebreid vooruit op het EK. Hoe goed is daarnaast Frenkie de Jong? We vroegen het aan acht kenners. Verder in het EK-gedeelte een interview met Memphis Depay en John Bosman blikt terug op het EK van 1988. Ook in Helden Magazine 57 staat er geen maat op Annemiek van Vleuten meer sinds haar dramatische val tijdens de Spelen in Rio. Praat Sifan Hassan over het geloof, de liefde, haar geheim, de toekomst en goede espresso. Praat de stille kracht van de hockeysters: Eva de Goede over poseren voor Sports Illustrated en tafelvoetballen met Neymar én wint Marianne Vos minder vaak, maar is ze wel gelukkiger. Verder praten we met de vier krachtpatsers van het baansprinten: Roy van den Berg, Matthijs Büchli, Jeffrey Hoogland en Harrie Lavreysen. Spreekt Vivianne Miedema openhartig over haar wens om ooit voor Feyenoord te spelen, zwaait Epke Zonderland in Tokio af, wist Arno Kamminga zelf lange tijd niet hoe goed hij was én pakten Alexander Brouwer en Robert Meeuwsen in 2016 de eerste Nederlandse olympische medaille in het beachvolleybal. Victoria Koblenko stapte daarnaast met Nicolas Heiner in de boot én staat Sarina Wiegman in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij De serenade van Judith Leyster. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Zwemmen

Arno Kamminga: ‘Shit happens, deal with it’

Tijdens de vorige Spelen had niemand nog gehoord van Arno [...]
Tijdens de vorige Spelen had niemand nog gehoord van Arno Kamminga. Nu is hij tweevoudig Europees kampioen op de schoolslag en in Tokio misschien wel de enige uitdager van de Brit Adam Peaty. Maar wat weten we nu eigenlijk van Arno? Oud-zwemmer Nick Driebergen zocht hem op en trof een zelfbewuste topsporter. Smoesjes “Ik droomde in mijn jeugd best weleens van de Olympische Spelen, maar ik wilde er gewoon niet voor werken, wilde geen pijn lijden. Niet in trainingen, niet in wedstrijden. Met zo min mogelijk energie het maximale eruit halen, zo’n instelling had ik. Ik deed er echt alles aan om trainingen te saboteren. Het was een soort Wie Is De Mol? in het water. Dan stond ik de halve training onder de douche, ging ik in iemands slipstream zwemmen, verzon een pijntje aan de schouder of moest ik drie keer per uur naar de wc. Werkelijk de hele trukendoos ging open. Het was mijn trainster van de zwemvereniging in Voorhout die uiteindelijk tóch iets in me zag. Zij moet echt goede ogen gehad hebben. Elk jaar bleef ik, ondanks die instelling, grote happen van mijn persoonlijke records halen. Tot ik me bijna per ongeluk kwalificeerde voor de EK junioren. Toen ontbrandde de verborgen vlam. Ik ging dingen serieuzer aanpakken en versloeg zwemmers uit het Nederlands team. Ik verhuisde naar Amsterdam om onderdeel uit te maken van dat Nederlands team. Daar, na twintig luie jaren, werd de topsporter in mij pas geboren.” Katwijk “Wat er Katwijks aan mij is? Ik denk echt helemaal niets! Ja, ik ben er geboren en opgegroeid. Maar Kamminga líjkt niet eens op Van der Plas of Ouwehand, want zo heet iedereen daar. Dirk Kuijt, de bekendste inwoner, heb ik helaas nog nooit ontmoet. Sinds een aantal jaren worden er sportverkiezingen georganiseerd in Katwijk. Drie keer op rij won ik, de vierde keer werd ik daardoor niet meer genomineerd en dan zal je net zien dat Dirk precies toen wél aanwezig was. Het geloof speelt een belangrijke rol in Katwijk. Mijn moeder was gelovig, maar die liet de keuze aan ons en ik doe daar nu helemaal niets meer mee. We gingen wel met kerst gezamenlijk naar de kerk. Ik ben trouwens wel gedoopt, al was dat bij de enige katholieke kerk van het dorp. De rest is allemaal best streng protestants. Ik heb geen ‘Kattuks’ accent, ook ik vind ze daar moeilijk te verstaan. Ik denk geregeld: mensen, praat normaal zeg! En Katwijk wordt natuurlijk geassocieerd met vis. Ik heb natuurlijk ook wel wat met water, maar aan visserman worden heb ik nooit gedacht. Sterker, tot drie jaar geleden hield ik niet eens van vis. Ik weet nog dat ik in 2018 in Tokio was voor een wereldbekerwedstrijd en we daar sushi gingen eten. Smerig dat ik het vond! Mijn voornemen was destijds om drie jaar later terug te komen in Tokio voor de Spelen en dat ik dan wel van sushi kon genieten. Nou, dat is inmid­ dels aardig gelukt.” Verwennerij “Mijn eerste Nederlands record zwom ik in december 2016 en nu, vierenhalf jaar later, heb ik 48 keer een Nederlands record verbeterd. Het lijkt wel of élke race weer sneller gaat. Van mij hoeft deze trein echt nooit meer te stoppen. Alle nationale records op de schoolslag zijn nu in mijn bezit en er zitten ook een aan­ tal estafetterecords tussen. Dus het gaat nogal voor de wind. We hebben hier in Amsterdam dan ook de allerbeste facili­teiten ter wereld, volgens mij zijn er niet meer dan vijf clubs ter wereld die het beter hebben dan wij. Soms denk ik terug aan de tijd dat ik in een minizwem­ bad in Voorhout trainde, tussen golven waar surfers in Bali jaloers op zouden zijn. Het rook in dat bad naar pis, het was er honderd graden en het tochtte er vreselijk. Toch heeft het me gevormd en ik waardeer daarom meer wat ik nu heb. Als ik soms jonge zwemtalenten hier binnen zie komen... Hoe nonchalant zij met spullen omgaan waar een ander voor heeft betaald. Onbegrijpelijk. We trainen op de beste tijden, met de meest geavan­ceerde onderwatercamera’s. We hebben een eigen krachthonk, een fulltime me­dische staf, de beste trainers. Dat is geen verwennerij, hoor. We willen niets aan het toeval overlaten. Dat heet professio­naliteit. Voorwaarden creëren om olym­pische medailles te kunnen winnen.” Mark Faber Toen ik eind 2016 mijn coach Mark Faber leerde kennen, ging mijn zwem­carrière écht ergens op lijken. Het klikte meteen. Ik zie mezelf nooit meer bij hem weggaan. Het gaat gewoon geweldig. Met mij, maar ook met hem. In het zwem­men weet je van de echte toppers vaak meteen wie de coach is. Pieter van den Hoogenband en Ranomi Kromowidjojo hadden Jacco Verhaeren, Michael Phelps had Bob Bowman; koppels die zo met elkaar verweven waren. Dat heb ik met Mark. Vorig jaar werd hij uitgeroepen tot beste coach in het Europese zwemmen, ik was apetrots op hem. We vertrouwen elkaar blindelings. Zijn geheim is dat hij voor iedereen heel gerichte, persoonlijke trainingsplannen schrijft. Mark is heel lang bondscoach van de paralympische zwemploeg geweest. De één mist een been, de ander heeft überhaupt geen armen en benen en kan toch zwem­men, en weer iemand anders heeft een geestelijke beperking. Vaak zijn coaches lui, ze maken één schema voor een grote groep zwemmers. Door zijn paralympi­sche achtergrond kijkt Mark heel speci­fiek naar wat een individuele zwemmer nodig heeft en hij weet ook heel goed wat er privé bij zijn zwemmers speelt.”| Alfamannetjes “Mijn specialiteit is de schoolslag en zwemmers in die discipline zijn vaak ‘anders’. Het zijn vrij introverte mensen, zeker als je het vergelijkt met borstcrawl­ zwemmers, dat zijn vaak juist gigantische alfamannetjes. Wie heeft de grootste bek en de grootste spierballen, dat werk. Ik treed best graag op de voorgrond hoor, alleen probeer ik wel bescheiden te blijven. Ik zou ook echt de hele dag over zwem­men kunnen praten, snap niet dat ande­ren dat niet hebben. Maar ik snap wel vaker dingen niet van bepaalde keuzes die andere zwemmers maken. Mijn drive komt van zo diep binnenuit. Soms zie ik zwemmers gewoon veel te dik van vakantie terugkomen. Hoe kun je jezelf dat nou aandoen? Ben je eerst weer een paar maanden aan het trainen om enigs­zins fit te worden. Natuurlijk heb ook ik weleens zin in bier en bitterballen, maar in veel mindere mate dan anderen, denk ik. De laatste keer dat ik dronken was, kan ik me niet heugen en wat eten betreft: ik zit in principe in een luxe­ positie. De meeste mensen moeten opletten dat ze niet te veel aankomen, ik moet opletten dat ik niet te snel afval. Ik moet soms ook echt tegen mijn zin in eten, tot ik echt misselijk word. Vooral bij toernooien waar dat minder goed geregeld is, is dat lastig. Dan smaakt het al niet lekker, en dan moet ik nóg een portie.” Valsspelen “Er wordt geregeld nogal valsgespeeld bij de schoolslag. En ik ben vaak het braaf­ste jongetje van de klas. Je ziet steeds vaker dat zwemmers bewegingen maken waarop je eigenlijk gediskwalificeerd zou moeten worden. Bijvoorbeeld extra beenslagen die eigenlijk alleen bij de vlin­derslag gemaakt mogen worden. Maar het gaat zo snel dat het voor de scheids­rechters lastig te zien is. De olympisch kampioen van 2012 deed het ook, maar hij kwam er mee weg. We lobbyen hard voor meer controle, desnoods met onder­ watercamera’s. De zwem­VAR mogen ze van mij zo invoeren. Cheaten komt niet voor in mijn woordenboek. Ik hou best van de grenzen opzoeken, maar het moet wel schoolslag blijven. Anders moeten ze lekker op de vlinderslag gaan zwemmen. Adam Peaty, de wereldrecordhouder over 100 meter, doet dat niet, dus het hoeft blijkbaar niet om snel te zijn. Het past ook niet bij mij.” Champions League “Zwemmen is de afgelopen jaren nog professioneler geworden. Veel meer wedstrijden. Kort door de bocht: vroe­ger trainde je een half jaar en dan had je een wedstrijd. Vervolgens trainde je weer een half jaar en had je nog een wedstrijd. Dat was dan je seizoen. Je zit toch op wedstrijdzwemmen, niet op trainingszwemmen? Vroeger ging het de trainer ook alleen om wat je in het water deed. Wat je daarbuiten deed kon hem minder interesseren, al dronk je tien bier en at je tien bitterballen. Die tijd is echt voorbij. Ik kan met recht zeggen dat ik me op­en­top prof voel. Al grappen we vaak dat we de verkeerde sport hebben gekozen. We trainen qua aantal uur bijna het meest van alle sporten, en verdienen afgezet tegen het aantal uur dat we bezig zijn met onze sport bijna het minst van iedereen. Met welke voetballer ik mezelf zou vergelijken? Een basisspeler in een goed Champions League­team, jij mag invullen wie. Georginio Wijnaldum? Daar zou ik voor tekenen!” Debuut “Ik ken natuurlijk de verhalen over de Spelen. Het olympisch dorp en de smeuïge verhalen, de aandacht, de Mc­ Donald’s, het feest, de grootsheid van het evenement. Een geluk bij een on­geluk is dat het mijn debuut wordt, dus tegenvallen zal het echt niet. Natuurlijk wordt het anders vanwege corona, maar er gaat komende zomer een droom voor me uitkomen. 'Tot het einde bleef mijn moeder vrolijk. Ze zeurde nooit. Dat is mij altijd bijgebleven. Daarom is mijn glas nu altijd halfvol' Er hing een tijdje een Ja­panse vlag in mijn slaapkamer, ik kocht hem drie jaar geleden in Tokio. Die gaf me houvast, liet me elke dag inzien waar­ voor ik het deed. Op de donkere dagen dat het regende en ik er helemaal door­heen zat en toch mijn bed uit moest, was die vlag zo nuttig. Ik heb hem nu minder nodig. Ik ben al geplaatst en ik weet dat ik écht om de knikkers mee ga doen.” Moeder “Ik was tien jaar oud toen mijn moeder ernstig ziek bleek: borstkanker. Ik zat nog op de basisschool. Ze kreeg inten­sieve chemokuren en met succes, want de tumor verdween. Toch bleek het vijf jaar later weer terug te zijn. We gingen hetzelfde traject in. Mijn ouders waren positief en mijn moeder was echt de sterkste vrouw die ik kende. Ze liet geen pijn zien, ze was er altijd om anderen te helpen. Maar het ging gewoon niet meer, ze bleek uitzaaiingen te hebben en uitein­delijk is het heel snel gegaan. Ze viel veel af, werd te zwak en overleed. Ik was toen vijftien jaar oud... De dood van mijn moeder heeft me echt gevormd tot wie ik nu ben. Het is het kutste dat je kunt overkomen. Ik zou alles inruilen om mijn moeder terug te krijgen. Ik geef alles op voor een olym­pische gouden plak, maar natuurlijk zou ik zelfs die opgeven om het te kunnen veranderen. Wat ik vooral heb meegenomen uit die tijd: shit happens, deal with it. Het heeft me zoveel sterker gemaakt. Je kunt twee dingen doen in het leven: je gebruikt die vreselijke situatie als excuus, of je pakt je leven op en put er kracht uit. Het glas is bij mij nu altijd halfvol. Tot het einde bleef mijn moeder vrolijk. Ze zeurde nooit. Dat is mij altijd bij­ gebleven. Ik kan ook veel meer de kleine dingen waarderen. Natuurlijk droom ik en geef ik alles op voor olympisch goud. Maar wat ik nog veel belangrijker vind: de weg erheen. Ik kan met honderd procent zekerheid zeggen dat ik van de afgelopen jaren volop heb genoten. De mooiste tijd van mijn leven. Ongeacht wat er gaat gebeuren. Ik weet zeker dat niet iedereen dat kan zeggen. Van luie jongen ben ik nu tweevoudig Europees kampioen. Vroeger was ik een klager, nu heb ik de wind in de zeilen. In dat opzicht ben ik een fijner persoon. Ja, ik durf te zeggen: ik ben een leuk mens.” Helden Magazine 57 Het verhaal van Arno Kamminga komt voort uit Helden Magazine 57. Het dubbeldik zomernummer staat volledig in het teken van de Olympische Spelen in Tokio en het EK voetbal. In Helden Magazine 57 lees je een uitgebreid interview met Dafne Schippers en haar broer Derek over hun speciale band. Spraken we keepster en boegbeeld van de Nederlandse handbalsters: Tess Wester over trouwen, de liefde en het moederschap. En ook een gesprek met en over Mathieu van der Poel, het fenomeen debuteert dit jaar in de Tour de France en rijdt een maand later de olympische mountainbikerace. Met aanvoerder Georginio Wijnaldum, assistent-bondscoach Ruud van Nistelrooij, Denzelf Dumfries en Wout Weghorst blikken we uitgebreid vooruit op het EK. Hoe goed is daarnaast Frenkie de Jong? We vroegen het aan acht kenners. Verder in het EK-gedeelte een interview met Memphis Depay en John Bosman blikt terug op het EK van 1988. Ook in Helden Magazine 57 staat er geen maat op Annemiek van Vleuten meer sinds haar dramatische val tijdens de Spelen in Rio. Praat Sifan Hassan over het geloof, de liefde, haar geheim, de toekomst en goede espresso. Bespreekt chef de mission van de Nederlandse olympische ploeg: Pieter van den Hoogenbandde mensen die hem inspireren. Praat de stille kracht van de hockeysters: Eva de Goede over poseren voor Sports Illustrated en tafelvoetballen met Neymar én wint Marianne Vos minder vaak, maar is ze wel gelukkiger. Verder praten we met de vier krachtpatsers van het baansprinten: Roy van den Berg, Matthijs Büchli, Jeffrey Hoogland en Harrie Lavreysen. Spreekt Vivianne Miedema openhartig over haar wens om ooit voor Feyenoord te spelen, zwaait Epke Zonderland in Tokio af én pakten Alexander Brouwer en Robert Meeuwsen in 2016 de eerste Nederlandse olympische medaille in het beachvolleybal. Victoria Koblenko stapte daarnaast met Nicolas Heiner in de boot én staat Sarina Wiegman in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij De serenade van Judith Leyster.. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 57 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Zwemmen

Ranomi Kromowidjojo, Femke Heemskerk en Kira Toussaint: Ja, wij willen!

Femke Heemskerk (32), Kira [...]
Femke Heemskerk (32), Kira Toussaint (26) en Ranomi Kromowidjojo (29) willen volgend jaar samen schitteren op de Olympische Spelen. Maar er is meer wat hen bindt. De zwemsters werden vorig jaar alle drie ten huwelijk gevraagd. “We hebben met z’n drieën een bruiden-appgroepje.” Het was geen afgesproken werk tussen waterpolo-international Jesse Koopman, olympisch kampioen openwaterzwemmen Ferry Weertman en Guido Frackers, tourmanager van Amerikaanse orkesten. Toch gingen ze alle drie in 2019 op één knie. Kira: “We waren op vakantie op de Malediven. Het aanzoek van Jesse kwam bij mij totaal onverwacht. Hij scheen de ring al drie maanden thuis te hebben. Die dag gingen we naar een eilandje in de buurt. Hij wilde ergens naar de zonsondergang kijken, zei: ‘Moet je niet even iets moois aantrekken?’ Ik dacht: hoezo, we gaan toch alleen even naar de zonsondergang kijken? Tijdens het moment suprême wilde Jesse me zogenaamd een knuffel geven. Hij ging super moeilijk doen en opeens op een knie zitten. Ik riep: wat doe jíj nou? Daarna zei ik ‘ja’ en ik kon alleen nog maar huilen.” Femke: “Vlak daarvoor zei ik nog tegen je: de Malediven is een leuke plek om ten huwelijk gevraagd te worden.” Kira knikt: “Het aanzoek was op 4 augustus, de dag dat mijn moeder Jolanda de Rover in 1984 olympisch kampioen op de 200 meter rugslag werd. Ik belde haar daarna meteen om het goede nieuws te vertellen en liet mijn ring zien.” Ranomi: “Jouw aanzoek kwam toch minder onverwacht, Fem?” Femke: “Guido zei geregeld: ‘Jij wordt mijn vrouw, dat weet je wel, hè?’ Ik wist wel dat het aanzoek ging komen, maar niet wanneer. Het gebeurde in het vliegtuig van Tokio naar San Francisco, op 2 januari. De avond ervoor waren we naar een karaokebar geweest, we hadden iets te veel sake gedronken. Het liedje Marry You van Bruno Mars werd ook afgespeeld. Ik heb nog keihard meegezongen. Die ochtend erna zou ik met de Japanse selectie meetrainen. De Japanse coach zei dat het niet zo zwaar zou worden, maar ik moest anderhalf uur lang dry lands doen en bijna zeven kilometer zwemmen! Eenmaal in het vliegtuig was ik hartstikke moe, ik viel meteen in slaap. Maar Guido wilde me ten huwelijk vragen. Acht uur later werd ik wakker. Ik weet nog dat ik tegen hem zei dat ik dat gratis tasje waar sokken en een oogmasker in zitten niet mee zou nemen. Guido vroeg: ‘Wil je anders die van mij?’ Hij bleef aandringen. Ik keek in dat tasje, toen zag ik die ring... Guido zei: ‘Ik ben altijd met jou in de wolken, wil je met me trouwen?’” Femke: 'Guido zei geregeld: 'Jij wordt mijn vrouw, dat weet je wel, hè?' Het aanzoek kwam in het vliegtuig. Guido zei: 'Ik ben altijd met jou in de wolken, wil je met me trouwen?'' Kira: “En toen ging vast het hele vliegtuig klappen!” Femke: “Gelukkig niet. De andere passagiers hadden niks door.” Ranomi: “Bij ons geloofden veel mensen het niet, omdat we er al best vaak grappen over hadden gemaakt. Ferry en ik dachten nog: wat voor stel zijn we als de helft van onze inner circle niet gelooft dat we echt gaan trouwen? Tot ze het drie uur later op de site van De Telegraaf lazen." Het aanzoek kwam op 28 december. Ferry en ik waren op vakantie in Zuid-Duitsland. Op de eerste dag gingen we een berg beklimmen, maar eenmaal boven was ik zo moe, dat Ferry dacht: die ring laat ik even in mijn tas. Op dag twee gingen we naar een kasteeltje, maar het regende en er waren te veel mensen en op de derde dag gingen we weer naar een berg. Driemaal is scheepsrecht. Op het punt met het mooiste uitzicht ging hij op één knie en vroeg of ik met hem wilde trouwen.” Femke: “Hij noemde je toch ook bij je officiële namen?” Ranomi: “Klopt. ‘Ranomi Madelon...’ Toen moest ik lachen. Daarna stelde hij heel netjes de vraag: ‘Wil je met me trouwen?’ Het was een verrassing, maar er was bij ons ook wat social pressure geweest. Vriendinnen van me vroegen geregeld aan Ferry: ‘Wanneer gaan jullie nou trouwen?’” Biefstuk Femke, Kira en Ranomi maken elkaar in en rond het zwembad mee. Femke en Ranomi trainen in Eindhoven, Kira in Amsterdam, maar bij grote toernooien maken ze elkaar dagelijks mee. Ranomi: “Weet je wat ik mooi vind? Dat Guido zo’n goede invloed heeft op Fem.” Kira: “Ik denk dat Guido jou heeft geleerd dat je moet genieten en los moet laten. Dat zwemmen belangrijk is, maar dat het soms beter is om het even te relativeren.” Femke knikt: “En dat het ook leuk is.” Ranomi: “Guido leeft wat losser.” Kira: “Hij doet wat hij wil, niet wat moet.” Femke: “Als we in een restaurant zitten en hij heeft bijvoorbeeld zin in biefstuk, maar ook in kip, dan bestelt hij het gerust allebei. Hij doet geen concessies.” Kira: “Vertel eens hoe jullie elkaar hebben leren kennen.” Femke lachend: “Ik kwam hem gewoon tegen in het wild! Dat was op de Bosbaan in Amsterdam. We leerden elkaar kennen via een gemeenschappelijke vriend. Op dat moment had ik nog een relatie, maar ik weet nog wel dat ik dacht: ik heb vandaag een bijzondere man ontmoet. Hij vertelde dat hij een relatie had gehad met een vrouw die op dat moment een zoontje van negen maanden had. Ook toen de relatie na twee jaar voorbij was, is hij voor die jongen blijven zorgen, hij noemt Guido ook papa. Dat vind ik heel mooi. Guido leeft en woont voor het grootste gedeelte in Amerika, hij regelt de tours van vijftien grote Amerikaanse orkesten van soms wel 165 musici, is eigenlijk tourmanager en reist de hele wereld over. Dus een bruiloft regelen kan Guido ook wel.” Ranomi: “Bij jou was het makkelijk Kira. Jesse kon klaverjassen, dus die was sowieso meteen goedgekeurd.” Kira: “Tijdens de WK in 2017 sliepen we met de waterpolo-ers in hetzelfde gebouw, zelfs op dezelfde verdieping. Ze waren onze buren. Op een gegeven moment kwam iemand uit dat team binnen: ‘Kan iemand van jullie klaverjassen, we hebben nog een vierde persoon nodig.’ Zo hebben Jesse en ik elkaar ontmoet.” Femke: “Jesse is een goeie jongen. Het begin van jullie relatie is heftig geweest. Hij was toen zo goed voor jou.” Kira: “We zijn sinds 8 november 2017 bij elkaar. Niet lang daarna werd ik beschuldigd van dopinggebruik. Jesse was er altijd voor me.” Kira:'Ik was heel blij met de steun van Femke en Ranomi. Toen ik positief was getest, was ik zo bang voor wat andere mensen zouden vinden' Femke: “En Ferry past ook heel goed bij Ranomi. Jij bent verbaal heel sterk, scherp en ad rem. Maar Ferry is dat ook.” Ranomi: “Dat is hij zeker!” Femke: “Jij hebt iemand nodig die jou tegengas geeft. Dat doet Ferry.” Kira: “Jullie kwamen elkaar al vaak tegen, wanneer sloeg de vonk over?” Ranomi: “Ja, we kenden elkaar natuurlijk al. Op een trainingskamp in 2015 leerden we elkaar beter kennen, daar ontstond onze liefde.” Femke lachend: “Jij wilde de hele tijd dat Ferry je rug insmeerde, dat hadden wij echt wel door, hoor.” Helden Magazine 53 Het eerste gedeelte van het verhaal van Femke Heemskerk, Kira Toussaint en Ranomi Kromowidjojo komt voort uit Helden Magazine nummer 53. In de 53ste editie blikken onder meer Robin en Bouchra van Persie uitgebreid terug op hún carrière, want zo voelt dat. Een gesprek over Louis van Gaal, Oranje, Feyenoord, racisme, homo-acceptatie, de toekomst én de liefde. Daarnaast vertellen Joël en Naomi Veltman hoe zij er in goede en slechte tijden voor elkaar zijn, laat Guus Hiddink zijn licht schijnen over de rentree van Arjen Robben, Oranje en racisme én schittert aanstaande moeder Stefanie van der Gragt in de rubriek ‘Leeuwinnen in het Rijks.’ Verder in de 53ste editie van Helden spraken we met ploeggenoten met hetzelfde doel: Tom Dumoulin en Primoz Roglic. Blikten we met Laurens ten Dam terug op zijn loopbaan én vertelt Lorena Wiebes openhartig over de drugsverslaving van haar broer en hoeveel impact dat op haar en het gezin heeft gehad. Ook ging Helden langs bij de familie van den Goorbergh. Zonta van den Goorbergh wil in de voetsporen van zijn vader, oud-MotoGP-coureur Jurgen van den Goorberght, treden. De pas vijftienjarige Keet Oldenbeuving werd in 2019 Europees kampioen en won de NOC*NSF Young Talent Award. Theo Lucius voelt vijftien jaar na het mislopen van de Champions League-finale nog steeds de kater.Victoria Koblenko ging langs bij oud-voetballer Bryan Roy én Tessie Savelkouls raakte op 9 februari dit jaar zwaar geblesseerd, de kans dat ze ooit nog kan judoën is klein. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Zwemmen

Pieter van den Hoogenband: ‘We wilden de wereld verbazen’

Pieter van den Hoogenband won in 2000 twee maal [...]
Pieter van den Hoogenband won in 2000 twee maal olympisch goud en twee keer brons op de Spelen in Sydney. Zijn leven veranderde op slag. Helden ging met de ex-zwemmer, tegenwoordig chef de mission van NOC*NSF, en coach Jacco Verhaeren twintig jaar terug in de tijd. “Overal waar ik ging, had ik beveiliging nodig. Het waren Backstreet Boys-taferelen.” “Ja, die jongens hebben voor een groot deel mijn leven bepaald,” zegt Pieter van den Hoogenband. Zeven medailles heeft hij uit een leren tasje gehaald en vervolgens bijna ach­teloos op tafel gegooid. “Ze liggen in de kast en daar komen ze niet vaak uit. Alleen soms voor een spreekbeurt van de kinderen.” Voor hem liggen twee gouden medailles en twee bronzen plakken die hij in 2000 won op de Spelen in Sydney. Vier jaar later in Athene volgden nog drie olympische plakken: één van goud, twee van zilver.“Voor mij hebben medailles weinig waarde. Prijzen waren bijzaak. Het ging om het maximale uit mezelf halen, de zoektocht naar de perfecte race. Ik heb met de gedachte gespeeld om een paar van mijn olympische medailles weg te doen voor het goede doel. Als ik daar mensen mee kan helpen... Maar de kinderen zijn er erg trots op, dus heb ik ze maar gehouden.” Thuis in Waalre vist Pieter de gouden plak op de 200 meter vrije slag er tussenuit. “Deze medaille is de reden waarom Jacco Verhaeren nu in Australië zit. Hij zal zichzelf nooit op de borst kloppen, maar hij is natuurlijk een geniale gek.”Van 1993 tot het einde van Pieters carrière in 2008 was Verhaeren ­ sinds 2014 bondscoach van Australië ­ zijn coach, maar de band ging veel dieper. Ze waren en zijn soulmates. “Belangrijker dan die medailles zijn de herinneringen, de mooie verhalen. En Sydney was natuurlijk een schitterend verhaal.” Gettoblaster Er werd in Nederland nog betaald met de gulden in 2000. Het was het jaar van het EK voetbal in Nederland en België. De band Krezip had dé zomerhit te pakken met I Would Stay toen op 15 september het olympisch vuur werd ontstoken in Sydney. Tijdens de openingsceremonie lag Pieter in een container in het olympisch dorp. Er was te weinig huisvesting voor alle atleten, dus fungeerden grote containers als onderkomen. Er was nog provisorisch een raam uit gezaagd en een douche in gebouwd. Pieter had bij toenmalig chef de mission Joop Alberda gevraagd om een plek voor zichzelf. Hij moest goed kunnen rusten, er werd immers een hoop van hem gevraagd en verwacht. “Ook mijn zwemmakkers waren een gevaar voor me, hadden moeite hun enthousiasme te beteugelen. We kregen dus een container toegewezen, in de ene helft sliep ik en in de andere Jacco en bondscoach Stefaan Obreno. Ik moest af en toe een ventilator op het wandje tussen ons richten anders kwam hun sigaretten­ rook mijn kant op. Ze zaten daar te stomen in die cabine! Ach, het was gewoon kamperen. ’s Nachts was het ijskoud en overdag bloedheet. Ik zat daar met mijn cd’s, mijn gettoblaster en mijn boeken. Meer had ik niet nodig.” Amateur Pieter had vier jaar eerder gezien hoe hij het níet moest aanpak­ken, tijdens de Spelen in Atlanta. Hij maakte naam door als achttienjarige uit het niets vierde te worden op de 100 en 200 meter vrij. Beide keren miste hij het brons op elfhonderdste. Het waren voor hem de Spelen van de gemiste kansen. “Ik had in Atlanta ook al kunnen winnen, als het puur om zwemmen ging was ik in 1996 al de snelste.” Jacco Verhaeren vanuit Australië: “We zijn daar echt groen heen gegaan. We hebben zoveel beginnersfouten gemaakt, konden zoveel beter. Pieter kon niet eens een volledige race zwemmen en toch ging hij al zo hard. Ik zei toen: als deze jongen voor het einde van zijn loopbaan geen wereldrecord heeft gezwommen, dan heb ik gefaald als trainer. Dat was des­ tijds een gewaagde uitspraak voor een trainer zonder ervaring.” Pieter: “Het overkwam me allemaal op die Spelen. En als ik ergens een hekel aan heb, is dat aan sporters die iets ‘overkomt’. Wat een amateur was ik!” Jacco: “In Atlanta kwam een einde aan de chaotische periode. Ik was zoveel wijzer geworden.” Pieter: “Het belangrijkste: we kregen daar de bevestiging dat onze aanpak de goede was, één waarmee we ons konden onder­ scheiden. Atlanta markeerde het einde van mijn ontdekkings­ reis, van de experimentele fase.” Jacco: “In 2000 kenden we de valkuilen, we hadden veel meer oog voor de details, waren heel professioneel bezig.” Pieter: “In 2000 had ik mijn zaakjes pas echt voor elkaar.” Jacco: “Maar om te kunnen winnen in Sydney, hadden we wel de Spelen van Atlanta nodig.” Baywatch Samen wilden ze de wereld versteld doen staan in Sydney, zeven jaar nadat hun bijzondere samenwerking begon. Jacco en Pieter leerden elkaar kennen na de Jeugd Olympische Dagen in Eindhoven in 1993, waar Pieter goud won op de 100 en zilver op de 200 vrij. Hij wilde de volgende stap maken, maar bij de zwembond ontbrak het aan visie en geld. Pieter vroeg zijn vader Cees Rein om hulp. De chirurg en hoofd medische begeleiding van PSV richtte Stichting Topzwemmen Zuid­Nederland op en vond tal van ondernemers bereid een groepje talentvolle zwemmers te sponsoren. Er was plots geld voor een trainer. Meteen viel het oog op Jacco, die slaagde er in Maastricht en tijdens zijn diensttijd in Breda in om middel­ getalenteerde zwemmers heel hard te laten zwemmen. Pieter over het eerste gesprek: “Kwam hij aan in zo’n klein rotautootje. En hij had echt een prachtige vriendin bij zich. Het was de tijd van Baywatch. Het was net of David Hasselhof met een gruwelijk lekker wijf aan kwam lopen. Zweminhoude­ lijk had hij de mooiste ideeën. Uiteindelijk vroeg ik hem wat zíjn doel was. Jacco zei: ‘Ik wil de beste zwemtrainer van de wereld worden.’ Toen heb ik hem de hand geschud en gezegd: Jou moet ik hebben.” Jacco was afgestudeerd als zwemtrainer aan het CIOS in Sittard, maar er was in Nederland verder niemand van wie hij het vak kon leren. Hij keek goed naar wat de Amerikanen deden, trendsetters als het om zwemmen ging. [caption id="attachment_18144" align="alignnone" width="2048"] Van den Hoogenband met zijn gouden medaille op de 100m vrije slag.[/caption] Pieter: “Jacco vond dat zij onzinnige meters maakten in het bad en dacht meteen: er liggen kansen voor ons als wij meer op kwaliteit dan op kwantiteit gaan trainen. Dat kwam ook nog eens goed uit: wij konden niet onbeperkt gebruik maken van het badwater, daar hadden we het geld niet voor.” Jacco: “Het was pionieren. We hadden wel een trainingsplan, maar dat was niet op ervaring gestoeld.” Pieter: 'Ik heb met de gedachte gespeeld om een paar van mijn olympische medailles weg te doen voor het goede doel. Als ik daar mensen mee kan helpen...' Coach en pupil experimenteerden er op los. Het was zoeken naar de grenzen van Pieter en een aanpak waar zijn lichaam goed op reageerde. “Jacco hamerde alleen maar op techniek. Een vader van een van de zwemmers trok op zaterdag een duikerspak aan om filmpjes te maken vanaf de bodem. In Jacco’s appartementje analyseerden we de beelden.” Jacco: “Dat was soms wel drie weken later, hoor. Vandaag de dag hangen overal camera’s in het bad, kun je alles na drie seconden terugkijken.” De natuur hielp ook een handje. Pieter beschikte over een lichaam dat uitermate geschikt was voor zwemmen, hij had dat befaamde kuiltje in zijn borstkast. Helden Magazine 52 Het eerste gedeelte van het verhaal van Pieter van den Hoogenband komt voort uit Helden Magazine nummer 52.  In de 52ste editie van Helden schittert Louis van Gaal de cover. Met hem blikken we terug op zijn indrukwekkende carrière. Ook tal van mensen die met de trainer hebben gewerkt komen aan het woord. Harrie Lavreysen, Alexander Brouwer, Niek Kimmann, Kim Polling, Kira Toussaint, Frédérique Matla, Femke Heemskerk, Ranomi Kromowidjojo, Ferry Weertman en Marit Bouwmeester zouden afgelopen zomer schitteren op de Olympische Spelen in het land van de rijzende zon. Het coronavirus gooide echter roet in het eten. Helden fotografeerde de sporters bij wie alles al een tijd draait om Tokio op een bijzondere wijze in ‘Tokiogangers’ In deze editie gaan wij ook terug in de tijd. Joop Zoetemelk won veertig jaar terug als laatste Nederlander de Tour de France en John Heitinga was met Oranje tien jaar terug dicht bij de wereldtitel. Daarnaast won Rinus Israel vijftig jaar geleden de Europa Cup I met Feyenoord. Het was ook dertig jaar geleden dat Mike Tyson zijn wereldtitels en zijn status van onoverwinnelijkheid verloor, bereikte Andre Agassi voor het eerst een grandslamfinale én blikken onder meer uitblinkers Dennis Bergkamp, Frank de Boer en Patrick Kluivert terug op de behekste wedstrijd uit 2000: Nederland – Italië. Verder in de 52ste editie van Helden spreken we sportief directeur van Jumbo-Visma, Merijn Zeeman. Staat Jackie Groenen oog in oog met ‘Het Melkmeisje’ van Vermeer. Kiran Badloe won de strijd met vriend, trainingsmaat én concurrent Dorian van Rijsselberghe. Een exclusief gesprek met Chris Froome over onder meer zijn horrorcrash. Ook lees je hoe overleven voor Johan van der Velde gesneden koek is en verteld Elsemieke Havenga hoe ze tweemaal olympisch goud had kunnen hebben. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

BMX

Tokiogangers: ‘Iedereen zit in hetzelfde schuitje’

Ze zouden deze zomer schitteren op de Olympische Spelen in het [...]
Ze zouden deze zomer schitteren op de Olympische Spelen in het land van de rijzende zon. Het coronavirus gooide roet in het eten. Paul Raats fotografeerde sporters bij wie alles al een tijd draait om Tokio. Harrie Lavreysen - Baanwielrennen - “Het zijn bijzondere tijden, waarin we zo goed mogelijk proberen door te trainen. Krachttraining doe ik in de achtertuin en de baantraining hou ik op de weg. Ik woon samen met mijn ploeggenoot Nils van ‘t Hoenderdaal, dus we kunnen met elkaar trainen, Dat is fijn. Inmiddels hebben we wat afgelegen weggetjes gevonden, want met 75 kilometer per uur op een fiets zonder rem een weg op schieten waar ook ander verkeer is, gaat niet. We missen alleen de vier bochten die we op de baan wel hebben. Het is niet anders. Het zat er al een tijdje aan te komen dat de Spelen zouden worden uitgesteld. We konden zien wat er gebeurde in de wereld en het is logisch dat het niet door kon gaan. De dag dat ik het hoorde, voelde ik me niet heel rot. Ik dacht meteen: doorpakken, op naar volgend jaar. Plannen na Tokio had ik nog niet gemaakt, maar het voelt wel alsof ik een jaar stilsta. Maar goed, iedereen zit in hetzelfde schuitje. De WK hebben we nog kunnen rijden eind februari. Sommige sporters hebben dit jaar überhaupt geen wedstrijden gehad, wat dat betreft hebben wij nog geluk gehad. Ik ben blij dat we daar hebben kunnen laten zien hoe goed we zijn. Met drie gouden plakken, op de teamsprint, keirin en individuele sprint, keerde ik huiswaarts. Natuurlijk is het voor onze ploeg balen dat de Spelen niet doorgaan, we stonden er allemaal zo goed voor. Maar ik zie nu geen reden om volgend jaar niet in dezelfde vorm te verkeren. Deze periode gebruik ik om nog sterker te worden en onze basis zo perfect mogelijk te maken. Stilstaan is achteruitgaan. En ik wil nog beter worden Alexander Brouwer - Beachvolleybal - “Mijn maatje Robert Meeuwsen met wie ik al tien jaar samenspeel, heb ik sinds maart niet meer gezien. Alleen via videogesprekken met andere vrienden, want we zitten in dezelfde vriendengroep. Naast sporten mis ik het sociale aspect enorm. Het is onwerkelijk dat ons wedstrijdseizoen is afgelopen voordat het amper was begonnen. We hadden pas één toernooi gespeeld. Het is ook bizar dat zoiets groots als de Spelen is uitgesteld. Maar ik was ook opgelucht dat ze, zoals het er nu naar uitziet, niet zijn afgelast. Vervelen doe ik me thuis niet, ik heb genoeg te doen. Ik spendeer veel tijd met mijn zoontje en sinds december wonen we in een nieuw huis waar nog veel aan moet gebeuren, vooral in de tuin. Ik ben een schuur aan het bouwen en de bestrating aan het aanleggen. Daar blijf ik meteen een beetje fit van. Mijn sponsor Red Bull heeft me een net gegeven dat ik in de tuin heb opgehangen. Zo kan ik een beetje trainen, smashen tegen de radiator die tegen de schutting aanstond. Ik heb er een video van gemaakt en die op Instagram gezet. Die is inmiddels viral gegaan, meer dan twee miljoen keer bekeken. Andere beachvolleyballers hebben mijn voorbeeld gevolgd, lachen toch? Maar om eerlijk te zijn, is mijn motivatie om thuis te trainen best ver te zoeken. Ik ben sowieso een kortetermijndenker en -planner en zie nu even niet het nut in van trainen. Wel probeer ik mijn basisconditie op pijl te houden. Stel dat er nog iets op het programma komt, dan moet ik snel wedstrijdfit kunnen worden. Toch ben ik al een paar kilo aan spiermassa verloren. Twijfelen om door te gaan, deden Robbert en ik niet. Ook onze nieuwe coach Victor Anfiloff heeft zijn commitment gegeven. We zijn alleen allemaal in de wachtrij geplaatst. Eind oktober verwachten mijn vrouw en ik ons tweede kindje. Even kwam nog ter sprake dat onze uitgestelde toernooien in oktober zouden worden ingehaald. Dat had niet echt handig uitgekomen. Nu de Spelen zijn uitgesteld, krijg ik gewoon een druk. Niek Kimmann - BMX - “In eerste instantie werden onze wereldbekers afgelast. Toch was er voor mij toen nog niet zoveel aan de hand. Al reed ik geen wedstrijden meer, ik kon ik me nog steeds goed voorbereiden op de Spelen, onder andere op onze indoor BMX-baan die we thuis in Dedemsvaart hebben. Samen met mijn broertje Justin kon ik goed doortrainen. Het besef dat ook de Spelen misschien niet door zouden gaan, kwam steeds meer. Met de dag veranderde er zoveel, dat het niet veilig en verstandig zou zijn om ze door te laten gaan. Toen het IOC met het besluit naar buiten kwam, was het wel even een schok. Maar het is de beste en eerlijkste beslissing. Wij konden thuis nog wat doen, sommige buitenlandse BMX’ers konden nog volledig trainen en anderen zaten misschien wel op een flat van 10 hoog. Hoe eerlijk is het dan nog? Een van de eerste dingen die je leert in de sport is om dingen te accepteren en je aan te passen. Wel heb ik wat gas teruggenomen na het besluit. Ik had ook minder motivatie om vol door te trainen. We zijn nu onze indoorbaan aan het verbouwen en bezig met een buitenbaan. Ik kom nu aan dingen toe waar ik normaal de tijd niet voor heb. Verder ben ik veel video’s aan het maken. Ik heb een reportage voor de NOS gemaakt en maak video’s voor de KNWU. Dat neemt veel tijd in beslag. Tussendoor train ik, zodat ik een redelijke basis heb als straks alles weer begint. Ik heb me daarom ook nog geen seconde verveeld. In mijn planning is er veel veranderd. Na de Spelen van Rio kwam ik in een soort zwart gat. Ik was even vergeten dat het leven gewoon door zou gaan. Dat wilde ik nu voorkomen, daarom had ik tot 2021 mijn agenda vol staan. Zo wilde ik graag de Amerikaanse serie rijden. Mijn coaches hadden al plannen uitstaan voor me. Die schuiven nu gewoon een jaartje op.” Kim Polling - Judo - “Ik woon in Turijn met mijn vriend Andrea Regis. Het coronavirus heeft heel Italië op een vreselijke manier op z’n kop gezet. Wij mogen alleen voor de echt noodzakelijke dingen naar buiten, verder moeten we binnen blijven. We hebben een speciale trainingsruimte thuis. Verder heb ik het geluk dat mijn vriend ook judoka is, dus ik kan in tegenstelling tot veel andere judoka’s ook echte judotrainingen doen met Andrea. Natuurlijk is zoals bij iedereen de lockdown ook een relatietest. Ik moet zeggen dat het bij ons heel goed gaat. Andrea is altijd zo relaxt, dus dat scheelt. Ik ben soms een beetje geïrriteerd tijdens de trainingen, maar dat ben ik altijd omdat de dingen bij mij nu eenmaal perfect moeten gaan. Ik heb ADHD, daarom plan ik dingen altijd goed. Dat er nu veel onzekerheid is, maakt mij normaal gesproken erg onrustig. Maar de laatste jaren heb ik geregeld met blessures te maken gehad. Eigenlijk komt deze periode overeen met de tijd dat ik geblesseerd was aan mijn rug en knie. Er is een groot verschil: toen vond ik het vooral moeilijk dat ik niets kon en de wedstrijden gewoon doorgingen. Nu kan niemand judoën en dat maakt het zelfs nog iets makkelijker de situatie te accepteren. Wanneer mogen wij judoka’s weer aan de bak? Judo is natuurlijk een contactsport, ik denk dat gezien de risico’s en de verplichte anderhalve meter afstand wij misschien wel de laatste sporters zijn die weer volop kunnen trainen en wedstrijden afwerken. Maar goed, dat is voor alle judoka’s lastig, met of zonder ADHD. Ik liep op schema wat betreft de Spelen, had geen last meer van blessures. Na het EK, dat op het programma stond in mei, zou duidelijk zijn of ik naar de Spelen mocht. Ik stond er goed voor. Wanneer nu de beslissing gaat vallen wie in mijn gewichtsklasse namens Nederland uitkomt in Tokio, weet ik nog niet. Maar goed, voor mij is dat minder erg. Voor iemand als Henk Grol, die echt aan het aftellen was naar de Spelen en daarna zou stoppen, is het veel erger. Ik ga sowieso door tot en met de Spelen van 2024. Door mijn blessures weet ik bovendien hoe het is om er tussenuit te moeten gaan om daarna weer terug te keren.” Kira Toussaint - Zwemmen - “Ik had het al aan zien komen dat de Spelen uitgesteld zouden worden, maar toch kwam het wel even binnen toen het besluit definitief was. Niet dat ik er een traan om heb gelaten, hoor. Dat komt vooral doordat ik de Olympische Spelen van Tokio nooit als eindstation van mijn carrière heb gezien. Ook al was dit jaar de focus natuurlijk op Tokio gericht, ik heb altijd als subdoel voor dit jaar de WK kortebaan in december in mijn achterhoofd gehad. Daar wil ik revanche nemen op 2018 – toen ik naar later bleek ten onrechte positief testte en het WK moest laten schieten- en wereldkampioen worden in een wereldrecord. Omdat dat WK, met de kennis die we nu hebben, nog gewoon doorgaat, is dat het volgende doel geworden. Dat we de afgelopen tijd niet konden zwemmen zoals we gewend waren, maakt het wel lastig. Mijn doel is fit blijven. Ik ga veel met de hond naar buiten, fietst vaak en doe oefeningen in huis. Mijn verloofde Jesse zit gelukkig samen met mij in quarantaine. Aangezien we normaal een langeafstandsrelatie hebben omdat we allebei een sportcarrière hebben – Jesse is waterpolo-international -, zie ik dit als een kans om lekker veel samen te zijn en spelletjes te spelen. We overleven het wel. Er zijn veel ergere dingen in de wereld.” Frédérique Matla - Hockey - “In 2014 heb ik al mogen proeven aan de Spelen, toen ik meedeed aan de Jeugd Olympische Spelen in Nanjing, China. Een te gekke ervaring. Na de Spelen van Rio ben ik aangesloten bij het Nederlands team. Ik heb me dus vier jaar lang kunnen voorbereiden op mijn eerste Spelen. Ook al kwamen de Spelen steeds dichterbij, ze voelden nog best ver weg aangezien we nog midden in het hockeyseizoen zaten en er nog van alles kon gebeuren. Dat is ook gebleken. Het feit dat ik in het moment leef, verlichtte voor mij de klap toen bleek dat de Spelen deze zomer niet doorgingen. Neemt natuurlijk niet weg dat de Spelen hét ultieme doel voor veel topsporters is, zo ook voor mij. Ik keek en kijk er enorm naar uit. Maar gezondheid is op dit moment het belangrijkste. Bovendien zie ik deze gezondheidskwestie als een externe factor waar ik geen invloed op heb en waar ik me dus ook geen zorgen om kan maken. Ik hoop dat wij ook in deze periode met z’n allen kunnen ‘winnen’, door dit virus te verslaan. Deze periode biedt me welruimte om wat meer tijd te besteden aan – hoe ironisch - mijn studie Gezondheid & Maatschappij. Daarnaast blijf ik natuurlijk heel actief en leef ik nog steeds voor mijn sport. Zo ben ik vier à vijf keer per week verschillende soorten hardloopsessies aan het doen op een veld of in het park in de buurt van m’n huis. Daar werk ik ook twee keer per week mijn krachttraining af. Zo blijf ik toch een beetje fit, ondanks dat ik nog niet weet waarvoor.” Femke Heemskerk - Zwemmen - “Toen langzaam duidelijk werd dat de Spelen in gevaar kwamen, was dat natuurlijk wel heftig, daar werd ik in eerste instantie erg verdrietig van. Uiteindelijk was het nieuws dat de Spelen zouden worden uitgesteld juist een grote opluchting. In deze situatie zijn de Olympische Spelen niet belangrijk. Om zoiets te zeggen is vreemd, omdat tot begin maart alles om de Spelen draaide. Nu is het enige doel om gezond te blijven en samen met de rest van de wereld ervoor te zorgen dat er geen nieuwe mensen besmet raken met het coronavirus. Toen bleek dat we thuis moesten blijven, wilde ik zo snel mogelijk naar mijn vriend Guido toe. Omdat ik vreesde dat we elkaar anders lange tijd niet zouden zien. Ik zag Guido in Vancouver. Samen wilden we naar Amerika, waar hij woont, maar ik werd geweigerd voor de vlucht. Een belangrijke reden was dat we verloofd waren en niet getrouwd. We waren van plan in september te trouwen, maar hebben besloten dat toen snel te doen. We belden een ambtenaar, legden de situatie uit en zijn nog dezelfde middag in een koffietentje getrouwd en we hebben ook nog twee getuigen gevraagd, dat was zo geregeld. Binnen twee minuten was de plechtigheid voorbij. Bizar, maar ook heel bijzonder. Ik ben nu bij Guido in Californië en buiten hebben we een gym gemaakt, we hebben wat spinfietsen gehuurd en Guido heeft een klein zwembadje waar ik aan elastiek in kan zwemmen. Twee keer per week maken we ook nog een lange hike, dan zijn we er ook even uit. Je doet wat je kunt, en mijn enige doel is om mentaal en fysiek fit te blijven en het vormverlies zoveel mogelijk teminimaliseren. Als ik naar de positieve kant kijk, heb ik nog nooit zoveel tijd achter elkaar samen gehad met Guido, dat is super fijn. Maar de reden ervan is natuurlijk vreselijk.” Ranomi Kromowidjojo - Zwemmen - “Voor mij was het duidelijk dat de Spelen verplaatst zouden moeten worden met het oog op de mondiale gezondheid en veiligheid. Het betekent dat mijn carrière in ieder geval nog twaalf maanden langer gaat duren. Ik leef voor de Spelen, dus het was geen moeilijke keuze om mijn loopbaan met tenminste een jaar te verlengen. Er zijn nog wel veel vraagtekens hoe de komende maanden eruit gaan zien. Wanneer kunnen we weer normaal trainen, reizen en wedstrijden zwemmen? Ik focus me erg op wat er wél kan en wat ik wél heb, en gelukkig ben ik gezond en heb ik de mogelijkheid om in en rond het huis te trainen. Daarnaast zijn we bezig om een SWIMM in de tuin te plaatsen, een badje met stroming. Hopelijk kunnen mijn vriend Ferry Weertman en ik snel in onze achtertuin trainen. Lekker luxe! Maar nog meer hoop ik dat men van deze crisis leert en dat deze hele situatie snel voorbij is. Ferry Weertman - Openwaterzwemmen - “Toen ik hoorde dat de Spelen een jaar zijn uitgesteld, voelde ik opluchting. Het zat er al een paar weken aan te komen, we konden al niet meer normaal trainen, wat sowieso geen ideale voorbereiding op de Spelen betekende en daarom had ik ook niet de olympische race kunnen laten zien die ik voor ogen heb. Sommige concurrenten konden wel gewoon doortrainen. Echt eerlijk was het dus sowieso niet geweest. Op dit niveau gaat het om een of twee procenten die het verschil maken. En deze beperkingen hadden mij zeker procenten gekost. Het uitstel zie ik nu als een mogelijkheid om nog beter te worden dan vorig jaar. Ik krijg de kans om te kijken wat er beter kan. Mentaal gezien moest ik het nieuws wel even laten landen, hoor. Na het verlossende woord heb ik een paar dagen vrij genomen. Ons seizoen was officieel afgelopen. Maar na die paar dagen begon eigenlijk meteenseizoen 2020-2021. Dat seizoen duurt nu heel lang, tot en met de Spelen van 2021. Twijfel of ik wel wilde doorgaan, had ik niet. Maar ik heb er wel even de tijd voor genomen, wilde het zeker weten en niet in the heat of the moment beslissen. Mijn vriendin Ranomi gaat ook door, dat scheelt. Na de Spelen stond er eigenlijk een lange vakantie op het programma. Ranomi en ik wilden een huisje huren in Italië. Dingen doen die je normaal gesproken als topsporter niet kunt doen. Nu zullen we in de zomer aan het trainen zijn. Dat is ook leuk. Ook wilde ik mijn opleiding bedrijfskunde afmaken vanaf september. Dat zal niet lukken, daarom ben ik nu maar alvast wat vakken aan het doen. Onze verwachtingen moesten even flink worden bijgesteld.” Marit Bouwmeester - Zeilen - “Deze winter zag ik mezelf al ergens op een tropisch eiland liggen, maar dat moet een jaar wachten. Het was natuurlijk duidelijk dat de Spelen niet door konden gaan, gezondheid is nu het belangrijkst. De situatie is nou eenmaal zo, die is voor iedereen hetzelfde. Ik ben vooral blij dat ik volgend jaar een kans krijg om mijn olympische titel te verdedigen. Mijn plannen moesten wel flink worden aangepast. Ik was echt met een eindsprint bezig richting de Spelen, maar dat houd je niet anderhalf jaar vol. Ik train nu in Scheveningen, alhoewel ik in het begin flink moest wennen aan de temperatuur van het water. Alsof je iedere keer een koude emmer met water in je gezicht gesmeten krijgt. Ook was het spannend naar welke maand de Spelen verplaatst zouden worden. De afgelopen jaren zat ik met mijn broer en coach Roelof in de maanden juni, juli en augustus in Tokio om het olympische water te leren kennen. In augustus heerst er een heel andere wind dan in bijvoorbeeld oktober. Daarom ben ik blij dat de Spelen volgend jaar op dezelfde data worden gehouden. Voor ons is het nu heel belangrijk dat we snel weer in Tokio kunnen trainen en wedstrijden kunnen varen. De onzekerheid wanneer dat weer kan, blijft.” Helden Magazine 52 Het  verhaal over alle 'Tokiogangers' komt voort uit Helden Magazine nummer 52.  In de 52ste editie van Helden schittert Louis van Gaal de cover. Met hem blikken we terug op zijn indrukwekkende carrière. Ook tal van mensen die met de trainer hebben gewerkt komen aan het woord. In deze editie gaan wij terug in de tijd. Pieter van den Hoogenband won twintig jaar geleden olympisch goud op de 100 en 200 meter vrije slag en Joop Zoetemelk won veertig jaar terug als laatste Nederlander de Tour de France. Daarnaast was John Heitinga met Oranje tien jaar terug dicht bij de wereldtitel en won Rinus Israel vijftig jaar geleden de Europa Cup I met Feyenoord. Het was ook dertig jaar geleden dat Mike Tyson zijn wereldtitels en zijn status van onoverwinnelijkheid verloor, bereikte Andre Agassi voor het eerst een grandslamfinale én blikken onder meer uitblinkers Dennis Bergkamp, Frank de Boer en Patrick Kluivert terug op de behekste wedstrijd uit 2000: Nederland – Italië. Verder in de 52ste editie van Helden spreken we sportief directeur van Jumbo-Visma, Merijn Zeeman. Staat Jackie Groenen oog in oog met ‘Het Melkmeisje’ van Vermeer. Kiran Badloe won de strijd met vriend, trainingsmaat én concurrent Dorian van Rijsselberghe. Een exclusief gesprek met Chris Froome over onder meer zijn horrorcrash. Ook lees je hoe overleven voor Johan van der Velde gesneden koek is en verteld Elsemieke Havenga hoe ze tweemaal olympisch goud had kunnen hebben. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Zwemmen

Huilen in het water

Sharon van Rouwendaal gaat in Tokio proberen haar olympische titel [...]
Sharon van Rouwendaal gaat in Tokio proberen haar olympische titel openwater te prolongeren. De 26-jarige zwemster vertelt in aanloop naar de Spelen in haar biografie Bruut over haar weg naar de top. We leggen haar citaten voor uit het boek. ‘Positief blijven en door de pijngrens heen gaan: dat heb ik van mijn vader geërfd. De Van Rouwendaaltjes kunnen pijn lijden.’ Sharon van Rouwendaal in haar biografie Bruut. “Mijn vader is vier keer gedotterd en heeft een zenuwziekte. Zijn lichaam is echt op. Hoewel hij kwakkelt met zijn gezondheid, blijft hij vrolijk en positief. Door de ziekte loopt hij moeilijk, soms zakt hij zomaar door zijn benen. Mijn vader, die bouwvakker was, kan niet meer werken door zijn fysieke problemen, maar dat betekent niet dat hij niets meer doet. Vier jaar terug was hij met een zaagmachine in de weer en toen zakte hij ook weer door zijn benen. Hij viel met zijn hand op het draaiende zaagblad. Lagen ineens drie van zijn vingers op de grond... Ik was in Amerika toen m’n moeder me belde. Ik schrok me rot, moest huilen. En ik dacht: waarom is hij weer met die zaagmachine gaan werken? Een jaar eerder had hij ook al een slagaderlijke bloeding opgelopen. Toen zakte hij ook door zijn benen en kwam hij met zijn rechterpols in de zaagmachine. Zijn eerste reactie was destijds: ‘Niks aan de hand, ik pak wel een touwtje om mijn arm af te binden.’ Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Zwemmen

Maarten van der Weijden: ‘Als ik zwem, voel ik dat ik leef’

Nooit eerder bracht een zwemmer ons land zo in vervoering. Er [...]
Nooit eerder bracht een zwemmer ons land zo in vervoering. Er heerste elfstedenkoorts, maar wel midden in de zomer. Zijn glorieuze zwemtocht bracht ruim 6,5 miljoen euro op voor kankeronderzoek. Victoria Koblenko ging op bezoek bij Maarten van der Weijden, bij wie in 2001 leukemie werd geconstateerd en die in 2008 olympisch kampioen openwaterzwemmen werd. Snak je al naar een mediastop? "Het grappige is dat er vorig jaar na mijn Elfstedenzwemtocht meer aandacht in de pers was dan nu. Er is natuurlijk meer te vertellen als je het net niet haalt. Vorig jaar had ik er alles aan gedaan, maar het lukte niet. Geld inzamelen lukte desondanks wél. Er was een soort compassie. Iedereen gunde het me en hoe kon het dan toch niet lukken? Nu lukte het dus wel. In principe is 'het halen' een saai verhaal. Vorig jaar ws het lijden groter, toen werd ik bijna als een soort messias onthaald." Hoe verklaar je de nationale trots die ons land in z'n greep hield tijdens je zwemtochten? "Ik weet geen andere tocht ter wereld die van zo'n onschatbare emotionele waarde is. Er is bij ons een collectief verlangen naar een Elfstedenzwemtocht. Het moest wel aandacht krijgen toen ik besloot die te gaan zwemmen en daardoor had het inzamelen van geld ook meteen kans van slagen. Achteraf heb ik zelfs nog onderschat wat de waarde van de Elfstedenzwemtocht is. In Friesland is het echt iets magisch. Met de verhalen van opa en oma over de tocht groeien kinderen daar op. Het zit echt in het bloed van de Friezen. Dat is de reden waarom de Friezen langs de kant stonden. Er is een hele nieuwe generatie die de Elfstedenzwemtocht namelijk alleen van de verhalen kent." Leukemie Vorig jaar was er sprake van hallucinaties en sukkelde je af en toe in slaap in het water. Dit jaar sprak je van ‘genieten’. Heb je jezelf dit jaar overwonnen? “‘Overwinnen’ vind ik altijd een lastig woord...” Is dat een directe associatie met het overwinnen van leukemie? “Ja. Ik was negentien toen ik ziek werd. De vorming van wie ik ben, heeft plaatsgevonden in het ziekenhuis. Ik heb een jeugd gehad met vele doelen: hard studeren, hard zwemmen. En door de ziekte ben ik weggetrokken uit de haast van de dag, uit de dagelijkse deadlines. Het leven is een sneltrein; je moet dingen doen, omdat je bent ingestapt. En voor je het weet is het vijf jaar later. Maar heb je de dingen gedaan die je echt wilde doen? Ik ging door mijn ziekte heel erg in het nu leven. In het ziekenhuis dacht ik al: hoe zou ik mijn tijd besteden als ik het geluk heb dat ik herstel?” Hoe ben je gaan geloven dat het geluk is dat je de ziekte hebt overleefd? “Er zijn mensen die willen geloven dat je er zelf iets aan kunt doen. Dat is een fijne gedachte, dat ze tegen de ziekte kunnen ‘vechten’ of ‘ervoor gaan’. Ik kon er in het ziekenhuis helemaal niets meer mee. Ik was moe en lui. Medepatiënten zetten fitnesscircuitjes op om fit te zijn voor de volgende chemokuur en ik had daar geen zin in. Met die vorm van controle had ik niets.” Wat was jouw manier? “Het accepteren van onzekerheid. Als ik vijftien jaar eerder die vorm van leukemie had gehad, was mijn overlevingskans nul. En toevallig was er voordat ik ziek werd een experiment geweest dat aansloeg. De stamcellen van mijn zus matchten niet, transplantatie van mijn eigen stamcellen wel. Er was een Nederlandse arts die daarmee als eerste ter wereld experimenteerde. Vanuit zijn passie bedacht hij die methode. Niemand wist wat er zou gebeuren, hij waakte naast zijn eerste patiënten. Die methode sloeg aan en is nu een reguliere behandeling geworden. Dat dat bij mij samenkwam, was wel geluk. Het zou oneerlijk voelen om hier zelf credits voor te accepteren. Ook naar de patiënten die het niet hebben gered.” 'Het is een stukje pech dat ik de ziekte kreeg en een stukje geluk dat ik mocht genezen, zo zie ik het' Heb je iets aan je sportersmentaliteit gehad tijdens je herstel? “Er is een fabel dat als je positief denkt, je sneller herstelt. Bij andere patiënten zag ik dat het eerder een extra last werd. Zo van: o jee, ik heb weer een negatieve gedachte gehad vandaag. Mijn arts zei dat hij de grootste optimist had zien sterven en de grootste pessimist het zien redden. Het is een stukje pech dat ik het kreeg en een stukje geluk dat ik mocht genezen, zo zie ik het.” Hype Hoeveel impact heeft die periode nog op je? “Voordat ik ziek werd, dacht ik dat het leven altijd voort zou duren. Ik ben met m’n neus op de feiten gedrukt. Dat besef van vergankelijkheid vind ik niet erg. Het is fijn dat het eindig is, want dat geeft haast. Het moet nú. Het is zingeving. Het heeft me zo gevormd tot wie ik ben dat ik mezelf zou verloochenen als ik het hoofdstuk kanker zou afsluiten.” Hoe zwaar drukt de overlevingsschuld op je? “Het is niet iets wat mijn dagen zwaar maakt. Ik voel wel die pijn. Maar ik ben geïnteresseerd in het waarom van de pijn. Het is een signaal dat het goed is dat ik daar nog iets mee moet.” Wat moet je er nu nog mee? “Ik zou graag blijven inzamelen voor kankeronderzoek. De vraag is nu: maar hoe?” Je hebt eerder voor deze vraag gestaan... “Vorig jaar leverde 163 kilometer zwemmen 5 miljoen euro op. Ik ging bij de experts polsen of ik het nog een keer zou moeten doen. Alle marketingmensen die ertoe doen, heb ik gesproken. Zelfbeschouwing is lastig als je de tocht zelf zwemt. De 11stedenzwemtocht was in marketingtermen een hype. De theorie zegt dat je een hype kunt creëren. Maar of dat een jaar later opnieuw lukt, daar was niet iedereen zeker van.” Wat gebeurde er in je hoofd waardoor je tegen adviezen om het niet te doen, in bent gegaan? “Dat ontstond. We waren ‘meezwem-events’ aan het opzetten om geld in te zamelen. Maar die misten het vuur. Begin dit jaar zag ik dat dat het niet ging worden. En toen dacht ik: ik ga gewoon nog een keer de Elfstedenzwemtocht doen, al haal ik maar een fractie op van vorig jaar. Zelfs een tiende van het bedrag van vorig jaar – toch een half miljoen – was gaaf. Dat gaf ineens veel ruimte.” Hoe was het voor je ouders om bij de finish te zijn? “Mijn ouders waren er niet bij toen ik olympisch kampioen werd in Peking. Mijn vader vond dat je het beter voor de tv kon zien. Daarom was het zo dierbaar om deze finish samen te beleven.” Wazige situatie Kent zo’n monsterlijke zwemtocht ook een monsterlijk trainingsschema? “Nou, men overschat hoeveel ik train. Vanaf september tot december 2018 heb ik niet veel gezwommen, daarna zwom ik elke week drie á vier keer een uurtje. Twee keer heb ik een groot stuk gezwommen. Zo heb ik het IJsselmeer in veertien uur op en neer gezwommen in koud water.” Wat verkoeling als afwisseling van je werk als raadslid van de gemeente Waalwijk? “Raadslid zijn daagt me uit om na te denken over bredere maatschappelijke zaken dan zwemmen of fondsenwerving. De verkenningstocht in het politieke veld vind ik interessant.” Zie je voor jezelf in de toekomst een grotere politieke rol weggelegd? “De keuze om fulltime actief te zijn in de politiek is een heel grote stap. Ik ben een paar keer met Kamerleden meegelopen. Ze hebben een bewonderenswaardige baan, ik weet niet of ik het leuk zal vinden en of ik het zou willen. Maar voorlopig breid ik mijn verkenningstocht verder uit. De politiek is een gave wereld als je een verschil wil maken.” Verschil maken heeft soms een hoge prijs. Voor de Spelen trainde je vijftien uur per dag en sliep je thuis in een hoogtetent. Dat kostte je in januari 2008 je relatie. “Ik was gefocust op mijn doel. Elke dag trainde ik zeven uur, op woensdag trainde ik alleen ’s ochtends. Hoe langer ik in een tentje zat, des te beter. Op woensdag kon ik er nóg langer in blijven zitten.” 'Op trainingskamp heb ik Daisy gebeld en verteld dat onze relatie onverenigbaar was met het doel - olympisch goud - dat ik nastreefde' Maar je vrouw hoopte dat jullie misschien uit eten zouden kunnen gaan op haar verjaardag. “Ik deed dat niet. Ik wilde achttien uur in dat tentje zitten, want ik wilde op mijn best zijn bij de Spelen van 2008. Op trainingskamp in Venezuela voelde ik me bevrijd, omdat ik daar dingen kon doen die ik moest doen. Toen heb ik Daisy gebeld en verteld dat onze relatie onverenigbaar was met het doel dat ik nastreefde.” Wist je toen dat de breuk tijdelijk zou zijn? “Nee.” Wat is liefde? “Dat je samen jezelf kunt zijn.” Wat is daarvan het meest ultieme voorbeeld? “Vorig jaar, op de zondag van mijn Elfstedenzwemtocht. Hoe Daisy mij die dag het water in praatte, toen ik eigenlijk niet meer wilde. Ze vertelde me: hoe langer je zwemt, des te beter dat was voor mijn doel, geld ophalen voor kankeronderzoek. Daisy liet me toen weer even inzien, waarom ik dingen doe. Kijk, voor de Spelen bestond mijn dagelijks leven uit zeven uur zwemmen en vijftien uur in een tentje zitten. Dat was voor een buitenstaander geen fijn leven. Maar ik herinner me dat ik het een fijn bestaan vond. Lang wist ik niet waarom ik dat fijn vond. Maar ik ben erachter gekomen wat voor mij het leven mooi maakt. Dat ik, als ik ergens voor ga, mijn stinkende best moet doen om ergens het maximale uit te halen. Dát is wie ik was.” Was? Of ben je nog altijd zo? “Misschien ben ik het nog wel een beetje, ja. Ik won in 2008 olympisch goud. Dat was toch ook wel het meest ultieme excuus dat ik voor mezelf mocht gaan?” Maar toen had je ineens dat heilige doel bereikt, hoe was dat? “Er was geen ander doel meer. Het was een wazige situatie. Net als nu. De weken na mijn 11stedenzwemtocht zijn veel lastiger dan de weken voorafgaand. Ik voel me nu minder comfortabel, kan moeilijk genieten van het feit dat het gelukt is.” Bezetenheid Een paar maanden na de olympische titel, op het podium van het Sportgala waar je net was verkozen tot Sportman van het Jaar, maakte je bekend dat je stopte. Je vertelde dat je geen slaaf meer wilde zijn van je prestatiedrang. Is dat gelukt? “Dat ik werd verkozen tot Sportman van het Jaar was de bekroning van mijn prestatiedrang. Terwijl ik juist een vriend van me bewonderde die geëmigreerd was naar Nieuw-Zeeland, naar de natuur en de rust. Ik benijdde hem om die rust en tevredenheid.” Maar is dat doel intussen gehaald, heb je rust en tevredenheid gevonden? “Ik ben extreem tevreden met Daisy en waar ik nu ben. Alleen besef ik dat ik die tevredenheid enkel vind als ik iets kan veranderen of ergens bezeten van raak. Ik vind het fijn als die trein, waar ik ben opgestapt, wel lekker hard gaat.” Is zo’n zwemtocht voor jou dan de trein of juist even eruit stappen? “Het proces naar de Elfstedentocht toe is de sneltrein, maar het zwemmen zelf is er absoluut uit stappen. Ik wil de extremen van het leven opzoeken.” Als je mag kiezen: zwemmen en veel geld ophalen of niet zwemmen en net zoveel ophalen? Wat doe je dan? “Dat weet ik niet zo goed. Het zwemmen is wel wie ik ben. Als ik zwem, voel ik dat ik leef. Alleen weet ik niet hoelang ik dat leuk blijf vinden.” En hoelang mag Daisy het leuk blijven vinden? “Zo’n beslissing voor een Elfstedentocht maken we nu wel echt samen. Al heb ik het in het begin voor haar stilgehouden toen ik besloten had dat ik hem voor de tweede keer wilde gaan zwemmen...” Waarom? “De vraag is of ik nog een leuke man en een leuke vader ben als die bezetenheid doorgaat in het gezinsleven. We hebben gepraat en ‘onderhandeld’ over hoe we mijn droom konden inkleden, zodat zij ook de ruimte kreeg om te zijn wie ze wil zijn. Het getuigt van grote wijsheid dat Daisy de discussie tot na de zwemtocht wilde uitstellen.” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.