Word abonnee
Meer

Snowboarden

Nicolien Sauerbreij en Arjen Robben over wat een snowboardster en voetballer van elkaar kunnen leren

Ze kenden elkaar alleen van televisie, [...]
Ze kenden elkaar alleen van televisie, maar reageerden beiden meteen positief: Arjen Robben wilde Nicolien Sauerbreij graag een keer ontmoeten en Nicolien is al jaren fan van Arjen. “Hij is authentiek, is volgens mij volledig zichzelf. En ook hij heeft tegenslagen overwonnen.” Eind 2013 was het zover: de winnaar van de Champions League ontmoette in München de olympisch kampioene. In aanloop naar de Olympische Winterspelen doken we de archieven in. De schok 48 uur na interview en fotosessie was groot. Arjen voelde zich beresterk en was opvallend ontspannen. Het leven lachte hem toe. Die avond van het interview kwam om negen uur zijn ostheopaat overgevlogen uit Limburg voor een reguliere servicebeurt. De volgende dag zou Bayern München met de bus naar Augsburg rijden, voor de bekerwedstrijd tegen de lokale FC. Het zou Arjens laatste wedstrijd van het jaar worden. Na een jaar zonder blessures en nadat hij en passant de openingsgoal had gemaakt, schopte de keeper van FC Augsburg met een schofterige overtreding Arjen letterlijk het ziekenhuis in en het jaar uit. De keeper kreeg slechts geel. Opvallend is nog steeds de geringe verbazing over de aanslag op de knie van Arjen, maar dat terzijde. Op advies van Roy Makaay spraken we in 2013 af in Forsthaus Wörnbrunn, een gemoedelijk Zuid-Duits restaurant vlak bij het huis van Arjen in Grünwald. Nicolien: “Jij hebt lekker een thuisbasis. Thuis is voor mij zo’n relatief begrip, zeker in de winter. Tussen 2 januari en 24 februari kom ik helemaal niet thuis. Ik heb eigenlijk nauwelijks een thuisbasis.” Arjen: “Wij zijn gedurende het seizoen ook veel van huis, alleen zijn dit kortere periodes. Voor bijna elke wedstrijd slapen we in een hotel en tijdens de voorbereiding gaan we vaak een dag of tien op trainingskamp. Maar de hele winter reizen, zoals Nicolien, dat kennen wij niet.” Nicolien, hoe kijk jij naar Arjen? Nicolien: “Ik zie hem als een gedreven persoon met een enorme geldingsdrang waardoor hij af en toe wel eens een tegenspeler over het hoofd ziet. Ja toch?” Arjen knikt instemmend. “Ik ken hem eigenlijk alleen van televisie. Ik zie een fris Hollands hoofd, iemand die eerlijk is en in interviews de moeite neemt om zaken goed te verwoorden. Ik heb me altijd gestoord aan de wijze waarop hij in Nederland is bejegend. Zijn hele houding straalt gedrevenheid uit. Ik vrees dat veel Nederlanders die uiterste passie om de top te halen niet kennen en daarom al gauw denken dat wij ons aanstellen. Ik zie een op en top sportman die totaal niet naast zijn schoenen loopt. Dacht je dat Arjen die blessures leuk vond? Alsof je daar iets aan kunt doen. En ook typisch Nederlands, nu hij maar blijft winnen en scoren, schrijven al die journalisten die hem jaren hebben afgekraakt alleen maar positief. Zelfs zo positief dat hij was genomineerd voor Sportman van het Jaar. Maar Arjen is niet veranderd, dat zijn de journalisten.” Arjen luistert bescheiden en lacht af en toe: “Wat ik bij Nicolien bijzonder vind, is dat zij in een sport excelleert en zelfs het hoogst haalbare heeft gehaald, zonder enige faciliteit in eigen land. Zij heeft dus van het begin af aan heel veel offers moeten brengen, ja, dat vind ik ongelooflijk knap.” Nicolien is vereerd en oprecht verbaasd dat Arjen haar gouden olympische traject in 2010 tot en met de laatste race helemaal heeft gezien. Nicolien: “Dat is natuurlijk ook een vooroordeel, maar ik dacht: wat moet een voetballer nou met een vrouw die aan snowboarden doet? Ik vind dat wel bijzonder, daar sta je niet bij stil. Ik dacht, hij is even gaan googelen wie ik ben.” Arjen: “Dat hoor ik wel vaker, dat er een beeld van ons bestaat, alsof wij voetballers niet naar andere sporten kijken of in andere sporten geïnteresseerd zijn. Ik kan je legio voorbeelden noemen van topsporters die een heel brede belangstelling hebben.” Wie moet meer doen en laten voor haar/zijn leven als topsporter? Arjen: “Die vraag is bijna niet te beantwoorden. Het is een beetje appels met peren vergelijken. Ik denk dat we allebei alles voor onze sport over hebben. Je leeft in een bepaald ritme en laat daar veel voor, maar je doet het graag omdat je er veel voor terugkrijgt.” Nicolien: “Er zijn tientallen miljoenen voetballers. Dat alleen al maakt het bijzonder als je als voetballer de top haalt. Ook jou komt lichamelijke fitheid niet aangewaaid. Daar moet je voor werken en vooral een gedisciplineerd leven leiden.” Is het makkelijker voor een man dan voor een vrouw om topsporter te zijn? Nicolien: “In het begin niet, maar verderop in je carrière wel. Dan moet een vrouw keuzes maken die een man nooit hoeft te maken. Hij kan kinderen hebben en een lieve vrouw naast zijn carrière. Waar zou ik mijn kinderen moeten laten, als ik ze zou willen? Als je op mijn leeftijd kiest voor topsport, dan kies je voor een leven zonder gezin, zonder kinderen. Los van de aanslag op je lichaam, hoewel ze zeggen dat een vrouw na een bevalling sterker is. Er is een Duits meisje dat voor Vancouver per ongeluk zwanger raakte en die is inderdaad sterker teruggekomen, maar die was 21. Ze brengt haar kind nu bijna het hele jaar naar haar ouders, dus dankzij haar ouders kan ze sporten, maar dat zou ik niet willen.” Arjen: “Nicolien heeft volkomen gelijk, je zult niet vaak zien dat een vrouw haar sport beoefent en dat de man het hele jaar door voor de kinderen zorgt. Ik ben veel weg, maar niet lang achter elkaar. Als ik tien dagen weg ben, verlang ik enorm naar mijn kinderen.” Nicolien: “Een vrouw heeft het op alle fronten lastiger. Neem de menstruatie. Sommige vrouwen zijn daar doodziek van. Het is heel lekker dat je daar als man niet aan hoeft te denken.” Whereabouts en controles Voeding en gewicht zijn steeds belangrijker bij sporters, blijkt als we appeltaart voorgeschoteld krijgen. Nicolien hapt graag toe, Arjen bedankt. Nicolien: “Ik heb er belang bij zwaar te zijn. Ik moet dus juist niet letten op wat ik eet, maar opletten dat ik niet te licht ben. In de zomer maak ik zoveel trainingsuren dat ik er niet tegenop kan eten. Ik moet dan minimaal zes keer op een dag eten. En op grote hoogte moet je helemaal zorgen dat je goed eet, omdat je veel sneller verbrandt dan op zeeniveau en je hartslag sowieso tien slagen boven normaal zit. Ik verbruik in mijn trainingsuren 6000 calorieën per dag, dat is veel hoor.” Arjen: “Ik heb geen idee hoeveel ik verbrand op een dag. Wij trainen ook bijna nooit met een hartslagmeter.” Nicolien, oprecht verbaasd: “Echt niet? En bloedtesten dan?” Arjen: “Nee, hebben we ook niet. Wij worden aan het begin van het seizoen helemaal doorgelicht. Conditietesten? Het klinkt gek, maar die doen we bijna nooit. Whereabouts? Nee, het klinkt hier aan tafel bijna lachwekkend, maar die hoef ik ook niet in te vullen. De Duitse spelers moeten het wel, maar de internationale spelers niet. We worden wel vaak gecontroleerd. Tijdens wedstrijden maar ook out of competition op het trainingscomplex.” Nicolien: “Wat een heerlijkheid. Neem vandaag. Ik heb vanochtend moeten opgeven dat ik uit Oostenrijk naar München zou rijden, daarvoor moest ik van zes tot zeven uur vanochtend bereikbaar zijn voor controle en morgen moet ik ook weer tussen zes en zeven uur ’s ochtends bereikbaar zijn. Ik moet een uur per dag bereikbaar zijn en tijdens de Spelen 24 uur per dag. Ik ben de laatste vier maanden zes keer out of competition gecontroleerd. Dan staan ze om zes uur ’s ochtends voor je deur.” Arjen: “Bij Duitse spelers hebben ze ook wel eens voor de deur gestaan, maar mij is dat gelukkig nooit overkomen." Nicolien: “Wees blij, want die controles vormen echt een zware belasting. Dat is het eerste waarop ik me kan verheugen als ik na de Spelen stop, dat ik nooit meer om zes uur ’s ochtends word gewekt voor een dopingcontrole. Laatst droomde ik zelfs dat er werd gebeld. Ik ren naar de deur, als de dood dat ik ze zou missen en roep door mijn intercom: wie is daar? Stond er niemand. Krankzinnig, hoe het je slaap beïnvloedt.” Straks bij de Spelen moet Nicolien maar afwachten hoe de omstandigheden en wie de tegenstanders zijn. Een voetballer wordt zelden verrast. Arjen: “Wij weten alles van onze tegenstanders, die worden uitgebreid voor ons geanalyseerd. Zijn er bij jou tegenstanders die je niet kent?” Nicolien: “De meesten ken ik wel. Er is een nieuw Tsjechisch meisje van negentien. Die zal zeker meedoen en de Russen komen eraan.” Wij vertrouwen de Russen in zoverre niet, dat we denken dat ze nauwelijks te controleren zijn. Mogen wij dat zeggen? Nicolien: “Jullie mogen dat zeggen. Ik moet toegeven dat we de Russen bij wedstrijden nog niet zijn tegengekomen. Laat ik het zo formuleren: Rusland zal er alles aan doen om te presteren tijdens de Spelen. En ze hebben mogelijkheden, dat wil zeggen geld, zat.” Geluk en verdriet Het gouden moment van Nicolien heeft ze in een eerdere uitgave van Helden prachtig beschreven. Zou jij jouw gouden moment nog eens helemaal kunnen terughalen, die 89ste minuut in de finale van de Champions League van zaterdag 25 mei 2013 in Londen? Arjen: “Ik zal jullie iets geks zeggen: ik had een heel goed gevoel voor de wedstrijd, ik voelde dat we de finale zouden winnen. Ik was er zelf helemaal klaar voor. Ik heb ook ge-sms’t aan vrienden, dat het eindelijk goed zou komen. In de kleedkamer, in de rust nadat ik al twee mogelijkheden had gehad om te scoren, heb ik even een momentje voor mezelf gezocht. Je hebt van die bakken met koud water en daar heb ik even mijn handen in gestopt, mijn kop opgefrist en tegen mezelf gezegd dat ik klaar moest zijn voor het volgende moment. Nee, ik had geen moment angst dat ik zou worden gewisseld. Ik was alleen maar gefocust op de wedstrijd. Uiteindelijk kwam het moment en maakte ik hem af. Ik anticipeerde goed bij de goal. Mijn eerste intentie was om de keeper te omspelen. Ik ging naar links maar de keeper ging goed met mij mee, dat gebeurt allemaal in een fractie van een seconde. Ik moest mijn actie in de actie aanpassen en de bal daardoor contra inschieten. Het leek alsof ik de bal niet goed raakte, maar dat kwam omdat ik snel moest schakelen. Die goal was echt een bevrijding, gaf me zo’n intens gevoel. Toen dat laatste fluitsignaal kwam, voelde ik echt een ultiem geluksmoment. Het was de ultieme droom die uitkwam.” Jullie hebben allebei een groot geluksmoment, maar ook een moment van groot verdriet beleefd door op het moment suprême te verliezen. Bij veel sporters blijft verliezen langer hangen, bij jullie ook? Nicolien: “Als individuele topsporter maak je meer teleurstellende momenten mee dan momenten waar je heel blij van wordt. Dus ik herken dat wel. Als je niet in topvorm bent of niet voldoet aan de verwachtingen, ja, dat hakt erin. Arjen zit nu in een team dat alles wint, maar bij een individu bestaat dat niet, tenzij je Sven Kramer heet. En ook hij heeft een heel grote teleurstelling ervaren, zelfs na een honderd procent kans.” Arjen: “Op de een of andere manier blijft die WK-finale bij mij toch een open wond. Met de eerste verloren Champions League finale heb ik vrede. Wij waren die avond gewoon niet klaar voor de overwinning. Die tweede CL-finale begrijp ik nog steeds niet, we waren veel beter dan Chelsea en er was eigenlijk maar een team dat verdiende te winnen. Maar toch verloren we na penalty’s. Zo bizar. De WK-finale had het verhaal compleet gemaakt: dan had ik een wereldtitel en de Champions League gewonnen, dan is je carrière volmaakt.” Jullie zijn Helden, zoals Helden zijn bedoeld. Toch hebben jullie ook veel shit in de pers over je heen gekregen. Raakt dat je? Nicolien: “Je vindt het nooit leuk. Wat me bij Arjen is opgevallen, is dat hij aan een teamsport doet maar dat hij er vaak negatief werd uitgelicht. Daardoor denk ik dat hij hetzelfde voelt als een individuele sporter.” Arjen: “Ik stoor me niet zozeer aan kritiek op mezelf, maar meer aan stukken die geschreven zijn door gebrek aan kennis.” Nicolien: “Ik heb soms nog steeds het gevoel dat je in Nederland moet uitleggen dat het niet zo simpel is om een medaille in mijn discipline te halen. Bij ons is de wereldtop zo breed, dat ik nu al zou tekenen als ik überhaupt een medaille haal. Ja hoor, ook brons.  Ik heb moeten leren om te vechten, om te willen winnen.k moet mezelf dwingen te geloven dat er iets geheel nieuws wacht.” Arjen: “Heel goed, want je weet zelf uiteindelijk het beste wat je moet doen en laten. Ik hoop echt van harte dat Nicolien haar kunstje van vier jaar geleden kan herhalen. Maar dat is zo moeilijk, dat realiseer ik me ook. Het is niet vanzelfsprekend, sterker het is niet eens reëel te veronderstellen dat ze een medaille wint. Als je er alles aan hebt gedaan en je hebt de perfecte races geboard, maar je wordt vijfde dan is dat een wereldprestatie. Maar het publiek wil niet zien dat vier wereldtoppers die dag net ietsje beter waren. En dan heeft ze voor het grote publiek gefaald. Onzin natuurlijk, volslagen onzin maar zo werkt het. Dat geeft extra druk voor iemand als Nicolien.” Pijn en machteloosheid Topsporters zijn in diepste wezen vaak onzeker. Hoe belangrijk is vertrouwen? Arjen: “Heel belangrijk, we hebben het vaak over het mentale aspect in topsport. Ik kan jullie verzekeren dat vertrouwen een van de meest onderschatte elementen in de sport is. Iedere speler, ieder mens heeft vertrouwen nodig, ook of misschien juist topsporters.” Nicolien: “Ik ben misschien te gevoelig voor complimentjes. Ik ben uiteindelijk vaak aan het twijfelen en vraag me af of ik het allemaal goed doe. En dan is een complimentje of een opmerking van een deskundige dat je goed traint of een goede race hebt geboard, heel belangrijk.” Arjen, wat is nu belangrijker geweest bij jouw constante topvorm dit seizoen, de bevrijdende goal in de Champions Leage finale of een trainer (Guardiola) die wel vertrouwen in je heeft? Arjen: “Het heeft natuurlijk geholpen dat de nieuwe trainer al vrij snel zijn vertrouwen heeft uitgesproken. Ik moet het niet groter maken dan het is, maar hij zei in een kort gesprekje meteen in het begin heel duidelijk: `jij hoeft je niet meer te bewijzen. Ga genieten van je gezin, van je voetbal, van alles.’ Ik heb ook vreselijk moeten lachen om al die stukken voordat Guardiola kwam. Hij zou mijn contract niet willen verlengen. Hij kwam van Barcelona. Hij was van het tikkie-takkie en daar zou ik niet in passen, want ik was van de dribbels en dus een egoïst. Dat was zo kort door de bocht, dat is zelfs de bocht uitvliegen. Eigenlijk zei hij wat mijn vrouw altijd tegen me zegt, dat vond ik grappig. Hij bevestigde haar gevoel en haar visie. Bernadien heeft me zo vaak gezegd dat ik meer moet ontspannen. ‘Kom eens uit die tunnel,’ zei ze wel eens. Er zijn dagen geweest dat ik iets had meegemaakt en dat mijn vrouw merkte dat ik met iets rondliep. Dan ben je onbewust misschien thuis afwezig.” Je vrouw heeft ook zwaar geleden na de WK-finale, hè? Nicolien: “Oh, dat geloof ik meteen. Het is net als bij een bevalling. Je kunt niets doen, je leeft ontzettend mee maar je bent machteloos, de moeder moet het helemaal alleen doen. Na alles wat er met mij was misgegaan tijdens de Spelen van Salt Lake City met die verkeerde wax en wat daar nog bij kwam, hebben mijn moeder en mijn oma het meest geleden, louter omdat ze dezelfde naam droegen. Die voelden zo sterk hoe lelijk er over mij werd geschreven. Mijn oma was tot ze overleed op haar 96ste mijn grootste fan. Ze bleef alle kranten lezen, dan belde ze me helemaal ontdaan op en dan zei ik alleen maar: oma, lees niet alles. Al die stukken na Salt Lake hebben haar veel pijn gedaan.” Arjen: “Mijn grootouders hebben dat niet zo gehad, maar mijn moeder heeft ook pijn gevoeld. Dat weet ik zeker. Als ze weer iets naars over mij zeiden, kwamen ze toch aan haar kind. Ik merkte wel dat ze dat erg vond en dat ze zich heel machteloos voelde.” Nicolien: “Dat is een van de redenen voor mij om, als ik kinderen krijg, te hopen dat ze niet aan topsport gaan doen. Ik zal mijn kinderen absoluut niet stimuleren om topsport te gaan doen. Mijn ouders en ik zijn erin gerold. Dan kan je op die weg naar boven niet meer terughollen, maar met mijn eigen kind zou ik het niet doen.” Arjen: “Het is geen kwestie van willen. Als je een kind hebt met talent en als je kind ook plezier heeft, dan heb je niets te kiezen. Dan rol je erin.” Nicolien: “Bij een teamsport kun je nog lief en leed delen. Als ik gewonnen heb, sta ik in m’n eentje. Maar je verliest meer en dan sta je ook in je eentje. Geloof me, de leegte die je dan voelt, is enorm. Het heeft lang geduurd voordat ik daaraan gewend was. Daarbij heeft die ene gouden dag natuurlijk enorm geholpen. Maar voor je zover bent, moet je veel lijden. En dat wil ik mijn kind besparen. Als Arjen scoort, springt hij in de armen van zijn teamgenoten. Dat delen van vreugde lijkt me prachtig. Maar ook verlies kun je delen. Toen ik goud had gewonnen in Vancouver, kon ik dat met niemand delen. Dat vond ik zo jammer. Eerst stond ik vrij lang alleen maar tussen mijn concurrenten. Nou, die delen echt geen vreugde met je. Die zien je liever in de grond zakken. Je wilt iemand omhelzen, maar er was niemand. Dan kom je na een half uur eindelijk onder de mensen, moest ik eerst met de pers praten. Pas na drie kwartier kwam ik mijn vader tegen en later de rest van mijn team. Ja, dan is de eerste echte euforie al getemperd.” Schroefnoppen en wax Materiaal speelt vooral bij Nicolien een belangrijke rol. Bij een voetballer zijn het eigenlijk alleen de schoenen? Arjen: “Klopt. Mijn schoenen worden op maat gemaakt, maar verder ben ik niet zo’n schoenenfreak. Ik train en speel bij voorkeur op dezelfde schoenen en ik speel nooit, echt nooit met schroefnoppen. Ik ben een van de weinigen die alleen op schoenen met vaste noppen speelt. Dan glijd ik maar een keer weg, zoals laatst in de Arena. Ik voel me beter, wendbaarder, sneller en het is beter voor mijn knieën. Ik ben een uitzondering. Verdedigers spelen allemaal met schroefnoppen want die mogen niet uitglijden.” Nicolien: “Houd op over mijn materiaal. In het voorjaar ben ik de hele dag aan het testen, boards zijn van hout en dus van levend materiaal. Ik heb vorige week nog zeker twintig boards getest. Voor de reuzenslalom heb ik een langer board dan voor de gewone slalom en per discipline kies ik zes boards met zes verschillende karakters, afhankelijk van de piste en weersomstandigheden. Gisteren stond ik op een steile piste. Ik koos een board dat voor mijn gevoel het snelste was, maar toen we de video terugzagen, bleek dat helemaal niet zo te zijn. Dus je gevoel laat je soms in de steek. Het materiaal is bij ons van gigantisch belang. De schoenen zijn ook zo belangrijk. Ik heb eindelijk de schoenen waar ik al sinds mei op wacht en die moet ik nu helemaal uittesten tot ze perfect zitten. Na een lange vlucht naar Amerika moet je ook altijd afwachten hoe en of alles goed aankomt. En dan heb je nog de helm en de sneeuwbril. Ik heb tien brillen en daarvoor verschillende lenzen, ook weer afhankelijk van het weer. Bij mist of sneeuw draag je een andere lens dan met volle zon. Ik heb wel dertig lenzen bij me die ik in de bril kan zetten.” Arjen: “Er gaat een wereld voor mij open, ook omdat snowboarden in Nederland een onbekende sport is. Ik ben verbaasd wat er allemaal nog bij komt kijken. En dan ben ik iemand die alle sporten volgt.” Nicolien: “Ik ben een paar weken geleden gigantisch op mijn kop gestuiterd. Ik werd vol gelanceerd en was zelfs even buiten bewustzijn. Moet je een zwaardere of lichtere helm, vraag je je dan af. Je hebt het over grammen, maar je moet het wel afwegen.” Arjen: “Word je dan niet bang?” Nicolien: “De eerste momenten daarna sta je wel even te trillen. En er zijn landen waar ik niet in het ziekenhuis wil belanden, zoals in Rusland of in Chili.” Stoppen Nicolien verheugt zich op het moment dat ze kan stoppen en vraagt Arjen of hij daar ook wel eens mee bezig is. Arjen: “Ik denk er over na. In januari word ik dertig. Ik ben bijna de helft van mijn leven profvoetballer, heb gelukkig nog heel veel plezier en ga nog zeker even door. Maar ik denk steeds vaker aan de periode na mijn carrière, waarin je geen verplichtingen meer hebt die je een zekere vrijheid ontnemen om te doen wat je wilt. Skiën bijvoorbeeld kan nu niet, omdat je een blessure kan oplopen.” Nicolien: “Ik heb dat ook heel sterk. Ik voel me mede nooit vrij door die angst om een controle te missen. Als ik terug ben uit Amerika en een enorme jetlag heb, slaap ik zo maar overal doorheen. Daar heb ik nachtmerries van. Ik reis veel: van Frankrijk naar Zwitserland, Italië en dan weer naar Oostenrijk en dan schiet ik weleens in de stress als ik ben vergeten mijn whereabouts in te vullen. Dat kon tot voor kort niet via mijn smart Phone, maar alleen via een laptop, dus had je internet nodig. Ik ben 34 en heb nooit een ander leven geleid. Ik heb een team om me heen, maar dat is deels afhankelijk van mij. Ik boek de hotels, vraag of iedereen zijn paspoort heeft en of de tickets zijn geregeld. Dat is best een grote verantwoordelijkheid. Het is ook wel een prettig vooruitzicht als ik dat achter me kan laten. Tegelijk zal ik het leven missen en moet ik mijn hele team ontbinden. Daar zie ik dan weer tegenop. Maar de druk en de spanning zal ik zeker niet missen.” Arjen: “Ik zal de spanning juist missen. Spanning heeft iets. Daar doe je het voor, voor de belangrijke, grote wedstrijden. Ik ben ook geen type dat stijf staat van de spanning voor een grote wedstrijd. Integendeel, dan voel ik me juist het beste. Ik word daar niet onrustig van. We spelen elk jaar heel veel belangrijke wedstrijden en hebben elk seizoen de kans om meerdere titels te pakken. Alleen moet je natuurlijk zo’n Champions League finale eerst bereiken. Wij hebben alleen niet de Olympische Spelen een keer in de vier jaar, waar het moet gebeuren.” Nicolien: “Maar bij jou kijken er honderd miljoen mensen en staan de kranten dagelijks vol over die ene misser. Dat geeft ook extra druk. Daarom is vergelijken leuk en tegelijk heel moeilijk.” Nicolien stopt na Sochi en gaat werken bij Randstad. Nicolien: “Ik kan rondkomen en mijn huis betalen. Ik heb bewuste keuzes gemaakt. Ik had drie keer per week aan tv-spelletjes mee kunnen doen, maar dat is niet het leven dat ik nastreef. Ook bij de keuze van mijn hoofdsponsors heb ik gekozen voor bedrijven waar ik een goed gevoel bij heb en niet voor het geld. Als ik stop, moet ik gewoon werken. Ik ben heel benieuwd naar dat nieuwe leven. Ik zie het als een mooie uitdaging en weet één ding zeker: je ziet mij nooit meer op een snowboard. Ik kan het niet opbrengen als een toerist af te dalen.” Arjen: “Dat kan ik me voorstellen. Ik speel nu bij misschien wel de beste club van de wereld en voel me fantastisch. Maar ik denk ook wel eens na hoe ik mijn carrière moet afsluiten, of ik nog wil voetballen als het iets minder gaat. FC Groningen is een optie, maar alleen als ik echt voel dat ik nog iets kan toevoegen. Je moet heel voorzichtig zijn met het doen van beloftes. Je hebt ook niets meer te winnen. Alle mogelijke volgende keuzes worden overigens bepaald door mijn gezin, financiën spelen geen rol meer. Als ik ooit nog wegga, volg ik dus mijn hart. Misschien wil mijn vrouw gaan werken, maar zij verlangt vooral naar het gewone leven. En ik herken wat Nicolien bedoelt. Ik ga als ik ben gestopt misschien wel tennissen in plaats van voetballen. ” Meer lezen? Femke Kok: 'Mensen denken: ze doet het wel even' Kimberley Bos: the Boss Joy Beune: 'Ik denk nog steeds: dit is een grap'

Winterspelen

Terug in de tijd met twaalf oude winterhelden

Op de Winterspelen eisten ze een hoofdrol op door het hoofd boven het maaiveld uit te steken. Met de Winterspelen in aantocht blikken we terig met onze winterhelden. [caption id="attachment_22080" align="alignnone" width="1080"] Jochem Uytdehaage & Renalte Groenewold, Salt Lake City 2002[/caption] “Natuurlijk was ik erbij toen Renate haar zilveren medaille won, ik stond op het middenterrein,” zegt Jochem, “we waren ploeggenoten en maatjes, dat ging ik echt niet missen. Ik heb zelfs haar schaatsen voor die drie kilometer geslepen. Bij de huldiging stond ik vooraan. Die wilde ik ten koste van alles meemaken, ook al moest ik de dag erna zelf weer schaatsen.” De absolute koning van de Winterspelen van Salt Lake City werd Jochem dankzij goud op de 5 en de 10 kilometer en zilver op de 1500 meter. Renate won zilver op de 3000 meter, een prestatie die ze in 2006 evenaarde: “Jochem was fantastisch op die Spelen, daar moest je wel van genieten. Zijn succes inspireerde mij ook. Er was een goede vriendschappelijke band tussen ons, nog steeds! We hadden een vast ochtendritueel waarin we altijd samen koffie moesten drinken. Ha, we zijn daags voor die Spelen zelfs samen naar een waarzegster gegaan. Zo’n handlezer. Bizar eigenlijk, ik heb geen idee meer wat zij voorspeld had.” Jochem: “Die Spelen zal ik voor de rest van mijn leven bij me dragen. Olympisch kampioen is als een opleiding met een mastertitel, dat probeer ik nu ook mee te geven aan de talenten die we met Stichting Sporttop begeleiden. Het klinkt gek, maar ik word nog zo vaak herinnerd aan de Spelen van Salt Lake City. Door mensen die zeggen dat ze van me genoten hebben, dat is eigenlijk het mooiste compliment.” Dat is ook de les die Renate en Jochem zelf liever eerder hadden geleerd. Renate: “Ik had veel meer moeten genieten van het moment! Meer in het hier en nu leven en niet meteen weer de focus op de volgende wedstrijd leggen. Gewoon af en toe jezelf een moment gunnen om te laten bezinken wat je allemaal gepresteerd hebt.” Jochem: “Dat is een grote fout die ik gemaakt heb, altijd maar doorgaan. Ik had af en toe wat afstand moeten nemen en rust moeten pakken. Met de kennis die ik nu heb, had ik destijds nog veel meer medailles kunnen winnen. Zeker weten.” [caption id="attachment_22081" align="alignnone" width="1080"] Jan Ykema & Yvonne van Gennip, Calgary 1998[/caption] “Het is nu niet meer voor te stellen, maar 24 uur voor de 500 meter droeg ik de vlag tijdens de openingsceremonie. Ik had gehoord dat er wel een miljard mensen zouden kijken,” vertelt Jan Ykema op de Dijk van Volendam. “Wij zaten toen nog in het Amerikaanse Butte en zagen Jan de volgende dag zilver winnen op de 500 meter,” reconstrueert Yvonne van Gennip. “Bij de medaille-uitreiking sprong je wel vier meter de lucht in.” Jan: “Ik was helemaal door het dolle heen, het voelde als goud. Ik dacht meteen: dit is goed voor het bestaansrecht van de sprint in ons land. Mooi dat begin vorig jaar in Sochi het volledige podium op de 500 meter Nederlands was.” Yvonne: “Jouw prestatie gaf een boost. Door een slijmbeurs- ontsteking had ik vrij kort voor de Spelen een operatie moeten ondergaan. Daardoor was ik helemaal uitgerust. Elke klap was raak, dat voelde zó lekker.” Jan: “Je verbaasde iedereen door die Oost-Duitse vrouwen eraf te rijden. Vooraf dacht men dat de medailles van Leo Visser, Gerard Kemkers en Hein Vergeer moesten komen. Wij waren de verrassingen.” Yvonne scoorde een magistrale hattrick met goud op de 1500, 3000 en 5000 meter. “Die onklopbaar geachte Oost-Duitsers reden niet slecht, maar ik was gewoon supergoed. Na het eerste goud was ik het gelukkigste meisje op de hele wereld. Ik dacht: er komen nog twee afstanden, het zal toch niet...? Ik heb er heel bewust van genoten.” Jan: “Ik had in die tijd een leuke vriendin en zat alweer in Nederland. Ik heb ’s nachts naar jouw races gekeken. Alle aan- dacht die op me afkwam was best overweldigend. Kinderen op straat wilden ineens Jantje Ykema zijn.” Yvonne: “Het was één grote heksenketel op Schiphol en tijdens de huldiging in Haarlem.” Jan: “Ik had misschien wat meer begeleiding kunnen gebruiken toen het heel goed ging. Toch weet ik niet of er een verband is tussen het succes en mijn latere drugsverslaving.” Yvonne: “Ik wist lange tijd niet wat er met je aan de hand was. Ik vind het knap dat je ermee naar buiten bent gekomen. Zo ben je, denk ik, voor andere verslaafden een voorbeeld geworden.” [caption id="attachment_22082" align="alignnone" width="1080"] Ids Postma & Anni Friesinger-Postma, Nagano 1998 & Salt Lake City 2002[/caption] “Wie vond Ids destijds niet een leuke man?” de karakteristieke lach van Anni galmt over de boerderij in de Friese polder als gevraagd wordt of ze in 1998 al een oogje had op Ids Postma. “En hij vond mij ook leuk. We hadden toen al veel sympathie voor elkaar. Verliefd in Nagano? Het is niet zo duidelijk wanneer we echt verliefd op elkaar werden. Tijdens de Spelen van 1998 waren we sa- men en daarna weer niet. Dan waren we weer een half jaar bij elkaar om vervolgens elkaar een half jaar niet te zien. Zo ging dat een tijdje. We waren jong en hebben genoten van het leven!” Inmiddels geniet het koppel, dat in 2009 officieel trouwde, van dochters Josephine en Elisabeth. “Maar nog steeds zijn we niet veel bij elkaar,” legt Ids met een glimlach uit. “Anni woont en werkt voor een groot deel in Salzburg, we reizen dus nog veel. Alsof er niets is veranderd sinds de dagen dat we topsporters waren. Ook dit zijn drukke dagen. Twee jonge kinderen, dat vraagt veel energie. Tel daarbij de boerderij en de winkels op... We blijven aardig bezig. Dat is fijn, want ik kijk liever vooruit naar wat er gaat komen, dan dat ik steeds moet terugblikken op wat is geweest.” Aan de muur van de modern gerenoveerde boerderij op het Friese platteland vind je dan ook niets terug dat doet herinneren aan de imposante schaatscarrières van het gouden stel. Zo won Ids in Nagano olympisch goud op de 1000 en zilver op de 1500 meter. Anni won in Japan brons op de 3000 meter, pakte goud op de 1500 meter in 2002 en brons op de 1000 meter en goud op de ploegenachtervolging met Duitsland in 2006. Anni: “We hebben samen van heel veel mooie momenten mogen genieten, grote hoogtepunten samen gedeeld. Maar wij hoeven niet te pronken met onze prijzen, wij dragen onze medailles mee in ons hart.” Ids: “Zeker Nagano zullen we nooit meer vergeten. Dat waren echt geweldige Spelen. Niet alleen vanwege het succes. De sfeer was er aangenaam, het was er eigenlijk gewoon perfect. Veel leuker dan vier jaar later in Salt Lake City, waar door de aanslagen van 11 september alles enorm onder druk stond.” [caption id="attachment_22083" align="alignnone" width="1080"] Nicolien Sauerbreij & Edwin van Calker, Vancouver 2010[/caption] “Onze sporten worden één keer in de vier jaar uitgelicht rond de Winterspelen,” vertelt Edwin van Calker. “Als je zoals ik in 2002 een wax-probleem hebt of zoals Edwin besluit niet af te dalen, dan valt dat meteen op,” vult Nicolien Sauerbreij aan. De bobsleeër en snowboardster hadden jarenlang geknokt en hun eigen koers gevaren om te kunnen schitteren op het grootste podium. De dood van een Georgische rodelaar en slechte ervaringen met de levensgevaarlijke baan in Whistler zorgden er echter voor dat Edwin zich genoodzaakt voelde de vier- mansbob terug te trekken. Edwin: “We zagen de beelden van het ongeluk live op tv. Een jaar eerder waren we op dezelfde baan keihard gevallen en tijdens een training moesten we zelfs twee uur wachten voordat we met de bob mochten afdalen omdat de verplicht aanwezige ambulance en traumahelikopter weg waren vanwege crashes. Er was zó veel commotie. Ik dacht: waar zijn we hier mee bezig? Ik was niet goed aan het sturen, had geen zelfvertrouwen meer en vond het simpelweg niet verantwoord om met vier man die berg af te sjezen. Mijn grens was bereikt: tot hier en niet verder.” Nicolien: “Ik hoorde het nieuws, maar was al helemaal gefocust. Datzelfde gold voor de foutieve wissel van Sven Kramer op de tien kilometer. Heel vervelend, maar ik was met twee dagen later bezig. Het waren walgelijke omstandigheden: regen en twee graden boven nul. Het had niets met wintersport te maken. Toch was ik geconcentreerd en alleen maar bezig met tegenstanders één voor één te verslaan. Die gouden medaille maakte een hoop los; eindelijk was het me ook gelukt om op de Spelen te presteren. Dat ik het honderdste goud voor Nederland heb veroverd, is leuk voor de geschiedenisboeken, maar daar had ik geen invloed op.” Edwin: “Ik zat al in het vliegtuig naar Nederland.” Nicolien: “Uiteindelijk kom je naar de Spelen voor jezelf en niet voor een ander. Als dat niet goed gaat, denk je: wegwezen. Ik kan me dat wel voorstellen.” Edwin: “Ik heb thuis nog wel naar de race gekeken. Eén op de drie teams ging onderuit of kwam niet goed beneden. Ondanks de hevige kritiek zei mijn gevoel meteen dat ik de juiste beslissing had genomen. Gelukkig is dat altijd hetzelfde gebleven. Ik heb er geen seconde spijt van gehad.” [caption id="attachment_22084" align="alignnone" width="1080"] Marianne Timmer & Gianni Romme, Nagano 1998[/caption] “Gianni Romme was in Nagano echt van een andere planeet. De man van Mars. Natuurlijk volgde ik hem op voet,” blikt Marianne terug. Het voormalig trainersduo van Team Continu was in Japan gezamenlijk goed voor vier gouden medailles. Timmer won goud op de 1000 en 1500 meter, Romme was oppermachtig op de 5000 en 10.000 meter. Gianni: “Hoewel we toen nog met kernploegen werkten en Marianne en ik dus in gescheiden ploegen zaten, beleefde ik haar succes wel en werd ik daardoor voortgestuwd. Er gebeurde elke dag iets in het dorp, er was zoveel succes voor Nederland. Echt gaaf.” Marianne: “Helaas hebben we elkaar toen nauwelijks gesproken. Dat kon ook niet. Ik was zo gefocust op mijn eigen taken, leefde helemaal in m’n eigen wereld. We hebben elkaars wedstrijden alleen op tv kunnen zien. Pas bij terugkomst kregen we door wat onze prestaties in Nagano teweeg hadden gebracht.” Na decennia gevuld met slechts spaarzame Nederlandse successen op de Winterspelen, domineerden de Nederlandse schaatsers in Japan. Bij terugkomst in Nederland werden de atleten massaal gehuldigd. Marianne: “Ik vond het gewoon eng. Dat staat me nog heel goed voor de geest, het was echt heftig. We werden allemaal in een limousine naar huis gereden. Dat ding zat vol deuken omdat ze maar bleven proberen foto’s van ons te maken.” Gianni: “Totale gekte! Het was een aantal Spelen slecht voor Nederland gegaan. Vier jaar eerder in Hamar was het niets. Ook in 1992 in Albertville was het ondermaats, alleen Bart Veldkamp wist daar te winnen. Bij de vrouwen was het ook al sinds Yvonne van Gennip in 1988 niets. Dat maakte de Spelen van 1998 extra speciaal. Men was dronken van geluk.” Marianne: “Misschien dat Nagano daarom voor mij extra bijzonder is. Ik werd op die baan ook de eerste Nederlandse wereldkampioene sprint, het heeft dus sowieso een speciale plek in mijn hart. Maar Nagano 1998 was nog heel knus, met een heel klein Holland Heineken Huis bijvoorbeeld. Na het succes daar was het in Salt Lake City en Turijn meteen volledig anders. Veel groter.” [caption id="attachment_22085" align="alignnone" width="1080"] Christine Aaftink & Bart Veldkamp, Albertville 1992[/caption] “Bart Veldkamp heeft voor ons die Spelen gered,” blikt Christine terug op de laatste Winterspelen waarbij er geschaatst werd op een buitenbaan. “Echt! Zovelen van ons eindigden net naast het podium. Ik ook, vierde op de 500 meter. Een loserplek! En toen pakte Bart op het eind alsnog goud op de tien kilometer. Ik was erbij in het stadion, een geweldige ervaring. Het maakte Albertville voor ons allemaal een klein beetje goed.” “Maar ook voor mij begonnen die Spelen slecht,” herinnert Bart zich. “De vijf kilometer was een drama. Het weer werkte totaal niet mee en dat ijs kon gewoon niet. Johann Olav Koss en ik moesten in de eerste ritten door een laag van regen en natte sneeuw ploeteren. Vervolgens werd er gedweild, ging er een hele laag prut af en konden al die eerste ritten zo de prullenbak in. Ik baal daar nog steeds van, ik ging daar voor twee keer goud en niets minder.” Christine heeft de Spelen van 1992 volledig geblokt door haar vijfde plek op de 1000 meter en de vierde op de 500 meter. “Ik heb die wedstrijd nooit teruggekeken. Ik verloor het brons op negenhonderdste van een seconde. Op een buitenbaan. Dat is misschien één verkeerd zuchtje wind. Een heel grote frustratie. Wat mij betreft hebben die Spelen nooit plaatsgevonden of ben ik er in ieder geval niet geweest!” Bart: “Ha, precies! Waren wij daar? Nee toch? Daar weten we niets meer van.” Voor Veldkamp brachten de Spelen van Albertville nog een unicum met zich mee. “Het was de eerste keer in mijn leven dat ik dronken was. En ach, dat ik precies op dat moment live op tv was bij Mart, was helemaal niet erg.” Christine: “Niemand vond dat erg. Er was zo’n ontlading, het eerste goud bij de mannen sinds Piet Kleine in 1976. Dat mocht gevierd worden.” [caption id="attachment_22079" align="alignnone" width="1080"] Sjinkie Knegt en Jorien Ter Mors, Sochi 2014[/caption] “Ik ben echt geleefd in de maanden na de Spelen van Sochi,” haalt Jorien de nasleep van de Winterspelen van 2014 voor de geest. Meer dan ooit werd shorttrack daar voor ons land op de kaart gezet. “Het was een behoorlijke gekte hier in Nederland, dat kwam natuurlijk ook door mijn gouden medaille op de langebaan.” “Gelukkig had ik nog een wereldkampioenschap te rijden waar we met de team- relay wat goed te maken hadden,” vult Sjinkie aan. De kersverse vader moest daarom na Sochi de knop al snel weer omzetten. “Wij moesten door, ‘nee’ zeggen tegen alles wat op ons afkwam. Toen we vervolgens in Canada wereldkampioen werden op de relay, merkten wij ook dat shorttrack in Nederland een mooie vlucht had genomen.” Sjinkie en Jorien waren de kopman en –vrouw van het vaderlandse shorttrack. In Sochi zorgde Sjinkie met brons op de 1000 meter voor de eerste Hollandse olympische medaille ooit in het shorttrack. Sjinkie: “Die medaille heeft enorm geholpen de sport op de kaart te zetten in Nederland, en mij trouwens ook.” Jorien werd vierde, vijfde en zesde als shorttrackster, maar op de langebaan won ze olympisch goud op de 1500 meter en met de achtervolgingsploeg: “Ik beschouw Sochi niet als mijn doorbraak bij het grote publiek. Dat interesseert me namelijk niet. Ik schaats niet voor het grote publiek, maar voor mezelf. Om het beste uit mezelf te halen.” Meer lezen? Femke Kok: 'Mensen denken: ze doet het wel even' Kimberley Bos: the Boss Joy Beune: 'Ik denk nog steeds: dit is een grap'

Golf

Joost Luiten: ‘Nu staat mijn zoontje op één’

Joost Luiten Joost [...]
Joost Luiten Joost Luiten (38) is al jaren het gezicht van golf in Nederland. Hij won zes toernooien op de Europese Tour, onder andere twee keer de KLM Open. In december vorig jaar werden hij en zijn vrouw Melanie de trotse ouders van zoontje Dex. Het leven lacht hem toe, maar dat is niet altijd zo geweest. Een burn-out beheerste een tijdje zijn leven. In Helden Magazine nummer 72 leggen we hem in aanloop naar de KLM Open – tussen 20 en 23 juni op The International in Amsterdam – vijf stellingen voor. [caption id="attachment_20104" align="alignnone" width="1200"] Trotse vader Joost met zoon Dex.[/caption] Sinds de geboorte van mijn zoontje Dex gooi ik mijn golfclubs niet meer in de boom “Ik ben misschien iets rustiger, maar die passie voor golf heb ik nog steeds. Wij zijn dag in dag uit bezig met dat spelletje en dat gaat zo in je kop zitten. Soms wordt het mij ook even te veel, dan knapt er iets en moet ik even mijn frustraties kwijt. Is niet altijd goed, maar het gebeurt in een split second. Dat ik mijn clubs in de boom gooide, ging viral.” Het gebeurde in november in Dubai dat je drie clubs in een boom gooide. Je klom er overigens niet zelf in om ze eruit te halen. Lachend: “Even nuanceren: ik gooide één club de boom in en die bleef hangen. Ik dacht: hoe krijg ik die er nu uit? Dus ik probeerde met een andere club die eruit te krijgen. Voor ik er erg in had, hingen er drie clubs in de boom. Een toeschouwer filmde dat en na afloop kwamen mensen van de Tour naar me toe met de vraag of ze het filmpje mochten gebruiken. De meeste spelers willen dat niet op social media hebben, maar ik dacht: waarom niet? Ik ben daar misschien wat makkelijker in dan anderen. Als ik het bij anderen zie gebeuren, lach ik me ook kapot. Toen ik het terugzag, moest ik heel hard lachen. Je moet ook een beetje zelfspot hebben, toch? Ik heb er heel veel reacties op gekregen van collega’s. Zij maakten er grapjes over, maar snapten tegelijkertijd precies waar ik doorheen ging op dat moment. Je hebt vandaag de dag met imago en sponsors te maken, maar ik vind: je moet jezelf niet te serieus nemen. Als iemand hier aanstoot aan neemt, tja...” Op 19 december afgelopen jaar werd je voor het eerst vader. Hoe is het leven als golfpapa? “Ik deel het leven iets anders in. Er is nu nog iets waar ik mijn focus op heb. Vroeger waren dat golf en mijn vrouw Melanie. Nu is daar ons zoontje Dex bijgekomen. Als ik in Nederland ben, merk ik vooral dat de indeling van mijn dagen anders is. Ik moet hem ook verzorgen, hij heeft aandacht nodig. Vind ik onwijs leuk, maar ik moest in het begin wel wennen. Hoe moest ik mijn tijd indelen? Wanneer had ik tijd om te trainen? Tot december stond golf op één en deelde ik de rest daaromheen in. Nu staat Dex op één en moet ik golf eromheen plannen als ik thuis ben. Het is ook heerlijk als ik drie weken weg ben geweest en het alleen maar golf, golf en nog eens golf is geweest, ik even afleiding heb als ik weer hier ben. Het vaderschap relativeert. Ik ben dus zeker als ik in Nederland vertoef wel veranderd.” Is het lastiger om van huis te gaan sinds je vader bent? “Nu nog niet. Ik ben al achttien jaar lang heel veel van huis weg. Er is altijd wel wat waar ik niet bij kan zijn of wat ik mis. Ik kan niet bij elk feestje zijn. Wat Dex betreft, denk ik dat ik het lastiger ga vinden om weg te gaan als hij doorkrijgt dat hij papa weer een tijdje moet missen. Dat hoor ik ook van collega’s die vader zijn. Nu heeft hij dat nog niet door en vind ik het lastiger om Mel alleen achter te laten. Zij moet al het werk met Dex in haar eentje doen.” Helden Magazine nummer 72 Het eerste gedeelte van het interview met Joost Luiten komt voort uit Helden Magazine nummer 72. Het extra dikke zomernummer van Helden staat volledig in het teken van drie grote sportevenementen: het EK voetbal in Duitsland, de Tour de France en de Olympische Spelen in Parijs. Op de cover van de 204 pagina's tellende editie schitteren drie rolmodellen van wereldklasse uit de Nederlandse atletiek: Femke Bol, Sifan Hassan en Lieke Klaver. Wat is het geheim van hun succes? Experts zoals Ellen van Langen, Caroline Feith, Bart Bennema en Gregory Sedoc delen hun inzichten. EK voetbal De sportzomer van 2024 wordt afgetrapt met het EK voetbal, dat op 14 juni begint. In deze Helden een verhaal over Ronald Koeman. Onder andere Frank Rijkaard, Ruud Gullit, broer Erwin Koeman, Guus Hiddink, Jordi Cruijff en Rafael van der Vaart delen hun mening over de bondscoach van het Nederlands elftal. Verder ging Helden naar Milaan voor een interview met revelatie Tijjani Reijnders en zijn vrouw. Daley Blind 106-voudig international - bespreekt zijn indrukwekkende carrière aan de hand van foto’s. Brian Brobbey over de bondscoach, Marco van Basten, zijn toekomst, zijn roots en racisme. Arie Haan gaat vijftig jaar terug in de tijd, naar het WK voetbal in West-Duitsland dat eindigde met een nationaal trauma. Jan Wouters blikt terug op het gewonnen EK van 1988, ook in Duitsland. Het is nog altijd de enige hoofdprijs van Oranje. Tour de France  Na het EK volgt de Tour de France, van 29 juni tot en met 21 juli. In deze Helden lees je een interview met sprinter Fabio Jakobsen en een portret van Mathieu van der Poel, die ook de olympische wegwedstrijd in Parijs rijdt. Jeroen Blijlevens en Steven de Jongh, ploegleiders bij Lidl-Trek, vertellen hun verhaal, en we vragen ons af: kan Sepp Kuss na de Vuelta ook de Tour winnen? Olympische Spelen De Olympische Spelen vinden plaats van 26 juli tot en met 11 augustus. Chef de mission Pieter van den Hoogenband kijkt terug op zijn gouden race twintig jaar geleden. Turnster Sanne Wevers bereidt zich voor op haar laatste kunstje, baanwielrenner Harrie Lavreysen spreekt over hoge verwachtingen, en BMX’er Niek Kimmann over zijn post-olympische dip. Sharon van Rouwendaal gaat voor goud in het openwater, roeizussen Bente en Ilse Paulis geven een dubbelinterview, en Simone van de Kraats hoopt op goud in het waterpolo. Bovendien gingen we op bezoek bij Tes Schouten, Caspar Corbeau en Arno Kamminga, de drie schoolslagmusketiers. Alle drie zijn ze een medaillekandidaat in Parijs. Voor het eerst sinds 1992 plaatse een Nederlands duo zich op de 500 meter kanosprint voor de Spelen. Hoog tijd om kennis te maken met Selma Konijn en Ruth Vorsselman. Triatlontopper Maya Kingma stelde ernstige misstanden aan de kaak binnen het topsportprogramma van de triatlonbond. Dat werd de triatleet niet door iedereen in dank afgenomen.

Golf

Anne van Dam: ‘Ik ben toch best aardig terechtgekomen’

  Anne van Dam (27) is de beste golfster [...]
  Anne van Dam (27) is de beste golfster van Nederland. Ze woont en speelt al sinds 2019 in Amerika. De komende tijd zal ze meer in Europa te zien zijn, te beginnen bij de Big Green Egg Open (8-10 september in Hilversum). “Golf mag, in de goede zin van het woord, best wat sexyer en aantrekkelijker gemaakt [...]

Johan Cruyff Foundation

Soufiane Touzani: ‘Frenkie de Jong is gewoon untouchable’

Soufiane Touzani is pionier van het freestyle [...]
Soufiane Touzani is pionier van het freestyle voetballen. De balkunstenaar werd ook bekend als vlogger en tv-maker. Voor zijn tv-programma Tiki Taka Touzani en zijn YouTube-kanaal ontmoet hij de grootste voetballers van de wereld. Daarnaast probeert hij de jeugd in beweging te krijgen met initiatieven als FC Straat en is hij ambassadeur van de Johan Cruyff Foundation. We leggen hem in aanloop naar het WK een elftal sterren voor. Johan Cruijff “Ik kwam Johan voor het eerst tegen toen ik begin twintig was, was gevraagd om een optreden te verzorgen tijdens de kampioenschappen van Cruyff Courts 6 vs 6, een toernooi van Cruyff Foundation. Ik was heel zenuwachtig toen ik hem voor het eerst ontmoette. Maar toen ik hem eenmaal sprak, was ik helemaal op mijn gemak. Na die dag had Johan er een fan bij. Naderhand werd ik een van de gezichten van zijn sportmerk. Ik was gevraagd om in Engeland een lancering te doen, liet mijn trucjes zien en Johan keek vol bewondering toe. Een paar dagen later hoorde ik dat Johan me had genoemd in zijn  column in De Telegraaf. Dat was in de tijd dat Geert Wilders zich uitspraak over Marokkanen in Nederland. Johan zei dat hij juist heel fijn had samengewerkt met een jongen met Marokkaanse achtergrond: Soufiane Touzani. Ik hield van hem. Johan gaf liefde aan mij en liet mij welkom voelen. Als we op een gala waren waar ik niemand kende, ging hij bij me zitten om mij het gevoel te geven dat ik niet alleen was. Toen ik met hem op het jeugdcomplex van FC Barcelona was, liep hij iedereen langs om te vertellen wie ik wel niet was. Hij was zo ongeveer mijn pr-man. Ik had een keer een interview met Xavi, hij sprak alleen Spaans. Ik vroeg aan Johan of hij tolk wilde zijn. Hij heeft dat vol passie gedaan, schitterend. Het mooiste aan Johan vind ik de verantwoordelijkheid die hij heeft genomen. Wat Johan heeft gedaan met zijn merk en de Cruyff Foundation is geweldig. Zijn filosofie wordt over de hele wereld nog altijd geprezen. Johan heeft mij geleerd na te denken over mijn nalatenschap. Hij is mijn grote inspiratiebron. We hebben nu het grootste YouTube-kanaal van de Benelux als het gaat om voetbalcontent. Alle techbedrijven en platformen vechten om het meest kostbare bezit van de jeugd: watch time,kijktijd. Wij hebben dat op voetbalgebied. Ik werk goed met de Cruyff Foundation samen en heb nagedacht wat ik kan toevoegen. Het is de algemene trend dat jongeren minder sporten en bewegen, dit is niet alleen op Cruyff Courts het geval. Het buitenspelen is ingewisseld voor schermtijd. Daarom ben ik FC Straat begonnen. En nu twee jaar later is er ook een samen­werking met de Cruyff Foundation en de Krajicek Foundation. Zij hadden gezamelijk een toernooi genaamd Streetwise Cup en dat wordt nu de FC Straat Cup omdat we samen sneller impact kunnen maken. We proberen de jeugd te motiveren watch time om te zetten in play time. Alles wat wij maken, is met de gedachte: je kijkt ergens naar en vervolgens wil je gaan bewegen, het nadoen. En dat doen we niet alleen voor jongens, maar ook voor meisjes. Ik denk dat Johan dit een mooi initiatief had gevonden.” Cristiano Ronaldo “Ik ging en ga veel met Abdelhak Nouri om. Hij vond het leuk om me aan mensen voor te stellen. Voor zijn ongeluk zei hij geregeld tegen me: ‘Als ik ooit een grote voetballer word, dan ga ik Cristiano Ronaldo voor jou regelen.’ Een paar maanden later was het zover. Helaas was in die tussentijd het ongeluk met Abdelhak gebeurd. Ik heb toen ik bij Cristiano thuis was niet gezegd dat Abdelhak de ontmoeting ook graag had gewild. Dat voelde niet goed. Maar het bezoek kreeg wel een aparte lading voor me. 'Voor zijn ongeluk zei Nouri geregeld tegen me: 'Als ik ooit een grote voetballer word, dan ga ik Cristiano Ronaldo voor jou regelen.' Een paar maanden later was het zover' Het werd een bijzonder ontmoeting. Ik maakte op dat moment een serie voor Nike, met sterren als Kevin de Bruyne, Eden Hazard, Sergio Ramos, Christian Eriksen en Yannick Carrasco. Ronaldo stond niet in dat lijstje. Nike belde mij met een uitnodiging voor een bijzondere persconferentie met Cristiano voor YouTube'ers van over de hele wereld. Ik heb daarvoor bedankt. Niet uit arrogantie, maar omdat de content die ik maak een andere setting is: bij iemand thuis of op een veld, niet tijdens een persconferentie. Nike heeft dat verteld aan het team van Ronaldo, waarop hij me bij hem thuis uitnodigde. Toen de opnames klaar waren, moest hij meteen weg. Hij heeft dagelijks zo'n strak schema. Ik ben toen met zijn beste vriend naar de gym van Ronaldo gegaan, bij hem thuis. Die vriend zei tegen mij dat hij had gezien dat ik zenuwachtig was. 'Nergens voor nodig, Cristiano is altijd heel chill'. Hij vertelde me dat Ronaldo iedere dag in een ijsbad zit. Zijn vriend zei: 'Beeld je in dat je de Champions League-finale hebt gewonnen en de dag erna gewoon weer in je ijsbad stapt. Dan ben je eigenlijk gewoon gek' Grote voetballers uit het verleden aten vaak ongezond, dronken of rookten. Cristiano heeft de standaard van fitheid in de voetbalwereld veranderd. Sinds hij heeft laten zien hoe hij met zijn sport omgaat, hebben veel voetballers zijn voorbeeld gevolgd. Memphis Depay was zonder het voorbeeld van Ronaldo heus niet zo gespierd geweest als nu.'' Helden Magazine 64 Het eerste gedeelte van het verhaal van Soufiane Touzani komt voort uit Helden Magazine 64. In het dubbeldikke eindejaarsnummer blikken we terug op het sportjaar 2022 én is er volop aandacht voor het WK Voetbal in Qatar. Virgil van Dijk siert samen met Irene Schouten de cover. Voor Schouten kon het jaar 2022 niet op. Ze won drie olympische titels, de wereldtitel allround en trouwde. In de WK-special lees je interviews met Denzel Dumfries, Matthijs de Ligt en Cody Gakpo. Daarnaast vertellen vriendinnen Candy-Rae en Laura Benschop over hun leven met WK-gangers Daley Blind en Davy Klaassen én een reconstructie van het masterplan van Van Gaal. Verder in deze editie een uitgebreid interview met olympisch shorttrackkampioen Suzanne Schulting en coach Jeroen Otter. Een terugblik op een bewogen wielerjaar met Merijn Zeeman, Kjeld Nuis kende een jaar vol pieken en dalen én Annemiek van Vleuten presteerde het onmogelijke. Daarnaast liet Dylan van Baarle zien dat zijn tweede plek op het WK in 2021 geen toeval was en is Luc Steins de handballende Messi van Paris Saint-Germain. Thomas Krol won op zijn eerste Spelen meteen goud en zilver. Maar het ging niet vanzelf. Giovanni van Bronckhorst kende een geweldig eerste jaar bij Rangers FC. John van ’t Schip won in 1987 de Europa Cup II met Ajax en Hennie Stamsnijder won in 1981 als eerste Nederlander de wereldtitel veldrijden. Als laatste wil Susila Cruijff het gedachtegoed van haar vader voortzetten en blikt voetbalster Vanity Lewerissa terug op een moeilijke tijd. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 64 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van jouw Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Johan Cruyff Foundation

Susila Cruijff: ‘Ik wil het gedachtegoed van mijn vader voortzetten’

De Johan Cruyff Foundation bestaat 25 jaar. En Johan zou bij leven [...]
De Johan Cruyff Foundation bestaat 25 jaar. En Johan zou bij leven dit jaar 75 zijn geworden. Dochter Susila Cruijff is bestuurslid van de stichting die haar vader oprichtte. “Ik was echt een vaderskindje. Ooit deed ik mee aan een concours hippique en mijn vader voorspelde een foutsprong bij de voorlaatste hindernis. Ik dacht: wat weet hij nou van paarden? Dan zei hij: ‘Suus, het gaat bij elke sport om aanleg, ritme en timing.’ Als ik mijn vader vroeg wie de beste voet­baller van de wereld was, zei hij meteen: ‘Ik.’ Tegelijk vond hij dat iemand die meer kan, een ander op zijn beurt weer moet helpen. Zo zag hij sport als een middel om de maatschappij mooier en beter te maken. Mijn vader zag de maat­schappij als een elftal waarin je alleen beter kunt worden als je elkaar helpt. Lionel Messi kon alleen schitteren bij FC Barcelona als ploeggenoten als Sergio Busquets het evenwicht bewaakten, zoals Romario kon stralen dankzij Eusebio. Mijn vader was dertien toen zijn vader overleed, zijn moeder de groentewinkel moest verkopen en moest gaan werken. Ze hadden het niet breed. Hij zei altijd dat hij dankzij een klein groepje mensen was geslaagd in het leven, omdat zij een beetje de vaderrol overnamen. Onder hen zijn jeugdtrainer Janny van der Veen en zijn tweede vader ome Henk. Dat is hij nooit vergeten. Mede daarom heeft hij een zwak voor mensen die het moei­ lijk hebben in het leven en een steuntje nodig hebben. Mijn vader heeft zijn hele leven lang cadeautjes betaald voor kinderen die met Sinterklaas en Kerst niets kregen. Mijn moeder kocht de cadeaus, wij moesten ze inpakken en mijn vader bracht ze langs, eerst in Vinkeveen en later in Barcelona. Dit jaar heeft mijn broer de cadeautjes langsgebracht. Mijn vader was heel zeker van zich­ zelf, maar vond niet dat hij boven een ander stond, praatte met de koning op dezelfde manier als met de vuilnisman. Hij zei ook altijd dat hij dankzij de voetballerij bekend was geworden en veel heeft verdiend, maar dat die status ook verantwoordelijkheid met zich mee­ bracht. Achter alle bedrijven die hij heeft opgezet, zat een probleem in de maat­ schappij dat hem bezighield. Niet voor niets zaten en zitten in al zijn organisaties ook vrouwen op topposities en was hij een groot propagandist van vrouwenvoetbal. Mijn vader kon het ook niet aanzien dat spelers die jarenlang in het Nederlands elftal hadden gespeeld, thuis zaten weg te kwijnen. Als ze ergens solliciteerden, hoorden ze dat ze geen werkervaring en opleiding hadden. ‘Topsporters hebben wereldervaring,’ zei mijn vader dan. Met wie had mijn vader altijd problemen? Met bestuurders die niets van sport begrepen. Als sporters op leidende posities komen, redeneerde hij, heb je in elk geval een bestuurder die weet wat topsport inhoudt. Een skiër kan in de winter geen colleges volgen, een voetbal­ler kan door de week overdag niet naar college. Dus creëer een universiteit of school die actieve sporters online kunnen volgen in de uren dat zij tijd hebben. Zo ontstond het idee van het Johan Cruyff Institute. Mijn vader vond trouwens wel dat je in het leven altijd een plan B moet hebben, dat je weet wat je wil als je eerste studie of eerste baan mislukt. Toen mijn vader in Amerika voetbalde, woonden we in Washington naast een jon­ gen met het downsyndroom, Johnjohn. Mijn vader vond het naar om te zien dat hij overal buiten viel en is met hem gaan sporten. Hij had ook waterangst. Een keer was Johnjohn zo blij toen hij Johan in het zwembad van onze buren zag, dat hij hem achterna in het zwembad is gesprongen. Hij was meteen zijn water­ vrees kwijt. Via de Kennedy Foundation leerde mijn vader dat sport een middel kan zijn om kinderen met een handicap deel te laten zijn van de maatschappij. Zo is de Johan Cruyff Foundation ontstaan. Kinderen met een downsyndroom waren gek op mijn vader. Johan was hun vriend, zeiden ze allemaal. Ze voelden dat Johan oprecht was. Ik word altijd kwaad als we weer moeten horen dat hij zo’n geldwolf was. Hij zorgde er juist voor dat iedereen het goed had. Mijn vader was van leven en laten leven, en vooral van vinden van geluk. Hij was ook een aparte vader. Bracht ons altijd naar school, maar ging ook mee naar de dokter. Hij ging zelfs met me mee naar de gynaecoloog. In Spanje waar al die meisjes met hun moeder gingen, stonden ze daar vreemd van te kijken. Die arts vroeg naar mijn seks­ leven. Dan zaten we ’s avonds te eten en zei hij ineens tegen mijn moeder: ‘Wist jij dat van Suus?’ Ja, natuurlijk wist mijn moeder het. Prachtig vond hij die gesprekken. 'Hij bracht ons altijd naar school, maar ging ook mee naar de dokter. Hij ging zelfs met me mee naar de gynaecoloog. Prachtig vond hij die gesprekken' Vlak voor zijn overlijden zei hij dat hij had geleefd alsof hij honderd was geworden. Natuurlijk mis ik hem als vader, maar verder voel ik hem dagelijks bij me. Ik praat elke dag met hem, dan wil ik ook geloven dat hij me ziet. Mijn moeder mist hem, heeft het soms nog heel moeilijk. Ik ga er anders mee om, ik wil het gedachtegoed en werk van mijn vader voortzetten.” Helden Magazine 64 Het verhaal van Susila Cruijff komt voort uit Helden Magazine 64. In het dubbeldikke eindejaarsnummer blikken we terug op het sportjaar 2022 én is er volop aandacht voor het WK Voetbal in Qatar. Virgil van Dijk siert samen met Irene Schouten de cover. Voor Schouten kon het jaar 2022 niet op. Ze won drie olympische titels, de wereldtitel allround en trouwde. In de WK-special lees je interviews met Denzel Dumfries, Matthijs de Ligt, Cody Gakpo en Soufiane Touzani. Daarnaast vertellen vriendinnen Candy-Rae en Laura Benschop over hun leven met WK-gangers Daley Blind en Davy Klaassen én een reconstructie van het masterplan van Van Gaal. Verder in deze editie een uitgebreid interview met olympisch shorttrackkampioen Suzanne Schulting en coach Jeroen Otter. Een terugblik op een bewogen wielerjaar met Merijn Zeeman, Kjeld Nuis kende een jaar vol pieken en dalen én Annemiek van Vleuten presteerde het onmogelijke. Daarnaast liet Dylan van Baarle zien dat zijn tweede plek op het WK in 2021 geen toeval was en is Luc Steins de handballende Messi van Paris Saint-Germain. Thomas Krol won op zijn eerste Spelen meteen goud en zilver. Maar het ging niet vanzelf. Giovanni van Bronckhorst kende een geweldig eerste jaar bij Rangers FC. John van ’t Schip won in 1987 de Europa Cup II met Ajax en Hennie Stamsnijder won in 1981 als eerste Nederlander de wereldtitel veldrijden. Als laatste blikt voetbalster Vanity Lewerissa terug op een moeilijke tijd. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 64 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van jouw Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Golf

Joost Luiten: ‘Het loopt nooit zoals ik het wil’

De KLM Open, van 13 tot en met 16 september op The Dutch in Spijk, [...]
De KLM Open, van 13 tot en met 16 september op The Dutch in Spijk, moet het dit jaar zonder tweevoudig winnaar Joost Luiten doen. De beste golfer van Nederland is dit jaar niet meer op de baan te bewonderen door een polsblessure. Victoria Koblenko ging op ziekenbezoek. Voelt dat golfen soms weleens als echt werken? “Nooit. Golfen is verslavend. Het is heerlijk als je de bal goed raakt. Maar waarom kan dat bij de volgende bal al niet meer het geval zijn? Je traint hard om beter te worden. Dat beter willen worden is voor mij verslavend. Maar het kost wel veel tijd.” Golf staat te boek als een sport voor the happy few. Krijgt jouw sport wel voldoende waardering en hoe zit het met de waardering van andere sporters voor jou? “Daar heb ik wel een grappig verhaal over. Een van mijn eerste sponsors was Pim Blokland, die ook veel geld in Feyenoord heeft gestoken. Ik mocht een keer op een maandagochtend een kopje koffie bij Feyenoord doen. Ik kwam binnen en het shirt met ‘Luiten’ achterop lag al klaar. Het was de bedoeling dat ik even mee ging trainen. Ik had tien jaar geen voetbal aangeraakt. Tijdens het rondootje stond ik in het midden en werd helemaal gek gemaakt.” Mocht je ook mee douchen? “Zeker. Ik voelde meteen ook de hiërarchie in de kleedkamer. Degene die het meest verdient, is de leider van het team. Daryl Janmaat vroeg me op de man af wat ik verdiende. Ik had een goed jaar gedraaid met 2,5 miljoen euro aan prijzengeld. Toen werden ze stil.” ‘Jongens zijn nu op veel eerdere leeftijd klaar om prof te worden. We gaan richting voetbalcarrières in golf, denk ik’ Veel olympische sporters moeten hard werken om sponsors aan zich te binden. Golf lijkt er wel in te grossieren. Hoe komt dat? “Golf is een sociale sport. En je kunt als geldschieter meespelen. Dat maakt het heel aantrekkelijk voor sponsors. Als er een toernooi is, kom ik drie dagen vooraf op locatie. Voordat het toernooi op donderdag begint, spelen we een rondje met sponsors.” Daarna, na twee speelrondes, komt de beruchte ‘cut’ in zicht... “De top 65 wordt op vrijdag bepaald, ja. Mis je de cut, dan verdien je geen euro en heb je wel veel kosten gemaakt.” Hoe vaak heb je de cut gemist? “Gemiddeld twee keer per jaar. Ik ben een constante speler.” Helden Magazine 43 Het eerste gedeelte van het verhaal van Joost Luiten komt voort uit Helden Magazine 43 waar Max Verstappen de cover siert. Verstappen is nog maar twintig en overal waar hij komt, heerst gekte. Wat als hij wereldkampioen wordt? Verder in de 43ste editie van Helden, alleskunner Mathieu van der Poel over vader Arie, Peter Sagan en meer, de Amsterdamse Kroonjuwelen Donny van de Beek, Frenkie de Jong en Matthijs de Ligt, turner Epke Zonderland, Sepp Blatter, volleybalvrouwen Anne Buijs & Robin de Kruijf, voetballer Neymar, Karsten Kroon wil het theater in met zijn vriendin, hockeyers Rizwan Muhammad, Rashid Mehmood en schaatsster Heather Bergsma-Richardson, golfsurfster Eveline Hooft, jong talent Alida van Daalen, de Nederlandse 3x3 basketballers, wielrenster Ellen van Dijk, oud-voetballer John van ’t Schip over PEC Zwolle, Marco van Basten en Johan Cruijff en Barbara Barend ontmoet Sherida Spitse en haar vrouw, Jolien. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Golf

Ruben van Uden: Laatbloeier in het golfen

Ruben van Uden is een laatbloeier. Hij werd op z’n 26ste prof. Al [...]
Ruben van Uden is een laatbloeier. Hij werd op z’n 26ste prof. Al na drie weken veroverde hij bij de ING Private Banking Golfweek een wildcard voor de KLM Open (14-17 september). Het isslechts het begin, zegt hij. “Ik ga de kunst afkijken van Joost Luiten.”