Word abonnee

Schaatsen

Schaatsen

Ballet, ramen en vintage: een kijkje in het leven van Selma Poutsma

Ze werd met de Nederlandse relayploeg olympisch kampioen [...]
Ze werd met de Nederlandse relayploeg olympisch kampioen in 2022 en veroverde in maart 2024 bij de WK in Rotterdam voor de vierde keer de wereldtitel op de aflossing. Maar Selma Poutsma (25) kijkt ook verder dan het shorttracken, heeft de overstap gemaakt naar Team Essent en wil ook schitteren als langebaanschaatsster. We onderwierpen haar in 2024 aan een vragenvuur. Selma Poutsma Als ik niet zou schaatsen, zou ik deze sport beoefenen. “Ballet. Ik wilde vroeger ballerina worden en heb rond mijn twaalfde ook even op ballet gezeten. Ik ben helemaal niet lenig of elegant, dus ik had het ook niet ver geschopt als ballerina, maar ik vind het nog steeds leuk om naar te kijken. Als gezin is het traditie om elk jaar met elkaar naar het Nationale Opera & Ballet-theater te gaan. Helaas kan ik er niet altijd bij zijn, omdat ik vaak wedstrijden heb. De voorstellingen die ik heb gezien, vond ik geweldig.” Tattoo of piercing. “Mag ik ze ook allebei níét kiezen? Een piercing of tatoeage vind ik bij anderen heel vet, maar bij mezelf passen ze niet zo. Als ik dan écht een keuze zou moeten maken, zou ik voor een neuspiercing gaan.” Het Wilhelmus of de Marseillaise. “De Marseillaise is een prachtig volkslied. Ik vond het dan ook geweldig dat die voor mij heeft geklonken toen ik Frans kampioen werd. Maar ik kies toch voor het Wilhelmus. Dat is mijn volkslied. Ik voel me helemaal op m’n plek in Nederland en zou hier ook nooit meer weg willen. In Frankrijk heb ik vier jaar gewoond, tussen 2014 en 2018, en daar de middelbare school afgerond. Ik kwam in Frankrijk terecht door een trainingsstage die we daar hadden met een groep junioren. Ik kreeg de vraag of ik er een jaar wilde trainen. Dat wilde ik wel. [caption id="attachment_20588" align="aligncenter" width="2500"] Selma Poutsma[/caption] Ik ben er uiteindelijk veel langer gebleven en kwam ook voor de Franse shorttrackploeg uit. Ik heb World Cupwedstrijden voor Frankrijk gereden en er was even sprake van dat ik, als ik me zou weten te kwalificeren, ook voor Frankrijk op de Olympische Spelen uit zou komen. Uiteindelijk ben ik blij dat het niet gebeurd is. In 2018 keerde ik terug naar Nederland en in 2022 kon ik ‘gewoon’ voor Nederland uitkomen op de Spelen en goud pakken.” Mijn ideale date night is... “Ik vind het heel leuk om samen met mijn vriend Melle van ’t Wout, die ook shorttracker is, uit eten te gaan. Al moet ik zeggen dat wij allebei vaak moe zijn door het vele trainen en dan is het ook fijn om op de bank te ploffen en samen een film te kijken. We kijken graag oorlogsfilms. Laatst hebben we Unbroken gekeken; aanrader!” Dit is waarom ik zo verliefd ben op Melle. “Melle is zorgzaam, grappig en blijft altijd positief; allemaal dingen die ik van nature minder heb. We zijn een beetje yin en yang, houden elkaar mooi in balans. Melle en ik leerden elkaar kennen rond de ijsbaan en hij heeft de afgelopen tijd veel last gehad van blessures. Als hij het niet makkelijk had, probeerde ik er een beetje extra voor hem te zijn door hem af te leiden met dingen die niets met shorttracken te maken hebben. Even een weekendje ertussenuit of zo.” Hierom kan Melle mij soms wel achter het behang plakken. Lachend: “Nou, dat zijn genoeg dingen... Ik ben een controlfreak. Soms vraag ik hem bijvoorbeeld wel vier keer of hij de was heeft opgehangen. Dan hoor ik een diepe zucht en grapt hij dat hij de was al twee dagen in de wasmachine heeft laten zitten. Hij maakt er geregeld grapjes over dat ik alles onder controle wil hebben, voor de rest zijn er niet zoveel irritaties.” Zo ziet mijn ochtendroutine op een wedstrijddag eruit... “Op finaledagen gaat de wekker pas om negen uur. Heerlijk, want ik ben niet zo’n vroege vogel. Ik lig vaak met Xandra Velzeboer op de kamer op shorttracktoernooien, we worden altijd rustig wakker en maken ons daarna klaar om naar de ontbijtzaal te gaan. Als het ontbijt erop zit, is het vooral de tijd uitzitten. Soms check ik m’n materiaal nog een keer en probeer de zenuwen onder controle te krijgen. Daarna is het tijd om in de bus te stappen en naar de ijsbaan te gaan.” Dit is de beste vakantie die ik ooit heb gehad. “Ik ben niet zo van de lange, verre reizen. Als ik op vakantie ben, wil ik relaxen aan een zwembad, even tot rust komen. Ik ga op vakantie na een lange periode van trainen en wedstrijden, ben dan vaak bekaf. We zijn vorig jaar naar Mallorca geweest en kozen niet voor de drukke kust, maar het rustige binnenland. We hadden een hotel in een soort boerderij met een mooie moestuin erbij. Geweldig. Goed weer, een mooi zwembad, lekker eten en even niks moeten; dat is voor mij de ideale vakantie.” Mijn specialiteit in de keuken is... “Ik maak de laatste tijd geregeld ramen met misopasta, sojasaus, vlees en smaakmakers. Pittig en lekker. Tenminste, dat zegt Melle...” Wat ik het meeste van mijn gestopte collega Yara van Kerkhof heb geleerd is... “Dat de wereld niet vergaat als het even niet goed gaat. Relativeren vind ik soms lastig, omdat ik graag de controle houd. Met Yara heb ik de afgelopen jaren veel contact gehad. Ze wist haar ervaring altijd op een goede en fijne manier over te brengen. Ze vertelde me hoe ze een wedstrijd inging, hoe je goed met elkaar kunt communiceren tijdens een relay, hoe je omgaat met een mislukte training of een periode waarin je niet zo lekker in je vel zit. Ik heb veel van haar geleerd. Mij schiet nog iets te binnen. Vorig jaar wonnen Xandra Velzeboer en ik samen goud op de 500 meter bij de World Cup in Seoul. In het shorttrack is het belangrijk om een ‘beenstrekking naar voren’ op de finishlijn te beheersen. Dat is een van mijn aandachtspunten. Yara heeft mij daar meerder tips over gegeven. Aan het einde van de laatste training voor die World Cup zei ze tegen mij: ‘Kom, laten we samen nog een keer een paar finishjes oefenen.’ Twee dagen later won ik goud, omdat het me lukte die beenstrekking toe te passen. Als dat niet was gelukt, was het misschien wel weer zilver geweest.” Op mijn nachtkastje ligt... “Een oplader voor mijn telefoon en een boek. Ik heb vaak moeite om aan een boek te beginnen, maar als ik eenmaal aan het lezen ben, kan ik niet meer stoppen. Ik ben nu bezig met Sneeuwvlokken in Teheran van Marjan Kamali.” Dit is mijn meest waardevolle bezit. “Die heb ik om mijn vinger. Het is een ring met het yin en yang-teken. Ik was een jaar of tien toen ik hem zag liggen op een markt in Eindhoven. Ik moest en zou die ring hebben en mijn vader heeft hem voor me gekocht. Hij was veel te groot toen ik hem kreeg, het heeft nog jaren geduurd voordat hij paste. Hij is dus op de groei gekocht en nu doe ik hem nooit meer af. De ring staat voor mij symbool voor balans in het leven en tegelijkertijd voor de mooie band die mijn vader en ik hebben.” Olympisch kampioen op de relay of wereldkampioen in je eentje op de 500 meter. “We zijn al olympisch kampioen op de relay. Prachtig, want dat is het koningsnummer. Maar voor de toekomst als aanvulling daarop zou ik graag nog een keer individueel een gouden medaille op de 500 meter winnen.” Dit wilde ik vroeger graag worden. “Ik heb laatst oude vriendenboekjes doorgebladerd en daar stond vaak de vraag in: ‘Later word ik?’ Daar vulde ik altijd in dat ik koningin wilde worden. Later veranderde dat in dokter, maar daar voel ik nu ook niet zoveel meer voor. Ik heb gestudeerd, maar niet voor geneeskunde gekozen. Ik heb Liberal Arts & Sciences gestudeerd aan de Universiteit van Utrecht met een hoofdrichting Franse literatuur. De Franse taal mis ik soms, ik vind het jammer dat ik het niet meer dagelijks spreek. Mijn beste vriendin is Gwendoline Daudet, een Franse shorttrackster. Met haar spreek ik bij World Cup-wedstrijden Frans of ik bel haar. En ik merk de laatste tijd dat mijn Frans wat stroperiger wordt dan voorheen.” Zo ziet mijn ideale ontbijt eruit. “Tijdens een trainingsperiode is dat heel saai: havermout met eiwitpoeder en een banaan erdoorheen. Als ik op vakantie ben en in een hotel zit, pak ik bij een buffet het liefste van alles wat.” Dit doe ik voor een wedstrijd om van de zenuwen af te komen. “Wist ik dat maar, want daar ben ik nog steeds naar op zoek. Ik vind het wel fijn om voor een race even contact te zoeken met coaches of teamgenoten. Even kletsen over andere dingen dan shorttracken. Net voor de race focus ik me op mijn ademhaling en ik ga de technische punten die ik wil uitvoeren tijdens mijn rit nog een keer langs in mijn hoofd. Soms begin ik me dan zwakjes te voelen van de stress. Op die momenten denk ik geregeld: Selma, je had het ook allemaal níét kunnen doen... Om beter te leren omgaan met die stress heb ik ook contact met een sportpsycholoog. Ons topsportprogramma is sowieso heel professioneel. De bond, maar ook hoofdsponsor Daikin maakt een groot deel van het topsportprogramma van de shorttrackploeg mogelijk. Zij financieren mede de trainingskampen en de ijsuren in Thialf. Ik heb een huisstofmijtallergie en hooikoorts, in coronatijd hebben we luchtreinigers van Daikin thuisgekregen, voor mij is het ideaal dat ik de ruimte kan verfrissen.” Naar een concert van deze artiest zou ik graag nog een keer willen. “Dat zijn er wel meer. Ik luisterde laatst naar een liveversie van Soen met het nummer Snuff, een cover van het nummer van Slipknot. Toen ik die versie hoorde, was ik een beetje jaloers op de mensen die daar live bij waren.” Zo zou ik mijn kledingstijl omschrijven. “Ik hou ervan als broeken lekker wijd zitten, dus kleding die een beetje baggy is. En ik hou van vintagekleding. Ik heb van mijn oma ook allemaal oude jasjes gekregen. Geweldig.” Dit vind ik het leukste aan het langebaanschaatsen . “Dat je zelf de controle hebt en dat de snelheid enorm hoog ligt. En ik vind de lange rechte stukken op de langebaan ook mooi, die hebben wij bij het shorttracken niet. Op de langebaan ligt de focus puur op de techniek en dat bevalt me wel. Ik maak sinds kort deel uit van Team Essent, combineer het shorttracken met langebaanschaatsen. Toen de kans zich voordeed om bij Essent aan te sluiten, hoefde ik niet heel lang na te denken. Ik heb vorig jaar ook al een tijd meegetraind met Team Reggeborgh, verving toen één of twee shorttracktrainingen in de week voor langebaantrainingen. Dat beviel toen ook al heel goed. Ik zou het heel mooi vinden om op de Spelen zowel als shorttracker als langebaanschaatser in actie te komen, maar dat is nog ver weg. Ik moet me op de langebaan echt weer helemaal opnieuw uitvinden. Jac Orie en Dave Versteeg helpen me bij Team Essent daar goed bij en Niels Kerstholt, bondscoach van de shorttrackers, doet dat ook. Het is ook fijn dat ik dit traject bij Essent samen kan doen met Suzanne Schulting en Angel Daleman, die ook het shorttracken en langebaanschaatsen combineren. Ik kan het goed met hen vinden en het is fijn om met hen te delen wat ik meemaak en hoe we dingen aan kunnen pakken.” Hier mag je mij ’s nachts voor wakker maken. “Je moet mij ’s nachts niet wakker maken! Dat is echt een heel slecht idee.” Deze kwaliteiten van Suzanne Schulting en Xandra Velzeboer zou ik wel willen hebben. “Hun killerinstinct. Zij staan altijd met zoveel strijdlust aan de start. Je ziet ze echt denken: ik ga jullie allemaal pakken! Dat hebben zij van nature en dat heb ik veel minder, al gaat het bij mij al wat beter. Ik mag nog wel iets meer van me afbijten en iets meer vertrouwen hebben in mezelf. Ik mag wat vaker tegen mezelf zeggen: je staat hier niet voor niets, jij doet ook mee om de prijzen.” Dit is mijn go-to karaokesong. “Dan zou ik voor een ABBA-liedje gaan. Lay All Your Love On Me bijvoorbeeld.” Dit advies zou ik geven aan mijn achttienjarige zelf. “Maak je niet zo druk over wat anderen van je vinden. Dat advies mag ik nog steeds weleens geven aan mezelf. Het gaat gelukkig steeds beter. Met de keuze die ik nu heb gemaakt voor het langebaanschaatsen en Team Essent, zou ik op m’n achttiende hebben gedacht: wat zou iedereen van mijn keuze vinden? Vinden ze het stom?” Dit is mijn fashion icon... “Ik volg op Instagram aardig wat mensen die outfitfoto’s en -video’s plaatsen. Vooral veel Scandinavische meiden, zij hebben een stijl die ik heel leuk vind. Ik doe veel inspiratie op bij een vrouw die op Instagram @secondhandhuns heet. Zij koopt allemaal vintage-items en laat zien hoe je die goed kan stylen.” Met deze drie woorden zou ik mezelf omschrijven. “Bescheiden, vrolijk en explosief.” Meer lezen Benieuwd naar het Winterspelen nummer? Bestel het magazine nu met gratis verzending binnen Nederland via onze webshop. Nooit meer een verhaal missen? Word abonnee en bespaar maar liefst €15,- met een jaarabonnement op Helden Magazine. Benieuwd naar de nieuwsbrief? Schrijf je hier in. Ben je al abonnee? Het interview en de complete editie zijn ook online te lezen in de app Mijn Magazines. Lekker lezen op je telefoon op tablet.

Schaatsen

Jutta Leerdam: ‘Echt schaatsen staat altijd voorop’

Jutta Leerdam (25) weet dat de schijnwerpers bij [...]
Jutta Leerdam (25) weet dat de schijnwerpers bij de WK Afstanden (15-18 februari in Calgary) en WK Allround & Sprint (8-10 maart in Inzell) op haar gericht zijn. Want dat gebeurt overal waar ze verschijnt. Alles wat Jutta doet is nieuws. Of het nou haar prestaties op het ijs zijn, haar posts op social media of haar relatie met influencer Jake Paul. Hoe kijkt ze daar zelf naar? En hoe kijken anderen naar haar? Jutta Leerdam is sinds afgelopen zomer ook te bewonderen in Madame Tussauds. Op Instagram postte ze foto’s van zichzelf met haar wassen evenbeeld. Uiteraard ontbraken bij de replica haar trademarks – lang blond haar en zwarte eyeliner – niet. [caption id="attachment_19485" align="alignnone" width="2560"] Jutta posseert met haar evenbeeld in Madame Tussauds[/caption] Hoe anders was dat in september toen ze haar debuut maakte als model bij de Fashion Week in modestad Milaan voor BOSS. Op social media deelde ze met haar meer dan vier miljoen volgers beelden van de modeshow en hoe het er backstage aan toeging. Ze was op de catwalk te zien in een lange zwarte jas, zonder eyeliner en het haar had ze vast. Weer eens wat anders. Op TikTok liet ze weten dat ze nooit ‘catwalk-les’ had gekregen, omdat ze elke dag alleen maar schaatst. Haar volgers blijven ook op de hoogte van haar relatie met de Amerikaanse influencer, YouTuber en bokser Jake Paul. Ze maakten in april hun relatie bekend en sindsdien deelden ze meerdere keren foto’s en filmpjes van hen samen op hun social mediakanalen. Jake Paul was ook te bewonderen bij het World Cup Kwalificatie Toernooi in Thialf eind oktober, waar hij vanaf de tribune – en naast zijn ‘schoonouders’ Ruud en Monique – Jutta de 1000 meter zag winnen. Het team rondom Paul vroeg vooraf aan de organisatie of ze de auto voor de deur mochten parkeren en er wellicht een aparte ingang was voor Paul en zijn gevolg. Het antwoord was simpel: in Thialf parkeert iedereen op dezelfde parkeerplaats en gaan alle bezoekers door dezelfde ingang. Ook iemand met dik 25 miljoen volgers op Instagram. Op haar beurt was Jutta in augustus aanwezig bij een bokspartij van haar vriend. Ze zag Jake Paul in Dallas zijn entree maken op een tank en daarna de partij winnen. Ook was ze al te gast in zijn goed beluisterde podcast en schitterde ze in zijn YouTube-video’s. Vlak voor de kerst deelde Jutta op social een video van haar en Jake dansend naast de kerstboom in op elkaar afgestemde kerstoufits. ‘Mensen hebben altijd wel een mening over de dingen die ik doe. Tot nu toe bewijs ik keer op keer dat de invloed van al die dingen op mijn schaatsen wel meevalt’ De schijnwerpers waren ook op Jutta gericht tijdens de ploegenpresentatie van Jumbo-Visma op het hoofdkantoor van Unilever in Rotterdam, half september. Tal van cameraploegen waren uitgerukt, onder andere eentje van RTL Boulevard - die natuurlijk vooral geïnteresseerd was in haar liefdesleven - en fotografen, waaronder die van roddelbladen. “Er is geen enkele schaatser die zoveel druk heeft als ik,” stelde ze op het podium. Toen ze van interview naar interview was gegaan en voor elke camera opnieuw haar verhaal had gedaan, zei ze: “Ik weet zeker dat ik degene ben die de meeste ogen op zich gericht weet.” Hype “Ik heb nooit gedacht: laat ik het maar niet doen,” lachte Jutta toen haar breed uitgemeten relatie ter sprake kwam. “Die hype was er ook al voordat we elkaar leerden kennen. Er is geen ontkomen aan dat wij opduiken in de media. Hij is een vlogger en YouTuber, doet het supergoed op social media en heeft een heel content-team om zich heen. Vanaf het begin wisten we dat we nooit een privérelatie konden hebben. Voordat we überhaupt aan het daten waren, was het al een ding in de media en online. Wij hebben iets supersterks samen, delen af en toe iets van ons beiden, maar eigenlijk is dat best oppervlakkig. De dingen die privé zijn, proberen we ook echt privé te houden. Social media zijn ergens een afspiegeling van mijn leven, maar wel uitvergroot. Want ik ben ook gewoon twee keer per dag aan het trainen, ik zit op de fiets en zie mijn vriend bijna niet.” Op de vraag of het samenzijn met Jake Paul niet voor nog meer druk op haar schouders zorgde, antwoordde ze: “Ik voel altijd druk. Toen ik in aanloop naar de Spelen in Beijing mijn eigen schaatsteam begon, voelde ik die druk ook. Ik hoorde mensen zich afvragen: gaat dit wel goed? Daarna de Spelen zelf. Vervolgens de switch naar Team Jumbo- Visma in 2022, waardoor ik vooral bij mezelf heel veel druk voelde om me te bewijzen. Kortom: elk jaar voel ik druk en die kan ik altijd wel omzetten in extra motivatie en scherpte.” 'Stemmetje in m'n hoofd' Vanaf het moment dat ze in 2017 als achttienjarige wereldkampioen allround werd bij de junioren wisten mensen van haar bestaan. Niet alleen door haar prestaties, maar ook door haar uiterlijk. Ze kreeg een relatie met schaatser Koen Verweij en haar schare volgers op social media nam snel toe, ook omdat ze heel actief was met het posten van foto’s, filmpjes en berichten. In 2020 won ze haar eerste individuele wereldtitel, op de 1000 meter, en sindsdien kreeg ze vaak de vraag of haar leven als ‘merk’ en ‘influencer’ haar prestaties op het ijs niet in de weg stonden. Ondertussen was het nooit rustig. Eerst maakte ze de overstap van Team IKO naar Reggeborgh. In 2020 kwam ze er niet uit wat betreft een nieuw contract, waarop ze met haar vriend een eigen ploeg, Worldstream, begon. Na de Spelen in 2022 ging het uit met Verweij en stapte ze over naar Jumbo-Visma. Ze bleef ondanks alles presteren: in 2021 werd ze Europees kampioen sprint, in 2022 won ze olympisch zilver op de 1000 meter en de wereldtitel sprint, in 2023 werd ze wereldkampioen 1000 meter en Europees kampioen sprint. “Mensen hebben altijd wel een mening over de dingen die ik doe,” stelde ze, “sommigen denken misschien dat ik, door de dingen die ik naast het schaatsen doe, minder oog heb voor mijn sport, maar dat is absoluut niet het geval. Dit jaar is mijn relatie natuurlijk veel in het nieuws waardoor ze dat zouden kunnen denken, maar toen ik mijn eigen team opzette, was het: ‘Zorgt dat niet voor veel te veel stress bij dat meisje?’ Tot nu toe bewijs ik keer op keer dat de invloed van al die dingen op mijn schaatsen wel meevalt. Ik heb altijd dat stemmetje in m’n hoofd dat me scherp houdt. Het lukt me ook altijd goed om me af te sluiten voor dingen, om gefocust te blijven op het proces, op hoe ik hard kan schaatsen. Maar ik voel wel dat ik me elke keer opnieuw moet bewijzen.” Het komt voor de buitenwacht wellicht anders over, maar Jutta had een veel stabielere zomer dan een jaar eerder. “Ik ben gelukkig en dat was vorige zomer anders, toen had ik een heel moeilijke periode,” doelde ze op de breuk met Verweij. “Ik stapte ook nog eens over naar Jumbo- Visma. Alles wat me daarvoor stabiliteit bood, was weg. Dat ik meteen daarna een heel goede winter reed, had ik absoluut nooit verwacht. Ik heb daar veel vertrouwen uit gehaald. Nu heb ik wel veel stabiliteit, daardoor heb ik het gevoel dat ik de stijgende lijn makkelijker voort kan zetten. Ik heb afgelopen zomer met mijn coach Jac Orie door kunnen bouwen op vorig seizoen.” Over Jutta Jac Orie: 'Jutta heeft een goed motortje' Jutta is ontzettend goed trainbaar en heel erg gedreven. Ik moest haar eerder afremmen. De truc is om haar op alle gebieden een beetje af te remmen, anders loopt ze zichzelf voorbij,” zegt Jac Orie, vanaf de zomer van 2022 tot afgelopen seizoen haar trainer/ coach bij Jumbo-Visma. “Dat afremmen doe ik door zo goed mogelijk uit te leggen wat we willen trainen, hoe we dat willen doen en wat de gevolgen zijn als ze te veel doet. Bij toppers is het zo, is mijn erva-ring, dat als je de aanpak heel goed met ze bespreekt, ze er ook echt voor gaan. Je moet bij sporters van het kaliber Jutta nooit met een lulverhaal aankomen, daar prikken ze zo doorheen.” Voordat hij aan de slag gaat met een schaatser heeft Orie hem of haar al helemaal geanalyseerd. Afgaande op haar testresultaten en waardes schat hij in waartoe een schaatser in staat kan zijn. Uiteraard heeft hij ook zo’n gesprek met Jutta gevoerd. “Als Jutta wat ze in zich heeft ook kan vertalen naar het ijs, dan kan er een seconde af van het baanrecord op de 1000 meter in Thialf. Maar tussen theorie en praktijk zit nog wel iets, hè. Ze moet op het juiste moment in vorm zijn, de omstandigheden zoals de luchtdruk moeten goed zijn. Maar fysiologisch is ze er in elk geval toe in staat. Ze heeft een motortje hangen, hoor, en ze heeft veel vermogen. Jutta heeft een goede mix. Ze rijdt geweldige bochten, maar op de rechte stukken is technisch gezien nog winst te halen. En dan vooral op de kruisingen. Haar start kan ook beter. Op de eerste dertig meter is haar positie wat betreft haar bekken niet altijd goed. De ene keer doet ze het wel goed, de andere keer niet. Dat moet stabieler worden. Ja, er is echt nog veel progressie te boeken.” Ze blinkt nu vooral uit op de 1000 meter. Orie denkt dat ze ook een heel goede 500 en 1500 meter kan rijden. “Jutta is een echte 1000 meterrijdster. Op die afstand komen al haar kwaliteiten samen. Maar als haar start beter is, gaat ze ook weer sneller op de 500 meter en als ze de rechte stukken beter rijdt, heeft dat ook meteen effect op haar 1500 meter.” Natuurlijk is het Orie ook niet ontgaan dat er veel belangstelling voor Jutta is. “Maar ik kijk vooral naar hoe ze traint, of ze haar rust pakt en of ze goed belastbaar is. Als dat allemaal goed in orde is, dan ben ik als trainer en coach tevreden. De rest is voor haar eigen verantwoordelijkheid. Er is natuurlijk veel te doen over haar liefdesleven. Volgens mij zijn ze hartstikke gelukkig en dan is het toch goed? Ik heb Jake Paul al een paar keer gesproken, hij is hartstikke respectvol en in mijn ogen een rustige jongen.” Bang voor jaloezie of een verstoring van de dynamiek binnen de ploeg door alle aandacht die Jutta krijgt, is hij niet. “De andere schaatsers snappen over het algemeen wel hoe het werkt, hoor. En Jutta gaat er ook gewoon goed mee om.”   Dai Dai N'tab: 'Zij is wat veel vrouwen willen zijn' “Ik zie Jutta als een heel vrolijk persoon, die lekker door het leven hobbelt. Toen ze in 2019 binnenkwam bij Reggeborgh was ze nog best onzeker. Ze was een jong meisje met iets van tien- of vijftienduizend volgers op social media. Jutta was er toen trouwens ook wel al druk mee. Daarna zijn onze wegen een beetje gescheiden. Zij begon haar eigen ploeg en ik vertrok naar Jumbo-Visma. Mooi om te zien hoe ze zich sindsdien heeft ontwikkeld, als sporter en mens. En als merk, want dat is ze ook,” zegt sprinter Dai Dai N’tab. Jutta en hij waren eerder ploeggenoten en maatjes bij Reggeborgh en waren dat weer bij Jumbo-Visma. “We praten veel met elkaar, tijdens lange autoritten voeren we vaak wat meer diepgravende gesprekken. Op mentaal vlak hebben we veel aan elkaar. Jutta kan een beetje onzeker zijn over dingen die er nog aan zitten te komen, maar dat houdt haar ook scherp. Ze is op haar pad al verschillende obstakels tegengekomen, maar die grijpt ze altijd aan om ervan te leren, er weer beter uit te komen en er iets moois van te maken.” N’tab gebruikt social media ook, maar bij Jutta is dat next level. “Ze weet heel veel ogen op zich gericht en dat zorgt ook voor meer druk. Het zit haar niet in de weg, want ze is op de 1000 meter veel beter dan bijna al haar concurrenten. De wetenschap dat ze goed is en de goede dingen doet in de training, neemt ook weer veel druk weg.” Jutta beseft dat ze met haar grote bereik thema’s op de kaart kan zetten. Ze schroomde niet om onderwerpen waar normaal een taboe op rust – zoals menstruatieklachten bij topsporters en haar ervaringen met obsessief afvallen – aan te kaarten. N’tab: “Jutta heeft van jongs af aan al een uitgesproken mening. Ik vind het tof dat ze gewoon dingen durft te blijven zeggen. Wat ze heel goed doet, is zichzelf als een heel geloofwaardige vrouw neerzetten. Zij is wat heel veel vrouwen willen zijn: een mooie, sterke dame die ook nog eens succesvol is. Zij spreekt daardoor een heel breed publiek aan. Ook mannen vinden haar natuurlijk interessant door hoe zij eruitziet. Ze weet heel goed de juiste snaar te raken bij mannen en vrouwen.” Antoinette Rijpma- de Jong: 'Jutta kijkt heel anders tegen zaken aan dan ik' “Wij trainen eigenlijk niet samen. Ik heb een schema voor allrounders en Jutta voor sprinters,” zegt Antoinette Rijpma-de Jong. Ze werd in 2023 wereldkampioen op de 1500 meter en pakte WK-zilver op de 1000 meter achter ploeggenote Jutta. Daarnaast pakte ze de Europese titel all-round. Bij de afgelopen EK Afstanden was het op de 1000 meter weer: Jutta één, Rijpma-de Jong twee. “Als het moet gebeuren op de 1000 meter dan sta ik er, maar mijn focus ligt meer op de 1500, de 3000 meter en het allrounden." Rijpma-de Jong hield zich vroeger ook veel bezig met social media, maar heeft het op aanraden van haar man Coen, met wie ze in 2022 trouwde, juist afgebouwd. “Voor mij werkte het niet om ook nog intensief bezig te zijn met social media, het was beter om minder te letten op likes en wat andere mensen van mij vinden. Ik heb mijn handen al vol aan het schaatsen. Jutta krijgt juist energie van die aandacht, eigent het zich ook toe om in het middelpunt van de belangstelling te staan. We zijn afgelopen jaar allebei wereldkampioen geworden, maar ik profileer me minder. Ik vind het wel heel knap hoe zij alles heeft opgebouwd en hoe goed ze zich kan presenteren op en naast het ijs. Jutta kijkt heel anders tegen zaken aan dan ik. Dat maakt Jutta Jutta en dat maakt mij Antoinette. Ik woon lekker op de boerderij in Rottum met mijn man en vind het helemaal geweldig om in mijn vrije tijd met de paarden bezig te zijn.” Thomas Krol: 'Jutta heeft standbeeld in Madame Tussauds hè' “Jutta kan ons volgen en dat is voor haar gunstig, maar wij hebben er geen voor- deel aan dat zij met ons traint. Zij rijdt immers achter ons aan, wij niet achter haar. Wij doen ons ding en als zij ons wil volgen, dan is dat prima,” zegt ploeggenoot Thomas Krol, onder andere regerend olympisch kampioen op de 1000 meter, twee keer wereldkampioen en winnaar van olympisch zilver op de 1500 meter en wereldkampioen sprint. Lachend: “Jutta heeft een standbeeld in Madame Tussauds in Amsterdam, hè, dat zegt genoeg. Dat heeft Ireen Wüst niet, terwijl zij de succesvolste Nederlandse olympiër ooit is. Het draait niet meer alleen om prestaties, maar ook om het hele bereik. Dat is de tijd waarin we leven. Het staat Jutta vrij om daarmee bezig te zijn, maar ik heb daar zelf helemaal geen affectie bij om het op die manier te doen. Ik heb niet zo heel veel met showbizz en glamour. Ik heb het daar weleens over met haar, hoor. Gekscherend maak ik dan een opmerking als: joh, stop eens met selfies maken en ga eens trainen. En dan roept Jutta altijd: ‘Je bent gewoon ja- loers.’ We kunnen elkaar daar heel goed mee dollen. Zij doet haar ding en ik het mijne.”   Femke Kok: 'Door Jutta krijgt het hele schaatsen meer aandacht “Wij zijn elkaars concurrent, komen elkaar altijd tegen. Jutta houdt mij scherp. Als er iemand is die heel snel is, wil ik daar niet voor onderdoen. Jutta motiveert me om het maximale uit mezelf te halen, maar ik focus me daarbij wel vooral op mezelf. We gaan normaal met elkaar om. Ik ben tegen iedereen altijd sportief, zo zit ik in elkaar,” zegt Femke Kok, sprinter van Team Reggeborgh, over haar rivale. In 2020 en 2022 pakte ze samen met Jutta – en Letitia de Jong en Dione Voskamp – de wereldtitel op de teamsprint, maar verder nemen ze het vooral tegen elkaar op. Bij de EK sprint van 2021 en 2023 was het brons en zilver voor Kok en twee keer goud voor Jutta. Bij de WK sprint van 2022 pakte Jutta goud en Femke zilver. Waar Femke Kok de 500 meter als specialiteit van het huis heeft, geldt dat bij Leerdam vooral voor de 1000 meter. Femke won op de vorige WK Afstanden goud op de 500 meter, waar Leerdam de wereldtitel op de 1000 meter pakte en brons op de halve afstand. Afgelopen EK Afstanden won Kok de 500 meter voor Jutta. Kok ziet natuurlijk ook hoe Jutta de schijnwerpers op zich gericht weet op en naast het ijs. “Ik ben me er eigenlijk niet zo van bewust dat je als topsporter ook je eigen merk kunt zijn, ben er veel minder mee bezig om me te profileren op social media. Ik post af en toe dingen op Instagram en dat is eigenlijk altijd gerelateerd aan mijn sport. Dat doe ik omdat ik het leuk vind en heb daar verder geen bijbedoelingen mee. Ik ben puur bezig met mijn sport en verder niet. Maar Jutta zorgt voor veel publiciteit, door haar krijgt het hele schaatsen meer aandacht en dat is goed.” Hélène Hendriks: 'Ik ben niet zo bang dat ze gaat zweven' “Wat Jutta heeft gecreëerd afgelopen jaar, is gigantisch. Zij is een enorm boegbeeld, dat zal iedereen beamen. Zij is gewoon een ster, een absolute ster,” zegt tv-presentatrice Hélène Hendriks, die de presentatie van de schaatsploeg van Jumbo-Visma deed. “Bij haar komt alles samen. Ze is topsporter, een soort van stijlicoon, een influencer én ze heeft een verhouding met Jake Paul, die een nog groter fenomeen op social media is dan Jutta. Zij bewijst dat het samen kan gaan.” Hendriks, in 2023 winnaar van de Televizier-Ring in de categorie presentator, speelde voordat ze een tv-persoonlijkheid werd, jarenlang hockey in de hoofdklasse. “Zolang haar prestaties goed zijn, twijfelt niemand ergens aan. Maar een verhouding die over de hele wereld breed wordt uitgemeten, kan behoorlijk wat met iemand doen. Dat betekent ook dat je voorzichtig moet zijn. Ik snap dat er bij Jutta wat meer gereserveerdheid in zit, dat ze haar leven heel erg wil regisseren. Want als je maar zo open en vrolijk in het leven blijft staan, dan kun je ook weleens je neus stoten. Belangrijk is dat de kleine cirkel om haar heen haar met beide benen op de grond houdt. En eerlijk gezegd ben ik ook niet zo bang dat ze gaat zweven. Ik vind haar gewoon een hele nuchtere, knappe verschijning, maar bovenal een waanzinnige topsporter. Ik zie in alles bij Jutta de topsporter. Haar gedrevenheid, die enorme wil. Zonder die eigenschappen kun je niet presteren.” Ze is een ster en dat zorgt dat veel mensen wat van haar willen, aldus Hendriks. “Mensen zien een verdienmodel. Dat zie je bij voetballers ook. Dan moet je je staande houden en de juiste mensen om je heen verzamelen. Daar is ze volgens mij slim genoeg voor en die heeft ze ook al om zich heen." Koen Verweij: 'Ik kijk met een glimlach terug' “Jutta heeft me veel nieuwe dingen en inzichten bijgebracht en hopelijk ik haar ook,” liet Koen Verweij in een schrifte- lijke verklaring weten nadat in 2022 na ruim vijf jaar een einde kwam aan de relatie met Jutta, met wie hij ook schaatsploeg Worldstream begon. “Ik ben trots en dankbaar voor alle reizen, lessen en momenten die we samen hebben mogen delen en ik kijk met een glimlach terug op de bijzondere periode uit ons leven die we met elkaar hebben gedeeld. Meer zeg ik er niet over.” Jake Paul: 'Toen ik op een donkere plek was, was ze er voor me' “Wat mijn toekomstplannen met Jutta zijn? Trouwen!” vertelde Jake Paul aan SBS Shownieuws toen hij in oktober Thialf aandeed om vanaf de tribunes de verrichtingen van Jutta te volgen. In zijn video’s op YouTube zei hij: “Ze is lief, zorgzaam, oprecht en liefdevol. Wat onze grootste uitdaging zal worden? Dat iedereen me zal haten omdat ik met haar date. Boeit me trouwens niet. I’m Dutch now, omdat Jutta mijn grote liefde is.” Begin april bevestigden ze hun relatie, nadat er daarvoor al foto’s en video’s te zien waren dat ze met elkaar optrokken in Miami. “Jutta is een van de zuiverste mensen die ik in mijn leven heb ont- moet. Ze haalde mij echt uit de put toen ik na zes overwinningen op rij verloor van Tommy Fury. Ze heeft me geholpen om over deze nederlaag heen te komen. Toen ik op een donkere plek was, was ze er echt voor me en sprak ze over haar nederlagen. We begrepen elkaar in de dingen die ik doormaakte. Ze is zo’n zegen geweest. Dus Jutta, als je dit bekijkt: je bent geweldig.” Bas Tietema: 'Jutta hoort bij deze tijd' “Wat ik bij Jutta heel knap en bijzonder vind: zowel als sporter en als influencer bereikt ze een hoog niveau. Je merkt dat mensen heel graag iemand in een hokje willen stoppen, zo van: ben je nou influencer of ben je nou sporter? Bij Jutta hoeft die vraag niet gesteld te worden, ze is top op de socials en op het ijs. Presteren en zichtbaar zijn, dat is razendknap. Jutta flikt het gewoon. Ze is ook van een jongere generatie die de waarde van social media begrijpt. Voor zichzelf, maar ook voor haar sport. Het plezier spat er ook af als je de video’s ziet,” zegt Bas Tietema, YouTuber, oud-wielrenner en oprichter van wielerploeg TDT-Unibet Cycling Team. “Ze is onder jongeren ook heel populair. En ze is goed voor het imago van het schaatsen, dat door Jutta ook weer meer zal worden bekeken door jongeren. Daar komt dan nog eens haar relatie met Jake Paul bij, iemand met miljoenen volgers over de hele wereld. Het is alles bij elkaar een superverhaal: van het ijs in Thialf naar de catwalk in Milaan en glamour in Miami. Voor jongeren is ze een rolmodel geworden. Fans willen tegenwoordig meer van sporters zien dan enkel hoe ze trainen. Sporters als Jutta nemen de fans mee in hun leven, dat hoort bij deze tijd.” Chris Woerts: 'Zodra het even tegenzit zal er kritiek komen' “Jutta Leerdam is een zeer gewaardeerde en talentvolle sporter. Daar wordt ze in de eerste plaats op afgerekend. Daarnaast is Jutta influencer en social mediageniek. Zolang dat niet ten koste gaat van het sporten is er niets aan de hand, maar de scheidslijn is dun en dat maakt haar kwetsbaar,” stelt Chris Woerts, sportmarketeer en geregeld bargast in tv-programma Vandaag Inside. “In de media en op de juicekanalen wordt gesmuld van haar excentrieke leven met een partner die ook leeft van social media-aandacht. Zolang ze de nummer één van de wereld is, zal iedereen haar bevindingen met aandacht en plezier volgen. Maar zodra het even tegenzit, komt die andere rol ter sprake en zal er kritiek komen. Daar moet ze zich op voorbereiden en ook rekening mee houden. Ik begrijp goed dat Jutta het maximale rendement wil halen uit haar social mediakanalen. Het is prettig om een andere inkomstenstroom te hebben naast die van schaatser. Zolang het niet controversieel is en binnen de perken blijft, is het prima.” Kosta Poltavets: 'Ze heeft met Kramer en Wüst die ultieme wil om te winnen gemeen' “Jutta is de meest complete schaatser met wie ik heb gewerkt,” zegt Kosta Poltavets, van 2020 tot en met 2022 haar trainer bij Worldstream. “Ze is fysiek de ideale schaatser en ik hoefde als trainer eigenlijk alleen maar te finetunen. Ik was alleen maar bezig met details, met bijslijpen. Voor de rest was ze toen al megagoed.” Jutta droeg in 2022 met tranen in haar ogen haar wereldtitel sprint op aan haar Oekraïense coach, die het zwaar had met de Russische inval in zijn geboorteland en de onzekere situatie van familie en vrienden die daar woonden. “Jutta is ook zo prettig in de omgang. In een team zorgt ze altijd voor de goede sfeer.” Poltavets werkte ook voor de Russische schaatsbond en in Nederland stond hij in het verleden ook Sven Kramer en Ireen Wüst bij. “Wat Jutta gemeen heeft met Ireen en Sven is haar ultieme wil om te winnen. Wat ze verder met social media doet, gaat niet ten koste van haar prestaties. Knap. Dat komt omdat er iets is wat voor haar belangrijker is dan wat dan ook: winnen.” Marianne Timmer: 'We kunnen iets leren van haar gedurfde aanpak' “Jutta Leerdam is een fenomenale sportvrouw met een prachtige techniek en een mooie uitstraling op het ijs,” zegt Marianne Timmer, drievoudig olympisch kampioen, twee keer wereldkampioen 1000 meter en een keer wereldkampioene sprint. Zij was ook een schaatsster die ongekend populair was en de sport oversteeg, weliswaar in een tijd zonder social media. “Jutta’s vermogen om zich zowel sportief als vrouwelijk te presenteren, zorgt ervoor dat ze op en buiten het ijs opvalt. Hoewel ik haar niet persoonlijk ken, bewonder ik de manier waarop ze zichzelf profileert op social media. Haar gedurfde en verfrissende aanpak kan het schaatsen in het algemeen een boost geven, zelfs in Amerika. Zij trekt met haar uitstraling en zichtbaarheid nieuwe jonge fans richting het schaatsen. Haar relatie met Koen Verweij en nu met Jake Paul lijkt een spannende dynamiek te brengen, waar de schaatswereld van mee profiteert.” Timmer bestempelt Jutta’s presentatie als on-Nederlands. “Zij positioneert zich zonder terughoudendheid als de beste. In Nederland is bescheidenheid vaak de norm, maar Jutta’s zelfverzekerde houding kunnen we als een positief voorbeeld nemen dat het ook anders kan. Ze daagt de Nederlandse mentaliteit uit en laat zien dat prestaties voorop staan, en niet de bijzaken als haar rol als influencer. Het wordt interessant om te zien hoe ze omgaat met eventuele druk als haar prestaties veranderen. Kortom, Jutta Leerdam brengt een verfrissende dynamiek in de schaatssport en we kunnen wellicht iets leren van haar gedurfde aanpak.” Helden Magazine 70 Het interview met Jutta Leerdam komt voort uit het eerste nummer van 2024. In Helden Magazine 70 is er veel aandacht voor de wintersporten. Het jonge Amerikaanse fenomeen Jordan Stolz vragen we naar zijn geheim en de samenwerking met Irene Schouten en Jillert Anema. Shorttrackzusjes Xandra en Michelle Velzeboer veroveren samen de wereld, een dubbelinterview in aanloop naar de WK in Rotterdam. Collega-shorttracker Jens van ’t Wout ontmoet Victoria Koblenko. Daarnaast is er ook aandacht voor voetbal. Peter Bosz is met PSV hard op weg naar zijn eerste landstitel. De kans is groot dat PSV zijn laatste club is als trainer. Calvin Stengs is helemaal terug, schittert bij Feyenoord en Oranje. We gingen langs bij Calvin, zijn vriendin Beau de Boer – dochter van Frank de Boer – en zoontje Saint. Frits Barend eert Ruud Geels, de vaak verguisde spits die in november overleed en oud-voetballer Michael Mols spreekt over de tumor die in zijn hoofd werd ontdekt. Verder kwam wielrenner Milan Vader in 2022 zwaar ten val, lag in coma en keerde na een lange revalidatie terug aan de top, met dank aan vriendin Ilse Lutke die niet van zijn zijde week. Veldrijdster Fem van Empel is een multitalent, maar het is wel wennen dat iedereen haar vergelijkt met Mathieu van der Poel. Tallon Griekspoor is de beste tennisser van Nederland. We spraken hem samen met zijn broers Kevin en Scott in aanloop naar de ABN AMRO Open. Als laatste stroomt het racen bij duizendpoot Tom Coronel door zijn bloed. “Max Verstappen is beter dan iedereen die ik ooit heb gezien.” Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 70 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van jouw favoriete sporters? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Schaatsen

Van elandenranch tot wereldtitels: de opmars van Jordan Stolz

Jordan Stolz is de nieuwe schaatssensatie. De  21-jarige [...]
Jordan Stolz is de nieuwe schaatssensatie. De  21-jarige Amerikaan won al zeven wereldtitels en goud op de 1000 meter deze Spelen. Met behulp van Jillert Anema, zijn coach bij Team Albert Heijn Zaanlander, wil hij nog beter worden. In 2024 spraken we het wonderkind over succes, God en goud. “Misschien is mijn geheim dat er geen geheim is.” [caption id="attachment_19501" align="alignnone" width="1830"] Jordan Stolz & Irene Schouten[/caption] Kjeld Nuis staat bekend als een onverbeterlijke optimist, altijd op zoek naar lichtpuntjes, zelfs na een stevige uppercut van Jordan Stolz tijdens de 1500 meter bij de World Cup in Stavanger. Terwijl de Nederlandse concurrentie zich afvraagt wie het Amerikaanse fenomeen zal verslaan, ziet Kjeld alleen maar een positieve impuls voor de schaatssport. “Wie gaat Stolz kloppen? Dat wordt de grote uitdaging voor de komende jaren. Mooi man!” zegt Kjeld met een glimlach. Op het kantoor van Team Albert Heijn Zaanlander, waar de favoriete muziek van Stolz’ coach Jillert Anema de ruimte vult, blijft Jordan Stolz onverstoorbaar, ondanks de jankende gitaren en stevige rocknummers. “Jillert en ik hebben dezelfde muzieksmaak. Rock uit de 60’s en 70’s.” Sportvissen Achter de relaxte houding schuilt een sporter van negentien met een bijzondere missie en drive. Hij is zelfbewust en bescheiden. Jordan is niet van de grote woorden, wil zijn prestaties laten spreken. Jordan werd geboren op een elandenranch buiten Kewaskum, Wisconsin, en raakte op zijn zesde in de ban van schaatsen. Na schooltijd keek hij naar shorttrack op de Olympische Winterspelen van 2010 in Vancouver en zag de kleurrijke Amerikaanse shorttracklegende Apolo Ohno imponeren en goud winnen. ‘In de kleedkamers heb ik het nooit over mijn geloof. Daar hebben de Nederlanders altijd het hoogste woord, gaat het over geld, seks en auto’s. Vind ik ook prima’ Jordan sprong op van de bank en begon in de woonkamer schaatsbewegingen te maken. Vader Dirk, de plaatselijke sheriff, wist wat hem te doen stond: zorgen voor een ijsbaan op het erf. De achtertuin van de familie Stolz veranderde in een ijsbaan met buitenverlichting. Vader en moeder fungeerden als baanvegers. “Ik ben mijn ouders heel dankbaar. Als ik het ijs op wilde, dan kon dat. Ze veegden de baan en coachten mij en mijn zus Hannah. Ik was zo fanatiek dat als ik ’s nachts niet kon slapen, ik stiekem het ijs op ging. Ik ben mijn ouders dankbaar dat ze mij zo onvoorwaardelijk steunden. Jordan was als kind al bezig met zijn techniek. “Mijn moeder vond dat ik als kind te veel op mijn iPad keek. Toen ze ontdekte dat ik zo mijn eigen schaatstechniek aan het analyseren was, was het geen probleem meer. Schaatsen is het enige waar ik mee bezig ben. Hoe gek het voor een Amerikaan ook klinkt, onze typische sporten boeien me niet. Voor mij geen basketbal, American football, honkbal of ijshockey. Ik heb nooit begrepen dat mensen gefascineerd naar honkbal kunnen kijken. In schaatsen zit voor mij alles: het fysieke en het mentale aspect. Mijn vrienden vinden het moeilijk om dat in te zien, hoewel ze schaatsen steeds cooler vinden. Zeker nu er in Amerika ook steeds meer aandacht is voor mijn prestaties. Ik merk überhaupt dat veel Amerikanen schaatsen een mooie sport vinden als ze ermee in aanraking komen. Ik vond als kind elke rit op tv iets bijzonders. Ik zag dingen die ik de volgende dag zelf uitprobeerde. Shani Davis was mijn grote held. En ik verdiepte me in de techniek van Jeremy Wotherspoon, een andere favoriet van me.” Jordan was dag en nacht met schaatsen bezig. Als hij een keer niet op het ijs stond, had hij een hengel in z’n hand. Want sportvissen is zijn andere grote passie. “Het gevecht tegen het vaak heftig stromende water en daarna de strijd om de grote vissen binnen te halen, ik krijg daar zo’n kick van. Ik vis vooral op tarbot en zalm. Voor het vissen ga ik buiten het seizoen naar Alaska en Canada, soms ook naar Florida. Jeremy Wotherspoon doet ook aan sportfishing en als we elkaar tegenkomen, hebben we het over vissen en de beste locaties om je slag te slaan. Dat alleen zijn met de natuur spreekt me ook erg aan. Op die momenten ben ik alleen met God.” De natuur in trekken, dat is voor hem chillen. Dat doet hij met vrienden of alleen. Tijd voor de liefde is er ook nog niet in zijn leven. “God, vissen, paardrijden, fietsen en schaatsen; dat zijn de belangrijke zaken in mijn leven. Ik vind het prima zo. God geeft mij genoeg innerlijke rust om tevreden te zijn met wat ik heb en wat er op mijn pad komt.” Witte huis Het geloof neemt een centrale rol in zijn leven in. Jordan is vaak in de kerk te vinden als aanhanger van het baptisme. Het geloof is volgens hem het geheim achter zijn succes. Zijn stoïcijnse houding en het dealen met stress heeft hij te danken aan het geloof en die eigenschappen komen hem goed van pas als schaatser. “Ik volg Jezus, dus ik maak me nergens zorgen over. Ik voel me daar goed bij, het geeft me rust. Ik doe er alles aan om volgens de Bijbel te leven. Daarom heb ik ook geen stress voor een belangrijke rit. Ik weet dat God mijn lot in handen heeft, dat de uitkomst is voorbestemd. God is bij me op de ijsbaan. Het is Zijn wil of ik win. In de kleedkamers heb ik het nooit over mijn geloof. Daar hebben de Nederlanders altijd het hoogste woord, gaat het over geld, seks en auto’s. Vind ik ook prima.” Er zijn oorlogen tussen Rusland en Oekraïne en Israël en Hamas aan de gang. Jongeren zijn bezorgd over de opwarming van de aarde. Hoe kijk jij daar tegenaan? “Ik leg ook dat in de handen van God. Hij gaat ons uiteindelijk naar een oplossing leiden, het geeft mij innerlijke rust om op die manier tegen dingen aan te kijken. Ik heb het gevoel dat we toch niks kunnen doen. Hetzelfde met politiek. Mijn geloof is zo sterk dat ik mij niet druk maak wie de president van Amerika is. God zal ons leiden. In Europa willen ze altijd weten of ik voor of tegen Trump of Biden ben. I k vind het erg Europees om zo te redeneren; zwart-wit en snel een mening klaar hebben. Voor ons Amerikanen is er naast het politieke verhaal ook de waardigheid van het ambt van president. Dat is hier moeilijk uit te leggen. Het Witte Huis is een belangrijk symbool voor ons. Ik vind het een geweldige eer dat als ik als  olympisch kampioen een uitnodiging krijg om naar het Witte Huis te komen. Amerikanen raakt zoiets in het hart.” Davis & Heiden Met Shani Davis deelt Jordan zowel zijn liefde voor schaatsen als het geloof. Davis, tot hij in 2018 stopte specialist op de 1000 en 1500 meter, was belangrijk voor de start van de carrière van Jordan. Toen Jordan op zijn zevende zijn rondjes reed op de schaatsbaan in Milwaukee was Davis daar ook aan het trainen. ‘Hij viel mij meteen op, had meteen de goeie slag. Je kon zien dat hij het in huis had om een groot kampioen te worden,’ vertelde Davis over de eerste kennismaking met Jordan. De eerste jaren gaf Shani Davis langs de baan adviezen en toen hij dertien was, ging hij hem ook coachen. In NRC vertelde Davis daarover: ‘Ik leerde Jordan hoe hij technisch nog beter kon worden en hoe hij zijn krachten beter kon overbrengen op het ijs.’ Jordan won op 18-jarige leeftijd bij de WK afstanden in Heerenveen de 500, 1000 en 1500 meter. Het was een unieke trilogie. Meteen drong zich de vergelijking op met zijn illustere landgenoot Eric Heiden, die bij de Spelen van Lake Placid in 1980 alle vijf de afstanden won. Heiden, tegenwoordig chirurg in Salt Lake City, is nog altijd een fenomeen in Amerika. In mei 2023 troffen de twee elkaar. “Eric vertelde onder de indruk te zijn van mijn races. We spraken over trainingsmateriaal en afstelling van schaatsen en hij vergeleek het met zijn tijd. Dat is al veertig jaar geleden. Ik heb zijn races op YouTube weleens bekeken. Hij was ook de man die de schaatsplank introduceerde, die gebruik ik ook nog steeds. Hij vertelde verder dat het trainen vergeleken met vroeger zich niet meer laat vergelijken. Wat je wel kunt vergelijken, is hoe Eric en mijn Amerikaanse coach Bob Corby werkten. Ze zijn vrienden van de universiteit, trainden daar al samen. Ik doe nog steeds een deel van het programma dat Eric en Bob volgden, doe dezelfde work-outs. Eigenlijk waren zij hun tijd dus ver vooruit. Mooi. Eric vertelde ook dat ik hem altijd kan bellen als ik iets wil weten. Ik zal hem niet te veel lastigvallen, zal hem hooguit een berichtje sturen als ik ergens mee zit.” Medaille-alarm Tijdens de Winterspelen gaan we los met onze grootste kortingsactie ooit. Bij elke medaille van een Nederlandse atleet hoort een beloning voor jou. Doe mee en profiteer direct.Zo werkt het: 🥇 Goud 50% korting op een jaarabonnement Vijf nummers voor slechts €22,50 🥈 Zilver Vraag een gratis editie aan van HELDEN, Formule 1 Magazine, Fiets of Procycling 🥉 Brons 20% korting + gratis verzending op een nummer naar keuze ⏰ Let op: elke actie is slechts 24 uur geldig. 👉 Houd onze Instagram Stories in de gaten en mis geen medailledeal. Helden Magazine 70 Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 70 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van jouw favoriete sporters? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Schaatsen

Femke Kok: ‘Ik was vaak te lief’

Femke Kok veroverde bij de WK afstanden in 2023 [...]
Femke Kok veroverde bij de WK afstanden in 2023 als eerste Nederlandse schaatsster ooit de wereldtitel op de 500 meter. Een jaar later deed ze dat nog eens over. 2024 leek weleens het jaar van Femke te kunnen gaan worden, maar in het najaar kreeg ze te maken met het cytomegalovirus, dat net als de ziekte van Pfeiffer gepaard gaat met vermoeidheid. Toen ze zich eind oktober afmeldde voor het wereldbekerkwalificatietoernooi, had ze geen idee hoelang ze uit de roulatie zou zijn. Op het NK sprint maakte ze haar comeback. Nu mag ze zich op gaan maken voor het de EK sprint in Thialf. We blikken terug op ons interview met Femke uit 2023. Kurumi Inagawa “Inagawa is een Japanse die snel kan openen, een van de beste tegenstanders die ik me kon wensen. Ik begon in de buitenbaan,” zegt Femke Kok. Bij de WK afstanden startte ze op 3 maart in een kolkend Thialf in rit zeven op de 500 meter. “Ik raakte zo gemotiveerd van het publiek, had zo’n zin om te schaatsen. Doordat er nog geen richttijd was, voelde ik weinig druk. Het hele seizoen waren mijn prestaties een beetje achtergebleven, waardoor de verwachtingen rond mij sowieso minder waren. Ik was voor mijn gevoel al een beetje afgeschreven. Ik was relaxed, had niets te verliezen. Dat was heel anders in 2022, toen juist iedereen dacht dat ik wel even zou winnen als ik aan de start van een 500 meter stond, omdat ik in 2021 na mijn overstap naar de senioren op mijn afstand meteen vier wereldbekerwedstrijden op rij had gewonnen en zilver bij de WK afstanden had gepakt. Ik vond het lastig om een jaar later met die druk om te gaan, kwam nog maar net kijken.” Femke was er bij wereldbekerwedstrijden afgelopen seizoen niet in geslaagd het podium te halen, wel werd ze twee keer vierde. Drie weken eerder werd de World Cup in Polen een teleurstelling. “Daar ging alles mis wat mis kon gaan. Op de 500 meter had ik een dikke misser, waardoor ik meteen kansloos was. Op de 1000 meter zou ik in de tweede rit starten, maar dat werd ineens rit één. Ik was nog niet klaar met inrijden, had mijn transponders nog niet om gekregen toen ik ineens naar de start moest. Ik was al buiten adem toen ik van start ging. 'Dat zenuwslopende wachten op het middenterrein. Vreselijk. Ik maakte mezelf helemaal gek. Van pure spanning heb ik mijn coach en de fysio heel vaak geknepen' Daarna was ik er zo klaar mee. Het eten was slecht, het hotel was niks. Eigenlijk moest ik nog een week in Polen blijven, want een week later was daar ook de wereldbekerfinale. Ik wist: als ik hier nog een week blijf, maak ik mezelf helemaal gek. Ik heb tegen mijn trainers Gerard van Velde en Dennis van der Gun gezegd dat ik naar huis wilde, om in Heerenveen in alle rust te kunnen trainen in aanloop naar de WK.” Tijdens die trainingen met trainingsgenoot Mats Siemons focuste ze zich vooral op haar techniek. “Ik had me niet gekwalificeerd voor de 1000 meter op de WK afstanden, had alleen de 500 meter. Ik had één kans, het was alles of niets. Die ene race op de WK kon mijn seizoen maken of breken. Ik had bij de NK sprint, eind december in Thialf, 37,07 gereden, wist dus dat ik een goede tijd in me had. Tijdens de trainingen ging het met de dag beter, ik kreeg steeds meer vertrouwen en mijn coaches dachten ook dat ik wat moois kon laten zien.” Femke opende snel, in 10,35, en was een fractie sneller dan Inagawa. Na een goede eerste bocht kon ze op de kruising naar de Japanse toe rijden. Bij het ingaan van de laatste bocht kwam ze al onderdoor om daarna te finishen in 37,28. “Ik was heel blij dat ik op het moment dat het moest mijn beste race van het seizoen had gereden. Elke klap was raak.” Gerard van Velde ging uit zijn dak op de kruising toen hij de tijd van Femke zag. Dennis van der Gun ving haar op na haar rit. Ze twijfelde of haar tijd goed genoeg was, had bij de mannen een uurtje eerder Jordan Stolz bijna een baanrecord zien rijden op de 500 meter, dus ze dacht vooraf dat de winnende tijd in de buurt van het baanrecord van 37,02 zou liggen. “Ik was niet heel uitbundig, maar Dennis zei meteen: ‘Ik moet nog zien of iemand aan jouw tijd komt.’ Daarna het zenuwslopende wachten op het middenterrein. Vreselijk. Ik maakte mezelf helemaal gek, wist niet of ik moest zitten of staan. Dennis en onze fysiotherapeut Johan Methorst stonden naast me. Van pure spanning heb ik Dennis en Johan heel vaak geknepen.” In rit tien waren twee grote concurrenten aan de beurt: Erin Jackson, de Amerikaanse olympisch kampioene op de 500 meter, en vrouw in vorm Vanessa Herzog. De Oostenrijkse kwam vijfhonderdste tekort. “Dennis en Johan riepen: ‘Het kan nog, het kan nog!’” In de volgende rit nam Jutta Leerdam, bij World Cups in aanloop naar de WK al vier keer goed voor een podiumplek op de 500 meter, het op tegen Kim Min-sun. De Zuid-Koreaanse gold als topfavoriet voor de wereldtitel. “Zij had op een na alle 500 meters van het seizoen gewonnen en was in Thialf ook al sneller geweest dan 37,28. Ze opende snel, maar ook Jutta deed dat voor haar doen en zij heeft natuurlijk altijd een fantastische volle ronde in zich.” Leerdam finishte in 37,54 en Kim, die in de laatste binnenbocht een misslag had, deed dat in 37,56. Op het middenterrein werden Van der Gun en Methorst opnieuw geknepen. “Ik dacht: als zelfs Kim en Jutta niet aan mijn tijd komen...” In de slotrit nam ploeggenoot en vriendin Michelle de Jong het op tegen de Amerikaanse Kimi Goetz. Ze kwamen allebei niet aan haar tijd. Femke maakte een vreugdesprong, stak beide armen in de lucht en omhelsde meteen Van der Gun. “Het hele seizoen had ik niet op het podium gestaan en op de WK was het ineens raak. Bizar. Dennis had dat seizoen na elke tegenvaller tegen me gezegd: ‘Niet erg dat je niet op het podium staat. Het is veel mooier om na de laatste wedstrijd van het seizoen op het podium te staan.’ Als klein meisje had ik met mijn vader en moeder op tv naar grote wedstrijden in Thialf gekeken en dacht ik: daar wil ik ook op een dag wereldkampioen worden. Een droom kwam uit. En dat ik ook nog eens de eerste Nederlandse vrouw ben die wereldkampioen op de 500 meter is geworden, maakte het extra mooi.” Na afloop schaatste ze een ereronde met de Nederlandse vlag om haar schouders. Ze stopte om haar ouders langs de kant te omhelzen. “Zij waren ook zo blij, hadden ook mijn struggles van dichtbij meegekregen.” René Kok en Ilja Postma Schaatsen zit bij Femke in het dna. René Kok was een verdienstelijk schaatser, reed ooit in de Friese selectie met Rintje Ritsma en daarna marathons. Moeder Ilja Postma schaatste recreatief en volbracht in 1997 de Elfstedentocht. Femke, enig kind, groeide op in Nij Beets, waar ze nu nog met haar ouders woont en waar in het ouderlijk huis de voertaal Fries is. Als kind turnde ze ook. Met het gezin zaten ze voor de tv als er schaatswedstrijden waren. “Mijn vader wees dan vaak naar de tv en zei tegen me: ‘Kijk, zo moet het.’ Dan vertelde hij hoe je de bocht aan moest snijden of hoe je afzette naar de zijkant. Ik sprong dan op en deed de schaatsbeweging na in de woonkamer. Tijdens de volgende training op het ijs ging ik me dan inbeelden dat ik de schaatser was die ik op televisie had gezien. Bijvoorbeeld de Koreaanse Lee Sang-hwa, wereldrecordhoudster op de 500 meter, zij zat altijd zo mooi diep.” Vader René trainde ook vaak met zijn dochter. “Door zijn achtergrond als schaatser kon hij me heel goed helpen. Als ik hem niet als trainer had gehad, was ik denk ik niet geweest waar ik nu ben. Mijn ouders zeiden altijd: ‘Als je iets anders leuker vindt, mag je dat ook gaan doen, hoor.’ Hoe beter ik werd, des te fanatieker ik aan de slag ging.” Haar fanatisme ging als tiener ook tegen haar werken. “Ik was rond mijn zestiende zo erg bezig met het resultaat, dat ik vergat goed te schaatsen. Ik was voor wedstrijden soms zo gespannen dat ik moest overgeven. Mijn vader en moeder zeiden in die tijd: ‘Of je stopt, of we gaan er iets aan doen.’ Ik ben destijds gesprekken gaan voeren met een psycholoog en daar heb ik veel aan gehad. Het overgeven was sindsdien verleden tijd, ik ging met veel meer ontspanning het ijs op.” Gerard van Velde Femke gold al jaren als een groot talent. In 2019 en 2020 wist ze de wereldtitel bij de junioren te pakken. Gerard van Velde, coach van Team Reggeborgh, knoopte in oktober 2019 een gesprek aan met Femke, die op dat moment nog uitkwam voor het gewest Friesland. Van Velde wilde haar dolgraag naar zijn ploeg halen. “Ik was nog heel jong toen Gerard in 2002 olympisch kampioen op de 1000 meter werd in Salt Lake City, maar had de beelden natuurlijk wel gezien op YouTube. Ik was vereerd dat hij het in me zag zitten.” Ze had meteen een klik met Van Velde. “Tijdens ons eerste gesprek was ik nog een allrounder; om wereldkampioen bij de junioren te worden, moest ik ook een aardige 3000 meter kunnen rijden. Gerard zei dat als ik de overstap naar de senioren maakte, hij veel potentie in me zag als sprintster. Hij had heel duidelijke ideeën hoe hij me beter kon maken en die spraken mij erg aan.” In de zomer van 2020 maakte ze de overstap naar Reggeborgh. Van Velde ging meteen met de toen negentienjarige ruwe diamant aan de slag. “Door zijn achtergrond als sprinter wist hij precies hoe dingen moesten voelen, hij kon zich heel goed inleven in mij, heeft zelf die zoektocht ook afgelegd als schaatser. Op technisch vlak kon hij me zo goed helpen.” Het bleef niet bij aanwijzingen alleen. Van Velde, die op 30 november 52 wordt en in 2008 stopte als schaatser, is nog altijd superfit en fietst en schaatst vaak mee tijdens trainingen. “Gerard is mega fit en hartstikke fanatiek. Als ik niet beter wist, had ik gedacht dat hij nog steeds topsporter was. Ik vind die bevlogenheid heel mooi. Hij is zo betrokken, als je ergens mee zit, kun je altijd bij hem terecht. Ik heb bijna dagelijks contact met hem.” Femke ging als een komeet in haar eerste seizoen bij de senioren. Ze verzekerde zich dankzij vier zeges op de 500 meter van de eindzege in het World Cup-klassement en bij de WK afstanden pakte ze zilver op ‘haar’ afstand, achter de Russische Angelina Golikova. “Het jaar daarna waren de Spelen in Beijing en veel mensen verwachtten dat ik wel even zou winnen als ik ergens aan de start verscheen. Ik vond het moeilijk, dacht: hoezo verwachten ze nu al van me dat ik het wel even ga doen? We hadden in de zomer anders getraind en ik had daar niet zo goed op gereageerd. Ik was nog maar een jaar senior en we waren nog heel erg aan het kijken wat voor mij werkte.” Bovendien was er het een en ander veranderd in haar leven. Zo kwam er na vier jaar een einde aan haar relatie. ‘Daar had ik het erg moeilijk mee.’ Van Velde was heel belangrijk in die periode. “Hij bleef heel rustig, wees me er telkens op dat ik nog jong en volop in ontwikkeling was en dat het niet reëel was dat ik weer zomaar alles zou winnen. Gerard vertelde ook heel eerlijk over zijn eigen onzekerheden als schaatser, dat hij veel moeite had om de overstap te maken naar de klapschaats en zelfs een periode helemaal gestopt was. Ik had er zoveel aan dat hij zulke gesprekken met me voerde, hij kon me tot rust brengen.” Ireen Wüst Bij Reggeborgh trof Femke ook de beste Nederlandse olympiër ooit. Ireen Wüst kwam in 2020 bij de ploeg met als doel een uittroepteken te plaatsen achter haar carrière en bekommerde zich als een soort mentor om de ruim veertien jaar jongere Femke. “Ik keek altijd vol bewondering naar Ireen, zij was mijn grote voorbeeld. Het mooie was dat ze er heel erg voor openstond om te helpen. Ik kon altijd bij haar aankloppen als ik ergens mee zat. Op elk vlak kon zij me raad geven. Ireen vertelde me hoe ik met de pers om moest gaan en ik kon het met haar hebben over de hoge verwachtingen.” Allebei kwalificeerden ze zich voor de Spelen. Voor Femke was het haar olympische debuut, voor Wüst waren het haar vijfde Spelen. “Ireen nam mij echt bij de hand. We deelden met elkaar een appartement. Ireen zei voor vertrek al: ‘We gaan er eerst een mooi appartement van maken in Beijing. Kom op, we gaan slingers bestellen.’ We hingen ook posters op. Ireen deed er alles aan om ons thuis te laten voelen daar. Zo mooi dat zij aan zulke dingen dacht. Ze maakte er ook een traditie van om elke avond in ons appartement samen een serietje te kijken. Kjeld Nuis was daar ook altijd bij, hij wist als olympisch kampioen natuurlijk ook precies hoe je toe moest leven naar de Spelen. Ireen zorgde ervoor dat er een vast ritme was, heerlijk om iemand bij ons te hebben die ons overal doorheen kon loodsen. Door corona waren het heel vreemde Spelen, er was geen publiek welkom. De familie zat thuis, daardoor was je nog meer op elkaar aangewezen en dat maakte het extra intens.” Femke zag Wüst op 7 februari 2022 de 1500 meter winnen, het betekende haar zesde gouden olympische medaille. Op elke van de vijf Spelen waaraan ze meedeed, veroverde ze minstens één olympische titel. “Ik heb echt met grote ogen naar Ireen gekeken. Zo bijzonder om van zo dichtbij mee te maken hoe zo’n groot kampioene het aanpakte. Ze was vooraf zo relaxed. Toen ze terugkwam in het appartement vierden we natuurlijk een feestje. Ze was heel erg moe, moest aan het einde van de dag nog naar de NOS. ‘M’n haar ziet er niet uit,’ zei Ireen. Toen heb ik haar haar nog gedaan met de krultang, haha. En de volgende dag deed ik dat ook voor de medailleceremonie.” Kjeld Nuis veroverde een dag later olympisch goud op de 1500 meter, waardoor het opnieuw feest was in het Reggeborgh- appartement. Weer vijf dagen later was het de beurt aan Femke en Michelle de Jong. Femke werd zesde in 37,39, op achttienhonderdste van het brons. “Ik voelde me goed, maar had allemaal missers tijdens mijn race. Ik baalde vreselijk. Ireen was er toen voor me. De 500 meter was laat op de dag, maar Ireen bleef speciaal op voor mij, terwijl ze de volgende dag nog in actie moest komen op de ploegenachtervolging. Zo lief dat ze er was om me op te vangen en me gerust te stellen. Ireen vertelde dat ze heel trots op me was en dat dit me alleen maar sterker zou maken.” Dat het met haar vorm wel goed zat, bleek daarna bij de WK sprint, waarop Femke tweede werd achter Jutta Leerdam. Ireen nam na de Spelen afscheid. “Ik vind het heel jammer dat ze is gestopt, mis haar. Ik heb nog steeds geregeld contact met Ireen, kan haar nog altijd bellen als ik vragen heb.” Wüst ging na haar schaatscarrière aan de slag als topsportmentor bij schaatsploeg TalentNED en werd eerder aangesteld als expert prestatiegedrag en mentale gezondheid door NOC*NSF. Ze deelt haar ervaringen met jonge sporters. Wüst was er ook als de kippen bij om Femke in maart te feliciteren met haar wereldtitel. “Ze zei dat ze het geweldig vond. En ze verwees nog naar de Spelen, zei iets van: ‘Een jaar later en jij hebt die gouden medaille nu ook.’” Dennis van der Gun Femke werkte in 2022 voor het eerst samen met Dennis van der Gun, die daarvoor samen met Johan de Wit vier jaar de Japanse sprinters onder zijn hoede had. Van der Gun volgde Michel Mulder op als assistent van Van Velde. “Dennis heeft veel ervaring en kan heel goed op mij inpraten. Dennis komt altijd met de juiste aanwijzingen en woorden, zowel op mentaal als technisch gebied. Hij is duidelijk en direct, maar brengt dingen bij mij vaak op een grappige manier. Dat werkt heel fijn.” Na haar tienerjaren heeft Femke geen gebruik meer gemaakt van een mental coach of (sport)psycholoog. “Ik heb mensen om mij heen met wie ik ook heel goed kan praten. Gerard, Ireen, eerst Michel, en nu dus Dennis. Dennis heeft me heel goed geholpen toen het niet zo goed ging. Hij hamerde erop vertrouwen te blijven houden. Dat wij op het middenterrein van Thialf samen de wereldtitel konden vieren, is daar het bewijs van. Ik denk dat ik vooral op mentaal vlak weer een stap heb gemaakt dankzij Dennis.” Femke vertelt dat Van der Gun haar al snel ‘doorhad’. “Ik laat niet snel het achterste van m’n tong zien, denk snel: zij hebben er verstand van, dus zal het wel goed zijn. Dennis en Gerard laten mij inzien dat ik best mag aangeven als ik me ergens niet lekker bij voel, dat ik wel wat strenger mag zijn naar anderen. Van nature ben ik iemand die op momenten dat ik me ergens niet helemaal goed bij voel, denk: laat ik maar niet moeilijk doen. Dennis moedigt me aan bij twijfel aan de bel te trekken.” In oude interviews werd Femke vaak omschreven als ‘lief meisje’. Ze knikt: “Ik was vaak te lief. Ik heb in februari zelf besloten eerder terug te keren uit Polen na de eerste World Cup. Toen ik aangaf dat ik me daar niet fijn voelde, was Dennis streng. Hij zei: ‘Als jij dat voelt, dan ga je nu zeggen dat je naar huis wil.’ Hij triggerde mij om naar mezelf te luisteren. Het is mooi dat het zich ook heeft uitbetaald. Mede daardoor ben ik nu wereldkampioen. De Femke van twee jaar geleden had dat besluit nooit genomen.” Ook op technisch gebied heeft Van der Gun haar beter gemaakt. “Dennis heeft lang met de Japanners gewerkt, heeft me tips gegeven waardoor ik nog net wat beter kan starten en mijn explosiviteit eerder om kan zetten in snelheid. En Dennis laat me heel erg op finesse trainen. Op de 500 meter is het zo belangrijk dat elke klap raak is.” De uitdaging voor de komende tijd is om haar 1000 meter op een hoger niveau te krijgen. Het plan dat ze met Van Velde en Van der Gun uitstippelde, ligt er. “Ik ben nog steeds bezig met een ontdekkingsreis als schaatser. Met een betere 1000 meter word ik ook weer completer als sprinter. Ik ben wereldkampioen allround bij de junioren geweest, dus ik moet ook een goede 1000 meter in huis kunnen hebben. Ik vind het een mooie uitdaging om daar de komende jaren mee aan de slag te gaan. Het mag uiteraard niet ten koste gaan van mijn 500 meter. De winst is vooral te halen in de tweede ronde op de 1000 meter. Ik moet zorgen dat ik technisch goed blijf rijden, want ik heb de neiging de techniek een beetje uit het oog te verliezen op het einde van een 1000 meter. Jutta Leerdam Nederland telt momenteel twee schaatssters die bij de absolute top op de sprint horen: Jutta Leerdam en Femke. “Wij zijn elkaars concurrent, komen elkaar altijd tegen. Jutta houdt mij scherp. Als er iemand is die heel snel is, wil ik daar niet voor onder doen,” zegt Femke over haar twee jaar oudere rivale. In 2020 en 2022 pakte ze samen met Leerdam – en Letitia de Jong en Dione Voskamp – de wereldtitel op de teamsprint, maar verder nemen ze het vooral tegen elkaar op. Bij de EK sprint van 2021 en 2023 was het brons en zilver voor Femke en twee keer goud voor Leerdam. Bij de WK sprint van 2022 pakte Leerdam goud en Femke zilver. Waar Femke de 500 meter als specialiteit van het huis heeft, geldt dat bij Leerdam vooral voor de 1000 meter. Femke won bij de WK afstanden dus goud op de 500 meter, waar Leerdam de wereldtitel op de 1000 meter pakte en brons op de halve afstand. “Jutta motiveert me om het maximale uit mezelf te halen, maar ik focus me daarbij wel vooral op mezelf. We gaan normaal met elkaar om. Ik ben tegen iedereen altijd sportief, zo zit ik in elkaar.” Leerdam heeft op social media meer dan vier miljoen volgers, haar leven wordt breed uitgemeten. Naast topsporter is zij ook influencer en een ‘merk’ dat haar sport overstijgt. “Jutta doet haar ding en dat past bij haar. Ik ben me er eigenlijk niet zo van bewust dat je als topsporter ook je eigen merk kunt zijn, ben er veel minder mee bezig om me te profileren op social media. Post af en toe dingen op Instagram en dat is eigenlijk altijd gerelateerd aan mijn sport. Ik post dingen omdat ik ze leuk vind en heb daar verder geen bijbedoelingen mee. Ik ben puur bezig met mijn sport en verder niet. Willem- Alexander en Máxima Een wereldtitel zorgt voor goede pr. Meer mensen weten wie ze is en ook op social media weten mensen haar te vinden. “Ik val meer op, krijg best vaak DM’s op social media, maar daar ga ik nooit op in,” zegt Femke. “Heb dus lange tijd een relatie gehad en ben sinds twee jaar vrijgezel. Ik mis het soms wel om iemand om me heen te hebben met wie ik dingen kan delen. Maar dat moet dan wel iemand zijn die mijn leven begrijpt, die snapt dat ik niet naar feestjes kan, tegen veel sociale dingen ‘nee’ moet zeggen en veel weg ben. Dat maakt het allemaal niet eenvoudig. Ik ben ook niet heel erg op zoek, hoor, wacht wel af wat er op mijn pad komt.” Femke was door haar wereldtitel ook opgevallen bij koning Willem-Alexander en koningin Máxima. Ze ontving een uitnodiging voor de jaarlijkse Uitblinkerslunch. Op 1 september meldde ze zich in een groene jurk met haar paspoort en toegangsbewijs op Paleis Noordeinde. “Ik was verrast en vereerd, vond het spannend en cool om op bezoek te gaan bij de koning en koningin. Ik mocht aan tafel gaan zitten bij koningin Máxima en naast mij zat cabaretier Jochem Myjer. Tijdens de koffie kwam ook Willem-Alexander, die eerst aan de andere tafel zat, erbij. We hadden heel leuke, luchtige gesprekken. De koning en koningin wisten wie ik was, hadden zich volgens mij goed ingelezen, stelden vragen.” Lachend: “Ja, je kunt wel stellen dat mijn wereldtitel deuren heeft geopend.” Met dank aan B&B Uitgerust voor Zaken, Heerenveen Helden Magazine 69 Het  verhaal van Femke Kok komt voort uit het dubbeldikke eindejaarsnummer van Helden. De laatste editie van 2023 staat traditioneel in het teken van een terugblik op het afgelopen sportjaar, waarop Femke Bol de cover siert. De atlete blikt uitgebreid terug op het jaar waarin alles wat ze aanraakte in goud leek te veranderen. Helden ging daarnaast in Engeland op bezoek bij Nathan Aké, die met Manchester City de landstitel, FA Cup en Champions League won. Hij werd samen met zijn echtgenote Kaylee, met wie hij al sinds zijn vijftiende samen is, geïnterviewd en gefotografeerd. Bijzonder was ook het bezoek aan de familie Schippers. Dafne nam afscheid van de atletiek en samen met haar ouders, zus en broer blikte ze terug op haar indrukwekkende carrière. In de 69ste editie van Helden komen tal van sporters aan het woord die 2023 kleur gaven. Wout Poels blikt terug op ritzeges in de Tour en Vuelta, maar ook op het verlies van ploeggenoot Gino Mäder. Golden Sisters Bente en Lieke Rogge werden samen wereldkampioen waterpolo. Karolien en Finn Florijn zijn gezegend met geweldige roeigenen, ze pakten allebei WK-goud; een dubbelinterview. Jeffrey Hoogland is koning op de kilometer. Hij werd voor de vierde keer wereldkampioen op ‘zijn’ afstand en verbeterde het wereldrecord. Een openhartig gesprek met de kilometervreter. Verder pakten zeilers Bart Lambriex en Floris van de Werken een hattrick aan wereldtitels. Over zeilen gesproken: Marit Bouwmeester keerde terug na de bevalling van haar dochter in 2022 en werd meteen weer Europees kampioen. Feyenoord werd ook kampioen en Lutsharel Geertruida had daar een belangrijk aandeel in. Hij doet zijn verhaal. Joey Veerman won in 2023 de KNVB-beker en werd vader. Een gesprek met de uitgesproken voetballer over wie veel mensen een mening hebben. Ook een verhaal over Lionel Messi en de club waar hij afgelopen zomer heen verhuisde, het Inter Miami van David Beckham. Een portret van Carlos Alcaraz, de nieuwe posterboy van het tennis die Novak Djokovic klopte in de finale op Wimbledon in dé wedstrijd van het jaar. En als laatste was het voor schaatscoach Kosta Poltavets en voetbaltrainer Anoush Dastgir juist een zwaar jaar, door de situatie in hun geboortelanden Oekraïne en Afghanistan. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 69 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Schaatsen

Kosta Poltavets: ‘Het voelt alsof ik in de Bermuda driehoek zit’

Eigenlijk wilde schaatscoach Kosta Poltavets (61) [...]
Eigenlijk wilde schaatscoach Kosta Poltavets (61) naar Oekraïne om mee te vechten tegen de Russen. Hij kreeg het advies om in Heerenveen te blijven en vanuit Friesland Oekraïners te helpen waar het kan. Daarnaast heeft hij Joodse roots, veel bekenden wonen in Israël. “De oorlog raakt mij rechtstreeks, vrienden en familie sterven.” Niets is meer hetzelfde voor Kosta Poltavets na de inval van het Russische leger in zijn vaderland Oekraïne. Kosta stond op 24 februari 2022 op het ijs van het Vikingskipet in Hamar met zijn toenmalige pupil Jutta Leerdam toen het nieuws over de Russische aanval via zijn mobiele telefoon binnenkwam. Angst en paniek sloegen toe bij Kosta, die meteen twijfelde of hij in Noorwegen moest blijven. Hij wilde familie en vrienden bijstaan in Oekraïne. “Vlak voor de 1000 meter van Jutta kreeg ik een telefoontje van mijn halfbroer Dmytro dat zijn vrouw en kinderen al gevlucht waren richting de Roemeense grens. Hij was zwaarbewapend, zat in Kiev om de stad te verdedigen. Mijn eerste ingeving was: ik ga er naartoe. Ik had zoveel stress, dat is gewoon niet te omschrijven. Maar Jutta en andere mensen hebben mij overtuigd dat ik beter iets vanuit Nederland kon doen, dat ik ook op die manier mijn bijdrage kon leveren. Dat is ook wat onze dochter Katja nu doet. Zij is zangeres, beter bekend als Katie Koss, en zet haar stem en haar gitaar in als wapen. Wij zetten nu ook onze stem in.” Zware strijd De oorlog is al bijna twee jaar gaande. De foto’s en video’s die hij dagelijks vanuit zijn geboortestad Charkov binnenkrijgt, raken Kosta elke keer weer keihard. Hij ziet wat de Russische bombardementen aanrichten; dood en verderf beheersen ‘zijn’ stad. “Die beelden zijn heftiger dan wat we hier op televisie zien. Ik zal degenen die dit hebben aangericht nooit vergeven en ik zal het al helemaal nooit vergeten.” Ook al verdeelt Kosta nu zijn tijd tussen thuisbasis Heerenveen en zijn werk als technisch adviseur voor de schaatsbond van Kazachstan, de oorlog beheerst 24 uur per dag zijn leven. “De hele dag zijn er de telefoontjes. Ik bel zelf of word gebeld. Ik heb het gevoel dat ik een beetje verdoofd ben omdat de oorlog mij ook rechtstreeks raakt, ook al zit ik hier. Vrienden en familie zijn doodsbang, al meerdere van mijn vrienden en familieleden zijn gestorven. Mijn schoonmoeder lag in een ziekenhuis dat onder Russisch vuur kwam te liggen. Er ontplofte een raket in dat ziekenhuis en ze ontsnapte op het nippertje aan de dood. Vier maanden later overleed ze aan de stress door die raketaanval en de zware strijd rond Charkov. Een week geleden overleed mijn stiefmoeder. Stress. Ook bezweken aan de dagelijkse strijd om te overleven in een stad aan het front. Bij militaire acties heb ik al zes goeie kennissen verloren. Anderhalf jaar al ligt mijn geboortestad dagelijks onder vuur. Het vraagt heel veel van de mensen, vooral mentaal. Ooit zal de oorlog voorbij zijn en dan is Charkov een verwoeste stad met heel veel zwaar getraumatiseerde inwoners. En die moeten weer terug naar een normaal leven... Meteen toen de oorlog uitbrak, heb ik meegewerkt om vrienden en kennissen op te vangen hier in en rond Heerenveen. De vrouw van mijn halfbroer met twee kinderen, een familielid met vrouw en drie kinderen op een camping hier in de buurt. Ik help waar ik kan, maar het vreet aan me dat ik het gevoel heb dat het niet genoeg is. Steeds maar die frustratie, die pijn. Sinds 24 februari 2022 is er geen dag geweest dat ik zonder zorgen was, dat ik er eens lekker op uit wilde. Daarom help ik Oekraïense vluchtelingen waar ik kan. Ik moet dealen met die pijn en zorg, pijn waar elke Oekraïner mee opstaat en naar bed gaat. Die brandende pijn iedere dag weer; ik wil dan naar Oekraïne, vechten en er zijn voor m’n familie. Maar telkens besluit ik toch weer: ik doe het niet. Ik heb het daar geregeld met oud-voetballer en landgenoot Evgeniy Levchenko over gehad. Hij is ook heel actief in Nederland voor de vluchtelingen uit Oekraïne. 'Ik help Oekraïense vluchtelingen waar ik kan. Ik moet dealen met die pijn en zorg, pijn waar elke Oekraïner mee opstaat en naar bed gaat' Hij zegt dat ik met mijn positie, ervaring en netwerk hier meer kan betekenen dan daar. Ik ben niet iemand die de media opzoekt, doe het op mijn manier: in stilte en achter de schermen. Ik help bijvoorbeeld de skeelerbond van Oekraïne met het maken van pakken. Dat regel ik vanuit Nederland. Ik zorg ook dat Oekraïense sporters wedstrijden kunnen rijden en dat ze in Nederland kunnen trainen en verblijven. Ze hebben mee kunnen doen aan de grote skeelermarathon in Berlijn. En dan ben ik trots en een beetje emotioneel als een van de meisjes tiende wordt bij de dames-elite.” Helden Magazine 69 Het eerste gedeelte van het verhaal van Kosta Poltavets komt voort uit het dubbeldikke eindejaarsnummer van Helden. De laatste editie van 2023 staat traditioneel in het teken van een terugblik op het afgelopen sportjaar, waarop Femke Bol de cover siert. De atlete blikt uitgebreid terug op het jaar waarin alles wat ze aanraakte in goud leek te veranderen. Helden ging daarnaast in Engeland op bezoek bij Nathan Aké, die met Manchester City de landstitel, FA Cup en Champions League won. Hij werd samen met zijn echtgenote Kaylee, met wie hij al sinds zijn vijftiende samen is, geïnterviewd en gefotografeerd. Bijzonder was ook het bezoek aan de familie Schippers. Dafne nam afscheid van de atletiek en samen met haar ouders, zus en broer blikte ze terug op haar indrukwekkende carrière. In de 69ste editie van Helden komen tal van sporters aan het woord die 2023 kleur gaven. Wout Poels blikt terug op ritzeges in de Tour en Vuelta, maar ook op het verlies van ploeggenoot Gino Mäder. Golden Sisters Bente en Lieke Rogge werden samen wereldkampioen waterpolo. Femke Kok kroonde zich tot de eerste Nederlandse wereldkampioene op de 500 meter en toont zich zoals we haar niet eerder zagen. Karolien en Finn Florijn zijn gezegend met geweldige roeigenen, ze pakten allebei WK-goud; een dubbelinterview. Jeffrey Hoogland is koning op de kilometer. Hij werd voor de vierde keer wereldkampioen op ‘zijn’ afstand en verbeterde het wereldrecord. Een openhartig gesprek met de kilometervreter. Verder pakten zeilers Bart Lambriex en Floris van de Werken een hattrick aan wereldtitels. Over zeilen gesproken: Marit Bouwmeester keerde terug na de bevalling van haar dochter in 2022 en werd meteen weer Europees kampioen. Feyenoord werd ook kampioen en Lutsharel Geertruida had daar een belangrijk aandeel in. Hij doet zijn verhaal. Joey Veerman won in 2023 de KNVB-beker en werd vader. Een gesprek met de uitgesproken voetballer over wie veel mensen een mening hebben. Ook een verhaal over Lionel Messi en de club waar hij afgelopen zomer heen verhuisde, het Inter Miami van David Beckham. Een portret van Carlos Alcaraz, de nieuwe posterboy van het tennis die Novak Djokovic klopte in de finale op Wimbledon in dé wedstrijd van het jaar. En als laatste was het voor voetbaltrainer Anoush Dastgir juist een zwaar jaar, door de situatie in zijn geboorteland Afghanistan. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 69 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Schaatsen

Joep Wennemars: Zo vader, zo zoon

Joep Wennemars (20) is hard bezig om uit de [...]
Joep Wennemars (20) is hard bezig om uit de schaduw van vader Erben te treden. De wereldkampioen bij de junioren maakte de overstap naar Jumbo-Visma en heeft zich meteen aan de wereldtop genesteld. Waar eindigt dit? We bespreken met hem een elftal mensen die hem helpen, inspireren en die hij bewondert. Renate Wennemars “Waar zou ik zijn zonder mijn moeder? Nergens. Ze is mijn steunpilaar. Mijn moeder weet door mijn vader al wat het is om een topsporter in huis te hebben. Doordat ze het nu voor de tweede keer meemaakt, weet ze precies wat ik nodig heb en hoe ze me kan helpen. Ze staat altijd voor me klaar. Tegelijkertijd zorgt ze thuis voor de balans. Ze trapt bij mij en mijn vader op de rem, want dat is soms nodig. Mijn moeder kan dingen soms ook relativeren, want dat is thuis af en toe ook nodig. Mijn moeder is fit en atletisch gebouwd, maar zegt soms dat ze niet zoveel met schaatsen en met sport überhaupt heeft. Des te knapper is het dat ze eerst mijn vader en nu mij in alles steunt. Ik heb er ook bewondering voor dat zij haar tv-carrière heeft opgegeven om mijn vader maximaal te ondersteunen tijdens zijn schaatscarrière. Toen ik werd geboren stopte mijn moeder bij de tv. Ze maakte tot die tijd tv programma’s bij RTL en Veronica en dat deed ze goed, hoor ik nog steeds van mensen die het kunnen weten. Ik heb er ook nog weleens een paar uitzendingen van haar teruggezien. Er staan nog video’s op YouTube van RTL Travel, dat ze samen met Floortje Dessing deed. Daarna werd ze ‘de vrouw van’, heeft ze de hele loopbaan van mijn vader mee moeten maken. Toen mijn vader stopte, kwam er voor mijn moeder rust, voor zover dat bij ons kan... En wat denk je? Tien jaar nadat mijn vader stopte met schaatsen, begon het hele riedeltje voor haar opnieuw met mij. Eigenlijk laat ik te weinig zien hoe ik haar waardeer. Ik heb toevallig van de week een doosje Merci chocolaatjes voor haar gekocht. Dat verwachtte ze niet echt van mij, dus dat was wel leuk.” Niels Wennemars “Mijn broertje is net zo’n atleet als ik. Niels heeft wel geschaatst, maar vond het niet spannend genoeg. Hij is twee jaar geleden aangestoken door het motorcrossvirus. Niels bleek best wel talent te hebben en ons hele gezin kwam in een wereldje terecht waar wij niks van wisten. Het trekt een heel ander soort publiek dan het schaatsen. Ik vergelijk ze altijd een beetje met de shorttrackers, dat zijn ook meer de waaghalzen. Maar zoals het bij ons altijd het geval is: wij doen dingen niet een beetje, het is alles of niks. Binnen de kortste keren had Niels ook een motor, hij zat bij een team en er moest drie keer per week gecrost worden aan de andere kant van het land. Mijn vader en m’n broertje waren hele dagen weg voor het motorcrossen. Niels had de ambitie uitgesproken dat hij de beste wilde worden en dus hielp mijn vader hem om dat te worden. Compromisloos en met honderd procent inzet. Het ging goed met Niels, hij kreeg te horen dat hij talent had. Maar op een gegeven moment ging hij hard onderuit. Zijn schouder was kapot, maar hij herstelde snel. In de eerstvolgende wedstrijd ging het opnieuw mis, hij liep een compressiebreuk in zijn knie op. Dat was een serieuze blessure. Niels is net hersteld, maar de ongelukken hebben hem wel een beetje aan het denken gezet. Ik zie dat hij erg geschrokken is, dus ik weet niet hoe het nu allemaal verder gaat. Ik vind het mooi om te merken dat Niels trots op mij is en ik vind het leuk om te zien dat hij ook zo gedreven kan zijn in van alles. Wat mijn band betreft met Niels: die mag nog wel wat hechter worden. We schelen tweeënhalf jaar, hebben allebei net de puberteit achter ons gelaten, dus de band zal naarmate we ouder worden automatisch hechter worden, schat ik in.” Erben Wennemars “De afstanden waar ik voor mijn gevoel het meest op kan bereiken, zijn de 1000 en 1500 meter. Niet geheel toevallig waren dat ook de afstanden waar mijn vader goed op uit de voeten kon. 'Kijk, als ik niet kon omgaan met de druk van de achternaam Wennemars, was ik sowieso niet geschikt voor topsport' Ik ben door mijn vader natuurlijk begonnen met schaatsen. Stond op jonge leeftijd al op het ijs, nam het schaatsen meteen al erg serieus, maar ik was toen ik klein was nooit een heel bijzonder talent. Ik kon leuk schaatsen, maar er waren altijd jongens die drie koppen groter waren en die veel harder gingen. Mijn oma noemde mij als zij mij zag schaatsen altijd ‘Meneer Wijdbeens’, naar het typetje van André van Duin. Dat sloeg op de manier waarop ik destijds schaatste. Achter mijn rug om noemden anderen mij daarna ook zo. Toen ik ouder werd, begon het beter te lopen. Mijn vader eiste nooit dat ik altijd won. Hij was wel altijd al eerlijk en hard richting mij, van kleins af aan werd er in geen enkele vorm van spel de winst uit handen gegeven. Mijn vader bakt geen zoete broodjes, maar is ook altijd de eerste om tegen ons te zeggen dat hij van ons houdt. En ja, er werd door mijn achternaam van jongs af aan natuurlijk ook al extra op me gelet als ik op het ijs stond. Natuurlijk kleefden er ook nadelen aan die achternaam, maar het woog niet op tegen de voordelen. Ik had het voordeel dat ik van jongs af aan al wist hoe het leven van een topsporter er uitziet en ik kon altijd alles vragen aan mijn vader. En mijn vader heeft ook weer heel veel vrienden uit het schaatsen met een hele bak ervaring. Alle kennis was in huis of antwoorden waren snel te achterhalen, wat wil je nog meer? Kijk, als ik niet kon omgaan met de druk van de achternaam Wennemars, was ik sowieso niet geschikt voor topsport. Ik heb geaccepteerd dat mensen misschien al iets van me vinden en vooroordelen hebben, voordat ze weten wie ik ben. Sinds ik een half jaar geleden de overstap maakte naar Team Jumbo-Visma en ik dus niet meer dagelijks met mijn vader train, merk ik dat mijn vader weer bezig is met zijn eigen sportplezier. Vaak stond dat voorheen namelijk in het teken van mijn programma. Nu is hij aan het proberen om zijn eigen leven te ontdekken op het gebied van sportvermaak. En nu moet hij dingen loslaten. Jac Orie bepaalt mijn schema en mijn vader weet ook dat hij zich niet meer hoeft te bemoeien met mijn trainingen. Hij heeft ook alle vertrouwen in Jac en doet dat ook niet, maar dat neemt niet weg dat het voor hem wel even wennen is. Mijn vader is nu heel erg bezig om energie te steken in zijn hobby’s. Hij is veel aan het hardlopen en fietsen met vrienden of alleen. Vind ik mooi om te zien. Wat niet verandert, is dat hij mij oppept. Op het trainingskamp in Cecina, toen ik net bij de ploeg zat, waren de tijdritten waardeloos. Ik moest mijn teleurstelling even kwijt. Dan is het lekker dat ik iemand kan bellen die precies begrijpt wat ik doormaak, die twintig jaar geleden op precies dezelfde plek precies dezelfde tijdritten heeft gereden onder leiding van Jac. Er zijn ook ploeggenoten met wie je die dingen kunt bespreken, maar dat is toch anders. M’n vader is er op die momenten echt voor me, weet me op te beuren en gerust te stellen. Wat ik fijn vind, is dat hij ook vaak tegen me zegt dat hij trots op me is. Wat we nu wel afhouden, zijn de vader- zoon interviews. Ik snap dat journalisten het vragen, maar op een gegeven moment moet ik het zelf doen. Ik ben Joep, geen Erben. Mijn schaatsstijl lijkt wel op die van hem. Ik begin steeds meer op mijn vader te lijken, merk ik. Het is wat het is.” Travis Scott “Ik luister veel naar Amerikaanse rap. Travis Scott vind ik gaaf. Ik heb ook een documentaire Look Mom I Can Fly over hem gezien. Een bijzondere gast, ik vind zijn muziek heel vet. Ik vind het altijd leuk om te luisteren naar wat de rappers zeggen en ik zing dat vaak mee. Ik vind het makkelijker om dat soort muziek mee te zingen. In onze krachtschuur, thuis in Dalfsen, hebben we ook een grote box staan, die staat altijd hard aan. Mijn vader heeft niet veel met muziek, vindt een paar bands uit zijn jeugd leuk, maar luistert geen muziek, kan niet meezingen; niks. Alle mensen hebben toch iets met muziek? Mijn mijn vader is de enige die ik ken die er echt niets mee heeft. Mijn moeder heeft er veel meer mee, maar weer totaal niet met de rap die ik leuk vind.” Jac Orie “Sinds een half jaar is Jac mijn coach. Mijn vader had me al verteld hoe Jac werkt en hoe hij als mens is. Jac had me ook al een paar keer aangesproken toen ik nog wat jonger was. En ik heb genoeg interviews met hem voorbij horen en zien komen. Ik wist dus wel wat mij te wachten stond toen ik overstapte naar Jumbo-Visma. Hij is ook precies zoals ik had verwacht. Jac is een topcoach. Hij heeft zoveel kampioenen voortgebracht, hij krijgt het keer op keer voor elkaar. Ik vind het heel prettig dat hij alles zo goed kan onderbouwen. Jac weet precies waarom hij dingen doet en daar zit echt een plan achter. Op elke vraag heeft hij een antwoord. Hij kan ook precies vertellen waarom dingen wel of niet goed gaan bij mij. Ik durf echt met de volle honderd procent op hem te vertrouwen. Jac zegt ook precies wat hij van mij verwacht, wat ik volgens hem in me heb. Doordat hij het steeds zegt, durf ik er echt op te vertrouwen dat dingen goed gaan komen. Over drie jaar zijn de Spelen in Milaan, dat roept Jac ook steeds. Daarmee geeft hij aan dat er nog genoeg tijd is om stappen te maken voordat de Spelen zijn. Het is een eer om met Jac te trainen. Ik zit nu op de plek waar ik hier de hele dag mee bezig kan zijn met schaatsen en beter worden. Ik ben weer onderaan de ladder begonnen in deze ploeg, sta onderaan in de hiërarchie. Daar heb ik vrede mee. Voor nu. Ik wil elke minuut van de dag proberen beter te worden, wil alles in me opnemen, van iedereen leren. Soms kost dat mij de kop. Dan ben ik te veel met mijn sport bezig, slaap ik niet zo lekker. Als je te veel op schaatsen nadenkt, gaat het ook niet goed. Dat is een beetje mijn valkuil.” Sven Kramer “Sven vind ik echt geniaal. Iedereen wil natuurlijk graag de nieuwe Sven Kramer zijn. Zo knap hoe hij het al die jaren heeft aangepakt. Sven is altijd mijn idool geweest. Mijn vader heeft bij hem in de TVM-ploeg gereden, zij waren altijd close en daardoor leerde ik hem al kennen toen ik nog heel jong was. Sven is na aflopen seizoen gestopt als schaatser bij Jumbo-Visma, daarna kwam ik bij de ploeg. Ik heb redelijk veel contact met hem. Niet dat wij elke dag bellen, maar ik vind het wel fijn dat Sven zich met mij bemoeit. Hij weet dondersgoed wat wij als schaatsers meemaken. Als ik het even niet weet of ik wil advies vragen, dan kan ik contact zoeken met Sven. Het kan gaan over trainingen en hoe het eraan toe gaat bij de ploeg. Maar ik spreek hem ook over het materiaal. Sven heeft daar ook veel verstand van. Ik loop vaak te klooien met m’n schoenen, daar kan hij me echt goed in adviseren. Het is trouwens niet zo dat ik Sven bel voor belangrijke wedstrijden. Dan moet ik het gewoon zelf doen.” Gerard Kemkers “Hij is ook de trainer van mijn vader geweest en ook voor mijn ontwikkeling heel belangrijk geweest. Gerard heeft TalentNED opgericht, waar junioren klaar worden gestoomd voor een profcarrière. Ik heb tot afgelopen seizoen bij de ploeg gereden en daar heel veel geleerd. Mede dankzij Gerard ben ik waar ik nu ben. Zonder mijn twee topjaren bij TalentNED had ik niet zo snel de stap naar Jumbo-Visma kunnen maken. Ik heb er heel veel aan gehad dat ik dagelijks met de beste junioren van Nederland in één ploeg zat. Ik had geregeld contact met Gerard, maar hij was niet echt betrokken bij mij als trainer, bleef meer op de achtergrond. Mijn trainer was Robin Derks, met wie ik twee jaar lang een super samenwerking heb gehad.” Michael Jordan “Wat een baas. Ik heb de documentaire The Last Dance over hem en de Bulls gezien. Fantastisch hoe hij zijn carrière heeft beleefd, wat hij durfde te zeggen, hoe hij constant bezig was het maximale uit zichzelf en zijn team te halen. Wat ik zo inspirerend aan hem vind, is dat hij het keer op keer waarmaakte. Alles moest daarvoor wijken. In de documentaire kon je zien hoe goed hij met die immen- se druk en die ongekende grootsheid om kon gaan. Michael Jordan is een van de grootste sporters ooit, maar als ik moet kiezen, dan heb ik meer met Sven Kramer.” Mathieu van der Poel “Mijn fietsheld. Net als ik, is hij ook ‘zoon van’. Mathieu is het gelukt om helemaal uit de schaduw van zijn vader Adrie te treden. Hij weet zo goed wat hij wil, hij is zo kalm. Hij is voor mij een beetje Kramer-achtig. Maar wie Van der Poel zegt, moet natuurlijk ook Wout van Aert zeggen. Van Aert is ook geweldig. In mijn ogen zorgen Van der Poel en Van Aert voor de mooiste tweestrijd in de huidige sport. Van der Poel en Van Aert weten zo goed wat ze willen, durven hun eigen plan te trekken. Als ik naar hen zit te kijken dan denk ik echt: hoe doen die gasten het keer op keer weer? Een heel seizoen lang aanvallen en rammen. Zo vet om te zien. Ik kon vroeger ook best leuk fietsen, kreeg geregeld te horen dat ik moest gaan wielrennen. Het werd schaatsen.” Arjen Robben “Mijn voetbalheld. Arjen komt weleens over de vloer bij ons, is een goede vriend van mijn vader en ze delen hun passie voor hardlopen. Geniale voetballer was hij. Ik denk dat er maar weinig voetballers zijn die de topsportmentaliteit hebben die Robben had. Ik zag een oud filmpje van een training van Bayern München. De Brazilaan Rafinha deed de training heel plichtmatig, hij deed het omdat het moest van de trainer. Arjen zag je daarna heel gedreven aan het werk. Arjen werd op een gegeven moment pislink op Rafinha. Zo mooi om te zien. Bij Arjen kwam het altijd uit zichzelf, hij was dag in dag uit bezig om beter te worden. In het hedendaagse voetbal zie je die instelling lang niet altijd. Ik zat laatst te kijken naar Jong PSV. Zag jongens van Jong PSV die heel lamlendig hun warming-up aan het doen waren. Ik dacht: kom op, je speelt bij PSV! Er stond ook nog eens een trainer naast die niets zei van dat gedrag. Ik heb er een filmpje van gemaakt en het meteen naar Jac geappt. Nou, dan was Arjen Robben toch echt van een ander slag. Wat ik probeer te zeggen: ik kon en kan genieten van de interne motivatie van Arjen, omdat veel sporters extern gemotiveerd zijn. Arjen volgt me ook een beetje. Toen ik wereldkampioen junioren werd, stuurde hij me een appje, toen ik Nederlands kampioen werd ook. Leuk.” Eric Heiden “Hij was misschien wel de beste schaatser ooit. Het is natuurlijk helemaal gestoord en bijna onmogelijk wat die man heeft gepresteerd in zo’n korte tijd. Hij won natuurlijk alle vijf de afstanden op de Winterspelen van Lake Placid in 1980. Hij werd ook nog eens drie keer wereldkampioen allround en vier keer wereldkampioen sprint. Wat hij op de Spelen presteerde, gaat natuurlijk nooit meer gebeuren. En als je dan bedenkt dat hij nog hartstikke jong was toen hij stopte... Hij had het spel uitgespeeld, het was klaar voor hem. Ik kijk graag naar oude schaatsbeelden op YouTube, maar van Eric Heiden is helaas weinig terug te vinden. Voor mij was Heiden als junior een grote inspiratiebron. En hij is ook nog een aardige gast. Ik heb een keer een dag samen met mijn vader met hem geskied in Park City, vlakbij Salt Lake City. Zo gaaf. Hij vertelde zulke mooie verhalen. Hij is voor mij de schaatser die de wereld duidelijk heeft gemaakt dat je zowel kunt allrounden als sprinten, dat je in allebei de allerbeste kunt zijn. Voor mij was dat als junior een mooie motivatie, want ik probeerde het allrounden en sprinten ook altijd te combineren. Ik vond het balen dat je door de KNSB al op jonge leeftijd werd gepusht om te kiezen tussen allround of sprint. Heel veel toernooien zijn zo ingericht dat je moet kiezen. Door slechte planningen of doordat je in de verleiding wordt gebracht om met name lange afstanden te laten schieten. Ik dacht: fuck it, Eric Heiden kon het ook, ik ga het gewoon proberen. Vorig jaar is het gelukt om zowel allround als op de sprintafstanden Nederlands kampioen bij de junioren te worden en wereldkampioen allround, dat gaf mij wel het Heiden-gevoel.” Helden Magazine 65 Het verhaal van Joep Wennemars komt voort uit Helden Magazine 65. Er is volop aandacht voor de wintersporten én ook voor voetbal. Frank Rijkaard geeft sinds lange tijd weer eens een interview en spreekt onder meer over Cruijff, het Nederlands elftal en Lionel Messi. In deze editie lees je ook een uitgebreid interview met Lois Abbingh en Tess Lieder – voorheen Wester -. De handbalcollega’s zijn vriendinnen, schoonzussen en sinds kort ook allebei moeder. Daarnaast spraken we met Dávid Hancko en Kristyna Pliskova. De een is een grote aanwinst voor Feyenoord, de ander is toptennisster. Én een gesprek met de populairste schaatser van dit moment, Jutta Leerdam. Verder interviews met de succesvolste Nederlandse olympiër ooit: Ireen Wüst, de eerste keeper op het afgelopen WK: Andries Noppert, twee grootheden in het rolstoeltennis: Diede de Groot en Esther Vergeer én shorttrackster Xandra Velzeboer gaat als een komeet. Ook heeft het voetbalvirus nog altijd Guus Hiddink in zijn greep, werden Marc van de Kuilen en Luuk Veltink vrienden door het noodlot, verteld Juul Franssen over haar strijd met de judobond, spreekt Victoria Koblenko met olympisch kampioen openwater Ferry Weertman én staat bondscoach van de Oranjevrouwen: Andries Jonker stil bij De Nachtwacht. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 65 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van jouw Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Schaatsen

Jutta Leerdam: ‘Ik ben nog niet waar ik wil zijn’

Jutta Leerdam (24) valt niet alleen op door haar [...]
Jutta Leerdam (24) valt niet alleen op door haar prestaties, maar ook door haar uiterlijk. Afgaande op het aantal volgers op sociale media is zij de populairste Nederlandse sportvrouw van dit moment. Sinds afgelopen zomer komt Jutta uit voor Team Jumbo-Visma en is ze ‘los’. Zo pakte ze in januari met groot machtsvertoon de Europese titel sprint. Dat belooft wat voor de WK afstanden, van 2 tot en met 5 maart in Heerenveen. Met haar lange blonde haren die ze na een race alle ruimte geeft om mee te wapperen in de door haar snelheid veroorzaakte wind en de zwarte eyeliner op en naast haar ogen – haar trademark – is ze alweer een paar jaar een opvallende verschijning op het ijs. Maar ook naast het ijs is de net 24-jarige Jutta Leerdam dat, getuige haar Instagram account. Ze heeft 3,6 miljoen volgers en dat aantal stijgt nog altijd gestaag. Afgaand op sociale media is geen enkele andere Nederlandse sportster populairder dan zij. Modemerk Dior en andere sponsors hebben haar omarmd. Er zijn nog tal van bedrijven die dingen naar haar hand. Jutta overstijgt namelijk vijf jaar nadat ze prof werd haar sport. De keerzijde daarvan merkt ze ook: entertainmentprogramma’s als SBS Shownieuws en RTL Boulevard hebben haar ontdekt en roddeltante Yvonne Coldeweijer en haar ‘spionnen’ houden haar ook in de gaten. Desondanks blijft Jutta presteren. Wat heet. Nadat ze vorig jaar olympisch zilver pakte op de 1000 meter en wereldkampioen sprint werd, is ze sinds haar overstap naar Team Jumbo-Visma, afgelopen zomer, tot dusver dit seizoen helemaal ‘los’. Ze won alle vier de wereldbekerwedstrijden op de 1000 meter in november en december en stond ook op de 500 meter vaak op het podium. In januari won ze met groot machtsvertoon de EK sprint in Hamar. [caption id="attachment_19291" align="alignnone" width="796"] @juttaleerdam[/caption] Geoliede machine Hoe bevalt de overstap naar Jumbo-Visma? “Heel goed. Ik heb een klik met Jac Orie, geloof echt in zijn aanpak. En ik heb het heel leuk met iedereen in de ploeg. Ik heb niks te klagen. Het is een geoliede machine. Voor mijn gevoel ben ik deze zomer in een rijdende trein gestapt waar alles goed geregeld is. Het enige wat ik hoef te doen, is keihard trainen en zorgen dat ik zo goed mogelijk word. Ik ben goed opgevangen door m’n teamgenoten en heb een goede klik met Jac. Ik merk dat wij dezelfde Westlandse humor hebben en open naar elkaar zijn. Dat is in mijn ogen de beste manier hoe je met een coach samenwerkt. Ik zit gewoon lekker in mijn vel en ben gefocust op hard schaatsen en het iets simpeler maken voor mezelf. Dat bevalt me heel goed dit jaar, ik zit er wel goed in. Ik heb heel veel dingen veranderd dit jaar en dat ik dan ondanks al die veranderingen harder rij dan ooit, dat is super fijn.” Jumbo-Visma wilde jou al eerder aantrekken. Waarom kwam het dit keer wel tot een overgang? “Tijdens de Olympische Spelen in Beijing hoorde ik al dat ze me graag wilden hebben. Ik heb toen gezegd dat ik me ook nog goed op de WK sprint wilde focussen en dat ik na het seizoen in gesprek wilde. Jac en ik hebben elkaar gebeld. Daarna zijn we vaker in gesprek gegaan.” Orie heeft bij een eerste gesprek met een beoogde versterking de neiging om meteen te vertellen wat na het bestuderen van zijn of haar waardes iemand in zich zou kunnen hebben. Hoe schatte hij jou in? “Hij zei niet gedetailleerd wat ik zou kunnen, maar hij zei wel meteen: ‘Je gaat al hard, maar je kunt nog veel harder.’ Na de eerste trainingen en testen kwam hij naar me toe en riep: ‘Er zit bij jou nog veel meer rek in dan ik dacht.’” Waar zit die rek in? “Die zit eigenlijk in van alles. Sowieso in m’n techniek. Wat kracht betreft, zat het al heel goed. Daarover waren ze verrast. Ze wisten ook al dat ik heel sterk was, maar toen ze de testen zagen, werden ze nog enthousiaster. Met het aanscherpen van de techniek zou ik mijn kracht nog beter kwijt kunnen op het ijs, beredeneerden ze bij Jumbo-Visma. Als ik mijn basisconditie nog wat verder omhoog zou krijgen, kon het alleen maar beter gaan. Bij het gewest Zuid-Holland heb ik vroeger heel veel gefietst. Zoveel dat het mijn strot uitkwam. Afgelopen jaar heb ik heel specifiek getraind. Heel veel op techniek en sprongen. Dit jaar richten we ons meer op de basisconditie zodat ik nog beter kan zijn aan het einde van het seizoen. De eerste stap is om mij heel fit te krijgen, zodat ik tijdens het seizoen ook nog stappen kan maken.” Is dat ook weleens lastig om dingen op een andere manier te doen dan je gewend was? “Voorheen trainde ik veel meer op het ijs. Maar ja, de WK afstanden zijn pas in maart. Jac wilde me niet te veel op het ijs hebben aan het begin van het seizoen. Ik heb het idee dat ze me een beetje proberen af te remmen om goed het hele seizoen door te komen.” Hoe gaat de samenwerking tussen Jac en jou? “Ik ben heel direct. Als ik dingen denk, gooi ik die er meteen uit. Ook met het idee dat Jac dan precies weet wat er speelt, zodat hij met die informatie wat kan doen. Aan opkroppen doe ik niet. Dan ben ik het kwijt en hopelijk kan Jac er iets mee.” Je was afgelopen jaren kopvrouw van je eigen team. Je bepaalde alles zelf. Nu stap je in een bestaand concept. Is dat wennen? “Het is vooral anders. Voorheen draaide alles om mij. Nu zit ik in een team met meerdere toppers. Het is ook wel lekker dat ik me af en toe achter het team kan verschuilen, dat niet alles alleen maar om mij draait. Ik kan bij Jumbo-Visma ook gewoon even mijn eigen ding doen binnen het team zonder dat meteen de focus volop op mij ligt. Ik kan ook even lekker met de jongens trainen. Dat voorheen de focus op mij lag, is ook erg leerzaam geweest. Maar om de volgende stap te kunnen zetten, was het goed dat ik in een team kwam met iets meer body. Er is ook meer rust om mij heen bij de ploeg. Ik denk dat dit de voorwaarden zijn om nog beter te worden.” Voorheen had je een team dat volledig op jou toegespitst was. Jac Orie verdeelt zijn tijd over meerdere schaatsers. Is dat wennen? “Ja, ik had hiervoor met Kosta Poltavets en Rutger Tijssen eigenlijk twee personal coaches. Alles draaide ook tijdens de trainingen om mij. Ik kreeg continu feedback. Daar heb ik superveel van geleerd. Nu krijg ik niet na elke training feedback, omdat Jac zijn aandacht moet verdelen. Ik moet daardoor meer naar mijn eigen gevoel luisteren. Wat voel ik? Wat werkt voor mij goed? Met dat soort dingen ben ik nu zelf veel meer bezig. Daar leer ik ook weer van. Ik word niet meer continu gecorrigeerd. In het begin vond ik dat eng, werd ik toch een beetje onzeker, dacht ik: doe ik het wel goed? Ik was heel erg op zoek naar bevestiging. Nu heb ik die al veel minder nodig. Ik krijg meer vertrouwen in mezelf. En als ik ergens over twijfel, trek ik meteen aan de bel. Zelfstandiger worden hoort ook bij de volgende stap zetten. Voorheen kreeg ik zoveel feedback dat ik de hele tijd aan het nadenken was. Alle informatie die ik heb gehad, gebruik ik ook om mezelf te corrigeren. Ik word steeds meer een stabiele factor. Maar het is niet zo dat ik nu aan mijn lot word overgelaten, hoor. De aanwijzingen zijn alleen wat algemener. Aan Jac merk ik wel dat hij zich er heel bewust van is dat Jutta ook harder moet rijden.” Groeien in het seizoen Je won olympisch zilver en werd wereldkampioen sprint. Hoe zijn de maanden daarna geweest? “Het zijn hectische maanden geweest. Toch heeft al die tijd vooropgestaan: hoe word ik een betere versie van mezelf als sporter? Dit seizoen heb ik ook de ruimte om mezelf te ontwikkelen. Eind 2021 moest ik in december al heel goed zijn, moest ik er staan op het olympisch kwalificatietoernooi. Daarna moest ik goed zijn op de Spelen en vervolgens nog op de WK sprint. Dit seizoen is zo anders. De belangrijkste wedstrijden, vooral de WK afstanden in Heerenveen, zijn pas in maart. Dan moet ik op m’n best zijn. Voor die tijd is er dus ruimte om aan mezelf te werken. Die ruimte is er nu. Het is perfect om te wennen aan een andere trainingsopbouw en aanpak. Er is geen reden voor paniek als het even minder gaat dan ik gewend was, omdat ik pas in maart op mijn best moet zijn. Ik vind dat fijn. 'Ik was niet anders gewend dan dat ik een seizoen heel slecht begon, dat iedereen me omver reed in wedstrijden' Vroeger was het ook altijd mijn kracht om in het seizoen te groeien. Ik was niet anders gewend dan dat ik een seizoen heel slecht begon, dat iedereen me omver reed in wedstrijden. Bij de junioren was ik vaak niet goed genoeg om mee te mogen naar de eerste World Cups van het seizoen. Er mochten altijd vier of vijf meiden mee en ik zat daar vaak niet tussen. Maar aan het einde van het seizoen werd ik wel mooi wereldkampioen junioren. Ik ben niet iemand die snel in paniek raakt, weet dat hoe meer ik op het ijs heb gestaan, des te meer gevoel ik krijg. Bij mij wordt altijd alles rechtgetrokken. Ik was destijds in de voorbereiding op het seizoen ook heel veel aan het fietsen. Dat doen we nu bij Jumbo-Visma ook.” Wanneer voelde Jumbo-Visma voor jou als vertrouwd? “Tijdens het trainingskamp in Cecina, begin september. Dat komt ook doordat ik met Dai Dai N’tab in het team zit en hij is mijn beste vriend. Hij is zo relaxed. Het voelt zo fijn om iemand om me heen te hebben bij wie ik me heel erg vertrouwd voel. Kai Verbij kende ik ook al vanuit Reggeborgh. Merel Conijn zat vorig jaar ook al bij mij in het team. In Cecina werden de laatste twijfels weggenomen. Het trainen ging heel goed, de testen wezen uit dat ik heel goed bezig was. Toen wist ik: ik zit hier helemaal op m’n plek. Ik zat ook zo goed in m’n vel.” [caption id="attachment_19293" align="alignnone" width="826"] @juttaleerdam[/caption] Er wordt vaak gezegd dat sporters huiverig zijn voor veranderingen, toch? “Ik heb in mijn carrière al heel vaak dingen veranderd. Daar heb ik enorm veel van geleerd, als sporter en als mens. Als ik die beslissingen niet had genomen, had ik nu niet op het punt gestaan waar ik sta. De beslissing om op jonge leeftijd een eigen team te beginnen, is zo goed voor mij geweest. Er gaan ook echt nog wel veranderingen plaatsvinden in mijn loopbaan. Maar vooropstaat dat ik altijd terugga naar mezelf. Alle dingen die ik doe, doe ik met maar één reden: omdat ze goed zijn voor mij.” Eigen merk Heb je lang getwijfeld om bij Jumbo-Visma te tekenen? “Ja, best wel. Er moesten eerst wat dingen anders om überhaupt de overstap te kunnen en willen maken. We moesten eerst wat meer op één lijn zitten, zonder daarover heel erg in detail te treden. Dat was de reden van mijn twijfel. Het heeft even geduurd voordat die dingen voor elkaar waren. Uiteindelijk was alles geregeld waardoor ik mezelf als merk en als sporter kon ontwikkelen bij Jumbo-Visma.” Het ging dus vooral om de mogelijk­heden die jij kreeg om jezelf ook als merk te blijven ontwikkelen? “Ja, ik heb natuurlijk ook een eigen merk. Als ik die niet op een bepaalde manier verder kon ontwikkelen, was het voor mij niet mogelijk om de overstap te maken. Op sportief vlak was ik er snel uit met Jac. Ik voelde al heel snel dat ik als sporter beter zou worden bij Jumbo-Visma. En uiteindelijk zijn ook de andere punten gelukkig goed gekomen. Bij Jumbo-Visma kan ik mezelf verder ontwikkelen als sporter en merk. Heel fijn dat ik veel vrijheid heb gekregen. Dat is iets wat ze doorgaans minder doen bij de sporters van deze ploeg. Dat is voor hun ook nieuw. Als ik die vrijheid niet had gehad, dan had ik me ook niet op m’n plek gevoeld, had ik me misschien ook minder gerespecteerd gevoeld.” Je bent gehaald als het boegbeeld van de grootste schaatsploeg van Nederland. Zorgde dat ook voor extra druk? “Natuurlijk, maar bij Worldstream-Corendon heb ik veel meer druk ervaren. Dat was extreem. Toen we de ploeg begonnen, hadden we alleen Worldstream als sponsor. Er was nog een tweede grote sponsor nodig. Ik kreeg echt te horen: ‘Jutta, je moet aan het begin van het seizoen meteen presteren, want anders komt er geen nieuwe sponsor binnen en hebben we een begrotingstekort.’ Daarnaast voelde ik een verantwoordelijkheid naar Worldstream toe. Ik wilde het ook heel graag goed doen voor hen, want zij hadden hun nek uitgestoken voor mij. Maar zoals ik al zei: daar heb ik ook van geleerd. Ik weet dat ik ook onder die immense druk overeind ben gebleven, toen bleef ik ook goed schaatsen. Het vertrouwen dat ik goed kan presteren onder druk neem ik mee in de rest van mijn carrière. Ik heb daar echt veel zelfvertrouwen van gekregen.” Is die druk nu weggevallen? “Nee. Ik ben namelijk nog niet waar ik wil zijn. Ik leg mezelf ook heel erg veel druk op. En ik wil het ook nog steeds heel erg goed doen voor alle mensen en bedrijven die in mij geloven: de ploeg, mijn sponsors, Jumbo-Visma. Maar goed, het is wel een andere druk dan ik vorig jaar voelde. Er zijn nu meerdere goede schaatsers, de ploeg valt of staat niet alleen met mijn prestaties.” [caption id="attachment_19294" align="alignnone" width="796"] @juttaleerdam[/caption] Breuk met Verweij Op privégebied is er ook het een en ander veranderd. Vlak voor het seizoen liep je relatie met Koen Verweij stuk. “Dat speelde eigenlijk al vorig seizoen. Het was vooral lastig tijdens het olympische seizoen als je merkt dat je relatie niet helemaal meer honderd procent lekker gaat. Toen was het niet fijn en afgelopen zomer, toen het officieel klaar was, natuurlijk ook. Koen en ik zijn heel veel met elkaar samen geweest, zo’n beetje 24/7. Het was wennen om hem ineens niet meer om me heen te hebben. Het was ook niet makkelijk.” Koen was ook belangrijk voor jou als schaatser, toch? “Ja, zeker weten. Koen gaf me ook heel veel zelfvertrouwen. Voor mijn carrière is hij heel goed geweest. Het is ook gek dat ik alles wat ik meemaak als topsporter niet meer met hem deel. We waren heel veel van elkaar: zakenpartners, vriend en vriendin en ook nog heel goede vrienden. Ik probeer me nu te focussen op mezelf beter maken, probeer alles uit mezelf te laten komen. Ik word hier heel goed opgevangen, heb goede coaches en mensen om me heen. Het is een heel andere basis dan ik gewend was.” Heeft iemand de rol van Koen overgenomen op schaats­gebied? “Ik doe het nu zelf. Natuurlijk helpen de coaches bij Jumbo-Visma me goed, maar ik wil heel graag alles wat ik doe weer vanuit mijn eigen gevoel doen. Neem Ireen Wüst. Zij heeft tijdens haar carrière in zoveel verschillende situaties gezeten. Telkens presteerde ze. Waarom? Omdat zij zelf heel goed haar eigen trucje kent. Tijdens de Spelen heb ik ook bewezen dat ik het in m’n eentje kan. Ik wil no matter what kunnen presteren. Ik heb al bewezen dat ik dat kan en wil die lijn doortrekken.” Tijdens de Spelen was je best vaak solo aan het trainen, waar schaatsers uit de grotere ploegen met elkaar optrokken. Was het ook niet lastig om je eigen koers te varen? “Natuurlijk. Nu kan ik gebruikmaken van het treintje van Jumbo-Visma op het ijs en is er de mogelijkheid me af en toe even te verschuilen. Toen ik in mijn eentje in Beijing was, was ik me er ook heel bewust van dat ik op de Spelen was. In een ploeg met meer body kun je ook af en toe wat meer ontspanning krijgen op en naast het ijs. Het is nu gewoon fijner. Ik kan in het spoor van de jongens mee. En als ik voor mezelf wil trainen, kan dat ook. Het voelt wat relaxter. Als ik terugdenk aan de Spelen, dan kan ik zeggen dat het wel beter was geweest als er wat meer afleiding was geweest. Ook in het olympisch dorp. Ik trok eigenlijk alleen maar op met mijn coach en mijn fysiotherapeut. Het was heel gezellig, ik heb een leuke tijd met hen gehad, maar op het ijs was ik alleen. Maar goed, ik heb aan mezelf bewezen dat ik het ook alleen kan, dat is ook wat waard.” Wat kan jou nog van je stuk brengen? “Dat vraag ik me ook af. Bij mij is het zo dat ik zo verschrikkelijk graag beter wil worden als schaatser. Daarvoor moet alles wijken. Als er iets in mijn leven gebeurt, denk ik als eerste: gaat het mijn schaatsen beïnvloeden? Die tunnelvisie heb ik al, ik vind het zo belangrijk dat randzaken mijn schaatsen niet in de weg staan. Als je ziet wat ik de laatste jaren allemaal heb meegemaakt, dan kun je je afvragen wat mij nog van mijn stuk gaat brengen. Ik weet het niet. Laten we hopen dat ik daar ook niet achter hoef te komen.” Focusmodus Is het ook weleens lastig om zo in de picture te staan? “Dat is het wel af en toe. Maar als er dingen om mij heen gebeuren, lukt het me toch altijd om me af te sluiten, om de focusmodus te vinden. Het schaatsen is op die momenten mijn escape. En het is ook waar ik heel blij van word. Als alle dingen die ik doe ten koste zouden gaan van het schaatsen en mijn prestaties, dan zou ik mezelf saboteren. Als dingen ervoor gaan zorgen dat ik uit mijn focus word gehaald, dan is het mis. Ik ben pas gelukkig als het goed gaat met schaatsen. Als dat goed gaat, is er ook pas ruimte voor andere dingen.” Je bent ook een merk en influencer. Je hebt heel veel volgers. Ben je ook steeds bezig met Jutta het merk? Zorgt dat nooit voor een spagaat? “Influencer zijn kost ook zeker tijd, maar ik vind het ook leuk om te laten zien wat ik doe, wat me bezighoudt en wie ik ben. Zolang het mijn sport niet in de weg staat, doe ik het graag. Het is bij mij heel simpel: als dingen die ik naast het schaatsen doe ten koste gaan van de sport, dan doe ik het niet. Tot nu toe is dat nog niet het geval geweest. De dingen die ik ernaast doe, doe ik heel erg op gevoel. Als het moeten wordt, doe ik het niet. En als ik dat gevoel krijg, dan zal ik mezelf afremmen. 'Ik vind het heel belangrijk om mezelf te laten zien, maar het is niet belangrijker dan het schaatsen' Ik vind het heel belangrijk om mezelf te laten zien, maar het is niet belangrijker dan het schaatsen. Zolang het mijn prestaties niet schaadt, ga ik door met hoe ik het nu doe. Het gaat nu goed met mijn sport, dus kan ik het ernaast doen. Zolang ik het leuk vind, kost het me ook geen energie. Sterker, het zorgt nu alleen maar voor positieve energie.” Hoe leuk vind jij het dat veel kinderen rondlopen met opvallende zwarte eyeliner, toch jouw handelsmerk? “Dat vind ik wel grappig. Ik zie het steeds meer om me heen. Alleen maar een compliment, toch? Ik doe het al mijn hele leven, het hoort inmiddels wel een beetje bij me.” Gewoon rammen Je bent een specialist op de 1000 meter, kan ook prima uit de voeten op de 500 meter. Wat kun jij op de 1500 meter? “De 1000 meter blijft mijn favoriete afstand, die blijft ook centraal staan. De 500 meter blijf ik ook doen. Ik denk dat de 1500 meter ook mijn ding zou kunnen zijn. Dat betekent wel dat ik meer 1500-metergericht ga trainen. Ik rij hem nu vanuit de 1000 meter en doe de 1500 meter er gewoon bij. Op een goede dag kan ik ook op die afstand goed presteren, vorig jaar bij de NK reed ik bijna een baanrecord. Ik moet hem alleen op een heel andere manier rijden dan bijvoorbeeld Antoinette de Jong. Ik moet het hebben van snel beginnen, gebruikmaken van mijn power. Antoinette moet het juist hebben van een heel goede slotronde. Jac zegt altijd tegen me dat ik de 1500 meter ook heel hard moet kunnen rijden. Als we een tijdrit fietsen van 3000 meter, dan maakt hij uit mijn waardes op dat ik ook een goede 1500 meter moet kunnen rijden. Die langere inspanning kan ik ook goed aan. Ik heb gewoon power, het is bij mij: gewoon rammen. Alle fietstrainingen gingen ook heel goed. Ze zeggen weleens tegen me dat ik ook goed zou kunnen baanwielrennen. Ik heb het weleens overwogen, maar ik weet niet of ik het heel leuk vind met het sturen op de baan. Voor de lol heb ik het weleens gedaan, dat ging best goed. Ik vond het wel eng. In de bochten hoog fietsen, dan kijk je een soort afgrond in als je naar beneden kijkt. Ik ben niet bang aangelegd, maar ik hoef ook niet zo nodig dood, zeg maar. Ik zie mezelf nog niet echt bovenaan de boarding rijden op zo’n steile baan. Ach, misschien ooit, maar dan wil ik natuurlijk wel meteen meedoen aan de Olympische Spelen. Maar ook als ik zo’n switch ooit een keer maak, wil ik ook gewoon blijven schaatsen, hoor.” Laurine van Riessen maakte na het schaatsen de overstap naar de baan. “Laurine heeft ook bij Jac geschaatst. Zij had op de tijdrit over 3000 meter het record staan en dat heb ik onlangs met zeven seconden verbroken. Misschien zit er nog een andere carrière in. Mijn oude coach Kosta zei ook altijd: ‘Ik zou maar eens overwegen om ook te gaan baanwielrennen.’ Ik weet het niet, misschien een keer.” [caption id="attachment_19297" align="alignnone" width="797"] @juttaleerdam[/caption] Taboedoorbrekend Jutta gebruikt haar status als boegbeeld van het schaatsen om voor jonge vrouwen en sporters belangrijke thema’s aan te stippen. Ze kreeg dit seizoen al veel reacties op taboedoor­brekende interviews. In december, tijdens de wereldbekerwedstrijden in Calgary vertelde ze voor de camera van de NOS over haar menstruatieklachten, dat is best een ‘ding’ in de sport. Topsporters hoor je daar niet vaak over, maar Jutta komt uit een gezin waarin alles bespreekbaar is en vond het goed om dit onderwerp ook eens voor de camera aan te dragen. Alle kranten, Linda, Elle, Women’s Health en Het Jeugdjournaal pikten het op en roemden haar om het ter sprake brengen van het delicate onderwerp. Eind december, bij de NK sprint in Thialf, was ze opnieuw open. Ze had net een baanrecord gereden op de 1000 meter toen ze voor de camera van de NOS vertelde over haar uitdagingen met rigoureus afvallen. Een thema dat speelt bij veel jonge vrouwen. Ze vertelde dat ze liever voor zichzelf is geworden en dat ze in is gaan zien dat ze lichaamsvet nodig heeft om goed te kunnen presteren. Jutta ging voor het door haar gewonnen EK sprint in Noorwegen in De Telegraaf dieper in op dat thema. Ze vertelde dat ze vanaf haar zestiende vooral in de zomer begon met obsessief afvallen. Dag in dag uit was ze met haar gewicht bezig. Ze at te weinig, terwijl ze ondertussen keihard trainde. Haar vetpercentage werd ongezond laag, met ‘alle lichamelijke gevolgen van dien’. Ze dacht lange tijd dat het extreme afvallen tot betere prestaties op het ijs zou zorgen. Dat bleek niet het geval. Ze gebruikte de zomer niet om sterker te worden, maar om gewicht te verliezen, waardoor ze later tijdens het schaatsseizoen altijd een klap kreeg en niet alles uit haar potentie haalde. Daarnaast had ze stress doordat ze in de winter flink in gewicht aankwam, ‘het was een flinke struggle’. Afgelopen zomer besloot ze voor het eerst niet terug te grijpen op het crash-dieet. Haar relatie was net ten einde en ze had net de overstap gemaakt naar een nieuwe ploeg. Het credo van Jac Orie is ‘meten is weten’. Hij zou het sowieso niet accepteren als ze rigoureus af zou vallen omdat ze dan ook spierkracht af zou breken. De aanpak bij Jumbo-Visma zorgde ervoor dat ze op hetzelfde gewicht zit als vorige winter tijdens de Spelen, maar zonder in de zomer af te vallen. Jutta voelt zich sterker dan ooit, doordat ze de heftige prikkels van het afvallen niet heeft ervaren. Ze heeft ingezien wat te weinig eten met haar lichaam deed en wilde die boodschap ook graag goed overbrengen, omdat veel mensen er last van hebben. Opnieuw werd Jutta geroemd om het bespreekbaar maken van een zeker voor veel jonge vrouwen belangrijk thema. [caption id="attachment_19296" align="alignnone" width="781"] Jutta viert haart 24e verjaardag op 30 december 2022 @juttaleerdam[/caption] Wie is de echte Jutta Leerdam? “Een open, eerlijk, vrolijk, gedreven en perfectionistisch persoon. Vooral mijn gedrevenheid en discipline hebben ervoor gezorgd dat ik sta waar ik sta in mijn carrière. Als laatste zou ik mijzelf omschrijven als een familiemens. Familie is mijn alles en staat bij mij altijd op één. Ik haal daar veel liefde en kracht uit.” Het is misschien een beetje een ongrijpbaar begrip, maar ben je meer in balans? “Ja, dat sowieso en dat bewijs ik elke wedstrijd. Balans is ook dat ik een bepaald basisniveau heb dat goed is. Ik voel me goed en dat zie ik ook terug op het ijs. Ik ben altijd wel heel gelukkig. Het is een beetje gek om te zeggen, maar ik ben nog nooit in mijn leven een soort van ongelukkig geweest. Ik ben altijd wel blij. Elke dag sta ik op en spring ik uit mijn bed. Ik ben best wel een blij persoon, dat is nooit veranderd, maar op het ijs voel ik me nog meer in mijn kracht en dat geeft nog meer zelfvertrouwen. Helden Magazine 65 Het verhaal van Jutta Leerdam komt voort uit Helden Magazine 65. Er is volop aandacht voor de wintersporten én ook voor voetbal. Frank Rijkaard geeft sinds lange tijd weer eens een interview en spreekt onder meer over Cruijff, het Nederlands elftal en Lionel Messi. In deze editie lees je ook een uitgebreid interview met Lois Abbingh en Tess Lieder – voorheen Wester -. De handbalcollega’s zijn vriendinnen, schoonzussen en sinds kort ook allebei moeder. Daarnaast spraken we met Dávid Hancko en Kristyna Pliskova. De een is een grote aanwinst voor Feyenoord, de ander is toptennisster.  Verder interviews met de succesvolste Nederlandse olympiër ooit: Ireen Wüst, de eerste keeper op het afgelopen WK: Andries Noppert, twee grootheden in het rolstoeltennis: Diede de Groot en Esther Vergeer. Shorttrackster Xandra Velzeboer gaat als een komeet én Joep Wennemars is keihard bezig om uit de schaduw van zijn vader Erben te treden. Ook heeft het voetbalvirus nog altijd Guus Hiddink in zijn greep, werden Marc van de Kuilen en Luuk Veltink vrienden door het noodlot, verteld Juul Franssen over haar strijd met de judobond, spreekt Victoria Koblenko met olympisch kampioen openwater Ferry Weertman én staat bondscoach van de Oranjevrouwen: Andries Jonker stil bij De Nachtwacht. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 65 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van jouw Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Schaatsen

Zes keer olympisch goud: de levenslessen van Ireen Wüst na achttien jaar topsport

Olympisch goud op vijf opeenvolgende Spelen. Wat een [...]
Olympisch goud op vijf opeenvolgende Spelen. Wat een fenomeen. Ireen Wüst (39), de succesvolste Nederlandse olympiër ooit stopte in 2022. De zesvoudig olympisch kampioene blikte na haar carrière met ons terug. “Het is eigenlijk voor het eerst dat ik bewust terugga naar 7 februari 2022, toen ik olympisch goud won op de 1500 meter. Ik werd de laatste tijd vooral herinnerd aan het grootse afscheid van Sven Kramer en mij in Thialf. Als ik terugdenk aan die dag van de 1500 meter in Beijing krijg ik zo’n onwaarschijnlijk gevoel. De hele dag had ik er heel veel zin in. Mijn grootste kans op goud op mijn vijfde en laatste Spelen was die 1500 meter. Ik voelde me de hele week al goed, had me voorgenomen om echt te genieten van mijn laatste Spelen. Mijn moeder riep altijd al: ‘Geniet je wel genoeg?’ Vóór het overlijden van mijn maatje Paulien van Deutekom, begin 2019, dacht ik dat de Spelen van 2018 mijn laatste waren geweest. Na haar overlijden dacht ik: ik ga sowieso nog twee jaar door. En na die twee jaar dacht ik weer: waarom zou ik nu stoppen? Ik heb het mooiste beroep dat er is, ik kan elke dag doen wat ik het allerleukste vind. Paulien zei altijd tegen me nadat ze was gestopt: ‘Buuf, je moet zo lang mogelijk doorgaan, want er is geen leven mooier dan dat van schaatser.’ Bovendien bleek dat ik nog steeds mee kon komen. Toen ik de kans kreeg om bij Team Reggeborgh te schaatsen, wist ik meteen dat ik nog één keer voor de Spelen zou gaan. Het was natuurlijk heel jammer dat er door corona geen fans, familie en vrienden in Beijing waren, maar ik was daar niet mee bezig. Ik was vooral aan het genieten van de laatste keer dat ik op dat podium mijn kunstje mocht laten zien. Hoe mooi is dat? Die vijf ringen gaven me altijd iets magisch, dan had ik extra veel zin. Als je zo aan het genieten bent, kijk je alleen naar de positieve dingen en heb je geen oog voor het negatieve. Als topsporter kijk je heel snel kritisch naar jezelf, ben je steeds bezig met wat allemaal beter moet. In de loop van de jaren heb ik geleerd dat de kunst is om eerst vertrouwen te kweken, juist te kijken naar alle dingen die goed gaan. Dat ging in Beijing bij mij bijna automatisch. Met ploeggenoten Kjeld Nuis en Femke Kok deelde ik een appartement. We hadden zoveel lol samen, alles was leuk. Ik kon niet wachten om nog één keer te knallen op de 1500 meter op het allerhoogste podium. Ik startte en kreeg tijdens de eerste ronde een surrealistisch gevoel. Alsof ik toeschouwer was van mijn eigen race. Op dat moment realiseerde ik me dat dat niet goed was. Kop erbij, zei ik tegen mezelf. Toen wist ik weer wat ik moest doen. Ik zat lekker in de race, kon ook echt door blijven gaan. Toen ik over de finish kwam en zag dat ik een olympisch record had gereden, ontstond er toch een zekere spanning. Het zal toch niet? Het was een heel scherpe tijd op een niet per se heel snelle baan afgaande op de eerder gereden 3000 meter bij de vrouwen en 5000 meter van de mannen. Toen de anderen niet aan mijn tijd kwamen, was ik vooral heel dankbaar dat het nog een keer was gelukt. Weer goud. Het was emotioneel, heel beladen. Ik kon de overwinning natuurlijk delen met mijn ploeggenoten, met mijn coach Gerard van Velde en met Johan Methorst, de fysio die mij al jaren bijstaat en ook een heel goede vriend van mij is geworden, maar ik voelde op dat moment ook enorm het gemis van mijn vriendin Letitia en mijn familie, maar ook het gemis van Paulien. Daarna de mixed zone in. De Nederlandse pers vond het heel knap wat ik had gedaan, maar de buitenlandse media zeiden pas echt: wauw, je hebt iets gedaan wat nog nooit iemand heeft gepresteerd. Vijf keer individueel goud op vijf opeenvolgende Spelen. Toen kwam pas dat besef. 'Ik denk dat dat ook komt door het overlijden van Paulien van Deutekom. Daarna ben ik anders in het leven gaan staan. Ik leef sindsdien meer in het nu' Na die medaille voelde ik geen leegte, iets wat sommige top- sporters na winst ervaren. Eigenlijk voelde ik dat alleen na mijn eerste gouden olympische medaille in Turijn, 2006. Toen ik in 2005 op m’n negentiende bij TVM kwam, zat ik ineens in een ploeg met Gerard van Velde en Jochem Uytdehaage, mannen die ik op m’n vijftiende olympisch kampioen had zien worden. Ik dacht toen: als je olympisch kampioen bent, dan ben je zo speciaal. Ik keek echt tegen ze op. Op 12 februari 2006 won ik als debutant op de Spelen meteen de 3000 meter. Een dag later werd ik wakker en dacht: oké, ik ben nu dus olympisch kampioen, maar ben precies dezelfde Ireen als ik daarvoor was. Voor mijn gevoel was er niks veranderd. Totdat ik in Nederland kwam, de wereld om me heen verander­ de en mensen naar me keken zoals ik naar Jochem en Gerard. Ik besefte gelukkig al heel snel: Ireen, je bent gewoon dezelfde persoon. Ik ben supertrots op mijn dertien olympische medailles, waaronder zes gouden, maar waar ik het meest gelukkig van word en waar ik het meest dankbaar voor ben, zijn de routes die ik naar die medailles heb mogen afleggen. Die waren soms superzwaar, maar door die strijd heb ik me ontwikkeld als mens. Dat vind ik het meest waardevolle van de achttien jaar die ik als topsporter heb mogen meemaken. Ik heb op de hoogste berg gestaan, maar ook in het diepste dal gezeten. Ik heb veel gehuild na de 1500 meter in Beijing, ook daarna met Letitia en mijn familie aan de telefoon. Ik weet ook niet zo goed waar die emoties vandaan kwamen. Misschien door alles wat er was gebeurd, dat het me was gelukt om het op een andere manier aan te vliegen en toch weer succesvol te zijn. Het heilige moeten met oogkleppen op had plaatsgemaakt voor een meer ontspannen aanpak. Bij mijn laatste Spelen volgde ik heel erg mijn gevoel. Voorheen moest alles perfect zijn. Ik wilde ook afgelopen jaren nog steeds dat alles klopte, hoor, maar als het even niet perfect ging, dan kon ik daar makkelijker mee omgaan. Ik denk dat dat ook komt door het overlijden van Paulien. Daarna ben ik anders in het leven gaan staan. Ik leef sindsdien meer in het nu, maak me er niet meer zo druk om wat ande­ ren van mij vinden of ervan zeggen. Er is er maar één verantwoordelijk voor mijn leven en dat ben ik zelf. Ik moet er iets moois van maken en dat kan ik maar beter nu doen, want als ik dat later doe, is er mis­ schien geen later. Ik wil een oud vrouwtje worden van negentig met grijze haren en met heel veel lieve mensen om me heen, maar stel dat dat me niet gegund is, dan heb ik in ieder geval een heel mooi leven gehad waarvan ik echt heb genoten. Dat wil niet zeggen dat ik vroeger niet genoot, hoor, maar het heilige moeten was er de laatste periode een beetje vanaf. Ik had alles al gewonnen. Die laatste Spelen waren gewoon bonus. Zo heb ik het ook heel erg ervaren. Ik dacht: dit zijn de Bonus­ spelen waarbij niks hoeft en alles mag. Ik heb een fijne jeugd gehad. Mijn opa noemde mij vroeger altijd een spring­in­’t­veld. Ik was lekker druk, continu aan het sporten en buiten aan het spelen. Op school was ik in de pauze altijd met de jongens aan het voetballen. Ik was een nakomertje, kon me door mijn oudere broer en zus heerlijk laten uitdagen. Ik zat nooit stil en wilde altijd winnen. Je kunt nu steeds beter spelletjes met mij spelen, maar vroeger was dat gewoon niet leuk. Het draaide bij mij alleen maar om winnen, ik was bloedfanatiek. Dat fanatisme kwam tot uiting toen mijn vader de Elfsteden­tocht niet voltooide. Mijn vader was mijn schaats­ held. Ik vertelde iedereen heel stoer dat hij de Elfstedentocht reed, maar hij haalde de finish niet. Ik dacht alleen maar: hoe kan het nou dat mijn held de tocht niet uitrijdt? Hij kon later altijd nog slapen of eten, redeneerde ik, als hij dat ding maar uitreed. Maar mijn vader staakte de tocht, terwijl ik in mijn hoofd had dat je nooit opgeeft. Over die Elfstedentocht is sindsdien zoveel gesproken en gezegd dat ik inmiddels wel een beetje medelijden met mijn vader heb. Ik denk dat als hij het over had mogen doen, hij hem wel had uitge­reden... Maar naarmate ik ouder werd, realiseerde ik me steeds meer dat mijn vader naar zijn gevoel heeft geluisterd. Zijn gevoel zei op dat moment: ik kan niet meer. Dat is ook goed. Maar als meisje snapte ik dat nog niet. Ondanks de mooie route die ik heb bewandeld, was het ook niet altijd makkelijk Ireen Wüst te zijn. Ik vind dat nog steeds weleens ingewikkeld. Soms zou ik lekker anoniem door het leven willen gaan, een leven leiden waarin niemand van alles van mij verwacht. Ik blijf voor altijd zesvoudig olympisch kampioen, maar ik hoop dat ik met de tijd wat minder vaak herkend word nu ik ben gestopt. Ik wil gewoon mezelf zijn, dan is het weleens lastig als ik ergens kom waar ik meteen word herkend en iedereen wat van me wil. Ik vond het soms lastig als mensen veel van me verwachtten. Het schaatsen heb ik altijd heel leuk gevonden, dat is altijd mijn passie geweest en soms ook mijn uitlaatklep als ik het moeilijk had. In die perioden was schaatsen een soort therapie. Ik ging soms echt gebukt onder de druk die er altijd op zat bij mij, dat ik altijd moest presteren. Bij mij was het vaak zo: als ik tweede werd, dan had ik al gefaald. Dat vond ik af en toe heel zwaar en moeilijk. Op het moment dat ik over­ traind raakte, was ik pas 21. Toen ik daarmee worstelde, stond er met koeienletters in de krant: ‘Wonderkind Wüst faalt, Wüst redt het niet.’ Stond ik bij de bakker en kreeg ik zelfs daar goed­ bedoelde adviezen. Ik kreeg pillen thuisgestuurd en zelf­ hulpboeken. Ik heb ook hulp gezocht toen ik overtraind raakte, want ik kwam er zelf echt niet meer uit. Het was niet alleen fysiek, er zat natuurlijk ook die grote mentale component aan vast. Wat mij – en meer topsporters – is overkomen, is eigenlijk hetzelfde als een burn­out. Ik ben daar ook open over geweest, maar daar rustte toen toch nog wel een flink taboe op. Je kunt fysiek wel keihard trainen, maar uiteindelijk win je de wedstrijden in je hoofd. Dat zal elke topsporter beamen. Uiteindelijk heb ik zelf een soort methode ontwikkeld waar­ door ik ook wist hoe ik mentaal zo scherp als een mes was op de momenten dat ik er moest staan. Mijn methode? Als je één procentje vertrouwen hebt, probeer je daar twee van te maken door je vast te klampen aan die ene bocht die goed ging. Van die twee maak je vervolgens vier procent door te kijken wat de volgende keer ook goed gaat. En zo bouw je het stap voor stap uit totdat je met vertrouwen aan de start staat met de overtuiging dat je gaat winnen. Dat is een mooi proces. Ik heb dat mezelf aangeleerd, dat had ik vroeger niet, toen was ik te zenuwachtig en te veel bezig met het resultaat. Ik verknalde de eerste afstand en op de tweede ging het dan wel weer goed. BijJ ong Oranje hadden we een soort sportpsycholoog die destijds zei: ‘Je moet niet resultaat­, maar taakgericht bezig zijn. Dus geef jezelf een bepaalde taak.’ Dat is wat ik ben gaan doen, ik gaf mezelf in trainingen een taak, haalde daar vertrouwen uit en heb dat verder uitgebouwd. Ik heb ook altijd ontzettend veel steun van mijn familie gehad. Zij zijn heel belangrijk. Toen m’n oudere broer en zus niet meer met mijn ouders en mij op vakantie gingen, voelde ik me wel een beetje eenzaam. Maar sportief gezien heb ik weer veel geluk gehad dat ik een nakomertje ben, want daardoor hadden mijn ouders maar één kind dat ze naar de ijsbaan moesten brengen. Mijn broer en zus hebben me overigens altijd aangemoedigd en brachten me ook naar ijsbanen, trainingen en wedstrijden. Ze zijn er altijd voor me geweest, vanaf het eerste pupillentoernooi waarop ik als twaalfjarige dertiende werd. Bijna altijd waren ze erbij; mijn ouders, broer, zus, opa, oma, oom en tante. Als ik terugkijk heb ik een heel mooie reis gemaakt en die ging niet alleen van succes naar succes. De route naar die medailles verliep met ups en downs. De keren dat ik mezelf ben tegen­ gekomen, niet ben weggelopen, maar met mezelf aan de slag ben gegaan. De ontwikkeling die ik heb doorgemaakt van klein meisje naar de volwassen vrouw die ik nu ben. Die hele reis is zo de moeite waard geweest. Achteraf omarm ik ook de moei­ lijke momenten. Toen ik daar middenin zat, waren die echt niet leuk, maar ze zijn zo leerzaam geweest. Ik heb ook met mezelf geworsteld, dat ik niet wist wie ik was. Ik ben overtraind geweest en werd ineens verliefd op een meisje. Ik denk dat ik mezelf nu wel ken. Ik ben een ‘personenvrouw’, als ik een klik heb met iemand, dan is het goed. Waar ik nu nog van droom, is mensen helpen, motiveren, inspireren. Als ik iemand kan helpen, kan raken, dan ben ik blij. Dat probeer ik ook bij TalentNed, waar ik nu werkzaam ben en mijn ervaring probeer over te brengen op talenten. En wie weet is een gezin Letitia en mij gegeven. Op dit moment komen er zoveel dingen op me af. Er moet eerst even stabiliteit in ons leven komen. Me helemaal uit de publiciteit terugtrekken zal niet lukken, want ik geef ook commentaar bij de NOS, omdat ik dat gewoon leuk vind en schaatsen mijn passie is. Ik vind het mooi om over schaatsen te praten en het is ook fantastisch om bij de wereldbekerwedstrijden op de tribune te zitten. Ik ga dus niet in een hutje op de hei zitten.” Meer lezen? Lees het verhaal van Joy Beune Lees hier het verhaal van Femke Kok Lees hier het verhaal van Marijke Groenewoud

Schaatsen

Thomas Krol: ‘Ik zag alles als een kaartenhuis in elkaar donderen’

Slechte testresultaten en een wurgende onzekerheid maakten van [...]
Slechte testresultaten en een wurgende onzekerheid maakten van Thomas Krol een twijfelaar in aanloop naar de Winterspelen in Beijing. Een sportpsycholoog kwam eraan te pas om hem precies op tijd te laten vlammen. De schaatser kwam terug met olympisch goud op de 1000 en zilver op de 1500 meter. En hij werd daarna ook nog wereldkampioen sprint. Openhartig praat hij over een jaar met hoge pieken en diepe dalen. “Ik durfde niet te juichen nadat ik over de streep kwam op de 1000 meter, dacht alleen maar: please, laat het genoeg zijn. Ik werd gezien als topfavoriet voor olympisch goud. Mijn tegenstander Havard Lorentzen had ik meteen al achter me gelaten. De laatste kruising kreeg ik ook nog cadeau, ik kon me mooi op hem richten. Ik dacht in de laatste meters: ik heb gedaan wat ik moest doen, dit is ‘m. Toen zag ik mijn tijd op het scorebord: 1.07,92. Dat viel tegen, voor m’n gevoel had ik veel harder geschaatst, 1.07,50 of zo. Ik twijfelde of die tijd genoeg zou zijn voor het podium. Na mij kwamen er nog twee ritten. Ik ben op het middenterrein met mijn vriendin gaan appen. Zij had er eerder vertrouwen in dan ik. Ze zei: ‘Ik denk dat je hem hebt.’ Ik kon van de spanning niet meer zitten, prevelde de hele tijd: please, please. Hein Otterspeer zag ik als kanshebber, maar hij kwam niet aan mijn tijd. Een zucht van verlichting. Ik wist dat ik sowieso een medaille had. Daarna de laatste rit met daarin mijn grootste concurrent en maatje: Kai Verbij. Kai moest het opnemen tegen Laurent Dubreuil. Ik dacht aan het WK afstanden van 2019 in Inzell. Toen schreeuwde ik het uit na mijn 1000 meter, dacht ik dat ik goud had. Toen dook Kai nog onder mijn tijd. Dubreuil ging als een gek van start, zo hard dat Kai in de problemen kwam bij de wissel en meteen kansloos was. Met nog een ronde te gaan had Dubreuil een voorsprong van 0,7 seconde. Ik dacht: waar haalt hij dit nou vandaan? Ik zei in mezelf: stort nou in, stort nou in. Mijn slotronde is mijn sterke punt, daar heb ik jarenlang knoepertje hard aan gewerkt. Slotrondes rijden is echt mijn ding. Maar ja, het gat dat hij had geslagen was groot. Dubreuil had de 500 meter, waarop hij veel beter is, vergooid en dacht: ik zie wel. Hij reed echt vrijuit. Op de streep bleek hij toch viertienden langzamer. Goud. Ik heb het uitgeschreeuwd. Alles minder dan goud was toch wel een teleurstelling geweest, merkte ik toen. In ons appartement in het olympisch dorp wilde ik eigenlijk alles bij elkaar schreeuwen, maar ik vond dat niet gepast naar Kai toe. Hoe fantastisch was het geweest om samen op Medal Plaza te staan. Ik zag ondanks het verdriet in zijn ogen ook dat hij echt trots was op mij, dat sierde hem. Van mijn trainer Jac Orie kreeg ik na afloop de dikste knuffel die ik ooit heb gehad. Ik dacht terug aan het Olympisch Kwalificatietoernooi van eind 2017, toen ik had gefaald. Dat was voor mij het sein dat het anders moest. Ik maakte daarna de overstap naar Jumbo-Visma en Jac. Al een jaar na die Spelen, in 2019, was ik wereldkampioen op de 1500 meter. En daarna ben ik gaan denken: als ik hier weet te winnen dan zou ik die olympische titel, waarvan ik al mijn hele leven droom, ook kunnen pakken. Sportpsycholoog Het olympisch jaar startte ik niet goed. Ik was begin 2021 wereldkampioen op de 1500 meter geworden en had voor aanvang van dat seizoen fantastische testresultaten laten zien. Trainde me in de zomer van 2021 het leplazerus, maar uit de testen van Jac bleek dat die minder waren dan een jaar eerder. Ik begon me zorgen te maken, dacht: het zal in een olympisch jaar toch niet opnieuw misgaan? Alle testen tijdens het hele seizoen kregen voor mij zoveel gewicht. Ik zette me daardoor erg onder druk, had mezelf steeds voorgehouden dat ik er in Beijing móést staan. Misschien krijg ik maar één kans op een gouden olympische plak, hield ik mezelf voor. Vervolgens reed Hein Otterspeer ook nog eens anderhalve seconde sneller bij trainingswedstrijdjes. Toen zat ik echt in zak en as. Ik raakte gefrustreerd, bleef maar vragen stellen aan mezelf. Wat heb ik in godsnaam verkeerd gedaan deze zomer? Is er iets geks met mij aan de hand? Ik ging het ook bij Jac zoeken, dacht: hij heeft er toch zoveel verstand van, wat heeft hij gedaan waardoor ik niet aan de testresultaten van een jaar geleden kom? Jac bleef herhalen dat er geen reden voor paniek was, maar ik nam met dat antwoord geen genoegen. Ik had slapeloze nachten, werd in de periode in aanloop naar het NK afstanden heel negatief over alles. Als ik thuiskwam na een training, riep ik: weer een kuttraining, waar is Jac nou allemaal mee bezig? Het was thuis niet meer gezellig. Mijn vriendin Ramona, die schaatst voor het gewest Friesland, was het op den duur ook zat, zei: ‘Je moet hulp gaan zoeken bij een sportpsycholoog.’ Voordat ik bij haar aanklopte had ik het NK afstanden gereden. Ik had tot mijn grote opluchting een behoorlijke 1500 meter gereden, maar meteen daarna kregen de twijfels weer de overhand. Ik moest me leren wapenen tegen die twijfels. Vanaf het eerste moment voelde ik me goed bij de gesprekken met de sportpsycholoog. Mijn probleem was dat mijn aandacht te breed was, ik had moeite met focussen. Na een mindere race ging ik er van alles bijhalen. Na een slechte test dacht ik meteen: dan wordt het Olympisch Kwalificatietoernooi (OKT) ook niks, olympisch goud kan ik ook wel op m’n buik schrijven. 'Goud, ik heb het uitgeschreeuwd. Wat een bevrijding. Alles minder dan goud was toch wel een teleurstelling geweest' Ik keek meteen naar de toekomst, zag alles al als een kaartenhuis in elkaar donderen. Als topsporter moet je juist je gedachten heel smal houden. De sportpsycholoog vertelde dat ik uit een race één punt moest pakken waar ik aan kon werken. Als ik opsomde dat de start niet goed was, dat de eerste bocht slecht was, dat ik de andere bochten ook niet goed aansneed en dat de tweede ronde niet goed was, dan zei zij: ‘Pak er een ding uit waar je mee aan de slag gaat, de rest maakt nu niet uit.’ Ik besloot met haar alleen op de bochtlijnen te focussen in de volgende wedstrijd. Dat was de World Cup in Salt Lake City, een lastige baan waar je hoge snelheden haalt. Ik focuste me alleen op de bochten en reed mijn beste race van het seizoen. Ik haalde ook het podium op de 1500 meter. Thriller Die wedstrijden in Salt Lake City gaven me vertrouwen in aanloop naar het Olympisch Kwalificatietoernooi, eind december. Maar uitgerekend op dat moment werd ik gigantisch verkouden. Geen corona, maar ik heb in aanloop naar het OKT slecht geslapen. Ik dacht: dat heb ik weer. Jac probeerde me gerust te stellen, zei: ‘Een paar dagen slecht slapen maakt niet uit.’ De dag voor ik aan de bak moest op het OKT deden we een tempotraining. Ik was niet fit, maar reed mijn snelste rondje ooit. Ik begon het OKT met de 500 meter, die reed ik niet met het idee om me daarop te plaatsen voor de Spelen. Reed hem vooral om me ook te kunnen kwalificeren voor de WK sprint in maart. Ik had een gemiddelde opening, maar reed wel een heel goede ronde van 24,7. Ik werd vierde in een dik persoonlijk record. Dat gaf nog meer vertrouwen. De sprinters wisten allemaal dat de 1000 meter de thriller zou worden van het OKT. Hein Otterspeer, Kai Verbij, Kjeld Nuis en ik konden allemaal een gooi doen naar de medailles op de Spelen, we ontliepen elkaar heel weinig. Maar er konden slechts drie van ons naar de Spelen. De druk voor die 1000 meter is de grootste die ik ooit heb meegemaakt. Als ik bedenk hoe we die ochtend aan het ontbijt zaten... Er werd niks gezegd. zag ik vlak voor de 1000 meter, ze zei: ‘Ik heb je nog nooit zo gezien, asen asgrauw.’ Hein en Kjeld reden voor mij. Hein reed een ronde van 24,5 en ik dacht: dat kan ik ook, gezien mijn ronde van 24,7 op de 500 meter. Ik zei tegen mezelf: wat er ook gebeurt, eigen race blijven schaatsen. Ik had gigantisch veel snelheid tijdens de eerste zeshonderd meter. Reed 1.07,24. Het was de snelste tijd, maar het belangrijkste: ik mocht naar de Spelen. Yes! Kjeld Nuis viel af, dat was voor hem natuurlijk ongelooflijk rot. Hij was de olympisch kampioen en mocht zijn titel niet verdedigen. Kjeld was ook mijn grootste rivaal van de laatste jaren. Ik vond het knap dat hij me oprecht feliciteerde na die dreun, dat sierde hem. Ik heb hem nog sterkte en succes gewenst voor de 1500 meter. Mijn naam stond bovenaan de matrix. Het was voor mij ook een middelvinger naar vier jaar eerder, toen die matrix er juist voor zorgde dat ik niet naar de Spelen mocht. Ik was meteen ook zo relaxed voor de 1500 meter. Voor de start droop het snot uit mijn neus. Maakte me toen niet meer uit. Ik werd tweede, achter Kjeld. Ik mocht op mijn eerste Spelen uitkomen op de 500, 1000 en 1500 meter. Paranoïde Daarna kwam de volgende uitdaging: coronavrij blijven. Dat was bijna net zo spannend als het OKT. Ik werd er bijna paranoïde van. Ik heb in aanloop naar de Spelen nauwelijks mensen gezien. Mijn moeder wilde een keer langskomen, zei: ‘Dan blijf ik op afstand.’ Ik antwoordde: sorry, doen we niet. Mijn schoonouders bleven drie dagen voor vertrek naar China op de parkeerplaats staan, ik heb alleen naar hen gezwaaid. Achteraf ben ik zo blij dat ik niet heel even op hen af ben gestapt: later bleek dat zij op dat moment corona hadden... Ik voelde de muren op me afkomen in die tijd, zat alleen maar de dagen af te tellen tot we weg konden. Op het vliegveld van Beijing werden we ook getest. De wattenstaaf ging vier keer zo diep in m’n strot en neus als normaal. En daarna moesten we een uur of zes wachten op de uitslag. Spannend. Ik wist hoe meedogenloos ze zouden zijn bij een positieve test, dan was het meteen einde verhaal. Ik dacht: als ik hier doorheen ben, ben ik zo goed als veilig, hoewel we ook daarna dagelijks werden getest. Het olympisch dorp was hermetisch afgesloten. Het was een soort militair terrein, afgeschermd met hoge hekken en slagbomen, en met overal militairen er omheen. Van de stad Beijing kregen we niets mee, alleen tijdens het ritje naar het stadion zagen we iets. Ik weet dat er genoeg nadelen aan China kleven, zoals de mensenrechten, maar op het gebied van coronavrije Spelen organiseren was het top. Eenmaal in het olympisch dorp keek ik m’n ogen uit. Alles was nieuw voor me. Ik vond alles spannend en mooi. Voor mijn familie was het natuurlijk ook een droom om op een dag naar de Spelen te gaan en mij te zien schaatsen. Jammer, maar ik had me er al op ingesteld dat zij er niet bij konden zijn. Ik was al blij dat de Spelen door konden gaan. Fucking hard Voor mij begonnen de Spelen op 8 februari met de 1500 meter. Ik had op 31 januari mijn eerste trainingsrace gereden en dat ging nog niet super. Het ijs was zacht. Bovendien had ik het idee dat ik een beetje overprikkeld was door al die nieuwe ervaringen. Ik heb het daar ook met de sportpsycholoog over gehad. Zij zei: ‘Neem even de tijd om te genieten, maar op een gegeven moment moet die knop om.’ Dat lukte me. Ik begon me tijdens de trainingen toch goed te rijden... Ik had het hele seizoen nog geen geweldige 1500 meter gereden. Het was wel relaxed dat ik daardoor niet in de laatste ritten hoefde te rijden. Geen druk op m’n schouders. Die druk lag bij Joey Mantia, hij had in aanloop naar de Spelen het best gepresteerd en werd gezien als favoriet. Stiekem wist ik dat hij waarschijnlijk toch weer zou bezwijken onder de druk, zo ging het altijd met hem. Ik vond mijn eerste olympische race ontzettend spannend. Ik probeerde het te zien als een normale rit op een normaal toernooi, maar hoe hard je ook probeert het zo te zien, dat is het natuurlijk niet. Het startschot. Eerst een valse start van mijn tegenstander Peder Kongshaug. Daarna reed ik me een partij lekker... Mijn tactiek was dezelfde als altijd. Ik ram hem er op de 1500 meter altijd vol in en kijk op de laatste vierhonderd meter wel wat ik over heb. Mensen zeggen geregeld: ‘Als je nou minder hard begint, dan kun je meer op het eind.’ Zo werkt dat niet voor mij. De rit liep fantastisch. Tijdens de race zei ik al tegen mezelf: dit gaat fucking hard. Ik reed 1.43,55. Juichte, dacht: dit is gewoon goud. Ik had de snelste 1500 meter ooit gereden op de Spelen. Ik wist ook dat de drie minuten daarna heel spannend zouden gaan worden. Regerend olympisch kampioen Kjeld kwam meteen in de rit na mij in actie. Ik vond het heel bijzonder dat hij mij een high five gaf na mijn race. Kjeld stond klaar voor zijn eigen race, dat had hij niet hoeven doen. Echt een sportief gebaar. Kjeld reed 1.43,21. Ik kan niets op Kjelds race afdingen. Ik reed mijn beste 1500 van het jaar en als iemand het nog beter doet, dan moet ik daar alleen maar voor applaudisseren. Kjeld deed het fantastisch en helaas voor mij op het juiste moment. Ik heb hem gefeliciteerd, de beste heeft gewonnen die dag. Het gevoel na die 1500 meter was raar. Eerst dacht ik: fantastisch, ik heb een zilveren olympische plak. Daarna dacht ik weer: klote dat het geen goud is. Ik wilde het liefst de volgende dag de 1000 meter al rijden, zo scherp was ik. Maar ik moest nog tien dagen wachten. Ik had het geluk dat ik ook de 500 meter mocht rijden. Dat was een goeie prikkel tussendoor. Menselijk brein De nacht voor de 1000 meter werd ik helemaal gek van de gedachte dat ik een dag later op datzelfde moment weleens olympisch kampioen zou kunnen zijn. Dat spookte steeds door mijn hoofd. Ik dacht de hele tijd: misschien krijg ik zo’n kans nooit meer. Ik dacht ook steeds aan wat fout zou kunnen gaan. Toen heb ik de sportpsycholoog gebeld. Zij zei: ‘Niet erg dat je denkt aan wat fout kan gaan of aan wat juist goed kan gaan. Jij gaat nu tien minuten lang denken aan alle scenario’s die zich af zouden kunnen gaan spelen. Je denkt eraan dat je onderuitgaat, dat je goud wint, dan weer dat je faalt, vervolgens weer dat je een wereldrecord rijdt. Haal alles er maar bij in die tien minuten. Maar daarna is het klaar.’ Voordat de tien minuten voorbij waren, lag ik al te slapen. Het menselijk brein werkt vaak zo dat als je je ergens tegen verzet, jouw hoofd het juist leuk vindt om daarbij stil te staan. Je reactie is vaak: daar mag ik niet aan denken, ik stop het weg. Maar als je juist heel bewust gaat denken aan de dingen waarvan je denkt dat je er niet aan mag denken, dan zul je merken dat het verzet snel is gebroken. Dat heeft bij mij in elk geval echt goed gewerkt. Alle doemgedachten waren ineens weg. Op de dag zelf bleef ik maar naar de klok kijken. Ik hield op de baan alles in de gaten. Dat zit nu eenmaal in mij, dat controlerende raak ik nooit helemaal kwijt. Toen mijn rit. Ik schrok dus van mijn tijd, had verwacht dat ik sneller was. Ik had het achteraf kunnen weten. Tijdens het tempotrainen een dag voor de 1000 meter was het ijs al veel minder snel dan op de 1500 meter. Ik had ook kunnen zien dat de tijden die voor mij werden gereden ook niet bijzonder waren. Iedereen reed langzaam. 'Mijn vriendin Ramona was het op een gegeven moment ook zat, zei: 'Je moet hulp gaan zoeken bij een sportpsycholoog' Toen ik de titel binnen had, heb ik meteen met mijn vriendin gefacetimed. Dat was het enige moment dat ik brak. Ook Ramona moest een traantje wegpinken. Zij heeft alles van dichtbij meegemaakt, wist dat de weg naar de Spelen niet makkelijk was geweest voor me. Zij maakte mee dat ik vaak chagrijnig was als ik terugkwam van een training en heeft me in de richting van de sportpsycholoog geduwd. Ik zei tegen haar iets van: we hebben het gedaan. Dat gesprek na het winnen van het goud was een van de mooiste momenten uit onze relatie. Ook het gesprek met Jac was mooi. Hij had telkens tegen me gezegd dat ik me niet druk moest maken. Hij kwam ook nog terug op de fietstesten aan het begin van het seizoen. Jac gaf aan dat mijn duurconditie wat minder was, maar dat het op het ijs niet slechter was gegaan. Sterker nog: ik was veel sneller geworden. In het jaar ervoor had ik meer op inhoud getraind, daardoor kon ik die 1500 meter zo goed rijden. Ik fietste als sprinter vaak mee met de allrounders en dan ramde ik ook gewoon een half uur op kop. Dat was niet de bedoeling van Jac, die vond dat het beheerster moest. Hij wilde dat ik niet meer 350 watt zou trappen op kop, maar 250 watt met het sprintteam. Ik voerde het volgens het boekje uit. Dat was vogens Jac de route naar goud. Maar het maakte me in het begin juist erg onzeker. Achteraf kan ik zeggen: als ik die fietstesten in de zomer net zo goed had gedaan als in 2020, dan had ik misschien twee keer zilver gepakt op de Spelen. Door de training iets aan te passen, was ik sneller op de 1000 meter. Het zorgde ervoor dat ik op de 1000 meter van november tot en met maart ongeslagen bleef. Daardoor pakte ik in maart ook nog de wereldtitel sprint in Hamar. En wat denk je? Meteen na het seizoen kreeg ik corona... Sven-rol Sinds ik als olympisch kampioen door het leven ga, ben ik gelukkiger. Vooral omdat de druk die ik op mezelf heb gelegd, minder is. Zoals ik me voelde in aanloop naar de Spelen hoop ik me nooit meer te voelen. Maar nu heb ik waargemaakt waarvan ik als kleine jongen droomde. Epke Zonderland zei nadat hij olympisch goud op de rekstok won in 2012: ‘Ik heb olympisch goud, alles wat ik hierna nog ga presteren is mooi meegenomen.’ Zo voelt het voor mij ook. Het enige wat nog op mijn lijstje staat, is de wereldtitel op de 1000 meter. En uiteraard ook de olympische titel op de 1500 meter, maar dan krijg ik pas over drie jaar de kans voor. Mijn nieuwe status opent wat deurtjes. Toen ik aangaf dat ik wel mee wilde doen aan het tv-programma De Slimste Mens was dat snel geregeld. Ik zou ook nog graag een keer meedoen aan Wie is de Mol, het allerleukste tv-programma. Mijn status is verder niet heel erg veranderd sinds die gouden medaille in Beijing. Ik heb er hooguit vierduizend volgers op Instagram bij. Maar verder? Ik zat voor ons jaarlijkse trainingskamp in Italië in het vliegtuig naast twee Nederlanders die op vakantie gingen en zij vroegen: ‘Ben jij ook van de schaatsploeg?’ Ik knikte, waarop ze vroegen: ‘Wat is jouw naam dan?’ Toen ik mijn naam zei, antwoordden ze: ‘Thomas Krol? Ach, we kunnen ook niet iedereen kennen, hè. We zagen net wel Jutta Leerdam, die kennen we wel.’ Ik ging helemaal stuk. Binnen de ploeg is er met het stoppen van Sven Kramer wel wat veranderd. Ik merk dat er meer naar mij wordt gekeken als het gaat om dingen waar Sven zich altijd mee bezighield. Als het ijs slecht is, zie ik ze kijken van: ga jij dat even regelen? Of als iets niet bevalt, zeggen ze tegen mij: ‘Bel jij Jac even, jij kan dat maken.’ Maar eh, ik ben wel iets te aardig voor de Sven- rol. Sven kon altijd als geen ander goed duidelijk maken wat hij wilde, en dat ook nog op een nette manier. Lekker vliegen Over vier jaar wil ik er natuurlijk graag weer bij zijn op de Spelen om mijn olympische titel te verdedigen. Ik ben dan 33 en op die leeftijd is het niet vanzelfsprekend om je topniveau nog te halen. Ik ga het vanaf nu per twee jaar bekijken. Als ik merk dat ik mijn niveau niet meer haal, dan kies ik voor mijn andere grote passie en ga ik lekker vliegen. 'Toen ik de titel binnen had, heb ik meteen met mijn vriendin gefacetimed. Dat was het enige moment dat ik brak. Ook Ramona moest een traantje wegpinken' Ik heb een jaar geleden met de pilotenopleiding van de KLM gebeld. Ze hebben geen leeftijdsgrens, maar zeiden wel: ‘We adviseren je om niet te lang te wachten, want dan wordt de kans kleiner dat je als gezagvoerder afscheid kan nemen in de cockpit.’ Ik heb op de terugweg uit Beijing met mijn twee medailles een foto gemaakt in de cockpit, die uiteindelijk KLM wilde posten op hun Instagram. De Flight Academy KLS heeft ook gereageerd. Ik kan ze daaraan herinneren als ze vragen waarom ik pas zo laat aan de opleiding wil beginnen.’ Helden Magazine 64 Het verhaal van Thomas Krol komt voort uit Helden Magazine 64. In het dubbeldikke eindejaarsnummer blikken we terug op het sportjaar 2022 én is er volop aandacht voor het WK Voetbal in Qatar. Virgil van Dijk siert samen met Irene Schouten de cover. Voor Schouten kon het jaar 2022 niet op. Ze won drie olympische titels, de wereldtitel allround en trouwde. In de WK-special lees je interviews met Denzel Dumfries, Matthijs de Ligt, Cody Gakpo en Soufiane Touzani. Daarnaast vertellen vriendinnen Candy-Rae en Laura Benschop over hun leven met WK-gangers Daley Blind en Davy Klaassen én een reconstructie van het masterplan van Van Gaal. Verder in deze editie een uitgebreid interview met olympisch shorttrackkampioen Suzanne Schulting en coach Jeroen Otter. Een terugblik op een bewogen wielerjaar met Merijn Zeeman, Kjeld Nuis kende een jaar vol pieken en dalen én Annemiek van Vleuten presteerde het onmogelijke. Daarnaast liet Dylan van Baarle zien dat zijn tweede plek op het WK in 2021 geen toeval was en is Luc Steins de handballende Messi van Paris Saint-Germain. Giovanni van Bronckhorst kende een geweldig eerste jaar bij Rangers FC. John van ’t Schip won in 1987 de Europa Cup II met Ajax en Hennie Stamsnijder won in 1981 als eerste Nederlander de wereldtitel veldrijden. Als laatste wil Susila Cruijff het gedachtegoed van haar vader voortzetten en blikt voetbalster Vanity Lewerissa terug op een moeilijke tijd. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 64 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van jouw Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Schaatsen

Kjeld Nuis: ‘Ik knok me altijd weer terug’

Voor Kjeld Nuis verliep de aanloop naar de Spelen [...]
Voor Kjeld Nuis verliep de aanloop naar de Spelen verre van ideaal. Een ontstoken hartzakje speelde hem parten, ook werd hij aangereden op de fiets. Mede daardoor slaagde hij er niet in om zich te kwalificeren voor de olympische 1000 meter. Het moest dus gebeuren op de 1500 meter in Beijing. Kjeld pakte zijn derde gouden olympische plak en prolongeerde zijn titel. We nemen een bewogen periode door aan de hand van tien quotes van hem. ‘De schema’s van Gerard van Velde zijn heel prettig en hij durft er ook van af te wijken. Dat is heel fijn, want wij zijn wel topsporters, maar ook mensen van vlees en bloed en geen machines. Kjeld Nuis na zijn contractverlenging bij Team Reggeborgh tot en met de Spelen van 2026.  Wat ik heel fijn vind, is dat bij Gerard niet alles in beton is gegoten. Alles gaat in goed overleg en daar ga ik heel lekker op,” zegt Kjeld, die in april 2020 de overstap maakte van Jumbo-Visma, de ploeg van coach Jac Orie, naar Reggeborgh van Gerard van Velde. “Voorheen werkte ik meer aan de hand van data, zat ik wat meer in een stramien. Dat werkte ook goed, ik werd niet voor niets twee keer olympisch kampioen in 2018. Bij Reggeborgh wordt er in de zomer ook getest en gemeten, hoor, maar het gaat allemaal wat meer op gevoel en dat past mij op dit moment in mijn carrière heel goed. ”Van Velde werd in 2002 olympisch kampioen op de 1000 meter en werd na zijn carrière schaatscoach. “Gerard doet gewoon nog zelf mee aan veel trainingen. Ik zie hem geregeld eerder als ploeggenoot dan coach. Vanmorgen heb ik twee uur gefietst met ploeggenoten Louis Hollaar en Wesly Dijs. Wie denk je dat er ook meereed? Gerard! Hij draaide mee, deed gewoon kopwerk. Hij is op die momenten echt one of the guys, maakt flauwe grappen en is net zo gek als wij. De passie is nog net zo groot als toen hij schaatser was. Zo aanstekelijk, hij zweept ons echt op. Bizar hoe fit hij ondanks zijn vijftig jaar nog is.” De band met Van Velde is in aanloop naar de Spelen in Beijing alleen maar hechter geworden, stelt Kjeld. “Door medische oorzaken ben ik de voorgaande twee jaar verzwakt aan het seizoen begonnen. In 2020 kreeg ik vlak voor aanvang van het seizoen corona, wat grote impact had op het verdere verloop. In de zomer van 2021 kreeg ik na de coronavaccinatie last van een ontstoken hartzakje. Ik moest uitgerekend het olympisch seizoen met een 1-0 achterstand beginnen. Aan Gerard heb ik heel veel gehad in die periode. Hij was heel voorzichtig, luisterde voortdurend naar me. Als ik hem vertelde hoe ik me voelde, zei hij meteen: ‘Oké, dan kunnen we vandaag dit gaan doen tijdens de training.’ Af en toe was het zelfs lossepolswerk. Toen ik olympisch goud won op de 1500 meter ben ik naar Gerard toe gerend en hem in z’n armen gesprongen. Hij ging bijna door z’n rug. We wisten allebei dat het geen makkelijk traject was geweest.” ‘Niemand heeft een vlekkeloze loopbaan, maar sommigen hebben net wat meer beren op de weg.’ Kjeld in de Volkskrant. “Zonder dalen geen pieken, hè,” lacht Kjeld. Dan serieus: “Ik heb best vaak pech gehad. Er is regelmatig wat aan de hand met mij, dat hoort een beetje bij me.” De ellende begon al in zijn jeugd, toen hij bij het gewest Zuid-Holland schaatste. Ouders brachten de talenten om beurten naar schaatsbaan De Uithof. “We zaten met vier kinderen op de achterbank toen een ouder achter op een file reed. Ik brak mijn linker jukbeen, die ook naar binnen was geslagen. Mijn oogkas was zelfs op vier plekken gebroken. De breuk was ook nog open, waardoor ik een groot litteken had. En mijn neus zat aan één kant helemaal los. Het herstel heeft me een jaar gekost. Het gewest Zuid-Holland besloot me in die periode uit de ploeg te zetten. Ze hebben mij geen steun geboden, in plaats daarvan mocht ik ophoepelen... Mijn vader en de trainer van mijn ijsclub hebben trainingsschema’s gemaakt en ik heb ook veel in m’n eentje moeten doen. Het jaar erna reed ik bij het NK iedereen van het gewest eraf. Toen kreeg ik weer een uitnodiging van het gewest... Ik ben daar toch op ingegaan, omdat er met Wim den Elsen een andere coach was. Aan hem heb ik ook heel veel gehad.” In 2009 kreeg Kjeld zijn eerste profcontract, Jac Orie werd zijn coach. Hij vond snel aansluiting bij de wereldtop, maar slaagde er niet in zich te kwalificeren voor de Spelen van 2010 en 2014. Met dank aan een sportpsycholoog leerde hij om te gaan met de spanningen voor belangrijke wedstrijden. Maar aan zijn pech kon ook de sportpsycholoog niets veranderen. De aanloop naar de Spelen verliep verre van vlekkeloos. In november 2020 werd Kjeld geveld door corona. Hij had er lang last van. In de voorbereiding op het olympisch seizoen ging er opnieuw van alles mis. In juni, tijdens een trainingskamp in Collalbo, werd hij tijdens een fietstraining geschept door een automobilist. Kjeld maakte een salto, maar kwam met de schrik vrij. Een maand later werd hij ziek vlak nadat hij een prik met het Pfizer-vaccin had gehad. “Zweterig, druk op de borst, heel erge hoofdpijn en flinke koorts. 'Zweterig, druk op de borst. Ik ging naar het ziekenhuis en daar zeiden ze dat het iets met m'n hart was. Het eerste wat ik dacht was: ik heb een kleine jongen thuis...' Ik ging naar het ziekenhuis en daar zeiden ze dat het iets met m’n hart was. Ik schrok me rot. Het eerste wat ik dacht was: ik heb een kleine jongen thuis... Ik heb 24 uur lang in onzekerheid gezeten in het ziekenhuis, dat waren heel lange uren. Toen bleek dat het om een ontstoken hartzakje ging, waarvan ik prima kon herstellen. Bij iets van één op de twee miljoen mensen kunnen die complicaties optreden na een vaccinatie met Pfizer. Tuurlijk, uitgerekend ik was de gelukkige.” Kjeld ging vlak na zijn ziekenhuisbezoek mee met de ploeg op trainingskamp naar Inzell. Hij postte op Instagram een video waarop hij een salto achterover maakte van de hoge duikplank en niet veel later zat hij opnieuw in het ziekenhuis. “In het zwembad voelde ik ineens weer die druk op m’n borst, opnieuw was ik zweterig en niet lekker. Lag ik weer aan slangen in het ziekenhuis, opnieuw maakte ik me zorgen. Was er niet meer aan de hand dan het ontstoken hartzakje? Ze lieten me snel weer gaan, konden niets vinden. Misschien ben ik iets te snel weer begonnen. Daarna heb ik geen last meer gehad.” Zijn ouders houden geregeld hun hart vast als Kjeld belt. “Als ze opnemen, is altijd de eerste vraag van mijn vader en moeder: ‘Is alles oké?’” Lachend: “Het is in elk geval nooit saai met mij. En het mooie is dat ik me altijd weer terug knok.” ‘Er waren vier touwtjes en ik heb de kortste getrokken. Dat doet ontzettend pijn. Ik heb gister ontzettend veel gejankt.’ Kjeld voor de camera van de NOS. “Dit heb ik geroepen voor de 1500 meter bij het Olympisch Kwalificatietoernooi (OKT). Een dag eerder had ik me niet weten te kwalificeren voor de Spelen op de 1000 meter. Dat ik mijn olympische titel op die afstand niet heb kunnen verdedigen doet nog steeds pijn, man. Als ik terugdenk aan die 1000 meter, dan heb ik niet dingen heel erg fout gedaan. Ik opende in 16,3 seconden, dat was uitstekend. Wat ik mezelf kan verwijten, is dat ik daarna iets te geforceerd reed, waardoor er iets van stress in mijn lijf bleef zitten. Ik zag mijn ploeggenoot Hein Otterspeer heel mooi rijden op de kruising, met lange, harde klappen. Veel meer ontspanning. Bij mij ging het krampachtiger. Dan schaats je niet lekker en red je het net niet...” Na afloop had hij nog wel de kracht om de drie mannen te feliciteren die in Beijing wel op de 1000 meter uit mochten komen: Kai Verbij, Hein Otterspeer en Thomas Krol. “Kijk, ik kan het die jongens niet verwijten dat ze hard hebben gereden, dus feliciteer ik hen. Zo hoort dat, vind ik. Neemt niet weg dat op het moment dat ik hen feliciteerde er wel constant een stemmetje in mijn hoofd zei: ‘Daar had jij moeten staan.’ Ik ben daarna ook meteen weggegaan.” Ploeggenoot Ireen Wüst klopte ’s avonds bij Kjeld aan, om hem voor de 1500 meter een hart onder de riem te steken. “Ireen zei: ‘Je gaat morgen gewoon schaatsen zoals jij het kan. Ga gewoon lekker los en kijk maar wat het wordt.’ Dat heb ik ook gedaan. Toen vond ik wel die ontspanning tijdens mijn rit. Hoewel ik maar twee uur slaap had gehad en heel wat af had gejankt.” De kater van het missen van de 1000 meter is hij nog altijd niet kwijt. “Na het OKT heb ik geen 1500 meter meer verloren en ook op de 1000 meter reed ik daarna telkens goed. Ik won bij de World Cup-finale in een vol Thialf de 1000 en 1500 meter. Fantastisch. Maar het ging wat de 1000 meter betreft natuurlijk afgelopen seizoen om die gouden plak in Beijing. Ik was daar in bloedvorm. Die tien dagen na mijn 1500 meter, tot de 1000 meter, waren echt verschrikkelijk. Ik voelde me daar dagelijks beter worden. In die dagen hield ik mezelf nog voor de gek. Ik was reserve; als Kai, Thomas of Hein niet konden rijden, mocht ik alsnog starten. Maar er viel niemand uit. Ik moest vanaf de tribune toekijken. Thomas pakte de titel in een tijd van 1.07,92. Dat was ongeveer de tijd waarop Thomas en ik na 1000 meter ook doorkwamen op de 1500 meter. Ik dacht toen ik dat zag: ik had daar gewoon moeten starten en een plak mee naar huis moeten nemen. Wat een klote gevoel.” ‘Ik ging in dat sprookje van Ireen mee. Een tranentrekkertje. Het was het beste voorbeeld ever. Dat gaf zoveel inspiratie.’ Kjeld in het AD. “Zo fucking knap van Ireen. Kippenvel toen ik haar zag winnen. Niks wat zij deed was geforceerd, alles klopte gewoon. Toen ik Ireen zag rijden op de 1500 meter, dacht ik meteen: zo moet ik het morgen ook doen. Zij was het allerbeste voorbeeld dat ik kon hebben. Ik haalde zoveel inspiratie uit de rit van Ireen,” zegt Kjeld over zijn ploeggenoot bij Reggeborgh. 'Toen ik Wüst zag rijden op de 1500 meter, dacht ik meteen: zo moet ik het morgen ook doen. Zij was het allerbeste voorbeeld dat ik kon hebben' Ireen Wüst greep op 7 februari op de 1500 meter haar zesde olympische titel. Het was bovendien voor de vijfde Spelen op rij dat ze een individuele gouden medaille won. Dat deed niemand haar ooit na. Wüst zwaaide na de Spelen af en is met zes gouden, vijf zilveren en twee bronzen medailles de succesvolste Nederlandse olympiër ooit. “Wij zaten in Beijing echt in een flow. Ireen en ik zaten echt te genieten samen, dachten: we zijn weer lekker op de Spelen.” Kjeld zat met ploeggenoten Femke Kok en Ireen in een appartement in het olympisch dorp. “We hadden het zo gezellig met elkaar. We schreven dingen voor elkaar op de muur. Zo van: ‘Hé topper, heel veel succes!’ En als je terugkwam van je race was de kamer versierd. We hadden weinig te doen door die klote corona, hadden weinig vrijheid. Dus maakten we er in ons eigen appartement het beste van. Het was heel mooi om Ireen van nabij mee te maken tijdens de Spelen. Ik zag echt nul stress bij haar. En dat straalde ze ook op mij af. We zaten de avond voor de 1500 meter van Ireen nog relaxed een serie te kijken - Nieuwe Buren - onder een dekentje.” Een dag later won Wüst dus goud. Op bijna 36-jarige leeftijd was het weer raak. “Het mooie aan Ireen was: ze deed gewoon wat ze moest doen. Ze deed wat ze kon. Je ziet zoveel sporters ten onder gaan op de Spelen omdat ze in hun hoofd hebben dat ze iets heel speciaals moeten doen. Dan gaat het vaak mis, maak je jezelf alleen maar gek. Ireen zei nadat ze had gewonnen tegen me: ‘Laat je niet gek maken. Ga niet harder openen dan lekker voor je is. Rij gewoon ontspannen weg. Daarna handjes op je rug en doorrijden.’” Vier jaar eerder werd Kjeld op een heel andere manier gemotiveerd. “Toen zwaaide Sven Kramer met de gouden medaille van de 5000 meter voor m’n neus in het appartement, en zei: ‘Zo gozer, morgen jij.’ Ik had nog nooit olympisch goud gewonnen op dat moment, moest ik iets doen wat ik nog nooit gedaan had. Dat was in Beijing anders.” Hij wil Wüst niet bestempelen als zijn mental coach in Beijing. “Maar als je iemand die al zoveel gouden plakken gewonnen heeft, met je praat of je ziet haar haar ding doen, dan geeft dat vertrouwen. Vlak voordat ik moest rijden, reed Thomas Krol een olympisch record. Zelfs op dat moment heb ik niet gedacht: ik moet extra hard mijn best doen. Sterker, ik heb me gewoon ingehouden in de eerste ronde. Daarna heb ik het gas opengetrokken. Precies zoals Ireen het een dag eerder deed. Ik probeerde net als zij zo lang mogelijk rustig te blijven.” ‘Ik zag ook de tijd van Krol, een olympisch record, dus toen dacht ik: dit wordt zwaar. Eerder was ik onder de maat in ritten die zwaar waren.’ Kjeld voor de camera van de NOS. “Natuurlijk was ik zenuwachtig, maar ik hield wel m’n kop erbij, liet me niet afleiden.” Krol, zijn voormalige ploeggenoot bij Jumbo-Visma, had in de rit voor Kjeld 1.43,55 gereden op de olympische 1500 meter. Toen Kjeld klaar ging staan, passeerde hij Krol. Hij gaf zijn rivaal een high five. “Natuurlijk is er rivaliteit tussen Thomas en mij, we zijn de afgelopen jaren toonaangevend geweest op de 1000 en 1500 meter. Maar het is wel een gezonde concurrentiestrijd. Wij kunnen voor een wedstrijd nog even samen in fietsen en een praatje maken tijdens de warming-up. Hij is een heel sociale, sportieve gozer. Ik dacht na zijn rit gewoon: wat een goeie tijd, man, lekker gedaan, pik! Ik dacht: ik geef hem gewoon een high five. Het bewijst ook dat ik vlak voor m’n race de ontspanning kon vinden. Ik kon gewoon blijven rijden en dan win je niet met een honderdste verschil, maar met drietienden. Dat lukt alleen als je rustig blijft.” Kjeld pakte het verschil in de slotronde, finishte in een olympisch record van 1.43,21. “Ik heb nu drie keer een olympische wedstrijd gereden en drie keer gewonnen.” Lachend: “Ik heb nu net zoveel individuele gouden medailles op de Spelen als Sven Kramer. Ik moet me verder niet willen meten met zijn erelijst, hoor, daar kom ik nooit bij in de buurt, maar het is wel een leuk feitje.” ‘Wat een gekke shit, jongen. Ik vloog. Ik heb nu gehaald wat ik heel graag wilde. Dit was het. Ik zou niet hetzelfde gevoel hebben als ik de 110 haal. Nu is het klaar.’ Kjeld in het AD. “Dat snelheidsrecord was een leuk toetje van het seizoen.” Kjeld Nuis brak op 17 maart als eerste schaatser de barrière van 100 kilometer per uur. Op een meer bij het Noorse Savalen wees de kilometerteller 103 aan, tien kilometer per uur harder dan hij vier jaar eerder in het Zweedse Luleå had geschaatst. “Ik wilde heel graag de 100 halen. En nu ik dat heb bereikt, is het mooi geweest. Veel harder dan dit kan in mijn ogen ook niet. Ik vloog soms ook echt. Als je met een gang van honderd kilometer per uur over een heel klein hobbeltje gaat, kom je los van het ijs. Een meter verder kwam ik weer neer. Ik was niet bang, vond het machtig.” Vriendin Joy Beune en de ouders van Kjeld waren mee. “Na vijf uur rijden met de bus vanaf Oslo kwamen we aan op de plek van bestemming. Het was in de wildernis, een soort frozen wereld. De zon ging onder toen ik de baan zag, het was net een droom.” Op het meer was een spiegelgladde drie kilometer lange baan geprepareerd. “Een gast heeft drie maanden lang, eerst met een trekker en daarna met een Zamboni, bijna elke nacht de baan geprepareerd. Nachtenlang is hij op en neer gereden. Speciaal voor mij. Bizar.” Het record werd net als in 2018 geïnitieerd door zijn sponsor Red Bull. “Zij vinden het leuk om bizarre records neer te zetten. Red Bull heeft na de vorige keer zaken geperfectioneerd op het gebied van materiaal en tactiek. Ik had een Red Bull Dakar rally-auto voor me met daarachter een scherm die de wind voor me weghield. Die auto had heel veel grip en ging onwaarschijnlijk snel op het ijs. Veel beter dan de vorige keer en daardoor kon ik ook veel harder.” De video waarin Kjeld het record haalt, ging viral. “Nature en nog een aantal accounts met bizar veel volgers deelden het. Het haalde ook het nieuws in Australië en het werd opgepikt in Zuid-Korea en Amerika. Oud-basketballer Shaquille O’Neal heeft het gedeeld. Toen ik dat zag, dacht ik: holy shit, echt vet.” ‘Na 80 jaar samen, hem nog geen maand kunnen missen. Nu al weer samen. Lieve Oma, je was geweldig!’ Kjeld op 12 april op Instagram na het overlijden van zijn oma. “In maart, de week voor de World Cup-finale in Heerenveen, overleed mijn opa. De dag na de finale was de crematie. Het was voor het eerst dat ik iemand verloor uit mijn familie. Die oude baas was dik in de negentig. Op zich een mooie leeftijd, maar hij was op zijn oude dag nog heel fit. Ineens was het klaar. Na het overlijden van opa hebben mijn ouders en mijn oom en tante mijn oma verhuisd naar een verzorgingshuis. Ze had nog best wel zin in het leven, maar ging zo snel achteruit. Eigenlijk doordat ze in de war raakte omdat opa er niet meer was. Drie weken na het overlijden van mijn opa overleed mijn oma. Het heeft ergens ook iets romantisch: mijn opa en oma hebben samen een mooi leven gehad en zijn al heel snel weer samen. Maar het was ook heel pittig voor de familie.” Zijn grootouders waren erg betrokken bij de carrière van Kjeld. “Ze hebben nog gezien dat ik goud won in Beijing. Toen ik in 2018 twee keer olympisch goud won, hebben ze in de kroeg gekeken. Ik heb een van de foto’s die toen is gemaakt gepost op Instagram nadat mijn oma overleed. Ze waren elkaar aan het knuffelen op die foto, waren emotioneel nadat ik goud had gewonnen op de 1000 meter. Ze leefden altijd zo mee met me. Mijn opa ging mee naar mijn allereerste schaatswedstrijd. Ik heb toen nog op een briefje geschreven na afloop: ‘Lieve opa, bedankt dat je erbij was. Deze beker hebben we samen gewonnen.’ Als ik het er nu over heb, word ik weer emotioneel.” ‘Jax is net zo’n stuiterbal als ik. Ik hoor mezelf tegen Jax dingen zeggen als: ‘Pas nou op, niet meteen van de hoogste duikplank springen hè, zet je wel je helm op...’ Kjeld in een interview met tijdschrift Vriendin. “Ik was onlangs met hem en een vriendje naar zo’n trampolinepark. Prachtig. Dan kan het niet gek genoeg. Precies zoals ik ook was. Ik heb geregeld het gevoel alsof ik in de spiegel kijk als ik Jax zie. Dat zeggen mijn ouders ook. Jax is een kopie van mij als kind,” zegt Kjeld over zijn zoontje die in september zes werd. Hij ervaart nu wat zijn ouders meemaakten met hem, toen hij kind was. “Ik zag Jax laatst met een rotgang voorbij scheuren, ging snel naar buiten. Had hij de elektrische step van de buurjongen geleend. Zonder helm en met het stuur op ooghoogte kwam hij voorbij racen. Toen ik vroeg hoe hard dat ding ging, riep hij: ‘Wel 25, pap!’ Ik hield m’n hart vast, riep nog: doe even normaal, joh. Maar ja...” Kjeld beschrijft zichzelf als een vader die zijn zoon ‘redelijk vrij’ laat. “Ik ben met een paar dingen streng, wil dat hij goed en gezond eet en dat hij op tijd naar bed gaat.” ‘Ik ben er sowieso blij mee dát er een bondscoach is, dat heeft natuurlijk veel te lang geduurd. Dat had eigenlijk in mei al moeten gebeuren. De concurrentie heeft Nederland op dat vlak ontzettend hard ingehaald, dan pak je dat als allereerste op, lijkt mij.’ Kjeld tegen de NOS na de aanstelling van Rintje Ritsma als bondscoach. “Ik ben heel blij dat Rintje de ploegenachtervolging op zich gaat nemen. Vroeger was ik fan van Rintje, had een poster op m’n slaapkamer van hem.” Ik mag Rintje graag, heb goed contact met hem. Ik denk dat hij in zijn rol als bondscoach heel veel jongens en meiden mee gaat krijgen om zich in te gaan zetten voor de ploegenachtervolging. Rintje heeft gezag, naar hem luister je wel. Hij weet ook hoe het voelt om een ploegenachtervolging te rijden. We hebben echt iemand nodig als Rintje als we in dit onderdeel willen uitblinken.” Kjeld stelde zich meteen na de Spelen in Beijing, waar de vrouwen brons wonnen en de mannen vierde werden op de ploegenachtervolging, al beschikbaar. Hij zag dat Nederland de slag heeft gemist. “Er is een nieuwe tactiek. De eerste rijder blijft heel lang op kop en de schaatsers duwen elkaar. Die manier van rijden is heel succesvol gebleken. Ik denk dat ik de rondetijden die gevraagd worden prima aankan. Ik weet alleen niet of ik het tempo drie kilometer lang kan volhouden. Maar ik zag bij de Noren, die olympisch kampioen werden, een jongen tot het einde goed meerijden die ik er op de 1500 meter opleg. Hij werd geduwd en daardoor kon hij dat volhouden. Toen ik dat zag, dacht ik: ik wil het ook proberen. Patrick Roest en Marcel Bosker zijn echt heel sterk wat inhoud betreft, maar essentieel is ook dat je een hoge snelheid meeneemt de eerste ronde in. Als het lukt om de duwtechniek er goed in te slijpen en de andere twee jongens kunnen mij duwen op het laatste stuk, dan hoop ik dat ik een vaste waarde kan worden.” Bij Reggeborgh traint hij al enkele keren per week met ploeggenoten op dit onderdeel. “We moeten wel, vinden we. We hebben sinds de Spelen niets aan de KNSB gehad. Er was geen bondscoach. We hebben daarom besloten het zelf op te pakken.” Nederland kent een structuur van commerciële ploegen. De rijders uit die ploegen trainen samen. Volgens Kjeld hoeven de rijders voor de ploegenachtervolging niet per se uit dezelfde ploeg te komen om in 2026 succesvol te zijn op de Spelen. “Wij zijn op dit moment volgens mij de enige ploeg die hier hard en serieus op trainen. Maar je moet uiteindelijk de schaatsers nemen die samen het hardst rijden. Ik denk dat Patrick Roest en Marcel Bosker sowieso bij de beste drie horen op dit onderdeel. Ik wil er ook graag bij zitten, maar weet nog niet of ik het kan. Als ik het niet volhoud, of de ploeg gaat in een andere samenstelling harder, dan moet Rintje daarvoor kiezen. Ik vind gewoon dat wij dit mooie onderdeel heel serieus moeten nemen.” ‘Ik heb drie olympische races gereden en drie olympische titels behaald. Misschien is er iets magisch met mij op de Spelen. Ireen Wüst is nu 36, dat is net zo oud als ik over vier jaar in Milaan ben. En als ik nog iets wil, dan is het een olympische titel in Milaan.’ Kjeld Nuis nadat hij zijn contract met Reggeborgh verlengde met vier jaar. “Ik ben niet iemand die zegt: ik probeer het eerst twee jaar en dan zie ik het wel. Daar kan ik niks mee. Ik wil een route van vier jaar uitstippelen en daar honderd procent voor gaan. Het zal mijn carrière niet meer maken of breken of ik de Spelen haal of niet. Dat is een geruststellend gevoel.” Kjeld zou het traject niet ingaan als hij de kans klein acht dat hij erbij is in Milaan. “Ik ben na mijn olympische titels in Zuid-Korea nog vier jaar heel goed geweest en ik denk dat ik dat nog een paar jaar kan zijn.” Met het stoppen van Kramer en Wüst hebben er bovendien al twee schaatsiconen afscheid genomen... “Ik heb nu twee keer ervaren wat voor gevoel die Spelen bij me losmaken, heb daar nog geen genoeg van. Daar weegt gewoon helemaal niks tegenop.” Lachend: “Laat ik in Milaan dan maar die ouwe lul proberen te zijn die het nog een keer flikt.” Helden Magazine 64 Het verhaal van Kjeld Nuis komt voort uit Helden Magazine 64. In het dubbeldikke eindejaarsnummer blikken we terug op het sportjaar 2022 én is er volop aandacht voor het WK Voetbal in Qatar. Virgil van Dijk siert samen met Irene Schouten de cover. Voor Schouten kon het jaar 2022 niet op. Ze won drie olympische titels, de wereldtitel allround en trouwde. In de WK-special lees je interviews met Denzel Dumfries, Matthijs de Ligt, Cody Gakpo en Soufiane Touzani. Daarnaast vertellen vriendinnen Candy-Rae en Laura Benschop over hun leven met WK-gangers Daley Blind en Davy Klaassen én een reconstructie van het masterplan van Van Gaal. Verder in deze editie een uitgebreid interview met olympisch shorttrackkampioen Suzanne Schulting en coach Jeroen Otter. Een terugblik op een bewogen wielerjaar met Merijn Zeeman en Annemiek van Vleuten presteerde het onmogelijke. Daarnaast liet Dylan van Baarle zien dat zijn tweede plek op het WK in 2021 geen toeval was en is Luc Steins de handballende Messi van Paris Saint-Germain. Thomas Krol won op zijn eerste Spelen meteen goud en zilver. Maar het ging niet vanzelf. Giovanni van Bronckhorst kende een geweldig eerste jaar bij Rangers FC. John van ’t Schip won in 1987 de Europa Cup II met Ajax en Hennie Stamsnijder won in 1981 als eerste Nederlander de wereldtitel veldrijden. Als laatste wil Susila Cruijff het gedachtegoed van haar vader voortzetten en blikt voetbalster Vanity Lewerissa terug op een moeilijke tijd. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 64 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van jouw Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.