Word abonnee

Schaatsen

Schaatsen

De nalatenschap van Sven Kramer

Begin 2022 was het einde in zicht voor Sven Kramer, de [...]
Begin 2022 was het einde in zicht voor Sven Kramer, de dagen begonnen te tellen voor de sportman Sven Kramer  In aanloop naar zijn laatste Spelen. legden we de man die jarenlang het schaatsen domineerde en kleur gaf, stellingen voor. Ireen Wüst en ik hebben het schaatsen sportief en commercieel naar een hoger plan getild “Ik denk wel dat wij wat teweeg hebben gebracht binnen het schaatsen en de Nederlandse sport. Dat hebben we in onze beginjaren ook samen met TVM gedaan. Ireen en ik zijn lange tijd dominant geweest en hebben voor continuïteit in titels gezorgd. Daarvóór was het allemaal relatief vluchtig. Schaatsers presteerden vaak een jaar of drie goed. En ploegen kregen snel een andere naam. Ireen en ik hebben zeker in de omgang richting publiek en media een verandering teweeggebracht. Ik denk dat wij nooit bang zijn geweest om onze ambities uit te spreken. Wij zeiden dat we maar met één resultaat tevreden waren: goud. Dat was rond onze eerste Spelen in Turijn, in 2006, niet heel gebruikelijk in de Nederlandse sport. Sterker nog: daar was behoorlijk weerstand tegen in het begin. Ik heb er nooit wakker van gelegen dat mensen er wat van vonden als ik iets riep. In deze tijd is het veel normaler dat sporters hun ambities hardop uitspreken. Kijk naar Max Verstappen en Mathieu van der Poel. Nu vindt iedereen het gaaf dat zij roepen dat ze alleen tevreden zijn met de winst. 'Die druk kennen Verstappen en Van der Poel ook. Daarom vond ik het zo knap dat Max deed wat-ie moest doen' Ireen leek altijd wat bescheidener dan ik, maar vergis je niet, zij is ook een echte killer. We hebben in de TVM-jaren onbewust veel aan elkaar gehad. We waren een jaar of zestien toen we bij Jong Oranje voor het eerst samen in een ploeg kwamen. Ireen komt uit een heel ander gezin dan ik. Bij mij is topsport veel meer met de paplepel ingegoten, mijn vader was immers ook schaatser. Ik wist eerder wat je moest doen en laten om prof te zijn, maar Ireen heeft het heel snel opgepakt. Ik begrijp goed wat ze bedoelt als ze zegt dat ze mij ziet als haar schaatsbroer. En nu zal de vraag komen of wij vervangbaar zijn. Ik hoop oprecht dat er geen sportief gat ontstaat als Ireen en ik gestopt zijn. Ik noem het ook zeker geen ramp dat Ireen en ik stoppen. Om het dat stempel te geven, zou getuigen van zelfoverschatting. Het zal misschien even wennen zijn als Ireen en ik er niet meer bij zijn, maar uiteindelijk is iedereen, ook ik, vervangbaar. Dat hoop en denk ik. Er komen weer nieuwe helden. We laten op dit moment wel een sport achter die, vind ik, iets te veel onder druk staat." Op mentaal vlak ken ik mijn gelijke niet in de Nederlandse sport “Moeilijk te zeggen. Ik lees geregeld verhalen over mentale problemen bij topsporters. De drempel om erover te praten is lager geworden, dat is zeker zo. Ik zal het ook niet snel veroordelen als sporters zich hierover uiten, maar ik heb wel het idee dat het vandaag de dag niet meer stoer is om fysiek en mentaal af te zien. Het moet vooral gezellig en leuk zijn tegenwoordig. Fijn met z’n allen weg. Nou, dat interesseert mij totaal niks. Het begint nu in de sport soms wel erg soft te worden, vind ik. Geloof me, als je een lange carrière hebt, dan zit er altijd wel een half jaar bij dat het helemaal niks is. Dat kan sportief zijn, dat kan fysiek zijn, dat kan mentaal zijn en dat kan thuis zijn. Het gaat allemaal voorbijkomen, maar de kunst is om dan wel te blijven leveren. Dat is lastig. Na de Spelen van Vancouver in 2010 was ik er een jaar uit met een blessure aan mijn bovenbeen. Dat was voor mij een moeilijke periode. De Spelen in Vancouver waren ook pittig, zeker na afloop. Ik was 23 jaar en Vancouver werd omgedoopt in Svencouver. De druk op mijn schouders was enorm. Die immense druk kennen Max Verstappen en Mathieu van der Poel ook. Daarom vond ik het zo waanzinnig knap dat Max ondanks alle gekte op Zandvoort en in de laatste GP van het seizoen gewoon deed wat-ie moest doen: winnen. Iedereen verwachtte het en hij deed het. Hetzelfde met Mathieu in de Tour de France. Iedereen keek naar hem, verwachtte dat hij even de gele trui zou pakken in zijn eerste Tour. En het lukte hem ook nog om de eerste week in het geel te rijden. Dat is zo knap.” Ik wordt nog weleens gillend wakker van de foute wissel op de 10.000 meter in Vancouver “Het zal altijd wel lastig blijven, maar ik word er echt niet meer wakker van. Het is niet zo dat ik een heel psychologisch ding van die foute wissel heb gemaakt, of zo. Het is niet leuk en het was heel heftig, maar het leven gaat gewoon door. Natuurlijk hebben mijn coach Gerard Kemkers en ik erover gesproken, maar we hebben er ook geen boeken over vol geschreven. Uiteindelijk zijn we ook nog vier jaar met elkaar doorgegaan binnen dezelfde ploeg. Dan ga je ook niet meer elke dag over Vancouver praten, want dan zit je jezelf alleen maar in de weg. Het was wel de zwartste bladzijde uit mijn carrière. Dat zeker. Ik heb negen jaar met Gerard gewerkt bij TVM, dat waren negen goede jaren. In 2014 maakte ik de overstap naar Jac Orie en Jumbo-Visma. Ik had niet eerder met Jac willen werken, vind het prima zoals het allemaal is gelopen. Ik heb nergens spijt van en ik had het ook voor geen goud anders willen doen.” Veel mensen hebben een verkeerd beeld van mij, ik ben veel socialer dan men denkt “Dat denk ik wel. Maar ik vind het niet zo erg dat mensen een verkeerd beeld van me hebben, hoor. Als de mensen die dicht bij me staan maar een goed gevoel bij me hebben. Ik ben er voor hen als ze me nodig hebben en dat weten ze hopelijk ook. Zoals zij er andersom ook voor mij zijn als ik hen nodig heb. Dat vind ik het allerbelangrijkste. Wat de buitenwereld van mij vindt of denkt, doet me niet zoveel. Ik zie mijn schaatsschool, de Sven Kramer Academy, echt als mijn nalatenschap, mijn legacy. Ik vind het leuk om daar samen met goeie mensen mee bezig te zijn en ben heel blij dat mijn goede vriend en oud-collega Douwe de Vries de dagelijkse leiding heeft. Fijn dat de SKA nu goed draait. Het kost veel energie om alles op z’n plek te laten vallen. Ik had dit initiatief zes jaar geleden nooit gestart. Maar de laatste jaren heb ik nagedacht hoeveel het schaatsen mij heeft gebracht en wat ik het schaatsen heb gebracht. Maar het belangrijkste is dat ik er zoveel lol aan heb beleefd. Daar wilde ik wat mee. Ik gun iedereen die lol. Het doet me echt pijn als kinderen niet dezelfde kansen krijgen die ik kreeg toen ik jong was. Ik realiseerde me dat het zonde zou zijn om straks uit te checken zonder dat ik iets terug heb gedaan voor de sport. De provincie Friesland wil de komende jaren duizenden schoolkinderen kennis laten maken met schaatsen en lessen subsidiëren. Schaatsen is een deel van de cultuur in Nederland. Het zit in ons DNA en dat is ook waarom iedereen gek wordt als er natuurijs ligt. Er zijn genoeg Europese landen waar ’s winters ijs ligt, maar alleen als het in Nederland vriest, is iedereen meteen in rep en roer. Fascinerend om te zien en dat verklaart meteen de kracht van onze sport. Dat is ook de magie, de reden waarom schaatsen altijd zal blijven, denk ik. In Friesland moeten de komende jaren tienduizend schoolkinderen het ijs op. Ik geloof er heilig in dat wij de organisatie hebben om dat voor elkaar te krijgen. Ik ben het eens met Jac Orie dat bewegen sowieso een enorm probleem aan het worden is voor de Nederlandse jeugd. Soms zie ik het ook om me heen. Corona heeft dit probleem alleen maar groter gemaakt. We moeten echt met z’n allen in actie komen. Iedereen moet inzien dat sport juist in deze tijd zo belangrijk is. Hoe mooi is het als je het immuunsysteem kan ondersteunen door te sporten? Wij proberen ons steentje daaraan bij te dragen.” Meer lezen? Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee. Of schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Schaatsen

Thomas Krol: Liever goud dan het populairste jongetje van de klas

Hij transformeerde van een labrador in een pitbull. Thomas [...]
Hij transformeerde van een labrador in een pitbull. Thomas Krol (29) is de twijfel voorbij. Hij won afgelopen jaar de Europese titel sprint en werd voor de tweede keer wereldkampioen op de 1500 meter. Voor minder dan goud doet-ie het in Beijing niet. Nog steeds zit Thomas Krol tijdens een trainingskamp het liefst in een hoekje de wereld te observeren. Of hij is op zijn kamer met een flightsimulator een reis van pakweg Amsterdam naar New York aan het maken. Maar de Thomas die al blij was met een derde plaats bestaat niet meer. Zijn eerste seizoen bij Team Jumbo-Visma, in 2018, was pittig. Sven Kramer en coach Jac Orie leerden hem de compromisloze wetten van de topsport en maakten Thomas duidelijk dat hij niet langer tegen anderen op moest kijken en zich al helemaal niet moest laten kleineren. “Ik weet nog dat ik Denis Joeskov voor liet gaan op de kruising in mijn eerste seizoen bij Jumbo-Visma. Jac zei meteen: ‘Als je Joeskov nog één keer voorrang geeft, dan ram ik je van die kruising af.’ Harde taal. Maar op een gegeven moment begon Jac, afgaande op mijn testen, ook te zeggen: ‘Jij kunt alles winnen.’ Toen hij dat riep, dacht ik: het zal wel. Derde of tweede kon ik misschien wel worden, maar winnen? Nee, dat niet. Kjeld Nuis was de grote meneer op de 1000 en 1500 meter, hij reed zo fantastisch. Ik keek gewoon tegen Kjeld op. Hoewel ik steeds beter begon te schaatsen, bleef ik het gevoel hebben dat ik hem niet kon verslaan. Totdat ik de wereldbekerwedstrijd in Heerenveen won in december 2018. Kjeld werd vijfde. Ik noem dat nog altijd mijn mooiste overwinning. Vanaf die dag wist ik dat ik van iedereen kon winnen.” 'Mijn moeder riep vaak dat ik een pitbull moest worden, nou, ik heb geluisterd, ben van een labrador veranderd in een pitbull' Jouw moeder stuurde je nadat je afgelopen seizoen Europees sprintkampioen werd een app met een rood kruis door de foto van een labrador en een groen vinkje bij de foto van een pitbull. Knikt: “Ik werd altijd de labrador retriever genoemd, was soms te lief. Nu bijt ik meer van me af, durf ik voor mezelf te kiezen. Mijn moeder riep vaak dat ik meer een pitbull moest worden, nou, ik heb geluisterd, ben van een labrador veranderd in een pitbull.” Vuurdoop Had je tot die tijd wel de mentaliteit van een topsporter? “Ik had wel de juiste mentaliteit om keihard te werken, maar niet om iedereen er in een wedstrijd af te rijden. Ik hield er ook niet van om te roepen dat ik iedereen wel even zou verslaan, dacht dan: stel dat ik roep dat ik ga winnen en ik word uiteindelijk vijfde, dan sta ik mooi voor lul.” Is dat veranderd? “Nou, ik zeg nog steeds niet dat ik de beste ben. Maar ik durf wel te zeggen dat als ik net zo rij als vorig seizoen, ik een heel goede kans maak op olympisch goud. Dat had ik vijf jaar geleden nooit gezegd.” Ben je ook wat meer een klootzak geworden? “Misschien wel. Je moet ook gewoon egoïstisch zijn als topsporter en dat was ik niet. Ik was altijd maar bezig met hoe ik anderen kon helpen. Als iemand me vroeg om zijn materiaal bij te stellen, dan zei ik: natuurlijk, ik kom eraan. Ik vergat mezelf ook wel een beetje.” En daar werd je dan door Sven Kramer keihard op gewezen? Thomas knikt. “Het leek alsof hij me voor de bus probeerde te gooien. Ik vond dat in het begin wel moeilijk om mee om te gaan. Na een tijdje merkte ik dat Sven het juist helemaal niet gemeen bedoelde, hij wilde de anderen juist aansporen het maximale uit zichzelf te halen. Bij de allereerste fietstraining werd ik al op de pijnbank gelegd. ‘Ga maar even op kop fietsen,’ zeiden ze. Ik kwam net van vakantie, zat binnen drie minuten met een hartslag van boven de 190. Ik kon niet meer. Kramer pakte zijn telefoon, deed alsof hij belde en zei keihard: ‘Cancel dat contract maar, dat wordt helemaal niks.’ Ik vond het eerst heftig. Ik dacht toen: dat is gemeen. Na een tijdje stelde ik me de vraag wat ik tegen die opmerkingen kon doen. En tot slot leerde ik van me af te bijten. Dat laatste deed ik voor het eerst twee weken voor mijn eerste World Cup-zege. Ik zei wat terug toen Sven een opmerking maakte en hij vond dat alleen maar mooi. Nu zie ik het als een beetje plagen. Je moet gewoon kunnen incasseren.” Helden Magazine 60 Het eerste gedeelte van het verhaal van Thomas Krol komt voort uit Helden Magazine 60. Deze editie staat voor een groot deel in het teken van de Olympische Spelen, waar Golden Girl Suzanne Schulting vier jaar geleden ‘zomaar’ olympisch kampioen werd en nu de favoriet is op elke afstand. In Helden Magazine 60 lees je een uitgebreid interview met succesvolste Nederlandse olympiër, Ireen Wüst. Krijgt Sven Kramer in aanloop naar zijn laatste Spelen tien stellingen voorgelegd, spreken we met Antoinette de Jong over trouwen en een nieuwe koers én lacht het leven Irene Schouten toe, al weet ze ook maar al te goed hoe de andere kant van de medaille eruitziet. Ook in Helden Magazine 60 wist Botic van de Zandschulp in 2021 de sprong naar de top honderd te maken, maar dat is pas het begin voor de 26-jarige tennisser. Een gesprek met Peter Bosz over stress, Ajax en zijn ambitie om op een dag bondscoach te worden. Naast speler van Atalanta Bergamo en Oranje is Marten de Roon ook influencer. Op basis van 10 social media-posts gingen wij het gesprek met de voetballer aan. En hoe goed is Lionel Messi nog? We vroegen het aan Ronald Koeman, Henk ten Cate, Ruud Gullit, Giovanni van Bronckhorst, Ron Vlaar en Edwin Winkels. Verder zijn Chris Vos en Lisa Bunschoten de beste paralympische snowboarders van Nederland. In aanloop naar de Paralympics gingen we bij hen langs én een reconstructie van het olympisch goud op de 1000 meter met Gerard van Velde. Victoria Koblenko probeert daarnaast Jorden van Foreest schaakmat te zetten én Samantha van Diemen staat in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij De Liefdesbrief. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 60 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Schaatsen

Irene Schouten: ‘Ik hoef geen schouderklopjes’

Irene Schouten(29) is al een tijd in bloedvorm, [...]
Irene Schouten(29) is al een tijd in bloedvorm, maar 2022 moet echt haar jaar worden. De schaatsster van Team Zaanlander hoopt op olympisch succes in Beijing en er staat ook een huwelijk gepland. Het leven lacht haar toe, maar Irene weet ook hoe de andere kant van de medaille eruitziet. “Geweldig dat mijn moeder dit nog kan meemaken.” Een 1500, 3000 en 5000 meter. Gevolgd door de mass start en een ploegenachtervolging. En als ze ’s avonds nog tijd over heeft, rijdt ze ook nog een marathon. Irene Schouten beheerst het allemaal, het lijkt alsof ze op haar 29ste nergens haar hand voor omdraait. Na een optreden staat ze met rode wangen nog van de inspanning voor de camera’s. Om woorden zit ze nooit verlegen, een lach is nooit ver weg. Irene is als een mooie fles rode wijn, met het klimmen van de jaren wordt ze steeds maar beter. Tijdens marathons en de massastart was ze altijd al een klasse apart. Op de marathon won ze alleen al vijf Nederlandse titels op rij. En op de mass start werd ze twee keer wereldkampioen, een keer Europees kampioen, twee keer derde van de wereld en in 2018 werd ze derde tijdens de mass start op de Spelen. Maar op de 3000 en 5000 meter staat er momenteel ook geen maat meer op haar. Vorig jaar werd ze de eerste Nederlandse wereldkampioen op de 5000 meter, nadat ze ook al WK-brons had gepakt op de 3000 meter. En in oktober pakte ze in Heerenveen op beide ‘klassieke’ afstanden de Nederlandse titel in een baanrecord. World Cup-zeges rijgt ze dit seizoen aaneen en geen baanrecord is veilig als Superwoman op het ijs verschijnt. Irene, vorig jaar ook een belangrijke schakel in de gouden ploegenachtervolging bij de WK, moet toch even naar woorden zoeken als ze de vraag krijgt wat haar geheim is. “Nou, ehh... Ik weet eigenlijk niet waarom ik het nu wel kan.” Ze is even stil en legt dan hardop denkend een paar mogelijkheden op tafel. “Ik heb de laatste jaren heel hard gewerkt aan mijn basis, daardoor lijkt het me op het ijs nu makkelijker af te gaan. Ik reed altijd wel oké, maar het laatste stukje ontbrak. Dat heb ik nu gevonden, denk ik. Ik rij technisch ietsje beter, waardoor het voelt dat ik meer controle en macht heb. Ik heb tijdens wedstrijden de laatste tijd het gevoel dat ik steeds nog een beetje harder kan. Dat had ik eerder niet. Ik weet heel goed hoe het voelt als het niet helemaal gaat zoals ik voor ogen heb. Ik geniet er nu heel erg van dat het zo goed gaat. Misschien is dat wel de sleutel, dat ik er nu zo van geniet... Ach, ik weet het gewoon niet. Raar hè?” Vier jaar geleden kwam je alleen uit op de massastart op de Spelen, in Beijing wacht een overvol olympisch programma. Sta je weleens van jezelf te kijken de laatste tijd? “Nou, ik ben geleidelijk beter geworden. Doordat het met kleine stapjes is gegaan, sta ik minder stil bij mijn ontwikkeling. Soms met trainingen denk ik weleens: zo, dit was echt heel goed. Na zo’n goede training zeg ik altijd tegen mezelf: nou Irene, je bent op de goede weg.” Jij bouwt races op de 3000 en 5000 meter mooi op. Waar je veel schaatssters kapot ziet gaan tegen het einde, begin jij alleen maar te versnellen. Wanneer voel jij dat het jouw dag is? “Meestal na twee ronden. Maar toen ik vorig jaar de wereldtitel pakte op de 5000 meter duurde het langer, kwam ik er pas na vijf ronden echt goed in. Het voelt heerlijk om het gevoel te hebben dat je ergens de volledige controle over hebt. Ik word minder moe op die momenten, terwijl ik wel een heel goede tijd rijd. Ik heb dan vaak het gevoel dat ik nog wel harder had gekund. Dat is zo’n fijn gevoel.” Kan jouw coach Jillert Anema je bereiken tijdens een race? “Als ik niet goed gefocust ben, dan wel. Als ik een heel slechte focus heb, kan ik tijdens een wedstrijd ook weleens denken aan dingen buiten de schaatsbaan. Maar als ik goed gefocust ben, zie ik wel dat Jillert er is, maar hoor ik niet wat hij zegt. Maar hij zegt ook nooit zoveel op de kruising, hoor. En wat mijn focus betreft: die heb ik steeds beter op orde. Ik krijg daar ook al vijf jaar lang hulp bij van een mentale coach. Focussen is altijd mijn zwakke punt geweest. Vroeger op school zat ik tijdens de lessen al naar buiten te kijken, vond ik het ook al moeilijk me te concentreren.” Over focus gesproken. De deskundigen denken dat er een verklaring is tussen corona, het gebrek aan marathonwedstrijden en jouw goede rijden op de langebaan van de afgelopen tijd. Klopt dat? “Vorig jaar waren er geen marathons door corona, maar om dat als verklaring te geven voor mijn goede rijden, vind ik te kort door de bocht. Als iemand dat op televisie roept, dan nemen de mensen thuis dat voor waar aan. Ik reed eind oktober bijvoorbeeld de marathon in Amsterdam en een week later reed ik een baanrecord bij het NK in Heerenveen. Dan kun je niet zeggen dat de marathon niet goed voor me is. Ik blijf ook marathons rijden in weekenden dat het kan, het is niet dat ik die laat schieten om me volledig te focussen op de langebaan. Een marathon van tachtig rondjes rijden is niet heel zwaar. Het probleem is het vele reizen. Ik rij elke dag vanuit Hoogkarspel naar Heerenveen voor de training en voor World Cups zitten we veel in het buitenland. Als ik elke week ook nog naar de andere kant van het land moet om een marathon te rijden, dan gaat me dat opbreken met het oog op de langebaan. Daarom zeg ik af en toe: ik rij geen marathon, omdat ik moet rusten. Het vele schaatsen is het probleem niet. Gretha Smit combineerde ook het marathonschaatsen en skeeleren met de langebaan. Ik was fan van haar als klein meisje. Gretha won in 2002 onder meer olympisch zilver op de 5000 meter. Ik zag aan Gretha dat de marathon juist een heel goede training kon zijn voor de langebaan. Dat geldt niet alleen voor mij, maar ook voor mijn ploeggenoot Jorrit Bergsma. Vanuit de marathons ben ik geworden wie ik nu ben, dat is mijn basis. Ik moet niet ineens iets heel anders gaan doen.” Maken de hardheid en conditie die je op hebt gebouwd in de marathons nu het verschil op de langebaan? “Misschien wel. En dat gecombineerd met de vele uren op de fiets en skeelers, het trainen met de jongens. Ik heb er vroeger ook heel bewust voor gekozen om niet in een team te rijden tijdens marathons en skeelerwedstrijden. Als iemand demarreerde, moest ik in m’n eentje de gaten dichtrijden. Ik ben daar mentaal en fysiek wel sterk door geworden. Alles wat ik in mijn leven heb gedaan, is een investering geweest die zich nu uitbetaalt.” Wat is de hand van Jillert Anema in jouw ontwikkeling? “Zijn programma past heel goed bij mij, hij heeft me geholpen om die basis te leggen. Fysiek was ik altijd al in orde, maar op technisch en mentaal vlak was nog winst te boeken. De komst van Arjan Samplonius bij de ploeg heeft mij ook geholpen. Voorheen moest Jillert alles alleen doen. Hij coachte mannen en vrouwen, marathon en langebaan. De verdeling en structuur zijn nu beter, er is meer rust in de ploeg. En Jillert en Arjan vormen samen een goed team.” Geven ze jou de laatste tijd vaak complimenten? “Van hen krijg ik niet veel complimenten. Ik hoef ook geen schouderklopjes, weet zelf wel of ik goed schaats, dat hoeft niet iemand nog even tegen me te zeggen. Als het goed gaat, hoef ik niet veel aandacht te krijgen. Pas als het slecht gaat, wil ik dat ze er voor me zijn.” In 2017 zei je dat deelname aan de Elfstedentocht voor alles gaat, dus ook voor de Spelen. Je geldt nu als favoriet voor olympisch goud op meerdere afstanden, heb je je mening herzien? “Als er in februari een Elfstedentocht geschaatst kan worden, dan kies ik daarvoor.” Lachend: “Er zijn meer olympisch kampioenen dan Elfstedentocht-winnaars, hè. Sportief gaat het Irene voor de wind, maar privé heeft ze het niet altijd makkelijk. Haar moeder kreeg in november 2016 een zware hersenbloeding. Vijf dagen per week woont zij tegenwoordig in een verzorgingshuis en dat heeft uiteraard grote impact. Moeder Jolanda was altijd het middelpunt van het gezin, dat naast Irene verder bestaat uit vader Klaas, zus Catherine en broers Simon en Klaas junior. Het draait niet alleen om sport bij de familie Schouten, maar ook om de grote bloem- en bloembollenkwekerij van vader Klaas en haar broers Simon, die anderhalf jaar geleden stopte met schaatsen, en Klaas junior. Regisseur Barbara Makkinga volgde het gezin twee jaar lang voor de EO-documentaire Het leven gaat niet altijd over tulpen. De docu was begin juni te zien op tv. “We hebben zoveel reacties gekregen, zelfs vanuit het buitenland. Mijn vader kreeg onlangs weer een brief van iemand die in een vergelijkbare situatie zit als wij met mijn moeder en wat hij in de documentaire zag, herkende hij heel erg. Maar we krijgen ook berichten van mensen die zoiets niet hebben meegemaakt, maar die gewoon willen laten weten dat de documentaire hen heeft aangegrepen. Krijgen we een bericht als: ‘Ik wist nooit precies hoe liefde eruitzag, maar na het zien van de documentaire en hoe jullie als gezin omgaan met de situatie weet ik pas echt wat liefde is.’ Of we horen van mensen dat ze er niet van konden slapen, dat ze ’s nachts moesten huilen. Maar we kregen ook een reactie van iemand die zei: ‘Blijf hoop houden dat het nog veel beter kan worden met jouw vrouw en jullie moeder. Wij hebben iemand thuis die negen jaar na een hersenbloeding nog steeds stappen maakt.’ De boodschap die wij wilden geven met de documentaire, was dat het leven na zo’n ingrijpende gebeurtenis niet voorbij is en dat je altijd hoop moet blijven houden.” Jouw moeder kon aanvankelijk niet met jou communiceren. Nu kan ze wel weer praten. “Toen ik net terug was van de Spelen in Zuid-Korea in 2018 zaten we met z’n allen aan de keukentafel. We hadden mijn moeder opgehaald uit het verpleeghuis. Ineens zei ze: ‘Raam.’ Zomaar! Ze had sinds de hersenbloeding, anderhalf jaar daarvoor, niets meer gezegd en ineens zei ze ‘raam’. Wij waren met stomheid geslagen, keken naar elkaar en zeiden: ‘Wat zegt ze nou?’ Daarna is ze steeds meer gaan praten. Dat is zo mooi, het geeft ons allemaal zoveel energie. En het geeft ons ook nieuwe doelen. Wie weet wat ze allemaal nog meer kan over een tijdje?” We zagen ook dat jouw moeder kwam kijken in Thialf tijdens het NK. “Zo mooi. Twee jaar terug was ze er ook bij tijdens het NK. Maar mijn moeder krijgt zoveel meer mee dan toen. Nou, ik denk eerlijk gezegd dat ze destijds alles ook al meekreeg, maar nu kan ze zich veel beter uiten. Ze geniet ook zo van zo’n dag in Thialf, al was het wel heel intensief voor haar. En het maakt mij ook gelukkig om haar te zien op de tribune. Geweldig dat mijn moeder dit nog kan meemaken.” Sta jij anders in het leven sinds het moment dat jouw moeder de hersenbloeding kreeg? “Ja, er is zoveel veranderd. Ik deelde altijd alles met mijn moeder. Als ik ergens mee zat of als ik gewoon een praatje wilde maken, dan ging ik altijd naar m’n moeder. Ineens kon dat niet meer. Ik moest dingen zelf oplossen, kon daarvoor niet meer bij mijn moeder aankloppen. Dat was in het begin moeilijk, maar ik ben daardoor wel veel zelfstandiger geworden. Als mens heb ik me enorm ontwikkeld, ik leid een heel ander leven dan in 2016. 'Als er in februari een Elfstedentocht geschaatst kan worden, dan kies ik daarvoor. Er zijn meer olympisch kampioenen dan Elfstedentochtwinnaars, hé' En natuurlijk is het makkelijker sportieve tegenslagen te relativeren na wat mijn moeder is overkomen. Als ik een keer verlies, kan ik al snel denken: joh, er zijn ergere dingen in de wereld. Eigenlijk is het ook best dubbel. Het besef dat morgen niet zeker is, zorgt er tegelijkertijd voor dat ik in mijn achterhoofd heb dat er nog zoveel dingen zijn die ik wil doen in m’n leven. Maar veel dingen gaan nu niet door het schaatsen... En tegelijkertijd geniet ik juist weer veel meer doordat het nu zo goed gaat.” Heb je nog veel verdriet om de situatie? “In het begin was het natuurlijk heel erg verdrietig, maar in de loop van de jaren hebben we eraan kunnen wennen. Ik weet dat ik mijn ‘oude’ moeder nooit meer terugkrijg, maar tegelijkertijd ben ik harstikke blij dat ze er nog is en dat ze nog telkens vooruitgaat. Als ik terugkom uit het buitenland van wedstrijden of trainingskampen, ga ik meteen naar haar toe, vertel ik hele verhalen tegen haar. Net als vroeger. Het verschil is alleen dat ze nu een ander persoon is, ze is niet meer de moeder die ze tot vijf jaar terug was. Beetje bij beetje heb ik dat een plek gegeven.” Is de band met de rest van het gezin veranderd? “Die band is veel hechter. Mijn moeder was altijd de drijvende kracht in ons gezin. De rest van het gezin en ik wisten meteen na wat er was gebeurd met m’n moeder dat we elkaar nodig hadden, dat we het samen moesten doen. Mijn vader is ook zo veranderd. Hij was altijd een keiharde werker, sprak nooit over zijn gevoelens met ons. Nu praat hij veel meer over dat soort dingen, dat is zo fijn en mooi. Doordat hij veel meer vertelt wat er in hem omgaat, kunnen wij hem veel beter helpen en steunen. We zien nu ook allemaal wat een ontzettend lieve man en vader hij is. Mijn moeder heeft ook slechte dagen, dan kan ze hard gaan schreeuwen. Onder alle omstandigheden blijft mijn vader zo lief en geduldig.” Voel je je weleens bezwaard dat jij aan topsport doet en dus niet veel thuis bent? “Niet als ik wedstrijden moet rijden, maar wel tijdens trainingskampen. Ik weet dat het thuis altijd een heel geregel is met het bedrijf, de zorgen voor mijn moeder en het huishouden. Mijn vader, broers en zus doen veel meer dan ik thuis en met mijn moeder. Mijn zus is bijvoorbeeld een dag minder gaan werken om er te kunnen zijn voor mijn moeder en mijn broers weten inmiddels ook hoe ze het huishouden moeten doen. Het ritme is er. Neemt niet weg dat ik het best moeilijk vind dat ik er door mijn sport thuis niet altijd bij kan zijn. Mijn familie zegt gelukkig: ‘Schaatsen is tijdelijk, dat kun je niet blijven doen tot je zestigste. Het gaat goed, dus focus je nu op het schaatsen.’ En als ik thuis ben in aanloop naar of tijdens het seizoen, is dat vaak maar kort. Dan moet ik evengoed trainen en mijn wasjes draaien. Ik wil dan ook mijn familie nog zien. En als het even kan wil ik nog wat doen voor mijn moeder, zodat ik ook mijn zus of vader een beetje kan ontlasten.” Voor Irene zou 2022 een heel mooi jaar kunnen worden. Niet alleen sportief, ook privé. Haar vriend Dirkjan vroeg Irene anderhalf jaar geleden ten huwelijk. “Jaha, ik ga trouwen. We hebben elkaar leren kennen op de kermis. Dirkjan had destijds verkering. Toen die relatie voorbij was, stuurde hij me een bericht of ik het leuk vond om een keer af te spreken. We hadden het meteen heel leuk, sinds 2017 zijn we samen. In de zomer van 2020 vroeg Dirkjan me ten huwelijk aan het IJsselmeer. Wij gingen tijdens die warme zomer vaak ’s avonds even zwemmen als hij klaar was met werken en ik met trainen. We hadden een plekje waar we altijd heen gingen. Dan zwommen we samen naar een boei die daar in water lag. Daar, op ons plekje, vroeg hij me ten huwelijk op een mooie zomeravond. Dirkjan had voor die tijd mijn vader al om m’n hand gevraagd. M’n vader stemde toe, zei: ‘Als het niet goed was geweest, dan had je het allang gemerkt.’ We zouden afgelopen jaar al trouwen, maar door corona is ons huwelijk een jaar uitgesteld.” 'Mijn vriendinnen zitten nu in de fase dat hun kinderen naar de opvang gaan en straks naar school. Ik denk wel eens bij mezelf: wanneer kom ik in die fase?' Jullie hebben ook een stuk grond gekocht in Hoogkarspel waar jullie een huis willen laten bouwen. “Dat is iets waar ik me na de Spelen ook mee bezig ga houden. Op Pinterest ben ik al heel veel dingen aan het uitzoeken voor het huis. Leuke afleiding. Vorig jaar heb ik alles voor de bruiloft al uitgezocht. Doordat de bruiloft al allemaal geregeld is, ben ik nu bezig met het huis.” Kijk eens in jouw glazen bol. Hoe ziet je leven er over een jaar of vijftien uit? “Dan hoop ik dat we kinderen hebben. Ik denk de laatste tijd veel na over het leven na het schaatsen. Ik heb nu de mooiste job ever, weet niet of ik dit gevoel ooit in een andere baan kan vinden. Sportmarketing lijkt me leuk. Maar misschien vind ik het ook leuk om in het bedrijf van mijn vader en broers te gaan werken, om de handel in bloembollen te gaan doen.” Carien Kleibeuker won in 2014 op net geen 36-jarige leeftijd olympisch brons op de 5000 meter en twee jaar later nog zilver op die afstand bij de WK afstanden. Zij ging door tot voorbij haar veertigste. Je kunt nog wel even vooruit. “Ik krijg geregeld te horen dat ik het zo moet doen als Carien. Zij werd moeder, keerde terug en was toen nog heel succesvol. Ik spreek en zie Carien nog geregeld. Zij schaatst af en toe nog met ons mee en als je ziet hoe hard ze nog steeds gaat... De helft van de ploeg heeft moeite om haar bij te houden. Maar goed, mijn vriendinnen hebben kleintjes, gaan naar feestjes, zijn bezig met verhuizen. Dat kan ik allemaal niet. Ik zie mijn nichtje amper opgroeien omdat ik zo vaak weg ben. Dat zijn dingen die ik jammer vind. Mijn vriendinnen zitten nu in de fase dat hun kinderen naar de opvang gaan en straks naar school. Ik denk weleens bij mezelf: wanneer kom ik in die fase? Maar tegelijkertijd denk ik: ik krijg er ook een hoop moois voor terug.” Helden Magazine 60 Het verhaal van Irene Schouten komt voort uit Helden Magazine 60. Deze editie staat voor een groot deel in het teken van de Olympische Spelen, waar Golden Girl Suzanne Schulting vier jaar geleden ‘zomaar’ olympisch kampioen werd en nu de favoriet is op elke afstand. In Helden Magazine 60 lees je een uitgebreid interview met succesvolste Nederlandse olympiër, Ireen Wüst. Ook spraken we Thomas Krol over onder meer zijn transformatie en Kjeld Nuis. Krijgt Sven Kramer in aanloop naar zijn laatste Spelen tien stellingen voorgelegd én spreken we met Antoinette de Jong over trouwen en een nieuwe koers. Ook in Helden Magazine 60 wist Botic van de Zandschulp in 2021 de sprong naar de top honderd te maken, maar dat is pas het begin voor de 26-jarige tennisser. Een gesprek met Peter Bosz over stress, Ajax en zijn ambitie om op een dag bondscoach te worden. Naast speler van Atalanta Bergamo en Oranje is Marten de Roon ook influencer. Op basis van 10 social media-posts gingen wij het gesprek met de voetballer aan. En hoe goed is Lionel Messi nog? We vroegen het aan Ronald Koeman, Henk ten Cate, Ruud Gullit, Giovanni van Bronckhorst, Ron Vlaar en Edwin Winkels. Verder zijn Chris Vos en Lisa Bunschoten de beste paralympische snowboarders van Nederland. In aanloop naar de Paralympics gingen we bij hen langs én een reconstructie van het olympisch goud op de 1000 meter met Gerard van Velde. Victoria Koblenko probeert daarnaast Jorden van Foreest schaakmat te zetten én Samantha van Diemen staat in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij De Liefdesbrief. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 60 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Schaatsen

Ireen Wüst: ‘Ik wil niet aanbeden worden, hoor’

Ireen Wüst (35) is de succesvolste Nederlandse [...]
Ireen Wüst (35) is de succesvolste Nederlandse olympiër ooit. Ze won vijf keer goud, vijf keer zilver en één keer brons. Bij alle vier de Olympische Spelen waaraan ze meedeed won ze minimaal één keer goud. In Beijing zwaait Ireen af. Voor het zover is, leggen we de winnares van – vooralsnog – elf olympische plakken elf citaten voor. ‘Ik heb die innerlijke drive om nog altijd de beste te willen zijn. Ik ben verslaafd aan winnen, dat geeft zo’n kick.’ - Ireen in 2017 “De kick van winnen went nooit. Als ik terugdenk aan de Spelen van 2018: op de 3000 meter miste ik op zevenhonderdste het goud. Ik zei tegen mezelf: nu alles geven op de 1500 meter. Ik reed heel goed, op het moment suprême lukte het me weer. Een onbeschrijflijk gevoel. Maar het is niet zo dat ik nog schaats om alleen dat gevoel van winnen weer te ervaren. Ik geniet gewoon van de hele route.” Kun jij tijdens je carrière al genieten van wat je hebt gewonnen? “Het lukt me beter dan tien jaar geleden, maar het echte genieten komt pas als ik ben gestopt, denk ik. Ik kwam gisteren thuis bij mijn vriendin Letitia met een rugzak vol olympische medailles, haalde ze er even uit en dacht toen wel: dat is best veel, eigenlijk niet normaal meer, daar mag ik trots op zijn.” Lachend: “En mijn moeder heb ik ook nog om me duidelijk te maken dat ik mag genieten van wat ik heb gewonnen.” ‘Als het om winnaarsmentaliteit gaat, dan zijn Sven Kramer en ik een uniek duo.’ - Ireen in 2017 “Een bronzen medaille met een gouden randje bestaat in mijn beleving niet. Het is niet voor niets dat Sven en ik al zo lang aan de top staan. Dat heeft ook te maken met een manier van leven. Als ik om me heen kijk, dan beleven veel schaatsers hun sport anders dan hoe ik het beleefde vanaf het moment dat ik in Jong Oranje kwam. Mijn leven bestond uit trainen, eten en slapen. Ik zie dat veel schaatsers ’s middags niet even gaan slapen. Als je naar de fysiotherapeut moet, maar vriendinnen vragen of je af wil spreken, gebeurt het geregeld dat er wordt gezegd: ‘Ik kan morgen ook wel naar de fysio.’ Er worden keuzes gemaakt die Sven en ik niet maakten.” Is dat een verschil in generatie? “Misschien wel. Iedereen is ook veel mondiger. Toen ik met Jong Oranje in Thialf trainde en in de kleedkamer al die oude vedetten zag, durfde ik niks te zeggen. Als ik nu in het krachthonk in Thialf een stang in bezit heb en ik draai me even om, dan heeft iemand hem al inge­pikt. Ik wil niet aanbeden worden, hoor, dat bedoel ik er niet mee. Ik ga ook niet roepen dat alles vroeger beter was, maar het was wel anders.” Hebben jullie met jullie winnaars­mentaliteit ook een nieuwe generatie geïnspireerd? “Dat hoop ik.” Lachend: “Wat ik wel weet is dat er ook genoeg schaatsers zijn die balen dat Sven en ik niet eerder zijn gestopt.” Jij lijkt in een olympisch seizoen vaak nog iets meer te kunnen dan anders. Is die killersmentaliteit op enige wijze over te dragen? “Het moet vooral in je zitten. Het begint ermee dat je 24 uur per dag en zeven dagen in de week topsporter bent. Je hebt ook sporters die denken: het is nu een olympisch seizoen, ik ga dit jaar even heel serieus trainen. Nou, die hebben die killersmentaliteit dus niet. Voor mij is er geen verschil tussen een olympisch of een ander seizoen. Dan doel ik op de training. Ik ga ook tot het uiterste als niemand kijkt. En ook als het april is. Dat is denk ik mijn geheim.” Is de intrinsieke motivatie bij Sven en jou groter dan bij anderen? “Misschien wel. Ik vroeg toen ik net kwam kijken alles aan m’n ploeggenoten Renate Groenewold en Carl Verheijen. Er zijn nu gelukkig ook nog schaatsers die me de oren van m’n kop vragen. Dan denk ik: wat mooi dat jullie zo goed over je sport nadenken. Femke Kok, mijn ploeggenote bij Team Reggeborgh, is zo iemand.” Heb je nog vaak contact met Sven? “We appen geregeld, drinken af en toe een kop koffie samen, maar lopen de deur niet plat bij elkaar. Soms hebben we aan een blik of een knipoog al genoeg als we elkaar zien op de ijsbaan. Ik vind het heel mooi dat ik die band met Sven heb, dat er iemand is met wie ik dat hele traject heb afgelegd.”Lachend: “Nu we allebei 35 zijn, lopen we ook tegen dezelfde problemen aan. Sven en ik missen allebei zo nu en dan de aansluiting met de jongere generaties. Als ik de gesprekken hoor, dan voel ik me weleens oud. Hebben ze het over snapchat hier en snapchat daar. Ik probeer mee te praten, dat houdt me ook een beetje jong.” ‘Als ik Sven mijn schaatsbroer noem, dan is Gerard Kemkers zeker mijn schaatsvader. Ik kwam binnen als broekie. Gerard was er voor me toen mijn wereld ineens op z’n kop stond na het winnen van goud in Turijn. En hij nam me in bescherming toen ik overtraind was.’ Ireen in 2017 “Gerard is eigenlijk de rode lijn in mijn loopbaan. Van mijn negentiende tot en met mijn 27ste is hij mijn coach geweest bij TVM. Gerard bemoeit zich sinds 2014 niet meer met mijn trainingen, geeft mij geen technische aanwijzingen meer, maar bleef zijdelings betrokken bij m’n carrière. Op de achtergrond is Gerard als adviseur aanwezig geweest bij het opstarten van mijn eigen ploeg Team4Gold nadat TVM stopte in 2014. En toen ik na de Spelen van 2018 geen sponsor had, zorgde Gerard dat Infestos aanhaakte, waardoor niet veel later Talentned ontstond. Ik ben hem zo dankbaar, vind het ook heel mooi dat hij nu met Talentned sporttalenten –niet alleen schaatsers, maar ook wielrenners, mountainbikers en judoka’s – helpt zoals hij mij als broekie hielp.” Als je ergens aan twijfelt, bel je hem niet even stiekem op? “Eens in de zoveel tijd fietsen we even samen, puur voor de gezelligheid. Toen na de Spelen van Sochi de schaatsploeg TVM stopte en onze wegen scheidden, had ik het daar moeilijk mee. Ik had net vijf olympische medailles gewonnen, was voor mijn gevoel nog helemaal niet klaar met onze samenwerking. De houdbaar­ heidsdatum van Gerard was voor mij nog niet verstreken. Van iemand die me zo heeft geholpen, wil je in het begin wel graag een tip of een aanwijzing. Zeker toen het in het begin bij Team4Gold niet zo lekker ging, vroeg ik: kom even kijken bij een training om te zeggen wat je ervan vindt. Gerard zei heel resoluut: ‘Je hebt nu een andere coach, je moet het met hem overleggen.’” Hoe belangrijk is hij buiten de sport voor jou geweest? “Gerard is ook heel belangrijk geweest voor mijn ontwikkeling als mens. Alles wat er op me af kwam na die olympische titel in 2006 had ook impact op mijn privéleven. Gerard heeft me heel erg geholpen alles te managen. In die periode hing ik mijn identiteit op aan mijn succes. Hoe goed ik me op het ijs voelde, had een rechtstreeks verband met hoe ik me als mens voelde. Ook daar hielp hij me mee. Vervolgens raakte ik in aanloop naar de Spelen in Vancou­ver overtraind. Fysiek en vooral mentaal worstelde ik. Gerard en de psycholoog hebben me erg geholpen in die tijd. Gerard stelde zich zo mooi en goed op. Hij zei: ‘Het maakt me niet uit of je ooit nog hard schaatst, je hebt al veel gewon­ nen. Wat ik veel belangrijker vind is dat je weer gelukkig wordt met jezelf.’ Dat vond ik zo waardevol dat hij dat als coach zei. Ik had in 2009 ook nog een andere struggle. Ik viel op vrouwen en dat deel­ de ik al in een vroeg stadium met Gerard. Hij zei: ‘Dat is toch alleen maar mooi? Ga het lekker uitzoeken, ontdek wat het voor je doet.’” ‘Het goud in Vancouver was een overwinning op mezelf en ook een beetje een lange neus naar iedereen die me al had afgeschreven.’ - Ireen in 2017 Lachend: “Ik heb mezelf geen grote dienst bewezen door op m’n negentiende meteen olympisch goud te winnen. Het jaar erna ging het nog goed. In 2008 ook. Paulien van Deutekom werd dat jaar wereldkampioen allround en ik werd tweede. Toen hoorde ik voor het eerst dat het tijdperk­Wüst voorbij was... Ik was 21, werd tweede op het WK! Had ik die olympische titel niet gewonnen en was ik een jaar eerder niet al wereld­ kampioen allround geworden, dan had in de kranten gestaan dat het supertalent Wüst tweede werd. In aanloop naar de Spelen in Vancou­ver werd ik afgemaakt in de pers, ik bakte er niks meer van. Ik had nog met het staartje van mijn overtraindheid te maken destijds. Op de 3000 meter kwam ik als regerend olympisch kampioen niet in de buurt van het podium. Niemand geloofde nog in mijn kansen op de 1500 meter. Maar toch wist ik die te winnen. Ik had Mark Tuitert goud zien winnen op de 1500 meter en had geïnspireerd door hem een plannetje bedacht dat ik met niemand had gedeeld. Ik had zoveel bewijsdrang naar mezelf en de buiten­ wereld. Daar dreef ik op.” Je hebt al zo vaak meegemaakt dat je bent afgeschreven en weer terugkeerde om kampioen te worden. “Rond Vancouver was het echt voor het eerst dat ik dat meemaakte, toen deed het me heel veel.” Lachend: “Nu heb ik er ervaring mee, als ik een keer niet goed presteer, denk ik gelijk al: roep en schrijf maar weer op dat ik moet stoppen.” Doet je dat echt niets meer? “Nou, ik vind dat er af en toe best wat meer respect mag zijn. Ik heb al zo vaak laten zien dat ik er sta op de momenten dat ik er echt moet staan. Bert Maalderink van de NOS heeft al heel wat keren gevraagd of het niet tijd werd om te stoppen. Vorig jaar werd ik wereldkampioen op de ploegen­ achtervolging bij de WK afstanden. Twee dagen later werd ik vijfde op de 1500 meter en kon ik volgens Bert beter stop­pen... Respectloos. Ik heb zoveel plakken thuis liggen om te bewijzen dat ik nog meekan. Schrijf mij nog maar niet af. In Amerika ben je na één gouden medaille al je hele leven lang een held. ''Hoeft van mij ook weer niet, hoor. Maar kom op, een beetje meer waardering voor sporters mag gerust. Het is niet eerlijk om te verwachten dat iemand altijd maar wint. Als diegene dan een keer niet wint, moet hij of zij maar meteen stoppen? En stel dat ik niet meer win en ik beleef er nog heel veel plezier aan, dan maak ik toch lekker zelf uit of ik nog doorga? Daar hoef ik me toch niet voor te verdedigen?” Word je daar gereserveerder door? “Zeker. Je geeft jezelf minder snel bloot tegenover een journalist. Ik vertel nog steeds best veel als ik een klik met iemand heb, maar met die scorebord­ journalistiek heb ik niet zoveel. Met­ een na de wedstrijd met de tijden in de hand een mening geven, tja... Ik ben al teleurgesteld als het niet is gegaan zoals ik wilde, is het dan het doel om me nog verder de put in te duwen?” Veel sporters hebben zich de laatste tijd uitgesproken over de immense druk waarmee ze te maken hebben. De hoge verwachtingen, social media waar­ op iedereen een mening over jou de wereld in slingert; een burn­out ligt om de hoek. “Dat snap ik heel goed. Als men met iets meer respect naar prestaties en topspor­ ters kijkt, zou dat al enorm helpen. Top­ sporters zijn ook mensen met gevoelens, die hoewel ze keihard hun best doen ook een mindere dag kunnen hebben. Wij zijn geen robots.” Hoe ga jij om met social media? “Het wordt er allemaal niet leuker op als iedereen anoniem zijn ongezouten, ongefundeerde mening kan ventileren. Ik probeer me daarvoor af te sluiten, maar ik kan heel goed begrijpen dat het grote impact heeft op jonge sporters.” ‘De druk voor de 3000 meter in Sochi was het allergrootst. Toen verwachtte heel Nederland dat ik wel even goud zou winnen.’ - Ireen in 2017 “Het ging heel goed in aanloop naar Sochi. De verwachtingen van iedereen waren daardoor zo hoog. Gerard was ook toen heel belangrijk. Hij had in aanloop naar de Spelen één persmoment inge­pland. Een halve dag lang mocht ieder­ een alles aan me vragen en daarna was er rust. Het gevolg was dat ik daarna ook niet meer bezig was met andere dingen dan schaatsen. Gerard was heel beschermend. In Turijn wilde Gerard bijvoorbeeld dat ik mijn telefoon inleverde. En die van de fysio wilde hij ook hebben. In Sochi mocht ik m’n telefoon houden, was ik acht jaar ouder en wijzer. Maar hij kon ook toen zeggen: ‘Leg dat ding nu maar even weg.’ Voor mij was het goed om op zulke din­gen te hameren. En als ik kijk naar de generatie van nu: het gebruik van tele­foons en social media wordt alleen maar erger. Je hebt echt iemand nodig die je bij de les houdt en je afschermt, denk ik.” Best apart dat jij juist zo goed presteert onder immense druk, terwijl je in jouw jeugd bijna bezweek onder de druk. “Een dag na een NK junioren lag ik overgevend in mijn bed door alle stressen spanning die eruit kwamen. Mijn broer heeft me toen heel erg geholpen, heeft me aangeleerd de dingen wat meer te relativeren. Dan verwees hij naar de kindjes in Afrika die het veel slechter hadden dan ik. De sportpsycholoog van Jong Oranje heeft me ook geholpen in die tijd. Ze gaven me handvatten om met die druk om te leren gaan. Van de druk die ik in m’n jeugd ervoer, heb ik later nooit meer last gehad.” Je denkt nooit: waarom vind ik dit leuk? “Die gedachte bekruipt me eigenlijk alleen op die momenten dat ik het gevoel heb dat ik alleen maar kan verliezen. Zoals bij een Olympisch Kwalificatietoernooi. Dan denk ik: waarom moest ik zo nodig doorgaan met schaatsen? Maar bij een WK heb ik dat totaal niet. Voor mij is het altijd wel heel belangrijk dat er publiek op de tribunes zit. Als ik in ga rijden voor mijn race doe ik even mijn ‘zwaairondje’ zoals ik dat altijd noem. Alle energie van de mensen op de tribune zuig ik in me op. Ik denk dan altijd: zo mooi dat ik voor al die enthousiaste mensen weer mijn trucje mag laten zien. Ik kan gewoon wat extra’s als mensen me aanmoedigen. Hoe belangrijker het moment, des te lekker­ der ik me voel.” ‘Vertrouwen is er alleen als je lekker in je vel zit, als je lichaam optimaal in balans is, als je in topvorm bent en als je op het ijs dat lekkere gevoel hebt.’ - Ireen in 2012 “Dat is wel iets veranderd. Tegenwoor­dig is het zo dat als ik ook maar één procent het gevoel heb dat het kan, dat voldoende houvast is om te geloven dat ik het kan. De Spelen van Vancouver zijn heel belangrijk geweest om zo te kunnen denken. Dat ik daar die 1500 meter won, terwijl de kans maar heel klein was gezien mijn vorm en voor­ geschiedenis, heb ik altijd met me mee­ genomen. In aanloop naar de Spelen in Pyeong­ chang was ik ook niet zo goed in vorm. Ik had alles gezet op de 3000 meter, daar had ik het hele jaar voor getraind. Ik werd tweede, Carlijn Achtereekte was die dag beter. Natuur­lijk was ik op dat moment enorm teleur­ gesteld, maar in de kleedkamer ging de knop al om. Ik zei tegen de fysio: over twee dagen is de 1500 meter, die wordt van mij. Ik moest na de 3000 meter naar het Holland Huis, daar was ook mijn hele familie. Zij waren een beetje aan het aftasten hoe ze met me om moes­ten gaan, vonden het heel erg voor me. Ik zei: ik heb alles gegeven, maar kwam zevenhonderdste tekort, dat is ook topsport. En nu de 1500 meter, daarop krijg ik nog een kans. 'Nu heb ik er ervaring mee, als ik een keer niet goed presteer, denk ik gelijk al: roep en schrijf maar weer op dat ik moet stoppen' Ik had weliswaar veel minder getraind op de 1500 meter. De dag ervoor moest ik ergens in de bergen mijn medaille van de 3000 meter nog ophalen. En de 1500 meter was in Pyeongchang pas om kwart voor elf ’s avonds. Bij het inrijden op de ochtend van de 1500 meter had ik zere benen. Daarna heb ik alleen maar op bed gelegen. Ik viel steeds even in slaap om meteen weer de zenuwen te voelen als ik wakker werd. Het was een lange, ver­ velende dag. Maar toen ik eenmaal aan de start stond ’s avonds was het meteen: oké, ik ga het doen. We begonnen met een valse start. Daar­ na gaf mijn tegenstander me bijna geen ruimte. Ik dacht: het zal me toch niet gebeuren dat jij hier mijn race verknalt? De rest van de race zat ik in een flow. Ik zette de tijd: 1.54 is gewoon goed. Daarna begon het lange wachten, want al mijn grote concurrenten moesten nog. Ik wist wel: ik heb een tijd gereden waar de rest van schrikt. Toen ik goud had, volgde een bizarre ontlading. Ik had op dat moment nog de overtuiging dat het mijn laatste Spelen waren. Voor de vierde Spelen op rij goud, mijn hele familie, 32 man sterk, zat op de tribune. Toen dat allemaal tot me doordrong, kwamen de emoties los.” Hoe belangrijk is het voor jou om de succesvolste Nederlandse olympiër te zijn? “Dat vind ik niet belangrijk, daar loop ik ook zeker niet mee te koop.” ‘Als ik in Pyeongchang in elk geval één gouden medaille win, dan is de droom uitgekomen en de missie volbracht.’ Ireen in 2017. “Eigenlijk was mijn carrière al geslaagd na 12 februari 2006, toen ik in Turijn op m’n negentiende mijn eerste olym­pische titel won. Mijn broer zei destijds meteen: ‘Ireen, je kunt stoppen, wat er ook gebeurt: je loopbaan is geslaagd.’ Hoe ik het nu zie, is dat ik al in de bonus zit. Ik zit in de nadagen van mijn carrière en geniet er meer dan ooit van. Mijn status is niet meer afhankelijk van wel­ke medaille er nog bij komt. Ik sta nu dagelijks op met de gedachte: hoe mooi is het dat ik dit nu nog even kan doen? Ik kijk meer om me heen, de blik is tegenwoordig wat wijder. Dat neemt niet weg dat ik nog net zo gemotiveerd ben als tien jaar geleden. Het vuurtje brandt nog steeds in mij. Ik zou het zo geweldig vinden om weer een medaille te winnen op de Spelen. Ik heb de volle overtuiging dat ik dat kan, anders was ik er niet aan begonnen. Vier jaar geleden zei ik dat de Spelen in Pyeongchang mijn laatste zouden worden, maar toen maakte ik al het voor­ behoud dat het niet mijn laatste schaats­ seizoen zou zijn. Ik was er toen eigenlijk nog niet helemaal klaar voor om te stop­pen. Nu ben ik weer vier jaar ouder. Ik weet nu dat dit echt mijn laatste seizoen is en daar heb ik ook vrede mee.” Er kwam nog een tegenstander bij in aanloop naar de Spelen: corona. “Ik heb het al niet zo op trainingswed­ strijden, nou, zo voelde het voor mij om vorig jaar in Thialf voor lege tribunes te rijden. Toen wij in de bubbel zaten, was er ook nog eens natuurijs. Kreeg ik telkens van die filmpjes van mensen die buiten lekker aan het schaatsen waren onder een mooie, blauwe lucht... De meiden van Team Nuyt, mijn vriendin­nen van de Foundation van Paulien van Deutekom, waren ook aan het schaat­sen op natuurijs en stuurden filmpjes met teksten als: ‘Wat zou het mooi zijn geweest als Paulien en jij hier ook bij waren.’ Als je toen in mijn hart had geke­ken, dan was ik veel liever daar geweest. Doordat ik zo dacht, had ik de wedstrijd eigenlijk al verloren. Maar goed, de kans is groot dat de Spelen in Beijing ook zonder publiek zijn en sowieso zonder familie en vrien­den. Ik weet nu wel hoe het was in de bubbel. Daar kan ik lering uit trekken.” ‘Sinds Pauliens overlijden sta ik anders in het leven.’ - Ireen in 2019 “Ik denk er sinds het overlijden van Paulien veel meer over na dat het leven eindig is. Maar ik sta ook meer stil bij dingen. Dat is ook de reden waarom ik afgelopen jaren steeds tegen mezelf heb gezegd: waarom zou ik stoppen als ik ergens nog zoveel plezier aan beleef?” 'De foto van Paulien staat bij ons in de keuken. Als ik alleen thuis ben, praat ik weleens tegen haar' Denk je nog dagelijks aan Paulien? “Ja.” Praat je ook tegen Paulien? “Soms, als Letitia niet thuis is. De foto van Paulien staat bij ons in de keuken. Als ik alleen thuis ben, praat ik weleens tegen haar.” Is de pijn in drie jaar tijd minder geworden? “Het was een open wond en er zit nu een korstje op. Maar een litteken blijft het altijd. Op de gekste momenten ben ik ineens verdrietig. Door een liedje, of door een herinnering die ineens boven­ komt. De wereld blijft maar doordraai­en, ergens is dat zo raar. Een half jaar na het overlijden van Paulien was het logisch dat mensen er nog naar vroegen of werd het als normaal gezien dat ik nog verdrietig was. Het lijkt wel of mensen nu sneller denken: het is al zo lang geleden, dat heeft ze inmiddels wel verwerkt. Mensen die een dierbare hebben verloren zullen dat wel herkennen. Wat voor de een al drie jaar geleden is, voelt voor een ander als slechts drie jaar terug.” Jij zei dat je vlak na haar overlijden rare dingen meemaakte. De tv en het licht die opeens aan gingen. Het horloge van je oma dat ineens weer ging lopen. Heb je nog steeds zulke ervaringen? “Dat niet meer. Ik heb een tijdje het idee gehad dat Paulien soms echt bij me was. Dat gevoel heb ik nu minder. Dat is misschien ook wel goed.” Anderhalve maand na het overlijden van Paulien pakte je de wereldtitel op de 1500 meter in Inzell... “Het is de enige titel die ik niet voor mezelf wilde winnen, maar voor iemand anders. Toen dat ook nog eens lukte... Zo emotioneel. Of het de mooiste overwin­ning is, weet ik niet, daarmee doe ik alle andere titels tekort. Maar het is wel de meest emotionele overwinning.” ‘Jullie zullen me niet meer zien in het schaatsen. Nu vind ik schaatsen nog fantastisch, maar het leven heeft nog zoveel meer te bieden dan alleen de ijsbaan.’ - Ireen in 2019 “Ik zou het heel leuk vinden om talenten te helpen als een soort mentor. Dat hoeft niet alleen in het schaatsen te zijn. Het is zo jammer om met die schat aan ervaring die ik heb opgebouwd niets meer te doen. Ik zou ook graag mijn ervaringen willen delen met mensen uit het bedrijfsleven. Omdat de raakvlakken met topsport er zeker zijn. Jonge ceo’s die hun doelen en targets willen halen, dat komt heel erg overeen met een belangrijke wedstrijd.” Staat de studie psychomotorische therapie nog steeds op het lijstje? “Wel ergens, maar het is niet meer de studie waarmee ik meteen wil beginnen. Als ik ergens een rol als mentor kan krij­gen en ik kan die combineren met een aanvullende cursus, zodat ik de dingen die ik wil bijbrengen nog wat beter kan overbrengen, dan is dat misschien in het begin waardevoller.” Ben je ook bang voor een leven zonder schaatsen? “Na Sochi was die angst er zeker geweest. Toen was ik gewoon nog niet klaar voor een leven zonder schaatsen. Natuurlijk ga ik de topsport missen, maar ik ben er ook klaar voor om aan het nieuwe hoofdstuk van mijn leven te beginnen.” Meedoen aan Expeditie Robinson? Dat is denk ik niks voor mij. Ik word heel chagrijnig als ik honger heb.’ Ireen in 2017 “Je gaat mij niet in zo’n tv­-programma zien. Komt ook nog bij dat ik vreselijk bang ben voor slangen.” Wie Is De Mol? leek jou wel een leuk tv­ programma om aan mee te doen. “Daarvoor hebben ze me ooit gebeld, maar zij konden me toen niet garande­ren dat ik elke dag goed eten en een goed bed kreeg. Maar het is niet zo dat ik een carrière in de spotlights of op tv ambieer. Ik vind het niet erg om juist een beetje de schaduwzijde op te zoeken.” Zijn er dingen waar je de afgelopen twintig jaar geen tijd voor hebt gehad en waarvan je niet kunt wachten ze straks te gaan doen? “Nou, dat hangt er ook vanaf hoelang Letitia nog doorgaat met schaatsen. Nu moeten wij een weekendje Rome echt inplannen als vakantie. Het lijkt me zo lekker dat we tegen elkaar kunnen zeg­gen: goh, zullen we dit weekend lekker naar het strand gaan zonder racefietsen en trainingspakken mee? Lijkt me zo chill om niet elke keuze af te wegen met topsport in het achterhoofd.” Heb je nog specifieke voeding die je al die jaren hebt laten staan en waarvan je niet kunt wachten om het zonder gêne te nemen? “O nee. Ik ben tijdens mijn carrière zo nu en dan ook wel van een frikandel­ speciaal geweest. En ik heb op z’n tijd ook gewoon een wijntje gedronken. Ik heb mezelf altijd voorgenomen dat de boog niet altijd gespannen kan zijn.” ‘Letitia en ik willen ook kinderen en we willen niet nog jaren wachten.’ - Ireen in 2019 “Dat geldt nog steeds.” Lachend: “We hebben nu een hond, dat is de eerste aanzet. Billie. Zij is nu een half jaar oud.” Jullie zouden afgelopen zomer trouwen, maar door corona is dat uit­ gesteld. “Hopelijk kan het na de Spelen, als we maar een normaal feest kunnen houden.” Helden Magazine 60 Het verhaal van Ireen Wüst komt voort uit Helden Magazine 60. Deze editie staat voor een groot deel in het teken van de Olympische Spelen, waar Golden Girl Suzanne Schulting vier jaar geleden ‘zomaar’ olympisch kampioen werd en nu de favoriet is op elke afstand. In Helden Magazine 60 lees je een uitgebreid interview met Thomas Krol over onder meer zijn transformatie en Kjeld Nuis. Krijgt Sven Kramer in aanloop naar zijn laatste Spelen tien stellingen voorgelegd, spreken we met Antoinette de Jong over trouwen en een nieuwe koers én lacht het leven Irene Schouten toe, al weet ze ook maar al te goed hoe de andere kant van de medaille eruitziet. Ook in Helden Magazine 60 wist Botic van de Zandschulp in 2021 de sprong naar de top honderd te maken, maar dat is pas het begin voor de 26-jarige tennisser. Een gesprek met Peter Bosz over stress, Ajax en zijn ambitie om op een dag bondscoach te worden. Naast speler van Atalanta Bergamo en Oranje is Marten de Roon ook influencer. Op basis van 10 social media-posts gingen wij het gesprek met de voetballer aan. En hoe goed is Lionel Messi nog? We vroegen het aan Ronald Koeman, Henk ten Cate, Ruud Gullit, Giovanni van Bronckhorst, Ron Vlaar en Edwin Winkels. Verder zijn Chris Vos en Lisa Bunschoten de beste paralympische snowboarders van Nederland. In aanloop naar de Paralympics gingen we bij hen langs én een reconstructie van het olympisch goud op de 1000 meter met Gerard van Velde. Victoria Koblenko probeert daarnaast Jorden van Foreest schaakmat te zetten én Samantha van Diemen staat in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij De Liefdesbrief. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 60 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Schaatsen

Antoinette Rijpma-de Jong: ‘Gekapt met alle bullshit’

Antoinette de Jong kwam vier jaar geleden ondanks [...]
Antoinette de Jong kwam vier jaar geleden ondanks olympisch zilver en brons met een ontevreden gevoel terug van de Spelen. Dat moet dit keer anders. Een gesprek met de schaatsster van Jumbo-Visma over trouwen, nieuwe schoenen en een nieuwe koers. “Nee, Antoinette, je bent geen influencer, maar een schaatsster.” Nieuwe schoenen “Waarom kwam er bij mij maar niet uit wat ik in me had? De testen van mijn coach Jac Orie wezen keer op keer uit dat ik fysiek helemaal in orde was. Ik voelde me ook sterk. Maar eenmaal op het ijs kon ik mijn energie niet kwijt. Ik voelde me zo machteloos. Ondertussen piekerde ik me suf wat er nou mis was met me. Stond ik begin 2020 tegenover Bert Maalderink van de NOS die voor de WK allround tegen me zei: ‘Je hebt de beste papieren voor de wereldtitel.’ Met hangen en wurgen werd ik derde. En voor de WK afstanden wist ik me niet eens te kwalificeren op een individuele afstand. Het ging van kwaad tot erger. Het gevoel van lekker vrijuit schaatsen kende ik niet eens meer. Het was bij mij alleen maar vechten. Het probleem werd dan alleen maar groter, want dan verloor ik de beheersing over m’n slag, ging ik steeds minder zijwaarts afzetten en steeds meer naar achteren trappen, waardoor ik mijn energie nog minder kwijt kon. Ik ging steeds vaker met tegenzin naar de wedstrijden. Waar zat toch die blokkade bij mij? Ik wist dat ik fysiek en mentaal dik in orde was. Het is een makkelijk excuus om het dan maar af te schuiven op het materiaal. Daar wilde ik lange tijd ook niet aan. Na de zoveelste keer dat het er niet uitkwam, zei ik tegen mezelf: ligt het misschien toch aan mijn schoenen? Ik heb aangeklopt bij Viking, schaatste al sinds jongs af aan met hun schoenen. Viking wilde me heel graag helpen. We zijn op zoek geweest naar oplossingen, maar niets hielp. Ik bleef het gevoel houden dat er ergens iets miste. Voor mijn gevoel had ik al een heel seizoen verprutst toen ik bij de NK afstanden, eind oktober 2020, meteen weer voelde dat het niet ging zoals ik wilde. Ik heb onmiddellijk Groothuis gebeld en gevraagd of ze mij konden helpen met een andere schaatsschoen. Het was een moeilijke beslissing. Ik ben niet iemand die zomaar overstapt op een ander merk, ben loyaal. Maar ik moest breken met wat ik gewend was. Groothuis heeft een schoen voor me gemaakt. Het was een compleet ander gevoel dan ik gewend was. Het voelde bijna als opnieuw leren schaatsen die eerste paar weken. Ik heb in de eerste tweeënhalve week een keer of zes gewisseld van schoen. Mijn vriend Coen was heel belangrijk voor me in die periode. Hij zei telkens: ‘Je moet op jezelf en op je gevoel vertrouwen. Gun die nieuwe schoenen de tijd.’" Maar de WK-kwalificatiewedstrijden stonden ook voor de deur. Jac zei vlak voor het toernooi: ‘Je moet teruggaan naar je oude schoen, we gaan nu geen risico’s nemen.’ Ik merkte meteen dat ik daar niet meer op kon rijden. Ik moest huilen, dacht: wat moet ik nou? De dag erop heb ik toch de switch naar de schoen van Groothuis gemaakt. Vlak voor het kwalificatietoernooi had ik het goede gevoel op m’n nieuwe schoenen. Ik kon eindelijk goed zijwaarts afzetten. Ook als ik vermoeid raakte, lukte dat. Ik kon weer vrijuit schaatsen, wat een verademing. Ik huilde niet meer van frustratie en onmacht, maar van blijdschap en opluchting. Bij het kwalificatietoernooi reed ik in Thialf het baanrecord van Ireen Wüst na zeven jaar uit de boeken. Iedereen begon meteen over mijn opvallende, witte schoenen. Niet veel later heroverde ik de Europese titel allround, ik reed goed bij de World Cups en bij de WK afstanden won ik de 3000 meter. Het was mijn eerste individuele wereldtitel. Ik had jarenlang gezegd dat ik het in me had om wereldkampioen te worden, het kwam er alleen niet uit. Toen was het: joh, kijk, ik kan het echt! Die wereldtitel had ik echt even nodig. Beetje jammer dat-ie zo laat kwam, pas op m’n 25ste. Het was zo’n emotioneel moment. Thialf was verder leeg, we zaten in de coronabubbel. Ik heb de titel gevierd met de begeleiding. Daarna heb ik meteen Coen en mijn ouders gebeld. Mijn zus Michelle zat ook in de bubbel, was meteen bij me. Ze was ook zo trots op me. Zo mooi dat zij erbij was. Even een lekkere knuffel van iemand die heel dichtbij me staat. Mijn zus wist natuurlijk ook wat ik heb doorgemaakt. Zij wist ook van mijn zoektocht. Ik ben trots dat ik ballen heb getoond om voor zo’n belangrijk moment in het seizoen de overstap te maken. Er is echt een Antoinette van voor en van na de overstap.” Jac Orie “Toen ik de wereldtitel pakte op de 3000 meter riep Jac: ‘Je hebt ‘m gewoon!’ Dat waren de woorden waarvan ik hoopte dat hij ze ooit tegen me zou zeggen. We hadden het toch maar mooi geflikt. Ik merkte aan Jac dat het hem ook wel wat deed, hoewel hij natuurlijk al met heel veel schaatsers succes had gehad. Het was ook voor Jac zo’n zoektocht geweest. Hij was wel een beetje bezorgd geweest, toen ik vlak voor het kwalificatietoernooi toch besloot op m’n nieuwe schoenen te rijden. Aan Jac merkte ik dat hij het lastig vond dat hij toen even niet de controle had. Iets wat hij doorgaans wel heeft. Hij maakt de schema’s en uit testen kan hij zien hoe iemand ervoor staat. Maar over wat die schoen voor mij zou doen, had hij toen geen duidelijkheid. Hij zei keer op keer: ‘Ben je er wel zeker van? Moet je dat nou echt wel doen? Je kunt toch ook gewoon op die blauwe schoenen schaatsen?’ Ik antwoordde dat ik op die witte uiteindelijk beter zou worden dan ik ooit was geweest. ‘Ja, maar op die blauwe weet je wat je nu hebt,’ probeerde hij nog. Ik antwoordde weer met: maar ik ben niet op zoek naar wat ik nu heb, ik wil laten zien wie ik kan zijn. Na mijn overstap naar de nieuwe schoen zijn we keihard aan de slag gegaan met mijn techniek. Wat ik oefende op de schaatsplank, het goede zijwaartse afzetten, lukte met de nieuwe schoenen, die veel stugger waren, ineens wel. We zijn gaan werken aan mijn afzet. Ik moest ook de bochten anders aansnijden en uitkomen. Alles met het doel om constant druk op het ijs te hebben. Jac gaf me zoveel goede aanwijzingen, allemaal dingen waar ik meteen iets mee kon. Voor die tijd, op die andere schoenen, gaf hij ook aanwijzingen, maar die kon ik niet vertalen in harder rijden. Ineens kon ik mijn houding waar ik zolang naar op zoek was, vasthouden, wat resulteerde in veel betere tijden. Sinds 2018 ben ik als schaatsster en mens heel volwassen geworden. Toen ik binnenkwam bij Team Jumbo-Visma was ik fysiek nog niet heel goed. Het klopte allemaal nog niet bij me. Ik liet me makkelijk afleiden, was veel in de weer met social media. Ik was op heel veel vlakken heel erg zoekende, was op dat moment een meisje dat er gewoon bij wilde horen. Jac maakte me bewust van de vraag wie ik als schaatsster wilde zijn. Ik raakte gefrustreerd als ik er voor m’n gevoel in een training niet uithaalde wat erin zat, maar tegelijkertijd begon ik geregeld aan een training terwijl ik al veel andere dingen had gedaan. Jac zag dat natuurlijk ook. Hij zei tegen me: ‘Waar ben je nou eigenlijk mee bezig? Ga je nou eens focussen op de dingen die echt belangrijk zijn.’ Ik was voor Jac een puzzel die hij moest zien op te lossen. Het eerste wat hij moest ontdekken was hoe groot mijn motor was. Pas daarna was het de vraag wat hij met die motor kon. Mijn allereerste fietstest was niet goed. Jac zei: ‘Ik had verwacht dat je beter was.’ Maar hij zag het ook als een uitdaging om te kijken hoever we konden komen. Jac raakt mij door heel duidelijk te zijn. Hij behandelt mij niet anders dan de mannen. Ik hou van duidelijkheid. Als ik iets niet goed doe, hoor ik dat liever meteen. Jac is me ook meer gaan bellen sinds het begin dat ik bij de ploeg zit. Dan zegt hij: ‘Ik heb dit bedacht, wat vind je daarvan?’ Of hij zegt: ‘Ik zag jouw fietstest en die vind ik eigenlijk gewoon slecht, we moeten dit doen om dat te veranderen.’ Ik vind dat een fijne manier van samenwerken. Misschien ben ik ook wat opener geworden de afgelopen tijd, vertel ook gewoon tegen Jac wat ik van hem verwacht. Ik ben heel eerlijk tegen hem en daardoor weet hij dat hij dat ook tegen mij kan zijn. Jac vindt dat fijn, dan weet hij ook hoe hij mij moet coachen. Ik zeur nooit, vertel gewoon waar ik tegenaan loop.” 'Ik was op heel veel vlakken heel erg zoekende, was op dat moment een meisje dat er gewoon bij wilde horen' Lachend: “Zeurende vrouwen vindt hij maar niks. Ik moet bij hem ook niet met vrouwendingen aankomen. Dan kan ik beter naar iemand anders lopen.” In balans “Ik ben gewend om me altijd terug te knokken. Op elk vlak. Ik wil me altijd heel graag bewijzen. Misschien heeft die bewijsdrang ermee te maken dat ik vroeger erg ben gepest met mijn rode haar. In mijn leven heeft mijn zelfvertrouwen wel een paar klappen opgelopen. Ik heb lange tijd gedacht: dat wat ik aan een ander geef, krijg ik nooit terug in deze wereld. Toen ik goed werd met schaatsen, merkte ik dat mensen me wel waardeerden. Ik dacht dat als ik goed presteerde als sporter, mensen me automatisch aardig en leuk vonden. Lange tijd was ik vooral bezig met de buitenwereld. Ik was jong, vond het natuurlijk mooi dat ik er ineens wel toedeed. De littekens van vroeger zijn met de jaren allemaal geheeld. De mensen die mij vroeger hebben gepest, spreek ik niet meer. Toen ik bekend werd als sporter, hebben er nog wel een paar geprobeerd contact met me te zoeken. Maar het is niet waar ik behoefte aan heb. Het is gebeurd. Ik heb er een streep onder gezet en ga door. Neemt niet weg dat wat mij overkomen is sporen heeft nagelaten. Zo vond ik het heel moeilijk om soms ‘nee’ te zeggen, bang dat ik daarmee mensen teleur zou stellen. Ik was lange tijd heel onrustig, was zoekende en was altijd maar bezig. Stak veel energie in dingen naast het schaatsen. Ik sprak met iedereen af na de training, had elke dag wat. Ik zei altijd ‘ja’. Alsof ik een gevoel van leegte op wilde vullen. Ik miste iets in m’n leven, denk ik. Daarom was ik ook altijd maar bezig met social media. Steeds weer op zoek naar bevestiging of zo. Doodvermoeiend natuurlijk. Ik leerde in 2019 mijn vriend Coen kennen. Toen wij net samen waren, keek hij het eerst een tijdje aan. Hij zag dat ik instemde met elk interview, meteen ‘ja’ zei tegen autoracen op Zandvoort, nog even ging shoppen en telkens bezig was berichten op social media te gooien. Toen zei hij tegen me: ‘Je bent heel veel leuke dingen aan het doen, maar heb je nu ook nog genoeg energie om te doen waar het echt om draait? Je moet alles uit je carrière halen en kappen met alle bullshit. Gooi Instagram en Facebook van je telefoon. Wees niet zo bezig met wat andere mensen van je vinden. Je hoeft niet leuk te doen voor de buitenwereld.’ Hij zette me aan het denken. Ik verspilde te veel energie aan zaken die niet rechtstreeks met schaatsen te maken hadden. Ik zei tegen mezelf: nee, Antoinette, je bent geen influencer, maar een schaatsster. Dankzij Coen heb ik rust gevonden, durf ik veel meer voor mezelf en dus voor mijn sport te kiezen. Ik ben veel meer in balans, stel mezelf nu bij alles wat ik doe de vraag: is het goed voor het schaatsen? Als het antwoord ‘nee’ is, haak ik af. Dan krijg ik maar de opmerking dat ik saai ben. Maakt me niet uit. Ik zit veel minder op social media. En als ik iets post, dan laat ik de echte Antoinette zien.” Trouwen “Het geeft me zoveel rust dat het privé allemaal goed gaat. Ik weet als ik de deur uitga: vanavond zijn we weer lekker samen, alles is goed. Het gejaagde gevoel dat ik zo lang had, is weg. Coen en ik leerden elkaar kennen door het fietsen. Coen was eliterenner, fietste vaak samen met Sven Kramer en Kjeld Nuis. Sven nam vaak wat jongens mee tijdens fietstrainingen, zodat we met z’n allen een goed tempo konden fietsen. Coen ging ook geregeld mee. We maakten weleens een praatje. Ik vond hem meteen een leuke jongen, maar hij had een relatie en ik wilde niet stoken. Toen de relatie van Coen uit ging, spraken we een keer af en het klikte meteen. Niet veel later kwam hij al bij mij wonen. We gingen een paar maanden later samen met oud en nieuw naar Valkenburg. Op een van de mooie bruggetjes zei hij ineens: ‘Dit is een mooi moment om jou te vragen of je met me wil trouwen.’ Coen had nog geen ring, het was echt een spontane actie van hem. Veel mensen vroegen of het niet veel te snel ging, we kenden elkaar nog maar drie maanden. Wij vonden van niet. Vanaf het eerste moment dat we samen waren, voelden we: dit is voor de rest van ons leven. We lieten ook allebei in onze zij een tattoo zetten van onze vingerafdrukken. 'Veel mensen vroegen of het niet veel te snel ging, we kenden elkaar nog maar drie maanden toen Coen me ten huwelijk vroeg. Wij vonden van niet' We zouden vorig jaar trouwen, maar door corona is dat uitgesteld. Hopelijk kan het op 20 mei dit jaar wel doorgaan. De opa en oma van Coen en ook mijn opa en oma en mijn ouders zijn op 20 mei getrouwd. De trouwjurk hangt al een tijdje klaar. Die heb ik al heel lang geleden uitgezocht. Hij hangt al een tijdje bij de vrouw bij wie ik hem gekocht heb. Coen mag ‘m natuurlijk niet zien. De trouwerij heb ik al helemaal uitgedacht. We gaan naar de ceremonie in een koets. Mijn ouders gingen ook met de koets naar hun ceremonie en dat wilde ik ook heel graag. Coen vindt paarden gelukkig ook leuk. En later dit jaar willen we in mijn ouderlijk huis in Rottum gaan wonen, dat we hebben gekocht. Mijn ouders wonen daar nu nog, maar na de Spelen, als er wat meer rust is, willen we daarmee aan de slag gaan. We zijn al wel bij aannemers langs geweest voor de verbouwing. Later dit jaar gaan we echt aan de slag. Met onze hond, Franse bulldog Stitch, hebben we gewoon een gezinnetje. We hebben ook nog een kinderwens. Coen zegt altijd: ‘Jij wil altijd veel te veel en alles tegelijk.’ Het is nog steeds af en toe lastig om mij te temperen.” Ambities “In mij zit dat ik op een dag ook mijn ‘paardending’ wil doen. De liefde voor paarden zit er van jongs af aan in bij me. Ik heb nu mijn eigen veulen, een hengst met de naam Puro Blue RDJ. Met mijn opa had ik een fokmerrie gekocht en een olympisch springpaard werd de vader. Hij is nu in Gaasterland, op een half uurtje rijden van ons huis. We gaan om de drie weken bij hem kijken, maar het liefst ga ik elke dag even langs. In april wordt hij twee en als hij tweeënhalf is, komt hij terug. Het doel is om in de toekomst op Puro te gaan rijden. Het zou geweldig zijn dat ik op het moment dat ik stop met schaatsen de beschikking heb over een springpaard waarmee ik naar wedstrijden kan. De komende jaren draait alles nog om schaatsen. Ik wil terugkomen van de Spelen in Beijing zonder een gevoel van ‘wat als’. Ik wil tegen mezelf kunnen zeggen dat ik alles heb gegeven wat ik in me had, dat ik het nergens heb laten liggen. Als een ander dan beter is: so be it. Op de Spelen van vier jaar geleden pakte ik brons op de 3000 meter en met de ploegenachtervolging wonnen we zilver, maar ik vind het nog steeds lastig om naar die bronzen medaille te kijken. Omdat ik weet dat het een plak van een andere kleur had kunnen zijn. Met de kennis van nu had ik zoveel dingen anders gedaan. 'Met een goede kop erop en een flinke dosis doorzettingsvermogen kun je heel ver komen. Ik ben trots op de persoon die ik nu ben. Dat is ook wel anders geweest' Ik heb het gevoel dat het voor mij allemaal nog moet gaan beginnen wat mijn prestaties betreft. Op mijn zestiende deed ik al mee aan de NK en vanaf m’n zeventiende aan de World Cups. Ik heb al vaak op het podium gestaan, al was het merendeel van de medailles die ik won van brons. De zoektocht is voor een belangrijk deel voorbij. Ik ben ontspannen, op het ijs en ernaast. Het gevecht met mezelf is achter de rug. Daardoor rij ik automatisch een stuk beter. Mijn ouders zijn ook heel blij dat ik de rust heb gevonden op en naast de baan. Zij hebben mij natuurlijk ook heel anders gezien, hebben meegemaakt dat ik niet heel gelukkig was met de persoon die ik was. Van iemand die als kind werd gepest ben ik uitgegroeid tot iemand met wie kinderen graag op de foto willen. Als kind schreef ik in vriendenboekjes al dat ik graag profschaatser wilde worden. Ik zag het op tv en wilde dat ook. Het is best bijzonder dat ik met de keuzes die ik heb gemaakt in het leven en de dingen die ik heb meegemaakt, toch ben gekomen waar ik als kind wilde komen. Met een goede kop erop en een flinke dosis doorzettingsvermogen kun je heel ver komen. Ik vind het mooi dat ik nu kinderen kan inspireren en tegen hen de les door kan geven dat als je iets wil en er echt voor gaat, er heel veel mogelijk is. Ik ben trots op de persoon die ik nu ben. Dat is ook wel anders geweest.” Helden Magazine 60 Het verhaal van Antoinette de Jong komt voort uit Helden Magazine 60. Deze editie staat voor een groot deel in het teken van de Olympische Spelen, waar Golden Girl Suzanne Schulting vier jaar geleden ‘zomaar’ olympisch kampioen werd en nu de favoriet is op elke afstand. In Helden Magazine 60 lees je een uitgebreid interview met succesvolste Nederlandse olympiër, Ireen Wüst. Ook spraken we Thomas Krol over onder meer zijn transformatie en Kjeld Nuis. Krijgt Sven Kramer in aanloop naar zijn laatste Spelen tien stellingen voorgelegd én lacht het leven Irene Schouten toe, al weet ze ook maar al te goed hoe de andere kant van de medaille eruitziet. Ook in Helden Magazine 60 wist Botic van de Zandschulp in 2021 de sprong naar de top honderd te maken, maar dat is pas het begin voor de 26-jarige tennisser. Een gesprek met Peter Bosz over stress, Ajax en zijn ambitie om op een dag bondscoach te worden. Naast speler van Atalanta Bergamo en Oranje is Marten de Roon ook influencer. Op basis van 10 social media-posts gingen wij het gesprek met de voetballer aan. En hoe goed is Lionel Messi nog? We vroegen het aan Ronald Koeman, Henk ten Cate, Ruud Gullit, Giovanni van Bronckhorst, Ron Vlaar en Edwin Winkels. Verder zijn Chris Vos en Lisa Bunschoten de beste paralympische snowboarders van Nederland. In aanloop naar de Paralympics gingen we bij hen langs én een reconstructie van het olympisch goud op de 1000 meter met Gerard van Velde. Victoria Koblenko probeert daarnaast Jorden van Foreest schaakmat te zetten én Samantha van Diemen staat in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij De Liefdesbrief. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 60 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Schaatsen

Nieuwe Helden: Evelien Vijn

Schaatsster Evelien Vijn (19) is een van de [...]
Schaatsster Evelien Vijn (19) is een van de sporters van TalentNED, dat staat voor duurzame talentontwikkeling in de sport en het bedrijfsleven. In de serie ‘Nieuwe Helden’ leren we het aanstormend schaatstalent, dat derde werd op de mass start bij de NK, beter kennen. Mijn grote voorbeeld is... “Ireen Wüst. Zij heeft al zoveel bereikt in haar carrière. Daar kan ik alleen maar heel veel bewondering voor hebben.” Er zijn natuurlijk heel veel vrouwelijke sporters die veel hebben bereikt... “Wüst is de grootste olympiër aller tijden. Daarnaast is ze net als ik schaats­ ster. Ik kan van haar dus het meeste leren.” Heb je haar weleens ontmoet? “Een tijdje terug heeft ze met ons meegetraind. Dat was wel echt heel vet. Zij is voor mij het voorbeeld van de perfecte schaatsster.” Op een onbewoond eiland met... “Ik zou daar echt voor geen goud alleen willen zijn. Dus als ik iemand met me mee mag nemen, ben ik al een stuk minder eenzaam.” Vind je het dan ook fijn om bij TalentNED samen te wonen met zoveel ‘huisgenoten’? “Ja, dat is heel leuk. We zitten intern, dus ik heb eigenlijk altijd mensen om me heen. We wonen, trainen én leven echt met elkaar. Ik deel mijn kamer ook met iemand. Je bent dus niet veel alleen, maar als het even kan, pak ik ook weleens een momentje voor mezelf.” Over tien jaar ben ik... “Hopelijk professioneel schaatsster. En het liefst een die bij de wereldtop hoort natuurlijk.” Is dat iets waar je altijd al van droomde? “Ja. Toen ik als klein meisje naar schaats­wedstrijden op televisie keek, wist ik al: dit wil ik later ook. Ik vind het heerlijk om hard door de bochten te gaan en aan de technische aspecten te werken. En het is natuurlijk fijn om te merken dat het steeds beter gaat tijdens wedstrijden en trainingen.” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Schaatsen

De metamorfose van Dai Dai N’tab

Dai Dai N’tab (27) is een opvallende verschijning [...]
Dai Dai N’tab (27) is een opvallende verschijning op en naast de ijsbaan. We gingen in aanloop naar het Olympisch Kwalificatie Toernooi (26-30 december) langs bij de sprinter van Jumbo-Visma en spraken hem over personen die een grote rol spelen in zijn leven. Jac Orie “Ik ben niks zonder Jac op dit moment. Jac is de man die de route voor me uitstippelt. Vorig jaar heb ik de overstap gemaakt naar Jumbo-Visma omdat ik tegen een aantal dingen aanliep bij mijn oude ploeg Reggeborgh. Ik merkte dat ik het laatste jaar een beetje vast kwam te zitten in februari en dat was juist de maand waarin ik er echt moest staan. Ik had de hele zomer zo hard getraind, maar was in de winter ineens zes weken slecht. Natuurlijk had ik gezien dat Jac zijn schaatsers altijd op de juiste momenten in vorm krijgt. Vaak dacht ik als ik die mannen van Jumbo-Visma zag pieken bij de grote toernooien: hoe krijgen ze dat in godsnaam keer op keer voor elkaar? Ik had al eerder een gesprek met Jac gevoerd, maar toen durfde ik de overstap nog niet te maken. Nadat ik voor Jumbo-Visma had getekend, zei Jac tijdens het eerste gesprek: ‘Ik kan jou redelijk eenvoudig wereldkampioen sprint maken.’ Ik dacht: man, ik ben vooral iemand voor de 500 meter, kan nooit zo’n goede 1000 meter rijden dat ik mee kan doen om de wereldtitel sprint. We zijn aan de slag gegaan. Het eerste wat hij deed, was me met uitgebalanceerde trainingen veel sterker maken. Het resulteerde vorig jaar in de bronzen medaille op de 500 meter op de WK afstanden. Die medaille heeft me een flinke boost gegeven. Ik weet nu: ik kan het ook op het moment dat het echt moet.” Gerard van Velde “Het telefoontje waarin ik Gerard moest vertellen dat ik bij hem weg zou gaan, vond ik vreselijk. Nog steeds vind ik het lastig om aan dat gesprek terug te denken. Ik heb vreselijk veel aan hem te danken. Wat ik van Gerard heb geleerd in de zesenhalf jaar dat we samenwerkten, is vooral: met gevoel schaatsen. Schaatsen is een heel technische sport. De fitste wint niet altijd, wel degene die het beste gevoel met het ijs heeft, die de energie het best over kan brengen op het ijs. Dat is iets waar ik heel hard aan heb moeten werken. Toen ik bij Gerard kwam, had ik dat gevoel niet. Ik kwam bij wijze van spreken net uit de kroeg gerold. Mijn collega en maatje Kai Verbij trainde al veel langer op hoog niveau, was veel verder dan ik. Gerard heeft mij met veel geduld en vol passie beetje bij beetje geleerd hoe ik moest ‘voelen’ als schaatser. Mede daardoor ben ik veel bewuster naar mijn lichaam gaan luisteren en kijken. Voor Gerard ging ik door het vuur. Maar het gevoel dat ik voor mezelf moest kiezen als ik verder wilde komen als schaatser werd steeds sterker. De wetenschap dat ik hem teleur ging stellen, deed me heel veel. Ik heb voor het gesprek een maand lang elke nacht slecht geslapen. Ik heb met veel mensen met wie ik close ben gesprekken gevoerd. Natuurlijk met Kai, die voor dezelfde beslissing stond. Maar ook met mijn vriendin, moeder, vader, ex-stiefvader Ton Dekkers en oud-coach Erwin ten Hove. Op een gegeven moment heb ik radiostilte in acht genomen. Ik had iedereen gesproken, het was aan mij om een besluit te nemen. Ik was dagenlang in twijfel. Het ene moment dacht ik: ik blijf bij Gerard. Het volgende moment dacht ik: ik ga naar Jac. Ik heb zo gepiekerd. Op een gegeven moment heb ik alles opgeschreven. Aan de ene kant de redenen om bij Gerard te blijven en aan de andere kant de overwegingen om over te stappen naar Jac. Daarna ben ik dingen tegen elkaar weg gaan strepen. Dat heb ik een paar keer gedaan. Telkens was de uitkomst hetzelfde: ik moest overstappen naar Jac. Voordat ik m’n handtekening zette onder het contract bij Jumbo-Visma, ben ik ook nog bij de familie Wessels langsgegaan, de mensen achter Team Reggeborgh. Dat vond ik ook lastig. Er heerste zo’n familiegevoel rond de ploeg, ik voelde me erg gewaardeerd. Ik vond dat ik ook hen rechtstreeks moest vertellen dat ik had besloten te vertrekken. Dat waren twee heel hoge drempels waar ik overheen moest. Toen ik die gesprekken had gevoerd, viel alles van me af. Als ik Gerard zie, is het goed. Hij wil natuurlijk van mij winnen met zijn schaatsers. Maar ik geloof ook dat de band nog zo goed is, dat als zijn schaatsers niet winnen, hij het mij en Kai - die na mij zijn overstap bekend maakte - gunt om te winnen.” Shani Davis “Ik word vaak vergeleken met Shani Davis. Omdat we allebei donker zijn. Als er weer werd geroepen dat ik ‘de nieuwe Shani Davis’ was, dacht ik: die vergelijking slaat nergens op, want we zijn twee totaal verschillende schaatsers. Je vergelijkt mij toch ook niet met Sven Kramer of Mark Tuitert? Ik ben specialist op de 500 meter en Shani was dat op de 1000 en 1500 meter. Een 1000 meter rij ik met de 500 meter in m’n achterhoofd en Shani reed een 1000 meter veel meer met de 1500 of zelfs de 5000 meter in z’n achterhoofd. Ik heb me vorig jaar uitgesproken tijdens de Black Lives Matter-discussie, kan je ook wel wat vertellen over racisme en discriminatie. Ik verhuisde als jochie van Amsterdam naar het ultiem witte Oisterwijk in Brabant. Alle grove negeropmerkingen heb ik wel naar m’n hoofd gekregen als ik op stap ging met vrienden. Ik heb wel van me af geslagen als de racismekaart weer eens werd getrokken. De verwijzing over mijn huidskleur zijn me niet onbekend. Ik denk dat elke donkere jongen in Nederland die ervaring wel heeft. 'Ik kwam binnen als een feestbeest dat dacht wel even profschaatser te kunnen worden. Goh, Erwin ten Hove heeft me in het begin zo vaak op m'n flikker gegeven' En dan waren er nog de onbedoelde opmerkingen die pijn deden. Als ik met leeftijdgenoten aan tafel zat en iedereen zat als een zwijn te eten en ik nam keurig met mes en vork een hap, dan kwam er een opmerking als: ‘Geweldig, hij kan ook nog netjes eten.’ Belachelijk. Het woord ‘neger’ kreeg voor mij ook zo’n negatieve bijsmaak. Iemand kon weleens zeggen: ‘Je bent m’n lievelingsneger.’ Daar bedoelde die persoon misschien niets negatiefs mee, maar voor mij voelde het heel naar. Ik deed niets verkeerd, maar werd wel anders behandeld. Dat deed wel wat met m’n zelfvertrouwen als jonge jongen. Helden Magazine 59 Het eerste gedeelte van het verhaal van Dai Dai N'tab komt voort uit Helden Magazine 59. Sifan Hassan is onze Held van het Jaar en siert de cover van het dubbeldik eindejaarsnummer. Ze kwam, zag en overwon. Hassan deed wat niemand voor haar deed: drie olympische medailles winnen op de middellange afstanden op dezelfde Spelen. Heel bijzonder is ook het verzoek dat Barbara Barend kreeg van Bibian Mentel. Vlak voor haar overlijden, op 29 maart dit jaar, wilde Bibian nog een keer een groot interview geven met het verzoek het verhaal na haar overlijden te publiceren. In het verhaal spreekt zij nog één keer iedereen toe die haar lief hebben.  In Helden Magazine 59 lees je een uitgebreid interview met Fabio Jakobsen en zijn aanstaande vrouw Delore. Ze blikken samen terug op de zware val in Polen, waarbij Fabio bijna het leven verloor én hoe hij zich dit jaar heeft teruggevochten. Daarnaast spraken we een van de sterkhouders van Ajax, Daley Blind in het bijzijn van zijn vrouw, dochter, moeder en twee zussen. Rolstoeltennisster Diede de Groot won dit jaar de Golden Slam. De dubbelvier zorgden voor het eerste olympische roeigoud bij de mannen in 25 jaar én Sjinkie Knegt vertelt over het leven na het ongeluk met de houtkachel. Ook in Helden Magazine 59 hebben Jeffrey Hoogland en Shanne Braspennincx het mooi geflikt met z’n tweeën, beloonde Tom Dumoulin zijn terugkeer met olympisch zilver op de tijdrit en groeide Denzel Dumfries uit tot de Held van Oranje tijdens het EK. Overigens vertelt Frédérique Matla over haar weg naar de top, won Abdi Nageeye niet alleen olympisch zilver op de marathon, maar coachte hij ondertussen ook zijn maatje naar brons en is Harrie Lavreysen de koning van de sprint. Verder zijn vrienden Niek Kimmann en Jelle van Gorkom allebei in het bezit van een olympische medaille. Sanne van Dijke won olympisch brons, maar verloor in aanloop naar de Spelen haar broer en daarna haar trainingsmaatje. Reshmie Oogink blikt in ‘De dag dat’ terug op het moment dat ze in Tokio te horen kreeg dat ze corona had. Victoria Koblenko ontmoet daarnaast olympisch kampioen Kiran Badloe én Caitlin Dijkstra staat in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij De Liefdesbrief. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Schaatsen

Erben Wennemars: ‘De droomzomer is hét voorbeeld van opladen op vakantie’

Erben Wennemars is oud-topschaatser, ambassadeur [...]
Erben Wennemars is oud-topschaatser, ambassadeur van reisorganisatie TUI en intensief betrokken bij het thema ‘Opladen’, wat staat voor vakantie waarbij het draait om inspanning én ontspanning. Deze zomer is hij ook parkdirecteur tijdens De Droomzomer. Op Droompark De Zanding kunnen mensen deze bomvolle sportzomer tijdens een unieke shortbreak samen sport beleven en gezamenlijk sporten. Erben de vakantieman “Ik ben van de actieve vakanties. Ik snap heel goed dat mensen lekker met een drankje op een strandbedje willen liggen. Dat moeten ze ook zeker doen. Maar als je dat combineert met eropuit gaan, dagelijks een stukje lopen of fietsen, zul je zien dat je echt tot rust komt,” vertelt Erben Wennemars met het enthousiasme dat zo kenmerkend is voor de oud-schaatser, die in zijn carrière twee keer wereldkampioen sprint werd, zesmaal goud won bij de WK afstanden en twee keer olympisch brons veroverde. Erben is als ambassadeur van reisorganisatie TUI sinds 2019 veel betrokken bij het concept ‘Opladen’, dat staat voor vakantie waarbij het draait om inspanning én ontspanning, lekker én gezond eten. “Door de perfecte combinatie van inspanning en ontspanning kun je je eigen accu opladen.” Erben de sportman Erben heeft natuurlijk makkelijk praten, hij is hartstikke fit en doet zijn hele leven niets anders dan sporten, sporten en nog eens sporten. “Ik geef toe dat mijn topsportachtergrond ook weleens mijn valkuil is. Vroeger zei ik als we op vakantie gingen tegen m’n gezin gekscherend: we gaan lekker op trainingskamp! Dan werd iedereen boos op me. Ik wilde te veel en te snel. Voor mij is een TUI Sports vakantie, een complete hardloop- of wielerreis, ideaal. Maar je hoeft niet zoals ik meteen de eerste de beste berg op te fietsen als je op vakantie bent, hoor. Ben je gek. Een leuke wandeling of een mooi fietstochtje is ook goed, het draait allemaal om balans.” Erben de familieman De kunst is om de balans te vinden, om het voor iedereen leuk te houden op vakantie, stelt Erben. “Ik vind bewegen heel leuk, mijn vrouw is meer van het uitrusten op het strand of een terrasje pakken. De gulden middenweg is: samen één of twee uur bewegen, dan is iedereen de rest van de dag ongelooflijk ontspannen. Ik kan iedereen daarom ook de actieve vakanties van TUI aanbevelen, daarop kun je op een strandbedje gaan liggen, maar ook gaan tennissen, surfen of aan yoga doen. Als ik terugdenk aan de vakanties met ons gezin, komen namelijk niet meteen de momenten omhoog dat ik op m’n strandbedje lag. Ik denk aan de keer dat ik met mijn zoon bovenop Alpe d’Huez stond. Of de keer dat ik met mijn andere zoon de Mont Ventoux had beklommen. En ik denk aan de mooie wandeltochten door de bergen met mijn vrouw Renate. De vakantie is ook: mooie herinneringen opdoen. Als je actief bent, doe je meer herinneringen op.” Erben de tipgever Voor Erben is opladen tijdens vakantie gesneden koek. Hij snapt heel goed dat dit niet voor iedereen geldt. Gevraagd naar zijn oplaadtips, antwoordt hij meteen: “Organiseer het, zorg dat je de eerste stap zet. Bekijk voor vertrek alvast even wat er te doen is in de omgeving. Ga even op verkenning als je net op je bestemming bent. Dan doe je meteen allerlei informatie op. Over excursies die er te doen zijn, welke wandel- en fietsroutes er zijn, waar je fietsen kunt huren. De ervaring leert dat als je eenmaal op de plek van bestemming bent en je hebt niets geregeld, je niet meteen zin hebt om tot actie over te gaan. En als je eenmaal in die luierstand zit, wordt het steeds moeilijker om daar weer uit te komen op vakantie.” Erben de parkdirecteur Het EK voetbal, Wimbledon, de Tour de France, de Olympische Spelen, de Vuelta en de Grand Prix Formule 1 op Zandvoort; de zomer van 2021 staat bol van de sport. TUI, Droomparken en Helden organiseren dit jaar voor het eerst De Droomzomer. Tussen 11 juni en 6 september kunnen mensen op Droompark ‘De Zanding’ in Otterlo tijdens hun vakantie genieten van de sportevenementen. Ook zijn er ruimschoots mogelijkheden om zelf te sporten. Bekende sporters hebben daarbij een belangrijke rol, elke week is een andere sporter ‘parkdirecteur’. Uiteraard bekleedt Erben ook een week lang die functie. “Samen sport ervaren is toch geweldig? Door corona is het gevoel van samen sport beleven toch een beetje weggevallen. De stadions bleven leeg. Dat saamhorigheidsgevoel waar sport voor zorgt, heb ik gemist. Met De Droomzomer kunnen we samen van sport genieten en de successen vieren. Gewoon in Nederland. En uiteraard rekening houdend met de op dat moment geldende corona-maatregelen. Daarnaast is er volop de kans om actief te zijn. Zoals ik net zei: het is tijdens vakantie vaak lastig om die eerste stap te zetten om te gaan bewegen. Tijdens De Droomzomer worden er clinics gegeven, zijn er voldoende mogelijkheden om te bewegen. De Droomzomer is hét voorbeeld van Opladen.” Hoe hij de week als parkdirecteur in gaat richten, heeft Erben al voor ogen. “Lekker samen sport kijken. Sport gaat niet alleen om de prestaties, maar ook over de verhalen daarachter. Ik vind het leuk om die verhalen te delen, kan sport ook redelijk duiden. En daarnaast wil ik actief zijn. Naast De Zanding ligt nationaal park De Hoge Veluwe, daar kun je mountainbiken, hardlopen of wandelen. Ik zal met mensen op een sportieve manier de omgeving gaan verkennen.” Het wordt dus een zomer vol sport. “Het wordt een fantastische zomer. Ik kijk er echt naar uit.” Helden Magazine 56 Het verhaal van Erben Wennemars komt voort uit Helden Magazine 56, waar bondscoach van het Nederlands elftal: Frank de Boer zich uitspreekt over het WK in Qatar, Virgil van Dijk, de kansen van ‘zijn’ Oranje, Louis van Gaal, Guus Hiddink en zijn rol als vader van drie dochters. In deze editie is er wederom aandacht voor turnterreur. Renske Endel, Suzanne Harmes, Verona van de Leur en Gabriëlla Wammes, de turnsters van de Sportploeg van het Jaar in 2001 en 2002, deden tien jaar geleden voor het eerst een boekje open over het gedrag van hun trainers Gerrit Beltman en Frank Louter. Na de bekentenis van geestelijke en lichamelijke mishandeling door Beltman afgelopen zomer is de bom gebarsten én delen de oud-turnsters nogmaals hun schokkende verhalen. Ook in Helden Magazine 56 een uitgebreid interview met oud-voetbalster Anouk Hoogendijk over de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal en een loodzware bevalling. Noa Lang maakte afgelopen zomer de overstap van Ajax naar Club Brugge. En met succes. We legden hem stellingen voor. Nadine Visser werd opnieuw Europees kampioen indoor op de 60 meter horden, wat maakt haar zo goed? Daarnaast was Tom Boonen jarenlang de koning van het voorjaar. We spraken hem over Tom Dumoulin, cocaïne, immense druk en de kick van autoracen. Verder blikt Stanley Menzo terug op een roerig leven. Is Chantal van den Broek-Blaak in grote vorm, maar heeft ze besloten volgend jaar te stoppen als wielrenster. Doet bokser Peter Müllenberg zijn verhaal en hoopt marathonloper Björn Koreman zicht te kwalificeren voor de Spelen en judoka Roy Meyer deelt zijn levenslessen met Victoria Koblenko. In ‘de dag dat alles misging’ blikt Rianne Schoreldaarnaast terug op de Spelen van 2016 en staan we stil met Kika van Es in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Schaatsen

Suriname On Ice

De winter van 08/09, met eindelijk weer een Nederlands [...]
De winter van 08/09, met eindelijk weer een Nederlands kampioenschap op natuurijs, met tienduizenden recreanten op plassen, sloten en grachten, leek ons de ideale aanleiding om de Surinamers Gullit, Raymann en Bonjasky, kennis te laten maken met het ijs. 'Waarom bel je mij', vroeg Jörgen Raymann. 'Ben jij gek of zo? Wij horen niet op het ijs.' 'Ben het helemaal met hem eens', zei Ruud Gullit. 'Hallo, het is veel te koud.' 'Kijk even naar ons, wij gaan toch niet voor de lol de kou opzoeken?' En Shani Davis dan? 'Shani Davis is geen Surinamer en bovendien rijdt hij alleen op overdekte banen.' 'En niet te vroeg.' Gullit vertelt bij aankomst dat hij al een keer op ijs heeft gestaan, maar toen direct de conclusie had getrokken: 'Niets voor mij.' Remy Bonjasky had nog nooit op schaatsen gestaan, sterker nog: 'Ik heb zelfs nog nooit naar schaatsen gekeken'. Wij hadden schaatsen, koek, warme chocolade en snert geregeld op de plassen bij Vinkeveen. Natuurlijk geen doorlopers, maar echt Noren. Het zijn Surinamers, het moet er wel meteen goed uitzien. Daarom natuurlijk ook de, volgens onze inschatting, onmisbare stoelen. Toen we het ijs betraden, hoorden we een enorme knal en zagen we een gigantische scheur in het ijs ontstaan. Raymann zat meteen weer aan de kant: 'Mij krijg je er echt niet meer op.' Gullit kwam zowaar een keer zonder stoel twintig meter vooruit. 'Gaat heel lekker, maar ik denk dat Vancouver nog te vroeg komt.' Bonjasky zat zonder stoel alleen op zijn gat. 'Nou weet ik ook hoe mijn tegenstander zich voelt.' Raymann zat vooral op de stoel. 'Als Tante Es wist dat ik hier was, zou ze zich verschrikkelijk zorgen maken.' Maar het is gelukt in februari van 2009: Suriname On Ice.  

Schaatsen

Joy Beune en Kjeld Nuis: ‘We zitten in hetzelfde schuitje’

Joy Beune (21) en Kjeld Nuis [...]
Joy Beune (21) en Kjeld Nuis (31) zijn schaatscollega’s én geliefden. Over hun relatie was veel te doen. In aanloop naar de WK afstanden in Heerenveen (11-14 februari) waarvoor ze zich allebei kwalificeerden, doen ze voor het eerst samen hun verhaal. “Soms liggen we met z’n tweeën helemaal in een deuk. Ook als anderen erbij zijn en zij totaal niet snappen waar wij zo om moeten lachen. Heerlijk,” zegt Kjeld Nuis terwijl hij zijn vriendin Joy Beune met een grote smile aankijkt. “We kunnen heel erg met elkaar lachen, maar je kunt ook heel erg lief zijn. Vooral als we samen thuis zijn. Jij hebt het imago dat je een macho bent, maar thuis hou je ook gewoon van knuffelen,” verklapt Joy. “Dat beeld dat ik een macho ben, had ik dus graag in stand gehouden,” zegt Kjeld met stemverheffing. Joy, met pretogen: “Dan kan ik ook wel verklappen dat je thuis graag van die opa-pantoffels draagt. En je hebt ook zo’n lange ruitjesonderbroek! Dat is dus de stoere Kjeld zoals hij in huis rondloopt, hè.” Kjeld, gierend van de lach: “Die onderbroek en sloffen zijn top, niks mis mee!” Dan serieus: “We hebben het echt heel leuk samen. Jij bent ook nog eens heel zorgzaam. Soms iets te zorgzaam, vind ik. Ik kan soms erg egoïstisch zijn. Dat moet ik dan zijn voor mijn sport. Ik vond zeker in het begin dat jij te weinig aan jezelf dacht. Maar je leert het wel, want ik probeerde je vandaag een keer of zes te bellen, maar je nam mooi je telefoon niet op. Best irritant, maar tegelijkertijd dacht ik: goed zo!” Kjeld: 'Allemaal haantjes bij elkaar en ik was misschien wel degene met de grootste bek, maar als het niet goed ging, klopte ik wel als eerste bij Joy aan' Joy: “Van mijn zorgzaamheid maak je ook ontzettend misbruik, hè. In mijn kerstpakket zat zo’n belletje wat je soms bij een hotelbalie ziet. Ik zei tegen Kjeld: deze is voor jou, hoef je alleen maar even te klingelen als ik wat voor je moet doen.” Kjeld, triomfantelijk: “Vertel even wie van ons vandaag het meest zorgzaam is. De pannenkoeken stonden gewoon klaar toen je terugkwam van de training.” Joy: “Oké, dat geef ik toe...” Kjeld: “Jij bent normaal gesproken degene die kookt, vindt dat ook leuk. Er zijn een paar dingen die ik behoorlijk klaar kan maken, maar jij gaat echt op internet dingen uitpluizen voordat je de keuken in gaat. En dan maak je heel gezonde en superlekkere dingen klaar. En als we allebei kapot zijn van de training of als jij er niet bent, heb ik het geluk dat ik mijn maaltijden kant-en-klaar van mijn sponsor Foodmaker krijg. Die maaltijden zijn helemaal op mij toegespitst, alle bouwstenen die ik als schaatser nodig heb, zitten erin. Er is dus altijd gezond eten in huis. Heel fijn.” Hun relatie is nog pril. Neemt niet weg dat ze allebei wel wat dingen op kunnen noemen die ze irritant vinden bij de ander. “Wacht, ik pak mijn lijstje er even bij,” grapt Kjeld. “Ik erger me soms aan jouw lompheid. Jij stoot echt alles om. En als ik daar iets van zeg, dan erger jij je daar weer aan.” Joy: “Ik denk dan: let niet de hele tijd zo op me. Jij wacht gewoon op het moment dat ik iets stoms doe. Dan kun jij daar weer iets van zeggen. Waar ik me bij jou aan erger, staat trouwens in de woonkamer: de PlayStation.” Joy: 'Kjeld draagt thuis graag van die opa-pantoffels. En hij heeft ook zo'n lange ruitjesonderbroek! Dat is dus Kjeld zoals hij in huis rondloopt, hè' Kjeld, gierend van het lachen: “Yo!” Joy: “Ik vind het niet erg dat je af en toe zit te gamen, maar je slaat er een beetje in door. Gisteravond zei je: ‘Ik doe nog één potje en daarna gaan we samen tv kijken.’” Kjeld: “Ik ging al snel af, dat telde niet.” Joy: “Ik zei nog: nou, nog één potje dan. Terwijl ik aan de keukentafel zat te wachten, zag ik gewoon dat je daarna nog een nieuwe pot startte. Toen werd ik boos. Vond ik niet cool. Beloof het dan niet.” Kjeld kijkt glimlachend naar Joy: “Maar ik heb het daarna toch goedgemaakt met een voetmassage? En we hebben samen een tv-programma gekeken wat jij graag wilde zien.” Egoïstisch Joy en Kjeld schelen tien jaar in leeftijd. Joy maakte nadat ze in 2018 de wereldtitel bij de junioren had gepakt – mede dankzij junioren-wereldrecords op de 1000,1500 en 3000 meter – de overstap naar Jumbo-Visma en werd teamgenoot van Kjeld die na de wereldtitels op de 1000 en 1500 meter ook net de olympische titels op die afstanden had gewonnen. In 2019 werden ze naast ploeggenoten ook geliefden. Over het opbloeien van de relatie was veel te doen. Kjeld kwam uit een relatie en heeft een zoontje van vier, Jax. Eind 2018 liep die relatie spaak. Joy: “Ik kwam als negentienjarige in een ploeg bij allemaal stoere gasten.” Kjeld: “Allemaal haantjes bij elkaar en ik was misschien wel degene met de grootste bek, maar als het niet goed ging, klopte ik wel als eerste bij jou aan. Ik durfde ook mijn onzekerheden bij jou te laten zien.” Joy: “Ik ben iemand die meer moeite heeft om me kwetsbaar op te stellen, maar merkte al snel dat als ik bij iemand m’n emoties kon tonen, dat bij jou was. Ik vertelde je dingen die ik verder aan niemand vertelde. Maar ik was me er tegelijkertijd heel erg van bewust dat jij een vriendin en een kindje had. We waren goede collega’s, vrienden. Verder dan dat ging het echt niet.” Kjeld steekt de hand in eigen boezem wat betreft het mislopen van zijn vorige relatie. Dat hij ‘ineens’ na de Spelen van Pyeongchang in februari 2018 door het leven ging als tweevoudig olympisch kampioen had daar zeker mee te maken. Kjeld: “Ik ben de weg kwijt geweest na de Spelen, voelde me eventjes heel erg belangrijk. Iedereen wilde wat van me. Ik kon elke week naar een ander tv-programma als ik dat wilde. Daar ging ik een beetje van naast m’n schoenen lopen. Ik was ineens een bekende Nederlander. En als je dan zoals ik ook nog heel erg openstaat voor al die aandacht... Ik wilde op alles ingaan, vond alles leuk. Ik ben altijd op zoek naar een bepaalde kick, dat zit in mij. Vond het lastig om aan anderen te denken in die periode.” Joy: “Jij bent ook gewoon heel egoïstisch ingesteld. Ik heb een manier gevonden hoe ik daarmee kan leven. Ik vind het tegelijkertijd ook heel knap hoe je jezelf op de eerste plaats weet te zetten. Voor een topsporter is het ontzettend belangrijk om dat goed te kunnen. Ik heb dat veel minder.” Kjeld: “Ik ben me er veel meer van bewust dat al die aandacht met me aan de haal kan gaan en kan het nu beter managen. Maar ik moet wel oppassen, omdat ik altijd de neiging heb om overal ja tegen te zeggen. Jij zegt vaak tegen me: ‘Doe nou even relaxed, je doet zo veel.’ Ik ben de hele dag aan het regelen. En jij hebt ook gelijk als je zegt dat ik moet oppassen dat het niet ten koste gaat van wat het belangrijkst is: schaatsen.” Joy knikt: “Ik vind het leuk om een shoot te doen, maar de sport mag er nooit onder lijden.” Kjeld: “Ik blijf iemand die soms een beetje van het pad raakt, kan heel enthousiast worden als een magazine mij op de cover wil hebben. Dan denk ik: tof dat iedereen me weer ziet. Maar ook best raar dat ik zo redeneer. Mijn doel is zo hard mogelijk rijden en daar moet ik alles voor doen en laten. Tegelijkertijd vind ik het soms bijna nog mooier wat er mogelijk is zodra je die prestaties hebt geboekt.” Joy: “Tuurlijk snap ik ook dat het heel mooi kan zijn dat er deuren voor je opengaan. Maar ja...” Kjeld noemt Driffen, een bedrijfje van een paar jongens die hem helpen met onder meer social media, en André Boskamp, manager van zowel Kjeld als Joy. Kjeld: “Dankzij hen lukt het me beter om een balans te vinden. André is er altijd voor me. Als ik ergens mee zit, bel ik André. Maar hij zegt ook af en toe dat ik normaal moet doen, zet mij met beide voeten op de grond. ‘Nu normaal doen, je moet morgen trainen. Thuisblijven dus,’ zegt hij geregeld.” In de roerige periode, januari 2019, werd Kjeld gediskwalificeerd bij de EK sprint nadat hij op de 1000 meter op een blokje was gestapt. Zijn frustraties botvierde hij op de hoofdscheidsrechter en de tv-camera’s registreerden dat. Nederland viel over hem heen. Bij De Wereld Draait Door maakte hij publiekelijk zijn excuses. Bij de WK afstanden in Inzell moest de Sportman van het Jaar zich tevredenstellen met brons op de 1000 meter. Kjeld: “Mijn hele leven lag overhoop. Dat wist mijn coach Jac Orie natuurlijk ook. Na die bronzen medaille bij de WK afstanden zei Jac: ‘Waar haal je dit op dit moment vandaan? Dit slaat helemaal nergens op.’ Na terugkomst uit Inzell hadden wij onze eerste date. Een maand later in Salt Lake City wilde ik m’n gram halen voor dat EK en de WK afstanden. En dat lukte ook nog.” Kjeld wist op zowel de 1000 als 1500 meter het wereldrecord te pakken in Salt Lake City. Het record op de 1500 meter werd bestempeld als ‘de race van het jaar’ en leverde hem de jaarlijkse schaats-Oscar op. Ook Joy was erbij in Salt Lake City. Nadat ze al zilver had weten te pakken bij de NK allround, verbeterde ze bij de wereldbekerfinale haar pr op de 1500 meter. Joy: “Wat daarbij hielp was dat we aan de andere kant van de wereld waren, dat al het gedoe een beetje van ons af viel.” Sugar daddy’s Ze zijn opvallende verschijningen. Omdat ze allebei topsporter zijn, maar ook omdat ze voorkomen in de lijstjes van knapste topsporters. Sterker, tijdschrift FHM bombardeerde Joy in juni tot Mooiste Sportvrouw van 2020. Joy, lachend: “Ik doe wel een beetje m’n best om goed voor de dag te komen, vind het leuk om met kleding bezig te zijn en ga niet de deur uit zonder make-up. Maar ik ga me nu niet ineens profileren als die sexy sportster, ga niet allemaal gewaagde foto’s van mezelf op social media plaatsen, hoor. Prima als mensen dat wel doen, maar ik heb daar niet zoveel mee. Jij loopt meer met je uiterlijk te koop, vindt het leuk om jezelf te laten zien.” Kjeld knikt: “Ik ben er wel mee bezig hoe ik mezelf neerzet naar de buitenwereld toe. Sinds kort laten we allebei onze Instagram-account beheren door Driffen. Ik doe dat omdat het er dan mooier uit komt te zien. Jij vindt het ook lekker dat iemand je helpt omdat je er niet veel aan vindt om daarmee bezig te zijn.” Joy: “Voor een fotootje op Instagram doe jij wat meer moeite, ja. Jij wordt veel meer herkend, misschien zou ik er ook meer mee bezig zijn als dat bij mij ook zo zou zijn. Ik kan nog veel anoniemer over straat. Als ik met jou buiten loop, gebeurt het vaak dat jij meteen herkend wordt en dat ze geen idee hebben wie ik ben.” Kjeld: “Jij denkt dat het zo is, maar ik twijfel.” Joy: “Hoe vaak hoor jij in mijn bijzijn niet: ‘Jij bent toch die schaatser?’ En jij zegt dan vaak: ‘Dat zijn we allebei.' Kjeld: “Ja, dat is wel zo. Het verschil is dat mensen mij al een jaar of tien op tv hebben kunnen zien. Bij jou is dat sinds twee jaar het geval.” Joy: “Ik vind dat jij heel goed omgaat met je bekendheid. Knap ook hoe jij mensen af kunt wimpelen als het even niet uitkomt.” Kjeld: “In het begin is het lastig om nee te moeten zeggen. Maar soms moet het. Ik trek het bijvoorbeeld heel slecht als mensen me lastigvallen tijdens het eten of als ik in gesprek ben. Dan heb ik even geen zin in een fotootje. Wacht even tot ik ben uitgegeten of uitgepraat, dan is het prima. Weet je wat ik mooie momenten vind? Als iemand in de supermarkt in het voorbijgaan even tegen me zegt: ‘Bedankt voor afgelopen winter, ik heb ontzettend van je genoten.’” Joy: “Als iemand stiekem een foto probeert te maken, dan zeg je daar ook meteen wat van.” Kjeld: “Dan roep ik: je mag het ook gewoon vragen! Je ziet dan dat mensen zich betrapt voelen en gaat snel die telefoon weg.” Ze zijn zich ervan bewust dat ze in de schijnwerpers staan. Er wordt geregeld ‘toenadering’ gezocht. “Soms ben ik wel een beetje jaloers,” bekent Joy. “Ik weet dat jij ontzettend veel aandacht van vrouwen krijgt. Het is niet altijd leuk als je weet dat ze allemaal wat van je willen. Als meisjes met jou op de foto willen, dan vind ik dat natuurlijk prima. Maar als je ziet wat jij soms op social media voor reacties krijgt... Er zijn vrouwen die alles durven, niet normaal.” Joy: ‘Ik had doordat het de laatste tijd minder ging toch een beetje het gevoel dat ik er niet meer bij hoorde, dat ik al vergane glorie was’ Kjeld: “In een winkelstraat kom ik geregeld groepjes vriendinnen tegen. Ik zie ze dan al kijken en daarna beginnen ze vaak zenuwachtig te giechelen. Als ze voorbij zijn en ik kijk om, dan zie ik ze echt lachend omkijken. Dat is toch lachen? Maar je hebt gelijk, het kan ook veel extremer. Nadat ik olympisch kampioen werd, heb ik tal van huwelijksaanzoeken gehad via de mail of social media. En erger. Soms doen vrouwen zichzelf in de aanbieding. Er zitten echt heel gekke berichten tussen. Blote lichamen, filmpjes, foto’s; alles!” Joy: “Jij zegt altijd meteen als vrouwen toenadering zoeken: ‘Ik ben met jou, jij bent mijn meissie.’ Als jij dat zegt, is het voor mij meteen klaar.” Kjeld: “Maar hé, jij krijgt ook van die berichten.” Joy knikt: “Ja, ik krijg soms ook foto’s of van die gekke berichten. Je hebt van die sugar daddy’s die me via de mail of social media geld bieden...” Kjeld, gierend: “Dan krijg je de vraag of je gezellig een weekendje langskomt!” Joy: “Dan krijg ik een bericht waarin het hele draaiboek is uitgewerkt. ‘Ik kan voor je zorgen. Je mag met me mee hiernaartoe en dan krijg je daar dit bedrag voor.’ Heel raar. Het klinkt gek, maar ik raak er een beetje aan gewend. Het is voor ons allebei een beetje dagelijkse kost. Bizar, hè?” Kjeld: “De berichten beginnen vaak met:‘Hoi, ik doe dit normaal gesproken nooit.’ En daarna volgt al snel: ‘Ik zie dat je een vriendin hebt en een kind, maar mocht je eens een pleziertje willen, dan ben je altijd welkom.’ Doordat we dit allebei meemaken, zorgt dat ook voor... ja, hoe zeg je dat?” Joy: “We zitten in hetzelfde schuitje. Dat scheelt.” Bed Ze weten dat ze in the picture staan, dat er op hen wordt gelet. Joy en Kjeld weten ook wat ze moeten doen en laten voor hun sport, dat ze soms keuzes moeten maken die niet altijd gezellig of leuk zijn, maar wel goed voor hun schaats­carrières. Kjeld: “Het helpt erg dat je dezelfde dingen meemaakt, op en naast het ijs. Het zorgt voor begrip, je respecteert de keuzes waar de ander voor staat. Ik snap heel goed dat als ik van plan ben om samen iets leuks te gaan doen, jij ervoor kiest om je rust te nemen omdat je eraan toe bent.” Joy: “Ik heb mijn rust hard nodig, ga altijd vroeg naar bed.” Kjeld: “Dat vond ik in het begin best lastig. Zaten we lekker samen tv te kijken en zei je om kwart voor tien ineens: ‘Ik ga erin.’ In het begin riep ik dan: wat ben jij saai, joh!” Joy: “Jij gaat vaak later naar bed, maar kan weer veel beter uitslapen dan ik.” Kjeld: “We hebben eigenlijk allebei ons eigen bedrijfje. En dat moet blijven draaien, dat is het belangrijkste. Het laatste wat ik wil is dat jij je de volgende dag minder voelt, omdat je nog even bij mij bent blijven zitten. Slapen is, net als de juiste voeding, zo belangrijk voor ons. Op dat vlak kun je geen concessies doen. Doen we dus ook niet. Tegen de jongens met wie ik geregeld aan het gamen ben, zeg ik om tien uur ’s avonds vaak: ik kap ermee. Die jongens reageren dan vaak met: joh, we zitten net. Zij gaan gerust tot diep in de nacht door met gamen. Ook al moeten ze de volgende dag werken. Die nemen genoegen met vijf uur slaap. Als wij dat doen, dan gaat het mis. Je voelt het in de training meteen als je niet voldoende uit­gerust bent. Daarom is een samenwerking zoals met M line voor ons dan ook van grote waarde. Wij sporters zijn heel sensitief, voelen elk pijntje. Het onderhouden van het lichaam is zo belangrijk. Een uurtje minder slaap voelen we meteen.” Joy: “Als ik mijn kussen raak, ben ik weg.” Kjeld: “Daar ben ik jaloers op, hoor.” Joy: “Jij kunt vaak beter presteren met wat minder slaap dan ik.” Kjeld: “Zeker sinds de uitbraak van de coronapandemie is Jax vaak bij me. Ik vind het geweldig om naast hem wakker te worden. Maar als hij om zes uur ’s ochtends wakker wordt, kan ik me niet nog even omdraaien. Mijn slaapritme is dus iets aangepast. En het heeft ook met leeftijd te maken. Vroeger deed ik veel meer middagdutjes dan tegenwoordig. Het is voor iedereen anders. Maar als ik wil rusten, dan moet het ook goed zijn. Dat begint dus met een goed matras en kussen.” Switch Over keuzes maken gesproken. Joy en Kjeld zijn sinds enkele maanden geen ploeggenoten meer. Kjeld besloot afgelopen zomer Jumbo-Visma te verruilen voor Team Reggeborgh. Na elf jaar kwam een einde aan de samen­werking met Jac Orie. Over de transfer naar de ploeg van Gerard van Velde was flink wat te doen. Kjeld: “Ja, dat was wel een dingetje, hè? Twee jaar terug heb ik ook al met Van Velde gesproken. Het klikte meteen, maar destijds had hij geen sponsor voor zijn ploeg. Ik besloot bij te tekenen. Afgelopen zomer klopte Gerard weer aan en dacht ik: nu moet ik het doen. Ik heb heel veel geleerd van Jac Orie, heb mede dankzij hem gewonnen wat ik heb gewonnen, maar het was wel elk jaar hetzelfde.” Joy: “Ik snap dat je eens wat anders wil. Neemt niet weg dat ik het jammer vind dat we niet meer bij elkaar in de ploeg zitten. Binnen de ploeg word ik er nog steeds op aangesproken dat jij bent overgestapt. Die switch heeft er in elk geval voor gezorgd dat iedereen op scherp is gezet. Bij Jumbo-Visma willen ze heel graag van jou winnen. En jij wil op jouw beurt weer heel graag van hen winnen.” Kjeld: ‘We maken een praatje als we elkaar tegenkomen. Maar ik weet dat Jac Orie aan iedereen in een groen pak een hekel heeft’ Kjeld: “‘Lekker bezig,’ zei Sven Kramer toen ik vertelde dat ik wegging. ‘Hij gaat toch niet weg,’ riep Sven altijd grappend als een overstap ter sprake kwam. Volgens mij vond Sven het mooi dat ik het toch heb gedaan. Hij heeft in het verleden ook die stap gezet, toen hij na een jarenlange samenwerking met Gerard Kemkers switchte naar Jac. Tussen Sven en mij is het gewoon chill. Jac reageerde heel koeltjes toen ik liet weten dat ik ging vertrekken.” Joy: “Hij vond het zeker niet leuk.” Kjeld: “Maar dat zal hij niet snel laten zien. Zo is Jac. Op het moment dat ik de boodschap had medegedeeld, was ik een tegenstander. Zo steekt hij in elkaar. Prima. Als we elkaar nu tegenkomen, ontlopen we elkaar niet, hoor. Het is ook niet vervelend, we maken gewoon een praatje. Maar verder weet ik dat hij aan iedereen in een groen pak een hekel heeft. Dat mag ook op het ijs, hè. Het belangrijkst is dat ik meteen na de switch al merkte dat ik vrolijk werd van de nieuwe trainingsvormen. Ik was toe aan die frisse wind.” Kjeld dacht bij Reggeborgh bij Kai Verbij en Dai Dai Ntab in de ploeg te komen. Maar Jumbo-Visma trok meteen na het vertrek van Kjeld uitgerekend die twee sprinters aan. Kjeld: “Ik had al tegen Kai en Dai Dai gezegd dat ik hun kant op zou komen als de kans zich voor zou doen. Van Dai Dai wist ik dat hij hetzelfde had als ik: hij wilde wel een keer wat anders. Snapte ik. Jac heeft Kai gebeld de dag nadat ik had verteld dat ik wegging. Dat is zijn goed recht en dat is een goede zet voor hun sprinttrein. Het is zakelijk, ik zie dat niet als iets persoonlijks. Kai zal gevallen zijn voor het verhaal van Jac, heeft het idee dat hij bij hem een onwijze stap kan maken. Als hij denkt dat hij daar als sporter beter van kan worden, wie ben ik dan om te zeggen dat hij bij Reggeborgh moet blijven?” Mental coach Joy denkt niet aan een overstap, ze is bij Jumbo-Visma bezig om manieren te vinden het maximale uit haar mogelijkheden te halen. Na haar eerste seizoen bleven de prestaties achter bij haar verwachtingen. Maar bij het kwalificatietoernooi, eind december, stond ze er. Joy dwong kwalificatie voor zowel het EK allround als de WK afstanden op de 3000 meter af. Joy: “Ik heb wel een beetje in een dip gezeten.” Kjeld: “Je had ook al hard geschaatst, dus het zat erin. Vorig jaar slaagde je er niet in je te kwalificeren voor de World Cups. Dat was een klap. Ik weet hoe dat voelt, daardoor ga je zo aan jezelf twijfelen.” Joy: “Ik ben pas 21, maar ik had doordat het de laatste tijd minder ging toch een beetje het gevoel dat ik er niet meer bij hoorde, dat ik al vergane glorie was.” Kjeld: “Ik zag je knokken om de negatieve modus te doorbreken.” Joy: “Ik heb een mental coach die ik gemiddeld één keer per week bel. Ik heb echt het gevoel dat zij me door de moeilijke periode heeft getrokken. Ik kom door de gesprekken met haar ook steeds meer over mezelf te weten. Een van de lessen is dat ik een ontzettende perfectionist ben. Dat perfectionistische zit me ook geregeld in de weg. Daarnaast wil ik mensen graag pleasen. Dat komt ook voort uit mijn opvoeding, denk ik. Mijn ouders vinden presteren erg belangrijk. Op school moest ik het goed doen en ze vonden het ook belangrijk dat ik uitblonk in m’n sport. Misschien is die druk soms iets te hoog voor me. Maar denk nou niet dat ik geen fijne jeugd heb gehad. Mijn ouders hadden alles voor me over. Maar ergens zat ook het gevoel dat ik altijd goed moest presteren omdat ik anders mijn ouders teleur zou stellen. Ze stonden altijd met de beste bedoelingen voor me klaar, hoor, maar soms was het fijner geweest om een arm om me heen te krijgen in plaats van de mededeling dat ik het niet goed had gedaan. Soms ben ik heel erg op zoek naar bevestiging dat ik iets goed heb gedaan. Het is heel fijn dat ik nu iemand om me heen heb die me even een knuffel geeft of zegt dat hij trots op me is. Maar goed, aan mijn ouders heb ik tegelijkertijd mijn grote drive te danken.” Kjeld: “Jij wist op je negentiende al zo goed waar je mee bezig was en wat je wilde. Dat bewonderde ik. Ik dacht geregeld als ik jou bezig zag: hoe was het met mij gelopen als ik op m’n negentiende al zo professioneel bezig was geweest? Maar ik herkende ook dingen van mezelf in jou. Bijvoorbeeld dat neurotische gedrag in aanloop naar een wedstrijd. Vanaf het moment dat je wakker wordt op een wedstrijddag ben je een compleet ander mens. Alles heb je tot op de minuut gepland. O wee als het ietsje anders gaat. Dan krijg ik een sneer. Je zegt ook vaak aan het einde van de dag: ‘Sorry hoor, mijn gedrag op zo’n dag moet je maar even voor lief nemen.’” Joy: “Op zulke dagen ben ik ontzettend zenuwachtig. Daarin sla ik misschien wel een beetje door.” Kjeld: “Ik heb dat ook jarenlang gehad en voel de spanning voor een wedstrijd ook nog steeds wel. Maar ik denk dat je het aan mij wat minder merkt.” Joy: “Als in mijn planning staat dat ik om één uur ’s middags even op bed moet gaan liggen en het wordt half twee, dan kan ik daar gefrustreerd door raken en zelfs een beetje in paniek. Jij kan dan zeggen: ‘Doe een beetje chill, wat maakt dat half uurtje nou uit.’ Maar verder laat je me op zulke dagen vooral met rust. ‘Doe gewoon lekker je ding,’ zeg je dan, ‘en als je lekker chagrijnig wil zijn, ga dan je gang.'" Kjeld: “Ik wil jou natuurlijk graag helpen, maar iedereen moet voor zichzelf een manier vinden die voor hem of haar werkt. Wat voor mij werkt, hoeft totaal niet voor jou te werken. Voor mij was het ook een zoektocht. Ik zag mezelf ook op m’n 21ste al als olympisch kampioen nadat ik een medaille op een World Cup had gewonnen. Ik wilde tot een jaar of vijf terug ook veel te graag. Telkens ging het mis op momenten dat ik er moest staan, daardoor miste ik de Spelen van 2014. Toen ik in 2017 voor het eerst goud won bij de WK afstanden, zei Sven Kramer tegen me: ‘Sukkel, dat had je vier jaar geleden ook al kunnen halen. Wat? Acht jaar geleden!’ Als ik jou hoor bellen met je psycholoog, dan vind ik dat je het heel goed doet. Ik maak trouwens ook nog steeds gebruik van een mentale begeleider.Er is afgelopen tijd weer veel met me gebeurd.” Kjeld: ‘Bij elk trouwprogramma heeft Joy hoop dat op een dag... Ik zeg dan altijd: kun je rekenen? reken er dan maar niet op. Ik vind trouwen maar onzin’ Kjeld wisselde dus van team, kreeg vlak voor de seizoenstart corona waardoor hij met achterstand aan het seizoen begon. Daarna volgde een diskwalificatie op het NK sprint en bij het kwalificatietoernooi eind december ging het mis op de 1000 meter waardoor hij niet mee mocht doen aan het EK sprint en straks op de WK afstanden ontbreekt op de 1000 meter. Hij zal alles op alles zetten om zijn startbewijs op de 1500 meter om te zetten in een nieuwe wereldtitel in Heerenveen. “Ik ging in het begin absoluut niet met de ballen die ik normaal heb naar de startlijn. Op de 1000 meter bij het kwalificatietoernooi heb ik het verpest. Ook omdat ik juist lekker rijd. De hulp van de mentale begeleider heb ik weer opgepakt.” Trouwprogramma Hoe ze hun toekomst samen zien? Joy wijst lachend naar Kjeld die in de keuken bezig is. “Zoals nu! Kjeld die de afwas doet. Jij stopt over een paar jaar en ik moet dan nog wel even door. Dan kun jij mooi huisvader worden, toch?” Kjeld: “Nou, ik ben nog niet bezig met een leven zonder schaatsen, hoor. Ik haal er nog steeds heel veel plezier uit, merk dat ik nog steeds progressie maak. Mijn laatste race van vorig seizoen was mijn beste ooit.” Hij won in 2020 bij de WK afstanden in Inzell de 1500 meter, het betekende zijn derde wereldtitel. En in de laatste wedstrijd van het jaar, de wereldbekerfinale in Heerenveen, reed hij een baanrecord op die afstand. “Die race was nog beter dan die waarin ik het wereldrecord reed. Ik zie het voorlopig nog rooskleurig in. Maar zeg nou maar gewoon wat je echt graag wil wat de toekomst betreft...” Joy: “Ik heb de wens om op een dag te gaan trouwen. Maar dat zie jij niet zitten. Trouwen vind jij maar niks. Ik heb nog hoop.” Kjeld: “Bij elk trouwprogramma heb jij de hoop dat op een dag... Ik zeg dan altijd: kun je rekenen? Reken er maar niet op. Ik vind trouwen maar onzin.” Joy: “Ik zie ons in elk geval wel samen oud worden.” Helden Magazine 55 Het verhaal van Kjeld Nuis en Joy Beune komt voort uit Helden Magazine nummer 55. De 55ste editie staat in het teken van Gouden duo’s. Naast het verhaal van Kjeld Nuis en Joy Beune lees je veel meer interviews en reportages met én over jouw favoriete Nederlandse topsporters. Zo hebben Rafael van der Vaart en Theo Janssen veel gemeen. Ze zijn generatie genoten, linkspoten en levensgenieters. Daarnaast beleefde Femke Bol haar internationale doorbraak, doet Dylan Groenewegen voor het eerst uitgebreid zijn verhaal over De Val, waarbij collega Fabio Jakobsen zwaargewond raakte en blikt Wilco Kelderman terug op de bloedstollende ontknoping van zijn derde plek in de Giro. Ook in de 55ste editie van Helden spraken we vrienden en sinds kort weer ploeggenoten: Kai Verbij, Thomas Krol en Dai Dai N’Tab. Gingen we langs bij drievoudig olympisch kampioene, Jorien ter Mors over onder meer KiKa, Lara van Ruijven en de liefde. Is Tonny Vilhena gelukkig in Rusland bij FC Krasnodar en won Richard Krajicek 25 jaar geleden Wimbledon. Vandaag de dag heeft hij een andere uitdaging: toernooidirecteur van het ABN AMRO WTT zijn in coronatijd. Verder maakte speler van Atalanta Bergamo en Oranje, Hans Hateboer de verschrikkingen van corona in het zwaargetroffen Bergamo van dichtbij mee. Wil Carsten Nienhuis naar de Olympische Spelen als alpineskiër en ziet paralympisch wielrenner Tristan Bangma bijna niets, maar door de nieuwste 5G-technologie kan hij ‘zien’ met zijn oren. In ‘de dag dat alles misging’ blikt Adelinde Cornelissen terug op de Spelen van 2016 en staan we stil met Aniek Nouwen in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.