Word abonnee

Voetbal

Voetbal

Kerstin Casperij: ‘Van bloemetjesplukker tot sterspeler’

Kerstin Casparij (22) is een tweebenige back en maakt deel [...]
Kerstin Casparij (22) is een tweebenige back en maakt deel uit van een nieuwe lichting Oranjevrouwen. Ze maakte na het EK van vorig jaar een transfer naar Manchester City. We nodigden Kerstin uit in het Rijksmuseum voor de serie Leeuwinnen in het Rijks en stonden stil bij Winterlandschap met schaatsers van Hendrick Avercamp. “Winterlandschap met schaatsers is het bekendste werk van Hendrick Avercamp,” zegt rondleidster Romy Muste, terwijl Kerstin Casparij gefotografeerd wordt voor het winterse tafereel uit 1608. Ze vervolgt: “Honderden mensen zijn op het ijs te vinden; de meesten voor het vermaak, anderen zijn uit noodzaak aan het werk. Je ziet kinderen spelen, mensen die zijn uitgegleden en zelfs dieren wagen een poging op het bevroren water. Ook zijn er ‘ondeugende’ tafereeltjes te vinden, zoals een vrijend stel en iemand die een grote boodschap doet onder een gekantelde boot. En kraaien en een hondje doen zich tegoed aan het karkas van een doodgevroren paard.” Kerstin kijkt ernaar en zegt: “Het is een soort Waar is Wally?-boek, je blijft er maar naar kijken.” Bagageband Jij komt uit Heerenveen. Had het gekund dat wij jou niet als topvoetbalster, maar als topschaatsster hadden geïnterviewd? Lachend: “Ik ben inderdaad opgegroeid met schaatsen. Wij schaatsten altijd op de bevroren slootjes rondom ons huis. Ik zat in de klas met schaatsster Michelle de Jong en laat mijn tattoos zetten door voormalig shorttracker Dylan Hoogerwerf. Maar mijn ouders zijn oud-judoka’s, ik ben ook op de judomat begonnen. Op een dag kwam ik thuis en riep: ik wil voetballen. Ik heb het eerst nog allebei gedaan, tot ik het niet meer kon combineren. Ik koos voor voetbal en heb nooit meer achteromgekeken.” Op voetbalgebied groeide jij zo’n beetje op met Daphne van Domselaar, keepster en ploeggenoot bij de Oranjevrouwen en voormalig ploeggenoot bij FC Twente. “Wij zijn heel goede vriendinnen, kennen elkaar vanuit de regioteams en daarna waren we twee guppy’s bij Oranje onder 15. In die tijd had je twee CTO-talententeams, die van Eindhoven en Amsterdam. De meeste meiden zaten bij zo’n team en kenden elkaar. Daphne en ik zaten niet bij een CTO en trokken daardoor vanzelf naar elkaar toe. Later kwamen we erachter dat wij veel op elkaar lijken wat interesses en karakter betreft.” Lachend: “Daphne voelt bijna als mijn, iets meer meisjesachtige, zus. In mijn laatste jaar bij FC Twente bedachten we bijnamen voor elkaar: ik was geen Kerstin meer, maar Annefleur en Daphne was Elenore. Puike redding Elenore, riep ik dan over het veld.” Daphne en jij braken vorig jaar door bij de Oranjevrouwen. Jij maakte jouw debuut op 22 oktober 2021 tegen Cyprus. “Ik mocht invallen voor Daniëlle van de Donk. Ik was trots en blij, het was ook nog eens prachtig weer. Maar ik was er vrij nuchter onder, hoor.” Tijdens het EK van vorig jaar in Engeland stonden Daphne en jij voor het eerst in de schijnwerpers. Hoe heb je dat ervaren? “Voor het team was het geen hoogtepunt, maar voor ons was het wel een heel mooie ervaring, omdat het ons eerste eindtoernooi was. Na het EK wist iedereen wie Daphne was, zij viel heel erg op doordat ze Sari van Veenendaal moest vervangen die geblesseerd raakte en het ook nog eens heel goed deed. Ik stond wat minder in de schijnwerpers.” Je kwam erin in de poulewedstrijd tegen Portugal en stond in de basis in de kwartfinale tegen Frankrijk die jullie met 1-0 verloren na verlenging. “Verliezen met 1-0 van Frankrijk in de extra tijd is geen schande. Er waren meiden die covid hadden gehad en er waren veel wisselingen in het team. Uiteindelijk is het altijd balen als je eruit vliegt. Ondanks het resultaat is het wel een heel mooie ervaring geweest.” Veel meiden die in 2017 Europees kampioen werden met Oranje trekken nog steeds de kar. Denk aan Sherida Spitse, Daniëlle van de Donk, Lieke Martens en Jackie Groenen. Hoe kijk jij daarnaar? “Het zou mooi zijn als het stokje binnenkort wordt overgedragen. Ik denk dat het een natuurlijk proces is en je het daar niet aan de lunchtafel over hoeft te hebben. Het moet vanzelf gaan, maar het is ook niet iets dat binnen een jaar gebeurt. Voor ons is het heel fijn dat die speelsters er nog zijn. Zij brengen hun ervaring over op ons.” Waar was jij zes jaar geleden toen Oranje Europees kampioen werd? “Ik was met mijn familie op vakantie op Fuerteventura. Het was prachtig weer en wij zaten binnen de openingswedstrijd te kijken. Ze wonnen met 1-0 van Noorwegen, een heel grote tegenstander. Ik riep: ik denk dat Oranje Europees kampioen gaat worden. Op de dag van de finale vlogen wij terug. Wij landden op Schiphol en ik zag dat ze voor stonden. Toen bleek dat Nederland gewonnen had, stonden we bij de bagageband. Heel Schiphol was aan het juichen. Toen kwam bij mij het besef: mensen kijken echt naar vrouwenvoetbal en zijn oprecht blij.” Keek jij in die tijd specifiek naar een speelster? “Ik was in die tijd nog middenvelder en keek naar Daniëlle van de Donk, ik was een beetje zo’n zelfde type speelster.” Hoe raar is het dat je, zes jaar nadat je als meisje bij de bagageband stond, nu met haar samenspeelt? “Het is een cliché, maar het is snel gegaan. En het is mooi om te zien dat Daniëlle en die andere oudere meiden nog steeds zo goed presteren.” Hoe heb jij het vrouwenvoetbal zien veranderen in zes jaar tijd? “Het niveau is veel hoger geworden. Sinds 2017 is er veel meer interesse voor het vrouwenvoetbal en zijn er investeerders bijgekomen. De faciliteiten voor de eerste teams zijn enorm verbeterd, maar ook voor de jeugd. Het is nu een heel andere wereld. De gedachte dat het vrouwenvoetbal zich alleen maar blijft ontwikkelen, is fijn. Ik ben benieuwd hoe het er over zes jaar uitziet.” Helden Magazine editie 67 Het eerste gedeelte van het verhaal van Kerstin Casperij komt voort uit Helden Magazine nummer 67, het Sportzomerboek, waar Mathieu van der Poel de cover siert samen met Sifan Hassan, Quilindschy Hartman, Lieke Martens & Jackie Groenen. De 67ste editie van Helden is een dubbeldik Sportzomerboek, waarin er volop aandacht is voor de Tour de France voor mannen en vrouwen, het WK voetbal, en het landskampioenschap van Feyenoord. Verder in Helden 67 uitgebreide interviews met: alleskunner Sifan Hassan in aanloop naar de WK atletiek, baanwielrenner Roy van den Berg, hockeysters Sanne Koolen en Pien Sanders, zwemster Marrit Steenbergen is sterker dan ooit, wielrenster Demi Vollering, Kiran Badloe over de metamorfose van windsurfer naar foiler, Botic van de Zandschulp op weg naar de absolute tennistop, coureur en analist Giedo van der Garde over Nyck de Vries en Jos en Max Verstappen, en nog veel meer inspirerende verhalen. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine editie 67! Wil je geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Abonneer je nu snel en ontvang de Helden Magazine op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Blijf daarnaast op de hoogte van het recentste sportnieuws en leuke winacties door je aan te melden op onze nieuwsbrief en volg ons op onze social mediakanalen.

Voetbal

Jean-Paul Boëtius: ‘Geloof, hoop & liefde’

Teelbalkanker. Die diagnose kreeg Jean-Paul Boëtius (29) [...]
Teelbalkanker. Die diagnose kreeg Jean-Paul Boëtius (29) op 28 september vorig jaar. Twee dagen later werd hij geopereerd. Het kind van Feyenoord, dat op zijn achttiende debuteerde in De Kuip en meteen scoorde, is via FC Basel, Racing Genk en FSV Mainz bij Hertha BSC terechtgekomen. De eenmalig international woont in Berlijn met vriendin Liza en hun dochtertje Ginn. Hij vertelt zijn opmerkelijke levensverhaal en verklaart waarom hij nooit echt doorbrak. Ziek “Het gaat privé prima met me, ik voel me heel goed. Ik ben hersteld van teelbalkanker en mijn vriendin Liza en ik genieten elke dag van onze kleine meid,” zegt Jean-Paul Boëtius bij hem thuis in Berlijn, waar hij nu een klein jaar voetbalt en woont met zijn vriendin Liza en hun dochtertje Ginn. “Ik ben gelukkig nog voetballer, maar met Hertha BSC ging het afgelopen seizoen helaas niet goed. Ik heb de ploeg ook niet veel kunnen helpen, na de teelbalkanker heb ik ook nog mijn schouderblad gebroken.” Is het zo dat topsporters vaak zo bezig zijn met presteren, dat ze zich niet altijd realiseren hoe belangrijk gezondheid is? “Ik zit wat dat betreft anders in elkaar, was en ben me elke dag bewust van de zegeningen van het leven. Ik ben elke dag dankbaar als de mensen om me heen gezond zijn. Toen de kanker bij me werd geconstateerd, dacht ik wel even: wauw, dat kan mij dus ook overkomen...” Hoe ontdekte je vorig jaar dat het mis was? “Ik zie het als een plicht om daar heel open over te zijn, hoop dat ik daarmee andere mannen attendeer. Ik zat weleens met mijn hand in mijn broek en zei dan tegen mijn vriendin: Lies, ik weet niet wat het is, maar het voelt alsof er iets op een bal zit. Die ene bal voelde als een eikeltje met een dop erop, de andere voelde glad. Ik trok niet meteen aan de bel, wilde niet te kleinzerig zijn. Liza vroeg of ik me kon herinneren of het altijd zo was geweest en zei tegelijk: ‘Als het jou opvalt, is er misschien toch iets aan de hand.’ Ik had geen pijn en voelde me ook niet ziek. Uiteindelijk besloot ik me tijdens de interlandperiode in september toch te laten checken.” Liza: “Ik vond dat hij zich meteen moest laten controleren.” Jean-Paul knikt: “Voordat ik me liet checken, had ik wat gegoogeld en wist eigenlijk al dat er iets mis was. Ik had tegen onze fysiotherapeut gezegd dat ik pijn had met plassen, een soort branderig gevoel, en had ontdekt dat zoiets op een tumor kan duiden.” Liza: “Toen jij me dat vertelde, zei ik meteen: en nu laat je je controleren. Maar dan zei jij elke keer weer dat het niet uitkwam, omdat er een belangrijke wedstrijd voor de deur stond.” Jean-Paul: “Twee dagen voordat ik naar de dokter ging, voelde ik een heftig, branderig gevoel in die ene bal. Ik ben op woensdag na de training naar de dokter gegaan, die zei dat 99 procent van de mannen met zo’n branderig gevoel niets mankeert. Bij mij had hij ook dat gevoel, toch maakte hij een echo. De dokter zag meteen dat het mis was. ‘Ik moet je de waarheid vertellen,’ zei hij, ‘je hebt een tumor.’ Dat dacht ik al, antwoordde ik.” Was je niet in shock? Jean-Paul: “Nee, ik had iets van: als iemand het moet krijgen, dan ik maar, want dan weet ik zeker dat het goed komt. Natuurlijk dacht ik aan die kleine, maar nogmaals: ik wist dat het goed zou komen. Ik voelde dat het voor mij nog niet het moment was om te gaan. Ik belde Lies en zei: schat, niet schrikken, maar het is niet goed, ik kom vanmiddag niet naar huis, ga naar een gespecialiseerde uroloog in een ander ziekenhuis die me meteen wil zien om zich goed voor te bereiden op de operatie. Op vrijdag, dus twee dagen later, ben ik al geopereerd.” Liza: “Ik heb mijn moeder gebeld die meteen hierheen is gevlogen, zodat zij indien nodig op onze dochter kon passen en ik bij Jean-Paul kon zijn.” Jean-Paul: “Meteen na de operatie kreeg ik de bevestiging dat het kwaadaardig was. Omdat we er toch op tijd bij waren, was er geen sprake van uitzaaiingen. Moet je nagaan dat ik al vier maanden eerder de eerste signalen had gekregen. Wacht dus nooit met raadplegen van de dokter als je iets geks voelt.” Hoe verliep de operatie? “Ik kreeg een algehele narcose waarna de hele rechterteelbal werd verwijderd. Voor de zekerheid heb ik van tevoren sperma afgegeven omdat ze niet wisten of ik na de operatie nog vruchtbaar zou zijn. Uiteindelijk bleek ik ook na de operatie nog vruchtbaar, maar voor de zekerheid bewaren ze dat ingevroren sperma wel. Ik ben geweldig behandeld.” Hoe reageerden ze bij je club Hertha BSC toen je vertelde dat je ziek was? “Iedereen binnen de club schrok, was in shock, maar reageerde geweldig. Mijn toenmalige trainer, Sandro Schwarz, met wie ik een supergoede band had, was emotioneel, had echt een brok in zijn keel toen hij het de jongens ging vertellen. Hij kwam de dag na de operatie meteen langs. Hij was zo betrokken.” Liza: “Zijn vrouw en hij komen nog altijd bij ons over de vloer, er is een soort vader-zoonband tussen hem en Jean-Paul ontstaan. De club heeft ook heel correct met ons overlegd hoe we het gezamenlijk naar buiten zouden brengen. Uiteindelijk hebben we dat op de dag van de operatie gedaan.” Jean-Paul: “Deyovaisio Zeefuik, die destijds hier nog speelde, was helemaal down. ‘Ik kan wel huilen,’ zei hij. Hij kwam de avond dat ik het slechte nieuws had gehoord langs en vroeg zich af hoe ik met een glimlach op mijn gezicht thuis kon zitten. En natuurlijk heb ik zelf ook wel gehuild, maar dat kwam vooral door de lieve berichten die ik na de operatie van iedereen kreeg.” Liza: “Die waren zo hartverwarmend, jouw inbox zat vol.” Jean-Paul: “De eerste persoon buiten mijn vrouw die ik inlichtte, was Jeremiah St. Juste. En diezelfde avond heb ik heel lang gebeld met Mitchell te Vrede.” Liza: “Ik zat hier alleen met de kleine op de bank, had mijn moeder gebeld en een ticket geboekt, zodat ze hierheen kon komen. Toen stuurde Mitchell mij een berichtje: ‘Ik hoorde het net, Lies, ik wens je heel veel sterkte. Hij komt er sterker uit. Als je met me wilt praten, bel me.’ We hadden altijd wel wat contact na de tijd van Jean-Paul en hem bij Feyenoord samen, maar het is niet dat ik Mitchell elke dag sprak. Ik heb hem op een gegeven moment toch gebeld en moest toen zo huilen. Ik weet niet waar dat vandaan kwam, want ook ik was positief. Mitchell zei: ‘Huil maar gewoon, het is ook echt heel erg schrikken. Het woord kanker is zo’n beladen woord.’ Hij heeft me echt een hart onder de riem gestoken, dat was heel fijn.” Jean-Paul: “Kenny Tete belde ook meteen. Ik heb onwijs veel reacties ontvangen, het liefst had ik iedereen meteen geantwoord, maar dat ging niet, sommigen heb ik pas een week later geantwoord. Bovendien was ik ook nog wel een beetje groggy na de operatie.” Je noemt Mitchell te Vrede. Bij hem werd in 2017 ook teelbalkanker geconstateerd. Vlak voor jou kreeg ook je ploeggenoot Marco Richter dezelfde diagnose. En in die periode bleek ook Sébastien Haller teelbalkanker te hebben... “Ja, dat is wel gek. Sébastien had een veel agressievere vorm dan ik en moest een zware chemokuur ondergaan. Hij had mijn nummer gevraagd aan Steven Berghuis toen hij hoorde van mijn kanker, en stuurde me meteen een bericht. Sinds die tijd wisselen we ervaringen uit en sturen we elkaar opbeurende appjes. Toen we in februari tegen Borussia Dortmund speelden, hebben we kennis met elkaar gemaakt. Het voelde alsof we elkaar al jaren kenden, op de een of andere manier is er toch een hechte band, alsof je geen onbekende van elkaar bent en iets deelt dat je met niemand anders kunt delen. Ik ben zo blij voor hem dat hij helemaal terug is. Helaas verloren we de wedstrijd wel...” Helden Magazine editie 67 Het eerste gedeelte van het verhaal van Jean-Paul Boëtius komt voort uit Helden Magazine nummer 67, het Sportzomerboek, waar Mathieu van der Poel de cover siert samen met Sifan Hassan, Quilindschy Hartman, Lieke Martens & Jackie Groenen. De 67ste editie van Helden is een dubbeldik Sportzomerboek, waarin er volop aandacht is voor de Tour de France voor mannen en vrouwen, het WK voetbal, en het landskampioenschap van Feyenoord. Verder in Helden 67 uitgebreide interviews met: alleskunner Sifan Hassan in aanloop naar de WK atletiek, baanwielrenner Roy van den Berg, hockeysters Sanne Koolen en Pien Sanders, zwemster Marrit Steenbergen is sterker dan ooit, wielrenster Demi Vollering, Kiran Badloe over de metamorfose van windsurfer naar foiler, Botic van de Zandschulp op weg naar de absolute tennistop, coureur en analist Giedo van der Garde over Nyck de Vries en Jos en Max Verstappen, en nog veel meer inspirerende verhalen. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine editie 67! Wil je geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Abonneer je nu snel en ontvang de Helden Magazine op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Blijf daarnaast op de hoogte van het recentste sportnieuws en leuke winacties door je aan te melden op onze nieuwsbrief en volg ons op onze social mediakanalen.

Voetbal

Kenneth Taylor: ‘Ik heb nou eenmaal weinig geduld’

De ontwikkeling van Kenneth Taylor (20) gaat in [...]
De ontwikkeling van Kenneth Taylor (20) gaat in sneltreinvaart. Sinds dit seizoen is hij vaste waarde op het middenveld van Ajax en als jonkie maakte hij al onderdeel uit van de WK-selectie in Qatar. We legden hem een elftal namen voor. Van Brian Brobbey tot Kevin De Bruyne en van John Heitinga tot Ronald Koeman. Brian Brobbey “Mijn ploeggenoot Brian Brobbey is mijn beste vriend. We spelen al vanaf de F1 samen bij Ajax. Brian en ik praten veel over voetbal, soms komen er mooie herinneringen van vroeger naar boven. We sliepen tijdens toernooien meestal samen op de kamer, ook bij de nationale jeugdelftallen,” vertelt Kenneth Taylor. Met jongens als Ryan Gravenberch, die vorig jaar naar Bayern München vertrok, Ki-Jana Hoever, die inmiddels uitkomt voor het Engelse Stoke City, Donny Warmerdam, spelend bij Jong Ajax, Jayden Braaf, die bij Verona in Italië speelt, en Brobbey maakte Kenneth deel uit van een succesvolle lichting. “We vormden een mooie vriendengroep, bleven geregeld bij elkaar slapen. We sliepen bij mijn ouders in Heiloo, of ik logeerde bij hun ouders. Als we klaar waren met een training of wedstrijd voetbalden we thuis gewoon verder. Na school ging ik naar De Toekomst. We trainden drie keer in de week en speelden een wedstrijd, waren vier dagen per week op de club. Als ik nu de F’jes zie voetballen en lol trappen, dan mis ik die tijd.” Maatje Brobbey vertrok in juli 2021 op zijn negentiende transfervrij naar de Duitse club RB Leipzig. Hij zag te weinig perspectief, nadat Ajax de Franse spits Sébastien Haller had gehaald. “Ik zei tegen Brian: moet je toch niet hier blijven?Aan de andere kant begreep ik hem ook. Mensen riepen maar wat, maar kenden zijn situatie niet. Zij zien niet hoe het eraan toegaat in de top van het voetbal. Ik heb Brian gesteund in zijn keuze toen hij liet blijken dat hij echt wilde gaan.” Een jaar later kocht Ajax Brobbey terug. “Ik had veel contact met hem en wist ook eerder dat Brian weer zou terugkeren. Ik was blij dat hij terugkwam. Het is in Duitsland niet gegaan hoe hij wilde. Soms pakken keuzes goed uit en soms slecht. Brian heeft daar veel van geleerd, wordt er weer beter van, dus ik zie zijn overstap achteraf niet als een slechte keuze.” Vader Harald “Mijn vader is vanaf de eerste dag dat ik voetbal bij mijn wedstrijden aanwezig, maar bij de belangrijkste momenten uit mijn carrière was hij er niet:mijn debuut in het eerst elftal van Ajax op 12 december 2020, thuis tegen PEC Zwolle, mijn Champions League-debuut in 2021 in Lissabon tegen Sporting en mijn debuut in het Nederlands elftal tegen Polen. Hij vindt het zo erg dat hij die wedstrijden heeft gemist. Ik plaag hem er weleens mee. Mijn moeder is ook erg betrokken bij mijn carrière, maar het meeste deel ik toch met mijn vader. Hij heeft zelf gevoetbald op het hoogste amateurniveau, ik praat heel veel over voetbal met hem. De band met mijn vijf jaar oudere broer Jim is ook heel goed. Hij komt nooit naar mijn wedstrijden kijken, heeft niets met voetbal. Jim werkt in de wegenbouw, bedenkt wegen en infrastructuur. Ik vind het juist leuk dat we andere interesses hebben.” Kenneth begon zijn carrière bij De Foresters in Heiloo en werd op zijn zevende gescout door Ajax. “We speelden een toernooi op De Toekomst en ik kreeg na afloop een brief dat ik stage mocht komen lopen. Per ronde volgde er een nieuwe brief waarin stond of ik verder mocht. Op woensdag kwamen die brieven altijd binnen, ik vroeg dan om de vijf minuten aan mijn ouders of die er al was. Als bleek dat ik weer verder mocht, stond ik te juichen in de woonkamer met mijn ouders.” School was voor Kenneth noodzakelijk kwaad: “Op mijn zestiende heb ik de vmbo-tl afgerond, daarna zat ik nog tot mijn achttiende op college De Toekomst, de school van Ajax. Maar alleen omdat het moest.” Op het veld ging het als een trein. Op zijn zeventiende sloot hij al aan bij het eerste elftal. “Ik vertel mijn ouders geregeld hoe dankbaar ik hen ben, maar ze willen nooit dat ik iets leuks voor ze koop. Ik heb ze weleens verrast, hoor, heb ze laatst bijvoorbeeld een vakantie cadeau gegeven.” Erik ten Hag “Ik had een prima band met Erik ten Hag, kon altijd bij hem terecht als ik met iets zat en heb veel van hem geleerd. Maar voor mij was het ook lastig onder Ten Hag,” zegt Kenneth. De middenvelder werd twee keer landskampioen onder de voormalig trainer van Ajax, in 2021 en 2022, maar veel speeltijd kreeg hij niet. “Het eerste jaar dat ik bij de selectie kwam, had ik weinig verwachtingen. Het was al fantastisch dat ik erbij zat. Het seizoen erop viel ik af en toe in, maar ik wilde heel graag meer spelen. Dat merkte de trainer aan mij. Hij stelde voor om mij te verhuren, zodat ik meer speelminuten kon maken. Dat wilde ik niet, ik wilde slagen bij Ajax. Aan het einde van vorig seizoen kreeg ik een ik paar keer een basisplaats. Van mij geen slecht woord over Ten Hag. Ook als ik op de bank zat en naar zijn besprekingen luisterde, leerde ik veel. We hadden een heel goed team, ik was nog jong en als ik er nu op terugkijk, is het helemaal niet raar dat ik niet de voorkeur kreeg. Maar toen ik in die situatie zat, was het lastig. Ik heb nou eenmaal heel weinig geduld, ook in het normale leven.” 'Van mij geen slecht woord over Ten Hag. Ook als ik op de bank zat en naar zijn besprekingen luisterde, leerde ik veel' Vorige zomer vertrok Erik ten Hag met assistent Mitchell van der Gaag naar Manchester United. “Ik volg hem op de voet. Hij doet het hartstikke goed bij United, is tactisch zo sterk. Met Mitchell vormt hij een perfect duo.” Ryan Gravenberch “Er werd geroepen dat ik de opvolger van Ryan Gravenberch was toen hij vorige zomer vertrok naar Bayern München. Ik kwam inderdaad op zijn positie op het middenveld te staan.” De transfer van Ryan pakte dus goed uit voor Kenneth, hij werd een vaste waarde bij Ajax. “Dat zie ik niet zo. Ik vond het jammer dat hij vertrok, had liever samen met hem op het middenveld gestaan.” In Duitsland kan de nog maar twintigjarige Gravenberch niet altijd op speelminuten rekenen. “Ryan is nog jong, ik heb veel vertrouwen in hem. We hebben nog geregeld contact, ik heb hem net nog gesproken. Hij had kaartjes nodig voor een wedstrijd van ons.” In het verleden bleek ook bij andere Ajax-spelers dat een transfer naar het buitenland niet altijd een garantie voor succes was. “Dat het bij sommige spelers in het buitenland niet zo goed is gegaan, betekent niet meteen dat hetzelfde geldt voor de volgende speler die vertrekt. Je hebt het zelf in de hand. Als je niet goed speelt of traint, is het logisch dat je op de bank belandt. Ik vind het te makkelijk om te roepen dat spelers na hun vertrek bij Ajax waarschijnlijk toch niet slagen in het buitenland.” Daley Blind volgde Gravenberch naar München in januari. “Heel jammer dat Daley weg is gegaan en hoe het bij Ajax met hem is gelopen. Daley was een soort mentor voor mij, heeft me enorm geholpen. Hij noemde mij altijd zijn ‘kleine ik’. Hij herkende soms dingen bij mij die hij vroeger zelf ook deed, als ik eens heel boos werd, bijvoorbeeld.” Alfred Schreuder Alfred Schreuder volgde de naar United vertrokken Ten Hag op. “Schreuder stelde mij standaard op, daar ben ik hem dankbaar voor. De eerste seizoenshelft voelde een beetje dubbel voor mij. Met mij persoonlijk ging het goed, ik scoorde geregeld en ging met het Nederlands elftal mee naar het WK. Met Ajax begonnen we het seizoen goed, maar langzaamaan werden de resultaten helaas minder.” Oom Charles Taylor “Mijn vader komt uit een heel groot gezin met dertien kinderen. Charles is mijn oom, hij woont ook in Heiloo. Ik spreek hem af en toe via de app. Hij is helaas heel ziek nu,” vertelt Kenneth. Behalve zijn oom was Charles Taylor ook jarenlang chef-sport bij De Telegraaf. “Ik had het heel raar gevonden als hij nu over mij zou schrijven... Ik hou niet van media-aandacht, sta niet graag in de belangstelling, maar snap dat het bij mijn vak hoort. De aandacht die het voetbal met zich meebrengt vind ik niet per se zwaar, maar als ik had kunnen kiezen, had ik mijn leven liever wat anoniemer gehouden.” Kenneth ligt wekelijks onder een vergrootglas. “In het begin was dat even wennen, hoor. Dan las ik weleens positieve berichten, maar er was ook kritiek. Dat hoort er nou eenmaal bij, iedere voetballer heeft daarmee te maken. Ik moet zorgen dat het mij niet beïnvloedt. Ik ben vrij nuchter en los mijn problemen liever zelf op. Als er echt iets speelt, deel ik dat met mijn vader of zaakwaar- nemer. Bij Ajax hebben we een sportpsycholoog, daar spreek ik af en toe ook mee, niet omdat ik op dit moment problemen heb, maar gewoon om even bij te praten.” ‘Ik weet nog dat ik binnenliep in Zeist toen de voorbereiding op het WK begon en Van Gaal zei: ‘Dat had je zeker niet verwacht, Kenneth’’ Louis van Gaal “Ik vind Louis van Gaal een heel goede trainer. Heel duidelijk, daar hou ik van,” zegt Kenneth. Van Gaal liet hem in september 2022 debuteren voor het Nederlands elftal in de Nations League- wedstrijd tegen Polen. “Het shirt waarin ik mijn debuut maakte, heb ik ingelijst, dat hangt nu boven mijn bed.” Dat Van Gaal hem bij Oranje haalde, kwam voor hem als een grote verrassing. “Ik vond het al mooi dat ik bij de voorselectie zat. We waren op de club, ik was eigenlijk vergeten dat de definitieve selectie van het Nederlands elftal om twaalf uur bekendgemaakt zou worden. Davy Klaassen en Remko Pasveer kwamen in de gym naar me toe, vroegen: ‘En, zit je erbij?’ Ik had geen idee. Zij hadden al wel de lijst gezien, Remko zat er voor het eerst bij. Toen ik zag dat ik ook was opgenomen in de selectie kwam iedereen naar me toe. Ik moest lachen en werd er een beetje ongemakkelijk van. Ik belde meteen mijn vader, mijn ouders waren ontzettend trots en ik kreeg berichtjes van de familie.” Twee maanden later maakte Kenneth ook nog eens deel uit van de WK- selectie: “Dat had ik al helemaal niet verwacht. Ik weet nog dat ik arriveerde in Zeist voor de voorbereiding op het WK en de bondscoach zei: ‘Dat had je zeker niet verwacht, Kenneth.’ Hij zei dat ik ‘geleverd’ had, goede resultaten had laten zien, en dat ik daarom was opgenomen in de selectie.” In de derde poulewedstrijd tegen Qatar verving Kenneth vlak voor tijd Frenkie de Jong. “Ik heb nooit zoveel zenuwen voor een wedstrijd, ook niet als ik moet invallen, alleen gezonde spanning. We stonden met 2-0 voor toen ik erin kwam. Ik was aan het genieten op het veld. Mijn ouders zaten op de tribune.” De uitschakeling door Argentinië in de kwartfinale na penalty’s kwam hard bij hem aan. “De jongens hadden zo hard gestreden om terug te komen tot 2-2, zo zuur dat het net niet lukte. Argentinië won later ook nog eens het WK. Ik weet zeker dat wij wereldkampioen hadden kunnen zijn.” Xavi Simons “Xavi Simons is een jaar jonger dan ik. Hij is een vriend geworden, we hebben geregeld contact. Xavi heeft al veel meegemaakt. Ik vraag weleens aan hem hoe het was bij Barcelona en Paris Saint- Germain. Op het WK moesten we tegen het Argentinië van Lionel Messi en Xavi kent hem natuurlijk. Hij vertelde alleen maar positieve dingen over Messi, dat hij heel veel heeft geleerd in Parijs. Gaaf dat Xavi tussen al die sterren heeft gespeeld. Bij PSV doet hij het nu ook goed.” Xavi Simons maakte zijn debuut in het Nederlands elftal op het WK. “Wij waren de jongste spelers in de selectie, trokken veel met elkaar op en keken onze ogen uit.” Met spelers als Tyrell Malacia en Jeremie Frimpong maken Kenneth en Xavi deel uit van een nieuwe generatie internationals. “Of wij anders zijn dan de meer ervaren spelers vind ik moeilijk te zeg- gen. Ik weet niet hoe zij waren op hun twintigste. Ik geloof wel dat generaties verschillen, mijn oma weet ook niet hoe een iPhone werkt. De oudere spelers zijn begaan met ons, helpen ons waar ze kunnen, want voor ons is het allemaal nieuw. Als je iets vraagt, staat iedereen voor je klaar.” Ronald Koeman Kenneth krijgt nu te maken met Ronald Koeman als bondscoach. “Onlangs maakte Koeman een rondje langs alle clubs, hij kwam ook bij Ajax en daar heb ik hem voor het eerst ontmoet. Ik vond hem meteen een heel aardige man. We spraken even over voetbal. Van zijn carrière heb ik niet veel meegekregen, ik weet natuurlijk wel waar Koeman allemaal heeft gespeeld.” In zijn eerste periode als bondscoach haalde Koeman de finale van de Nations League in 2019. Met Koeman aan het roer doet Nederland in juni in eigen land ook mee aan de Final Four van de Nations League. “De verwachtingen zijn hoog. Ik heb sowieso vertrouwen in het Nederlands elftal, onder welke trainer dan ook. ‘Als Heitinga bij Onder 19 boos op ons was, kon hij flink schreeuwen. Nu geeft hij ons nog steeds op ons donder in de kleedkamer als hij dat nodig vindt’ John Heitinga “Ik ken onze huidige trainer al heel lang. John Heitinga is belangrijk geweest in mijn carrière, heeft enorm bijgedragen aan mijn ontwikkeling,” vertelt Kenneth. Bij Ajax onder 19 had Kenneth al te maken met Heitinga, later bij Jong Ajax weer, en nu bij het eerste elftal. “Hij heeft zich heel erg ontwikkeld als trainer, maar als persoon is hij niet veranderd in al die jaren. Als hij bij Onder 19 boos op ons was, kon hij flink schreeuwen. Nu geeft hij ons nog steeds op ons donder in de kleedkamer als hij dat nodig vindt.”John Heitinga volgde begin februari Alfred Schreuder op als hoofdtrainer. “We hebben met het hele team veel gesprekken met hem gevoerd. Het goede gevoel in de ploeg kwam vooral terug omdat we weer wonnen. De sfeer werd beter, we hadden het onderling weer leuk met elkaar. Ik hoop dat we deze lijn kunnen doortrekken.” Hoe Kenneth de toekomst voor zich ziet na Ajax? “Een droomclub heb ik niet. Ik vind veel clubs mooi: Real Madrid, Barcelona, Arsenal, Manchester United, noem maar op. Zou het mooi vinden om ooit in het buitenland te spelen, maar een bepaald pad heb ik nog niet voor mezelf uitgestippeld. Ik leef van dag tot dag.” Helden Magazine 66 Het eerste gedeelte van het verhaal van Kenneth Taylor komt voort uit Helden Magazine 66. De 66ste editie staat in het teken van ‘nieuwe Helden’. Op zijn 28ste heeft Nyck de Vries een stoeltje in de Formule 1 bemachtigd. Helden ging bij hem langs in Monaco en sprak hem over het bizarre leven dat hij leidt. In deze editie lees je ook een uitgebreid interview met duizendpoot Rico Verhoeven. Hij is al tien jaar wereldkampioen kickboksen, succesvol ondernemer, vader én acteur. Ook een gesprek met Daphne van Domselaar. Bij het EK van 2022 werd de doelvrouw van FC Twente gebombardeerd tot nieuwe held en is nu de eerste keeper van Nederland. Daarnaast spraken we met Xavi Simons, wie al sinds jongs af aan in the picture staat én breekt marathonloopster Nienke Brinkman record na record. Verder in Helden 66 interviews met de trainer van Feyenoord: Arne Slot, de winnaar van het tennistoernooi van Rosmalen: Tim van Rijthoven, goede vrienden en wielrenners: Fabio Jakobsen en Julius van den Berg én paralympisch zwemkampioene: Chantalle Zijderveld. José de Cauwer is oud-renner en wieleranalist van de VRT. Een gesprek over onder meer Mathieu van der Poel, Remco Evenepoel en Jonas Vingegaard. Klaas-Jan Huntelaar blikt terug op de koninklijke avond in Madrid. Victoria Koblenko spreekt paralympisch wielerkampioen Tristan Bangma. Als laatste verteld Nouchka Fontijn in ‘De dag dat alles misging’ dat ze dacht dat ze wereldkampioen was én Fenna Kalma is de aanstormende spits van de Oranjevrouwen. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 66 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van jouw Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Fenna Kalma: De kunst van het scoren

Fenna Kalma (23) is een van de nieuwe gezichten [...]
Fenna Kalma (23) is een van de nieuwe gezichten van de Oranjevrouwen en scoort erop los bij FC Twente. In 2022 werd ze wereldtopscorer van het jaar en uitgeroepen tot beste speelster van de eredivisie. We nodigden Fenna uit in het Rijksmuseum voor de serie Leeuwinnen in het Rijks en stonden stil bij Boslandschap met een vrolijk gezelschap in een wagen van Meindert Hobbema. “Meindert Hobbema kon goed het landschap en het licht vangen. Dat zie je terug in Boslandschap met een vrolijk gezelschap in de wagen, zijn bekendste schilderij,” vertelt rondleidster Rennette Kwakkenbos aan Fenna Kalma, terwijl we door de Eregalerij van het Rijksmuseum lopen. “Je ziet dat de boomtoppen zich hoog uitstrekken en de bladeren glanzen in de zon. Hobbema belichtte zijn bomen van achteren. Dat geeft het schilderij extra diepte.” Fenna, opgegroeid in een bosrijke omgeving in Friesland, luistert geïnteresseerd: “Ik kan me wel vinden in dit schilderij. Ik kom sinds ik klein ben in de Haulsterbossen bij Haskerhorne en ken die op mijn duimpje. Liep altijd met mijn oortjes in, maar de laatste tijd heb ik juist geen muziek op. Ik luister naar de vogeltjes en speel met onze hond Nynke, een zwarte labrador. Als de zon dan ook nog schijnt, geniet ik volop.” Kunst Jacob van Ruisdael was de leermeester van Meindert Hobbema. Wie was jouw leermeester? “Ik heb van verschillende trainers veel geleerd, heb van iedereen wat opgestoken, maar als ik een persoon moet noemen, dan is dat Roeland ten Berge, mijn voormalig trainer bij sc Heerenveen. Hij heeft mij geleerd om van het spel te genieten.” Je maakte in 2022 liefst 45 doelpunten, meer dan welke speelster dan ook in alle competities wereldwijd. Je laat het overkomen alsof scoren heel simpel is. “Om een bruggetje te maken naar de plek waar we nu zijn: scoren is een kunst. Wat mensen vaak niet zien is dat je voordat je kunt scoren in die positie moet komen door specifieke loopacties. Ik denk dat dat een kunst is die je moet beheersen als spits.” Hoe leer je dat? “Je leert dat door het heel veel te doen, door in wedstrijden en trainingen altijd je loopacties te maken, maar het is ook voor een groot deel intuïtie. Het is dus deels aangeboren, denk ik.” Wat maakt jou nou zo goed als spits? “Het is belangrijk dat ik met mijn teamgenoten de juiste afstemming heb; zij moeten weten waar ik sta en ik moet weten waar zij de bal gaan geven. Dit is al mijn vierde seizoen bij FC Twente, dus die afstemming is goed. Daarnaast heb ik een enorme drive om te scoren en assists te geven. Ik ben ook redelijk lang voor een vrouw, dus ik steek er nog weleens bovenuit wat handig is bij het koppen.” Je bent ook uitgeroepen tot beste speelster van de eredivisie vorig jaar. Wat deed die uitverkiezing met jou? “Als je ziet hoeveel goede speelsters er in de eredivisie lopen, dan is het mooi dat juist ik werd uitgekozen. Ik ben er trots op.” Jullie hebben dit seizoen al drie keer met 9-0 gewonnen en jij stevent af op je derde landstitel met Twente. Er wordt geroepen dat je naar het buitenland moet gaan om te laten zien hoe goed je echt bent “Mensen vinden overal iets van. Dat snap ik ook, hoor. Natuurlijk kun je vraagtekens zetten bij drie keer met 9-0 winnen. Er zijn ook wedstrijden die moeilijker zijn en ik vind dat ik mezelf juist in die wedstrijden moet uitdagen.” Vind je het niveauverschil in de eredivisie vrouwen te groot? “Uitslagen als 9-0 moeten eigenlijk niet kunnen. Je kunt je vraagtekens zetten bij dat niveauverschil, uiteindelijk moeten alle teams straks mee gaan komen en professionaliseren. Vrouwenteams moeten aansluiten bij de mannentak van de club en zorgen dat de faciliteiten beter worden, dan worden de teams ook beter. Er zijn genoeg voetballende meiden, maar die moeten wel een plek hebben om zichzelf te kunnen ontwikkelen.” Ondanks jouw ontwikkeling en goede statistieken werd jij door voormalig bondscoach Mark Parsons niet opgenomen in de EK selectie vorig jaar. Hoe groot was die teleurstelling? “Niet zo groot, omdat ik het hele jaar al niet bij het team zat. Ik verwachtte niet dat ik erbij zou zitten. Of het ook terecht was? Het was een keuze van de trainer en daar had ik mee te dealen, of ik het er nou mee eens was of niet.” Wim Hof Je begon met voetballen bij VV Oudehaske. Hoe ben jij in het voetbal gerold? “Als ik mijn ouders moet geloven, mocht ik een sport uitkiezen na het behalen van mijn zwemdiploma. Ik riep: voetbal!” Heb jij daar altijd in jongensteams gespeeld? “Ja, je had toen geen meisjesteam. Het was voor mij en voor hen helemaal niet raar dat ik met de jongens meedeed. Tegenstanders hadden nog weleens iets van: hé, een meisje. Maar als ze zagen dat ik leuk meedeed, hoorde je er niemand meer over. Ik heb het laatst opgezocht: ik heb in mijn tijd daar precies honderd doelpunten gemaakt.” Op je veertiende ging je al uit huis om te spelen bij CTO, het talententeam van Amsterdam. Hoe was het om zo jong het huis al uit te gaan? “Het was een bijzondere tijd. Ik dacht eerst: Amsterdam, dat gaan we natuurlijk niet doen. Ik had op dat moment nog nooit in een tram gezeten. Mijn ouders zeiden dat ik er best een keer kon gaan kijken. Dat heb ik gedaan en ik vond het meteen heel leuk. Ik dacht: ik kan altijd nog terug als het niet bevalt. We speelden op vrijdag, dan kwamen mijn ouders kijken, en daarna reed ik met hen terug naar Friesland. Op zondagavond vertrok ik weer naar Amsterdam. Het heeft me enorm geholpen in mijn ontwikkeling.” Hoe betrokken zijn je broer Lion en je ouders bij jouw carrière geweest? “Mijn ouders brachten me overal naartoe waar ik moest zijn. Als zij dat niet gedaan hadden, dan had ik hier nu niet gezeten. Zij waren er altijd en mijn moeder is er nog steeds altijd. Lion komt ook wanneer hij kan.” Jij bent op jonge leeftijd je vader verloren. Jouw vader Klaas overleed in 2021 plotseling, tijdens een vakantie in Zwitserland, op 51-jarige leeftijd. Jij zei: ‘Er is een leven voor en na de dood van mijn vader.’ “Het leven is niet meer hetzelfde. Ik ga met het idee naar bed dat ik geen vader meer heb en sta ermee op. Het ergste in mijn leven heb ik al meegemaakt, er is niks meer dat mij echt van slag maakt. Sinds zijn dood kan ik dingen beter relativeren.” 'Ik ga met het idee naar bed dat ik geen vader meer heb en sta ermee op: Het ergste in mijn leven heb ik al meegemaakt, er is niks meer dat mij echt van slag maakt' Je wijst na een goal met twee vingers de lucht in. “Het is iets symbolisch en kleins, maar voor mij iets heel groots. Als ik scoor vind ik het mooi om het doelpunt aan mijn vader op te dragen. Dat geeft extra lading aan een goal. Ik wil extra graag scoren om het met hem te vieren. Het brengt een bepaalde kracht in mij naar boven.” Helden Magazine 66 Het eerste gedeelte van het verhaal van Fenna Kalma komt voort uit Helden Magazine 66. De 66ste editie staat in het teken van ‘nieuwe Helden’. Op zijn 28ste heeft Nyck de Vries een stoeltje in de Formule 1 bemachtigd. Helden ging bij hem langs in Monaco en sprak hem over het bizarre leven dat hij leidt. In deze editie lees je ook een uitgebreid interview met duizendpoot Rico Verhoeven. Hij is al tien jaar wereldkampioen kickboksen, succesvol ondernemer, vader én acteur. Ook een gesprek met Daphne van Domselaar. Bij het EK van 2022 werd de doelvrouw van FC Twente gebombardeerd tot nieuwe held en is nu de eerste keeper van Nederland. Daarnaast spraken we met Xavi Simons, wie al sinds jongs af aan in the picture staat én breekt marathonloopster Nienke Brinkman record na record. Verder in Helden 66 interviews met de trainer van Feyenoord: Arne Slot, de winnaar van het tennistoernooi van Rosmalen: Tim van Rijthoven, goede vrienden en wielrenners: Fabio Jakobsen en Julius van den Berg, één van de kroonjuwelen van Ajax: Kenneth Taylor én paralympisch zwemkampioene: Chantalle Zijderveld. José de Cauwer is oud-renner en wieleranalist van de VRT. Een gesprek over onder meer Mathieu van der Poel, Remco Evenepoel en Jonas Vingegaard. Klaas-Jan Huntelaar blikt terug op de koninklijke avond in Madrid. Victoria Koblenko spreekt paralympisch wielerkampioen Tristan Bangma. Als laatste verteld Nouchka Fontijn in ‘De dag dat alles misging’ dat ze dacht dat ze wereldkampioen was. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 66 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van jouw Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Xavi Simons: De X-factor

Xavi Simons was jarenlang het wonderkind van FC Barcelona. Op zijn [...]
Xavi Simons was jarenlang het wonderkind van FC Barcelona. Op zijn zestiende vertrokken naar Paris Saint Germain waar hij speelde met wereldsterren als Lionel Messi, Kylian Mbappé en Neymar. Na zijn overstap naar PSV maakte hij grote indruk, opp het WK debuteerde hij voor het Nederlands elftal en afgelopen seizoen speelde hij een sterk seizoen voor RB Leipzig. Mindere tijden waren er ook voor de 21-jarige Xavi Simons, die al zijn hele leven in de schijnwerpers staat. In Helden deed hij zijn verhaal. “Ik ben in Amsterdam geboren, we woonden toen ik klein was in Sloten. Mijn moeder Peggy keek vlak na mijn geboorte naar een wedstrijd van Barcelona en hoorde de naam Xavi. Ze had me nog geen naam gegeven en wist toen: mijn zoon moet Xavi heten. Xavi Hernández, nu trainer van Barcelona, is ook mijn held. Ik ben weleens met hem op de foto geweest, die staat op mijn Instagrampagina, maar ik ken hem niet persoonlijk. Ik denk wel dat hij weet dat ik Xavi heet vanwege hem. Het is ook wel toevallig dat ik uiteindelijk ook bij Barcelona terecht ben gekomen toen Xavi daar nog steeds in het eerste speelde. Apple Store Toen ik drie was, besloot mijn moeder naar Spanje te verhuizen. Mijn oma woonde al in Spanje met mijn oudste tante en mijn moeder wilde een beter leven voor mijn zeven jaar oudere broer Faustino, haarzelf en mij en dacht dat we dat daar zouden krijgen. We woonden met z’n drieën in een klein dorpje, Rojales, vlakbij Alicante. Daar komen mijn beste vrienden vandaan, een gemixte groep van nationaliteiten, veel van hen komen uit Zuid-Amerika. Ik kom nog geregeld in Rojales, kan er mezelf zijn, hoef er niet rond te lopen met een capuchon en pet op. Mensen vragen daar weleens of ze op de foto met me mogen, maar dat zijn vooral jongeren. Oudere inwoners zien mij als de kleine Xavi die wat groter is geworden. Mijn moeder, broer en zusje zijn de belangrijkste personen in mijn leven. Kenza is bijna tien en het prinsesje van ons gezin, ze is tien jaar jonger dan ik. Faustino en ik zijn op dezelfde dag en tijd geboren, op 21 april om twaalf uur ’s middags. Mijn broer vervulde een vaderrol, heeft mij altijd beschermd en voelde zich verantwoordelijk voor me. Wij hadden het niet breed. Mijn moeder zat in haar eentje met drie kinderen in Spanje. Ze zorgde voor ons, er was altijd eten, maar om de eindjes aan elkaar te knopen, werkte ze twaalf uur per dag, van acht uur ’s ochtends tot acht uur ’s avonds, bij de klantenservice in de Apple Store. Mijn moeder wilde nooit laten blijken dat ze het zwaar had. Ik was nog zo jong, heb dat ook nooit in de gaten gehad. Faustino vertelde mij later dat het geregeld voorkwam dat mijn moeder ons te eten gaf, maar zelf niks meer had. Tegen mijn broer zei ze dan dat ze al gegeten had, dat was natuurlijk niet zo. Pas rond mijn vijftiende kreeg ik in de gaten wat er speelde. Dan wilde ik iets hebben en zei mijn moeder: ‘Sorry Xa, dat kan nu echt niet.’ Toen ik me realiseerde hoe moeilijk mijn moeder het heeft gehad, deed me dat veel, en nog steeds. Toch kijk ik terug op een mooie, warme jeugd. Zo knap van mijn moeder. Handtekening Sinds ik heel klein was, liet mijn moeder iedereen in het dorp weten dat haar zoon goed kon voetballen. Op mijn zesde werd ik gescout door Barcelona. Het was niet alleen mijn droom die uitkwam, maar ook die van mijn moeder. Toen ik eenmaal bij jeugdcomplex La Masía aankwam, vroeg ze me of ik het echt wel wilde. Natuurlijk, zei ik. Vlak daarna zijn we met zijn drieen naar Barcelona verhuisd. We woonden in een oud appartementje, waar mijn moeder volgens mij niet heel happy was. Maar ze deed alles om mijn droom waar te maken, om ervoor te zorgen dat ik kon voetballen. Bij Barça speelde ik veel toernooien. Mijn moeder werkte vaak extra om ervoor te zorgen dat zij of mijn broer met mij mee kon, een van hen was er altijd bij. Vanaf mijn elfde was ik doordeweeks hele dagen op La Masía, maar ik sliep thuis. Mijn moeder vond me te jong om er al te wonen. Mijn broer bracht me om half zeven ’s ochtends op de fiets. De taxi bracht me om half tien ’s avonds weer naar huis. Een paar jaar later ben ik er wel gaan wonen en kwam ik in de weekenden thuis. Bij Barça won ik vier keer op rij de Ballon d’Or, de prijs voor de beste jeugdspeler. Er waren zoveel jongens die toernooien speelden, maar juist ík won die prijzen. Op dat moment deed het niet veel met me, ik besefte niet hoe bijzonder dat was. Als ik zo’n prijs gewonnen had, dacht ik meteen aan het volgende toernooi. Ik sta van jongs af aan in the picture. Was het niet om het voetbal, dan was het wel om mijn haar. Misschien dat ik ook daardoor beroemd ben geworden. Ik heb niet gekozen voor mijn haar, ik heb het van mijn moeder. Als twaalfjarige jongen vroegen fans al om een handtekening en of ze met me op de foto mochten als ik na een wedstrijd met teamgenoten het veld afliep. Ik dacht: waarom willen ze mijn handtekening? Ik vond het maar raar. Als ik een wedstrijd had verloren, wilden fans ook op de foto, maar daar had ik dan natuurlijk geen zin in. Thuis zei mijn broer dan: ‘Ik snap het Xa, maar die mensen rijden twee uur met de auto speciaal voor jou.’ Faustino had gelijk en hield mij met beide benen op de grond in het voetbalgekke Spanje. ‘Vroeger twijfelden mensen, werd er geroepen: ‘We weten niet of Xavi goed kan voetballen, hij heeft alleen heel veel Instagram-volgers’’ Rond mijn dertiende vertrok Faustino naar Amerika, waar hij als trainer aan de slag ging. Dat was pittig. Ik had mijn zusje nog wel thuis, maar zij was toen pas één. Ook voor mijn moeder was het zwaar, Faustino deed heel veel thuis. Voor mijn broer was het in Amerika ook lastig om mij te blijven volgen. Als hij sliep, moest ik voetballen. Ik miste hem zo erg, en wilde de volgende stap in mijn carrière alleen nemen met het hele gezin: dus met mijn moeder, broer en zusje erbij. Ik vroeg Faustino of hij daar open voor stond. Hij besloot om met ons mee te gaan naar Parijs, kwam voor mij na bijna drie jaar terug uit Amerika. Neymar Meningen van anderen leg ik normaal gesproken snel naast mij neer, maar toen ik naar Paris Saint-Germain vertrok, ontplofte er een bom in de Spaanse media. Er werd van alles over me geschreven en mensen geloofden dat. Ik las niet veel, maar kreeg wel van alles doorgestuurd. Berichten op Instagram zag ik wel. Ik ga nog weleens uitleggen wat dat met een zestienjarige jongen doet. Mijn broer zei: ‘Xa, vergeet wat mensen over je zeggen, het is niet belangrijk. Het belangrijkst zijn jouw familie en de mensen die van je houden.’ Ergens kon ik de reacties ook wel begrijpen. Ik was een kind van de club, die de hele jeugdopleiding van Barcelona had doorlopen. Ik ga míjn verhaal op het juiste moment vertellen. Met Faustino heb ik urenlang gesproken over die overstap. Het was niet zomaar iets. Ik had mijn hele jeugd in Spanje gewoond. Mijn zusje was destijds vier en moest ook haar vriendinnetjes achterlaten, maar we gingen er met zijn allen voor. Van mijn eerste salaris bij PSG heb ik kleren gekocht voor mijn moeder, broer en zusje. Het was fijn om iets terug te kunnen doen. Bij Paris Saint-Germain speelden de beste spelers ter wereld, mannen als Lionel Messi, Neymar en Kylian Mbappé. Op mijn zeventiende werd ik al doorgeschoven naar het eerste. Ik trainde iedere dag met die gasten, maakte wedstrijden mee, zag hoe ze zich gedroegen buiten het veld en met fans omgingen. Ik heb zoveel geleerd. Misschien denken mensen: Xavi heeft niet veel gespeeld bij PSG. Maar wat wil je: Messi en Neymar had ik voor me. Ik kwam geregeld bij Neymar thuis. Hij heeft een belangrijke rol gespeeld in die periode, Neymar kende me nog van zijn tijd in Barcelona, hij hielp me en beschermde me. Ik was als een broertje voor hem. We hebben nog steeds contact. Mensen hebben een bepaald beeld van Neymar, maar ze zien alleen de voetballer. Buiten het veld is hij een heel goed mens.“ Barretje Bij Barcelona was ik nog het grote talent, in Parijs werd ik gezien als de jonge wereldster. Mijn wereld stond op z’n kop. Ik kwam in Parijs aan met ruim een miljoen volgers op Instagram, dat liep in korte tijd op tot in de miljoenen. In interviews gaat het vaak over het aantal volgers dat ik heb, dat vind ik best irritant. Vroeger twijfelden mensen, werd er geroepen: ‘We weten niet of Xavi goed kan voetballen, hij heeft alleen heel veel Instagram-volgers.’ Ik wil op het veld laten zien dat ik de beste versie van mezelf ben, niet online. Heb niet gekozen voor de aandacht. Ik heb fantastische dingen meegemaakt, maar heb ook een groot gedeelte van mijn jeugd gemist. Doordat ik bekend ben, heb ik niet meegemaakt wat een normale jongen van zestien meemaakt. Ik ben nog nooit op vrijdagmiddag na school naar een barretje gegaan om wat te drinken met vrienden. Op stap gaan met vrienden heb ik nog nooit gedaan, want uiteindelijk zal er altijd iemand een foto of video maken en op sociale media zetten. Ik besef dat ik pas negentien ben en al veel heb meegemaakt. Ik heb mooie tijden gekend, maar ook mindere. Uiteindelijk leer je veel van slechte momenten in het leven, zowel op voetbalgebied als privé. Ik had in het verleden mensen om mij heen die het minder goed met mij voor hadden. Ik heb geen wraakgevoelens, zal nooit iets slechts over iemand zeggen, kies er dan voor om niet meer met je om te gaan. Sinds een jaar spreek ik geregeld met een psycholoog in Spanje. Ik wilde weten waar sommige gevoelens vandaan kwamen. Hij leert mij dingen te snappen, een plek te geven en weer verder te kunnen. De druk die wij voetballers ervaren, is pittig. Op het veld voel ik die niet, erbuiten wel. Op dit moment zit ik in een goede fase, ik voel me lekker, ervaar geen stress. De psycholoog is er ook om te voorkomen dat ik me over twee jaar heel anders voel. Ik wil me zo blijven voelen zoals ik me nu voel. Van Nistelrooy Ik speelde tussen de beste spelers ter wereld in Parijs, maar twee jaar geleden voelde ik dat het niet genoeg was voor mijn ontwikkeling om de ene keer tien of vijftien minuten te spelen, en de wedstrijd erna weer helemaal niet. Ik wilde meters maken, stabiliteit creëren en mezelf laten zien op het veld. Zo zou ik in Nederland ook meer in the picture komen bij bondscoach Louis van Gaal. Vroeger riep ik altijd: ik wil niet terug naar Nederland, maar tot nu toe is het misschien wel de beste keuze in mijn carrière geweest. Ik wist dat Ruud van Nistelrooij de nieuwe trainer zou worden van PSV, hij heeft veel contact met mij gezocht. Hij heeft ook Sergio Ramos en Georginio Wijnaldum, voormalig ploeggenoten van mij bij PSG, gesproken over mij. Ik dacht: hij wil echt graag dat ik kom. Ik had nog twee weken vakantie en zei tegen de trainer: misschien reageer ik dan even niet. Hij zei: ‘Dat geeft niet, ik blijf je toch berichten sturen.’ Dat bleef hij ook doen, de hele zomer. Het voetbal vergat ik bijna; hoe hij als mens is, vind ik heel bijzonder. In het begin van het seizoen zei de trainer: ‘We gaan stap voor stap kijken hoe je je ontwikkelt in de groep.’ Dat is snel gegaan. De trainer laat nu merken dat ik belangrijk ben. Ik ben pas negentien, maar ook ik kan mijn mening geven en word serieus genomen. Het is een eer om met Ruud van Nistelrooij te werken, hij is zo’n grote speler geweest. Ik heb beelden teruggekeken van hem en van anderen gehoord hoe hij was als speler. Ze vertelden dat hij ook woedend kon worden op het veld. Ik heb hem goed leren kennen, herken mezelf ook wel in hem. De passie die hij heeft, heb ik ook. Ik hoop net zo’n carrière te kunnen krijgen als hij. Bij PSV heb ik dankzij de trainer geleerd om op het veld, maar ook erbuiten, beter te leren communiceren. Ik wilde vroeger nooit met een trainer praten, alleen met spelers. Ik was ook erg verlegen. Nog steeds ben ik een rustige jongen, ik luister liever eerst voordat ik wat zeg. Maar inmiddels weet ik dat ik met de trainer en de hele staf moet praten om goede resultaten te kunnen behalen. Veel van mijn ploeggenoten zijn mijn vrienden geworden. In Eindhoven ga ik veel met de latino’s om, maar ook met de jongens uit Parijs ben ik nog bevriend. Ik spreek vijf talen: Spaans, Catalaans, Engels, Frans en Nederlands, en kan met iedereen communiceren. Mijn beste vriend is Alejandro Baldé. Met hem heb ik de jeugdopleiding van Barcelona doorlopen. Onze moeders raakten ook bevriend, en onze broers werden goede maten. Alejandro speelt nu in het eerste van Barcelona. Terwijl ik mijn debuut in het eerste maakte bij Paris Saint-Germain op mijn zeventiende, deed hij dat bij Barcelona. En hij heeft net als ik zijn debuut gemaakt op het WK. Legende In november kreeg ik een mail toen ik op de club was, daarin stond dat ik bij de WK-selectie zat. Ik was heel blij en verrast, iedereen bij PSV feliciteerde me. Als je mij vorige zomer had verteld dat ik naar het WK zou gaan, had ik het niet geloofd. Eenmaal thuis wachtte mijn familie me op. Mijn moeder begon te huilen. Ik moest denken aan alles wat zij en wij als gezin hadden meegemaakt, en vond het ook voor haar een mooie beloning. Ze fluisterde in mijn oor: ‘We hebben het samen gedaan.’ Ik moest toen ook huilen. Mijn broer wil altijd laten zien dat hij de stoere man thuis is, hij hoefde niet te huilen, maar ik wist hoe trots hij op me was. Vooraf had ik veel dingen over Louis van Gaal gehoord. Ik vond hem een heel bijzondere trainer. Op de eerste dag bij het Nederlands elftal had ik meteen al een gesprek met hem, dat was best pittig. De bondscoach liet me meteen mijn plek weten, zei: ‘Je bent hier voor het eerst als jonkie, moet dingen leren, zien en meemaken. En wie weet komt jouw kans op het veld.’ Hij was heel eerlijk. Mooi. Het WK was als een droom. Het mooiste was het groepsgevoel; iedereen was blij voor elkaar, dat had ik nog nooit op die manier meegemaakt. Er was geen jaloezie of afgunst. Toen ik mijn debuut had gemaakt in de achtste finale tegen de Verenigde Staten was iedereen blij voor mij. Ik kreeg het haasje en een cadeautje van sieradenmerk Gassan. Ik was de jongste Nederlandse speler ooit die in een knock-outfase zijn debuut had gemaakt voor Oranje; ik heb geschiedenis geschreven, bizar. Nu zijn we een nieuwe fase ingegaan met bondscoach Ronald Koeman. In het team zitten zoveel sterren: Virgil van Dijk, Frenkie de Jong, Memphis Depay. Ik kan niet wachten om met die grote spelers in het veld te staan. Natuurlijk heb ik ook meegekregen dat Rafael van der Vaart riep dat het Nederlands elftal om mij heen gebouwd moet worden. Het is fantastisch dat zo’n legende dat heeft gezegd, maar als ik daar te veel over na ga denken, kan het alleen maar fout gaan. Bloemetje Na al die jaren weten wij als gezin: we made it. Mijn moeder kan de zorg over mij loslaten. Ik heb Faustino en andere goede mensen om mij heen. Mijn moeder kan zich nu focussen op mijn zusje. Kenza tennist. Ze neemt het serieus. Wij denken: als ze er maar van geniet. Wat ik vroeger niet kon doen of heb- ben, wil ik Kenza wel geven. In Eindhoven doe ik alles samen met Faustino. We wonen voor het eerst met zijn tweeën, Faustino zorgt voor het eten, maar heeft ook zijn eigen leven, hoor. Mijn moeder en Kenza zien we ongeveer twee keer per maand. Ik wil dat mijn moeder nu geniet van het leven, dat ze doet wat ze vroeger niet kon. Na jarenlang zweten heeft ze genoeg voor ons gedaan. Ik help haar financieel. Wat van mij is, is ook van mijn moeder, broer en zusje. Ik zeg niet vaak hardop tegen mijn moeder dat ik haar dankbaar ben, maar laat haar wel merken dat ze alles voor mij is. Ik hou ervan om dingetjes voor haar te kopen of haar te verrassen met een bloemetje. Mijn moeder zegt ook geregeld: ‘Xavi, je hebt al veel bereikt, maar er komt nog veel meer moois aan.’ Mijn doel voor dit seizoen is om het beste uit mezelf te halen en om prijzen te pakken. We hebben het juiste team ervoor. Wat de toekomst verder brengt, zal blijken. Ik hoop nog een keer met Alejandro Baldé in één elftal te kunnen spelen, waar dat dan ook is. Bij Barcelona met Xavi als trainer? Dat zou wat zijn!” Helden Magazine 66 Het verhaal van Xavi Simons komt voort uit Helden Magazine 66. De 66ste editie staat in het teken van ‘nieuwe Helden’. Op zijn 28ste heeft Nyck de Vries een stoeltje in de Formule 1 bemachtigd. Helden ging bij hem langs in Monaco en sprak hem over het bizarre leven dat hij leidt. In deze editie lees je ook een uitgebreid interview met duizendpoot Rico Verhoeven. Hij is al tien jaar wereldkampioen kickboksen, succesvol ondernemer, vader én acteur. Ook een gesprek met Daphne van Domselaar. Bij het EK van 2022 werd de doelvrouw van FC Twente gebombardeerd tot nieuwe held en is nu de eerste keeper van Nederland. Daarnaast breekt marathonloopster Nienke Brinkman record na record. Verder in Helden 66 interviews met de trainer van Feyenoord: Arne Slot, de winnaar van het tennistoernooi van Rosmalen: Tim van Rijthoven, goede vrienden en wielrenners: Fabio Jakobsen en Julius van den Berg, één van de kroonjuwelen van Ajax: Kenneth Taylor én paralympisch zwemkampioene: Chantalle Zijderveld. José de Cauwer is oud-renner en wieleranalist van de VRT. Een gesprek over onder meer Mathieu van der Poel, Remco Evenepoel en Jonas Vingegaard. Klaas-Jan Huntelaar blikt terug op de koninklijke avond in Madrid. Victoria Koblenko spreekt paralympisch wielerkampioen Tristan Bangma. Als laatste verteld Nouchka Fontijn in ‘De dag dat alles misging’ dat ze dacht dat ze wereldkampioen was én Fenna Kalma is de aanstormende spits van de Oranjevrouwen. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 66 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van jouw Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Arne Slot: ‘Een gouden greep’

Iedereen bij Feyenoord liep weg met Arne Slot. [...]
Iedereen bij Feyenoord liep weg met Arne Slot. Sinds zijn komst in 2021 ging het de Rotterdammers voor de wind. Dat bleef niet onopgemerkt, Liverpool haalde hem naar de Premier League. Bij the Reds is hij sterk begonnen. We maakten een rondje langs mensen die de trainer goed kennen om te vragen naar zijn kwaliteiten en toekomst. Trainer van Feyenoord, het is niet de makkelijkste baan van de wereld. De verwachtingen van het trouwe, maar veeleisende Legioen zijn altijd hoog. Tal van oefenmeesters sneuvelden door de jaren heen onder de druk in De Kuip. In 2021 ging Arne Slot aan de slag bij Feyenoord, als opvolger van Dick Advocaat die afscheid had genomen met een vijfde plek en op het nippertje een Europees ticket had veiliggesteld. De opdracht voor Slot: bouwen aan een nieuw elftal, een herkenbare speelstijl, jonge spelers de kans geven zodat zij op den duur met een mooi prijskaartje om de nek naar het buitenland zouden vertrekken. Slot, die als voetballer in achttien seizoenen uitkwam voor FC Zwolle, NAC en Sparta, wist dat al snel voor elkaar te krijgen, zoals hij als trainer ook al succesvol was geweest bij Cambuur en AZ. Hij voer zijn koers, bleef rustig en liet zich door niets of niemand van de wijs brengen. In zijn eerste seizoen loodste hij Feyenoord naar de derde plek in de eredivisie en de finale van de Conference League, die met 1-0 verloren ging tegen het AS Roma van José Mourinho. Tal van spelers hadden zich in de kijker gespeeld en gingen voor hoge bedragen naar het buitenland. Tyrell Malacia vertrok voor 17 miljoen euro naar Manchester United, Luis Sinisterra ging voor een bedrag van 25 miljoen – dat met bonussen nog op kan lopen – naar Leeds United, Fredrik Aursnes ging voor rond de 15 miljoen naar Benfica, ongeveer hetzelfde bedrag tikte Bournemouth af voor Marcos Senesi. Na het seizoen vertrokken ook Jens Toornstra en Bryan Linssen. Huurlingen Cyriel Dessers, Guus Til en Reiss Nelson verdwenen ook uit De Kuip. Slot liet zich niet van de wijs brengen. Ging stoïcijns verder met zijn assistenten Marino Pusic, John de Wolf en Sipke Hulshoff. Hij ging aan de slag met nieuwe spelers als Dávid Hancko, Quilindschy Hartman, Sebastian Szymanski, Quinten Timber, Mats Wieffer, Danilo, Javairo Dilrosun, Santiago Giménez, Oussama Idrissi en Igor Paixão. Opnieuw had hij de boel razendsnel op de rit. Zijn ploeg is in de race voor de landstitel en heeft op meerdere vlakken een geweldig seizoen. Het werk van de 44-jarige Slot is niet onopgemerkt gebleven. Tal van clubs hebben de trainer, die nog tot en met 2025 onder contract staat in Rotterdam, in het vizier. Gaat hij net als Erik ten Hag – die een vergelijkbare carrière als speler en trainer heeft gehad en afgelopen zomer naar Manchester United vertrok – de overstap maken naar een mooie buitenlandse club na dit seizoen? 70 miljoen “In het voorjaar van 2020 had ik een gesprek met Mino Raiola over een speler. Hij vroeg of ik bij het zoeken naar een mogelijke opvolger van Dick Advocaat, die had aangegeven in 2021 te willen stoppen bij Feyenoord, weleens had gedacht aan Arne Slot. Nee, zei ik, mede omdat het begin 2020 nog niet urgent was.” Aan het woord is Frank Arnesen, die begin 2020 technisch directeur van Feyenoord werd. “Vanaf dat moment ben ik Arne gaan volgen en me in hem gaan verdiepen. Ik ging kijken hoe hij zich opstelde in interviews, analyseerde hoe hij zijn elftallen liet voetballen, zodat ik me een beeld van hem als trainer kon vormen. In het najaar van 2020 heb ik hem vrijblijvend uitgenodigd voor een gesprek. We hebben twee goede gesprekken gevoerd over hoe we het voetbal zagen. Hij legde uit hoe hij vanuit een gedegen opbouw in hoog tempo aanvallend wilde spelen, precies zoals ik Feyenoord wilde laten opereren. Na die gesprekken heb ik de overige beleidsbepalers van Feyenoord ervan overtuigd dat we Slot moesten aanstellen als nieuwe trainer vanaf juli 2021. Eind 2020 tekende hij een tweejarig contract met een optie voor meer jaren.” AZ ontsloeg Slot in december 2020 op staande voet omdat de clubleiding het hem kwalijk nam dat hij hen niet had geïnformeerd over de gesprekken met Feyenoord en dacht dat Slot niet langer met zijn hoofd bij AZ was. Zijn assistent Pascal Jansen nam het over in Alkmaar. “Ik wist dat zijn contract bij AZ tot de zomer van 2021 liep en dat hij daarna vrij zou zijn. Dus had ik in mijn ogen het recht hem te benaderen,” stelt Arnesen. “Wat zich tussen AZ en hem heeft afgespeeld, was iets waarin ik me niet heb gemengd. Omdat Arne was ontslagen bij AZ, had hij in de maanden voordat hij begon tijd om met ons te overleggen hoe we het onder zijn leiding zouden gaan aanpakken en welke spelers we wilden halen. Met veel nieuwe aanwinsten in betrekkelijk korte tijd moest het van goed naar beter gaan. We hadden via mijn contacten in Europa ook geluk met de aankopen. We verkochten Steven Berghuis, maar haalden met Marcus Pedersen, Fredrik Aursnes, Guus Til en Gernot Trauner voor ons betaalbare, relatief goedkope spelers die meteen in het elftal pasten. Op advies van Arne haalden we Alireza Jahanbakhsh die hij net als Til kende uit zijn tijd bij AZ. Ik kende de directeur van Brighton waar Jahanbakhsh speelde, dat scheelde natuurlijk bij het halen van een speler uit de Premier League, zo’n club moet wel willen meewerken.” Ook Cyriel Dessers, goed voor negen doelpunten in de competitie en tien in Europa, kwam op huurbasis. “Hij wilde weg bij Racing Genk, Cyriel bleek zeker tegen het einde van het seizoen een gouden greep. Als ik terugkijk, is het echt verbazingwekkend hoe snel Slot van Feyenoord in 2021 een goed voetballend en winnend elftal heeft gemaakt.” Arnesen stak zijn nek uit voor Slot. “Ik wist dat hij het in zich had, anders had ik hem niet gehaald, maar Arne was natuurlijk geen garantie voor succes. Hij had maar twee jaar ervaring bij Cambuur en anderhalf jaar bij AZ. Feyenoord is wat druk betreft iets heel anders dan AZ. Het is altijd afwachten hoe een trainer daarmee omgaat. Je moet bij Feyenoord natuurlijk wel goede resultaten halen. Die kwamen al snel, het was een logisch gevolg van zijn filosofie en werkwijze. Ik heb grote bewondering hoe hij het uiteindelijk op zijn eigen manier heeft gedaan. Natuurlijk ben je als coach afhankelijk van je spelers, maar een goede coach maakt mede het verschil. Hij is verbaal heel sterk waardoor hij goed kan uitleggen hoe hij wil spelen. Zijn speelwijze met veel druk naar voren kost veel energie en kracht, mede omdat je niet altijd de bal hebt. Bij balverlies moet je zorgen dat je niet wordt uitgespeeld waardoor spelers soms zestig meter terug moeten sprinten om de bal te heroveren. Alle spelers begrepen vrij snel dat ze voor die speelwijze fysiek optimaal moesten zijn. Zijn manier van trainen zorgt er mede voor dat de spelers topfit zijn en ook zelden geblesseerd raken. Het knappe is dat Arne en zijn staf snel controle hadden over de hele spelersgroep, ook over spelers die geen basisplaats hadden.” In het voorjaar van 2022 liep Arnesen een infectie op die hem uiteindelijk in het ziekenhuis deed belanden. Hij moest worden geopereerd en zware antibioticakuren ondergaan waardoor hij tijdelijk niet dagelijks honderd procent inzetbaar was op kantoor. Desondanks, deels vanuit zijn bed, regelde hij de noodzakelijke transfers. “In augustus wilden de nieuwe directeur Dennis te Kloese en de voorzitter van de raad van commissarissen Toon van Bodegom een gesprek met me. Ik zei dat ik me weer geheel de oude voelde en me in staat achtte te werken voor Feyenoord als voorheen. Een week later hadden we een tweede gesprek en toen zeiden zij dat ze wilden dat ik zou opstappen. Dat is jullie goed recht, zei ik, als jullie willen dat ik stop, dan doe ik dat. Ik heb alles netjes afgehandeld, heb ze succes gewenst en ben weggegaan, al had ik graag willen blijven tot zeker het einde van dit seizoen. Arne vond het jammer dat ik weg moest, ik heb nog goed contact met hem, wens hem voor elke wedstrijd succes.” Arnesen volgt Feyenoord nog steeds met grote interesse. “Ik kijk met veel voldoening terug op de wijze waarop we in alle geledingen – van de scouting en de medische staf tot de trainers van het eerste elftal en de jeugdopleiding – in twee jaar tijd van Feyenoord een moderne voetbalorganisatie hebben gemaakt. We moesten na dat goede seizoen 2021-2022 noodgedwongen spelers verkopen. Ik wist dat we minimaal 50 miljoen zouden binnenhalen, een voor Feyenoord uniek bedrag aan transfers. Uiteindelijk hebben we voor meer dan 70 miljoen verkocht en ook weer een volwaardige selectie kunnen samenstellen.” Arnesen sluit af met een tip aan Slot: “Het is goed voor hem om minimaal nog een jaar bij Feyenoord te blijven.” Op de fiets Gertjan Verbeek was in het seizoen 2008-2009 trainer van Feyenoord. “Ik kende Arne lange tijd vooral als voetballer van teams waartegen wij met mijn clubs speelden,” zegt Verbeek. “We hebben allebei een huis in Zwolle en kwamen elkaar twee jaar geleden toevallig tegen op de fiets met de kinderen. Dat was vlak voordat hij naar Feyenoord ging. We hebben even met elkaar gesproken en wat gedronken. Het is niet zo dat hij mij advies heeft gevraagd of dat ik hem advies heb gegeven. Ik heb hem alleen gezegd dat hij naar een prachtige club ging en dat Feyenoord voor iedere trainer een geweldige uitdaging is.” Verbeek wilde, net als Slot, destijds bouwen aan een nieuw elftal, maar moest na een half jaar vertrekken. “Ik heb heel duidelijk ervaren dat je met veranderingen bij zo’n grote club op steun kunt rekenen, maar ook op veel weerstand. Ik denk wel dat Arne op een rustiger moment bij Feyenoord is binnengekomen dan ik, maar het is hoe dan ook heel knap wat hij vorig jaar in zijn eerste seizoen meteen heeft gepresteerd. Afgelopen zomer heeft hij in korte tijd weer een geheel nieuwe selectie moeten opbouwen.” Petje af van Verbeek voor Slot. “Er breken ook weer een paar jongens uit de eigen jeugd door. Dat Feyenoord dit seizoen de grote kandidaat is voor het kampioenschap, is geheel zijn verdienste. Hij weet ook precies wat voor spelers hij wil hebben, hij kan blijkbaar heel goed analyseren wat een speler kan en hoe die in het systeem dat hij wil spelen van waarde kan zijn. Het mooiste voorbeeld is Guus Til, die bij Feyenoord onmisbaar leek. Slot kende hem van AZ en wist precies hoe hij hem moest laten spelen. In elftallen onder Slot kwam Til als middenvelder altijd tot tien à vijftien doelpunten. En nu bij PSV?” Slot laat zich ook niet snel het hoofd op hol brengen, heeft een duidelijke carrièreplanning in zijn hoofd, denkt Verbeek. “Dat zie je ook aan zijn carrière, van Cambuur, via AZ naar Feyenoord. Ik zie hem ook niet te snel bij Feyenoord vertrekken. Er zal zeker interesse komen, maar als Feyenoord Champions League gaat spelen en de voorwaarden die hij stelt om te presteren worden gehonoreerd, zie ik hem nog zeker een seizoen blijven.” Slimme gozer Henk ten Cate werd in 2000 trainer van NAC. In 2001 stond Arne Slot, op dat moment speler van FC Zwolle in de eerste divisie, bovenaan zijn verlanglijstje. “Bij NAC was Alfred Schreuder centrale middenvelder, maar hij liep al tegen de dertig. We waren bang dat hij zou worden weggekocht, daarom wilde ik Slot erbij hebben. Ze leken op elkaar als voetballer, hoewel ik Slot meer een zogenaamde ‘10’ vond en Schreuder meer een ‘6’. Ze waren allebei niet de snelsten, maar zagen het spel, waren goed aan de bal en dachten na over het spel. En het waren geen schreeuwers, ze gaven op een natuurlijke manier leiding in het veld. Slot had overigens niet meteen een basisplaats, we hadden destijds ook nog Orlando Engelaar. Uiteindelijk heb ik drie jaar met Alfred en twee jaar met Arne gewerkt.” NAC eindigde in 2003 als vierde in de eredivisie, achter de traditionele top drie, een hoogtepunt in de clubgeschiedenis. “Ik kan niet zeggen dat ik toen al een toekomstig trainer in Arne zag, maar bemerkte wel dat hij bezig was met het tactische deel van het spel. Hij ging bij trainingen op een zinnige manier het gesprek met je aan over de bedoelingen achter een oefenvorm,” herinnert Ten Cate zich. Hij is onder de indruk van de trainer Slot. “Arne heeft voor het tweede achtereenvolgende seizoen van Feyenoord een goed draaiend elftal gemaakt. En daar gaat het om, dat je als trainer je elftal volgens jouw ideeën laat spelen en dat je je opvattingen kunt overbrengen. Ik zie in Arne ook een heel slimme gozer die niet alleen de club goed naar zijn hand zet, maar ook de media weet te bespelen. Dat is een kwaliteit die ik niet bezat. Ik kon niet diplomatiek zijn, was veel te direct. Arne is slimmer in de communicatie dan ik was.” Ten Cate was tevens trainer van Ajax, maar ook van Panathinaikos en assistent bij Barcelona en Chelsea. “Op dit moment doe ik niets meer in de voetballerij. Ik ben anderhalf jaar geleden gestopt en keer ook niet meer terug. Mijn persoonlijke opvatting is dat trainers van mijn leeftijd plaats moeten maken voor jongere collega’s, er zijn al zo weinig plekken voor trainers. Het is nu aan hen.” Verlengstuk Na vijf jaar NAC voetbalde Arne Slot drie seizoenen voor Sparta. Foeke Booy was daar van eind 2007 tot juli 2009 zijn trainer. “Toen ik tekende, stond Sparta stijf onderaan,” vertelt Booy, tegenwoordig technisch directeur van SC Cambuur. “Ik heb met alle spelers heel kort gesproken. Tegen Arne zei ik gechargeerd dat het gerucht ging dat Sparta bij balverlies eigenlijk met tien man speelde. Was cynisch bedoeld om aan te geven wat ik van hem verwachtte als we de bal niet hadden. Dat pakte hij heel goed op. Hij was tactisch heel sterk. Kon een aanvaller echt vrij voor de keeper zetten en werd mijn verlengstuk in het veld. Uiteindelijk heb ik anderhalf jaar heel prettig met hem gewerkt en hebben we Sparta beide seizoenen in de eredivisie weten te houden.” Dat de voetballer Slot zich als speler al intensief met tactiek bezighield, blijkt uit een anekdote waarover het AD ooit berichtte uit zijn tijd bij Sparta. Tegen het einde van het seizoen 2008-2009 hadden de Rotterdammers verloren van Volendam en thuis 0-0 gespeeld tegen het al gedegradeerde De Graafschap. Booy bedacht een tactiek voor de wedstrijd tegen Ajax, maar Slot kon zich daar niet in vinden. Slot destijds: ‘Dan gaan we jagen, word ik weer uitgefloten, heb ik het allemaal weer gedaan. Ik zou mezelf hangend op rechts zetten, geef ik de steekballetjes wel.’ Trainer Booy dacht even na en zei tegen zijn assistent Adri van Tiggelen: ‘Veeg onze tactiek maar van het bord, we gaan het doen zoals Arne het ziet.’ Sparta won op 3 mei 2009 met 4-0 van het Ajax van Marco van Basten. De waardering van Arne Slot voor Booy blijkt uit de uitnodiging die hij, destijds trainer van aartsrivaal Go Ahead Eagles, ontving voor de afscheidswedstrijd die PEC Zwolle in 2014 voor Slot organiseerde. Uiteraard volgt Booy hem nog altijd. “Bij Cambuur kon je zijn ideeën over voetbal al terugzien. AZ heeft een neusje voor talenten, want ze hebben Arne niet voor niets bij Cambuur weggehaald. Wat hij nu bij Feyenoord laat zien, is een logisch vervolg op wat we al hebben gezien bij AZ. Arne houdt van dynamische, technisch vaardige spelers met inhoud, die de baas moeten zijn op het veld. Dat vergt heel veel discipline van de spelers. Arne hanteert als trainer een hoge standaard waaraan iedereen moet voldoen. Ik vind het ook heel knap hoe hij dat gigantische Legioen bij Feyenoord achter zich heeft weten te krijgen. Wat ook opvalt, is dat hij op sommige momenten ontspanning toont met een zekere humor. Ik denk dat Arne van de drie trainers bij Ajax, PSV en Feyenoord door zijn ervaring het best met de druk kan omgaan. Mede daarom zie ik Feyenoord dit seizoen kampioen worden.” Ze hebben nog geregeld contact. “Als we elkaar zien, is het mooi, we weten wat we aan elkaar hebben. Toen ik twee jaar geleden werd getroffen door een hartaanval, stuurde hij meteen een appje. Dat typeert Arne.” Gevraagd naar de toekomst van Slot zegt Booy: “Ik denk dat hij nog een jaar bij Feyenoord blijft, op voorwaarde dat hij het gevoel heeft dat hij ook volgend seizoen weer mee kan doen om de titel. Het ligt dus aan de club of hij blijft.” Arnesen: 'Ik wist dat hij het in zich had, maar Arne was natuurlijk geen garantie voor succes. Hij had maar twee jaar ervaring bij Cambuur en anderhalf jaar bij AZ' Tactisch sterker “Toen ik vijf jaar geleden onder John van den Brom debuteerde in het eerste van AZ, drukte Arne Slot als assistent al zijn stempel op het elftal,” herinnert Calvin Stengs zich. Na het vertrek van Van den Brom naar Utrecht in 2019 werd Slot hoofdtrainer van AZ. “Ik debuteerde bij AZ als rechtsbuiten, maar zowel Van den Brom als Slot zag in mij ook een nummer tien.” Op 7 augustus 2017 in de wedstrijd tegen PSV liep Stengs een zware knieblessure op die hem vijftien maanden kostte. “Toen ik weer fit was, benadrukte Arne dat ik mijn creativiteit moest tonen en vooral het frivole in mijn spel moest houden. Ik was volgens Arne soms iets te kritisch naar mezelf. ‘Het geeft niet als je eens wat minder speelt,’ zei hij dan. Ik ben door Slot tactisch sterker geworden, waardoor ik het spel op een hoger niveau doorzie. Voor buitenstaanders is het misschien moeilijk te volgen, maar één stapje naar binnen of naar buiten kan net het verschil maken. Het jaar voordat hij naar Feyenoord ging, wonnen wij in De Kuip met 3-2.” In 2021 ging Slot naar Feyenoord en Stengs, op 28 februari voor het eerst vader geworden van zoontje Saint, vertrok naar OGC Nice. “Toen eind 2020 bekend werd dat Arne in de zomer van 2021 naar Feyenoord zou gaan, moest hij vertrekken. Hij was al weg voordat wij ’s ochtends zouden trainen. Als spelersgroep van AZ hebben we daarom nooit afscheid van hem kunnen nemen. Ik heb hem daarna nog wel gesproken hoor, laatst nog, toen de kleine was geboren. Omdat ik weinig speelde in Nice heeft Arne me afgelopen zomer gepolst of ik naar Feyenoord wilde komen. Uiteindelijk heb ik voor FC Antwerp gekozen.” Dessers: 'Voor mij staan Erik ten Hag en Arne Slot vooral tactisch ver boven bijna alle trainers met wie ik heb gewerkt' Stengs noemt Slot een toptrainer ‘die natuurlijk ook nog dingen moet leren’. “Hij is als mens heel rustig, kan zowel een- op-een als voor een hele groep op simpele wijze zijn ideeën overbrengen. Je ziet bij hem altijd nieuwe spelers bovendrijven die voor het Nederlands elftal worden geselecteerd, zoals ik onder hem bij AZ ook debuteerde in Oranje. Dat is ook zijn verdienste. Ooit komt hij bij een Europese topclub terecht, maar eerst zie ik hem naar een club onder de top gaan.” Agressieve speelwijze Bryan Linssen kan goed het verschil aangeven tussen het Feyenoord zónder en mét Arne Slot. De aanvaller kwam in 2020 over van Vitesse. In zijn eerste seizoen in Rotterdam, onder Dick Advocaat, werd de ploeg vijfde in de competitie. “Een hogere positie zat er ook niet in. Zo’n positie past natuurlijk niet bij Feyenoord.” In zijn tweede seizoen bij Feyenoord maakte hij Slot dus mee. “Vanaf het begin heeft Slot samen met zijn assistent Marino Pusic de hele speelstijl, die voor zijn komst toch meer defensief was, veranderd in een aanvallende, dwingende manier van spelen. Arne zorgde op een prettige manier voor nieuwe energie. Vanaf het begin trainden we heel intensief op het druk zetten en daarin vervulde ik samen met Guus Til door mijn agressieve speelwijze een heel belangrijke rol. Wij vormden een perfect duo in zijn speelwijze. Soms zei hij: ‘Doe in de spits maar wat je gevoel je ingeeft.’ Of hij riep me tijdens de wedstrijd even naar de kant, zei een zin en dan wist ik precies wat hij bedoelde. We spraken overigens niet alleen over mijn rol in het elftal, we bespraken ook zaken buiten het voetbal. Hij heeft het voordeel dat hij nog jong is, weet wat de jeugd van tegenwoordig bezighoudt.” De zogenoemde presentatiewedstrijd in De Kuip, tegen Atlético Madrid, zette volgens Linssen meteen de toon. “Die wonnen we niet alleen zeer verrassend met 2-1, maar vooral de teamspirit die tot uiting kwam bij een opstootje rond hun trainer Diego Simeone heeft iets teweeggebracht in het team. Slot heeft dat voorval het hele jaar als voorbeeld gesteld. Hoe we als spelers voor elkaar moesten opkomen, dat we elke wedstrijd voor elkaar door het vuur moesten gaan. Dat beroep doen op het teamgevoel zie je dit seizoen ook weer tot uiting komen in de houding van de wisselspelers. Dat Feyenoord net als vorig seizoen weer veel wedstrijden wint of gelijkspeelt in de slotfase. Heeft te maken met de teamspirit en de wijze van trainen. We trainden keihard, altijd met de bal en wedstrijd gerelateerd, maar tegelijk ook heel erg gericht op het op een verantwoorde wijze verbeteren van de conditie. Het is niet voor niets dat we ons het hele seizoen topfit voelden en met heel weinig blessures te maken hadden. Dat is dit seizoen niet anders.” Linssen geeft een inkijkje in de kleedkamer van vorig seizoen. “De wedstrijdbesprekingen waren van een heel hoog niveau. Arne motiveerde ons niet alleen, maar gaf ook heel gedetailleerde informatie over de tegenstander. Hij vertelde precies hoe we hen moesten bespelen om ons eigen spel te kunnen spelen. Als wat de trainer zegt negen van de tien keer uitkomt, geeft dat vertrouwen. In de trainingen hadden we vaak zijn hele plan al uitgevoerd, daarom geloofden we onvoorwaardelijk in zijn aanpak. Als ik straks terugkijk op mijn carrière, zal dat seizoen 2021-2022 bij Feyenoord zeker het mooiste en leukste seizoen uit mijn loopbaan zijn. Het spelen in De Kuip, de wetenschap dat je in negen van de tien thuiswedstrijden in de competitie veel beter bent dan de tegenstander en ook in uitwedstrijden vaak de bovenliggende partij bent, zijn onvergetelijke momenten. Aan het einde van het seizoen stonden we zelfs in de finale van de Conference League.” Linssen vertrok afgelopen zomer naar Urawa Red Diamonds in Japan. “Slot gaf eerlijk aan dat ik heus wel mijn minuten zou maken in het nieuwe seizoen, maar dat de rol van invaller ook dreigde.” Aanvallende filosofie Ook Cyriel Dessers speelde dus een belangrijke rol in het eerste seizoen van Arne Slot bij Feyenoord. De makkelijk scorende spits werd in korte tijd erg populair bij het Legioen. “Ik was op de laatste dag van de transferperiode net geland in Madrid om een huurcontract af te ronden met Leganés. In de loop van de middag ontstonden er problemen, waarop FC Antwerp, Nottingham Forest en Feyenoord interesse toonden,” vertelt Dessers. “Uiteindelijk heb ik voor Feyenoord gekozen. En op de luchthaven mijn contract getekend, mede omdat ik het gevoel had dat ik onder Arne Slot beter kon worden. Ik kijk heel veel voetbal, volg alles en was onder de indruk van zijn werkwijze. Je ziet dat zijn teams spelen volgens een heel duidelijke aanvallende filosofie met veel druk naar voren en veel spelers rond het zestienmetergebied van de tegenstander. Die speelwijze sprak mij aan.” Dessers speelde van 2017 tot en met 2019 bij FC Utrecht. Erik ten Hag was destijds zijn trainer. “Voor mij staan Erik en Arne vooral tactisch ver boven bijna alle trainers met wie ik heb gewerkt. Zij laten hun ploegen niet alleen aantrekkelijk spelen, maar zorgen ook voor resultaat. Daarnaast hebben ze allebei oog voor het menselijke aspect. Arne is heel correct en eerlijk, kijkt ook naar spelers buiten de basis, een kwaliteit die ik niet bij veel trainers heb meegemaakt. Ik had natuurlijk wel moeite met mijn aanvankelijke positie op de bank. Arne zei meteen heel eerlijk dat Bryan Linssen zijn eerste keus was, dat ik hard moest blijven werken, dat vroeg of laat door een blessure of schorsing mijn moment zou komen. ‘Dan moet je er staan,’ zei hij. Als speler is het niet fijn om te horen, maar wel duidelijk, daardoor zorgde hij ervoor dat ik mentaal aan boord bleef. Ik heb ook trainers meegemaakt die zoiets alleen zeiden om me aan het lijntje te houden.” Dessers speelt sinds afgelopen zomer voor Cremonese in Italië. “Ik heb een geweldig seizoen gehad, maar mijn droom was ook om ooit in Italië te spelen. Ik heb geen spijt, zie het seizoen bij Feyenoord als het hoogtepunt in mijn carrière.” Altijd welkom Giovanni van Bronckhorst “Feyenoord is door de hele structuur met veel geledingen zoals de directie, het bestuur, de vrienden en het Legioen een nogal gecompliceerde club. Dat maakt het werken voor een technische staf niet altijd even makkelijk,” zegt Gio. Die geldt als een van de succesvolste trainers van Feyenoord ooit. “Ik was een kind van Feyenoord toen ik in 2015 trainer werd. Dat was aan de ene kant een voordeel, aan de andere kant voelde ik daardoor meer druk. Arne heeft niet die achtergrond, dat maakt de wijze waarop hij van het begin af het Legioen achter zich heeft gekregen heel knap.” Van Bronckhorst werkte tot eind vorig jaar bij Glasgow Rangers en wacht op een nieuwe uitdaging. “Ik ben sinds mijn vertrek bij de Rangers een paar keer op het trainingscomplex geweest en als Arne weet dat ik er ben, word ik heel warm onthaald, ben ik altijd welkom. We hebben een paar keer samen geluncht, informeel koffiegedronken en we gaan een keer padellen. Dat doen we beiden graag. Hij heeft het naar zijn zin bij Feyenoord, dat merk ik aan alles. Zelf doe ik nu veel werk voor de technische commissie van de UEFA, maar als de kans zich voordoet bij een mooie buitenlandse club heb ik nog wel de energie en ambitie om het vak van trainer weer op te pakken. Ik heb als trainer een prachtige tijd gehad bij Feyenoord. Met vijf prijzen in vier jaar, maar mijn ambitie ligt op dit moment niet in Nederland.” Helden Magazine 66 Het verhaal van Arne Slot komt voort uit Helden Magazine 66. De 66ste editie staat in het teken van ‘nieuwe Helden’. Op zijn 28ste heeft Nyck de Vries een stoeltje in de Formule 1 bemachtigd. Helden ging bij hem langs in Monaco en sprak hem over het bizarre leven dat hij leidt. In deze editie lees je ook een uitgebreid interview met duizendpoot Rico Verhoeven. Hij is al tien jaar wereldkampioen kickboksen, succesvol ondernemer, vader én acteur. Ook een gesprek met Daphne van Domselaar. Bij het EK van 2022 werd de doelvrouw van FC Twente gebombardeerd tot nieuwe held. Daarnaast spraken we met Xavi Simons, wie al sinds jongs af aan in the picture staat. En breekt marathonloopster Nienke Brinkman record na record. Verder in Helden 66 interviews met de winnaar van het tennistoernooi van Rosmalen: Tim van Rijthoven. Goede vrienden en wielrenners: Fabio Jakobsen en Julius van den Berg. Eén van de kroonjuwelen van Ajax: Kenneth Taylor én paralympisch zwemkampioene: Chantalle Zijderveld. José de Cauwer is oud-renner en wieleranalist van de VRT. Een gesprek over onder meer Mathieu van der Poel, Remco Evenepoel en Jonas Vingegaard. Klaas-Jan Huntelaar blikt terug op de koninklijke avond in Madrid. Victoria Koblenko spreekt paralympisch wielerkampioen Tristan Bangma. Als laatste verteld Nouchka Fontijn in ‘De dag dat alles misging’ dat ze dacht dat ze wereldkampioen was. En Fenna Kalma is de aanstormende spits van de Oranjevrouwen. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 66 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van jouw Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Klaas-Jan Huntelaar: Een koninklijke avond

Madrid: stad van Prado en het Retiro Park. Het is ook de stad waar [...]
Madrid: stad van Prado en het Retiro Park. Het is ook de stad waar Ajax op 5 maart 2019 Real Madrid van de mat speelde. Ajax won de achtste finale van de Champions League met 4-1 en schakelde de titelverdediger uit. Klaas-Jan Huntelaar blikt terug in de serie City of Memories, een samenwerking tussen Ajax en TUI. “Ik heb een tijdje in Madrid gewoond, was zo met voetbal bezig dat ik eerder de rust dan de drukte opzocht in de periode dat wij er met het gezin zaten,” zegt Klaas-Jan Huntelaar over de periode in 2008 en 2009, toen hij uitkwam voor Real Madrid. “Ik heb wel veel gezien van de stad, maar ben niet alle toeristische trekpleisters afgelopen. Als cultuurliefhebber ben ik natuurlijk naar het Prado geweest, een van de grootste en beroemdste kunstmusea ter wereld, en naar het schitterende, centraal in de stad gelegen plein Plaza Mayor. Het Retiro Park was heel leuk, een heel groot stadspark, waar je rust vindt. Ik denk ook meteen aan lekker eten. In La Latina, de mooie oude wijk met smalle, middeleeuwse straatjes, kun je heel goed eten; goeie hammen en tapas. Er zijn daar ook heel leuke Baskische restaurantjes met vlees op een hete steen en je hebt er ook de beroemde El Rastro-vlooienmarkt. Maar bij Madrid denk ik als eerste aan Estadio Santiago Bernabéu, waar we met Real Madrid onze thuiswedstrijden speelden. In mijn ogen is dat het mooiste voetbalstadion ter wereld.” Ook na zijn vertrek bij De Koninklijke bleef hij een klik hebben met de Spaanse hoofdstad. “Ik ben nog een paar keer terug geweest in Madrid. Met Schalke 04 heb ik in de Champions League twee keer in Bernabéu gespeeld. En natuurlijk met Ajax.” Klaas-Jan doelt op de return in de achtste finale van de Champions League op 5 maart 2019. “Ik vond het leuk dat op een of andere manier Madrid altijd weer op mijn pad kwam.” Verlengstuk Klaas-Jan keerde in de zomer van 2017 terug in Amsterdam, waar hij tussen 2006 en 2008 ook had gespeeld. Mede dankzij 76 goals in 92 competitieduels voor Ajax haalde Real Madrid hem naar Spanje. Hij speelde daarna nog voor AC Milan en Schalke 04. Marcel Keizer was trainer van Ajax toen Klaas-Jan vlak voor zijn 34ste verjaardag zijn rentree maakte. Een klein half jaar later werd Keizer opgevolgd door Erik ten Hag. “Ik had al gezien dat er veel jonge talentvolle spelers op het punt van doorbreken stonden. Het idee was dat ik routine toe kon voegen aan de jonge selectie. Ajax had met Kasper Dolberg een jonge spits. Ik snapte dat de club hem zag als eerste optie, het was voor Ajax belangrijk dat hij zich zou ontwikkelen, maar ik kreeg ook te horen dat ik voldoende speeltijd zou krijgen. Wel heb ik gezegd dat het ook op die manier gecommuniceerd moest worden, dan zou ik niet telkens vragen krijgen. 'Ten Hag is vrij snel een toptrainer geworden. Dat merkte je in alles. Overal dacht hij over na. Alles wat hij deed, sneed hout' Ik kon het makkelijker parkeren dat ik de ene keer wel speelde en de andere keer niet. Als jonkie denk je maar aan één ding: elke minuut spelen om die weg omhoog voort te zetten. Ik had die weg omhoog al gehad, keerde terug met het idee om mijn carrière mooi af te sluiten. En ik wilde daar waar nodig jonge talenten helpen, werd eigenlijk een soort vaderfiguur, terwijl ik er ook nog middenin stond.” Er werd vaak een beroep gedaan op Klaas-Jan en hij ging door met wat hij altijd en overal had gedaan: scoren. Daarnaast probeerde hij zijn ervaring over te brengen op jonge spelers. Daar liepen er nogal wat van rond. Matthijs de Ligt, Frenkie de Jong, Donny van de Beek, Noussair Mazraoui, David Neres en Kasper Dolberg waren allemaal rond de twintig. “In mijn eerste periode bij Ajax was ik zelf zo’n leergierige, jonge speler. In die periode keerden Jaap Stam en Edgar Davids terug naar Nederland en gingen bij Ajax spelen. Ik heb goed naar hen gekeken. Het is geweldig om met spelers in de kleedkamer te zitten die hebben geschitterd op EK’s en WK’s. Ik merkte ook dat sommige jongens op die manier naar mij keken.” Klaas-Jan probeerde zijn ervaring op een natuurlijke wijze over te brengen. “Ik ben niet iemand die meteen hoog van de toren gaat blazen. Het is makkelijk om bij jonge jongens aan te geven wat er voor verbetering vatbaar is, maar ik wees ook juist heel erg op de dingen die wel al heel goed gingen. Ik vond het veel leuker om het proces naar succes op een positieve manier te begeleiden. Allemaal vonden ze het leuk om met mij over m’n ervaringen te praten. Er waren zoveel intelligente jongens die heel graag stappen wilden maken. Er was echt een klik met die gasten.” In zijn eerste jaar zag Ten Hag hem meteen al als zijn verlengstuk in het veld en de kleedkamer. “De trainer zocht mij ook wat meer op. Erik was nog een jonge trainer, maar er ontstond al snel een goede band tussen ons. De manier waarop hij naar voetbal keek, kwam overeen met de manier waarop ik dat doe. Ik keek goed hoe hij te werk ging. Hij is vrij snel een toptrainer geworden. Dat merkte je in alles. Overal dacht hij over na. Alles wat hij deed, sneed hout. Meestal had je als speler ook het idee dat wat hij aandroeg, het goede was. Het is zo belangrijk dat een trainer op het goede moment de juiste dingen zegt. Dan breng je een proces in een stroomversnelling, gaat iedereen zien dat wat de trainer zegt ook werkt. Hoe hij nu aan de slag is gegaan bij Manchester United doet me denken aan de beginperiode bij Ajax. Hij blijft bijna stoïcijns zijn koers varen. Erik weet dondersgoed wat hij wil en met zijn plan in het achterhoofd maakt hij ook zijn keuzes. Je ziet dat hij nu ook weer bezig is om de ideale samenstelling van zijn team te vinden, zoals hij dat ook deed bij Ajax.” Vlucht Ajax werd tweede achter PSV in het seizoen 2017-2018. “We hadden nog een erg jong team. Lasse Schöne en ik waren de enige dertigers in de selectie. Daarna kwam Hakim Ziyech die midden twintig was.” Jarenlang was het salarisplafond heilig geweest bij Ajax, waardoor het lastig was om goede spelers met de nodige ervaring aan te trekken. In de zomer van 2018 kreeg technisch directeur Marc Overmars toestemming om spelers een hoger salaris te bieden dan voorheen. Het lukte hem om Daley Blind over te nemen van Manchester United en Dusan Tadic van Southampton. “Dat Ajax twee jongens van dat kaliber terughaalde, was de sleutel voor het succes dat volgde. De ploeg kreeg met Dusan en Daley erbij de juiste samenstelling en balans, er waren een paar ankers die zorgden voor een bepaalde kwaliteit, stabiliteit en mentaliteit. Het team kreeg een ruggengraat. Het was belangrijk voor de jonge spelers dat ze houvast hadden, je zag dat de ontwikkeling van de jonge jongens ineens een vlucht nam. Helden Magazine 66 Het eerste gedeelte van het verhaal van Klaas-Jan Huntelaar komt voort uit Helden Magazine 66. De 66ste editie staat in het teken van ‘nieuwe Helden’. Op zijn 28ste heeft Nyck de Vries een stoeltje in de Formule 1 bemachtigd. Helden ging bij hem langs in Monaco en sprak hem over het bizarre leven dat hij leidt. In deze editie lees je ook een uitgebreid interview met duizendpoot Rico Verhoeven. Hij is al tien jaar wereldkampioen kickboksen, succesvol ondernemer, vader én acteur. Ook een gesprek met Daphne van Domselaar. Bij het EK van 2022 werd de doelvrouw van FC Twente gebombardeerd tot nieuwe held en is nu de eerste keeper van Nederland. Daarnaast spraken we met Xavi Simons, wie al sinds jongs af aan in the picture staat én breekt marathonloopster Nienke Brinkman record na record. Verder in Helden 66 interviews met de trainer van Feyenoord: Arne Slot, de winnaar van het tennistoernooi van Rosmalen: Tim van Rijthoven, goede vrienden en wielrenners: Fabio Jakobsen en Julius van den Berg, één van de kroonjuwelen van Ajax: Kenneth Taylor én paralympisch zwemkampioene: Chantalle Zijderveld. José de Cauwer is oud-renner en wieleranalist van de VRT. Een gesprek over onder meer Mathieu van der Poel, Remco Evenepoel en Jonas Vingegaard. Victoria Koblenko spreekt paralympisch wielerkampioen Tristan Bangma. Als laatste verteld Nouchka Fontijn in ‘De dag dat alles misging’ dat ze dacht dat ze wereldkampioen was én Fenna Kalma is de aanstormende spits van de Oranjevrouwen. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 66 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van jouw Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Daphne van Domselaar: ‘Ze zeggen dat keepers een beetje gek zijn’

Keepster Daphne van Domselaar werd vorig jaar in [...]
Keepster Daphne van Domselaar werd vorig jaar in een klap bekend tijdens het EK vrouwenvoetbal in Engeland, toen ze plotseling moest invallen. Ze verrichtte de ene na de andere redding, een nieuwe held was geboren. We bespraken het leven van de 22-jarige doelvrouw van FC Twente aan de hand van acht thema’s. Mijn lichaam “Ik ben best tevreden met hoe ik eruit zie. Vroeger had ik een sixpack omdat ik dun was, nu heb ik er een omdat ik veel train en fysiek in orde ben. Als ik in mijn bikini loop, krijg ik geregeld de opmerking: ‘Jij doet iets met sport, maar wat precies?’ Dat vind ik een compliment,” vertelt Daphne van Domselaar. Ze is 1 meter 76 en heeft het ideale postuur voor een keepster. “Ik ben vooral blij dat mijn lichaam functioneel is. Lang, slank en ook wel atletisch; de bouw van een keeper en hoef er ook niet heel veel moeite voor te doen om er zo uit te zien, maar merk wel dat mijn lichaam verandert als ik op vakantie anders eet en minder beweeg. Ik voel iedere verandering aan mijn lijf.” Met langdurige blessures heeft ze nog niet te maken gehad. “Je ziet op het veld dat het ook niet uitmaakt hoe sterk je bent. Het kan bij iedereen fout gaan. Bang ben ik er niet voor, maar ik besef wel dat het mij ook kan overkomen. Mijn lichaam is flexibel en kan best veel opvangen, ik ben eraan gewend hard te vallen. Ik ben niet bont en blauw na een training of wedstrijd. Toen we tijdens de coronapandemie niet konden voetballen en ik na een paar maanden weer op het veld stond, voelde ik dat mijn lichaam er wel weer aan moest wennen. Een bal klemmen vergt best wat spierkracht in je vingers. Dat had ik nooit zo in de gaten, totdat ik toen ontzettend spierpijn in mijn onderarmen kreeg.” Mijn gedrevenheid Als jong meisje was Daphne al enorm gedreven. “Niet alleen in mijn sport was ik heel fanatiek, maar ook met spelletjes. Ik kon totaal niet tegen mijn verlies, speelde vals als ik dreigde te verliezen.” Haar familie had alleen meer met volleybal dan met voetbal. “Mijn vader was volleybalcoach, m’n oudere zus volleybalde en ik heb ook vanaf mijn zesde vier jaar gevolleybald. Ik speelde altijd liever zelf de bal dan dat ik het overliet aan mijn teamgenoten, die vond ik niet goed genoeg. Volleybal vond ik leuk, maar veel liever wilde ik op voetbal. Dat kwam door mijn klasgenootjes. In de pauze voetbalden we op het schoolplein. Ik vond het zo stoer om alleen al die scheenbeschermers en handschoenen aan te doen. Maar mijn ouders waren niet zo happig op voetbal, vonden dat ik me al jongensachtig genoeg gedroeg.” Bij haar toenmalige club LSVV in Zuid-Scharwoude waren op dat moment nog geen meisjesteams. “Toen er een paar jaar later wel een meisjesteam kwam, mocht ik op voetbal.” Lachend: “En anderhalf jaar later kwam ik alsnog in een jongensteam terecht. Als ik beter wilde worden in mijn sport, was voetballen in een jongensteam de meest logische stap. Dat snapten mijn ouders, hoor. Vanuit het volleyballen was ik al gewend ballen te vangen. Het duiken naar ballen vond ik heel tof. En bij de jongens kwam ik goed mee.” Na vier jaar bij LSVV maakte ze de overstap naar Telstar, waar ze twee jaar bij de beloften speelde. Tot een echte doorbraak kwam het niet. “Bij Telstar heb ik nooit het vertrouwen gekregen dat ik als keepster ver kon komen. Mijn coach had andere ideeën, daar was ik afhankelijk van.” In 2017 toonde FC Twente interesse. “Een stap hoger dan ik ooit had verwacht. Ik voelde me gevleid, dacht: hoe komen jullie bij mij uit? Ik zei meteen ‘ja’. Ze hadden me gevolgd bij de nationale jeugdelftallen onder 15 en onder 16, zagen veel potentie in me en prezen mijn voetballende vermogen.” Sinds 2019 is Daphne er eerste keeper en niet meer weg te denken uit het doel. “Ze zeggen altijd dat keepers een beetje gek zijn. Je moet ook iets geks hebben. Wie gooit nou zijn lichaam voor een bal? Vaak zeggen ze het ook over het karakter van een keeper. Ik vind mezelf geen einzelgänger of een rare. In de wedstrijd sta ik misschien alleen achterin, maar we doen het wel samen. Juist dat teamgevoel vind ik een van de leukste dingen aan voetbal.” Mijn doorbraak “Ik maakte mijn debuut bij het Nederlands elftal in februari vorig jaar. Ik was ongelooflijk blij. Het was ook een overwinning op mezelf, want ik ben soms onzeker geweest en twijfelde af en toe. Bij Twente heb ik geregeld met een mentale coach en keeperstrainer gepraat over mijn zelfvertrouwen. Ik maakte soms domme fouten waaruit goals kwamen, voelde dat er veel druk op mij lag. Zij zeiden dat ik ervan uit moest gaan dat ik de dingen die van mij gevraagd worden in het veld gewoon kan, omdat ik die in het verleden ook heb gedaan. Dat heeft enorm geholpen. Als je van tevoren denkt: het gaat toch fout, dan gaat het ook fout. Door die gesprekken en het omzetten van negatieve in positieve gedachten, kreeg ik meer geloof in eigen kunnen. Die goede vibe nam ik mee naar het EK.” Twee weken voor de start van het toernooi hoorde Daphne dat ze tweede keeper was. “Dat ik was opgenomen in de EK-selectie had ik al niet verwacht. Toen hoorde ik ook nog dat ik tweede keeper was. Bij de Olympische Spelen een jaar eerder was ik nog vijfde keus. Ik ging naar het EK met het idee om te leren, om ervaring op te doen en om te genieten van wat er allemaal om me heen gebeurde. Ik had nooit gedacht dat ik zo’n grote rol zou spelen.” Op 9 juli volgde Daphnes tweede interland ooit: de EK-wedstrijd tegen Zweden. Al vroeg in de eerste poulewedstrijd viel keepster Sari van Veenendaal uit met een schouderblessure. In de 22ste minuut, bij een 0-0 stand, mocht Daphne het veld in. “Toen ik Sari op de grond zag liggen, keek ik onze fysieke trainer vragend aan. Moest ik warmlopen? Ook mijn teamgenootje Marisa Olislagers die naast mij zat, zei tegen mij: ‘Moet jij er niet in?’ Ik zei nog: nee joh, er is niks aan de hand. Ineens was het toch zover. Ik besefte het niet helemaal, het ging zo snel. Renate Jansen, onze aanvoerder bij Twente, kwam naar me toe om me gerust te stellen en zei: ‘Doe lekker je ding, net als bij Twente. Jij kan dit, het komt goed. Ik denk dat alle speelsters op de reservebank mijn zenuwen wel voelden. Toen Sari mij een knuffel gaf aan de rand van het veld, zei ze: ‘Doe wat je bij Twente altijd doet, dit kun jij hartstikke goed.’ Dat was fijn om te horen. Toen had ik ook een besefmoment: ik ging een EK-wedstrijd spelen.... De eerste bal die ik ving, timede ik verkeerd, maar had ik gelukkig. Daarna kreeg ik een goal tegen. We werden uitgespeeld, ik kon er niet heel veel aan doen. Ik dacht: het wordt toch niet zo’n avond? In de rust dacht ik: we gaan ervoor, laat maar komen. De rest van de wedstrijd ging vanzelf.” De wedstrijd eindigde in 1-1 na een goal van Jill Roord. Maar Daphne werd de uitblinker. Ze oogstte lof dankzij een aantal spectaculaire reddingen. “Na de wedstrijd kwam er veel op me af. Ik moest een live interview met de UEFA doen in het Engels en de NOS wilde me spreken. In de mixed zone kwamen journalisten uit heel veel landen op me af om iets te vragen. Voor mijn gevoel had ik een prima wedstrijd gespeeld, maar ook weer niet fantastisch. Ik snapte dus niet zo goed waarom ik al die aandacht kreeg.” Daarna volgden poulewedstrijden tegen Portugal (3-2 winst) en Zwitserland (4-1 winst). “Na de eerste wedstrijd ging ik meer van mezelf eisen, ook tijdens de trainingen. Ik had het gevoel dat ik nog van alles moest veranderen in mijn spel en kreeg meer last van zenuwen. Bondscoach Mark Parsons en keeperstrainer Erskine Schoenmakers zeiden in een gesprek voor de tweede wedstrijd: ‘Je moet juist niks veranderen aan je spel, doe wat je altijd doet.’ Op de wedstrijddag ebden de zenuwen weg en had ik er heel veel zin in.” Het EK kende voor Oranje flink wat tegenslagen. Van Veenendaal moest na de openingswedstrijd de selectie vroegtijdig verlaten, ook Aniek Nouwen en Lieke Martens raakten geblesseerd. Bovendien werden Jackie Groenen en Vivianne Miedema positief getest op corona. “Het had goed gekund dat we door die tegenslagen uit elkaar waren gevallen als team, maar ze brachten ons juist dichter naar elkaar toe. Jonge meiden als Kerstin Casparij, Marisa Olislagers, Esmee Brugts en ik kregen de kans om te spelen. We kregen veel steun van de meer ervaren speelsters.” Er was ook kritiek op het spel van de Oranjevrouwen. Ze plaatsten zich voor de kwartfinale tegen Frankrijk, maar verloren die met 1-0, dankzij een benutte strafschop door de Fransen in de verlenging. Voor de buitenwacht was Daphne het enige lichtpuntje: de revelatie van het toernooi. “Ik had zelf ook wel door dat we niet goed speelden. Logisch dat er dan kritiek komt. In het veld probeerde ik de meiden te coachen. Gelukkig kreeg ik goede feedback van hen. Ik baalde enorm van de uitschakeling, maar was heel blij hoe het voor mij persoonlijk was gegaan. Ik was ook realistisch: we waren niet beter dan Frankrijk. We hadden misschien kunnen winnen met penalty’s. We hebben er alles aan gedaan, het lukte niet. Die teleurstelling kon ik gauw van me afzetten. Veel meiden hebben moeten bijkomen van het EK en de uitschakeling een plekje moeten geven. Voor mij was het boven verwachting mooi geweest. Om mijn reddingen kon ik niet heen: ik werd geregeld getagged in filmpjes op social media. Het was ook heel gek dat ik buiten die kritiek stond. Maar ik kon op een gegeven moment niks meer fout doen, was al gebombardeerd tot held. Dat vond ik wel een beetje overdreven.” Na het EK werd bondscoach Mark Parsons ontslagen. “Ik wist dat er gesprekken gaande waren, maar had het toch niet helemaal verwacht. Ik stond er ook iets verder vanaf. Sommige speelsters gaven hun mening, ik stond daarbuiten. Ik heb Mark altijd een fijn mens gevonden, in dat opzicht vond ik het jam mer dat hij was ontslagen. Hij gaf mij vertrouwen en daar ben ik hem dankbaar voor.” Mijn bekendheid “Ik was niet moe na het EK, wilde het liefs nog twee maanden doorgaan, voelde me fit en sterk, en zat in een flow. Ik wilde doorpakken, maar het was klaar.” Er kwam veel op Daphne af na het EK. “Ik pakte alles met beide handen aan, dacht: ik maak het misschien maar één keer mee. Ik werd door de NOS gevraagd om andere EK-wedstrijden te analyseren en er kwamen veel interviewverzoeken. Ineens was ik degene die overal naar voren werd geschoven. Het was een gekkenhuis, maar ik kijk er met een goed gevoel op terug. Na de finale ben ik met mijn moeder naar Griekenland op vakantie gegaan. Daar heb ik alles terug kunnen halen in mijn hoofd en kon ik het laten bezinken. Ik hoefde niet per se uit te rusten, maar er was wel veel gebeurd.” Of er voor Daphne een leven voor en na 9 juli vorig jaar is? “Dat denk ik wel. Nog steeds sta ik veel meer in de belangstelling dan voor het EK. Ik ben niet veranderd, maar mijn leven is dat wel. Ik word herkend op straat. Laatst was ik bij mijn oma op bezoek, was er een kennis die vertelde dat haar dochter zo’n fan van me is. Ze vroeg of ik mijn handtekening wilde zetten op een tas. Dat soort vragen kreeg ik voor het EK niet. Of ik word in een winkel aangekeken en ik hoor gefluister. Dan heb ik een momentje nodig totdat ik me realiseer: o ja, jij kent mij, maar ik ken jou niet.” Mijn familie “Mijn ouders zijn mijn trouwste fans. Ik ben nooit gestimuleerd om te gaan voetballen, joeg het zelf aan,” vertelt Daphne. “School vonden mijn ouders heel belangrijk, maar ze zagen dat dat goed ging. Ik was niet het kind dat je achter haar vodden aan moest zitten.” Daphne was pas zeventien toen ze verhuisde naar Enschede. “Ik denk dat mijn moeder dat soms wel lastig vond. Maar eenzaam ben ik nooit geweest. Ik ging met een paar meiden samenwonen die ik al kende van nationale jeugdelftallen.” Geregeld gaat ze nog naar Oudkarspel, waar haar ouders wonen. “Iedere maand zijn we wel twee keer een weekend vrij, dan rij ik naar huis om mijn ouders, zus en vriendinnen te zien. En mijn ouders komen meestal naar de wedstrijden van Twente kijken. Niet altijd, want het is wel tweeënhalf uur rijden vanuit Oud- karspel, waar ze wonen. De wedstrijden van het Nederlands elftal slaan ze nooit over. Na afloop zeggen ze wat ze ervan vonden, maar we bespreken niet de details. Mijn vader heeft er een beetje verstand van, heeft een jaar gevoetbald, en mijn moeder kent de regels, maar weet inhoudelijk niet wat er nou goed of fout ging. Ze ziet het als ik de bal naar de verkeerde kleur speel, maar dat is het. Mijn ouders en zus zaten op de tribune tijdens de derde poulewedstrijd en kwartfinale in Engeland. Toen ze op tv zagen dat ik de eerste wedstrijd al moest invallen, wilden ze meteen komen, maar dan moesten ze alles omboeken en extra kosten maken. Ik vond dat onzin, zei: ik bel wel hoe het is gegaan en je ziet het op tv. Zo nuchter zijn wij ook wel weer.” Mijn nieuwe rugnummer Eind juli maakte Sari van Veenendaal bekend te stoppen met voetbal. “Ze belde mij op om het te vertellen. Ik was totaal verrast en vond het ook jammer. Voor mijn gevoel was zij nog niet klaar met haar carrière. Ze was aanvoerder en zo passievol, ik keek echt tegen haar op. In een training verwachtte ze niet alleen alles van zichzelf, maar ook van de anderen. Ze had een andere manier van keepen, een wat ouderwetsere manier dan ik. Tegenwoordig is een keeper wat meer aanwezig in het spel, ik ben meer een voetballende keeper. Toch kon ik zoveel van Sari leren, vooral op mentaal gebied. Dat laatste beetje extra geven, heeft zij mij bijgebracht.” Daphne werd de nieuwe eerste keeper van de Oranjevrouwen onder de nieuwe bondscoach Andries Jonker. “Ik dacht: het EK is geweest, ik moet nu doorpakken en dit niveau vasthouden. Maar onder een nieuwe trainer moet je altijd maar zien hoe de kaarten geschud zijn. Al vrij snel vertelde hij mij dat ik eerste keeper ben en dat hij tevreden is met hoe ik het doe. Hij bracht het simpel: ik moet ballen tegenhouden en de opbouw verzorgen. Dat deed ik goed in zijn ogen. Mijn eerste ontmoeting met de nieuwe bondscoach was wel grappig. Hij ging alle speelsters rond en toen hij bij mij kwam, zei hij met een lach: ‘Jou ken ik van tv.’ 'Mijn eerste ontmoeting met de nieuwe bondscoach was wel grappig. Andries Jonker ging alle speelsters rond en toen hij bij mij kwam, zei hij met een lach: 'Jou ken ik van tv'' Ik kreeg nog niet echt hoogte van hem, maar vond hem wel heel aardig. Bij de eerste training ging het er meteen fel en intens aan toe, we hadden maar kort de tijd voor de WK-kwalificatiewedstrijd tegen IJsland in september. Toen dacht ik wel even: dit is andere koek. Hij zat er bovenop, was heel direct en duidelijk. Ik merkte meteen dat hij veel verstand van voetbal heeft. Andries Jonker verwacht veel van ons en zit er korter op dan Mark Parsons, die een wat lievere benadering had. Het contrast tussen hen was groot in het begin. De interlandperiode daarna werd het persoonlijker en iets relaxter. Of er nu ook meer van me verwacht wordt, weet ik niet. Als ik een foutje maak, word ik er misschien eerder op afgerekend. Ik ben de keeper van het Nederlands elftal. Ik wil altijd het beste laten zien, dat is mijn streven. Sinds het EK is er een heel nieuwe lichting bij Oranje gekomen. We hebben een goede mix van jonge en oudere speelsters in het team. Die oudere meiden als Lieke Martens worden uitgedaagd door de nieuwe, dat vinden zij ook fijn; ons team wordt zo in zijn geheel beter. Het doel is om onze eigen, Nederlandse manier van voetbal te laten zien. Mooi en aanvallend dus. We zijn goed op weg.” Mijn droomclub “Manchester City is altijd al mijn droomclub geweest. Ik vond vroeger de club al heel cool, daarna ben ik pas gaan kijken naar hun manier van voetballen; het opbouwen van achteruit, dat past bij mij. Kerstin Casparij speelt er, haar spreek ik geregeld, ze is een maatje van mij bij het Nederlands elftal.” Na het EK kon Daphne al de overstap maken naar het buitenland. “Ik vond het belangrijk om speelminuten te blijven maken. Het risico was te groot dat ik ergens op de bank terecht zou komen. Ik voel me op mijn gemak bij FC Twente en vond dat ik hier nog niet uitgeleerd was. Daarom besloot ik nog een jaar te blijven.” Vorig jaar werd FC Twente voor de derde keer op rij landskampioen en ook nu stevenen de vrouwen op de titel af. Geregeld wordt er met grote cijfers gewonnen. “Ik had gehoopt dat ik meer uitdaging zou hebben in het veld, maar in een wedstrijd tegen Ajax of PSV moet ik mezelf wel weer volle bak laten zien. Juist dan moet ik er staan.” Mijn toekomst “Ik kijk heel erg uit naar het WK in Australië en Nieuw-Zeeland deze zomer. Daar wil ik weer mijn beste spel laten zien. En daarna hoop ik een transfer te maken. Ik wil graag in Engeland voetballen en ervaren hoe het daar is, ben benieuwd of die manier van voetballen mij nog verder kan brengen als keepster.” Ook wil Daphne zich weer focussen op een studie. “Afgelopen jaar ben ik gestopt met mijn studie technische bedrijfskunde, ik kon het niet meer combineren. Maar ik wil me nu wel weer verder ontwikkelen, kan ook niet goed stilzitten. 'Ik hou enorm van crimeseries als CSI, maar ook Bureau Arnhem. Wie weet zie je me over vijftien jaar, na mijn voetbalcarrière, wel terug bij de politie' Een onlinestudie lijkt me wel wat. Vroeger wilde ik altijd werken in het laboratorium, tot ik besefte dat ik dan de hele week ondergronds in een lab moet zitten en dat dat ook niet samengaat met voetbal. De recherche lijkt me ook wel wat. Ik hou enorm van crimeseries als CSI, maar ook Bureau Arnhem. Wie weet zie je me over vijftien jaar, na mijn voetbalcarrière, wel terug bij de politie.” Helden Magazine 66 Het verhaal van Daphne van Domselaar komt voort uit Helden Magazine 66. De 66ste editie staat in het teken van ‘nieuwe Helden’. Op zijn 28ste heeft Nyck de Vries een stoeltje in de Formule 1 bemachtigd. Helden ging bij hem langs in Monaco en sprak hem over het bizarre leven dat hij leidt. In deze editie lees je ook een uitgebreid interview met duizendpoot Rico Verhoeven. Hij is al tien jaar wereldkampioen kickboksen, succesvol ondernemer, vader én acteur. Ook een gesprek met Xavi Simons, wie al sinds jongs af aan in the picture staat én breekt marathonloopster Nienke Brinkman record na record. Verder in Helden 66 interviews met de trainer van Feyenoord: Arne Slot, de winnaar van het tennistoernooi van Rosmalen: Tim van Rijthoven, goede vrienden en wielrenners: Fabio Jakobsen en Julius van den Berg, één van de kroonjuwelen van Ajax: Kenneth Taylor én paralympisch zwemkampioene: Chantalle Zijderveld. José de Cauwer is oud-renner en wieleranalist van de VRT. Een gesprek over onder meer Mathieu van der Poel, Remco Evenepoel en Jonas Vingegaard. Klaas-Jan Huntelaar blikt terug op de koninklijke avond in Madrid. Victoria Koblenko spreekt paralympisch wielerkampioen Tristan Bangma. Als laatste verteld Nouchka Fontijn in ‘De dag dat alles misging’ dat ze dacht dat ze wereldkampioen was én Fenna Kalma is de aanstormende spits van de Oranjevrouwen. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 66 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van jouw Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Guus Hiddink: ‘Het moet soms een beetje schuren’

Guus Hiddink won 35 jaar geleden de Europa Cup 1 [...]
Guus Hiddink won 35 jaar geleden de Europa Cup 1 met PSV. Het was de aftrap van een glansrijke trainerscarrière die hem over de hele wereld voerde. Waar hij kwam, gingen deuren vanzelf open. Op zijn 76ste is zijn leven in rustiger vaarwater gekomen. Maar het voetbalbloed stroomt nog altijd door zijn aderen. “Natuurlijk maak ik me zorgen om de situatie in de wereld,” zegt Guus Hiddink. Eind februari, de dag nadat de Russische president Vladimir Poetin zijn leger opdracht gaf Oekraïne binnen te vallen, had hij contact met de rechterhand van Roman Abramovich. Guus is twee keer trainer geweest van Chelsea, de ploeg waar de oligarch voorheen eigenaar van was. “Ik zei: Roman moet nu naar het Kremlin vliegen en de grote baas daar even bij zijn strotje pakken. [caption id="attachment_18901" align="alignnone" width="1455"] Guus Hiddink met Roman Abramovich[/caption] Abramovich hoef ik niet in bescherming te nemen, maar ik weet dat hij heeft geprobeerd te bemiddelen. Ik maak me grote zorgen omdat we te maken hebben met iemand die dacht dat hij in een paar dagen zijn buurland kon domineren. Bijna een jaar later is er nog oorlog en lijkt er geen uitweg. Iemand met macht die geen uitweg ziet, is tot rare dingen in staat.” 'Ik sprak de rechterhand van Abramovich en zei: Roman moet nu naar het Kremlin vliegen en de grote baas daar even bij zijn strotje pakken' Guus was tot en met 2010 vier jaar lang bondscoach van Rusland en daarna trainer van de Russische club Anzhi. Hij heeft nog contact met zijn toenmalige stafleden. “Ik weet dat de berichten die we versturen, worden gelezen en dat onze telefoongesprekken worden afgeluisterd. Ik ken die jongens als mijn broekzak. Voorheen voerden we intense gesprekken, nu gaan de gesprekken niet verder dan de uitslag van CSKA-Zenit. Ze zijn veel voorzichtiger geworden. Een paar jongens met wie ik werkte, zijn het land ontvlucht en worden nu gezien als landverraders. Ik maak me zorgen om die mensen.” Guus begint over het WK in Rusland in 2018, toen hij commentaar deed voor de Amerikaanse tv. “Het leek toen alsof de inwoners zich bevrijd voelden, iedereen was zo open en gastvrij. Ik had echt de hoop dat door het WK het land weer wat opener en moderner zou worden. Nu is dat weer helemaal weg, het land heeft juist grote stappen teruggezet. De gewone man en vrouw in Rusland hunkert naar die openheid, zij zijn ook de dupe. Dieptriest.” Guus Hiddink is een man van de wereld en geniet in veel landen hoog aanzien. Hij kan nog altijd niet stuk in Zuid-Korea, nadat hij het land de vierde plek op het WK in 2002 bezorgde. In Australië lopen ze ook met hem weg. Na Rusland was hij ook nog bondscoach van Turkije en in 2018 en 2019 begeleidde hij de Chinese ploeg onder 21. Hij maakte van nabij de situatie rond de Oeigoeren mee, die in China worden gediscrimineerd en erger. “In de selectie zaten twee Oeigoeren. Zodra we met de ploeg naar het buitenland gingen, waren die spelers ineens geblesseerd of ziek. Achteraf kwam ik erachter dat was bepaald dat die spelers niet mee mochten. Een-op-eengesprekken daarover met autoriteiten waren uitgesloten. Natuurlijk houdt ook die situatie me bezig.” Hij stoorde zich ook aan de wijze waarop Qatar het afgelopen WK toegewezen kreeg, de schandalige wijze waarop werd omgegaan met de arbeidsmigranten. “Ik heb de rapporten van Amnesty International ook gelezen.” En dan was er nog het gedoe om de OneLove-band. “Onze minister van Sport Conny Helder was met haar OneLove- speldje dat niemand kon zien volledig van de realiteit losgetrokken. Gelukkig noemde ze haar optreden zelf achteraf ook onhandig. Ik vond het daardoor nog wel komisch hoe die sjeik met die armband met het Palestijnse symbool haar even op haar plaats zette. Ik was in haar plaats zonder enig uiterlijk vertoon op de tribune gaan zitten, op voorwaarde dat we achteraf een goed gesprek zouden voeren waarin ik dan mijn opvattingen over bepaalde toestanden voor en rond dit WK naar voren had gebracht. Kijk, ik heb in veel landen gewerkt waar misstanden waren. Als je er bent, moet je binnen jouw mogelijkheden aandacht besteden aan de omstandigheden, dat heb ik ook altijd gedaan.” Plukken haar Het is 35 jaar geleden dat Guus als beginnend hoofdcoach meteen de Europa Cup 1 won met PSV. Zijn naam was in één klap gevestigd. “Ik werd gezien als interimtrainer nadat Hans Kraay senior vertrok in 1987. Het was de bedoeling dat Rinus Michels het na het EK van 1988 van mij over zou nemen. Ik ben op zijn verzoek nog in Amsterdam bij ‘ome’ Rinus thuis geweest, omdat ik zijn assistent zou worden. Met dat typisch Amsterdamse accent van hem zei hij: ‘Ik wil dat we het gaan doen, maar alleen met vier handen op míjn buik.’ Ik zei: prima, meneer Michels, mijn handen gaan op uw buik, u hebt veel ervaring, ik kan veel van u leren. Voorzitter Jacques Ruts wilde in 1988 nog steeds dat Michels mij op zou volgen, dat was blijkbaar al vastgelegd. Maar Harry van Raaij, toen penningmeester, en manager Kees Ploegsma besloten met mij door te gaan. Daar ben ik hen heel dankbaar voor.” Guus had bij PSV, Fenerbahçe, Valencia, Real Madrid, Real Betis, Chelsea en de nationale elftallen die hij coachte te maken met de nodige vedetten. “Ik heb jarenlang gewerkt in het speciale onderwijs met kinderen die een leerachterstand hadden of van wie ze zeiden dat ze moeilijk leerden. Daar heb ik veel geleerd. Die ervaring nam ik mee toen ik trainer werd. Ik was in die tijd ook jeugdtrainer bij De Graafschap. Ik maakte een keer een opstelling en een jongen die op de bank moest beginnen, was boos. Vertelde hem dat hij de tweede helft zou spelen. Maar het ging de eerste helft zo goed, dat ik hem ook de tweede helft op de bank hield. Na de wedstrijd zei hij tegen me: ‘U bent niet eerlijk geweest, u had beloofd dat ik de tweede helft zou spelen.’ Hij had helemaal gelijk. Ik wist vanaf dat moment: als trainer moet je geen trucjes uithalen.” In de eerste periode bij PSV, tussen 1987 en 1990, had je het op een gegeven moment mentaal zwaar toen spelers bij jou aandrongen Wim Kieft te passeren. “De Deen Flemming Povlsen was in 1989 gekocht van FC Köln omdat we naast Kieft en Romário de spitspositie dubbel bezet wilden hebben. Kieft was in mindere vorm, dus ik liet Povlsen spelen en zette Wim op de bank. Achteraf bleek dat twee spelers, ik zeg niet wie, gelijktijdig achter mijn rug om bij het bestuur hadden aangedrongen om druk op mij uit te oefenen om Kieft te vervangen. Willem kwam daarachter en concludeerde dat spelers mij manipuleerden. Toen mij ter ore kwam wat er was gebeurd, vroeg ik me bijna wanhopig af hoe ik me uit die situatie kon redden. Hoe kon ik Kieft duidelijk maken dat het echt een toevallige samenloop van omstandigheden was? Ik kon niets bewijzen of ontkrachten. Het greep me zo aan dat ik na de training onder de douche ineens hele plukken haar in mijn hand had. Ik had en heb geen moeite om uit een spelersgroep van ruim twintig man de beste elf te kiezen, maar dit was anders. Gelukkig klaarde de lucht en kon ik Wim overtuigen. En verdomd, toen ik een paar maanden later bij de kapper was, zei hij dat mijn haar weer aan het groeien was. Natuurlijk heb ik het die twee spelers kwalijk genomen dat ze achter mijn rug om naar het bestuur waren gestapt, ik heb hen daarna anders bekeken. Ik vertrouw iemand tot het tegendeel is bewezen.” Helden Magazine 65 Het eerste gedeelte van het verhaal van Guus Hiddink komt voort uit Helden Magazine 65. Er is volop aandacht voor de wintersporten én ook voor voetbal. Frank Rijkaard geeft sinds lange tijd weer eens een interview en spreekt onder meer over Cruijff, het Nederlands elftal en Lionel Messi. In deze editie lees je ook een uitgebreid interview met Lois Abbingh en Tess Lieder – voorheen Wester -. De handbalcollega’s zijn vriendinnen, schoonzussen en sinds kort ook allebei moeder. Daarnaast spraken we met Dávid Hancko en Kristyna Pliskova. De een is een grote aanwinst voor Feyenoord, de ander is toptennisster. Én een gesprek met de populairste schaatser van dit moment, Jutta Leerdam. Verder interviews met de succesvolste Nederlandse olympiër ooit: Ireen Wüst, de eerste keeper op het afgelopen WK: Andries Noppert, twee grootheden in het rolstoeltennis: Diede de Groot en Esther Vergeer. Shorttrackster Xandra Velzeboer gaat als een komeet én Joep Wennemars is keihard bezig om uit de schaduw van zijn vader Erben te treden. Marc van de Kuilen en Luuk Veltink werden vrienden door het noodlot, verteld Juul Franssen over haar strijd met de judobond, spreekt Victoria Koblenko met olympisch kampioen openwater Ferry Weertman én staat bondscoach van de Oranjevrouwen: Andries Jonker stil bij De Nachtwacht. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 65 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van jouw Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Andries Noppert: ‘Andries in Wonderland’

Andries Noppert brak in januari 2022 op 27-jarige [...]
Andries Noppert brak in januari 2022 op 27-jarige leeftijd door bij Go Ahead Eagles en sloot het jaar af als keeper tijdens het WK voetbal in Qatar. Hij werd in één klap bekend. Niet alleen vanwege zijn keeperskwaliteiten, ook vanwege zijn ontwapende uitspraken. “Ik had meteen na die openingswedstrijd tegen Senegal moeten stoppen.” Een afgeschreven keeper die in januari 2022 op 27-jarige leeftijd doorbreekt bij een provincieclub in de eredivisie. En het jaar afsluit als keeper tijdens het wereldkampioenschap voetbal, is het voetbalsprookje van het jaar. Waar zijn medespelers na het WK uitwaaierden naar exotische oorden, vierde de inmiddels 28-jarige Andries Noppert met zijn vriendin en toen negen maanden oude zoontje vakantie in een familiehotel in Apeldoorn. “Dat was geen succes. Wij zijn nogal op onszelf. Voor het WK kende niemand me, na het WK kon ik nergens komen zonder te worden aangesproken. Ik houd ervan lekker te wandelen, dat was praktisch onmogelijk. Iedere voorbijganger wilde een foto.” Andries Noppert maakte op 23 januari 2022 zijn debuut als eerste keeper van Go Ahead Eagles. Hij volgde een half jaar later in de zomer zijn hart en koos voor de club waar hij als geboren Fries uit Joure zijn carrière was begonnen, maar het eerste nooit had gehaald: sc Heerenveen. Uit het niets kwam hij in september 2022 bij het Nederlands elftal, voor de wedstrijden tegen Polen en België in de Nations League. “Ik had er nooit rekening mee gehouden dat ik geselecteerd zou worden, er zijn zoveel keepers met meer ervaring op het hoogste niveau. Het was een complete verrassing. Ik had via social media een bepaald beeld van die jongens en vroeg me af of ik daar wel op mijn plek zou zijn. Ik was voor mijn gevoel dat simpele boertje uit Heerenveen dat ineens kwam binnenlopen.” Dat gevoel werd al gauw weggenomen. “Ik ben geweldig opgevangen. Vooral Virgil van Dijk heeft me ontzettend geholpen, misschien omdat zijn vrouw ook uit Friesland komt en dat onbewust een bepaalde band schept. Hij is een geweldige aanvoerder en een prachtig persoon. Hij zei: ‘Je bent een van ons en als je problemen hebt, kun je altijd bij mij terecht.’ Memphis hielp me ook heel oprecht. Iedereen heeft een mening over hem en dat kan ik me best voorstellen, hij draagt nu eenmaal soms andere kleding en rijdt een iets grotere auto dan de gemiddelde Nederlander, maar ook hij was meteen heel lief voor me om ervoor te zorgen dat ik me thuis voelde. Als ik op mijn gemak ben, ben ik ook een makkelijke jongen. Als iemand mij selecteert, ben je al gauw een goeie, maar los daarvan denk ik dat maar een iemand zo’n beslissing kan nemen met een speler van een kleine club en dat is meneer Van Gaal. Ik zeg ‘meneer’ tegen iemand met zijn staat van dienst, zo ben ik opgevoed. Over hem heeft ook iedereen een mening. Zoals hij naar buiten treedt, zo is hij ook in het echt. Tijdens besprekingen kun je lachen om zijn opmerkingen, dan verheft hij van het een op het andere moment zijn stem en zet hij je op scherp. Hij had een prachtige balans gevonden tussen een beetje losjes en gefocust zijn. De eerste keer dat ik erbij was, moest ik zo hard om hem lachen. We keken de wedstrijd tegen Wales terug en daarvan was hij zo aan het genieten, hij zei: ‘Ik kan dan met het gevoel op de bank zitten dat ik aan m’n pik wil trekken.’ Jongens vinden zo’n opmerking mooi, dat is kleedkamertaal waar wij spelers van houden.” Business class “Ik had tegen mijn vrouw gezegd dat we in november tijdens het WK, als we winterstop zouden hebben met Heerenveen, zo snel mogelijk met die kleine in de auto zouden stappen en lekker op de bonnefooi van hotelletje naar hotelletje door Denemarken zouden toeren,” zegt Andries. “Ineens ging de vakantie niet door en stond mijn vrouw er alleen voor. Ik ben een redelijk geëmancipeerde vader. Hoewel mijn vrouw thuis het meeste doet en een baan heeft bij de gemeente in Groningen, ben ik een echte Andries Huisman. Ik kook, doe de afwas, de was, strijk en help heel veel met die kleine, mede omdat mijn vrouw werkt.” Het liep anders voor Andries. De afvallers in de voorlopige WK selectie werden op vrijdag 11 november tussen half negen en tien uur gebeld. “Ik dacht dat er vier keepers zouden meegaan. Op die ochtend was ik al vroeg op de club. Via iemand van NEC kwam naar buiten dat Jasper Cillessen was gebeld. Toen achtte ik de kans al groter dat ik mee mocht. Even later lekte uit dat ook Mark Flekken niet was geselecteerd. Het werd tien uur en ik was nog steeds niet gebeld. Op de club was iedereen blij, ik hield nog een slag om de arm. Even na tien uur werd officieel bekend dat Remko Pasveer, Justin Bijlow en ik de keepers waren.” Dat Cillessen was afgevallen, lag niet in de lijn der verwachtingen. Er werd geroepen dat hij geen teamspeler zou zijn. “Wat ik heel erg waardeerde, was dat Jasper mij meteen een berichtje stuurde om me te feliciteren en succes te wensen. Ik heb hem ook meteen geantwoord. We hadden goed contact in die paar dagen in september. Ik heb totaal niet gemerkt dat Jasper een storende factor zou kunnen zijn.” In plaats van een vakantie in Denemarken, werd het dus een trip naar Qatar. “Toen ik me de eerste keer in Zeist moest melden, heb ik me door een vriend laten brengen en ophalen, mijn vrouw moest werken en had geen tijd. Ik wist ook niet dat je na terugkeer van Schiphol terug naar Zeist een taxi van de KNVB mocht nemen. Ik wilde vooral normaal doen. Toen we naar Qatar vertrokken, heeft mijn vrouw me wel gebracht, hoor.” Ook over de reis naar Qatar verwonderde Andries zich. “Ik viel van verbazing in verbazing.'' 'Ik had nooit business class gevlogen. Met mijn lengte van 2,03 meter zit ik altijd opgevouwen in een vliegtuig. Weet je wel wat business class kost?" Ik vond het al bijzonder met welke luxe we in september naar Polen waren gevlogen, dat was ik al niet gewend. Dacht dat we met een KLM vliegtuig naar Qatar zouden gaan en iets luxer zouden zitten dan normaal, maar niet in een vliegtuig waarin je languit kon liggen. Je hoefde maar op een knopje te drukken of je kreeg het beste eten en drinken voorgeschoteld dat je je maar kunt voorstellen. Ik had nog nooit business class gevlogen. Met mijn lengte van 2,03 meter zit ik altijd opgevouwen in een vliegtuig. Maar als ik komende zomer op vakantie ga, ga ik echt weer gewoon achterin zitten. Weet je wel wat business class kost?” Helden Magazine 65 Het eerste gedeelte van het verhaal van Andries Noppert komt voort uit Helden Magazine 65. Er is volop aandacht voor de wintersporten én ook voor voetbal. Frank Rijkaard geeft sinds lange tijd weer eens een interview en spreekt onder meer over Cruijff, het Nederlands elftal en Lionel Messi. In deze editie lees je ook een uitgebreid interview met Lois Abbingh en Tess Lieder – voorheen Wester -. De handbalcollega’s zijn vriendinnen, schoonzussen en sinds kort ook allebei moeder. Daarnaast spraken we met Dávid Hancko en Kristyna Pliskova. De een is een grote aanwinst voor Feyenoord, de ander is toptennisster. Én een gesprek met de populairste schaatser van dit moment, Jutta Leerdam. Verder interviews met de succesvolste Nederlandse olympiër ooit: Ireen Wüst, twee grootheden in het rolstoeltennis: Diede de Groot en Esther Vergeer. Shorttrackster Xandra Velzeboer gaat als een komeet én Joep Wennemars is keihard bezig om uit de schaduw van zijn vader Erben te treden. Ook heeft het voetbalvirus nog altijd Guus Hiddink in zijn greep, werden Marc van de Kuilen en Luuk Veltink vrienden door het noodlot, verteld Juul Franssen over haar strijd met de judobond, spreekt Victoria Koblenko met olympisch kampioen openwater Ferry Weertman én staat bondscoach van de Oranjevrouwen: Andries Jonker stil bij De Nachtwacht. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 65 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van jouw Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.