Word abonnee

Wielrennen

Wielrennen

Merijn Zeeman: ‘Jonas Vingegaard is een heel speciaal mannetje’

Van lelijk eendje naar toonaangevende ploeg in wielerland. [...]
Van lelijk eendje naar toonaangevende ploeg in wielerland. Merijn Zeeman is een van de architecten van het succes van Team Jumbo-Visma. Zijn diepgewortelde droom, de Tour de France winnen, kwam dit jaar uit. Sterker nog, de ploeg won niet alleen het geel, maar ook de groene trui en de bolletjestrui. De sportief directeur blikt terug op wielerjaar 2022.  De Tour de France winnen was jouw grote droom. Wat merken je vrouw en kinderen ervan dat dat doel is bereikt? Lachend: “Na de Tour gingen we met het gezin op vakantie naar Italië en daar werd ik geregeld herkend. Maar verder... Mijn motivatie om het beste uit ons team te halen is niet ineens weg, ik ben niet ineens vaker thuis.” Hoe heb je de Tourzege gevierd? “Toen ik op maandag terugkwam uit Parijs hadden mijn vrouw Laura en mijn familie een surpriseparty georganiseerd bij ons in de tuin. Een dag later gingen we samen met zoon Luuk en dochter Nina naar Den Bosch voor de huldiging. Luuk is elf, die krijgt al heel erg mee wat voor werk ik doe. Hij ging op de foto met Jonas Vingegaard en met Wout van Aert. Hij kreeg een gesigneerde gele en groene trui. Eerder had hij ook al een gesigneerde rode trui van Primoz Roglic gekregen na diens eindzege in de Vuelta.” Jullie namen de gele trui, de bolletjestrui en de groene trui mee naar huis en wonnen zes etappes... “Wij hebben iets unieks neergezet, zeker voor een Nederlands sportteam. Het ploegenspel dat wij hebben laten zien in de Tour is nog niet vaak vertoond. Als je het met voetbal ver­gelijkt: we scoorden niet vlak voor tijd de winnende treffer, maar hebben de concurrentie van de mat gespeeld. Daar ben ik erg trots op.” We kennen ook allemaal de beelden van de tijdrit met finish op La Planche des Belles Filles op de een na laatste dag van de Tour in 2020, toen Roglic het geel verloor aan Tadej Pogacar. Jij werd die dag gevolgd door een camera van de NOS. Hoe vaak ben jij in de afgelopen twee jaar om de oren geslagen met die beelden? “Vaak genoeg. Mensen hebben die beelden onthouden, het was zo’n enorme dreun. Zeker in het begin vond ik het zwaar daarmee om te gaan. De impact van die dag in 2020 werd nogmaals duidelijk op de voorlaatste dag van de afgelopen Tour. Opnieuw een tijdrit. We stonden er veel beter voor dan in 2020, het kon eigenlijk niet meer misgaan. Ik was zo gespannen. En niet alleen ik. Head of performance Mathieu Heijboer, ploegleider Grischa Niermann en directeur Richard Plugge, die er in 2020 ook bij waren toen het misging, waren dat ook. We moesten er met z’n drieën echt voor zorgen dat de demonen geen grip op ons kregen. We waren zo opgelucht dat die tijdrit voorbij was. Die Tour van 2020 was toen echt een afgesloten hoofdstuk. Maar die Tour had er tegelijkertijd voor gezorgd dat we nog professioneler te werk zijn gegaan.” Van Aert Laten we teruggaan naar het voorjaar. Wout van Aert won Omloop Het Nieuwsblad en de E3-prijs, reed geweldig in Parijs-Nice, maar kreeg vlak voor de Ronde van Vlaanderen corona. “Wout was in de vorm van zijn leven, ik weet zeker dat hij heel dicht bij de overwinning had gezeten in Vlaanderen als hij mee had kunnen doen. Toch reed hij nog een geweldig voorjaar met een tweede plaats in Parijs-Roubaix en een derde plek in Luik-Bastenaken-Luik. Het ‘voordeel’ van die positieve test in april was dat hij daarna immuun was in de maanden erna. Dat heeft Wout ontspanning gegeven in aanloop naar de Tour.” Hoe verloopt de samenwerking met alleskunner Van Aert? “Wout zit niet alleen maar braaf aan tafel te luisteren als we met hem praten. Hij gaat de discussie niet uit de weg. Wout eist het maximale van zichzelf en van het team. Hij heeft voor de Tour uitgesproken dat hij het winnen van de groene trui heel belangrijk vond. Wij hebben toen besloten dat het een ambitie van de hele ploeg werd. Het tweede grote doel was de Tour winnen. Met in het achterhoofd: als Wout de kans krijgt om voor de groene trui te gaan, dan wordt hij nog belangrijker in onze strijd om het geel. We hebben de strategie vooraf helemaal uitgewerkt. Wout moest zo snel mogelijk het groen pakken, er alles aan doen om heel snel een grote voorsprong in punten te pakken. Doordat hij snel een veilige marge had, kon hij zich ook volledig inzetten voor het team.” In België wordt al geroepen dat Jumbo-Visma in moet zetten op een Tourzege voor Van Aert. “Parijs-Roubaix, de Ronde van Vlaanderen winnen en wereldkampioen worden, zitten veel meer in zijn hoofd voor de komende jaren.” Maar zou hij ooit de Tour kunnen winnen? “Dat is een brug te ver, denk ik. Wout moet het als hij de Tour wil winnen, opnemen tegen mannen als Pogacar, Remco Evenepoel, Vingegaard en Roglic; mannen die een heel andere lichaamsbouw hebben dan hij. Ze zullen het in België misschien niet leuk vinden dat ik dit zeg. Maar ze hebben Evenepoel ook nog. Nu hij de Vuelta heeft gewonnen, kunnen ze zich op Remco richten wat betreft een Belgische Tourzege. Dan kan Wout ondertussen lekker blijven doen wat hij nu doet. Bouwman & Dumoulin Jumbo-Visma ging met drie mannen voor het klassement van start in de Giro: Tom Dumoulin, Tobias Foss en Sam Oomen. Door die ambities kon snel een streep. Daardoor kon Koen Bouwman opstaan, die twee etappes en de bergtrui won. Jij gaf Bouwman in 2015 de kans bij de ploeg. “Ik zat met Mathieu Heijboer in de Spaanse Sierra Nevada om de Tour voor te bereiden toen Koen zijn eerste etappe in de Giro won. Mathieu en ik keken mee op een telefoontje, hebben echt rondgesprongen van vreugde met tranen in onze ogen. Juist omdat het Koen was. Hij is met ons meegegroeid, staat synoniem voor de ontwikkeling die de hele ploeg heeft doorgemaakt. In 2015 waren we een van de slechtste ploegen van de World Tour. We hadden geen goede scouting en geen goede talentontwikkeling. Koen was ook geen topbelofte. We zagen dat hij met een beetje sturing en gerichte training enorme stappen kon maken. Want op dat moment deed hij maar wat als het ging om training en voeding. Geweldig dat het er is uitgekomen bij Koen. Er is binnen de ploeg altijd heel veel vertrouwen geweest in zijn kwaliteiten. Het is er misschien te weinig uitgekomen tot dit jaar. Misschien ook wel doordat hij van ons onvoldoende kans kreeg om het te laten zien.” Niet lang na de Giro maakte Dumoulin bekend na het seizoen met wielrennen te kappen. Twee maanden later besloot hij zelfs per direct te stoppen. Was je verbaasd? “Eigenlijk niet. Ik was eind maart met Tom in de Ronde van Catalonië geweest en daar stapte hij na drie dagen af. Hij had net corona gehad, was enorm aan het worstelen. Als het een keer tegenzit of als het niet lukt, dan ben je als renner teleurgesteld. Maar bij Tom zag ik iets anders. Die teleurstelling was heftiger. Ik voelde dat daar de emmer bij hem overliep. Ik dacht toen al: het wordt heel pittig voor hem om hier overheen te komen.” Heb jij vaak gepeinsd over hoe je Dumoulin kon helpen? “Vooral in het eerste jaar toen Tom bij ons in de ploeg zat, in 2020. We hadden verwacht dat er een stabiele toprenner bij ons in de ploeg kwam. Hij had natuurlijk een tijd geworsteld met die slepende knieblessure die hij opliep in de Giro van 2019. Hij was door onze medische staf van die problemen afgeholpen, op het eerste trainingskamp ging het ook super met hem. In zijn eerste decembertest reed hij de beste tijd ooit van alle renners die bij ons hebben gefietst. Daarna begon hij te kwakkelen. De coronapandemie brak uit en die had grote impact op Tom. In dat eerste jaar hebben we heel hard gewerkt om te kijken hoe hij zich beter kon voelen, om hem erbij te houden. In 2021 besloot hij een break te nemen. Na een paar maanden keerde hij terug en zei heel duidelijk: ‘Laat mij mijn gang maar gaan.’ Waar we in 2020 nog heel hard probeerden hem mee te krijgen in onze manier van werken, lieten we hem daarna vrij. Het onbevangene was er bij hem al helemaal vanaf, wielrennen was voor hem een heel lastige job geworden.” [caption id="attachment_18183" align="alignnone" width="2560"] V.L.N.R.: Merijn, zoon Luuk, dochter Nina en echtgenote Laura.[/caption] Wat zijn de lessen die jij hebt geleerd van wat Dumoulin is overkomen? “Wat ik vooral heb geleerd door Tom is dat wij geen renners in de ploeg moeten halen die al op het hoogste podium in een grote ronde hebben gestaan. Jonge renners kunnen met ons meegroeien, wij kunnen hen tijdens dat hele proces begeleiden. Als Tom op jongere leeftijd in ons team had gezeten, dan hadden we hem beter kunnen begeleiden.” Vingegaard & Pogacar Laten we naar de Tour gaan. Roglic kwam in de vijfde etappe, de gevreesde kasseienrit, hard ten val. Pogacar won daarna twee etappes en pakte het geel. Velen dachten: de Tour is na een week al beslist. Wat dacht jij? “Ik dacht: laat mensen dat maar lekker denken. Het kwam ons eigenlijk wel goed uit dat de druk bij Team UAE kwam te liggen. Zij werden geacht de koers te dragen. Ik had ook wel een beetje de indruk dat ze zich op dat moment onverslaanbaar voelden. Voor ons moest op dat moment de Tour eigenlijk nog beginnen. Wij hadden ons heel goed voorbereid op alles wat na die eerste week nog ging komen. De val van Primoz was wel een enorme streep door de rekening. Het hele plan wat we klaar hadden liggen, was gestoeld op twee kopmannen die hoog in het klassement stonden.” Toen de Alpen zich aandienden, stond Roglic nog niet heel ver weg van Pogacar. Moest hij acteren dat hij zich goed voelde, met in het achterhoofd het plan dat jullie klaar hadden liggen? “We hoopten dat hij kon herstellen van zijn val. Tegelijkertijd moest hij anderen ook in de waan laten dat hij geen last had van die val. Primoz moest uiteindelijk ook afstappen, maar heeft zich eerst mentaal nog opgepompt voor de etappe met aankomst op de Col du Granon. We hadden met z’n allen al heel lang in ons hoofd dat dat de etappe was om toe te slaan. Primoz speelde in die plannen een cruciale rol.” 'Wat ik vooral heb geleerd door Dumoulin is dat wij geen renners in de ploeg moeten halen die al op het hoogste podium in een grote ronde hebben gestaan' Laten we inzoomen op de elfde etappe, van Albertville naar Col du Granon. Er wordt vaak geroepen dat de podcast die Pogacar in november 2021 opnam met Geraint Thomas aan de basis lag voor de gehanteerde tactiek in die rit. In die podcast verklapte Pogacar hoe hij te kraken was. Heb jij die geluisterd? “Jazeker. We wisten dat als we de Tour wilden winnen, we bovenal Pogacar moesten zien te verslaan. Directeur Richard Plugge, performancecoach Mathieu Heijboer, ploegleider Grischa Niermann en ik hebben in oktober de data van al onze renners bekeken, trainingsprogramma’s tegen het licht gehouden en gekeken naar de voeding en het materiaal. Vervolgens hebben we drie dagen lang wedstrijden van dat jaar bekeken. In die dagen hebben we ook de Tour van 2021 geëvalueerd. Na die dagen maakten we een voorstel wat betreft de aanpak voor de komende periode, die is naar alle coaches gegaan. Daarna zijn we de parkoersen van de grote rondes in 2022 gaan bekijken. En hebben we ons verdiept in de tegenstanders en hun coaches. Er is zoveel informatie: data die op Strava te vinden zijn, videobeelden van wedstrijden, maar ook interviews in kranten en magazines en podcasts. De coach van Pogacar had vorig jaar na zijn tweede Tourzege in een interview geroepen dat Pogacar niet eens op z’n best was en dat de tegenstanders eigenlijk amateurs waren die niet wisten waar ze mee bezig waren... We had niet veel meer nodig om nog gemotiveerder aan de slag te gaan richting de Tour van 2022. We hielden elkaar ook scherp. Als iemand iets had gelezen of gehoord, dat gaf hij dat door aan de anderen in de ploeg. Die podcast hoorde daar ook bij.” Pogacar vertelde in die podcast dat als zijn ploeg niet zo sterk zou zijn en er zou heel vroeg in een bergetappe door het hooggebergte om toerbeurt aangevallen worden en het zou ook nog eens erg warm zijn, dan zou hij het weleens lastig kunnen krijgen. “Wij hadden de podcast er niet voor nodig om te weten dat hoogte en hitte een combinatie vormen waar Pogacar het lastig mee zou kunnen hebben. Dat was al eerder aan de oppervlakte gekomen. Een heel belangrijk moment in de Tour van 2021 was dat Jonas wegreed bij Pogacar op de Mont Ventoux. Toen wisten we: hij is te kraken. In de media werd Pogacar bestempeld als Superman. Hij is fantastisch, maar we konden ook zien dat hij mindere momenten had.” Je had het net over het vergaren van informatie. Jij spart ook geregeld met Jac Orie, de coach van de schaatsploeg van Jumbo-Visma, en Erik ten Hag. “Van Jac heb ik veel geleerd op het gebied van training. Erik ten Hag is voor mij inspiratiebron. Als ik vertelde dat ik ook gesprekken voerde met Erik, was vaak de eerste reactie: ‘Hij is toch een voetbalcoach? Wat heb je daar nou aan?’ Erik heeft bij de clubs die hij trainde een speelwijze ontwikkeld en die is ergens op gebaseerd. De stapjes die hij heeft genomen en de principes die hij hanteert om tot zijn tactiek te komen, zijn ook voor ons als wielerploeg heel leerzaam. Je moet bereid zijn je open te stellen voor andere ideeën. Dat leverde bij ons heel mooie discussies op en die hebben weer bijgedragen aan onze manier van koersen. We nemen beslissingen in wedstrijden die voorheen niet werden genomen. Ik denk dat wij door de manier waarop wij koersen onze eigen geel-zwarte kleur aan wedstrijden geven. Maarten Ducrot bestempelt het soms denigrerend als tekentafelwielrennen. Maar het is wel wat het is. Wat wij in de Tour hebben laten zien, was tekentafelwielrennen. En daar zijn wij heel trots op. Sorry Maarten...” Neem het draaiboek van de etappe met aankomst op de Col du Granon nog eens door. “We hadden het van start tot finish uitgewerkt. Op vooraf bepaalde plekken stonden onze mecaniciens klaar voor materiaalwissels en langs het hele parkoers stonden we klaar met voedingszakjes en bidons. Maar eerst moeten we terug naar de dagen voor die etappe, want om ons plan te laten slagen, moesten we Team UAE afmatten. We moesten ervoor zorgen dat ze al veel energie hadden gestoken in het verdedigen van de gele trui. We hadden ook wel een beetje geluk dat ze coronazorgen hadden, George Bennett, een belangrijke hulp van Pogacar in de bergen, was er al niet meer bij. Tijdens de elfde etappe moest Wout meteen in de aanval. We wilden daarna ook dat Tiesj Benoot of Christophe Laporte mee zou springen in een ontsnapping. Dat gebeurde. Vanaf dat moment kon ons plan ten uitvoer worden gebracht. Tijdens de beklimming van de Col du Télégraphe vielen Primoz en Tiesj aan. Daardoor werden de ploeggenoten van Pogacar al vroeg gelost. Christophe kreeg de opdracht om te wachten op de top van de Télégraphe om te kunnen helpen in de afdaling en het vlakke stuk op weg naar de Col du Galibier. Op dat vlakke stuk tot aan de voet van de Galibier vielen Jonas en Primoz om beurten aan. Keer op keer moest Pogacar reageren. Op de Galibier reden Jonas en Pogacar uiteindelijk weg. Op de top was het de beurt aan Wout om te wachten. Hij bracht Primoz terug bij Jonas en Pogacar, zodat we weer een overtalsituatie hadden. Jonas ging vervolgens in de aanval op de slotklim. Pogacar kon niet meer volgen, had zich kapotgereden. Als hij op de Granon niet was gebroken, dan was het de dag erop gebeurd. We hadden namelijk ook al een plan klaarliggen voor de dag erop, mocht Pogacar niet gelost zijn op de Granon.” Het was een revolutionaire aanpak. “Wielrennen is een heel conservatieve sport. Bij veel ploegen komen de meeste leden uit de staf nog uit een andere tijd. Je wil niet weten hoeveel commentaar ik van andere coaches heb gehad over onze manier van koersen in de Tour. Er werd geroepen dat we veel te aanvallend koersten, dat we veel te veel risico namen. Zij dachten: het kan niet op die manier, want zo is het nooit gedaan. Bij veel ploegen kijken ze veelal naar de dag van vandaag en als de etappe gereden is, kijken ze naar die van morgen. Wij benaderen de Tour als een schaakspel van 21 dagen. Soms doe je dingen waarvan het resultaat niet direct zichtbaar is, maar dat zijn wel al beslissingen die ervoor moeten zorgen dat na 21 dagen het spel wordt gewonnen. Maar het allerbelangrijkste was dat de sporters geloofden in het plan. We hebben ze meegenomen in onze plannen, telkens uitgelegd waarom we deden wat we deden tijdens trainingen. Primoz zei voor de Tour: ‘Ik ben blij dat de gesprekken nu gevoerd zijn, nu kunnen we eindelijk met onze benen spreken. Die elfde etappe was een nooit vertoond staaltje teamwork.” Roglic offerde zich op voor Vingegaard. Hij was ook kopman, heeft de droom om die Tour ook een keer te winnen. Wat zei jij na die elfde etappe tegen hem? “Grischa en ik zijn na de finish als eerste naar Primoz gegaan. We hebben tegen hem gezegd: iedereen is blij, want we hebben de gele trui gepakt, maar we realiseren ons heel goed dat jij die gele trui niet hebt en dat dat een klap is voor je. Toen Primoz uitviel in de Vuelta na een valpartij, terwijl hij op de tweede plek in het algemeen klassement stond, ben ik naar hem toe gevlogen in Monaco om hem te steunen. Ik heb hem eraan herinnerd dat het team in 2016 nog niks voorstelde. Primoz, Dylan Groenewegen, Steven Kruijswijk en Robert Gesink zijn de mannen die er al waren toen het bij ons nog heel donker was. Zij zorgden toen voor de eerste lichtpuntjes. Die vier mannen vormden de basis van de ploeg zoals die nu is. Dat er nu 250 mensen werken voor de ploeg is ook hun legacy.” De laatste bergetappe, met aankomst op de Hautacam, was nog een voorbeeld van ‘tekentafelwielrennen’. “De dag ervoor zat ik flink in de rats. Team UAE was ineens heel sterk en Pogacar won de rit. Jonas was geïsoleerd in die etappe. We hadden het plan klaarliggen om Wout opnieuw vooruit te sturen zodat hij Jonas kon helpen op de slotklim. Het was best riskant. Primoz en Steven Kruijswijk waren we al kwijt en Tiesj Benoot was gevallen. Wout kwam in de kopgroep, was daarin de sterkste renner. Hij liet op de Hautacam een zekere ritzege liggen, zoals hij dat twee dagen eerder in de rit naar Foix ook al deed. In de rit naar Foix viel Jonas niet aan, maar voor de rit naar de Hautacam zeiden we tegen hem: je moet vandaag aanvallen, we gaan Pogacar kraken. Wout wist op welke plek hij van grote waarde kon zijn voor Jonas op de Hautacam en precies op dat punt wachtte hij Jonas op die op dat moment Pogacar in z’n wiel had. Pogacar had in die etappe aangevallen waar hij maar kon. In de afdaling voor de slotklim werd Jonas zo onder druk gezet door Pogacar dat hij bijna viel. Ik was pissed omdat Pogacar aanviel terwijl op de koersradio werd gewaarschuwd dat er overal losse stenen lagen in de afdaling. Het was Pogacar die uiteindelijk te veel risico nam en ten val kwam. Jonas besloot op dat moment te wachten, dat was zijn eigen keuze. Ik dacht er anders over, van mij mocht hij doorrijden. Als Jonas was gevallen, had Pogacar echt niet gewacht. Achteraf groots van Jonas dat hij wachtte, het gaf zijn zege nog meer glans. Op de Hautacam gaf Wout precies op het goede moment vol gas. Toen Wout demarreerde, was Pogacar eraf. Daarna werd Jonas vanuit de volgauto omhoog geschreeuwd door Grischa. Daar won hij de Tour definitief. In de tijdrit, twee dagen later, liet Jonas zien hoe dankbaar hij Wout was. Hij hield op het laatste stuk iets in waardoor Wout won.” 'Vingegaard besloot te wachten toen Pogacar viel, dat was zijn eigen keuze. Ik dacht er anders over, van mij mocht hij doorrijden' Nieuwkomer Christophe Laporte pakte ook nog een ritzege in de Tour. Hij had ook een geweldig seizoen. Wanneer dachten jullie: Laporte moeten we hebben? “In Frankrijk hebben ze er een handje van om als sporters beter presteren dan de Fransen meteen het verband met doping te leggen. Het probleem is dat ze in het Franse wierennen heel erg conservatief zijn en mijlenver achterliggen als het gaat om professionele begeleiding, voeding en training. We waren eind 2021 op zoek naar versterking voor Wout. We zagen de waardes van Christophe en wisten ook: hij rijdt bij een Franse ploeg, dus er is nog heel veel winst te behalen. Dat bleek wel, want hij heeft reuzenstappen gezet.” Ook Vingegaard heeft reuzenstappen gezet. Had jij verwacht dat hij nu al zo goed zou zijn? “Grischa kende de coach van Jonas en hoorde in 2018 zijn verhaal. Jonas was geen opvallende renner, maar dat kwam ook doordat hij nauwelijks trainde, hij werkte op de visafslag, stond elke ochtend om vier uur op. We haalden hem naar Nederland, onderwierpen hem aan allerlei testen. Hij ging daarna mee op trainingskamp en overtuigde ons al snel. Grischa en ik gingen naar een kleine koers in België en daar boden we hem een contract aan. Verschillende mensen gingen met hem aan de slag op het gebied van lifestyle, training, voeding, tactiek en het leven als een prof. Jonas vond het niet makkelijk om veel van huis te zijn, had ook veel last van wedstrijdspanning. Daar is allemaal aan gewerkt met hem. Zijn eerste grote ronde reed hij in 2020. In de Vuelta-rit naar de Angliru was hij geweldig, dat was voor ons nogmaals de bevestiging dat hij een heel speciaal mannetje is. In 2021 volgde hij nog een talentenprogramma. Hij ging als kopman naar de Coppi e Bartali en die won hij met overmacht. Daarna werd hij tweede in de Ronde van Baskenland. We besloten na het wegvallen van Dumoulin om Jonas mee te nemen naar de Tour, maar eigenlijk alleen om te leren van Primoz. Toen viel Primoz uit en zeiden we tegen Jonas: kijk maar waar het eindigt. En toen werd hij potverdikkie tweede en lag hij ineens ver voor op schema.” Roglic & Evenepoel Jullie waren amper uitgefeest of de Vuelta startte in Nederland. Jumbo-Visma begon geweldig met het winnen van de ploegentijdrit. De rode leiderstrui wisselde binnen de ploeg vier dagen lang van eigenaar. Robert Gesink, Mike Teunissen, Edoardo Affini en Roglic droegen hem. “Ik was zo blij dat Robert de rode trui aan kon trekken op z’n oude dag. Een beloning voor een icoon van het team. Het enthousiasme van het publiek tijdens de etappes die in Nederland werden gereden vond ik ook erg mooi. Geregeld wordt in de media geroepen dat er te weinig Nederlanders bij ons rijden, dat we eigenlijk geen Nederlandse ploeg zijn. Daar heb ik tijdens die eerste dagen van de Vuelta niets van gemerkt, iedereen die ons zwart en geel droeg, werd enthousiast ontvangen.” Het 22-jarige supertalent Remco Evenepoel stond op in de Vuelta. Hij pakte in de zevende etappe het rood. Het leek nog spannend te worden met Roglic, maar na een valpartij moest hij afstappen. “Daar was ik ziek van. In de derde week voelde je dat Primoz steeds beter werd. Hij pakte steeds meer tijd terug. Grischa had voor de zestiende etappe samen met Primoz een heel mooi plan gemaakt: een onverwachte aanval in de laatste drie kilometer. In de sprint vlak voor de streep kwam Primoz heel hard ten val. Weg vierde Vuelta-eindzege. Primoz heeft afgelopen twee jaar zoveel pech gehad: tegenover geweldige prestaties staan extreme teleurstellingen. Kijk naar 2020. Hij verloor op dramatische wijze de Tour in de tijdrit, maar twee weken later won hij wel Luik-Bastenaken-Luik en daarna de Vuelta. Uitvallen in de Tour van 2021, maar daarna wel olympisch kampioen worden op de tijdrit en voor de derde keer de Vuelta winnen.” 'Hoe ze Evenepoel behandelen in België doet me een beetje denken aan de manier waarop wij omgingen met Clarence Seedorf' Evenepoel won ook op imponerende wijze de wereldtitel. Hoe kijk jij naar hem? “Evenepoel is een wonderlijk fenomeen. Vanaf het moment dat hij op een fiets is gestapt, was hij al snel extreem goed. Hij viel in de Ronde van Lombardije in 2020 in een ravijn, voor zijn carrière werd gevreesd. Vorig jaar was hij mede daardoor nog niet op z’n best. Dit jaar hebben we gezien wat hij kan en dat is heel veel. Ik ben benieuwd hoe ze in België nu met hem om zullen gaan. Hij is al een paar keer helemaal afgeserveerd. Hoe ze hem behandelen in België doet me een beetje denken aan de manier waarop wij omgingen met Clarence Seedorf. In het buitenland was het alleen maar hosanna als het om Seedorf ging, terwijl in Nederland iedereen altijd heel kritisch was op hem. Nu wordt Evenepoel op handen gedragen in België, maar ik ben heel benieuwd hoe het is op het moment dat hij wat minder presteert.” Vingegaard is 25, Evenepoel 22 en Pogacar 24 jaar. Gaandeze drie mannen de komende jaren de dienst uitmaken in de grote ronden? “Vergeet Primoz niet. Samen met Vingegaard, Evenepoel en Pogacar staat hij een treetje hoger dan de rest. Daarna krijg je een groepje heel goede klassementsrenners met jongens als Jai Hindley, die dit jaar de Giro won, Juan Ayuso die een goede ronderenner zou kunnen worden, en João Almeida.” Van Baarle & Kooij Jumbo-Visma is de ploeg die de toon zet. Tegelijkertijd is er binnen de ploeg veel concurrentie. Heb je met Erik ten Hag ook gesprekken gevoerd hoe je iedereen binnenboord houdt? “Ik ben onlangs bij hem in Manchester geweest. Over dit onderwerp hebben wij ook gesproken. Omdat Erik daar bij Ajax ook mee te maken had en nu heeft hij dat ook bij United. Hoe ga je als coach om met spelers die alles al hebben gewonnen en ineens op de bank komen? Vroeger moesten sporters dat maar accepteren. Er was minder oog voor de menselijke aanpak, dat past niet in deze tijd, vind ik.” Twee jaar terug vertelde je dat je het lastig vond om slechtnieuwsgesprekken te voeren, dat nam je mee naar huis. Toch zal je die geregeld moeten voeren. Iedereen wil de Tour rijden, er zijn slechts acht plekjes te vergeven. “Zulke gesprekken vind ik nog steeds niet fijn, maar als je leider van een ploeg bent, hoort dat erbij. Heel menselijk ook dat iemand dan zijn emoties uit, dat neem ik hem niet kwalijk. Maar die teleurstelling moet het groepsproces niet in de weg gaan staan. Dan krijg je vergif in de groep. Daar gaan we deze winter ook heel erg op hameren binnen de ploeg.” Mike Teunissen, David Dekker, Chris Harper en Pascal Eenkhoorn hebben ervoor gekozen om te vertrekken, omdat ze bij veel andere teams veel vaker en grotere koersen kunnen rijden. Snap je dat? “Ja. Voor ons blijft het altijd een enorme puzzel om de ambities van het team en de individuele doelen op elkaar af te stemmen. Dat schuurt ook af en toe. En het gevolg kan zijn dat jongens daar hun conclusies uit trekken. Met Mike is het vertrek in heel goed overleg gegaan. Hij kreeg van Wanty een heel aantrekkelijke aanbieding. Ik heb tegen hem gezegd: daar moet je op ingaan, want de rol die je daar krijgt, kan ik jou niet bieden.” Sprinter Olav Kooij stroomde door vanuit het Jumbo- Visma Development Teamen boekte op zijn twintigste meteen dertien zeges. Vorig jaar besloot Dylan Groenewegen te vertrekken omdat er bij Jumbo-Visma weinig plek voor hem was als sprinter in de grote rondes. “Wij zijn heel trots op Olav, wat hij heeft gepresteerd is een beetje onder de radar gebleven. De volgende opdracht is om te kijken of hij een plekje kan krijgen in een van de grote rondes. Dat moet nog blijken. Ik hoop dat Olav nu vooral nog veel voldoening haalt uit beter worden. Hij moet op zoveel mogelijk momenten proberen de beste sprinters van de wereld te verslaan. Dat hoeft echt niet altijd in een grote ronde te zijn. Er zijn nog zoveel andere wedstrijden waarin hij ook kan laten zien hoe goed hij is. Veel sprinters staren zich blind op de Tour, maar wielrennen bestaat niet alleen maar uit de Tour. Ik snap dat het heel mooi is om daarin een sprint te winnen, hoor. Maar vaak zie je dat een topsprinter al blij mag zijn dat hij één van de 21 ritten wint. Ik vind: de kerntaak van een sprinter is zoveel mogelijk wedstrijden winnen.” De concurrentiestrijd zal er niet minder op worden komend jaar. Wilco Kelderman, vorig jaar vijfde in de Tour en een jaar eerder derde in de Giro, keert terug op z’n 31ste. En Dylan van Baarle, dit jaar winnaar van Parijs-Roubaix, tweede in de Ronde van Vlaanderen en zilver op het WK van vorig jaar, komt over van Ineos. Waarom wilden jullie juist hen graag hebben? “In de klassiekerploeg hebben we meerdere speerpunten nodig. Met Ties, Wout, Christophe en Dylan hebben we nu vier mannen die een klassieker kunnen winnen. En wat Wilco betreft: hij heeft ongelooflijk veel klasse in zijn lijf en wij denken dat er nog meer uit hem te halen is.” Wat zijn de doelen voor volgend jaar? “We willen heel graag weer de Tour winnen. En een kasseienmonument, dus de Ronde van Vlaanderen of Parijs-Roubaix, want die hebben wij nog nooit gewonnen. Er is ook nog de wens om de Giro te winnen, want dat is ook nog niet gelukt.” Je zei een paar jaar terug dat je met de fiets naar bed ging en ermee opstond. De fiets ligt dus voorlopig nog bij jou in bed? Lachend: “Zeker!” Helden Magazine 64 Het verhaal van Merijn Zeeman komt voort uit Helden Magazine 64. In het dubbeldikke eindejaarsnummer blikken we terug op het sportjaar 2022 én is er volop aandacht voor het WK Voetbal in Qatar. Virgil van Dijk siert samen met Irene Schouten de cover. Voor Schouten kon het jaar 2022 niet op. Ze won drie olympische titels, de wereldtitel allround en trouwde. In de WK-special lees je interviews met Denzel Dumfries, Matthijs de Ligt, Cody Gakpo en Soufiane Touzani. Daarnaast vertellen vriendinnen Candy-Rae en Laura Benschop over hun leven met WK-gangers Daley Blind en Davy Klaassen én een reconstructie van het masterplan van Van Gaal. Verder in deze editie een uitgebreid interview met olympisch shorttrackkampioen Suzanne Schulting en coach Jeroen Otter. Kjeld Nuis kende een jaar vol pieken en dalen én Annemiek van Vleuten presteerde het onmogelijke. Daarnaast liet Dylan van Baarle zien dat zijn tweede plek op het WK in 2021 geen toeval was en is Luc Steins de handballende Messi van Paris Saint-Germain. Thomas Krol won op zijn eerste Spelen meteen goud en zilver. Maar het ging niet vanzelf. Giovanni van Bronckhorst kende een geweldig eerste jaar bij Rangers FC. John van ’t Schip won in 1987 de Europa Cup II met Ajax en Hennie Stamsnijder won in 1981 als eerste Nederlander de wereldtitel veldrijden. Als laatste wil Susila Cruijff het gedachtegoed van haar vader voortzetten en blikt voetbalster Vanity Lewerissa terug op een moeilijke tijd. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 64 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van jouw Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Veldrijden

Hennie Stamsnijder: ‘Het was Stammie voor, Stammie na’

Hennie Stamsnijder zette het veldrijden in [...]
Hennie Stamsnijder zette het veldrijden in Nederland op de kaart. Hij werd in 1981 de eerste wereldkampioen cyclocross en behoorde jarenlang tot de wereldtop. Een grote schare fans volgde hem in die tijd op de voet. We gaan terug in de tijd met de inmiddels 68-jarige Stammie. ‘Stammie,’ klonk het in de jaren tachtig uit honderden kelen bij veldritten. Een grote schare supporters volgde Hennie Stamsnijder overal waar hij ging. “Eerst kwamen de supporters vooral uit mijn geboortedorp Enter, maar na mijn wereldtitel kwamen ze ineens uit heel Nederland. Het was Stammie voor, Stammie na.” Hennie zette het veldrijden in Nederland op de kaart. Hij werd in 1981 als eerste Nederlander wereldkampioen veldrijden, werd dat jaar gekozen als Sportman van het Jaar en was op slag een BN’er. “Ik was altijd vrij nuchter, ben gewoon een sim­ pele boerenzoon uit het oosten, die zijn ding deed. De supporters hebben meer heisa gemaakt om die wereldtitel dan ik.” Denk nou niet dat in Overijssel ineens groupies voor de deur stonden. “Hou op, zeg,” lacht Hennie, 68 inmiddels, “ik was getrouwd, mijn vrouw was zwanger.” Hennie was een alleskunner. Hij fietste op de baan, werd daarop Nederlands kam­pioen. Hij mocht naar de Olympische Spelen van 1976 voor de ploegentijdrit en was ook een verdienstelijk wegren­ner. Hennie werd amateurkampioen van Nederland in 1979 en ging van start in de Tour de France namens DAF Trucks. In 1980, de Tour die werd gewonnen door Joop Zoetemelk, stapte hij ziek af, een jaar later werd hij tachtigste. “Op de weg was ik een goede knecht, geen winnaar. In 1981 was Hennie Kuiper de kopman. We sliepen bij elkaar op de kamer. Twee Hennies uit het oosten.” De focus lag op het veldrijden. “Onze sponsor Willy van Doorne zei tegen me: ‘Misschien moet je toch eens kiezen wat je nou eigenlijk wil.’ Ik ging me concen­treren op iets wat ik heel leuk vond en waar ik echt goed in was: het veldrijden.” In Nederland draaide alles om fietsen op de weg. “Het was de tijd van Zoete­ melk, Kuiper, Jan Raas en Gerrie Knete­mann. Ik maakte deel uit van de gouden generatie wielrenners in Nederland. Van die mannen was er ook zeker waarde­ ring voor wat ik deed. Ze deden in de wintermaanden ook vaak aan veldritten mee. Bikkelen in de modder was goed voor de conditie, dat was voor die man­ nen een goede manier als voorbereiding op het wegseizoen. Het is dus zeker niet zo dat ze mij als een of andere wereld­ vreemde kerel zagen.” Toen Hennie zijn vizier richtte op het veldrijden, waren het vooral de Belgen en de Zwitsers die heersten in het veld­ rijden. “Toen ik voor het eerst Neder­ lands kampioen veldrijden werd, begin 1977, wist ik dat ik in Nederland niet veel meer kon leren.” Hennie gaf zijn baan als belastinginspecteur op voor het wielrennen. “Ik ben me verder gaan ontwikkelen in Zwitserland, wat destijds het walhalla van het veldrijden was.” Rivaliteit Terug naar zondag 22 februari 1981: het WK veldrijden in Tolosa, gelegen in Spaans Baskenland. Hennie heeft de ingelijste wol­ len regenboogtrui en de gouden medaille meegenomen, het zijn souvenirs die hem herinneren aan de mooiste dag van zijn sportcarrière. Ook een van de fietsen waar­ op hij Nederlandse wielerhistorie schreef, is aanwezig. “Mensen vragen me nog weleens: waar kwam dat ineens vandaan? Nou, het was niet ineens, het zat er al een beetje aan te komen. Ik reed al een tijd goed, bij het WK van 1980 was ik ook al derde geworden.” 'Ik kwam iemand tegen die meer talent had dan ik. Kijk, Zoetemelk had de pech dat hij op de weg jarenlang tegen Merckx aanliep. Dat had ik met Liboton in het veldrijden' Op zaterdag was het nog mooi weer, maar ’s nachts begon het te regenen. Het parkoers veranderde in een modder­ poel. Dat was goed nieuws voor Hennie, die juist op z’n best was als het nat en blubberig was. Hij was ook heel goed in het loopwerk. “Het was mijn dag. Als ik eraan terugdenk, kan ik mezelf niet betrappen op één fout. Het enige wat er gebeurde, was dat ik in de laatste ronde een lekke band kreeg. Ik durfde niet meer te wisselen van fiets. Omdat ik dacht: ze komen er misschien nog aan. Ik ben gefinisht op een lekke band.” Helden Magazine 64 Het eerste gedeelte van het verhaal van Hennie Stamsnijder komt voort uit Helden Magazine 64. In het dubbeldikke eindejaarsnummer blikken we terug op het sportjaar 2022 én is er volop aandacht voor het WK Voetbal in Qatar. Virgil van Dijk siert samen met Irene Schouten de cover. Voor Schouten kon het jaar 2022 niet op. Ze won drie olympische titels, de wereldtitel allround en trouwde. In de WK-special lees je interviews met Denzel Dumfries, Matthijs de Ligt, Cody Gakpo en Soufiane Touzani. Daarnaast vertellen vriendinnen Candy-Rae en Laura Benschop over hun leven met WK-gangers Daley Blind en Davy Klaassen én een reconstructie van het masterplan van Van Gaal. Verder in deze editie een uitgebreid interview met olympisch shorttrackkampioen Suzanne Schulting en coach Jeroen Otter. Een terugblik op een bewogen wielerjaar met Merijn Zeeman, Kjeld Nuis kende een jaar vol pieken en dalen én Annemiek van Vleuten presteerde het onmogelijke. Daarnaast liet Dylan van Baarle zien dat zijn tweede plek op het WK in 2021 geen toeval was en is Luc Steins de handballende Messi van Paris Saint-Germain. Thomas Krol won op zijn eerste Spelen meteen goud en zilver. Maar het ging niet vanzelf. Giovanni van Bronckhorst kende een geweldig eerste jaar bij Rangers FC. John van ’t Schip won in 1987 de Europa Cup II met Ajax. Als laatste wil Susila Cruijff het gedachtegoed van haar vader voortzetten en blikt voetbalster Vanity Lewerissa terug op een moeilijke tijd. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 64 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van jouw Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Wielrennen

Annemiek van Vleuten: ‘Niet voor een breuk te vangen’

Ze won in één jaar de Giro, de Tour én de Vuelta. Ook pakte ze op [...]
Ze won in één jaar de Giro, de Tour én de Vuelta. Ook pakte ze op sensationele wijze de wereldtitel op de weg. En o ja, ze won ook nog de klassieker Luik-Bastenaken-Luik. En dat allemaal op haar 39ste. Op Annemiek van Vleuten staat geen maat. Ze twijfelde of ze voor de wegwedstrijd bij het WK in Australië de oorbellen in zou doen die ze van haar in 2008 aan kanker overleden vader cadeau kreeg voor haar achttiende verjaardag. Een paar dagen eerder, bij de tijdrit voor gemengde teams, was Annemiek van Vleuten immers hard gevallen en liep een elleboogbreuk op. Ze mocht desondanks starten in de wegwedstrijd van de medici, maar de kans op haar tweede wereldtitel was verkeken, dacht ze. Het plan om al ver voor de finish in de aanval te gaan, kon de prullenbak in. Annemiek twijfelde of ze wel van start moest gaan, maar toen ploeggenoot Demi Vollering door corona moest passen, besloot ze te rijden. Ach, haar jaar kon toch allang niet meer stuk. Ze won immers in april Luik-Bastenaken-Luik, begin juli de Giro, eind juli de eerste Tour voor vrouwen sinds 2009 en in september de Vuelta. Op 24 september wilde ze haar goede vriendin en kopvrouw Marianne Vos een handje helpen. Ze besloot haar oorbellen die haar al vaak geluk hadden gebracht toch maar in te doen. Op de pedalen staan, deed te veel pijn. Ze bleef in de buurt van Vos en zo verstreken de kilometers. Op de laatste klim kon Vos niet volgen. Annemiek was in tweestrijd: wachten of meerijden met de twee rensters die achter het kopgroepje aanreden? Ze besloot het laatste te doen, maar deed geen kopwerk in de hoop dat Vos nog terug zou keren. Vlak na het ingaan van de laatste kilometer volgde de samensmelting met de kopgroep. Nog altijd geen Vos te zien achter haar. De weg liep even naar beneden en Annemiek besloot vanuit het laatste wiel te gaan. Gebruikmakend van de vertwijfeling die er altijd even is als groepjes samenkomen. Met alles wat ze in haar beurse lichaam had, ging ze. Ze pakte een paar meter. Niet omkijken, want dan kun je niet honderd procent geven en toon je onzekerheid, dacht ze. De weg liep omhoog, de finish kwam in zicht. Nog steeds geen renster die over haar heen kwam. In de laatste meters ging ze ondanks de pijnlijke elleboog toch staan op de pedalen. Op die manier kon ze nog net wat harder. Dan maar pijn. Haar mantra luidt immers: als je geen pijn voelt, ga je niet hard genoeg. Dit kon toch niet waar zijn? Had ze zojuist echt haar vierde wereldtitel gewonnen, na de mondiale titels op de tijdrit in 2017 en 2018 en die op de weg in 2019? Ja dus. Na de roze, de gele en de rode trui, veroverde ze ook de regenboogtrui. En dat allemaal in één jaar. 'Ik was een feestende student in Wageningen en tien kilo zwaarder. Elke dinsdag en donderdag dronk ik bier' De Val Na terugkomst uit Australië zat ze aan tafel bij Eva Jinek. Natuurlijk ging het ook over de Spelen in Rio in 2016, toen ze solo op weg was naar haar olympisch goud, maar in de afdaling naar de finish heel hard ten val kwam en voor dood bleef liggen. Ook die dag had ze haar oorbellen in. Ze vertelde moeder Ria, toen ze samen naar Italië gingen na de crash, dat de oorbellen van papa haar weinig geluk hadden gebracht. Haar moeder dacht daar heel anders over, zei: ‘Die hebben jouw leven gered.’ Voor veel mensen blijft Annemiek voor altijd het meisje van De Val. In Helden zei ze vorig jaar: ‘Mensen denken dat ik mentaal sterker ben geworden door die val, dat mijn omgang met die tegenslag me vooruit heeft gebracht. Ik kan alleen zeggen dat het me niet klein heeft gekregen. Die skills om iets negatiefs om te buigen in iets positiefs had ik al eerder laten zien, daar had ik Rio niet voor nodig. Nee, die val is absoluut geen drijvende kracht geweest.’ Toch was Rio een keerpunt, maar dan juist het moment vóór ze viel. Bergop reed ze iedereen uit het wiel, dat inspireerde haar om met behulp van trainer Louis Delahaije nog meer uit zichzelf te halen. ‘Ik heb jarenlang gedacht dat de top voor mij onbereikbaar was. Mijn ploeggenoot Marianne Vos was exceptioneel goed en won ongekend veel wedstrijden. Zij had een bizar hoog niveau, daar kon niemand aan tippen. Een Giro Rosa winnen was onmogelijk voor mij, dacht ik. Het heeft lang geduurd voordat ik besefte dat ik kon klimmen. Die klim in Rio is de basis van mijn prestaties de afgelopen jaren.’ Annemiek was 33 toen haar de ogen werden geopend in Rio. Je kunt haar met recht een laatbloeier noemen. Daar staat tegenover dat ze pas in 2011 fulltime ging wielrennen. Tot die tijd kreeg haar masterstudie epidemiologie voorrang. In 2017 zei ze in Helden: ‘Ik was een feestende student in Wageningen en tien kilo zwaarder. Elke dinsdag en donderdag dronk ik bier. Ik voetbalde erbij en genoot vol van mijn studentenleven. Toen raakte ik geblesseerd aan mijn knie en ben ik gaan fietsen in het laatste jaar van mijn studie. Marianne Vos zegt weleens: ‘Jij hebt al zoveel meegemaakt.’ Dat klopt, ik heb eerst een ander leven gehad, ongedwongen kunnen genieten. Dat is misschien ook de reden dat ik nog vrij fris ben, fietsen speelde in mijn jeugd geen rol.’ Ze heeft ook nog twee jaar een kantoorbaan gehad. In de Volkskrant zei ze daar onlangs over: ‘Daar denk ik aan als het regent: dan trek ik mijn regenpak aan en ga ik toch maar weer fietsen. Als ik renners hoor klagen, denk ik: hou je mond eens effe dicht, ik heb twee jaar op kantoor gezeten.’ Geen rolmodel Annemiek won in 2017 in het Noorse Bergen de wereldtitel tijdrijden. Huilend viel ze haar moeder in de armen na afloop. Ze had eerder wedstrijden als de Ronde van Vlaanderen gewonnen, had dat jaar ook La Course gewonnen, maar die titel voelde als een bevrijding. De crash in Rio en het missen van de eerste waaier in de Giro van 2017, waardoor ze de eindzege kon vergeten, zorgden ervoor dat ze dacht dat ze zelf haar grootste tegenstander was geworden. Ze werd bij het WK als favoriet bestempeld, maar in haar hoofd zat vooraf: ik zal wel weer een fout maken. Ze was zo nerveus dat ze dagenlang amper kon slapen, wilde niet nog eens in de fout gaan voor het oog van de wereld. ‘Ik heb daarna heel hard staan huilen. Iedereen dacht: alles van die val in Rio komt eruit. Maar het was gewoon de ontlading van heel veel stress,’ zei ze in de Volkskrant. En in Helden vertelde ze: ‘In mijn hoofd leefde ik in Rio nog met een denkwijze vol beperkingen. Ook na Rio overheerste die manier van denken nog bij me.’ Na het WK was de beer los. Ze werd de nieuwe norm in het vrouwenwielrennen. Annemiek trainde langer en harder dan anderen, was de eerste vrouw die meerdere hoogtestages in een jaar inplande en besloot in de winter met de mannen te trainen. Het gevolg: als het bergop gaat, breekt de concurrentie vroeg of laat. Lange solo’s zijn haar specialiteit. ‘Ik wil de fitste van het peloton zijn. Dat doe ik door trainingsprikkels te zoeken. Dit ben ik niet zomaar gaan doen, maar heb ik in zo’n vijf jaar opgebouwd. Jonge meiden moeten ook niet in een keer net zoveel trainen als ik doe. Daar wil ik geen rolmodel in zijn. Het wil ook niet zeggen dat iedereen deze omvang aankan. Ik ben heel belastbaar, dat is een van mijn sterke punten,’ vertelde ze vorig jaar in Helden. De manier waarop ze haar sport bedrijft, zorgt ook weleens voor gefronste wenkbrauwen. Vorig jaar zei ze daarover in Helden: ‘Dat mensen een verkeerd beeld van me hebben en me als een maniak omschrijven, boeit me niet zoveel. Maniak... Als degenen om wie ik geef dat maar niet zeggen.’ En: ‘Ik denk ook dat in het wielrennen de mensen te veel vasthangen aan de zogenaamde wijsheden van tientallen jaren geleden. Een ervan is dat je als wielrenner vanaf je dertigste begint af te takelen.’ Afzwaaien Het begint te duizelen als je ziet wat ze de afgelopen vijf jaar allemaal heeft gewonnen: olympisch goud op de tijdrit en zilver in de wegwedstrijd, twee wereldtitels op de weg en twee wereldtitels tijdrijden, de Europese titel, drie keer de Giro Rosa, de Tour, twee keer de Vuelta, de Ronde van Vlaanderen, twee keer Luik- Bastenaken-Luik, twee keer Omloop Het Nieuwsblad, twee keer Strade Bianche en nog veel meer. En dan te bedenken dat ze ook nog tal van keren af moest rekenen met pech en blessures. Ze is niet voor een breuk te vangen. Annemiek kwam in 2018 hard ten val op het WK, reed terug naar het peloton en finishte als zevende. Na afloop bleek dat ze de koers uit had gereden met een gebroken knie... Een lange revalidatie volgde, maar eenmaal terug won ze meteen Strade Bianche en Luik- Bastenaken-Luik. ‘Het omgaan met tegenslagen is een van mijn sterke punten,’ zei ze vorig jaar in Helden, ‘ik ben steeds sterker teruggekomen. Zeker van het overlijden van mijn vader in 2008 heb ik veel geleerd. Ik heb van mijn ouders geleerd niet te lang stil te staan bij teleurstellingen. Denken in mogelijkheden en niet jezelf zielig gaan vinden. Dat zit in de genen, dat kun je niet trainen.’ Het einde voor Annemiek de wielrenster komt in zicht. Ze vierde op 8 oktober haar veertigste verjaardag, wil eind 2023 afzwaaien. Haar laatste seizoen mag ze rondrijden in de regenboogtrui, mooier wordt het niet volgens haar. De Spelen in Parijs in 2024? Het parkoers is veel te vlak, daarop heeft ze niet veel te zoeken. In de Volkskrant zei ze: ‘Het is nu ook mooi geweest en het gaat niet veel mooier worden door nog langer door te gaan.’ Helden Magazine 64 Het verhaal van Annemiek van Vleuten komt voort uit Helden Magazine 64. In het dubbeldikke eindejaarsnummer blikken we terug op het sportjaar 2022 én is er volop aandacht voor het WK Voetbal in Qatar. Virgil van Dijk siert samen met Irene Schouten de cover. Voor Schouten kon het jaar 2022 niet op. Ze won drie olympische titels, de wereldtitel allround en trouwde. In de WK-special lees je interviews met Denzel Dumfries, Matthijs de Ligt, Cody Gakpo en Soufiane Touzani. Daarnaast vertellen vriendinnen Candy-Rae en Laura Benschop over hun leven met WK-gangers Daley Blind en Davy Klaassen én een reconstructie van het masterplan van Van Gaal. Verder in deze editie een uitgebreid interview met olympisch shorttrackkampioen Suzanne Schulting en coach Jeroen Otter. Een terugblik op een bewogen wielerjaar met Merijn Zeeman, Kjeld Nuis kende een jaar vol pieken en dalen, Dylan van Baarle liet zien dat zijn tweede plek op het WK in 2021 geen toeval was én is Luc Steins de handballende Messi van Paris Saint-Germain. Thomas Krol won op zijn eerste Spelen meteen goud en zilver. Maar het ging niet vanzelf. Giovanni van Bronckhorst kende een geweldig eerste jaar bij Rangers FC. John van ’t Schip won in 1987 de Europa Cup II met Ajax en Hennie Stamsnijder won in 1981 als eerste Nederlander de wereldtitel veldrijden. Als laatste wil Susila Cruijff het gedachtegoed van haar vader voortzetten en blikt voetbalster Vanity Lewerissa terug op een moeilijke tijd. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 64 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van jouw Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Wielrennen

Koen Bouwman: ‘King Koen’

Koen Bouwman won in de Giro twee etappes en het [...]
Koen Bouwman won in de Giro twee etappes en het bergklassement. De 28-jarige wielrenner is weer een exponent van het oppermachtige Jumbo- Visma die is opgestaan. Een gesprek met King Koen over opgroeien met de muziek van Normaal, rijden voor het FC Barcelona van het wielrennen en zijn ambities. K zeg oeh! Ik zeg ah! Twee keer sprintte Koen Bouwman in heuveletappes naar de ritzege in de Giro d’Italia. Dat hij goed kon klimmen was al wel bekend, maar dat hij ook nog razendsnel is in de laatste meters wist lang nog niet iedereen. Ook nam hij als eerste Nederlander ooit de blauwe bergtrui mee naar huis. Bijnamen waren snel gevonden voor de revelatie van Jumbo-Visma: King Koen of Koen Blauwman. Na terugkomst in geboortedorp Ulft werd hij gehuldigd. “Er zijn veel mensen uit de buurt die mij al vanaf m’n zevende hebben zien rondcrossen. Voor hen is het ook leuk dat ik het zo goed heb gedaan. Van mij hoeft die aandacht niet. Ik heb ook best veel aanvragen van talkshows gehad, maar ik ga liever met m’n vrienden barbecueën, met familie uit eten, lekker vissen of vogels spotten.” Lachend: “Ik heb al tegen m’n ouders gezegd dat ze me aan m’n jas trekken als ik gekke dingen ga doen. Ik blijf gewoon Koen, hoor. Mijn grote droom was altijd om een keer een rit te winnen in een grote ronde. Ik had ook meteen het gevoel: ik ben zo goed in orde, ik kan het misschien nog wel een keer.” Hij is even stil, zegt dan: “Dat klinkt misschien een beetje arrogant, hè?” Moeder Angela, net als haar zoon in dienst van Jumbo, maar dan als kassière van de plaatselijke supermarkt, had het maar wat druk met het naaien van blauwe shirtjes voor alle neefjes en nichtjes van Koen. “Van de bedrijfsleider van de Jumbo waar mijn moeder werkt, mocht ze tijdens de Giro telkens eerder naar huis om naar mij te kijken op tv. Ging hij zelf achter de kassa zitten. Toen ik mijn eerste etappe won in de Giro en mijn neefjes en nichtjes mij na afloop met een fles champagne zagen spuiten op het podium, riepen ze: ‘Koen is net Max Verstappen!’” Koen is een kind van de Achterhoek. De streek waar de jaarlijkse Zwarte Cross een begrip is en waar iedereen de muziek van Normaal en Jovink en de Voederbietels mee kan zingen. “Ik ben ook met die muziek opgegroeid, hoor. Als ik in m’n jeugd met mijn vader in de auto zat naar een koers, dan draaiden we cd’s van muzikanten uit de Achterhoek. De nummers van Normaal kan ik uit volle borst meezingen. De Achterhoek is mijn thuis. Sinds eind vorig jaar woon ik er ook weer. Ik heb met mijn ex-vriendin drie jaar in Assendelft gewoond, maar toen de relatie uitging, ben ik weer teruggekeerd. De mensen daar staan altijd met beide beentjes op de grond.” 'Toen ik mijn eerste etappe won in de Giro en mijn neefjes en nichtjes mij na afloop met een fles champagne zagen spuiten op het podium, riepen ze: 'Koen is net Max Verstappen!'' Koen was van jongs af aan bezeten van fietsen. Na lang zeuren kreeg hij op zijn zevende zijn eerste racefietsje. Het fietsen combineerde hij ook nog een tijdje met voetballen. Toen hij bij de F’jes van Ulftse Boys speelde, kreeg hij uitnodigingen voor scoutingsdagen en De Graafschap toonde interesse. Maar Koen koos voor de fiets. Net als streekgenoot Robert Gesink, die opgroeide in Varsseveld, op tien kilometer van zijn ouderlijk huis. “Als tiener was Robert een voorbeeld voor me. Toen ik bij de nieuwelingen reed, gingen we samen weleens fietsen of deden allebei mee aan een toertochtje bij ons in de streek. Het mooie vond ik aan Robert, maar ook aan Bauke Mollema die uit Groningen komt, dat je niet per se op vierduizend meter boven zeeniveau geboren hoeft te zijn om een goede klimmer te zijn.” Oehoe oehoerend hard Kwamen zie daor aangescheurd Koen was in de jeugd nooit een van de besten van Nederland. “Ik heb altijd voor mijn plekje moeten knokken. Ik was geen natuurtalent, voor mijn gevoel heb ik meer trainingsuren nodig dan anderen. Primoz Roglic, Jonas Vingegaard en Wout van Aert zijn na een rustperiode binnen de kortste keren weer op niveau. Bizar. Dat is ook het verschil tusen mannen die de Tour kunnen winnen, en mij. Maar met hard werken kun je ook een eind komen.” Hij kreeg op zijn negentiende een plekje in continentale ploeg Jo Piels, ging twee jaar later naar opleidingsploeg SEG Racing. Een ritzege in de Ronde van de Aostavallei, op zijn 21ste, zorgde voor de ommekeer. Koen mocht halverwege 2015 stage lopen bij LottoNL-Jumbo, de voorloper van Jumbo-Visma. “Die stageplek had ik ook zeker te danken aan Gesink. Robert zat in de Tour toen ik die rit in de Aostavallei won. Ik begreep dat hij toen binnen de ploeg mijn naam liet vallen. In dit wereldje kan het geen kwaad als mannen met de status van Robert je naam laten vallen. Er waren in die periode meer ploegen die interesse toonden, maar ze durfden het toch niet met me aan. Jumbo gelukkig wel.” Helden Magazine 63 Het eerste gedeelte van het verhaal van Koen Bouwman komt voort uit Helden Magazine 63. We duiken in de slipstream van Max Verstappen. Sportief directeur Jan Lammers bespreekt zijn mooiste momenten op het circuit en Atze Kerkhof weet hoe het is om teamgenoot van Max te zijn. In deze editie lees je een uitgebreid interview met de vrouwen in het leven van Abdelhak Nouri. Voor het eerst vertellen zijn moeder, zussen, schoonzussen en tante hun aangrijpende verhaal. Daarnaast heeft ook Kira Toussaint een bewogen tijd achter de rug. De zwemster verbrak een gepland huwelijk en vertrok naar Amerika. Ook spraken we met een van de nieuwe boegbeelden van het vrouwenvolleybal: Nika Daalderop en maakt Davy Klaassen zich op voor een nieuw seizoen bij Ajax én een WK. Marcus Pedersen en Noor Omrani delen naast hun liefde voor de bal ook een hoofdkussen. Zijn broers Jens en Melle van ’t Wout klaar om de shorttrack wereld te veroveren. Jordan Teze speelde zich vorig jaar definitief in de kijker én Ronald de Boer blikt terug op de Champions League-finale van 1995. Verder is Riemer van der Velde oud-voorzitter van sc Heerenveen. Een gesprek over onder meer de ontwikkelingen van zijn club en Abe Lenstra. Timothy Beck haalde als estafetteloper de Zomerspelen en was vlaggendrager bij de Winterspelen in 2010 én Victoria Koblenko spreekt met judoka Michael Korrel over zijn kwetsbare kant in aanloop naar het WK. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 63 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Wielrennen

Cees Bol: ‘Nuchter sprinten kan niet’

Bij de podiumpresentaties van Team DSM steekt Cees [...]
Bij de podiumpresentaties van Team DSM steekt Cees Bol (26) letterlijk boven de rest uit, met zijn 1,94 meter. Niet een gebruikelijke lengte voor een wielrenner. Niet per se handig voor bergetappes, qua gewicht. Wel goed voor een boel spiermassa om hard te kunnen trappen in een sprint. Groot Eigenlijk was het niet de bedoeling wielrenner te worden. Tot zijn vijftiende was Cees Bol een fanatiek schaatser, maar een groeispurt gooide roet in het eten. “Je zou het misschien nu niet zeggen, maar ik was altijd te klein voor mijn leeftijd. En ineens groeide ik vanaf mijn veertiende ongeveer twaalf centimeter per jaar. Ik kreeg er pijn aan beide knieën door. Je pezen en spieren groeien op dat moment langzamer dan je bot, waardoor er te veel spanning staat op het aanhechtingspunt. Schaatsen is heel statisch, eigenlijk een krachtsport. Ik raakte uiteindelijk geblesseerd van heel hard krachttrainen en heel hard groeien tegelijk. Ik werd daardoor niet meer geselecteerd, en dat was het begin van het einde van mijn schaatscarrière.” Cees zou uiteindelijk de 1,94 meter aantikken. Vanaf zijn zestiende ging de focus volledig op het fietsen, iets wat hij al sinds zijn zevende deed bij wielervereniging DTS. Toen vooral als zomeractiviteit naast het schaatsen. Bij het fietsen bouwde hij het rustig op, de knie ging steeds beter, waarschijnlijk omdat de krachttraining wegviel. Tot het ineens heel hard ging. Op zijn zeventiende won Cees als tweedejaars junior zijn eerste klassieker. En de week daarop nog één. “Voor ik het wist, vroegen ze me voor de nationale selectie. En een maand later belde Rabobank en mocht ik bij hun opleidingsploeg.” Werktuigbouwkunde De opleidingsploeg van Rabobank was voor alle jonge wielrenners een droom, aangezien het de perfecte springplank was richting een profcarrière. Maar voor de zekerheid ging Cees er toch werktuigbouwkunde bij studeren. Waarom? “Goede vraag. Ik wilde eigenlijk ingenieur worden, maar aangezien die universiteit in Delft is, koos ik voor de hbo-opleiding in Alkmaar. Dan kon ik bij mijn ouders in Zaandam blijven wonen. 'Ook als ik me minder voel, is het handig om dat gewoon te benoemen. Ik had toen soms de neiging om me beter voor te doen dan ik me fysiek voelde' Ik weet niet precies wat ik me erbij voorstelde, maar ik vind het leuk om met technische dingen bezig te zijn en na te denken over hoe processen beter kunnen. Maar uiteindelijk bleek de studie vooral veel uit wiskunde en programmeren te bestaan. Ik vond het niet leuk genoeg om gemotiveerd te blijven naast het vele fietsen. In de winter haalde ik al mijn vakken wel, maar ’s zomers werd het niks. Na anderhalf jaar ben ik ermee gestopt.” Helden Magazine 62 Het eerste gedeelte van het verhaal van Cees Bol komt voort uit Helden Magazine 62. In deze dubbeldikke editie schittert naast Vivianne Miedema, Ruud Gullit op de cover. Gullit spreekt zich uit over Max Verstappen, Marco van Basten, Louis van Gaal, Erik ten Hag, Ronald Koeman, Virgil van Dijk, Memphis Depay en de Black Lives Matter-discussie. De Oranje Leeuwinnen gaan in Engeland proberen hun Europese titel van 2017 te prolongeren. In het EK vrouwenvoetbal gedeelte spraken we met Dominique Janssen, Jackie Groenen, Jill Roord & Lynn Wilms, Shanice van der Sanden en bondscoach Mark Parsons. In Helden Magazine 62 lees je nog meer interviews en reportages over voetbal. Een gesprek met Luis Sinisterra en zijn trotse moeder. Trainer en oud-voetballer Wim Jonk over Johan Cruijff, Louis van Gaal en Dennis Bergkamp, Molukse voetbalhelden Simon Tahamata & Jack Soumaru én keeper van landskampioen Ajax: Remko Pasveer. Ook spraken we de in korte tijd uitgegroeide boegbeeld van de Nederlandse atletiek: Femke Bol, blikken we samen met drievoudig olympisch kampioen, hockeyster Lidewij Welten en een gesprek met Thomas Dekker over een leven van vallen en opstaan. Daarnaast nemen we de carrière door van mountainbike pionier Bart Brentjes en is Jetze Plat een voorbeeld voor velen. Verder was Tim Montgomery de snelste man op aarde en is Lewis Hamilton de succesvolste Formule 1-coureur aller tijden. Victoria Koblenko daarnaast interviewde Mister Nice Guy en marathonloper Björn Koreman én hockeyster Marijn Veen vertelt over de moeilijke tijd in aanloop naar het WK. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 62 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Wielrennen

Thomas Dekker: ‘Ik wil rust voelen en van mezelf houden’

Thomas Dekker (37) was ooit de golden boy van het [...]
Thomas Dekker (37) was ooit de golden boy van het Nederlandse wielrennen. Hij leefde het leven in the fast lane, kende hoge pieken en diepe dalen. Hij kwam zichzelf vorig jaar keihard tegen en had het gevoel dat het niet veel nut had dat hij er nog was. Barbara Barend sprak met hem over een leven van vallen en opstaan. “Het is het afgelopen jaar echt op en af met me gegaan. Ik heb heel diep gezeten, was zo verdrietig. Ik dacht in die tijd geregeld als ik in bed lag: als ik nu op een knopje kan drukken dat het gewoon klaar is, dan denk ik dat ik die in zou drukken. En dan dacht ik ook aan m’n ouders, m’n zusje en de kinderen van m’n zusje. Misschien zouden ze me begrijpen, dacht ik op die momenten, want het is niet zo dat het heel veel nut heeft dat ik hier nog ben.” • Thomas Dekker was de golden boy van het Nederlandse wielrennen. In de jeugd was hij ijzersterk en ook nadat hij in 2005 prof werd bij Rabobank liet hij zich meteen al zien. De verwachtingen waren hooggespannen. In 2007 leek Michael Rasmussen op weg naar de eindzege in de Tour, met Thomas als superknecht. Rabobank gooide de Deen in het geel uit de Tour wegens gelieg over zijn whereabouts. Maar Thomas ging een mooie toekomst als klassementsrenner tegemoet, was na die Tour de heersende gedachte. Een jaar later werden afwijkende bloedwaarden bij hem geconstateerd. Hij vertrok bij Rabobank en tekende bij Lotto Soudal. Op 1 juli 2009 werd bekend dat bij herbeoordeling van de bloedstalen uit 2007 bij Thomas epo was aangetroffen. Hij kreeg een schorsing van twee jaar en gaf in 2010 toe naar doping te hebben gegrepen. In juli 2011 keerde hij terug in het peloton. Op 25 februari 2015 deed hij een poging het werelduurrecord te verbeteren, zijn laatste kunstje als wielrenner. “In augustus 2014 had ik de Ronde van Utah gereden, die we met mijn ploeg Garmin Sharp wonnen met Tom Danielson. We hadden acht dagen voor de volgende wedstrijd, dus ik dacht: ik loop even rond, ga een kroeg in en daar heb ik Nathalie Marciano leren kennen. Ik was op slag verliefd. Na de eerste kennismaking heb ik haar elke dag gesproken, zijn we samen op vakantie geweest en is ze naar Nederland gekomen. Nathalie was nog aanwezig bij mijn poging het werelduurrecord te verbeteren in Mexico. Daarna stopte ik met wielrennen. Het was klaar, ik had mijn hele leven niets anders gedaan, had van mijn tiende tot mijn dertigste gefietst. Nathalie vroeg nadat ik was gestopt: ‘Wat ga je dan nu doen?’ Ik vertelde dat ik geen flauw idee had. Zij zei: ‘Dan kom je toch hiernaartoe.’ Voor de liefde ben ik naar Los Angeles vertrokken. Ik wist al dat ze best vermogend was, had vakanties van haar gezien. Toen ik de eerste keer in LA aankwam, zei Nathalie: ‘Ik stuur een chauffeur.’ Ik antwoordde dat ik elf uur in het vliegtuig had gezeten en dat zij gewoon naar het vliegveld moest komen zodat we lekker samen naar haar huis konden rijden. Maar Nathalie bleek nog nooit zelf naar een vliegveld gereden te zijn, had haar eigen vliegtuig... Woonde ik ineens in een huis in Beverly Hills. Nathalie was zo vermogend omdat ze samen met haar ex-man het kledingmerk Guess had opgezet. In haar villa kreeg ik een heel grote inloopkast. En de slaapkamer sloot aan op twee badkamers, ik kreeg mijn eigen badkamer. Maar ik vond natuurlijk dat we samen gezellig één badkamer moesten delen. Op dat moment was Nathalie 48 en ik dertig. Je ziet vaak dat een oude man aanknoopt met een jonge vrouw en haar heel goed verzorgt, haar overlaadt met cadeaus. Die vrouw moet vooral heel mooi zijn. Bij ons was ik juist de jongere..." Ik maakte al snel de afspraak met Nathalie dat ik niet het gevoel wilde hebben dat ze dingen aan mij gaf en wilde dat onze relatie gelijkwaardig voelde, ook al was het dat op financieel gebied niet. Ik was gewend te geven, maar dit niveau kon ik niet aan. Dat heeft ze goed aangevoeld. Bedenk dat we voor tonnen per maand aan leuke dingen hebben uitgegeven, maar ze heeft dat nooit slecht laten voelen. Ook hier in Nederland kennen we mensen met veel geld, maar dit was next level. Haar jongste dochter woonde nog thuis, die zou een jaar later gaan studeren in New York. Het voelde meteen heel vertrouwd ondanks het leeftijdsverschil en twee totaal verschillende afkomsten. 'Mensen vragen me vaak naar mijn relatie met Michael Boogerd. Laat ik vooropstellen: het spijt me dat ik hem pijn heb gedaan' Zij is Joods-Marokkaans. Kwam ik daar met mijn achtergrond uit Dirkshorn, in de kop van Noord-Holland. Ik vierde ineens sabbat. We hadden echt een prachtige relatie. Los Angeles voelde voor mij als een bevrijding. Het was altijd mooi weer en er was niemand die over mijn wielercarrière begon. Ik kwam terecht in een wereld die nog extremer was dan het wielrennen. Nathalie heeft een grote naam in de kunstwereld, in contemporary art, dus we vlogen de hele wereld over naar alle grote kunstbeurzen. We waren gewoon verliefd en 24 uur per dag met elkaar. Het was zo’n bijzondere periode; heel liefdevol, in een wereld die ik niet kende. Nathalie kende heel veel mensen. Ze bleek goed bevriend met acteur Leonardo DiCaprio, die kwam geregeld langs. Dan speelden we bijvoorbeeld het spelletje Wie ben ik, zaten we met een plakkertje op ons voorhoofd en moesten we raden wie wie was... Zanger Bruno Mars was daar ook weleens bij. Ik was heel spiritueel met Nathalie. Toen ik in Los Angeles woonde, dronk ik nog iedere dag en vaak ook te veel, maar dat deed iedereen daar. Die wereld was zo gek... Aan de ene kant zag ik allemaal ongelukkige mensen om me heen, mensen die veel dronken, die drugsverslaafde kinderen hadden. Maar ik zag dezelfde mensen ook aan soul searching doen. Nathalie had bijvoorbeeld twee healers in dienst, die ons overal in de wereld begeleidden met spirituele dingen. Veel mensen in Beverly Hills weten van gekkigheid niet wat ze moeten doen, dus gaan ze dingen verzinnen, waaronder ook alle vormen van therapie. Wij zaten samen ook in therapie, waardoor ik een enorme zelfontwikkeling doormaakte. Ik ben in die periode ook gestopt met drinken. Ik had een heel druk sociaal leven in LA, met altijd wijn of een wodkaatje-soda. Uiteindelijk is drank een downer, gelukkig realiseerde ik me dat op tijd en ben ik bewust gestopt met drinken. Ik voelde dat ik kapot zou gaan als ik was blijven drinken. Dan zou ik die zielige gast aan de bar worden, die ex-topsporter die lang geleden had gefietst en van wie niks meer was overgebleven.” • Eind 2016 kwam de biografie Thomas Dekker – Mijn Gevecht uit, die hij samen met journalist Thijs Zonneveld schreef. Thomas vertelde openlijk over wat hij had meegemaakt tijdens zijn carrière. Hij gaf openheid over het verborgen leven vol seks, drugs, drank, doping en geld dat hij jarenlang leidde en noemde in de biografie man en paard. Zijn ploeggenoot en maatje Michael Boogerd kwam er ook niet goed vanaf. Helden Magazine 62 Het eerste gedeelte van het verhaal van Thomas Dekker komt voort uit Helden Magazine 62. In deze dubbeldikke editie schittert naast Vivianne Miedema, Ruud Gullit op de cover. Gullit spreekt zich uit over Max Verstappen, Marco van Basten, Louis van Gaal, Erik ten Hag, Ronald Koeman, Virgil van Dijk, Memphis Depay en de Black Lives Matter-discussie. De Oranje Leeuwinnen gaan in Engeland proberen hun Europese titel van 2017 te prolongeren. In het EK vrouwenvoetbal gedeelte spraken we met Dominique Janssen, Jackie Groenen, Jill Roord & Lynn Wilms, Shanice van der Sanden en bondscoach Mark Parsons. In Helden Magazine 62 lees je nog meer interviews en reportages over voetbal. Een gesprek met Luis Sinisterra en zijn trotse moeder. Trainer en oud-voetballer Wim Jonk over Johan Cruijff, Louis van Gaal en Dennis Bergkamp, Molukse voetbalhelden Simon Tahamata & Jack Soumaru én keeper van landskampioen Ajax: Remko Pasveer. Ook spraken we de in korte tijd uitgegroeide boegbeeld van de Nederlandse atletiek: Femke Bol, blikken we samen met drievoudig olympisch kampioen, hockeyster Lidewij Welten en we nemen de carrière door van mountainbike pionier Bart Brentjes en is Jetze Plat een voorbeeld voor velen. Verder was Tim Montgomery de snelste man op aarde, is Cees Bol sprinter bij Team DSM en is Lewis Hamilton de succesvolste Formule 1-coureur aller tijden. Victoria Koblenko daarnaast interviewde Mister Nice Guy en marathonloper Björn Koreman én hockeyster Marijn Veen vertelt over de moeilijke tijd in aanloop naar het WK. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 62 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Wielrennen

De Helden van Jetze Plat

Jetze Plat
Jetze Plat (30) is al jarenlang de te kloppen man in het handbiken en op de paralympische triatlon. In Tokio pakte hij in vier dagen tijd drie keer goud. Hij is een inspiratiebron voor velen. Helden vroeg hem naar zijn helden. Ernst van Dyk “In 2008 mocht ik naar Beijing met een talententeam om naar de Paralympics te kijken. Ik was net zeventien, was een nationaal handbiketalent. De Zuid-Afrikaanse handbiker Ernst van Dyk, een beer van een vent, won goud in China. Ernst had toen al heel veel gewonnen, was een icoon in het handbiken. Door hem ging ik na 2008 veel professioneler met mijn sport om, maar ik ging niet blindelings kopiëren wat hij deed. Ik ben van jongs af aan al eigenwijs, heb altijd graag mijn eigen weg uitgestippeld met hulp van mensen om me heen. Bovendien wist ik toen al dat de aanpak van een ander niet een blauwdruk voor succes bij mij zou zijn. Ik gebruikte Ernst eerder als een stip op de horizon, dacht: als het me lukt om hem op een dag het leven zuur te maken als handbiker, dan zou dat mooi zijn.” Is dat gebeurd? “Ja, ik heb hem meerdere keren verslagen. Ik heb hem ook leren kennen en daardoor werd hij toch een minder grote held voor me dan hij in 2008 nog was. Het is gebeurd dat hij na een wedstrijd die ik won protest tegen mij aantekende. Dat sloeg nergens op. Dat onderstreept mijn opvatting dat het misschien beter is om je held nooit te leren kennen, want dan valt het vaak tegen. Neemt niet weg dat het nog altijd heel knap is wat hij allemaal heeft gepresteerd.” Jij won in Tokio als handbiker de tijdrit, de wegwedstrijd en je won de triatlon. Die drie gouden medailles op de Paralympische Spelen in vier dagen tijd waren ongekend. “Ik ben in 2013 het handbiken en de triatlon op hoog niveau gaan combineren. In Rio won ik goud op de triatlon en brons in de wegwedstrijd handbiken. Het is een flink proces geweest om in beide onderdelen de beste te worden. Onwerkelijk dat het gelukt is.” Misschien hangt een foto van jou op de koelkast bij veel jonge handbikers en triatleten, ben jij voor hen die stip op de horizon? “Dat is toch een vette eer? Ernst van Dyk motiveerde mij om elke dag alles uit mezelf te halen. Alleen maar gaaf als jonge gasten in weer en wind aan het trainen zijn met in hun hoofd om op een dag mij te verslaan.” Ben jij je ervan bewust dat mensen jou als een inspiratiebron zien? “Stiekem wel steeds meer. Als mensen me maar niet zo op een voetstuk plaatsen dat ze niet meer op mij af durven te stappen. Ik ben altijd heel toegankelijk en bescheiden geweest en dat is niet veranderd door de prijzen die ik heb gewonnen. Ik jaag in eerste instantie gouden medailles na, maar ik zie het ook als mijn roeping om mijn sport bekender te maken. De achterliggende gedachte daarbij is dat ik mensen in revalidatiecentra wil laten zien dat met een beperking het leven niet voorbij is.” Vragen talenten je vaak om tips? “Ja, ik ontmoet geregeld mensen die net zijn begonnen met handbiken en hen probeer ik te helpen. Via sociale media krijg ik ook vaak vragen. Of ze vertellen me hun verhaal en laten me weten dat ze voor hun gevoel weer vrijheid hebben sinds ze de handbike hebben ontdekt. Daar word ik dan weer heel blij van. Tijdens wedstrijden moedig ik jonge talenten ook vaak aan. Ik ben iemand die mensen graag motiveert.” Ouders Hans en Maria Mijn moeder is drie jaar geleden op zestigjarige leeftijd overleden aan beenmergkanker. Ruim een jaar eerder werd de ziekte bij haar geconstateerd. Wat ik zo verdrietig vind, is dat zij nog helemaal niet klaar was met het leven. Mijn vader en moeder zijn zo belangrijk voor me geweest, zeker toen ik jong was. Zij hebben ervoor gezorgd dat ik ondanks mijn lichamelijke beperking al vroeg heel zelfstandig werd. Het belangrijkste besluit is dat ze ervoor hebben gekozen om mij in m’n jeugd op een handbike te zetten en daarop naar school te laten gaan, in plaats van dat ik elke dag met de taxi werd gebracht en gehaald. Dat is een levensbepalende beslissing geweest.” Er werd thuis geen uitzondering voor jou gemaakt, toch? “Ik moest ook gewoon helpen in het huishouden, de afwas doen. Ik kreeg ook niet meer aandacht dan m’n oudere broer Matthijs, oudere zus Kirsten en jongere zus Marit.” Wat is de invloed van je ouders geweest op je sportcarrière? “Nou, ze lieten me vooral heel erg vrij. Maar wat ik zeker van hen heb meegekregen, is dat je ergens voor moet knokken. Ik ben van jongs af aan een doordouwer, een aanpakker. Mijn ouders hebben ook veel meegemaakt en ook altijd heel hard gewerkt. Mijn vader heeft een autospuiterij, ze hadden vier kinderen thuis van wie er één een beperking had. Er was altijd wel wat. Bewonderenswaardig wat ze hebben opgebouwd ondanks allerlei tegenslagen. Bij ons thuis werd ook nooit geklaagd. Ik was dus ook van het niet zeuren, maar dat had ook een nadeel: ik kropte dingen heel erg op. Nu weet ik: een keer klagen of je frustraties uiten, mag best als dat oplucht.” Hoe moeilijk vond je het dat je moeder het niet meer mee heeft mogen maken dat je drie keer goud won in Tokio? “Mijn moeder ging het sowieso niet om die gouden medailles, ze was net zo blij en trots op me geweest als ik vierde was geworden in Tokio. Mijn moeder wees me er altijd op dat het bijzonder is dat ik dit mag doen, dat ik de wereld over reis en met mijn sport m’n geld verdien. Ik mis mijn moeder vooral in het dagelijks leven. Als ik raad nodig had bij bepaalde keuzes die ik moest maken, ging ik vaak naar mijn moeder toe. Zij had altijd zo’n nuchtere kijk op dingen.” Praat je nog met haar, hoewel ze er niet meer is? “Ik ben geregeld bij haar graf. Op die momenten kijk ik eerder of alles netjes is, dan dat ik tegen haar praat.” Alessandro Zanardi “Hij is eerst autocoureur geweest, heeft in de Formule 1 gereden. Door een zware crash verloor hij beide benen, waarna hij zich ging toeleggen op het handbiken. Alessandro is een ongelooflijke inspiratiebron voor me geweest. Dat is hij nog steeds, want hij is er gelukkig nog, al is dat door weer een ongeluk, twee jaar geleden, niet in de beste staat van leven. Hij is voor mij een held omdat hij geweldige prestaties geleverd heeft, maar daarnaast is hij ook een fantastisch mens. We waren concurrenten, maar hadden op of rond het podium ook altijd goede gesprekken.” Hij is ook een toonbeeld van veerkracht. “Absoluut. De bevlogenheid als coureur nam hij mee in zijn nieuwe sport. Met een nieuw lichaam ging hij opnieuw all-in. Hij keek altijd of hij met zijn materiaal nog een verschil kon maken, liep op dat vlak altijd voorop. Alessandro zorgde daarmee dat ik daar oog voor ging hebben. Maar waar ik hem ook om bewonderde, is dat hij ook nog heel toegankelijk en vriendelijk was. Je wil niet weten hoe groot hij is in Italië. Als ik zag hoe het er bij hem aan toeging... Iedereen wilde wat van hem. Ik zou af en toe helemaal gek zijn geworden, hij niet.” Waar was jij toen je hoorde dat hij twee jaar terug opnieuw een zwaar ongeluk had gekregen, dat hij tijdens een training tegen een vrachtwagen was geklapt en maanden vocht voor zijn leven? “Ik was op trainingsstage. Lange tijd wist niemand echt hoe het ervoor stond met hem, of hij het zou overleven. Nog altijd is de situatie heel triest. Hoeveel pech kan een mens hebben? Alessandro zocht altijd de rand op. Hij deed tijdens wedstrijden en trainingen soms dingen waarvan ik dacht: dat had ook heel anders af kunnen lopen. In zijn hoofd dacht hij misschien nog steeds dat hij Formule 1-coureur was. Dat was ook zijn kracht, want voor zijn doen ging alles na het autoracen in slow motion.” Wanneer heb je hem voor het laatst gezien? “Bij het WK in Emmen in 2019 waar ik de wereldtitels op de tijdrit en in de wegwedstrijd pakte. We hebben daar ook nog gezellig met elkaar gekletst.” Ben jij iemand die contact probeert te zoeken met familie of vrienden? “Ik heb weleens geappt met mensen die dicht bij hem staan om mijn medeleven te tonen. Tegelijkertijd wil ik me juist niet opdringen. Ik denk dan snel: zitten ze wel op mij te wachten? Zanardi is ook de laatste om wie ik me zorgen hoef te maken of mensen wel medeleven met hem tonen.” Broer Matthijs “Matthijs heeft me ook erg geholpen om de puzzelstukjes in mijn leven op de juiste plek te krijgen. Mijn broer is zes jaar ouder dan ik, maar betrok me overal bij. Alles wat hij deed, wilde ik ook. Hij reed bijvoorbeeld op brommertjes, dus ging ik dat ook doen. Ik moest het door mijn lichamelijke beperking wel allemaal op mijn eigen manier doen. Dus bedacht ik manieren waarop ik toch kon doen wat Matthijs deed. Onbewust motiveerde hij me extra om dingen voor elkaar te krijgen. Matthijs was belangrijk bij het opbouwen van zelfvertrouwen en zorgde er ook voor dat ik tegen een stootje kon. Als ik met Matthijs was, dan gingen we geregeld over het randje. Ik viel geregeld en dat zorgde er ook voor dat ik sterker en zelfstandiger werd. Daardoor kon ik er ook beter mee omgaan als er op school een keer iets werd gezegd wat niet zo leuk was. Ik ben nooit heel erg gepest, hoor, het was alleen even een issue toen ik naar de middelbare school ging, waar niemand me kende. Sommigen moesten even aan me wennen. En dan waren er weleens opmerkingen waar ik verdrietig van werd. Maar ja, dat heeft bijna elk kind toch? 'Ik ben nooit heel erg gepest, hoor, het was alleen even een issue toen ik naar de middelbare school ging, waar niemand me kende. Sommigen moesten even aan me wennen' Ik was dus niet echt een prooi voor pesters, ben ook altijd wel zelfverzekerd geweest, ook door de sport. Ik was ook van jongs af aan aan het sporten, gebruikte altijd mijn schouders en armen. Zowel mentaal en fysiek was ik op sommige punten ook weer verder dan mijn leeftijdgenoten.” Je hebt inderdaad een indrukwekkend bovenlichaam. “De spieropbouw heb ik van jongs af aan gehad. Mijn moeder zei altijd voor de grap dat ik zulke grote handen heb, doordat ik honderd keer per dag viel en me altijd op moest vangen met m’n handen. Vanaf het moment dat ik kon lopen, gebruikte ik al m’n armen als ik een trapje op moest. Fietsen deed ik ook al vanaf heel jong met behulp van m’n armen. Daardoor ontwikkelde mijn lichaam al vroeg spieren.” Als ik dat zo hoor, ben jij ook wel een toonbeeld van veerkracht. “Het is voor mij vanzelfsprekend dat dingen gaan met vallen en opstaan. Letterlijk en figuurlijk. Als het tegenzit, ga ik niet als een dood vogeltje in de hoek zitten. Ik zoek juist meteen naar oplossingen. Het heeft ook met mijn mindset te maken, ik ben van nature nu eenmaal iemand die het glas half vol ziet. Na een tegenslag treur ik niet te lang. Een jaar voor de Paralympics liep ik bij een ongeluk met de motor een scheur in een nekwervel op. Daar baalde ik even flink van. Daarna dacht ik: aan die blessure kan ik niets veranderen, maar wat kan ik doen om mijn herstel te bespoedigen en niet te veel achterstand op te lopen? De coronapandemie was voor elke sporter op weg naar Tokio ook een tegenslag. Ik was met een fietsmaat naar Spanje gereden om te trainen toen daar de lockdown begon. We mochten niet meer op de weg fietsen, dus na drie dagen zijn we het hele stuk weer teruggereden. Je kunt gaan treuren en balen, maar ook bedenken wat je wél kunt doen. Met mijn broer heb ik de corona-tijdritcompetitie in het leven geroepen. Met zijn tweeën hebben we in de polder in Noord-Holland wedstrijdjes gedaan. Matthijs op de racefiets, ik op de handbike. De beste tegenstander is m’n broer, daar wil ik nooit van verliezen. We reden ons het snot voor ogen. Hij heeft me geholpen om af en toe echt diep het rood in te gaan om te proberen hem voor te blijven. Een geweldige manier om fit en gemotiveerd te blijven. Een stukje van mijn gouden medailles komt ook zeker Matthijs toe.” Hoe onderhoud jij je lichaam? “Van huis uit heb ik altijd meegekregen dat ik gezonde voeding moest gebruiken. In aanloop naar belangrijke wedstrijden zorg ik altijd dat ik alle voedingsstoffen tot me neem: dus voldoende eiwitten en koolhydraten. Ik heb een duidelijk voedingsschema, weet precies wat ik eet. Ik ben daar al jaren mee bezig. Doordat ik dat goed heb uitgezocht, hoef ik ook niet te compenseren met allerlei shakes. Ik spar geregeld over mijn voedingsschema met een diëtist. Maar denk nou niet dat ik een Excelsheet heb waarop tot op de gram nauwkeurig genoteerd staat wat ik elke dag mag eten. Met voeding is het vooral ook een kwestie van gezond verstand gebruiken. Dus niet te veel ongezonde dingen eten. Die haal ik dan ook niet in huis. Als je bij mij de koelkast opentrekt, zie je alleen maar gezonde dingen. Kwark, groente, water.” Je bent ook ambassadeur van Campina. “Klopt. Campina moedigt mensen aan om gezonder te leven doormiddel van een goed ontbijt en voldoende beweging. Ik vind het ook belangrijk dat in deze tijd mensen erop worden gewezen hoe ze gezond kunnen leven en kunnen werken aan hun fysieke gezondheid.” Kees van Breukelen “Guido Vroemen is mijn coach en Johan Versluis is mijn krachttrainer. Zij vormen mijn begeleidingsteam. En Kees is mijn klankbord op de achtergrond. Kees heeft mij op mijn tiende m’n eerste handbike uitgeleend waarmee ik mee kon doen aan wedstrijden. Hij was een beetje mijn sportvader, heeft me zien opgroeien. Kees is mijn hoofdcoach geweest tot 2011. Hij is van huis uit geen trainer, is vroeger gymdocent geweest. En hij heeft zelf veel gehandbiket omdat hij een bedrijf in handbikes had. Kees maakte mij heel zelfstandig als sporter, liet mij altijd opschrijven wat ik aan het doen was en dat evalueerden we dan. Hij heeft nooit een schema voor me opgesteld, dat moest ik zelf doen. Door daarna gesprekken te voeren, leerde ik mezelf kennen en dingen herkennen die mij hielpen om zelf een goed trainingsschema op te stellen. Ik zal ook nooit vergeten dat hij rond de Paralympics in Beijing van 2008 een A4’tje had gemaakt. Op dat papiertje stond dat ik in Londen, in 2012, nog geen medaille zou halen, in Rio zou ik één medaille pakken en in Tokio moest het dan twee keer goud worden. Ik combineerde het handbiken toen nog niet met de triatlon. Wat hij destijds op het A4’tje schreef, is precies uitgekomen: geen medaille in Londen, brons in Rio en twee keer goud met handbiken in Tokio. Daar blijkt achteraf wel uit hoe goed hij mij toen al kende. Maar dat A4’tje, dat ik nog steeds heb, vertelt ook hoe weinig druk hij me oplegde, hij kwam niet met te ambitieuze plannen, wist ook heel goed dat het niveau heel hoog was en dat ik echt wel een paar jaar nodig had om te leren en aan te pikken bij de wereldtop. Ook nadat hij stopte als mijn coach, was hij nog jarenlang degene die ik als eerste belde na een wedstrijd. Hij gaf dan ook altijd heel goede feedback.” Spreek je Kees nog vaak? “Ja. Ik organiseer eens per jaar een etentje met mijn begeleidingsteam en nodig Kees ook altijd uit. Vorig jaar zei Kees: ‘Ik wil heel graag nog bij de etentjes zijn, maar ik wil niet langer deel uitmaken van jouw begeleidingsteam, want ik kan je niet zoveel meer leren.’ Dat siert hem. Neemt niet weg dat hij nog altijd belangrijk is voor me. Ik bel hem nog steeds als ik vragen heb of ergens mee zit. Kees is ook een beetje mijn mental coach.” Maarten van der Weijden “Heel knap dat hij, nadat hij genezen was van leukemie, er toch in geslaagd is om olympisch kampioen openwater te worden. Maar wat Maarten voor mij echt een held maakt, is dat hij zijn naam en de sport is gaan gebruiken om geld in te zamelen voor de bestrijding van kanker. Zo mooi dat iemand zich met ziel en zaligheid inzet voor de goede zaak. Door de ziekte van mijn moeder kwam dat nog dichterbij. Als topsporter ben je, zeker in de beginjaren, vooral met jezelf bezig. Elke dag neem je beslissingen die om jou draaien. Langzaamaan kom ik in de fase dat ik het ook leuk vind om anderen te helpen. Maarten heeft die switch als geen ander gemaakt. Hij verzint ook nog eens unieke uitdagingen die enorm aanslaan. Ga het maar bedenken om een Elfstedentocht van tweehonderd kilometer te zwemmen. En zorg dan ook nog maar eens dat het hele land jou op de voet volgt. Petje af. Ik heb Maarten een paar keer ontmoet, kan niets aan hem bedenken waarom hij ook maar een beetje minder mijn held is dan ik al vond.” Maarten stopte in 2008 als topsporter, vlak nadat hij olympisch goud had gewonnen. Er komt een dag dat ook aan jouw hegemonie een einde komt. “Ik hoop dat ik de touwtjes zelf in handen hou, dat ik voor die tijd al heb gezegd dat het mooi is geweest.” Jij hebt afgelopen jaren alle doelen behaald, alles gewonnen wat je wilde winnen en je bent al tijden ongeslagen. Hoe belangrijk is dat voor je? “Ik vind het heel belangrijk dat ik alles heb gewonnen wat ik wilde winnen, maar al die overwinningen zijn ook ten koste gegaan van dingen. Jarenlang heb ik niet eens doorgehad wat ik allemaal heb gedaan en gelaten om mijn doelen te bereiken. Sinds Tokio zie ik meer in wat ik allemaal voor mijn sport moet laten. Ik word een gelukkig mens van gouden medailles, maar ik denk dat ik nog gelukkiger word als buiten de sport het leven ook mooi en goed is. Het is best gevaarlijk als je daar als topsporter over na gaat denken.” Wat zijn nog doelen voor de komende tijd? Je hebt in 2017 de Ironman op Hawaï gewonnen... “De Paralympics in Parijs zijn al over twee jaar en ik wil sowieso daar nog in actie komen. Na Rio had ik meer tijd, had ik de ruimte om me toe te leggen op de Ironman. Want dat vergt een andere manier van trainen. De Ironman in 2017 ging ook nog eens heel erg goed, dus als ik meedoe, dan is het mijn doel om het beter te doen dan destijds. Dat betekent dat ik me nog beter moet voorbereiden. Die ruimte is er nu helaas niet. Verder merk ik dat ik nu niet het vuurtje voel branden zoals ik dat tot en met Tokio voelde. Ik merk dat ik het nu lastig vind om meer dan dertig uur in de week te moeten trainen. De Ironman laat ik voorlopig dus rusten. Het is nu vooral zaak om het vuurtje weer op te poken, om op een rijtje te zetten wat ik nog wil en hoe ik mijn doelen wil bereiken.” 'Ik heb Maarten van der Weijden een paar keer ontmoet, kan niets aan hem bedenken waarom hij ook maar een beetje minder mijn held is dan ik al vond' Wat zit er in je hoofd? Wil je weer voor drie keer goud gaan in Parijs? “Nou, ik heb dit jaar een zijstap gemaakt naar het wheelen van marathons. Dat is ook een heel sterke competitie, die zit ook geïntegreerd in de grote marathons wereldwijd. Ik had dit jaar de marathon van Boston willen doen, maar ik mocht niet meedoen omdat ik nog geen kwalificatietijd kan overleggen. Helaas werd er geen uitzondering voor me gemaakt. Eind dit jaar wil ik meedoen aan de marathons van Londen, New York en Parijs. In mijn achterhoofd zit om op de marathon mee te doen op de Paralympics. Maar tegelijkertijd wil ik voorkomen dat ik een soort circusact word, ik wil wel uitkomen op onderdelen waarop ik ook goud kan winnen. Maar door me toe te leggen op het wheelen van marathons, kan ik wel dat vuurtje in mij weer laten branden.” Maarten is sinds hij stopte wel altijd op zoek gegaan naar nieuwe uitdagingen in het leven. Denk jij dat jij dat ook zal doen als je gestopt bent? “Ik denk dat ik minder de drang zal voelen als Maarten om nog te leven als een op-en-top atleet.” Wat zijn dingen waar je naar uitkijkt als de sportcarrière erop zit? “Ik wil de periode na de sport gebruiken om iets anders eindelijk eens heel goed te kunnen doen. Ik zou het heel vet vinden om talenten – valide sporters en atleten met een beperking – met ziel en zaligheid te helpen. Of ik wil me inzetten voor de gehele Nederlandse sport om te kijken op welke vlakken er nog winst te boeken is. Ik voel heel erg de behoefte om mee te denken en te praten, maar het komt er nu niet van om het goed te doen. Over twee jaar zijn de Paralympics in Parijs alweer. Ik heb nu nog geen tijd om naast mijn sport en sponsorverplichtingen nog een paar uur in de week er iets bij te doen.” Helden Magazine 62 Het verhaal van Jetze Plat komt voort uit Helden Magazine 62. In deze dubbeldikke editie schittert naast Vivianne Miedema, Ruud Gullit op de cover. Gullit spreekt zich uit over Max Verstappen, Marco van Basten, Louis van Gaal, Erik ten Hag, Ronald Koeman, Virgil van Dijk, Memphis Depay en de Black Lives Matter-discussie. De Oranje Leeuwinnen gaan in Engeland proberen hun Europese titel van 2017 te prolongeren. In het EK vrouwenvoetbal gedeelte spraken we met Dominique Janssen, Jackie Groenen, Jill Roord & Lynn Wilms, Shanice van der Sanden en bondscoach Mark Parsons. In Helden Magazine 62 lees je nog meer interviews en reportages over voetbal. Een gesprek met Luis Sinisterra en zijn trotse moeder. Trainer en oud-voetballer Wim Jonk over Johan Cruijff, Louis van Gaal en Dennis Bergkamp. Molukse voetbalhelden Simon Tahamata & Jack Soumaru én keeper van landskampioen Ajax: Remko Pasveer. Ook spraken we de in korte tijd uitgegroeide boegbeeld van de Nederlandse atletiek: Femke Bol, blikken we samen met drievoudig olympisch kampioen, hockeyster Lidewij Welten en een gesprek met Thomas Dekker over een leven van vallen en opstaan. Daarnaast nemen we de carrière door van mountainbike pionier Bart Brentjes. Verder was Tim Montgomery de snelste man op aarde, is Cees Bol sprinter bij Team DSM en is Lewis Hamilton de succesvolste Formule 1-coureur aller tijden. Victoria Koblenko daarnaast interviewde Mister Nice Guy en marathonloper Björn Koreman én hockeyster Marijn Veen vertelt over de moeilijke tijd in aanloop naar het WK. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 62 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Wielrennen

Jonas Vingegaard: Deens dynamiet

Ineens stond hij op het podium in Parijs. Jonas Vingegaard (25) [...]
Ineens stond hij op het podium in Parijs. Jonas Vingegaard (25) werd tweede in de vorige Tour. De Deen van Team Jumbo-Visma verbaasde daarmee ook zichzelf. Dit jaar is hij samen met Primoz Roglic kopman van de Nederlandse ploeg. Reden genoeg om hem beter te leren kennen. De doorbraak “Hoe ik de Tour van vorig jaar zou omschrijven? Het waren een paar bizarre weken. We gingen erheen met Primoz Roglic als kopman, maar hij crashte en moest uiteindelijk afstappen. Wat in de eerste plaats echt gewoon shit was voor ons. We moesten alles omgooien, inclusief onze mindset. Ik was op dat moment de man met de beste papieren en mocht mijn best gaan doen om een zo goed mogelijk klassement te rijden. Uiteindelijk werd ik dus tweede. Dat was heel bijzonder en niemand had dat gedacht. Ik ook niet. Maar ik denk nog steeds dat Primoz in staat was geweest om de Tour van vorig jaar te winnen. Hij was zo sterk op dat moment. Ik was dan wel tweede, maar vind niet dat ik kans had op de eindzege. In de eerste bergetappe verloor ik drieënhalve minuut op Tadej Pogacar omdat ik het lef niet had om hem te volgen. Ik weet zeker dat Primoz dat wel had gedaan.” Het zelfvertrouwen “Ik wist wel dat ik goed was toen ik vorig jaar van start ging in de Tour, maar ik had nooit gedacht dat ik echt een goed klassement kon rijden. Die Tour is echt een omslagpunt voor mij als renner geweest. Ik bedoel: vorig jaar rond deze tijd was ik gewoon een goede renner. En nu ben ik iemand die tweede werd in de Tour. Het heeft me in de eerste plaats veel zelf­vertrouwen gegeven. De etappe waarin we twee keer over de Mont Ventoux reden, heeft me laten zien dat ik mee kan vechten om de winst. Het was ongelooflijk dat ik toen sterker was dan Pogacar. Het moment dat ik hem achter me liet, dacht ik echt: wat gebeurt er, heeft hij een slechte dag, is hij ziek? Ik was gewoon sterk. Ik heb veel geleerd over mijn capaciteiten en mijn zelf­vertrouwen heeft een boost gekregen.” Het saamhorigheidsgevoel “Hoe het team voor mij heeft gevochten vorig jaar is onvergetelijk. Er was geen moment dat ik in de problemen kwam, doordat iedereen voor mij reed. Dat voelde heel bijzonder en dat saamhorigheidsgevoel raakt me nog steeds als ik daaraan terugdenk. Ik weet dat we ook veel kritiek hebben gekregen op de berekenende manier waarop wij toen koersten. Maar voor mij was het perfect, mijn ploeggenoten hielpen mij het beste uit mezelf te halen. En behalve dat, was het mooiste moment uit de Tour voor mij ook de podiumceremonie. Op het podium staan samen met mijn dochter. Een onwerkelijk moment, ik krijg nog steeds kippenvel als ik eraan terugdenk.” De aandacht “Het was heel gek om ineens al die aandacht te krijgen, ik moest daar in de Tour aan wennen. En ook na de Tour; ineens werd ik een bekende Deen. Ik vond dat wel een beetje lastig. Wat prettig is: ik woon in een plaatsje, Hillerslev, met maar 1500 inwoners. We kennen elkaar daar ongeveer allemaal, en ik kende de mensen daar al voordat ik ‘bekend’ werd. Dus daar veranderde eigenlijk niets. Maar als ik dan in de grote stad kwam, wilden veel mensen met me op de foto. Na een tijdje werd het minder, was iedereen het weer een beetje vergeten, hoor. De aandacht laait nu weer op, omdat de Tour dit jaar in Denemarken start. Maar het is niet zo dat ze me thuis lastigvallen.” De zenuwen “Ik heb in het verleden veel last gehad van zenuwen. Ze belemmerden me op verschillende manieren. Juist op momenten dat ik wist dat ik heel goed was, legde ik in wedstrijden zoveel druk op mezelf dat het averechts werkte. Ik pakte kansen niet, omdat ik niet durfde bijvoorbeeld. Met als gevolg dat je aan mijn resul­taten niet kon aflezen hoe goed ik was. Ik heb moeten leren om die zenuwen onder controle te krijgen. Mijn vriendin heeft daar een groot aandeel in gehad. Ze haalde me vaak uit mijn comfortzone. Ze dwingt mij soms situaties op te zoeken die ik van nature onprettig vind. Dus als ik me ergens oncomfortabel bij voel, dan motiveert ze me om het toch te doen. Bijvoorbeeld iets zeggen tegen iemand waarvan ik weet dat het niet goed gaat vallen. Confrontaties opzoeken en over mijn grenzen heen gaan. Ik leer daar veel van en word er volwassener van. Ik ben daar echt sterker door geworden. Je krijgt meer – hoe zeg je dat – haar op je borst? En wat betreft de nervositeit heeft mijn vriendin ook echt een plan met me opgesteld. Heel praktisch; wat ik het beste kan doen en denken als ik nerveus word. Dat werkt. Mijn vriendin is geen psycholoog, maar ze heeft wel heel veel mensenkennis en voelt goed aan wat mensen nodig hebben. En vooral wat ík nodig heb. Ik heb echt geluk met haar. En verder leer ik ook elke koers weer iets.” Het vaderschap “Voor wielrenners ben ik misschien een jonge vader. De meeste wielrenners zijn rond de dertig als ze vader worden. Maar in het gewone leven is 23 niet een heel gekke leeftijd om vader te worden, toch? In Denemarken niet in ieder geval. Ik zie het vooral als een voordeel dat ik jong vader mocht worden. Het is de grootste game changer in mijn leven. Mijn dochter heeft mij en mijn kijk op de wereld veranderd. Het vaderschap maakt je echt volwassen. Simpelweg omdat er iemand in je leven is die je ineens belangrijker vindt dan jezelf. En dat geeft een nieuw perspectief. In mijn geval dat het leven niet alleen uit wielrennen bestaat. En dat is heel rustgevend. Het heeft ook druk van mijn schouders gehaald. Of ik nou eerste word of zestiende, echt belangrijk is het dat ik er voor mijn dochter ben. Neemt niet weg dat wielrennen nog steeds superbelangrijk voor me is, hoor. Of ik aan haar denk tijdens het fietsen? Tijdens de training wel vaak, maar in een koers niet, dan ligt de focus op de wedstrijd. Maar als ik win dan denk ik meteen aan mijn dochter en mijn vriendin.” Primoz Roglic “Van alle teamgenoten ben ik met Primoz het meest close. Hij heeft me ook ontzettend veel geleerd. Van techniek tot hoe je met druk om moet gaan. Ook tijdens races waarin hij aan de leiding stond en ik een goede plek in het klassement had, stond hij voor me klaar met adviezen. Hij heeft altijd in mij geloofd. Begin vorig jaar zei hij tegen iedereen die het wilde horen dat hij geloofde dat ik de Tour kon winnen. Uiteraard reageerde men daar toen een beetje terughoudend op. Ik ook. 'Begin van vorig jaar zei Roglic tegen iedereen die het wilde horen. Dat hij geloofde dat ik de Tour kon winnen. Uiteraard reageerde men daar toen een beetje terughoudend op' Primoz lijkt nooit nerveus te zijn. Zijn beste advies: doe gewoon je best. Als je vijfde wordt, word je vijfde en als je wint, win je. Als je maar weet dat je alles hebt gegeven. ‘Meer dan je best kan je niet doen,’ zegt hij altijd. Ik kijk er naar uit om het kopmanschap met hem te delen in de Tour. In de Ronde van Baskenland hebben we dat al een beetje kunnen oefenen, onze samenwerking is heel prettig. We zijn heel goede vrienden en zijn blij voor elkaar als de ander goed presteert.” De kasseien “Er is dit jaar een kasseienrit in de Tour, dus Primoz en ik zijn gaan oefenen tijdens de GP Denain in april. Natuurlijk kan je ook op kasseien rijden tijdens een training, maar je wil het liefst een echte wedstrijdsituatie op kasseien meemaken. Het is in een wedstrijd hectisch, en dat maakt fietsen over zo’n strook heel anders. Het zal in de Tour trouwens nog hectischer zijn, want die stress is dan echt van een ander level. Maar het was een goede testcase. Ik heb bijvoorbeeld geleerd wat op bepaalde momenten de beste positionering is, maar ook wat we moeten doen bij crashes of een lekke band, aangezien de kans daarop groot is in de kasseienetappe. Het was bijzonder leerzaam.” De vrije tijd “In mijn vrije tijd ben ik het liefste met mijn gezin, ik ben echt een family guy. Omdat ik als wielrenner al veel van huis ben. En als ze er niet zijn, dan kijk ik tv of luister ik naar muziek. Naar The Minds of 99, dat is Deense muziek. Ik vind dat ze in Denemarken goede muziek maken.” De liefde voor fietsen “Mijn vader heeft me leren fietsen. Met zo’n fietsje aan een stok, die je los kunt klikken als het goed gaat. Ik werd echt verliefd op het fietsen toen ik een jaar of tien was. De Ronde van Denemarken startte dat jaar in mijn woonplaats. En de lokale fietsclub had daar een soort hometrainer met een beeldscherm neergezet waarop je virtueel Alpe d’Huez op kon rijden. Ik probeerde het en ze zeiden me toen dat ik echt ontzettend goed was. Achteraf zou het heel goed kunnen dat ze dat tegen iedereen zeiden om zoveel mogelijk nieuwe leden te werven. Het werkte, want ik ging vanaf toen wiel­rennen bij die fietsclub. Het hele proces van trainen, naar m’n topvorm toewerken en op het juiste gewicht komen, fascineert me nog steeds. En ik vind het koersen zelf ook gewoon te gek. De tactiek vind ik mooi. Maar ook dat er soms helemaal geen tactiek is, en dat het gewoon survival of the fittest wordt.” Tour de France special Het volledige verhaal van Jonas Vingegaard komt voort uit de Tour de France Special 2022. Topsporters vertellen in Helden Magazine hun inspirerende verhalen, delen ze hun geheimen en leer je de mens achter de topsporter kennen. In de Tour de France Special van 2022 kom je via interviews, reportages, rubrieken én columns alles over de Tour de France en Tour de France Femmes te weten. In deze Special schittert Mathieu van der Poel de cover. Zijn vader,Adrie van der Poel, vertelt onder meer over de ontwikkeling van Mathieu en geeft zijn zoon nog wat tips. Verder komen ook alleskunner Wout van Aert, Marianne Vos, Tadej Pogacar, Annemiek van Vleuten, Jonas Vingegaard, Lorena Wiebes, Fabio Jakobsen en Dylan Groenewegen voorbij. Wil je het hele nummer lezen? Bestel de Tour de France Special 2022! Wil je geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Abonneer je nu snel en ontvang de Helden Magazine op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Blijf daarnaast op de hoogte van het recentste sportnieuws en leuke winacties door je aan te melden op onze nieuwsbrief en volg ons op onze social mediakanalen.

Wielrennen

Stig Broeckx: ‘Natuurlijk denk ik weleens: shit’

Stig Broeckx was hard op weg naar een mooie [...]
Stig Broeckx was hard op weg naar een mooie carrière als wielrenner. Totdat er een motor frontaal in het peloton reed en hem schepte. Maandenlang lag hij in een diepe coma. Eerst werd voor zijn leven gevreesd, later waren de artsen bang dat hij als een kasplantje verder moest. Maar ‘De Stig’ stond letterlijk op. Kun je niet vliegen, loop Kun je niet lopen, ga Kun je niet gaan, kruip Maar blijf nooit stilstaan Nooit dalen, immer opgaan Het is een deel van het gedicht 'Nooit de moed opgeven' dat Stig Broeckx gedurende zijn lange revalidatie heeft omarmd. Hij staat niet stil bij wat die noodlottige dag op de fiets hem allemaal heeft afgenomen. Hij grijpt juist de kans die hij heeft gekregen door het zware ongeluk te overleven. Moed is zijn beste medicijn. Zijn glas is altijd halfvol. Iedere dag houdt hij zich vast aan zijn nieuwe levensmotto: zeg nooit, nooit. Hij zou het immers nooit kunnen overleven en zou altijd een kastplantje blijven. Hij zou nooit meer kunnen lopen en praten. Zelfstandig leven? Onmogelijk! En fietsen kon hij zeker vergeten. Maar de wielrenner in Stig stond ook in zijn revalidatie op. Iedere keer wilde hij zijn grenzen verleggen. Het moet ongekend zwaar zijn voor een topsporter die in het peloton met ’s werelds besten de strijd aanging om van de ene op de andere dag voldoening te halen uit slechts ieniemienie stapjes vooruitgang. Maar ‘De Stig’ is een boegbeeld van onverzettelijkheid. In de diepst denkbare dalen van zijn leven wist hij steeds met optimisme vooruit te kijken. Juist met deze levensinstelling is hij inmiddels uitgegroeid tot een inspiratiebron voor velen. En daardoor wellicht ook een van de grootste helden die het peloton ooit heeft gekend. • Het is zaterdag 28 mei 2016. Op een loodrechte provinciaalse weg door de Hoge Venen niet ver van Jalhay rijdt tijdens de derde rit van de Baloise Tour of Belgium een motard het peloton in en richt een enorme ravage aan. In kritieke toestand wordt Stig, toen het 26-jarig talent van Lotto-Soudal, naar het ziekenhuis in Aken gebracht. De renner heeft ernstig hersenletsel opgelopen en ligt in een diepe coma. De berichten over zijn toestand zijn somber en onheilspellend. Toch ontwaakt hij ruim zes maanden later, tot grote verbazing van zijn behandelende artsen, uit zijn coma. Met documentairemaker Eric Goens bezoekt hij bijna vier jaar na het ongeluk de plek van het ongeluk in de Ardennen. Hij wil de plaats waar het gebeurde absoluut zien en maakt er zelfs een selfie. In de documentaire zegt hij: ‘Hier is mijn leven veranderd. Ik zeg altijd: alles komt goed. Wat gebeurd is, is gebeurd...’ Het is een vraag die beklijft. Waarom wil iemand de plek terugzien die zijn leven zo drastisch heeft veranderd? Tot die dag was zijn lichaam zijn wapen en zijn conditie zijn munitie. In een fractie van een seconde verloor hij alle spierkracht en werd hij voor een deel een gevangene van zijn lichaam. Hij hoeft geen seconde na te denken wanneer hij die vraag krijgt. “Het bezoeken van die plek was voor mij een afsluiting van een periode, de deuren dicht doen. Niet meer naar het verleden kijken, maar naar de toekomst. Ik wilde nog één keer het ongeluk reconstrueren. Het gaf me moed om verder te gaan met het leven. Het is voor mij immers ook de plek waar ik een doodsmak heb overleefd.” Enthousiast reageert Stig wanneer we de afspraak voor dit interview maken. Via de app stelt hij een tijdstip van negen uur ’s ochtends voor: “Ik heb van tevoren logopedie en zal dus prima kunnen babbelen.” 'De wereld is zo mooi, maar je moet het wel zien. Misschien heb ik er wel meer oog voor gekregen, omdat ik noodgedwongen alles een paar versnellingen lager moet doen' En inderdaad: hij heeft wederom vooruitgang geboekt. Dit is immers de vijfde maal dat we hem in de afgelopen drie jaar ontmoeten. Hij spreekt steeds duidelijker. Het lopen wordt soepeler én gaat zonder stok. Ook het fietsen, naar eigen zeggen soms al met een gemiddelde snelheid van 25 kilometer per uur, gaat hem beter af. “Ik ben vooral blij dat ik nog steeds evolutie zie en geen achteruitgang. Natuurlijk, vroeger als coureur was ik gewend dat ik sprongen vooruit kon maken, nu zijn het allemaal ministapjes. Zo ben ik nu al jaren aan mijn toonhoogte in de stem aan het werken. Die is een stuk lager geworden, waardoor ik beter verstaanbaar ben. En ook het lopen gaat al een stuk minder traag. Maar het is héél, héél veel oefenen.” Helden Magazine 61 Het eerste gedeelte van het verhaal van Stig Broeckx komt voort uit Helden Magazine 61. In deze editie wordt er stil gestaan bij Johan Cruijff. Cruijff zou op 25 april 75 zijn geworden. Barbara en Frits Barend reisden naar Barcelona voor een bijzonder gesprek met Jordi Cruijff over zijn vader. In Helden Magazine 61 lees je een uitgebreid interview met Kiki Bertens en Marit Bouwmeester. De mama’s in spé behoren tot de succesvolste sportvrouwen die Nederland ooit heeft gehad en staan nu voor een nieuwe uitdaging in hun leven. Ook spraken we Justin Bijlow en zijn vriendin, zij verwachten in juni hun eerste kindje. Het gaat de keeper van Feyenoord en Oranje voor de wind. Daarnaast is Jurriën Timber onomstreden in de verdediging bij Ajax en Oranje. Een gesprek over zijn moeder, tweelingbroer Quinten, Curaçao en Louis van Gaal. Ook spraken we met Emma Oosterwegel over haar geheim, hoort Tallon Griekspoor er nu echt bij én behoort Sebastian Langeveld tot de beste Nederlandse klassiekerrenners van het peleton. Joey & Henk Veerman zijn oud-teamgenoten, vrienden en plaatsgenoten. De Volendammers gingen het gesprek aan over onder meer hun vriendschap en transfers. Verder was Gijs van Lennep een succesvolle autocoureur in de jaren zestig en zeventig. Reist Youri Zoon al negentien jaar als kitesurfer de wereld over en gaat nu een nieuwe uitdaging in zijn leven aan: de triatlon. Blikten we terug met Hennie Kuiper op zijn imposante wielercarrière én met Matthijs Büchli en Laurine van Riessen terug op de Spelen in Tokio. Victoria Koblenko trekt een sprintje met 400 meterloper Liemarvin Bonevacia én Jill Roord staat in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij David Leeuw met zijn gezin. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 61 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Wielrennen

Sebastian Langeveld: Fietsverliefd

Sebastian Langeveld (37) behoort al jaren tot de [...]
Sebastian Langeveld (37) behoort al jaren tot de beste Nederlandse klassiekerrenners van het peloton. In aanloop naar een nieuw voorjaar vertelt de ervaren coureur van EF Education-EasyPost over de fascinatie voor zijn materiaal en zijn liefde voor de kasseienkoersen. “Weet ik dat mijn fiets tiptop in orde is, dan krijg ik daar moraal van.” Materiaal “Ik ben al zeventien jaar beroepswielrenner, maar iedere keer als ik bij een koers kom en zie dat er drie of vier fietsen voor me klaar hangen in de vrachtwagen, dan voel ik me een bevoorrecht mens. Dat blijft speciaal. Als wielrenner zijn er weinig dingen belangrijker dan je fiets. Ik ben een materiaalfreak. Van jongs af aan heb ik grote interesse in fietsen gehad. Net als voor de historie en de kampioenen van het wielrennen. Wat dat betreft ben ik van de oude stempel. Ook al zit er een flinke generatiekloof tussen, ik kijk anders naar kampioenen als Mathieu van der Poel en Wout van Aert dan naar andere collega’s. Het materiaal waar ze op rijden en de manier waarop ze op hun fiets zitten, horen daar ook bij. Bij mijn ploeg EF Education-EasyPost rijden we op fietsen van Cannondale en daar ben ik superblij mee. Op het gebied van aerodynamica en gewicht behoren onze fietsen tot de top van het World Tour-peloton. Net als de wielen en banden. Als junior was ik al blij als ik voor het Nederlands kampioenschap twee nieuwe bandjes kreeg van mijn ouders. Bij de profs hebben we de beschikking over het beste van het beste materiaal. Ik vind het iedere keer weer mooi als ik aan het begin van het seizoen de nieuwe fiets krijg om op te trainen en wedstrijden mee te rijden. Ik kan daar echt naar uitkijken. Het frame, de geometrie, de kleur van het zadel; daar kan ik van genieten. Helemaal als het ook nog eens snel gaat. De mecaniciens bij onze ploeg weten dat ik heel precies ben in de afstelling van mijn fiets. Vaak wil ik mijn zadel net een tikje hoger of verder naar achter om de ideale positie te hebben. Ook heb ik graag voor iedere race een nieuw stuurlintje. Er zijn niet veel renners die er zo extreem mee bezig zijn als ik. Het gaat soms best ver, maar voor mij is het een manier om me op te laden richting belangrijke wedstrijden. Het is wie ik ben als renner. Weet ik dat mijn fiets tiptop in orde is, dan krijg ik daar moraal van.” Uitstraling “Ik vind het mooi als het totaalplaatje klopt. Daarmee bedoel ik niet alleen de fiets, maar ook het tenue waar ik in koers. Dit jaar rijden we met EF op witte Cannondale-fietsen en we dragen roze-groene outfits van onze kledingsponsor Rapha. Dat ziet er heel gaaf uit en ook daar krijg ik een boost van. Voordat ik op mijn twaalfde begon met fietsen voetbalde ik bij FC Lisse. Ik speelde in de selectie en dat betekende dat we ieder jaar een nieuwe outfit kregen dat alle spelertjes droegen voor een wedstrijd. Ik vond dat toen al mooi en dat is altijd zo gebleven. Later als jonge wielrenner keek ik graag naar de Rabobank-ploeg. Met die herkenbare oranje tenues hadden ze een goede uitstraling. 'Ik was geen toptalent als Thomas Dekker of Lars Boom. Ik heb het van mijn passie en harde werken moeten hebben' Ik ben echt niet zo neurotisch dat ik vind dat iedereen bij EF hetzelfde kleur shirt moet dragen als we rond een wedstrijd samen aan het avondeten zitten, maar ik vind het wel netjes als de kleding er gesoigneerd uitziet. Acteer je op het allerhoogste niveau, dan hoort daar in mijn ogen een zekere uitstraling bij. Net zoals ik het ook iets vind hebben om voor een speciale wedstrijd een nieuw setje kleding aan te trekken. Dat zit gewoon in mijn systeem. Ik voel me dan net een paar procentjes lekkerder.” Helden Magazine 61 Het eerste gedeelte van het verhaal van Sebastian Langeveld komt voort uit Helden Magazine 61. In deze editie wordt er stil gestaan bij Johan Cruijff. Cruijff zou op 25 april 75 zijn geworden. Barbara en Frits Barend reisden naar Barcelona voor een bijzonder gesprek met Jordi Cruijff over zijn vader. In Helden Magazine 61 lees je een uitgebreid interview met Kiki Bertens en Marit Bouwmeester. De mama’s in spé behoren tot de succesvolste sportvrouwen die Nederland ooit heeft gehad en staan nu voor een nieuwe uitdaging in hun leven. Ook spraken we Justin Bijlow en zijn vriendin, zij verwachten in juni hun eerste kindje. Het gaat de keeper van Feyenoord en Oranje voor de wind. Daarnaast is Jurriën Timber onomstreden in de verdediging bij Ajax en Oranje. Een gesprek over zijn moeder, tweelingbroer Quinten, Curaçao en Louis van Gaal. Ook spraken we met Emma Oosterwegel over haar geheim én hoort Tallon Griekspoor er nu echt bij. Joey & Henk Veerman zijn oud-teamgenoten, vrienden en plaatsgenoten. De Volendammers gingen het gesprek aan over onder meer hun vriendschap en transfers. Bovendien een bijzonder interview met Stig Broeckx, de oud-wielrenner lag maandenlang in diepe coma en was gedoemd een kasplantje te worden, maar stond letterlijk weer op. Verder was Gijs van Lennep een succesvolle autocoureur in de jaren zestig en zeventig. Reist Youri Zoon al negentien jaar als kitesurfer de wereld over en gaat nu een nieuwe uitdaging in zijn leven aan: de triatlon. Blikten we terug met Hennie Kuiper op zijn imposante wielercarrière én met Matthijs Büchli en Laurine van Riessen terug op de Spelen in Tokio. Victoria Koblenko trekt een sprintje met 400 meterloper Liemarvin Bonevacia én Jill Roord staat in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij David Leeuw met zijn gezin. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 61 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.