Word abonnee

Wielrennen

Wielrennen

‘Ik heb bijna twee jaar niet op niveau kunnen rijden’

Wielrenner Sam Oomen (26) bulkt van het talent. [...]
Wielrenner Sam Oomen (26) bulkt van het talent. Maar naast hoge pieken kende zijn carrière tot nu toe ook diepe dalen. In aanloop naar de Vuelta (14 augustus-5 september) bespraken we met de renner van Team Jumbo-Visma zijn leven aan de hand van vijf muzieknummers. THE TALLEST MAN ON EARTH Wind and Walls “De muziek van The Tallest Man on Earth leerde ik een jaar of tien geleden kennen in de auto. Op zondagochtenden vertrok ik heel vroeg met mijn stiefvader naar wielerwedstrijdjes. In de ochtend luisterden we naar het programma Vroege Vogels op Radio 1, op de terugweg in de middag zette hij zijn eigen muziek op. Daar zaten nummers van The Tallest Man tussen. Het eerste nummer dat ik hoorde, vond ik meteen prachtig. Het was het nummer Wind and Walls. Ik wist niet eens waar hij precies over zong, zijn teksten zijn heel poëtisch, maar het raakte me wel. Sindsdien ben ik fan van zijn muziek. Als hij in de buurt optreedt, ga ik altijd naar zijn concerten. Live vind ik hem nog inspirerender en intenser dan via Spotify of de radio. Toevallig zat ik laatst weer eens op een zondagochtend vroeg in de auto. Ik had Vroege Vogels aangezet en kreeg meteen zo’n nostalgisch gevoel, want ik heb zulke mooie herinneringen aan die tijd. Passie voor het wielrennen heb ik al van jongs af aan. Ik ben altijd fan geweest van racen, speelde vroeger ook graag van die autoracespelletjes op de computer. Die drang om te racen kon ik ook heel goed kwijt op een racefietsje. Voetbal en judo heb ik ook geprobeerd, maar daar vond ik niks aan. Bij TWC Pijnenburg heb ik een keer meegedaan met een training en een wedstrijdje gereden. Ik kon meteen helemaal mijn ei kwijt in het wielrennen, met die snelheid. Als eerstejaars junior won ik vervolgens een wereldbekerwedstrijd in Zwitserland. Toen dacht ik voor het eerst: ik ben misschien wel bovengemiddeld goed. Daarna ging het in stapjes. Ik kwam bij het Rabobank Development Team terecht en had voor het eerst het idee dat ik ook profwielrenner kon worden.” JOHN MAYER In Your Atmosphere “Van dit nummer ben ik zo’n fan dat ik het ook heb leren spelen op piano en gitaar. Op de middelbare school heb ik er mee op het podium gestaan. Ik heb het me op alle mogelijke manieren eigen gemaakt, het voelde ook een beetje alsof het van mij was. Ik kan me ook vinden in de tekst. Het gaat erover dat als bijvoorbeeld je relatie is verbroken, je ook niet meer naar die plek wil gaan waar je samen altijd kwam. Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Wielrennen

Demi Vollering: ‘Dromenjager’

Demi Vollering (24) is het boegbeeld van een [...]
Demi Vollering (24) is het boegbeeld van een nieuwe generatie Nederlandse wielrensters. De renster van SD Worx won Luik-Bastenaken-Luik en La Course, werd derde in de Giro Donna, vertegenwoordigde Nederland op de Spelen en is kanshebber op de wereldtitel (eind september in Leuven). Ik ben het gezicht van een nieuwe generatie Nederlandse wielrensters “Ik voel het niet zo, hoor, maar ik krijg de laatste tijd vaak dat stempel opgeplakt. Het is gelukkig ook niet zo dat ik het hele Nederlandse vrouwenwielrennen op m’n schouders hoef te dragen. Er zijn heel veel goede Nederlandse rensters. Kijk alleen al bij ons in de ploeg bij SD Worx, waarvoor ik sinds dit jaar rij. Amy Pieters, Chantal van den Broek-Blaak en Anna van der Breggen zijn stuk voor stuk geweldige rensters van wie ik veel leer. Ik vraag alles aan hen, ben weleens bang dat ze gek van me worden. Bij Anna kan ik blijven aankloppen, ze heeft zoveel geduld en legt me alles altijd rustig uit. Voor het NK tijdrijden reed ik bijvoorbeeld met Anna het hele parkoers en bij elke bocht vroeg ik informatie. Zij is zo goed in tijdrijden, ik wilde weten hoe ze de bochten aansneed en waarom. Of ik ging in haar wiel zitten om precies de lijnen te rijden zoals Anna die reed. Al die informatie probeer ik op te slaan. De laatste tijd val ik meer op door mijn resultaten. Met als hoogtepunt de overwinningen in Luik-Bastenaken-Luik en La Course dit jaar. Met Chantal heb ik goede gesprekken gevoerd over wat er gebeurt als ineens meer mensen naar me kijken en als de media me gaan volgen. We hadden het erover dat de Nederlandse media soms best hard kunnen zijn. Met Anna heb ik het daar ook weleens over. Zij houdt me voor dat ik me niet veel aan moet trekken van wat er wordt gezegd of geschreven. Zo is het ook. En een beetje kritiek op z’n tijd is ook niet erg, dat houdt me scherp. Vorig jaar bij het NK werd gezegd dat ik nog niet goed genoeg was voor de absolute top. Dat sloeg ik op. Ik dacht: wacht maar. Vorig jaar werd ik derde in La Course en tijdens de wedstrijd kwam die opmerking naar boven borrelen toen ik het heel zwaar had. Ik dacht: mooi niet dat ze straks weer over me kunnen zeggen dat ik nog niet goed genoeg ben voor de top. Het was voor mij de motivatie om nog dieper te gaan.” Ik had liever in de schoenen van Antoinette de Jong gestaan “Nee. Ik heb met wielrennen mijn bestemming gevonden. Vijf jaar geleden stond ik tijdens de Olympische Spelen in Rio aan de voet van de Mont Ventoux met mijn schaatsvereniging, had ik nog de droom om als schaatser naar de Spelen te gaan. Veel wielrennen keek ik niet in die tijd. Tijdens de Spelen in Rio was ik vooral bezig met mijn neef Joost van der Burg die in 2016 als baanwielrenner meedeed. Hij kwam ten val op de ploegenachtervolging, vreselijk vond ik dat. Joost en zijn zus Nancy, die nu voor Jumbo-Visma fietst, waren van jongs af aan mijn grote voorbeelden. Zij reden al op jonge leeftijd wedstrijden op de fiets en dat wilde ik ook. Vooral mijn nicht was mijn voorbeeld, niet voor niets noemde ik al mijn barbies Nancy. Ik kwam heel vaak bij mijn oom en tante over de vloer, zat daar elk weekend en in de vakanties. Ik ben zelf de oudste thuis, zij voelden als mijn oudere broer en zus van wie ik de kunst af kon kijken en ik keek echt tegen hen op. In het begin reed ik wat dikkebandenraces, mocht van m’n ouders op m’n tiende bij de wielerclub waardoor ik in de weekenden toertochtjes met kinderen van mijn leeftijd kon rijden vanuit Pijnacker, waar ik vandaan kom. Ik kom uit een gezin met vier kinderen, thuis staat veel in het teken van de bloemkwekerij van mijn vader en oom, waarin het vooral draait om snijhortensia’s. Tijd om met mij het land door te rijden voor wedstrijden op de racefiets was er niet. Daarom bleef het lang bij dikkebandenraces. En in de wintermaanden schaatste ik bij de ijsvereniging in de buurt. Op mijn zestiende reed ik mijn eerste wedstrijden op de racefiets. Er werd al wel gezegd dat ik een goede techniek en het juiste postuur had, maar een trainer had ik niet. Ik kreeg wel een papiertje mee met wat trainingen, maar die vond ik niet zo interessant. Ik fietste twee keer in de week en dat was het. In vergelijking met mijn leeftijdgenoten stelde het niets voor. De meeste tijd stak ik in het schaatsen, dat ging me veel beter af. In de zomer skeelerde ik ook veel. Mijn schaatstrainer was de eerste die me wat fietstraining gaf. Ik merkte meteen dat ik beter ging fietsen. Maar: ik kwam ineens niet meer in de buurt van mijn persoonlijke records op de schaats. Ik snapte er niets van, raakte gefrustreerd. In die periode leerde ik mijn vriend Jan kennen. Hij was amateurwielrenner en nam me mee op fietstraining naar de Ardennen. Hij merkte dat ik snel herstelde na inspanningen en zei toen: ‘Volgens mij kun je beter voor het wielrennen kiezen. Ik denk dat je heel veel talent hebt.’ Ik was in het begin heel boos dat hij dat zei, wilde gewoon schaatsen en vond het leuk en we hadden zo’n mooie groep, dat wilde ik niet zomaar opgeven. We gingen zelfs in de zomer met elkaar op vakantie. Het was m’n lust en m’n leven. Ik riep altijd dat ik nooit zou stoppen met schaatsen. Bovendien: ik was al twintig, moest ik op die leeftijd nog volledig voor het wielrennen kiezen? Maar ik zag ook in dat ik steeds beter begon te fietsen. Ik ging bij de Swabo-ploeg rijden en daar was Stefan van Klink mijn ploegleider. Hij werd mijn eerste echte fietstrainer, zei meteen: ‘Ik denk dat we van jou wel een profrenster en goede klimmer kunnen maken.’ Ik maakte met hem een doelenlijst voor het eerste, tweede, derde en vierde jaar. De doelen die ik voor mijn vierde jaar had opgeschreven, haalde ik al in m’n eerste jaar... Stefan liet me niet alleen maar wedstrijden op het vlakke rijden, maar ook in Zweden en Thüringen. Stond ik opeens op het podium. Het klimwerk heeft mij altijd gelegen. Ik dacht vroeger altijd dat ik totaal geen sprintster was, maar de laatste tijd is duidelijk geworden dat na een flinke inspanning ik nog best explosief ben. Voor mij is het ideaal om een koers zwaar te maken. Na een zware inspanning ben ik vaak een van de snelste klimsters die nog over zijn. Toen ik bij het NK in 2018 en daarna in de Ardèche ook nog eens heel goed reed, kreeg ik ineens aanbiedingen van tal van profploegen. Ik koos voor Parkhotel Valkenburg. Schaatsen vind ik nog steeds fantastisch. De snelheid op het ijs, vol gas de bocht in vliegen. Het lijkt me geweldig om technisch zo goed te kunnen schaatsen als Antoinette de Jong. Ik heb afgelopen jaar helaas helemaal niet op het ijs gestaan. Toen er hier in Nederland natuurijs lag, zat ik in Spanje. Daar baalde ik enorm van. Mijn collega Lonneke Uneken, die ook veel heeft geschaatst, en ik zaten constant op onze telefoons alle filmpjes van natuurijs te kijken. Wij fietsten vier uur lang in de zon, maar wij wilden juist lekker in de vrieskou zijn. Ik heb nog veel vriendinnen uit de tijd dat ik schaatste. Van onze groep is helaas niemand echt doorgebroken als schaatsster.” ‘Ik riep altijd dat ik nooit zou stoppen met schaatsen. Bovendien: ik was al twintig, moest ik op die leeftijd nog volledig voor het wielrennen kiezen?’ Ik ben goed, maar mijn zusje Bodine is nog veel beter “Dat zou best kunnen. Bij Bodine ging vroeger altijd alles zo makkelijk. Mijn zusje heeft veel talent. Ze deed er niet eens haar best voor en toch won ze. Ze kwam over de finish en zei: ‘Ik had nog wel drie rondjes kunnen rijden.’ Ik dacht dan vaak: waarom fiets je dan niet anders, want dan kun je ook wegrijden en solo aankomen. Dat mentale deel is ook belangrijk als je de top wil halen, ik denk dat mijn zusje nog wel moet leren ergens hard voor te vechten. Bodine is nu achttien, als ze bereid is om echt te gaan werken, dan kan ze ook heel ver komen. Vorig jaar is ze geslaagd voor de havo. Ze besloot daarna voor het vwo te gaan. Tegen mijn vriend Jan zei ze: ‘Ik heb nooit in mijn leven ergens hard voor moeten werken, nu ga ik dat eens doen: ik ga voor het vwo.’ Ik vind het mooi dat ze die inzichten krijgt. Ik heb het er eigenlijk nooit over met mijn zusje hoe mooi het zou zijn om ooit samen in het peloton te rijden. Dat doe ik expres niet, want ik wil haar geen druk opleggen. Bovendien is het goed dat ze eerst haar school afmaakt. Maar laatst kwam Bodine er zelf een keer mee. We hadden het aan de eettafel over haar toekomst. Uit het niets zei ze: ‘Ik kan jou toch ook gaan helpen op de fiets? Misschien kan ik voor jou de sprint aan gaan trekken.’ Ik vond het leuk dat ze daar zelf mee kwam. Bodine is de jongste bij ons thuis. Daarboven zit Nena, die ook heeft gefietst, maar een studie verpleegkunde is gaan doen. Vervolgens mijn broertje Jake, en ik ben de oudste. Een paar jaar geleden vlogen we elkaar nog weleens in de haren. Toen ik serieus begon met fietsen, zaten mijn zusjes allebei in de puberteit. Ze wilden niks van me weten, vonden het allemaal maar gedoe met mij. Als ik me met hen bemoeide, vonden ze dat bloedirritant. Als ik er wat van zei dat ze een zak chips leeg zaten te vreten, dan riepen ze: ‘Als ik chips wil eten, dan eet ik chips!’ Mijn moeder zei vaak: ‘Probeer eens vriendinnen van elkaar te zijn.’ Dan zei ik dat ik het wel probeerde, maar dat die meiden het echt niet wilden. Bodine was een vervelende puber, zette zich echt tegen me af. Laatst zei ze: ‘Ik was in die tijd echt niet aardig tegen jou, hè?’ Nu is de band met Jake, Nena en Bodine heel goed. Ieder heeft z’n eigen ding, we zitten niet veel meer op elkaars lip. Heel veel hebben we het niet over fietsen als ik thuis ben, hoeft ook niet. We zijn een nuchter gezin. Ik merk wel dat ze heel trots op me zijn. Toen ik Luik-Bastenaken-Luik won, in april dit jaar, was iedereen zo blij. En ook toen ik hoorde dat ik bij de olympische ploeg zat. Nena en Bodine zaten met elkaar te kletsen toen ik het telefoontje van bondscoach Loes Gunnewijk kreeg en hoorde dat ik in Tokio de wegwedstrijd mocht rijden. Ik werd heel emotioneel. Mijn zusjes zagen me huilen en kwamen meteen naar me toe. Ze vroegen: ‘En? Je gaat, hè!’ Tussen mijn tranen door kon ik zeggen: ja, ik ga. M’n zussen waren door het dolle heen. Zo mooi. Nu ik eraan denk, begin ik weer te huilen... Mijn zussen maakten er meteen een grap van, zeiden: ‘Je moet nu naar beneden gaan en tegen mama zeggen dat je niet gaat. Maar dan moet je wel blijven huilen, hè.’ Dat wilde ik wel proberen. Mijn moeder was de was aan het opvouwen toen ik zei dat ik niet naar de Spelen ging. Maar heel lang kon ik het toneelspel niet volhouden. Toen ik m’n moeder vertelde dat ik naar Tokio ging, knuffelde ze me. En m’n zusjes deden dat ook. We waren allemaal zo blij. Daarna zeiden we tegen elkaar: ‘Kom, we gaan het papa vertellen.’ Ik liep de tuin in en mijn zusjes renden achter me aan. Het raakt me nu nog zo omdat mijn grote droom uitkwam en dat het hele gezin er zo mooi op reageerde. Ik ben nooit zo goed met woorden, ook thuis niet. Dat heb ik van mijn vader. Mijn vader en ik voelen elkaar altijd heel goed aan. We zijn geen praters, meer binnenvetters, maar kunnen tegelijkertijd wel emotioneel worden. Bij mij komen de tranen als ik ergens heel bewust bij stil ga staan. Toen ik Luik-Bastenaken-Luik won, zei ik tegen mezelf: niet aan papa en mama denken, want dan komen de tranen. De weg die ik heb afgelegd om te komen waar ik nu ben, emotioneert me. Na een overwinning denk ik snel aan mijn ouders, broer en zusjes, opa’s en oma’s en natuurlijk Jan. Als ik dan bedenk dat ze zo trots op mij zijn... Ja, dan komen de tranen.” ‘Toen ik Luik-Bastenaken-Luik won, zei ik: niet aan papa en mama denken, dan komen de tranen. De weg die ik heb afgelegd om te komen waar ik nu ben, emotioneert me’ Zonder mijn vriend Jan had ik nu in de bloemkwekerij van mijn vader gewerkt “Dat zou best kunnen. Vanaf m’n twaalfde werkte ik al mee in de kas om een zakcentje te verdienen. Ik deed vaak de rotklusjes, zoals onkruid wieden. De interesse voor de natuur en liefde voor planten kreeg ik van jongs af aan mee. Na de middelbare school heb ik de opleiding Flower Design gedaan en ik heb in bloemenwinkels gewerkt. Boeketten maken vond ik heel leuk. Ik heb ook veel bruidsboeketten gemaakt. Zoiets zou ik wel weer leuk vinden om te doen in de toekomst. Het bedrijf van mijn vader overnemen is een ander verhaal. Aan mijn vader zie ik hoeveel tijd en aandacht het kost, hij kan moeilijk weg, is dag en nacht bezig. Maar hoe het er bij ons thuis aan toeging, heeft me wel mede gevormd als mens en wielrenster. Mijn ouders zijn niet van het stilzitten, dus als mijn zusjes, broertje of ik even niets aan het doen waren, zei mijn moeder vaak: ‘Ga maar even onkruid wieden of vragen of je vader nog wat te doen heeft.’ Ik was al snel zelfstandig en nooit te beroerd om de handen uit de mouwen te steken. Ik zie van jongs af aan dat mijn ouders altijd hard aan het werk zijn zonder te zeuren. Dat neem je over. Toen het fietsen serieuzer werd, lag ik na een training geregeld op de bank. Dat was even wennen voor m’n ouders. Kwam m’n moeder zuchtend voorbij met de stofzuiger in de hand. Zei ze: ‘Heb je niets beters te doen?’ Mijn ouders begrepen niet zo goed dat je als sporter ook af en toe je rust moet pakken. Ze zeiden: ‘Rusten? Ga gewoon aan het werk, daar word je ook sterker van. Je bent nog jong, dus je kunt een hoop aan.’ Het wielrennen werd echt serieus toen Jan in m’n leven kwam. We leerden elkaar kennen via Instagram. Ik zag een foto van Zwitserland voorbijkomen. Ik heb de foto geliket, zonder te weten van wie die was en ik kreeg een like terug en dacht meteen: dat is een leuke jongen. We raakten aan de praat. Eerst vooral via Instagram en WhatsApp. Na een tijdje hadden we een echte date. Jan kon mij niet echt goed peilen. Ik ben best rustig, praat niet heel veel uit mezelf, ben best verlegen. Er waren soms van die stiltes tijdens die eerste date. Jan is een makkelijke prater, wist niet precies wat die stiltes betekenden. Toen we weer naar huis gingen, gaven we elkaar een knuffel. Ik zei: tot de volgende keer. Ik schrok van m’n eigen opmerking, dacht meteen: misschien vond hij het helemaal niet leuk met me. Dus toen zei ik er snel achteraan: toch? Een volgende keer kwam er al snel. We waren allebei niet zo op zoek, kwamen net uit een relatie, maar we vonden elkaar zo leuk, dat we er al snel niet meer omheen konden. Jan helpt me zo goed, kan heel goed praten en is ook mijn manager. Hij is ook iemand die me motiveert, ik heb soms toch die schop onder m’n kont nodig. Dankzij Jan heb ik dus de stap gemaakt om echt voor het wielrennen te gaan, vier jaar terug. Het was eng, want ik had ineens geen inkomen meer. Ik had wel gespaard, ben best zuinig en doe niet vaak grote uitgaven. Ik woonde thuis, dat scheelde. En Jan hielp met alles, had wel een inkomen. Door hem stond ik er niet alleen voor. Terugkijkend is het natuurlijk een geweldige stap geweest. Het is zo mooi dat we dit allemaal samen meemaken. Ik ben Jan zo dankbaar voor alle steun.” Mijn geheim is de Zwitserse berglucht “Misschien wel. Als ik bij Jan in Zwitserland ben geweest en daar heb getraind, merk ik dat ik meteen weer harder fiets. Ik kan daar in de bergen trainen en de schone lucht is natuurlijk ook heerlijk. Ik vind het ook zo relaxed daar. In Nederland ben ik veel meer afgeleid. Er zijn altijd afspraken. Als ik in Zwitserland ben, hoef ik verder niets. Kan ik trainen zonder afleiding. Daarna lekker rusten. Ik neem vaak Flo, de hond, mee naar Zwitserland. Kan ik in de zomer nog een stukje lopen met de hond. In de winter gaat ze ook mee als Jan en ik gaan toerskiën. Dat heb ik daar ook helemaal opgepakt. Met ski’s lopen we dan eerst een berg op, om als we boven zijn samen naar beneden te skiën. Jan komt uit Zeeland. Op onze eerste date zei hij meteen: ‘Ik ga wel ooit in Zwitserland wonen, want dat lijkt me zo mooi.’ Hij was er al meerdere keren geweest op vakantie. Ik heb hem aangemoedigd die stap te zetten. Jan is toen met zijn broer weer drie weken op vakantie gegaan naar Zwitserland, heeft rondgereisd en de Mont Blanc beklommen en tussendoor gesolliciteerd voor een baan als operatieassistent in het ziekenhuis in Luzern. Hij was aangenomen, maar moest alleen nog een talencursus doen, omdat zijn Duits niet goed genoeg was. Toen we bijna een jaar een relatie hadden, is Jan naar Zwitserland verhuisd. Dat was in oktober 2017. We proberen elkaar zoveel mogelijk te zien. Jan werkt inmiddels in Basel als afdelingshoofd OK en studeert daarnaast. Hij werkt lange dagen doordeweeks en komt vaak in de weekenden naar Nederland. Of ik ga naar Jan toe op dagen dat hij vrij is.Voor mijn gevoel zijn we best vaak samen en als we samen zijn, hebben we ook echt tijd voor elkaar. ‘Het gaat nu allemaal heel goed, maar ik moet wel blijven presteren. Ik wil voorkomen dat ze van mij kunnen zeggen: ‘Die Demi was een eendagsvlieg’’ Ik zou in de toekomst heel graag samen in Zwitserland willen gaan wonen. Het leven daar trekt mij net wat meer dan hier. De bergen, de schoonheid, de rust. Als kind zou het me ook heel mooi lijken om in Zwitserland op te groeien. Dat is nog een extra reden om in de toekomst daar te gaan wonen... Ik vind het mooi om te zien dat de mensen in Zwitserland met het gezin in de weekenden de bergen in trekken. Om te sporten of lekker ergens te picknicken. Of ze nemen vlees mee en maken een vuurtje van hout dat er ligt. Dat ziet er altijd zo mooi en gezellig uit. Dat wil ik ook voor mijn kinderen.” Nog zes jaar en dan ga ik Anna van der Breggen achterna “Wat Anna allemaal heeft gewonnen: olympisch goud, wereldtitels, de Giro Rosa meerdere keren. Geweldig. Daar kan ik alleen maar van dromen. Anna stopt na dit seizoen op haar 31ste, voor mij begint het nu allemaal. Ik win wedstrijden en hoop dat de komende jaren zoveel mogelijk te blijven doen. Anna wordt ploegleidster bij SD Worx en heeft een kinderwens. Ik heb vroeger al veel training gegeven en vond dat heel leuk om te doen. Ik vind het leuk om kinderen te inspireren en motiveren om te sporten en lekker buiten te zijn. Dat zou zomaar iets kunnen zijn voor mij over een paar jaar. Of zelf een ploegje opzetten. Het opleiden van rensters lijkt me heel tof. Ik help nu ook heel graag. Meiden met wie ik heb gefietst, vertel ik ook dat ze me altijd mogen bellen voor tips. En daar maken ze soms ook gebruik van. Ik knijp mezelf in m’n arm wat ik allemaal meemaak. Soms sta ik er weleens bij stil, denk ik: goh, het is wel heel gaaf allemaal. Het gaat nu allemaal heel goed, maar ik moet wel blijven presteren. Ik wil voorkomen dat ze van mij kunnen zeggen: ‘Die Demi was een eendagsvlieg.’” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Wielrennen

Tourmomenten Dione de Graaff

Dione de Graaff is natuurlijk ook deze Ronde van [...]
Dione de Graaff is natuurlijk ook deze Ronde van Frankrijk het gezicht van De Avondetappe. We vroegen de presentatrice naar haar vijf Tour-momenten. Op 5: Chris Froome rent in gele trui en zonder fiets de Mont Ventoux op, op 14 juli 2016. “Herman van der Zandt en ik gingen in 2016 voor het eerst samen De Avondetappe presenteren. Die etappe naar de Mont Ventoux was bizar. Door de harde wind konden de renners niet doorrijden naar de top en werd de streep in Chalet Reynard gelegd. Het was heel erg druk langs de weg. En toen was er die val door een motor die door de drukte niet verder kon. En daar rende ineens Chris Froome in zijn gele trui, maar zonder fiets op zijn onhandige klikschoentjes tussen het publiek omhoog. Dat was zo onwerkelijk en idioot. Zie ik dit nou goed, dacht ik. Ik zat bij een wijnboer in Carpentras naar de tv te kijken met Wilfried de Jong, want daar vandaan zou de uitzending van De Avondetappe die avond komen met Wilfried als gast. We moesten snel schakelen. Het was mooie sport, maar het draaiboek voor de uitzending dat we hadden opgesteld kon meteen de vuilnisbak in. Ik vind die onverwachtse momenten het mooist. Dan moet je anticiperen. Wilfried is daar natuurlijk geweldig in, die kan zo makkelijk switchen. Het werd daardoor een fantastische uitzending. En het mooie was dat er eindelijk sensatie was, al won Froome dat jaar wel gewoon de Tour. Er gebeurde tenminste wat. De overmacht van de Sky-ploeg duurde al een paar jaar. Heel knap, maar het maakte het koersverloop een beetje saai. Het leek allemaal een beetje computergestuurd. Ik vond het niet de leukste jaren om de Tour te volgen. Neemt niet weg dat ik ook in die jaren kon genieten van geluksmomentjes of bijzondere verhalen van renners in de achterhoede, daar ging ik in die tijd wat meer naar op zoek. Voor mij is wielrennen veel meer dan met de armen omhoog over de streep rijden. Het gaat mij bovenal om de verhalen.” Het volledige verhaal lezen? Je kunt het magazine in de winkel halen óf online bestellen!

Wielrennen

Bart Brentjes: ‘Mathieu van der Poel is geen domme jongen, hè’

Mathieu van der Poel combineert al jaren [...]
Mathieu van der Poel combineert al jaren veldrijden, wegrennen én mountainbiken. Dit jaar won de 26-jarige alleskunner zijn vierde wereldtitel als veldrijder. Op 26 juni begint hij aan zijn eerste Tour de France met Alpecin-Fenix. En op 26 juli gaat MvdP proberen zijn droom na te jagen om als mountainbiker olympisch kampioen te worden. “Ik moet de situatie accepteren zoals die is. Corona was shit, maar niet alleen voor mij,” verzucht Mathieu van der Poel. Aan de tekentafel had het Plan MvdP er prima uitgezien: in 2020 ging hij zijn olympische droom op de mountainbike najagen en een zomer later stond zijn debuut in de Tour de France op het programma. Door het coronavirus kon het originele plan in de prullenbak. De Olympische Spelen werden een jaar uitgesteld, waardoor hij deze zomer de Tour en Tokio moet combineren. Mathieu is tot zeer bijzondere dingen in staat, bewees hij al vaak genoeg, maar dit is zelfs voor hem een lastige puzzel. Gerben de Knegt, bondscoach van de mountainbikers, liet al weten dat het voor zijn kip-met-de-gouden-eieren beter zou zijn als hij de Tour dit jaar over kon slaan. “De Tour skippen is geen optie,” stelt Mathieu, kopman van Team Alpecin-Fenix. “Mijn deelname is voor de ploeg en de sponsors heel belangrijk. Wij debuteren als ploeg in de Tour. Ik snap dat ik daar moet zijn. Ik vind het ook gewoon cool.” Ten overvloede zegt hij: “Als de Spelen gewoon in 2020 hadden plaatsgevonden, was er niets aan de hand geweest. Er was een prima langetermijnplanning. Het is helaas anders gelopen, alles valt ineens samen. De voorbereiding op de Spelen is nu niet ideaal. Het is vooral een zaak om er in m’n hoofd geen punt van te maken. Ik moet met de juiste mentale gemoedstoestand aan de start staan op de Spelen, dat is het belangrijkst.” Knokken Zijn liefde voor de mountainbike begon in 2016. Mountainbiken leek wel wat op veldrijden, dus hij dacht: waarom niet? Na zijn eerste wedstrijd op Cyprus was hij verkocht. Heel stiekem dacht Mathieu toen al aan deelname als mountainbiker in Rio, maar een knieblessure voorkwam dat hij zich meteen kon kwalificeren. Dan maar in Tokio, dacht hij toen al. “Juist het moeten missen van Rio was voor mij een trigger om door te gaan met mountainbiken. Ik wilde iedereen laten zien dat het een discipline was die ik ook aankon. Ik zag het vooral als een sportieve uitdaging, iets waar ik echt voor moest knokken.” Bart Brentjens, in 1996 de allereerste olympisch kampioen op de mountainbike, was er vijf jaar terug bij op Cyprus. In Helden vertelde hij daar anderhalf jaar geleden over: “Ik dacht: dat wordt niet veel. Hij wist er helemaal niks van. Hij vroeg me nog om tips over de juiste bandenspanning en de afstelling van zijn fiets. Maar toen ik hem, ik meen in 2017, van plek negentig naar plek acht zag oprukken, kwam ik erop terug dat het niet veel zou worden met Mathieu als mtb’er. Dat was heel bijzonder.” Verbeten zette hij de achtervolging in op de mondiale mountainbiketop. In 2018 pakte hij de nationale titel, waardoor hij gelijktijdig Nederlands kampioen veldrijden, wegwielrennen en mountainbiken was, nog nooit eerder vertoond. ‘Mathieu de mountainbiker’ werd in 2018 tweede in het wereldbekerklassement en pakte brons op het WK. Hij won al tal van shorttrackwedstrijden, maar in mei 2019 pakte Mathieu in het Tsjechische Nové Mesto zijn eerste wereldbekerwedstrijd crosscountry door olympisch kampioen en achtvoudig wereldkampioen Nino Schurter te kloppen. Daarna won hij nog twee wereldbekerwedstrijden. Eind juli 2019 pakte hij de Europese titel. “In mountainbiken is het zo dat de winkans groot is als je Nino Schurter klopt,” aldus Mathieu, “het zijn lange jaren geweest om de top te bereiken. Toen ik in 2016 begon met mountainbiken was alles nieuw, het vergde een speciale techniek op de fiets, die moest ik me eerst eigen maken. En daarnaast nog het omgaan met het materiaal en het indelen van de race. Bij het mountainbiken is parkoersverkenning nog belangrijker dan bij veldrijden. Het niveau in het mountainbiken is ook nog eens erg hoog, waardoor het lang heeft geduurd voordat ik wedstrijden begon te winnen. Steeds heb ik details verbeterd, mijn positie op de fiets iets aangepast en specifieker getraind.” Brentjens, al meer dan tien jaar manager van zijn eigen Superior MTB Team: “Dat hij die wereldbekerwedstrijden crosscountry won, zie ik als het laatste stapje. Dat was nodig om olympisch kampioen te kunnen worden. Mathieu is geen domme jongen, hè, het komt weleens over alsof hij alles uit de losse pols doet, maar als mountainbiker is dat niet het geval. Ook al doet hij niet mee aan alle wedstrijden, het respect binnen de mountainbikewereld voor Mathieu is enorm. Ze zien allemaal ook wel dat ze te maken hebben met een fenomeen. Die jongen doet iets waarvan we dachten dat het in deze tijd niet meer mogelijk was. In een tijd dat iedereen de mond vol heeft van specialiseren, is Mathieu op drie verschillende disciplines wereldtop. Hij spot met de heersende wetten. Echt een uniek geval, een superatleet.” De timing was perfect, een jaar voor de Spelen was de inhaalrace volbracht. Tourwinnaar en vijfvoudig olympisch kampioen Bradley Wiggins stelde al: ‘Mathieu van der Poel heeft zijn zinnen gezet op de mountainbikerace, ik zie hem goud pakken.’ Onwennigheid Maar dan was dus buiten corona gerekend. Na de wereldbekerzege in Lenzerheide in 2019 bleef de mountainbike van Mathieu in de schuur. De wereldbekerwedstrijden in het mountainbiken werden in 2020 namelijk gelijktijdig gereden met de uitgestelde klassiekers op de weg. “Daardoor kon ik dus ook geen punten halen, waar ik in de twee jaar voor corona juist zo hard voor had gewerkt.” Pas eind april dit jaar stapte hij weer op de mountainbike. Hij reed de wereldbekerwedstrijden in Albstadt en Nové Mesto, werd eerst zevende en daarna al tweede, overigens wel achter een ontketende Tom Pidcock: ook al zo’n alleskunner die net als Mathieu veldrijden, mountainbiken en de weg combineert, maar met zijn 21 jaar ook nog eens vijf jaar jonger is. Het leverde Mathieu belangrijke punten op voor wat betreft een goede startpositie tijdens de olympische race. En hij kreeg ook huiswerk mee: want er is de komende tijd werk aan de winkel. “Ik heb met m’n trainer ook besproken dat mijn niveau op de mountainbike nu niet is waar het moet zijn. Het moet komende tijd steeds een beetje beter gaan.” Brentjens: ‘In een tijd dat iedereen de mond vol heeft van specialiseren, is Mathieu op drie verschillende disciplines wereldtop. Hij spot met de heersende wetten’ Hij voelde bovendien zijn rug opspelen, een teken van onwennigheid. “Vanaf nu zal ik vaak op de mountainbike zitten. Het vraagt altijd wel wat van me om de overstap te maken van de racefiets naar de mountainbike. Zeker als ik voor het eerst weer anderhalf uur alles moet geven in een specifieke positie. Ik zit heel anders op de mountainbike. Bij de steile klimmetjes gebruik ik ook m’n rug. Er stond spanning op. Ik heb nog tijd om weer aan de positie op de mountainbike te wennen.” De ambitie is ondanks het jaar uitstel en een lange periode zonder mountainbiken niet veranderd. Goud dus. Neemt hij het seizoen 2019 als referentie, dan kan Mathieu ook niet anders zeggen dan dat het hem alleen om goud te doen is in Tokio. Maar waar de andere mountainbikers zich de komende tijd volledig kunnen concentreren op de olympische race is die luxe Mathieu dus niet gegund. Half mei stapte hij weer over naar de racefiets. De Tour de France staat eerst op het programma. Overal waar hij de komende tijd gaat, zal hij zowel de racefiets als de mountainbike met zich meenemen. “De voorbereiding op de Tour zal dus ook veelal op de mountainbike gebeuren en de voorbereiding op de Spelen op de racefiets. Het belangrijkste voor de komende tijd is dat ik dat goede gevoel weer vind. Omdat ik tot de Spelen geen mountainbikewedstrijden meer rij. Ik moet het uit mezelf gaan halen in de trainingen de komende tijd. De mountainbike zal waarschijnlijk niet meegaan naar de Tour, want daar is het toch net wat te druk voor, maar in m’n gedachte gaat hij natuurlijk wel mee.” Lionel Messi De aandacht voor Mathieu zal enorm zijn in de Tour. Hij is immers niet alleen de zoon van Adrie, die twee ritzeges boekte in de Tour en in 1984 de gele trui droeg, maar ook de kleinzoon van Raymond Poulidor. Poupou won in de jaren zestig en zeventig zeven etappes, werd drie keer tweede en vijfmaal derde in het eindklassement van de Tour. De publiekslieveling van de Fransen overleed op 13 november 2019 op 83-jarige leeftijd. Daarnaast is er de vraag hoe Mathieu het gaat doen in een grote ronde, want die reed hij nooit eerder. Gemijmerd en gespeculeerd over wat hij in de Tour zou kunnen, wordt er al tijden door wielerfans. Maar ook in huize Van der Poel, bekende vader Adrie anderhalf jaar geleden tegen Helden. “We hebben het weleens over de Tour de France gehad. En over Peter Sagan die de groene trui nu al een aantal keren heeft gewonnen. Dat moet voor Mathieu ook een haalbare kaart zijn, denk ik.” Michel Cornelisse is sinds 2019 ploegleider van de wegrenners bij Alpecin- Fenix en heeft dus veel te maken met Mathieu. Over Van der Poels toekomstige kansen in een grote ronde zei Cornelisse eerder in Helden: “Misschien kan hij straks ook wel voor het klassement rijden. Het kan heel goed zijn dat als Mathieu voor het eerst een serieuze col op rijdt, hij ook meteen met de besten omhooggaat. Ik sta bij Mathieu nergens meer van te kijken.” Over zijn rol in het succes van Mathieu zegt Cornelisse bescheiden: “Moet een trainer Lionel Messi leren hoe hij een penalty moet nemen? Nee toch? Mijn rol moet je niet overdrijven. Als ploegleider moet ik Mathieu op z’n gemak stellen, ervoor zorgen dat de sfeer goed is. Ik doe dat door op de juiste momenten goede informatie te geven, ervoor te zorgen dat alles rond de koers goed verzorgd is. Maar ik ga niet roepen wanneer hij moet gaan in de koers, hij voelt als geen ander wanneer hij moet gaan en of hij de benen heeft.” De eerste twee etappes in de Tour van dit jaar zijn Mathieu op het lijf geschreven. De eerste etappe op 26 juni gaat van Brest naar Landerneau en finisht op de top van de Côte de la Fosse aux Loups. De weg loopt gemiddeld 5,7 procent omhoog in de laatste drie kilometer. Ook de tweede etappe waarin twee keer de Mûr-de- Bretagne wordt beklommen, een klim van twee kilometer tegen een gemiddeld stijgingspercentage van 6,9 procent, zal hem liggen. Hij zou bij zijn debuut zomaar de gele en groene trui kunnen pakken. “Op dit moment wil ik vooral proberen olympisch goud te winnen. Natuurlijk is het ook geweldig om de gele trui te pakken. Als de vorm goed is en ik kom in die positie, dan zal ik het natuurlijk niet nalaten. Misschien lukt het wel allebei...” Rivaliteit Ook voor Wout van Aert en Julian Alaphilippe zijn de eerste en tweede etappe in de Tour gemaakt. ‘De Grote Drie’ kwamen elkaar al vaak tegen in de finales van koersen. Mathieu: “Ik vind het niet erg om vaak in één adem met anderen genoemd te worden, maar het is nu al wel meerdere keren gebleken dat er meer goede renners zijn dan alleen wij drieën.” Van Aert: ‘Ik heb veel respect voor Mathieu. Maar omdat we elkaar al zoveel tegenkomen als de prijzen worden verdeeld, blokkeert dat om buiten de koers ook met elkaar te appen’ Vooral de rivaliteit met Van Aert, in dienst van Jumbo-Visma, is groot. De twee kennen elkaar al van jongs af aan, bestreden elkaar eerst als veldrijders en hebben hun strijd nu ook verlegd naar de weg. Zoals vorig jaar in de Ronde van Vlaanderen. MvdP en WvA kwamen met z’n tweeën aan de leiding en in de sprint- a-deux klopte Mathieu zijn eveneens 26-jarige generatiegenoot met een paar centimeter verschil. “We hebben allebei de eigenschappen om succesvol in de klassiekers te kunnen zijn,” aldus Van Aert, “ik denk dat Mathieu en ik in de toekomst ook allebei de groene trui als doel mogen stellen, die capaciteiten hebben we beiden. Mathieu is mijn grootste concurrent, zowel op de weg als in de cyclocross en we komen elkaar heel veel tegen. Ik werd vorig jaar tweede in de Ronde van Vlaanderen, Mathieu won. Dus riep iedereen: Mathieu had mij verslagen en ik had verloren van Mathieu. Ik snap natuurlijk ook dat de wielerfans en de media ons constant met elkaar vergelijken. Maar ik sta er toch iets anders in. Mijn doel is om een koers te winnen. Wie er tweede of derde wordt, is voor mij niet van belang. Zoals het mij ook niet uitmaakt wie er heeft gewonnen als ik zelf niet de winnaar ben. Maar goed, feit is natuurlijk wel dat als ik wil winnen, ik vaak ook Mathieu moet verslaan.” De rivaliteit tussen de twee wordt flink uitvergroot. Samen hebben ze het daar niet veel over, bekent Van Aert. “Mathieu en ik praten sowieso niet zo heel veel met elkaar. We zijn ook echt rivalen, denk ik. Bij ons is het van jongs af aan al zo dat de een succes van de ander in de weg staat. Het zou goed kunnen dat als we allebei gestopt zijn met koersen de drempel veel minder hoog is om meer contact te hebben met elkaar. Neemt niet weg dat ik heel veel respect voor Mathieu heb. Maar omdat we elkaar al zoveel tegenkomen als de prijzen worden verdeeld, blokkeert dat om buiten de koers om ook met elkaar te appen of zo.” Op de Spelen zullen ze elkaar in elk geval niet in de weg zitten. Van Aert gaat op 24 juli voor olympisch goud in de wegwedstrijd en op 28 juli in de tijdrit. Mathieu liet al een tijd geleden weten dat deelname aan de olympische wegwedstrijd, die nog even in zijn hoofd heeft gespookt, is uitgesloten omdat twee dagen later de olympische mountainbikerace is. Van Aert: “Ik ga Mathieu vol bewondering volgen in Tokio. Mijn ambitie ligt niet in het mountainbiken, maar als ik toch in Tokio ben voor de tijdrit en de wegwedstrijd, zal ik zeker gaan kijken hoe hij het doet.” Overvolle agenda Bart Brentjens hoopt van harte dat hij na 25 jaar een opvolger krijgt als olympisch kampioen mountainbiken met een Nederlands paspoort. Anderhalf jaar geleden zei hij: “Ik zou het jammer vinden als Mathieu met de olympische titel op zak meteen stopt met mountainbiken. En ik hoop dat, mocht hij goud winnen, er een Mathieu-effect komt, waardoor jeugd besluit te gaan mountainbiken.” De wens van Brentjens komt in elk geval uit. “Zoals ik het nu zie zal ik, ongeacht het resultaat in Tokio, wielrennen en mountainbike blijven combineren,” zegt Mathieu, “sowieso tot en met de volgende Spelen in 2024. Het is een uitdaging en ik vind mountainbiken ook gewoon leuk. Ook voor onze fietssponsor Canyon is het goed dat ik blijf mountainbiken, veldrijden en wegwielrennen. Het houdt me fris en ik denk ook dat de combinatie van mij een betere wegrenner maakt. Een mountainbikewedstrijd betekent: anderhalf uur vol gas. Je moet echt heel erg afzien. Dat kun je goed gebruiken in de finale van een wegwedstrijd.” Het combineren van de drie disciplines zorgt zo nu en dan voor hoofdbrekens. Maar het zijn luxeproblemen, aldus Cornelissen. “Het fietsen moet voor Mathieu geen sleur worden.” Koos Moerenhout, bondscoach van de Nederlandse wegrenners, zei daar in Helden anderhalf jaar geleden al over: “Mathieu heeft bewezen dat hij prima overweg kan met een overvolle agenda. Hij is succesvol hoe hij het nu doet. Mathieu is geen traditionele renner, laat hem lekker doen waar hij zich goed bij voelt. Als er telkens maar goed geëvalueerd wordt.” De bondscoach plaatste wel een kanttekening: “Ik zie in hem in eerste instantie een klassiekerrenner. Als Mathieu in de grote rondes echt mee wil doen, zal hij wel keuzes moeten maken. Dat vergt een voorbereiding van maanden, dat doe je er niet even bij.” Vader Adrie desgevraagd: “Mathieu heeft een prima balans gevonden tussen de weg, de cross en het mountainbiken. Om die te behouden, is een strikte planning en organisatie nodig.” De schijnwerpers blijven nog wel even op zijn zoon gericht, wist Van der Poel senior vorig jaar al. “Met die druk gaan we in huize Van der Poel relaxed om. Wat de buitenwereld verwacht, laten wij buiten beeld. Mathieu wil gewoon koersen en ik denk niet dat de favorietenstatus hem meer druk oplegt. Zelfs niet als het om olympisch goud gaat. Het is vooral zaak om zelf je doelen te stellen en de buitenwereld buiten de deur te houden.” En Mathieu? Die zegt zich niets van de druk en hoge verwachtingen aan te trekken. “De druk is er al vanaf het moment dat ik op een fiets ging zitten. Ik ben eraan gewend geraakt en verwacht van mezelf ook niet anders dan het hoogste en beste. Ik kan ermee omgaan en mee leven.” Helden Magazine 57 Het verhaal met en over Mathieu van der Poel komt voort uit Helden Magazine 57. Het dubbeldik zomernummer staat volledig in het teken van de Olympische Spelen in Tokio en het EK voetbal. In Helden Magazine 57 lees je een uitgebreid interview met Dafne Schippers en haar broer Derek over hun speciale band en spraken we keepster en boegbeeld van de Nederlandse handbalsters: Tess Wester over trouwen, de liefde en het moederschap. Met aanvoerder Georginio Wijnaldum, assistent-bondscoach Ruud van Nistelrooij, Denzelf Dumfries en Wout Weghorst blikken we uitgebreid vooruit op het EK. Hoe goed is daarnaast Frenkie de Jong? We vroegen het aan acht kenners. Verder in het EK-gedeelte een interview met Memphis Depay en John Bosman blikt terug op het EK van 1988. Ook in Helden Magazine 57 staat er geen maat op Annemiek van Vleuten meer sinds haar dramatische val tijdens de Spelen in Rio. Praat Sifan Hassan over het geloof, de liefde, haar geheim, de toekomst en goede espresso. Bespreekt chef de mission van de Nederlandse olympische ploeg: Pieter van den Hoogenbandde mensen die hem inspireren. Praat de stille kracht van de hockeysters: Eva de Goede over poseren voor Sports Illustrated en tafelvoetballen met Neymar én wint Marianne Vos minder vaak, maar is ze wel gelukkiger. Verder praten we met de vier krachtpatsers van het baansprinten: Roy van den Berg, Matthijs Büchli, Jeffrey Hoogland en Harrie Lavreysen. Spreekt Vivianne Miedema openhartig over haar wens om ooit voor Feyenoord te spelen, zwaait Epke Zonderland in Tokio af, wist Arno Kamminga zelf lange tijd niet hoe goed hij was én pakten Alexander Brouwer en Robert Meeuwsen in 2016 de eerste Nederlandse olympische medaille in het beachvolleybal. Victoria Koblenko stapte daarnaast met Nicolas Heiner in de boot én staat Sarina Wiegman in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij De serenade van Judith Leyster. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Wielrennen

Marianne Vos: ‘Lekker nuchter, daar hou ik van’

Marianne Vos is al jaren het boegbeeld van het vrouwenwielrennen. [...]
Marianne Vos is al jaren het boegbeeld van het vrouwenwielrennen. Ze is meervoudig wereldkampioen en tweevoudig olympisch kampioen in verschillende disciplines, maar kreeg in haar carrière ook te maken met een fysieke burn-out. Inmiddels maakt de 34-jarige wielrenster zich op voor haar vierde Olympische Spelen. We haalden met haar herinneringen op. ‘“Het gaat niet om dat stuk metaal in mijn kast, maar om de herinneringen. Om de momenten waar je samen naartoe hebt geleefd en met elkaar hebt meegemaakt. Dat vind ik het mooiste van het wielrennen. Maar het is makkelijk praten als je al olympisch goud in de kast hebt liggen, hoor,” zegt Marianne Vos. “De wegwedstrijd op de Spelen in Londen in 2012 was een absoluut hoogtepunt. Het was beestenweer. Veertig kilometer voor de finish ging ik in de aanval. Ik lag met Elizabeth Armitstead en Olga Zabelinskaja voorop, de tijdsverschillen wisten we niet. In de verte achter ons zagen we grijze koplampen schijnen. Dat betekende dat het jagende peloton eraan kwam. Het moment dat ik als eerste over de finish kwam, is wel een van de meest ultieme momenten van euforie. Die dag viel de puzzel precies in elkaar, het spelletje was perfect gespeeld.” Afzien Dit voorjaar was het weer raak voor Marianne. In Gent-Wevelgem klopte ze de concurrentie in de massasprint en een maand later schreef ze de Amstel Gold Race op haar naam door in een eveneens zinderende finale landgenoten Demi Vollering en Annemiek van Vleuten achter zich te laten. Het waren twee overwinningen die nog ontbraken op haar uitpuilende palmares. Bovendien had ze al sinds 2013 geen voorjaarsklassiekers meer gewonnen. “Dat wist ik niet eens, ik ben niet zo bezig met statistieken. Dit jaar waren het twee vliegen in één klap.” Marianne was achttien toen ze haar eerste wereldtitel veroverde in het veldrijden, er volgden er daarna nog zes. Op de baan werd ze twee keer wereldkampioen en in 2008 olympisch kampioen. Op de weg werd ze drie keer wereldkampioen en pakte ze dus olympisch goud in 2012. Ook schreef ze bijna alle wedstrijden minimaal één keer op haar naam. “Er blijft nog wat te wensen over, hoor. Parijs-Roubaix wordt dit jaar ook voor het eerst gereden door vrouwen, dus dat is automatisch een nieuw doel.” Het vrouwenwielrennen is volop in ontwikkeling. Sinds dit jaar is ook Team Jumbo-Visma met een vrouwenploeg in het peloton te vinden, met Marianne als blikvanger. “Het is mooi dat zo’n grote, professionele ploeg het vrouwenwielrennen heeft omarmd. Dat zegt veel over de groei van onze sport. Steeds meer rensters kunnen als fulltime professional hun vak uitoefenen. Wereldwijd zie je het niveau enorm stijgen bij de vrouwen. Het wordt daardoor ook een stuk lastiger om te winnen.” Fysieke burn-out Er is nog een reden waarom Marianne afgelopen jaren minder heeft gewonnen dan, pakweg, tien jaar geleden. “Ik heb het geluk gehad dat ik in het begin van mijn loopbaan veelal voorspoed kende. Dat ik daarna ook tegenslagen kreeg, vind ik vanzelfsprekend. Die horen erbij, die krijgt elke topsporter,” zegt Marianne. Ze doelt op de periode in 2014 en 2015 toen haar lichaam haperde. Verplichte rust stond op het programma. “Het was niet zo dat ik niet meer wilde fietsen, maar ik kon de belasting niet meer aan. Ik herstelde slecht en noem het zoiets als een fysieke burn-out.” Het maakte dat ze tijd kreeg voor andere dingen. Zo kocht ze een motor en nam lessen. Lachend: “Een vroege midlifecrisis zou je het kunnen noemen. Ik had altijd het idee dat ik motorrijden heel leuk zou vinden, maar het kwam er nooit van. Nu dacht ik: het is tijd voor die motor. Maar ik was snel genezen, vond fietsen veel leuker.” Na ruim een half jaar keerde ze terug in het peloton. “In het begin was het lastig. Mijn hele ‘zijn’ identificeerde ik tot dat moment met de koers, met uitslagen. Mensen vonden het jarenlang vanzelfsprekend dat ik won. Ik was altijd maar bezig om die verwachtingen waar te maken. Ik voelde ook constant de verantwoordelijkheid om de sport te helpen. Dat was ik verplicht, vond ik, omdat de sport mij ook zoveel had gebracht. Het werkte ontnuchterend dat ik ineens niet meer de beste was, maar het was ook prettig om te merken dat ik meer was dan alleen die naam in de uitslag.” Wielrensters Anna van der Breggen, Annemiek van Vleuten, Chantal van den Broek-Blaak en Ellen van Dijk waren tijdens haar gedwongen pauze opgestaan. “Daarvoor waren die meiden er ook al, maar ze waren meer tot bloei gekomen. Ik vond dat alleen maar mooi, hoefde ik niet langer alleen die kar te trekken. Er waren ineens veel meer rensters die wonnen, naar wie ook geluisterd moest worden. Natuurlijk heb ik op momenten gedacht: poeh, wat rijden die meiden hard. Dat was soms ook lastig.” Het duurde lang voordat Marianne weer kon afzien als voor haar fysieke burn-out. “Na een slechte dag kon het weken duren voordat ik weer op de rails stond. Op die manier vond ik er niks aan. Topsport is niet rustig aan doen. Mijn geduld raakte op. Er zijn momenten geweest dat ik dacht: zo hoeft het voor mij niet meer. Wat mij al die tijd op de been hield, was de hang naar competitie. Als bleek dat anderen in wedstrijden beter waren, dan baalde ik, maar ik kon dan ook heel rustig tegen mezelf zeggen: ''jij bent nu niet goed genoeg. Ik kon de motivatie houden om de volgende dag m’n bed uit te stappen met de drive om het beter te doen dan de dag ervoor en die meiden in de volgende wedstrijd te verslaan. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik het spel nog kon winnen. Eigenlijk voel ik me sinds vorig jaar weer helemaal de oude.” 'Ik had altijd het idee dat ik motorrijden heel leuk zou vinden, dus toen dacht ik: het wordt tijd voor een motor. Maar ik was snel genezen, vond fietsen veel leuker' Een andere wielrenster is Marianne door haar gedwongen pauze niet geworden, vindt ze. “Wat wel veranderd is: ik leef meer in het moment. Voorheen was ik altijd met de toekomst bezig, met de volgende wedstrijd, waardoor ik niet stilstond bij wat ik presteerde. Ik kan nu meer genieten van het trainen, van het samen op pad zijn met de ploeg. Voorheen schaalde ik dat allemaal onder het kopje ‘randzaken’. Tegelijkertijd zei ik overal ‘ja’ tegen omdat ik vond dat het erbij hoorde, maar waardoor ik uiteindelijk mezelf voorbijliep. Nu durf ik op de rem te trappen als ik ergens niet veel zin in heb. ‘Nee’ zeggen is nog steeds niet een van m’n sterkste punten, maar ik heb geleerd mensen om me heen te verzamelen die dat af en toe voor mij doen. Ik denk dat ik nu nog meer mezelf ben en durf te zijn. Ik hoef geen rol meer te spelen en heb inmiddels ook een fijne relatie en durf meer voor mezelf op te komen. Dat heeft mij een blijer en gelukkiger mens gemaakt.” Scholiertje Waar Marianne te vinden was, waren ook haar ouders Henk en Conny en broer Anton. In een camper reden ze achter hun fietsende dochter aan. Ze waren niet alleen haar mentale steun en toeverlaat, maar vervoerden ook haar spullen. Moeder Conny deed de was, vader Henk functioneerde als mecanicien en coach, Anton hielp met de site en maakte foto’s. “Zonder hen weet ik niet hoe mijn carrière eruit zou hebben gezien. Mijn ouders en broer zijn mijn grootste fans. Ze weten hoe dankbaar ik hen ben en dat zeg ik ook, maar waarschijnlijk niet vaak genoeg.” Marianne kwam al op jonge leeftijd in de belangstelling te staan. “Erkenning en waardering voor wat ik doe, is prettig. Maar vol die schijnwerpers op me gericht krijgen, daar zat ik niet heel erg op te wachten. Als ik door de stad liep of op een terrasje ging zitten en werd aangesproken, voelde ik me ongemakkelijk. Daar moest ik echt aan wennen. Nu vind ik het geen probleem meer, maar als scholiertje vond ik dat moeilijk.” Ook haar ouders en broer kregen met de overweldigende aandacht te maken. “Vooral voor mijn broer vond ik het vervelend. Hij werd ineens ‘de broer van’ in plaats van Anton. Daar kon ik niets aan doen, maar ik vond het sneu dat hij altijd de vraag kreeg hoe het met mij ging en dat er nooit naar zijn welzijn werd gevraagd. Hij werd niet meer gezien om wie hij was. Dat heeft hem wel in de weg gezeten. Het is knap hoe hij zich daaraan heeft weten te ontworstelen. Hij is nu Anton Vos de wielerfotograaf, daar ben ik heel blij om.” Inmiddels wordt niet alleen Marianne een dagje ouder, ook haar ouders worden dat. Vorig jaar belandden ze alle drie op de operatietafel. “Ik heb een liesoperatie gehad en mijn moeder moest geopereerd worden aan haar bovenarm, die ze had gebroken. Mijn vader heeft meerdere tegenslagen gehad de afgelopen jaren, maar hij komt er elke keer weer sterk uit. Vorig jaar heeft hij een galblaasoperatie moeten ondergaan en hij had daarna verschillende ontstekingen. Gelukkig is dat onder controle. Maar dan besef je wel hoe belangrijk gezondheid is. We genieten nu met elkaar meer van de mooie momenten.” TikTok Met generatiegenoten als Amy Pieters, Lucinda Brand, Chantal van den Broek- Blaak, Ellen van Dijk, Anna van der Breggen en Annemiek van Vleuten is Marianne zo’n beetje opgegroeid. “We zien elkaar wekelijks, zijn heel goede collega’s en met veel van hen ben ik ooit ook ploeggenoten geweest. We kennen elkaar door en door en willen allemaal de beste zijn, maar gunnen elkaar het succes ook.” Annemiek van Vleuten fungeerde jarenlang als Mariannes ploeggenoot en trouwe knecht. Inmiddels is ze kopvrouw van Movistar, meervoudig wereldkampioene en rijgt ze de zeges aaneen. “Annemiek is later met wielrennen begonnen en heeft zich door de jaren heen steeds verder ontwikkeld. Ze heeft vaak wedstrijden voor mij gereden. In de tijd dat we ploeggenoten waren, was ze nog heel erg bezig zichzelf te ontdekken. Ze was heel goed, maar soms liet ze kansen liggen. Ik denk dat ze heeft geleerd de kansen te grijpen. En dat doet ze nu volop. Dat vind ik schitterend.” Op de Olympische Spelen in Rio in 2016 maakte Marianne van dichtbij de vreselijke val van Annemiek mee, die op dat moment onbedreigd op weg was naar goud in de wegwedstrijd. Marianne was de eerste die haar opzocht in het ziekenhuis en nam haar op sleeptouw toen ze terug mocht keren in het olympisch dorp. Eenmaal thuis gaf Marianne haar een foto op canvas van Annemiek in actie tijdens de wegwedstrijd in Rio, met daarop een uitspraak van Winston Churchill: ‘Success is not final, failure is not fatal: it is the courage to continue that counts.’ “Ik probeerde Annemiek te steunen na haar val. Dat had zij ook voor mij gedaan. We lagen als ploeggenoten vaak bij elkaar op de kamer en hebben zoveel met elkaar gedeeld. Wij hebben elkaar meegemaakt tijdens mooie en minder mooie momenten en begrijpen elkaar goed, die klik is er altijd geweest.” 'Het werkte ontnuchterend dat ik ineens niet meer de beste was, maar het was ook prettig om te merken dat ik meer was dan alleen die naam in de uitslag' Ze heeft generatiegenoten zien opbloeien, maar maakte ook de opkomst van social media mee. Marianne schudt lachend haar hoofd, zegt: “Ik denk weleens: ik ben honderd jaar te laat geboren. Het vrouwenwielrennen heeft mede door de komst van social media een enorme boost gekregen, dus ik zie absoluut de meerwaarde. Ook voor sponsors en het delen van mijn eigen verhaal met fans en volgers. Desalnietemin vind ik persoonlijk contact fijner en blijft dat het belangrijkst voor mij. Ik vind het heerlijk dat ik normaal over straat kan en dat veel mensen me niet eens herkennen. Lekker nuchter, daar hou ik van. Maar ik voel ook weer niet zo’n enorme generatiekloof, hoor. Het lijkt nu alsof ik me helemaal afsluit voor TikTok en Snapchat, maar dat is niet zo.” Afzien Haar liefde voor het wielrennen blijft groot. “Ik dacht altijd dat ik het tegen deze tijd wel gezien zou hebben.” Marianne kan dan inmiddels 34 zijn, aan stoppen denkt ze nog niet. Ze tekende vorig jaar een contract voor drie jaar bij Team Jumbo-Visma. “Ik ga graag nog even door. Zolang gezondheid en omstandigheden het toelaten en ik mee kan doen met het spelletje vind ik het prachtig om te doen.” Deze zomer zal Marianne in Tokio al voor de vierde keer haar opwachting maken op de Olympische Spelen. “Het parkoers ligt mij wel, maar we hebben zoveel goede rensters dat er meerdere scenario’s mogelijk zijn.” Het besef dat het leven na het wielrennen dichterbij komt, is er ook. “Ik weet ook dat het een keer stopt, ben daar niet bang voor. Er komt dan vast wel wat anders op mijn pad. Maar ik ben wel zo thuis in de sport- en de wielerwereld dat ik er niet zomaar uit zal stappen. Ik ben een liefhebber, vind sport veel te mooi.” Helden Magazine 57 Het verhaal van Marianne Vos komt voort uit Helden Magazine 57. Het dubbeldik zomernummer staat volledig in het teken van de Olympische Spelen in Tokio en het EK voetbal. In Helden Magazine 57 lees je een uitgebreid interview met Dafne Schippers en haar broer Derek over hun speciale band. Spraken we keepster en boegbeeld van de Nederlandse handbalsters: Tess Wester over trouwen, de liefde en het moederschap. En ook een gesprek met en over Mathieu van der Poel, het fenomeen debuteert dit jaar in de Tour de France en rijdt een maand later de olympische mountainbikerace. Met aanvoerder Georginio Wijnaldum, assistent-bondscoach Ruud van Nistelrooij, Denzelf Dumfries en Wout Weghorst blikken we uitgebreid vooruit op het EK. Hoe goed is daarnaast Frenkie de Jong? We vroegen het aan acht kenners. Verder in het EK-gedeelte een interview met Memphis Depay en John Bosman blikt terug op het EK van 1988. Ook in Helden Magazine 57 staat er geen maat op Annemiek van Vleuten meer sinds haar dramatische val tijdens de Spelen in Rio. Praat Sifan Hassan over het geloof, de liefde, haar geheim, de toekomst en goede espresso. Bespreekt chef de mission van de Nederlandse olympische ploeg: Pieter van den Hoogenband de mensen die hem inspireren én praat de stille kracht van de hockeysters: Eva de Goede over poseren voor Sports Illustrated en tafelvoetballen met Neymar. Verder praten we met de vier krachtpatsers van het baansprinten: Roy van den Berg, Matthijs Büchli, Jeffrey Hoogland en Harrie Lavreysen. Spreekt Vivianne Miedema openhartig over haar wens om ooit voor Feyenoord te spelen, zwaait Epke Zonderland in Tokio af, wist Arno Kamminga zelf lange tijd niet hoe goed hij was én pakten Alexander Brouwer en Robert Meeuwsen in 2016 de eerste Nederlandse olympische medaille in het beachvolleybal. Victoria Koblenko stapte daarnaast met Nicolas Heiner in de boot én staat Sarina Wiegman in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij De serenade van Judith Leyster. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Wielrennen

Baanwielrenners: Spierballen taal

Nederland heerst al vier jaar op de teamsprint. De wil van [...]
Nederland heerst al vier jaar op de teamsprint. De wil van Roy van den Berg (32), Matthijs Büchli (28), Jeffrey Hoogland (28) en Harrie Lavreysen (24) is wet in baanwielrenland. In Tokio zijn ze topfavoriet voor goud. We leggen de krachtpatsers van de sprintploeg zes stellingen voor. Liever samen het Wilhelmus zingen dan alleen Roy van den Berg: “Voor mij gaat deze stelling zeker op, want ik kom op de Spelen alleen uit op de teamsprint. Dit is het onderdeel waar we al jaren samen voor trainen en naartoe leven.” Matthijs Büchli: “Het is misschien een cliché, maar er wordt wel gezegd dat geluk zich vermenigvuldigt als je het met elkaar deelt. Hoe mooi zou het zijn om met z’n allen die gouden olympische medaille te pakken en daar met elkaar van te genieten? Veel mooier wordt het toch niet? We werden bij de WK van 2016 in Londen al tweede op de teamsprint. Daarna mislukte helaas de teamsprint op de Spelen in Rio, dat was een vette domper. De jaren daarna hebben we revanche genomen. Met natuurlijk de wereldtitels in 2018, 2019 en 2020 als hoogtepunten. En nu is het zaak om de route die we in 2016 zijn ingeslagen met het team te bekronen in Tokio.” Harrie Lavreysen: “Als ik uitkijk naar een toernooi, dan denk ik altijd in de eerste plaats aan de teamsprint. We bereiden ons daar al zo lang intensief op voor, niets wordt aan het toeval overgelaten, op elk detail wordt gelet. Individueel goud winnen is misschien nog net iets prestigieuzer, maar ik ben het met Matthijs eens: de vreugde is groter als je het succes met elkaar kunt delen.” Jeffrey Hoogland: “Eerste vereiste op de Spelen is om op de teamsprint je uiterste best te doen, dat verwachten we ook van elkaar. Daarna mag je op de individuele olympische onderdelen sprint en keirin je best gaan doen.” Roy: “Goud op de teamsprint gaat daarna ook doorwerken op de individuele onderdelen voor Harrie, Jeffrey en Matthijs. Dat goede gevoel nemen ze dan mee naar de sprint en keirin.” Wij zijn vrienden voor het leven Matthijs: “We kunnen heel goed met elkaar opschieten. Het is natuurlijk de sport die ons bindt, maar ik denk dat als we bij elkaar op school hadden gezeten, wij ook goeie maten van elkaar waren geweest. Maar veel van de vrienden die ik op school had, spreek ik nu niet vaak meer... Ik beschouw Harrie, Jeffrey en Roy nu als vrienden en supergoede collega’s, maar gaan we ook nog bij elkaar op de koffie als we geen collega’s meer zijn? De tijd zal het leren.” Roy: “Natuurlijk zijn we elkaar weleens zat. Dat heb je in een relatie met je vrouw ook weleens, toch? Maar ik denk dat wij van de 365 dagen in een jaar we er 364 vriendschappelijk met elkaar omgaan.” Jeffrey: “Na een trainingskamp is het vaak wel lekker om even naar huis te gaan. Dan hebben we lang genoeg op elkaars lip gezeten en is het fijn om even wat tijd voor je familie, vrienden en, vooral, jezelf te hebben.” Harrie: “Ik beschouw de jongens zeker als mijn vrienden. En ze zijn daarnaast heel belangrijk voor mijn persoonlijke ontwikkeling.” Ik beschouw Harrie, Jeffrey en Roy nu als vrienden en supergoede collega’s, maar gaan we ook nog bij elkaar op de koffie als we geen collega’s meer zijn? Roy: “De kracht van ons team is dat we elkaar voortdurend een spiegel voorhouden. In de trainingen verlangen we het uiterste van elkaar. We motiveren elkaar om er altijd voor te gaan. Dat gebeurt eigenlijk altijd in een goede sfeer en harmonie.” Jeffrey: “De rare situatie bij ons is: we zijn een team, maar tegelijkertijd is de concurrentiestrijd enorm. Je moet voortdurend vechten voor je plek, want er zijn nog meer jongens dan wij vieren die ook heel goed zijn. Het is dat wij nu zeker zijn van onze plek op de Spelen, maar voor het zover was, woedde er echt een flinke interne strijd. Nu die voorbij is, is er meer rust. Ons hele trainingsprogramma is gebaseerd op de teamsprint, dat is de pijler onder het succes van niet alleen de teamsprint, maar ook de individuele sprint en de keirin. Wie in het team zit, kan op de Spelen ook uitkomen op de individuele onderdelen.” Harrie: “Vergis je niet hoe hard er wordt gereden op de training bij ons. Je moet elke dag het uiterste uit jezelf halen. Het is aan- of afhaken. Als we de teamsprint niet als basis hadden, zouden we denk ik minder hard trainen dan we nu doen. Doordat de afspraak is gemaakt dat de teamsprint altijd op de eerste plaats staat, motiveren we elkaar om nog net wat dieper te gaan. Als je de individuele nummers als uitgangsbasis zou hebben, dan was je veel meer concurrenten van elkaar en zou je misschien eerder zeggen: ik laat dat extra sprintje even zitten. Of: ik doe rustiger aan want ik wil mijn concurrent niet wijzer maken dan hij is. Door de afspraak dat de teamsprint vooropstaat, haal je die denkwijze weg.” Helden Magazine 57 Het eerste gedeelte van het verhaal van de baansprinters: Roy van den Berg, Matthijs Büchli, Jeffrey Hoogland en Harrie Lavreysen komt voort uit Helden Magazine 57. Het dubbeldik zomernummer staat volledig in het teken van de Olympische Spelen in Tokio en het EK voetbal. In Helden Magazine 57 lees je een uitgebreid interview met Dafne Schippers en haar broer Derek over hun speciale band. Spraken we keepster en boegbeeld van de Nederlandse handbalsters: Tess Wester over trouwen, de liefde en het moederschap. En ook een gesprek met en over Mathieu van der Poel, het fenomeen debuteert dit jaar in de Tour de France en rijdt een maand later de olympische mountainbikerace. Met aanvoerder Georginio Wijnaldum, assistent-bondscoach Ruud van Nistelrooij, Denzelf Dumfries en Wout Weghorst blikken we uitgebreid vooruit op het EK. Hoe goed is daarnaast Frenkie de Jong? We vroegen het aan acht kenners. Verder in het EK-gedeelte een interview met Memphis Depay en John Bosman blikt terug op het EK van 1988. Ook in Helden Magazine 57 staat er geen maat op Annemiek van Vleuten meer sinds haar dramatische val tijdens de Spelen in Rio. Praat Sifan Hassan over het geloof, de liefde, haar geheim, de toekomst en goede espresso. Bespreekt chef de mission van de Nederlandse olympische ploeg: Pieter van den Hoogenbandde mensen die hem inspireren. Praat de stille kracht van de hockeysters: Eva de Goede over poseren voor Sports Illustrated en tafelvoetballen met Neymar én wint Marianne Vos minder vaak, maar is ze wel gelukkiger. Verder spreekt Vivianne Miedema openhartig over haar wens om ooit voor Feyenoord te spelen, zwaait Epke Zonderland in Tokio af, wist Arno Kamminga zelf lange tijd niet hoe goed hij was én pakten Alexander Brouwer en Robert Meeuwsen in 2016 de eerste Nederlandse olympische medaille in het beachvolleybal. Victoria Koblenko stapte daarnaast met Nicolas Heiner in de boot én staat Sarina Wiegman in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij De serenade van Judith Leyster.. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Wielrennen

Annemiek van Vleuten: Geluksvogel

Annemiek van Vleuten was op weg naar olympisch goud in de [...]
Annemiek van Vleuten was op weg naar olympisch goud in de wegwedstrijd. De Val voorkwam dat en ging de wereld over. Rio opende haar de ogen. Er staat sindsdien geen rem op de 38-jarige wielrenster. Ze won wereldtitels, eendagswedstrijden en etappekoersen. Een olympische medaille ontbreekt nog... Op enkele van de meest cruciale momenten in haar carrière moest ze afrekenen met brute pech. Toch omschrijft Annemiek van Vleuten zichzelf als een geluksvogel. Zij beseft dat het wielrennen haar veel meer heeft gebracht dan alleen een mooi palmares. “Ik voel me heel rijk en die rijkdom zit bij mij niet in uitslagen of geld.” Het gesprek vindt plaats tijdens haar vakantie op Curaçao, op het strand bij het Lions Dive & Beach Resort. Ze heeft net gedoken bij een van de mooiste koraalriffen van het eiland. “Als ik voetballer was geweest dan had ik hier vier weken gezeten. Ik moet het bij twee weken houden, want drie weken zonder fiets kost je drie maanden qua opbouw om op hetzelfde niveau terug te komen. Maar die rust tijdens het duiken is zalig. Ik luister alleen naar m’n ademhaling, m’n gedachten zijn helemaal bij de vissen en alles wat ik zie. Alle andere zaken uit het leven kan ik helemaal loslaten. Normaal gesproken ga ik op vakantie het liefst buiten mijn comfortzone. Meestal trek ik naar niet-westerse landen met een backpack van vijf kilogram in een broekje en een shirtje. De Filipijnen, Bolivia, Indonesië en Colombia heb ik al afgevinkt. In Australië zat ik vier dagen op een onbewoond eiland met krokodillen. Er wordt geroepen dat ik niet zonder de fiets kan. Nou, ik ben liever vier dan twee weken op vakantie en kan dan dagenlang door de ongerepte natuur trekken. Dat mensen een verkeerd beeld van me hebben en me als een maniak omschrijven, boeit me niet zoveel. Ik heb ook geen zin om me ertegen te verdedigen. Ik vertel liever mijn eigen verhaal. Maniak... Als degenen om wie ik geef dat maar niet zeggen.” Ontdekkingstocht Toch zit er een kern van waarheid in het beeld dat Annemiek ‘extreem’ is. Haar trainer Louis Delahaije vindt dat ze een nieuwe norm in het vrouwenwielrennen heeft neergezet. Annemiek was een van de eersten die meerdere hoogtestages in het seizoen inlaste. Qua omvang traint ze veel meer dan de rest van het peloton. En ze gaat de laatste jaren in de winter steevast met de mannen van haar respectievelijke ploegen Mitchelton-Scott en tegenwoordig Movistar op trainingskamp. “De standaard in het vrouwenwielrennen was om maximaal een half uurtje langer te trainen dan de afstand van wedstrijden. Tom Dumoulin sprak me vorig jaar nog aan waarom ik zoveel kilometers maakte, terwijl onze wedstrijden een stuk minder lang duren. Ik train niet om de wedstrijdafstand aan te kunnen, maar om conditioneel zo goed mogelijk te zijn. Dat is een denkwijze die veranderd moet worden. Ik wil de fitste van het peloton zijn. Dat doe ik door trainingsprikkels te zoeken. Dit ben ik niet zomaar gaan doen, maar heb ik in zo’n vijf jaar opgebouwd. Mijn cijfers wijzen uit dat ik ieder jaar stapsgewijs iets meer heb gedaan. Een aantal procenten kun je er ieder jaar bovenop doen. Niet te veel, anders heb je snel te maken met overtraining. Jonge meiden moeten nu ook niet in één keer zoveel trainen als ik doe. Daar wil ik geen rolmodel in zijn. Het wil ook niet zeggen dat iedereen deze omvang aan kan. Ik ben heel belastbaar, dat is een van mijn sterkste punten. Ik zoek echt de grenzen op, maar ik ben nog nooit overtraind geweest.” Is de omvang van je trainingen dan jouw geheim? “Ja, daar hoef ik niet geheimzinnig over te doen. Mijn topniveau komt puur door de omvang van mijn trainingen. Die hoogtestages zorgen er vooral voor dat ik mijn omvang kan vergroten. Omdat ik trainen in het buitenland gewoon heel leuk vind. Het is geen doel op zich om zoveel uren te maken. Het is in het buitenland veel meer de ontdekkingstocht dat ik wil zien waar bepaalde wegen uitkomen. Daar kijk ik naar uit. Op zo’n momenten voel ik me een geluksvogel.” ‘Ik heb jarenlang gedacht dat die top voor mij onbereikbaar was. Marianne Vos had een bizar hoog niveau. Daar kon niemand aan tippen’ Omschrijf jouw geluk dan eens? “Ik kan intens genieten van de mensen die ik ontmoet en de plekken waar ik kom. Het wielrennen heeft mij heel veel opgeleverd. En dan bedoel ik niet het harde fietsen als wielrenster. Nee, ik kijk meer naar de persoonlijke aspecten. Mensen leren kennen, andere culturen proeven, andere talen spreken, op bijzondere plekken verblijven, buiten mijn comfortzone treden, grenzen verleggen en mezelf ontdekken. Ik besef geregeld dat ik bevoorrecht ben. Het veroveren van een wereldtitel en het winnen van een grote koers zijn de kersen op de taart. Ik heb het geluk dat ik talent in mijn lichaam heb en dat ik dat ook heb gebruikt.” Je hebt het afgelopen jaar opnieuw je grenzen verlegd en dat op een voor de meeste wielrenners ‘bejaarde’ leeftijd. Ondertussen ben je alweer 38 jaar. “Vorig jaar heb ik weer meer uren gemaakt. Dat kwam door corona. We hebben maandenlang niet gekoerst en ik maak op trainingen nu eenmaal meer kilometers dan in competitieverband. In de wedstrijden was ik daardoor ook weer beter dan voorgaande jaren. Eigenlijk is dat vrij bizar. Al is er ook een verklaring. Ik ben veel later begonnen met fietsen dan de meeste andere meiden. Ik heb tot mijn 22ste gestudeerd en veel gefeest. Daardoor ligt mijn piek in ontwikkeling als wielrenster later en heb ik pas op oudere leeftijd geleerd om optimaal met mijn lichaam om te gaan. Ik denk ook dat in het wielrennen de mensen te veel vasthangen bij de zogenaamde wijsheden van tientallen jaren geleden. Een ervan is dat je als wielrenner vanaf je dertigste begint af te takelen.” Waar haal je je grootste motivatie vandaan? “Ik denk door mijn trainingstochten in het buitenland. Wanneer ik in Nederland een rondje van vier uur ga trainen, kom ik na precies vier uur terug. Daar vind ik eigenlijk niks aan. Op onbekend en mooi terrein geniet ik gewoon van het fietsen. Dan moet trainer Louis Delahaije echt grenzen stellen. Maar als ik vermoeidheid voel, luister ik echt wel naar zijn schema’s en naar mijn lichaam.” Geen poespas Je trok twee jaar geleden op de fiets door Colombia. “De eerste keer dat ik op Schiphol stond om naar Colombia te gaan, was dat met trillende benen. Ik ging daar helemaal alleen heen en kende er niemand. Een wielrenster had ik wel benaderd, maar daar had ik nog nooit eerder mee gesproken. Ik wist niet of de wegen goed waren om te fietsen, hoe het eten daar zou zijn. Het was een idee van de Colombiaanse profwielrenner Esteban Chaves, die bij het mannenteam van mijn ploeg zat. Hij heeft uiteindelijk mijn reis een beetje gepland. Uiteindelijk was het een fantastische ervaring. In Colombia zat ik met zoveel plezier op de fiets dat de tochten me geen mentale energie kostten. Tijdens die weken in een prachtige, andere omgeving kan ik het punt uitstellen dat het me mentale energie kost, zodat ik tijdens de wedstrijden eerder bereid ben om spreekwoordelijk te sterven op de fiets. Na zo’n hoogtestage ben ik helemaal fris en heb ik echt iets van: kom nu maar op. Dan kan ik zo’n drie of vier weken tot het gaatje gaan. Daarna moet ik echt weer een stapje terugdoen om me weer op te laden. Ik gooi er iedere keer een break in. Zo’n hoogtestage is naast een trainings­periode dus een mentale oplaadperiode voor mij.” Qua hoogtestages in het vrouwenwielrennen was jij een van de eersten. “Die credits verdient Ellen van Dijk, zij ging met de baanselectie als eerste wegrenster mee op hoogtestage. Het klopt wel dat ik momenteel vaker op een berg zit dan mijn vrouwelijke collega’s. Ik heb bij de mannen gezien dat een opeenstapeling van hoogtestages goed werkt. Ze gaan niet meer één keer op hoogtestage voor de Tour, maar stapelen. Dat is ook een beetje mijn truc.” Ben jij dan misschien de meest mannelijke wielrenster? “Mijn trainer Louis heeft jaren bij de mannen gewerkt en van die ervaring profiteer ik nu. Het grootste winpunt is dat ik door de samenwerking met Louis het plezier in de sport hou. Hij zegt altijd: ‘Niet te veel poespas.’ Te strikte schema’s, te veel fratsen, dat zou mij alleen maar afstompen. Dat zou mij mentaal kracht kosten. Het is geen hogere wiskunde. Het is gewoon fietsen. Ik ben niet bezig met een oefening zus, een detail zo. Daar zit voor mij niet de winst in.” Twee jaar geleden ging je als enige vrouw met de mannen van Mitchel-ton-Scott op trainingskamp. Afgelopen winter trainde je met de mannen van Movistar. Is dat ook om je grenzen opnieuw te verleggen? “Ik treed nu eenmaal graag buiten mijn comfortzone. Ik gooi me ergens in en maak me geen zorgen over de dag van morgen en ik probeer die mannen te volgen, zo’n situatie kan ik niet nabootsen. De mannen leggen het tempo op en ik moet als enige vrouw proberen te volgen. Ik kan moeilijk vragen of het iets trager kan. Maar ik heb mezelf echt al een paar keer vervloekt. Als ik het zwart voor mijn ogen zie, vraag ik me weleens af waarom dit ooit zo’n goed plan leek. Maar het is maar één week per jaar, het is niet dat dit het grote geheim achter mijn successen is. Je moet wel alles in het juiste perspectief zien.” Flabbergasted Geniet jij nu meer van je leven als wielrenster omdat je jarenlang tegen die top hebt aangekeken? “Ik heb jarenlang gedacht dat die top voor mij onbereikbaar was. Marianne Vos was exceptioneel goed en won ongekend veel wedstrijden. Zij had een bizar hoog niveau. Daar kon niemand aan tippen. Een Giro Rosa winnen, dat was onmogelijk voor mij, dacht ik. Het heeft lang geduurd voordat ik besefte dat ik kon klimmen.” Voor het grote publiek zal je altijd de vrouw van De Val tijdens de Olympische Spelen in Rio zijn. Toch was die wedstrijd ook jouw grote doorbraak. “Het was inderdaad de allereerste keer in mijn carrière dat ik bergop zo het verschil kon maken. Al kwam dat niet helemaal uit de lucht vallen. In de Thüringen Rundfahrt, voor de Spelen, reed ik al heel goed bergop. Al snap ik dat mensen van die aanval in de olympische wegrit opkeken. Als je het proces niet hebt gevolgd, dan denk je: waar komt die ineens vandaan fladderen? Al was ik ook flabbergasted dat ik iedereen er op die klim van Vista Chinesa af kon rijden. Ik zat nog redelijk op mijn gemakje, maar die meiden waren allemaal al enorm aan het afzien. Dat had ik helemaal niet door. Totdat ik ineens die kloof sloeg.” Iedereen heeft het altijd over jouw val, maar heeft juist die klim jou de ogen geopend? “Dat zeg je heel goed. Die laatste kilometers van die klim in Rio hebben me juist geïnspireerd om nog meer uit mijn loopbaan te halen. Niet de val. Die klim is de basis van mijn prestaties van de afgelopen vijf jaar. Mijn doel voor die Olympische Spelen was om met de allerbesten te wedijveren. Daar had ik met Louis naartoe gewerkt. Ik heb het in Rio niet kunnen afmaken, heb niet geoogst. Maar het was me wel gelukt om in de wegwedstrijd bergop de beste te zijn.” Hoe heeft Rio je mindset veranderd? “In mijn hoofd leefde ik toen nog met een denkwijze vol beperkingen. Ook na Rio overheerste die manier van denken nog bij me. Ik herinner me dat mijn ploeg in 2017 als doel stelde om de Giro Rosa met mij te winnen. In mijn hoofd was Rio slechts een koers van één dag, dat was iets heel anders dan een rittenkoers. Ik was er toen nog altijd van overtuigd dat ik überhaupt niet kon klimmen. Dat zat heel diepgeworteld. Het heeft me een half jaar gekost voor ik begon te geloven dat ik in de Giro een kans op de eindzege kon maken.” ‘Die laatste kilometers van die klim in Rio hebben me juist geïnspireerd om nog meer uit mijn loopbaan te halen. Niet de val’ Je hebt dus na die val in Rio nooit het gevoel gehad dat je sportieve revanche wilde nemen? “Mensen denken dat ik mentaal sterker ben geworden door die val, dat mijn omgang met die tegenslag me vooruit heeft gebracht. Ik kan alleen zeggen dat het me niet klein heeft gekregen. De skills om iets negatiefs om te buigen in iets positiefs had ik al eerder laten zien, daar had ik Rio niet voor nodig. Nee, die val is absoluut geen drijvende kracht geweest.” Toch lijkt jouw omgang met tegenslagen een van je sterke punten. Na zware valpartijen ben je de afgelopen jaren steeds sterker teruggekomen. Dat klopt wel. Ook eerder met de blessure aan m’n liesslagader. En zeker van het overlijden van mijn vader in 2008 heb ik destijds als 22-jarige veel geleerd. Ik heb van mijn ouders geleerd om niet te lang stil te staan bij teleurstellingen. Denken in mogelijkheden en niet jezelf zielig gaan vinden. Dat zit in de genen, dat kun je niet trainen. Natuurlijk heb ik mezelf in de eerste twee weken na de val in Rio zielig gevonden. Ik begreep ook wel dat ik daar een grote kans op olympisch goud letterlijk zag wegvallen. Maar na twee weken heb ik tegen mijn moeder gezegd dat ik weer in de bergen rondom Livigno wilde trainen. Ik heb haar gevraagd om met me mee te gaan. Zij moest me daarnaartoe rijden met de auto. Ik nam de fiets mee. Onze insteek was om er gewoon een vakantie van te maken en verder zagen we wel. Dat is een van de mooiste weken met mijn moeder geweest. Het was zo gaaf. Mijn moeder stond boven op de berg ineens te huilen. Ik vreesde dat ineens de emoties van Rio bij haar los kwamen. Maar nee, ze had nooit meer gedacht om ooit in de bergen te kunnen zijn. Het waren zulke intense moeder-dochterdagen. Natuurlijk was de ontknoping van Rio vreselijk, maar dan zie je ook dat zo’n tegenslag je uiteindelijk weer mooie momenten oplevert.” Je relatie met je moeder is heel intens. “Het overlijden van mijn vader heeft me veranderd. Toen ik op m’n studentenkamer zat, ging ik misschien eens in de vier weken op bezoek bij mijn ouders. Als je vader wegvalt, is ineens de vanzelfsprekendheid dat je ouders er altijd voor je zijn, weg. Ik besef nu hoe mooi het is dat ik een wereldtitel met mijn moeder kan vieren. Zo’n knuffel na de finish voelt daardoor extra goed. Ik weet door de dood van mijn vader dat het niet vanzelfsprekend is dat zij daar staat.” Geen revanche Wat deed het jou dat de Spelen door corona een jaar werden uitgesteld? “Ik heb meteen geschakeld, dacht: dan maar een plan maken voor 2021. Mijn dromen zijn niet veranderd, alleen een jaartje uitgesteld. Als ik al in een aftakelingsproces had gezeten en ik had het plan gehad om sowieso na Tokio in 2020 te stoppen, dan was het een ander verhaal geweest.” Je palmares is vrij compleet. Alleen die olympische medaille ontbreekt nog... “De Spelen zijn voor mij niet het summum. Iedereen legt me nu in de mond dat ik in Tokio revanche ga nemen voor de val in Rio. Mijn weerwoord is dat ik dat alleen op hetzelfde parkoers had kunnen doen. Dat in Tokio is totaal anders, waardoor die wedstrijd niks met Rio te maken heeft. Natuurlijk zou het tof zijn als ik nu een medaille kan pakken. Ik ben alleen teleurgesteld wanneer ik in Tokio niet goed ben en ik mezelf iets kan verwijten. Dat ik fouten in mijn voorbereiding of tijdens de wedstrijd heb gemaakt. Dat maakte het ook moeilijk om Rio een plek te geven. Ik kon mezelf daar heel veel verwijten. Dat maakte het heel lastig.” Helden Magazine 57 Het verhaal van Annemiek van Vleuten komt voort uit Helden Magazine 57. Het dubbeldik zomernummer staat volledig in het teken van de Olympische Spelen in Tokio en het EK voetbal. In Helden Magazine 57 lees je een uitgebreid interview met Dafne Schippers en haar broer Derek over hun speciale band. Spraken we keepster en boegbeeld van de Nederlandse handbalsters: Tess Wester over trouwen, de liefde en het moederschap. En ook een gesprek met en over Mathieu van der Poel, het fenomeen debuteert dit jaar in de Tour de France en rijdt een maand later de olympische mountainbikerace. Met aanvoerder Georginio Wijnaldum, assistent-bondscoach Ruud van Nistelrooij, Denzelf Dumfries en Wout Weghorst blikken we uitgebreid vooruit op het EK. Hoe goed is daarnaast Frenkie de Jong? We vroegen het aan acht kenners. Verder in het EK-gedeelte een interview met Memphis Depay en John Bosman blikt terug op het EK van 1988. Ook in Helden Magazine 57 praat Sifan Hassan over het geloof, de liefde, haar geheim, de toekomst en goede espresso. Bespreekt chef de mission van de Nederlandse olympische ploeg: Pieter van den Hoogenbandde mensen die hem inspireren. Praat de stille kracht van de hockeysters: Eva de Goede over poseren voor Sports Illustrated en tafelvoetballen met Neymar én wint Marianne Vos minder vaak, maar is ze wel gelukkiger. Verder praten we met de vier krachtpatsers van het baansprinten: Roy van den Berg, Matthijs Büchli, Jeffrey Hoogland en Harrie Lavreysen. Spreekt Vivianne Miedema openhartig over haar wens om ooit voor Feyenoord te spelen, zwaait Epke Zonderland in Tokio af, wist Arno Kamminga zelf lange tijd niet hoe goed hij was én pakten Alexander Brouwer en Robert Meeuwsen in 2016 de eerste Nederlandse olympische medaille in het beachvolleybal. Victoria Koblenko stapte daarnaast met Nicolas Heiner in de boot én staat Sarina Wiegman in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij De serenade van Judith Leyster.. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 57 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Wielrennen

Wout van Aert: Superman

Wout van Aert (26) kan alles: tijdrijden, sprinten, klimmen en [...]
Wout van Aert (26) kan alles: tijdrijden, sprinten, klimmen en klassiekers winnen. De Belgische renner van Team Jumbo-Visma zal zijn veelzijdigheid weer etaleren in de Tour. Wellicht pakt hij het geel. Of het groen. Een gesprek over het vaderschap, zijn ambities, het geheim van zijn succes, grote druk en natuurlijk de rivaliteit met collega- alleskunner Mathieu van der Poel. Het vaderschap “Het is gewoon anders om thuis te zijn. Vroeger kwam ik thuis om rust te pakken, om lekker samen met mijn vrouw Sarah op de bank te zitten. Nu zijn we altijd met die kleine bezig. Het is drukker, fysiek heb ik als ik thuis ben minder rust omdat Georges constant om aandacht vraagt en ik hem die natuur­lijk ook wil geven. Tegelijkertijd heb ik mentaal wel meer rust sinds hij er is,” zegt Wout van Aert. Hij en zijn vrouw Sarah werden op 4 januari dit jaar de trotse ouders van zoontje Georges. “Het cliché is waar, hoor, het is voor mij makkelijker om het wielrennen even los te laten als ik bij Georges ben.” Dus het is minder erg om tweede te worden? Lachend: “Verliezen zal nooit wennen, maar met relativeren bedoel ik: als ik Georges zie, denk ik even niet aan de fiets.” Is het moeilijker om van huis te gaan sinds Georges er is? “Ja. Ik heb deze zomer eerst de Tour de France en daarna ga ik meteen door naar Tokio voor de Olympische Spelen. Dat betekent zes weken onaf­ gebroken van huis. Dat wordt lastig. Maar goed, dat wisten Sarah en ik van tevoren. Ik weet ook dat ik de komende jaren veel van huis zal zijn.” Veel van de opvoeding zal dus op de schouders van Sarah terechtkomen. “We zijn al negen jaar samen en drie jaar getrouwd. Sarah begrijpt gelukkig wat het leven van een top­ sporter inhoudt. Zij weet dat het in mijn geval nooit een kwestie van niet willen, maar altijd van niet kunnen is. Ik moet na zware inspanningen even blij­ven zitten of gaan liggen. En ik kon voorheen ook lang niet overal bij zijn omdat ik weer weg moest. Dat begrip is er altijd geweest en dat is niet veran­derd nu Georges er is. Ik denk dat Sarah het nu juist makkelijker kan accepteren dat ik er niet ben of dat ik even mijn rust moet nemen. De opvoeding slokt veel van haar tijd op, waar ze vroeger weleens zat te wachten tot ik thuis was.” Neem je sinds je vader bent minder risico’s als je op de fiets zit? “Eh, nee. Ik voel me heel erg papa als ik niet op de fiets zit, maar ik denk niet als ik me in een afdaling stort: shit, ik ben nu papa, laat ik het wat rustiger aan doen. Misschien verandert dat als ik een keer aan een gevaarlijke situatie ontsnap. Ik kan me voorstellen dat dan het besef dat er thuis iemand op mij wacht veel meer binnen zal komen. Maar vooralsnog heb ik dat gevoel niet ervaren. Ik wil nu gewoon ook nog honderd procent wielrenner zijn.” Je bent met Sarah ook een kledinglijn begonnen met de naam Panache. “Met die kleine erbij is dat een stuk lastiger, want Sarah heeft veel minder tijd, maar we hebben het kledingmerk nog steeds. Gewoon voor de lol. Het is een bedrijf voor fan­kleding. Toen ik prof werd in het veldrijden en ik succes kreeg, ontstond er zo’n wildgroei aan kleding met mijn naam. De een had een blauwe jas aan met de tekst ‘Supporter Wout van Aert’, de an­der had een groene jas aan met ‘Fan van Wout’ en weer een ander droeg iets totaal anders met mijn naam erop. Sarah en ik dachten: hoe cool zou het zijn als we een mooi logo en een kledinglijn bedenken, waardoor alles wat meer bij elkaar past? Mijn zus is heel creatief en heeft het logo ontworpen. Zo is het begonnen. Het gaat zo goed dat we iemand hebben aange­nomen die de bestellingen afhandelt. Zo kunnen wij ons bezig­ houden met nieuwe designs.” De val Wout kende een geweldig Tourdebuut in 2019. Hij won met Team Jumbo­Visma de ploegentijdrit, droeg enkele dagen de witte trui voor de beste jongere in het algemeen klassement en pakte in de tiende etappe, de waaierrit naar Albi, de zege. Maar in de dertiende etappe, een individuele tijdrit van 27,2 kilometer met start en finish in Pau op 19 juli ging het hele­maal mis. Wout kwam hard in aanraking met een dranghek, dat niet goed was neergezet.“Ik was een van de favorieten voor de tijdrit naar Pau. Bij het ingaan van de laatste kilometer was er een bocht naar rechts. Hij was tricky, maar het was ook een bocht waar ik nog tijdwinst kon pakken. Ik heb nooit in de gaten gehad dat ik tegen een hek aan reed, dat wist ik pas toen ik ineens op de grond lag. Ik zag mijn rechterdijbeen en schrok vreselijk. Overal bloed, het was alsof er een vleeshaak in mijn heup zat. Het eerste half uur was verschrikkelijk. Dat gevoel zal ik altijd op kunnen blijven roepen, denk ik. Pas nadat ik morfine kreeg, ging het beter.” Je werd geopereerd, een revalidatie van enkele maanden volgde. Hoe kijk je nu, twee jaar later, terug op die afschuwelijke val? “Die val heeft gelukkig mijn groei als wielrenner niet afgeremd, kan ik nu wel stel­len. De overwinningen dit jaar in Gent-Wevelgem en de Amstel Gold Race zijn daar opnieuw het bewijs van. Ik ben nog in een periode van mijn carrière dat het elk jaar beter word. En wat de val betreft: ik denk dat die me mentaal nog wat sterker heeft gemaakt. Ik fiets nog liever dan ik al deed. Omdat je soms het idee hebt dat het fietsen je ook zomaar afgenomen kan worden? 'Ja. Ik heb voor mijn doen heel lang niet mogen fietsen. Ik mocht de eerste zes, zeven weken echt niets doen en daarna moest ik opnieuw leren lopen. De eerste, twee weken met krukken ging ik steeds een beetje vooruit, maar op een gegeven moment stagneerde het. Toen kwamen de twijfels. Ik dacht: ik zal ooit toch wel zonder krukken naar de keukentafel kunnen lopen? Dat was mentaal een heel zware periode. Ik twijfelde steeds meer. Ik heb dit meerdere malen gedacht: dit was het, het komt nooit meer goed. In de Tour de France van 2020 won je twee etappes, was de val vanaf dat moment een afgesloten hoofdstuk? 'In de Tour sowieso al. Door Corona werden voorjaarsklassiekers uitgesteld. Op 1 augustus won ik Strade Bianche. Dat was mijn eerste grote zege na de val en dat was zo'n beetje een jaar later. Weet je dat ik er helemaal niet mee bezig was destijds? Ik zat alweer een tijd op de fiets. Na de overwinning in Siena begon iedereen gelijk over 'de val die het einde van mijn carrière had kunnen betekenen'. Voor mij was het winnen van Strade Bianche sowieso een droom. En dat het een jaar na mijn val in Pau gebeurde, maakte het natuurlijk helemaal speciaal. ' Nieuwe generatie Wout maakte deel uit van een generatie jonge renners die het wielrennen kleur geven. Als het ook maar even kan vallen ze aan, ze verstoppen zich nooit, rijden om te winnen. Het gevolg: spannendere en specta­culairdere koersen, waar voor hun doorbraak veel wedstrijden het predicaat voorspelbaar opgeplakt kregen. Naast Wout bestaat die generatie uit Tour­ winnaar Tadej Pogacar, Marc Hirschi, Tom Pidcock, Julian Alaphilippe, Remco Evenepoel en natuurlijk Mathieu van der Poel. “Ik stel natuurlijk ook vast dat de koersen aantrekkelijker en veel minder voor­ spelbaar zijn tegenwoordig. We steken elkaar aan, vermoed ik. Wat Mathieu en mij betreft komt onze manier van koersen voort uit het veldrijden. Een cyclocross duurt een uur, het is man tegen man. Een uur is misschien niet al te lang, maar het lijkt wel heel lang te duren omdat we zo diep moeten gaan. In het veld hebben we nooit op elkaar gewacht, het was strijd vanaf minuut één. Als we een kans zien om het af te maken bij het veldrijden, grijpen we die. Misschien is dat de reden dat we ook op de weg meer met open vizier durven te koersen. Ik heb daar nooit bij stilgestaan. Dit is gewoon de manier waar­ op ik altijd heb gekoerst.” Een tijdlang werd er in het peloton vooral naar elkaar gekeken. Pas in de laatste kilometers ontbrandde de koers. “We krijgen zoveel positieve reacties op de manier waarop we nu koersen. Ik denk dat het wielrennen dit ook wel nodig had.” In 2018 deed je voor het eerst mee aan de grote wedstrijden in het voorjaar. Je ging ook meteen in de aanval.“ Klopt, maar ik kreeg ook vooraf al veel kritiek. ‘Je kunt niet eerst veldrijden en dan meteen meedoen aan de voorjaarskoer­sen op de weg,’ zeiden mensen. Ik bewees dat het wel kon. Toen ik in 2019 na het veldrijden en de voorjaarskoersen op de weg ook nog eens de Tour ging rijden, hoorde ik opnieuw: ‘Dat kan niet.’ Mensen denken omdat het tien of twintig jaar al op deze manier gaat, dat het niet anders kan. Ik weiger zo te denken. Ik haal er altijd veel motivatie uit om tegen de ongeschreven wetten in te gaan.” De rivaliteit Roger Federer had en heeft Rafael Nadal als grote rivaal in het tennis. In het boksen was er de titanenstrijd tussen Muhammad Ali en Joe Frazier. En het wielrennen heeft de rivaliteit tussen Wout van Aert en Mathieu van der Poel. Eerst streden ze tegen elkaar in het veldrijden: WvA won drie wereldtitels en MvdP vier. De strijd is nu ook verlegd naar de weg. Tal van keren zaten ze samen in de finale. Ook in de Tour zullen ze elkaar tegenkomen. De eerste twee etappes zijn op hun lijven geschre­ven, met als inzet de gele en groene trui. “Ik weet niet zo heel veel van tennis, maar Federer en Nadal ken ik natuurlijk en ik weet ook van hun rivaliteit. Die onderlinge strijd is mooi, maar het maakt het tegelijkertijd soms lastig. Ik bedoel: Mathieu is mijn grootste concurrent, zowel op de weg als in de cyclocross en we komen elkaar heel veel tegen. Ik werd vorig jaar tweede in de Ronde van Vlaanderen, Mathieu won. Dus riep ieder­een dat Mathieu me had verslagen en dat ik had verloren van Mathieu. Ik snap natuurlijk ook dat de wielerfans en de media ons constant met elkaar vergelijken, maar ik sta er toch iets anders in. Mijn doel is om een koers te winnen. Wie er tweede of derde wordt, is voor mij niet van belang. Zoals het mij ook niet uitmaakt wie er heeft gewonnen als ik zelf niet de winnaar ben. Maar goed, feit is natuurlijk wel dat als ik wil winnen, ik vaak ook Mathieu moet verslaan.” Die rivaliteit tussen jullie wordt uitvergroot. Hebben Mathieu en jij het daar ook weleens samen over? “Weinig, Mathieu en ik praten sowieso niet zo heel veel met elkaar. We zijn ook echt rivalen, denk ik. Bij ons is het van jongs af aan al zo dat de een succes van de ander in de weg staat. Het zou goed kunnen dat als we allebei gestopt zijn met koersen die drempel veel minder hoog is om meer contact te hebben met elkaar.” Jullie knopen niet even een gesprekje met elkaar aan voor of tijdens een koers? “Niet echt. Neemt niet weg dat ik heel veel respect voor Mathieu heb. Maar omdat we elkaar zoveel tegenkomen als de prijzen worden verdeeld, blok­ keert het ons om buiten de koers ook met elkaar te appen of zo.” Jullie onderlinge strijd inspireert jongeren die naar jullie duels kijken op tv natuurlijk wel. “Ja, dat is voor mij altijd wel gek om te beseffen. Voor mijn gevoel was ik nog niet eens zo lang geleden zelf zo’n kind dat zich liet inspireren. Op de weg was dat vooral door Tom Boonen, hij was een streekgenoot en dé man van het voorjaar op dat moment. En in het veldrijden waren Bart Wellens en Erwin Vervecken, ook twee gasten uit de streek, mijn voorbeelden.” Mathieu heeft zich naast het veldrijden en fietsen op de weg ook toegelegd op het mountainbiken. Hoe kijk je daarnaar? “Vol bewondering. Mijn ambitie ligt daar niet, maar als ik toch in Tokio ben, zal ik zeker kijken hoe Mathieu het doet.” Nederland De beste Belgische renner van dit moment rijdt niet voor een Belgische, maar al sinds 2019 voor een Nederlandse ploeg. Eerder dit jaar verlengde Wout zijn contract bij Team Jumbo­Visma tot en met 2024. “Ik heb al vaak gehoord dat ik in mijn doen en laten veel eerder een Nederlander ben dan een Vlaming en dat klopt ook wel. Ik voel me heel goed binnen de ploeg. Een reden daarvoor kunnen mijn Nederlandse roots zijn. Mijn grootouders waren Brabanders uit Strijbeek die vlak voor de geboorte van mijn vader in België zijn gaan wonen. Mijn va­der is volledig in België opgegroeid, maar hij heeft wel Nederlandse familie en is dus met jullie kijk op­ gevoed. En dat heeft hij weer aan mij doorgegeven.” Wat is het Nederlandse in jou? “Ik hou van directheid. In België zijn we kam­pioen rond de pot draaien. In Nederland is het veel gangbaarder als ik tegen iemand zeg: ik mag u niet. In België kun je dat niet doen. Iemand die je niet mag, moet je daar proberen te ontwijken.” Druk Er komt veel op jonge top­ sporters af. Zeker door social media liggen ze nog meer onder een vergrootglas. Ieder­een kan zonder omweg zijn of haar mening over spor­ters ventileren. Het is niet voor niets dat er steeds vaker sporters met een burn­out te maken krijgen. “Topsporters zijn tegenwoordig ook ‘influ­encers’. Ik vind het een ongelooflijk dom woord, maar het is wel de realiteit.” Iedereen heeft een mening over jou. De verwachtingen zijn enorm als jij aan de start verschijnt. Hoe ga je daarmee om? “Het ‘voordeel’ dat ik heb, is dat veldrijden in Vlaanderen te vergelijken is met schaatsen in Nederland. Toen ik prof werd op mijn negentiende, was de druk er ook meteen. Ik was net van school, was drie maanden prof toen ik Sven Nys voor het eerst klopte. Iedereen wilde ineens met me op de foto. Alles wat ik zei, werd uitvergroot en elke week moesten journalisten mijn mening in de krant hebben. Daar had ik het misschien een half jaar lastig mee. Daarna raakte ik eraan gewend. Dat ik die gekte al meemaakte in het veldrijden, zorgde ervoor dat ik makkelijker om kon gaan met de aandacht die ik erbij kreeg op de weg. Natuurlijk wordt het steeds maar meer. Maar vijf jaar terug werd ik al herkend bij de bakker en nu is dat nog steeds zo. Het belang­rijkst is dat ik gewoon mezelf kan blijven.” Hoe scherm je je af voor de dingen die over jou worden geschreven in de kranten en op social media? “Toen ik net prof was, las ik nog weleens wat er allemaal voorbijkwam op Facebook. Dat doe ik gewoon niet meer. Ik kan het toch niet voor iedereen goed doen. Je leert je ertegen te wapenen. In het begin was het moeilijk. Er is niemand die het leuk vindt om aangevallen te worden. Ik las soms de raarste dingen. Na verloop van tijd kwam het besef: als de mensen om mij heen maar blij met me zijn. Wat anderen vinden, kan ik tegenwoordig heel goed loslaten. Hetzelfde geldt voor de druk die mensen me opleggen. Ook die hoge verwachtingen maak ik al van jongs af aan mee. Ik laat me niet meer gek ma­ken.” Tom Dumoulin is een ploeggenoot van je. Hij ging minder makkelijk om met het leven in de schijn- werpers. Hij heeft een pauze genomen nadat hij te kampen kreeg met burn-outverschijnselen. Hoe kijk jij daarnaar? “Het is akelig om te zien. Ik heb Tom vorig jaar goed leren kennen en in de laatste Tour, vlak nadat hij terugkeerde na zijn slepende knieblessure, heeft iedereen in de ploeg ervaren dat hij het moeilijk had en dat hij niet helemaal goed in zijn vel zat. Maar hoe ik ernaar kijk... Ik vind het lastig voor te stellen dat ik ooit de liefde voor de fiets verlies. Ik hoop nu vooral dat Tom nog terugkomt, dat dit niet het einde is voor hem.” Stuur je ’m weleens een appje? “Ik heb hem natuurlijk een appje gestuurd toen hij het nieuws aankondigde. Verder laat ik hem nu met rust. Ik vul in dat hij vooral met rust gelaten wil worden. Misschien is dat wel helemaal niet zo... Ik weet niet zo goed hoe ik daarmee om moet gaan, eigenlijk.” De Tour Wout gaat in juni voor de derde keer van start in de Tour, waarin hij al drie etappes won. Maar tege­lijkertijd wordt van hem verwacht dat hij zijn werk doet voor kopman Primoz Roglic, die vorig jaar vlak voor Parijs uit het geel werd gereden. In Vlaanderen roepen ze dat hun Wout voor eigen kansen moet rijden, dat hij de vrijheid van Jumbo­Visma moet krijgen om voor de groene trui te gaan. Lachend: “Ach, die discussie over de groene trui zal pas verstommen op het moment dat ik echt voor die trui ga. Ik begrijp de discussie wel en, natuurlijk, ik wil zelf ook graag voor die groene trui gaan en denk dat de ploeg het ook wil in de toekomst. Als we dat in goed overleg doen, hoeft het de ploegentactiek en de kansen van Primoz ook niet in de weg te staan. Maar dit jaar heb ik van de Olympische Spelen ook een groot doel gemaakt. Wij denken dat het met die gedachte in het achterhoofd beter is om voor ritwinst te gaan en niet voor het dag in, dag uit najagen van de groene trui, want dat vreet heel veel energie.” Vorig jaar had je die groene trui al kunnen pakken. Je zat elke dag voorin en als je even ruimte kreeg, deed je mee om de zege in de massasprints. “Het plan van de ploeg was al een tijd om voor het geel te gaan. Ik denk ook niet dat vooraf iemand kon inschatten hoe goed ik was. Pas tijdens de Tour werd duidelijk dat ik me ook in de strijd om de groene trui zou kunnen mengen. Als we dat op voorhand hadden geweten, hadden we met de ploeg mis­schien wel voor geel én groen gegaan. Achteraf is het makkelijk om zoiets te roepen.” Je sleurde ook in de bergen op kop van het peloton, kon de klassementsrenners prima bijbenen. Denk jij naast de groene trui ook weleens aan de gele? Lachend: “Het wordt natuurlijk alleen maar gekker! Ik heb nog niet geprobeerd om voor de groene trui te gaan of er wordt al over het geel gefilosofeerd. Ik snap het wel, omdat ik vorig jaar heel goed bergop reed. Ik zeg er wel bij: er is een heel groot verschil met je werk doen tot vijf kilometer van de streep. Voor de kopmannen begint het dan pas. Zover ben ik nog niet. Sterker, ik heb nooit voor mogelijk gehouden dat ik tot zo ver in de finale mee zou kunnen in de Tour. Ik wil eerst heel veel andere dingen najagen en dan zie ik misschien de uitdaging om een poging te wagen om voor de gele trui te gaan. Ik zeg als de gele trui ter sprake komt, niet langer: je bent helemaal gek. Maar ik zeg ook nog niet volmondig: dat is wat ik wil!” Je bent bijna een soort van Superman. Je kunt sprinten, klimmen, tijdrijden en klassiekers winnen. Alles wat je aanpakt, lukt. Sta je weleens van jezelf te kijken? Glimlachend: “Nou, ik verlies naar mijn zin nog te vaak, hoor. Maar soms komen de lijstjes voorbij met wat ik allemaal heb gepresteerd en dan denk ik weleens: dat doen mij er niet veel na. Ik ben er trots op dat mijn prestaties heel regelmatig zijn, dat ik er altijd bij ben in de finale. Maar het ligt niet in mijn aard om mezelf daar uitgebreid voor op de borst te kloppen.” Wat zijn de ambities voor de toekomst, ben je daar al mee bezig? “Ik heb dit jaar drie doelen. Eerst goed presteren in het voorjaar, dat is gelukt met als afsluiter de overwinning in de Amstel Gold Race. Het tweede doel zijn de Tour en de Spelen, ik wil het goed doen in de Tour en ik wil schitteren in de weg­ wedstrijd en op de tijdrit in Tokio dit jaar. Mijn derde doel is om een goed WK op de weg te rijden. Wat daarna komt, zie ik wel. Mijn droom is altijd geweest om een zo breed moge­lijk palmares te hebben. Dat is ook de reden geweest waarom ik het veldrijden deels achter me heb gelaten. Ik wilde mijn ontdekkingstocht voortzetten op de weg. Ik wil zoveel moge­lijk verschillende overwinningen boeken: klassiekers, ritten in etappekoersen, de groene trui in de toekomst... Ik hoef niet perse een wedstrijd vijf keer op rij te winnen. Ik wil goed zijn in allerlei verschillende facetten, dat is mijn insteek.” Meer Helden? Wil je geen geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Abonneer je nu snel en ontvang de Helden Magazine op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Blijf daarnaast op de hoogte van het recentste sportnieuws en leuke winacties door je aan te melden op onze nieuwsbrief en volg ons op onze social mediakanalen.

Wielrennen

‘Ik heb geleerd m’n kop niet te laten hangen’

Wilco Kelderman (30) werd vorig jaar derde in de Giro d’Italia na [...]
Wilco Kelderman (30) werd vorig jaar derde in de Giro d’Italia na een bloedstollende ontknoping. Nu is hij klaar voor de Tour. Maar in de tussentijd stapte hij over naar BORA-Hansgrohe en brak hij wel nog even zijn nek. Voor de tweede keer... Hoe was het om voor de tweede keer je nek te breken? “Tja, dat was wel weer even heel heftig. Vooral het moment dat ik daadwerkelijk hoorde dat ik weer m’n nek had gebroken. Ik dacht: what the fuck, hoe kan dit?” De manier waarop was ook nog eens heel ongelukkig. “Het gebeurde in januari, in Italië, op de laatste dag van ons trainingskamp bij BORA-Hansgrohe. En dan ook nog in de laatste dertig minuten van de allerlaatste training. We waren eigenlijk al langs het hotel gereden, maar maakten met een groepje nog even een extra lus om de geplande zes uur training vol te maken. En dan gebeurt zoiets. Een automobiliste die op ons in reed.” Ik begreep dat ze jullie niet zag door de zon. “Eigenlijk geloof ik daar niks van. Het blijft een heel gek verhaal, want ze stak zomaar over terwijl het sowieso een heel drukke weg was. Die Italianen hebben altijd zoveel haast, lijkt het. Ze proppen gewoon zonder te kijken de neus van hun auto ergens tussen als ze ergens heen willen. Die aanrijding was in ieder geval totaal onnodig.” Was dat extra trainingslusje nou wel echt nodig? Lachend: “Nou, zo’n extra lusje is niet heel gek hoor. Als er op de planning staat dat ik zes uur moet trainen, dan doe ik dat. Daar ben ik prof voor.” Wat deed het met je om na alle pech die je al hebt gehad wéér zoiets mee te maken? “Dat was heftig. Ik ben na al die keren alleen al bang om überhaupt naar het ziekenhuis te gaan. Maar ik voelde me wel redelijk na die klap, het was meer een check up, voor de zekerheid. Ze vermoedden een lichte hersenschudding. Maar toen zagen ze ineens een breukje in m’n nek. Dat is verschrikkelijk om te horen. Niet weer, dacht ik, omdat me dat natuurlijk al een keer gebeurd was. Ik kreeg meteen flashbacks naar wéér opgesloten zitten in die nekkraag. En daarna die lange weg terug.” Het volledige verhaal lezen? Je kunt het magazine in de winkel halen óf online bestellen!

Wielrennen

‘Het zijn dure jaren’

Steven Kruijswijk werd twee jaar geleden derde in de Tour de [...]
Steven Kruijswijk werd twee jaar geleden derde in de Tour de France. Dat succes kon hij in 2020 geen vervolg geven door een valpartij en een positieve coronatest. De 33-jarige renner van Jumbo-Visma hoopt deze Tour weer in de schijnwerpers te staan. “Ik heb mijn portie pech en teleurstellingen ook wel gehad. Ik ben altijd opgekrabbeld.” De Sloveense revolutie van Tadej Pogacar en Primoz Roglic, de opkomst van een extreem jonge, nieuwe generatie en de transformatie van Team Ineos van een berekende machine naar een aanvallend koersend collectief, hebben het beeld in de grote rondes in korte tijd drastisch veranderd. Het lijkt ineens of Chris Froome, Geraint Thomas en Tom Dumoulin al jarenlang van het strijdtoneel zijn verdwenen. Zoals we bijna ook zouden vergeten dat Steven Kruijswijk twee jaar geleden nog op het podium van de Tour stond. Steven moet lachen als hij eraan wordt herinnerd dat zijn derde plaats in de Tour pas twee jaar oud is. Juist doordat er zoveel ontwikkelingen in de wielersport zijn en de geboren Brabander een jaar lang door een valpartij en een positieve coronatest uit de roulatie was, staan we er bijna niet meer bij stil dat Steven in 2019 een serieuze kandidaat voor de eindzege in de Ronde van Frankrijk was. “Het is inderdaad nog vrij recent. Het is niet zo dat ik me aan die uitslag vast moet houden. Ik ben er juist nog altijd van overtuigd dat een podiumplaats in de komende Tour voor mij nog altijd realiseerbaar is. Ik merk wel dat de tijd niet stilstaat. Deze zomer lijkt het ook weer lang geleden dat Primoz op de voorlaatste dag van de Tour zijn gele trui verloor. Alles gaat maar door en de mensen leven bij het moment van de dag. Zeker in deze tijden volgt alles elkaar zo snel op, dat je niet te lang stil kunt blijven staan bij uitslagen. Door corona zijn het hectische tijden, je weet vaak niet waar je aan toe bent. Of wedstrijden doorgaan, of ze verzet worden en of je zelf wel kunt starten. Je leeft van moment naar moment. Het verleden lijkt daardoor soms langer geleden dan het eigenlijk is.” Het volledige verhaal lezen? Je kunt het magazine in de winkel halen óf online bestellen!