Word abonnee

Wielrennen

Wielrennen

Wielerarchitect & Spindoctor

Als ploegleider van Ineos Grenadiers en daarvoor Team Sky was [...]
Als ploegleider van Ineos Grenadiers en daarvoor Team Sky was Servais Knaven gewend de koers naar zijn hand te zetten. Met Bradley Wiggins, Chris Froome, Geraint Thomas en Egan Bernal won hij in totaal liefst zeven keer de Tour de France. Nu heeft Jumbo-Visma die controlerende rol overgenomen. Helden gaat verhaal halen. In de enorme hoeve van Servais Knaven en zijn vrouw Natascha den Ouden in het Vlaamse Meerle, vlak over de Nederlandse grens, draait alles om de fiets. Servais is de succesvolle ploegleider van Team Ineos Grenadiers en samen met zijn echtgenote, ook oud-coureur, heeft hij een internationale opleidingsploeg voor vrouwen opgestart, NXTG. Uiteindelijk zullen daar de nieuwe Nederlandse en Belgische toppers bij de vrouwen vandaan moeten komen. In de huidige ploeg zit hun oudste dochter Britt en ook de andere drie dochters gelden in hun leeftijdscategorie als grote talenten. Servais leerde Natascha kennen bij het WK voor junioren in 1989. Lachend: “We hebben ze écht niet gedwongen om te fietsen. De meiden turnden eerst alle vier en niet onverdienstelijk. We hadden het prima gevonden als ze waren blijven turnen, maar ze kozen uiteindelijk alle vier zelf voor de fiets. Net als hun ouders. Zoiets zit dus toch in de genen. En wij herkennen weer onze eigen eerste stappen in de wielerwereld.” Kunnen ze de top halen? “Dat is nog heel moeilijk in te schatten. Ze hebben alle vier talent, maar hoever ze ooit gaan komen, is op dit moment nog veel te vroeg om te kunnen bepalen. Zeker als je ziet hoe hoog het niveau nu is in het vrouwenwielrennen en hoe groot het gat is tussen de junioren en de top bij de profs. Wij hebben met NXTG als doel gesteld dat we dat gat gaan proberen op te vullen. Dat zal cruciaal zijn voor de ontwikkeling van heel veel jonge rensters. Vrouwenwielrennen is booming, het wordt heel goed bekeken op tv, sommige koersen zelfs beter dan de mannenwedstrijden. Bepaalde vrouwenkoersen zoals de Ronde van Vlaanderen, Gent-Wevelgem en ook Omloop Het Nieuwsblad, eindigen niet lang na de finish van de mannen. In het verleden werd af en toe wat getoond van de vrouwen, maar dan als break tijdens de mannenkoers. Nu blijven veel mensen kijken naar de finale van de vrouwen en die schakelen de volgende keer opnieuw in. Dat verdienen de vrouwen ook. Ik wil me ook graag inzetten voor het vrouwenwielrennen. De ploeg zijn we opgestart als hobby en die groeit als kool. Dat betekent ook dat we elk jaar nieuwe mensen erbij betrekken die ons het werk een beetje uit handen nemen. Natascha wil ook gewoon haar werk als fysiotherapeut blijven doen. Maar we moesten ergens beginnen, hopelijk kunnen we dit uitbouwen tot een succesvolle ploeg of project en het in de toekomt grotendeels uit handen geven. Ik denk dat we met onze huidige UCI-opleidingsploeg ook kunnen uitgroeien tot een WorldTour-ploeg met internationale toprenners.” Het volledige verhaal lezen? Je kunt het magazine in de winkel halen óf online bestellen!

Wielrennen

Primoz Roglic: Nieuwe ronde, nieuwe kansen

Primoz Roglic werd vorig jaar na een zenuwslopende ontknoping [...]
Primoz Roglic werd vorig jaar na een zenuwslopende ontknoping tweede in de Tour de France. Dit jaar belooft het opnieuw een zinderende strijd om het geel én de eindzege in Parijs te worden met zijn landgenoot Tadej Pogacar. Helden ging langs bij de Sloveense kopman van Team Jumbo-Visma. Objectief gezien is hij de beste wielrenner. Primoz Roglic staat eerste op de UCI-wereldranglijst, won in 2020 de Vuelta en Luik-Bastenaken-Luik. En hij werd tweede in de Tour de France. Hoewel de kopman van Team Jumbo-Visma al een tijdje de te kloppen renner is, is hij in niets de aap op de rots. Hij is bescheiden en vriendelijk. Ook als de 31-jarige Sloveen terugblikt op vorig seizoen en vooruitkijkt naar de Ronde van Frankrijk.Weinigen hadden na kunnen doen wat hij vorig jaar in de Tour deed. In winst en in verlies. In de tijdrit op de voorlaatste dag raakte de tot dan toe onkreukbare Roglic geheel onverwacht de eindzege toch nog kwijt. Zijn negen jaar jongere landgenoot Tadej Pogacar pakte hem het geel af door een ongekende race tegen de klok af te leveren over iets meer dan 36 kilometer met aankomst op La Planche des Belles Villes. Wat deed Roglic na deze ontgoocheling? Hij stapte nog in het geel meteen op Pogacar af om hem welgemeend te feliciteren. Hij was op waarde geklopt en dan wens je je tegenstander geluk. Je moet het maar kunnen. Rustig blikt hij terug op de door corona uitgestelde Tour van 2020. In de NOS-documentaire ‘Code Geel’ had hij al opgemerkt dat zijn team het Pogacar in de dagen voor de beslissende tijdrit te makkelijk had gemaakt. UAE-Team Emirates hoefde niets anders te doen dan te kijken naar de zo oppermachtige geel- zwarte trein van Roglic. Pogacar kroop in het wiel van zijn landgenoot en kon zijn krachten sparen. Ook zagen we Roglic tijdens die ‘fatale’ tijdrit op 19 september 2020 een paar keer worstelen met zijn helm. Ja, wil hij wel toegeven, hij droeg niet zijn favoriete tijdrithelm. Die helm zat hem niet lekker, maar als lid van de ploeg draagt hij nu eenmaal het materiaal dat door de sponsors wordt geleverd. Het gefriemel aan de helm oogde wat lullig, maar was zeker geen oorzaak, laat staan excuus voor zijn tegenvallende rijden in die allesbeslissende tijdrit. Hij was er klaar voor om 19 september 2020 de eindoverwinning van de Tour zeker te stellen en had de nacht ervoor zoals altijd goed geslapen, goed gegeten, voelde ook geen extra stress, dus niets wees erop dat het mis zou kunnen gaan. Hij wil zichzelf geen tijdritspecialist noemen, maar had toch al een paar heel goede tijdritten gereden. Was hij in 2016 als onbekende debutant in de proloog van de Giro in Apeldoorn niet op tweehonderdste van een seconde tweede geworden achter specialist Tom Dumoulin? En had hij in 2019 in de afsluitende tijdrit van de Ronde van Italië niet Mikel Landa van het podium gereden? En had hij niet het zilver gepakt achter Dumoulin bij de WK tijdrijden in het Noorse Bergen in 2017? Dus voorzag hij niet dat Pogacar veel sneller zou kunnen zijn in de tijdrit, laat staan dat hij de 57 seconden achterstand kon inlopen. Tot het moment dat hij tijdens zijn rit in zijn oortje hoorde dat Pogacar sneller was, sterker, dat Pogacar de gele trui zou overnemen. Dat bericht kwam keihard binnen. Maar wat moest hij? Hij reed zo hard als hij kon, terwijl hij zich realiseerde dat hij elke meter meer tijd verloor. Dan lijd je onder elke pedaaltrap, heb je zoveel pijn, is de finish zo ver weg. Op de finish bedroeg het verschil met zijn ontketende landgenoot liefst één minuut en 56 seconden. Natuurlijk hebben hij en zijn begeleiders zich later afgevraagd wat anders had gemoeten. Nee, het was niet de stress die hem parten speelde. Het ging om de kracht waarmee hij de pedalen had moeten ronddraaien, in vaktermen het vermogen dat hij had moeten rijden om Pogacar te verslaan. Het vermogen dat hij had moeten leveren om het geel te houden, had hij nog nooit gereden. Hij reed naar zijn maximale vermogen, dus echt gefaald had hij ook niet. Maar zo voelde het wel. Misschien had hij een paar seconden sneller kunnen rijden, maar zeker niet een minuut. Zijn voorbereiding op de komende Tour is anders dan vorig jaar. Hij weet nu wat het is, verliezen op de een na laatste dag. En laten we wel zijn, verliezen hoort bij het leven, hoort bij de sport. Je moet zo’n teleurstelling hebben meegemaakt om hem te voelen. Natuurlijk was hij meer dan teleurgesteld na de Tour. Hij vond het vooral erg voor al die mensen die zich drie weken lang voor hem hadden ingezet. Gelukkig heb je in het wielrennen altijd weer een nieuwe kans. Dat hij vorig jaar na de Tour meteen voor de tweede keer de Vuelta won, werkte helend. De uitdaging was extra groot omdat hij bij de start niet op het niveau van de Tour was. Misschien was hij daarom wel frisser in zijn hoofd. De uitdaging in Spanje was: kijken hoe ver hij kon gaan terwijl hij niet optimaal was voorbereid. Dus gaf het een heerlijk gevoel dat hij in 2020 toch een grote ronde won. En ja, eenmaal thuis was hij achteraf toch ook wel een beetje trots op die tweede plek in de Tour. Uiteindelijk was ook een droom uitgekomen, uitblinken in de belangrijkste wedstrijd van het jaar, de gele trui dragen, etappes winnen. En als je dan als tweede eindigt, ben je natuurlijk teleurgesteld, maar vooral in jezelf. Kortom, Roglic kijkt naar sport, zoals sport is bedoeld. Aan de top doe je er alles aan om te winnen, om beter te zijn, maar je kunt een tegenstander treffen die, al is het maar één dag, beter is. Verrassing en spanning maken topsport juist zo mooi. Je zult Roglic geen bidon zien gooien na een mislukte etappe. Het zit niet in hem, bewees hij ook maar weer tijdens de Waalse Pijl toen hij op de Muur van Huy vlak voor de streep werd ingehaald door wereldkampioen Julian Alaphilippe. Had Roglic iets eerder achteromgekeken, dan had hij de aanval kunnen pareren. Hij deed het niet, werd geklopt en wat doe je dan? Dan feliciteer je de winnaar. Roglic wijkt van dat patroon af omdat hij op zoek is naar een totaal nieuwe voorbereiding op de Tour. Hij denkt dat hij daardoor vrijer zal zijn in zijn hoofd You win some, you lose some. Roglic is vooral heel dankbaar voor de kans die hem is geboden door Jumbo-Visma, die het al in 2016 in hem zag zitten. Hij was een twintiger, veel ploegen hadden het niet met hem aangedurfd. Project Roglic werd een doorslaand succes. Dus verlengde hij afgelopen winter zijn contract met de ploeg die zijn nek voor hem uitstak. En Roglic was bereid samen met Tom Dumoulin te kijken wie uiteindelijk de kopman tijdens de Tour van dit jaar zou zijn. Hij was blij dat hij Dumoulin heeft leren kennen toen ze vorig jaar onverwacht ploeggenoten werden. Tom is een geweldig mens en nee, hij had de burn-out van zijn ploeggenoot niet zien aankomen, dus was het ook voor hem een verrassing dat hij begin dit jaar ineens stopte met wielrennen. Natuurlijk had hij Dumoulin zien worstelen in de Tour van vorig jaar, zoals met zijn zadel. Die twijfel herkende hij wel, de bijna eeuwige vraag hoe hoog je zadel moet zitten, wat de ideale stand is, maar geen moment had hij de beslissing van zijn ploeggenoot zien aankomen. Hij heeft hem appjes gestuurd en sterkte gewenst. Meer kon hij ook niet doen. Ze hebben elkaar niet meer gesproken. Het belangrijkste is nu dat Dumoulin gelukkig is, zegt hij. Zelf is hij niet bang de lol in het fietsen te verliezen. Roglic vindt elke koers leuk, houdt van trainen en geniet zelfs van zwaar afzien. Waar de meeste renners begin twintig prof worden, stapte de inmiddels 31-jarige Primoz pas acht jaar geleden op de fiets na een niet naar wens verlopen carrière als skispringer. Hij is dus eigenlijk nog een broekie in het peloton. Hij gaat nog dagelijks vooruit. En ook op mentaal vlak ontwikkelt hij zich. Niet voor niets heeft hij een mental coach in Slovenië. Het is met die permanente druk, die elke topsporter voelt, prettig om met iemand te kunnen praten. De Tour blijft het hoofddoel. En natuurlijk hebben hij en de ploeg lering getrokken uit het ‘koningsdrama’ van vorig jaar. De voorbereiding is dit jaar heel anders. Na Luik-Bastenaken-Luik heeft hij zich teruggetrokken in het Franse Tignes, de Sierra Nevada en op Tenerife. Voor de Tourstart in Normandië traint hij liefst twee maanden op hoogte. Hij weet dat afzien in de koers doorgaans wordt gezien als de beste training voor belangrijke wedstrijden. Roglic wijkt van dat patroon af omdat hij op zoek is naar een totaal nieuwe voorbereiding op de Tour. Hij denkt dat hij daardoor vrijer zal zijn in zijn hoofd. Vorig jaar kwam hij immers net te kort. Hij kiest mede voor de revolutionaire aanloop omdat hij geen energie wil verspillen in koersen die toch alleen maar als training voor de Tour gelden. En mocht het toch gaan kriebelen, dan sluit hij niet uit nog een paar koersen te rijden om zich te testen. Hij denkt dat hij de enige favoriet is die zich op de Tour voorbereidt met het voornemen de laatste twee maanden niet te koersen. Achteraf zullen we zien of zijn nieuwe manier van voorbereiden de juiste was voor een race van drie weken, zegt hij met een grote glimlach. En nee, zijn voornemen om die twee maanden niet te koersen heeft niet te maken met de wijze waarop hij vorig jaar uit de Dauphiné kwam. Tijdens de laatste voorbereidingskoers voor de Tour was hij gevallen en hij had mogelijk te veel energie verspild. Bijkomend voordeel van alleen maar trainen is dat de kans op vallen veel kleiner is dan in een koers. Onderschat ook niet het gevaar van verveling in een etappe van tweehonderd kilometer. Je praat wat, je rijdt in het peloton en dan bestaat het gevaar van concentratieverlies met alle gevolgen van dien. Het moet anders, maar hij heeft niet het gevoel dat hij wraak moet nemen in de Tour. Hij wil winnen, dat wel natuurlijk. Maar zijn herinnering aan de Tour van vorig is niet dat hij hem heeft verloren. Die tweede plek is geen nachtmerrie. Hij stond in Parijs op het podium met zijn zoontje van één. Hoe bevoorrecht ben je als je ooit op het podium van de Tour kunt staan met je kind in je armen? Dat is geluk. Dit jaar moet hij het lang zonder zijn in juni 2019 geboren zoon en zijn vrouw stellen. Tijdens de voorbereiding op de Tour moet alles wijken. Alleen begeleiders die hem ten dienste kunnen zijn, zijn welkom. Verder is elke afleiding letterlijk afleiding, dus ook zijn gezin. Als blijkt dat het beter is voor de ploeg om de 'kaart' Van Aert te trekken, dan zal Roglic zijn ploeggenoot steunen. Cijferde Van Aert zich vorig jaar niet voor hem weg? Toen hij vijf jaar geleden zijn eerste grote ronde reed, was hij vrij nieuw in het wielrennen. Hij heeft moeten leren lijden op de fiets, moest in zijn eerste jaren bij Jumbo-Visma uitvinden hoe ver hij kon gaan, waar de grens lag. Lijden is deel van het fietsen. Nu heeft hij ook dat onderdeel van het fietsen onder de knie, zegt hij lachend. Daarnaast draagt hij als kopman ook verantwoordelijkheid voor een heel team. Hij vindt het normaal dat hij respect toont voor alle leden van het team, van renners tot mecaniciens, al was het alleen maar omdat hij zelf ook graag als mens wordt gewaardeerd en niet alleen als de wielrenner, als de kopman. Dat verklaart wellicht zijn dankbaarheid naar ploeg­genoten als ze hem weer eens een dag uit de wind hebben gehouden. Hij wil er maar mee zeggen dat het leven niet om hem draait. Neem Wout van Aert. Roglic denkt dat hij de Tour zeker een keer kan winnen. Als blijkt dat het beter is voor de ploeg om deze Tour de ‘kaart’ Van Aert te trekken, dan zal Roglic zijn ploeggenoot steunen. Cijferde Van Aert zich vorig jaar immers niet weg voor hem? De Belg is bovendien een geweldig mens. En mocht een andere ploeggenoot, zoals Steven Kruijswijk, meer kans op de eindzege in de Tour maken, dan steunt hij die. Waarom niet? Het belangrijkste is dat een lid van zijn team wint. Hoe goed hij vorig jaar ook was, Roglic weet dat hij dit jaar beter moet zijn. Hij heeft tenslotte goed nieuws: de metingen tonen dat hij dit jaar beter is dan vorig jaar Tour de France special Het volledige verhaal van Primoz Roglic komt voort uit de Tour de France Special 2021. Topsporters vertellen in Helden Magazine hun inspirerende verhalen, delen ze hun geheimen en leer je de mens achter de topsporter kennen. In de Tour de France Special van 2022 kom je via interviews, reportages, rubrieken én columns alles over de Tour de France en Tour de France Femmes te weten. In deze Special schittert Mathieu van der Poel de cover. Zijn vader,Adrie van der Poel, vertelt onder meer over de ontwikkeling van Mathieu en geeft zijn zoon nog wat tips. Verder komen ook alleskunner Wout van Aert, Marianne Vos, Tadej Pogacar, Annemiek van Vleuten, Jonas Vingegaard, Lorena Wiebes, Fabio Jakobsen en Dylan Groenewegen voorbij. Wil je het hele nummer lezen? Bestel de Tour de France Special 2022! Wil je geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Abonneer je nu snel en ontvang de Helden Magazine op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Blijf daarnaast op de hoogte van het recentste sportnieuws en leuke winacties door je aan te melden op onze nieuwsbrief en volg ons op onze social mediakanalen.

Wielrennen

‘Ik ben van mijn angsten verlost’

Michael Boogerd zat er eind vorig jaar mentaal helemaal doorheen. [...]
Michael Boogerd zat er eind vorig jaar mentaal helemaal doorheen. Hij was toch al nooit makkelijk voor zichzelf geweest, maar ineens was de grens bereikt: er moest een einde komen aan de paniekaanvallen, hij liet zich opnemen. Voor het eerst doet de 49-jarige oud-renner, die eind vorige eeuw het boegbeeld was van het vaderlandse wielrennen, zijn verhaal. “Ik ben voor dit interview nerveus om de reacties van mensen die misschien weer vinden dat ik klaag of dat ik de slachtofferrol speel. Ik heb tegen het gesprek opgezien, maar wil ook graag openheid van zaken geven. Naar omstandigheden gaat het goed met me. Hoewel ik niet veel te doen heb door corona, maak ik me minder druk dan vorig jaar. Toen had ik schuldgevoelens tegenover de kinderen. Papa werkte niet door corona en zat vaak thuis niets te doen. In het begin had ik er nog wel vrede mee. Iedereen zat thuis, het was rustig op straat, we liepen met de kinderen door het park en gingen picknicken. In de zomer kwam het leven weer een beetje op gang, maar niet voor mij. Normaal geef ik clinics, maar die gingen niet door. Uitnodigingen voor programma’s moest ik afzeggen omdat ik niet vanuit België naar de studio’s in Nederland mocht reizen. Uiteindelijk heb ik voor de NOS in het najaar wel de Tour gedaan, maar toen al had ik dat enorme schuldgevoel. Ik voelde me nutteloos. Toen ik veertien jaar geleden stopte met wielrennen voelde ik me in het begin bevrijd. Ik was vooral blij dat ik van de spanning af was. Ik werd nog vaak herkend en herinnerd aan mijn carrière. Dat werd daarna minder en minder. En daardoor raakte ik langzaamaan mijn identiteit kwijt, ik begon me steeds meer af te vragen wie ik was, wat ik wilde, wat ik kon. Dat is een heel lang proces geweest. De boel escaleerde precies drie jaar geleden. Ik was in die tijd ploegleider bij Roompot. Na de laatste etappe van de Ronde van Kroatië besloot ik in mijn eentje meteen terug te rijden. We hadden als ploeg een deal met Veilig Verkeer Nederland, ik zou op een school voorlichting geven over veilig fietsen. Onderweg kreeg ik mijn eerste paniekaanval. Ik wist niet wat me overkwam, dacht dat ik in de auto dood zou gaan. Ik had voor m’n dertigste, toen ik nog wielrenner was, al wel last gehad van hyperventilatie, maar dit voelde anders. Ik werd duizelig, kreeg koppijn, dacht dat mijn laatste uur had geslagen, maar ben stom genoeg wel doorgereden. Uiteindelijk ebde dat gevoel weer weg. Ik wilde er niet te veel aandacht aan besteden, maar de maand daarna bleef ik me paniekerig voelen. Ik heb het wel meteen aan mijn vriendin Darya verteld, maar wilde het ook weer niet te groot maken. Ik zag op de verjaardag van mijn zoon, op 7 juni, Darya intens met mijn moeder praten. Ik voelde dat er iets speelde, maar ze wilden het me niet vertellen. Ik moest de volgende ochtend als ploegleider naar een wedstrijd en kreeg vlak voor vertrek weer een paniekaanval. Een dag daarna belde mijn moeder: ze had me op de verjaardag niet willen vertellen dat m’n vader kanker had, omdat ze bang waren dat ik daarvan de volgende dag in de auto niet goed zou worden. Er was geen aanwijsbare aanleiding voor die aanvallen. Het was een optelsom, denk ik, het stoppen als wielrenner is me toch niet lekker afgegaan. Vervolgens kwam de scheiding van mijn eerste vrouw Nerena eroverheen, die ging me niet in de koude kleren zitten. En daarbovenop kwam de dopingbekentenis die er behoorlijk heeft ingehakt. Ik zat voordat jullie kwamen te denken wat me de afgelopen jaren nou het zwaarst heeft getroffen. Ik denk dat ik niet goed heb kunnen omgaan met de opeenstapeling van die situaties. Toen ik voor het eerst doping ging gebruiken, deed iedereen het die voor de overwinning fietste. Het was heel normaal in mijn tijd. Natuurlijk realiseerde ik me de gevolgen, maar je had geen keus, tenzij je nooit meer iets wilde winnen. Alleen werd het bij mij op een gegeven moment te gek, dat is ook een van de redenen dat ik ermee ben gestopt. Je moet voortdurend geheimzinnig doen, je draagt elke minuut van de dag een geheim met je mee. Op een gegeven moment knapte er iets. Ik kon die extra spanning van het geheimhouden en de angst dat het zou uitlekken, niet meer opbrengen. Het was niet eens zozeer de schaamte of de onthulling in 2013 dat ik had gebruikt en waardoor ik van mijn voetstuk viel die me achtervolgde. Ik had het meeste last van zaken die nauwelijks bekend waren en zijn, zoals dat ik bij de Dopingautoriteit strafvermindering kon krijgen als ik namen van ex-collega’s zou noemen. Ik vind het nog steeds zo oneerlijk dat verraad wordt beloond. Die zaken kwelden me psychisch. Laat heel duidelijk zijn dat ik vind dat elke vergelijking met de oorlog mank gaat, maar ik moest ineens toch onbewust denken aan verhalen die ik had gelezen waarin buren werden beloond omdat ze andere buren hadden verraden. Let wel, ik had iets verkeerds gedaan en mensen in het verzet juist niet, dus ben ik altijd bang voor vergelijkingen, maar ik had zo’n slecht gevoel over dat verraad, dat deed me zo veel. Zo ben ik ook opgevoed, dat je nooit iemand verraadt. Ik kwam erachter dat jongens met wie ik de kamer had gedeeld, met wie ik jaren in de ploeg had gereden en lief en leed had gedeeld als kameraden, mij wel hebben verlinkt om hun eigen hachje te redden. Zij verdedigden zich met het argument dat ze gezinnetjes hebben en hun baan wilden redden, maar ik had het niet gedaan. Ik kon heel moeilijk verkroppen dat we bij wijze van spreken allemaal epo gebruikten, maar dat het epogebruik bij de renner die een ander erbij had gelapt, ineens minder erg was. Dat hele spel heeft me misschien wel het meeste geraakt. Ik heb twee renners van wie ik sterk vermoedde dat ze mijn naam hebben genoemd op de man af gevraagd of dat zo was, maar beiden ontkenden. Wie mij hebben verraden, houden ze bij de Dopingautoriteit geheim. Zo zit tuchtrechtspraak kennelijk in elkaar. Als twee renners zeggen dat ik doping heb gebruikt, is er voor de Dopingautoriteit blijkbaar een bewijs. De genadeklap gaf Thomas Dekker me met zijn biografie in 2016. Ik zat middenin de twee jaar schorsing na mijn bekentenissen. De aanval van een oud-collega met wie ik jarenlang de kamer heb gedeeld, zag ik niet aankomen, dat heeft me zo diep geraakt. Toen voelde ik me zo slecht. Ik heb geprobeerd me te verplaatsen in Thomas en geprobeerd zijn frustratie te begrijpen, me te verplaatsen in de talentvolle renner die hij was, maar die werd betrapt en ineens een mooie carrière en veel centjes is misgelopen, terwijl ook hij wist dat veel meer renners gebruikten. We zaten in heel veel dingen op een lijn, hadden ook hetzelfde gevoel voor humor. Dus kwamen zijn uitspraken over mij extra hard aan. 'Na de paniekaanval in 2018 dacht ik: ik word gek, ik ga dood. Ik dacht echt dat ze me zouden vinden, terwijl ik tegen een boom stond te praten’ Die aanval heeft mijn karakter ook beïnvloed. Ik was altijd wel een opgewekt mensenmens, maar daarna wilde ik in het diepst van mijn ziel nergens meer komen en niemand meer zien. Mijn geloof in de mens kreeg een enorme knauw. Ik begrijp nog steeds niet hoe je zo een ex-collega erbij kunt lappen. Alles kwam toen bij elkaar: de angstaanvallen, de depressieve gevoelens. Door wat er in dat boek stond, veranderde ik in korte tijd van het open mens dat ik altijd was in een wantrouwige, bange man die nergens meer durfde te komen. In dat boek werd een beeld geschetst alsof we elke avond in de lampen hingen, terwijl het misschien twee keer is gebeurd. Thomas en ik spraken juist af dat we beiden vier boeken meenamen naar de Tour de France, zodat we samen acht boeken te lezen hadden, dus het stappen was echt geen vooropgezet plan. Iedereen begrijpt toch dat je niet wekelijks kunt feesten als je wielrenner bent en de Tour moet rijden? Ik had door het dopinggebruik en het gefeest, waarover werd gesproken in het boek, het gevoel dat de buitenwereld me zag als een slecht mens. Ik schaamde me gigantisch, maar was geen slecht mens, vond ik. Daarbovenop kreeg ik een groot schuldgevoel. Mijn familie, en vooral mijn zoon, werden na het boek ook aangesproken over mij. Mijn vader kreeg een depressie, dat kwam allemaal door het boek van Thomas en dus door mij. Mijn vader heeft echt heel zwaar geleden en ik heb me het heel erg aangetrokken dat dat kwam door alles wat er rond mij gebeurde. En toen kreeg hij er ook nog kanker overheen... Op een gegeven moment ging ik ook drinken, omdat ik me aan tafel beter voelde als ik twee of drie glazen wijn had gedronken. Na een paniekaanval nam ik soms een paar glazen. Omdat ik daar rustiger van werd. Ik vond een glas wijn altijd lekker, maar op een gegeven moment zat ik in een vicieuze cirkel waarin de wijn een grote rol speelde. Ik dronk meer dan me lief was, maar zonder dat ik dronken werd. Vorig jaar nodigde de NOS me uit en, dat voelde ik al aan- komen, een paar dagen later zeiden ze dat Thomas Dekker ook gast zou zijn. Of ik daar moeite mee had. Ik zei dat ik hem sinds 2015 niet meer had gesproken en dat ik eerst een gesprek met hem wilde. Toen hebben we afgesproken en vroeg ik hem waarom hij mijn naam zo expliciet had genoemd. Hij zei dat hij toen niet goed in z’n vel zat, het ging niet goed met hem. Hij zou het daarna anders hebben gedaan, vertelde hij. Dat is de enige keer geweest dat ik hem op de man af heb gevraagd waarom hij zo nodig mijn naam moest noemen, maar echt antwoord kreeg ik niet. Of hij er spijt van heeft, weet ik niet. Als je het boek leest, vraag je wel af of hij op sommige punten is gestuurd. Kijk, die bullshit dat hij schoon schip wilde maken en een voorbeeld wilde stellen voor de nieuwe generatie, daar geloof ik niets van. Ik kreeg in dat gesprek met Dekker onbevredigende antwoorden, maar persoonlijk heb ik hem in elk geval kunnen zeggen wat het mij had gedaan. Hij zei eigenlijk voornamelijk dat hij het nu anders had gedaan, maar daar kan ik weinig mee. Natuurlijk is mijn wantrouwen mede door dat boek op allerlei vlakken groter geworden, op een gegeven moment vertrouwde ik niemand meer. Ik bracht die kleine wel naar school, maar verder deed ik niets. Ik merkte dat mensen anders naar me keken, maar dat lijkt me logisch. Wat ik heel erg vond is dat mijn toen twaalfjarige zoon Mikai op school door een leraar op een niet zo leuke manier op mijn dopingverleden werd aangesproken. Die leraar gaf toe dat hij fout zat en dat hij Mikai in de klas voor de groep ook excuses zou maken. Maar leuk is anders. Ik wil wel benadrukken dat mijn ex-vrouw Nerena echt een topwijf is. Na onze scheiding en ook sinds ze met haar nieuwe man is, heeft ze me altijd met liefde en waardigheid behandeld. Als ik eraan terugdenk, vraag ik me af waarom ik zo lang met die paniekaanvallen rond ben blijven lopen. M’n hartslag ging omhoog, ik begon te transpireren, ik dacht dat ik een hart- aanval kreeg, maar dat was niet zo. Hyperventilatie was het ook niet. Dat overkwam me in 2000, toen ik na mijn topjaar 1999 een heel moeilijk seizoen beleefde. Er stond zoveel druk op me, toen het niet liep, gebeurde het. Destijds heb ik ook een sport- psycholoog geraadpleegd. Ik kon die paniekaanvallen niet plaatsen. Ik had een leuke baan als ploegleider bij Roompot, mijn schorsing was voorbij, dus er was geen direct aanwijsbare aanleiding. Mijn vader merkte dat er iets was aan mijn ademhaling, Nerena zag het aan mijn gezicht. Ik zat in de angstmodus, m’n gezicht verkrampte, maar tegelijkertijd ontkende ik het ook. Ondertussen functioneerde ik nog redelijk ‘gewoon’. In de finale van een koers kon ik me zo goed concentreren dat de angstaanvallen meteen verdwenen. Ik kreeg die aanvallen op momenten dat ik tijd had om na te denken, als ik geen concrete zaken aan mijn hoofd had. Ik was dus als de dood voor rust en niets doen, dan brak het zweet me uit. Op een gegeven moment ga je angst creëren om de angst. Ik heb een paar keer mijn hart laten controleren, zat ik met Darya in het ziekenhuis omdat ik echt dacht dat ik een hartaanval had gehad. Dan kreeg ik zo’n ontspanningspilletje en ging het weer. Ik had soms hele dagen een naar gevoel, maar dan nam ik aan tafel twee glazen rode wijn en verdween het op het einde van de dag wel. Dan vergat ik het ook weer en nam ik me voor om er de volgende dag niet aan te denken. In 2018 heb ik meegedaan aan het programma Boxing Stars van RTL5. Daar had ik veel zin in omdat ik met een doel met mijn lichaam bezig was. Ik heb drie maanden hard getraind. Niet één paniekaanval. In december was dat programma klaar en een dag later had ik weer een aanval. Dus kon ik niet anders concluderen dan dat het niet een lichamelijk, maar een psychisch probleem was. Tegelijk kon ik die gedachtesprong niet maken. Na de eerste aanval in 2018 dacht ik meteen weer: ik word gek, ik ga dood. Ik dacht echt dat ik doordraaide, dat ze me zouden vinden terwijl ik tegen een boom stond te praten. Tijdens een wielerclinic in Limburg was ik zo bang dat ik de klimmetjes niet kon volbrengen dat ik op de terugweg tegen mezelf zei: tot hier en niet verder. Ik zou meedoen aan het tv-programma De Gevaarlijkste Wegen van de Wereld, zou daarvoor naar Slowakije gaan. Maar thuisgekomen, wilde ik afzeggen. Toen pas ben ik naar de dokter gegaan en heb ik hem alles verteld. Hij schreef me meteen medicatie voor, zodat ik bij een paniekaanval tot rust zou komen. Toen ik eenmaal die pilletjes had, kreeg ik geen aanvallen meer. Die opnames voor De Gevaarlijkste Wegen van de Wereld liepen geweldig, niet één paniekaanval. Maar vorig jaar, op 4 oktober op weg naar Luik-Bastenaken-Luik voor de NOS, kreeg ik er ineens weer een. Ik dacht dat ik niets meer kon, voelde enorme faalangst, wilde omdraaien en zeggen dat ik niet lekker was geworden. Toch ben ik doorgereden. Als je de uitzending terugluistert, zit ik te lullen alsof er niets aan de hand is, maar inwendig zat ik zo te lijden. Ik gun echt niemand zo’n aanval, het is zo vreselijk om mee te maken. Mijn moeder belde na afloop om te zeggen dat het zo lekker ging, dat ik er zo goed uitzag en zo goed commentaar had gegeven. Dat telefoontje was gek genoeg de druppel. Toen besloot ik me te laten opnemen. Ik heb contact opgenomen met een GGZ-instelling in Epen, Limburg, kreeg een uitnodiging voor een intakegesprek in oktober vorig jaar en kreeg daarvan meteen weer een paniekaanval. Darya heeft me enorm gestimuleerd om die therapie te volgen. Ik heb doorgezet en de omvangrijke vragenlijst ingevuld. Het was geen gesloten instelling, in de weekenden mocht ik bezoek ontvangen, dus mijn vriendin en kinderen zag ik wel. Ik was zo zenuwachtig dat ik moest huilen bij het afscheid thuis, dus die kleine moest ook huilen. Ik mocht mijn fiets meenemen. Ik kwam net aan bij de wisseling van twee groepen, dus een van die gasten riep: ‘Ben je lekker op de fiets gekomen?’ Veel mensen herkenden me natuurlijk, ik voelde me opgelaten. Ik zei meteen: ik ben Michael, ik ben bloednerveus en ik ben hier ook de komende zeven weken. ‘De genadeklap gaf Thomas Dekker me met zijn biografie in 2016. De aanval van een oud-collega met wie ik jaren de kamer had gedeeld, had ik niet zien aankomen’ Ik heb vol overgave meegedaan aan alle therapieën en heb daar eigenlijk een geweldige tijd gehad. We werden ingedeeld in groepen. Ik ben bij mijn groep gaan zitten en voelde me meteen op mijn gemak. Ik heb hard gewerkt, maar ook ontzettend gelachen. Ik vond de groepstherapieën soms heftig, maar dan zaten we daarna lekker met elkaar te eten en verdween het gevoel van therapie. Ik zat met mensen met een burn-out, met een depressie, met klachten als de mijne, met verslaafden. Ik ben nooit bang geweest dat het uit zou lekken dat ik daar zat. Ik ging tussen de sessies elke dag fietsen, dus op een gegeven moment zag een aantal bouwvakkers me voor de zoveelste keer voorbijfietsen en vroeg: ‘Michael, woon je hier?’ Ik heb er geen geheim van gemaakt dat ik in therapie was. Ik ben alleen nog niet eerder over mijn opname naar buiten getreden. Ik heb alleen iets opgemerkt na het stoppen van Tom Dumoulin, zei dat ik Tom wel snapte omdat ik ook momenten van twijfel heb gekend en weet hoe je kunt worstelen met de druk, overigens zonder dat ik iets wist van Tom. Wat ik heb geleerd tijdens de zeven weken therapie is iets heel simpels: ik heb altijd een probleem gehad met ‘nee’ zeggen. Daar moesten de therapeuten wel om lachen. Er waren meer mensen die een fiets bij zich hadden, dus iedereen wilde met mij fietsen. Daar begon het al, ik vond het moeilijk om te zeg- gen dat ik even alleen wilde fietsen. Het was de tijd van de Vuelta en Mathieu van der Poel die de Ronde van Vlaanderen won, dus iedereen wilde met mij de koers kijken. Dat vond ik leuk, maar ook belastend. Ik moest daar leren ‘nee’ te zeggen. In de sessies kwam naar voren wat ik had meegemaakt, dus ik vertelde dat de periodes na mijn dopingbekentenis en voor- al dat boek van Dekker niet zo leuk waren. ‘Niet zo leuk?’ reageerde iedereen, ‘dat doet toch heel veel met je?’ Mijn lotgenoten maakten me daar duidelijk dat ik die affaires niet moest en mocht bagatelliseren, dat zulke gebeurtenissen enorme invloed op je leven hebben. Dat heb ik daar leren inzien. En ik heb daar geleerd weer met plezier te fietsen. Ik heb heel lang, iets van vijftien jaar, niet pijnvrij gefietst, zat nooit lekker op de fiets. Alles deed me zeer. Nu weet ik dat ook die pijn psychisch was. Ik was gestopt met wielrennen en als ik dan zogenaamd voor mijn lol ging fietsen, duurde het nog geen vijf minuten of ik fietste alweer alsof ik een koers reed. Daardoor had ik zo weinig plezier in het fietsen dat ik liever ging hard- lopen. Toen ik tijdens de therapie ging fietsen, voelde ik eindelijk geen pijn. Ik voelde weer ontspanning in mijn lichaam. De therapeuten dachten ook dat sporten een obsessie voor me was. Ik vind sporten echt leuk. Mijn probleem was alleen dat ik me meteen schuldig voelde als ik niets deed. Dan is het dus een obsessie. Ik kon niet rustig een half uurtje thuiszitten en niets doen. Dan mag je sporten gerust dwangmatig noemen. Ik was altijd gejaagd, aan het einde van de straat reed ik alweer veertig kilometer per uur. Ik leerde tijdens de sessies mediteren en accepteren dat je op mijn leeftijd niet meer veertig in het uur hoeft te fietsen en zo kon ik ineens weer pijnvrij fietsen en van de omgeving genieten. Het klinkt zo simpel, maar ik had blijkbaar specialisten nodig om me hierbij te helpen. Een therapie die ik deed heet MBT, Mentalization Based Treatment. Je leert je inleven in anderen en naar jezelf kijken. Vooral dat laatste vond ik moeilijk. Ik moest leren zaken voor waarheid aan te nemen die helemaal niet waar hoeven te zijn. Ik dacht dat iedereen wel een hekel aan mij zou hebben na alles wat over mij was geschreven, heb moeten leren dat dat hele- maal niet zo hoeft te zijn. Die therapie deden we in een groep. Omdat ik veel moeite had met juist die therapie, hield ik me aanvankelijk op de achtergrond. Maar in de loop van de sessies leerde ik me ook op dat gebied te uiten. Daarnaast had ik dramatherapie, dat is kort samengevat gebaseerd op schematherapie waarin je uitgaat van zes modi: het bange kind, het blije kind, het impulsieve kind, de bestraffende ouder, de begrijpende ouder en de corrigerende ouder. In mijn gedachten was ik voor mezelf de bestraffende ouder die vond dat ik het altijd beter moest doen, die nooit eens tevreden was met zichzelf. Ik bleek altijd heel streng voor mezelf, had het gevoel dat ik niets kon, dat ik niets voorstelde. Ik moest als het ware leren om liever voor mezelf te zijn. ‘Darya heeft me gestimuleerd om die therapie te volgen. Het was geen gesloten instelling, in de weekenden mocht ik bezoek ontvangen’ Verder had ik nog CGT, cognitieve gedragstherapie, waarin je leert hoe paniek ontstaat, hoe het brein werkt en hoe je daarmee moet omgaan. Ik leerde ook naar de werkelijkheid te kijken, dus stap voor stap de gedachtes die me een slecht gevoel gaven op te schrijven en daarmee aan de gang te gaan. Ik stelde me vanaf het begin open voor alle therapieën. Er heerst toch een soort taboe op zo’n instituut, alsof je naar een gekkenhuis gaat. Het tegendeel is waar. We waren met ongeveer veertig mannen en vrouwen, waren dagelijks van half negen tot vijf uur bezig. Er ontstond vrij snel iets van een groepsgevoel, het gevoel dat een gemeenschappelijk probleem ons bond. Ik heb contact gehouden met mijn groepsgenoten, we willen elkaar echt helpen. Dan merk je ook dat je de problemen van een ander prima kunt oplossen, maar voor jezelf de oplossing niet weet. Ik ben echt van mijn angsten verlost. Ze hebben geprobeerd de oude gevoelens op te roepen, maar die kwamen niet. Is gewoon niet meer gelukt, ik heb daar nul angsten gevoeld. Ik reed na die zeven weken opgewekt naar huis, maar eenmaal thuis had ik toch even tijd nodig om weer op mijn gemak te zijn zoals in de instelling. Daarvoor was ik ook gewaarschuwd, dat ik mede daarom thuis minimaal een uur per dag moest rusten. Het heeft me eenmaal thuis ruim twee maanden gekost om de juiste balans te vinden tussen mediteren, rust vinden en het ritme van het normale leven. Ik ben nu een stuk relaxter en gelukkiger omdat ik geen paniek- aanvallen meer heb. Ik ben thuis ook veel rustiger, ben verlost van het moeten, moeten en moeten, had altijd het idee dat ik eerst hard moest werken en dan pas mocht genieten. Maar je moet ook kunnen genieten zonder dat je hard hebt gewerkt. Dat heb ik echt moeten leren accepteren. Er is nu weinig werk, dus ik doe de tuin, ben oversteekvader, haal de kinderen uit school en sport ook nog minimaal twee keer per dag. Ik ben niet een heel ander mens, raak het nooit helemaal kwijt, want het hoort ook bij mijn karakter. Natuurlijk pieker ik nog wel, maar ik kan dat gevoel meteen afzwakken. Een van de therapieën was de Accept en Commitment Therapie. Uiteinde- lijk heb ik geleerd mijn probleem te accepteren en te erkennen. Daardoor kon ik afstand nemen. Als iemand vraagt hoe het gaat, ben ik bijna bang om te zeggen dat het heel goed gaat. Ik had altijd de overtuiging dat ieder mens weleens iets had gedaan dat niet kon, maar dat gevoel kon mij niet troosten. Door de therapie gaf die overtuiging mij op een prettige manier eindelijk innerlijke rust, mede omdat alles van mij toch al op straat lag. Wat de depressie van mijn vader betreft: ik vind het nog steeds erg, hoor, weet dat ik misschien een factor ben geweest, maar dat de depressie toch wel was gekomen. Weet je? Iedereen heeft wel een geheim. Sorry, op één iemand na: mijn moeder, zij heeft niet één geheim. Aan dat verraad ging ik echt kapot. Ik ben zo opgevoed dat je nooit iemand verraadt. Ik heb echt getwijfeld, maar toch deed ik het niet. Ik mocht niets meer doen in de wielrennerij, maar de collega die hetzelfde had gedaan, kon gewoon blijven functioneren. De begeleider in de kliniek vroeg me: ‘Wat heeft het je opgeleverd dat je altijd je mond hebt gehouden?’ Niets, behalve ellende, antwoordde ik. Toen zei ze: ‘Dan moet je dat nu loslaten. Je moet accepteren dat je epo hebt gebruikt en dat verraad bij anderen tot strafvermindering heeft geleid.’ Ze zei dat ik, bij wijze van spreken, trots moest zijn dat ik niemand had verraden en moest accepteren dat ik die keuze heb gemaakt. Ik moest niet gefrustreerd zijn om het gedrag van anderen en achter mijn keuzes staan. Dat gaf me rust, want die frustratie over dat verraad heeft me vreselijk gekweld. Ik heb het echt losgelaten, ben niet verantwoordelijk voor het lot van de ander maar alleen voor mijn eigen lot. Door nu voor het eerst mijn verhaal te doen, hoop ik dat ik andere mensen de ogen kan openen en helpen. Als ik eerder met mezelf aan de gang was gegaan, had ik misschien meer gewonnen. Hoe slecht ik me ook voelde, ik stapte nooit af. Daardoor herstelde ik ook niet goed. Als ik een paar keer vaker was afgestapt, was ik veel eerder hersteld en goed geweest in volgende koersen. Een voetballer die geblesseerd is, wordt toch ook vervangen? De zeldzame keren dat ik ben afgestapt, had ik in de auto al spijt. Afstappen voelt als een soort van opgeven. Bij mij was het verwachtingspatroon altijd hoog, dat gaf druk. Ik ben ervan overtuigd dat veel meer sporters en jongeren lijden onder die prestatiedrang. In het wielrennen waren abnormale dingen normaal. Zoals jongens die na een vreselijke val na de koers in de bus zitten en geacht worden de volgende dag gewoon weer door te gaan. Als ik lees dat Dumoulin geen plezier meer beleeft aan het wielrennen, dan zou ik best mijn ervaringen met hem willen delen. Ik heb ook dagen gehad dat ik moest, maar eigenlijk niet wilde en ook niet kon. Gelukkig is er nu ook in brede zin meer aandacht voor mentale problemen. Toen ik stopte, zeiden ze dat ze me op weg zouden helpen omdat ik wellicht problemen zou ondervinden. Ik moest daar toen om lachen, maar uiteindelijk kreeg ik die problemen.”

Wielrennen

De fiets, de fiets en anders niets

Merijn Zeeman (42) is de sportief-directeur van Team Jumbo-Visma [...]
Merijn Zeeman (42) is de sportief-directeur van Team Jumbo-Visma en een van de architecten van de beste wielerploeg ter wereld. We spraken hem in aanloop naar de Tour over zijn onvoorwaardelijke liefde voor de fiets. “Ik probeer nog vijf keer in de week te fietsen, rij vaak hetzelfde rondje, in de omgeving van Bussum waar ik woon. En het mountainbikeparkoers van Lage Vuursche is ook vlakbij en daar ben ik ook geregeld te vinden. Ik fiets meestal alleen. Als je zo’n drukke baan hebt als ik, dan is het fijn om het hoofd leeg te maken op de fiets. Ik gebruik de rit vaak om te reflecteren en mijn gedachten te ordenen. De liefde voor de fiets begon in de jaren tachtig. Ik volgde de Tour, herinner me nog de sprints met Mathieu Hermans en Jean-Paul van Poppel, maar Steven Rooks was m’n grote held. Ik ben geboren in Alkmaar en Steven komt uit de buurt, uit Warmenhuizen, dus was ik voor hem. De Tour van 1988 heb ik goed gevolgd. Pedro Delgado won, Steven werd tweede. In die tijd ben ik ook voor het eerst in het echt naar een Tour-etappe gaan kijken met mijn moeder. De aankomst was in Bordeaux, we stonden in de buurt op een camping. Het was bij de finish zo afgeladen vol dat we uiteindelijk boven op een gebouw zijn gaan staan. We konden de finish zien, maar de afstand was zo groot dat ik geen renner herkende. Alleen de gele trui kon ik eruit pikken. Desondanks maakte het veel indruk, ik ervoer voor het eerst de grootsheid van de Tour. Dat ik in het wielrennen terecht ben gekomen, heb ik vooral te danken aan Paul Tabak, die nog steeds actief is in het amateurwielrennen. Ik voetbalde en schaatste in m’n jeugd. Paul was mijn schaatstrainer en was ook coach van een groep wielrenners bij BRC Kennemerland uit Beverwijk. Hij vertelde dat het voor het schaatsen goed was als ik in de zomer ging fietsen. Wielrennen is voor mij een diepgewortelde passie geworden. Eerst was ik wielrenner en op m’n 22ste ging ik al aan de slag als ploegleider. Als sportief-directeur bij Team Jumbo-Visma ben ik nu op een niveau actief waarvan ik weet dat ik er 24/7 mee bezig moet zijn. Altijd denk ik: hoe kunnen we nog beter worden? Dat vind ik prachtig om te doen, maar het is ook erg intensief. Het volledige verhaal lezen? Je kunt het magazine in de winkel halen óf online bestellen!

Wielrennen

‘Die midlifecrisis heb ik al gehad’

Marianne Vos is al jaren het boegbeeld van het Nederlandse [...]
Marianne Vos is al jaren het boegbeeld van het Nederlandse vrouwenwielrennen. Ze is meervoudig Europees, olympisch en wereldkampioen. Aan stoppen denkt de kopvrouw van Team Jumbo-Visma nog niet. In aanloop naar La Course, op 27 juni op en rond Mûr-de-Bretagne, legden we de 34-jarige veelwinnaar vijf stellingen voor. Mathieu van der Poel is de Marianne Vos van het mannenwielrennen. “Ik wil me absoluut niet met Mathieu vergelijken. Het is heel knap wat hij doet. Maar ook wat Wout van Aert en de andere jongens doen die zich niet laten tegenhouden door leeftijd, hiërarchie, rangorde of andere wielerwetten. Het mooie aan Mathieu vind ik dat hij nog steeds de verschillende disciplines combineert. Dat deed ik vroeger ook, ik combineerde het veldrijden met de weg en kwam daarvoor ook nog uit op de baan. Ik heb net als Mathieu ook nog gemountainbiket. Ik herken zijn liefde voor de fiets, die is zo groot dat we alles willen proberen. En net als Mathieu interesseerde mij het ook niet veel wat anderen daarvan dachten. Ik kreeg ook geregeld de vraag of het fysiek wel mogelijk was om alle disciplines te combineren. Het is juist een uitdaging om iets nieuws te proberen. Ik wilde altijd kijken hoever ik kon gaan, mezelf blijven prikkelen. Ik ben niet zo van altijd maar hetzelfde riedeltje. Dat zal Mathieu ook herkennen. Mathieu moet lekker blijven doen waar hij zin in heeft. Van mij werd vroeger, net als nu bij Mathieu, ook verwacht dat ik wel even zou winnen, of het nou in het veldrijden was of op de weg. Al kreeg ik door de uitslagen die ik reed tegelijkertijd ook het verwijt dat het vrouwenwielrennen niets aan was. Dat vond ik zo oneerlijk. Ik voelde daarom constant de verantwoordelijkheid om de sport te helpen. Dat was ik verplicht, vond ik, omdat de sport mij ook zoveel had gebracht. Als ik er een beetje toe heb bijgedragen waar het vrouwenwielrennen nu staat, dan is dat mooi.” Na mijn overtraindheid geniet ik meer van het wielrennen “Het is niet dat ik nu meer van het wielrennen geniet, maar ik leef wel meer in het moment en dat heeft mij een blijer en gelukkiger mens gemaakt. In 2015 trapte mijn lichaam op de rem. Van de ene op de andere dag ging het niet meer. Ik noem het een fysieke burn-out. Het was niet zo dat ik niet meer wilde fietsen, ik wilde dat juist heel graag, het lukte me lichamelijk alleen niet meer. Ik ben er een tijdje helemaal uit geweest. In die periode kocht ik ook een motor en nam ik lessen, ik had een soort mini-midlifecrisis. Ik had altijd het idee dat ik dat heel leuk zou vinden, maar het kwam er nooit van. Ik dacht al heel snel: ik vind fietsen veel leuker. De motor ging de deur uit, heb ik die midlifecrisis ook alvast gehad. Het volledige verhaal lezen? Je kunt het magazine in de winkel halen óf online bestellen!

Wielrennen

Explosiegevaar

Wat goed is, komt snel. Dat is zeker op Cees Bol (25) van [...]
Wat goed is, komt snel. Dat is zeker op Cees Bol (25) van toepassing. De sprinter van Team DSM timmert hard aan de weg. De volgende stap: het hele sprintersgilde kloppen in een grote ronde. We spreken hem over de kunst van het sprinten, zijn sprinttrein, inspiratiebronnen en de gevaren. De sprinttrein “Onze sprinttrein staat goed op de rails, neemt niet weg dat hij nog steeds in ontwikkeling is. Als we niet koersen, zijn we met de jongens van de sprinttrein lekker aan het trainen, want het is echt een kwestie van heel goed op elkaar ingespeeld raken. We maken ook veel lol, tijdens trainingskampen zitten we na de trainingen vaak samen te gamen, we doen momenteel met elkaar racespel TrackMania. Op die manier leren we elkaar buiten de koers ook goed kennen. Want het creëren van een goede band is ook een van de pijlers van het succes van een sprinttrein. Los van het feit dat we grote delen van het jaar met elkaar doorbrengen, moeten we in de koers alles voor elkaar overhebben. Het maakt het allemaal een stuk makkelijker als we vriendschappelijk met elkaar omgaan. We hebben vorig jaar ook allemaal wat persoonlijkheids­testen gedaan. Voor ons als sprinttrein was dat waardevolle informatie. Iedereen reageert anders op bepaalde situaties. Als de spanning hoog is, kan de één heel druk zijn en de ander juist stil worden. Als iemand heel anders reageert dan hoe hij dat normaal gesproken doet, dan moet bij de anderen duidelijk zijn dat er echt iets aan de hand is. We weten van elkaar hoe de ander reageert en hoe je het beste met elkaar om kunt gaan. Maar het begint ermee dat er jongens bij elkaar zijn gezet met een goed basisniveau en talent voor elk specifiek onderdeel van de sprinttrein. Hoe later je in de keten zit, des te meer sprinttraining je nodig hebt. Vroeger was het gebruikelijk dat er onder ideale omstandig­ heden aan een sprinttrein werd gewerkt. De renners gingen op een mooie, lege weg keurig in lijn trainen. Iedereen deed precies wat hij moest doen. Na drie keer trainen ging dat al goed, maar dan ben je er nog lang niet. We doen het soms nog wel op die manier, maar zien het dan vooral als een goede fysieke training. Wij kiezen er tegenwoordig juist vaak voor om het zo rommelig mogelijk te maken als we met de sprint­trein op tactiek trainen. We maken niet te veel afspraken, houden het redelijk vaag. Of we laten iemand aanvallen en dan moeten wij dat als sprinttrein op zien te lossen. Op die manier trainen we op omstandigheden zoals je die in de finale, in aan­loop naar een massasprint ook meemaakt. Dan zijn er geen ideale omstandigheden, het is telkens anders en wij moeten als sprinttrein voortdurend kunnen anticiperen. Het volledige verhaal lezen? Je kunt het magazine in de winkel halen óf online bestellen!

Wielrennen

‘Mensen zijn momenteel snel op hun teentjes getrapt’

Bauke Mollema (34) is niet kapot te krijgen. Hij rijdt achter [...]
Bauke Mollema (34) is niet kapot te krijgen. Hij rijdt achter elkaar de Giro en de Tour om daarna voor olympisch goud te gaan in Tokio. Maar Bauke sluit ondertussen niet zijn ogen voor de wereld om hem heen. Een gesprek over een nieuwe generatie renners, politiek, Black Lives Matter en het leven in coronatijd. “Al die korte lontjes.” Bauke Mollema voelt zich thuis bij Trek- Segafredo, een ploeg van vrijbuiters uit landen als Italië, Denemarken en België. Het is er geregeld party time in de teambus. Dan gaan vooral de Vlaamse coureurs Jasper Stuyven en Edward Theuns los op de beats van de Brabantse feestact Snollebollekes en kan de hele wereld via YouTube meegenieten. Het feest in de bus op de Via Roma in San Remo na de zege van Stuyven werd honderdduizenden keren bekeken. “Ik heb niks met die Snollebollekes,” zegt Bauke lachend, “dat is iets van de Belgen en de andere jonge coureurs hossen dan ook mee. Ik ben meer van de rust voor en na de koers. Maar als ik ook Milaan-San Remo had gedaan, was ik waarschijnlijk wel mee gaan hossen want veel mooier wordt het in de koers niet. Maar ik heb niks met die keiharde muziek in de bus van de ‘klassiekermannen’, krijg er soms pijn in m’n oren van en zeg er ook weleens wat van. Ik hoef geen Snollebollekes voor de koers. Maar die mannen hebben die opzwepende muziek juist nodig.” Bauke kruipt voor of na een koers liever stilletjes in een hoek met een goed boek. “Ik denk dat ze dat van mij nu wel gewend zijn.” Niet jaloers Bauke is de dertig al ruimschoots gepasseerd, is getrouwd en heeft drie kinderen. Hij staat anders in het leven dan al die jonge honden die nu voor een revolutie zorgen in het peloton. Jongens als Mathieu van der Poel, Wout van Aert, Tadej Pogacar, Julian Alaphilippe, Tom Pidcock, Egan Bernal, Remco Evenepoel en Marc Hirschi hebben het wielrennen flink opgeschud de afgelopen tijd. “Ik ben absoluut niet jaloers op de vrijheid die de jonge coureurs nu in de grote rondes krijgen. Wij hadden bij Rabobank die vrijheid niet, maar ik had dat niveau van de jonge jongens van nu ook niet. Die jongens doen op hun twintigste meteen mee van voren en kunnen ook nog aanvallen. Ze zijn zo sterk, steken er fysiek bovenuit, dus daarom kunnen ze zo koersen. Die jonge gasten hebben het niveau om al op vijftig kilometer van de streep voor de aanval te kiezen. Een gat slaan is één, maar om het daarna ook nog vol te kunnen houden is een heel ander verhaal. Daarom is dat voortdurend aanvallen van coureurs als Wout van Aert en Mathieu van der Poel zo knap. Het volledige verhaal lezen? Je kunt het magazine in de winkel halen óf online bestellen!

Wielrennen

‘Ik verwacht van mezelf ook het hoogste’

Mathieu van der Poel staat voor zijn Tourdebuut op 26 juni. Maar [...]
Mathieu van der Poel staat voor zijn Tourdebuut op 26 juni. Maar hij gaat ook voor olympisch goud op de mountainbike precies een maand later. Gekkenwerk zou je denken. Maar voor de 26-jarige MVDP is geen uitdaging te groot. “De Tour skippen is geen optie.” Een spagaat. Mathieu van der Poel zit er al een tijdje in. Zijn heilig doel is: olympisch goud winnen op de mountainbike, maar hij wil natuurlijk ook dolgraag etappes winnen in de Tour. Zoals zijn vader Adrie en opa Raymond Poulidor dat voor hem deden. Mathieu is de derde generatie die het voor elkaar kan krijgen; een bijzondere hattrick. En laten, door het met een jaar verplaatsen van de Spelen en het bijna gelijktijdige Tourdebuut van zijn ploeg Alpecin-Fenix, die twee ambities nou net samenkomen... Mathieu zit een beetje gevangen tussen zijn dromen. Eigenlijk al vanaf het moment dat vanwege corona de Spelen in Tokio met een jaar werden uitgesteld. “Ik moet de situatie accepteren zoals die is. Corona was shit, niet alleen voor mij. Als de Spelen gewoon in 2020 hadden plaatsgevonden, was er niets aan de hand geweest. Het was allemaal prima gepland. Ik zou vorig jaar voor de Spelen gaan en dit jaar zou ik me volop focussen op de Tour. Er was een prima langetermijnplanning. Het is helaas anders gelopen, alles valt ineens samen. De voorbereiding op de Spelen is nu niet ideaal. Het is vooral een zaak om er in m’n hoofd geen punt van te maken. Ik moet met de juiste mentale gemoedstoestand aan de start staan op de Spelen, dat is het belangrijkst.” De bondscoach van de mountainbikers, Gerben de Knegt, riep dat het wellicht beter was geweest voor zijn olympische aspiraties als Mathieu de Tour over zou slaan. “Logisch dat Gerben dat zei, het zou ook een betere optie zijn geweest met het oog op de Spelen. Maar ik heb het niet allemaal voor het kiezen. De Tour skippen is geen optie. Mijn deelname is voor de ploeg en de sponsors heel belangrijk. Wij debuteren als ploeg in de Tour. Ik snap dat ik daar moet zijn. Ik vind het ook gewoon cool. Meedoen aan de Tour betekent ook heel veel voor me, al is het alleen al omdat het een van de grootste sportevenementen in de wereld en de grootste in het wielrennen is. Natuurlijk wil ik daar ook bij zijn.” Het volledige verhaal lezen? Je kunt het magazine in de winkel halen óf online bestellen!

Wielrennen

Tom Boonen: ‘Ik kan Tom Dumoulin volledig begrijpen’

April was zijn maand, dan was hij dé koning van België. [...]
April was zijn maand, dan was hij dé koning van België. Tom Boonen (40) is inmiddels alweer vier jaar geleden gestopt met wielrennen, maar is nog altijd een held in Vlaanderen. Vier keer de beste in Parijs-Roubaix, driemaal winnaar van de Ronde van Vlaanderen. Het peloton mist hij niet, maar de koers wel. Een gesprek over sportwagens, druk, social media en cocaïne. In de showroom, of ‘toonzaal’ zoals de Vlamingen zeggen, beginnen zijn ogen te glinsteren. Draaide zijn leven dertig jaar lang om het stalen ros, nu heeft hij zijn hart helemaal verpand aan iconische sportwagens. Of het nu de Porsche 997 RS 4.0, Donkervoort D8 GTO RS, Ferrari 812 GTS, McLaren P1 GTR of Italdesign Zerouno is, vol passie spreekt Tom Boonen over ieder van deze auto’s tijdens onze wandeling in zijn autobedrijf. Alsof het kinderen van hem zijn, zo liefkozend kiest hij zijn woorden. In Zandhoven, onder de rook van Antwerpen, heeft hij met twee compagnons zijn bedrijf Iconic Cars gevestigd. Het richt zich op zeer exclusieve sportwagens voor de gepassioneerde liefhebbers met een hart voor de pure auto’s. “Zelf heb ik een voorliefde voor oldtimers,” geeft Boonen aan. “Ik hou van auto’s waar met hart en ziel aan is gewerkt, niet van een massaproduct. Zo ben ik ook bij Donkervoort terechtgekomen. Dat is een van de meest pure sportwagens die ik ken.” Sinds enkele maanden is Boonen importeur van Donkervoort, een automerk dat hij omschrijft als een moderne interpretatie van een klassieke wagen. “De rijsensaties zijn hetzelfde als van een oldtimer. Handgeschakeld, open dak, ongefilterd rijden, drie pedalen, een stick en een stuur. Ik kom al zeven jaar bij de familie Donkervoort in Loosdrecht over de vloer en heb in het verleden al twee wagens van hen gekocht. Het is heel speciaal dat zij de auto’s nog van de grond af zelf bouwen. Ze nemen nog de moeite om vrijwel alles met de hand te maken, om zo een uniek product te vervaardigen. Als je de uren die in zo’n auto zitten uitlegt, dan is de prijs van een Donkervoort veel makkelijker te verklaren dan een sportauto die ze voor de 35ste keer gekopieerd hebben en er dan 350.000 euro voor vragen.” De voormalige wereldkampioen (2005) benadrukt dat de handel in deze sportwagens eigenlijk een hobby voor hem is. Al is hij minimaal een dag in de week op de zaak te vinden. “We hoeven er niet van te leven, maar we moeten natuurlijk wel geld verdienen om het bedrijf draaiende te houden. Als je vier of vijf van die wagens in voorraad moet hebben, dan praat je al over behoorlijke budgetten. Zo hebben we de laatste jaren een Bugatti Veyron voor 1,25 miljoen euro gekocht en een paar maanden geleden een Ferrari Sergio voor 1,6 miljoen euro verkocht. Als je uiteindelijk kijkt wat je bij de verkoop uiteindelijk op zo’n wagen verdient; dat is eigenlijk om te huilen.” Dan is Boonen eerlijk: “Zo’n auto verkopen is natuurlijk leuk, maar het geeft geenszins eenzelfde sensatie als het winnen van een wielerkoers.” Zwart gat Zelfs tussen al deze bijzondere sport­wagens spreekt het hart van de wielren­ner eerder dan verwacht. Na zijn zesde plek in Parijs­-Roubaix in 2017 kneep hij definitief in de remmen en dompelde hij heel Vlaanderen onder in rouw. “Het zwarte gat heb ik niet gezien, maar de pe­riode na het stoppen was moeilijker dan ik had gedacht,” kijkt Boonen terug op de periode waarin hij het ‘gewone’ leven weer moest oppakken. “Eigenlijk was ik vanaf mijn dertiende al een fulltime wiel­renner. Mijn hele leven draaide om de fiets. Je leeft vervolgens in een duidelijke structuur. Alles wat je doet, is vrij een­voudig. Je traint, verzorgt jezelf en rijdt de wedstrijden. Over andere zaken hoef je nauwelijks na te denken, dat wordt al­lemaal voor je geregeld. Daarbij word je ook nog eens afgeschermd van de buiten­ wereld zodat je in een cocon kunt leven. Als je daaruit stapt, moet je een compleet nieuwe balans in je leven zoeken. 'Heel even heeft het vorig jaar nog door mijn hoofd gespookt om een comeback te maken. De goesting was er, de plannen waren best concreet' Ik denk dat het stoppen als topspor­ter nauwelijks met iets in het normale leven is te vergelijken. Ja, misschien met een CEO die een eigen bedrijf uit de grond heeft gestampt en daar tientallen jaren met volledige toewijding aan heeft gewerkt. Op zijn zeventigste moet hij dat bedrijf verkopen en de volgende dag zit hij ineens thuis in zijn stoel en denkt: fuck, wat is dit! Niks zo erg om ineens buitenspel te staan. Een sportcarrière is enorm intensief, maar je moet er altijd bij stilstaan dat het eindig is. Uiteinde­lijk heb je alle opofferingen alleen voor jezelf gedaan. Als je stopt, besef je dat heel duidelijk.” Heb jij inmiddels weer een balans in je leven gevonden? “Ja, al is het toch nog een zoektocht om dezelfde voldoeningen als vroeger te vinden. Ik kwam uit een sport waarin ik bij momenten bij de besten van de wereld hoorde. Als je dan in de gewo­ne wereld terechtkomt, vind je nooit dezelfde voldoening. Vroeger trainde ik honderd dagen voor één bepaalde koers. Je hebt maandenlang afgezien voor dat ene doel. Samen met de hele ploeg daar­ naar toegeleefd. Als je dan een resultaat boekt, is dat voelbaar en meetbaar. Dat geeft een enorme voldoening. Zoiets kun je na je carrière niet meer evenaren. Daar moet je je bij neerleggen. Als sporter zit je aan de top van je leven. Je weet dat je dat maar enkele jaren volhoudt. Ik denk dat de zoektocht naar dezelfde extreme sensaties de meeste ex­sporters in proble­men brengt. Niets evenaard topsport.” Iedereen wil toch terug naar de gloriedagen van zijn leven? “Dat klopt. Daar is niks raars aan. Maar je moet niet té nostalgisch worden. Als je veertig jaar bent, kijk je automatisch meer terug dan wanneer je twintig bent. Dat komt omdat je ook meer ervarin­gen hebt om op terug te kijken. Ik denk dat het niet meer dan normaal is als je na zo’n lange carrière je leuke dagen nog eens wilt herbeleven.” Helden Magazine 56 Het eerste gedeelte van het verhaal van Tom Boonen komt voort uit Helden Magazine 56, waar bondscoach van het Nederlands elftal: Frank de Boer zich uitspreekt over het WK in Qatar, Virgil van Dijk, de kansen van ‘zijn’ Oranje, Louis van Gaal, Guus Hiddink en zijn rol als vader van drie dochters. In deze editie is er wederom aandacht voor turnterreur. Renske Endel, Suzanne Harmes, Verona van de Leur en Gabriëlla Wammes, de turnsters van de Sportploeg van het Jaar in 2001 en 2002, deden tien jaar geleden voor het eerst een boekje open over het gedrag van hun trainers Gerrit Beltman en Frank Louter. Na de bekentenis van geestelijke en lichamelijke mishandeling door Beltman afgelopen zomer is de bom gebarsten én delen de oud-turnsters nogmaals hun schokkende verhalen. Ook in Helden Magazine 56 een uitgebreid interview met oud-voetbalster Anouk Hoogendijk over de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal en een loodzware bevalling. Noa Lang maakte afgelopen zomer de overstap van Ajax naar Club Brugge. En met succes. We legden hem stellingen voor. Nadine Visser werd opnieuw Europees kampioen indoor op de 60 meter horden, wat maakt haar zo goed? Verder blikt Stanley Menzo terug op een roerig leven. Is Chantal van den Broek-Blaak in grote vorm, maar heeft ze besloten volgend jaar te stoppen als wielrenster. Doet bokser Peter Müllenberg zijn verhaal en hoopt marathonloper Björn Koreman zicht te kwalificeren voor de Spelen. Judoka Roy Meyer deelt zijn levenslessen met Victoria Koblenko én Erben Wennemars is parkdirecteur tijdens De Droomzomer.  In ‘de dag dat alles misging’ blikt Rianne Schorel daarnaast terug op de Spelen van 2016 en staan we stil met Kika van Es in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Wielrennen

Chantal van den Broek-Blaak: ‘Nog een jaar beuken, en dan is het over’

Chantal van den Broek-Blaak is in bloedvorm. Ga [...]
Chantal van den Broek-Blaak is in bloedvorm. Ga maar na, ze won na de coronabreak de Ronde van Vlaanderen en begin maart Strade Bianche. De renster van SD Worx is pas 31, kan dus nog wel een paar jaar mee. Zou je denken. Maar de oud-wereldkampioene stopt over een jaar. Het is mooi geweest. Het is het beeld waarmee je in slaap valt, de nacht voor de Strade Bianche. En het beeld waarmee je met kriebels in je buik opstaat. Wegpoefen van je concurrenten, op dat supersteile straatje in Siena, in misschien wel de mooiste koers ter wereld. Tussen de eeuwenoude hoge huizen door. Kin bijna op het stuur. Tandenknarsend. Spieren piepend en krakend. Want je fietst met stijgingspercentages richting de twintig procent zo’n beetje recht omhoog de hemel in. Een paar slingerbochtjes, en dan scherp naar rechts. Hobbelend over de steentjes naar beneden. Het plein op, het Piazza del Campo. Solo. Stel je toch eens voor... Elke renner droomt ervan. Chantal van den Broek-Blaak flikte het, begin maart. Onverwacht. Maar ook weer niet. Als er iemand is die uit de schaduw van een kopvrouw winnen kan, dan is het Blaakie wel. Voorbereid tot in de puntjes, bereid zich op te offeren tot ze erbij neervalt. En als ze er niet bij neervalt, maar ineens in de positie om te kunnen winnen blijkt te rijden, moet je wel van heel goeden huize komen om haar te verslaan. Sterk in de sprint, sterk in de verschroeiende demarrage. “Winnen had ik niet in mijn hoofd. Dat zou eigenlijk aan Anna van der Breggen of Ashleigh Moolman zijn. Ik heb wel gepiekt naar deze koers, want ik wilde een heel goede finale rijden. Je weet natuurlijk wel hoe je deze wedstrijd winnen moet: wegrijden in de laatste vijfhonderd meter. Dat scenario heb je als renster al jaren voor ogen. Maar tijdens de koers denk ik daar niet aan. Anders dan vroeger rij ik wedstrijden tegenwoordig stap voor stap. Meezitten in de voorste groep is het eerste doel. Als dat lukt, wil ik finale rijden. En pas als ik in de juiste ontsnapping zit, zoals deze keer met Elisa Longo Borghini, ga ik nadenken over hoe ik winnen kan. Ik had een superdag. Zo eentje waar je er maar een paar van hebt in je carrière. Ik denk dat Elisa wel voelde dat ik sterker was, want ze snauwde steeds tegen me dat ik mee moest rijden. Maar ik bleef in haar wiel, ik hoefde niet te rijden. Ploeggenoten Anna en Demi Vollering zaten achter me. Als we teruggepakt zouden worden, zouden zij in een zetel zitten om te winnen. Ja, en als je dan wint... Dit was absoluut een van de allermooisten.” En dat zegt wat, want ze heeft een flinke erelijst aan elkaar geregen. De Ronde van Vlaanderen, de Ronde van Drenthe, Gent-Wevelgem, de Amstel Gold Race, de Omloop Het Nieuwsblad én de wereldtitel in het Noorse Bergen in 2017, om er maar een paar te noemen. Vossenjacht Dit is het verhaal van de carrière van Chantal van den Broek- Blaak. Nog een jaar, en dan is het klaar. Dan is ze 32, is het tijd voor de rest van het leven. Ze stopt op een ongebruikelijk moment: niet aan het einde van het seizoen, maar na het voorjaar van 2022. Waarom zou je alle koersen daarna nog rijden, als je ook gewoon na je favoriete wielerjaargetijde stoppen kan? Na welke wedstrijd ze het voor gezien houdt, weet ze nog niet. Ze ziet wel. Eerst dit seizoen maar eens. Dit seizoen, dat al zo ontzettend goed begonnen is. 'Als het minder ging, was het wielrennen een marteling. Tot ik het helemaal niet leuk meer vond. Ik wilde ermee stoppen. Dat zit ook wel in mijn karakter: het is alles of niks' 32 jaar is jong om te stoppen. Maar Chantal rijdt al een half leven in het vrouwenprofpeloton rond. Op haar negentiende werd ze Europees kampioen en tweede op het NK op de weg, achter Marianne Vos. Een bliksemstart. Wat goed is komt snel, zeggen ze weleens. Maar wat gebeurt er daarna? Als na succes nog meer succes verwacht wordt? En vooral: als je dat ook van jezelf verwacht? Dan kan het eigenlijk alleen maar tegenvallen. Dan kan het gat flink diep zijn. En kan een spandoek op het NK waarop staat gekalkt ‘Blaak gaat op Vossenjacht’ in plaats van leuk juist heel vervelend zijn. Helden Magazine 56 Het eerste gedeelte van het verhaal van Chantal van den Broek-Blaak komt voort uit Helden Magazine 56, waar bondscoach van het Nederlands elftal: Frank de Boer zich uitspreekt over het WK in Qatar, Virgil van Dijk, de kansen van ‘zijn’ Oranje, Louis van Gaal, Guus Hiddink en zijn rol als vader van drie dochters. In deze editie is er wederom aandacht voor turnterreur. Renske Endel, Suzanne Harmes, Verona van de Leur en Gabriëlla Wammes, de turnsters van de Sportploeg van het Jaar in 2001 en 2002, deden tien jaar geleden voor het eerst een boekje open over het gedrag van hun trainers Gerrit Beltman en Frank Louter. Na de bekentenis van geestelijke en lichamelijke mishandeling door Beltman afgelopen zomer is de bom gebarsten én delen de oud-turnsters nogmaals hun schokkende verhalen. Ook in Helden Magazine 56 een uitgebreid interview met oud-voetbalster Anouk Hoogendijk over de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal en een loodzware bevalling. Noa Lang maakte afgelopen zomer de overstap van Ajax naar Club Brugge. En met succes. We legden hem stellingen voor. Nadine Visser werd opnieuw Europees kampioen indoor op de 60 meter horden, wat maakt haar zo goed? Daarnaast was Tom Boonen jarenlang de koning van het voorjaar. We spraken hem over Tom Dumoulin, cocaïne, immense druk en de kick van autoracen. Verder blikt Stanley Menzo terug op een roerig leven. Doet bokser Peter Müllenberg zijn verhaal en hoopt marathonloper Björn Koreman zicht te kwalificeren voor de Spelen. Judoka Roy Meyer deelt zijn levenslessen met Victoria Koblenko én Erben Wennemars is parkdirecteur tijdens De Droomzomer.  In ‘de dag dat alles misging’ blikt Rianne Schorel daarnaast terug op de Spelen van 2016 en staan we stil met Kika van Es in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.