Word abonnee

Wielrennen

Wielrennen

‘Niemand wilde met mij’

Wielrenster Puck Moonen (23) werd in 2017 uitgeroepen tot mooiste [...]
Wielrenster Puck Moonen (23) werd in 2017 uitgeroepen tot mooiste sportvrouw van Nederland. Aan aandacht geen gebrek. Maar wat bijna niemand weet, is dat zij in haar jeugd erg werd gepest. Binnenkort is Puck het gezicht van een campagne tegen pesten op het Vlaamse Cartoon Network. met Helden deelt ze haar verhaal. Twee jaar geleden werd ze uitgeroepen tot Mooiste Sportvrouw van Nederland: wielrenster Puck Moonen. Haar naam en faam heeft ze vooral vergaard op Instagram. Op moment van schrijven heeft Puck ruim 360 duizend volgers, meer dan welke Nederlandse vrouwelijke sporter ook, en dat aantal groeit razendsnel. Een gemiddelde foto op haar pagina 'scoort' zo'n 20 tot 30 duizend likes, bij een bikinifoto gaan er wel 65 duizend duimpjes omhoog. Een succesvolle babe, die ook nog eens hard kan fietsen. Omdat ze zoveel volgers heeft, is ze aantrekkelijk voor mooie merken. Ze rijdt in een grote Mercedes en in haar stories kan je zien dat ze met volle teugen genieten van the glamourous life. Puck is letterlijk en figuurlijk het perfecte plaatje. Zou je denken. Eigen wereldje “Wat bijna niemand weet, is dat ik altijd erg ben gepest. Dat begon al in de kleuterklas, of misschien zelfs op de peuterspeelzaal. Ik was best op mezelf, altijd bezig met andere dingen dan de rest. Heel onderzoekend, geïnteresseerd in dooie beesten, spinnen en slangen bijvoorbeeld. In de kleuterklas merkte ik al dat ik gesprekken met andere kinderen lastig vond. Die snapten de dingen die ik interessant vond niet. Dan val je er al snel buiten en krijg je niet echt vrienden. Dat is altijd zo gebleven. Aanvankelijk was ik me er niet zo van bewust, ik leefde in mijn eigen wereldje. Maar later, als je groter wordt, verandert dat. Vanaf groep 6 worden kinderen gemener. Dan word je steeds bewuster buitengesloten, en gepest. Ik had wel even een goede vriendin op de basisschool. Haar moeder had borstkanker. Er was zo’n groepje dat ons achterna liep, ons tegen onze benen en fietsen schopte. Ze riepen dingen als kankermoeder. Zo gemeen. In de klas maakten ze continu kutopmerkingen. Ik zat op paardrijden met nog twee meisjes uit de klas. Er werd de hele tijd naar ons gehinnikt, dat soort dingen. Erg veel herinneringen heb ik trouwens niet aan die tijd. Ik heb het denk ik een beetje verdrongen. Als ik terugdenk, heb ik wel een paar mensen in mijn hoofd van wie ik me goed herinner dat ze echt heel rot deden, maar wat ze precies deden dat weet ik niet meer. Ik krijg vooral een heel naar gevoel als ik aan hen denk. Nageroepen School vond ik vanaf het begin al niet leuk. Dan zaten we in de klas en moesten we in de kring het Ave Maria zeggen. Iedereen deed mee, maar ik zat ertussen en riep als kleuter al: God bestaat niet, nee hoor, God bestaat niet. De rest van de kinderen vond dat vreemd. Ik was ook de eerste die zei dat Sinterklaas niet bestond. Daarmee heb ik wel eens iemand aan het huilen gemaakt. Die had een cadeautje gekregen en ik zei: dat waren gewoon je ouders, hoor. Ik denk dat ik wel een wijsneus was. Ik wist al jong veel over van alles eigenlijk. En dat wilde ik graag laten zien. Op de middelbare school ben ik weleens naar een psycholoog geweest, ook vanwege het pesten dat toen best wel erg was. Ze dacht dat ik hoogbegaafd was. In ieder geval was ik HSP, een Hoog Sensitief Persoon. Een IQ-test of zo is nooit gedaan, dat vonden mijn ouders niet nodig. Er hoefden niet allemaal labels op mij geplakt te worden. Op de middelbare school dacht ik van al die klote kinderen af te zijn. Van mijn klas gingen we maar met z’n zevenen naar havo/vwo, de rest ging naar het vmbo. Maar met het eerste rondje voorstellen ging het al mis. Ik zei: ik ben Puck, ik woon in Oirschot en ik rij paard. Iemand van de basisschool begon te hinniken. Toen was het meteen klaar. Ik maakte wel een paar vrienden, maar dat waren ook buitenbeentjes. Na de brugklas gingen we allemaal naar andere klassen. Ik kwam alleen te zitten, miste de aansluiting. Als er voor een opdracht tweetallen gemaakt moesten worden, kon ik wel door de grond zakken. Niemand wilde met mij. Hetzelfde gold voor de gymlessen. Ik was best fanatiek en ik kon ook wel dingen goed voor een meisje. Toch werd ik altijd als laatste gekozen. In het begin was ik nog wel gemotiveerd om hoge cijfers te halen. Ik was best een strebertje. Als de leraar iets vroeg, wilde ik meteen antwoorden, ik was gewoon enthousiast. Maar dat heb ik snel afgeleerd, want het pesten werd er alleen maar erger door. Eigenlijk wel zonde. Na het tweede jaar deed ik helemaal niks meer. Ik zat alleen nog maar op school om aanwezig te zijn. Te overleven. Diploma halen en weg, dat was het enige waar ik aan dacht. Het pesten was toen vooral buitensluiten. Er werd geroddeld. Ik werd nageroepen in de gang, zat altijd alleen. In de pauze was ik zoveel mogelijk bezig met heen en weer lopen: van het lokaal naar het kluisje. Naar de wc en weer terug. Dan was er hopelijk een kwartier voorbij. Ik probeerde de tijd vol te maken, want wat moest ik doen? Ik had niemand om bij te staan. Depressief Eén keer heb ik aan de bel getrokken, toen een paar pestkoppen me pakten. Het was zo’n populair groepje jongens dat altijd een zwakkere moest hebben, zodat de rest van de klas lachte. Ik kwam ze tegen op de fiets. Ze begonnen aan me te trekken. Ik kreeg toen net een beetje vorm. Daar wilden ze aan zitten. Ik ben gestopt en heb mijn vader gebeld. We hebben aangifte gedaan. Maar de vader van een van die jongens zat bij de politie, die man kreeg dat dus over zich heen op zijn werk. Zijn zoon was eigenlijk de grootste pester, hij was echt een klootzak. Uiteindelijk moest die groep jongens mij een brief schrijven. Die schreven ze natuurlijk tegen hun zin. Daarna hield het pesten niet op, het werd geniepiger. Precies wat er altijd gebeurt als je wat aan pesten probeert te doen: je krijgt het dubbel en dwars terug. Toen dacht ik al snel: fuck die school. Ik meldde me steeds vaker ziek. Huiswerk maken deed ik niet, thuis had ik geen zin om aan school te denken. Ik haalde het allemaal wel, stond een kwartier voor een toets even snel het boek door te nemen, en dat was het. Ik ben in die periode behoorlijk depressief geworden. Mijn ouders hadden het niet echt door. Ze merkten wel dat het niet goed ging, ze vroegen geregeld wat er met me was. Maar ik zat zo erg in mezelf dat ik niet durfde of wilde vertellen wat er aan de hand was. Laat me nou, dacht ik. Eigenlijk had ik niemand bij wie ik terecht kon. Dat het een depressie was, weet ik nu. Toen wist ik niet wat dat was. Ik gaf gewoon helemaal nergens meer om. Maar ook echt helemaal nergens. Niet om hoe ik eruit zag, ik had zelfs geen zin om mijn haren te kammen. De kleinste dingen kostten de grootste moeite. Zoals douchen. Of eten. Je eet gewoon wat je wilt, als er een reep chocolade ligt eet je een reep chocolade. Je hebt schijt aan groente. Je hebt gewoon nergens zin in, omdat je niks voelt. Dat heeft wel een jaar of drie geduurd. In de vierde ben ik blijven zitten, omdat ik echt helemaal niets deed. Schone lei Uiteindelijk vond ik in de laatste twee jaar van school een groepje. Dat waren allemaal creatieve, gekke mensen. Ik sprak af en toe buiten school af, voor het eerst. Dat contact is wel weer verwaterd. Het klinkt onaardig, maar het was eigenlijk ook alleen maar een groepje om op school bij te zijn. Dan kun je tenminste bij iemand staan in de pauze. Door dat groepje ging het al iets beter met me, maar de echte omslag is gekomen toen ik ging fietsen. Ik kreeg een vriendje van de fietsclub en ontmoette andere mensen, die me niet kenden van school. Dat was fijn, dat je een wereld ernaast krijgt waarin je met een schone lei kunt beginnen. Ik ben best laat begonnen met fietsen, op mijn zeventiende. Ik werd toen uit mijn voetbalploeg getrapt. Paardrijden deed ik al heel lang niet meer, daar ben ik aan het begin van de middelbare school mee gestopt. Ik ging op voetbal, als enige meisje tussen de jongens. Maar toen we zeventien waren, gingen alle jongens door naar de A-junioren. Als meisje mag je niet mee, je moet dan naar een vrouwenploeg. Dat zijn de regels van de KNVB. Ik was helemaal niet goed of zo – we waren allemaal niet goed in dat team – ik vond voetballen gewoon tof. Het was jammer dat ik moest stoppen. Eigenlijk had ik een pokkenhekel aan fietsen. Ik moest altijd op een omafiets zonder versnellingen naar school in Boxtel, twaalf kilometer heen en twaalf kilometer terug. ‘s Ochtends had ik altijd wind mee, ‘s middags altijd wind tegen – en zin om naar school te gaan had ik door het pesten nooit. Ik vond dat fietsen dus echt een hel. Maar goed, ik had er wel een beetje conditie door. Ik was een keer met mijn moeder in de dierentuin en daar stond een podium met twee racefietsen in zo’n roller. Dat kan ik wel, dacht ik. Dus ik deed een wedstrijdje tegen een man van een paar jaar ouder en een paar koppen groter, en ik won. Toen kwam Leontien van Moorsel uit het publiek. Ik kende haar niet. Ze zei: ‘Je moet gaan fietsen!’ Ik dacht: ben jij nou gek, met die vieze strakke broekjes en zo. Thuis heb ik toch maar even gegoogled en toen kwam ik erachter dat ze veel gewonnen heeft. Met dat advies heb ik in het begin niet veel gedaan, tot ik van voetbal af moest en een keer werd aangereden. Mijn omafiets was total loss. Bij de fietsenmaker zag ik een racefiets staan. Die zag er eigenlijk wel vet uit. Ik dacht: als ik daarmee naar school rij, ben ik veel sneller. Mijn vader zei: ‘Heb je het prijskaartje gezien? Dat is ook heel mooi. Ga maar lekker werken.’ Dus ik ging kranten bezorgen en nog een ander stom baantje doen. Uiteindelijk had ik genoeg geld om een derdehands fiets op Marktplaats te kopen. Er was van alles mis mee, maar ik heb me toch aangesloten bij een clubje. Niet veel later ben ik lid geworden van Het Snelle Wiel in Hapert, waar ik wedstrijden kon rijden. Huiskamerolifantje We trainden een of twee keer in de week. Ik werd er telkens afgereden, had geen idee dat je veel vaker moest trainen. Er was niemand die dat vertelde. Ze hadden ook niet echt de focus op de meisjes, er waren er maar drie of zo. Maar we vormden wel al snel een groepje met een paar anderen die er ook niet zoveel van konden. Ik kreeg een vriendje in dat groepje. We waren meer aan het gamen bij hem thuis dan aan het fietsen. Zijn ouders frituurden elke avond wel iets. Kroketten, frikandellen. Daarna zaten we ook nog elk met een zak chips op de bank. Mijn vriendje en zijn broers waren allemaal dun, en bleven ook zo. Maar ik werd een beetje mollig. Zijn vader heeft me een keer huiskamerolifantje genoemd. Dat kwam wel aan. Na anderhalf jaar ging die verkering uit en ben ik serieuzer gaan trainen. Met groepjes uit de buurt mee, met jongens die zeiden: ‘Je moet elke dag op de fiets zitten.’ Oké, dacht ik. Ik ging meer fietsen en viel veel af. Daardoor ging het fietsen beter, ik ging mijn eerste wedstrijden uitrijden. Dat was natuurlijk onwijs leuk en heel stimulerend. In het jaar van mijn eindexamens kreeg ik een contract aangeboden bij een kleine Limburgse opleidingsploeg. Maar heel erg klote: ik kreeg de ziekte van Pfeiffer. Ik bleef thuis van school, sliep hele dagen en fietste helemaal niet. Uiteindelijk heb ik m’n examens gehaald. Ik weet nog steeds niet hoe, want ik had er echt totaal niks voor gedaan. Het was een enorme opluchting. Ik had een diploma en kon weg van school. Eigenlijk wilde ik geneeskunde studeren, maar daar moest ik eerst nog twee deelcertificaten natuurkunde en scheikunde voor halen. Dat ging ik in deeltijd doen, en ik ging fietsen voor een Belgische ploegje, Autoglas Wetteren. Het fietsen ging steeds beter en ik kreeg een relatie met de Belgische veldrijder Eli Iserbyt. In augustus kreeg ik een contract voor 2017 aangeboden bij Lotto-Soudal, een vrouwenprofploeg. Ik heb de examens voor de deelcertificaten niet meer gedaan, maar me helemaal op het fietsen gestort. In januari 2018 werd Eli wereldkampioen veldrijden bij de beloften. Toen waren we net een maand of vier bij elkaar. We trainden veel samen, hij gaf me tips en ik ging die winter voor het eerst met een trainer werken. Vleeskeuring  In die tijd begon ik ook wat fanatieker te instagrammen. Ik was begonnen net als iedereen: voor vakantiefoto’s en om een beetje te volgen wat iedereen aan het doen was. Eerst zet je er iets op om te kijken wie je foto liket en of er knappe jongens bij zitten. Het werden steeds meer knappe jongens, haha. Mijn volgersaantal groeide gestaag. Eerst postte ik elke week een foto, als ik een wedstrijd had gereden of iets anders leuks had gedaan. Later werd dat meer, ook omdat ik meer volgers kreeg. Er was niet een moment dat ik ineens doorbrak, maar ik heb nu wel echt heel veel volgers. Toen nog niet zo lang geleden bekend werd dat ik weer single ben, kreeg ik er ineens wel vijfduizend bij. Niet normaal. 92 Procent van mijn volgers is man. Het worden trouwens meer vrouwen, het begint een beetje te verschuiven. Dat wil ik ook, ik wil graag vrouwen aanspreken. In eerste instantie vond ik het heel leuk om uitgeroepen te worden tot mooiste sportvrouw van Nederland, maar achteraf vind ik het een beetje een vleeskeuring. Daar ben ik wel klaar mee, met dat vleeskeuren. Nu snap ik zelf ook wel dat ik niet veel sportieve resultaten heb om op terug te vallen en te kunnen zeggen: kijk, ik ben ook een waardevolle sporter. Mijn erelijst is leeg. Maar het steekt soms wel dat ik alleen maar als lekker stukje vlees wordt bekeken. Ik heb superveel bikinifoto’s in mijn telefoon staan. Die zou ik allemaal kunnen uploaden, dan ga ik nog veel harder. Maar dat wil ik niet. Het is ook niet mijn type volk dat ik daarmee aanspreek. Ik ben trots op mijn lichaam en er zitten mooie foto’s bij, dus af en toe denk ik: what ever, die post ik. Maar soms voel ik me er daarna niet zo goed meer bij. Dan post ik een bikinifoto en dan krijg ik daar heel veel reacties op, veel meer dan op andere foto’s. Dat voelt drukkend, op de een of andere manier. Wat ik misschien nog wel lastiger vind: mensen verwachten op sportief vlak veel van me, terwijl dat ten onrechte is. Ze kijken op een aankondiging en ze zien: dat is een grote naam. ‘Waarom rij jij geen top tien?’, vragen ze dan. Maar dat is totaal onrealistisch. Tijdens wedstrijden roepen heel veel mensen naar me. Dat is allemaal positief bedoeld, maar het brengt ook stress met zich mee. Als je een mindere dag hebt is dat al waardeloos, maar als je dan ook nog heel hard aangemoedigd wordt, dan zit ik me wel te schamen op de fiets. Ik zou ze dan allemaal willen uitleggen dat ik wel gezien word als grote naam, maar helemaal niet bij de grote namen in het wielrennen hoor. Er zullen ook vast mensen zijn die het niet eerlijk vinden dat ik bij zo’n grote ploeg rij, terwijl ik nog niks heb laten zien. In het begin heb ik dat zelf ook wel gedacht. Maar Lotto-Soudal vond het lastig om de juiste rensters aan te trekken. Ze zagen sportief echt wel wat in me en de reclame die ik kan maken via Instagram is mooi meegenomen. Vaak zien mensen ook niet wat ik doe op de fiets, en dat is werken voor de ploeg. Ze kijken alleen naar uitslagen, maar weten niet dat ik in bijvoorbeeld de Strade Bianche mijn wiel heb afgegeven aan een ploeggenoot. Of dat ik een paar kilometer op kop sleur om een gat dicht te rijden. In het peloton zijn de vooroordelen wel een beetje verdwenen, denk ik. Voorheen hoorde ik nog weleens dat er achter mijn rug om werd gezegd dat ik dom ben en alleen maar leuke blote fotootjes op Instagram zet. Nou, dom ben ik sowieso niet, dat durf ik wel van mezelf te zeggen. En ga ze maar eens tellen, die bikinifoto’s. Dat zijn er echt maar een handjevol. Ik fiets er inmiddels al best een tijdje tussen en rensters die mij kennen zijn heel positief. Die weten dat ik niet iemand ben die profiteert, dat ik altijd wil rijden als ik goede benen heb. Ik rij ook niet lomp. Ja, lomp hard door de bocht, haha. Ik ben aardig tegen iedereen. Als iemand zonder drinken zit, dan bied ik wat aan. Als iemand moeite heeft of de ketting ligt eraf, geef ik een duwtje. Schade opgelopen De mening van anderen interesseren me steeds minder. Dat moet ook wel, als je zoveel volgers hebt. Er zijn er altijd wel een paar die rotopmerkingen maken, gewoon omdat ze dat cool vinden. Oordelen van andere mensen moet je leren loslaten en relativeren. Als je dat eenmaal doorhebt, ben je al een heel eind. Natuurlijk heb ik wel schade opgelopen door het pesten. Als er mensen naar me kijken, ga ik nog steeds vaak van het negatieve uit. Dat zit er gewoon niet in. Ik ben altijd nagekeken en nageroepen. Dat mensen ook iets positiefs kunnen denken of gewoon helemaal niets, daar moet ik nog steeds aan wennen. Het pesten heeft me ook positieve dingen gebracht. Ik ben er hard door geworden. En ik kan veel tegenslag hebben. Ik ben jarenlang alleen maar gericht geweest op mijn diploma halen. Met fietsen denk ik nu ook: het maakt niet uit wat er gebeurt, hoeveel tegenslag ik heb, ik kijk verder. Ik wil de top bereiken. De laatste anderhalf jaar waren niet makkelijk. Fysiek had ik allerlei klachten. Mijn relatie met Eli ging uit. Het kwam allemaal bij elkaar, ik heb me echt heel rot gevoeld. Dat wordt nu eindelijk wat beter. Maar ik ben altijd vastberaden gebleven. Ik heb geleerd dat het belangrijk is om te praten over emoties en gevoelens. Het afgelopen jaar heb ik veel gepraat met mijn ouders. Op de basisschool en middelbare school was ik heel introvert, maar zo ben ik helemaal niet. Als klein kind in de supermarkt praatte ik tegen iedereen, vertelt mijn moeder altijd. Door de gesprekken met mijn ouders heb ik mijn gevoelens en emoties veel beter op een rijtje gekregen. Ze schrokken wel hoe diep ik heb gezeten. Ze wisten dat er iets ergs was, maar je kunt je kind moeilijk naar een psycholoog slepen. Ik kan nu heel goed met ze praten. Dat is fijn en verhelderend, voor hen en voor mij. Ik kom er nu ook achter wat voor fijne mensen het zijn. Nog niet zo lang geleden ben ik gevraagd voor een campagne tegen pesten op Cartoon Network. In eerste instantie vroegen ze me om mijn naam. Toen heb ik verteld dat ik er meer mee had dan ze waarschijnlijk dachten. Ik vind het belangrijk dat volwassenen en kinderen weten wat mij is overkomen. Het kan een grote steun zijn. Zelf had ik dat wel kunnen gebruiken vroeger: weten dat je niet alleen bent, dat er licht is aan het einde van de tunnel. En dat je later echt een leuk leven kunt krijgen, ook al word je nu misschien nog gepest.” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Wielrennen

Peter Sagan, de Elvis Presley van het peloton

Onzichtbaar reed Peter Sagan mee in de voorjaarsklassiekers. een [...]
Onzichtbaar reed Peter Sagan mee in de voorjaarsklassiekers. een echtscheiding en een virusinfectie lieten hun sporen na bij de Slowaak. Toch blijft hij de populairste wielrenner van deze generatie. In aanloop naar de Tour de France duikt Helden in de slipstream van de zesvoudig winnaar van de groene trui. De laatste meters van Peter Sagan in de Amstel Gold Race zeggen alles over een teleurstellend voorseizoen. Bij de laatste passage van de finishlijn draait hij met het peloton mee de Slakstraat in, knijpt dan in zijn remmen en stapt af. Holle ogen kijken dwars door de toegesnelde fans heen. Hij ziet ze niet en verdwijnt snel naar de luxe camper die altijd voor hem klaarstaat. Een echtscheiding? Een virusinfectie? Het idool van miljoenen wielerfans oogt vermoeid en mist de power in de koers. En voor verstoppen in het peloton komt de populairste coureur van het internationale wielrennen niet naar Maastricht. Sagan mag dan vooral heel onzichtbaar zijn dit voorseizoen, heel slecht is het allemaal ook niet. In de Tour Down Under pakte hij één rit. Een maag- en darmvirus dat hij op trainingskamp opliep en hem drie of vier kilo gewichtsverlies opleverde, weerhield hem er toch niet van om vierde in Milaan-San Remo en elfde in de Ronde van Vlaanderen te worden. Maar ja, van de 29-jarige drievoudig wereldkampioen wordt verwacht dat hij wint, want dat heeft hij afgelopen jaren altijd en overal gedaan. Zijn ploegleider Patxi Vila: “Hij mist het gevoel nog dat hij altijd had. Het gaat goed, maar nog niet perfect.” Schaatsicoon Sven Kramer, zelf in de zomermaanden een meer dan verdienstelijk wielrenner en groot Sagan-fan, ziet thuis in Heerenveen de Slowaak uit de Amstel Gold Race stappen en haalt zijn schouders op. “Het is weer typisch Nederlands of Vlaams om met het vingertje te wijzen en iemand af te schrijven of te bekritiseren. Sagan rijdt al jaren de stenen uit de straat. Hij fietst nu ietsje minder, maar zit nog steeds in kopgroepen tijdens voorjaarsklassiekers. Dan roept iedereen hier dat het meteen allemaal slecht is. Mag het een keer? Je kunt er niet omheen dat hij op dit moment minder goed koerst, maar dat is ook niet meer dan logisch als je al zo lang meedraait. Het gaat een keer z’n tol eisen. Hij heeft natuurlijk ook privéperikelen gehad. Sagan laat zien dat hij ook gewoon een mens is.” Kramer: 'Ik ben absoluut fan van Sagan. Hij stijgt met zijn manier van koersen en met name zijn persoonlijkheid ver boven de sport uit.' Peter Sagan lijkt het beste wat de wielersport de laatste jaren is overkomen. Succesvol in de koers, maar ook een unieke showman op en naast de fiets. Hij is uitgegroeid tot de populairste wielrenner ter wereld. Een merk. De knuffelrebel met de wilde haren. Kramer: “Ik ben absoluut fan van Sagan. Hij stijgt met zijn manier van koersen en vooral met zijn persoonlijkheid ver boven de sport uit.” Helden Magazine editie 47 Het eerste gedeelte van het verhaal van Peter Sagan komt voort uit Helden Magazine nummer 47, waar Lieke Martens samen met Ronald Koeman de cover siert. Helden Magazine editie 47 is een dubbeldik jubileumnummer. Helden bestaat 10 jaar en in dit nummer blikken wij onder andere vooruit op het Wereldkampioenschap vrouwenvoetbal. De OranjeLeeuwinnen veroverden twee jaar terug de Europese titel én de harten van alle Nederlanders. In de WK special komen nog meer speelsters als Shanice van de Sanden, Vivianne Miedema en Jill Roord en bondscoach Sarina Wiegman aan het woord. Verder ging Frits Barend langs in Esbjerg bij Rafael van der Vaart & Estavana Polman en vertellen Sjinkie & Fenna Knegt voor het eerst samen over de dag dat de shorttracker zware brandwonden opliep. Een editie met heel veel inspirerende sportverhalen, waar helaas de turnterreur helaas nog steeds geen verleden tijd is. Dylan Groenwegen de nieuwe topsprinter van het peleton is en Steven Kruijswijk de fietsende familieman. Marit Bouwmeester opnieuw haar zinnen heeft gezet op Olympisch goud en Inge de Bruijn ging na haar zwemcarrière op zoek naar zichzelf. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Wielrennen

Steven Kruijswijk, Fietsende familieman

Steven Kruijswijk is de kopman van Jumbo-Visma in de Tour de [...]
Steven Kruijswijk is de kopman van Jumbo-Visma in de Tour de France. We gingen bij hem en z’n gezin langs in Monaco. “We gaan geregeld met de kindjes lunchen, even Italië in. Als het mooi weer is drinken we ‘s avonds een wijntje op het balkon. Even wat anders dan wielrennen.” In de flat links van hen wonen Wout Poels en Bauke Mollema. Rechts woont Chris Froome. Vanaf hun balkon op de 31ste verdieping is het uitzicht over Monaco en de Côte d’Azur fenomenaal. De wereld aan je voeten. Steven Kruijswijk, zijn vrouw Sophie en hun twee kinderen Perre (3) en Feline (7 maanden) waren een paar jaar geleden echt niet van plan om hier te gaan wonen, maar inmiddels voelen ze zich helemaal thuis. “We hadden net zo’n vooroordeel over Monaco als iedereen. De stad van de rich and famous. Alles is ontzettend duur, hier wonen alleen de rijksten der aarde, dachten we. We woonden hiervoor deels in Nederland, deels in Girona. We zeiden tegen elkaar: Monaco, dat is zo’n groot verschil, dat gaan we nooit doen. Maar we wisten ook dat hier een aantal wielrenners woonden, dus we zijn toch een weekend gaan kijken.” Het heerlijke klimaat en het bergachtige achterland met talloze perfecte trainingsroutes waren ongezien al ideaal voor een klassementsrenner als Steven. En de stad? “Dat was natuurlijk een gok. Als het niks zou zijn, zouden we binnen een jaar weer weg zijn, spraken we af. Maar als je dan de stad een beetje leert kennen, zie je dat zich hier ook het gewone leven afspeelt. Je moet boodschappen doen in een normale supermarkt, de kinderen gaan gewoon naar school en je gaat gewoon naar de bakker. Een klein gedeelte is echt jetset. Dat is ook wel weer grappig: ze laten graag zien hoeveel geld ze hebben. Er wonen zoveel nationaliteiten, en gezinnen met kinderen. Dat maakt contact leggen makkelijk. Wat ik erg fijn vind, is dat je hier anoniem kunt wonen en je ding kunt doen. Niemand is met je bezig, ik kan me helemaal concentreren op het wielrennen. Maar wat ik uiteindelijk het belangrijkst vond, was dat we een plek kozen die fijn is voor mijn gezin, voor Sophie. Zij brengen hier veel meer tijd door dan ik.” Pijn doen Steven is net terug uit de Ronde van Romandië. Vier dagen thuis, vier dagen rust. Knuffelen met Feline, spelen met Perre. En natuurlijk lekker eten en even tijd met Sophie doorbrengen. Daarna begint het deel van het seizoen waar alles om draait: de voorbereiding op de Tour de France, met een hoogtestage van drie weken en wat verkenningen. Onderweg van Romandië naar huis heeft hij al ‘even’ de vernieuwde aankomst op La Planche des Belles Filles in de Vogezen verkend. Alsof de geasfalteerde skipiste niet zwaar genoeg was, is er nu nog een grindpad aan toegevoegd. “Ik stond daar stil... Zo steil! Ben benieuwd of het grind blijft.” Grinnikend: “Dat kan bijna niet, je komt er gewoon niet omhoog.” In aanloop naar de Tour staat alleen de Dauphiné nog op het programma, als voorbereidingskoers. “Ik rij bewust weinig wedstrijden. We, mijn trainer Merijn Zeeman en ik, zijn er vorig jaar achter gekomen dat dat voor mij het beste werkt. Ik ben nog nooit zo goed geweest als in de Tour van vorig jaar, ik was beter dan in die Giro van 2016. We hebben geconcludeerd dat ik in het voorjaar niet te veel moet koersen. Als je dat doet, moet je veel herstellen en je bent vaak aan het reizen. Daardoor kun je minder trainen. Dan bouw je ook niks op. Ik ga naar de Tour met maar zo’n twintig koersdagen in de benen. Dan ben ik fris, tot het einde.” Veel wielrenners hebben de wedstrijden nodig om dat laatste stukje hardheid op te doen, om de puntjes op de i te zetten. Steven niet. Hij is een meester in zichzelf zoveel pijn doen dat daar geen koers tegenop kan. “Natuurlijk vind ik dat soms ook lastig, zeker als het een keer wat minder loopt.” Vanuit de keuken onderbreekt Sophie even: “Heb je er vijf schepjes in gedaan, of zes?” Ze houdt een fles omhoog. “Zes,” zegt Steven. Het gezinsleven gaat gewoon door, Feline krijgt melk. 'Het enige dat ik weleens oversla is Perre van de créche halen, zeker voor belangrijke wedstrijden. Dan wil ik niet ziek worden.' “De trainingen die goed gaan, zijn natuurlijk het fijnst. Die geven zelfvertrouwen. Als het niet zo gaat als ik wil, als ik de wattages die ik wil trappen niet haal, kan dat behoorlijk confronterend zijn. Maar die dagen zullen er in de Tour ook zijn en dan moet je ook gewoon door. Dan zul je ook tot de streep moeten knokken om het verlies te beperken. Van een training die niet ging zoals ik wilde, kan ik echt wel balen. Meestal krijg ik dan al snel na het doorsturen van de gegevens een belletje van Merijn die zegt dat het helemaal niet zo slecht was, of dat het beter zal gaan als ik goed uitgerust ben. Dat helpt om er overheen te stappen.” Helden Magazine editie 47 Het eerste gedeelte van het verhaal van Steven Kruijswijk komt voort uit Helden Magazine nummer 47, waar Lieke Martens samen met Ronald Koeman de cover siert. Helden Magazine editie 47 is een dubbeldik jubileumnummer. Helden bestaat 10 jaar en in dit nummer blikken wij onder andere vooruit op het Wereldkampioenschap vrouwenvoetbal. De OranjeLeeuwinnen veroverden twee jaar terug de Europese titel én de harten van alle Nederlanders. In de WK special komen nog meer speelsters als Shanice van de Sanden, Vivianne Miedema en Jill Roord en bondscoach Sarina Wiegman aan het woord. Verder ging Frits Barend langs in Esbjerg bij Rafael van der Vaart & Estavana Polman en vertellen Sjinkie & Fenna Knegt voor het eerst samen over de dag dat de shorttracker zware brandwonden opliep. Een editie met heel veel inspirerende sportverhalen, waar helaas de turnterreur helaas nog steeds geen verleden tijd is. Dylan Groenwegen de nieuwe topsprinter van het peleton is. Marit Bouwmeester opnieuw haar zinnen heeft gezet op Olympisch goud en Inge de Bruijn ging na haar zwemcarrière op zoek naar zichzelf. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Wielrennen

Gert-Jan Theunisse: ‘Mijn spieren houden me overeind’

Met zijn beroemde solozege op Alpe d’Huez en het winnen van de [...]
Met zijn beroemde solozege op Alpe d’Huez en het winnen van de bolletjestrui was Gert-Jan Theunisse dertig jaar geleden een van de grote Tourhelden van Nederland. Na zijn wielercarrière kreeg hij te maken met fysieke tegenslagen. Helden reisde af naar Mallorca terug te blikken op zijn roerige leven. Gert-Jan Theunisse richt zijn wijsvinger op een bosrijke omgeving in de verte. Daar ergens, in de buurt van de met natuurgroen bezaaide berg die het landschap domineert, staat zijn huis. Hij is komen lopen. Zo’n tien kilometer moet het geweest zijn. Gert-Jan heeft er een kleine anderhalf uur over gedaan. De voormalig wielrenner vertelt dat het dagelijkse kost is. Sterker nog, meestal loopt hij vijf uur en komt hij met 35 kilometer in de benen thuis. Gert-Jan is graag bezig en graag buiten, maar het is voor hem ook bittere noodzaak. Fysiek gezien heeft hij na zijn wielercarrière een flinke jas uit gedaan. “Ik ben dwarslaesie-patiënt, heb artrose en osteoporose in mijn gewrichten. Dertig uur per week ben ik aan het bewegen en oefeningen aan het doen om mezelf uit de rolstoel te houden. De spieren in mijn lichaam zijn nog goed, die houden me overeind.” De locatie waar Gert-Jan naartoe is komen lopen, is een bijzondere: de Rafa Nadal Academy in Manacor, opgericht door de bekendste sportman van Mallorca. Aan het begin van de eeuw is de geboren Brabander neergestreken op het populaire vakantie- en fietseiland. Het mediterrane klimaat is prettiger voor zijn lichaam dan het weer in Nederland. Helaas is pijn onlosmakelijk verbonden met zijn dagelijks bestaan. “’s Nachts word ik vaak wakker van de pijn in mijn gewrichten. Je kunt het vergelijken met het gevoel alsof de tandarts een zenuw bij je raakt. En dan nog honderd keer erger. In de ochtend duurt het tien minuten voordat ik mijn bed uit ben, de doorbloeding in mijn lichaam op gang is gekomen en ik me weer een beetje kan bewegen. Drie jaar geleden heb ik nog een zware operatie ondergaan en is er een bouwsel in mijn rug geïmplanteerd. Een soort brug om mijn rug bij elkaar te houden. Ik zak letterlijk en figuurlijk in elkaar. In feite ben ik een heel oud gebouw waarbij het cement tussen de stenen verdwijnt. Ik ben 56 jaar, maar voel me veel ouder.” Droomzege Hoe anders was het dertig jaar geleden. Toen zijn grijze stekeltjes van nu nog die lange, donkerblonde manen waren die zo opvielen onder zijn helm. In 1989 was Gert-Jan samen met zijn maatje Steven Rooks kopman van PDM in de Tour de France. “Eigenlijk was ik een geboren knecht. In mijn eerste profseizoen bij Panasonic-Raleigh, in 1984, ging het zo goed dat zowel de klassiekermannen als de klassementsrenners me overal mee naartoe wilden hebben. Het was een mooie tijd. Ik kon mezelf doodrijden voor een ander en had niet de stress van het moeten afmaken van een koers. Het was mijn ideale baan. Later bij PDM kregen Rooks en ik de kans omdat Greg LeMond geblesseerd was. Er waren twee doelen die ik als kind had: winnen op Alpe d’Huez en de bolletjestrui veroveren. Ik dacht nooit aan de eindzege in de Tour. Vlakke sprintetappes deden me niets, ik keek alleen maar naar bergritten op tv. Dan zat ik met open mond naar Jopie Zoetemelk te kijken.” In 1988 had Gert-Jan al de topvorm om te winnen op Alpe d’Huez. Maar teammakker Rooks demarreerde als eerste, de concurrentie bleef zitten en dus zat hij gevangen met zijn goede benen. Een jaar later volgde een herkansing met een nieuwe finish op de top van de Hollandse Berg, die zo werd genoemd vanwege de vele Nederlandse overwinningen in die tijd. “Ik dacht: straks is mijn carrière voorbij zonder dat ik op de Alp heb gewonnen, terwijl ik wel de potentie had om het te doen. We stonden op dat moment met vier PDM-mannen bij de beste twaalf van het klassement: Rooks, Sean Kelly, Raúl Alcalá en ik. De afspraak was dat we zouden aanvallen. De laagst geklasseerde zou als eerste demarreren. Lukte dat niet, dan was de volgende aan de beurt. Ik zou als laatste gaan. Op de eerste klim werd er meteen aangevallen, maar geen van mijn ploeggenoten sprong mee. Ik ging langs die mannen, want dit was de afspraak niet. ‘We kunnen niet, we zitten kapot,’ zeiden ze. Dat hoorde ik al dagenlang en elke etappe eindigden ze alsnog bij de eerste tien. Ik was zó kwaad, dacht: stik er maar in, dan ga ik zelf wel. Volle bak ging ik ervandoor. Ik achterhaalde de vluchters en op de tweede klim reed ik alleen op kop. Vanuit de ploegleiderswagen werd geroepen dat ik moest stoppen. Het was zelfmoord, het zou me mijn klassement kosten. ‘Weet je wat jullie kunnen? Jullie kunnen doodvallen,’ riep ik. Ik pakte een bidon en smeet ’m zo tegen de voorruit. Ik zei: ik wil jullie de hele dag niet meer zien, me laten inlopen, ben je gek!” Vol adrenaline begon Gert-Jan aan een indrukwekkende solo van 130 kilometer die hij bekroonde met zijn gedroomde overwinning op Alpe d’Huez. “En dat ook nog in de bolletjestrui. Die hele solo reed ik in trance. Van die laatste kilometers weet ik niets meer. Alleen dat ik helemaal kapot was en dat ik tussen het publiek door moest rijden omdat er nog geen dranghekken stonden. Ik kreeg water over me heen, klappen, er werd geschreeuwd... Het was de dag van mijn leven. Precies zoals ik ’m had uitgestippeld en erover had gedroomd.” Gek Gert-Jan was een opvallende verschijning in het peloton. Niet alleen vanwege zijn kenmerkende kapsel, maar ook door zijn maniakale trainingsethos en zijn eeuwige zoektocht naar verbeteringen. “Toen ik nog een beginnende renner was, was er niets. Je moest alles zelf uitzoeken. Ik was de jongen die overal de gek in was. Ik deed al hoogtestages op El Teide op Tenerife – wat tegenwoordig heel normaal is – toen er nog geen hotel stond. Zat ik daar in mijn eentje tussen de nonnen. Ik had een hometrainer bij me, een fiets, en een extra koffer met muesli en yoghurt. 'Ik was de gek die geen zin meer had in een bord met paste en steak wegwerken voor een koers. In plaats daarvan at ik babyvoeding.' Ik was ook die gek die geen zin meer had in om vijf uur ’s ochtends een bord met pasta en steak wegwerken voor een koers. In plaats daarvan at ik babyvoeding op mijn kamer. Ik trainde liever tien dan vier uur, was overal extreem in. Trainen met hartslagmeters, schoenen met klikpedalen, daar was ik allemaal voorloper in. Ik was ook een van de eerste sporters met tatoeages. Maar je moet niet denken dat het allemaal goed was wat ik deed. Het was juist allemaal fout. Tijdens hoogtestages trainde ik veel te hard in die ijle lucht. Maar ik moest nu eenmaal het idee hebben dat ik van alle renners er het meest voor had gedaan. Daar haalde ik mijn vertrouwen uit en daardoor kon ik ook met elke uitslag vrede hebben. Ik was net zo blij met een achtste als met een eerste plaats op Alpe d’Huez. Ik kon tot in het extreme diepgaan. Het was niet gek als ik na de finish letterlijk door mijn hoeven ging. Dan had ik alles gegeven.” Helden Magazine editie 47 Het eerste gedeelte van het verhaal van Gert-Jan Theunisse komt voort uit Helden Magazine nummer 47, waar Lieke Martens samen met Ronald Koeman de cover siert. Helden Magazine editie 47 is een dubbeldik jubileumnummer. Helden bestaat 10 jaar en in dit nummer blikken wij onder andere vooruit op het Wereldkampioenschap vrouwenvoetbal. De OranjeLeeuwinnen veroverden twee jaar terug de Europese titel én de harten van alle Nederlanders. In de WK special komen nog meer speelsters als Shanice van de Sanden, Vivianne Miedema en Jill Roord en bondscoach Sarina Wiegman aan het woord. Verder ging Frits Barend langs in Esbjerg bij Rafael van der Vaart & Estavana Polman en vertellen Sjinkie & Fenna Knegt voor het eerst samen over de dag dat de shorttracker zware brandwonden opliep. Een editie met heel veel inspirerende sportverhalen, waar helaas de turnterreur helaas nog steeds geen verleden tijd is. Dylan Groenwegen de nieuwe topsprinter van het peleton is en Steven Kruijswijk de fietsende familieman. Marit Bouwmeester opnieuw haar zinnen heeft gezet op Olympisch goud en Inge de Bruijn na haar zwemcarrière op zoek naar zichzelf ging. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Wielrennen

Dylan Groenewegen, Spieren en souplesse

Tijdens de Tour de France van 2017 won hij de slotetappe. Vorig [...]
Tijdens de Tour de France van 2017 won hij de slotetappe. Vorig jaar kon hij twee keer juichen. Dylan Groenewegen is nu de sprinter op wie iedereen let. Hoe goed is de bijna 26-jarige spurter van Jumbo-Visma? We vroegen het mensen die het kunnen weten. Erik Breukink: “Je hebt nu vijf, zes topsprinters. Als de omstandigheden gelijk zijn, zet ik mijn geld op Dylan.” Gert Jacobs: “Hij kan met 60 kilometer per uur nog op het gemak versnellen. Ik heb zelden zoiets gezien.” Steven de Jongh: “Hij zit bij de wereldtop, en ik denk dat hij daar ook heel lang kan blijven.” Jeroen Blijlevens: “Je had vroeger bonkige en ranke sprinters, nu moet je wat van allebei hebben. Spieren en souplesse. Dylan heeft dat.” Jean-Paul van Poppel: “Hij kan deze Tour voor de gele trui gaan en de groene trui in Parijs dragen. Ik acht Dylan ook in staat de meeste etappezeges te pakken.” Dylan is Dylan Groenewegen. Uitgegroeid van stil talent tot topsprinter met branie. Hij kent de smaak van de winnaarschampagne, stond al vaak op zijn tenen om de kussen van de rondemissen in ontvangst te nemen, zag de uitbundigheid van opa, vriendin en hond na een etappezege in de grootste rittenkoers ter wereld. Op de Champs-Élysées behaalde hij in 2017 zijn eerste etappezege in de Tour, in 2018 voegde hij er twee aan toe, en dit jaar zet hij in op een hattrick, met de gele trui als bonus. De eerste etappe naar Brussel is vlak, met wat zware oplopende slotkilometers. Groenewegen was drie jaar geleden nog een grote onbekende. Als junior dolf hij in sprints steevast het onderspit tegen Danny van Poppel, zoon van sprintlegende Jean-Paul. Die laatste: “Danny hield vreselijk huis. Dylan haalde ook vaak het podium, dat is steeds iets meer omgedraaid. Als prof duurde het even voordat Dylan echt uitslagen ging rijden. Maar altijd was dat zelfvertrouwen er.” Insiders schatten zijn capaciteiten toen al op waarde. Oud-klassementsrenner en huidig Roompot-ploegleider Breukink had Groenewegen in 2015 onder zijn hoede. “Bij ons won hij meteen Veenen- daal-Veenendaal en Parijs-Brussel. Dan weet je dat je hem snel kwijt bent. Dat is als Frenkie de Jong die onhoudbaar is voor Ajax.” Snelheid is duurbetaald in het wielrennen. Breukink: “Dat heb je of heb je niet. Hij werkt daarnaast ook keihard aan zichzelf, was altijd ongemeen ambitieus. Dylan raakt ook niet van slag als het de eerste keer niet lukt. Hij won in zijn eer- ste Tour de slotrit op de Champs-Élysées; dat getuigt van geduld, van inhoud en zelfvertrouwen. Zelfvertrouwen heeft hij altijd wel gehad.” Amsterdammer Groenewegen trainde eindeloos met zijn vader in de Noord-Hollandse polder. Pa op de scooter, hij erachter en er dan vol overheen klappen, met plaatsnaamborden als denkbeeldige finishlijnen. Hij zit veel in het krachthonk. Weinig gepomp met ijzers, want het bovenlichaam wordt al snel te breed. Meer squads en uitstapoefeningen waarbij zijn zakkende lichaamsgewicht de bovenbenen doet branden. Tijdens trainingskampen rond het Noord-Spaanse Girona toetert hij in de ploegleidersauto naar klimmende ploegmaten. Groenewegen maakt alleen meters naar beneden. Alles om de sprintersbenen intact te houden, alles om snel te zijn en snel te blijven. Beestenweer Een van zijn grootste kwaliteiten is pijn lijden. Niet alleen de pijn van duizenden messen die in zijn benen klauwen als hij hectometers lang de pedalen geselt. Maar ook de pijn van valpartijen waarbij plakkaten huid op het asfalt achterblijven, bloed langs ellebogen druppelt en schouders blauw kleuren. Hup, snel opstaan en puur op adrenaline zijn weg vervolgen. Breukink herinnert zich nog een harde valpartij in de Ronde van Drenthe. “We zeiden: ‘Joh Dylan, doe komende week even rustig aan.’ Maar hij wist dat er in België een echte sprinterskoers aan zat te komen. Dus hoorde je steeds uit een hoekje van de ploegbus: ‘Ik rijd dinsdag, wat er ook gebeurt.’ Hij reed die koers inderdaad en won nog bijna.” Jacobs: 'Het is een mooi mannetje, ik vind 'm altijd goed voor de camera. Sterker dan Van Poppel, die was minder uitgesproken.' Jean-Paul van Poppel, eveneens een jaar ploegleider van Groenewegen bij Roompot: “Je had in Yorkshire een driedaagse en Dylan werd de eerste dag vijfde of zo. Waren we al heel tevreden mee. De volgende dag was het beestenweer. We haalden renner na renner in, ook coureurs die we als sterker inschatten dan Dyl. We dachten dat we hem onderweg gemist hadden. Hij zat best ver naar voren, ergens in the middle of nowhere. We gingen achter hem rijden. Gaf ie gas, jongen! Terwijl hij echt geen kans meer had om er voorin bij te komen. Dat was gewoon investeren in zichzelf, meters maken, hard worden. Hij heeft power, snelheid, maar is ook een selfmade sprinter, waar ik meer op talent sprints won. Ik kon op de een of andere manier snel snelheid maken, had ook wel geluk dat er in mijn eerste en beste jaren geen super concurrenten waren.” Groenewegen is geen klager. Breukink: “Hij is keihard voor zichzelf. Ik zie zijn mindset als zijn grootste kwaliteit. Dat hij na een jaar al overstapte naar Team LottoNL-Jumbo was volkomen logisch.” Helden Magazine editie 47 Het eerste gedeelte van het verhaal van Dylan Groenewegen komt voort uit Helden Magazine nummer 47, waar Lieke Martens samen met Ronald Koeman de cover siert. Helden Magazine editie 47 is een dubbeldik jubileumnummer. Helden bestaat 10 jaar en in dit nummer blikken wij onder andere vooruit op het Wereldkampioenschap vrouwenvoetbal. De OranjeLeeuwinnen veroverden twee jaar terug de Europese titel én de harten van alle Nederlanders. In de WK special komen nog meer speelsters als Shanice van de Sanden, Vivianne Miedema en Jill Roord en bondscoach Sarina Wiegman aan het woord. Verder ging Frits Barend langs in Esbjerg bij Rafael van der Vaart & Estavana Polman en vertellen Sjinkie & Fenna Knegt voor het eerst samen over de dag dat de shorttracker zware brandwonden opliep. Een editie met heel veel inspirerende sportverhalen, waar helaas de turnterreur helaas nog steeds geen verleden tijd is. Steven Kruijswijk de fietsende familieman. Marit Bouwmeester opnieuw haar zinnen heeft gezet op Olympisch goud en Inge de Bruijn ging na haar zwemcarrière op zoek naar zichzelf. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Wielrennen

Tom Dumoulin: ‘Ik ben best romantisch’

Met een tweede plek in de Giro, de Tour en op het WK tijdrijden, [...]
Met een tweede plek in de Giro, de Tour en op het WK tijdrijden, was het louter zilver dat er blonk voor Tom Dumoulin in 2018. Daarnaast kreeg hij in oktober een zilveren trouwring om z’n vinger geschoven. In aanloop naar de Giro d’Italia (11 mei-2 juni), die Tom wederom hoopt te winnen, spreken we de kopman van Team Sunweb. Ook over zijn keuze voor de Giro boven de Tour. “de kans is heel klein dat ik de tour zal rijden voor de eindzege.” Tom Dumoulin gaat sinds 20 oktober 2018 als getrouwd man door het leven. Op die dag werd in Maastricht het huwelijk voltrokken met Thanee van Hulst, met wie Tom al sinds z’n twintigste een relatie heeft. De bruiloft werd toch een klein media-event, terwijl Tom graag zijn privacy beschermt. “Er stonden wat journalisten voor de deur en dat hadden we liever niet gehad,” zegt hij, “maar we weten inmiddels ook dat het niet te voorkomen is. Ik ben er de laatste jaren iets makkelijker in geworden, meer gaan accepteren dat het nu eenmaal bij m’n status als topsporter hoort, maar ik vind het nog altijd niet leuk. Toen wij onze trouwfoto’s gingen schieten, stond er op afstand ook een paparazzo mee te gluren. Volgens mij is zijn moeder daar niet trots op. Blijkbaar hoort dat erbij.” Heb jij Thanee ten huwelijk gevraagd? “Ja. Ik denk dat ik best romantisch ben, ga alleen niet vertellen hoe het gegaan is. Trouwen vind ik heel bijzonder. De Giro winnen is fantastisch, maar trouwen gaat verder dan dat. Natuurlijk willen we ook kinderen in de toekomst, maar de komende jaren nog niet. Dat stellen we nog even uit.” Je bent vrijwel het hele jaar op hoogtestage of aan het koersen. Je vrouw zit veel alleen thuis. Voel je je daar weleens schuldig over? “Jazeker. We weten allebei dat dit ons leven op dit moment is. Neemt niet weg dat het ook weleens lastig is, zeker voor haar. Thanee kiest voor mij met haar hart en met haar volle verstand. Ik voel me af en toe wel schuldig over het feit dat ik er niet altijd voor haar kan zijn.” In de krant De Limburger zei je: “Ik heb veel redenen om voor dit leven te kiezen, zij maar één: ik hou van Tom.” Is dat een beetje wat het is? “Ik haal veel plezier uit het wielrennen. Ik vind fietsen mooi, op pad zijn leuk en het wielerwereldje ook mooi. Ik kies echt met mijn volle verstand en met heel mijn hart voor deze sport. Thanee niet. Zij krijgt het wielrennen er alleen maar bij.” Zijn er momenten dat je iets voor je vrouw terug kunt doen? “Ik probeer er echt voor haar te zijn als ik thuis ben. Dan probeer ik niet alleen maar de egoïstische topsporter uit te hangen. Tot nu toe gaat dat volgens mij best goed.” HUWELIJKSREIS Een stijlvol trouwfeest werd gevolgd door een huwelijksreis naar Nepal. Een betere afsluiting van een successeizoen waarin hij tweede werd in de Giro, Tour en zilver pakte op de tijdrit bij het WK, was amper denkbaar. “We maken ieder jaar een bijzondere reis na het seizoen,” zegt Dumoulin, “om het vanwege ons huwelijk nog specialer te maken, zijn we gaan hiken op het Annapurna-massief in Nepal. Het viel ons daar eigenlijk een beetje tegen, maar misschien verwachtten we ook wel te veel. Ik hoopte meer kennis te kunnen maken met de oude cultuur van het land en te zien hoe mensen daar leven. Daar hebben we te weinig van meegekregen. Het was erg mooi in de Himalaya, maar ook weer niet erg speciaal. Tijdens het hiken had ik het idee dat we ook in de Alpen hadden kunnen zijn. Dan zou er ook een goed diner en een glas wijn zijn geweest, nu alleen maar een kale hut. Ik wil niet klagen en kan me goed voorstellen dat mensen de stilte opzoeken om tot zichzelf te komen, maar dit was niet waar wij naar zochten op onze huwelijksreis.” ‘Wout Poels zou zeker kopman bij ons kunnen zijn. Maar dan is hij niet de meesterknecht van Tom Dumoulin'   Wat had je gehoopt te vinden daar in de Himalaya? “Ik hoopte helemaal gefascineerd te raken door een totaal andere cultuur en dat was het natuurlijk ook wel. Ik dacht ook dat de reis fascinerend zou zijn doordat ik overal het boeddhisme tegen ging komen. En dat gevoegd bij de grote hoogtes in de Himalaya en het rondtrekken. Dat hebben we allemaal gezien en gedaan, maar het was toch minder indrukwekkend dan ik had gehoopt. Maar samen hadden we het leuk en in dat opzicht was de reis zeer geslaagd.” Toch kreeg Dumoulin in Nepal ook een flinke domper te verwerken. Eind oktober was de presentatie van het rittenschema van de Tour de France in 2019. Dumoulin had een goede wifi-verbinding, zat op dat moment in een berghut op 3000 meter hoogte. Hij zag op zijn mobiele telefoon dat de directie voor een parcours had gekozen met nauwelijks tijdritkilometers. De specialist moest het doen met een individuele tijdrit van 27 kilometer en een ploegentijdrit van 28 kilometer. “Ik baalde en was teleurgesteld, had het me allemaal anders voorgesteld. Het plan was gewoon om vol voor de Tour te gaan, maar ik zag al snel dat dat wel heel moeilijk zou worden. In Nepal heb ik echt nog geen conclusies getrokken, maar toen heb ik wel even een berichtje naar de ploeg gestuurd: ‘Niet dat jullie tijdens mijn huwelijksreis alle knopen doorhakken. Kunnen we er niet toch nog even over praten?’” Helden Magazine 46 Het eerste gedeelte van het verhaal van Tom Dumoulin komt voort uit Helden Magazine 46 waar hij de cover siert. Dumoulin vertelt over zijn huwelijk en hoe hij besloot het plan om helemaal voor de Tour te gaan in 2019 aan te passen ‘’De Giro winnen is fantastisch, maar trouwen gaat verder dan dat’’. Verder in de 46ste editie van Helden, Lieke & Sanne Wevers vertellen openhartig over de moeilijke tijd, baanwielrenner Harrie Lavreysen over goud op het WK en de Spelen in Tokio, oud-voetballer Jaap Stam blikt terug op voorgaande hoofdstukken in zijn leven, wielrenner Fabio Jakobsen, het dynamische Laura & Lisanne de Witte, beachvolleybalsters Marleen van Iersel & Joy Stubbe, oud-basketballer Michael Jordan, voetbaltrainer José Mourinho, Cor van der Geest over zijn zoons Elco en Dennis, turner Casimir Schmidt, voetballer Dusan Tadic, en Victoria Koblenko ging langs bij coureur Tom Coronel. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Wielrennen

Harrie Lavreysen: Wat goed is…

Harrie Lavreysen (22) besloot vier jaar terug het [...]
Harrie Lavreysen (22) besloot vier jaar terug het bmx’en te verruilen voor de baan. sinds begin maart geldt hij als de beste sprinter van de wereld. Dat belooft wat voor de Spelen van volgend jaar. De VPRO volgt hem en negen andere beloften met een olympische droom online. Helden kijkt mee. Zijn verhaal leest als een sprookje over vallen en opstaan. Met in de hoofdrol een Brabantse jongen uit Luyksgestel. Begin maart werden de vele opofferingen van de afgelopen jaren beloond. In het Poolse Pruszkow veroverde Harrie Lavreysen niet alleen de wereldtitel op de teamsprint, maar hij pakte ook de regenboogtrui op de individuele sprint. De finale van het koningsnummer werd een ware broedermoord. In twee races versloeg Harrie zijn teamgenoot, vriend én kamergenoot Jeffrey Hoogland. “De avond voor de finale heb ik veel filmpjes bekeken. Ook van Jeffrey. Ik wist dat ik het tactisch anders moest doen dan anders, want Jeffrey weet precies wat ik doe.” Beide mannen stonden er in de finale alleen voor. “Normaal word je door de bondscoach de baan ingeduwd, dan geeft hij nog wat laatste, tactische aanwijzingen. Jeffrey en ik hadden al geloot wie bondscoach Hugo Haak mocht ‘hebben’. Maar Hugo zei voor de finale tegen ons: ‘Jullie zoeken het maar uit.’” ‘Mijn schouder schoot bij de gekste dingen uit de kom. In het zwembad, tijdens een potje volleybal, tijdens een kussengevecht’ Helden Magazine 46 Het eerste gedeelte van het verhaal van Harrie Lavreysen komt voort uit Helden Magazine 46 waar Tom Dumoulin de cover siert. Dumoulin vertelt over zijn huwelijk en hoe hij besloot het plan om helemaal voor de Tour te gaan in 2019 aan te passen ‘’De Giro winnen is fantastisch, maar trouwen gaat verder dan dat’’. Verder in de 46ste editie van Helden, Lieke & Sanne Wevers vertellen openhartig over de moeilijke tijd, oud-voetballer Jaap Stam blikt terug op voorgaande hoofdstukken in zijn leven, wielrenner Fabio Jakobsen, het dynamische Laura & Lisanne de Witte, beachvolleybalsters Marleen van Iersel & Joy Stubbe, oud-basketballer Michael Jordan, voetbaltrainer José Mourinho, Cor van der Geest over zijn zoons Elco en Dennis, turner Casimir Schmidt, voetballer Dusan Tadic, en Victoria Koblenko ging langs bij coureur Tom Coronel. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Wielrennen

Fabio Jakobsen: ‘Voor een snotneus verdien ik onwijs veel geld’

Fabio Jakobsen (22) is de rising star van het [...]
Fabio Jakobsen (22) is de rising star van het Nederlandse wielrennen. Als eerstejaarsprof versloeg de sprinter van Deceuninck-Quick Step in 2018 zo’n beetje alle topspurters van het peloton. Begin dit jaar was het op zijn eerste koersdag weer raak. Wij legden hem een lijstje namen voor. Van Mathieu van der Poel tot Dylan Groenewegen. FABIO CASARTELLI “Ik ben geboren in augustus 1996. Een maand eerder werd Casartelli, de voormalig olympisch kampioen die in de Tour de France van 1995 was verongelukt, groots herdacht in Frankrijk. Mijn moeder was zwanger van mij en zat samen met mijn vader voor de televisie. De naam Fabio bleef hangen en zo ben ik naar hem vernoemd." "Vorig jaar was ik door de NOS uitgenodigd om te gast te zijn in het tv-programma De Avondetappe. Precies op de dag dat de Portet d’Aspet, de berg waar Casartelli in de afdaling om het leven kwam, in het parcours zat. Bij de plek van het ongeluk staat een monument ter nagedachtenis aan hem en daar wilde ik graag heen. Toen ik er aankwam, was er een behoorlijke groep mensen en stonden er lange tafels met eten en drinken. Eigenlijk wilde ik even in de anonimiteit bij het monument kijken, een foto maken en voor mezelf een momentje van stilte houden, maar ik was samen met een cameraman en geluidsman van de NOS en we vielen snel op. Er kwam een vrouw naar ons toe die vertelde dat de ouders van Casartelli er ook waren. Dat was wel even slikken. Zoals elk jaar als de Tour over de Portet d’Aspet gaat, waren ze met een bus vol familie en vrienden vanuit Italië naar het monument gekomen. Het was bijzonder om de ouders van Casartelli te ontmoeten. Zijn moeder had tranen in haar ogen en pakte me bij m’n wang. Dat deed me wel wat. Ik had een T-shirt van Quick-Step aan en toen ze op het logo wees, begreep ze dat ik een wielrenner was. Je zou kunnen zeggen dat ik met mijn donkere haar en op dat moment redelijk gebruinde huid op een halve Italiaan leek. Ik denk dat die ouders een soort evenbeeld van hun zoon zagen. Ze pakten me beet en we gingen samen op de foto. Het was indrukwekkend. Niemand wist dat ik naar Casartelli was vernoemd, dat kwam pas bij De Avondetappe ter sprake. Mijn ouders vonden het erg mooi toen ik ze vertelde wat ik had meegemaakt. Toen ik werd geboren hadden ze nooit kunnen bedenken dat ik ooit op die plek de vader en moeder van Casartelli zou ontmoeten.” MATHIEU VAN DER POEL “In de jeugd heb ik bij het veldrijden redelijk vaak achter hem aan gereden. Ik was dertien, Mathieu veertien. Hij was toen al niet te houden. Een supertalent. Heel bijzonder dat hij vorig jaar Nederlands kampioen op de weg, de cross én op de mountainbike werd. Ik herinner me van vroeger nog een cross over een vrij vlak parcours rond een kasteel. Mathieu won met een minuut voorsprong. Ik zat in een groepje daarachter en sprintertje als ik toen al was, wist ik tweede te worden. Dichterbij ben ik nooit meer gekomen. Naast het fietsen deed ik ook aan voetbal en schaatsen. Bij voetbal lag de uitkomst van de wedstrijd alleen niet volledig in m’n handen en daar had ik moeite mee. Schaatsen was enorm saai met steeds hetzelfde rondje rijden. Daarom ging ik voor het fietsen. Veldrijden was een uur lang actie met modder, zand, balkjes, bochten en springen. Ik vond veldrijden leuker dan de weg. Hoewel ik als tweedejaars junior internationaal aardig kon meekomen bij de cross, won ik op de weg een paar koersen en reed korte uitslagen in enkele grote wedstrijden. Daardoor kwam ik als belofte bij SEG Racing Academy terecht en kreeg ik oud-baanwielrenner Peter Schep als trainer. Vanaf dat moment stopte ik met veldrijden. In mijn tweede seizoen bij SEG werd ik Nederlands kampioen bij de beloften en won ik de Slag om Norg. Ik had voldaan aan de eisen die mijn managers hadden gesteld om mogelijk al prof te kunnen worden. Maar de interesse bleef vaag en daarom besloot ik nog een jaar bij SEG te blijven. Achteraf was dat de juiste keuze. Vanaf de start van 2017 begon ik met winnen. Ik prolongeerde mijn Nederlandse titel en werd benaderd door Roompot. Toen wist ik dat het goed zat en dat ik prof kon worden. Later bleken ook LottoNL-Jumbo en Quick-Step serieuze interesse te hebben. Dat had ik nooit verwacht.” Helden Magazine 46 Het eerste gedeelte van het verhaal van Fabio Jakobsen komt voort uit Helden Magazine 46 waar Tom Dumoulin de cover siert. Dumoulin vertelt over zijn huwelijk en hoe hij besloot het plan om helemaal voor de Tour te gaan in 2019 aan te passen ‘’De Giro winnen is fantastisch, maar trouwen gaat verder dan dat’’. Verder in de 46ste editie van Helden, Lieke & Sanne Wevers vertellen openhartig over de moeilijke tijd, baanwielrenner Harrie Lavreysen over goud op het WK en de Spelen in Tokio, oud-voetballer Jaap Stam blikt terug op voorgaande hoofdstukken in zijn leven, het dynamische Laura & Lisanne de Witte, beachvolleybalsters Marleen van Iersel & Joy Stubbe, oud-basketballer Michael Jordan, voetbaltrainer José Mourinho, Cor van der Geest over zijn zoons Elco en Dennis, turner Casimir Schmidt, voetballer Dusan Tadic, en Victoria Koblenko ging langs bij coureur Tom Coronel. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Wielrennen

Kirsten Wild: ‘Mijn koekje bij de koffie wil ik gerust delen’

Kirsten Wild rijdt de laatste tijd op de baan [...]
Kirsten Wild rijdt de laatste tijd op de baan iedereen op een hoop. In aanloop naar het WK baan (27 februari-3 maart) in Polen, waar ze liefst drie titels verdedigt, schuift oud-collega Marijn de Vries bij haar aan voor een goed gesprek. “Vaak snap ik niet dat rensters lossen in een koers en na de wedstrijd gewoon zitten te feesten in de bus. Ik zou me de ogen uit de kop schamen.” Misschien wel honderd nachten hebben we samen doorgebracht. Duizenden kilometers hebben we gefietst. Uren, dagen, maanden hebben we met elkaar gepraat. Dan is een interview eigenlijk helemaal niet nodig. Klopt Kirsten, had ik aan de keukentafel willen zeggen vlak voor we begonnen: ik weet alles al van je. Een van je beste vrienden interviewen is not done, in journalistieke zin. Maar het is vooral heel raar. Of ik dit verhaal had kunnen schrijven zonder een woord met mijn dierbare oud-ploeggenoot Kirsten Wild te wisselen? Misschien. Waarom we er toch twee uur voor zijn gaan zitten? Omdat een officieel vraaggesprek altijd leidt tot scherpere vraagstellingen en betere formuleringen. “Je wilt het hebben over dat ik fanatieker ben in de wedstrijd dan hier aan de keukentafel. Toch?” Eigenlijk meer over dat je in het echte leven best onzeker kunt zijn. Je cijfert jezelf dan heel snel weg, vind ik. Terwijl met een rugnummer op... “Ik denk dat ik op de fiets zekerder overkom dan in het gewone leven. Maar als je een heel peloton bekijkt, dan is dat wel meer zo. Dan ben ik niet uitzonderlijk.” Of misschien toch wel. Het verschil tussen Kirsten-op-de-fiets en Kirsten-naast-de-fiets is er een van dag en nacht. Tijdens mijn wielercarrière heb ik geen andere renster ontmoet die zo vurig wil winnen waardoor ze handelt voor ze nadenkt, terwijl ze naast de fiets over zo’n beetje alles twijfelen. “Als ik op intuïtie koers, ben ik op mijn best. In het dagelijks leven denk ik veel meer na. Hoe meer ik nadenk, des te onzekerder ik word. In de koers is daar geen tijd voor. Je hebt maar een split second om te beslissen. Vaak is iets al gebeurd, heb ik al gehandeld zonder na te denken.” Maar achteraf vind je het vaak wel belangrijk er nog even stil te staan hoe je overkwam en of een actie asociaal was of niet. “Ja, dan ben ik me er wel van bewust wat ik heb gedaan. Meestal is dat onderweg al. Het is weleens gebeurd dat ik per ongeluk iets lelijks tegen iemand zei en dat ik bijna tegelijkertijd dacht: waarom doe ik dat nou? Het heeft mij niet geholpen en haar ook niet. Dat is de adrenaline die niet opspeelt als je je spijkerbroek aan hebt. Je doet dingen die je niet zou doen als je rij voor de kassa staat.” Ben je daar in de loop der jaren in veranderd? “Mijn intuïtie is iets veranderd. Vroeger maakte ik meteen een fietsactie, sturend of remmend. Door alle ervaring durf ik daar nu meer rust in te nemen. De scherpe randjes zijn er wat af.” Regenboogtrui Vorig jaar was het beste seizoen uit haar carrière. Kirsten werd drievoudig wereldkampioen en tweevoudig Europees kampioen op de wielerbaan en sprintte tussendoor ook nog naar drie World Touroverwinningen op de weg. Toch zie je haar op sociale media niet veel foto’s delen van zichzelf in de regenboogtrui. “Toen ik in 2015 wereldkampioen scratch werd, heb ik daarna maar één of twee keer in de regenboogtrui getraind. Ik heb dan wel gewonnen, dacht ik, maar de helft deed niet mee. En de andere helft was niet goed. Ik geneerde me om in die trui te gaan trainen. Als ik nu op de baan train, doe ik dat wel in mijn regenboogpak. En dat vind ik eigenlijk erg cool, ik ben dan best trots. Achteraf heb ik er wel spijt van dat ik in 2015 bijna niet in de regenboogtrui gefietst heb. Want zo’n trui is toch waar je het voor doet.” ‘Mensen moeten wel bijna denken: dat vrouwenwielrennen kan niets voorstellen, want ze winnen alles’ Helden Magazine 45 Het eerste gedeelte van het verhaal van Kirsten Wild komt voort uit Helden Magazine 45 waar Memphis Depay de cover siert. Depay laat zin wie hij echt is. Een verhaal over het geloof, zijn jeugd, familie, imago, Oranje en Louis van Gaal. Verder in de 45ste editie van Helden, Rico Verhoeven en Max Verstappen gingen de verbale strijd met elkaar aan, schaatser Kai Verbij over de Spelen en de Europese titel sprint, Jac Orie is een garantie voor succes, schaatsster Antoinette de Jong over haar jeugd waarin ze werd gepest om haar rode haren, de grondlegger van het shorttracksucces Jeroen Otter, tennisser Alexander Zverev, en wielrenner Lars Boom ging in gesprek met Victoria Koblenko. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Wielrennen

Lars Boom: ‘Dat werd janken op de fiets’

Lars Boom werd op z’n 22ste wereldkampioen [...]
Lars Boom werd op z’n 22ste wereldkampioen veldrijden, daarna koos hij voor de weg. Afgelopen tijd is er veel met hem gebeurd. Hij onderging een hartoperatie en stapte over naar Roompot-charles cycling. Ook ging hij weer veldrijden. Van afbouwen wil hij op z’n 33ste niets weten, zegt hij tegen Victoria Koblenko, de gretigheid is juist terug. Wat gaat er door een hoofd van een profwielrenner als hij vijf uur lang geopereerd moet worden aan zijn hart? “Ik was in oktober 2017 op vakantie op Curaçao. Mijn hartslag was 150 als ik op bed lag. Artsen noemden het een boezemflutter, de sinusknoop heeft de controle over de boezems verloren waardoor het hart chaotisch tikt.” Wat waren de risico’s? “Ik had plotseling bewusteloos kunnen raken en er was kans op een hartinfarct.” Je bent kostwinnaar. Wankelt de wereld dan niet als je je realiseert dat het zo afgelopen zou kunnen zijn? “Ja, ik verdien dan wel m’n geld met fietsen, maar het is nog veel belangrijker dat mijn hart ook na mijn wielercarrière blijft kloppen.” ‘Ja, ik verdien dan wel m’n geld met fietsen, maar het is nog veel belangrijker dat mijn hart ook na mijn wielercarrière blijft kloppen’ Je bent ondanks de hartritmestoornissen nog blijven trainen na de vakantie op Curaçao, was dat niet eng in de wetenschap dat het helemaal mis kan gaan? “Ik voelde me opgejaagd. Ik heb medicatie geprobeerd, bloedverdunners en zo, en er dus wel mee getraind. Maar ik voelde me niet goed.” Wat waren de prognoses van de artsen? “Twee of drie dagen na de operatie zou ik weer rustig kunnen fietsen.” En terugkomen op je oude niveau? Durfde een arts zich te wagen aan die voorspelling? “De arts zei dat eerst de sinusknoop moest herstellen om de juiste puls te kunnen geven. Vier weken na de operatie ging ik op trainingskamp naar Tenerife. Ik reed bergop en die hartslag kwam niet hoger dan 150 slagen per minuut. Terwijl ik vroeger op 190 zat.” Gierde de angst door je lijf toen je voor het eerst weer een berg op reed? “Bang dat er iets zou kunnen gebeuren, dat was ik niet. Ik voelde eerder iets van wanhoop, dacht: stel dat het nu niet goed gaat, dan kan ik alle wedstrijden in het voorjaar wel vergeten. Dan zou ik de klassiekers Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix missen. De gedachte eraan... dat werd janken op de fiets. Uiteindelijk kwamen de koersen in het voorjaar nog iets te vroeg voor me.” Snel zwanger Hoe gaat het nu? “Het heeft wel even geduurd voordat ik me weer de oude voelde. Ik voel me eigenlijk pas sinds drie maanden weer superfit en gretig. De drang is weer groot om het oude niveau te halen, maar het heeft me een jaar gekost.” Zijn de zorgen uit het oog en uit het hart? “Mijn rusthartslag is nu hoger, maar de pieken zijn lager. Je merkt het, onbewust ben ik er toch mee bezig.” Wie heeft je geholpen er mentaal weer bovenop te komen? “Op één staan natuurlijk mijn vrouw Niké en m’n familie. Ik ben niet zo van een mental coach, dat vind ik allemaal iets te zweverig. Mijn masseur Marco van Gorp heeft veel voor me betekend met behandelingen rondom het hart en de borstkas.” Hoe was het voor jouw vrouw dat je ineens zoveel thuis was? Normaal ben je 180 dagen per jaar van huis. “Dat was soms wel even wennen. Samen slapen is altijd weer even anders als je een paar weken weg bent geweest voor een grote ronde en ineens weer thuis bent. Dat was na de operatie in het begin ook zo.” Helden Magazine 45 Het eerste gedeelte van het verhaal van Lars Boom komt voort uit Helden Magazine 45 waar Memphis Depay de cover siert. Depay laat zin wie hij echt is. Een verhaal over het geloof, zijn jeugd, familie, imago, Oranje en Louis van Gaal. Verder in de 45ste editie van Helden, Rico Verhoeven en Max Verstappen gingen de verbale strijd met elkaar aan, schaatser Kai Verbij over de Spelen en de Europese titel sprint, Jac Orie is een garantie voor succes, schaatsster Antoinette de Jong over haar jeugd waarin ze werd gepest om haar rode haren, de grondlegger van het shorttracksucces Jeroen Otter, baanwielrenster Kirsten Wild, en tennisser Alexander Zverev. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.