Word abonnee

Schaatsen

‘Ik wil niet aanbeden worden, hoor’

John Kramer

Schaatsen

‘Ik wil niet aanbeden worden, hoor’

door: Jasper Boks & Marlies van Cleeff
3 januari 2022
6 tot 11 minuten lezen

Ireen Wüst (35) is de succesvolste Nederlandse olympiër ooit. Ze won vijf keer goud, vijf keer zilver en één keer brons. Bij alle vier de Olympische Spelen waaraan ze meedeed won ze minimaal één keer goud. In Beijing zwaait Ireen af. Voor het zover is, leggen we de winnares van – vooralsnog – elf olympische plakken elf citaten voor.

‘Ik heb die innerlijke drive om nog altijd de beste te willen zijn. Ik ben verslaafd aan winnen, dat geeft zo’n kick.’ – Ireen in 2017

“De kick van winnen went nooit. Als ik terugdenk aan de Spelen van 2018: op de 3000 meter miste ik op zevenhonderdste het goud. Ik zei tegen mezelf: nu alles geven op de 1500 meter. Ik reed heel goed, op het moment suprême lukte het me weer. Een onbeschrijflijk gevoel. Maar het is niet zo dat ik nog schaats om alleen dat gevoel van winnen weer te ervaren. Ik geniet gewoon van de hele route.”

Kun jij tijdens je carrière al genieten van wat je hebt gewonnen?
“Het lukt me beter dan tien jaar geleden, maar het echte genieten komt pas als ik ben gestopt, denk ik. Ik kwam gisteren thuis bij mijn vriendin Letitia met een rugzak vol olympische medailles, haalde ze er even uit en dacht toen wel: dat is best veel, eigenlijk niet normaal meer, daar mag ik trots op zijn.” Lachend: “En mijn moeder heb ik ook nog om me duidelijk te maken dat ik mag genieten van wat ik heb gewonnen.”

‘Als het om winnaarsmentaliteit gaat, dan zijn Sven Kramer en ik een uniek duo.’ – Ireen in 2017

“Een bronzen medaille met een gouden randje bestaat in mijn beleving niet. Het is niet voor niets dat Sven en ik al zo lang aan de top staan. Dat heeft ook te maken met een manier van leven. Als ik om me heen kijk, dan beleven veel schaatsers hun sport anders dan hoe ik het beleefde vanaf het moment dat ik in Jong Oranje kwam. Mijn leven bestond uit trainen, eten en slapen. Ik zie dat veel schaatsers ’s middags niet even gaan slapen. Als je naar de fysiotherapeut moet, maar vriendinnen vragen of je af wil spreken, gebeurt het geregeld dat er wordt gezegd: ‘Ik kan morgen ook wel naar de fysio.’ Er worden keuzes gemaakt die Sven en ik niet maakten.”

Is dat een verschil in generatie?
“Misschien wel. Iedereen is ook veel mondiger. Toen ik met Jong Oranje in Thialf trainde en in de kleedkamer al die oude vedetten zag, durfde ik niks te zeggen. Als ik nu in het krachthonk in Thialf een stang in bezit heb en ik draai me even om, dan heeft iemand hem al inge­pikt. Ik wil niet aanbeden worden, hoor, dat bedoel ik er niet mee. Ik ga ook niet roepen dat alles vroeger beter was, maar het was wel anders.”

Hebben jullie met jullie winnaars­mentaliteit ook een nieuwe generatie geïnspireerd?
“Dat hoop ik.” Lachend: “Wat ik wel weet is dat er ook genoeg schaatsers zijn die balen dat Sven en ik niet eerder zijn gestopt.”

Jij lijkt in een olympisch seizoen vaak nog iets meer te kunnen dan anders. Is die killersmentaliteit op enige wijze over te dragen?
“Het moet vooral in je zitten. Het begint ermee dat je 24 uur per dag en zeven dagen in de week topsporter bent. Je hebt ook sporters die denken: het is nu een olympisch seizoen, ik ga dit jaar even heel serieus trainen. Nou, die hebben die killersmentaliteit dus niet. Voor mij is er geen verschil tussen een olympisch of een ander seizoen. Dan doel ik op de training. Ik ga ook tot het uiterste als niemand kijkt. En ook als het april is. Dat is denk ik mijn geheim.”

Is de intrinsieke motivatie bij Sven en jou groter dan bij anderen?
“Misschien wel. Ik vroeg toen ik net kwam kijken alles aan m’n ploeggenoten Renate Groenewold en Carl Verheijen. Er zijn nu gelukkig ook nog schaatsers die me de oren van m’n kop vragen. Dan denk ik: wat mooi dat jullie zo goed over je sport nadenken. Femke Kok, mijn ploeggenote bij Team Reggeborgh, is zo iemand.”

Heb je nog vaak contact met Sven?
“We appen geregeld, drinken af en toe een kop koffie samen, maar lopen de deur niet plat bij elkaar. Soms hebben we aan een blik of een knipoog al genoeg als we elkaar zien op de ijsbaan. Ik vind het heel mooi dat ik die band met Sven heb, dat er iemand is met wie ik dat hele traject heb afgelegd.”Lachend: “Nu we allebei 35 zijn, lopen we ook tegen dezelfde problemen aan. Sven en ik missen allebei zo nu en dan de aansluiting met de jongere generaties. Als ik de gesprekken hoor, dan voel ik me weleens oud. Hebben ze het over snapchat hier en snapchat daar. Ik probeer mee te praten, dat houdt me ook een beetje jong.”

‘Als ik Sven mijn schaatsbroer noem, dan is Gerard Kemkers zeker mijn schaatsvader. Ik kwam binnen als broekie. Gerard was er voor me toen mijn wereld ineens op z’n kop stond na het winnen van goud in Turijn. En hij nam me in bescherming toen ik overtraind was.’ Ireen in 2017

“Gerard is eigenlijk de rode lijn in mijn loopbaan. Van mijn negentiende tot en met mijn 27ste is hij mijn coach geweest bij TVM. Gerard bemoeit zich sinds 2014 niet meer met mijn trainingen, geeft mij geen technische aanwijzingen meer, maar bleef zijdelings betrokken bij m’n carrière. Op de achtergrond is Gerard als adviseur aanwezig geweest bij het opstarten van mijn eigen ploeg Team4Gold nadat TVM stopte in 2014. En toen ik na de Spelen van 2018 geen sponsor had, zorgde Gerard dat Infestos aanhaakte, waardoor niet veel later Talentned ontstond. Ik ben hem zo dankbaar, vind het ook heel mooi dat hij nu met Talentned sporttalenten –niet alleen schaatsers, maar ook wielrenners, mountainbikers en judoka’s – helpt zoals hij mij als broekie hielp.”

Het volledige verhaal lezen? Dat kan via Blendle en Tijdschrift.nl. Je kunt het magazine ook in de winkel halen óf online bestellen!

Delen: