Word abonnee

Hockey

Hockey

‘Veranderingen hebben tijd nodig’

De een wordt gediscrimineerd vanwege zijn geaardheid, de ander [...]
De een wordt gediscrimineerd vanwege zijn geaardheid, de ander vanwege zijn huidskleur. Oud-korfbalinternational Casper Boom (40) en hockeyinternational Terrance Pieters (23) ontmoeten elkaar en spreken over uitsluiting, pijnlijke scheldwoorden en bewustwording. Terrance: “Als vroeger de sinterklaasintocht was op de Almeerse Hockey Club, waar ik tot mijn twintigste heb gespeeld, en ik was met Heren 1 aan het trainen, riepen mensen: ‘Hé Terrance, waarom loop je niet even mee?’ Ik wilde niet laten zien dat het me iets deed.” Casper: “Sprongen teamgenoten niet voor je in de bres?” Terrance: “Op dat moment niet, maar andere incidenten hebben teamgenoten wel doorgehad. In café Het Paardje in Amsterdam kwamen altijd veel hockeyers. Ik liep er op een avond per ongeluk tegen een jongen aan. Hij riep: ‘Kijk uit waar je loopt, zwartjoekel.’ Een teamgenoot hoorde dat en vloog op hem af. Natuurlijk ontstond er ruzie, maar ik vond het zo mooi dat hij en public voor me op kwam. Het voelde alsof ik niet alleen stond.” Casper: “Ik hoorde dat je een keer speelde tegen een club in ’t Gooi en er iemand langs de kant riep: ‘Let op die neger!’” Terrance knikt: “Het was een volwassen man. ‘Die neger komt veel te hard in,’ schreeuwde hij. Ik was een jaar of twaalf, schrok, en keek hem vol verbazing aan. Het enige dat ik nog van hem weet, is dat hij een rode sjaal om had.” Casper: “Uit emotie iets roepen dat kan nog. Maar zeg dan: ‘Die nummer 16.’” Terrance: “De scheidsrechter deed ook niks. Weet je, ik heb honderd van dit soort voorbeelden. Ook op straat, of in winkels. Dan werd ik achternagelopen door het winkelpersoneel omdat ze dachten dat ik iets aan het stelen was. Of ik werd aangehouden op mijn scooter om te vragen of ik hem niet gestolen had. Ik zeg niet dat zoiets iedere dag gebeurt, maar dat kán wel. Bij mij is het zichtbaar. Ik heb een andere kleur, mijn moeder is Surinaamse. Het lijkt mij heel moeilijk als het niet zichtbaar is, zoals bij jou.” Casper knikt: “Ik worstelde vanbinnen heel lang met mijn seksuele gevoelens. Op mijn twintigste stapte ik over naar de topkorfbalclub DOS’46, toen wist ik ook zeker dat ik niet op vrouwen, maar op mannen viel. Dat vond ik heel vervelend. Ik wilde geen buitenbeentje zijn. Ik koos ervoor om die gevoelens weg te drukken. Ondertussen voelde ik wel dat mensen hun vermoedens hadden en dat er over me gepraat werd, maar ik kreeg bijna nooit de vraag gesteld of ik homo was. Een keer zaten we met Oranje in de kleedkamer. Ik had me net gedoucht, toen de alfa van het team binnen kwam lopen en schreeuwde: ‘Dood aan alle homo’s!’ Ik heb me aangekleed en ben gauw weggegaan.” Tunnelvisie Pas tien jaar later, op zijn dertigste, kwam Casper uit de kast. Terrance: “Dus je hebt er tien jaar lang mee rondgelopen?” Casper: “Na een tijdje begon het wel te wringen, hoor. Maar ik was bang voor het stempel. Ik kom uit Hardenberg, van het platteland. Daar zijn de mensen een stuk traditioneler. Als ze het over homo’s hadden, dachten ze meteen aan over de top-nichten als Joling en Gordon. Een ieder moet zichzelf kunnen zijn, maar ik pas niet in dat stereotype. Ik ben wel gay, maar ook een man, en was bang dat mensen me niet meer als sporter zouden zien. Het is niet zo dat ik in al die jaren niet mezelf was. Alleen als er over liefde of seks werd gepraat, liep ik weg.” Terrance: “Hoe heb je het uiteindelijk je team verteld?” Casper: “We waren op trainingsstage in China. Ik had de avond ervoor eerst een mail gestuurd naar mijn vrienden en kennissen van wie ik wilde dat ze het rechtstreeks van mij zouden horen. Mijn familie wist het al. De mededeling aan mijn team was een korte. Daarna gingen we trainen. Maar na afloop kwam iedereen naar me toe. En de jongen die dat had geroepen in de kleedkamer kwam als een van de eersten zijn verontschuldigingen aanbieden. Ik was blij en opgelucht, maar ook verdrietig. Waarom had ik dit niet veel eerder gedaan? Wat had ik het mezelf moeilijk gemaakt. Aan de andere kant: als ik het eerder had verteld, weet ik ook zeker dat ik niet die korfballer was geworden die in het Nederlands team speelde en vier keer landskampioen met DOS’46 is geworden. Ik heb er hard voor moeten werken. Ik ben een laatbloeier, werd pas op mijn 27ste opgeroepen voor Oranje. Ik ben zover gekomen, juist omdat ik zo’n tunnelvisie had.” Memphis Depay Casper stopte zes jaar geleden, speelt tegenwoordig in een vriendenteam. Terrance staat op zijn beurt nog middenin zijn hockeycarrière. De aanvaller van Kampong is inmiddels ook een vaste waarde in het Nederlands elftal. Naar aanleiding van de dood van George Floyd en de Black Lives Matter beweging die op gang kwam in Amerika, maar ook in Nederland, besloot hij zijn verhaal te doen in onder andere de Volkskrant. Casper: “Ik heb je interview gelezen en zag je bij talkshow M. Knap hoe je je uitsprak.” Terrance: “Toen die beweging op gang kwam, belde de arts van het Nederlands team me, een heel empathische vrouw. Zij dacht: zou Terrance hier ook mee te maken hebben gehad? Tegen haar zei ik dat ik me weleens goed wilde uitspreken.” Casper: “Spannend, dat was ook een soort ‘uit de kast komen’.” Terrance knikt: “Mensen dachten altijd: Terrance vindt het niet erg als er een keer met ‘neger’ wordt gescholden. Maar ik vond dat wel erg. Ik liet het altijd maar gaan, wilde niet zielig gevonden worden. Daarna belde onze bondscoach Max Caldas mij. Hij vroeg: ‘Vind je dat we dit moeten bespreken?’ Ik vond het een goede stap om me eerst uit te spreken tegenover mijn team, om te vertellen dat ik het ook in het hockey meemaak en bij Oranje. Het zat hem in de kleine dingen. Als Memphis Depay en Quincy Promes hadden gescoord bij Oranje, kon er gezegd worden: ‘Die niggers doen het wel goed hè, daar voorin.’ Ik dacht dan: jullie hebben geen idee wat dit woord betekent. Dat soort voorbeelden noemde ik. Aan een paar jongens zag ik dat ze het maar onzin vonden. Het ging mij erom dat ik mijn zegje kon doen en het in het vervolg niet meer hoefde weg te lachen. Toen mijn verhaal in de Volkskrant gepubliceerd werd, had iedereen wel door dat het wat serieuzer was.” Casper: “Er kwam veel op je af daarna.” Terrance: “Bepaalde dingen vond ik mooi om te doen. Zoals bij M zitten of bij het Jeugdjournaal. Dat versterkte mijn boodschap.” Casper: “Maar in eerste instantie ben je een atleet die zoveel mogelijk uit zijn sport wil halen. Het lijkt me niet jouw doel om vaak op tv te komen.” Terrance knikt: “Op een gegeven moment kreeg ik het idee dat ik alleen werd gevraagd omdat ik een donkere speler in de hockeywereld ben. Ik wil geen activist zijn. Ik wil landskampioen worden met Kampong en met Oranje goud winnen op de Olympische Spelen. Maar omdat ik hockeyinternational ben, kan ik misschien wel mensen bereiken.” Casper: “Na mijn coming-out werd ik ook voor veel dingen gevraagd. Maar ik wilde gezien worden als topsporter die het beste uit zijn carrière wilde halen. Dat ik homo ben, doet op een WK niet ter zake.” Automatisme Terrance: "Ik heb nooit met een homoseksuele speler in een team gezeten. Maar bij hockeyclub Hurley speelde Pepijn Keppel. Ineens stopte hij, terwijl hij echt talentvol was. Niemand snapte het. Later verscheen er een YouTube-filmpje van hem waarin hij uit de kast kwam. Onlangs las ik in een interview dat hij om die reden is gestopt met hockey. Omdat er altijd maar met ‘homo’ werd gescholden in de kleedkamer. Ik ben daar heel erg van geschrokken.” Casper: “Mijn liefde voor de sport was zo groot, dat dat mij niet was overkomen.” Terrance: “Ik vind het vervelend om te zeggen, maar bij ons wordt er ook met homo gescholden. Als iemand een bal verkeerd raakt, scheldt hij zichzelf uit voor homo. Ik ben ook geen heilige, hoor, kan wel stoer zeggen dat ik teamgenoten altijd corrigeer als ze het woord gebruiken, maar dat is niet zo. Sinds een paar jaar zijn we ons ook pas bewust wat zo’n scheldwoord met een ander doet. Net als het woord ‘neger’. Als je als achtjarig jongetje een speler uit Heren 1 ‘homo’ hoort schelden, denk je dat dat wel oké is. Later ga je er pas over nadenken. Maar stiekem zit het dan al best in je systeem. Het is bijna een automatisme, en dat is heel erg.” Casper: “Die keer dat die ploeggenoot die zogenaamde grap maakte in de kleedkamer, was een extreem voorbeeld. Ik heb ook het idee dat korfbal minder een machosport is, ook omdat we gemengd spelen. Vrouwen zijn toleranter dan mannen, maar het klopt wat je zegt. Laatst was ik na werktijd met drie collega’s padel aan het spelen. Het ging er fanatiek aan toe. Een collega maakte een domme fout. Hij riep heel hard: ‘Homo!’ Hij schrok en keek me verontschuldigend aan.” Terrance: “Dat gebeurt bij mij ook. Wordt er na een racistische opmerking mijn kant op gekeken, zo van: vindt Terrance dit erg?” Casper: “‘Homo’ en ook ‘neger’ worden altijd gebruikt in negatieve zin. Als er tijdens NederlandDuitsland in de Arena wordt gescholden met: ‘Alle Duitsers zijn homo’s,’ wordt er lacherig over gedaan en gezegd: ‘Een grapje moet kunnen.’ Maar stel dat jij als vijftienjarige jongen met je vader in het stadion zit die misschien wel uit volle borst meezingt, dan vertel je hem ook niet even dat je misschien wel homo bent.” Terrance: “De voetbalwereld is wel extreem daarin, denk ik.” Casper: “Frank de Boer riep een paar jaar geleden nog openlijk dat homo’s een slechte motoriek hebben, toen hem werd gevraagd waarom er in het voetbal geen homo’s rondlopen.” Terrance: “Een associatie die nergens op slaat natuurlijk.” Teamwaarden "Hoe deze vormen van uitsluiting in de sport voorkomen kunnen worden?” herhaalt Casper de vraag. “Door bewustwording te creëren.” Terrance: “Dat begint bij de jeugd. Die is nog te sturen. Als je structureel iets wilt veranderen, moet je met educatie op scholen beginnen.” Casper: “Het is een kwestie van een lange adem en je zal nooit iedereen meekrijgen, dat is een utopie. Kijk, in de provincie zijn mensen heus niet bewust racistisch. Maar iedereen die niet tot de mainstream behoort, wordt als anders ervaren. En dat is ook zo met homo’s.” Terrance: “Voor veel mensen is alles dat afwijkt van wat ‘normaal’ is, minder. Wat helpt, is als niet alleen de benadeelde partij zich uitspreekt, maar ook de bevoorrechte kant. In zo’n Black Lives Matter-beweging zou het erg helpen als juist blanken zich uitspreken.” Casper: “Naast mijn werk bij de Gemeente Amsterdam, zet ik me al een tijd in voor de John Blankenstein Foundation, die zich richt op de LHBTI-gemeenschap. Ik krijg vaak te horen als ik op een club met 1200 leden kom: ‘Nee, hier lopen geen homo’s rond.’ Dan proberen we ze de ogen te openen. We geven workshops op sportclubs, op scholen en aan trainers en gaan het gesprek aan om bewustwording te creëren. Met als doel dat er op die club een open communicatie komt en jonge sporters weten: hier kan ik mezelf zijn. Een sportomgeving moet een veilige omgeving zijn. Tijdens onze workshops ontstaan er vaak mooie gesprekken. Gelukkig is er steeds meer aandacht voor het thema en zijn we op de goede weg, er gloort licht aan de horizon.” Terrance: “Je kunt ook teamwaarden bij een club invoeren. Daardoor kun je een cultuur creëren waarin gelijkheid hoog in het vaandel staat. En als trainer of coach kun je veel betekenen. Zo moet een trainer het signaal afgeven: als er een racistische opmerking gemaakt wordt, lopen we met z’n allen het veld af. Daardoor voelt een speler zich gesteund.” Casper: “De trein is nu in ieder geval aan het rijden, die moet niet tot stilstand komen. Maar ik heb niet de illusie dat we over twee jaar klaar zijn.” Terrance: “Ik zeg altijd: de slavernij heeft langer geduurd dan dat het is afgeschaft. Veranderingen hebben tijd nodig. Sociologische veranderingen in de samenleving al helemaal.” Casper: “In 72 landen is homoseksualiteit nog strafbaar. In Saoedi-Arabië staat er de doodstraf op. Te snel en te radicaal veranderen is niet goed, anders roep je weerstand op en bereik je het tegenovergestelde. Er moeten niet twee kampen in de wereld ontstaan, die van wit en zwart, of die van homo en hetero, maar juist één grote gemengde groep.”

Hockey

Terrance Pieters: ‘Vroeger koos ik altijd de weg van de minste weerstand’

Het was een roerig jaar voor Terrance Pieters. Hij liet zich horen [...]
Het was een roerig jaar voor Terrance Pieters. Hij liet zich horen in de Black Lives Matter-discussie en vertelde dat ook hij in zijn sport racistisch is bejegend. De Spelen werden een jaar uitgesteld en bij zijn ploeg Kampong sloeg covid-19 toe. Victoria Koblenko spreekt de hockeyinternational op anderhalve meter afstand. Terug naar maart dit jaar. Je zat in de voorbereiding op de Olympische Spelen en toen was daar de lockdown. “Zoals iedereen hebben we twee weken thuisgezeten. Daarna zijn we voorzichtig individueel gaan trainen. Toen de maatregelen iets werden versoepeld, zijn we met het Nederlands team gaan trainen, maar wel op veilige afstand van elkaar. Op een gegeven moment wilden we echt wel weer een partijtje spelen natuurlijk.” Toen jullie eindelijk weer wedstrijden mochten spelen, zonder publiek, bleek bij jouw team Kampong halverwege de wedstrijd tegen Tilburg iemand positief te zijn... “Ik kan daar niet te veel over in detail treden. Het ligt gevoelig. De bond en de tuchtcommissie hebben bepaald dat die wedstrijd overgespeeld moet worden.” Deze werkelijkheid was zeker niet wat je voor ogen stond toen je op je zesde droomde van een hockeycarrière. “Nou, ik droomde vroeger vooral van een voetbalcarrière. Toen ik vijf was, riep ik dat ik later in het Nederlandse elftal zou voetballen.” Waarom wilde je liever voetballen? “Mijn vader heeft – weliswaar op een laag niveau – ook gevoetbald. Voetbal is een sport die je ook makkelijker op straat doet of in de pauze op school. In Almere, waar we op m’n tweede naartoe zijn verhuisd, was ik altijd buiten aan het spelen. Mijn zus had een vriendin die hockeyde en is dat toen ook gaan doen. Zo kwam ik voor het eerst met die sport in aanraking. Ik mocht een proefles doen en vond het leuk. Rond m’n zesde zijn we voor het eerst naar een hockeywedstrijd gaan kijken en toen was ik gelijk verkocht. Niet langer het Nederlands voetbalelftal, maar het Nederlands hockeyteam werd vanaf dat moment mijn droom.” ‘Mijn moeder heeft me altijd heel nederig opgevoed, met de insteek dat ik niet de confrontatie zou aangaan. Precies zoals zij die zelf ook uit de weg ging’ Wanneer kreeg je door dat je beter was dan je leeftijdsgenoten? “Dat moment kan ik me nog wel voor de geest halen. Ik was een jaar of zeven en tijdens een wedstrijd rende ik voor mijn gevoel met de bal over het hele veld. Ik bewoog ook makkelijker dan anderen. Met gym op de basisschool merkte ik bijvoorbeeld ook dat ik met trefbal makkelijker en soepeler gooide dan veel anderen. Met de hockeytraining lukte het me vaak iets sneller om een trucje aan te leren.” Kun je je ook het moment voor de geest halen dat je wist dat je prof zou kunnen worden? “Dat wist ik gek genoeg altijd al. Maar de real deal begon toen ik dertien was. We trainden vaker en hockeyden op een groot veld. Ik begon mijn sport echt serieus te nemen.” Helden Magazine 54 Het eerste gedeelte van het verhaal van Terrance Pieters komt voort uit Helden Magazine nummer 54.  In de 54ste editie van Helden sieren Ronald en Bartina Koeman de cover van het eindejaarsnummer. Ze vertellen uitgebreid over de roerige periode die ze achter de rug hebben. Ronald verruilde het Nederlands elftal voor FC Barcelona, ze werden voor het eerst opa en oma, maar kampten ook allebei met ernstige gezondheidsproblemen. Naast het verhaal van Ronald en Bartina Koeman lees je veel meer interviews en reportages met én over jouw favoriete Nederlandse topsporters. Zo eren ploeggenoten Suzanne Schulting, Yara van Kerkhof en Rianne de Vries hun vriendin, in de Ode aan Lara. Daarnaast spraken we Patrick Lefevere over de afschuwelijke crash van zijn topsprinter Fabio Jakobsen, is Sven Kramer begonnen aan zijn ‘last dance’, vertelt Stefan de Vrij over het geheim achter zijn succes én lees je een dubbelinterview met de blikvangers van het Nederlandse hockey: Jorrit Croon en Maria Verschoor. Ook in de 54ste editie van Helden spraken we onze Held van het Jaar, Harrie Lavreysen over dikke benen en slapen in een dwangbuis. Gingen Erben Wennemars en Marlou van Rhijn op audiëntie bij de koning van de marathon: Eliud Kipchoge én verteld Esther Vergeer over hoe haar lang gekoesterde kinderwens uitkwam en ze dit jaar werd geconfronteerd met borstkanker. Verder legt onze Heldin van het Jaar: Anna van der Breggen uit waarom ze volgend jaar heeft besloten te stoppen en spraken we wereldkampioene Ceylin del Carmen Alvarado over de liefde, het geloof, looks en racisme. Daarnaast bracht Helden een eerbetoon uit aan een van de beste NBA-basketballers ooit: Kobe Bryant, lees je een reconstructie over de turnvendetta, behaalde Henk Gemser vele successen als schaatscoach, behoort Kimberly Alkemade tot de snelste paralympische sprinters van Nederland en autocoureur Alessandro Zanardi verteld over zijn pech als mens. Met Sari van Veendendaal staat we stil in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Hockey

Maria Verschoor en Jorrit Croon: Gelijke monniken…

Jorrit Croon (22) en Maria [...]
Jorrit Croon (22) en Maria Verschoor (26) zijn boegbeelden van het Nederlandse hockey, zowel bij hun club als bij Oranje. De internationals hebben meer gemeen: ze strijden voor gelijke kansen in hun sport. We legden hen vijf stellingen voor. Wij gaan het meemaken dat mannen en vrouwen evenveel betaald krijgen. Maria: “Ik denk het niet.” Jorrit lachend: “Jij bent al 26, je stopt ook over een paar jaar.” Maria ook lachend: “Als ik nog genoeg plezier uit het hockey haal, zie ik mezelf ook nog wel drie jaar doorgaan tot de volgende Spelen in Parijs, hoor.” Ze vervolgt serieus: “In het hockey lijkt de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen misschien mee te vallen, maar qua beloning is dat niet het geval. Bij veel Hoofdklasse Hockeyclubs worden de mannen beter beloond dan wij.” Jorrit knikt: “Op clubniveau is de ongelijkheid groot. En dat terwijl er veel meer vrouwen en meisjes in Nederland hockeyen dan mannen.” In het hockey blijken mannen vijf tot tien keer meer te verdienen dan vrouwen... Maria: “Dat verschil is toch schrikbarend? Het contrast is nog groter tussen de spelers die alleen in de hoofdklasse uitkomen, maar niet voor het Nederlands team. Die meiden verdienen weinig en moeten ernaast werken, terwijl de mannen die alleen in de hoofdklasse spelen er wel van kunnen leven.” Jorrit: “Het is niet sterk als alleen vrouwen vinden dat er ongelijkheid is, het is veel krachtiger als ook mannen dat verschil erkennen. Het probleem is misschien niet over twee of drie jaar opgelost, maar wij kunnen er op onze manier wel een steentje aan bijdragen. Maar voor mij is het op dit moment makkelijk praten, ik zit aan de goede kant van de streep.” Maria: “En als je kijkt naar de bestuurders in de hockeywereld: allemaal mannen. Zo houd je het ook in stand. Ik snap dat beloningen niet in een jaar tijd gelijkgetrokken kunnen worden. Die verandering gaat tijd kosten. Bovendien trek je in het mannenhockey ook alleen heel goede spelers aan met veel geld. Gelukkig ontstaat er steeds meer bewustzijn.” Jorrit knikt: “Als sponsor kun je heel makkelijk zeggen: hier heb je een zak met geld, succes ermee. Of je kunt kritisch zijn en zeggen: laat eerst maar eens weten wat jullie er precies mee gaan doen en hoe jullie het gaan verdelen. Dat laatste doet ABN AMRO.” De Oranjedames waren in het verleden populairder dan de heren. Hockeysters als Fatima Moreira de Melo, Ellen Hoog en Naomi van As hebben het vrouwenhockey op de kaart gezet. Als je nu een kind op straat aanspreekt... Jorrit vult aan: “Dan kent hij denk ik eerder Maria Verschoor dan Jorrit Croon. De Oranjedames worden als helden gezien. Tegenwoordig met speelsters als Maria, Frédérique Matla en Xan de Waard.” Maria: “Ik heb het idee dat mannen- en vrouwenhockey even populair zijn. Hoewel, de kaartjes voor onze wedstrijden zijn sneller uitverkocht dan die van jullie.” Jorrit: “De hockeybond heeft de salarissen van de Oranjeteams inmiddels gelijkgetrokken. Dat is een goede zaak. Maar is dat eigenlijk eerlijk? De Oranjedames hebben veel meer gewonnen dan wij de afgelopen jaren. Zij hebben die aandacht gepakt en gekregen, omdat ze dat verdienden.” Maria: “We werken bij Oranje wel met een bonussysteem. Als we een toernooi winnen, dan krijgen we ook meer betaald. Uiteindelijk trainen we evenveel en net zo hard als de mannen, dus ik vind het goed dat de beloningen bij Oranje nu gelijk zijn.” Het Nederlands mannenteam krijgt in de toekomst een vrouwelijke bondscoach Jorrit: “Dat zou zomaar kunnen. Uiteindelijk gaat het erom of iemand competent genoeg is, of dat nou een vrouw is of een man.” Jorrit: 'De naam van Alyson Annan wordt al genoemd als vervanger van Max Caldas na de Spelen. Ik zou een vrouw als coach niet erg vinden' Maria: “Het merendeel van de coaches in het hockey is inderdaad man, maar ik zou het niet gek vinden als er ook een keer een vrouwelijke bondscoach bij de mannen komt.” Jorrit: “De naam van Alyson Annan wordt al genoemd als vervanger van onze bondscoach Max Caldas, die na de Spelen in Tokio stopt. Alyson heeft ook de mannen van Amsterdam gecoacht. Ik zou een vrouw als coach helemaal niet erg vinden. Of iemand nou groot, klein, zwart, wit, dik of dun is, het maakt me niet uit. Als diegene maar goed genoeg is.” Helden Magazine 54 Het eerste gedeelte van het verhaal van Jorrit Croon en Maria Verschoor komt voort uit Helden Magazine nummer 54.  In de 54ste editie van Helden sieren Ronald enBartina Koeman de cover van het eindejaarsnummer. Ze vertellen uitgebreid over de roerige periode die ze achter de rug hebben. Ronald verruilde het Nederlands elftal voor FC Barcelona, ze werden voor het eerst opa en oma, maar kampten ook allebei met ernstige gezondheidsproblemen. Naast het verhaal van Ronald en Bartina Koeman lees je veel meer interviews en reportages met én over jouw favoriete Nederlandse topsporters. Zo eren ploeggenoten Suzanne Schulting, Yara van Kerkhof en Rianne de Vries hun vriendin, in de Ode aan Lara. Daarnaast spraken we Patrick Lefevere over de afschuwelijke crash van zijn topsprinter Fabio Jakobsen, is Sven Kramer begonnen aan zijn ‘last dance’ én vertelt Stefan de Vrij over het geheim achter zijn succes. Ook in de 54ste editie van Helden spraken we onze Held van het Jaar, Harrie Lavreysen over dikke benen en slapen in een dwangbuis. Gingen Erben Wennemars en Marlou van Rhijn op audiëntie bij de koning van de marathon: Eliud Kipchoge én verteld Esther Vergeer over hoe haar lang gekoesterde kinderwens uitkwam en ze dit jaar werd geconfronteerd met borstkanker. Verder legt onze Heldin van het Jaar: Anna van der Breggen uit waarom ze volgend jaar heeft besloten te stoppen en spraken we wereldkampioene Ceylin del Carmen Alvarado over de liefde, het geloof, looks en racisme. Daarnaast bracht Helden een eerbetoon uit aan een van de beste NBA-basketballers ooit: Kobe Bryant, lees je een reconstructie over de turnvendetta, behaalde Henk Gemser vele successen als schaatscoach, behoort Kimberly Alkemade tot de snelste paralympische sprinters van Nederland en autocoureur Alessandro Zanardi verteld over zijn pech als mens. Victoria Koblenko ging langs bij hockeyinternationaal Terrance Pieters en staan we stil met Sari van Veendendaal in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

BMX

Tokiogangers: ‘Iedereen zit in hetzelfde schuitje’

Ze zouden deze zomer schitteren op de Olympische Spelen in het [...]
Ze zouden deze zomer schitteren op de Olympische Spelen in het land van de rijzende zon. Het coronavirus gooide roet in het eten. Paul Raats fotografeerde sporters bij wie alles al een tijd draait om Tokio. Harrie Lavreysen - Baanwielrennen - “Het zijn bijzondere tijden, waarin we zo goed mogelijk proberen door te trainen. Krachttraining doe ik in de achtertuin en de baantraining hou ik op de weg. Ik woon samen met mijn ploeggenoot Nils van ‘t Hoenderdaal, dus we kunnen met elkaar trainen, Dat is fijn. Inmiddels hebben we wat afgelegen weggetjes gevonden, want met 75 kilometer per uur op een fiets zonder rem een weg op schieten waar ook ander verkeer is, gaat niet. We missen alleen de vier bochten die we op de baan wel hebben. Het is niet anders. Het zat er al een tijdje aan te komen dat de Spelen zouden worden uitgesteld. We konden zien wat er gebeurde in de wereld en het is logisch dat het niet door kon gaan. De dag dat ik het hoorde, voelde ik me niet heel rot. Ik dacht meteen: doorpakken, op naar volgend jaar. Plannen na Tokio had ik nog niet gemaakt, maar het voelt wel alsof ik een jaar stilsta. Maar goed, iedereen zit in hetzelfde schuitje. De WK hebben we nog kunnen rijden eind februari. Sommige sporters hebben dit jaar überhaupt geen wedstrijden gehad, wat dat betreft hebben wij nog geluk gehad. Ik ben blij dat we daar hebben kunnen laten zien hoe goed we zijn. Met drie gouden plakken, op de teamsprint, keirin en individuele sprint, keerde ik huiswaarts. Natuurlijk is het voor onze ploeg balen dat de Spelen niet doorgaan, we stonden er allemaal zo goed voor. Maar ik zie nu geen reden om volgend jaar niet in dezelfde vorm te verkeren. Deze periode gebruik ik om nog sterker te worden en onze basis zo perfect mogelijk te maken. Stilstaan is achteruitgaan. En ik wil nog beter worden Alexander Brouwer - Beachvolleybal - “Mijn maatje Robert Meeuwsen met wie ik al tien jaar samenspeel, heb ik sinds maart niet meer gezien. Alleen via videogesprekken met andere vrienden, want we zitten in dezelfde vriendengroep. Naast sporten mis ik het sociale aspect enorm. Het is onwerkelijk dat ons wedstrijdseizoen is afgelopen voordat het amper was begonnen. We hadden pas één toernooi gespeeld. Het is ook bizar dat zoiets groots als de Spelen is uitgesteld. Maar ik was ook opgelucht dat ze, zoals het er nu naar uitziet, niet zijn afgelast. Vervelen doe ik me thuis niet, ik heb genoeg te doen. Ik spendeer veel tijd met mijn zoontje en sinds december wonen we in een nieuw huis waar nog veel aan moet gebeuren, vooral in de tuin. Ik ben een schuur aan het bouwen en de bestrating aan het aanleggen. Daar blijf ik meteen een beetje fit van. Mijn sponsor Red Bull heeft me een net gegeven dat ik in de tuin heb opgehangen. Zo kan ik een beetje trainen, smashen tegen de radiator die tegen de schutting aanstond. Ik heb er een video van gemaakt en die op Instagram gezet. Die is inmiddels viral gegaan, meer dan twee miljoen keer bekeken. Andere beachvolleyballers hebben mijn voorbeeld gevolgd, lachen toch? Maar om eerlijk te zijn, is mijn motivatie om thuis te trainen best ver te zoeken. Ik ben sowieso een kortetermijndenker en -planner en zie nu even niet het nut in van trainen. Wel probeer ik mijn basisconditie op pijl te houden. Stel dat er nog iets op het programma komt, dan moet ik snel wedstrijdfit kunnen worden. Toch ben ik al een paar kilo aan spiermassa verloren. Twijfelen om door te gaan, deden Robbert en ik niet. Ook onze nieuwe coach Victor Anfiloff heeft zijn commitment gegeven. We zijn alleen allemaal in de wachtrij geplaatst. Eind oktober verwachten mijn vrouw en ik ons tweede kindje. Even kwam nog ter sprake dat onze uitgestelde toernooien in oktober zouden worden ingehaald. Dat had niet echt handig uitgekomen. Nu de Spelen zijn uitgesteld, krijg ik gewoon een druk. Niek Kimmann - BMX - “In eerste instantie werden onze wereldbekers afgelast. Toch was er voor mij toen nog niet zoveel aan de hand. Al reed ik geen wedstrijden meer, ik kon ik me nog steeds goed voorbereiden op de Spelen, onder andere op onze indoor BMX-baan die we thuis in Dedemsvaart hebben. Samen met mijn broertje Justin kon ik goed doortrainen. Het besef dat ook de Spelen misschien niet door zouden gaan, kwam steeds meer. Met de dag veranderde er zoveel, dat het niet veilig en verstandig zou zijn om ze door te laten gaan. Toen het IOC met het besluit naar buiten kwam, was het wel even een schok. Maar het is de beste en eerlijkste beslissing. Wij konden thuis nog wat doen, sommige buitenlandse BMX’ers konden nog volledig trainen en anderen zaten misschien wel op een flat van 10 hoog. Hoe eerlijk is het dan nog? Een van de eerste dingen die je leert in de sport is om dingen te accepteren en je aan te passen. Wel heb ik wat gas teruggenomen na het besluit. Ik had ook minder motivatie om vol door te trainen. We zijn nu onze indoorbaan aan het verbouwen en bezig met een buitenbaan. Ik kom nu aan dingen toe waar ik normaal de tijd niet voor heb. Verder ben ik veel video’s aan het maken. Ik heb een reportage voor de NOS gemaakt en maak video’s voor de KNWU. Dat neemt veel tijd in beslag. Tussendoor train ik, zodat ik een redelijke basis heb als straks alles weer begint. Ik heb me daarom ook nog geen seconde verveeld. In mijn planning is er veel veranderd. Na de Spelen van Rio kwam ik in een soort zwart gat. Ik was even vergeten dat het leven gewoon door zou gaan. Dat wilde ik nu voorkomen, daarom had ik tot 2021 mijn agenda vol staan. Zo wilde ik graag de Amerikaanse serie rijden. Mijn coaches hadden al plannen uitstaan voor me. Die schuiven nu gewoon een jaartje op.” Kim Polling - Judo - “Ik woon in Turijn met mijn vriend Andrea Regis. Het coronavirus heeft heel Italië op een vreselijke manier op z’n kop gezet. Wij mogen alleen voor de echt noodzakelijke dingen naar buiten, verder moeten we binnen blijven. We hebben een speciale trainingsruimte thuis. Verder heb ik het geluk dat mijn vriend ook judoka is, dus ik kan in tegenstelling tot veel andere judoka’s ook echte judotrainingen doen met Andrea. Natuurlijk is zoals bij iedereen de lockdown ook een relatietest. Ik moet zeggen dat het bij ons heel goed gaat. Andrea is altijd zo relaxt, dus dat scheelt. Ik ben soms een beetje geïrriteerd tijdens de trainingen, maar dat ben ik altijd omdat de dingen bij mij nu eenmaal perfect moeten gaan. Ik heb ADHD, daarom plan ik dingen altijd goed. Dat er nu veel onzekerheid is, maakt mij normaal gesproken erg onrustig. Maar de laatste jaren heb ik geregeld met blessures te maken gehad. Eigenlijk komt deze periode overeen met de tijd dat ik geblesseerd was aan mijn rug en knie. Er is een groot verschil: toen vond ik het vooral moeilijk dat ik niets kon en de wedstrijden gewoon doorgingen. Nu kan niemand judoën en dat maakt het zelfs nog iets makkelijker de situatie te accepteren. Wanneer mogen wij judoka’s weer aan de bak? Judo is natuurlijk een contactsport, ik denk dat gezien de risico’s en de verplichte anderhalve meter afstand wij misschien wel de laatste sporters zijn die weer volop kunnen trainen en wedstrijden afwerken. Maar goed, dat is voor alle judoka’s lastig, met of zonder ADHD. Ik liep op schema wat betreft de Spelen, had geen last meer van blessures. Na het EK, dat op het programma stond in mei, zou duidelijk zijn of ik naar de Spelen mocht. Ik stond er goed voor. Wanneer nu de beslissing gaat vallen wie in mijn gewichtsklasse namens Nederland uitkomt in Tokio, weet ik nog niet. Maar goed, voor mij is dat minder erg. Voor iemand als Henk Grol, die echt aan het aftellen was naar de Spelen en daarna zou stoppen, is het veel erger. Ik ga sowieso door tot en met de Spelen van 2024. Door mijn blessures weet ik bovendien hoe het is om er tussenuit te moeten gaan om daarna weer terug te keren.” Kira Toussaint - Zwemmen - “Ik had het al aan zien komen dat de Spelen uitgesteld zouden worden, maar toch kwam het wel even binnen toen het besluit definitief was. Niet dat ik er een traan om heb gelaten, hoor. Dat komt vooral doordat ik de Olympische Spelen van Tokio nooit als eindstation van mijn carrière heb gezien. Ook al was dit jaar de focus natuurlijk op Tokio gericht, ik heb altijd als subdoel voor dit jaar de WK kortebaan in december in mijn achterhoofd gehad. Daar wil ik revanche nemen op 2018 – toen ik naar later bleek ten onrechte positief testte en het WK moest laten schieten- en wereldkampioen worden in een wereldrecord. Omdat dat WK, met de kennis die we nu hebben, nog gewoon doorgaat, is dat het volgende doel geworden. Dat we de afgelopen tijd niet konden zwemmen zoals we gewend waren, maakt het wel lastig. Mijn doel is fit blijven. Ik ga veel met de hond naar buiten, fietst vaak en doe oefeningen in huis. Mijn verloofde Jesse zit gelukkig samen met mij in quarantaine. Aangezien we normaal een langeafstandsrelatie hebben omdat we allebei een sportcarrière hebben – Jesse is waterpolo-international -, zie ik dit als een kans om lekker veel samen te zijn en spelletjes te spelen. We overleven het wel. Er zijn veel ergere dingen in de wereld.” Frédérique Matla - Hockey - “In 2014 heb ik al mogen proeven aan de Spelen, toen ik meedeed aan de Jeugd Olympische Spelen in Nanjing, China. Een te gekke ervaring. Na de Spelen van Rio ben ik aangesloten bij het Nederlands team. Ik heb me dus vier jaar lang kunnen voorbereiden op mijn eerste Spelen. Ook al kwamen de Spelen steeds dichterbij, ze voelden nog best ver weg aangezien we nog midden in het hockeyseizoen zaten en er nog van alles kon gebeuren. Dat is ook gebleken. Het feit dat ik in het moment leef, verlichtte voor mij de klap toen bleek dat de Spelen deze zomer niet doorgingen. Neemt natuurlijk niet weg dat de Spelen hét ultieme doel voor veel topsporters is, zo ook voor mij. Ik keek en kijk er enorm naar uit. Maar gezondheid is op dit moment het belangrijkste. Bovendien zie ik deze gezondheidskwestie als een externe factor waar ik geen invloed op heb en waar ik me dus ook geen zorgen om kan maken. Ik hoop dat wij ook in deze periode met z’n allen kunnen ‘winnen’, door dit virus te verslaan. Deze periode biedt me welruimte om wat meer tijd te besteden aan – hoe ironisch - mijn studie Gezondheid & Maatschappij. Daarnaast blijf ik natuurlijk heel actief en leef ik nog steeds voor mijn sport. Zo ben ik vier à vijf keer per week verschillende soorten hardloopsessies aan het doen op een veld of in het park in de buurt van m’n huis. Daar werk ik ook twee keer per week mijn krachttraining af. Zo blijf ik toch een beetje fit, ondanks dat ik nog niet weet waarvoor.” Femke Heemskerk - Zwemmen - “Toen langzaam duidelijk werd dat de Spelen in gevaar kwamen, was dat natuurlijk wel heftig, daar werd ik in eerste instantie erg verdrietig van. Uiteindelijk was het nieuws dat de Spelen zouden worden uitgesteld juist een grote opluchting. In deze situatie zijn de Olympische Spelen niet belangrijk. Om zoiets te zeggen is vreemd, omdat tot begin maart alles om de Spelen draaide. Nu is het enige doel om gezond te blijven en samen met de rest van de wereld ervoor te zorgen dat er geen nieuwe mensen besmet raken met het coronavirus. Toen bleek dat we thuis moesten blijven, wilde ik zo snel mogelijk naar mijn vriend Guido toe. Omdat ik vreesde dat we elkaar anders lange tijd niet zouden zien. Ik zag Guido in Vancouver. Samen wilden we naar Amerika, waar hij woont, maar ik werd geweigerd voor de vlucht. Een belangrijke reden was dat we verloofd waren en niet getrouwd. We waren van plan in september te trouwen, maar hebben besloten dat toen snel te doen. We belden een ambtenaar, legden de situatie uit en zijn nog dezelfde middag in een koffietentje getrouwd en we hebben ook nog twee getuigen gevraagd, dat was zo geregeld. Binnen twee minuten was de plechtigheid voorbij. Bizar, maar ook heel bijzonder. Ik ben nu bij Guido in Californië en buiten hebben we een gym gemaakt, we hebben wat spinfietsen gehuurd en Guido heeft een klein zwembadje waar ik aan elastiek in kan zwemmen. Twee keer per week maken we ook nog een lange hike, dan zijn we er ook even uit. Je doet wat je kunt, en mijn enige doel is om mentaal en fysiek fit te blijven en het vormverlies zoveel mogelijk teminimaliseren. Als ik naar de positieve kant kijk, heb ik nog nooit zoveel tijd achter elkaar samen gehad met Guido, dat is super fijn. Maar de reden ervan is natuurlijk vreselijk.” Ranomi Kromowidjojo - Zwemmen - “Voor mij was het duidelijk dat de Spelen verplaatst zouden moeten worden met het oog op de mondiale gezondheid en veiligheid. Het betekent dat mijn carrière in ieder geval nog twaalf maanden langer gaat duren. Ik leef voor de Spelen, dus het was geen moeilijke keuze om mijn loopbaan met tenminste een jaar te verlengen. Er zijn nog wel veel vraagtekens hoe de komende maanden eruit gaan zien. Wanneer kunnen we weer normaal trainen, reizen en wedstrijden zwemmen? Ik focus me erg op wat er wél kan en wat ik wél heb, en gelukkig ben ik gezond en heb ik de mogelijkheid om in en rond het huis te trainen. Daarnaast zijn we bezig om een SWIMM in de tuin te plaatsen, een badje met stroming. Hopelijk kunnen mijn vriend Ferry Weertman en ik snel in onze achtertuin trainen. Lekker luxe! Maar nog meer hoop ik dat men van deze crisis leert en dat deze hele situatie snel voorbij is. Ferry Weertman - Openwaterzwemmen - “Toen ik hoorde dat de Spelen een jaar zijn uitgesteld, voelde ik opluchting. Het zat er al een paar weken aan te komen, we konden al niet meer normaal trainen, wat sowieso geen ideale voorbereiding op de Spelen betekende en daarom had ik ook niet de olympische race kunnen laten zien die ik voor ogen heb. Sommige concurrenten konden wel gewoon doortrainen. Echt eerlijk was het dus sowieso niet geweest. Op dit niveau gaat het om een of twee procenten die het verschil maken. En deze beperkingen hadden mij zeker procenten gekost. Het uitstel zie ik nu als een mogelijkheid om nog beter te worden dan vorig jaar. Ik krijg de kans om te kijken wat er beter kan. Mentaal gezien moest ik het nieuws wel even laten landen, hoor. Na het verlossende woord heb ik een paar dagen vrij genomen. Ons seizoen was officieel afgelopen. Maar na die paar dagen begon eigenlijk meteenseizoen 2020-2021. Dat seizoen duurt nu heel lang, tot en met de Spelen van 2021. Twijfel of ik wel wilde doorgaan, had ik niet. Maar ik heb er wel even de tijd voor genomen, wilde het zeker weten en niet in the heat of the moment beslissen. Mijn vriendin Ranomi gaat ook door, dat scheelt. Na de Spelen stond er eigenlijk een lange vakantie op het programma. Ranomi en ik wilden een huisje huren in Italië. Dingen doen die je normaal gesproken als topsporter niet kunt doen. Nu zullen we in de zomer aan het trainen zijn. Dat is ook leuk. Ook wilde ik mijn opleiding bedrijfskunde afmaken vanaf september. Dat zal niet lukken, daarom ben ik nu maar alvast wat vakken aan het doen. Onze verwachtingen moesten even flink worden bijgesteld.” Marit Bouwmeester - Zeilen - “Deze winter zag ik mezelf al ergens op een tropisch eiland liggen, maar dat moet een jaar wachten. Het was natuurlijk duidelijk dat de Spelen niet door konden gaan, gezondheid is nu het belangrijkst. De situatie is nou eenmaal zo, die is voor iedereen hetzelfde. Ik ben vooral blij dat ik volgend jaar een kans krijg om mijn olympische titel te verdedigen. Mijn plannen moesten wel flink worden aangepast. Ik was echt met een eindsprint bezig richting de Spelen, maar dat houd je niet anderhalf jaar vol. Ik train nu in Scheveningen, alhoewel ik in het begin flink moest wennen aan de temperatuur van het water. Alsof je iedere keer een koude emmer met water in je gezicht gesmeten krijgt. Ook was het spannend naar welke maand de Spelen verplaatst zouden worden. De afgelopen jaren zat ik met mijn broer en coach Roelof in de maanden juni, juli en augustus in Tokio om het olympische water te leren kennen. In augustus heerst er een heel andere wind dan in bijvoorbeeld oktober. Daarom ben ik blij dat de Spelen volgend jaar op dezelfde data worden gehouden. Voor ons is het nu heel belangrijk dat we snel weer in Tokio kunnen trainen en wedstrijden kunnen varen. De onzekerheid wanneer dat weer kan, blijft.” Helden Magazine 52 Het  verhaal over alle 'Tokiogangers' komt voort uit Helden Magazine nummer 52.  In de 52ste editie van Helden schittert Louis van Gaal de cover. Met hem blikken we terug op zijn indrukwekkende carrière. Ook tal van mensen die met de trainer hebben gewerkt komen aan het woord. In deze editie gaan wij terug in de tijd. Pieter van den Hoogenband won twintig jaar geleden olympisch goud op de 100 en 200 meter vrije slag en Joop Zoetemelk won veertig jaar terug als laatste Nederlander de Tour de France. Daarnaast was John Heitinga met Oranje tien jaar terug dicht bij de wereldtitel en won Rinus Israel vijftig jaar geleden de Europa Cup I met Feyenoord. Het was ook dertig jaar geleden dat Mike Tyson zijn wereldtitels en zijn status van onoverwinnelijkheid verloor, bereikte Andre Agassi voor het eerst een grandslamfinale én blikken onder meer uitblinkers Dennis Bergkamp, Frank de Boer en Patrick Kluivert terug op de behekste wedstrijd uit 2000: Nederland – Italië. Verder in de 52ste editie van Helden spreken we sportief directeur van Jumbo-Visma, Merijn Zeeman. Staat Jackie Groenen oog in oog met ‘Het Melkmeisje’ van Vermeer. Kiran Badloe won de strijd met vriend, trainingsmaat én concurrent Dorian van Rijsselberghe. Een exclusief gesprek met Chris Froome over onder meer zijn horrorcrash. Ook lees je hoe overleven voor Johan van der Velde gesneden koek is en verteld Elsemieke Havenga hoe ze tweemaal olympisch goud had kunnen hebben. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Hockey

Elsemieke Havenga: ‘Ja, ik had tweemaal olympisch goud kunnen hebben’

Het bleef de eerste maanden van 1980 lang spannend of Nederland [...]
Het bleef de eerste maanden van 1980 lang spannend of Nederland naar de Olympische Spelen zou gaan. De Nederlandse politiek en sportbestuurders discussieerden volop of deelname in Moskou vanwege de Russische inval in Afghanistan gewenst was; zeker nadat de Amerikaanse president Jimmy Carter tot een internationale boycot had opgeroepen. Na maanden van discussie en een stemming op 19 mei 1980 besloot het NOC dat bonden zelf over deelname mochten beslissen. Uiteindelijk gingen 75 Nederlandse sporters naar Moskou. De hockeyteams bleven thuis. Daardoor liepen Elsemieke Havenga - toen nog Hillen - en haar teamgenotes een vrijwel zekere (gouden) medaille mis. De Nederlandse hockeysters waren immers regerend wereldkampioen. 'Ja, ik had twee maal olympisch goud kunnen hebben' Veertig jaar later herkent Elsemieke de spanning over wel of niet meedoen aan de Spelen die de huidige generatie topsporters vanwege de coronacrisis ook gevoeld hebben. “In 1980 werd pas twee maanden voor de Spelen duidelijk dat we niet zouden gaan; in ons geval geen uitstel, maar afstel. Heel lang zijn we er van uitgegaan dat we wel zouden gaan. De politiek was tegen deelname, maar liet het aan het NOC over dat de beslissing naar de sportbonden doorschoof. Vervolgens heeft de hockeybond een bijeenkomst georganiseerd met het vrouwen- en het mannenteam. Ik herinner me een ongezellig hotelzaaltje met tl-licht in, ik meen, Den Haag; dat al bijna als Moskou voelde en waarbij NOC- voorzitter Idenburg en hockeybond-voorzitter Sijmons ook aanwezig waren. Daar is in onderling overleg besloten dat we niet zouden gaan. Dat was van spelerskant geen politiek principiële beslissing. Zowel de mannen als de vrouwen vonden dat de hockeytoernooien zwaar gedevalueerd waren door de boycot van de andere toplanden. Alle Amerikaanse, Canadese en toen nog West-Duitse sporters zouden thuisblijven, net als de Britse hockeyploegen. De Olympische Spelen zijn het hoogst haalbare en daarop speel je dus tegen de wereldtop. Wat heeft, als die in z’n geheel ontbreekt, een titel of medaille voor waarde? Zo stond iedereen er in. Helden Magazine 52 Het eerste gedeelte van het verhaal van Elsemieke Havenga komt voort uit Helden Magazine nummer 52.  In de 52ste editie van Helden schittert Louis van Gaal de cover. Met hem blikken we terug op zijn indrukwekkende carrière. Ook tal van mensen die met de trainer hebben gewerkt komen aan het woord. Harrie Lavreysen, Alexander Brouwer, Niek Kimmann, Kim Polling, Kira Toussaint, Frédérique Matla, Femke Heemskerk, Ranomi Kromowidjojo, Ferry Weertman en Marit Bouwmeester zouden afgelopen zomer schitteren op de Olympische Spelen in het land van de rijzende zon. Het coronavirus gooide echter roet in het eten. Helden fotografeerde de sporters bij wie alles al een tijd draait om Tokio op een bijzondere wijze in ‘Tokiogangers’ In deze editie gaan wij ook terug in de tijd. Pieter van den Hoogenband won twintig jaar geleden olympisch goud op de 100 en 200 meter vrije slag en Joop Zoetemelk won veertig jaar terug als laatste Nederlander de Tour de France. Daarnaast was John Heitinga met Oranje tien jaar terug dicht bij de wereldtitel en won Rinus Israel vijftig jaar geleden de Europa Cup I met Feyenoord. Het was ook dertig jaar geleden dat Mike Tyson zijn wereldtitels en zijn status van onoverwinnelijkheid verloor, bereikte Andre Agassi voor het eerst een grandslamfinale én blikken onder meer uitblinkers Dennis Bergkamp, Frank de Boer en Patrick Kluivert terug op de behekste wedstrijd uit 2000: Nederland – Italië. Verder in de 52ste editie van Helden spreken we sportief directeur van Jumbo-Visma, Merijn Zeeman. Staat Jackie Groenen oog in oog met ‘Het Melkmeisje’ van Vermeer. Kiran Badloe won de strijd met vriend, trainingsmaat én concurrent Dorian van Rijsselberghe. Een exclusief gesprek met Chris Froome over onder meer zijn horrorcrash. Ook lees je hoe overleven voor Johan van der Velde gesneden koek is. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Hockey

Hollandse nieuwe

Renée van Laarhoven (21) en Marijn Veen (22) zijn al jaren beste [...]
Renée van Laarhoven (21) en Marijn Veen (22) zijn al jaren beste vriendinnen, huisgenoten én samen hard op weg de nieuwe sterren van het Nederlandse vrouwenhockeyelftal te worden. In aanloop naar het EK hockey in Antwerpen leggen we hen zes stellingen voor. We zijn elkaar weleens spuugzat Marijn: "Het valt wel mee, hè? Een tijdje terug was het helemaal erg, zagen we elkaar iedere minuut van de dag. We speelden allebei bij Kampong, zaten samen in Jong Oranje, en jij woonde ook nog bij mijn ouders." Renée knikt: "Ik kom uit Tilburg, tot mijn zestiende speelde ik bij HC Tilburg, daarna twee jaar bij Oranje Zwart. Tot Marijn belde. Door jou ben ik ook bij Kampong gaan spelen." Marijn: "In het team hadden we het erover dat we versterking nodig hadden. De naam van Renée kwam al snel ter sprake. Onze coach vroeg of ik haar kon bellen op haar te polsen." Renée: "Ik vond het fijn dat ze me zo graag wilden hebben, kende ook al meerdere meiden in het team." Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Hockey

Rizwan, Rashid en Heather: ‘Vreemde eenden’

Mijlenver van huis, een vreemde taal en familie en vrienden [...]
Mijlenver van huis, een vreemde taal en familie en vrienden missen. De Pakistaanse hockeyers Rizwan Muhammad en Rashid Mehmood en de Amerikaanse schaatsster Heather Bergsma-Richardson weten er alles van. Ze verlieten hun land van herkomst om in ons kikkerlandje de top in hun sport te bereiken. “In 2014 ben ik officieel naar Oldeboorn in Friesland verhuisd, toen waren Jorrit en ik al twee jaar een stel. Een jaar later zijn we getrouwd,” zegt de Amerikaanse schaatsster Heather Bergsma-Richardson (29), de vrouw van schaatser Jorrit Bergsma. Voor die tijd kwam ik al veel in Nederland vanwege het schaatsen. Ik vond het heerlijk om te fietsen in deze mooie omgeving. En het viel me op dat Nederlanders zo vriendelijk zijn. Jorrit woont al zijn hele leven in Oldeboorn. Ik kom uit High Point in North Carolina, een stad met meer dan honderdduizend inwoners. Een groot verschil met dit dorpje. Als ik weer even terug ben in Amerika moet ik altijd wennen aan het drukke verkeer. In Oldeboorn zijn geen stoplichten en rijden nauwelijks auto’s. Ik hou van die rust. Waar ik in het begin wel aan moest wennen was de kerkklok die ieder uur afgaat. Ik werd er telkens wakker van. En ik miste mijn familie heel erg, vooral tijdens die grijze herfstdagen. Dat gemis is er helaas niet minder op geworden. Maar inmiddels begint Nederland als mijn land te voelen. Als ik land op Schiphol voelt het als thuiskomen. Helden Magazine 43 Het eerste gedeelte van het verhaal van Rizwan, Rashid & Heather komt voort uit Helden Magazine 43 waar Max Verstappen de cover siert. Verstappen is nog maar twintig en overal waar hij komt, heerst gekte. Wat als hij wereldkampioen wordt? Verder in de 43ste editie van Helden, alleskunner Mathieu van der Poel over vader Arie, Peter Sagan en meer, de Amsterdamse Kroonjuwelen Donny van de Beek, Frenkie de Jong en Matthijs de Ligt, turner Epke Zonderland, Sepp Blatter, volleybalvrouwen Anne Buijs & Robin de Kruijf, golfer Joost Luiten, voetballer Neymar, Karsten Kroon wil het theater in met zijn vriendin, golfsurfster Eveline Hooft, jong talent Alida van Daalen, de Nederlandse 3x3 basketballers, wielrenster Ellen van Dijk, oud-voetballer John van ’t Schip over PEC Zwolle, Marco van Basten en Johan Cruijff en Barbara Barend ontmoet Sherida Spitse en haar vrouw, Jolien. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Hockey

Lidewij Welten & Frédérique Matla: ‘Van oppas tot teamgenoot’

Lidewij Welten (27) is al jaren een van de [...]
Lidewij Welten (27) is al jaren een van de uitblinkers van de Nederlandse hockeyvrouwen, Frédérique Matla (21) is op weg dat te worden. Op het WK in Londen (21 juli-5 augustus) gaan ze samen voor goud. Maar hun band reikt verder dan het hockeyveld. “Mat was een rustig meisje vroeger, ze ging altijd lief naar bed,” zegt Lidewij Welten. Frédérique, lachend: “Ja, was ik lief?” Lidewij: “Je luisterde supergoed. Beter dan je broers!” Frédérique: “Lied was ook echt een leuke oppas. Ik weet nog dat we eens een band hebben nagedaan in de woonkamer. Met nepgitaren en een drumstel.” Lidewij: “Ik was geen oppas die verhaaltjes voorlas en we zaten ook nooit op de bank een film te kijken. Ik was van de actieve spelletjes. Hockeyen in de tuin en dus bands oprichten. En koken. Weet je nog dat we pap maakten voor je vader?” Frédérique schiet in de lach: “Inderdaad. Hij was door zijn rug gegaan en lag op bed. Wij dachten: we gaan hem verwennen met een bordje griesmeelpap. Wij een receptje erbij gehaald. Zoveel gram pap, zoveel gram suiker... Maar Lidewij had in plaats van suiker, zout toegevoegd.” Lidewij: “Je vader spuugde het uit.” Frédérique: “Ook de twee pogingen daarna mislukten. ‘Laat maar,’ zei hij toen.” Bal en stick De hockeysters treffen elkaar in het clubhuis van hockeyclub Den Bosch. Ze zijn ploeggenoten, maar gaan samen dus al veel verder terug. Niet alleen woonden de families Welten en Matla twee straten van elkaar vandaan, ook zijn ze allebei zo’n beetje opgegroeid op hockeyclub HOD Valkenswaard. Lidewij: “Ik was echt een clubdier dat met ieder team probeerde mee te doen als ze iemand tekort kwamen. Of het nou jongens- of meisjesteams waren.” Frédérique knikt: “Eerst een wedstrijd met m’n eigen team, dan nog met de B1, A1 of dames 1. En als ik geen training of wedstrijd had, stond ik alsnog op het hockeyveld.” Frédérique: ‘Ik heb heel vaak bij jou langs de lijn gestaan. Kijk, dat is mijn oppas, riep ik tegen vriendinnen’ Lidewij: “Als er niemand met me wilde of kon hockeyen, gebruikte ik m’n hond Billie als verdediger. Die zat netjes op de cirkel te wachten. Zodra ik begon te lopen, mocht ze de bal afpakken.” Frédérique: “Ik heb Billie ook nog weleens gebruikt, toen jij al weg was.” Op haar dertiende werd Lidewij aangetrokken door topclub Den Bosch, nog geen twee jaar later speelde ze er al in het eerste. Maar ’s avonds verruilde ze haar rol als hockeyster geregeld voor die van oppas. Frédérique: “Onze moeders speelden samen in de Veterinnen A, tot twee jaar geleden nog. Jij kwam nog geregeld kijken. Zo is het oppassen ook gekomen, toch?” Lidewij, lachend: “Na afloop waren er altijd lekkere hapjes. Daar kwam ik vooral voor. Daar vroegen je ouders of ik een keer wilde oppassen op jou en je jongere en oudere broer. Ik was veertien en jij dus acht. Ik vond dat prima, uitgaan zat er toch niet in door het hockey. Iedere keer als je ouders omhoog zaten, belden ze me.” Frédérique: “Je was naast mijn oppas ook nog een keer mijn trainster. Tijdens een talentenjacht op de club, weet je dat nog?” Lidewij knikt: “Ik zat toen net in het Nederlands B-team, voor meisjes onder zestien jaar. Ik kan me niet herinneren of ik vond dat je er toen al bovenuit sprong. Als hockeyster heb ik je in die tijd niet echt bewust meegemaakt. Ja, in de tuin pingelde je leuk mee en je fanatisme zag ik wel. Je stond altijd klaar met je stick.” Frédérique: “Ik heb heel vaak bij Den Bosch bij jou langs de lijn gestaan. Als het kon, kwam ik iedere zondag kijken. En jouw eerste interland speelde je in Helmond, toch? Daar was ik ook. kijk, dat is mijn oppas, riep ik tegen vriendinnen.” Lidewij, lachend: “Je kreeg na afloop vast een handtekening van me.” Frédérique, serieus: “Indirect ben ik Lied altijd blijven volgen, ze was mijn grote voorbeeld. Wat zij had bereikt, was mijn droom. We bewandelden dezelfde weg, zijn op dezelfde manier opgegroeid. Met bal en stick.” Helden Magazine 42 Het eerste gedeelte van het verhaal van Lidewij en Frédérique komt voort uit Helden Magazine 42 waar Dafne Schippers de cover siert. Schippers leeft onder een vergrootglas sinds dat ze in 2015 voor de sprint koos. En dat is wennen. ‘’Ik ben er wel achter dat ik geen robot ben’’ Verder in de 42ste editie van Helden, is er veel aandacht voor de Tour de France. Topsprinter Dylan Groenewegen, eerste Nederlandse Tourwinnaar Jan Janssen, superster Peter Sagan en Servais Knaven, ploegleider van Chris Froome komen allemaal voorbij in het Tourgedeelte. Dirk Kuyt blikt terug op zijn carrière, Ranomi Kromowidjojo over goud, het geloof en nog meer, motorcrosser Jeffrey Herlings, oud-voetballer Glenn Helder en Barbara Barend ontmoet Hans van Breukelen. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Hockey

Het familieportret van hockeyer Seve van Ass

Bij de familie Van Ass draait alles om hockey. Helemaal in de [...]
Bij de familie Van Ass draait alles om hockey. Helemaal in de afgelopen jaren toen international Seve (25) zijn vader Paul als bondscoach had. Tegenwoordig zijn ze niet langer coach en speler, maar gewoon vader en zoon. We zochten het gezin op.