Word abonnee

Wielrennen

Wielrennen

Ceylin del Carmen Alvarado: Koningin van de modder

Vergis je niet in Ceylin del Carmen Alvarado [...]
Vergis je niet in Ceylin del Carmen Alvarado (22). Zo vriendelijk, frêle en charmant als ze eruitziet, zo´n keiharde sloper is ze op de fiets. Helden ging met de wereldkampioen veldrijden in gesprek over modder, God en de liefde. Aan de rand van het Belgische dorp Hoeselt, net over de grens bij Maastricht, staat het huis van de wereldkampioen veldrijden. Tussen de beigekleurige buitenwijkhuizen valt het strakke zwart betonnen nieuwbouwhuis op. Binnen is alles strak en nieuw, maar ook warm en gezellig. De grote glazen pui geeft een weids uitzicht over een grasveld dat grenst aan een bos. De 22-jarige Ceylin del Carmen Alvarado woont hier nog niet zo lang. Het is de perfecte uitvalsbasis om te fietsen, legt ze uit. Je zit zo in de natuur, er is veel hoogteverschil en het is er rustig. Wielrenners wonen graag op plekken waar ze meteen de deur uit kunnen voor de training. Een paar maanden geleden woonde ze nog gewoon thuis bij haar ouders in de Rotterdamse wijk Beverwaard, samen met haar jongere broertje en zusje. Het was wel even slikken voor het gezin toen Ceylin meldde dat ze ging samenwonen met haar Belgische vriend en teamgenoot Roy Jans, met wie ze sinds begin dit jaar een relatie heeft. “Door de coronacrisis ging dat wat sneller dan gepland. Het heen en weer reizen tussen Nederland en België werd ineens ontzettend moeilijk. Samenwonen was de handigste oplossing. Ons gezin is heel close, dus mijn ouders hadden het er even lastig mee dat ik ineens wegging. Maar nu is het oké. Gewoon veel bellen en elkaar zo vaak mogelijk zien, want familie is alles voor mij. Ze staan mijn hele leven al door dik en dun achter me.” Janken Het had trouwens niet veel gescheeld of we hadden hier misschien een verhaal geschreven over Ceylin als hardloopsensatie. Voordat ze op de fiets stapte, zat ze namelijk op atletiek. “Ik was er best goed in en had er ook plezier in. Tot er in de winter een keer een veldloopwedstrijd kwam die mijn plezier vergalde. Het had gesneeuwd en het parcours was zo nat. Het was zo koud dat halverwege de veldloop mijn handen en voeten helemaal bevroren waren. Gejánkt heb ik toen, echt niet normaal. Ik heb tegen mijn ouders gezegd dat ik het nooit meer wilde doen. Dus dat was het nogal abrupte einde van mijn atletiekcarrière.” De liefde voor het fietsen heeft Ceylin van haar vader geërfd. Hij was het ook die wielrennen als nieuwe hobby voor zijn dochter opperde. Tien jaar was ze toen. “Het fietsen vond ik meteen een succes, hoewel dat in eerste instantie niet echt met de sport te maken had. Ik vond het vooral leuk dat er zoveel meisjes waren bij de wielerclub. Gezellig kletsen! Ik was in het begin verschrikkelijk slecht in de wedstrijdjes. Ik zat helemaal niet op te letten. Maar het jaar erna ging het al wat beter, ik begon steeds handiger te worden.” ‘Toen ik net de sport binnenkwam keken mensen vaak raar op. Rijdt er nou ineens iemand met een kleurtje in het peloton?’ Modder Maar de échte liefde voor de sport ontstond toen ze ging veldrijden op haar twaalfde. De familie Alvarado stapte in de wintermaanden ieder weekend in een bestelbusje om naar de cross te gaan. Vader Rafael ontfermde zich over het materiaal, moeder Ramona over het eten en de kleding. “Wat er precies zo leuk is aan veldrijden? Aan de ene kant het baggeren door de modder en de viezigheid, je kunt me echt niet blijer maken. Daarnaast is het een heel eerlijke strijd. Het is echt vól man tegen man of in mijn geval vrouw tegen vrouw. Het is dus niet zoals op de weg, waar je een hele dag afwachtend in het peloton kan hangen en je kansen moet plannen. Bij het veldrijden wint de sterkste. En daarnaast is het de sfeer bij het veldrijden die me erg aanspreekt, het is echt een familieding. De parkeerplaats staat altijd vol met campers waar de renners met hun families zitten. Iedereen kent elkaar en het publiek loopt daar tussendoor voor foto’s of handtekeningen. Voor het publiek is het een soort feest. Er zijn partytenten, bars en frietkramen. En ook voor mij op de fiets is het een feest. Vanaf de start hoor ik alleen maar mensen schreeuwen langs de kant en doordat ik die emotie zo goed hoor, gebeurt er iets. De energie die ik dan voel, is echt onbeschrijfelijk.” Wereldkampioen Het veldrijden verovert het hart van Ceylin, en Ceylin verovert langzaam maar zeker het veldrijden. In 2019 werd ze al Nederlands en Europees kampioen bij de beloften. Maar de grootste klapper volgde begin 2020. Met nog maar 21 lentes op de teller werd ze Nederlands kampioen én wereldkampioen. Bij de Elite-vrouwen welteverstaan, terwijl ze qua leeftijd nog gewoon bij de beloften, voor rensters onder de 23 jaar, had mogen uitkomen. “Ik vond dat ik niks te verliezen had. Het was het eerste WK waarvoor ik totaal niet zenuwachtig was. Ik zat lekker met iedereen grapjes te maken voor de start, nul stress. Ik ben nooit echt superzenuwachtig. Mijn ouders zijn soms wel erg zenuwachtig, vooral mijn moeder. Dan gaat ze heel veel praten of komt ze om de zoveel minuten iets brengen, of vragen of alles goed gaat. En dan zeg ik: doe nou eens rustig mam, het komt allemaal wel goed.” ‘Ik heb echt ik-weet-niet- hoe-lang bepaalde Bijbelverzen over hoop en genezing zitten lezen’ Dat ze op 1 februari de regenboogtrui omgehangen kreeg in het Zwitserse Dübendorf leek een paar jaar geleden nog heel ver weg. Lang worstelde ze met een knieblessure. “Rond mijn achttiende heb ik anderhalf jaar helemaal stilgezeten. Ik mocht van de fysio niet eens op de fiets naar school. Eigenlijk zat in die tijd ongeveer alles tegen. Ik probeerde mijn havo af te ronden wat heel stressvol verliep, mijn knie deed pijn, ik had de ziekte van Pfeiffer en ik had op een gegeven moment ook nog een longontsteking. Maar die knie was het ergst, ik ben er zonder overdrijven wel honderd keer voor naar het ziekenhuis geweest. Afspraak na afspraak, zonder enige vooruitgang. Tegen het einde van mijn juniorjaar was ik het zat. Ik zei: mam, ze zoeken het maar uit, ik ga gewoon fietsen. Ik miste het fietsen zo. Uiteindelijk ben ik bij een arts beland die me definitief van de pijn af heeft geholpen. De oorzaak van de problemen lag bij een aanhechtingspunt van een pees die ontstoken was.” Geloof Geduld. Dat is de les die Ceylin van die nare periode opstak. “Het heeft me kalmer gemaakt. Als er vroeger iets misging, moest het in mijn optiek zo snel mogelijk opgelost worden. Ik was heel ongeduldig. Soms hebben dingen gewoon tijd nodig. Je moet in ieder geval blijven geloven. Mijn geloof heeft me heel erg geholpen. Ik ben christelijk opgevoed en heb in die periode ontzettend veel gebeden. Ik heb echt ik-weet-niet-hoe-lang bepaalde Bijbelverzen over hoop en genezing gelezen. En uiteindelijk kwam het goed. De uitdaging is om vervolgens dezelfde energie in het geloof te blijven stoppen. Het mag niet zo zijn dat je alleen maar veel aandacht aan het geloof schenkt als het niét goed gaat. Ik probeer ook nu zoveel mogelijk de tijd te nemen voor bezinning en dankbaar te zijn.” Racisme Maar waar wordt Ceylin nog wél nerveus van? Lachend: “Van die interviews achteraf, het in de spotlight staan, vragen beantwoorden! Ik ben altijd bang dat ik iets raars zeg, zeker als het live is. Ik was ook te gast bij tv-programma De Avondetappe, van dat soort aandacht kan ik behoorlijk nerveus raken.” Aandacht is er soms ook voor Ceylin vanwege haar looks. Het gezin Alvarado komt uit de Dominicaanse Republiek en dat maakt Ceylin vanaf dag één een opvallende verschijning in het veldrijden. “Toen ik begon met veldrijden, keken mensen vaak raar op. Rijdt er nou ineens iemand met een kleurtje in het peloton? Veldrijden was tot dan toe echt een witte sport. En toen kwamen wij als compleet gekleurd gezin ineens aanzetten. Dus ik hoorde weleens wat, werd wat raar aangekeken of ik kreeg een vraag die ze nooit aan een blanke zouden stellen. Maar ik heb gelukkig nooit écht iets vervelends meegemaakt wat racisme betreft. Ik vind het wel een fijn idee dat er misschien door mij nu gekleurde meisjes de sport in kunnen komen zónder raar aangekeken te worden. Ik hoop in de toekomst een voorbeeld voor ze te mogen zijn. Natuurlijk volg ik ook de no to racism-beweging die je nu in de sport ziet, en de Black Lives Matter-opstanden. Het raakt me zeker, ik heb tenslotte zelf een kleurtje en kom uit het buitenland, dus ik voel me zeker aangesproken als het over racisme gaat. Ik denk dat het heel goed en belangrijk is om topsporters van kleur in actie te zien komen. Ik ben daar liever op de achtergrond mee bezig, repost af en toe iets, maar ben er nog niet klaar voor om daar proactief een stem in te willen hebben. Daar wil ik denk ik eerst iets meer voor gepresteerd hebben.” Op de vraag of ze ook aandacht krijgt voor haar looks omdat ze een knappe verschijning is, moet ze hard lachen. “Nou, dat valt reuze mee, hoor! Ik zie weleens reacties onder een foto op social media, maar verder hoor ik zelden wat over m’n uiterlijk.” ‘Ik heb het liefst dat mensen naar Ceylin del Carmen Alvarado kijken als individu en niet dat ze me zien als de vrouwelijke versie van Mathieu van der Poel’ Mathieu van der Poel Ceylin is bij wielerploeg Alpecin-Fenix de ploeggenoot van Mathieu van der Poel, die andere Nederlandse jonge publiekslieveling met een regenboogtrui om zijn schouders. Beiden zijn oppermachtig in het veldrijden, beiden willen op de mountainbike naar de Olympische Spelen en net als Van der Poel wil Ceylin later ook een carrière op de weg. De vergelijking wordt dan ook steeds vaker gemaakt, maar Alvarado vindt die vergelijking niet zo prettig. “Ik snap dat mensen het zo zien, en ik word er daarom vaak naar gevraagd. Er lijken inderdaad wat dingen op elkaar, maar er lijken ook veel dingen niet op elkaar. Mathieu is een man en ik een vrouw, om maar eens iets te noemen. Ik denk dat ik de vergelijking niet zo prettig vind omdat het daardoor lijkt alsof ik alleen maar wil doen wat Mathieu doet, maar dat is totaal niet zo. Ik ben gewoon altijd mijn eigen pad gegaan, dat loopt zoals het loopt en ik heb niet naar dat van Mathieu gekeken en gedacht: o, dit is een handige route. We kennen elkaar goed en we hebben veel respect voor elkaar. Ik vind het echt fantastisch wat hij doet voor onze sport. Maar ik ben verder gewoon met mezelf bezig. Ik heb het liefst dat mensen naar Ceylin del Carmen Alvarado kijken als individu en niet dat ze me zien als de vrouwelijke versie van Mathieu van der Poel.” Liefde Begin dit jaar kwam naar buiten dat Ceylin een relatie heeft met de dertigjarige sprinter Roy Jans, haar teamgenoot bij Alpecin Fenix. “Het is eigenlijk heel prettig om met een teamgenoot een relatie te hebben. Het gaat thuis echt niet de hele tijd over fietsen en de ploeg. Als het lukt, trainen we samen. Meestal gaat dat goed en is dat gezellig, maar niet altijd natuurlijk. Roy fietst harder en kan meer aan dan ik. Dus als ik op ben na een blokkentraining en hij wil nog even flink doorrijden, dan kan ik nog weleens gaan kibbelen. Of ik ga heel nors op die fiets zitten, haha! We zijn daarin waarschijnlijk als ieder ander koppel. Maar verder is het heel fijn dat hij weet wat ik doormaak, wat ik moet doen en laten voor m’n sport. Hij begrijpt dat ik veel moet rusten, want hij moet het ook. Ik hoef bij Roy niks uit te leggen, me nergens schuldig over te voelen. Ik schrok wel van alle aandacht die onze relatie teweegbracht. We kregen via social media veel vragen over hoe het precies zat. Dat vonden we wel pittig. Wij vinden allebei dat een relatie privé is. Maar we kregen zoveel vragen dat we toch maar samen naar buiten zijn getreden op social media. We kregen heel veel leuke reacties, maar niet alle reacties waren positief. Er zijn veel mensen die er een mening over hebben dat je een relatie hebt met iemand uit dezelfde ploeg of over andere persoonlijke dingen. Gelukkig ebde die aandacht na een paar weken ook weg. Maar goed, het hoort bij de status van wereldkampioen dat er naar je wordt gekeken en dat mensen een mening over je hebben, dus ik heb er maar mee te dealen.” ‘Er zijn veel mensen met een mening over het feit dat je een relatie hebt met iemand uit dezelfde ploeg’ Doelen Het gaat snel met Ceylin. Ze staat er zelf ook geregeld van te kijken. “Ik krijg soms het stempel van leading lady in het veldrijden. Dan denk ik: hoezo? Ik ben wel wereldkampioen, maar kom nog maar net kijken. Misschien ben ik ook te bescheiden. Ik heb een paar jaar geleden van mijn vorige trainer een lijstje moeten maken met doelen. Op de lange termijnlijst stonden prijzen en titels die ik ooit wilde winnen. Voor ik het wist was het al zover. Die trainer belde me ook op toen ik wereldkampioen was geworden en zei: ‘Eh, dat stappenplan van jou gaat zo wel heel erg snel.’ De wereldtitel stond natuurlijk bovenaan het lijstje. En de Olympische Spelen bereiken. Ooit zie ik me ook een mooie carrière op de weg hebben. Maar de belangrijkste pijlen zijn nu gericht op de Olympische Spelen van 2024 op de mountainbike, daarin maak ik de grootste kans.” En waarom niet meedoen aan de door de coronapandemie tot volgende zomer uitgestelde Spelen? Onlangs werd ze op de mountainbike immers derde bij het WK voor de beloften. “Als ik genoeg punten haal, kan ik mezelf daarvoor nomineren. Maar Nederland mag maar twee vrouwen afvaardigen en er zijn vier gegadigden waaruit de bondscoach kan kiezen. De andere vrouwen hebben veel meer ervaring, dus ik geef mezelf liever nog even de tijd om ervaring op te doen. Want áls ik naar de Olympische Spelen ga, wil ik meedoen om een medaille.” Helden Magazine 54 Het verhaal van Ceylin del Carmen Alvarado komt voort uit Helden Magazine nummer 54.  In de 54ste editie van Helden sieren Ronald en Bartina Koeman de cover van het eindejaarsnummer. Ze vertellen uitgebreid over de roerige periode die ze achter de rug hebben. Ronald verruilde het Nederlands elftal voor FC Barcelona, ze werden voor het eerst opa en oma, maar kampten ook allebei met ernstige gezondheidsproblemen. Naast het verhaal van Ronald en Bartina Koeman lees je veel meer interviews en reportages met én over jouw favoriete Nederlandse topsporters. Zo eren ploeggenoten Suzanne Schulting, Yara van Kerkhof en Rianne de Vries hun vriendin, in de Ode aan Lara. Daarnaast spraken we Patrick Lefevere over de afschuwelijke crash van zijn topsprinter Fabio Jakobsen, is Sven Kramer begonnen aan zijn ‘last dance’, vertelt Stefan de Vrij over het geheim achter zijn succes én lees je een dubbelinterview met de blikvangers van het Nederlandse hockey: Jorrit Croon en Maria Verschoor. Ook in de 54ste editie van Helden spraken we onze Held van het Jaar, Harrie Lavreysen over dikke benen en slapen in een dwangbuis. Gingen Erben Wennemars en Marlou van Rhijn op audiëntie bij de koning van de marathon: Eliud Kipchoge én verteld Esther Vergeer over hoe haar lang gekoesterde kinderwens uitkwam en ze dit jaar werd geconfronteerd met borstkanker. Verder legt onze Heldin van het Jaar: Anna van der Breggen uit waarom ze volgend jaar heeft besloten te stoppen. Daarnaast bracht Helden een eerbetoon uit aan een van de beste NBA-basketballers ooit: Kobe Bryant, lees je een reconstructie over de turnvendetta, behaalde Henk Gemser vele successen als schaatscoach, behoort Kimberly Alkemade tot de snelste paralympische sprinters van Nederland en autocoureur Alessandro Zanardi verteld over zijn pech als mens. Victoria Koblenko ging langs bij hockeyinternationaal Terrance Pieters en staan we stil met Sari van Veendendaal in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Wielrennen

Patrick Lefevere: ‘Alsof het plafond op m’n hoofd viel’

Voor Patrick Lefevere (65) was 2020 een zeer [...]
Voor Patrick Lefevere (65) was 2020 een zeer bewogen jaar. Het coronavirus bedreigde zijn levenswerk bij Deceuninck-QuickStep. Zijn renner Julian Alaphilippe werd wereldkampioen. En er waren de afschuwelijke valpartijen van Fabio Jakobsen en Remco Evenepoel. Meer dan ooit voelde hij zich de Pater Familias van zijn team. Het was een bijzondere gewaarwording op het circuit van Imola. De tribunes waren leeg en in de vip-lounge stond slechts een handjevol mensen. De WK wielrennen werd gereden ver verwijderd van de supporters en de sfeer die het wielrennen zo volks maakt, ogenschijnlijk veilig tegen het opnieuw oplaaiende coronavirus. Teammanager Patrick Lefevere van Deceuninck-QuickStep zag 27 september op een tv-scherm hoe zijn kopman Julian Alaphilippe op de laatste klim iedereen zijn kuiten liet zien. “Ik was kalm. Julian was nog geen honderd meter gedemarreerd of ploegleider Davide Bramati stond al naast mij te huilen. Vervolgens zag ik ook onze nieuwe trainer en de dokter de tranen wegvegen. Ik waarschuwde hen dat het nog ver tot de finish was. Die reacties van mijn staf tonen hoe goed Julian in onze ploeg ligt. Nadat hij juichend de finish was gepasseerd, werd ik toegelaten tot een tentje achter het podium. Julian kwam meteen op me af, omhelsde me en begon te huilen. Grote tranen liepen over zijn gezicht. Hij kon het maar niet bevatten dat hij wereldkampioen was geworden. Toen ik vroeg waarom hij zo emotioneel was, antwoordde hij dat de titel voor zijn pa was die eind juni is overleden. Ik zei: natuurlijk is het erg dat hij is gestorven Maar Julian, realiseer je ook dat je van je vader hebt kunnen genieten tot zijn tachtigste jaar, mijn vader stierf al op z’n 52ste. De dood van een ouder is iets ergs, maar je moet het ook een plaats kunnen geven. Maar goed, dat is het beestje, hè. En dat beestje is zeer emotioneel. Hij besefte daar welke lange weg hij heeft afgelegd om aan de top te komen.” Raakten zijn emoties jou? “Die deden me zeker wat, maar ik hield het wel droog. Ik heb nog nooit gehuild na een overwinning. Alleen wanneer ik in m’n eentje thuis ben, kan ik wel eens overvallen worden door emoties. Soms ben ik jaloers op mensen die makkelijker hun emoties tonen. Anderzijds moet er ook iemand koel blijven in zulke situaties.” 'Ik heb nog nooit gehuild na een overwinning. Soms ben ik jaloers op mensen die makkelijker hun emoties tonen' Voor jou was 2020 een jaar vol onzekerheid en tegenslagen. Ineens was er daar op Imola weer licht in de duisternis? “Natuurlijk maakt de regenboogtrui veel goed in dit rare jaar. Wij zijn zo gewend aan winnen, dat we het vaak normaal gaan vinden. Na de Tour de France stonden twaalf ploegen met lege handen. Wij hadden van de twintig koersdagen er liefst achttien op het podium gestaan. Drie dagen het geel met Alaphilippe, vijftien dagen het groen met Sam Bennett en dan nog drie ritzeges, waarvan de laatste van Bennett in het groen op de Champs-Élysées. Als je daar de publiciteitswaarde van uitrekent, dan hebben we het mislukte coronaseizoen in die drie weken al grotendeels goed gemaakt.” Hoe moeilijk was dit wielerjaar door het coronavirus? “Covid-19 heeft veel teweeg gebracht in het peloton. De echte schade zien we nog niet. Als ik zie door wie ik allemaal gebeld word of er nog een plekje in m’n ploeg is, dan denk ik dat het peloton serieuze klappen incasseert en nog gaat incasseren. Er gaan met Team CCC en NTT Pro Cycling twee WorldTour- ploegen verdwijnen. In sommige budgetten gaat fors gesneden worden. Zelfs Bahrain zal het moeilijk krijgen nu McLaren als cosponsor stopt.” Hoe hard heeft Covid-19 jouw ploeg geraakt? “Toen begin maart de lockdown begon, hadden we geen wielerkalender en dus geen vooruitzichten meer. Als er geen alternatieve kalender vanaf augustus was gekomen, dan was deze pandemie ook fataal voor mijn ploeg geweest. Ik denk niet dat ik mijn sponsors had kunnen overtuigen om een heel jaar te betalen zonder dat er nog gekoerst zou worden. Ik vrees dat dan zeker de helft van de grote wielerploegen was omgevallen.” Moest jij geld van je sponsors inleveren? “Ik ben meteen met de sponsors in gesprek gegaan. Ik heb begrip gevraagd en ook gekregen. Natuurlijk heb ik eraan gedacht dat mijn levenswerk in één keer abrupt kon eindigen. Ik ben ruim veertig jaar dag en nacht in touw geweest voor de ploeg. Wij hebben iets heel moois opgebouwd en dan zou je door een soort pest op een heel trieste manier het team moeten ontbinden. Dat zou een uitgang via de achterdeur zijn geweest. Dat scenario heeft in het voorjaar geregeld door mijn hoofd gespookt. Om een gebaar te maken, heb ik een tegemoetkoming aan mijn sponsors gedaan. Ook in onze ploeg heeft iedereen een deel van zijn salaris moeten inleveren. Ik denk dat die stap bij de sponsors goed is overgekomen.” Helden Magazine 54 Het eerste gedeelte van het verhaal van Patrick Lefevere komt voort uit Helden Magazine nummer 54.  In de 54ste editie van Helden sieren Ronald en Bartina Koeman de cover van het eindejaarsnummer. Ze vertellen uitgebreid over de roerige periode die ze achter de rug hebben. Ronald verruilde het Nederlands elftal voor FC Barcelona, ze werden voor het eerst opa en oma, maar kampten ook allebei met ernstige gezondheidsproblemen. Naast het verhaal van Ronald en Bartina Koeman lees je veel meer interviews en reportages met én over jouw favoriete Nederlandse topsporters. Zo eren ploeggenoten Suzanne Schulting, Yara van Kerkhof en Rianne de Vries hun vriendin, in de Ode aan Lara. Daarnaast is Sven Kramer begonnen aan zijn ‘last dance’, vertelt Stefan de Vrij over het geheim achter zijn succes én lees je een dubbelinterview met de blikvangers van het Nederlandse hockey: Jorrit Croon en Maria Verschoor. Ook in de 54ste editie van Helden spraken we onze Held van het Jaar, Harrie Lavreysen over dikke benen en slapen in een dwangbuis. Gingen Erben Wennemars en Marlou van Rhijn op audiëntie bij de koning van de marathon: Eliud Kipchoge én verteld Esther Vergeer over hoe haar lang gekoesterde kinderwens uitkwam en ze dit jaar werd geconfronteerd met borstkanker. Verder legt onze Heldin van het Jaar: Anna van der Breggen uit waarom ze volgend jaar heeft besloten te stoppen en spraken we wereldkampioene Ceylin del Carmen Alvarado over de liefde, het geloof, looks en racisme. Daarnaast bracht Helden een eerbetoon uit aan een van de beste NBA-basketballers ooit: Kobe Bryant, lees je een reconstructie over de turnvendetta, behaalde Henk Gemser vele successen als schaatscoach, behoort Kimberly Alkemade tot de snelste paralympische sprinters van Nederland en autocoureur Alessandro Zanardi verteld over zijn pech als mens. Victoria Koblenko ging langs bij hockeyinternationaal Terrance Pieters en staan we stil met Sari van Veendendaal in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Wielrennen

Harrie Lavreysen: ‘Ik ben een betamannetje’

Baanwielrenner Harrie Lavreysen was ook dit jaar [...]
Baanwielrenner Harrie Lavreysen was ook dit jaar oppermachtig op de sprint. Hij pakte de wereldtitel op de teamsprint, individuele sprint en keirin. Hij heeft thuis nu zes regenboogtruien liggen. Dat belooft wat voor de Olympische Spelen van volgend jaar. Wat denk je als je naar jezelf kijkt in de spiegel? “Dikke benen! Ik ben er eigenlijk wel trots op. Niet dat ik nou denk dat vrouwen er per se op vallen, hoor. Maar als topsporter ben ik wel blij met m’n spieren.” Wat zegt je vriendin Noor als ze je bovenbenen ziet? Lachend: “Van haar hadden ze wel een maatje kleiner gemogen.” Het lijkt me niet eenvoudig om een spijkerbroek te vinden met die benen van jou. “Gelukkig zijn er stretch spijkerbroeken. Maar ik loop meestal rond in een trainingsbroek.” Onder baansprinters bepaalt de omvang van de bovenbenen mede de status. Zitten jullie op het middenterrein naar elkaars benen te turen? “Het is geen wedstrijdje wie de dikste benen heeft, het gaat er natuurlijk ook nog om wat je met die benen doet. Maar we letten als sprinters wel voortdurend op elkaar. Ik kijk vooral hoe kapot mijn concurrenten zijn als ze de baan af komen en hoe snel ze herstellen. En het sprinttoernooi begint altijd met de kwalificatie, een 200 meter met vliegende start. De tijden die daar gereden worden, zijn de beste indicatie wie goed is. Daar kijk ik meer naar dan naar de omvang van de bovenbenen.” Hoe krijg je zo’n lijf als het jouwe? “Veel mensen denken dat baansprinters die dikke bovenbenen te danken hebben aan de vele uren in het krachthonk. Daar komen we ook, hoor, maar niet meer dan twee keer in de week. We trainen op de baan bijna altijd met een heel zwaar verzet en daar krijgen we die benen van.” Jullie hebben sinds dit jaar nieuwe, supersonische fietsen van Koga. Wat gebeurt er als jij volle bak van start gaat op een gewone racefiets? “Die trap ik dwars doormidden. Een gewone racefiets kan de krachten die vrijkomen als ik volle bak van start ga niet aan.” Wat gebeurt er als een gewone sterveling op jouw fiets gaat zitten? “Dan valt hij om, zeker als je met mijn verzet voor de 200 meter met vliegende start wil fietsen. Dat verzet is echt heel zwaar: een tandwiel met 66 tanden voor en 13 achter.” Wat voor benzine gaat er bij jou in de tank? “Veel eiwitten, die zijn belangrijk voor het herstel. Zes of zeven keer per dag wil ik 20 tot 30 gram eiwitten tot me nemen en dat vereist een goede planning. Na de training neem ik meteen een shake en bij het ontbijt, de lunch en het avondeten neem ik extra eiwitten. Dat doe ik voor het slapengaan nog een keer.” Jaloers Dit jaar pakte je op het WK in Berlijn liefst drie wereldtitels: op de teamsprint, sprint en keirin. Het aantal regenboogtruien dat je thuis hebt liggen, kwam daarmee op zes. Hoe kijken de concurrenten naar jou? “Ik hoop dat ze onder de indruk zijn en zelfs een beetje bang worden.” Je sleept sinds 2017 de ene na de andere medaille binnen, dan merk je toch wel dat ze een beetje bang voor je zijn? “Ze kijken wel tegen me op, ja. Toen we na de lockdown voor het eerst de baan weer op mochten om te trainen, had ik op Instagram verteld wat we aan het doen waren. Ik kreeg vanuit de sprintwereld meteen tal van vragen waarom we die training deden. Ze kijken dus allemaal naar wat wij aan het doen zijn.” Je kunt alles toch beter geheimhouden tot na de Spelen, voor met name de Britten? “We vertellen verder niet veel over wat voor trainingen we doen of welke wattages we trappen, hoor. Als we ergens komen, dan merken we door onze successen natuurlijk dat we heel goed in de gaten worden gehouden. Zelfs onze warming-up wordt vastgelegd. Maar eigenlijk ben ik niet zo bang voor de concurrentie. Ik denk niet dat als ze weten hoe we trainen, zij ineens net zo hard gaan rijden als wij.” Waarom zijn jullie zo goed? “Er is na de Spelen van vier jaar geleden echt vuur in de sprintploeg gekomen. We zijn heel erg op kwaliteit gaan trainen. Het niveau is zo hoog dat elke training het niveau heeft van een wedstrijd. We worden voortdurend geklokt, kunnen steeds de tijden met elkaar vergelijken. We doen het echt met elkaar, helpen elkaar omhoog.” Dus eigenlijk is vriendschap het geheim van het succes? “Absoluut. Ik denk dat heel veel landen jaloers zijn op hoe wij met elkaar trainen.” Vijftien jaar geleden was Theo Bos de beste baansprinter van de wereld, daarna waren de Britten jarenlang niet te kloppen. Wie heeft ervoor gezorgd dat ‘wij’ nu de toon weer zetten? “Oud-bondscoach René Wolff heeft een heel goede basis neergezet. Maar de breedte van de ploeg is denk ik de belangrijkste reden dat we nu zo goed zijn. Door op zo’n hoog niveau met elkaar te trainen, komen wij en onze coach Hugo Haak ook weer tot nieuwe inzichten.” Collega-sprinters Jeffrey Hoogland, Roy van den Berg en Sam Ligtlee hebben net als jij een achtergrond als BMX’er. Is dat toeval? “Dat denk ik niet. Het mooie van BMX’en is dat je er op jonge leeftijd mee kunt beginnen. Ik was negen toen ik voor het eerst deelnam aan een EK. Op die leeftijd zijn er in het baanwielrennen nog niet zulke grote wedstrijden. Het gevolg van op zo’n jonge leeftijd al grote wedstrijden rijden, is dat je ook al heel snel gaat leven en denken als topsporter. Toen ik op mijn achttiende de overstap maakte naar de baan, had ik die topsportmentaliteit al. Ik had mijn eigen lichaam ook al goed leren kennen. Dat geldt ook voor Jeffrey, Roy en Sam.” BMX is een explosieve sport en er wordt om stuurmanskunst gevraagd. Zijn dat ook dingen die je hebt meegenomen naar de baan? “Het helpt zeker. Vooral de fietstechniek en de beensnelheid tijdens het trappen in het BMX’en komen erg van pas op de baan. Ik moet wel zeggen dat het baanwielrennen zo is veranderd de afgelopen jaren, dat op de sprintonderdelen explosiviteit niet zo belangrijk meer is. Dat klinkt raar, hè. Tegenwoordig zijn de verzetten zo zwaar dat het eerder een krachtsport is geworden. Snelheid komt er natuurlijk nog wel bij kijken, maar het explosieve is langzaamaan verdwenen. We trainen ook bijna niet op explosiviteit meer. Dat was vroeger wel anders.” Wat is jouw geheim? “Mijn specialiteit is het zittend in een aerodynamische houding doortrappen in de bochten. Ik kan die heuphoek goed aan. Op dat vlak ben ik beter dan de rest. Dat is iets wat moeilijk te leren is, dat heb je of heb je niet.” 'Een gewone racefiets trap ik dwars doormidden, die kan de krachten die vrijkomen als ik volle bak van start ga niet aan' Jullie hadden een grote voorsprong op de concurrentie. Wat dat betreft is het jammer dat de Spelen zijn uitgesteld. Andere landen hebben twaalf maanden extra gekregen om het gat te dichten. Maak jij je zorgen? “Geen moment. Je kunt ook denken: ik heb nog twaalf maanden om beter te worden. Ik ben 23, dat is voor een baanwielrenner nog steeds heel erg jong. Ik ben ervan overtuigd dat ik volgend jaar weer veel beter ben dan nu.” Maar de Britten, Fransen en Duitsers weten wel wat voor tijd ze moeten rijden op de teamsprint. Dat hebben jullie ze bij het WK wel duidelijk gemaakt door het wereldrecord een paar keer aan te scherpen. “Het is heel makkelijk om te zien wat voor tijden ze moeten rijden om bij ons in de buurt te komen, maar om het ook daadwerkelijk te doen is een stuk lastiger.” Helden Magazine 54 Het eerste gedeelte van het verhaal van Harrie Lavreysen komt voort uit Helden Magazine nummer 54.  In de 54ste editie van Helden sieren Ronald en Bartina Koeman de cover van het eindejaarsnummer. Ze vertellen uitgebreid over de roerige periode die ze achter de rug hebben. Ronald verruilde het Nederlands elftal voor FC Barcelona, ze werden voor het eerst opa en oma, maar kampten ook allebei met ernstige gezondheidsproblemen. Naast het verhaal van Ronald en Bartina Koeman lees je veel meer interviews en reportages met én over jouw favoriete Nederlandse topsporters. Zo eren ploeggenoten Suzanne Schulting, Yara van Kerkhof en Rianne de Vries hun vriendin, in de Ode aan Lara. Daarnaast spraken we Patrick Lefevere over de afschuwelijke crash van zijn topsprinter Fabio Jakobsen, is Sven Kramer begonnen aan zijn ‘last dance’, vertelt Stefan de Vrij over het geheim achter zijn succes én lees je een dubbelinterview met de blikvangers van het Nederlandse hockey: Jorrit Croon en Maria Verschoor. Ook in de 54ste editie van Helden gingen Erben Wennemars en Marlou van Rhijn op audiëntie bij de koning van de marathon: Eliud Kipchoge én verteld Esther Vergeer over hoe haar lang gekoesterde kinderwens uitkwam en ze dit jaar werd geconfronteerd met borstkanker. Verder legt onze Heldin van het Jaar: Anna van der Breggen uit waarom ze volgend jaar heeft besloten te stoppen en spraken we wereldkampioene Ceylin del Carmen Alvarado over de liefde, het geloof, looks en racisme. Daarnaast bracht Helden een eerbetoon uit aan een van de beste NBA-basketballers ooit: Kobe Bryant, lees je een reconstructie over de turnvendetta, behaalde Henk Gemser vele successen als schaatscoach, behoort Kimberly Alkemade tot de snelste paralympische sprinters van Nederland en autocoureur Alessandro Zanardi verteld over zijn pech als mens. Victoria Koblenko ging langs bij hockeyinternationaal Terrance Pieters en staan we stil met Sari van Veendendaal in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Wielrennen

Anna van der Breggen: ‘Ik besta niet bij de gratie van mijn uitslagen’

Anna van der Breggen (30) won dit jaar weer veel [...]
Anna van der Breggen (30) won dit jaar weer veel en vaak. Ze pakte de wereldtitels op de weg en in de tijdrit, won het Nederlands kampioenschap, de Giro Rosa en andermaal de Waalse Pijl. Haar prijzenkast puilt uit. En dan te bedenken dat de renster van Boels-Dolmans het fietsen bijna vaarwel gaat zeggen. We gingen bij onze Heldin van het Jaar langs. Het is bijna zover. Ze voelt ook dat ze er klaar voor is. Ondanks al die mensen die zeggen dat ze met haar dertig jaar zo jong is om te stoppen, weet Anna van der Breggen het zeker: dit is de juiste keuze. Ze heeft alles gedaan, alles gewonnen. Het is tijd. En daarom geniet ze in de laatste maanden extra van haar wielercarrière, ook al staan ze bol van de onzekerheid. Juist daarom geniet ze ook wel, misschien: ze denkt niet aan alle koersen die geschrapt zijn en misschien geschrapt zullen worden. Nee, elke wedstrijd die er wel is, is een bonus. “Ik denk dat iedereen zo gekoerst heeft dit seizoen: ik rij deze wedstrijd maar, en ik probeer zo goed mogelijk te zijn, want je weet niet wat er verder nog komt. Periodiseren kon niet, maar ik was toch erg goed in vorm. In coronatijd heb ik getraind voor een heel brede basis. Toen bleek dat er wedstrijden gingen komen, heb ik intervaltrainingen gedaan. Echt toewerken naar koersen kon niet, omdat het allemaal zo onzeker was. Je moest steeds plotseling klaarstaan. Het was ook een beetje mazzel denk ik, dat ik zo goed in vorm bleek. En het was ook mentaal: ik heb geen doelen gesteld. Ik dacht: als koersen afgelast worden, dan is dat omdat er iets belangrijkers gaande is dan fietsen. Daar kan ik goed mee omgaan, met die gedachte. De blijheid dat het wél door kon gaan was dus elke keer groot. Zo heb ik naar alle wedstrijden toegeleefd: naar het NK dat ik won. Daarna kwam het EK tijdrijden dat ik won, en daarna het WK. Daar won ik de tijdrit en de wegwedstrijd. Ik stond er onbevangen in, denk ik, ik had niet het gevoel dat ik móest presteren, maar dat het mócht. Natuurlijk speelde ook mee dat ik al eens wereldkampioen was geworden, in Innsbruck, twee jaar geleden. Sinds ik daar gewonnen heb, is het ‘moeten’ voor mij eraf. Ik ben veel relaxter geworden en ik geniet meer van op het hoogste niveau kunnen fietsen met zo’n goede ploeg als Boels-Dolmans." Zo hebben we bijvoorbeeld in coronatijd een trainings­kampje gedaan met de ploeg, gewoon in Nederland. Daar kan ik enorm van genieten. Vroeger had ik me veel drukker gemaakt over mijn vorm. Ik wist tijdens dat trainingskamp al dat ik niet op mijn topniveau was, en dat vond ik ook niet erg. Ik reed gewoon lekker, en ik vond het leuk om de jonge meiden van de ploeg te adviseren. Dat vind ik ook mooi om te merken: mijn ploeggenoten Chantal Blaak, Jolien D’Hoore en ik zijn oude garde. We weten alle drie dat we gaan stoppen, dat hebben we ook alle drie aangekondigd. Als vanzelf groeien we in de rol van anderen helpen. Ik word na mijn wielerpensioen ploegleider en ik denk dat het logisch is dat ik daar mentaal ook al mee bezig ben. Ik let automatisch meer op wat ik zou moeten weten en ik kijk veel meer om me heen. Na de Ronde van Vlaanderen ben ik bijvoorbeeld bij het team gebleven, en ik heb tijdens de Driedaagse Brugge-De Panne in de ploegleiderswagen gezeten, als een soort stage. Dat was ook om van de nood een deugd te maken. Mijn man, Sierk Jan de Haan, is ploegleider bij Jumbo-Visma. Hij was mee met de ploeg die zich terugtrok uit de Giro d’Italia vanwege de positieve coronatest van Steven Kruijswijk. Bij thuiskomst moest hij in quarantaine, dus ik kon niet naar huis. Dit was een mooie oplossing zo. Ik vond het ontzettend leuk, die dag in de ploegleiderswagen. Nee, Sierk Jan heeft geen corona gekregen, gelukkig.” Hoofd koel Anna won alles wat er te winnen valt als wegwielrenster. Toch staat ze bekend als de eeuwige ‘ja, maar ze won alleen maar omdat er iemand viel of niet was’ renster. Onlangs nog, toen ze in de laatste kilometers op weg was naar haar tweede wereldtitel op de weg in Imola, somde de commentator van de NOS vrolijk op welke wedstrijden ze eigenlijk alleen maar gewonnen had omdat... En deze alwéér, want concurrent Annemiek van Vleuten reed met een polsblessure rond, opgelopen bij een valpartij in de Giro Rosa, waardoor ze in de roze leiderstrui de ronde moest verlaten. Anna won de Giro Rosa. In de laatste kilometers hoor je een aanstaande wereldkampioen eigenlijk te bejubelen. Zeker als ze zo wint als Anna deed, met een machtige solo, ongenaakbaar naar de meet. Het verhaal was nog eens feitelijk onjuist ook. Van der Breggen won niet alleen maar bij absentie of valpartijen van anderen. Natuurlijk, de gouden plak op de Spelen in Rio staat velen nog duidelijk voor de geest. Annemiek van Vleuten lag op titelkoers, maar viel afschuwelijk in de laatste afdaling. Van der Breggen passeerde even later met een achtervolgend groepje. Ze schrokken zich te pletter. Achteraf bleken de blessures van Van Vleuten mee te vallen, maar op het moment zelf zag het er zeer ernstig uit. Toch hield Anna haar hoofd koel en won olympisch goud. En ja, er was ook die eerste wereldtitel op de weg, twee jaar geleden. Annemiek van Vleuten viel ook toen, al vroeg in de koers. Anna bleef wederom koel en trok de regenboogtrui naar zich toe. Maar het is niet dat er geen andere concurrenten in het peloton reden. Integendeel. En Anna won meer, veel meer dan alleen de wedstrijden die altijd genoemd worden. Je kunt gerust zeggen dat ze over het meest complete palmares beschikt dat een wegrenster ooit bij elkaar gefietst heeft. Een greep: de Strade Bianche, de Ronde van Vlaanderen, de Amstel Gold Race, de Waalse Pijl (6x), Luik-Bastenaken-Luik (2x), het eindklassement van de Ronde van Californië (2x), het eindklassement van de Giro Rosa (3x), het NK op de weg, het NK tijdrijden, het EK op de weg, het EK tijdrijden, het WK tijdrijden, het WK op de weg (2x) en de olympische wegrit. Alleen de titel op de olympische tijdrit ontbreekt. “De meeste van mijn overwinningen hebben helemaal geen bijsmaak. Een paar wel. Ik vind het soms wel lastig dat daar in de media zo op gefocust wordt. Ik ben zelf trots op wat ik gepresteerd heb, maar wat een commentator zegt, vormt wel de mening van mensen die niet veel van wielrennen weten. Bijvoorbeeld het WK tijdrijden van afgelopen jaar. De Amerikaanse Chloé Dygert (die op titelkoers leek, red.) viel in een bocht. Dat was gewoon een lastige bocht, die heb ik goed geoefend, juist daarom. Je kwam er op heel hoge snelheid op af, en als je de bocht instuurde, kreeg je een windvlaag die je uit balans kon brengen. Je moest daar zeker niet op je ligstuur blijven liggen. Ik deed dat goed, die bocht. Op de fiets blijven zitten hoort ook bij wielrennen. 'Wat er ook gebeurt, ik geloof dat er iemand is die meekijkt. Dat er een plan is' De echte volgers weten wel wat ik gepresteerd heb. Voor mij maakt het ook niet zoveel verschil dat het publiek er misschien een ander beeld bij heeft. Ik besta niet bij de gratie van mijn uitslagen. Ik heb het daar sowieso niet zo snel over, ook omdat het best geleidelijk is gegaan. Een slecht seizoen heb ik nooit gehad, ik ben nooit ernstig geblesseerd geweest of heel zwaar gevallen, en daardoor heb ik veel kunnen winnen. De een valt vaker dan de ander, en ik dus bijna nooit. at komt ook omdat ik voorzichtig ben in het peloton. In Vlaanderen gaat het superhard richting belangrijke kasseistroken. Dan wordt er tegen elkaar aan gereden en geduwd. Ik knijp dan in mijn remmen. Natuurlijk zit ik dan niet vooraan als we aan de kasseistrook beginnen, maar ik kom er uiteindelijk wel. Het zit gewoon niet in me om door te duwen als het gevaarlijk wordt.” Pijn lijden “Met mijn wereldtitel op de weg van dit jaar ben ik blij, maar met de wereldtitel tijdrijden nog blijer. Ik zat er vaak dichtbij in grote tijdritten, ik reed bijna altijd podium, maar ik won bijna nooit. Er was altijd wel iemand beter. Dat vond ik best frustrerend, maar aan de andere kant was het ook wel te verklaren: mijn ambitie om te trainen op de tijdrit was niet zo groot. Tot dit jaar. Ik heb het op een heel andere manier aangepakt. Dat komt door Sierk Jan. Hij is niet alleen mijn man, maar ook mijn trainer. We hebben veel gedaan aan mijn positie op de fiets, waardoor ik lekkerder zit en langer kan blijven zitten. En we zijn op zoek gegaan naar een manier om tijdrit­trainingen leuk te maken. De ‘standaard’ tijdrittraining is: je fiets pakken en een zware intervaltraining doen. Dat is alleen maar pijn lijden, in je uppie. Niet leuk, en ik hou dat niet lang vol. Sierk Jan traint ook het Development Team van Jumbo-Visma. Ook met die jongens waren zij bezig met tijdrittrainingen. In coronatijd had hij bedacht hoe ze apart, maar toch samen zouden kunnen trainen. Ze gingen naar een lange, veilige route hier in de buurt. Iedereen nam een lunchtrommeltje mee. En dan gingen ze rijden, met tijd ertussen. Iedereen deed hetzelfde, ze zagen elkaar rijden in de verte: dat motiveerde enorm. [caption id="attachment_18274" align="alignnone" width="2560"] In actie tijdens de WK-wegwedstrijd in Imola, die ze zal winnen.[/caption] Op een dag zei Sierk: sluit je gewoon aan bij de jongens. Dat heb ik toen gedaan. Ze hadden geen last van mij, want we fietsten allemaal individueel. Het beviel zo goed en ik voelde me zo welkom dat ik dat ben blijven doen. De oefenvormen waren leuk, ongemerkt zat ik op die dagen drie, vier uur op de tijdritfiets. Het EK tijdrijden in augustus was de eerste test, dat was heel spannend. Ik had andere trainingen gedaan dan normaal zou zich dat uitbetalen? Dat deed het. Ik werd eerst Europees kampioen en later dus wereldkampioen tijdrijden. De titel op de olympische tijdrit ontbreekt nog op mijn palmares. Het is geen doel omdat ik die titel nog niet heb, maar wel omdat ik nu een nieuwe manier van trainen heb gevonden die succesvol blijkt. Dat motiveert enorm. Het geeft vertrouwen dat het gaat lukken, volgend jaar in Tokio.” Het geloof Anna groeide op in een gelovig gezin in het Overijsselse Hasselt. Het wielrennen leerde ze spelenderwijs; het gezin Van der Breggen is gek op fietsen met kromme sturen. Als zevenjarige vond de kleine Anna vooral alles om het wielrennen heen heel leuk. Spelen met de andere kinderen. Een ijsje eten bij het Glinthuys, een zuivelboerderij langs het trainingsrondje van haar club, even buiten Hasselt. Elke zondag ging ze naar de kerk met haar ouders, drie broers en een zus. Het duurde tot ze prof werd voor Anna op zondagen wedstrijden ging fietsen. Het geloof speelt nog steeds een grote rol in haar leven. “Het geloof is iets dat me vertrouwen geeft. Of het fietsen nu wel of niet goed gaat, het is er altijd. Geloven gaat voor mij om hoe ik als mens ben naar anderen. Ik merk dat ik vrolijk ben als iedereen om me heen vrolijk is. Ik ben gelukkig als het goed gaat met mijn familie. Iedereen kent daar een andere oorzaak aan toe, denk ik, maar voor mij is dat geloof: het probeert mijn leven en dat van anderen beter te maken. En je doet het niet alleen, het leven, je doet het samen. Voor een belangrijke wedstrijd zeggen we in de ploeg altijd: vanavond is het gewoon weer avond. Dat relativeert. Wat er ook gebeurt, ik geloof dat er iemand is die meekijkt. Dat er een plan is. Ik denk daar best veel over na. In deze tijd van corona vraag ik me af hoe het kan dat we met z’n allen niet luisteren naar de adviezen om de besmettingen terug te dringen. Zou het niet mooier zijn als we om elkaar denken? Maar dat is kennelijk niet simpel. Terwijl: als we allemaal wat meer voor elkaar zouden zorgen, dan zou er misschien minder honger zijn aan de andere kant van de wereld. Dat is voor mij de kern van geloven. Omkijken naar elkaar. En liefde. Corona heeft me wel anders naar de dingen laten kijken. Wat vanzelfsprekend was, de hele wereld over vliegen bijvoorbeeld, was er ineens niet meer. De Olympische Spelen afgelasten, kon in mijn beleving niet, maar het gebeurde toch. Ergens weet je het wel, maar dit jaar heeft goed laten zien hoe een virus de hele wereld kan platleggen. Dat brengt je terug naar de basis: ik wil goed zorgen voor de mensen om me heen. Mijn ouders niet besmetten, of anderen die ik liefheb. Wat normaal heel belangrijk voor me is, fietsen, resultaten en uitslagen, doet er als het erom gaat helemaal niet toe. ‘Het heilige vuur is er niet meer. Het is tijd voor nieuwe dingen, een andere rol. Samen zijn met Sierk Jan, een gezin beginnen misschien’ Dus ik kan nu wel hopen dat ik op de Olympische Spelen van volgend jaar mijn laatste wedstrijden rij, maar misschien worden ze helemaal niet gehouden. En dat is dan omdat er iets veel belangrijkers aan de hand is in de wereld. Ik zou me daar wel bij kunnen neerleggen, want ik heb al een olympische titel natuurlijk. Maar ook als de Spelen doorgaan, weet ik nog niet of dat mijn laatste wedstrijden worden. Er komt nog een WK in België achteraan. En misschien wil ik nog wel wat voor de ploeg rijden. Natuurlijk zou ik prima langer door kunnen, lichamelijk gaat het nog hartstikke goed. Maar mentaal ben ik klaar voor iets nieuws. Ik merk hoe ik uitkijk naar het moment dat ik niet meer altijd in vorm hoef te zijn, niet meer hoef te presteren en niet meer alles opzij hoef te zetten voor wielrennen. Ik vind het nog steeds geweldig leuk om met de ploeg te koersen en mooie wedstrijden te winnen. Maar zelf heb ik alles gewonnen wat ik wilde. Het heilige vuur is er niet meer. Het is tijd voor nieuwe dingen, een andere rol. Samen zijn met Sierk Jan, een gezin beginnen misschien. We hebben straks dezelfde baan, dus dat zal goed plannen worden. Mochten er kinderen komen, dan gaan die voor natuurlijk. Dan kunnen Sierk Jan en ik niet meer tegelijk weg zijn. Dat weten ze ook bij de ploeg: ik heb aangegeven dat ik graag kinderen zou willen. Het samenzijn met Sierk Jan bereidt me al goed voor op mijn baan na het wielrennen. Ik leer veel van hem over ploegleider zijn. Ik zou een ploegleider willen worden die weet waar haar kwaliteiten liggen, maar die ook haar zwakke punten kent, en die daar dan de juiste mensen bij betrekt. Zodat je met een team van ploegleiders de meiden alles kunt geven wat ze nodig hebben. Dat wordt nog een interessante ontwikkeling voor mij: als renster hou je je zwakke plekken voor je. En ik kom uit een gezin waarin je ervoor zorgde dat dingen lukten. Over zwaktes werd niet gepraat. Sierk Jan heeft me geleerd dat het niet erg is om toe te geven dat je ongelijk had, of om hulp te vragen. Dat vind ik een belangrijke ervaring die ik meeneem als ik ploegleider word.” Blijheid Maar eerst nog een jaar koersen. Of een half jaar. Of een paar maanden. Niemand die het nu echt weet. Anna ligt er niet wakker van. In haar hoofd is ze al een beetje met pensioen, want er zijn weinig topsporters die tijdens hun carrière met zo’n helikopterview naar zichzelf en hun loopbaan kunnen kijken. “Als je er middenin zit, dan is een wielercarrière misschien wel net zoiets als altijd bij je opgroeiende kind zijn. Ineens ben je een jaar verder, je ziet niet eens hoe hard je kind gegroeid is. Anderen, die je kind niet elke dag zien, zien het wel. Ik zie mijn lijstje uitslagen vaak voorbijkomen. Het is een indrukwekkend lijstje, maar ik heb zelf niet zo doorgehad dat ik die over­winningen bij elkaar fietste. Je wint iets en je gaat weer verder, want er is altijd weer een volgende koers. De blijdschap is heel kort, want in de volgende wedstrijd moet je weer goed zijn en de verwachtingen worden alleen maar hoger. Wat ik achteraf het tofste vind, is het langzaam beter worden. Ik kan er nu enorm van genieten dat ik zo kan koersen als wij doen, met zo’n ploeg. Van overwinningen geniet ik, maar ook van overwinningen van een ploeggenoot. En als ik niet win, maar er wel alles aan gedaan heb, dan heb ik ook een soort blijheid die lijkt op het winnen van een wedstrijd. Ik heb geleerd dat het winnen zelf je niet per se gelukkiger maakt. Het gaat veel meer om goed in je vel zitten, blij zijn, en dan komen de overwinningen vanzelf. Ik realiseer me heel erg dat het heel bijzonder is wat ik doe, waar ik kom en wat ik meemaak. Veel sporters zijn alleen maar boos op zichzelf omdat ze niet winnen, of wel winnen, maar niet met een goede prestatie. Wat zonde, denk ik dan. Kijk om je heen, en geniet ervan.” Helden Magazine 54 Het verhaal van Anna van der Breggen komt voort uit Helden Magazine nummer 54.  In de 54ste editie van Helden sieren Ronald enBartina Koeman de cover van het eindejaarsnummer. Ze vertellen uitgebreid over de roerige periode die ze achter de rug hebben. Ronald verruilde het Nederlands elftal voor FC Barcelona, ze werden voor het eerst opa en oma, maar kampten ook allebei met ernstige gezondheidsproblemen. Naast het verhaal van Ronald en Bartina Koeman lees je veel meer interviews en reportages met én over jouw favoriete Nederlandse topsporters. Zo eren ploeggenoten Suzanne Schulting, Yara van Kerkhof en Rianne de Vries hun vriendin, in de Ode aan Lara. Daarnaast spraken we Patrick Lefevere over de afschuwelijke crash van zijn topsprinter Fabio Jakobsen, is Sven Kramer begonnen aan zijn ‘last dance’, vertelt Stefan de Vrij over het geheim achter zijn succes én lees je een dubbelinterview met de blikvangers van het Nederlandse hockey: Jorrit Croon en Maria Verschoor. Ook in de 54ste editie van Helden spraken we onze Held van het Jaar, Harrie Lavreysen over dikke benen en slapen in een dwangbuis. Gingen Erben Wennemars en Marlou van Rhijn op audiëntie bij de koning van de marathon: Eliud Kipchoge én verteld Esther Vergeer over hoe haar lang gekoesterde kinderwens uitkwam en ze dit jaar werd geconfronteerd met borstkanker. Verder spraken we wereldkampioene Ceylin del Carmen Alvarado over de liefde, het geloof, looks en racisme. Daarnaast bracht Helden een eerbetoon uit aan een van de beste NBA-basketballers ooit: Kobe Bryant, lees je een reconstructie over de turnvendetta, behaalde Henk Gemser vele successen als schaatscoach, behoort Kimberly Alkemade tot de snelste paralympische sprinters van Nederland en autocoureur Alessandro Zanardi verteld over zijn pech als mens. Victoria Koblenko ging langs bij hockeyinternationaal Terrance Pieters en staan we stil met Sari van Veendendaal in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Wielrennen

Lorena Wiebes: ‘Elk huisje heeft zijn kruisje’

Lorena Wiebes (21) brak vorig jaar definitief [...]
Lorena Wiebes (21) brak vorig jaar definitief door. De wielrenster werd onder meer Nederlands kampioen op de weg, won de Europese Spelen en maakte deze zomer de overstap naar Team Sunweb. Privé kreeg ze daarentegen het nodige te verduren vertelt ze in Helden Magazine nummer 53. “Mijn broer was jarenlang zwaar verslaafd aan cocaïne.” Lorena Wiebes “Als gezin deden we toen ik klein was vaak leuke dingen met elkaar. We stonden langs de lijn als mijn broer moest voetballen, gingen gezellig met z’n vieren op vakantie. Enrico is zes jaar ouder dan ik, ik keek best tegen hem op. Toen hij het uitgaansleven ontdekte, ging het langzaam de verkeerde kant op. Het begon met drank. Als hij zijn verjaardag vierde, moesten er tientallen flessen sterke drank worden gehaald. Of hij kwam op z’n zestiende na het stappen pas om 5 uur ‘s ochtends thuis. Toen kwam de drugs in zijn leven. Het begon met blowen, daarna stapte hij over op cocaïne. Mijn moeder vond geregeld van die envelopjes in zijn kamer. Enrico zei dat het van vrienden was, maar dat geloofden mijn ouders na een tijdje ook niet meer. Je zag het aan zijn ogen als hij had gebruikt. Enrico bleef ondertussen ontkennen. Het ging echt fout toen mijn opa tien jaar geleden overleed. Wij denken dat hij vanaf dat moment alleen maar meer is gaan gebruiken om zijn verdriet te onderdrukken. Hoe erg het was, besefte ik toen niet. Ik was elf en voor mij was de situatie met mijn broer bijna ‘normaal’ geworden. Het lastigst vond ik dat mijn ouders vaak ruzie kregen over hoe ze het aan moesten pakken met Enrico. Als ik een weekend weg was geweest voor het wielrennen, vroeg ik me altijd af wat ik thuis aan zou treffen... Als ík ergens mee zat, dan liet ik dat niet merken. ‘Je bent net je broer,’ riep m’n moeder als ze zag dat er iets was. Ik ben net als Enrico geen prater. Mijn vrienden op school vertelde ik niet over hem. De meiden in het juniorenpeloton wisten niet eens dat ik een broer had. Elk huisje heeft zijn kruisje." Klik op de afbeelding of op deze link en lees het hele verhaal gratis verder.

Wielrennen

Terug in de tijd: duo interview met Primoz Roglic en Tom Dumoulin

Tom Dumoulin (29) won in 2017 de Giro, Primoz Roglic (30) [...]
Tom Dumoulin (29) won in 2017 de Giro, Primoz Roglic (30) won vier keer de Vuelta en eenmaal de Giro. We spraken de twee, toen net ploeggenoten, in hun tijd bij de Jumbo-Visma ploeg. In aanloop van de Tour de France van 2020 hadden ze beiden hetzelfde doel: de eindzege in de Tour de France. We duiken terug in de tijd voor een dubbelinterview met twee wielergrootheden.  “Dutch mafia,” zonder blikken of blozen spreekt hij het uit. Als Primoz Roglic terugblikt op zijn eerste confrontatie met Tom Dumoulin, op 6 mei 2016 tijdens de proloog van de Giro d’Italia in Apeldoorn, kromt hij gepaard met theatrale bewegingen zijn wenkbrauwen. In die ouverture van de Italiaanse ronde van 9,8 kilometer is ‘thuisrijder’ Dumoulin welgeteld tweehonderdste van een seconde sneller dan Roglic en pakt de roze trui. “Dat was toch een Nederlands onderonsje. Ze wilden daar een landgenoot op het podium hebben,” zegt Roglic met een knipoog. “Ik heb er niet lang wakker van gelegen. Voor mij was die tweede plaats een verrassing. Het was een bevestiging van mijn kwaliteiten als tijdrijder, dat heeft mij veel zelfvertrouwen gegeven. Dankzij dat resultaat kon ik stappen zetten. Daardoor kon ik anderhalve week later vol zelfvertrouwen zegevieren in de lange Giro-tijdrit in Chianti.” “Ik heb die dag gewoon ongelooflijk veel geluk gehad,” zegt Dumoulin, “ik had al van Primoz gehoord, maar het was toch een verrassing dat hij zo’n scherpe tijdrit neerzette. Zelf was ik die dag niet in mijn beste doen.” Jullie tweede confrontatie was het WK tijdrijden in 2017. Opnieuw was Dumoulin de beste en eindigde Roglic op de tweede plaats. Hoe keek jij toen naar Tom? Primoz: “Tom Dumoulin was een groot kampioen, had net de Giro gewonnen. Hij werd in Noorwegen wereldkampioen tijdrijden wat zijn status als een van de beste tijdrijders bevestigde. Natuurlijk had ik daar willen winnen, maar ik had die dag geen kans tegen hem. Het zilver was toen een mooi resultaat.” Tom: “Ik ben er inmiddels achter gekomen hoe bijzonder zo’n wereldtitel tijdrijden is. Dat het niet makkelijk is om dat ieder jaar te herhalen.” Tom bewees in een paar jaar dat hij niet alleen een goede tijdrijder was, maar dat hij ook grote en kleine rondes kon winnen. Keek jij vooral naar hem? Primoz: “Ik keek zeker hoe Tom zijn carrière had opgebouwd. In 2015 won hij al bijna de Vuelta. Ik debuteerde pas in 2016 op WorldTour-niveau, Tom had dus een voorsprong van een paar jaar op mij. Maar ik zag ook hoe hij zich ieder jaar verder ontwikkelde. Ik wilde net als Tom een allrounder worden, iemand die in het rondewerk ook goed uit de voeten kon en zowel bergop als in de tijdrit met de besten mee kon. Ik noem mezelf geen tijdritspecialist en ik ben ook geen pure klimmer. Zeker in een vlakke tijdrit zijn er vijftig renners in het peloton die beter zijn dan ik. Maar op een heuvelachtig parcours kan ik wel meedoen om de overwinning. Datzelfde geldt voor het klimwerk. Zowel op de lange cols als op de steile klimmen kan ik met de besten mee, maar ik ben geen specialist op dat terrein.” Na die tijdrit in Apeldoorn ben jij Primoz natuurlijk nooit meer uit het oog verloren. Tom: “Zeker niet. Ik zag Primoz steeds sterker worden. Wij zijn als renners met elkaar te vergelijken. We kunnen allebei een goede tijdrit rijden. Op het vlakke leggen we het, zoals Primoz zegt, af tegen specialisten als Rohan Dennis. Maar bergop kunnen we ook met de besten mee, waardoor we vrij complete klassementsrenners zijn. Ik denk dat we allebei in onze eerste jaren een vergelijkbare progressie hebben geboekt. Alleen heeft Primoz dat een stuk sneller gedaan dan ik. De voorsprong die ik op hem had, heeft hij ieder jaar verkleind. Inmiddels is hij al beter dan ik.” Hoe goed kenden jullie elkaar voordat jullie eind vorig jaar ploeggenoten werden? Tom: “We hadden nauwelijks contact. In het begin van een wedstrijd heb ik een paar keer een praatje met hem gemaakt. En telkens zei Primoz dan: ‘Today, I’m so fucked. I’m done. My legs are really finished.’ Vervolgens reed hij in de finale de sterren van de hemel.” Tom Dumoulin: 'Als ik niet de beste ben, dan wil ik niet eens dat er voor mij gereden wordt. Ons doel is om als team de Tour te winnen' Primoz: “Door dat te zeggen, hoopte ik dat Tom niet te snel zou gaan aanvallen.” Tom: “Ik heb al gemerkt dat jij altijd zegt dat je je niet goed voelt. Zelfs tijdens de training probeer je je ploegmaten dat wijs te maken.” Primoz lachend: “Dat is echt niet gespeeld, hoor.” Ongelofelijk jaar Waar Tom Dumoulin bijna heel 2019 in het water zag vallen door een val in de Giro met daarna voortdurende knieproblemen, kende Primoz Roglic het beste jaar uit zijn carrière. Hij won de UAE Tour, Tirreno-Adriatico en de Ronde van Romandië, werd derde in de Giro en won dus de Vuelta. Ook was hij de beste in de World Tour en op de UCI-ranking, de wereldranglijst voor wielrenners, stond hij eind vorig jaar met een straatlengte voorsprong eerste. En dan te bedenken dat de dertigjarige Sloveen zeven jaar geleden nog skispringer was. Primoz: “Het was natuurlijk een ongelooflijk jaar. Ik heb nooit durven dromen dat ik tot een wielrenner van dit niveau zou uitgroeien. Tegelijkertijd vind ik niet dat ik in 2019 boven mezelf uit ben gestegen. De voorgaande jaren won ik ook al diverse rittenkoeren en ik werd in 2018 al vierde in de Tour de France. Er is een geleidelijke opbouw in mijn carrière te zien. Het is ook niet zo dat ik stappen over heb geslagen. We werken al een paar jaar heel hard met een bepaald doel voor ogen. Ik heb genoten van afgelopen jaar, hoor, maar ik ben ook iemand die de lat steeds hoger blijft leggen. Ik ben voortdurend bezig met de volgende stap die ik wil zetten. De eindzege in de Tour de France is voor mij die volgende uitdaging.” Voor de Tirreno-Adriatico van 2019 vertelde je al dat je je hele carrière inricht om binnen twee à drie jaar de Tour de France te winnen. Primoz: “De Tour winnen is mijn grote doel. Daar ben ik al jaren naar toe aan het werken. Ik vind het realistisch dat ik dit jaar de Tour kan winnen. Natuurlijk is dat aan het begin van het seizoen altijd makkelijk gezegd. Dat zien we dit jaar door het coronavirus nadrukkelijker dan ooit.” Eerlijke kans Vlak voor de Tour de France van vorig jaar vroeg de leiding van Jumbo-Visma aan kopmannen Primoz en Steven Kruijswijk hun mening over het mogelijke aantrekken van Dumou-in. Waar Kruijswijk, vorig jaar derde in de Tour, enkele dagen bedenktijd vroeg, was Primoz meteen enthousiast. “Ik zag de komst van Tom als een unieke mogelijkheid om de ploeg te versterken. Tom is een topwielrenner en een aardige jongen. Wil je meedoen om de eindzege in de Tour, dan heb je een zo sterk mogelijke ploeg nodig. Tom is een van de sterkste ronderenners van deze generatie. Zo iemand hebben we gewoon nodig om de strijd met Team Ineos van Chris Froome, Egan Bernal en Geraint Thomas aan te gaan. Ik denk dat het team een heel goede zet heeft gedaan.” Met drie leiders starten in de Tour is voor jullie beiden iets nieuws. Moet je daar nog mee leren omgaan? Tom: “Ik kan daar geen antwoord op geven. Het is voor ons alle drie iets nieuws. Niemand van ons is bang voor die rol. Ik ben juist blij dat ik het kopmanschap kan delen. In mijn zoektocht naar een nieuwe ploeg wilde ik ook een team waar in een grote ronde niet alleen mijn kaart werd gespeeld. Bij Sunweb was ik de laatste jaren vrijwel altijd de enige man voor het algemeen klassement. Daar werd nadrukkelijk gecommuniceerd dat er alleen voor Tom Dumoulin werd gereden. Ik vond dat niet prettig. Als ik goede benen heb, wil ik heel graag de vrijheid hebben om voor eigen kans te rijden. Maar als iemand anders in het team beter is, vind ik het vervelend wanneer er dan alsnog voor mij moet worden gereden. Dat alles om mijn kansen in het klassement zou draaien, zocht ik juist niet bij een andere ploeg.” Primoz knikt: “Zoals ik net al zei: in het wielrennen gaat het erom steeds te verbeteren. Stilstand is achteruitgang. Wil je een stap hoger, dan zal je op alle gebieden moeten kijken hoe je sterker voor de dag kunt komen. Ik geloof dat we in deze samenstelling opnieuw een stap kunnen zetten om nóg betere resultaten te behalen.” Meer leiders in een grote ronde lijkt een nieuwe trend in de moderne wielersport te zijn. Niet alleen het rijke Team Ineos heeft die luxe, ook Movistar had die. In het verleden werd daarentegen bij vrijwel iedere ploeg juist de kaart van slechts één kopman gespeeld. Tom: “Kijk hoe succesvol Ineos, voorheen Sky, met deze strategie en rolverdeling is. Bij hen werkt dit al jaren. Natuurlijk zal er weleens wrijving zijn geweest omdat iemand ‘gevangen zat’ met goede benen. Dat zal bij ons ook voor gaan komen. Ook bij ons zullen er discussies komen. Zolang we accepteren dat iedereen een eerlijke kans krijgt om zijn eigen ambitie waar te maken, zie ik geen problemen. Ik denk ook dat wij als ploeg de kracht hebben om daar goed mee om te gaan, zeker met de coaching van bovenaf.” Primoz: “Dat er op meerdere renners wordt ingezet voor het algemeen klassement komt waarschijnlijk ook omdat de belangen voor de betere teams groter zijn geworden. Een wedstrijd op één renner afstemmen kent de nodige risico’s. Als de kopman door pech of een blessure wegvalt, sta je met lege han- den. Dat is zeker in de Tour de France een te groot risico. Kijk naar Ineos. Daar viel Chris Froome door een valpartij in de Dauphiné weg, maar met Bernal en Thomas konden ze de ronde toch winnen. Anderzijds zie je dat de top in het rondewerk ook breder is dan in het verleden. Ik kan nu zo tien à vijftien renners opnoemen van wie niemand het vreemd zou vinden als ze op de Champs-Élysées op het podium staan. Als we in staat zijn om grote koersen te winnen, dan is het denk ik voor iedereen die deel uitmaakt van het team iets heel bijzonders en moois.” Tom: “En ja, natuurlijk willen Primoz, Steven en ik alle drie graag de Tour winnen. Met die ambities zullen we ook aan de start staan. We hebben daarover ondertussen al een paar goede meetings gehad. Ik denk dat het vooral gaat om eerlijkheid. Als ik niet goed genoeg ben, dan kan ik de Tour ook niet winnen wanneer ik bij een ander team had gereden. Als ik bij Sunweb was gebleven en Primoz zou sterker zijn, dan had ik me daar ook bij neer moeten leggen. Zo eerlijk moet je zijn. Als ik niet de beste ben, dan wil ik niet eens dat er voor mij gereden wordt. Als we er met z’n allen zo in staan, dan kunnen we iets heel moois laten zien. Ons doel is om als team de Tour te winnen. Wij moeten zelf uitvinden wie het beste is en wie we als dé uiteindelijke leider moeten uitspelen. Ik denk dat het in de Tour heel snel duidelijk zal worden wie de beste is. We krijgen allemaal de kans om aan te tonen wie de beste is. En zodra dat duidelijk is, dan is het logisch dat we voor diegene gaan rijden. Dan moeten we ons ook schikken in die rol. Ik ben er van overtuigd dat het voor ons drieën goed kan uitpakken.” Primoz: “We kunnen hier zes maanden over praten en vijf- duizend verschillende scenario’s doornemen. Maar het kan ook zo zijn dat er in de tweede Touretappe iets gebeurt, waardoor de kaarten meteen geschud zijn. Het is niet zo ingewikkeld als iedereen het maakt. De beslissing valt altijd in de laatste vijf kilometer van een slotklim. Als je dan aangaat, kan de rest mee of niet. Simpel. Het is dan niet meer een kwestie van de vrijheid krijgen. Het is simpelweg het recht van de sterkste. Dit is geen hogere wiskunde. Het is belangrijker dat wij ons erop concentreren hoe we de situatie kunnen creëren dat we in staat zijn om de Tour te kunnen winnen. Hoe komen we tot het punt dat de beste van ons bij de concurrentie weg kan rijden?” Sportief directeur Merijn Zeeman liet al weten dat hij de concurrentie goed analyseert. Gaan jullie kijken naar wat Ineos goed deed en wat Movistar, waar een koude oorlog werd gevoerd tussen kopmannen Alejandro Valverde, Nairo Quintana en Mikel Landa, juist fout deed? Primoz: “Natuurlijk kunnen we daarvan leren. Er zijn bepaal- de scenario’s die we van tevoren kunnen doornemen. Hoe we op bepaalde koerssituaties moeten reageren. Het zal zeker een voordeel zijn als je bepaalde voorbeelden erbij neemt. Het is immers de eerste keer dat we in deze situatie komen, dus voor ons is dit ook nog een leerproces. In de aanloop naar de Tour moet er zeker gediscussieerd worden en moeten we mogelijke problemen zeker niet uit de weg gaan. Juist door er nu al open- lijk over te praten kunnen we de juiste richting inslaan.” Tom: “Ik zie het echt als een luxepositie dat we met drie kopmannen van dit kaliber de Tour in gaan. Ik ben niet bang voor onderlinge strubbelingen. We moeten er alle drie voor zor- gen dat we zo goed mogelijk aan de start van de Tour staan. En nogmaals, wiens kaart we trekken wordt dan in de koers vanzelf duidelijk.” Kortaf De knieproblemen van Tom Dumoulin zijn verleden tijd, aan zijn veelbesproken transfer is iedereen nu wel gewend. Hij en Primoz staan te trappelen om alsnog te schitteren in het door de coronapandemie overhoop gegooide wielerseizoen. Primoz: “Nu Tom en ik een paar keer met elkaar hebben gesproken, is me duidelijk dat we best op elkaar lijken. Er is veel onderling respect. Ik weet welke opofferingen ook Tom moet brengen om op dit niveau te kunnen scoren. Je redt het echt niet alleen met talent. Hoe goed je ook bent, je zult keihard moeten werken om op het niveau te komen dat je grote wedstrijden kunt winnen.” Tom: “Ik herken in Primoz dat hij eigenlijk naar niemand opkijkt. Net als ik is hij niet bezig om zaken van andere topren- ners te kopiëren. Hij stippelt zijn eigen pad uit. Maar natuurlijk proberen we ook te leren door te kijken hoe concurrenten bepaalde dingen aanpakken. Zie je nieuwe dingen in hun training of koerswijze, dan probeer je die op je eigen manier in te passen. Ik denk trouwens dat dit voor alle toprenners geldt. Niemand kopieert een ander. Iedereen is vooral bezig met zich- zelf te verbeteren.” Maar als ploegmaten steken jullie toch meer van elkaar op? Tom: “Het is altijd goed om van dichtbij te zien hoe een toprenner bepaalde zaken aanpakt. Primoz zal nu naar mij kijken en bepaalde dingen van me overnemen. Maar negen van de tien dingen blijft hij altijd op zijn eigen manier doen. Ik merk nu al dat hij in dat opzicht op eenzelfde manier te werk gaat als hoe ik dat doe. Ik kijk bijvoorbeeld hoe hij op de fiets zit, maar dat wil niet zeggen dat ik ook meteen in dezelfde positie wil zitten. Natuurlijk probeer je wel van de aanwezigheid van de ander te leren.” Wanneer ik naar jullie karakters kijk, dan lijkt Primoz meer introvert en Tom meer extravert. Tom: “Ik betwijfel of je dat goed ziet. Misschien is Primoz richting de buitenwereld wat stiller, maar binnen de ploeg is hij dat zeker niet.” Primoz: “Ik kan me voorstellen dat je dat zo ziet. Ik probeer zeker in een grote ronde zoveel mogelijk energie te sparen met randzaken. Als favoriet en als leider in het algemeen klassement moet je na de finish nog zoveel ‘onnodige’ zaken verrichten. Daar probeer ik me een beetje voor af te sluiten. Ik ben dan al bezig hoe ik maximaal kan herstellen van mijn inspanningen, wil me zo snel mogelijk voorbereiden op de volgende rit. Dat zijn voor mij veel belangrijkere zaken dan me openstellen op een persconferentie. Daarom was ik waarschijnlijk ook in de Vuelta richting de buitenwereld vaak kortaf en heb ik niet de persoon laten zien die ik daadwerkelijk ben.” Tom: “Als we met de jongens onder elkaar zijn is Primoz zeker niet kortaf. Ik denk dat ik op die momenten misschien nog wel meer gesloten ben dan hij.” Helden Magazine 53 Het eerste gedeelte van het verhaal van Tom Dumoulin en Primoz Roglic komt voort uit Helden Magazine nummer 53. In de 53ste editie blikken onder meer Robin en Bouchra van Persie uitgebreid terug op hún carrière, want zo voelt dat. Een gesprek over Louis van Gaal, Oranje, Feyenoord, racisme, homo-acceptatie, de toekomst én de liefde. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Wielrennen

Laurens ten Dam: Fietsmissionaris

De fiets, de fiets en anders niets. Laurens ten [...]
De fiets, de fiets en anders niets. Laurens ten Dam (39) stopte eind vorig jaar met wielrennen, maar ruimte voor het zwarte gat is er niet. We blikken met hem terug op zijn loopbaan en spreken de LtD over zijn steeds groter wordende fiets-community. De camper staat voor de deur in Oudorp. Laurens ten Dam is net terug van een weekend bikepacken, wat staat voor fietsend kamperen. De volgende dag reist hij weer naar Maastricht om twee dagen te trainen met z’n maatjes Tom Dumoulin en Sam Oomen, dan zal hij in zijn grijze Volkswagen slapen. De fiets speelt nog altijd een prominente rol in zijn leven. Laurens zit nog twintig uur per week in het zadel. Net heeft hij nog even gefietst, nadat hij een column heeft geschreven. Hij is immers ook nog columnist voor de Engelse editie van ProCycling en hoofdredacteur van wielertijdschrift Bicycling. Lau is in zijn mancave, het schuurtje achter zijn huis. Hij zet een dubbele espresso van zijn eigen koffiemerk, LtD Gravel Grinder. In deze ruimte neemt hij vaak zijn populaire podcast Live Slow Ride Fast (LSRF) op. De eerste shirts van zijn net ontwikkelde eigen wielerkledinglijn met het LSRF-logo liggen er ook. Op het shirt staat zijn manifest: ‘Slow down, look around, live in the moment. Enjoy the small things, done well. Less stuff, fewer distractions, less stress. Save your energy for the bike, so you can leave it all on the road. It’s that simple.’ In huis is Thessa, echtgenote en moeder van hun twee zoons Jens, van acht, en de vijfjarige Bodi, bezig met de webshop, als Laurens zijn laatste ingeving verklapt. Hij wil De Renner, het beroemde boek van Tim Krabbé, na gaan spelen in de Cevennen. “We willen een week naar Frankrijk gaan om alle routes te fietsen die in het boek worden beschreven.” O ja, Laurens is ook in gesprek met de Koninklijke Nederlandse Wieler Unie over een NK gravelbiken. Dat moet een weekendje ‘op z’n Laurens’ worden. “Ik zie dat NK ook als een soort festival. Biertje erbij, de barbecue aan, muziek...” Donald Trump Welkom in de wondere wereld van LtD. Eind vorig jaar zwaaide hij na vijftien seizoenen af als prof. “Ik doe alleen nog dingen die ik ook gratis zou hebben gedaan, dat is de insteek. Ik ga in elk geval geen dingen meer tegen m’n zin doen,” zegt hij. “En bij de dingen die ik doe, denk ik niet in beperkingen. Dat is die Amerikaanse inslag.” Met z’n gezin in Amerika wonen, was iets wat hij al een tijd op z’n bucketlist had staan. En als Laurens iets in zijn hoofd heeft, dan heeft hij het niet in z’n kont. In 2016 vertrok hij met Thessa, die hij al leerde kennen op de middelbare school in Alkmaar, en de jongens naar Santa Cruz, honderd kilometer onder San Francisco. “Thes en ik hadden het plan om een jaar lang met het gezin de wereld rond te gaan. Dat moest na mijn wielercarrière en voordat de kinderen leerplichtig waren. Maar in 2014, het jaar waarin we hadden bedacht aan onze reis te beginnen, werd ik negende in de Tour de France... Ik had succes en een mooi contract; het wielrennen was op dat moment mijn gouden handboei.” Een jaar later ging het minder. Laurens ging nog meer leven voor zijn sport, maar het betaalde zich niet uit. Tot overmaat van ramp werd hij in augustus dat jaar tijdens de training aangereden door een auto. Hij brak een rugwervel en door de Vuelta kon een streep. “Ik zat in een korset aan het zwembad na die val en zei tegen Thessa: fuck it, ik kap met fietsen, we gaan nu met het gezin doen wat we altijd in ons hoofd hebben gehad. Bang voor radicale beslissingen ben ik nooit geweest. Thes was al twaalf jaar lerares Frans, vond het niet erg om te stoppen. Een paar maanden later vertrokken we naar Amerika. Ik wilde daar bij een continentaal ploegje gaan fietsen.” Toen kwam Team Sunweb. De ploeg zocht een meesterknecht voor Tom Dumoulin tijdens de grote rondes. Het oog viel al snel op Lau. Hij kon in Amerika blijven wonen en trainen, hoefde alleen naar Europa voor Parijs- Nice, de Ronde van Catalonië, de Ronde van Zwitserland en de Tour de France. “Ik stortte me tegelijkertijd op het gravel- en mountainbiken. Geweldig dat het allemaal te combineren was. Ik hervond in Amerika het plezier in het fietsen.” Het gezin keerde begin 2017 terug, omdat Jens de leerplichtige leeftijd van vijf jaar naderde. Laurens glimlacht in zijn tuin in Oudorp als hij in gedachte vier jaar terug in de tijd gaat. “We hadden elke dinsdagavond een barbecuerit, dan fietsten we tussen half zes en half acht en gingen we daarna met elkaar barbecueën. Of ik fietste ’s ochtends naar het strand, genoot van het uitzicht en nam op de terugweg een kop koffie bij een tentje. We spraken ook geregeld af met meerdere gezinnen. De kinderen speelden allemaal met elkaar, de barbecue ging aan, iedereen nam wat eten mee en we deelden alles. Die traditie wilde ik na terugkomst in Nederland voortzetten, maar ik kreeg het niet voor elkaar. Doordeweeks denken Nederlanders alleen maar: morgen werken. Ik vind dat in Amerika het leven wat meer gevierd wordt dan hier. De mentaliteit van hard werken en tegelijkertijd genieten, spreekt meer gaan. Dat is ook hoe ik in het leven sta, daar komt mijn levensmotto Live Slow Ride Fast vandaan. Dat live slow staat niet alleen voor relaxed leven, het staat ook voor niet per se de meest luxe dingen willen, tevreden zijn met wat je hebt.” 'Misschien gevaarlijk om te zeggen, maar Armstrong was ook gewoon fucking goed. Door de verhalen die je nu steeds over hem hoort, vergeet je dat snel' De liefde voor Amerika is er nog steeds, al ziet Laurens dat er de laatste tijd veel aan de hand is in het land. President Donald Trump die geregeld voor vuurwerk zorgt, de coronacrisis die niet alleen voor heel veel doden, maar ook voor gigantische werkloosheidcijfers zorgt, de zwarte arrestant George Floyd die minutenlang de knie van een politieagent in zijn nek kreeg, daardoor onnodig de dood vond met als gevolg de Black Lives Matter-protesten, die overwaaiden naar Europa. “We woonden in Amerika toen Trump de verkiezingen won. Dat was een schok. In Santa Cruz, een stad waar veel hippies wonen, zeiden veel mensen dat ze naar Canada zouden emigreren. Ze wonen er nog steeds, maar ik merkte toen al wel de onrust. Ik zag ook de problemen. Er waren heel veel mensen dakloos. Ik hoorde ook dat veel mensen een dubbele baan hadden om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. We kregen dus wel mee dat het voor veel mensen een hard leven is in Amerika, al heb ik niet zelf meegemaakt dat zwarte mensen racistisch werden bejegend. Komt ook doordat ik deel uitmaakte van de fiets-community en die is vrij wit.” Helden Magazine 53 Het eerste gedeelte van het verhaal van Laurens ten Dam komt voort uit Helden Magazine nummer 53. In de 53ste editie blikken onder meer Robin en Bouchra van Persie uitgebreid terug op hún carrière, want zo voelt dat. Een gesprek over Louis van Gaal, Oranje, Feyenoord, racisme, homo-acceptatie, de toekomst én de liefde. Daarnaast verbindt niet alleen het zwemmen Femke Heemskerk, Kira Toussaint en Ranomi Kromowidjojo, maar ook het feit dat ze alle drie bijna gelijktijdig ten huwelijk zijn gevraagd. Daarnaast vertellen Joël en Naomi Veltman hoe zij er in goede en slechte tijden voor elkaar zijn, laat Guus Hiddink zijn licht schijnen over de rentree van Arjen Robben, Oranje en racisme én schittert aanstaande moeder Stefanie van der Gragt in de rubriek ‘Leeuwinnen in het Rijks.’ Verder in de 53ste editie van Helden spraken we met ploeggenoten met hetzelfde doel: Tom Dumoulin en Primoz Roglic én vertelt Lorena Wiebes openhartig over de drugsverslaving van haar broer en hoeveel impact dat op haar en het gezin heeft gehad. Ook ging Helden langs bij de familie van den Goorbergh. Zonta van den Goorbergh wil in de voetsporen van zijn vader, oud-MotoGP-coureur Jurgen van den Goorberght, treden. De pas vijftienjarige Keet Oldenbeuving werd in 2019 Europees kampioen en won de NOC*NSF Young Talent Award.  Theo Lucius voelt vijftien jaar na het mislopen van de Champions League-finale nog steeds de kater. Victoria Koblenko ging langs bij oud-voetballer Bryan Roy én Tessie Savelkouls raakte op 9 februari dit jaar zwaar geblesseerd, de kans dat ze ooit nog kan judoën is klein. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

BMX

Tokiogangers: ‘Iedereen zit in hetzelfde schuitje’

Ze zouden deze zomer schitteren op de Olympische Spelen in het [...]
Ze zouden deze zomer schitteren op de Olympische Spelen in het land van de rijzende zon. Het coronavirus gooide roet in het eten. Paul Raats fotografeerde sporters bij wie alles al een tijd draait om Tokio. Harrie Lavreysen - Baanwielrennen - “Het zijn bijzondere tijden, waarin we zo goed mogelijk proberen door te trainen. Krachttraining doe ik in de achtertuin en de baantraining hou ik op de weg. Ik woon samen met mijn ploeggenoot Nils van ‘t Hoenderdaal, dus we kunnen met elkaar trainen, Dat is fijn. Inmiddels hebben we wat afgelegen weggetjes gevonden, want met 75 kilometer per uur op een fiets zonder rem een weg op schieten waar ook ander verkeer is, gaat niet. We missen alleen de vier bochten die we op de baan wel hebben. Het is niet anders. Het zat er al een tijdje aan te komen dat de Spelen zouden worden uitgesteld. We konden zien wat er gebeurde in de wereld en het is logisch dat het niet door kon gaan. De dag dat ik het hoorde, voelde ik me niet heel rot. Ik dacht meteen: doorpakken, op naar volgend jaar. Plannen na Tokio had ik nog niet gemaakt, maar het voelt wel alsof ik een jaar stilsta. Maar goed, iedereen zit in hetzelfde schuitje. De WK hebben we nog kunnen rijden eind februari. Sommige sporters hebben dit jaar überhaupt geen wedstrijden gehad, wat dat betreft hebben wij nog geluk gehad. Ik ben blij dat we daar hebben kunnen laten zien hoe goed we zijn. Met drie gouden plakken, op de teamsprint, keirin en individuele sprint, keerde ik huiswaarts. Natuurlijk is het voor onze ploeg balen dat de Spelen niet doorgaan, we stonden er allemaal zo goed voor. Maar ik zie nu geen reden om volgend jaar niet in dezelfde vorm te verkeren. Deze periode gebruik ik om nog sterker te worden en onze basis zo perfect mogelijk te maken. Stilstaan is achteruitgaan. En ik wil nog beter worden Alexander Brouwer - Beachvolleybal - “Mijn maatje Robert Meeuwsen met wie ik al tien jaar samenspeel, heb ik sinds maart niet meer gezien. Alleen via videogesprekken met andere vrienden, want we zitten in dezelfde vriendengroep. Naast sporten mis ik het sociale aspect enorm. Het is onwerkelijk dat ons wedstrijdseizoen is afgelopen voordat het amper was begonnen. We hadden pas één toernooi gespeeld. Het is ook bizar dat zoiets groots als de Spelen is uitgesteld. Maar ik was ook opgelucht dat ze, zoals het er nu naar uitziet, niet zijn afgelast. Vervelen doe ik me thuis niet, ik heb genoeg te doen. Ik spendeer veel tijd met mijn zoontje en sinds december wonen we in een nieuw huis waar nog veel aan moet gebeuren, vooral in de tuin. Ik ben een schuur aan het bouwen en de bestrating aan het aanleggen. Daar blijf ik meteen een beetje fit van. Mijn sponsor Red Bull heeft me een net gegeven dat ik in de tuin heb opgehangen. Zo kan ik een beetje trainen, smashen tegen de radiator die tegen de schutting aanstond. Ik heb er een video van gemaakt en die op Instagram gezet. Die is inmiddels viral gegaan, meer dan twee miljoen keer bekeken. Andere beachvolleyballers hebben mijn voorbeeld gevolgd, lachen toch? Maar om eerlijk te zijn, is mijn motivatie om thuis te trainen best ver te zoeken. Ik ben sowieso een kortetermijndenker en -planner en zie nu even niet het nut in van trainen. Wel probeer ik mijn basisconditie op pijl te houden. Stel dat er nog iets op het programma komt, dan moet ik snel wedstrijdfit kunnen worden. Toch ben ik al een paar kilo aan spiermassa verloren. Twijfelen om door te gaan, deden Robbert en ik niet. Ook onze nieuwe coach Victor Anfiloff heeft zijn commitment gegeven. We zijn alleen allemaal in de wachtrij geplaatst. Eind oktober verwachten mijn vrouw en ik ons tweede kindje. Even kwam nog ter sprake dat onze uitgestelde toernooien in oktober zouden worden ingehaald. Dat had niet echt handig uitgekomen. Nu de Spelen zijn uitgesteld, krijg ik gewoon een druk. Niek Kimmann - BMX - “In eerste instantie werden onze wereldbekers afgelast. Toch was er voor mij toen nog niet zoveel aan de hand. Al reed ik geen wedstrijden meer, ik kon ik me nog steeds goed voorbereiden op de Spelen, onder andere op onze indoor BMX-baan die we thuis in Dedemsvaart hebben. Samen met mijn broertje Justin kon ik goed doortrainen. Het besef dat ook de Spelen misschien niet door zouden gaan, kwam steeds meer. Met de dag veranderde er zoveel, dat het niet veilig en verstandig zou zijn om ze door te laten gaan. Toen het IOC met het besluit naar buiten kwam, was het wel even een schok. Maar het is de beste en eerlijkste beslissing. Wij konden thuis nog wat doen, sommige buitenlandse BMX’ers konden nog volledig trainen en anderen zaten misschien wel op een flat van 10 hoog. Hoe eerlijk is het dan nog? Een van de eerste dingen die je leert in de sport is om dingen te accepteren en je aan te passen. Wel heb ik wat gas teruggenomen na het besluit. Ik had ook minder motivatie om vol door te trainen. We zijn nu onze indoorbaan aan het verbouwen en bezig met een buitenbaan. Ik kom nu aan dingen toe waar ik normaal de tijd niet voor heb. Verder ben ik veel video’s aan het maken. Ik heb een reportage voor de NOS gemaakt en maak video’s voor de KNWU. Dat neemt veel tijd in beslag. Tussendoor train ik, zodat ik een redelijke basis heb als straks alles weer begint. Ik heb me daarom ook nog geen seconde verveeld. In mijn planning is er veel veranderd. Na de Spelen van Rio kwam ik in een soort zwart gat. Ik was even vergeten dat het leven gewoon door zou gaan. Dat wilde ik nu voorkomen, daarom had ik tot 2021 mijn agenda vol staan. Zo wilde ik graag de Amerikaanse serie rijden. Mijn coaches hadden al plannen uitstaan voor me. Die schuiven nu gewoon een jaartje op.” Kim Polling - Judo - “Ik woon in Turijn met mijn vriend Andrea Regis. Het coronavirus heeft heel Italië op een vreselijke manier op z’n kop gezet. Wij mogen alleen voor de echt noodzakelijke dingen naar buiten, verder moeten we binnen blijven. We hebben een speciale trainingsruimte thuis. Verder heb ik het geluk dat mijn vriend ook judoka is, dus ik kan in tegenstelling tot veel andere judoka’s ook echte judotrainingen doen met Andrea. Natuurlijk is zoals bij iedereen de lockdown ook een relatietest. Ik moet zeggen dat het bij ons heel goed gaat. Andrea is altijd zo relaxt, dus dat scheelt. Ik ben soms een beetje geïrriteerd tijdens de trainingen, maar dat ben ik altijd omdat de dingen bij mij nu eenmaal perfect moeten gaan. Ik heb ADHD, daarom plan ik dingen altijd goed. Dat er nu veel onzekerheid is, maakt mij normaal gesproken erg onrustig. Maar de laatste jaren heb ik geregeld met blessures te maken gehad. Eigenlijk komt deze periode overeen met de tijd dat ik geblesseerd was aan mijn rug en knie. Er is een groot verschil: toen vond ik het vooral moeilijk dat ik niets kon en de wedstrijden gewoon doorgingen. Nu kan niemand judoën en dat maakt het zelfs nog iets makkelijker de situatie te accepteren. Wanneer mogen wij judoka’s weer aan de bak? Judo is natuurlijk een contactsport, ik denk dat gezien de risico’s en de verplichte anderhalve meter afstand wij misschien wel de laatste sporters zijn die weer volop kunnen trainen en wedstrijden afwerken. Maar goed, dat is voor alle judoka’s lastig, met of zonder ADHD. Ik liep op schema wat betreft de Spelen, had geen last meer van blessures. Na het EK, dat op het programma stond in mei, zou duidelijk zijn of ik naar de Spelen mocht. Ik stond er goed voor. Wanneer nu de beslissing gaat vallen wie in mijn gewichtsklasse namens Nederland uitkomt in Tokio, weet ik nog niet. Maar goed, voor mij is dat minder erg. Voor iemand als Henk Grol, die echt aan het aftellen was naar de Spelen en daarna zou stoppen, is het veel erger. Ik ga sowieso door tot en met de Spelen van 2024. Door mijn blessures weet ik bovendien hoe het is om er tussenuit te moeten gaan om daarna weer terug te keren.” Kira Toussaint - Zwemmen - “Ik had het al aan zien komen dat de Spelen uitgesteld zouden worden, maar toch kwam het wel even binnen toen het besluit definitief was. Niet dat ik er een traan om heb gelaten, hoor. Dat komt vooral doordat ik de Olympische Spelen van Tokio nooit als eindstation van mijn carrière heb gezien. Ook al was dit jaar de focus natuurlijk op Tokio gericht, ik heb altijd als subdoel voor dit jaar de WK kortebaan in december in mijn achterhoofd gehad. Daar wil ik revanche nemen op 2018 – toen ik naar later bleek ten onrechte positief testte en het WK moest laten schieten- en wereldkampioen worden in een wereldrecord. Omdat dat WK, met de kennis die we nu hebben, nog gewoon doorgaat, is dat het volgende doel geworden. Dat we de afgelopen tijd niet konden zwemmen zoals we gewend waren, maakt het wel lastig. Mijn doel is fit blijven. Ik ga veel met de hond naar buiten, fietst vaak en doe oefeningen in huis. Mijn verloofde Jesse zit gelukkig samen met mij in quarantaine. Aangezien we normaal een langeafstandsrelatie hebben omdat we allebei een sportcarrière hebben – Jesse is waterpolo-international -, zie ik dit als een kans om lekker veel samen te zijn en spelletjes te spelen. We overleven het wel. Er zijn veel ergere dingen in de wereld.” Frédérique Matla - Hockey - “In 2014 heb ik al mogen proeven aan de Spelen, toen ik meedeed aan de Jeugd Olympische Spelen in Nanjing, China. Een te gekke ervaring. Na de Spelen van Rio ben ik aangesloten bij het Nederlands team. Ik heb me dus vier jaar lang kunnen voorbereiden op mijn eerste Spelen. Ook al kwamen de Spelen steeds dichterbij, ze voelden nog best ver weg aangezien we nog midden in het hockeyseizoen zaten en er nog van alles kon gebeuren. Dat is ook gebleken. Het feit dat ik in het moment leef, verlichtte voor mij de klap toen bleek dat de Spelen deze zomer niet doorgingen. Neemt natuurlijk niet weg dat de Spelen hét ultieme doel voor veel topsporters is, zo ook voor mij. Ik keek en kijk er enorm naar uit. Maar gezondheid is op dit moment het belangrijkste. Bovendien zie ik deze gezondheidskwestie als een externe factor waar ik geen invloed op heb en waar ik me dus ook geen zorgen om kan maken. Ik hoop dat wij ook in deze periode met z’n allen kunnen ‘winnen’, door dit virus te verslaan. Deze periode biedt me welruimte om wat meer tijd te besteden aan – hoe ironisch - mijn studie Gezondheid & Maatschappij. Daarnaast blijf ik natuurlijk heel actief en leef ik nog steeds voor mijn sport. Zo ben ik vier à vijf keer per week verschillende soorten hardloopsessies aan het doen op een veld of in het park in de buurt van m’n huis. Daar werk ik ook twee keer per week mijn krachttraining af. Zo blijf ik toch een beetje fit, ondanks dat ik nog niet weet waarvoor.” Femke Heemskerk - Zwemmen - “Toen langzaam duidelijk werd dat de Spelen in gevaar kwamen, was dat natuurlijk wel heftig, daar werd ik in eerste instantie erg verdrietig van. Uiteindelijk was het nieuws dat de Spelen zouden worden uitgesteld juist een grote opluchting. In deze situatie zijn de Olympische Spelen niet belangrijk. Om zoiets te zeggen is vreemd, omdat tot begin maart alles om de Spelen draaide. Nu is het enige doel om gezond te blijven en samen met de rest van de wereld ervoor te zorgen dat er geen nieuwe mensen besmet raken met het coronavirus. Toen bleek dat we thuis moesten blijven, wilde ik zo snel mogelijk naar mijn vriend Guido toe. Omdat ik vreesde dat we elkaar anders lange tijd niet zouden zien. Ik zag Guido in Vancouver. Samen wilden we naar Amerika, waar hij woont, maar ik werd geweigerd voor de vlucht. Een belangrijke reden was dat we verloofd waren en niet getrouwd. We waren van plan in september te trouwen, maar hebben besloten dat toen snel te doen. We belden een ambtenaar, legden de situatie uit en zijn nog dezelfde middag in een koffietentje getrouwd en we hebben ook nog twee getuigen gevraagd, dat was zo geregeld. Binnen twee minuten was de plechtigheid voorbij. Bizar, maar ook heel bijzonder. Ik ben nu bij Guido in Californië en buiten hebben we een gym gemaakt, we hebben wat spinfietsen gehuurd en Guido heeft een klein zwembadje waar ik aan elastiek in kan zwemmen. Twee keer per week maken we ook nog een lange hike, dan zijn we er ook even uit. Je doet wat je kunt, en mijn enige doel is om mentaal en fysiek fit te blijven en het vormverlies zoveel mogelijk teminimaliseren. Als ik naar de positieve kant kijk, heb ik nog nooit zoveel tijd achter elkaar samen gehad met Guido, dat is super fijn. Maar de reden ervan is natuurlijk vreselijk.” Ranomi Kromowidjojo - Zwemmen - “Voor mij was het duidelijk dat de Spelen verplaatst zouden moeten worden met het oog op de mondiale gezondheid en veiligheid. Het betekent dat mijn carrière in ieder geval nog twaalf maanden langer gaat duren. Ik leef voor de Spelen, dus het was geen moeilijke keuze om mijn loopbaan met tenminste een jaar te verlengen. Er zijn nog wel veel vraagtekens hoe de komende maanden eruit gaan zien. Wanneer kunnen we weer normaal trainen, reizen en wedstrijden zwemmen? Ik focus me erg op wat er wél kan en wat ik wél heb, en gelukkig ben ik gezond en heb ik de mogelijkheid om in en rond het huis te trainen. Daarnaast zijn we bezig om een SWIMM in de tuin te plaatsen, een badje met stroming. Hopelijk kunnen mijn vriend Ferry Weertman en ik snel in onze achtertuin trainen. Lekker luxe! Maar nog meer hoop ik dat men van deze crisis leert en dat deze hele situatie snel voorbij is. Ferry Weertman - Openwaterzwemmen - “Toen ik hoorde dat de Spelen een jaar zijn uitgesteld, voelde ik opluchting. Het zat er al een paar weken aan te komen, we konden al niet meer normaal trainen, wat sowieso geen ideale voorbereiding op de Spelen betekende en daarom had ik ook niet de olympische race kunnen laten zien die ik voor ogen heb. Sommige concurrenten konden wel gewoon doortrainen. Echt eerlijk was het dus sowieso niet geweest. Op dit niveau gaat het om een of twee procenten die het verschil maken. En deze beperkingen hadden mij zeker procenten gekost. Het uitstel zie ik nu als een mogelijkheid om nog beter te worden dan vorig jaar. Ik krijg de kans om te kijken wat er beter kan. Mentaal gezien moest ik het nieuws wel even laten landen, hoor. Na het verlossende woord heb ik een paar dagen vrij genomen. Ons seizoen was officieel afgelopen. Maar na die paar dagen begon eigenlijk meteenseizoen 2020-2021. Dat seizoen duurt nu heel lang, tot en met de Spelen van 2021. Twijfel of ik wel wilde doorgaan, had ik niet. Maar ik heb er wel even de tijd voor genomen, wilde het zeker weten en niet in the heat of the moment beslissen. Mijn vriendin Ranomi gaat ook door, dat scheelt. Na de Spelen stond er eigenlijk een lange vakantie op het programma. Ranomi en ik wilden een huisje huren in Italië. Dingen doen die je normaal gesproken als topsporter niet kunt doen. Nu zullen we in de zomer aan het trainen zijn. Dat is ook leuk. Ook wilde ik mijn opleiding bedrijfskunde afmaken vanaf september. Dat zal niet lukken, daarom ben ik nu maar alvast wat vakken aan het doen. Onze verwachtingen moesten even flink worden bijgesteld.” Marit Bouwmeester - Zeilen - “Deze winter zag ik mezelf al ergens op een tropisch eiland liggen, maar dat moet een jaar wachten. Het was natuurlijk duidelijk dat de Spelen niet door konden gaan, gezondheid is nu het belangrijkst. De situatie is nou eenmaal zo, die is voor iedereen hetzelfde. Ik ben vooral blij dat ik volgend jaar een kans krijg om mijn olympische titel te verdedigen. Mijn plannen moesten wel flink worden aangepast. Ik was echt met een eindsprint bezig richting de Spelen, maar dat houd je niet anderhalf jaar vol. Ik train nu in Scheveningen, alhoewel ik in het begin flink moest wennen aan de temperatuur van het water. Alsof je iedere keer een koude emmer met water in je gezicht gesmeten krijgt. Ook was het spannend naar welke maand de Spelen verplaatst zouden worden. De afgelopen jaren zat ik met mijn broer en coach Roelof in de maanden juni, juli en augustus in Tokio om het olympische water te leren kennen. In augustus heerst er een heel andere wind dan in bijvoorbeeld oktober. Daarom ben ik blij dat de Spelen volgend jaar op dezelfde data worden gehouden. Voor ons is het nu heel belangrijk dat we snel weer in Tokio kunnen trainen en wedstrijden kunnen varen. De onzekerheid wanneer dat weer kan, blijft.” Helden Magazine 52 Het  verhaal over alle 'Tokiogangers' komt voort uit Helden Magazine nummer 52.  In de 52ste editie van Helden schittert Louis van Gaal de cover. Met hem blikken we terug op zijn indrukwekkende carrière. Ook tal van mensen die met de trainer hebben gewerkt komen aan het woord. In deze editie gaan wij terug in de tijd. Pieter van den Hoogenband won twintig jaar geleden olympisch goud op de 100 en 200 meter vrije slag en Joop Zoetemelk won veertig jaar terug als laatste Nederlander de Tour de France. Daarnaast was John Heitinga met Oranje tien jaar terug dicht bij de wereldtitel en won Rinus Israel vijftig jaar geleden de Europa Cup I met Feyenoord. Het was ook dertig jaar geleden dat Mike Tyson zijn wereldtitels en zijn status van onoverwinnelijkheid verloor, bereikte Andre Agassi voor het eerst een grandslamfinale én blikken onder meer uitblinkers Dennis Bergkamp, Frank de Boer en Patrick Kluivert terug op de behekste wedstrijd uit 2000: Nederland – Italië. Verder in de 52ste editie van Helden spreken we sportief directeur van Jumbo-Visma, Merijn Zeeman. Staat Jackie Groenen oog in oog met ‘Het Melkmeisje’ van Vermeer. Kiran Badloe won de strijd met vriend, trainingsmaat én concurrent Dorian van Rijsselberghe. Een exclusief gesprek met Chris Froome over onder meer zijn horrorcrash. Ook lees je hoe overleven voor Johan van der Velde gesneden koek is en verteld Elsemieke Havenga hoe ze tweemaal olympisch goud had kunnen hebben. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Wielrennen

Merijn Zeeman: Met de fiets naar bed

Bijna alles wat wielerploeg Jumbo-Visma aanraakte, veranderde [...]
Bijna alles wat wielerploeg Jumbo-Visma aanraakte, veranderde afgelopen tijd in goud. Met Tom Dumoulin, Primoz Roglic én Steven Kruijswijk beschikt de wielerploeg in de Tour de France - als die doorgaat - zelfs over een driekoppig monster. Sportief directeur Merijn Zeeman (41) is een van de architecten van het succes. We leggen hem tien stellingen voor. Ook in mijn dromen gaat het over wielrennen Lachend: “Ontkennen heeft geen zin. Wielrennen is voor mij een diepgewortelde passie, het is veel meer dan werk. Eerst was ik zelf wielrenner en op m’n 22ste ging ik al aan de slag als ploegleider bij Skil-Shimano. Als sportief directeur bij Team Jumbo-Visma ben ik nu op een niveau actief waarvan ik weet dat ik er 24/7 mee bezig moet zijn. Altijd denk ik: hoe kunnen we nog beter worden? Dat vind ik prachtig om te doen, maar het is ook erg intensief. Thuis weten ze niet beter dan dat ik altijd bezig ben met m’n werk. Ik heb mijn vrouw leren kennen tijdens m’n studie Bewegingswetenschappen, dus die wist toen al hoe laat het was. Natuurlijk probeer ik ook mijn momenten van ontspanning te pakken. Ik ben vader van twee kinderen. Met mezelf heb ik de afspraak gemaakt dat het niet zo mag zijn dat als mijn kinderen uit huis gaan, ze kunnen zeggen dat ik ze eigenlijk niet heb zien opgroeien. Ik breng mijn kinderen zo vaak mogelijk naar school. Woensdag aan het einde van de middag is de atletiektraining van m’n zoon, daar probeer ik altijd bij te zijn. Onze skivakantie staat ook altijd vast in m’n agenda. Maar dan is het niet zo dat ik zeven dagen lang niet bereikbaar ben, hoor. Ook tijdens de wintersport ben ik altijd een paar uur bezig met het team en de sporters. Weet je wat het bij mij is? Ik wil graag het beste van twee werelden meekrijgen.” Leuk al die schouderklopjes, maar ik weet ook hoe het voelt om uitgelachen te worden “Dat weet ik zeker! Toen ik eind 2012 de overstap maakte, heette de ploeg nog heel even Rabobank. Daarna werd het Team Blanco en weer iets later Belkin. In 2013 en 2014 hebben we nog prima jaren gehad. Destijds brak het Nederlandse wielrennen net weer door. In 2015 werden we LottoNL-Jumbo en uitgerekend toen hadden we een heel slecht jaar. Ik kreeg als hoofdcoach alles over me heen. De resultaten waren niet goed, terecht dat daar over werd geschreven. Maar ik had ook mijn eigen waarheid en die kwam niet altijd overeen met wat werd beweerd in de media. Dat was soms frustrerend. 'Foodcoach is een project geworden dat in mijn ogen baanbrekend is in de internationale professionele sport' Op zulke momenten zijn er ook beleidsbepalers die wegduiken, maar dat doe ik nooit. Ik neem altijd de verantwoordelijkheid, heb heel veel klappen opgevangen. Het was absoluut geen leuke tijd; ik voelde me soms eenzaam, maar het was ook heel leerzaam. Eind 2016 kreeg ik de kans om mijn filosofie uit te rollen. Tot die tijd was ik vooral coach in de auto, dat zorgde ervoor dat mijn focus vaak gericht was op een kleinere groep. Algemeen directeur Richard Plugge en de sponsors vroegen me eindverantwoordelijke van het sportieve beleid te worden. Ik ben en voel me nog steeds coach, maar nu met de opdracht de grote lijnen te bewaken. Ik heb mijn draai helemaal gevonden en gelukkig gaat het goed.” Jac Orie, coach van de schaatstak van Team Jumbo-Visma, is mijn mentor “Ik zou Jac veel eerder bestempelen als mijn sparringpartner. Neemt niet weg dat ik heel veel van hem heb geleerd. Na 2016 leidde een interne evaluatie tot de conclusie dat de begeleiding rond de ploeg professioneler moest. Vanaf 2017 hebben hoofd performance Mathieu Heijboer en ik drastische maatregelen doorgevoerd op het gebied van training en daarbij hebben we zeker heel goed gekeken en geluisterd naar Jac. Hij heeft een enorme kennis van presteren, dat gaat van teamdynamiek tot en met de kleinste details in de training. Jac is van het meten en weten, is een fenomeen op het vlak van gerichte training. De inspanningsfysiologie, het maken van een trainingsprogramma op maat; daar heb ik veel van opgestoken en ben ik hem heel dankbaar voor. Het is mooi dat we binnen Jumbo-Visma die kennis met elkaar kunnen delen, dat is echt een groot pluspunt van de constructie zoals die nu is. Jac en ik hebben veel over onze werkwijze gesproken, hoe je daar anders naar zou kunnen kijken en of we dingen samen zouden kunnen gaan proberen. Ik heb in samenwerking met Jumbo het Foodcoach-programma opgezet. In navolging van de wielerploeg zijn we dat nu bijvoorbeeld ook aan het implementeren bij de schaatsploeg. Voor Jac en zijn ploeg is die Foodcoach-app ook een enorme meerwaarde.” Helden Magazine 52 Het eerste gedeelte van het verhaal van Merijn Zeeman komt voort uit Helden Magazine nummer 52.  In de 52ste editie van Helden schittert Louis van Gaal de cover. Met hem blikken we terug op zijn indrukwekkende carrière. Ook tal van mensen die met de trainer hebben gewerkt komen aan het woord. Harrie Lavreysen, Alexander Brouwer, Niek Kimmann, Kim Polling, Kira Toussaint, Frédérique Matla, Femke Heemskerk, Ranomi Kromowidjojo, Ferry Weertman en Marit Bouwmeester zouden afgelopen zomer schitteren op de Olympische Spelen in het land van de rijzende zon. Het coronavirus gooide echter roet in het eten. Helden fotografeerde de sporters bij wie alles al een tijd draait om Tokio op een bijzondere wijze in ‘Tokiogangers’ In deze editie gaan wij ook terug in de tijd. Pieter van den Hoogenband won twintig jaar geleden olympisch goud op de 100 en 200 meter vrije slag en Joop Zoetemelk won veertig jaar terug als laatste Nederlander de Tour de France. Daarnaast was John Heitinga met Oranje tien jaar terug dicht bij de wereldtitel en won Rinus Israel vijftig jaar geleden de Europa Cup I met Feyenoord. Het was ook dertig jaar geleden dat Mike Tyson zijn wereldtitels en zijn status van onoverwinnelijkheid verloor, bereikte Andre Agassi voor het eerst een grandslamfinale én blikken onder meer uitblinkers Dennis Bergkamp, Frank de Boer en Patrick Kluivert terug op de behekste wedstrijd uit 2000: Nederland – Italië. Verder in de 52ste editie van Helden staat Jackie Groenen oog in oog met ‘Het Melkmeisje’ van Vermeer. Kiran Badloe won de strijd met vriend, trainingsmaat én concurrent Dorian van Rijsselberghe. Een exclusief gesprek met Chris Froome over onder meer zijn horrorcrash. Ook lees je hoe overleven voor Johan van der Velde gesneden koek is en verteld Elsemieke Havenga hoe ze tweemaal olympisch goud had kunnen hebben. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Wielrennen

Joop Zoetemelk: ‘Ik ben me niet anders gaan gedragen’

Joop Zoetemelk (73) won veertig jaar geleden als [...]
Joop Zoetemelk (73) won veertig jaar geleden als laatste Nederlander de Tour de France. En 35 jaar terug was hij voor Mathieu van der Poel ook de laatste Hollander die de wereldtitel op de weg pakte. We gaan met Joop terug naar 1980 en 1985 en leggen hem de namen voor van mensen die een grote rol in zijn loopbaan en leven speelden. Maar we bespreken met hem ook de wielerhelden van nu. Peter Post “Ik deed in 1980 voor de tiende keer mee aan de Tour de France. Al vijf keer was ik tweede geworden en ik had er eerlijk gezegd niet meer op gerekend dat ik de Tour ooit nog zou winnen. Maar ik hoopte er natuurlijk nog wel op. In 1979 won ik immers de Vuelta.” Peter Post was de grondlegger van TI-Raleigh. In 1974 werd de ploeg opgericht met Post als veeleisende ploegleider. De ploeg groeide uit tot een van de sterksten van het peloton, met renners als Jan Raas en Gerrie Knetemann werden de overwinningen aaneengeregen. Maar de eindzege in de Tour ontbrak nog. “Peter Post had me al een paar keer benaderd. ‘Kom bij ons, kom bij ons,’ zei hij steeds tegen me. Ik vertelde hem dat ik bij mijn Franse ploeg Miko-Mercier mijn eigen programma kon rijden. Ik zat goed, vond ik. Tot Post in 1979 weer kwam. Toen waren de ploegentijdritten heel belangrijk in de Tour, de ploeg van Post won die vaak en ik verloor met mijn ploeg in 1978 en 1979 zo’n drie minuten op Bernard Hinault in die ritten. Dus ik dacht dat ik bij Raleigh in elk geval die drie minuten winst zou kunnen pakken. Zo werden we het eens. Ik wist natuurlijk hoe Post in elkaar stak. Dus toen ik tekende, heb ik hem gezegd dat hij me niet achter mijn vodden moest zitten, dat ik koersen reed voor mezelf en dat hij me vrij moest laten in de wijze waarop ik me voorbereidde, dat ik het zou doen zoals ik het altijd deed. Hij zei dat hij wist hoe ik leefde voor mijn sport en dat hij me m’n gang zou laten gaan. Hij heeft me ook nooit opgejaagd of zo.” Post had Joop maar met één doel naar zijn ploeg gehaald: hij moest de Tour winnen. Hoog waren de verwachtingen bij aanvang van de Tour van 1980 desondanks niet. “Dat ik de Tour kon winnen dat jaar, rekende ik helemaal niet op. Ik was heel slecht uit de Ronde van Zwitserland gekomen, de laatste voorbereidingskoers voor de Tour en ik had in de laatste etappes te kampen met enorme maagproblemen. Ik stond de voorlaatste dag aan de leiding, maar in de laatste etappe kon ik helemaal niet meer volgen en verloor ik de ronde. Bij het daaropvolgende NK op de weg, vlak voor de start van de Tour, was ik zo slecht dat ik moest afstappen. Meteen na dat NK ben ik even naar mijn huis in Frankrijk gegaan om mezelf zo goed mogelijk te verzorgen, maar ik had er geen enkel vertrouwen in dat ik iets zou klaarmaken in de Tour. Mijn conditie was vreselijk slecht. Dat Bernard Hinault de proloog won, was op zich niet zo verrassend. Als we allebei in topvorm waren, klopte hij me ook in de tijdrit. Maar ik was slechter dan normaal, verloor bijna een minuut en dat was veel te veel voor een proloog. In de eerste etappes ging het nog steeds niet geweldig met me. Bovendien reed iedereen in de ploeg voor zichzelf. We hadden met Raas en Knetemann natuurlijk renners die ook hun etappes wilden winnen. Jan Raas won meteen de eerste etappe. We wonnen daarna de ploegentijdrit, waardoor ik wat tijd terugpakte. Maar Hinault won de vierde etappe – de eerste echte tijdrit – en de vijfde etappe over de kasseien naar Lille.” [caption id="attachment_18131" align="alignnone" width="2325"] Achttiende etappe Ronde van Frankrijk, van Morzine naar Prapoutel. V.L.N.R.: Joop Zoetemelk, Raymond Martin & Johan van der Velde.[/caption] In de vijfde etappe, die in de stromende regen werd gereden, verloor Joop twee minuten en elf seconden op vluchters Hinault en Hennie Kuiper. Na de eerste week reed Rudy Pevenage in het geel. Maar Hinault had ruim drie minuten voorsprong op Kuiper en bijna vier minuten op Joop. “Ik heb in mijn carrière te maken gehad met twee renners die als ze in vorm waren, iets beter waren dan ik, eerst Eddy Merckx en daarna Bernard Hinault. Beiden waren met name in tijdritten beter.” Eddy Merckx “Met Merckx heb ik nog steeds geen contact. We liggen elkaar niet.” De Kannibaal won de Tour in 1969 bij zijn debuut. Een jaar later reed de anderhalf jaar jongere Joop zijn eerste Tour. Hij pakte op z’n 23ste voor het eerst het geel, maar werd uiteindelijk tweede, ruim twaalf minuten achter Merckx. In 1971 was de uitslag hetzelfde, toen zat er bijna tien minuten tussen de twee. Na een vijfde plek in 1972 en een vierde plek in 1973 leek Joop in 1974 klaar voor de eindzege in de Tour. Hij won dat jaar de Ronde van Romandië, de Catalaanse Week en Parijs-Nice. Maar in de Midi Libre ging het vreselijk mis, Joop kwam zwaar ten val. 'Met Hinault ben ik nog steeds heel goed. In de koers waren we concurrenten, maar buiten de koers collega's. Ik was op zijn zestigste verjaardag, we komen bij elkaar thuis' “In 1973 won de Spanjaard Luis Ocaña de Tour, hij was echt de sterkste, maar in 1974 was ik in topvorm en klaar om zowel Merckx als Ocaña te kloppen. Toen kwam die vreselijke val. Achteraf bleek dat ik door die val onder mijn schedel een rotsbeenfractuur had opgelopen. We reden zonder helm, destijds droeg niemand ze. Ze hadden in het ziekenhuis foto’s gemaakt, maar die breuk niet gezien. Ik heb 24 uur op een zaal gelegen zonder dat er een arts of verpleegster naar me is komen kijken. Ik lag daar nog met mijn koersbroek en koerstrui aan. Ze hebben me gewoon aan mijn lot overgelaten en nooit gedacht dat er iets ernstigs met me aan de hand kon zijn. Zo ben ik naar huis gegaan. Eenmaal thuis begon het: misselijk, overgeven, vreselijke hoofdpijn. Ik werd doodziek. Bleek dat ik een ernstige hersenvliesontsteking had opgelopen. Toen was ik wel boos. De verzekering is ook een rechtszaak begonnen, maar wat schoot ik daarmee op? Mijn jaar was kapot, ik kon dat seizoen niets meer.” Joop miste de Tour, die voor de vijfde maal werd gewonnen door Merckx. “Ik kon niets meer. Ook het jaar daarop was ik nog niet hersteld. In de eerste koersen van 1975 kwam ik telkens in de laatste groep over de finish, ik heb verschrikkelijk afgezien. Dat was ik niet gewend. Het liep voor geen meter. Ik had in de winter gedaan wat ik altijd deed, maar kon niet presteren als voorheen. Toen vreesde ik wel even voor mijn carrière. Maar ineens won ik twee etappes in de Ronde van Corsica en meteen daarna Parijs-Nice. Ik kreeg meteen na Parijs-Nice een telegram van de arts die me na de hersenvliesontsteking had behandeld en verzorgd. ‘Met Hinault ben ik nog steeds heel goed. In de koers waren we concurrenten, maar buiten de koers collega’s. Ik was op zijn zestigste verjaardag, we komen bij elkaar thuis’ Hij zei dat ik hem had verrast, dat hij het me niet had durven vertellen, maar dat hij zich had afgevraagd of ik ooit weer op topniveau terug zou keren. Ik heb er bijna drie jaar over gedaan om echt te herstellen en weer mijn grote vorm te vinden. Ik kon wel fietsen, maar niet zoals ik gewend was. Doodzonde, want in de jaren tussen Merckx en Hinault was ik daardoor niet op mijn best. In 1975 en 1977 won Bernard Thévenet de Tour en in 1976 Lucien Van Impe. Dat hadden mijn jaren moeten zijn. Ik werd in 1976 wel weer tweede in de Tour, had wel goede dagen, maar ook inzinkingen die ik normaal niet had. Pas in 1978 was ik weer op mijn oude niveau. Maar ja, toen was Hinault er en die won meteen bij zijn debuut. Het jaar daarop, 1979, noem ik wel het beste jaar van mijn carrière. Dat jaar won ik als tweede Nederlander – Jan Janssen was de eerste in 1967 – de Ronde van Spanje. Toen voelde ik al wel dat ik weer het niveau haalde van 1974 en echt mee kon doen. Maar ja, Bernard hè!” Bernard Hinault “Ik kon maar beter accepteren dat Merckx en Hinault iets beter waren dan ik. Ik heb ondanks die twee genoeg prachtige wedstrijden gewonnen. Met Hinault ben ik nog steeds heel goed. In de koers waren we concurrenten, maar buiten de koers collega’s. Ik was op zijn zestigste verjaardag, we komen bij elkaar thuis.” Over het verschil tussen beide grootheden zegt Joop: “Merckx wilde alles winnen, Hinault gaf vooraf aan voor welke wedstrijden hij ging, buiten de Tour. In die koersen stond hij er ook. Dat heb je gezien in eendagswedstrijden als Parijs-Roubaix en Luik-Bastenaken-Luik. Als hij zijn zinnen had gezet op die koersen, was hij niet te kloppen. Maar daarnaast gunde hij andere renners ook wel hun overwinningen.” Joop haalt de slotetappe in de Tour van 1979 aan. Als nummers één en twee van het algemeen klassement gingen ze er vandoor. Samen kwamen ze op de Champs-Élysées aan, met ruim twee minuten voorsprong op het peloton. “Ik zei: Bernard, jij wint de Tour, dan kun je mij de etappe wel laten winnen. Dat leek me niet zo moeilijk. Hij zei: ‘We gaan samen op de finish af en dan sprinten we erom. Ben jij de sterkste, dan win jij, ben ik de sterkste, dan win ik.’ Hij won. Waarmee ik maar wil aangeven dat als hij zijn zinnen ergens op had gezet, hij niets cadeau gaf. Daar had ik geen probleem mee.” In 1978 werd Joop tweede op bijna vier minuten van Hinault en in 1979 was het verschil tussen de twee ruim dertien minuten. In 1980 was Hinault na de eerste week op weg naar zijn derde Tourzege op rij. “Twee dagen na de etappe naar Lille wonnen wij met TI-Raleigh de tweede ploegentijdrit. De hele ploeg reed geweldig, we pakten zo’n anderhalve minuut terug op Renault, de ploeg van Hinault. Het moraal bij de ploeg was goed.” Jan Raas had al de eerste etappe gewonnen, Henk Lubberding had de derde rit gewonnen, Gerrie Knetemann had een dag in het geel gereden en in Beauvais won de ploeg voor de tweede keer de ploegentijdrit. Daarna ging Raleigh echt los. Ook na de volgende zes etappes was er champagne dankzij ritzeges van achtereenvolgens Raas, Bert Oosterbosch, nog een keer Raas, Cees Priem, Joop die de individuele tijdrit won en Knetemann. “Die etappezeges gaven rust. Gerrie won de twaalfde etappe naar Pau. Dat was vlak voordat we de bergen in gingen, dus hij was daarna ook rustig. De Kneet was net als de meeste renners in die tijd: die reden in de eerste plaats voor zichzelf en daarna pas voor anderen. Dat begreep ik ook wel. Aan Jan Raas denk ik ook met plezier terug. Hij was heel eerlijk, zei waar het op stond en dan was het klaar. Maar terug naar de Tour van 1980: het belangrijkst was dat ik in die tweede week mijn vorm terug voelde komen. Na de tiende etappe, de rit naar Bordeaux, was ik echt goed. Een dag later won ik de individuele tijdrit en pakte ik meer dan anderhalve minuut terug op Bernard.” Hinault pakte wel het geel na de tijdrit, maar Joop bracht de achterstand terug tot 21 seconden. Waar Joop steeds sterker werd, ging het met zijn rivaal juist bergafwaarts. Hinault had in de etappe door de regen en over de kasseien naar Lille veel van zijn lichaam gevraagd, hij kreeg last van een peesontsteking in z’n knie. Het peloton stond klaar om eerst de Pyreneeën en daarna de Alpen in te trekken toen Hinault in het geel besloot niet van start te gaan in de dertiende etappe. “Ik heb hem later weleens gevraagd waarom hij was afgestapt. Hij zei dat hij last had van die knie, maar dat het nog wel ging. Hij vertelde ook dat hij bijna zeker wist dat hij de Tour niet meer kon winnen.  Na de eerste week had hij ervaren dat hij in de tijdritten geen tijd meer kon winnen op mij. Hij was niet meer honderd procent en wist dat hij dan tekortkwam om mij te kloppen. Bovendien wist hij dat als hij zou doorrijden zijn knie nog verder kapot zou maken. Dan was zijn hele seizoen naar de knoppen. Hij heeft met de artsen overlegd en die adviseerden hem om af te stappen. Dat begreep ik wel.” Johan van der Velde Door het afstappen van Hinault droeg niemand het geel in de dertiende etappe. Joop weigerde het geel uit respect voor zijn rivaal. Na die rit trok Joop hem wel aan. “Pas na de rit naar Bordeaux en de tijdrit ging de ploeg echt voor mij rijden. Johan van der Velde was belangrijk in de Alpen. Zeker na die valpartij.” Van der Velde, die als nationaal kampioen rondreed in de rood- wit-blauwe trui, ontpopte zich in zijn tweede Tour tot meesterknecht. Maar in de zestiende etappe naar Pra-Loup maakte hij bergop een vreemde manoeuvre, waardoor hij zijn kopman in het geel ten val bracht. Het voorval bleef zonder gevolgen, Joop kon niet veel later weer aansluiten. In de twintigste etappe, een tijdrit, pakte Joop zijn tweede ritzege en de elfde van TI- Raleigh in de Tour van ’80. Van der Velde eindigde als twaalfde en won het jongerenklassement. Niet alleen in 1980 was Van der Velde belangrijk voor Joop, dat was hij ook vijf jaar later toen Joop in het Italiaanse Giavera del Montello op zijn 38ste wereldkampioen op de weg werd. “Ik mocht indien mogelijk voor m’n eigen kans gaan, maar echt kopman was ik nooit op het WK geweest. De avond voor de koers werd gevraagd wie zich kandidaat wilde stellen voor de status van beschermde renner. Johan van der Velde en Adrie van der Poel staken hun hand op. Johan had het puntenklassement in de Giro gewonnen, hij was echt goed, dat bleek ook wel in de koers. Ik viel tijdens het WK van 1985 samen met Giuseppe Saronni, moest nog van wiel wisselen en dankzij Jacques Hanegraaf, die op mij wachtte, keerde ik terug in het peloton. Uiteindelijk was ik toch mee in de beslissende slag. We zaten met drie Nederlanders in de kopgroep: Gerard Veldscholten, Johan en ik. Stephen Roche probeerde het en werd teruggepakt, dus gingen we met een groepje van veertien op de finish af. Het viel stil en min of meer toevallig kwam ik met wat meer snelheid uit een bocht en had ik, voordat ik er erg in had, tien meter voorsprong. In de verte zag ik de rode vlag van de laatste kilometer. Ik dacht: ik trek zo hard mogelijk door om te openen voor Van der Velde, als de Italianen me terughalen. Ik keek achterom en sprintte als het ware naar die vlag van de laatste kilometer, er nog steeds van uitgaand dat ze me terug zouden pakken. De Italiaan Claudio Corti kwam ook achter me aan, maar bleef steken op tien meter. Bij de vlag van de laatste kilometer lag ik nog steeds zo’n honderd meter voor en ook op 500 meter van de meet waren ze niet dichterbij gekomen. Nog 400, nog 300 meter, nog 200 meter; ik lag nog steeds voor. Ik dacht: ik ga hier toch niet winnen, dat kan toch niet? Ik was zelfs even bang dat er een renner voor me reed die aan mijn aandacht was ontsnapt, zozeer was ik verbaasd dat ik kon gaan winnen. Maar ik zag aan de reactie van het publiek dat ik toch echt voorop lag. Ruim voor de streep wist ik het al. Ik kon juichend de finish over. Op de streep had ik drie seconden voorsprong op Greg LeMond en Moreno Argentin, twee van de grote favorieten. Wat ik mooi vond, was dat Veldscholten en Van der Velde ook met hun handen in de lucht over de finish kwamen. Johan, die toch ook als kanshebber voor de wereldtitel van start was gegaan, was ook echt blij voor me. Ik heb iets van zeventien keer meegedaan aan het WK, geregeld zat ik in de beslissende ontsnapping, maar op m’n 38ste lukte het ineens. Nog elke keer als ik terugdenk aan die dag kan ik niet geloven dat ik toen wereldkampioen werd.” Hennie Kuiper Gerrie Knetemann pakte de hand van Joop in 1980 en samen reden ze met allebei een hand aan het stuur en één in de lucht over de streep op de Champs-Élysées. Na Jan Janssen in 1968 was Joop de tweede Nederlandse Tourwinnaar. Landgenoot Hennie Kuiper, die in 1977 in dienst van TI-Raleigh ook al tweede was geworden in de Tour, werd op 6 minuten en 55 seconden tweede. “Hennie was tevreden met zijn tweede plaats, hij wist dat ik in tijdritten en bergop net iets beter was.” Nederland was in de baan van Joop, die tot dat moment te boek stond als ‘eeuwige tweede’. “Pas nadat ik in 1980 de Tour had gewonnen, ontdekte ik het verschil tussen een eerste en een tweede plaats in de Tour. Toen ik hoorde van al die bussen met Nederlanders die naar Parijs kwamen alleen om mij te zien winnen, realiseerde ik me pas de impact van een Touroverwinning. Ik had nooit gedacht dat het zoveel teweeg zou brengen. Jan Janssen zegt weleens dat je ook na je dood voor altijd in die lijst van winnaars staat. Dat kan dan zo zijn, maar die zege heeft mij absoluut niet veranderd, ik ben me niet anders gaan gedragen.” Een jaar later won Hinault de Tour, Joop werd vierde. In 1982 boekte Hinault zijn vierde van vijf Tourzeges, terwijl Joop voor de zesde keer als tweede eindigde. “Ik was in 1981 niet helemaal hersteld van alle festiviteiten, merkte ik. Als ik had gewild, had ik na die Tourzege elke avond in een televisieprogramma kunnen zitten, maar dat was niets voor mij. Het was me in 1980 na het winnen van de Tour allemaal iets te veel geweest.” Echtgenote Dany Olympisch goud in 1968 op de 100 kilometer ploegentijdrit, de eindzege in de Tour de l’Avenir in 1969, de eindzege in de Vuelta van 1979, de wereldtitel in 1985 en in 1987 op veertig- jarige leeftijd de winst in de Amstel Gold Race staan op zijn palmares. En natuurlijk de eindzege in de Tour in 1980, plus tien etappezeges. Liefst 22 dagen droeg hij het geel in de Tour, geen Nederlander kan hem dat navertellen. In zijn biografie Joop Zoetemelk, een open boek vertelde hij dat het huwelijk met zijn eerste vrouw, die hij leerde kennen na zijn tweede plek in zijn eerste Tour van 1970 en die in 2008 overleed, niet makkelijk was en dat het invloed had op z’n wielerloopbaan. “In zijn algemeenheid kun je stellen dat als het thuis niet goed gaat, dat voor de sport niet bevorderlijk is. Ik had misschien meer kunnen winnen. Als wielrenner was ik zo’n tweehonderd dagen per jaar van huis. Ik denk dan ook dat mijn twee kinderen meer onder de thuissituatie hebben geleden dan ik.” In 2012 hertrouwde Joop met Dany, met wie hij even buiten Parijs woont en die hij in het dorp had leren kennen. “Ze vond drie koffers met al mijn truien. Ik heb de mooiste op zolder op een rek gehangen: de eerste gele trui uit de Tour de l’Avenir, de witte leiderstrui van Parijs-Nice en de eerste gele trui in de Tour. Nadat we getrouwd waren, zei ik tegen Dany: we gaan een nieuw leven beginnen en kijken niet meer achterom. Vroeger is vroeger en nu is nu. Alles verandert, dat is het leven.” Helden Magazine 52 Het verhaal van Joop Zoetemelk komt voort uit Helden Magazine nummer 52.  In de 52ste editie van Helden schittert Louis van Gaal de cover. Met hem blikken we terug op zijn indrukwekkende carrière. Ook tal van mensen die met de trainer hebben gewerkt komen aan het woord. Harrie Lavreysen, Alexander Brouwer, Niek Kimmann, Kim Polling, Kira Toussaint, Frédérique Matla, Femke Heemskerk, Ranomi Kromowidjojo, Ferry Weertman en Marit Bouwmeester zouden afgelopen zomer schitteren op de Olympische Spelen in het land van de rijzende zon. Het coronavirus gooide echter roet in het eten. Helden fotografeerde de sporters bij wie alles al een tijd draait om Tokio op een bijzondere wijze in ‘Tokiogangers’ In deze editie gaan wij ook terug in de tijd. Pieter van den Hoogenband won twintig jaar geleden olympisch goud op de 100 en 200 meter vrije slag. Daarnaast was John Heitinga met Oranje tien jaar terug dicht bij de wereldtitel en won Rinus Israel vijftig jaar geleden de Europa Cup I met Feyenoord. Het was ook dertig jaar geleden dat Mike Tyson zijn wereldtitels en zijn status van onoverwinnelijkheid verloor, bereikte Andre Agassi voor het eerst een grandslamfinale én blikken onder meer uitblinkers Dennis Bergkamp, Frank de Boer en Patrick Kluivert terug op de behekste wedstrijd uit 2000: Nederland – Italië. Verder in de 52ste editie van Helden spreken we sportief directeur van Jumbo-Visma, Merijn Zeeman. Staat Jackie Groenen oog in oog met ‘Het Melkmeisje’ van Vermeer. Kiran Badloe won de strijd met vriend, trainingsmaat én concurrent Dorian van Rijsselberghe. Een exclusief gesprek met Chris Froome over onder meer zijn horrorcrash. Ook lees je hoe overleven voor Johan van der Velde gesneden koek is en verteld Elsemieke Havenga hoe ze tweemaal olympisch goud had kunnen hebben. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.