Word abonnee

Wielrennen

Harrie Lavreysen: ‘Ik ben een betamannetje’

Marcel Krijger

Wielrennen

Harrie Lavreysen: ‘Ik ben een betamannetje’

door: Jasper Boks
3 november 2020
9 tot 14 minuten lezen

Baanwielrenner Harrie Lavreysen was ook dit jaar oppermachtig op de sprint. Hij pakte de wereldtitel op de teamsprint, individuele sprint en keirin. Hij heeft thuis nu zes regenboogtruien liggen. Dat belooft wat voor de Olympische Spelen van volgend jaar.

Wat denk je als je naar jezelf kijkt in de spiegel?
“Dikke benen! Ik ben er eigenlijk wel trots op. Niet dat ik nou denk dat vrouwen er per se op vallen, hoor. Maar als topsporter ben ik wel blij met m’n spieren.”

Wat zegt je vriendin Noor als ze je bovenbenen ziet?
Lachend: “Van haar hadden ze wel een maatje kleiner gemogen.”

Het lijkt me niet eenvoudig om een spijkerbroek te vinden met die benen van jou.
“Gelukkig zijn er stretch spijkerbroeken. Maar ik loop meestal rond in een trainingsbroek.”

Onder baansprinters bepaalt de omvang van de bovenbenen mede de status. Zitten jullie op het middenterrein naar elkaars benen te turen?
“Het is geen wedstrijdje wie de dikste benen heeft, het gaat er natuurlijk ook nog om wat je met die benen doet. Maar we letten als sprinters wel voortdurend op elkaar. Ik kijk vooral hoe kapot mijn concurrenten zijn als ze de baan af komen en hoe snel ze herstellen. En het sprinttoernooi begint altijd met de kwalificatie, een 200 meter met vliegende start. De tijden die daar gereden worden, zijn de beste indicatie wie goed is. Daar kijk ik meer naar dan naar de omvang van de bovenbenen.”

Hoe krijg je zo’n lijf als het jouwe?
“Veel mensen denken dat baansprinters die dikke bovenbenen te danken hebben aan de vele uren in het krachthonk. Daar komen we ook, hoor, maar niet meer dan twee keer in de week. We trainen op de baan bijna altijd met een heel zwaar verzet en daar krijgen we die benen van.”

Jullie hebben sinds dit jaar nieuwe, supersonische fietsen van Koga. Wat gebeurt er als jij volle bak van start gaat op een gewone racefiets?
“Die trap ik dwars doormidden. Een gewone racefiets kan de krachten die vrijkomen als ik volle bak van start ga niet aan.”

Wat gebeurt er als een gewone sterveling op jouw fiets gaat zitten?
“Dan valt hij om, zeker als je met mijn verzet voor de 200 meter met vliegende start wil fietsen. Dat verzet is echt heel zwaar: een tandwiel met 66 tanden voor en 13 achter.”

Wat voor benzine gaat er bij jou in de tank?
“Veel eiwitten, die zijn belangrijk voor het herstel. Zes of zeven keer per dag wil ik 20 tot 30 gram eiwitten tot me nemen en dat vereist een goede planning. Na de training neem ik meteen een shake en bij het ontbijt, de lunch en het avondeten neem ik extra eiwitten. Dat doe ik voor het slapengaan nog een keer.”

Tekst gaat verder onder de foto

Harrie Lavreysen

Jaloers

Dit jaar pakte je op het WK in Berlijn liefst drie wereldtitels: op de teamsprint, sprint en keirin. Het aantal regenboogtruien dat je thuis hebt liggen, kwam daarmee op zes. Hoe kijken de concurrenten naar jou?
“Ik hoop dat ze onder de indruk zijn en zelfs een beetje bang worden.”

Je sleept sinds 2017 de ene na de andere medaille binnen, dan merk je toch wel dat ze een beetje bang voor je zijn?
“Ze kijken wel tegen me op, ja. Toen we na de lockdown voor het eerst de baan weer op mochten om te trainen, had ik op Instagram verteld wat we aan het doen waren. Ik kreeg vanuit de sprintwereld meteen tal van vragen waarom we die training deden. Ze kijken dus allemaal naar wat wij aan het doen zijn.”

Je kunt alles toch beter geheimhouden tot na de Spelen, voor met name de Britten?
“We vertellen verder niet veel over wat voor trainingen we doen of welke wattages we trappen, hoor. Als we ergens komen, dan merken we door onze successen natuurlijk dat we heel goed in de gaten worden gehouden. Zelfs onze warming-up wordt vastgelegd. Maar eigenlijk ben ik niet zo bang voor de concurrentie. Ik denk niet dat als ze weten hoe we trainen, zij ineens net zo hard gaan rijden als wij.”

Waarom zijn jullie zo goed?
“Er is na de Spelen van vier jaar geleden echt vuur in de sprintploeg gekomen. We zijn heel erg op kwaliteit gaan trainen. Het niveau is zo hoog dat elke training het niveau heeft van een wedstrijd. We worden voortdurend geklokt, kunnen steeds de tijden met elkaar vergelijken. We doen het echt met elkaar, helpen elkaar omhoog.”

Dus eigenlijk is vriendschap het geheim van het succes?
“Absoluut. Ik denk dat heel veel landen jaloers zijn op hoe wij met elkaar trainen.”

Vijftien jaar geleden was Theo Bos de beste baansprinter van de wereld, daarna waren de Britten jarenlang niet te kloppen. Wie heeft ervoor gezorgd dat ‘wij’ nu de toon weer zetten?
“Oud-bondscoach René Wolff heeft een heel goede basis neergezet. Maar de breedte van de ploeg is denk ik de belangrijkste reden dat we nu zo goed zijn. Door op zo’n hoog niveau met elkaar te trainen, komen wij en onze coach Hugo Haak ook weer tot nieuwe inzichten.”

Collega-sprinters Jeffrey Hoogland, Roy van den Berg en Sam Ligtlee hebben net als jij een achtergrond als BMX’er. Is dat toeval?
“Dat denk ik niet. Het mooie van BMX’en is dat je er op jonge leeftijd mee kunt beginnen. Ik was negen toen ik voor het eerst deelnam aan een EK. Op die leeftijd zijn er in het baanwielrennen nog niet zulke grote wedstrijden. Het gevolg van op zo’n jonge leeftijd al grote wedstrijden rijden, is dat je ook al heel snel gaat leven en denken als topsporter. Toen ik op mijn achttiende de overstap maakte naar de baan, had ik die topsportmentaliteit al. Ik had mijn eigen lichaam ook al goed leren kennen. Dat geldt ook voor Jeffrey, Roy en Sam.”

BMX is een explosieve sport en er wordt om stuurmanskunst gevraagd. Zijn dat ook dingen die je hebt meegenomen naar de baan?
“Het helpt zeker. Vooral de fietstechniek en de beensnelheid tijdens het trappen in het BMX’en komen erg van pas op de baan. Ik moet wel zeggen dat het baanwielrennen zo is veranderd de afgelopen jaren, dat op de sprintonderdelen explosiviteit niet zo belangrijk meer is. Dat klinkt raar, hè. Tegenwoordig zijn de verzetten zo zwaar dat het eerder een krachtsport is geworden. Snelheid komt er natuurlijk nog wel bij kijken, maar het explosieve is langzaamaan verdwenen. We trainen ook bijna niet op explosiviteit meer. Dat was vroeger wel anders.”

Wat is jouw geheim?
“Mijn specialiteit is het zittend in een aerodynamische houding doortrappen in de bochten. Ik kan die heuphoek goed aan. Op dat vlak ben ik beter dan de rest. Dat is iets wat moeilijk te leren is, dat heb je of heb je niet.”

‘Een gewone racefiets trap ik dwars doormidden, die kan de krachten die vrijkomen als ik volle bak van start ga niet aan’

Jullie hadden een grote voorsprong op de concurrentie. Wat dat betreft is het jammer dat de Spelen zijn uitgesteld. Andere landen hebben twaalf maanden extra gekregen om het gat te dichten. Maak jij je zorgen?
“Geen moment. Je kunt ook denken: ik heb nog twaalf maanden om beter te worden. Ik ben 23, dat is voor een baanwielrenner nog steeds heel erg jong. Ik ben ervan overtuigd dat ik volgend jaar weer veel beter ben dan nu.”

Maar de Britten, Fransen en Duitsers weten wel wat voor tijd ze moeten rijden op de teamsprint. Dat hebben jullie ze bij het WK wel duidelijk gemaakt door het wereldrecord een paar keer aan te scherpen.
“Het is heel makkelijk om te zien wat voor tijden ze moeten rijden om bij ons in de buurt te komen, maar om het ook daadwerkelijk te doen is een stuk lastiger.”

Helden Magazine 54

Het eerste gedeelte van het verhaal van Harrie Lavreysen komt voort uit Helden Magazine nummer 54.  In de 54ste editie van Helden sieren Ronald en Bartina Koeman de cover van het eindejaarsnummer. Ze vertellen uitgebreid over de roerige periode die ze achter de rug hebben. Ronald verruilde het Nederlands elftal voor FC Barcelona, ze werden voor het eerst opa en oma, maar kampten ook allebei met ernstige gezondheidsproblemen.

Naast het verhaal van Ronald en Bartina Koeman lees je veel meer interviews en reportages met én over jouw favoriete Nederlandse topsporters. Zo eren ploeggenoten Suzanne Schulting, Yara van Kerkhof en Rianne de Vries hun vriendin, in de Ode aan Lara. Daarnaast spraken we Patrick Lefevere over de afschuwelijke crash van zijn topsprinter Fabio Jakobsen, is Sven Kramer begonnen aan zijn ‘last dance’, vertelt Stefan de Vrij over het geheim achter zijn succes én lees je een dubbelinterview met de blikvangers van het Nederlandse hockey: Jorrit Croon en Maria Verschoor.

Ook in de 54ste editie van Helden gingen Erben Wennemars en Marlou van Rhijn op audiëntie bij de koning van de marathon: Eliud Kipchoge én verteld Esther Vergeer over hoe haar lang gekoesterde kinderwens uitkwam en ze dit jaar werd geconfronteerd met borstkanker.

Verder legt onze Heldin van het Jaar: Anna van der Breggen uit waarom ze volgend jaar heeft besloten te stoppen en spraken we wereldkampioene Ceylin del Carmen Alvarado over de liefde, het geloof, looks en racisme. Daarnaast bracht Helden een eerbetoon uit aan een van de beste NBA-basketballers ooit: Kobe Bryant, lees je een reconstructie over de turnvendetta, behaalde Henk Gemser vele successen als schaatscoach, behoort Kimberly Alkemade tot de snelste paralympische sprinters van Nederland en autocoureur Alessandro Zanardi verteld over zijn pech als mens. Victoria Koblenko ging langs bij hockeyinternationaal Terrance Pieters en staan we stil met Sari van Veendendaal in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’.

Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 54 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Delen: