Word abonnee

Schaatsen

Thomas Krol: ‘Ik zag alles als een kaartenhuis in elkaar donderen’

Robert Prins

Schaatsen

Thomas Krol: ‘Ik zag alles als een kaartenhuis in elkaar donderen’

door: Jasper Boks & Jaap Stalenburg
8 november 2022
5 tot 10 minuten lezen

Slechte testresultaten en een wurgende onzekerheid maakten van Thomas Krol een twijfelaar in aanloop naar de Winterspelen in Beijing. Een sportpsycholoog kwam eraan te pas om hem precies op tijd te laten vlammen. De schaatser kwam terug met olympisch goud op de 1000 en zilver op de 1500 meter. En hij werd daarna ook nog wereldkampioen sprint. Openhartig praat hij over een jaar met hoge pieken en diepe dalen.

“Ik durfde niet te juichen nadat ik over de streep kwam op de 1000 meter, dacht alleen maar: please, laat het genoeg zijn. Ik werd gezien als topfavoriet voor olympisch goud. Mijn tegenstander Havard Lorentzen had ik meteen al achter me gelaten. De laatste kruising kreeg ik ook nog cadeau, ik kon me mooi op hem richten. Ik dacht in de laatste meters: ik heb gedaan wat ik moest doen, dit is ‘m. Toen zag ik mijn tijd op het scorebord: 1.07,92. Dat viel tegen, voor m’n gevoel had ik veel harder geschaatst, 1.07,50 of zo.

Ik twijfelde of die tijd genoeg zou zijn voor het podium. Na mij kwamen er nog twee ritten. Ik ben op het middenterrein met mijn vriendin gaan appen. Zij had er eerder vertrouwen in dan ik. Ze zei: ‘Ik denk dat je hem hebt.’ Ik kon van de spanning niet meer zitten, prevelde de hele tijd: please, please. Hein Otterspeer zag ik als kanshebber, maar hij kwam niet aan mijn tijd. Een zucht van verlichting. Ik wist dat ik sowieso een medaille had.

Daarna de laatste rit met daarin mijn grootste concurrent en maatje: Kai Verbij. Kai moest het opnemen tegen Laurent Dubreuil. Ik dacht aan het WK afstanden van 2019 in Inzell. Toen schreeuwde ik het uit na mijn 1000 meter, dacht ik dat ik goud had. Toen dook Kai nog onder mijn tijd. Dubreuil ging als een gek van start, zo hard dat Kai in de problemen kwam bij de wissel en meteen kansloos was.

Met nog een ronde te gaan had Dubreuil een voorsprong van 0,7 seconde. Ik dacht: waar haalt hij dit nou vandaan? Ik zei in mezelf: stort nou in, stort nou in. Mijn slotronde is mijn sterke punt, daar heb ik jarenlang knoepertje hard aan gewerkt. Slotrondes rijden is echt mijn ding. Maar ja, het gat dat hij had geslagen was groot. Dubreuil had de 500 meter, waarop hij veel beter is, vergooid en dacht: ik zie wel. Hij reed echt vrijuit. Op de streep bleek hij toch viertienden langzamer.

Goud. Ik heb het uitgeschreeuwd. Alles minder dan goud was toch wel een teleurstelling geweest, merkte ik toen. In ons appartement in het olympisch dorp wilde ik eigenlijk alles bij elkaar schreeuwen, maar ik vond dat niet gepast naar Kai toe. Hoe fantastisch was het geweest om samen op Medal Plaza te staan. Ik zag ondanks het verdriet in zijn ogen ook dat hij echt trots was op mij, dat sierde hem.

Van mijn trainer Jac Orie kreeg ik na afloop de dikste knuffel die ik ooit heb gehad. Ik dacht terug aan het Olympisch Kwalificatietoernooi van eind 2017, toen ik had gefaald. Dat was voor mij het sein dat het anders moest. Ik maakte daarna de overstap naar Jumbo-Visma en Jac. Al een jaar na die Spelen, in 2019, was ik wereldkampioen op de 1500 meter. En daarna ben ik gaan denken: als ik hier weet te winnen dan zou ik die olympische titel, waarvan ik al mijn hele leven droom, ook kunnen pakken.

Sportpsycholoog. Het olympisch jaar startte ik niet goed. Ik was begin 2021 wereldkampioen op de 1500 meter geworden en had voor aanvang van dat seizoen fantastische testresultaten laten zien. Ik trainde me in de zomer van 2021 het leplazerus, maar uit de testen van Jac bleek dat die minder waren dan een jaar eerder. Ik begon me zorgen te maken, dacht: het zal in een olympisch jaar toch niet opnieuw misgaan?

Alle testen tijdens het hele seizoen kregen voor mij zoveel gewicht. Ik zette me daardoor erg onder druk, had mezelf steeds voorgehouden dat ik er in Beijing móést staan. Misschien krijg ik maar één kans op een gouden olympische plak, hield ik mezelf voor. Vervolgens reed Hein Otterspeer ook nog eens anderhalve seconde sneller bij trainingswedstrijdjes. Toen zat ik echt in zak en as.

Ik raakte gefrustreerd, bleef maar vragen stellen aan mezelf. Wat heb ik in godsnaam verkeerd gedaan deze zomer? Is er iets geks met mij aan de hand? Ik ging het ook bij Jac zoeken, dacht: hij heeft er toch zoveel verstand van, wat heeft hij gedaan waardoor ik niet aan de testresultaten van een jaar geleden kom? 

HELDEN MAGAZINE EDITIE 64 

Het verhaal van Vanity Lewerissa komt voort uit Helden Magazine nummer 64. In het dubbeldik eindejaarsnummer wordt er teruggeblikt naar het sportjaar 2022. Naast een uitgebreid interview met Irene Schouten komen nog tal van sporters en coaches voorbij die 2022 kleur gaven. Shorttrackkampioen Suzanne Schulting en haar coach Jeroen Otter gaan in gesprek. 

Ook schaatsheld Kjeld Nuis komt voorbij. Merijn Zeeman vertelt over het succes van wielerploeg Jumbo-Visma en wat maakt Annemiek van Vleuten, die dit jaar alles won wat er te winnen viel, zo goed? Verder zijn er inspirerende sportverhalen te lezen in de vorm van een rapportage of interview van Giovanni van Bronckhorst, Luc Steins, John van ’t Schip en Hennie Stamsnijder. 

WK voetbal Special 

Daarnaast staat Helden Magazine editie 64 in het teken van het WK voetbal. In de ruim zeventig pagina’s tellende WK Special vertellen kenners als Ronald Koeman en Ruud Gullit wat Virgil van Dijk zo’n bijzondere voetballer maakt. Verder exclusieve interviews met Denzel Dumfries, Matthijs de Ligt, Cody Gakpo en balkunstenaar Soufiane Touzani. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine editie 64! 

Wil je geen geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Abonneer je nu snel en ontvang de Helden Magazine op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Blijf daarnaast op de hoogte van het recentste sportnieuws en leuke winacties door je aan te melden op onze nieuwsbrief en volg ons op onze social mediakanalen. 

 

Delen: