Word abonnee

Schaatsen

Schaatsen

Jeroen Otter: ‘Sjinkie gaan we terugzien op het ijs!’

Bevlogen. Bezeten. Verslaafd. Jeroen Otter is het [...]
Bevlogen. Bezeten. Verslaafd. Jeroen Otter is het allemaal. Hij is de man die shorttrack ademt. In aanloop naar het WK (8-10 maart in Sofia) leggen we hem zes namen voor. We spreken met hem over de tragiek van Sjinkie Knegt en het goud van Suzanne Schulting. Sjinkie Knegt “We zouden op donderdag 10 januari, een dag voor het begin van het EK, om vijf over half tien naar de baan in Dordrecht gaan voor de training toen ineens onze sportarts in tranen voor me stond. ‘Ik heb net Fenna, de vrouw van Sjinkie gesproken en er is iets ergs gebeurd met Sjinkie, hij heeft ernstige brand- wonden over zijn hele lichaam opgelopen bij het aansteken van de houtkachel.’ Ik probeerde te bekomen van de eerste schrik en tien minuten later, in de bus naar de baan, heb ik Fenna gebeld. Zij zat op dat moment in de ambulance op weg naar het ziekenhuis in Groningen. Fenna was in paniek, huilde. ‘Sjinkie stond in de fik,’ zei ze, ‘ik was ziek, lag boven en werd geroepen. Toen ik beneden kwam, zag ik Sjinkie. Ik heb meteen een pan water uit de keuken over hem heen gegooid.’ Daarna heeft ze zowel 112 als onze sportarts Karin gebeld. Vervolgens heeft ze Sjinkie met kleren en al onder de douche gezet. Daarna kwamen de traumahelikopter, om een brandwondenspecialist af te leveren, en een ambulance. Ik was in tranen toen ik Fenna aan de lijn had. Na het gesprek met Fenna meldde onze arts Karin Top dat ze meteen vanuit Dordrecht naar Groningen zou vertrekken zodat we de informatie uit de eerste hand zouden krijgen. Tegelijker- tijd moest ik schakelen, want er was ook een training gepland. Aangekomen bij de baan heb ik het alleen disciplinemanager Wilf O’Reilly verteld en besloten op dat moment de sporters nog niet in te lichten. We wisten niet genoeg over zijn situatie. Ik hield wel rekening met het ergste, ook omdat er niet werd gezegd dat de situatie níet levensbedreigend was. Hoe gek het ook klinkt, daarna moest de training beginnen. Er kwam meteen iemand van de ISU op Wilf af en die zei: ‘Verschrikkelijk wat er met Sjinkie aan de hand is.’ Ik schrok me rot, dacht: gaat de boel nu al ontploffen? Die man bleek het te hebben over het ongeluk met de vorkheftruck. Ja, dat had hij een maand eerder ook nog. Bij het klussen kwam hij klem te zitten tussen de heftruck die naar achter kwam en het kozijn van z’n schuurdeur. Het gevolg: een zware spierblessure aan z’n linkerbeen. Bizar allemaal. Niemand zag iets aan me tijdens de training. Hoe het me is gelukt, weet ik niet, maar ik heb tijdens die training Sjinkie even uit mijn hoofd weten te zetten. Tijdens wedstrijddagen kan ik nooit lang blij of teleurgesteld zijn, omdat ik meteen weer door moet schakelen naar de volgende wedstrijd. Wellicht dat ik emoties daardoor uit kan schakelen. Maar toen ik van het ijs stapte, zat Sjinkie meteen weer in m’n hoofd. Na de training was de persconferentie. Ook toen besloten we de sporters nog niet te informeren. We wisten ook: Sjinkie woont in Bantega, een dorpje van niks waar iedereen elkaar kent. Dat er een ambulance en helikopter bij Sjinkie waren geweest, zou elk moment uit kunnen komen. Ik heb de atleten een kwartier na de persconferentie, die voorbij was om drie uur, naar beneden geroepen en het verteld. Het was doodstil, ik zag de tranen lopen. Zelf kon ik het ook niet meer drooghouden. De pers ving op dat moment ook berichten op dat Sjinkie bij het brandwondencentrum was. De NOS, zowel tv als radio, heb ik te woord gestaan. Daarna moest ik meteen door naar de teamleaders-meeting, want ja, dat EK ging ook gewoon door. Daar was het nieuws over Sjinkie inmiddels ook bekend. M’n telefoon bleef ondertussen maar gaan. Sjinkie heb ik die donderdag niet geappt. Hij was het zelf die op vrijdagochtend een bericht stuurde in de groepsapp van de ploeg. ‘Jongens, ik ga het volgen, succes,’ stuurde hij volgens mij. Dat bericht van Sjinkie zorgde voor een golf van opluch- ting bij iedereen. Tijdens de wedstrijden lukte het me opnieuw om me van Sjinkie af te sluiten. Ik schrok er later best van. Mij is duidelijk geworden dat ik bijna schizofreen ben. Als coach kan ik de emoties helemaal uitschakelen, terwijl ik na de wedstrijden meteen vol kon schieten als iemand me vroeg naar Sjinkie. Ondertussen begon Sjinkie zich gedurende het EK steeds meer te roeren op de app. Op zondag ging hij zelfs helemaal los. ‘Slechte beslissing!’ En: ‘Hoe kun je dat nou doen!’ Dat soort berichten verstuurde hij vanaf de intensive care, begreep ik. Hij had een tv en een laptop en kon, hoewel z’n ogen, zoals ik begreep, helemaal dichtzaten, toch wat zien. Na de wedstrijden op zondag heb ik de pers te woord gestaan, toen begreep iedereen gelukkig dat het niet alleen over Sjinkie moest gaan. Vervolgens ben ik naar het traditionele banket gegaan. En voor ik ging slapen heb ik nog even gekeken wat er allemaal was geschreven, want tijdens het toernooi sluit ik me daar voor af. Ook heb ik alle appjes beantwoord. Veel collega- coaches hadden berichtjes gestuurd. En ik heb iedereen een persoonlijk berichtje teruggestuurd. ‘De gouden medaille van Suzanne heeft zoveel goeds in haar losgemaakt. Vorig jaar stond er een meisje, dit seizoen is Suzanne een vrouw’ Helden Magazine 45 Het eerste gedeelte van het verhaal van Jeroen Otter komt voort uit Helden Magazine 45 waar Memphis Depay de cover siert. Depay laat zin wie hij echt is. Een verhaal over het geloof, zijn jeugd, familie, imago, Oranje en Louis van Gaal. Verder in de 45ste editie van Helden, Rico Verhoeven en Max Verstappen gingen de verbale strijd met elkaar aan, schaatser Kai Verbij over de Spelen en de Europese titel sprint, Jac Orie is een garantie voor succes, schaatsster Antoinette de Jong over haar jeugd waarin ze werd gepest om haar rode haren, baanwielrenster Kirsten Wild, tennisser Alexander Zverev, en wielrenner Lars Boom ging in gesprek met Victoria Koblenko. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Schaatsen

De successen van coach Jac Orie

Hij is sinds 2002 de architect van tal van olympische en [...]
Hij is sinds 2002 de architect van tal van olympische en wereldtitels. Jac Orie, meerdere keren gekozen als Coach van het Jaar, doet het op zijn manier. We schotelden de schaatstrainer van Team Essent foto’s voor. Een verhaal uit het archief. 21 FEBRUARI 2010 Mark Tuitert wint olympisch goud op de 1500 meter in Vancouver. “Toen ik in 2002 bij SpaarSelect begon als trainer, waren er zoveel problemen binnen de familie van Mark. Ik had al heel snel een hechte band met hem. Weet je wat Mark tegen me zei toen hij won? ‘Je hoeft niet gek te zijn om te winnen.’” Voelde hij als een zoon voor je? “Zo ga ik hem niet noemen, maar er was een groot vertrouwen over en weer. Ik heb altijd gezegd dat die perfecte race in hem zat. Dat die eruit kwam op de Spelen was zo mooi. Favoriet Shani Davis moest nog rijden, maar we wisten al: meer hadden we er niet uit kunnen halen. Al een half jaar voor die race hadden we de rondetijden opgeschreven die nodig waren om te kunnen winnen. En die reed Mark daar in Vancouver.” Twee jaar na het goud stapte Tuitert over naar de ploeg van Gerard van Velde. Jullie waren in gesprek met een nieuwe sponsor toen hij besloot toch voor Beslist.nl te kiezen. Kwam de breuk ook harder aan door de band die jullie hadden? “Ik zou liegen als ik dat nu zou bestempelen als een zakelijk conflict. Vertrouwen en loyaliteit staan bij mij hoog in het vaandel. Het verdiende niet de schoonheidsprijs hoe we uit elkaar gingen. Het raakte me zeker.” Als je jouw vertrouwen schaadt, dan is het klaar? “Daar kan ik niet goed mee omgaan, dat is mijn achilleshiel. Ik ben heel zwart-wit.” Hoe is het contact nu met Tuitert? “We sms’en elkaar weleens en als ik Mark tegenkom, is het goed. Ach, iedereen gaat toch weer z’n eigen weg.” NOVEMBER 1986 Jac Orie, Thomas Bos en Ben van der Burg (v.l.n.r.) ofwel: ‘de Haagse bende’. Alle drie zijn ze geboren in 1968, kwamen ze uit voor het gewest Zuid-Holland en Jong Oranje. “Als ik die gasten zie, word ik meteen vrolijk. Wat hebben we een lol gehad. We waren met recht de Haagse bende, lieten ons niet makkelijk opzij zetten door de gevestigde orde.” Was jij een goede schaatser? “Als junior deed ik het wel goed. Maar een beet van onze rottweiler en een valpartij met de fiets hebben heel veel invloed gehad op m’n schaatscarrière. Door die beet, die ik kreeg toen we met een stok aan het spelen waren op het strand, liep ik een bloedvergiftiging op waar ik heel lang last van heb gehad. De antibioticakuur was zo hard bij me binnengekomen dat ik een tijd lang buikloop kreeg als ik me daarna te veel inspande.” Heb je er lang last van gehad dat in jou geen wereldkampioen schaatsen schuilde? “Nee. Ik heb later al mijn dagboeken nog eens doorgekeken en doorgerekend. Dat er meer in had gezeten, is wel duidelijk. Maar dat geldt ook voor Thomas en Ben. We wilden allemaal zo snel mogelijk vooruit. Maar er was nog niet de kennis om het maximale uit jezelf te halen zoals die er vandaag de dag is. Als je tegen mij zei dat ik wereldkampioen kon worden door op de racefiets op en neer naar Moskou te rijden, dan pakte ik meteen m’n fiets. We zaten thuis video’s te bekijken van schaatsers als Oleg Bozjev, Hein Vergeer, Hilbert van der Duim en Igor Zjelezovski en gingen daarna het ijs op. We hebben onszelf gesloopt, denk ik.” Dacht jij: als ik niet de beste schaatser kunt worden, dan word ik maar de beste schaatstrainer? “Helemaal niet. Toen ik stopte, wilde ik even niets met schaatsen te maken hebben. Ik ben eerst bewegingstechnologie en daarna bewegingswetenschappen gaan studeren. Ik heb mezelf in die jaren opgesloten in de bibliotheek van de Vrije Universiteit. In aanloop naar de Spelen van Salt Lake City in 2002 kwam ik weer in aanraking met het schaatsen. Toen ik schaatstrainer werd, dacht ik wel: het moet in elk geval anders dan zoals ik het als schaatser deed.” ‘Ik heb een stellage in m’n tuin gebouwd met touwen, ringen, een monkey bar. Daarin spelen de kinderen apenkooi. En ik doe zelf soms ook mee. En m’n vrouw ook!’ 10 februari 2014 Jac Orie met zijn oud-pupil Gerard van Velde op het podium van het Holland House in Sochi tijdens de huldiging van de 500 meter. Links olympisch kampioen Michel Mulder. “Gerard is er de schuld van dat ik schaats- trainer ben geworden. Martin Hersman kwam voor de Spelen van 2002 vragen of ik eens met Gerard aan de slag wilde, want hij kon niet overweg met de klapschaatsen die net geïntroduceerd waren. Ik schreef de programma’s van Gerard en deed de trainingen en Geert Kuiper deed de coaching. Ook Martin en Rintje Ritsma hebben geholpen. We hebben hem aan de praat gekregen met als ultieme beloning olympisch goud op de 1000 meter in Salt Lake City.” Had jij gedacht dat Van Velde daarna trainer zou worden? “Nee, ik had niet verwacht dat hij dat leuk zou vinden.” Je komt elkaar vaak tegen op het of rond het ijs. Hebben jullie nog geregeld contact? “We praten even als we elkaar zien, maar niet veel. Amper eigenlijk.” Overleg jij niet met andere coaches? “Nooit gedaan. Geen enkele schaatscoach overlegt. Neem Gerard Kemkers. Ik heb en had hem hoog zitten als schaatstrainer. Tegelijkertijd hadden we een heftige concurrentiestrijd. Ik vond die strijd geweldig. Het is tussen Gerard en mij ook nooit persoonlijk geworden. Althans, zo heb ik het nooit ervaren. Maar contact? Nee, dat hadden we niet.” Heeft die strijd met Kemkers jou een betere trainer gemaakt? “Het is niet zo dat ik keek naar hoe hij het deed. Ik vind: je hebt een filosofie, je probeert als coach bij je visie te blijven en ondertussen leer je. Van kopiëren leer je niks. Kopiëren is plakken en knippen, dan ‘voel’ je het niet. Je zult me echt niet horen zeggen dat mijn methode de beste is. Op een andere manier kan het ook.” Zie je Van Velde nu als je concurrent? “Ik word betaald om het beste uit mijn schaatsers te halen. Dan kan ik toch niet van twee walletjes eten? Schaatsers die bij mij in de ploeg hebben gezeten vragen nog weleens of ik naar de rondingen van hun schaatsen of programma wil kijken. Doe ik niet. Kan niet. Dat betekent niet dat ik een hekel heb aan mensen die niet bij mij in de ploeg zitten, hoor. Ik doe vriendelijk tegen ze, maar ga ze niet wij- zer maken.” 12 februari 2014 Stefan Groothuis wint olympisch goud op de 1000 meter in Sochi. [caption id="attachment_22129" align="alignnone" width="2560"] Beeld: ANP[/caption] “Volgens mij kwam er geen normale zin uit toen Stefan won. Alleen maar gevloek. Een absurde ontlading. Als ik aan het traject met Stefan denk is het eerste woord dat me te binnen schiet: hobbels. Grote hobbels! Stefan was dedicated tot het ongezonde aan toe. We haalden hem in 2008 binnen met een bijna doorgesneden achillespees. Hij kwam terug, was heel goed in aanloop naar de Spelen. Maar Vancouver werden zo’n drama voor hem, doordat hij vlak ervoor ziek was geweest. Ik kon dat slecht verkroppen, heb na afloop in de kleedkamer wat dingen door de lucht laten vliegen. Stefan nam ik niets kwalijk, dat hij onder die omstandigheden nog vierde werd op de 1000 meter was al ongekend. En na de Spelen kreeg hij een depressie. Om dan zo terug te keren... Ik gunde het die jongen zo ontzettend.” Hoe ging jij als zijn trainer met die depressie om? “Het was een heel ingewikkelde situatie, waarin vooral de specialisten Stefan moesten proberen te helpen. Ik zei ook: ik wil je waar mogelijk ondersteunen en helpen, maar dit is ook voor mij andere koek.’ Het was een heel precaire situatie, dit was niet even een ‘dingetje’.” Is het jouw specialiteit om sporters die mentaal in de knoop zitten op te lappen en kampioen te maken? “Als je mijn track record kijkt, zou je dat misschien denken. Maar ik selecteer ze er niet op, hoor.” In het AD zei je dat het werken met sporters eigenlijk hetzelfde is als het maken van tomatensoep. ‘Het maakt niet uit of er een deuk in de pan zit, het zijn uiteindelijk de ingrediënten die bepalen of de soep goed is.’ “Nog een vergelijking: je hebt appels die er in de winkel geweldig uit zien, maar die als je er een hap van neemt, niet zo lekker zijn als je had gedacht. En je hebt ook reform appels, die zien er niet zo mooi uit, maar zijn wel heel erg lekker. Zo is het ook met sporters. Het gaat niet om de buitenkant, maar om wat er in zit. Je hoort mensen ook vaak zeggen dat in de topsport details het verschil maken. Onzin! Details zijn de ruis van het systeem. Het gaat om grondvoorwaarden, om de basis. Dát is bepalend. Ik redeneer zo: als je iets bestempelt als een detail dat het verschil maakt, is het dus een basisvoorwaarde. Het is misschien wat minder romantisch om het zo weg te zetten.” 12 november 2017 Carlijn Achtereekte en Jac Orie tijdens de wereldbeker in op de 3000 meter in Heerenveen. “Carlijn had last van haar keel. Ik keek en zag een aft. Daar maakte ik een foto van, zodat ze het zelf kon zien. Die foto stuurde ik daarna meteen door naar onze sportarts.” Achtereekte won in Pyeongchang heel verrassend olympisch goud op de 3000 meter. Ze klopte een jaar voor de Spelen bij jou aan omdat ze al een tijdje zoekende was en ze hoopte dat jij haar kon helpen. Waarom besloot je haar in de ploeg op te nemen? “Ik had haar niet op het oog toen ze aanklopte, maar Carlijn raakte mij door te zeggen dat ze er altijd naast zat met haar periodisering. Ze had gewoon een heel goed verhaal. Het heft in eigen hand nemen is voor mij al stap één op weg naar succes.” Stap twee is dat jij jouw rekenmodel erbij pakt, toch? “Klopt. Ik maak altijd indexen. Daarmee kan ik bereken wat de kansen zijn van iemand, afgaande op wedstrijden. Volgens mijn berekening hoefde Carlijn maar een kleine stap te maken om succesvol te kunnen zijn.” Met de ‘Orie-coëfficiënt’ in de hand neem je een besluit? “Ja. Door de jaren heen heeft mijn index me niet vaak bedrogen.” Jij neemt niet genoegen met iemand die je kunt helpen naar een vijfde plek op de Spelen? “Wij hebben een commerciële ploeg. Als ik wil dat geldschieters met ons in zee gaan, dan moeten mijn schaatsers succes hebben. Ik moet dus verantwoorde keuzes maken, want anders breng ik de hele ploeg in gevaar.” Je zei ‘ja’ tegen Achtereekte, maar waarom heeft Ireen Wüst nooit onder jou getraind? “Ik heb wel twee keer een gesprek met haar gevoerd.” Wij geloven niet dat de index bij Wüst aangaf dat ze geen kans op succes had... “Nee, ze is een van de grootste schaatsers ooit. Ireen maakt onderdeel uit van mijn standaard, mijn berekeningen zijn deels afgestemd op haar tijden. Maar toch is het niet tot een samenwerking gekomen. Je hebt ook te maken met ambities van de ploeg, de samenstelling van de ploeg en met de voorradige budgetten. Nou, we kregen het niet voor elkaar om Ireen binnen de ploeg te passen.” 15 februari 2018 Sven Kramer loopt weg na de voor hem dramatisch verlopen 10.000 meter in Pyeongchang, waarop hij uiteindelijk zesde werd. Helemaal links een balende Orie. “Sven was de twee jaren voor de Spelen zo goed, maar kon er niet volledig voor gaan op het moment dat het echt moest. Ik zag na twee ronden al dat het niet ging lukken. Die race kwam zo hard bij me binnen. We hadden het misschien aan kunnen zien komen. Sven had veel last van zijn rug, een van de tussenwervels had een tik gehad door een harde val op de fiets vlak voor aanvang van het seizoen. Maar het gevoel dat het weleens mis kon gaan, had ik gewoon uitgeschakeld.” Hoe stond jij tijdens zijn rit op de kruising? “Ik deed wat ik moest doen, maar had hetzelfde gevoel als in Vancouver, toen het niet lukte met Stefan Groothuis die door ziekte alles in de soep zag lopen.” Wat zei hij na die tien kilometer? “’Kut, het ging niet.’ Meer hoefde Sven ook niet te zeggen.” We hebben het over de tien kilometer, gaan er allemaal bijna aan voorbij dat Kramer ook olympisch kampioen op de 5000 meter is geworden. “Belachelijk toch? Sven is de eerste die drie keer op rij olympisch goud op de vijf kilometer heeft weten te winnen. Dat iedereen het over die tien kilometer heeft, komt ook doordat Sven zich een ongelooflijke druk oplegt. Hij heeft vooraf ge- roepen dat het een mislukking was als hij die gouden medaille op de 10.000 meter niet zou pakken. Ja, dan gaat iedereen daar in mee.” 19 februari 2006 Marianne Timmer pakt haar derde olympische titel. Na twee keer goud in Nagano in 1998 wint ze in Turijn de 1000 meter.  “Voor de buitenwacht was het misschien verrassend dat Marianne acht jaar na Nagano opnieuw olympisch goud pakte. Ze reed daar in Turijn een race... On-gekend. Het was: pam! Weg was Marianne. Alles wat we er in een paar jaar aan training en kennis in hadden gestopt, wist ze op een sublieme wijze bij elkaar te krijgen in die rit. Die race benaderde de perfectie. Dit succes kwam vlak na de breuk met Erben en deze titel kon ik wel even gebruiken, hoor.” Ook Timmer zat op dood spoor toen ze bij je kwam, toch? “Ja. Marianne was ‘ondertrained’ toen ze bij ons binnen kwam. Ze sleepte ook nog een staart van problemen achter zich aan. Maar ze had ook een waanzinnig weerstandsvermogen. Marianne reageerde het beste als ik tegen het botte aan eerlijk was. Ik zei gewoon waar het op stond. Daar kan niet iedereen goed mee overweg. Marianne wel, die houdt niet van lulverhalen.” Waarom was zij zo goed? “Allereerst had ze een ongekend talent. Marianne presteerde daarnaast het best als de druk het hoogst was. Zoals Ireen Wüst dat ook heeft en Annette Gerritsen in haar goede tijd ook.” 7 februari 2015 Kjeld Nuis heeft in Heerenveen de wereldbeker op de 1000 meter gewonnen.   “Ik denk dat veel mensen een paar jaar terug niet een olympisch kampioen in hem zagen. Kjeld kwam binnen als een twijfelaar. In Jong Oranje lukte het niet zo goed met hem. Er werd veel meer naar generatiegenoten Jan Blokhuijsen en Koen Verweij gekeken. Kjeld heeft er keihard aan gewerkt om te komen waar hij nu is. Zijn mentale gesteldheid richting een wedstrijd is nu zoveel beter dan voorheen.” Wat was jou reactie toen Nuis een paar jaar terug vertelde dat hij de hulp van  een psycholoog in ging schakelen? “Prima. We wilden toch winnen? En het heeft hem ook echt geholpen. Ik heb alleen gezegd dat ik wilde samen- werken met die psycholoog, zodat ik controle hield over het hele traject.” Wanneer dacht je bij Kjeld: nu heeft hij niveau om olympisch kampioen te worden? “Twee jaar voor de Spelen, toen hij die veldslagen had met Pavel Kulizhnikov. Vanaf dat moment begon het allemaal samen te vallen op mentaal, fysiek en technisch vlak.” Medaille alarm Tijdens de Winterspelen gaan we los met onze grootste kortingsactie ooit. Bij elke medaille van een Nederlandse atleet hoort een beloning voor jou. Doe mee en profiteer direct.Zo werkt het: 🥇 Goud 50% korting op een jaarabonnement Vijf nummers voor slechts €22,50 🥈 Zilver Vraag een gratis editie aan van HELDEN, Formule 1 Magazine, Fiets of Procycling 🥉 Brons 20% korting + gratis verzending op een nummer naar keuze ⏰ Let op: elke actie is slechts 24 uur geldig. 👉 Houd onze Instagram Storiesin de gaten en mis geen medailledeal.

Schaatsen

Kjeld Nuis: ‘Held Kjeld’

  Het was lange tijd ‘net niet’. Talent had hij genoeg, [...]
  Het was lange tijd ‘net niet’. Talent had hij genoeg, maar op de momenten dat het echt moest, ging het vaak mis. Totdat Kjeld Nuis in Pyeongchang naar olympisch goud op de 1000 en 1500 meter snelde. Mede dankzij vriendin en ex-Miss Nederland Jill en zoon Jax. Voor ons is Kjeld Nuis de Held van het Jaar. “Yes, [...]

Schaatsen

Sven Kramer: ‘Ik wil een goede vader zijn’

Het was een bewogen jaar voor Sven Kramer. Hij [...]
Het was een bewogen jaar voor Sven Kramer. Hij pakte in 2018 voor de derde keer op rij olympisch goud op de vijf kilometer. Een record. Maar op de tien kilometer slaagde hij er opnieuw niet in de ontbrekende olympische titel te pakken. Maar 2018 is bovenal het jaar waarin hij vader werd. Papa Sven. Op 21 oktober werden zijn vriendin en oud-hockeykampioen Naomi van As en hij de trotse ouders van dochter Kae. Voortaan gaat Sven Kramer zijn schaatscarrière combineren met het vaderschap. “Het is natuurlijk een hele omslag Ik heb altijd helemaal voor mijn sport geleefd, dat is mijn kracht geweest. Vanaf mijn achttiende draaide alles om schaatsen, daar heb ik nauwelijks concessies aan hoeven doen. Ik denk ook niet dat ik dat moet kwijtraken nu Kae er is, maar er komen wel belangrijke dingen bij. Ik zie dat alleen maar als een verrijking. Ik denk dat ik er klaar voor ben, maar dat zal iedereen die net vader is van tevoren zeggen.” Je hebt lang gedacht: eerst die Spelen van 2018 en dan kinderen? “Ik vind dat als je die keuze maakt om vader te willen worden, je er ook echt moet kunnen zijn voor het kindje. Het vaderschap kun je er niet even bij doen. Ik wil een goede vader zijn en eerder in mijn carrière dacht ik dat ik dat niet kon zijn in combinatie met de sport. Daar ben ik thuis eerlijk over geweest. ‘Daar wachten we nog even mee,’ heb ik gezegd. Daar had ik met Naomi weleens discussie over, dat kan ik niet ontkennen.” Waarom is het schaatsen nu wel met het vaderschap te combineren? “Ik word ouder en ik kan niet ontkennen dat een ander deel van m’n carrière is aangebroken. Naomi is nu ook wat langer gestopt met hockey, dus we hebben iets meer rust en ik denk dat dat beter is voor ons.” 'We zijn nu op een punt aanbeland dat het niet heel grappig meer is voor mij. Patrick Roest is een serieuze concurrent geworden’ Was je even vergeten dat de camera’s op je gericht stonden toen je dat bolle-buik-gebaar deed na afloop van het goud op de 5000 meter tijdens de afgelopen Spelen? “Toen wisten wij echt nog niet dat Naomi zwanger was. Ze was het overigens al wel, maar dat wisten wij nog niet.” Hoe wil jij je kinderen opvoeden? “Er zijn ruim zeven miljard mensen op de wereld, met de meesten van hen is het redelijk goed gekomen, dus dan zal het bij ons toch ook wel goed komen? Dat klinkt misschien een beetje ongeïnteresseerd, maar ik denk dat het beter is als we het over ons heen laten komen.” Ga je dit seizoen wat schaatsen betreft rustiger aan doen door je thuissituatie? “Hier hebben we natuurlijk over gesproken. Er zijn genoeg voorbeelden van fulltime sporters die het thuis prima hebben geregeld. Ik heb heel veel vertrouwen in Naomi. Zij staat er ook achter dat ik als vanouds het seizoen in ga.” ZWAKKE RUG Er staat een vette streep onder het vorige seizoen waarin zijn derde olympische titel op de 5000 meter voor Sven niet opwoog tegen zijn pijnlijke 10 kilometer, waarop hij nog altijd wacht op goud. “Ik heb over het olympisch jaar een dubbel gevoel, want ik had een van mijn allerbeste seizoenen in het voor olympisch jaar. Het is niet gelukt die lijn door te trekken.” Je komt terug met goud, maar nu overheerst toch die teleurstellende 10 kilometer, waarop je na de foute wissel in Vancouver en het zilver in Sochi absoluut goud wilde halen. “Het zit hem niet zozeer in die 10 kilometer, maar vooral in alle fysieke ellende in de aanloop naar de Spelen. Ik heb voor de Spelen te veel ongemakken gehad, met name aan m’n rug. Daardoor heb ik er niet uit kunnen halen, wat er conditioneel en qua vermogen wel in zat.” Sven laat op zijn telefoon een foto zien die de ramp- spoed in het olympisch jaar treffend illustreert. We zien een bont en blauwe rug, het gevolg van zijn val in september 2017 tijdens een trainingsrit in de buurt van Joure. “In april 2017 fietste ik een zware koers in Drenthe. We moesten ook over keien rijden en het ging die dag hartstikke goed. Totdat ik in de laatste drie kilometer op m’n bek ging. Ik brak m’n sleutelbeen en moest worden geopereerd. Daar kwam dus in september die tweede val met de fiets overheen. Bij Joure reed een jochie met oortjes in. Terwijl hij muziek luisterde, zat hij ook nog eens met losse handen op de fiets. Hij slingerde en knalde tegen m’n ploeg- genoot Chris Huizinga aan. Ik raakte daardoor het achterwiel van Chris en viel op het sleutelbeen dat ik in april had gebroken. Helden Magazine 44 Het eerste gedeelte van het verhaal van Sven Kramer komt voort uit Helden Magazine 44 waar Kjeld Nuisde cover siert. Nuis is de Held van het Jaar geworden. De tweevoudig olympisch kampioen kent ook de andere kant van de medaille. Verder in de 44ste editie van Helden, Tom Dumoulin over zijn successen, de Tour en de Giro, Virgil van Dijk de aanvoerder van het vernieuwde Oranje en Liverpool, schorttrackster Suzanne Schulting, tennisster Kiki Bertens, de winnaar van de Ronde van Vlaanderen Niki Terpstra, handbalster Yvette Broch, de successen van de Nederlandse sportvrouwen, zwemmer Nyls Korstanje, bokser Peter Müllenberg, voetballer Davy Klaassen, Raymond van Barneveld ging in gesprek met Victoria Koblenko, en Frenkie de Jong en vriendin Mikky ontmoeten Wendy Rommedahl. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Hockey

Rizwan, Rashid en Heather: ‘Vreemde eenden’

Mijlenver van huis, een vreemde taal en familie en vrienden [...]
Mijlenver van huis, een vreemde taal en familie en vrienden missen. De Pakistaanse hockeyers Rizwan Muhammad en Rashid Mehmood en de Amerikaanse schaatsster Heather Bergsma-Richardson weten er alles van. Ze verlieten hun land van herkomst om in ons kikkerlandje de top in hun sport te bereiken. “In 2014 ben ik officieel naar Oldeboorn in Friesland verhuisd, toen waren Jorrit en ik al twee jaar een stel. Een jaar later zijn we getrouwd,” zegt de Amerikaanse schaatsster Heather Bergsma-Richardson (29), de vrouw van schaatser Jorrit Bergsma. Voor die tijd kwam ik al veel in Nederland vanwege het schaatsen. Ik vond het heerlijk om te fietsen in deze mooie omgeving. En het viel me op dat Nederlanders zo vriendelijk zijn. Jorrit woont al zijn hele leven in Oldeboorn. Ik kom uit High Point in North Carolina, een stad met meer dan honderdduizend inwoners. Een groot verschil met dit dorpje. Als ik weer even terug ben in Amerika moet ik altijd wennen aan het drukke verkeer. In Oldeboorn zijn geen stoplichten en rijden nauwelijks auto’s. Ik hou van die rust. Waar ik in het begin wel aan moest wennen was de kerkklok die ieder uur afgaat. Ik werd er telkens wakker van. En ik miste mijn familie heel erg, vooral tijdens die grijze herfstdagen. Dat gemis is er helaas niet minder op geworden. Maar inmiddels begint Nederland als mijn land te voelen. Als ik land op Schiphol voelt het als thuiskomen. Helden Magazine 43 Het eerste gedeelte van het verhaal van Rizwan, Rashid & Heather komt voort uit Helden Magazine 43 waar Max Verstappen de cover siert. Verstappen is nog maar twintig en overal waar hij komt, heerst gekte. Wat als hij wereldkampioen wordt? Verder in de 43ste editie van Helden, alleskunner Mathieu van der Poel over vader Arie, Peter Sagan en meer, de Amsterdamse Kroonjuwelen Donny van de Beek, Frenkie de Jong en Matthijs de Ligt, turner Epke Zonderland, Sepp Blatter, volleybalvrouwen Anne Buijs & Robin de Kruijf, golfer Joost Luiten, voetballer Neymar, Karsten Kroon wil het theater in met zijn vriendin, golfsurfster Eveline Hooft, jong talent Alida van Daalen, de Nederlandse 3x3 basketballers, wielrenster Ellen van Dijk, oud-voetballer John van ’t Schip over PEC Zwolle, Marco van Basten en Johan Cruijff en Barbara Barend ontmoet Sherida Spitse en haar vrouw, Jolien. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Schaatsen

‘Niet slecht voor een Italiaan’

Hij is de grootste Italiaanse schaatser ooit, werd een keer [...]
Hij is de grootste Italiaanse schaatser ooit, werd een keer Europees kampioen allround en zeven keer tweede op een WK. En hij won in 2006 drie olympische medailles, waarvan twee gouden, op de Spelen van Turijn. Toch is Enrico Fabris (36) geen nationale held. Helden zocht de in 2011 gestopte schaatser op in zijn geboortedorp Roana. Als de snelweg ophoudt, beginnen de haarspeld­ bochten. Met elke bocht wordt het uitzicht spectaculairder. Uitgestrekte groene weides waar je in het voorjaar het gerinkel van koebellen verwacht, kleine witte kerkjes met de voor deze streek zo typische losstaande torens en beneden in de verte de stad Vicenza. De huizen met de grote houten balkons, dakkapellen en puntdaken doen eerder Oostenrijks dan Italiaans aan. Dit Italië is ver van de drukte en stress, van het alles omvattende voetbal. Dit is schaatsend Italië. In Roana is het verlaten, iedereen zit aan de pasta. Enrico Fabris staat in de deuropening te wachten. Hij is met zijn 1,88 meter boomlang voor een Italiaan. “Koffie?” Enrico viel niet alleen op door zijn lengte, maar ook omdat hij voor langebaanschaatsen koos, terwijl veel van zijn leeftijdgenoten er als kind van droomde om voetballer te worden. Of wielrenner. “Italië is zeker geen schaatsland,” vertelt Enrico, “maar hier in de Italiaanse Alpen is schaatsen een traditie. Het komt uit de tijd dat er alleen nog op natuurijs werd geschaatst. In Nederland wordt op grachten geschaatst, hier op de Alpenmeren. Hier in Roana is ook een meertje en dus is er een ijsclub. In Asiago, iets verderop, is ook een kleine ijsbaan. Daar heb ik mijn eerste shorttrackwedstrijden geschaatst. Langebaanschaatsen is in Italië een kleine, geïsoleerde sport. Hier zijn zo’n honderdvijftig langebaanschaatsers, dus het heeft weinig zin om de vergelijking met Nederland te maken, waar schaatsen een nationale sport is.” De caffettiera sist. De koffie is klaar. “Suiker?” Enrico is officieel politieman en krijgt een maandelijks overheidssalaris. Eigenlijk is hij, net als bijna alle andere Italiaanse olympische sporters, een soort staatsamateur. Hij is door de overheid vrijgesteld van politiewerk en kon zijn tijd besteden aan sporten of, zoals nu, aan het coachen van de Italiaanse schaatsploeg. “Ik word wel betaald voor wat ik doe, hoor,” zegt Enrico een beetje gepikeerd. GIANNI ROMME Enrico begon op zijn zevende met schaatsen. Eerst als shorttracker, vanaf zijn twaalfde kwam daar langebaanschaatsen bij. “Ik heb altijd meer van de langebaan gehouden, ik houd van de confrontatie met mezelf, zonder elementen die dat kunnen verstoren. Langebaanschaatsen is misschien wat saaier dan het shorttrack, maar het is wel veel eerlijker. Je bent zelf verantwoor­delijk voor je prestatie, kunt niet door de fout van een ander uitgeschakeld worden.” De liefde voor het langebaanschaatsen werd aangewakkerd door zijn grote held, die andere grote Italiaanse schaatser Roberto Sighel, en door Gianni Romme. “In 1998 zag ik Gianni de vijf en tien kilometer winnen in Nagano en dacht: dat wil ik ook. Ook al was de tien kilometer niet mijn afstand, ik vond het fantastisch.” Op zijn zeventiende legde Enrico zich definitief toe op het langebaanschaatsen, ondanks de handicap van zijn afkomst. “Van alle schaats­ talenten gaan er veel verloren. Vaak stoppen ze er al snel weer mee, want zeg zelf: waar kan je hier nou schaatsen? Ik ging na schooltijd een uur in een busje naar Baselga di Pinè, trainen en dan weer een uur terug. Dat was zwaar. Degenen die overblijven, hebben echt een passie voor schaat­sen. Daarom zijn we met weinig, maar de schaatsers die we hebben, zijn wel heel goed.” TUTTO, TUTTO Dat die paar Italianen goed kunnen schaatsen, daar kwam de wereld achter in 2006, tijdens de Winterspelen in Turijn. Op 11 februari was de 5000 meter voor mannen de allereerste afstand van het olympische schaatstoernooi. Fabris reed in de laatste rit tegen de Noor Eskil Ervik. De Amerikaan Chad Hedrick stond op goud, Sven Kramer op zilver en Carl Verheijen op brons. Dat Fabris een goede vijf kilometer in de benen had, wisten de kenners, maar de 6.14,68 van Hedrick leek te veel van het goede. De Olympic Oval van Turijn was oranje gekleurd, er zat hooguit een handjevol Italianen in het gloednieuwe ijsstadion. De hoempamuziek galmde over de ijsvloer. Fabris trok nog even zijn pak recht en deed zijn zonnebril op. Het startschot. Enrico ging langzaam van start. Te langzaam. Lang had hij de achtste tussentijd en het lukte hem niet om los te komen van Ervik. De strijd om de medailles leek beslist. Pas vier rondes voor het einde versnelde Enrico. Zijn rondetijden doken eindelijk onder de dertig seconden. De afstand met Ervik werd groter, die met Verheijens derde tijd kleiner. De bel voor de laatste ronde. Coach Maurizio Marchetto schreeuwde de longen uit zijn lijf. “Tutto! Tutto!” Alles moest Fabris geven. Enrico, door zijn vrienden Il Toccolo genoemd, dook zeshonderd­ste onder de tijd van Carl Verheijen. Enrico balde zijn vuist en gooide zijn haar los. Brons. “Het was mijn belangrijkste race in Turijn, met die bronzen medaille waren de Spelen voor mij geslaagd. De druk was van de ketel, ik had mijn doel gehaald. Daarna ging het eigenlijk als van­ zelf.” Vijf dagen later was de ploegenachtervolging. Enrico was natuurlijk de motor van de ploeg, maar zijn ploeggenoten konden meer doordat ze wilden schitteren in eigen land. Ze waren een hecht team. In de halve finale moest Italië het opnemen tegen favoriet Nederland, dat met Sven Kramer, Carl Verheijen en Erben Wennemars aan de start verscheen, waar Enrico hulp kreeg van Matteo Anesi en Ippolito Sanfratello. Vanaf de start nam Nederland de leiding, maar halverwege brachten de Italianen de achterstand beetje bij beetje terug. De wedstrijd naderde de spannende ontknoping. Maar toen stapte Kramer op een blokje, viel en nam Verheijen in zijn val mee. Italië bereikte de finale en daarin was Canada de tegenstander. Al in de eerste ronde gingen de Canadezen in de fout, toen Arne Dankers met zijn hand het ijs aanraakte en kostbare tijd verloor. De Italianen namen een ruime voor­sprong. De Canadezen kwamen nog terug, toen ze de Italianen bijna voorbijstaken, versnelden de Italianen. Uitzinnig van vreugde was Enrico, hij was ‘zomaar’ olympisch kampioen. ‘Salt Lake City was de generale repetitie voor de perfecte storm, vier jaar later. In Turijn viel alles op z'n plek' En dan stond de favoriete afstand van Enrico nog op het programma: de 1500 meter. Enrico nam het op tegen Simon Kuipers. Ze kwamen samen de bocht uit na de eerste volle ronde, Enrico reed in de binnenbocht en moest Kuipers voor laten gaan bij de wissel. “Op tv leek het alsof ik in moest houden, maar dat was niet zo. Ik wisselde iets later van baan. Hij ging harder dan ik en ik kon zo mooi in zijn slipstream duiken. Ik ben trots op die wissel. Het gaf blijk van m’n ervaring, concentratie en zelfvertrouwen. Die twee medailles op de ploegenachtervolging en 5000 meter zijn cruciaal geweest voor de winst op de 1500 meter. Als ik de 1500 meter als eerste had moeten rijden, dan zou het veel moeilijker zijn geweest.” Enrico won de 1500 meter in 1.45,97 op de voor hem typische manier: een langzame start, gevolgd door drie rondjes met heel weinig verval. Er zat net een seconde tussen de eerste en laatste volle ronde. “Het is een afstand waarin zowel sprinters uit de voeten kunnen, die snel starten en dan instorten, en stayers zoals ik, die proberen de drie rondjes vlak te rijden. Ik ben geen sprinter, dus was het voor mij moeilijk om sneller te starten dan dat ik toen al deed.” Met zijn drie medailles werd Enrico de Italiaan met de meeste medailles op één Olympische Spelen. “Voor die 1500 meter gingen er bussen vol met fans vanuit Roana en omstreken naar Turijn.” VOLKSHELD Schaatsen was voor even een volkssport en Enrico was ineens een volksheld. Voor even. “Na de Spelen van 2006 waren er ineens enorm veel jongeren die wilden gaan schaatsen, maar er waren geen ijsbanen. Al die enthousiastelingen wisten niet waar ze heen moesten!” Enrico kan er nog boos om worden, roert hoofdschuddend in zijn koffie. “Wat zeg ik tegen een jongen uit Rome die wil gaan schaatsen? Je moet zevenhonderd kilometer verderop naar Trentino verhuizen, omdat daar de enige baan ligt die we hebben? Dat is het grote probleem, er zijn geen ijsbanen. De enige mogelijkheid was de Olympic Oval openhouden en daar een mooie schaatsbroedplaats creëren.” Inmiddels is de Oval Lingotto een evenementenhal en rijdt Fabris met de Italiaanse schaatsploeg naar Duitsland om op een indoorbaan te kunnen trainen. Vanuit Roana is Inzell even ver weg als Turijn. Ondanks het succes in 2006 is schaatsen in Italië een sport voor noordelijke bergbewoners gebleven. “Op Sicilië ligt geen ijs, hè,” constateert Enrico droogjes. Torino 2006 was voor Fabris zijn tweede Spelen. In Salt Lake City, vier jaar eerder, schaatste hij met zijn grote voorbeeld, Roberto Sighel, die in 2002 zijn carrière afsloot. “Dat was mijn eerste jaar als senior. Wat ik van hem leerde, was vooral: niets aan het toeval overlaten. Zowel op het ijs, tijdens trainingen en wedstrijden, als daarbuiten. Op details letten, regelmatig en goed eten, op tijd rusten en je niet verliezen in kletspraat tijdens trainingen.” Onnodig kletsen leek sowieso niet aan hem besteed, Enrico is altijd een man van weinig woorden geweest. “Salt Lake City was vooral de generale repetitie voor de Perfect Storm, vier jaar later. In Turijn viel alles op z’n plek. Het was een thuiswedstrijd, de sfeer in het team was perfect en ik voelde me sterk.” SVEN KRAMER Enrico kreeg in Turijn voor het eerst te maken met Sven Kramer, het toptalent dat in aanloop naar die Spelen een wereldrecord had geschaatst op de vijf kilometer. “Sven is de beste schaatser aller tijden, hij wint al elf jaar lang alles. In 2006 was hij nog niet op zijn top, maar hij had al podiumplaatsen behaald bij de junioren, dus wij wisten wel wie hij was en hoe goed hij al was.” Enrico pakte in 2006 ook de Europese titel allround. Daarna streed hij alleen nog om plek twee bij de internationale allroundtoernooien. De eerste plek was vergeven aan Kramer. “Het was moeilijk om tegen Sven te rijden, want als er iets op het spel stond, dan was hij er. Altijd. Dus dan moest ik er nog meer proberen te staan dan hij. Toen ik in november 2007 in Salt Lake City een wereldrecord reed op de vijf kilometer was hij furieus. Hij heeft me sportief de hand geschud na mijn 6.07,40 en me gefeliciteerd, maar ik merkte aan alles dat hij op wraak zon.” Enrico lacht: “Dat wereldrecord op de vijf kilometer... Ik denk dat hij minder boos zou zijn geweest als ik zijn vriendin had afgepakt!” 'Dat wereldrecord op de 5 kilometer... Ik denk dat Kramer minder boos zou zijn geweest als ik zijn vriendin had afgepakt!' Die recordrace was Kramers eerste nederlaag op de vijf kilometer in anderhalf jaar. Een week later op de Olympic Oval in Calgary nam hij wraak door meteen het wereldrecord terug te pakken. Dat record – 6.03,32 – bleef tot 11 december 2017 staan, toen Ted-Jan Bloemen het in Salt Lake City en bij absentie van Kramer aanscherpte tot 6.01,86. “Ik heb hem op scherp gezet, als ik hem dat record niet had afgepakt, had Sven een week later niet die 6.03 gereden. Dat record heeft hij puur op woede gereden. Toen baalde ik, ik had dat record natuurlijk liever zelf gehouden, maar ik had verwacht dat hij me terug zou pakken gezien zijn wraakgevoelens. Maar ik ben trots dat ik een wereldrecord heb gereden en dat ik de laatste ben die hem in een directe confrontatie verslagen heeft op de vijf kilometer.” Tien maanden eerder stonden ze ook al tegenover elkaar, op de 1500 meter bij het EK van 2007. Het was in Collalbo, een thuiswedstrijd voor Enrico. Duizenden Italianen waren de Dolomieten ingereden om hun olympisch kampioen van een jaar eerder aan het werk te zien. “Dat is voor mij een van de mooiste wedstrijden die ik ooit heb gereden. En volgens mij voor Sven ook. Er was strijd, een directe confrontatie. Het verschil in het algemeen klassement was op dat moment heel klein. Ik was tweede en hij eerste. Ik had het beter gedaan op de 500 meter en hij op de vijf kilometer. Het was een sleutelwedstrijd. Ik won in een nieuw wereldrecord voor buitenbanen, 1.44,72, en hij zat er vlak achter. We gingen zo hard. We sloegen een gat met de rest, puur door de onderlinge strijd.” Maar ja, toen moest de tien kilometer nog komen en daarop maakte Enrico geen schijn van kans tegen Kramer. TROTS Vier jaar na die heroïsche wedstrijd op de buitenbaan in de Dolomieten, kondigde Enrico aan dat hij stopte met schaatsen. Door blessures kon hij zijn oude niveau niet meer halen. “Het schaatswereldje is mijn wereld niet meer,” zei hij in een interview. Enrico is dan pas dertig jaar. “Ik ben niet iemand die iets voor tachtig procent doet. Ik had geen zin om genoegen te nemen met een twintigste plek.” Gianni Romme, op dat moment zijn coach bij de Italiaanse nationale ploeg, noemde de schaatser bij zijn afscheid een exceptioneel talent. Hoewel geen groot prater, valt Fabris voor het eerst deze middag echt stil. “Niet slecht voor een Italiaan,” mompelt hij en slaat zijn ogen neer. Fabris voelt zich ongemakkelijk bij zulke complimenten, helemaal als die afkomstig zijn van iemand die hij bewondert. “Wij houden er niet van om op te scheppen over onze prestaties. Ik ben zeker trots op wat ik bereikt heb, maar ik heb het er niet zo graag over.” Hij is even stil, zegt dan: “Wil je water? Ik krijg dorst van al dat praten.” Zonder het antwoord af te wachten loopt hij naar de keuken. Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Schaatsen

Suzanne Schulting: ‘Klaar om de wereld te veroveren’

Suzanne Schulting (20) is de kroonprinses van het [...]
Suzanne Schulting (20) is de kroonprinses van het shorttrack. Met haar weergaloze inhaalacties, onmetelijke bewijsdrang en looks is ze klaar om de wereld te veroveren. We nodigden haar uit voor een modische shoot. Suzanne Schulting meldt zich enthousiast op de locatie van onze shoot in Heerenveen, met een zakje bruine boterhammen in haar hand. Ze heeft net getraind en wijst op een wond op haar kin, waarin zichtbaar drie hechtingen zitten. “Die kunnen toch wel weggeshopt worden?” lacht ze. Het is het resultaat van een bedrijfsongevalletje een dag eerder, toen Suzanne tijdens de training in de boarding belandde. Maar wie denkt dat die valpartijen haar bang maken, komt bedrogen uit. Voor twijfel is geen ruimte op haar weg naar succes. Vorig seizoen maakte Suzanne faam als een onverschrokken shorttrackster met katachtige inhaalacties, ze won onder meer het wereldbekerklassement op de 1000 meter en brons op dezelfde afstand bij de WK in Rotterdam. Ook veroverde ze als eerste Nederlandse ooit goud op de 1500 meter tijdens een wereldbekerwedstrijd in Dresden, en met de aflossingsploeg won ze brons op de EK. Suzanne heeft haar doelen haarfijn op het netvlies staan. “In mijn dromen rijd ik de laatste twee rondjes van de 1000 meter, maar ook de 1500 meter én de relay op kop, en kom ik als eerste over de finish met gebalde vuisten. Dan geef ik mijn coach Jeroen Otter, die langs de baan staat, een high five. Een rondje later rem ik en vlieg ik hem in de armen omdat ik zo blij ben dat ik net olympisch kampioen ben geworden. En het liefst gebeurt dit meteen in Pyeongchang.” Suzanne & haar bewijsdrang “Uit mijn prestaties van vorig jaar haal ik veel zelfvertrouwen. Als ik weet dat ik met de besten van de wereld aan de start sta, geeft me dat een kick. Een zware rit geeft zoveel energie, helemaal als m’n inhaalacties ook nog slagen. Intuïtie, m’n gevoel, is alles. Ik moet niet te veel nadenken. Dat past ook bij mij: niet nadenken, maar gewoon doen. Eigenlijk schaats ik zoals ik ben: heel impulsief, als een soort stuiterbal. Als ik weet dat ik echt goed ben, voel ik me ook superzelfverzekerd. Voor de start weet ik op welke tegenstanders ik moet letten, maar meestal heb ik niet een gestructureerd plan in mijn hoofd, een wedstrijd loopt toch altijd anders. Als ik een gedetailleerd plan in mijn hoofd heb en daar te panisch mee omga, verlies ik die vrije manier van rijden. Dat impulsieve is tegelijkertijd mijn valkuil. Soms denk ik niet goed genoeg na over mijn acties. Bijvoorbeeld toen ik in de B-finale van de 1000 meter tijdens de eerste wereldbekerwedstrijd van dit seizoen in Boedapest mijn ploeggenoot Yara van Kerkhof omver schaatste. Ik wilde zo graag laten zien hoe goed ik ben, laten zien dat wat ik vorig jaar heb gepresteerd nu weer zou kunnen. Door mijn bewijsdrang ging ik foutjes maken, ik kreeg dat weekend vier penalty’s, was te gretig en gespannen. De ongeduldige Suzanne liet zich zien, want ik wil het liefst nú al de beste van de wereld zijn. Met shorttrack is het heel belangrijk dat ik snel de knop kan omzetten als een race slecht is verlopen, twintig minuten later moet ik er vaak alweer staan om een volgende rit te rijden. Ik ga vaak van het ene uiterste naar het andere. Ik kan heel blij zijn, maar ook heel erg boos. Toen ik in Boedapest mijn vierde penalty behaalde, was ik even een vaatje buskruit. Op zo’n moment weet ik dat ik niet meteen naar de kleedkamer moet gaan, dan leid ik mijn teamgenoten, die ook nog ritten moeten rijden, af. Dan loop ik naar buiten en trap heel hard ergens tegenaan of ik schreeuw even hard. Dan is het er maar uit. Na de boosheid komen de tranen in de kleedkamer. Wat heb ik in godsnaam gedaan, denk ik dan, hoe krijg ik dit nu weer voor elkaar? ‘Ik wil er graag mooi uitzien. Of ik ook een beetje een diva ben? Dat vind ik een naar woord’ Vaak helpt het om even met m’n ouders te bellen, dat geeft mij een rustig gevoel. M’n vader is voetbalcoach, weet goed wat hij tegen me moet zeggen na een slechte race. Ja, en als het goed gaat, als ik een wedstrijd win, dan ga ik compleet uit m’n dak. Drie rondjes verder juich ik soms nog. Winnen is echt met niets te vergelijken, dat is het ultieme gevoel.” Suzanne & haar coach “Als er echt iets aan de hand is, kan ik altijd bij bondscoach Jeroen Otter terecht. Ik vertrouw hem volledig. Jeroen weet hoe hij met me moet omgaan, maar we kunnen ook botsen. Als ik een wedstrijd heb verkloot bijvoorbeeld. Dan moet hij dat niet extra benadrukken, ik weet zelf ook wel dat ik het heb verpest. Mijn emoties zitten dan zo hoog, maar dat zitten ze bij hem ook. Dan schreeuwen we even flink tegen elkaar. Even later is het weer goed, hoor. Het is ook niet dat we dat dan nog iets moeten uitspreken, we weten van elkaar hoe we zijn. Jeroen vindt ook dat hij het me allemaal moet laten ervaren, dan leer ik ervan. Hij kan iets wel tien keer tegen me zeggen, maar uiteindelijk leer ik het het beste als ik op m’n bek ga. Ook Jeroen verwacht een stuk meer van me dan vorig jaar. Afgelopen zomer merkte ik dat al. Dan riep ik na een training: dit ging wel erg goed, hè? Waarop Jeroen dan zei: ‘Ja, logisch toch?’” Voor een wedstrijd kijk ik hem ook altijd even aan. Als ik mezelf echt goed voel, ziet hij dat, ik ben dan extra enthousiast. Soms moet dat een beetje getemperd worden, daar is Jeroen heel goed in. ‘Rustig Suus, het komt allemaal goed,’ hoor ik dan.” Helden Magazine 39 Het eerste gedeelte van het verhaal van Suzanne Schulting komt voort uit Helden Magazine 39 waar Tom Dumoulin de cover siert. Dumoulin won de Giro en de wereldtitels tijdrijden met de ploeg en individueel. In het extra dikke nummer is er daarnaast volop aandacht voor onder meer de aankomende Winterspelen in Pyeongchang en een terugblik naar het sportjaar 2017. Verder in de 39ste editie van Helden, Europees kampioen, beste voetbalster van Europa en de wereld Lieke Martens, wielrenster Anna van der Breggen over haar wens: de regenboogtrui, Richard Krajicek over uitvliegende kinderen, coachen en het ABN AMRO WTT, schaatser Sven Kramer, schaatsters Ireen Wüst en Irene Schouten, darter Raymond van Barneveld, voetbaltrainer Peter Bosz, de Nederlandse bobsleemannen, alpineskiër Maarten Meiners, oud-keeper Patrick Lodewijks, Henk Grol, Dione Housheer, Anish Giri en Wendy Rommedahl. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Schaatsen

Ireen Wüst: ‘Niet iedereen komt op tv’

Ireen Wüst is de koningin van het schaatsen. Ze [...]
Ireen Wüst is de koningin van het schaatsen. Ze is al de succesvolste Nederlandse olympiër ooit en dan moet Pyeongchang nog komen. In aanloop naar haar laatste Spelen schotelen we de viervoudig olympisch kampioene foto’s voor. 2006: Ireen Wüst is op haar eerste Olympische Spelen meteen goed voor goud. Op de 3000 meter in Turijn blijft ze op haar negentiende Renate Groenewold (l) en Cindy Klassen voor. “Ik ging zonder druk naar Turijn, was 19 jaar. Bij TVM zeiden ze: ‘Deze Spelen komen nog te vroeg, we willen je de tijd geven om te ontwikkelen.’ Ik zag Renate als favoriet voor goud op de 3000 meter, in haar luwte wilde ik ervaring opdoen. In de zomer voor de Spelen van 2006 was ik ook nog overtraind geweest, ik wilde me zo ontzettend graag bewijzen. In het najaar kreeg ik een verplichte vakantie in Inzell opgelegd, ik mocht maximaal een half uurtje per dag fietsen. Een paar maanden later was ik olympisch kampioen. En op het podium liet ik me ook nog eens verleiden om zo’n rare theemuts op m’n hoofd te zetten. Zou ik nu niet snel meer doen.” [caption id="attachment_17814" align="alignnone" width="1024"] 2006-02-12 00:00:00 TURIJN - Olympische Winterspelen300meter in de Oval Lingotto.Podium : vlnr Renate Groenewold (zilver), Ireen Wust (goud) en Cindy Klassen (brons). ANP PHOTO ROBERT VOS[/caption] We zagen je in Turijn jubelen van vreugde en tegelijkertijd een arm om de schouders van Groenewold slaan. “Het voelde heel dubbel. Bij Renate stond 12 februari 2006 al vier jaar rood omcirkeld in haar agenda. In Salt Lake had ze zilver gewonnen en de bedoeling was om in Turijn goud te halen. Maar ik won... Ik had zoveel aan Renate te danken, had urenlang in haar slipstream gefietst en geschaatst, ze had me talloze tips en tricks gegeven. We waren ook nog eens roomies in Turijn. Ik was heel blij, maar tegelijkertijd dacht ik, toen ik Renate zag: oeps, ik heb eigenlijk jou je gouden medaille afgepakt. Vond ik lastig.” Hoe reageerde Groenewold? “Ze was blij voor me, maar moest tegelijkertijd haar teleurstelling verwerken.” Wat was de impact van die gouden medaille in Turijn? “Enorm. Ik ging erheen als talent en kwam terug als olympisch kampioen. Ik was er totaal niet op voorbereid hoe het zou zijn om ineens herkend te worden op straat. Toen ik terugkeerde in Brabant, was het ineens ‘ons Ireen’. Ik moest daar heel erg aan wennen.” 2017: Ireen pakt in Thialf haar vijfde Europese titel allround. In de arrenslee treft ze die andere gouddelver, Sven Kramer. “Op deze foto zie je goed hoeveel er in tien jaar tijd is veranderd. In 2007 won ik in Heerenveen mijn eerste wereldtitel allround. Sven won toen ook zijn eerste wereldtitel. Na afloop zaten we allebei in een aparte slee. En tien jaar geleden wisten we nog niet wat selfies waren en Instagram bestond nog niet, ik had toen net mijn eerste iPhone in Amerika gekocht. Hier zitten we met een telefoon en al foto’s makend in de arrenslee.” Hoe is de band met Kramer na al die jaren? “Ik beschouw Sven als mijn schaatsbroer. Al in 2003 kwamen we elkaar tegen, bij Jong Oranje. En daarna maakten we de overstap naar TVM. Ik merkte meteen aan hem dat hij in tegenstelling tot ik uit een schaatsfamilie kwam, met een oud-topschaatser als vader. Zijn manier van topsport beleven is een heel bijzondere. Al op jonge leeftijd liet hij niets aan het toeval over, op elk detail lette hij. Ik heb daar veel van geleerd.” ‘Als ik Sven schaatsbroer noem, dan is Gerard zeker mijn schaatsvader. Ik heb nog steeds goed contact met hem.' Jij bent 22 dagen ouder, jullie zijn tegelijkertijd opgekomen, hebben alles gewonnen wat er te winnen valt en staan nog altijd aan de top. Lachend: “Ik ben wel een vrouw, hè, ik heb wat meer dalen gehad.” Maar jij hebt meer olympische medailles. “Klopt, maar Sven heeft, op 2011 na toen hij eruit was met die dijbeenblessure, jaar in jaar uit alles gewonnen. Hij heeft geen dalen gekend. Ik heb zoveel respect voor Sven.” Jullie zijn sinds 2014 geen ploeggenoten meer. Hoe gaan de gesprekken nu? “We maken nog steeds dolletjes, hebben nog steeds vaak contact. Het is niet dat we bij elkaar over de vloer komen, maar als we elkaar zien is het altijd goed. We appen elkaar af en toe.” Mis je hem weleens als ploeggenoot? “Ja, er zijn momenten dat ik Sven en ook de andere mensen van de laatste jaren TVM mis. Het was vrij uniek hoe het ging binnen die ploeg.” Helden Magazine 39 Het eerste gedeelte van het verhaal van Ireen Wüst komt voort uit Helden Magazine 39 waar Tom Dumoulin de cover siert. Dumoulin won de Giro en de wereldtitels tijdrijden met de ploeg en individueel. In het extra dikke nummer is er daarnaast volop aandacht voor onder meer de aankomende Winterspelen in Pyeongchang en een terugblik naar het sportjaar 2017. Verder in de 39ste editie van Helden, Europees kampioen, beste voetbalster van Europa en de wereld Lieke Martens, wielrenster Anna van der Breggen over haar wens: de regenboogtrui, Richard Krajicek over uitvliegende kinderen, coachen en het ABN AMRO WTT, schaatser Sven Kramer, schaatster Irene Schouten, alpineskiër Maarten Meiners, darter Raymond van Barneveld, voetbaltrainer Peter Bosz, de Nederlandse bobsleemannen, shorttrackster Suzanne Schulting, oud-keeper Patrick Lodewijks, Henk Grol, Dione Housheer, Anish Giri en Wendy Rommedahl. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Schaatsen

Sven Kramer: ‘Die foute wissel is de reden dat ik nog schaats’

Sven Kramer domineert al jarenlang het langebaanschaatsen. De [...]
Sven Kramer domineert al jarenlang het langebaanschaatsen. De honger is nog niet gestild, maar Pyeongchang zal zo goed als zeker zijn laatste olympische optreden worden. We nodigen hem voor zijn vierde Spelen alvast uit voor een trip down memory lane.

Schaatsen

Irene Schouten: ‘We zijn mama kwijt’

Voor Irene Schouten (25) is niets meer hetzelfde [...]
Voor Irene Schouten (25) is niets meer hetzelfde sinds 6 november 2016. Op die dag werd haar moeder getroffen en door een zware hersenbloeding. De schaatsster van Clafis moet thuis een groot deel van de taken van haar moeder overnemen en tegelijkertijd bereidt ze zich voor op de Spelen waar ze geldt als favoriet op het nieuwe onderdeel Mass Start. Telefoon Irene Schouten zit op de fiets en ziet dat het haar vader is die belt. Hij weet toch dat ze een training van drie uur gepland heeft op deze zondag? Ze neemt haar telefoon op, maar voordat ze een gesprek kan voeren, valt haar mobiel uit. “Hij was met geen mogelijkheid meer aan te krijgen. Komt straks wel, dacht ik en ik fietste verder.” Eenmaal aangekomen bij het ouderlijk huis, de tulpenkwekerij tussen Andijk en Wervershoof, wacht een nicht haar op. Vreemd. “Ze zei: ‘Schrik niet, je vader, broers en zus zijn naar het ziekenhuis, want je moeder heeft een hersenbloeding gehad.’” Irene trekt snel een joggingbroek aan en racet met haar nicht naar het AMC-ziekenhuis, waar ze huilende familieleden aantreft. Broer Simon, marathonschaatser en ploeggenoot bij Clafis, is er al. Hij was tegelijkertijd met Irene gaan fietsen, maar had voor een andere route door het West-Friese landschap gekozen. “Toen mijn vader hem belde, was zijn eerste reactie: ‘Er is iets met mama zeker?’ Die gedachte was nooit bij mij opgekomen, terwijl daar wel reden toe was.” Haar moeder had al twee weken last van hoofdpijn, was met haar klachten naar de huisarts geweest. ‘Het is stress,’ werd er gezegd. “Die zondag had m’n vader nog gevraagd of het wel goed ging. ‘Je ziet zo wit,’ zei hij. Maar mama antwoordde dat het wel ging.” In de middag van 6 november 2016 hoorde haar vader ineens een snurkend geluid uit de bijkeuken komen. Toen hij ging kijken, trof hij zijn vrouw op de grond bij de wc-deur. “Mama lag in braaksel en bloed, pap heeft meteen 112 gebeld.” Haar moeder wordt meteen geopereerd. Na twee dagen ontwaakt ze uit haar coma. “De artsen vertelden dat mama een heel zware hersenbloeding had gehad. Over haar herstel waren ze niet positief, maar ik had voortdurend het gevoel dat het goed zou komen. Wellicht is dat het positieve denken van mij wat ik mezelf als topsporter heb aangeleerd. Op dag drie na haar hersenbloeding zaten pap en ik allebei aan een kant van haar ziekenhuisbed. We spraken tegen mama. Ze had haar ogen open en ik merkte dat ze reageerde op wat we zeiden. ‘Dat kan niet, dat is wel heel erg vroeg,’ zeiden de artsen, ‘vraag maar eens of ze haar tong uit wil steken.’ Ik vroeg het aan mama en ze stak gewoon haar tong uit! Tot drie keer toe. Mijn vader en ik waren zo blij.” Irene denkt: zie je wel, het gaat goed komen. Of goed... Als ze ooit weer met haar kunnen praten, is het al geweldig. Ook de dagen erna gaat haar moeder vooruit. De artsen blijven zeggen geen voorbarige conclusies te trekken, maar toch... “Als aan haar werd gevraagd of ze haar hand naar haar borst wilde doen, probeerde ze het. Het lukte nog niet helemaal, maar het was hoopgevend.” Haar moeder wordt overgeplaatst naar het ziekenhuis in Hoorn en niet veel later verhuist ze naar een revalidatiekliniek in Den Haag. “Als ik aan m’n vader vroeg hoe het met mama was zei hij telkens: ‘Goed!’ Maar als ik de volgende dag bij haar langsging, dacht ik: het gaat helemaal niet goed. Ze kon steeds minder. Mijn vader wilde dat niet zien. Totdat ik de dingen opsomde die mama een paar weken eerder, snel na de operatie, wél kon. Ze reageerde niet meer als we wat vroegen, haar tong uitsteken deed ze niet meer. Toen ik het allemaal opnoemde, kwam het besef ook bij m’n vader.” De artsen in de revalidatiekliniek komen helaas tot dezelfde conclusie. “‘We kunnen hier niets meer voor haar doen,’ was op een dag de pijnlijke constatering. De eerste reactie van m’n vader was: ‘Ze gaat mee naar huis, heeft 35 jaar lang voor mij gezorgd en nu ga ik de tijd dat ze nog te leven heeft voor haar zorgen.’ Mijn vader moest al snel toegeven dat het niet ging lukken. Hij zou er een dagtaak aan hebben. Mama moest sondevoeding, medicijnen, gewassen worden. Daarnaast heeft hij een groot bedrijf dat hij moet runnen.” Er komt een plekje vrij in verpleeghuis Nicolaas in Lutjebroek, vlakbij Wervershoof, en dat wordt haar nieuwe thuis. “We kochten een bus waar een rolstoel in kan. Bijna elk weekend nemen we mama een dagje mee naar huis. Ze blij dan van zaterdag op zondag bij ons slapen in een ziekenhuisbed in de garage. We zorgen dan met z’n allen voor mama. Heel bijzonder. Maar het is ook erg zwaar. Mijn broertje is 22, werkt de hele week in het bedrijf en wil graag op zaterdagavond lekker uitgaan met z’n vrienden. Maar op zondagmorgen hee mijn moeder sondevoeding nodig. Ik denk vaak: oké, dan doe ik het wel. Maar ik wil ook weleens uitslapen. ’s Nachts moeten we ook een paar keer uit bed om te kijken of het goed gaat met mama. Ze heeft voortdurend verzorging nodig, dag en nacht, en dat vereist goede afspraken. Papa vindt het heel belangrijk dat mama thuis blij komen en dat snap ik. We willen niet dat hij in z’n eentje voor haar moet zorgen, dus helpen we. Als ik in het weekend wat ga doen met vriendinnen dan krijg ik vaak meteen een schuldgevoel.” Irene realiseert zich dat het nooit meer goed zal komen. “Dat kwam pas echt bij me binnen toen mama naar het verzorgingshuis is gebracht. Als ik bij haar in haar kamertje kom, kijkt ze me aan alsof ik een vreemde ben. Ik doe mijn verhaal, maar krijg niets terug. Ik kon altijd alles bij mama kwijt. Als het met sporten even niet ging, was het mama die me opbeurde. En als ik op trainingskamp was, hadden we elke dag app-contact. Ik ben, of was, echt een moederskindje. Ik mis de stem van mama zo. En haar grapjes. Het komt echt niet meer goed, we zijn haar kwijt... Als ik haar zie zitten, krijg ik vaak een brok in m’n keel.” “Wij hebben voordat het misging met mama gelukkig nog allemaal leuke dingen gedaan met het gezin. Normaal gesproken houdt papa helemaal niet van op vakantie gaan, maar na de zomer van 2016 besloten ze ineens een paar dagen naar Italië te komen toen ik daar een trainingskamp had. We gingen als gezin niet vaak uit eten, mijn broers hebben er nooit het geduld voor om een tijd aan tafel te blijven zitten. Vlak voordat mijn moeder de hersenbloeding kreeg, zijn we met de aanhang erbij gezellig gaan eten. En met mijn zus en m’n moeder ben ik ook nog lekker gaan winkelen, even een leuke meidendag. Dat zijn zulke mooie herinneringen, daar denk ik de laatste tijd vaak aan terug. Het is nu alweer meer dan een jaar geleden dat we die dingen met mama hebben gedaan... Het leek ook wel of ze voelde dat er iets te gebeuren stond. Vlak voor haar hersenbloeding zijn m’n vader en moeder nog naar de notaris gegaan om wat zaken te regelen.” Haar moeder was de spin in het web, haar gemis is nog dagelijks voelbaar bij vader Klaas, haar vier jaar ouder zus Cathérine, twee jaar oudere broer Simon, twee jaar jongere broertje Klaas en Irene. “Papa zegt geregeld: ‘Het was beter geweest als het mij was overkomen.’ Alles binnen het gezin draaide om mam, écht alles. Ze kookte voor ons, maakte het huis schoon, deed de was, streek, maakte de bedden op, deed de boodschappen en had voor iedereen een luisterend oor. Daarnaast deed ze de boekhouding en zorgde dat papa volledig met het bedrijf bezig kon zijn. Zij hield het gezin niet alleen draaiende, ze hield het ook bijeen.” De taken van haar moeder proberen ze nu zo goed en zo kwaad als het gaat te verdelen. “Simon, die in de toekomst met m’n broertje het bedrijf over wil gaan nemen, gaat na een training meteen de schuur in om m’n vader en broertje te helpen. Mijn broertje heeft in het begin geprobeerd de boekhouding op zich te nemen. Mijn vader heeft geen flauw idee van de financiën, de boekhouding was bij mijn moeder in goede handen, daar keek hij nooit naar om. Uiteindelijk is de administratie overgedragen, omdat de handjes van m’n broer ook nodig waren in het bedrijf. Mijn zus en ik nemen heel veel van de huishoudelijke taken op ons.” ‘Als ik bij haar in haar kamertje kom, kijkt ze me aan alsof ik een vreemde ben. Ik doe mijn verhaal, maar krijg niets terug’ Ze hebben de hulp van een werkster ingeroepen en ook tantes springen bij, maar er blij genoeg te doen. “Ik was 24 toen mama de hersenbloeding kreeg, ben sindsdien een stuk volwassener en zelfstandiger geworden. Ik doe dingen die ik niet gewend was te doen. De was, boodschappen. Ik kook bijna altijd. Ik weet nog dat m’n broers vaak zeurden over het eten tegen m’n moeder. Hebben ze bij mij ook een paar keer gedaan, heb ik gezegd: ‘Dan doe ik het toch lekker niet!’ We weten nu pas wat we missen. De gehaktballen zullen nooit meer zo lekker smaken als vroeger, toen mama ze maakte.” Het was wel nodig om afspraken te maken. Haar moeder was immers het cement van het gezin. “Mama zorgde ervoor dat we met z’n allen tegelijk aan tafel zaten, wist waar iedereen mee bezig was. Alles kwam ter sprake doordat m’n moeder er aan tafel over begon. Zonder m’n moeder leefden we een beetje langs elkaar heen. Als ik met de jongens aan tafel zat, ging het alleen maar over bloembollen. Dan zei ik cynisch: ‘Mijn dag was ook leuk, leuk dat jullie het vragen.’ Van mij wordt ook verwacht dat ik om zes uur het eten klaar heb staan. Vaak gebeurde het dat iedereen om half zeven opstond en zo de deur weer uitliep. Dat deden ze bij mama ook altijd. Het is toch een kleine moeite om het bord na het eten op het aanrecht te zetten? Ik heb bij mijn tantes aangegeven dat ze niet raar op moesten kijken als ik tijdens het eten niet meer aan zou schuiven. Zij hebben het aangekaart bij m’n vader. Op dit soort zaken probeert iedereen nu wat meer te letten.” Het gezin is tegelijkertijd veel hechter geworden. Ze delen hetzelfde verdriet. “We praten veel over mama aan de keukentafel. Van nature zijn wij allemaal heel nuchter, we zijn opgegroeid met het principe: niet lullen, maar poetsen. Mijn vader is een binnenvetter, uit zich niet in ons bijzijn. Soms zie ik stiekem weleens een traantje bij hem. Maar in het bijzijn van de kinderen laat hij niets blijken. Hij wil zich groothouden. De tranen vloeien vast geregeld als wij er niet zijn. Wat mezelf betreft: als ik ergens mee zat, ging ik altijd naar mama. In het begin dacht ik vaak: wie ga ik nu bellen? Ik kan met m’n gevoelens toch minder goed terecht bij m’n vader en broers. Ik bespreek die dingen nu vooral met m’n zus of ik ga langs bij een van m’n tantes.” Steun is er genoeg van vrienden en familie. “Ze helpen m’n vader in het bedrijf, komen spontaan eten brengen, slaan een arm om ons heen en luisteren. Bij mijn moeder is ook elke dag wel bezoek, ’s ochtends en ’s middags.” Zes dagen na de hersenbloeding van haar moeder staat Irene alweer aan de start voor een wedstrijd. Ze wint de Mass Start in het vernieuwde Thialf. Het hele gezin zit op de tribune. Nou ja, op haar allergrootste fan na dan. “Ik heb niet gejuicht. Voor de wedstrijd zei ik tegen mezelf: ‘Niet aan mama denken.’ Maar dat lukte voor geen meter. Ook op de ijsbaan liet ik traantjes. Een paar weken later werd ik ook nog Nederlands kampioen marathon. Mijn eerste gedachte was: wat jammer dat m’n moeder dit niet ziet.” Haar moeder speelde een belangrijke rol in haar schaatscarrière. “Ze was bij alle lange-baanwedstrijden en veel van de marathons die ik reed. M’n vader was meer fan van de marathons, daar kwam hij vaker bij kijken, maar mijn moeder pushte me juist om voor de langebaan te kiezen. Zij zei altijd dat er in het langebaanschaatsen meer toekomst voor me is, dat je dan kunt meedoen aan EK’s, WK’s en olympisch kampioen worden. Met m’n moeder kon ik ook altijd over schaatszaken praten. Ik overlegde alles met haar. Rond de periode dat het misging met mama werd ik ook benaderd door Red Bull. Ik had zo graag met haar gedeeld dat ze mij gingen sponsoren, had ze geweldig gevonden. Met mijn vader kan ik het daar niet echt over hebben, hij weet vooral veel van tulpen.” Als Irene het over schaatsen wil hebben, klopt ze nu vooral aan bij broer Simon. “Wij voerden voorheen nooit zulke diepzinnige gesprekken. Maar we zitten nu in hetzelfde schuitje, rijden samen op en neer naar de trainingen, hebben het samen over de situatie waarin we zitten.” Het schaatsen is een welkome afleiding. “Ik kon even met m’n eigen ding bezig zijn. In januari werd het me te veel. Iemand hoefde maar met z’n vingers te knippen en ik begon te huilen. Ik had nergens meer zin in. In wedstrijden was ik er met m’n gedachten niet bij. En niet eens altijd omdat ik tijdens het schaatsen bij m’n moeder was. Ik was vaak de hele dag thuis al bezig geweest met dingen regelen en het huishouden, had er al een zware werkdag opzitten. Dat vinnige was ik kwijt. Ik heb het met mijn coach Jillert Anema besproken en hij zei: ‘Als jij er een tijdje tussenuit wil, dan is dat geen enkel probleem. Wat jij meemaakt is vreselijk, dat is niet niks.’ Ik heb één training overgeslagen. Toen meldde ik me weer. Ik wilde schaatsen, dat is het leukste wat er is.” Haar coach bij Clafis noemt ze een grote steun. “Jillert heeft vroeger in het ziekenhuis gewerkt als fysiotherapeut en in die tijd ook mensen geholpen die een hersenbloeding hadden gehad. Jillert is erg begaan met ons, is een paar keer bij ons langs geweest om ons te steunen. Jillert heeft liever dat ik na de training wat vaker in Heerenveen blijf, omdat ik dan meer tot rust kom. Maar tegelijkertijd snapt hij dat ik thuis nodig ben en dat ik ook gewoon daar wil zijn.” Irene deelt met broer en ploeggenoot Simon een huis in Heerenveen. De bedoeling was om in aanloop naar de Spelen in Pyeongchang vaak in Friesland te blijven na trainingen, maar na de hersenbloeding is de planning omgegooid. Broer en zus rijden bijna altijd op en neer. “Ik voel me weleens schuldig als ik voor mijn sport een paar weken van huis ben. Dan denk ik: eigenlijk kan het niet dat ik al die tijd niet bij mijn moeder langsga en thuis niet kan helpen. Als ik dan mijn zus zie: zij steekt zoveel energie in het gezin. Cathérine woont en werkt in Amsterdam, is een dag minder gaan werken om er voor ons te zijn. Dat doet ze ook voor Simon en mij, zodat wij onze sport kunnen blijven beoefenen.” ‘Ik hoorde mijn vader laatst tegen mama zeggen: ‘We hadden zulke mooie dromen, zouden samen Irene aanmoedigen op de Spelen’’ Haar wereld staat al meer dan een jaar op z’n kop. “Het lukt me desondanks alles los te laten als ik het ijs opstap. Ik ben er iets meer aan gewend geraakt. Ik weet dat ik geen appje van m’n moeder zal krijgen voor of na een wedstrijd, zoals vroeger altijd gebruikelijk was. Ik weet ook dat als ik een wedstrijd heb, ik niet thuis moet slapen. Het is beter dat ik m’n rust pak.” Alles draait de komende tijd om de Spelen: daar wil ze voor goud gaan op het nieuwe olympische onderdeel Mass Start. Wellicht kwalificeert ze zich ook voor de 5000 meter. “Ik werd in 2015 de eerste wereldkampioen Mass Start, het zou geweldig zijn om straks de eerste gouden olympische medaille op dit onderdeel te winnen. Ik wil ook heel graag een mooi resultaat neerzetten voor m’n familie. Dat ze zullen denken: het is niet voor niets geweest dat Irene op sommige momenten meer tijd in haar sport dan in mama heeft gestoken. Ik hoop dat ik wat terug kan doen door ze blij en trots te maken.” Als ze zich weet te kwalificeren, dan zal ze in Pyeongchang waarschijnlijk aangemoedigd worden door familie. “Ik hoorde mijn vader laatst tegen mama zeggen: ‘We hadden zulke mooie dromen, zouden samen Irene aanmoedigen op de Spelen.’ Hij wist niet dat ik dat hoorde. De gedachte dat mama er niet bij kan zijn, zal ook zeker door mijn hoofd schieten als ik daar ben.” Pyeongchang zal sowieso niet het eindstation zijn. “Ik vind schaatsen nog veel te leuk. Maar na dit seizoen wil ik eerst weer eens op vakantie. Door wat er met mama is gebeurd, schoot de vakantie erbij in. Volgend jaar heb ik een drieweekse rondreis door Amerika gepland met vriendinnen.” En Irene heeft sinds kort een relatie met een jongen uit de buurt. “Door m’n hoofd schiet soms: wat jammer dat mama hem nooit zal ontmoeten. En als ik later kinderen krijg, zullen ze nooit weten hoe leuk hun oma was. Ze moeten het doen met mijn verhalen.” De toekomst.  Irene weegt haar woorden. “Mama heeft volgens de artsen nog maximaal vijf jaar te leven. Doordat ze niet meer beweegt, houden haar organen er op den duur mee op. Hoe nu verder? We weten dat m’n moeder zo echt niet wil leven. Maar mama heeft ook gewoon haar ogen open... Ik kan nu nog elke dag naar haar toe om m’n verhaal te vertellen. Ik kan haar een knuffel geven, voel toch haar warmte. Ze is er wel, maar ook weer niet. We hebben het er met elkaar over gehad dat het misschien wel het beste is dat het straks voorbij is. Mijn hoofd zegt ook dat het zo is, maar mijn hart... Want dan is ze er echt niet meer.” Helden Magazine 39 Het verhaal van Irene Schouten komt voort uit Helden Magazine 39 waar Tom Dumoulin de cover siert. Dumoulin won de Giro en de wereldtitels tijdrijden met de ploeg en individueel. In het extra dikke nummer is er daarnaast volop aandacht voor onder meer de aankomende Winterspelen in Pyeongchang en een terugblik naar het sportjaar 2017. Verder in de 39ste editie van Helden, Europees kampioen, beste voetbalster van Europa en de wereld Lieke Martens, wielrenster Anna van der Breggen over haar wens: de regenboogtrui, Richard Krajicek over uitvliegende kinderen, coachen en het ABN AMRO WTT, schaatser Sven Kramer, schaatster Ireen Wüst, alpineskiër Maarten Meiners, darter Raymond van Barneveld, voetbaltrainer Peter Bosz, de Nederlandse bobsleemannen, shorttrackster Suzanne Schulting, oud-keeper Patrick Lodewijks, Henk Grol, Dione Housheer, Anish Giri en Wendy Rommedahl. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.