Word abonnee

Shorttrack

Shorttrack

Suzanne Schulting: ‘Ik ben heel erg hongerig’

Sinds het olympisch goud op de Spelen in Pyeongchang in 2018 staat [...]
Sinds het olympisch goud op de Spelen in Pyeongchang in 2018 staat er geen maat op Suzanne Schulting. Wereldtitels en Europese titels stromen binnen. Ze is de koningin van het shorttracken en reist naar de Spelen in Beijing af als de te kloppen vrouw op alle afstanden. “Die ene gouden olympische medaille geeft me geen rust, ik wil er meer.” Je hebt er ooit van gedroomd om olympisch kampioen te worden en te domineren in je sport. Je bent pas 24 en hebt dat nu al bereikt. “Ik heb weleens grappend geroepen: nou jongens, ik kan stoppen! Maar daarvoor vind ik de sport en het leven dat erbij hoort nog veel te mooi. Ik ben nog heel erg hongerig.” 'Laatst liep ik in De Pijp in Amsterdam en hoorde iemand roepen: 'Hé, Schulting!' Ik was helemaal verbaasd, dat maakte ik in Amsterdam nooit mee' Welke sporters inspireren jou? “Mathieu van der Poel, Sven Kramer en Ireen Wüst. Mathieu is maar twee jaar ouder dan ik, hij gaat nog lang niet stoppen, en heeft al zoveel bereikt. Sven en Ireen zitten meer in de nadagen van hun carrière, maar zij doen hetzelfde wat ik ambieer: heel veel bereiken, zo lang mogelijk domineren en blijven doorgaan. Van de buitenlandse sporters keek ik graag naar Lindsey Vonn en Usain Bolt. Beiden legendes in hun sport, stiekem hoop ik dat ook te worden.” Epke Zonderland zei na zijn olympische titel in 2012 dat alles wat hij daarna nog zou bereiken bonus zou zijn. Het zorgde voor een rust die hij goed kon gebruiken in het turnen. “Dat voel ik niet zo, hoewel ik een olympische titel, wereld­ titels en Europese titels heb gewonnen. Ik heb bereikt waar ik vroeger altijd van droomde, maar winnen is een verslaving, iets waar ik geen genoeg van krijg. Die ene gouden olympische medaille geeft me geen rust, ik wil er meer.” Stress Redelijk onverwacht pakte jij in 2018 olympisch goud op de 1000 meter. Als je de shorttrackster Suzanne van toen vergelijkt met die van nu, wat is dan het grote verschil? “Ik was toen twintig, er zat nog veel onrust in me. Ik wilde heel graag, maar het kwam er vaak niet uit. Het was vaak net niet. Ik ging niet als kanshebber naar de Spelen en had zelf ook niet het gevoel dat ik daar weleens een medaille kon winnen. Als ik niet met goud was teruggekeerd, maar met een andere kleur medaille, was ik waarschijnlijk net zo blij geweest. Dat zou voor mij al een heel big deal zijn geweest. Als ik dat vergelijk met nu: ik wil nog steeds graag, maar het komt er nu vaak wel uit.” Stonden in 2018 stiekem de Spelen van 2022 al meer op de radar? “Ergens wist ik wel dat ik ooit goud zou kunnen winnen en dat ik een goede shorttrackster zou kunnen worden. Maar het klopt, mijn doelen waren toen meer gericht op 2022. Hoe vaak had ik in 2018 nou wereldbekers gewonnen of op het podium gestaan? Ik was niet steady genoeg. Als ik in die olympische finale op de 1000 meter op de vijfde positie had gelegen, was het me sowieso niet gelukt als eerste over de finish te komen. Als ik nu op de vijfde positie lig, is de kans wel aanwezig dat ik naar voren kan komen. Het goud heeft me laten inzien dat ik het kan. In die zin heeft het me rust gegeven. Dat gevoel wilde ik vaker ervaren, het gaf me houvast om me ergens in vast te bijten. Het goud in Pyeongchang is de basis geweest voor de rest van mijn successen.” Was jij als mens klaar om goud te winnen? “Ik weet niet of ik er klaar voor was. Ik was destijds nog niet klaar voor de Olympische Spelen zelf. De hele voorbereiding was heftig. Het onbekende viel me zwaar." Ze zeggen vaak: de weg ernaartoe is het mooiste. In mijn geval was dat niet zo. Ik had vooral veel stress. Dat bouwde zich al in de zomer het jaar ervoor op. Dat het op de Spelen toch lukte, kwam ook door het onverwachte brons dat we met de relayploeg wonnen, twee dagen eerder. Het brons had me zo’n boost gegeven, het gaf me ontspanning. Bij de relay kan ik sowieso vrijer schaatsen. Omdat het een teamonderdeel is, delen we de spanning. Ook trainen we dagelijks op de relay, op die routine kon ik terugvallen in Pyeongchang. Na het brons met de meiden voelde ik zoveel euforie, waardoor ik in een flow kwam. Dat goede gevoel kon ik doortrekken naar de 1000 meter. De aandacht en publiciteit na de race vond ik wel heel leuk. De finale van de 1000 meter was ook de laatste wedstrijd, dus ik kon die aandacht op dat moment ook omarmen.” Wat is de grootste verandering die jij hebt doorgemaakt? “Ik ben rustiger geworden. Veel mensen zullen zeggen: ‘Je bent nog steeds druk.’ Dat is misschien ook zo, ik praat veel en ben aanwezig, maar ik heb mezelf veel beter onder controle. Ik weet veel beter wie ik ben, wat ik wil en wat ik moet doen om mijn doelen te behalen.” Vier jaar geleden vond je jezelf nog een stuiterbal. “Dat vind ik nu niet meer. Ik schaats ook niet meer als een stui­ terbal. In vier jaar tijd ben ik een betere shorttracker geworden. Ik weet welke acties ik kan maken en kan makkelijker scha­ kelen. Voorheen kon ik alleen van voren rijden, nu op allerlei posities. Natuurlijk zal er nog weleens een impulsieve actie tussen zitten bij me, dat moet ook, want je kunt niet alles van tevoren berekenen. Maar ik ben nu sterker, houd dingen langer vol en kan makkelijker bepaalde rondetijden rijden. Ik kan mijn tactiek daarop aanpassen. Daardoor hoef ik ook minder impulsief te schaatsen.” 'Hoe ouder je wordt, des te beter je ook weet wat je wel en niet wil. Een blootshoot met mannenblad JFK zou ik nu niet meer snel doen' Ervaar je nu nog weleens stress? “O ja, hoor. Er is altijd wel een moment dat het wat minder gaat en ik het niet onder controle heb. Dat maakt je ook mens, het is niet realistisch om altijd maar perfect met stress om te kunnen gaan. Ik heb ook weleens momenten gehad in de afgelopen jaren dat ik het even niet kon handelen. Het missen van een finale op de wereldbeker in Dordrecht in 2020 bijvoor­ beeld of de finale van de 1000 meter dit jaar waarin ik derde werd. Dat is alleen maar goed. Het houdt me scherp.” Helden Magazine 60 Het eerste gedeelte van het verhaal van Suzanne Schulting komt voort uit Helden Magazine 60. In deze editie lees je een uitgebreid interview met succesvolste Nederlandse olympiër, Ireen Wüst. Ook spraken we Thomas Krol over onder meer zijn transformatie en Kjeld Nuis. Krijgt Sven Kramer in aanloop naar zijn laatste Spelen tien stellingen voorgelegd, spreken we met Antoinette de Jong over trouwen en een nieuwe koers én lacht het leven Irene Schouten toe, al weet ze ook maar al te goed hoe de andere kant van de medaille eruitziet. Ook in Helden Magazine 60 wist Botic van de Zandschulp in 2021 de sprong naar de top honderd te maken, maar dat is pas het begin voor de 26-jarige tennisser. Een gesprek met Peter Bosz over stress, Ajax en zijn ambitie om op een dag bondscoach te worden. Naast speler van Atalanta Bergamo en Oranje is Marten de Roon ook influencer. Op basis van 10 social media-posts gingen wij het gesprek met de voetballer aan. En hoe goed is Lionel Messi nog? We vroegen het aan Ronald Koeman, Henk ten Cate, Ruud Gullit, Giovanni van Bronckhorst, Ron Vlaar en Edwin Winkels. Verder zijn Chris Vos en Lisa Bunschoten de beste paralympische snowboarders van Nederland. In aanloop naar de Paralympics gingen we bij hen langs én een reconstructie van het olympisch goud op de 1000 meter met Gerard van Velde. Victoria Koblenko probeert daarnaast Jorden van Foreest schaakmat te zetten én Samantha van Diemen staat in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij De Liefdesbrief. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 60 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Shorttrack

Sjinkie Knecht: ‘Er is maar één Sjinkie’

Sjinkie Knegt (32) liep in januari 2019 zware [...]
Sjinkie Knegt (32) liep in januari 2019 zware brandwonden op. Sindsdien heeft hij keihard gewerkt om terug te komen op het niveau van voor het ongeluk met de houtkachel. Hoe mooi zou het zijn als hij zijn comeback in Beijing bekroont met een olympische medaille? En dan natuurlijk het liefst met goud. “Toen het vorig jaar kouder werd, heb ik de houtkachel voor het eerst sinds het ongeluk weer aangestoken. We heb­ ben ook centrale verwarming, hoor, maar ik vind het altijd gezellig als ‘ie aan staat. Natuurlijk zit er een flink verhaal vast aan die kachel, maar wij zijn geen mensen die er eerst een heel gesprek over gaan voeren. Ik zei gewoon tegen mijn vrouw Fenna: ‘Laten we de kachel weer eens aan doen.’ Klaar. Er worden geregeld grappen gemaakt over mijn ongeluk met de houtkachel. ‘Sjinkie heeft wel voor hetere vuren gestaan,’ krijg ik naar m’n hoofd geslin­gerd van mijn collega­shorttrackers als we een zware training hebben. Ik kan daar zelf ook hard om lachen, hoor. Ik word er niet doodziek van dat het steeds over dat ongeluk gaat en snap ook wel dat mensen daarover beginnen. Het heeft veel impact gehad, dit verhaal hoort nu eenmaal bij me.” In de ochtend van 10 januari 2019 ging het mis met Sjinkie Knegt. Eigenlijk had hij in Dordrecht moeten zijn, waar een dag later het EK shorttrack begon. Maar hij kon zijn titel niet verdedigen, zat geblesseerd thuis. Een maand eerder was hij in zijn werkplaats klem komen te zit­ ten tussen de vorkheftruck en het kozijn van de schuurdeur. Sjinkie was vergeten de heftruck op de handrem te zetten. Het gevolg: een fikse spierblessure. Echtgenote Fenna lag die ochtend met koorts in bed en Sjinkie had de hout­ kachel in de woonkamer van hun huis in het Friese Bantega aangestoken. Normaal gesproken gebruikte hij aanmaakblokjes om de kachel aan te steken, maar die waren op. Dus had Sjinkie uit de werk­ plaats beneden een fles verfverdunner gepakt, met de brandbare vloeistof stak hij het hout aan. Na een half uurtje deed hij het deurtje van de kachel open om te controleren of het goed ging. Op dat moment viel een stuk brandend hout uit de kachel op de fles met verfverdunner en die explodeerde. De vloeistof kwam over Sjinkie heen en vatte vlam. Zijn kleding en baard stonden meteen in brand. Het vuur wist hij te doven met zijn han­den en Fenna, die Sjinkie in paniek had geroepen en snel uit bed was gekomen, gooide water over hem heen met een koekenpan die op het aanrecht stond. Gewikkeld in aluminiumfolie en met brandwonden aan vooral gezicht, handen en benen werd hij met gillende sirenes naar het Martini Ziekenhuis in Groningen gebracht. Artsen vertelden dat zijn lichaam voor 29 procent was verbrand en dat de meeste wonden tweedegraads waren. Sjinkie zei tegen Fenna in het ziekenhuis: “Maak je niet druk, over twee weekjes ben ik weer thuis.” Sjinkie Foundation Hij bracht in totaal zeven weken door in het ziekenhuis en moest een huidtransplantatie ondergaan, waarbij onder meer huid op zijn enkel werd gezet. Eenmaal thuis begon hij aan zijn comeback te werken, want Sjinkie had er eigenlijk geen moment aan gedacht dat zijn shorttrackcarrière voorbij zou zijn. “Het ongeluk heeft grote impact gehad op ons gezin. Fenna is in het ziekenhuis goed opgevangen door een psycholoog die helpt bij het verwerken van traumatische ervaringen. Die psycholoog zag al snel in dat ze redelijk kansloos was bij mij. Na drie of vier dagen gaf ze het op. Ik heb helemaal geen last van het ongeluk gehad op geestelijk vlak, ben iemand die bij de dag leeft. Dat hoort ook bij mijn sport. Bondscoach Jeroen Otter zegt ook altijd dat het een van mijn sterke punten is dat ik nooit veel achteromkijk. Natuurlijk denk ook ik weleens als ik in m’n bed lig: had ik het op die fatale dag maar anders aangepakt. Dat heeft ieder mens toch weleens? Een maand voor het misging met de kachel had ik dat ongeluk met de heftruck. Daardoor miste ik het EK. Als dat met de heftruck niet was gebeurd, was dat met de houtkachel ook niet gebeurd. Maar ja, wat als... Ik doe er nu toch niets meer aan. Je kunt niet ergens in blijven hangen, aan dingen die zijn geweest kun je niets meer veranderen. Neemt niet weg dat je wel van dingen kunt leren. Ik ben bijvoorbeeld voorzichtiger met vuur, denk sneller als ik mensen aan de gang zie met vuur bij ons in het dorp: jongens, pas op. Maar verder denk ik niet dat ik heel anders in het leven sta. Ik denk dat ik op het ijs niet voorzichtiger ben. ‘Er worden geregeld grappen gemaakt over mijn ongeluk met de houtkachel. ‘Sjinkie knegt heeft wel voor hetere vuren gestaan,’ krijg ik naar m’n hoofd geslingerd’ Gelukkig heeft Fenna het ook een plek kunnen geven, zij heeft geregeld contact gehad met de psycholoog en daar veel aan gehad. Het gaat nu goed met haar. En ook met de kinderen. Onze dochter Myrthe en zoon Melle van toen drie en één jaar waren thuis toen het gebeurde.” De kinderen kregen vooral hulp van Fenna’s zus Savannah. Na het ongeluk bracht Fenna de kinderen snel naar de buren toen Sjinkie onder de douche stond. Het laatste wat ze zagen, was dat papa zwaargewond was door de brand. De eerste twee weken na het ongeluk konden Myrthe en Melle hun vader niet zien. Hij lag op de intensive care en de kinderen konden vanwege infectiegevaar niet bij hem komen. Facetimen wilden ze de kinderen niet aandoen, aangezien Sjinkie er in het begin te gehavend uitzag in zijn gezicht. Savannah, die op de kinderen paste als Fenna naar het ziekenhuis was, bedacht met Myrthe en Melle een ‘magische doos’ waarmee ze toch konden communiceren met Sjinkie. In de doos konden ze voorwerpen leggen, zoals tekeningen. Een toverfee bracht de spullen in de magische doos naar papa in het ziekenhuis. Fenna deed namens Sjinkie dan iets terug in de doos: een zakje snoep of een ballon uit het ziekenhuis. Zo hadden de kinderen het gevoel dat ze toch contact hadden met hun vader die eerste twee weken. Toen ze hun vader voor het eerst mochten bezoeken, moesten ze speciale kleding aan om besmettingen te voorkomen. Veel van de wonden in zijn gezicht waren al genezen, maar Sjinkie was wel zijn baard kwijt en zijn hoofd was kaalgeschoren. Bovendien lag hij nog aan allemaal slangetjes in het ziekenhuisbed. In bed plassen, boos zijn en niets over het ongeluk willen horen, waren de signalen dat het bezoek grote indruk had gemaakt op de kinderen. Savannah maakte een kinderboek vol prenten die hielpen bij de verwerking. Het boek gaat over een papa-slak die zijn huisje breekt en met spoed naar het ziekenhuis moet. De kinderslakjes Saar en Siem zijn verdrietig en bang door het ongeluk en missen hun papa vreselijk. Het is een speelse, luchtige vertolking van wat er is gebeurd. Op 10 januari 2020, precies een jaar na het ongeluk, werd het kinderboek Saar en Siem – Als ons huisje breekt gepresenteerd. Sjinkie: “Het boek is speciaal gemaakt voor kinderen van mensen die in het ziekenhuis liggen. Het is voor kinderen van wie een ouder in het ziekenhuis moet blijven en waar de kinderen moeilijk bij kunnen zijn.” Gelijktijdig werd de Sjinkie Foundation gelanceerd. Met de stichting willen Fenna en Sjinkie mensen helpen met ernstige brandwonden. “Fenna en ik dachten: we moeten eigenlijk iets doen met wat wij hebben meegemaakt. We hopen mensen met brandwonden te kunnen helpen om weer zo snel mogelijk te kunnen leven zoals ze dat voorheen deden. Wij willen met de foundation laten zien dat het leven niet voorbij is na zoiets vreselijks, dat veel dingen weer hetzelfde kunnen worden als vroeger. Ik vertel mensen met brandwonden mijn verhaal, dat alles weer goed kan komen en dat ze die hoop niet op moeten geven. We proberen die slachtoffers te steunen waar mogelijk. Soms duurt het best lang voor je met specifieke zaken wordt geholpen en wij hopen dat we kunnen helpen om dingen sneller voor elkaar te krijgen. Ik heb dankzij de sport best veel ingangen waar het gaat om compressiekleding, die heel belangrijk zijn voor de doorbloeding. Ik heb daar ook heel veel profijt van gehad. Als je compressiekleding krijgt aan­geboden vanuit het ziekenhuis, dan duurt het allemaal wat langer. Ik heb me ingezet en mijn contacten gebruikt in de sport om mensen die net als ik brandwonden op hun onderbenen hebben, van compressiekleding te voorzien van fabrikanten uit de sport. Dat helpt weer om mensen sneller op de been te krijgen.” Ouwehoeren Eenmaal uit het ziekenhuis begon hij aan de lange weg terug naar de top. In het begin ondervond hij nog veel hinder van de wonden, zo had hij moeite met lang staan. Ook zat de compressiekleding hem geregeld in de weg tijdens krachten fietstrainingen. Een half jaar na het ongeluk stond Sjinkie alweer voor het eerst op het ijs. Tijdens zijn afwezigheid reeg Suzanne Schulting de gouden medailles bij EK’s en WK’s aaneen. “Ik vind het geweldig dat Suzanne op dit moment alles wint, voor shorttrack in Nederland kwam het precies op het juiste moment. Suzanne was natuurlijk al olympisch kampioen geworden op de 1000 meter in Pyeongchang, maar ze had verder nog niet zo heel veel gewonnen. Toen ik geblesseerd raakte, maakte ik me wel even zorgen wat dat voor het Nederlandse short­tracken zou betekenen als ik er een tijd niet bij zou zijn, want lange tijd werden bijna alle medailles op individuele afstanden door mij gewonnen. Het was mooi om te zien dat die olympische titel Suzanne zoveel zelfvertrouwen heeft gegeven en haar nog hongeriger heeft gemaakt. Zij stapte meteen in het gat dat dreigde te vallen.” ‘Geweldig dat Suzanne Schulting op dit moment alles wint, voor het shorttrack in Nederland kwam het precies op het juiste moment’ De band tussen de twee boegbeelden van shorttrack in Nederland is hecht. Suzanne zag Sjinkie altijd als haar grote voorbeeld. Hij sprak Suzanne op zijn beurt toe toen zij olympisch kampioen werd. En toen Sjinkie zwaargewond in het ziekenhuis lag, droeg Suzanne haar Europese titels aan hem op. “Schitterend dat ze haar medailles aan mij opdroeg. De band tussen ons is heel goed. We appen weleens, maar dat gaat eigenlijk nooit over schaatsen. Het is meer ouwehoeren. Veel hoeven we elkaar ook weer niet te appen, omdat we elkaar zes dagen in de week al acht uur per dag zien op en rond het ijs. Dan hoeven we het niet ’s avonds ook nog eens over schaatsen te hebben.” Sjinkie bleef ook na het ongeluk een drijvende kracht binnen de shorttrackploeg. In het ziekenhuis was het eerste wat hij regelde een livestream zodat hij het EK kon volgen. En met zijn handen in het verband tikte hij the day after met één vinger meteen een bericht in de groepsapp om iedereen succes te wensen. Het zorgde voor flinke opluchting bij zijn bezorgde collega’s, die zich daardoor makkelijker konden concentreren op hun wedstrijden. Ook tijdens zijn revalidatie bekommerde hij zich om de ploeg. “Ook toen ik niet mee kon doen, voelde ik me onderdeel van de ploeg. Ik was vooral met mezelf bezig om weer op mijn oude niveau te komen. Toen ik weer het ijs op mocht, kon ik niet meteen de trainingen afmaken. Als ik langs de kant zat, bekeek ik hoe iedereen schaatste. Op technisch gebied heb ik geprobeerd de anderen te helpen. Ook wat betreft materiaal gaf ik aanwijzingen. Ik zie soms dingen die anderen niet zien. Ik zie al snel als iemand te veel druk op een schaats heeft of juist te weinig. Dat vertelde ik meteen tegen de materiaalman. Dan moest er iets gebeuren aan de afstelling van de schaatsen.” Het geeft aan hoe close de ploeg van bondscoach Jeroen Otter is. Die betrokkenheid bleek rond het ongeluk van Sjinkie, maar ook toen de shorttrackers nog een dreun van jewelste te verwerken kregen. Tijdens het trainingskamp in Font Romeu werd Lara van Ruijven ziek. Op 10 juli 2020 overleed de shorttrackster, die een jaar eerder nog wereldkampioen werd op de 500 meter, in het ziekenhuis van Perpignan aan een stoornis aan het immuunsysteem waarbij complicaties ontstonden. Ze werd slechts 27 jaar. Sjinkie was ook op dat trainingskamp. “Wat er is gebeurd met Lara verwerkt iedereen op zijn of haar eigen manier. Lara zat acht, negen jaar bij ons in de ploeg, dus het gemis is enorm. Dat is niet iets wat je zomaar even wegpoetst. Het is vreselijk klote wat er met Lara is gebeurd. Verschrikkelijk. Maar we moeten ook door met z’n allen. Ieder heeft daarin zijn eigen proces. Ik ben niet iemand die zijn emoties veel deelt, ben meer een binnenvetter. Ook heb ik niet de behoefte om daar veel over te praten met anderen. Ik ben iemand die niet veel achteromkijkt. Dat is hoe ik in elkaar steek. Neemt niet weg dat ik het nog steeds vreselijk vind wat Lara is overkomen.” Sjinkie had een paar maanden eerder, in februari 2020, in Dordrecht zijn eerste wedstrijd sinds het ongeluk gereden. Winnen was nog niet meteen het geval voor De Schicht uit Bantega, maar dat wist hij al bij voorbaat. “Ik had het gevoel dat het allemaal weer goed zou komen met schaatsen, het duurde alleen wat langer. Na een jaar of twee moest ik weer op niveau kunnen zijn. De eerste wedstrijden waren heel lastig. Ik was conditioneel goed. En aan mijn inhaalacties lag het ook niet, want die had ik ook nog gewoon in huis. Het probleem was dat ik de hardheid miste. Die is bij ons heel belangrijk, we moeten meerdere wedstrijden op een dag schaatsen en soms moet je twintig minuten na de vorige alweer het ijs op. Die hardheid krijg je door heel veel wedstrijden te schaatsen, dat is bijna niet trainbaar. In het begin kon ik wel een keer heel diepgaan, maar het was moeilijk om het daarna nog een keer te kunnen. Ik kon het ook prima accepteren dat ik niet meteen van het niveau was van voor het ongeluk.” Hij snapt dat er anders naar hem wordt gekeken sinds het ongeluk, dat er vraagtekens zijn of hij weer de ‘oude’ Sjinkie kan worden. Lachend: “Er is maar één Sjinkie, hoor.” Dan serieus: “Ik snap ook wel dat de buitenwacht anders naar me kijkt, dat ze denken in een ‘oude’ en ‘nieuwe’ Sjinkie. Voor mij is er niet heel veel veranderd sinds het ongeluk. Mijn benen doen geen pijn als ik schaats, dat is allemaal goed opgelost door de artsen. Er is niets dat mij zou moeten belemmeren. Hoe het spelletje shorttrack gespeeld moet worden, zit ook wel in mijn hoofd. Het was dus vooral een kwestie van zo fit mogelijk worden na het ongeluk en die hardheid waar ik het net over had terugkrijgen. Het heeft echt wel tijd gekost. Het heeft eigenlijk tot en met afgelopen seizoen geduurd. Nu ben ik weer helemaal in orde. Tijdens trainingen gaat het goed, ik heb de snelheid en het duurvermogen ook terug. Het enige wat ik wil, is nu zoveel mogelijk wedstrijden schaatsen.” Dit seizoen staat natuurlijk in het teken van de Olympische Spelen in Beijing. Sjinkie won wereldtitels, Europese titels, olympisch zilver op de 1500 meter in 2018 en olympisch brons op de 1000 meter in 2014 en zou daar nog heel graag een olympische medaille aan toevoegen. En dan natuurlijk het liefst die ene medaille die hij nog mist op zijn palmares: de gouden. Hoe bijzonder zou het zijn na wat hij heeft meegemaakt? “Het doel is altijd olympisch goud. Het zou natuurlijk fantastisch zijn om de achterliggende periode met die medaille te bekronen.” Helden Magazine 59 Het verhaal van Sjinkie Knegt komt voort uit Helden Magazine 59. Sifan Hassan is onze Held van het Jaar en siert de cover van het dubbeldik eindejaarsnummer. Ze kwam, zag en overwon. Hassan deed wat niemand voor haar deed: drie olympische medailles winnen op de middellange afstanden op dezelfde Spelen. Heel bijzonder is ook het verzoek dat Barbara Barend kreeg van Bibian Mentel. Vlak voor haar overlijden, op 29 maart dit jaar, wilde Bibian nog een keer een groot interview geven met het verzoek het verhaal na haar overlijden te publiceren. In het verhaal spreekt zij nog één keer iedereen toe die haar lief hebben.  In Helden Magazine 59 lees je een uitgebreid interview met Fabio Jakobsen en zijn aanstaande vrouw Delore. Ze blikken samen terug op de zware val in Polen, waarbij Fabio bijna het leven verloor én hoe hij zich dit jaar heeft teruggevochten. Daarnaast spraken we een van de sterkhouders van Ajax, Daley Blind in het bijzijn van zijn vrouw, dochter, moeder en twee zussen. Rolstoeltennisster Diede de Groot won dit jaar de Golden Slam en De dubbelvier zorgden voor het eerste olympische roeigoud bij de mannen in 25 jaar. Ook in Helden Magazine 59 hebben Jeffrey Hoogland en Shanne Braspennincx het mooi geflikt met z’n tweeën, beloonde Tom Dumoulin zijn terugkeer met olympisch zilver op de tijdrit en groeide Denzel Dumfries uit tot de Held van Oranje tijdens het EK. Overigens vertelt Frédérique Matla over haar weg naar de top, won Abdi Nageeye niet alleen olympisch zilver op de marathon, maar coachte hij ondertussen ook zijn maatje naar brons en is Harrie Lavreysen de koning van de sprint. Verder zijn vrienden Niek Kimmann en Jelle van Gorkom allebei in het bezit van een olympische medaille. Dai Dai N’tab was ooit een feestbeest, nu is hij een van de snelste schaatsers van het land. Sanne van Dijke won olympisch brons, maar verloor in aanloop naar de Spelen haar broer en daarna haar trainingsmaatje. Reshmie Oogink blikt in ‘De dag dat’ terug op het moment dat ze in Tokio te horen kreeg dat ze corona had. Victoria Koblenko ontmoet daarnaast olympisch kampioen Kiran Badloe én Caitlin Dijkstra staat in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij De Liefdesbrief. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Shorttrack

Ode aan Lara van Ruijven

Slechts 27 jaar oud was Lara van Ruijven toen ze op 10 juli in een [...]
Slechts 27 jaar oud was Lara van Ruijven toen ze op 10 juli in een Frans ziekenhuis overleed aan een auto-immuunziekte. De leegte die de shorttrackster - vorig jaar nog wereldkampioen op de 500 meter en in 2018 winnares van olympisch brons met de relayploeg – nalaat, is enorm. Ploeggenoten Yara van Kerkhof, Suzanne Schulting en Rianne de Vries eren hun vriendin. Opdat we Lara nooit vergeten. Yara van Kerkhof “Lara had nooit een masker op, speelde nooit een act. Dat vond ik zo fijn aan haar. Ze was daarnaast zo lief en gezellig. En die aanstekelijke lach van haar, Laar was altijd vrolijk. Ik kon urenlang met haar kletsen, dat kon ze met iedereen. We hadden een keer Kazachen meetrainen en die spraken geen woord Engels, maar Lara probeerde toch meteen met hen in gesprek te gaan. Dat was Lara. Ze nam voor iedereen de tijd, liet eenieder in zijn of haar waarde." De eerste keer dat ik haar ontmoette, was twintig jaar terug. Ik schaatste voor ijsvereniging Zoetermeer en Lara voor Den Haag. We zaten in hetzelfde gewest en kwamen elkaar daardoor al op heel jonge leeftijd tegen. Toen ik bij de nationale selectie kwam, trok ik veel op met mijn zus Sanne, die ook bij de short­ trackploeg zat. Toen zij stopte, trok ik steeds meer met Lara op. Vooral de laatste jaren zijn we heel erg naar elkaar toegegroeid. Als wij ergens heen moesten, reden we altijd samen. Yara van Kerkhof: 'Niemand is zoals Lara was' En we fietsten vaak samen van de schaatsbaan terug naar huis. Dan vroeg Laar al in de kleedkamer: ‘Ben je ook op de fiets?’ Als ik ‘ja’ zei, zag ik haar helemaal blij worden. Al was het maar een fietstochtje van een minuut of tien. Een van ons reed vaak ook gewoon om zodat we zo lang mogelijk konden kletsen. Begin dit jaar liet Lara zich opereren aan haar schouder en moest ze rustig aan doen. Ook toen sprak ik geregeld met haar af om lekker samen te wandelen. Dat ik Laar van de ene op de andere dag gewoon niet meer kan spreken... Suzanne Schulting “We zaten vaak naast elkaar in de kleedkamer. Als we ’s ochtends de schaatsen slepen, had ik niet altijd zin in mensen om me heen. Ik begon de dag dan vaak met oordopjes in en Lara deed dat ook. Maar binnen vijf minuten hadden we meestal de oordopjes al uit en zaten we te lachen en te kletsen over van alles en nog wat. Laar was bijna altijd vrolijk. Haar lach was aanstekelijk. Lara kon ook heerlijk naïef zijn. Je kon haar vaak van alles wijsmaken, dat was altijd zo grappig. Als er een nieuwe helm getest moest worden, dan wilde niemand die op. Onze coach Jeroen Otter kreeg het altijd voor elkaar dat Lara hem op deed. Moet je bij mij niet mee aankomen, maar Laar deed het gewoon, ook al zag het er niet uit." Ze stond altijd voor iedereen klaar. Kwam er een nieuweling bij de ploeg? Lara ging er meteen op af. Trainde er een buitenlander mee? Hup, Lara ging direct een praatje maken. Lara bekommer­ de zich altijd om iedereen. Zeker om de jonkies. Als ik wat later kwam voor m’n warming­up, maakte zij zich al zorgen. Suzanne Schulting: 'Laar gaat nog gewoon met ons mee het ijs op' Ook voor mij stond Lara meteen klaar toen ik bij de natio­ nale shorttrackploeg kwam. Ik weet nog heel goed dat ik mee mocht naar Montreal voor mijn eerste wereldbekerwedstrijd. Ik zat nog niet eens officieel bij het team, maar er waren een paar geblesseerden waardoor ik mee kon. Rianne en Lara lagen bij elkaar op de kamer en ik lag alleen. Op de laatste avond deelde Rianne de kamer met haar vriend Daan Breeuwsma. Lara kwam toen meteen bij mij omdat ik alleen lag. We hebben tot vier uur ’s nachts liggen kletsen. Eigenlijk was die avond op de hotelkamer onze eerste lange ontmoeting. Rianne de Vries “‘Hoe is het? Wat is er? Kan ik je helpen?’ vraagt Lara meteen als ze merkt dat iemand niet zo lekker in zijn of haar vel zit. Ze denkt altijd aan anderen. Komt er een nieuweling bij de groep? Lara zorgt er meteen voor dat diegene erbij betrokken wordt. Ze is zo lief en zorgzaam. Ik praat nog steeds in de tegenwoordige tijd over Lara, vergeet gewoon dat ze er echt niet meer is. Ik droom ook over Lara. Als ik wakker word, denk ik heel even dat het allemaal niet is gebeurd. De realiteit komt daardoor telkens weer hard binnen. Maar tegelijkertijd is het mooi dat ik haar nog steeds zie, al is het in mijn dromen." Lara en ik zijn tegelijk bij de nationale selectie gekomen, werden meteen kamergenootjes tijdens toernooien en trainingskampen. Daardoor leerden we elkaar al snel door en door kennen. Ze voelde bijna als familie van me, ik hield echt van haar. Ik kan helemaal niet zonder haar. Rianne de Vries: 'Ik zie Lara in mijn dromen' Als we samen een kamer deelden, lag Laar bij het raam. We hadden altijd dropjes op de kamer. Ik nam die meestal mee. Lara vond het fijn als ze zelf de dropjes niet pakte, dat ze tel­ kens aan mij moest vragen: ‘Mag ik een dropje?’ Dat hoefde ze natuurlijk niet te vragen, maar dan zei ze: ‘Dan is er een drem­peltje, waardoor ik niet achter elkaar al die dropjes op ga eten.’ Toen we net bij het team zaten, waren we net Jut en Jul. We hadden allebei niet altijd goed door hoe het er in de ploeg aan toeging. Dan was er een meeting en hadden we dat niet door. Kwam iemand vragen waarom we niet bij de bespreking waren. We hebben de wekker ook een keer een uur te laat ge­ zet. We maakten ons klaar, pakten de spullen en gingen naar beneden voor het ontbijt. Iedereen bleek al weg. We waren in de stress, maar konden later ook samen lachen om die momen­ ten. Uiteindelijk werden we alerter, we besloten allebei voor de zekerheid de wekker te zetten. Helden Magazine 54 Het eerste gedeelte van van de Ode aan Lara komt voort uit Helden Magazine nummer 54.  In de 54ste editie van Helden sieren Ronald en Bartina Koeman de cover van het eindejaarsnummer. Ze vertellen uitgebreid over de roerige periode die ze achter de rug hebben. Ronald verruilde het Nederlands elftal voor FC Barcelona, ze werden voor het eerst opa en oma, maar kampten ook allebei met ernstige gezondheidsproblemen. Naast het verhaal van Ronald en Bartina Koeman lees je veel meer interviews en reportages met én over jouw favoriete Nederlandse topsporters. Zo spraken we Patrick Lefevere over de afschuwelijke crash van zijn topsprinter Fabio Jakobsen, is Sven Kramer begonnen aan zijn ‘last dance’, vertelt Stefan de Vrij over het geheim achter zijn succes én lees je een dubbelinterview met de blikvangers van het Nederlandse hockey: Jorrit Croon en Maria Verschoor. Ook in de 54ste editie van Helden spraken we onze Held van het Jaar, Harrie Lavreysen over dikke benen en slapen in een dwangbuis. Gingen Erben Wennemars en Marlou van Rhijn op audiëntie bij de koning van de marathon: Eliud Kipchoge én verteld Esther Vergeer over hoe haar lang gekoesterde kinderwens uitkwam en ze dit jaar werd geconfronteerd met borstkanker. Verder legt onze Heldin van het Jaar: Anna van der Breggen uit waarom ze volgend jaar heeft besloten te stoppen en spraken we wereldkampioene Ceylin del Carmen Alvarado over de liefde, het geloof, looks en racisme. Daarnaast bracht Helden een eerbetoon uit aan een van de beste NBA-basketballers ooit: Kobe Bryant, lees je een reconstructie over de turnvendetta, behaalde Henk Gemser vele successen als schaatscoach, behoort Kimberly Alkemade tot de snelste paralympische sprinters van Nederland en autocoureur Alessandro Zanardi verteld over zijn pech als mens. Victoria Koblenko ging langs bij hockeyinternationaal Terrance Pieters en staan we stil met Sari van Veendendaal in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Shorttrack

Sjinkie & Fenna Knegt: ”Die paniek in Sjinkie’s stem…”

Sjinkie Knegt liep op 10 januari ernstige brandwonden op bij het [...]
Sjinkie Knegt liep op 10 januari ernstige brandwonden op bij het aansteken van de houtkachel. Fenna lag ziek in bed toen het gebeurde. De shorttracker en zijn vrouw kijken voor het eerst samen terug op die rampzalige dag. “Over een jaar of twee moet ik weer op niveau zijn.” Bij het openen van de voordeur stap je meteen de werkplaats binnen. Het chassis van een auto is zichtbaar. In de hoek boven de werkbank hangt een ingelijste oorkonde, ‘Sjinkie Knegt, Sportman van het Jaar 2015’ staat erop. De ruimte fungeert ook nog als krachthonk. Tegenover een spiegel is een rek met een indrukwekkende verzameling halters geplaatst. Om de hoek staat tegen de muur een roeiapparaat. Daarboven hangt een lauwerkrans aan een haak met een lint waarop de tekst ‘wereldkampioen 2015’ staat. Bovenaan de trap, waar het woongedeelte zich bevindt, staat Sjinkie te wachten. Hij heeft eigenhandig van twee appartementen er één gemaakt. Met het project is hij al een tijd bezig. De slaapkamers zijn klaar, net als de woonkamer met open keuken. Het einde nadert, alleen de badkamer is nog niet naar zijn zin. Sjinkie gaat aan de keukentafel zitten van hun huis in het Friese gehucht Bantega. Het wachten is nog even op zijn vrouw Fenna, die op de weg terug is van haar werk als filiaalmanager van H&M in het ruim twintig kilometer verderop gelegen Heerenveen. Hun dochter Myrthe van drieënhalf en zoon Melle van bijna twee zijn bij de opvang. “Ja, dat is hem,” zegt Sjinkie, terwijl hij naar de houtkachel wijst die een centrale plek in de woonkamer inneemt. Het is de kachel waar in januari dit jaar ineens zoveel om te doen was. Sjinkie had die dag eigenlijk in Dordrecht moeten zijn, waar het EK shorttrack werd gehouden. Maar hij kon zijn titel niet verdedigen. In zijn werkplaats was hij klem komen te zitten tussen de vorkheftruck en het kozijn van de schuurdeur. Sjinkie was vergeten de heftruck op de handrem te zetten. Het gevolg: een zware spierblessure. Als Fenna thuis is, gaat ze naast haar man zitten. Meteen gaan de gedachten terug naar de ochtend van donderdag 10 januari. “Ik ben eigenlijk nooit ziek, maar ik had die week een keelontsteking opgelopen en had antibiotica voorgeschreven gekregen,” zegt Fenna, “ik kon al drie nachten amper slapen van de keelpijn, had ook grote moeite met eten en drinken. Toen de kinderen wakker werden rond een uur of zeven, zei Sjinkie: ‘Ik zorg wel voor de kinderen, dan kun jij blijven liggen.’ Ik had koorts en Sjinkie ging de houtkachel aan doen, zodat het in elk geval lekker warm zou zijn in huis.” Sjinkie: “Normaal gesproken gebruik ik aanmaakblokjes om de kachel aan te steken, maar die waren op.” Fenna: “Ik had al een paar dagen in m’n hoofd om aanmaakblokjes te kopen. Ik was het een paar keer vergeten in de supermarkt en doordat ik ziek was, kwam het er ook niet van.” Sjinkie: “Ik had beneden uit de werkplaats een fles gepakt met spul om het hout in brand te kunnen steken. Na een half uurtje deed ik het deurtje van de kachel even open om te controleren of het allemaal goed ging. Juist op dat moment viel een stuk brandend hout uit de kachel op de fles met de brandbare vloeistof. Die explodeerde. De vloeistof kwam over me heen en vatte vlam. Ik had meteen zoveel pijn en kon op dat moment niet om hulp roepen, want mijn baard en gezicht stonden in brand. Ik wist: als ik nu m’n mond open, verbrand ik ook van binnen, dan gaan m’n luchtwegen eraan. Op dat moment realiseerde ik ook dat Melle in de kamer liep, was bang dat ook hij zou verbranden. Maar ik kon niets doen zolang het vuur in m’n gezicht nog brandde, dat moest ik eerst zien te doven met m’n handen.” Fenna: “Ineens hoorde ik Sjinkie m’n naam roepen op een manier zoals ik hem nog nooit had gehoord. Die paniek in z’n stem... Ik rende naar de woonkamer en toen ik daar kwam, stond Sjinkie in brand...” Fenna draait haar hoofd naar Sjinkie: “Je rende in het rond en was met je handen bezig het vuur uit te slaan. Je kon waarschijnlijk ook niet meer stilstaan, omdat je zoveel pijn had.” Sjinkie knikt: “Klopt.” Fenna: “Het vuur in je gezicht had je gedoofd, maar je trui brandde nog op sommige plekken en vooral van je benen kwamen nog vlammen. Ik dacht: wat moet ik in godsnaam doen? Ik zag op het aanrecht een koekenpan staan, heb er water in gedaan en dat heb ik over je heen gegooid. Het water vloog alle kanten op. Je wist vooral met je handen het vuur uit te krijgen.” Sjinkie knikt: “M’n handen waren ook flink verbrand.” Fenna: “Toen het vuur gedoofd was, heb ik je snel onder de douche gezet. Ik ben vervolgens snel naar onze slaapkamer gelopen om m’n telefoon van het nachtkastje te pakken. Als eerste heb ik 112 gebeld. Natuurlijk was ik in paniek, maar ik was nog rustig genoeg om uit m’n woorden te komen. Ondertussen moest ik me ook bekommeren om Melle, die toen anderhalf was. Hij had alles gezien. Normaal is hij altijd heel druk, maar toen zat hij in een hoekje van de keuken te huilen. Onze dochter huilde ook. Zij was uit bed gekomen toen ze allemaal geschreeuw hoorde. Voor haar was het ook heel confronterend om papa en mama zo in paniek te zien. Myrthe riep: ‘Ik wil naar pake en beppe.’ Opa en oma, de ouders van Sjinkie, wonen in het appartement naast ons en daar mocht ze van mij heen.” Sjinkie: “Onder de douche kreeg ik supergrote blaren. Het leek wel of ik vuilniszakken vol vocht om m’n benen had en dat vocht kwam er daarna ineens uit. Ik had gelukkig best veel eelt op m’n handen, dat was allemaal weggebrand en opgekruld, maar door die eeltlaag was het vel van m’n handen nog redelijk intact. Alleen de buitenkant van m’n handen was echt verbrand.” Fenna: “Ze zeiden later ook dat als je kantoorhandjes had gehad, de verwondingen veel ernstiger waren geweest.” Sjinkie: “Dan had ik waarschijnlijk nu nog met ingepakte handen gezeten.” Fenna vertelt dat ze haar telefoon op de speaker zette toen ze dacht dat Sjinkie de boel ‘onder controle’ had. Hij kon met de man van 112 praten. “En ik ging snel op zoek naar Myrthe,” zegt Fenna, “bij mijn schoonouders in het appartement was niemand en ik kon onze dochter nergens vinden. Uiteindelijk vond ik haar. Ze had zich achter de kast op haar kamer verstopt, daar zat ze te huilen. Ik vertelde Myrthe dat ze tevoorschijn kon komen, maar ze wilde haar veilige slaapkamertje niet verlaten. Ik heb haar daar maar even achtergelaten, want ik moest weer door en ik wist dat ik mee zou moeten met de ambulance en moest dus snel oppas voor de kinderen regelen. Tussendoor ging ik ook steeds even bij Sjinkie kijken.” Sjinkie: “Die man van 112 vroeg me na een tijdje om onder de douche vandaan te komen en in de spiegel te kijken. Ik moest hem vertellen wat ik zag. Hij vroeg of m’n wenkbrauwen er nog op zaten. Deels was dat het geval. M’n baard was helemaal gesmolten. De rest van m’n gezicht was zwart.” Fenna: 'Onze dochter had zich achter de kast op haar kamer verstopt, daar zat ze te huilen. Ze wilde haar veilige slaapkamertje niet verlaten.' Fenna: “Ik hoorde over de telefoon de man van de hulpdienst heel rustig vertellen waar de ambulance zich op dat moment bevond. Ik heb een trainingsbroek van Sjinkie aangetrokken en ben op blote voeten de straat op gerend met Melle op m’n arm. Ik was op zoek naar iemand die op onze kinderen kon passen, maar niemand was thuis. Iemand van iets verderop zag me lopen en dacht: Fenna heeft hulp nodig. Zij heeft zich toen ontfermd over de kinderen. De politie kwam op dat moment er ook aan. Met de huistelefoon heb ik daarna snel mijn ouders gebeld. Ik wilde eigenlijk de ouders van Sjinkie bellen, maar hun mobiele nummers kende ik niet uit m’n hoofd en Sjinkie had mijn telefoon in gebruik... Mijn ouders heb ik gevraagd mijn schoonouders te bellen en ik heb het adres doorgegeven waar onze kinderen opgehaald konden worden. Niet veel later arriveerde de ambulance en de moeder van Sjinkie kwam er toen ook net aan.” Helden Magazine editie 47 Het eerste gedeelte van het verhaal van Sjinke & Fenna Knegt komt voort uit Helden Magazine nummer 47, waar Lieke Martens samen met Ronald Koeman de cover siert. Helden Magazine editie 47 is een dubbeldik jubileumnummer. Helden bestaat 10 jaar en in dit nummer blikken wij onder andere vooruit op het Wereldkampioenschap vrouwenvoetbal. De OranjeLeeuwinnen veroverden twee jaar terug de Europese titel én de harten van alle Nederlanders. In de WK special komen nog meer speelsters als Shanice van de Sanden, Vivianne Miedema en Jill Roord en bondscoach Sarina Wiegman aan het woord. Verder ging Frits Barend langs in Esbjerg bij Rafael van der Vaart & Estavana Polman. Een editie met heel veel inspirerende sportverhalen, waar helaas de turnterreur helaas nog steeds geen verleden tijd is. Dylan Groenwegen de nieuwe topsprinter van het peleton is en Steven Kruijswijk de fietsende familieman. Marit Bouwmeester opnieuw haar zinnen heeft gezet op Olympisch goud en Inge de Bruijn ging na haar zwemcarrière op zoek naar zichzelf. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Shorttrack

Suzanne Schulting: ‘Het goud heeft me rust gebracht’

Suzanne Schulting (21) veroverde de harten van heel Nederland toen ze in februari verrassend het eerste Nederlandse olympische shorttrackgoud won. Haar leven stond in één klap op z’n kop. We blikken met onze Heldin van het jaar terug op een roerig jaar. “Dat mijn leven dit jaar is veranderd, is duidelijk. Het toernooi eindigde fantastisch voor mij, met het eerste shorttrackgoud voor Nederland. Maar dat die eerste week zo dramatisch zou verlopen, had ik niet verwacht. JEUK Aan de voorbereiding lag het niet. Die was niet anders dan voor andere grote toernooien. Toen we aankwamen in het olympisch dorp was ik ook niet meteen overdonderd door alle drukte en de grootsheid. We hadden nog een week tot de wedstrijden begonnen. Van zenuwen had ik geen last. Aan kleine kamertjes waren we ook wel gewend, dus ik was tevreden met de plek waar we verbleven. We sliepen met de vijf meiden uit ons team in een appartement. Ik sliep met Yara van Kerkhof op een kamer. Dat deden we al het hele jaar, dat voelde goed. Die eerste week bestond uit routinewerk: trainen, fietsen, besprekingen, eten. De trainingen gingen prima. Toen ik op de eerste wedstrijddag viel op de 500 meter riep iedereen: ‘Dit komt niet goed met Suzanne, hoor!’ Maar zelf was ik er eigenlijk best rustig onder. Ik had het hele jaar nog niet laten zien dat ik goed was op de 500 meter, en de afgelopen twee jaar ook niet. De druk om te presteren op die afstand voelde ik niet. Ik baalde natuurlijk wel, maar dacht ook: oké, we moeten door. Ik had nog twee afstanden en de relay te gaan. Op diezelfde dag reden we met de meiden de aflossing. We werden in de halve finale uitgeschakeld en daar waren we kapot van. Gelukkig konden we de knop snel omzetten en ons richten op de B-finale. De anderen moesten een paar dagen later alweer in actie komen, maar ik pas een week later. Dat vond ik heel vervelend. Iedereen was bezig met de wedstrijdvoorbereiding behalve ik. Ik voelde me een vreemde eend en langzaam begon ik me minder goed te voelen. Ik wist ook niet hoe ik me moest gedragen. In de eerste week was ik de hele tijd heel hyper, maar ik kakte op een gegeven moment een beetje in. ‘Ik zat in Pyeongchang onder het eczeem van de stress. Op mijn armen, mijn rug... en daardoor sliep ik ook heel slecht’ Moest ik nou heel rustig zijn of juist druk? Ik was mezelf een beetje kwijt, zat niet lekker in m’n vel. Ik had veel behoefte aan tijd voor mezelf, maar die kon ik niet vinden want ik zat constant met die andere meiden in het appartement. Die meiden kregen een beetje het gevoel dat het aan hen lag, maar het lag aan mezelf. Ik zat onder het eczeem van de stress en daardoor sliep ik heel slecht. Op mijn armen, mijn rug... het jeukte als een gek en ik wist niet wat ik eraan moest doen. Ik stond zelfs een keer ‘s nachts om vier uur voor de kamerdeur van de arts omdat ik zo moe was, ik wilde zo graag slapen, maar het niet lukte vanwege de jeuk. Zij gaf me dan een kopje thee. Aan mijn lijf merkte ik niet dat ik moe was, op adrenaline ging ik door. Ik had wel het geluk dat ik telkens pas ‘s avonds hoefde te rijden en in de dag kon groeien. Maar als je moe bent, ben je ook sneller geprikkeld. Dat hielp dus niet mee. TOCH BRONS Tijdens een training op het ijs kwam het eruit. Jorien ter Mors had haarfijn in de gaten dat ik me niet prettig voelde. Ze vroeg: ‘Hoe gaat het met je?’ Ze zei dat als er iets aan de hand was, ik dat altijd tegen mijn teamgenoten kon zeggen. Ik brak. Eenmaal terug van de training heb ik tegen de meiden gezegd dat het niet aan hen lag, maar dat ik het even niet meer wist. Daar reageerden ze heel lief op. Het luchtte enorm op. Voor de 1500 meter voelde ik me beter. Ook op het ijs ging het beter. Maar ik liet nog steeds niet zien wat ik kon. Ik haalde de finale niet. Pas toen we ons met het team gingen voorbereiden op de B-finale van de relay kwam het omslagpunt. Bij de relay heb ik sowieso een ander gevoel dan bij een individuele afstand. Helden Magazine 44 Het eerste gedeelte van het verhaal van Suzanne Schulting komt voort uit Helden Magazine 44 waar Kjeld Nuis de cover siert. Nuis is de Held van het Jaar geworden. De tweevoudig olympisch kampioen kent ook de andere kant van de medaille. Verder in de 44ste editie van Helden, Tom Dumoulin over zijn successen, de Tour en de Giro, Virgil van Dijk de aanvoerder van het vernieuwde Oranje en Liverpool, tennisster Kiki Bertens, de winnaar van de Ronde van Vlaanderen Niki Terpstra, handbalster Yvette Broch, schaatser Sven Kramer, de successen van de Nederlandse sportvrouwen, zwemmer Nyls Korstanje, bokser Peter Müllenberg, voetballer Davy Klaassen, Raymond van Barneveld ging in gesprek met Victoria Koblenko, en Frenkie de Jong en vriendin Mikky ontmoeten Wendy Rommedahl. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Shorttrack

De jacht op het goud

Goud! Suzanne Schulting schreef in PyeongChang historie door de [...]
Goud! Suzanne Schulting schreef in PyeongChang historie door de eerste olympische shorttrackkampioen in de Nederlandse historie te worden. Jorien ter Mors keerde ook dolgelukkig huiswaarts. Haar missie om afscheid te nemen van het shorttrack met een olympische plak slaagde. Na goud op de langebaan, pakte ze op miraculeuze wijze brons op de relay. En dan Sjinkie Knegt. De man op wie iedereen lette in Zuid-Korea, the man to beat. Hij won meteen zilver, maar daar bleef het bij. En dat was een tikje teleurstellend. Of zoals hij het tegen Suzanne Schulting zei na haar gouden race: ‘Jij wilde altijd mij zijn, maar ik had vandaag heel graag jou willen zijn.’ Wil je de hele documentaire zien? Dat kan via deze link.  Voor Hyena’s op het IJs zijn de drie shorttrackers intensief gevolgd in aanloop en tijdens de Olympische Spelen. De bevlogen verteller en bondscoach Jeroen Otter bestempelt zijn drie shorttrackers als roofdieren, als hyena's op het ijs. Drie verschillende karakters met hetzelfde doel. KPN en Samsung zorgen met de documentaire voor een uniek en doordringend kijkje achter de schermen. Sjinkie, de koning van het shorttrack, hij wilde zijn indrukwekkende erelijst compleet maken met die ene nog ontbrekende medaille: olympisch goud. Shorttrack zit hem in het bloed. Hij wacht op openingen die niemand ziet en haalt in op manieren die niet eerder zijn vertoond. "Soms sta ik ook weleens van mijn eigen inhaalacties te kijken, als ik een gaatje zie, beslis ik in een split second," zegt Sjinkie. "Vaak wordt me gevraagd hoe ik het doe, maar dat is bijna niet uit te leggen. Pure intuïtie. Weet je wat voor mij de perfecte inhaalactie is? Eentje die lukt. Hoe ik er voorbij kom, zal me verder een zorg zijn." Na olympisch brons in 2014 pakte hij in Zuid-Korea olympisch zilver. Maar ja, dat goud ontbreekt nog altijd op zijn palmares. Jorien was al tweevoudig olympisch kampioene op de langebaan, maar wil haar oude liefde shorttrack pas de rug toekeren nadat ze in Zuid-Korea met de relayploeg een medaille had gewonnen. Maar dat moet Jorien met een 'ander' lichaam doen, dan dat van vier jaar geleden, weet ook Jeroen. "Mijn fysieke beperkingen op dit moment? Mijn rug, mijn rechterknie... En sinds mijn overtraindheid kan ik niet meer zoveel aan, de grenzen zijn kleiner dan ze vroeger waren," zegt Jorien. Na olympisch goud op de 1000 meter langebaan kreeg Jorien toch het afscheid waar ze zo naar verlangde. En dan Suzanne, het grote talent dat schaatst zoals ze is. Impulsief, als een soort stuiterbal. En haar emoties stuiteren mee. Als kroonprinses van de sport kon ze niet wachten om de hele wereld te laten zien hoe goed ze is. Nu weet iedereen dat. En vanaf heden gaat ze door het leven als shorttrackkoningin.

Shorttrack

‘Sjinkie dronk elke dag twee liter cola’

Hij is het gezicht van het Nederlandse shorttrack. Sjinkie Knegt [...]
Hij is het gezicht van het Nederlandse shorttrack. Sjinkie Knegt pakte vorig jaar de wereldtitel en werd Europees kampioen. We gingen in Friesland langs bij de Sportman van het Jaar. Alsof je een scène uit een Kameleon-boek binnenwandelt, zo voelt het Friese dorpje Bantega. Zeshonderd mensen omringd door zesduizend koeien. Althans, volgens de laatste schatting van Joost Knegt, huisschilder van beroep en vader van Sjinkie, de shorttracker en metaalbewerker. De familie Knegt woont al drie generaties op het centrale punt in Bantega: de driesprong, die de Middenweg met de Bandsloot verbindt. “Mijn vader wilde de stad uit in 1963,” zegt Joost. “Ik was net geboren, mijn zus was vijf jaar en mijn vader wilde weg uit het drukke Hilversum. Dus sloeg hij De Telegraaf open en zag een huis te koop in Bantega. In die tijd duurde het nog een uurtje of drie om hier te komen vanuit het westen, dus het voelde echt als emigreren.” Het volledige verhaal lezen? Dat kan via Blendle door op onderstaande knop te klikken.  [blendlebutton] Op de driesprong is het enige café van het dorp gevestigd, lange tijd gerund door de oma van Sjinkie. Vanaf zijn achttiende betrok zijn vader het appartement schuin boven het café, samen met zijn broertje, die ook Sjinkie heette en tragisch genoeg op zijn achttiende met een brommer verongelukte. De naam is de Nederlandse uitvoering van Sjing Ting, zo heette de opa van Joost, in de jaren dertig een van de eerste immigranten uit China, eerst om pinda’s te verkopen en daarna een restaurant te openen. “Er gebeurt niet veel in Bantega,” zegt Sjinkie. “Maar ik ben hier opgegroeid, ben echt een dorpsmens. Met vrienden van vroeger sleutel ik een paar avonden per week aan oude auto’s. Mijn vrienden, familie en kennissen heb ik allemaal hier.” “We hebben helemaal niet de drang om naar de stad te gaan,” zegt Fenna, die Sjinkie op haar vijftiende ontmoette in De Pomp, het buurtcentrum van Bantega. “Zodra je Bantega binnenrijdt, zwaait iedereen.” Joost: “Iedereen let op elkaar en past op elkaars spulletjes. Als iemand ’s avonds vergeet de lichten van de auto uit te zetten, komt de buurman even naar buiten om ze uit te doen.” In Bantega is geen supermarkt. Op vrijdag komt een kaasboer langs de deuren, die ook worst en brood verkoopt. Een groenteboer komt ook wekelijks, net zoals de diepvriesman, die ingevroren vlees brengt. “Hartstikke handig,” zegt moeder Liesje. “En gezellig, want zo zie je de buren ook nog eens. Als je niet thuis bent, zetten ze de boodschappen voor de deur.” Kim, de jongere zus van Sjinkie, komt binnen. Zij woont sinds anderhalf jaar in Echtenerbrug, op zes kilometer rijden van Bantega. Daar zit de bouwmarkt, waar Sjinkie en Joost geregeld komen. Ook Kim moet er niet aan denken om in een grote stad te wonen, hoewel ze Bantega te klein vindt. “Hier houdt iedereen je zo in de gaten, daar houd ik niet van.” Sjinkie en Fenna namen in 2012 het huis van Joost en Lies over. Zij wonen nu boven, samen met hun dochtertje Myrthe van één jaar, terwijl de vader en moeder van Sjinkie het aangebouwde appartement naast de werkplaats huren. GEDISKWALIFICEERD Sjinkie was negen toen hij op jeugdschaatsen zat in de hal van de Heerenveense ijshockeyclub, eveneens thuisbasis van Shorttrack Club Thialf. Trainer van de shorttrackers was de Rus Kosta Poltavets, de huidige bondscoach van de Russische langebaanschaatsers. “Hij zag me en vroeg of ik wilde shorttracken. Ik viel veel, maar vond het leuk. Korte rondjes bevielen me goed en ik vond het ook mooi om met meerdere rijders gelijktijdig in de baan te zijn. Veel aantrekkelijker dan op een grote baan in je eentje een tijd neerzetten. Zeker voor kinderen. Je wilt de krachten meten, je wilt beter zijn dan de ander in een onderling gevecht. Tijd is niet belangrijk.” In Sjinkies puberjaren moest Liesje vier avonden per week met haar zoon naar Heerenveen, Leeuwarden of Groningen. Liesje: “Op zijn zestiende werd het makkelijker, toen kreeg hij een brommer en hoefden wij niet vier keer per week te rijden. Op maandag de sporttas naar Heerenveen brengen, want die kon hij niet dragen op de brommer, en vrijdags weer ophalen. Maar ik heb het voor die tijd nooit vervelend gevonden om een uur langs de baan te staan, hoor. Er was altijd wel iets te zien. De allereerste wedstrijd van Sjinkie herinner ik me nog goed, die was in Enschede. Sjinkie keek op de lijst en zag zijn naam niet staan. Bleek dat hij bij de meisjes op de lijst stond…” Zus Kim was onder de pannen bij Irina Poltavets, de echtgenote van Kosta en wereldkampioen trampolinespringen. Zij gaf trampolinespringen bij de turners in Sportstad Heerenveen. Kim sportte veel toen ze jong was, ze begon net als Sjinkie met skeeleren. “Maar ik werd altijd tweede of derde, dus daar ben ik snel mee gestopt. Daarna heb ik nog geturnd en vier jaar trampoline gesprongen.” Joost: “Als iets een verplichting wordt, dan vindt Kim het niks meer aan. Maar ze was wel goed, werd tweede bij de Friese kampioenschappen skeeleren.” Kim: “Ik ging naar school, begon te roken en op een gegeven moment kwamen de jongens in beeld en dat vond ik interessanter. Sindsdien sport ik helemaal niet meer. Ik heb die discipline niet.” Sjinkie: “Als het goed gaat, dan is het ook leuk natuurlijk. Als je nooit wint, is het niks aan.” Het fanatisme spatte er bij Sjinkie al van jongs af aan vanaf. Het was niet altijd even gezellig tijdens wedstrijdweekenden, vooral niet als hij werd gediskwalificeerd. Sjinkie: “Ik heb een tijd gehad dat ik iedereen van de baan reed. Ik heb in die periode veel geleerd over hoe je moet inhalen. Nu maak ik soms acties waarvan mensen denken: dat kan helemaal niet. Maar waar ik vroeger nog iemand dwars doormidden reed, gaat het nu goed.” Liesje: “Hij kon drie man in één bocht onderuit rijden.” Joost: “Het was gewoon kegelen. Sjinkie is een keer gediskwalificeerd vanwege roekeloos rijgedrag. Dat komt verder nooit voor.” Sjinkie: 'Ik ben echt een dorpsmens. Met vrienden van vroeger sleutel ik een paar avonden per week aan oude auto's' ROLLERBANK Sjinkie zat op de vmbo in Heerenveen. Hij koos hij voor de richting metaal, omdat hij ‘draaien en frezen’ zo leuk vond. Hij werd samen met zeven anderen geselecteerd om een leer-werk-traject te volgen bij Philips in Drachten, waar ze luxe scheerapparaten maakten. Op zijn achttiende ging hij om halfzes de deur uit en reed vijftig kilometer op de brommer naar Philips. Na twee uurtjes scheurde hij 25 kilometer naar Heerenveen, waar hij vanaf negen uur twee uurtjes schaatste. Dan weer terug naar Drachten, waar hij tot drie uur werkte en dan nog een keer naar Heerenveen om twee uur te trainen. Sjinkie: “Gelukkig ging m’n brommer 110 kilometer per uur.” Joost grinnikt, de familie Knegt houdt nu eenmaal van sleutelen. Een Alfa Romeo-motor in een oude Volkswagen Kever zetten, dat werk. “Onder die brommer hadden we een motorfietsblok gezet. Sjinkie is twee keer opgepakt en één keer is zijn kentekenbewijs ingenomen. Hij moest vaak op de rollerbank en dan hadden we de brommer zo geprepareerd en dichtgeknepen dat-ie niet harder dan 55 ging. Eenmaal op school bouwde hij alles weer om.” Het was een hectische tijd, stelt Joost. “Volgens iemand op school was er geen kind die dit vol kon houden, maar Sjinkie lukte het.” Sjinkie: “Na twee jaar kreeg ik een diploma en mocht ik met twee andere jongens bij Philips blijven. Daar heb ik nog twee jaar gewerkt. Ik vond shorttrack en werken met metaal even leuk, dus het kon niet anders dan op deze manier. Ik zie shorttrack niet als topsport, het is mijn werk en ik ben er goed in.” Zijn sport staat op de eerste plaats, maar hij heeft ook nog tijd om aan oude auto’s te sleutelen of met metaal te werken. Door zijn werk bij Philips is Sjinkie een van de weinigen in de wijde omtrek die aluminium kan lassen, dus klussen zijn er altijd. Verder maakt hij hulpmiddelen voor shorttrackers, zoals slijpblokken. Die verkoopt hij alleen aan Nederlandse shorttrackers, want de concurrentie wil hij natuurlijk niet helpen. Sjinkie is niet de enige met een eigen toko naast zijn ‘normale’ werk. Fenna werkt 31 uur als leidinggevende bij H&M in Leeuwarden, maar heeft daarnaast een webshop, Myracle, waarvoor ze baby- en kinderartikelen verzamelt en verkoopt. Fenna: “Sinds november 2015 ben ik online en het gaat hartstikke goed. Ik moest het wel even bespreken bij H&M, maar het mocht. Mijn klantenkring bouw ik op via social media en ik probeer nu meer volgers te krijgen.” Sjinkie springt ook geregeld bij. “Ik help best veel met artikelen op de foto zetten en pakketjes wegbrengen,” zegt Sjinkie. Natuurlijk is hij een aantal maanden per jaar van huis: trainingskampen in de zomer, wekenlange trips naar toernooien in de rest van het jaar. “Als hij in Nederland is, traint hij ’s ochtends,” zegt Fenna, “tussen de middag komt hij naar huis en om half drie gaat hij weer trainen. Dan kan Sjinkie de pakketjes naar het postkantoor brengen. Toen we live gingen met de website, heeft Sjinkie het gedeeld met zijn volgers. Zo heb ik ook wat aan zijn bekendheid. Voor deze foto in Helden heb ik Myrthe natuurlijk iets van Myracle aangedaan.” PIPO Tien jaar geleden lag het shorttrack in Nederland op z’n gat. Het moest anders. Alle regionale selecties werden op een hoop gegooid, waaruit de veertien besten werden geselecteerd voor het nationale team. Sjinkie kwam als zestienjarige bij de nationale selectie en maakte snel naam. “Vrienden van mij waren een paar jaartjes terug in de Dominicaanse Republiek en ze raakten aan de praat met een stel Canadezen, die vroeg waar ze vandaan kwamen. ‘Uit Nederland, maar dat kennen jullie vast niet,’ zeiden die maten van mij. Ze zeiden dat ze één iemand uit Nederland kenden en dat was Sjinkie Knegt. Bizar toch? Ik zat op dat moment bij de top twaalf van de wereld, reed leuk mee, maar stond nog niet vaak op het podium. Daaruit blijkt hoe populair shorttrack is in een land als Canada, waar alle wedstrijden live op tv worden uitgezonden. Shorttrack is veel meer een kijksport dan langebaanschaatsen. De wedstrijden en programma’s zijn lekker kort en zonder dweilpauzes, zodat mensen niet zes uur in een stadion hoeven te zitten.” In de jeugd was Sjinkie veel beter dan de rest. Elk toernooi stond hij op het podium, mits hij niet werd gediskwalificeerd. Ook bij de senioren viel hij meteen op door zijn fanatisme. Fenna: “Interviewers moeten hem niet meteen na een wedstrijd interviewen, want dan komen er rare woorden uit. Maar binnen tien minuten is het ook wel weer klaar.” Joost: “Sjinkie is na een rit echt in de heat of the moment: deuren intrappen, scheidsrechters uitschelden voor pipo.” Sjinkie: “Maar die man was ook gewoon een mietje, hij nam de regels niet serieus. Ik heb een keer samen met een collega een Duitse scheidsrechter verrot gescholden en daarna waren we beste vrienden for ever.” Hij is op het ijs vaak een vaatje buskruit. Nadat hij ooit bij het NK een deur intrapte, kreeg hij al eens de bijnaam Kung Fu Knegt. In januari 2014 was hij zelfs even wereldnieuws toen Sjinkie bij het EK in Dresden met twee opgestoken middelvingers over de streep kwam en een trappende beweging maakte in de richting van zijn Russische concurrent Viktor Ahn. Sjinkie werd gediskwalificeerd, raakte zijn derde plaats kwijt. Joost: “Sport is emotie en zulke dingen gebeuren af en toe. Als je Rintje Ritsma en Erben Wennemars op de man af zou vragen wat ze van die opgestoken middelvingers van Sjinkie net na de finish vonden, zouden ze zeggen: ‘Het kan niet, maar het gebeurt.’ Sjinkie werd dat hele weekend benadeeld, tot het laatst aan toe en op een gegeven moment ben je er dan klaar mee.” COLA Maar Sjinkie valt bovenal op door zijn prestaties. “Sjinkie hoeft er veel minder voor te doen dan zijn tegenstanders,” zegt Liesje. “Vroeger had hij overal lak aan. Hij mocht niet stappen op vrijdag als hij ’s zaterdags een wedstrijd had, maar dan ging hij gewoon naar De Pomp. En waar zijn teamgenoten zich druk maakten over diëten en gezonde voeding, lette hij nooit op wat hij at. Hij dronk elke dag twee liter cola.” Sjinkie: “Als ik zes weken niet schaats en ik bind ze weer onder, dan heb ik na een dag of twee mijn slag weer te pakken, waar anderen twee weken nodig hebben. Op trainingen moet ik aanzienlijk meer rondjes doen dan m’n collega’s. Want als het voor mijn collega’s zwaar is, zit ik op zestig procent of zo.” Na de Spelen van Vancouver in 2010 werd Jeroen Otter bondscoach en die samenwerking wierp voor Sjinkie meteen vruchten af. Sindsdien won hij twee wereldtitels, werd twee keer Europees kampioen, haalde brons bij de Spelen van Sochi in 2014 en won karrenvrachten wereldbekermedailles. Sjinkie: “Opeens haalde ik wel de finale tijdens wereldbekerwedstrijden en als ik daar eenmaal stond, wist ik ook meteen een medaille te pakken. Tegen de toppers in de finale moet je anders schaatsen en het heeft een jaartje geduurd voor ik dat kon.” Shorttrack is niet ongevaarlijk. Daar weet Sjinkie ook alles van. De familie Knegt zat op de tribune toen hij in februari 2016 tijdens een wereldbekerwedstrijd in Dordrecht een, zoals Joost het noemt, ‘dikke klapper’ maakte. Sjinkie ging onderuit en iemand viel met zijn knie tegen zijn borst. Met een zuurstofkapje op verliet hij per brancard het ijs. In het ziekenhuis kwamen een gekneusd hart, drie gebroken ribben, een scheur in zijn lever en een lichte klaplong aan het licht. “Ik was er zes weken uit en daarna was er niks meer aan de hand,” relativeert Sjinkie, “als je een gespierd bovenlichaam hebt, dan voel je je ribben bijna niet. Daar had ik bijna geen last van. En een lever voel je sowieso niet. Mijn seizoen was wel meteen voorbij, dat was jammer.” Fenna: “Sjinkie is mentaal heel sterk. Hij heeft heus wel tegenslagen, dan is het even klagen, maar is het de volgende dag weer goed. Terwijl andere jongens de neiging hebben om in dat negatieve gevoel te blijven hangen.” NIEUWE SJINKIES Vorig jaar werd hij verkozen tot Sportman van het Jaar. Uniek voor een shorttracker. Sjinkie heeft de absolute top gehaald, heeft zijn sport in ons land terug op de kaart gezet. Hij is bovendien iemand waarmee de jeugd zich kan identificeren, waardoor er over een paar jaar misschien weer nieuwe Sjinkies doorbreken. Sjinkie: “Ik heb het idee dat het allemaal natuurlijk is gegaan. Ik rolde erin. Dat komt ook omdat ik al heel jong heel goed was, dan heb je eigenlijk geen keuze. En ik heb er nog genoeg plezier in, hoor. Tenzij ik er natuurlijk elke keer word afgereden, maar dat zie ik nog niet zo snel gebeuren. Sowieso in Nederland niet.” Fenna: “Hij heeft altijd gezegd dat hij stopt zodra hij geen plezier meer heeft. Ook al zijn de Spelen het jaar erna. Als hij stopt, gaat-ie niet meer zo vaak naar de baan, dat weet ik zeker. Dan gaat hij lekker verder met zijn metaal.” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Shorttrack

Sjinkie Knegt & Jorien ter Mors

Sjinkie Knegt & Jorien ter Mors – Sochi [...]
Sjinkie Knegt & Jorien ter Mors – Sochi 2014 ‘Shorttrack heeft in Nederland een mooie vlucht genomen’ “Ik ben echt geleefd in de maanden na de Spelen van Sochi,” haalt Jorien de nasleep van de Winterspelen van 2014 voor de geest. Meer dan ooit werd shorttrack daar voor Nederland op de kaart gezet. “Het was een behoorlijke gekte hier in Nederland, dat kwam natuurlijk ook door mijn gouden medaille op de langebaan.” “Gelukkig had ik nog een wereldkampioenschap te rijden waar we met de teamrelay wat goed te maken hadden,” vult Sjinkie aan. De kersverse vader moest daarom na Sochi de knop al snel weer omzetten. “Wij moesten door, ‘nee’ zeggen tegen alles wat op ons afkwam. Toen we vervolgens in Canada wereldkampioen werden op de relay, merkten wij ook dat shorttrack in Nederland een mooie vlucht had genomen.” 'We gunnen het elkaar even hard' Sjinkie en Jorien zijn de kopman en –vrouw van het shorttrack in Nederland. In Sochi zorgde Sjinkie met brons op de 1000 meter voor de eerste Nederlandse olympische medaille ooit in het shorttrack. Sjinkie: “Die medaille heeft enorm geholpen de sport op de kaart te zetten in Nederland, en mij trouwens ook.” Jorien werd vierde, vijfde en zesde als shorttrackster, maar op de langebaan won ze olympisch goud op de 1500 meter en met de achtervolgingsploeg: “Ik beschouw Sochi niet als mijn doorbraak bij het grote publiek. Dat interesseert me namelijk niet. Ik schaats niet voor het grote publiek, maar voor mezelf. Om het beste uit mezelf te halen.” Het hoogst haalbare, olympisch goud, mist in het shorttrack nog in de Nederlandse prijzenkast. In het Zuid-Koreaanse Pyeongchang in 2018 hopen ze daar een eind aan te maken. Sjinkie: “Ha, nee hoor. Daarbij is er geen onderlinge strijd wie als eerste die gouden medaille pakt. We willen allebei die medaille, het maakt mij niet uit wie hem als eerste krijgt.” Jorien: “We gunnen het elkaar even hard. Het mooiste zou zijn als we allebei die gouden medaille winnen.” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Shorttrack

Generation Next: Suzanne Schulting

Ze zijn jong en getalenteerd en als de winter aanbreekt, bloeien [...]
Ze zijn jong en getalenteerd en als de winter aanbreekt, bloeien ze helemaal op. Ze zijn klaar om de macht te grijpen op het ijs en in de sneeuw. Helden nodigde Generation Next uit voor een koude shoot. Suzanne Schulting 25 september 1997 shorttrackster en langebaanschaatsster Na mijn derde plek op de EK shorttrack kwam ik pas echt in the picture. “Dat was eigenlijk een bizarre prestatie in mijn eerste jaar bij de senioren. Ik had het er laatst nog met mijn vriend Adwin Snellink over, hij is ook shorttracker en mijn teamgenoot. Ik, en hij ook, hadden het nooit verwacht. Ineens kreeg ik er ook veel volgers op social media bij. Maar ik ben nog trotser op mijn winst op de 1500 meter tijdens het WK junioren, vlak na het EK. Vier jaar lang was winnen onbereikbaar, die Koreanen en Chinezen waren zo goed. Nu kan ik ze wel verslaan.” Wat mensen niet van me weten... “Ik heb nul procent balgevoel, kan echt niks met een tennisracket, hockeystick of voetbal. Dat is wel bijzonder, aangezien mijn vader voetbaltrainer is. Hij is hoofdtrainer bij Cambuur geweest en traint nu de vrouwen van Heerenveen. Als kind keek ik vaak naar zijn wedstrijden.” 'Ik maak nog te veel foutjes, val soms of krijg hier en daar een penalty' Voetbal, schaatsen, kunstschaatsen en turnen... “Mijn ouders wilden dat ik ging schaatsen, maar dat wilde ik helemaal niet. Ze dachten: dan kan Suzanne leuk met haar vriendinnetjes schaatsen op al die slootjes bij ons in Friesland. Ik begon met kunstschaatsen, deed zweefstanden, maar vond het verschrikkelijk. Maar van mijn ouders moest ik het seizoen afmaken. Het jaar daarna deed ik mee met het jeugdschaatsen in Heerenveen. Dat vond ik wel leuk. Ha, ik ben dus geen voetbaltalent, geen kunstschaatstalent, wil gewoon rammen op het ijs.” Eat your heart out, Sjinkie Knegt, Suzanne is coming! “Sjinkie is niet specifiek mijn voorbeeld, ik doe het op m’n eigen manier. Maar hoe hij schaatst, is prachtig. Sjinkie heeft een goede controle en techniek, hij maakt daardoor fantastische inhaalacties. Ik maak nog te veel foutjes, val soms of krijg hier en daar een penalty. Sjinkie is meer gecontroleerd.” Shorttrack of langebaan... “Sinds ik schaats, combineer ik de langebaan al met shorttrack. Voor de media is het verrassend. ‘O, Suzanne Schulting gaat ook de kant van Jorien ter Mors op.’ Maar ik heb al heel lang de ambitie om een medaille op de shorttrack én langebaan te winnen. Richting Pyeonchang ligt mijn focus meer op shorttrack, daar heb ik nu de meeste kansen. Maar als ik nu beter zou zijn op de langebaan, zou ik daarvoor kiezen. Ik wil gewoon winnen.” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Shorttrack

‘Sjinkie is een intelligente snuiter’

Het zijn de weken van de waarheid voor Sjinkie Knegt en bondscoach [...]
Het zijn de weken van de waarheid voor Sjinkie Knegt en bondscoach Jeroen Otter met eerst de Winterspelen in Zuid-Korea en daarna het WK in Montreal (16-18 maart). Voor de documentaire Hyena’s op het ijs, te zien bij KPN Presenteert, volgden we de shorttrackers en hun coach tijdens de voorbereiding. De jacht is geopend. Met zijn ogen wijd opengesperd wacht hij op zijn kans om ‘de prooi’ te grijpen. Plotseling hapt hij toe. Iedereen weet dat het gaat gebeuren, maar hij doet het op momenten dat niemand het verwacht. Zijn coach Jeroen Otter vergelijkt hem niet voor niets met een roofdier. Specifieker, hij bestempelt Sjinkie Knegt als een van zijn ‘hyena’s op het ijs’. Vol overgave stort Sjinkie zich op het kat-en-muisspel. Wachten op openingen die niemand ziet, duiken in gaatjes van wie verder niemand weet dat ze er zijn, inhalen op manieren die niet eerder zijn vertoond. “Soms sta ik ook weleens van mijn eigen inhaalacties te kijken,” zegt de shorttracker met de karakteristieke baard lachend, “als ik een gaatje zie, beslis ik in een split second. Vaak wordt me gevraagd hoe ik het doe, maar dat is bijna niet uit te leggen. Ik zie iets en reageer zonder erbij na te denken. Het is bijna niet te trainen. Pure intuïtie. Weet je wat voor mij de perfecte inhaalactie is? Eentje die lukt. Hoe ik er voorbijkom, zal me verder een zorg zijn.” Bondscoach Jeroen Otter kijkt soms hoofdschuddend van ongeloof naar wat Sjinkie doet. Nadat zijn pupil hem een high five heeft gegeven, heeft Jeroen soms de herhalingen nodig om te kunnen zien wat zijn pupil nu weer heeft uitgespookt. “Er is niets mooiers als een atleet iets doet wat nog niet eerder is vertoond. Dat je denkt: wow, die is in een nieuwe wereld gestapt. Zoals Epke Zonderland met zijn ongeëvenaarde rekstokoefening op de Spelen van Londen in 2012. Sjinkie laat de wereld ook geregeld zien dat wat gisteren de norm was, nu passé is. Hij laat vaak hogeschoolwerk zien. Soms krijgt hij zelfs een high ve van zijn tegenstanders. Ik denk ook vaak: waar komt dit nu weer vandaan? Of het mijn verdienste is?” Lachend: “Laat ik het als volgt stellen: ik heb Sjinkie in ieder geval niet in de weg gestaan tijdens zijn ontwikkeling.” ZESDE ZINTUIG Jeroen herinnert zich nog dondersgoed het moment dat hij Sjinkie voor het eerst in actie zag. Dat was in 2007 bij een wereldbekerwedstrijd. Jeroen woonde destijds in Canada, trainde een internationaal team. “Ik zag meteen: Nederland heeft er nu eentje die wel wat kan. We noemden hem Scotch Tape, plakband. Sjinkie kon zich aan iemand vastplakken. Of het nou een Amerikaan was of een Koreaan, dat maakte niet uit. Je kon hem er niet af wapperen, maar meerijden was op dat moment ook het enige wat Sjinkie kon.” In 2010 werd Jeroen – eind jaren tachtig als shorttracker viermaal wereldkampioen met de Nederlandse aflossingsploeg – bondscoach van Nederland en was een twee-eenheid geboren. “Jeroen heeft me laten geloven in mezelf, laten zien dat ik echt kan winnen. Dat is een heel belangrijke stap geweest. Op mentaal vlak heeft hij me heel erg geholpen, me gemaakt tot de shorttracker die ik nu ben,” stelt Sjinkie. Jeroen pakt een papiertje, tekent er drie pilaren op en een dak. De eerste pilaar staat voor fysiek, de tweede voor techniek en de derde voor tactiek. “We zijn begonnen die pilaren te bouwen en dat kregen we voor elkaar door keihard te trainen, daarna konden we pas met het dak beginnen. En het dak staat voor het mentale aspect, dat is wat uiteindelijk het verschil maakt in shorttrack.” Dat mentale deel is zeker te trainen, zegt Jeroen. Door heel veel wedstrijden te rijden, leer je patronen herkennen. “Je moet een zesde zintuig ontwikkelen. Dat doe je door fouten te maken en ervan te leren, en doordat je alle denkbare wedstrijdsituaties talloze keren hebt meegemaakt. Het duurt jaren voordat je helemaal klaar bent voor de grote wedstrijden. Als ik jou nu in Shanghai neerzet, is het heel lastig jezelf te redden. Je spreekt de taal niet, kunt de tekens niet lezen en raakt verdwaald. Maar als je daar gaat wonen, dan ga je langzaamaan dingen herkennen. En als je er lang genoeg bent, leer je de taal en vind je de weg. Uiteindelijk is het net zo herkenbaar als dat je in Amsterdam wordt gedropt. Als ik dat op shorttrack betrek: je leert anticiperen op tegenstanders, herkent situaties. Je weet dat als je iemand niet links van je ziet, hij dus rechts moet zitten. Daar hoef je niet meer voor over je schouder te kijken.” Dag en nacht is Jeroen bezig zijn sporters naar een hoger niveau te tillen. Je zou hem met zijn 53 jaar shorttrack-verslaafd mogen noemen, erkent hij. “We moeten met z’n allen wel een beetje op Jeroen letten,” lacht Sjinkie, “hij gaat zo op in shorttrack, op wedstrijddagen vergeet hij nog weleens te eten. Moesten wij hem erop wijzen. Tegenwoordig zijn er meer begeleiders mee, hoeven wij als schaatsers ons niet meer heel druk te maken over Jeroen.” Zijn bevlogenheid werkt aanstekelijk, zegt Sjinkie. “Ik wil graag voldoen aan de verwachtingen van Jeroen tijdens zijn trainingen. Als Jeroen in zijn hoofd hee dat het op een bepaalde snelheid kan, dan vind ik ook dat we dat met z’n allen moeten doen. Jeroen stopt er zoveel energie in. Hij bedenkt dingen niet voor niets, hee een visie die ons hee gebracht waar we nu zijn. Als we weer een stap willen zetten, moeten we hem volgen.” Sjinkie: ‘Weet je wat voor mij de perfecte inhaalactie is? Eentje die lukt. Hoe ik er voorbij kom, zal me verder een zorg zijn’ WRIJVING In een kolkende arena, als Sjinkie op jacht is, is er altijd maar één stem die tot hem doordringt: die van Jeroen. Hoeveel lawaai er ook is. “Ik hoor hem altijd. Dan geeft hij aan of iemand binnendoor of buitenom probeert te komen. En of ik de bocht hoog aan moet snijden.” Maar denk nou niet dat Sjinkie zijn coach in alles blindelings volgt. “Sjinkie weet heel goed wat hij wil,” glimlacht Jeroen. Sjinkie: “Jeroen is eigenwijs en ik ook. We kunnen wel vijf of zes minuten discussiëren over iets kleins. Ik ga niet snel toegeven en hij ook niet. Het beste is dat we dan allebei even weglopen. Dat wordt later niet meer uitgesproken. Want allebei vinden we het heel moeilijk om te zeggen dat de ander toch gelijk had.” Jeroen: “Het is toch mooi dat het af en toe knettert? Waar wrijving is, is warmte en dus energie. Die energie weten wij heel goed te vertalen in betere trainingen en wedstrijden.” Sjinkie, lachend: “Bij mij moet je er niet omheen draaien, het moet op de harde manier. Nou, Jeroen is altijd heel duidelijk tegen me, hoor. Het is niet zo dat als ik hem heb gesproken ik achteraf nog vragen heb.” Ze werken al acht jaar samen. Je zou Jeroen en Sjinkie kunnen bestempelen als shorttrackvader en -zoon. Maar hun band beperkt zich enkel tot het ijs. Jeroen: “Ik kom elk jaar wel een paar keer bij Sjinkie thuis, maar daar is eigenlijk altijd een reden voor.” Sjinkie: “Het is niet zo dat ik Jeroen zondag ga bellen voor een bakkie koffie, dan blijf ik liever gewoon thuis. Ik vraag hem ook niet om advies over dingen buiten het shorttrack. We hebben een goede band, maar vriendschap zou ik het niet meteen noemen. Ik beschouw Jeroen echt als m’n trainer.” Jeroen: “Ik zit niet in de sport om vrienden te maken, maar om betere sporters te maken. Sjinkie gaat toch ook niet naar een WK of de Spelen omdat het zo gezellig is of om vrienden te maken? Sjinkie wil het beste uit zichzelf halen. Ik heb hetzelfde doel. Prachtig als ik ergens een vriend aan overhoud, maar primair wil ik een heel goede coach zijn.” PLANEET SJINKIE Met zijn armen over elkaar staat Jeroen in het midden van de trainingsbaan. Zijn hoofd draait mee met de rondjes die Sjinkie op het ijs draait. Na afloop is er overleg. Jeroen praat, gebruikt zijn handen om zijn woorden te verduidelijken. Sjinkie knikt, zegt af en toe wat terug, terwijl hij zijn handen in de zij heeft. “Sjinkie is fysiek sterk, maar zeker niet de sterkste. Hij is conditioneel goed, maar er zijn er die beter scoren. Maar op één onderdeel onderscheidt hij zich: niemand voelt het ijs als Sjinkie. Geen shorttracker rijdt efficiënter dan hij. De hoeken die hij schaatst in de bochten en de snelheid waarmee hij dat doet; dat beheerst hij als de beste.” Geconfronteerd met de woorden van zijn coach, knikt Sjinkie. “Er zijn jongens die fysiek beter zijn dan ik, maar die schaatsen dom. Het tactisch vermogen en de mentale sterkte bepalen uiteindelijk hoe compleet je bent als shorttracker. Tactisch ben ik een van de beteren. Ik haal heel makkelijk in, dat is de belangrijkste reden waarom ik zo ver ben gekomen. En mentaal ben ik erg gegroeid de laatste tijd.” Sjinkie wilde nog weleens tegen een diskwalificatie aanlopen in de beginjaren van zijn carrière. Op het ijs kon hij veranderen in een vaatje buskruit. Beroemd is ook de race op het EK van 2014 waar hij zijn middelvinger uitstak naar de Koreaans-Russische grootmeester Viktor Ahn, waardoor de jury hem zijn bronzen medaille afnam. “Frustraties, middelvingers, deuren intrappen, vloeken. Je hebt iets voor ogen en bereikt je doel niet, dat is niet leuk,” zegt Jeroen, “maar zorgen die middelvingers en dat gevloek ervoor dat je er de volgende wedstrijd weer staat? Word ik daar een betere shorttracker van? Geeft het me energie? Dat is de vraag die Sjinkie zich bij alles moet stellen.” De Sjinkie van nu is rustig en stoïcijns. Thuis, in het Friese gehucht Bantega, wachten zijn vrouw Fenna, dochter Myrthe van tweeënhalf en zoon Melle, die in mei 2017 werd geboren. In zijn vrije tijd sleutelt hij in de werkplaats onder zijn huis aan oude auto’s, komende zomer wil hij meedoen aan het Nederlands kampioenschap autocrossen. Of hij gaat verder met de verbouwing van het huis, dat hij sinds ze er zijn gaan wonen stukje voor stukje eigenhandig aan het transformeren is. Sjinkie: “Ik wil gewoon altijd het beste, ben een enorme perfectionist. Ik kon heel kwaad worden als ik verloor, met dingen gooien. En ik dacht dan dat het aan alles en iedereen lag, behalve aan mezelf. Ik word ook nog best vaak aan die middelvingers herinnerd. Vind ik niet erg. Het is wat het is. Ik ben rustiger geworden, ook doordat ik dit soort dingen heb meegemaakt. Ik kijk nu naar mezelf, naar wat ík fout heb gedaan, heb geleerd eerst tot tien te tellen. Wat ook helpt: hoe beter ik word, des te makkelijker ik teleurstellingen kan verwerken. Ik hoef me niet druk te maken, omdat de kans groot is dat ik volgende week weer een kans krijg om te laten zien wat ik kan. Ik vergeet makkelijker. Mijn vrouw Fenna zegt ook dat ik rustiger ben. Mensen zeggen ook wel dat ik rustiger ben omdat ik nu vader van twee kinderen ben, maar ik zie dat totaal niet zo. Dat ik vader ben, neem ik niet mee de ijsbaan op, hoor. Ervaring, ouder worden, beter worden; dat zijn zaken die ervoor zorgen dat ik rustiger ben.” Jeroen: “Mensen denken misschien: ach Sjinkie, die autoklusser. Maar vergis je niet, want Sjinkie is een ongelooflijk intelligente snuiter. Hij voelt heel goed aan wat hij moet doen om beter te worden. Dat kan niet iedereen. Hij is op mentaal vlak zo gegroeid. Hij raakt niet in paniek als hij een fout maakt of als een race niet verloopt zoals we hadden bedacht.” Sjinkie: “Ik zit voor een wedstrijd compleet in m’n eigen wereld. Ik kijk naar de race die bezig is, ga nog even hebben op hun volgende race. Bij Sjinkie niet, die zet meteen de knop om.” SHINEN Shorttrack is ook een sport van valpartijen en penalty’s, maar zeg tegen Sjinkie en Jeroen niet dat geluk van doorslaggevend belang is. “Ik spreek van forced errors,” zegt Jeroen. “Wat denk je dat er gebeurt als een van de beste shorttrackers van de wereld, Sjinkie, in je nek hijgt? Hij zet zijn tegenstanders zo onder druk. Ze weten dat hij vroeg of laat binnendoor of buitenom gaat komen. Sjinkie dwingt hen tot het maken van fouten.” Sjinkie: “Ik ben voortdurend aan het kijken als ik achter iemand zit. Hoe snijdt hij de bocht aan? Waar verliest hij snelheid? Ik probeer het patroon te herkennen. Als iemand steeds hetzelfde doet, bedenk ik een manier hoe ik er langs kan.” De druk is er tot op de finishlijn. Zijn tegenstanders weten dat Sjinkie in de laatste meters nog als een duveltje uit een doosje tevoorschijn kan komen. Hij kan in de laatste meter zijn beroemde en beruchte ‘telescoopbeen’ uitschuiven. Tal van keren heeft hij dat geflikt in finales. “Mijn timing bij het uitstrekken van mijn been voordat ik over de streep ga, is perfect. Ik heb ook geen flauw idee hoe ik het doe.” Jeroen begon in 2010 met het polijsten van zijn ruwe diamant Sjinkie. De voltooiing is in zicht. Jeroen: “Hij heeft al heel wat momenten gehad waarop hij kon shinen.” Jeroen: ‘Sjinkie heeft schaatsalzheimer: hij heeft het vermogen om dingen meteen te vergeten’ Olympisch brons, vier jaar terug in Sochi, wereldtitels met de aflossingsploeg in 2014 en 2017, de individuele wereldtitel in 2015, wereldkampioen 500 meter in 2017, Sportman van het Jaar in 2015 en zesmaal goud op een EK telt zijn palmares nu al. Sjinkie: “Ik ben soms te afwachtend in een race, daar kan ik weleens woorden over hebben met Jeroen. Soms ben ik ook te nonchalant en relaxed, word ik verrast door iemand door wie ik eigenlijk niet verrast hoef te worden.” Jeroen: “Sjinkie is heel goed, maar dat is tegelijkertijd zijn valkuil. We gaan voor de overtreffende trap: goed, beter, best. Het gevaar van iemand die al erg goed is, is dat hij van zichzelf denkt: ik ben toch al heel goed, waar denk jij mij als coach nog in te verbeteren? Ik hou ervan om Sjinkie in trainingen uit te blijven dagen. Aan mij om een pakketje samen te stellen waardoor hij nog beter wordt.” De verwachtingen zijn hoog rond Sjinkie. Hij is het boegbeeld van de Nederlandse shorttrackers, de man die wereldwijd aanzien geniet, die de eerste olympische shorttrackmedaille voor Nederland binnensleepte en liet zien dat Nederland niet alleen goed is op de langebaan. Het jachtseizoen is geopend. De weken van de waarheid staan voor de deur voor Sjinkie en Jeroen. Eerst de Olympische Spelen in Pyeongchang en daarna, van 16 tot en met 18 maart, het WK in Montreal. Sjinkie is 28 jaar, in de kracht van zijn leven; het moet nu gebeuren. Sjinkie: “Er mist er natuurlijk nog een en dat is een gouden medaille op de Spelen. Voor de rest heb ik in principe alles wel gehaald. Ik schiet niet in de stress als mensen van mij verwachten dat ik win. Dat ben ik wel een beetje gewend. Ik ben er ook in gegroeid, hè. Eerst was ik outsider, daarna begon ik te winnen en kwamen de verwachtingen. Ik denk dat het alleen maar voor goeie druk zorgt, die verwachtingen helpen me het beste uit mezelf te halen als het moet. Het beperkt me niet, hoor, ik blijf gewoon mezelf, doe m’n ding. Zo simpel benader ik het.” Jeroen: “We trainen niet om derde of vierde te worden, we willen uiteindelijk de beste van de wereld worden en dat spreken we ook uit.” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.