Word abonnee

Voetbal

Voetbal

Jackie Groenen: ‘Ik kan niet alleen op voetbal teren’

Jackie Groenen (27) is al jaren een van de [...]
Jackie Groenen (27) is al jaren een van de boegbeelden van het Nederlands elftal. De middenveldster van Manchester United werd met de Oranjevrouwen Europees kampioen in 2017 en stond in de WK-finale in 2019. Jackie is ook een muziekliefhebber. We bespraken haar leven aan de hand van haar favoriete nummers. Fleetwood Mac - Landslide “In mijn vrije tijd ben ik veel met muziek bezig. Als klein meisje wilde ik al graag goed Engels leren. Dat deden we aan de hand van muziek­ nummers. In de auto luisterden we naar cd’s, in die hoesjes zaten boekjes met de songteksten. Eerst luisterden we de liedjes en thuis vertaalden we de teksten. Toen is mijn liefde voor muziek begonnen. Een paar jaar geleden ben ik begonnen met gitaarspelen. Een van mijn favoriete nummers van Fleetwood Mac, Landslide, kan ik nu spelen. Fleetwood Mac is mijn grootste liefde in de muziek. Onlangs ben ik naar een coverbandje van Fleetwood Mac gegaan. Ik heb enorm getwijfeld of ik er wel naartoe zou gaan, want vaak word je door een coverband teleurgesteld. Maar ze waren zo goed, ik heb er absoluut geen spijt van. Ik heb Fleetwood Mac helaas nooit live zien spelen. Ik wilde kaartjes kopen voor een concert in Nederland, maar dat optre­den viel midden in het WK in 2019. Dat was helaas ook hun afscheidstour...” Frank Sinatra - My way “Mijn vader en ik reden vroeger iedere dag twee uur heen en weer naar Essen, de club in Duitsland waar ik op mijn vijftiende mijn eerste contract tekende. We draaiden in de auto altijd liedjes voor elkaar en analyseerden de teksten. My way van Frank Sinatra is een van de lievelings­ nummers van mijn vader. De tekst vind ik passend bij mijn voetbalcarrière, omdat ik geregeld een stap heb gezet die mensen niet logisch vonden.” Dat begon al bij jouw keuze voor SSG Essen. “Ik had altijd bij Nederlandse jeugdploegen gespeeld. Maar ik wilde wat anders en ging daarom met mijn vader bij Essen kijken. Door vlak over de grens te voetballen, kon ik alles combineren. Ik woonde nog bij mijn ouders in het Belgische Poppel, zat op school in Tilburg en kon op het hoogste niveau voetballen, want de Duitse competitie was op dat moment de beste van de wereld. Mijn vader is geregeld voor gek verklaard dat hij iedere dag twee uur heen en twee uur terug moest rijden om mij naar een training te rijden. Willem II, de club waar mijn opa en vader hadden gevoetbald, was een logischere keuze geweest. Maar ik had het erg naar mijn zin in Duitsland. Eerst bij Essen en een jaar later bij Duisburg. Ik vond het leuk dat het geen standaardkeuzes waren.” Jij hebt nooit met tegenzin in de auto gezeten? “Meestal voelde het als een uitje, maar bij Essen heb ik het ook een periode moeilijk gehad. Op mijn positie op het middenveld stond een 36­-jarige dame die al vijftien jaar bij de club speelde. Ik was vijftien, maar ze moest door mij van positie wisselen. Dat viel bij haar niet echt in goede aarde. De eerste twee weken werd ik letterlijk verrot geschopt. Ik had maar een paar meiden die me opvingen, de rest was van de pesterijtjes. Niemand kende mij in Duitsland, ik sprak de taal niet en kende de cultuur niet. In een land als Duitsland vinden ze: je moet je positie verdienen, je opwerken in de hiërarchie. Ik kan me nog herinneren dat ik huilend in de auto zat en tegen mijn vader zei: ze willen me hier niet, dus wat doe ik hier. Mijn vader zei: ‘Je gaat je niet door een paar meiden aan de kant laten zetten. Dan schop je maar terug.’ Daarmee was het ook wel opgelost.” Daarna speelde je een jaar bij Chelsea in Engeland. Vervolgens kwam je vier jaar voor Frankfurt uit en raakte je weer in beeld bij de KNVB. Je werd Europees kampioen in 2017 en haalde de WK-finale in 2019. Toen koos je voor Manchester United. “Ik kon na het WK bij best wat topclubs terecht maar ik koos voor Manchester United, een ploeg die voor het eerst uitkwam in de Women’s Super League. Bij Frankfurt had ik Champions League gespeeld, wat dat betreft deed ik bij Manchester United een stap terug. Voor mij is plezier het belangrijkst. Ik had een goed gevoel bij mijn toenmalige coach Casey Stoney, het land stond me aan, net als de plek waar ik ging wonen. En ik vond het een uitdaging om iets op te bouwen. In drie jaar tijd hebben we aansluiting gevonden bij de top van Engeland.” [caption id="attachment_18751" align="alignnone" width="2560"] Jackie passeert Vilma Koivisto van Finland[/caption] Je zei begin dit jaar bij de NOS: ‘Ik denk dat het belangrijkste aan sport is dat je er plezier uit haalt. Als dat minder wordt, ga ik iets anders doen. Ik ben wat dat betreft misschien niet de beste topsporter.’ Hoe typeer jij jezelf dan? “Op het veld ben ik superfanatiek, dan wil ik winnen. Als ik train, is het alsof ik een wedstrijd speel. Ik ga all-in. Maar ik heb nooit extreme keuzes gemaakt om te winnen. Voor mij is het altijd het belangrijkste geweest dat ik elke dag naar de club rij met de gedachte: dit is wat ik wil doen, dit vind ik leuk. Dat is misschien ook een kwaal geweest. Ik heb nooit een club gekozen waarvan ik wist: daarmee ga ik veel prijzen achter mijn naam zetten. Prijzen pakken is leuk hoor, maar als je er geen plezier aan hebt beleefd dan is een prijs maar een symbool achter je naam. Daarom maakte ik soms andere keuzes. Maar ik weet niet of dat dan per se topsportkeuzes zijn.” Hoe zwaar vind jij het leven als topvoetbalster? “Wij worden een beetje geleefd, dat maakt het mentaal soms zwaar. Wat bij ons onderschat wordt, is dat wij 24 uur per dag onder controle staan van de club of de KNVB. Alles wordt be­ paald door onze bazen. Als ik op donderdag vrij ben en heb afgesproken om te lunchen met vrienden, dan kan dat zomaar woensdagavond veranderen omdat ons trainingsschema is omgegooid. Dat vind ik soms moeilijk. Pas tijdens de coronaperiode heb ik voor het eerst in mijn carrière een beetje geworsteld. Mijn wereld werd heel klein en ik was het plezier verloren. Ik had er moeite mee dat ik mijn familie en vrienden niet kon zien. Bij een club als Manchester United waren de protocollen heel streng. Zelfs na een training mochten we niet bij elkaar in de buurt komen. Die periode heeft me duidelijk gemaakt dat ik niet alleen op voetbal kan te­ ren. Voor het eerst had ik door: ik kan het niet helemaal alleen, ik heb mijn familie en vrienden nodig. Pas toen de maatregelen in Engeland in september vorig jaar versoepeld werden en ik weer naar Nederland kon vliegen, ging het de goede kant op. Nu heb ik weer de optie om naar huis te vliegen, ik heb mijn vrijheid terug. Ik vond het heel beklemmend dat die optie er niet was.” Meat Loaf - Two out of three ain't bad “Dit is een van de nummers waarmee mijn zus Merel en ik Engels heb­ ben geleerd. Ik vind het ’t mooi­ ste nummer van Meat Loaf. Mijn vader was ook gek van dit nummer.” Jouw vader is heel belangrijk geweest in jouw carrière... “Ik had twee helden: Johan Cruijff en mijn vader.” Was hij ook streng voor je? “Bij mijn vader stond alles in het teken van ontwikkeling. Hij zei het niet als iets goed ging, maar vooral als iets niet goed was. Als jong meisje was ik daar wel gevoelig voor, dan dacht ik: was alles dan slecht? Mijn vader noemde gewoon alles wat beter kon en daardoor ben ik ook zelfkritisch geworden. Tege­ lijkertijd zei hij ook altijd: ‘Als je geen zin hebt, dan gaan we niet. Je ontwikkelt je niet als je er geen zin in hebt. Maar als je iets doet, dan doe je het ook fanatiek.’ Mensen hebben dat ook weleens verkeerd opgevat, die dachten dan dat mijn vader een soort tiran was. Dat was hij niet. Mijn vader heeft me altijd gesteund en zegt ook vaak genoeg hoe goed ik kan voetballen. En soms botsten we ook, vooral in de auto als we over voetbal spraken. Dat duurde vijf minuten en daarna waren we weer de beste vrienden.” Zegt hij weleens dat hij trots op je is? “De laatste jaren doet hij dat meer dan vroeger. Mijn vader had altijd in gedachte: hoe jonger je bent, des te meer je kunt leren. Zijn opvatting is: vanaf vijf jaar oud moet je zoveel mogelijk trainingsuren maken en vanaf je achttiende kun je juist minder gaan trainen. Dat is ook de reden waarom ik zover ben gekomen. Natuurlijk kan ik me nog steeds ontwikkelen, na een wedstrijd analyseren we nog steeds alle punten die beter hadden gekund. Maar hij zegt nu wel vaker dan vroeger dat hij trots op me is.” Jouw vader stak veel energie in jouw carrière, heb je weleens het gevoel gehad dat je dat ook moest terugbetalen in prestaties? “Nee, voor hem was het geen opgave. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik zijn tijd afpakte. Dit is ook wat papa graag deed. Ook mijn moeder is heel belangrijk voor me. Zij is zo lief. Ze zorgde vroeger voor de balans thuis en focuste op mijn school. Maar mama zorgde ook voor de ontspanning buiten het voet­bal. Als ik met papa op pad was, dan ging het altijd over voet­ bal. Met mama kon ik juist over andere dingen praten, en nog steeds doen we dat. 'Pas tijdens de coronaperiode heb ik voor het eerst in mijn carrière een beetje geworsteld. Mijn wereld werd heel klein en ik was het plezier verloren' Ook met mijn zus Merel heb ik een goede band, wij zijn beste vriendinnen. Ik wilde vroeger altijd alles doen wat zij deed. Zij begon met voetbal, ik ging op voetbal. Zij ging op judo, ik volgde haar. Later gingen we onze eigen weg, maar onze band bleef heel hecht.” [caption id="attachment_18752" align="alignnone" width="2560"] Jackie in duel met Sandy Baltimore van Frankrijk[/caption] The Beach Boys - God only know “Dit nummer van The Beach Boys maakt mij vrolijk. Ik heb een platen­ speler in mijn slaapkamer en een­ tje in de keuken, zet dit nummer’s ochtends vaak op.” Sinds het EK in 2017 sta je in Nederland bekend als die lachebek. “Dat is ook mijn karakter. Mensen zeggen geregeld tegen me: ‘Je bent altijd zo vrolijk.’ Ik heb weinig dingen meegemaakt waardoor ik niet vrolijk hoef te zijn.” Ben jij veranderd sinds het gewonnen EK vijf jaar geleden? “Ik had het er laatst met Daniëlle van de Donk over, mijn ploeggenoot bij Oranje, dat ik misschien iets minder egoïstisch ben geworden sinds dat EK. Ik vind het nu nog belangrijker dat mijn omgeving het ook leuk heeft. Voor die tijd draaide alles om voetbal, mijn carrière en mijn succes, maar daar ben ik na dat EK losser in geworden. Nu vind ik het belangrijker dat mensen om me heen mij ook een leuk mens vinden. Daniëlle voelde dat ook zo.” Ben jij weleens boos? “Zelden. Dat komt ook omdat ik makkelijk over dingen heen­ stap. Natuurlijk ben ik weleens teleurgesteld in mijn spel of een keuze van de trainer, maar ook dan denk ik al snel: we gaan weer verder. Ik vind het zonde om ergens lang in te blijven hangen.” The Beatles - With a little help from my friends “Ik heb de afgelopen jaren zoveel leuke mensen leren kennen. Maar ik heb ook geleerd dat hoe meer mensen je leert kennen, des te belangrijk juist een klein clubje mensen wordt. Het nummer With a little help from my friends van The Beatles vind ik mooi en slaat op mijn vriendschappen. Ik weet wie ik wil zijn bij mijn vriendinnen en wie het beste uit mij halen. Mijn beste vriendin Jenny ken ik al vanaf de middelbare school, zij kent mij door en door. Ik heb ook goede vriendinnen gemaakt door het voetbal. Ik ben heel goed bevriend geraakt met Cecilie Sandvej, een Deense speelster die ik heb leren kennen bij Frankfurt. Zij is een vriendin die ik soms drie weken niet spreek, maar het zit altijd goed tussen ons. Bij het Nederlands elftal ben ik goed bevriend geweest met Lize Kop en Liza van der Most. En op onze voormalige keepster Loes Geurts heb ik enorm kunnen leunen.” Jim Croce - Operator “Jim Croce is een zanger uit de jaren vijftig. Operator was het favoriete nummer van mijn opa. Mijn vader heeft mij dit laten horen.” Een paar jaar geleden zei je tegen ons: ‘Wij zijn nog geen Messi of Ronaldo die nauwelijks in de supermarkt kunnen lopen, ik kan nog steeds prima in mijn auto stappen en ergens uitstappen.’ Staat bij jou inmiddels de telefoon roodgloeiend? “Ik heb het wel een stuk drukker gekregen met commerciële vragen en mediaverzoeken, maar ik heb nog steeds een vrij normaal leven, hoor.” Besef je weleens dat jij bij de groep hoort die een sport in Nederland groot heeft gemaakt? “Dat besef komt nu ik ouder word. De ontwikkeling die ik afgelopen jaren heb gezien, is gigantisch. Waar ik trots op ben, is dat ik bij de generatie hoor die het allebei heeft meegemaakt. Ik heb belangrijke wedstrijden gespeeld voor alleen familie. Nu zitten de stadions vol. We kunnen inmiddels van onze sport leven, maar er zit nog steeds veel rek in het vrouwenvoetbal. Het kan nog steeds beter. Laatst mochten wij op Old Trafford spelen, het stadion van de mannen. Dat was heel bijzonder, maar ik hoop dat zoiets over tien jaar normaal is.” 'Wij zijn aan het doorbreken in een sport die beheerst wordt door mannen. Daar kun je een groot probleem van maken, maar dat is cultureel gezien nou eenmaal zo' Ik begreep dat jouw voormalige coach Casey Stoney is vertrokken, omdat ze teleurgesteld was in de professionaliteit van de vrouwentak bij United. “Ik denk dat zij dacht dat het sneller zou gaan, maar ik weet niet of dat realistisch is. Wij zijn aan het doorbreken in een sport die beheerst wordt door mannen. Daar kun je een groot probleem van maken, maar dat is cultureel gezien nou eenmaal zo. Om dat te veranderen heb je succes nodig, zodat men niet meer om ons heen kan. Je hebt ook een ontwikkeling nodig in de gedachtegang van degenen die in controle zijn over wat er gebeurt in het voetbal. Dat kan niet van de ene op andere dag.” Moet jij na je carrière nog werken? Lachend: “Ja, ook die salarissen mogen dichter naar elkaar toe groeien, maar ik ben ook realistisch. De mannen verdienen een stuk meer, omdat ze ook meer geld binnenbrengen. De kansen moeten langzaam rechter getrokken worden. De grootste winst valt vooral te halen op clubniveau, maar je kunt pas op een groter podium staan als je dat podium ook krijgt.” Supertramp - Give a little bit “Toen ik de eerste date had met mijn vriend zette hij deze plaat op. Super­ tramp is niet meer zo bekend onder jongeren, maar wel een van mijn favoriete bands. Dat wist hij op dat moment niet, dus dat was wel grap­ pig. We hebben elkaar via vrienden leren kennen in de coronatijd en zijn nu twee jaar samen.” Voetbal je beter sinds je verliefd bent? “Ik weet niet of het direct effect op elkaar heeft, maar ik ben wel rustiger geworden sinds ik dingen kan delen met iemand op wie ik gek ben.” Als je op Google zoekt, vind je veel speculaties over jouw liefdesleven. Is dat de reden dat jij jullie relatie graag voor jezelf wil houden en ook zijn naam niet wil delen? Lachend: “Ja, vriendinnen stuurden me weleens een artikeltje door. Ik vind het heerlijk dat wij iets hebben dat van ons is en niet door de hele wereld wordt verspreid. Mijn relatie kan toch niet zo belangrijk voor een ander zijn?” De meesten willen het juist van de daken schreeuwen als ze verliefd zijn en delen de ene na de andere foto op social media... “Ik heb die behoefte om andere mensen te laten zien hoe goed je het hebt, nooit zo begrepen. Ik vind dat niet helemaal gezond. Social media zijn voor mij altijd platformen geweest waarop ik naar mijn vrienden kon kijken die op een afstand zaten. En het is ook iets geworden waarmee ik kan commu­ niceren met fans. Het is echt niet zo dat ik mijn relatie wil verstoppen, maar ik denk dat als ik niet bekend was geweest, ik ook geen foto’s van ons samen had geplaatst op social media.” Waarom maakt hij jouw leven mooier? “Iedere dag is een stukje mooier geworden sinds ik hem ken. Als ik na een slechte training in de auto naar huis zit, denk ik: ik ga lekker naar huis en er is iemand voor mij. Voetbal is niet meer het enige. Ik ben een stuk gelukkiger geworden, dat is ook de bedoeling van de liefde, toch?” Een paar jaar geleden zei je: ‘Mijn angstbeeld is dat ik op mijn zestigste met iemand getrouwd ben op wie ik misschien nog wel gek ben, maar die niet meer m’n beste vriend is. Ik zoek iemand die ik nog steeds alles wil vertellen als de verliefdheid over is.’ Lachend: “Dat is hij zeker. Hij is ook mijn beste vriend.” [caption id="attachment_18753" align="alignnone" width="2560"] VLNR: Lieke Martens, Vivianne Miedema, Jackie en Merel van Dongen[/caption] Claudia de Breij - Zie die Leeuwinnen “Claudia de Breij heeft dit nummer speciaal voor ons gemaakt voor het WK in 2019. Het nummer draait om wat we de laatste jaren hebben neergezet.” Is de groep sinds de tweede plaats op dat WK erg veranderd? “Nee, dat vind ik niet. De meeste speelsters kennen elkaar al heel lang. Natuur­ lijk worden we langzaamaan ouder, maar het lijkt of wij nooit volwassen worden. We hebben lol met elkaar, dat is onze kracht. En als het erop aankomt, kunnen we ook keihard zijn voor elkaar.” In welke fase zitten jullie nu als team? “Er wordt gezegd dat het een fase is waarin we verjongen en iets nieuws moeten opbouwen. Maar ik zie dat niet zo. De groep van het WK is nog vrijwel intact, is alleen groter geworden. Er zijn nieuwe speelsters bijgekomen, maar dat gebeurt altijd. Een groep is altijd in ontwikkeling.” Hoe bevalt het jou onder de nieuwe bondscoach Mark Parsons? “Ik heb het goed naar mijn zin onder hem, maar ik mis onze vorige bondscoach Sarina Wiegman ook. Met haar hebben we geweldige dingen bereikt. Sarina was heel erg recht voor haar raap, was duidelijk en eerlijk in wat we gingen doen. Mark wil weer andere dingen aanscherpen en daar leer ik ook weer van. Hij is heel erg bezig met het teamproces, met ontwikkeling. Met Mark hebben we heel lange meetings, die kunnen zo drie uur duren. Sarina kon na tien minuten klaar zijn. Die verande­ring is ook wel leuk.” 'Het is echt niet zo dat ik mijn relatie wil verstoppen. Maar ik denk dat als ik niet bekend was geweest, ik ook geen foto's van ons samen had geplaatst op social media' Heb je nog contact met Sarina nu ze bondscoach is van Engeland? “Sarina zie ik veel bij mijn competitiewedstrijden. Ik zeg altijd voor de grap tegen haar: nu ben je niet meer mijn bonds­coach en zit je ineens bij elke wedstrijd van mij. Ik vind het altijd leuk om haar te zien. Sarina is een key figure geweest in mijn carrière, ik heb veel te danken aan haar. Onder haar kreeg ik pas echt een kans in Oranje en werd ik basisspeelster.” The Beatles - In my life In my life is een van mijn favoriete nummers van The Beatles. Het past bij hoe ik de laatste jaren heb geleefd. Ik ben op zoveel plek­ ken geweest, heb zoveel mogen meemaken, heb zoveel mensen en culturen leren kennen. Hopelijk maak ik in de toekomst nog meer mooie dingen mee. De Champions League spelen staat hoog op mijn verlanglijstje. Ik heb nog een contract voor een jaar bij Manchester United, maar ik sta ook open voor een andere club na het EK.” Je hebt weleens gezegd dat je graag eens in het shirt van Feyenoord speelt. Nu kan dat, want ook Feyenoord heeft een vrouwentak. “Ik vind Feyenoord een geweldige club qua sfeer, maar ik ben nooit echt fan geweest van een bepaalde topclub in Nederland, hoor. Alleen van Willem II, daar ligt mijn hart. Op den duur wil ik terug naar Nederland, maar daar is het nog niet het moment voor. Ik ben ook niet zo’n planner. Er komt vanzelf iets op mijn pad en dan weet ik op dat moment dat het de goede keuze is. Het komt altijd goed.” Spookt een maatschappelijke carrière weleens door je hoofd? “Ik hoop dat ik mijn Rechtenstudie snel kan afronden. Daar­ na moet ik nog een master doen. Ik vind mensenrechten heel interessant, daar zou ik me graag in willen ontwikkelen. Maar ik kan alle kanten op.” En zie jij jezelf later met kleine Jackie’s rondlopen? Lachend: “Ooit wel hoop ik, maar dat gaat nog wel even duren.” Helden Magazine 62 Het verhaal van Jackie Groenen komt voort uit Helden Magazine 62. In deze dubbeldikke editie schittert naast Vivianne Miedema, Ruud Gullit op de cover. Gullit spreekt zich uit over Max Verstappen, Marco van Basten, Louis van Gaal, Erik ten Hag, Ronald Koeman, Virgil van Dijk, Memphis Depay en de Black Lives Matter-discussie. De Oranje Leeuwinnen gaan in Engeland proberen hun Europese titel van 2017 te prolongeren. In het EK vrouwenvoetbal gedeelte spraken we met Dominique Janssen, Jill Roord & Lynn Wilms, Shanice van der Sanden en bondscoach Mark Parsons. In Helden Magazine 62 lees je nog meer interviews en reportages over voetbal. Een gesprek met Luis Sinisterra en zijn trotse moeder. Trainer en oud-voetballer Wim Jonk over Johan Cruijff, Louis van Gaal en Dennis Bergkamp, Molukse voetbalhelden Simon Tahamata & Jack Soumaru én keeper van landskampioen Ajax: Remko Pasveer. Ook spraken we de in korte tijd uitgegroeide boegbeeld van de Nederlandse atletiek: Femke Bol, blikken we samen met drievoudig olympisch kampioen, hockeyster Lidewij Welten en een gesprek met Thomas Dekker over een leven van vallen en opstaan. Daarnaast nemen we de carrière door van mountainbike pionier Bart Brentjes en is Jetze Plat een voorbeeld voor velen. Verder was Tim Montgomery de snelste man op aarde, is Cees Bol sprinter bij Team DSM en is Lewis Hamilton de succesvolste Formule 1-coureur aller tijden. Victoria Koblenko daarnaast interviewde Mister Nice Guy en marathonloper Björn Koreman én hockeyster Marijn Veen vertelt over de moeilijke tijd in aanloop naar het WK. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 62 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Remko Pasveer: Keepende laatbloeier

Zijn keeperscarrière voerde via een omweg naar de top. Dit seizoen [...]
Zijn keeperscarrière voerde via een omweg naar de top. Dit seizoen won Remko Pasveer op zijn 38ste de landstitel met Ajax. Als we hem benaderen voor een interview hoeft hij niet lang na te denken: “Ik heb geen keus, mijn twee dochters zijn fan van jullie blad." Wij gingen op bezoek bij de keeper, zijn vriendin Inèz en dertienjarige tweeling Anne en Bente in Hengelo. “Als we met papa door de stad lopen, horen we sinds dit seizoen ineens: ‘Kijk, daar loopt Pasveer.’ Dat ziet hij niet, maar wij zien de mensen wel kijken, hoor,” zegt de dertienjarige Bente, de dochter van Ajax-keeper Remko Pasveer. Tweelingzus Anne knikt: “Grappig, maar soms wil ik dat papa er alleen voor ons is en niet steeds met anderen op de foto moet. Hij is al de hele week in Amsterdam, maar dat hoort er nu eenmaal bij.” Vriendin Inèz: ”Het was een mooi seizoen. In het begin heb ik nog wel een beetje onzekerheid bij Remko gezien, hij moest wennen aan het team. Maar je zag hem groeien, geweldig om te zien.” Kampioensfeest “Keepen kan een klotebaan zijn,” zegt Remko. “Maar het is ook geweldig. Het mooie van een keeper van Ajax is dat je veel wordt betrokken in het spel. Bij de keeper begint de aanval, precies zoals onze trainer Erik ten Hag het ook wilde. De goede oplossing in een puzzelstuk vinden, is het mooiste. Bij mij is het niet alleen maar keepen, ik moet er juist voor zorgen dat ik geen bal op goal krijg. Ik denk dat ik zelf ook redelijk kan voetballen, heb een goede basistechniek. Ze kloppen me ook niet gauw in een spelletje voetvolley." Het ‘Pasveer-sprookje’ begon in 2021 pas echt met zijn transfer naar Ajax. Remko: “Ik zou een jaar bijtekenen bij Vitesse. Ineens belde Marc Overmars of ik interesse had in Ajax. Hij bood me een contract voor twee jaar aan. Eerste keeper André Onana was geschorst door een dopingaffaire, hij zou er aanvankelijk pas in februari weer bij komen. Ik dacht meteen: dan gaat een trainer hem niet direct opstellen als het loopt met de ploeg. Maarten Stekelenburg zou gaan spelen, logisch ook, want hij had een goed seizoen gedraaid na het wegvallen van Onana. Ik ga er gewoon achter zitten, dacht ik. Ik kende trainer Erik ten Hag een beetje van zijn tijd bij Twente, wist dat hij graag met een voetballende keeper wilde spelen, het spel dat mij ligt. En toen raakte Maarten geblesseerd. Natuurlijk pech voor hem, maar ik kreeg de kans om te laten zien wat ik kon.” Anne: “Wij waren natuurlijk heel trots op papa, maar wisten niet hoe mensen zouden reageren als hij bij een grote club een fout zou maken. Wij kunnen daar overigens redelijk goed mee omgaan, hoor.” Bente: “We kunnen wel wat hebben, voetballen zelf ook, bij De Tukkers. Ik ben net als mijn vader en grootvader keeper.” Stekelenburg raakte vlak voor de eerste Champions League-wedstrijd van het vorig seizoen geblesseerd. Uit tegen Sporting Lissabon stond Remko voor het eerst op doel bij Ajax. “Erik ten Hag was heel relaxed en zei een dag voor de wedstrijd: ‘Remko, jij gaat morgen spelen.’ Ik was ook heel ontspannen, heb alleen even naar huis gebeld. Daarna ging het lange tijd heel goed. Met mij en met de ploeg. Ik was bij het kampioensfeest, maar helaas moest ik uiteindelijk door een slepende blessure de kampioenswedstrijd bekijken vanaf de tribune. Ik heb alle mooie wedstrijden aan het einde moeten missen. Ben nog nooit op het veld landskampioen geworden, niet bij PSV en niet bij Ajax.” Coma Op late leeftijd haalde Remko pas het allerhoogste podium. Al in 2003 werd hij prof bij FC Twente, waar hij drie jaar bleef. Vervolgens ging hij naar Heracles, dat hem ook nog een paar seizoenen verhuurde aan Go Ahead Eagles. Na Heracles werd het drie jaar PSV en vervolgens vier seizoenen Vitesse. Remko terugkijkend: “Marc Overmars had me al een paar keer eerder benaderd, hoor, zoals in 2006 toen hij bij Go Ahead zat en ik reserve was bij FC Twente. Ik koos destijds voor Heracles, maar was voornamelijk reserve achter Martin Pieckenhagen. Twee jaar later haalde Overmars me op huurbasis naar Go Ahead, dat toen in de eerste divisie speelde. In 2010 keerde ik terug naar Heracles en was vier seizoenen eerste keeper. In 2014 benaderde Overmars me weer, toen om naar Ajax te komen. Ik koos voor PSV omdat ik dacht dat ik daar meer kans zou maken eerste keeper te worden. Jeroen Zoet kwam net kijken en maakte op dat moment een beetje een wisselvallige indruk. Bovendien had Ajax net voor een redelijke transfersom Jasper Cillessen gehaald. Uiteindelijk heb ik drie jaar bij PSV gezeten, ben twee keer kampioen geworden, maar wel als reservekeeper. Buiten het feit dat ik niet speelde, had ik het er erg naar mijn zin.” Bij zijn vorige club Vitesse werd Remko na een moeizame start uiteindelijk aanvoerder. “Mijn eerste seizoen bij Vitesse was heel wisselvallig. Dat was het jaar dat het heel slecht ging met mijn vader. Hij moest een openhartoperatie ondergaan en vocht voor zijn leven. Zo’n heftige gebeurtenis heeft invloed, ik was niet honderd procent gefocust. Juist in die tijd ontstond er ook kritiek op mijn spel.” Zijn vader is Eddie Pasveer, oud-keeper van FC Twente en De Graafschap. Hij was later de keeperstrainer van zijn zoon in de jeugd bij Twente en vervolgens bij Heracles. Remko: “Na de operaties had ik het al een beetje opgegeven dat hij nog beter zou worden. Toen hij net uit zijn coma kwam, zei ik dat ik voor Vitesse had gekozen. Hij kon alleen maar knipperen met zijn ogen. Uiteindelijk heeft hij het gered, mijn vader loopt en fietst weer.” Vinger gebroken Remko had via tal van omwegen de top bereikt, was vaste keeper van Ajax en speelde in de Champions League. Voor de uitwedstrijd in de achtste finale tegen Benfica, eind februari, ging het mis. In de warming-up raakte Remko geblesseerd aan zijn rechterwijsvinger. Hij keepte toch. “Achteraf bleek dat die vinger meteen al kapot was. Ik kreeg geen spuit, de fysio’s hebben het daar nog steeds over. Ik drukte op mijn vinger en zei: volgens mij gaat het wel goed, tapeje erom, pijnstiller en dan gaan we. Tijdens de wedstrijd voelde ik al dat de vinger begon te kloppen en dik werd. Ik kon hem ook niet meer echt gebruiken, wel in het strekken, maar bij het uitgooien van de bal deed hij echt pijn. Eenmaal terug in Nederland zagen ze in het ziekenhuis meteen dat de vinger gebroken was. Ik belde onze dokter die op dat moment met onze andere keeper, Jay Gorter, in de handkliniek was. Het heeft zo moeten zijn, want in dezelfde warming-up in Lissabon kwam Gorter twee minuten na mij de kleedkamer in. Hij zei: ‘Niet kijken.’ Zijn duim lag er helemaal af, was uit de kom geschoten. Ten Hag was in één klap drie keepers kwijt, want Maarten was ook nog niet terug. Toen had hij geen keus en moest hij Onana opstellen.” Ajax werd uitgeschakeld door Benfica. Na de blessure van Remko ging het met de hele ploeg minder goed. Ook in de competitie had Ajax het lastig. Waar de ploeg tot de blessure van Remko amper goals hoefde te incasseren, vielen de tegendoelpunten daarna als rijpe appelen van de boom met de voorheen veelgeprezen Onana, die al een tijd zinspeelde op een transfervrij vertrek uit Amsterdam, op doel. ‘Ik heb geen medelijden als je er niet alles voor doet en dan fouten maakt. Onana deed op het laatst zijn eigen ding, hij was niet meer met de groep bezig’ Remko: “Ik wil niet met de eer gaan strijken, ben een heel ander type doelman dan André. Hij kan misschien keepend een betere redding in huis hebben of katachtig zijn, maar organisatorische kwaliteiten zijn voor een keeper misschien nog wel belangrijker. André trok na zijn schorsing zijn eigen plan, zei niet zoveel en daar hadden sommige jongens ook last van. Als je niet alleen met jezelf bezig bent, maar ook met je achterhoede, dan komt die bal misschien niet in de buurt van het doel. Dat is een deel van mijn kracht, ik zie het spel. Daarom zijn de jongens die voor mij staan zoals Jurriën Timber, Lisandro Martínez en Edson Álvarez voor mij ook enorm belangrijk. Ik kon ze heel goed coachen, zij luisterden. Heel simpel; daardoor kreeg ik weinig te doen en bleven zij scherper. Voor mijn blessure liep het als een trein.” Hoe was je relatie met Onana? “André is qua persoonlijkheid heel anders dan ik. Ik ben iemand die van nature heel hard werkt en veel met de mensen om me heen bezig is. André heeft enorm veel talent, heeft een goede fase meegemaakt bij Ajax, maar was op het laatst vooral met zichzelf bezig. Ik kan alleen oordelen over wat ik heb gezien. En dan vind ik niet dat hij een echte topsporter is, maar misschien was dat voor de dopingzaak heel anders. Hij is in mijn ogen niet iemand die alles wil doen om beter te worden. Ik heb voor mezelf een heel belangrijke regel en dat is dat niemand mij ooit kwalijk kan nemen dat ik niet hard heb gewerkt. Iedereen kan hard werken maar niet iedereen heeft de ‘natuurlijke’ kwaliteit om een bepaald niveau te halen. Op hard werken heb ik veel invloed en daar kun je erg ver mee komen.” Dergelijk gedrag lijkt ons niet bepaald bevorderlijk voor de sfeer in een team. “Het liep meteen niet lekker toen hij terugkeerde in de ploeg. Ik stond er door die vingerblessure naast en zag iemand op mijn plek staan die er niet alles voor wilde doen om zelf fit te zijn of voor het team klaar te staan. Als je dan een fout maakt, krijg je flink op je flikker. Terecht. Als iemand keihard werkt en een fout maakt, ga je hem helpen. Dan zie je: hij doet er alles aan. Ik heb geen medelijden als je er niet alles voor doet en dan fouten maakt. André deed op het laatst zijn eigen ding, hij was niet meer met de groep bezig, dan kies je er ook voor om een beetje buiten de groep te staan.” Dan is het niet des Ten Hags om hem op te stellen. “Hij had nauwelijks keus. Voor de een-na-laatste poulewedstrijd in de Champions League, eind november uit bij Besiktas, zei Erik: ‘Rem loop even mee, ik kies er morgen voor om André te laten spelen.’ Ik zei dat ik daar niet blij mee was, omdat het zo lekker ging en elke wedstrijd wilde spelen. Erik zei: ‘Remko, stel dat er iets gebeurt met jou, dan heeft André in ieder geval een wedstrijd gespeeld.’ Vanuit de club kon ik het begrijpen, maar ik was het er niet mee eens. Maar jij bent de trainer, zei ik. Dat vond hij wel mooi om te horen, hij moest lachen. ‘Ja,’ zei hij, ‘ik ben de trainer.’” Knippen en plakken Erik ten Hag verruilde Ajax na vier seizoenen voor de Premier League. Hij is vanaf komend seizoen trainer van Manchester United. Remko snapt wel dat die ploeg bij hem uitkwam. “Erik is direct. Als hem op de training iets niet bevalt, grijpt hij meteen in. Dan gaat hij niet eerst wachten hoe we zitten aan te klooien, maar is het meteen: stoppen. Je hebt ook trainers die dingen op hun beloop laten, die denken: ze hebben vandaag niet hun dag. Erik kijkt ’s avonds meteen alle wedstrijden en trainingen terug en hij houdt heel veel besprekingen met zijn staf. Toen we na de uitwedstrijd tegen Benfica aankwamen bij de Arena, konden wij de auto pakken en naar huis. Maar de staf ging nog anderhalf tot twee uur nabespreken. In het vliegtuig zat Erik al te knippen en te plakken. Al zijn analyses zijn doordacht. Het is niet dat ik daardoor beter een bal vang, maar daardoor ga ik het spelletje wel goed zien, je snapt beter wanneer er druk gezet moet worden.” Is Ten Hag de beste trainer die je ooit gehad hebt? “Ja, ook omdat hij veel prijzen heeft gewonnen. Ik ben van drie trainers onder de indruk. Ik heb bij Heracles heel fijn met Peter Bosz gewerkt, hij had ook echt een leuke opvatting van voetballen, zei altijd: ‘We willen mensen vermaken.’ Ook vind ik dat mensen naar het stadion komen om een leuke wedstrijd te zien en daar zeg ik niet mee dat je de boel moet opengooien, maar je moet wel de intentie hebben om aan te vallen. En Thomas Letsch van Vitesse vind ik een heel goede trainer en een heel sympathieke vent.” Wat onderscheidt een goede trainer van een mindere trainer? Lachend: “Door mij op te stellen.” En dan serieus: “Normaal doen en duidelijkheid geven, zoals Erik deed, door gewoon naar mij toe te komen en te zeggen: ‘Je speelt morgen niet, dat is mijn keuze.’ Ik denk dat elke speler eerlijkheid prettig vindt.” "Als de artsen hadden gezegd 'als we die vinger eraf knippen, kun je volgende week spelen’, dan had ik hem eraf gehaald, honderd procent" Spelersvrouwen Er kwam dit jaar naast het hoofdstuk Onana nog een affaire naar buiten. Voormalig technisch directeur Marc Overmars werd beschuldigd van grensoverschrijdend gedrag. Welke affaire was een grotere stoorzender in de kleedkamer? “Voor mij was dat Onana. Marc trok ik me ook meer persoonlijk aan, omdat ik een goede band heb met Marc en de familie Overmars goed ken. Ik vond het erg vervelend, maar ik geloof niet dat die affaire effect heeft gehad op het team. Pas op de lange termijn raakt het Ajax, vrees ik. Marc was soms wel een beetje een aparte in de manier van omgang, niet heel makkelijk en vloeiend of zo, maar hij kwam altijd zijn afspraken na en was naar mij en de andere spelers toe heel correct. Ik vind het heel erg lastig om over hem te oordelen, omdat ik niet alle ins en outs weet. Op de club hebben we het er wel over gehad. Als ik in de kantine van de Toekomst kwam, zeiden de vrouwen achter de bar, Laura en Brigitte, in plat Amsterdams altijd: ‘Morgen schat.’ Of: ‘Hoi schat, hoe is het?’ Na het nieuws over Overmars vroegen ze of ze dat nog mochten zeggen. Natuurlijk, zei ik, je moet lekker jezelf blijven. Maar we hebben het er wel even over gehad.” Hoe keken jullie, Inèz, Bente en Anne, naar die affaire? Anne: “Ik vind het eigenlijk niet kunnen.” Bente: “Maar als wij hem zagen, was hij altijd heel aardig.” Inèz: “We hebben het er met de spelersvrouwen over gehad, ook omdat we zijn vrouw Chantal goed kennen en haar echt missen. Ze was altijd zo enthousiast. Het is voor haar ook heel erg dat zij dit allemaal meemaakt. Wij vonden Marc altijd een aardige man.” Remko: “Ik weet nog steeds niet wat zich precies heeft afgespeeld, behalve dat het verkeerde dingen zijn geweest, dat staat buiten kijf.” Wat zou je doen als jouw dochters rare appberichten ontvangen? Remko: ”Dat zijn dingen waar we het in deze tijd thuis wel over hebben gehad, dat ze heel erg voorzichtig moeten zijn met sociale media. Ik heb bewust Instagram genomen om hen een beetje in de gaten te houden. Het kan voor jonge kinderen een heel gevaarlijk medium zijn als ze daar niet goed in worden begeleid.” Vijftien miljoen De breuk in zijn vinger is van ruim drie maanden geleden. Remko kan zijn rechterwijsvinger nog altijd niet strekken. “Het is een gecompliceerde breuk. De voorbereiding op het nieuwe seizoen begint eind juni alweer. Ik wil het nu even rustig aan doen om te kijken of het botherstel dan sneller gaat. Dat is belangrijk, want als het bot is geheeld, kan ik door. Ik ben volle bak gaan trainen, heb alle deskundigen geraadpleegd, van de diëtist tot fysieke trainers en de keeperstrainer wat ik moet doen om topfit te zijn. Als de artsen hadden gezegd ‘als we die vinger eraf knippen, kun je volgende week spelen’, dan had ik hem eraf gehaald, honderd procent.” Je maakt een grap. “Nee, dat zeg ik omdat ik weet wat ik allemaal heb gemist. De bekerfinale, de Champions League, het kampioenschap. De motivatie om volgend jaar een keer op het veld te staan als we kampioen worden, is zo groot. Ik wil ook nog wel even doorgaan, zeker na afgelopen seizoen. Ik heb het hier heel erg naar mijn zin en weet dat Ajax bij mijn stijl van keepen past.” Heb je aanbiedingen van andere clubs gehad? “Ik kreeg een tweet van een journalist dat Manchester United mij voor vijftien miljoen wilde ophalen. Daar heb ik kostelijk om gelachen.” Lachend: “Vijftien miljoen is veel te weinig natuurlijk! Maar serieus, als je een aanbieding krijgt die ervoor zorgt dat je jarenlang geen financiële zorgen hebt, dan ben je eigenlijk gek als je dat niet doet. Tegelijkertijd denk ik dat als ik moet kiezen tussen het buitenland of bij Ajax blijven en spelen, ik toch voor Ajax kies. Bij mij is plezier leidend, je kan mij ’s nachts wakker maken voor een potje voetbal. En hoewel ik doordeweeks in Amsterdam blijf, ben ik daar toch dicht bij mijn kinderen.” Je was dit seizoen ook even in beeld bij het Nederlands elftal, werd opgenomen in de voorselectie. Heeft Louis van Gaal nog met je gesproken? “Nee, ik heb vooral contact met Frans Hoek, de keeperstrainer, over wat er wordt verwacht van een keeper van het Nederlands elftal. Ik moet er nu eerst voor zorgen dat ik in een positie kom dat ik geselecteerd kan worden. Ik moet ook afwachten wat onze nieuwe trainer Alfred Schreuder doet. Als Erik was gebleven, was de kans denk ik iets groter geweest dat ik volgend seizoen ging spelen. Je moet het altijd laten zien natuurlijk, maar ik ken Erik wel een beetje. Hij is iemand die denkt: op hem ga ik doorbouwen. Maar goed, hij is weg.” Je bent 38. Als je stopt met keepen, wat wil je dan worden? “Misschien zegt Ajax dat ze in mij een toekomstige keeperstrainer zien, dat ik in die rol kan groeien. Ik wil absoluut geen hoofdtrainer worden, heb Erik nu weer een jaar meegemaakt, dat is bizar. Hij is er 24/7 mee bezig, dat is echt niet normaal, hoor.” Helden Magazine 62 Het verhaal van Remko Pasveer komt voort uit Helden Magazine 62. In deze dubbeldikke editie schittert naast Vivianne Miedema, Ruud Gullit op de cover. Gullit spreekt zich uit over Max Verstappen, Marco van Basten, Louis van Gaal, Erik ten Hag, Ronald Koeman, Virgil van Dijk, Memphis Depay en de Black Lives Matter-discussie. De Oranje Leeuwinnen gaan in Engeland proberen hun Europese titel van 2017 te prolongeren. In het EK vrouwenvoetbal gedeelte spraken we met Dominique Janssen, Jackie Groenen, Jill Roord & Lynn Wilms, Shanice van der Sanden en bondscoach Mark Parsons. In Helden Magazine 62 lees je nog meer interviews en reportages over voetbal. Een gesprek met Luis Sinisterra en zijn trotse moeder. Trainer en oud-voetballer Wim Jonk over Johan Cruijff, Louis van Gaal en Dennis Bergkamp én Molukse voetbalhelden Simon Tahamata & Jack Soumaru. Ook spraken we de in korte tijd uitgegroeide boegbeeld van de Nederlandse atletiek: Femke Bol, blikken we samen met drievoudig olympisch kampioen, hockeyster Lidewij Welten en een gesprek met Thomas Dekker over een leven van vallen en opstaan. Daarnaast nemen we de carrière door van mountainbike pionier Bart Brentjes en is Jetze Plat een voorbeeld voor velen. Verder was Tim Montgomery de snelste man op aarde, is Cees Bol sprinter bij Team DSM en is Lewis Hamilton de succesvolste Formule 1-coureur aller tijden. Victoria Koblenko daarnaast interviewde Mister Nice Guy en marathonloper Björn Koreman én hockeyster Marijn Veen vertelt over de moeilijke tijd in aanloop naar het WK. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 62 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Luis Sinisterra: De Arjen Robben van Feyenoord

Luis Fernando Sinisterra kwam in de zomer van [...]
Luis Fernando Sinisterra kwam in de zomer van 2018 op zijn negentiende in zijn eentje uit Colombia naar Rotterdam. Na een moeizaam eerste jaar is hij bij Feyenoord uitgegroeid tot een sensatie in de eredivisie. We spreken hem samen met zijn grote steun en toeverlaat, moeder Martha Leticia Lucumi Mina. Voor de shoot nemen we Luis Sinisterra en zijn moeder Martha mee voor een boottochtje over de Maas. Hoewel Luis al ruim drie jaar in Rotterdam woont, met uitzicht op de Maas, heeft hij nog nooit gevaren. Vol opwinding genieten moeder en zoon arm in arm van de korte boottocht. Als de watertaxi wat harder gaat, pakt Luis de hand van zijn moeder nog wat steviger vast. “Mijn moeder kan niet zwemmen,” verduidelijkt hij in het Spaans. Luis spreekt en verstaat Engels, maar wil nog geen interviews in die taal doen. Hij kan zich in het Spaans beter uiten, vindt hij. “Mijn moeder is de belangrijkste persoon in mijn leven, ze is niet alleen mijn moeder, maar ook mijn beste vriend. Ze was er altijd voor me, leerde me zelfstandig te denken en te handelen, en zorgde ervoor dat ik niet volledig afhankelijk van anderen hoef te zijn. Ik vind het gewoon heel prettig als ze bij me is. We ergeren ons niet aan elkaar, integendeel. Ze kookt voor me, doet de was, zorgt echt nog voor me. Ik vind het af en toe jammer dat ze door haar werk en regels met visa maar drie maanden aaneengesloten hier kan wonen.” Moeder Martha vult aan: “Ik zou wel vaker bij Luis willen zijn, zijn broer en zus vinden het ook een prettig idee als ik bij hem ben. Maar ja, het kan nu eenmaal niet, ik ben nog niet toe aan mijn pensioen, dus moet nog werken.” Martha kijkt naar haar zoon en zegt lachend: “Luis had in Colombia weleens een vriendinnetje, maar sinds zijn twintigste is hij alleen.” Luis: “Ik ben niet eenzaam, hoor. Als mijn moeder er niet is, eet ik bij Feyenoord. Af en toe kook ik ook zelf. Ik verveel me nooit en train hard. Thuis game ik en kijk series. Ik kom echt niets tekort en ben graag thuis. Ik ga heus weleens uit, houd van dansen, maar je zult mij ’s avonds laat niet in clubs zien. Dan heb ik echt behoefte aan rust en slaap veel. Als het even kan, houd ik een siësta.” Luis woont al sinds 2018 in Rotterdam, het jaar waarin hij op zijn negentiende voor ongeveer twee miljoen euro werd aangetrokken. Hij werd langzaam gebracht door trainer Giovanni van Bronckhorst. In zijn tweede seizoen, onder eerst Jaap Stam en daarna Dick Advocaat, kreeg hij steeds meer speeltijd. Totdat op 16 februari 2020 het noodlot toesloeg in de uitwedstrijd op het kunstgras van PEC Zwolle. “Een dag later hoorde ik dat mijn kruisbanden ernstig waren beschadigd en dat me een zware operatie wachtte. Ik herinner me nog de pijn, heb zoveel gehuild. Veel gebeden. Ik liep maanden met krukken, met een brace, deed oefeningen in het zwembad. Dan is het zwaar, hoor, ver weg van huis, geblesseerd zittend op de bank omdat je niets kunt. Ik heb toen geleerd me te focussen op één ding, op het herstel. Ik heb van heel Feyenoord, maar vooral van onze revalidatietrainer Leigh Egger, heel veel steun gehad. Leigh, tegenwoordig ook onze performance coach, was er altijd voor me, ook als ik het even niet zag zitten. Martha: “Door de coronapandemie gingen de grenzen dicht en kon ik langer in Nederland blijven. Uiteindelijk ben ik bijna de gehele revalidatieperiode van Luis bij hem in Nederland gebleven. De hele club is een grote steun geweest, waarbij we naast Leigh graag in het bijzonder zijn voormalige teamgenoten Elber Evora, Renato Tapia en Eric Botteghin benoemen. 'Martha: 'Door de drugsoorlog was een deel van Colombia lange tijd onveilig. Dat is verleden tijd, na de dood van Pablo Escobar is er uiteindelijk een vredesakkoord gesloten' Luis: “Het was heel fijn dat mijn moeder bijna mijn hele herstelperiode bij me kon zijn. In de laatste fase, toen ze terug moest naast Colombia, wilde ik natuurlijk graag laten zien dat ik het ook zelf kon. Tegen het einde van mijn revalidatie, ergens in november 2020, meldde technisch directeur Frank Arnesen dat de club de optie tot 2023 in mijn contract al ging lichten. Ik zag dat als grote blijk van vertrouwen.” Na zijn terugkeer werd Luis steeds belangrijker voorvFeyenoord, hij is al tijden onomstreden. Martha is uiteraard zijn trouwste supporter: “Ik vind het heer- lijk om op de tribune te zitten en leef heel erg mee. Ik was bij uitwedstrijden al een paar keer de enige op de hoofdtribune die juichte als Feyenoord scoorde.” Helden Magazine 62 Het eerste gedeelte van het verhaal van Luis Sinisterra komt voort uit Helden Magazine 62. In deze dubbeldikke editie schittert naast Vivianne Miedema, Ruud Gullit op de cover. Gullit spreekt zich uit over Max Verstappen, Marco van Basten, Louis van Gaal, Erik ten Hag, Ronald Koeman, Virgil van Dijk, Memphis Depay en de Black Lives Matter-discussie. De Oranje Leeuwinnen gaan in Engeland proberen hun Europese titel van 2017 te prolongeren. In het EK vrouwenvoetbal gedeelte spraken we met Dominique Janssen, Jackie Groenen, Jill Roord & Lynn Wilms, Shanice van der Sanden en bondscoach Mark Parsons. In Helden Magazine 62 lees je nog meer interviews en reportages over voetbal. Een gesprek met trainer en oud-voetballer Wim Jonk over Johan Cruijff, Louis van Gaal en Dennis Bergkamp, Molukse voetbalhelden Simon Tahamata & Jack Soumaru én keeper van landskampioen Ajax: Remko Pasveer. Ook spraken we de in korte tijd uitgegroeide boegbeeld van de Nederlandse atletiek: Femke Bol, blikken we samen met drievoudig olympisch kampioen, hockeyster Lidewij Welten en een gesprek met Thomas Dekker over een leven van vallen en opstaan. Daarnaast nemen we de carrière door van mountainbike pionier Bart Brentjes en is Jetze Plat een voorbeeld voor velen. Verder was Tim Montgomery de snelste man op aarde, is Cees Bol sprinter bij Team DSM en is Lewis Hamilton de succesvolste Formule 1-coureur aller tijden. Victoria Koblenko daarnaast interviewde Mister Nice Guy en marathonloper Björn Koreman én hockeyster Marijn Veen vertelt over de moeilijke tijd in aanloop naar het WK. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 62 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Ruud Gullit: ‘Met Black Lives Matter lopen we hier nog heel erg achter’

Ruud Gullit is een van de boegbeelden van het [...]
Ruud Gullit is een van de boegbeelden van het Nederlandse voetbal, de aanvoerder van Oranje dat in 1988 Europees kampioen werd. Hij gebruikte zijn status om vaak openlijk stelling te nemen. Na zijn loopbaan werd hij trainer, maar maakte er nooit een geheim van dat zijn leven uit meer bestaat dan voetbal. Helden legt Ruud, actief als voetbalanalist, een aantal namen voor. Max Verstappen “Ik heb hem bij Ziggo van dichtbij mogen meemaken. Hij is uitzonderlijk, zoals zijn rivaal Lewis Hamilton dat ook is. Max is apart, heel droog in zijn bewoordingen, heeft ook wel humor en weet precies wat hij wil. Hij is best wel down to earth, doet geen gekke dingen en is enorm gefocust. Wat dat betreft lijkt Max een beetje op Marco van Basten, die was ook zo gefocust, zag alleen maar dat ene. Ik vind dat heel apart, had die extreme focus niet, had altijd ook andere interesses. Ik kon na een verlo­ren wedstrijd pissig zijn en moest er dan even uit om dat gevoel weg te halen. Mensen dachten als ik ergens zat te eten na een nederlaag: hij zit gewoon te lachen met andere mensen. Daar had ik schijt aan, dat was mijn manier om van het klotegevoel af te komen. Rotmomenten gingen bij mij de hele tijd als een soort film door mijn hoofd en daar moest ik vanaf. Thuis werd het alleen maar erger, dus ging ik weg. Een ander gaat toch niet bepalen hoe ik een nederlaag moet verwerken? Max zal dat herkennen. Hij is nu een internationale bekend­heid. Allemaal leuk, maar bekendheid zorgt ook voor een inbreuk op je privacy, zeker als mensen voor jou bepalen hoe je je moet gedragen. Daar heb je dan ineens geen zin meer in. Het eerste wat je moet leren als je op zo’n hoge berg staat, is ‘nee’ zeggen, want iedereen wil wat van je. Maar als je ‘nee’ zegt, ben je ineens een klootzak, heb je kapsones. Iedereen wil over jouw rug een verhaal maken en als je daar niet aan meewerkt, ben je een lul. Ik dacht: dan ben ik maar een lul. Ik leerde vrij snel te kiezen voor mijn eigen tijd. Anderen moeten leren res­pect te hebben voor mijn tijd en niet alleen voor hun eigen tijd. Van Basten had dat heel snel door, bij hem was het meteen ‘nee’. En bij Marco ging je niet doorzeuren, hoor. Geweldig hoe bot hij kon zijn. Max kan dat ook, denk ik, hij kan ook zeggen: ‘En nou wegwezen!’” Had jij gehoopt dat hij Hamilton meer zou steunen in de Black Lives Matter-discussie? “Nee, dat hoeft niet. Max staat aan het begin van zijn carrière. Ik denk dat hij in zijn hart die acties wel steunt, maar dat hij nu nog in een fase zit dat hij bij zichzelf denkt: laat mij eerst maar presteren voordat ik iets ga zeggen. Ik vind dat wel verstandig.” Ben jij een Formule 1-fan? “Ik ben helemaal geen motorsportfanaat. De frustratie die ik heb, is dat je als coureur nagenoeg volledig afhankelijk bent van je auto. Als je auto het niet doet, kun je nog zo goed zijn, maar dan win je niet en kun je dus jouw talenten heel moei­ lijk tentoonspreiden. Max heeft wel laten zien dat hij ook uit mindere auto’s veel haalt, maar toch. Ik vind het wel heel knap hoe Max veel Nederlanders enthousiast heeft gekregen voor deze sport. Wat hij heeft gepres­teerd in Zandvoort, winnen voor eigen publiek, is natuurlijk ongelofelijk. Prins Bernhard heeft veel kritiek gehad, maar nu kun je toch concluderen dat het goed is dat hij zijn nek heeft uitgestoken. Ik vind het een compliment waard dat hij de Formule 1 naar Nederland heeft gehaald. Er zijn altijd mensen die ergens tegen zijn. Kijk wat het teweeg heeft gebracht: Zandvoort was een beetje vergane glorie en bloeit helemaal weer op. Zandvoort leeft weer. Ik ben bij een Grand Prix geweest op Monza, heb topdagen gehad, heb in de paddock gestaan, maar uiteindelijk heb ik daar de race gewoon op tv bekeken. Ik heb Max misschien nog twee keer twee seconden voorbij zien razen. Toeschouwers op de tribune doen een moord voor een plaats in de paddock. Ik had juist tussen die mensen op de tribune willen staan om te weten wat hen bezielt om er zo graag bij te willen zijn. Het is een bizarre, bijzondere wereld. Ik weet hoeveel energie en geld vader Jos Verstappen in zijn zoon heeft gestoken om hem deze sport te kunnen laten beoefenen. Nogmaals, als je geen geld hebt, kun je dit niet bereiken. Want een kart kost alleen al een vermogen.” Jij had dus nooit Max Verstappen kunnen worden? “Nee, en dat is ook een van mijn bezwaren. Rijden de beste coureurs in de Formule 1? De vader van Hamilton had twee jobs en zijn zoon werd al heel jong opgenomen in de stal van McLaren, dat was zijn mazzel. Max is uniek, maar als zijn vader geen geld had gehad, had hij niet dat hele lange traject kunnen doorlopen. Dat maakt de Formule 1 tot een heel elitaire sport.” Heb jij wel wat met mooie auto’s? “De meeste voetballers hebben wel een passie voor mooie auto’s, raken opgewonden van een Maserati of Lamborghini. Ik heb dat niet. Zoals ik ook niets met racen heb. Toch ben ik op dit moment een programma aan het maken, Burning Rubber, over auto’s en voetballers, onlangs nog met Andy van der Meijde. Wordt heel leuk. Ik vind het namelijk wel leuk mensen te ontmoeten die die passie voor auto’s wel hebben. Ik doe het ook omdat ik het maken van programma’s leuk vind. Zelf krijg ik heel veel aanbiedingen, maar stap pas in een project als alles is geregeld. Ik ga geen gasten bellen of me bezighouden met productie en redactie.” Marco van Basten “Marco zit echt in mijn hart. Ik vind hem heerlijk, beschouw hem als een vriend. Ik ben zo anders dan Marco en juist omdat hij zo anders is, vind ik hem zo leuk. Marco kan mensen echt nerveus maken, kan zo gefocust zijn. Ik vond Marco geniaal in wat hij kon en kon ook brullen van het lachen om de manier waarop hij op situaties reageerde. Marco moest een keer golfen met iemand die ook een vriend van mij is. Op een gegeven moment vroeg een ander of hij mee kon lopen. Die vriend vond het oké, maar Marco had daar eigenlijk geen zin in. Die man bleek er ook nog eens niets van te kunnen. Op zo’n moment is Marco z’n dag helemaal naar de klote. Hij liep naar die man toe, vroeg hoe hij heette en zei: ‘Je kunt er helemaal niks van, dus je kunt twee dingen doen: doorlopen of na zeven holes naar buiten gaan.’ Dan kan ik brullen van het lachen. Ik heb sneller lol in het leven en kan dingen makkelijker van me afzetten dan Marco. Als ik laat merken dat ik hem doorheb, begint hij zelf ook te lachen. Marco kan bij mij geen kwaad doen. Marco is Marco, is zo anders dan ik, zo bijzonder. Mede daardoor heb ik een soort van bewondering voor hoe hij met alles omgaat. Hij wil altijd en overal winnen, ik heb dat niet. Hij gaat skiën en de bloedhond gaat dan les nemen zonder dat iemand het doorheeft. Zelfs als hij gaat sjoelen, neemt hij les, als hij maar wint.” Is hij de beste voetballer met wie jij samen hebt gespeeld? “Ja, Marco was de beste. Johan Cruijff was natuurlijk ook heel goed, maar hij was voor mij meer een leermeester die ik op het einde van zijn carrière pas tegenkwam. De Marco met wie ik speelde, was echt geweldig, niveau Diego Maradona, echt uitzonderlijk. Als je drie keer de Gouden Bal wint, dan kun je wel wat, hè?” 'Wat mij wel opvalt: zo goed en solide als Virgil van Dijk overkomt bij Liverpool heb ik hem bij het Nederlands elftal niet gezien' Jij was toch ook een fantastische voetballer? Onderschat jij vaak jezelf niet? “Dat doe ik niet, maar jullie vroegen mij naar Marco. Ja, ik weet dat ik goed kon voetballen. Maar ik kon ook oprecht genieten van andere spelers zoals de Braziliaanse Ronaldo. In die categorie zit Marco, de categorie van de heel grote uitzon­ deringen. Ik zat daar net even onder, maar dat vind ik helemaal niet erg. Ik heb het Gouden Balletje ook gewonnen, ben trots op mijn carrière. Maar je kunt toch wel zien dat er een paar zijn die nog iets extra’s hadden of hebben?” Helden Magazine 62 Het eerste gedeelte van het verhaal Ruud Gullit komt voort uit Helden Magazine 62. In deze dubbeldikke editie schittert naast Ruud Gullit, Vivianne Miedema op de cover. De Oranje Leeuwinnen gaan in Engeland proberen hun Europese titel van 2017 te prolongeren. In het EK vrouwenvoetbal gedeelte spraken we met Dominique Janssen, Jackie Groenen, Jill Roord & Lynn Wilms, Shanice van der Sanden en bondscoach Mark Parsons. In Helden Magazine 62 lees je nog meer interviews en reportages over voetbal. Een gesprek met Luis Sinisterra en zijn trotse moeder. Trainer en oud-voetballer Wim Jonk over Johan Cruijff, Louis van Gaal en Dennis Bergkamp, Molukse voetbalhelden Simon Tahamata & Jack Soumaru én keeper van landskampioen Ajax: Remko Pasveer. Ook spraken we de in korte tijd uitgegroeide boegbeeld van de Nederlandse atletiek: Femke Bol, blikken we samen met drievoudig olympisch kampioen, hockeyster Lidewij Welten en een gesprek met Thomas Dekker over een leven van vallen en opstaan. Daarnaast nemen we de carrière door van mountainbike pionier Bart Brentjes en is Jetze Plat een voorbeeld voor velen. Verder was Tim Montgomery de snelste man op aarde, is Cees Bol sprinter bij Team DSM en is Lewis Hamilton de succesvolste Formule 1-coureur aller tijden. Victoria Koblenko daarnaast interviewde Mister Nice Guy en marathonloper Björn Koreman én hockeyster Marijn Veen vertelt over de moeilijke tijd in aanloop naar het WK. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 62 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Vivianne Miedema: ‘What you see is what you get’

Vivianne Miedema (25) is topscorer aller tijden [...]
Vivianne Miedema (25) is topscorer aller tijden van het Nederlands elftal en de Engelse league. De aanvaller van Arsenal groeide de afgelopen jaren niet alleen uit tot een wereldster, maar maakte ook op persoonlijk vlak een grote ontwikkeling door. We gingen bij haar op bezoek in Londen en legden haar acht citaten voor voorafgaand aan het EK (6-31 juli) in Engeland. ‘Voetbal is zeker niet altijd leuk. Er zijn absoluut momenten dat ik denk: waar doe ik het nog allemaal voor?’ Vivianne Miedema in Helden in 2021 Lachend: “Ik zou zeggen: voetbal is leuk als de zon schijnt, maar dan lieg ik, want ik hou juist van regen op het veld. Voetbal neemt al mijn tijd in beslag. Soms mis ik de kans en vrijheid om andere dingen te doen. Dit jaar hebben we voor het eerst een andere Champions League-opzet gehad met een groepsfase. We hebben veel dubbele speelweken gehad, op woensdag en zondag wedstrijden gehad, zijn non-stop onderweg geweest. Na de Olympische Spelen in Tokio hebben we nauwelijks vakantie gehad. Dat heb ik gevoeld in mijn lijf, maar ook mentaal. We zijn amper thuis, altijd maar onderweg. Hoewel ik geleefd word, zie ik het niet als werk. We mogen blij zijn dat we betaald krijgen en ons alleen op voetbal kunnen focussen. Dit is waar ik voor heb gekozen, wat ik altijd heb gewild. Toch heb ik vaak het gevoel dat ik vooral voor anderen voetbal. Ik ben er niet alleen om mezelf happy te maken, ben ook een voorbeeld voor de nieuwe generatie. Ik wil jonge meiden inspireren. Die verantwoordelijkheid voel ik als ik op het veld sta. Daarnaast voetbal ik voor mijn teamgenoten en voor mijn familie en vrienden. Ik hou ervan om met andere meiden op het veld te staan en onderdeel te zijn van een team. Daar haal ik het meeste plezier uit, niet zozeer uit het prijzen winnen. Of ik er ook van kan genieten? Dat vind ik moeilijker. Ik sta niet stil bij overwinningen. Ik ben vrij nuchter, vind het sowieso moeilijk om ergens van te genieten of trots op mezelf te zijn. Ook op complimenten zit ik niet te wachten, ik word er ongemakkelijk van. Het besef wat we hebben neergezet met de Oranjevrouwen begint wel steeds vaker te komen, maar ook daar sta ik niet geregeld bij stil. Dat komt na mijn carrière wel als mijn leven wat rustiger wordt. Als er tijd is voor ontspanning, dan spreek ik af met teamgenoten of ik wandel een stukje. Dat geeft me rust. En ik hou van lezen. Ik ben eigenlijk echt een oude vrouw.” Lachend: “Iedereen zegt ook altijd dat ik zo saai ben. Ja, dat weet ik ook wel. Ik hou van wandelen en lezen, niet heel fancy.” ‘Ik ben inmiddels een van de bekendste spitsen ter wereld in het vrouwenvoetbal, dan vind ik ook dat ik moet opstaan voor wat er in het vrouwenvoetbal gebeurt. Wij lopen nog zo achter op het mannenvoetbal. Wij moeten voor gelijkheid vechten.’ Vivianne in Helden in 2020 “Als ik als speelster een verschil kan maken voor de volgende generatie, dan moet ik dat doen. Daarom spreek ik me uit, geef ik mijn mening. Tijdens het EK 2017 hebben we in Nederland vrouwenvoetbal op de kaart gezet. Ik ben een van de rolmodellen geworden, daar ben ik dan toch wel trots op. En ik ben pas 25, we kunnen nog wel even door. Het grootste probleem van het vrouwenvoetbal is dat in hoge functies binnen de FIFA en de UEFA, maar ook in het verleden binnen de KNVB, er vooral oudere mannen zitten. Zij zeggen wel dat ze verandering willen, maar weten niet goed hoe ze daarmee moeten beginnen. Toch komt die verandering wel langzaam op gang. De prijzenpot van toernooien voor vrouwen bij de UEFA en de FIFA wordt ieder jaar weer verhoogd, net als de prijzenpot van onze FA Cup. Ik zal nooit roepen dat wij hetzelfde betaald moeten krijgen als de mannen, hoor, dat is niet realistisch. Ik vind wel: het vrouwenvoetbal moet zo worden gesteund dat er ook meer mensen naar het stadion kunnen komen zodat er ook meer geld binnenstroomt. Met Arsenal speelden we de laatste thuiswedstrijd van de competitie in het Emirates-stadion. Er waren 13.000 toeschouwers, dat moeten er 30.000 worden. Dat kan ook. Een mooi voorbeeld is de klassieker in Spanje, Barcelona-Real Madrid, in Camp Nou in maart. Het toeschouwersrecord in het vrouwenvoetbal werd verbroken, er zaten 90.000 mensen in het stadion. En de week daarna, tijdens de halve finale van de Champions League tussen Barcelona en Wolfsburg, weer. Ook in Engeland zijn er grote stappen gemaakt in de professionalisering van het vrouwenvoetbal. Er wordt meer geïnvesteerd. Sky Sports heeft de rechten opgekocht van onze competitie, zij streamen nu onze wedstrijden. Er komt niet alleen een hoop geld binnen, het levert nu ook veel meer zichtbaarheid op voor ons. In eigen land kunnen er nog grote stappen worden gemaakt. De eredivisie is een opleidingscompetitie. Niemand gaat in zijn topjaren naar Nederland om te voetballen. Als ik hoor hoe het er bij bepaalde eredivisieclubs aan toegaat, dan is er nog wel een stap te maken. Dat er nog steeds meiden in Nederland zijn die geld bij moeten leggen om professioneel te kunnen voetballen, betekent dat we er nog lang niet zijn. Maar dat geldt ook voor Engeland, hoor. Bij de bond hebben ze vorig jaar pas een zwangerschapswet ingevoerd. Voorheen hoefden clubs zwangere speelsters na drie maanden niet meer uit te betalen. Schandalig, toch? Ook tussen mannen en vrouwen onderling is er veel veranderd. Toen ik vijf jaar geleden bij Arsenal kwam, mochten we niet tegelijk met de mannenploeg in de gym staan. Van de mannen kregen we reacties als: wie zijn dit, wat komen deze vrouwen doen? Nu staan ze veel meer open voor ons. De jongere generatie accepteert ons volledig. De mannen volgen ons, we hebben normaal contact met elkaar. Hoewel zij net zoveel van ons kunnen leren als wij van hen, voeren we in de gym vooral casual gesprekjes, die juist niet over voetbal gaan. Ik kan me voorstellen dat onze coaches wel met elkaar sparren.” ‘De vrienden die ik heb buiten het voetbal, gaan nooit volledig begrijpen wat ik meemaak. Dat geldt ook voor mijn ouders.’ Vivianne in Helden in 2020 “De rol die mijn voetbalcarrière in het leven van mijn ouders speelt, is groot. Ze kijken naar iedere wedstrijd en komen naar Londen wanneer ze kunnen. M’n ouders krijgen veel meer mee wat er over me wordt gezegd en geschreven. Zij hebben meer moeite met negatieve aandacht dan ik, maar ze kunnen ook meer genieten van de positieve aandacht. Dat ga ik waarschijnlijk pas begrijpen als ik zelf kleintjes heb en op de tribune zit. Ze zeggen ook geregeld dat ze trots op me zijn. Wel leven mijn ouders in een totaal andere wereld. De flexibiliteit die je moet hebben als topvoetbalster is iets speciaals op zich, dat is moeilijk uit te leggen, dat begrijpen m’n ouders niet altijd. Voor grote toernooien wil ik het liefst thuisblijven, maar m’n ouders verwachten dan toch dat ik mee uit eten ga, omdat ze me al zo weinig zien. Mijn ouders denken ook heel anders over voetbal. Ik zie het spelletje, snap het; dat inzicht is een van mijn sterke punten. Mijn ouders hebben dat minder. Als ik met hen praat over een spelsituatie, denk ik soms: hou maar op. Het komt ook weleens voor dat ik zestig minuten speeltijd krijg in plaats van negentig, omdat we die week al twee wedstrijden hebben gehad. Als ik zeg dat ik moe ben, dan vragen ze zich af hoe dat kan, zo van: de rest is toch ook niet moe? Ik ben zelf ook veranderd. Vroeger zei ik overal ‘ja’ op, nu doe ik dat niet meer. Ik maak vaker keuzes die anderen op dat moment niet zo leuk vinden. Ik weet niet of dat egoïstisch is of dat het winnaarsmentaliteit is. Maar de lijn tussen wel en niet presteren is heel dun. Vroeger vond ik het weleens lastig dat ik niet goed met mijn ouders kon delen wat ik meemaakte, nu heb ik dat niet meer. Gelukkig heb ik ook een heel goede band met mijn broertje Lars. Toen ik op mijn zeventiende van Heerenveen naar Bayern München ging, miste ik hem ontzettend. Nu we allebei ouder zijn, is dat gevoel van missen minder, we spreken elkaar vaak via Facetime. Lars en ik snappen elkaar, omdat hij ook op redelijk hoog niveau heeft gevoetbald. Eerst bij FC Den Bosch, toen in Spanje. Eén blik tussen ons is genoeg. Als ik een grote beslissing moet maken, leg ik die altijd aan hem voor. Vroeger was ik altijd de betere voetballer van ons twee. Lars vond dat weleens lastig. Het was logischer geweest als ik ‘het zusje van’ zou zijn, maar Lars is ‘het broertje van’. Waar hij ook komt, het eerste dat hij hoort is: ‘Je zus is Vivianne Miedema, toch?’ Het heeft Lars ook een bepaalde druk gegeven die hij liever niet had gehad. De afgelopen jaren heeft hij veel pech gehad met blessures. Hij speelt nu bij Genemuiden, is weer terug in Nederland. Volgend seizoen gaat hij bij Ermelo spelen in de tweede divisie. Lars wil voetballen op een niveau waarop hij er ook van kan genieten. 'Buiten mijn vriendinnen in het voetbal heb ik niet veel vrienden. Hoe moet ik uitleggen dat ik nooit thuis ben en alle feestjes mis?' Natuurlijk ben ik mijn ouders ook heel dankbaar voor wat ze voor me hebben gedaan. Zij hebben mijn carrière mogelijk gemaakt. Ook mijn opa en oma hebben een grote rol gespeeld. Ze pasten op Lars of brachten mij naar de training. Voetbal zit bij ons in de familie. Mijn opa kon goed voetballen, maar kreeg op zijn 21ste een dwarslaesie. Zijn broers zaten bij Go Ahead Eagles. Mijn vader voetbalde ook, maar raakte geblesseerd op jonge leeftijd. En van mijn moeders kant zit er ook talent, haar neef Martijn Gootjes speelde onder meer bij Cambuur. Buiten mijn vriendinnen in het voetbal - dat zijn een aantal ploeggenoten bij Arsenal, maar ook een aantal meiden met wie ik bij Heerenveen en Bayern München heb gespeeld - heb ik niet veel vrienden. Hoe moet ik uitleggen dat ik nooit thuis ben en alle feestjes mis? Ik heb nog twee heel goede vrienden van de middelbare school. Zij hebben geen verstand van voetbal en zijn lekker down to earth, heerlijk.” ‘Ik zou willen dat ik de wereld kon veranderen, maar die illusie heb ik niet.’ Vivianne in Helden in 2021 “Ik droom ’s nachts geregeld van een betere, en vooral vriendelijkere wereld. Ik vind dat er veel egoïsme is. Als ik zie hoe mensen in Londen met elkaar omgaan, hoe work driven het allemaal is, dan vind ik dat het allemaal wel wat relaxter mag zijn en er wat meer genoten kan worden. Van het nieuws in Nederland krijg ik nauwelijks wat mee en dat vind ik heerlijk. Het maakt me geen drol uit als er een rel is in een programma als Vandaag Inside. Ik probeer vooral bij te blijven met belangrijk nieuws. Zo lees ik iedere avond updates over de oorlog in Oekraïne op BBC News. Ik vind het zo verkeerd wat daar gebeurt, stond er ook volledig achter dat we de WK-kwalificatiewedstrijd tegen Wit-Rusland niet speelden in verband met de oorlog. Maar om nou te zeggen: een WK in Qatar zou ik op voorhand niet spelen vanwege het gebrek aan homorechten, dat weet ik niet... Uiteindelijk ben ik ook een atleet, ik wil op een WK spelen, maar een statement zou ik zeker maken. Het enige dat ik kan doen is dicht bij mezelf blijven en energie steken in wat ik wel kan veranderen. Ik ben ambassadeur voor War Child, wil dat jongens en meisjes opgroeien met dezelfde kansen, dát vind ik belangrijk. Wie ik een goede leider vind? Donald Trump niet in ieder geval, en Vladimir Poetin al helemaal niet. In Engeland hebben we Boris Johnson als premier. Ik denk ook dat het, als je eenmaal in zo’n machtspositie zit, heel moeilijk is om een land te besturen en de juiste dingen te doen. Ik zou graag willen denken dat we in de 21ste eeuw leiders hebben met een vrijgevige gedachte. Binnen Europa vind ik Angela Merkel, de voormalig bondskanselier van Duitsland, een goed voorbeeld. Zij was een daadkrachtige leider.” ‘Ik heb het idee dat meiden onderling wel open zijn over mentale problemen. Maar het ook naar buiten brengen, gaat een stap verder. Niet dat er een taboe op rust, maar er wordt wel meteen een stempel op je gedrukt als je je verhaal doet.’ Vivianne in Helden in 2021 “Er is vooruitgang, maar het is nog niet hoe het zou moeten zijn. Als je aangeeft dat je hulp nodig hebt, zal er door een coach altijd op een bepaalde manier naar je worden gekeken. Mentale problemen moeten niet geassocieerd worden met zwakte. Tegenwoordig is het een stuk normaler om een psycholoog bij een club en het Nederlands elftal te hebben, maar ik denk ook dat we nog niet volledig eerlijk durven te zijn. Met mij is het jarenlang met ups en downs gegaan. Bijna negen jaar geleden liep ik voor het eerst bij het Nederlands elftal binnen, ik was net zeventien. Op dat moment dacht ik dat ik de hele wereld aankon. Omdat het vrouwenvoetbal zo’n vlucht heeft genomen na het WK in Canada in 2015, maar vooral na de winst van het EK in 2017, wist ik ook niet goed meer wie ik kon vertrouwen. Op dat moment dacht ik: ik heb niemand nodig. Maar in m’n eerste jaar bij Arsenal, na het EK, in 2018, liep ik tegen een ontzettend hoge muur op. Ik voelde me heel rot, moest verwerken wat er al die jaren daarvoor was gebeurd. Het is geen geheim dat ik tijdens het WK in Canada in 2015 niet gelukkig was. We zaten aan de andere kant van de wereld, ik voelde me eenzaam en vond het moeilijk met die druk om te gaan. Wat wil je? Ik werd vergeleken met Lionel Messi. Ik moest wennen aan de schijnwerpers waarin ik kwam te staan. En ook tijdens het EK in 2017 in Nederland kwam er veel op me af. In de groepsfase had ik niet gescoord. Dat werd groot opgepakt in de media. Maar in de kwart- en halve finale scoorde ik en ik maakte twee goals in de finale. Ik ging van nobody naar iemand die geweldig was. 'Tijdens het EK in 2017 kreeg ik last van paniekaanvallen. Op het voetbalveld, als ik thuiszat, waar dan ook. Als het een heftige aanval was, dan had ik moeite met ademhalen' Daarbij kwam: in die jaren voorafgaand aan die toernooien had ik nauwelijks vakantie gehad of tijd om ergens bij stil te staan. Fysiek was ik moe, mentaal was ik leeg. In het eerste jaar bij Arsenal vroeg ik me af: waarom voetbal ik nog, waarom wil ik dit? Het WK in 2019 in Frankrijk was het eerste toernooi in mijn carrière waar ik ontspannen heen ging, ik voelde me goed, had er zin in. We haalden de finale. Daar was bij mij wel wat aan voorafgegaan... Ik was altijd de eerste die in sessies met een psycholoog bij het Nederlands elftal opstond en zei: ik geloof hier niet in. Sterker, als ik al het woord ‘psycholoog’ hoorde, dacht ik: ik blijf bij je uit de buurt. Toen ik bij Arsenal aankwam, was er net een nieuwe psycholoog begonnen met wie ik ook geen klik had. Na zes maanden kwam er een nieuwe vrouw, daar had ik wel een goed gevoel bij. Dat was een eerste stap. Alsnog duurde het een jaar voordat ik toegaf: ik denk dat ik jou misschien toch nodig heb... Dankzij die psycholoog heb ik dingen uit mijn leven kunnen verwerken, zowel voetbal- als privégerelateerd. Voorheen sloot ik me af voor gevoelens, ik had er geen tijd voor, wilde doorgaan. Dat kwam er op verschillende manieren uit. Op het WK in 2015 in Canada had ik veel stress en last van migraine. In die paar weken tijd viel ik zes kilo af. Na het EK in 2017 kreeg ik last van paniekaanvallen. Op het voetbalveld, als ik thuiszat, waar dan ook. Als het een heftige aanval was, dan had ik moeite met ademhalen. Na een paniekaanval kon ik drie dagen niks, dan lag ik plat op de bank, en ik moest geregeld trainingen overslaan. Maar meestal gebeurde het juist als we even vrij waren. Ook als ik het gevoel had dat mijn lichaam niet meer meewerkte of heel moe was, kon ik in paniek raken. Het is goed dat ik tegen die muur ben aangelopen en over mijn gevoelens ben gaan praten. Het is niet dat ik nu nooit meer paniekaanvallen zal krijgen of me nooit meer angstig zal voelen. Ik voel me nog steeds slecht als ik in de metro naar het centrum van Londen moet stappen. Onder de grond, hartstikke heet, veel te veel mensen... ik denk dan echt: wat doe ik hier? Maar wat wil je, ik kom uit Hoogeveen. Ik had nog nooit in een bus gezeten, nu moet ik in de underground... Wanneer ik het ook lastig heb, is als ineens de hele planning overhoop wordt gegooid. Op maandag krijgen we ons schema. Als dat dan plotseling op donderdag verandert, dan vind ik dat vreselijk en moet ik mezelf kalmeren. Inmiddels heb ik geleerd beter met dit soort paniekaanvallen om te gaan. Helemaal weg zal het nooit gaan, maar als ik nu een aanval heb, kan ik de rest van de dag nog functioneren. Vorige maand had ik mijn laatste sessie bij de psycholoog. Als ik dan ergens trots op moet zijn in mijn leven, dan is het wel het traject dat ik met haar ben ingegaan. Voor het eerst in mijn carrière kon ik dit jaar meer mezelf zijn bij Arsenal. 'Als ik op het voetbalveld sta, kan ik een bitch zijn. Buiten het veld ben ik een van de grootste softies, ik huil geregeld en daar schaam ik me niet voor' Mijn ploeggenoten weten niet wat ze meemaken. Ze leren me beter kennen, omdat ik open ben. Ik word begrepen. Zij zien: Viv is toch niet zo nors en gesloten als ze lijkt. En dat ligt aan mezelf, hoor, dat ze dat nu pas zien. Ik heb me nooit opengesteld voor anderen. Als ik op het voetbalveld sta, ben ik hard, dan kan ik een bitch zijn. Buiten het veld ben ik een van de grootste softies die er rondloopt, ik huil geregeld, ben een emotioneel persoon en daar schaam ik me niet voor. Ik ben er nu open over en probeer dat ook te zijn naar de jongere meiden bij het Nederlands elftal. Ik weet als geen ander hoe het is om door te breken en met druk om te gaan. Daar kan ik hen mee helpen. Ik check geregeld bij hen hoe het gaat en ze weten dat ik er voor hen ben. Dit traject bij mijn psycholoog is belangrijker voor mij geweest dan welke prijs dan ook.” ‘Je weet hoe dat gaat in Nederland: iedereen verwacht dat je even wint. Dat zal straks tijdens het EK niet anders zijn.’ Vivianne in het AD in 2022 Lachend: “Zo is het. Voor het EK in 2017 had ik niet verwacht dat we de titel zouden pakken. Dat verwacht ik nu ook niet. Er zijn landen die beter zijn dan wij. We hebben een aantal meiden die net hersteld zijn van blessures, belangrijke speelsters als Lieke Martens en Daniëlle van de Donk hebben dit seizoen amper kunnen spelen. Als iedereen top is, kunnen we verrassen. Na de Olympische Spelen en het vertrek van bondscoach Sarina Wiegman naar de Engelse bond zijn we met Mark Parsons een nieuw traject ingegaan. De grootste verandering is dat we afscheid hebben genomen van speelsters. De dynamiek is anders. Ik zit tegenwoordig in ‘Team Oud’, dat zegt genoeg. Ook heeft Mark een net iets andere kijk op voetbal dan wij gewend zijn. Je merkt dat hij uit een andere voetbalcultuur komt. Dat zit hem dan in tactische dingen als meer druk willen zetten. Voor sommige meiden is dat wennen. Qua persoon is hij het tegenovergestelde van Sarina. Bij Mark staat de mens centraal, het groepsproces. Dat is goed, hoor, want we hebben veel jonge meiden in de ploeg met wie we een band moeten opbouwen. Bij Sarina wist je beter wat er verwacht werd, zij was duidelijk. Mark heeft nog tijd nodig om bepaalde keuzes te maken en die onduidelijkheid is voor sommige meiden lastig. Mijn rol binnen het Nederlands elftal is niet veranderd. Ik ben altijd een van de leiders geweest, zowel binnen als buiten het veld. Het groepje leiders is iets kleiner geworden. Sari van Veenendaal, Sherida Spitse, Daniëlle van de Donk en ik, maar ook Merel van Dongen en Stefanie van der Gragt spelen een grote rol in het team. Met Sarina en ook met haar assistent Arjan Veurink heb ik nog weleens contact, ik zie hen bij de wedstrijden. ‘Als je maar niet met Engeland het EK wint in Engeland,’ grap ik weleens. Dat moeten we niet willen, dat blije gedoe hier in Engeland.” ‘De jaren die er nu aan gaan komen, horen officieel mijn topjaren te zijn. Die moet ik doorbrengen bij een club die het beste bij mijn ambities past.’ Vivianne in het AD in 2022 “Ze zeggen dat je top rond de 27 ligt. Ik ben pas 25, maar loop al een tijdje mee. Ik heb vijf mooie jaren bij Arsenal gehad, onlangs bijgetekend en ik heb het gevoel dat het winnen van titels met Arsenal veel meer voor mij zal betekenen dan dat ik ze op dit moment met een andere club zou winnen. Hopelijk dat je de beste Vivianne nog niet hebt gezien. Er zit nog meer in het vat, hoor. Bij het Nederlands elftal speel ik echt in de spits, maar bij Arsenal speel ik er net iets achter, op ‘10’. Ik vind het leuker als aanvallende middenvelder te spelen, kan meer aan de bal komen en meer invloed op de wedstrijd hebben. Ach, ik kan overal spelen, in dat opzicht maakt het me ook niet veel uit waar ik sta. Wat ik belangrijker vind is dat ik me voor het eerst ook buiten het veld een stuk beter voel. Voetbal gaat voor mij niet alleen om doelpunten maken. Het zou mooi zijn als ik de komende jaren zowel binnen als buiten het veld top kan zijn.” ‘In het vrouwenvoetbal lopen nou eenmaal niet veel topcoaches rond. Ja, misschien wil ik er later wel een worden.’ Vivianne in Helden in 2021 “Ik ben nu bezig met het laatste project van mijn master van de studie Business. En ik heb mijn UEFA B-diploma bijna afgerond. Ik zou na mijn carrière graag bij het voetbal betrokken willen blijven en coach willen worden, maar als ik grote veranderingen teweeg wil brengen in het vrouwenvoetbal, dan zal ik het hogerop moeten zoeken, in een bestuurlijke functie. Na mijn carrière wil ik eerst een tijdje uit het voetbal stappen om rust te vinden. Daarna wil ik mijn weg vinden aan de bestuurlijke kant, in een rol bij de KNVB, UEFA of FIFA.” Lachend: “Aan politieke spelletjes doe ik niet mee, dat weten ze al van me. What you see is what you get. Als ik eenmaal in zo’n rol zit, dan moet ik opstaan voor waar ik in geloof en daarin ga ik geen spelletjes spelen. Dan is het voor mij al gauw zwart of wit.” Helden Magazine 62 Het verhaal van Vivianne Miedema komt voort uit Helden Magazine 62. In deze dubbeldikke editie schittert naast Miedema, Ruud Gullit op de cover. Gullit spreekt zich uit over Max Verstappen, Marco van Basten, Louis van Gaal, Erik ten Hag, Ronald Koeman, Virgil van Dijk, Memphis Depay en de Black Lives Matter-discussie. De Oranje Leeuwinnen gaan in Engeland proberen hun Europese titel van 2017 te prolongeren. In het EK vrouwenvoetbal gedeelte spraken we met Dominique Janssen, Jackie Groenen, Jill Roord & Lynn Wilms, Shanice van der Sanden en bondscoach Mark Parsons. In Helden Magazine 62 lees je nog meer interviews en reportages over voetbal. Een gesprek met Luis Sinisterra en zijn trotse moeder. Trainer en oud-voetballer Wim Jonk over Johan Cruijff, Louis van Gaal en Dennis Bergkamp, Molukse voetbalhelden Simon Tahamata & Jack Soumaru én keeper van landskampioen Ajax: Remko Pasveer. Ook spraken we de in korte tijd uitgegroeide boegbeeld van de Nederlandse atletiek: Femke Bol, blikken we samen met drievoudig olympisch kampioen, hockeyster Lidewij Welten en een gesprek met Thomas Dekker over een leven van vallen en opstaan. Daarnaast nemen we de carrière door van mountainbike pionier Bart Brentjes en is Jetze Plat een voorbeeld voor velen. Verder was Tim Montgomery de snelste man op aarde, is Cees Bol sprinter bij Team DSM en is Lewis Hamilton de succesvolste Formule 1-coureur aller tijden. Victoria Koblenko daarnaast interviewde Mister Nice Guy en marathonloper Björn Koreman én hockeyster Marijn Veen vertelt over de moeilijke tijd in aanloop naar het WK. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 62 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Ronald de Boer: ‘Wij hebben echt wat neergezet’

Wenen: stad van de Mozart-concerten, Johann Strauss, de Weense [...]
Wenen: stad van de Mozart-concerten, Johann Strauss, de Weense Wals, het Wiener Philharmoniker, Schloss Schönbrunn, Slot Belvedere, Prater en de Spaanse rijschool met zijn Lipizzaners. Maar Wenen is ook de stad van de Champions League-finale van 24 mei 1995: Ajax-AC Milan 1-0. Ronald de Boer blikt terug in de serie City of Memories, een samenwerking tussen Ajax en TUI. “Wenen wordt ook de stad der dromen genoemd. Voor mij geldt dat helemaal. De droom die ik had, de Champions League winnen, is daar op 24 mei 1995 uitgekomen,” zegt Ronald de Boer. “Ik had het hoogst haalbare bereikt wat ik als speler met een club kon bereiken. Extra bijzonder was dat ik dat ook nog eens meemaakte met mijn tweelingbroer Frank. Na afloop hielden we samen de beker vast. Hoe mooi was het voor mijn vader en moeder op de tribune om hun zoons zo zien? Ik merk al hoe geweldig trots ik ben als mijn kinderen iets preste­ ren. Mijn ouders moeten in Wenen bijna uit elkaar zijn geknapt van trots.” Transfer Hoe ver weg leek die droom vier jaar eer­ der nog. Ronald besloot in de zomer van 1991 van Ajax, de club waar hij samen met zijn tweelingbroer de jeugdopleiding had doorlopen, naar FC Twente te ver­huizen. PSV had Ajax net onttroond als landskampioen. De club werd interna­tionaal nog wel geroemd om de voor­treffelijke jeugdopleiding. Spelers uit de eigen jeugd stroomden door naar het eerste elftal, maar een rol van betekenis speelde Ajax niet in Europa. “Leo Been­hakker was trainer, ik zat al een tijdje bij het eerste elftal, speelde ook geregeld, maar ik had niet bewezen dat hij als spits om mij heen kon. Later heeft Leo tegen mij gezegd dat hij me niet kwijt wilde, maar dat Ajax in geldnood zat. Voor mij konden ze één miljoen gulden krijgen. De overstap naar Twente pakte goed uit, ik speelde alles, scoorde veel. Het was voor mij één stap terug om er twee voor­ uit te kunnen doen. Uiteindelijk maakte ik zelfs drie of vier stappen vooruit.” Vlak nadat hij Amsterdam en broer Frank, die bij Ajax een basisplek als linksback had, achterliet, besloot Beenhakker naar Real Madrid te gaan. Louis van Gaal, die bij Ajax jeugdtrainer, hoofd jeugdopleiding en assistent van Beenhakker was, promoveerde tot hoofdtrainer. “Als ik eerder had geweten dat Louis hoofdtrainer zou worden, dan was ik waarschijnlijk bij Ajax gebleven. Ik wist dat Louis in me geloofde. We woonden in de buurt van Louis, mijn broer en ik reden vaak met hem mee naar Ajax. Louis was toen ook verant­woordelijk voor het tweede elftal, daar speelden wij ook af en toe in. Louis wist precies wat mijn kwaliteiten waren.” Van Gaal won in 1992, aan het einde van zijn eerste seizoen als hoofdtrai­ner, meteen de UEFA Cup met Ajax. Maar hij keek al verder. Van Gaal ging doorselecteren. Spelers als Jan Wouters, Bryan Roy, John van ’t Schip mochten of moesten vertrekken. Ronald keerde in de winterstop van het seizoen 1992/1993 terug bij Ajax. De transfer betekende ook een hereniging met broer Frank. “Louis was op zoek naar een spits, een die kon fungeren als een soort kapstok, iemand die aangespeeld kon worden en de bal niet snel verloor, zodat andere spelers bij konden sluiten. Stefan Pettersson had die rol ook met veel succes ingevuld, maar hij werd een jaartje ouder.” Van Gaal was nog druk aan het puzzelen. “Edgar Davids en Clarence Seedorf waren net doorgestroomd uit de jeugd en deden het meteen geweldig. Michael Reiziger werd teruggehaald van FC Groningen en omgeturnd van aan­ valler in rechtsback. Edwin van der Sar werd eerste keeper. Louis durfde jonge jongens echt een kans te geven. Het voordeel was dat hij de spelers uit de jeugd goed kende, omdat hij met hen had gewerkt. Die jonge jongens waren ook nog eens opgeleid met de filoso­fie van de club. In de jeugd was hen al geleerd de tegenstander snel onder druk te zetten na balverlies om snel de bal te­ rug te veroveren.” Vlak nadat Ronald terugkeerde, vertrok­ken Dennis Bergkamp en Wim Jonk naar Inter Milaan. “Toen zij vertrokken, dacht iedereen dat Ajax uit elkaar zou vallen. De puzzelstukjes vielen toen juist allemaal op hun plek.” Marc Overmars was al in 1992 geko­men. Jari Litmanen ook, maar hij kreeg pas echt een kans om zich te bewijzen op ‘10’ na het vertrek van Bergkamp. De Nigerianen Finidi George en Nwankwo Kanu werden gehaald. “En niet te verge­ten: Frank Rijkaard keerde terug. Louis moest in het begin overtuigd worden door assistent Bobby Haarms wat betreft de terugkeer van Rijkaard. Er was in het begin ook wel een beetje strijd.” Van Gaal zette Rijkaard, die overkwam van AC Milan, eerst op het midden­veld, maar Rijkaard gaf aan dat hij liever achterin wilde spelen. “Frank kwam uit­ eindelijk in het centrum te spelen, naast Danny Blind. Voor mij was dat ook gun­stig, want dan kon ik rechtshalf spelen.” Multifunctioneel Ronald groeide uit tot een multifunctio­nele speler in het Ajax van Van Gaal. Hij kon in de spits spelen, maar was ook een uitstekende rechtshalf. “Ik ging mee naar het WK van 1994 als spits, maar werd een beetje geslachtofferd. Ik kwam daar­ door in het 4­4­2 systeem van bonds­coach Dick Advocaat als rechtshalf te spelen. Er ging een wereld voor me open. Ik dacht: jeetje, wat is dit een makkelijke plek. Ik had niet twee grote verdedigers voortdurend in mijn nek, had mensen voor me. Was aan het strooien met pas­ses, kon mijn creativiteit veel beter kwijt. Na terugkomst bij Ajax in de zomer van 1994 heb ik tegen Louis gezegd dat hij mij eens als rechtshalf moest proberen in zijn 4­3­3 ­systeem. De eerste wed­strijd van het seizoen speelden we om de Super Cup tegen Feyenoord. Het was het debuut van Patrick Kluivert, die ook meteen scoorde. Ze dachten van mij vast: Ronald de Boer is een spits, dus die loopt vast niet mee terug op het middenveld. Wij waren heer en meester en wonnen met 3-­0. Vanaf dat moment stond ik vaker rechtshalf en af en toe, als het moei­lijk werd voor de jonge spitsen Kluivert en Kanu, werd ik weer in de spits gezet.” Ajax werd vanaf 1993 steeds meer een geoliede machine. De ploeg was een meester in het druk zetten. “Dat heeft Louis er echt ingeslepen. En dat op zijn manier, dus met veel passie. En hij was heel duidelijk, zei: ‘Als je niet meegaat, even goede vrienden, maar dan ligt jouw toekomst niet bij Ajax.’ Veel spelers ston­den nog aan het begin van hun carrière, waren nog te kneden.” De trainingen waren van een ongekend niveau, zegt Ronald. “Dat waren eigen­lijk gewoon wedstrijden. Op dinsdag en donderdag deden we een partijtje op scherp en dan was ik vooraf zenuwach­tig. De vonken vlogen er dan vanaf. We hadden zestien echt goede spelers. John van den Brom, Peter van Vossen, Tarik Oulida, Sonny Silooy en Winston Bogarde zaten ook bij de selectie en die zorgden er ook wel voor dat je scherp moest blijven, omdat zij natuurlijk ook klaar stonden om te spelen. Elke training moest je honderd procent ‘aan’ staan. Je kon geen moment verslappen bij Louis.” Keerpunt Ajax werd in 1994 landskampioen en mocht uitkomen in de Champions League. In de poulefase waren titel­ verdediger AC Milan, AEK Athene en Casino Salzburg de tegenstanders. “De eerste wedstrijd was tegen AC Milan in het Olympisch Stadion. We hadden geen moment door hoe goed we eigenlijk waren. We wonnen vrij eenvoudig met 2-­0. Ik maakte de allereerste Champi­ons League­ goal. Het was nog een mooie ook; een stiffie over de uitkomende doel­ man Rossi. Toen we wonnen, dachten we: misschien was dit een gelukje, dat Milan zich had verkeken op laagvlieger Ajax die al een paar jaar niet meer van zich had laten horen in Europa. Daarna dachten we voor elke wedstrijd: deze tegenstander is wel erg goed. Maar in het veld viel het telkens wel mee.” De return tegen AC Milan in Triëst, waar Milan moest spelen van de UEFA als straf voor ongeregeldheden met fans, was het keerpunt. “We dachten: ze zullen zich wel willen herstellen voor de eerdere 2­-0­ nederlaag. Maar in Triëst speelden we ze ook helemaal weg, wonnen we weer met 2-­0. Toen kwam echt het besef: misschien zijn wij wel heel goed.” Ajax won de poule dankzij vier overwin­ningen en twee gelijke spelen, allebei tegen Salzburg. In de kwartfinale werd Hajduk Split verslagen. Uit werd het 0­-0, thuis 3­-0 mede door twee goals van Frank de Boer. In de halve finale wachtte Bayern München. “Louis liet ons altijd videobanden van onze tegenstanders zien. Bij de beelden van Bayern dacht ik: jemig, wat een team, dat wordt een lastig verhaal. De uitwedstrijd was lastig, maar het bleef 0-­0 en eigenlijk waren we de betere ploeg. De thuiswedstrijd werd die fantastische 5-­2, een van de mooiste wedstrijden die Ajax ooit heeft gespeeld in Europa.” Karatetrap Ajax stond in de finale. Op naar Wenen. “Ik was nog nooit in Wenen geweest. Die stad stond voor mij synoniem aan de opera, aan Wolfgang Amadeus Mozart. We hebben in aanloop naar de finale een stukje door de stad gewandeld. Meteen viel me op wat een mooie stad het is. Een stad met veel historie. Mij vielen de indrukwekkende gebouwen op, met van die ornamenten. En de beeldhouwerij, de schitterende standbeelden.” Plaats van handeling op woensdag 24 mei 1995 was het Ernst Happel Stadion. “Ik vond het geen mooi stadion om een finale te spelen. Het was er een met zo’n rot sintelbaan, daardoor was het publiek heel ver weg. Dat er 50.000 mensen op de tribune zaten, maakte veel goed. Die sfeer. Ik denk dat zestig procent van de mensen Ajacied was en de rest op de hand van Milan.” Want ja, de tegenstander was opnieuw AC Milan. “We baalden dat we weer tegen Milan moesten, dachten: gaan wij de titelverdediger drie keer verslaan in één seizoen? Als je het statistisch bekijkt, dan weet je dat het heel moei­lijk wordt. Zo’n grote ploeg zou na twee nederlagen weleens de sleutel kunnen vinden om ons onschadelijk te maken. 'Na afloop hielden Frank en ik samen de beker vast. Mijn ouders moeten in Wenen bijna uit elkaar zijn geknapt van trots' In de finale bleek dat het een dubbeltje op z’n kant was. We begonnen niet goed. Ik denk dat we toch een bepaalde blind­heid hadden door de spanning. Milan was de eerste helft beter, zonder dat ze heel gevaarlijk waren. Eigenlijk hadden ze één echte kans: een volley van spits Marco Simone. Van der Sar kreeg de bal gelukkig recht op zich af. De grootste kans was eigenlijk voor ons. Mijn broer Frank kreeg een kopkans uit een corner na vijf minuten.” Vlak voor rust was er de karatetrap van Louis van Gaal langs de lijn. Hij deed Marcel Desailly na, die vlak ervoor zijn voet op gezichtshoogte bij Jari Litmanen had. De Roemeense scheidsrechter Ion Craciunescu floot niet. “Ik zag Louis gaan. Hij had volledig gelijk dat hij op zijn gepassioneerde wijze daar een punt van maakte. Het was gevaarlijk spel. En dat op de rand van het strafschopgebied. Met mijn broer Frank hadden we iemand die dat seizoen al had bewezen dat hij een vrije trap binnen kon trappen.” Er werd niet gescoord voor rust. “Rijk­aard nam het woord in de kleedkamer, benadrukte dat het niet uitmaakte hoe we het deden, áls we het maar deden. Hij gaf aan vooral niet uit de posities te gaan lopen. ‘We leven nog, nog 45 minuten en dan staan we misschien met die beker. Geloof erin, ga geen gekke dingen doen.’ Frank had bij AC Milan wel geleerd dat het resultaat heilig was op die momenten. En niet onbelangrijk: van hem nam ook iedereen het meteen aan. Het was tot dat moment een draak van een wedstrijd. Maar we wisten ook dat het die wedstrijd niet ging om goed spelen, het draaide al­ leen maar om winnen. Die andere twee wedstrijden tegen Milan hadden we al la­ ten zien dat we ook op een mooie manier van ze konden winnen.” Gouden wissel In de 54ste minuut wisselde Louis van Gaal voor het eerst. Seedorf ging eruit, Kanu kwam erin. “Ik begon in de spits, omdat Louis meer ervaring op die plek wilde en dacht dat het elftal met mij op die plek meer in balans zou zijn. In de spits had ik te maken met Desailly, Franco Baresi en Alessandro Costacurta. Ik kon tegen hen niet veel inbrengen. Na die wissel ging ik op het middenveld spelen en kregen we meer grip op de wedstrijd. Het was tot die tijd echt flip­perkastvoetbal. Ineens lukte het ons om ons vertrouwde spel te spelen: een man inpassen, de bal even vasthouden en doorbewegen. Na die wissel kregen we weer het meeste balbezit. Beetje bij beetje konden we op gaan schuiven richting het doel van Milan. Je voelde ook binnen de ploeg steeds meer ontstaan dat er wat te halen viel. In het begin dachten we alleen maar: laten we hopen dat we het achterin zo lang mogelijk drooghouden en eerst maar proberen de verlenging te halen. 'Ik ben belangrijk geweest, dat maakt het zo speciaal. Daardoor word je ook herinnerd. Zo van: die Ronald de Boer kon er wel wat van' Toen Kluivert erin kwam voor Litmanen kregen we nog meer de overhand.” De naar later bleek gouden wissel vond plaats in de 68ste minuut. Met Kanu en Kluivert stonden er ineens twee tieners op ‘9’ en ‘10’ in de Champions League­ finale. “Dat was typisch Louis, die nam gewoon dat risico. Jari voelde zich niet helemaal top en Louis had Patrick al eens achter de spits gezet. Hij was snel en sterk. Louis wist natuurlijk ook dat Patrick in de jeugd ook op die positie had gespeeld. En Kanu kon geweldig een bal vasthouden, nog beter dan ik.” In de 84ste minuut viel de bevrijdende goal. Davids speelde de inschuivende Rijkaard aan, die de bal gaf aan Kluivert, die rechts op de rand van het strafschop­ gebied stond. Rijkaard liep door voor de een­twee, maar Kluivert hield de bal bij zich met een man in zijn rug, ging rich­ting doelman Rossi en punterde de bal langs de keeper. “Ik was in extase. Het was nog erger dan dat. Extase bovenop extase. Bestaat daar eigenlijk een woord voor? Toch kon ik me snel herpakken, ik was er snel van doordrongen dat het nog een paar hectische minuten konden wor­den. In gevaar zijn we niet meer geweest. Sterker, Danny Blind kreeg nog een geweldige kans toen hij mee opkwam. Niet lang daarna was het afgelopen.” Na 1971, 1972 en 1973 had Ajax voor de vierde keer de Cup met de Grote Oren gewonnen. Na het eindsignaal ren­ den de spelers van ultieme vreugde alle kanten op. “Ik was zo ongelooflijk blij. Ik rende na het affluiten naar een cor­nervlag. Daar zaten niet veel Ajacieden op de tribune. Ik dacht toen: ik moet iemand opzoeken en zag Rijkaard op z’n knieën zitten. Ik sprintte hem voorbij, zag mijn broer. Hem wilde ik als eerste om z’n nek vliegen. Daarna ben ik alle andere jongens langsgegaan.” Nieuwe standaard De wedstrijd komt nog vaak in het hoofd van Ronald voorbij. “Als ik de hymne hoor van de Champions League, denk ik altijd: ik heb die beker ook mogen vasthouden. Die finale heeft veel impact gehad op mijn verdere leven. We hebben dat jaar onszelf zo op de kaart gezet, daar profiteer ik nu nog van. Mensen herinneren zich nog steeds het Ajax van 1995. We hadden succes met een spel dat nog niet veel was vertoond; aanvallend, met veel pressing. We had­ den een nieuwe standaard neergezet. Veel trainers dachten: zoals het Ajax van 1995 wil ik mijn team laten spelen. Pep Guardiola heeft dat ook aangegeven. Toen hij trainer werd van Barcelona, als opvolger van Frank Rijkaard, ging hij ook aan de slag met jonge jongens die hij kende uit de jeugd, als Sergio Busquets. En natuurlijk zijn die coaches wat wij deden gaan finetunen; voetbal evolueert ook. Ik vind het mooi dat wij voor veel mensen een inspiratiebron zijn geweest. Het mooie is: iedereen heeft zijn aan­deel gehad in het succes van 1995. Zo voelt het ook echt. 'Ik was in extase. Het was nog erger dan dat. Extase bovenop extase. Bestaat daar eigenlijk een woord voor? Ongekend' Het was niet zo dat er een of twee sterren waren en dat de rest in hun dienst speelden bij ons. Iedereen was belangrijk, iedereen had wapens. Ik kan zoveel momenten opnoe­ men waarop ik beslissend ben geweest. En die momenten kan elke speler uit dat team opnoemen. Ik ben belangrijk geweest, dat maakt het zo speciaal. Daar­ door word je ook herinnerd. Zo van: die Ronald de Boer kon er wel wat van. Daar­ door gaan er nog steeds deuren voor me open, word ik voor Legends­wedstrijden uitgenodigd.” Een kritische noot is er ook. “Als ik de hymne van de Champions League hoor, denk ik ook geregeld: wat als? Een jaar later verloren we de finale na penalty’s van Juventus. Dat was echt een gemiste kans. We hebben furore gemaakt, staan in de geschiedenisboeken, maar we had­ den onszelf nog meer kunnen belonen als we in 1996 de titel hadden gepro­longeerd. Tegelijkertijd moeten we ook blij zijn dat de bekroning er is. Niet alleen de Champions League wonnen we, maar ook de Wereldbeker. Wij kun­nen echt zeggen: we waren de beste van de wereld.” Keizerin Sissi Wenen heeft een speciaal plekje in het hart van Ronald de Boer. “Na de finale ben ik er vaker geweest. We hebben in het Ernst Happel Stadion ook nog een keer een Legends­wedstrijd gespeeld. Na mijn carrière had ik veel meer tijd om de stad te bezichtigen. Meer dan de moeite waard. De Lipizzaner­paarden, de mooie paleizen, zoals Schloss Schönbrunn waar de beroemde keizerin Sissi een deel van haar leven doorbracht. Bij het horen van Wenen, denk ik als eerste aan 1995, maar die schitterende stad meer is dan alleen onze Champions League­finale.” Helden Magazine 63 Het verhaal van Ronald de Boer komt voort uit Helden Magazine 63. We duiken in de slipstream van Max Verstappen. Sportief directeur Jan Lammers bespreekt zijn mooiste momenten op het circuit en Atze Kerkhof weet hoe het is om teamgenoot van Max te zijn. In deze editie lees je een uitgebreid interview met de vrouwen in het leven van Abdelhak Nouri. Voor het eerst vertellen zijn moeder, zussen, schoonzussen en tante hun aangrijpende verhaal. Daarnaast heeft ook Kira Toussaint een bewogen tijd achter de rug. De zwemster verbrak een gepland huwelijk en vertrok naar Amerika. Ook spraken we met een van de nieuwe boegbeelden van het vrouwenvolleybal: Nika Daalderop en maakt Davy Klaassen zich op voor een nieuw seizoen bij Ajax én een WK. Marcus Pedersen en Noor Omrani delen naast hun liefde voor de bal ook een hoofdkussen. Zijn broers Jens en Melle van ’t Wout klaar om de shorttrack wereld te veroveren. Jordan Teze speelde zich vorig jaar definitief in de kijker én Koen Bouwman won twee etappes en het bergklassement in de Giro. Verder is Riemer van der Velde oud-voorzitter van sc Heerenveen. Een gesprek over onder meer de ontwikkelingen van zijn club en Abe Lenstra. Timothy Beck haalde als estafetteloper de Zomerspelen en was vlaggendrager bij de Winterspelen in 2010 én Victoria Koblenko spreekt met judoka Michael Korrel over zijn kwetsbare kant in aanloop naar het WK. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 63 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Riemer van der Velde: ‘Ik heb het geluk dat ik Abe heb zien voetballen’

Door zijn talent voor scouting en financiën drukte Riemer [...]
Door zijn talent voor scouting en financiën drukte Riemer van der Velde (81) als voorzitter zijn stempel op sc Heerenveen. Met lede ogen moest hij toezien hoe de cultuur van de club na zijn vertrek veranderde. Een gesprek over de ontwikkelingen bij zijn cluppie, maar ook over de eigenwijsheid van Abe Lenstra, de Friese roots van Johan Cruijff en de borreltjes van René van der Gijp. In het Friese watersportdorp Langweer staat Riemer van der Velde ons niet in zijn eentje op te wachten als we de poort van zijn ruime woning aan het water binnenrijden. Zijn vrouw Annie loopt tussen grote zinken teilen vol bloemetjes heen en weer, enthousiast meedenkend met de tuinman. Ook een van de twee honden maakt deel uit van het ontvangstcomité. Riemer vertelt dat het dier sinds een paar weken blind is. “We hebben al 58 jaar honden,” zegt Annie. Riemer vult aan: “We hadden net verkering toen ik van de eigenaar van drukkerij Lageveen in Gorredijk een jonge boxer cadeau kreeg. Die kreeg de naam Knuffel. In die tijd woonde ik nog bij mijn ouders. Toen Annie en ik gingen samenwonen, bleef Knuffel bij mijn vader en moeder. Wij kregen een herder van de Nederlands kampioen zijspanwegraces Jaap Geerts en vanaf toen hebben we altijd honden gehad. Herders, Friese waterhonden en ook weleens een Berner Sennen. We hebben er nu twee: Messi is vernoemd naar de voetballegende en Rossi naar de Italiaanse motorcoureur Valentino Rossi.” Twee grote passies van de markante oud-voorzitter van sc Heerenveen komen samen in de namen van zijn honden. Aan de keukentafel kijk je uit over het meer de Langwarder Wielen. Koffie en een stukje Friese lekkernij erbij. Zo komt het gesprek vlot op gang. Riemer was voorzitter van Heerenveen van september 1983 tot 1 oktober 2006. Van een matige eerstedivisionist groeide de club onder zijn leiding uit tot een financieel gezonde eredivisionist die jaarlijks meedeed om Europees voetbal. Hij zag vele door de club zelf gescoute voetballers uitgroeien tot internationale topspelers, maakte miljoenentransfers mee, bouwde mee aan een bloeiend zakelijk netwerk en zag de club zo populair worden dat er lange wachtlijsten ontstonden voor een seizoenkaart. Kers op de bestuurderstaart was het spelen van Champions League- voetbal in 2000/2001. Na zijn vertrek als voorzitter in 2006 belandde de club bestuurlijk, financieel en sportief in een negatieve draaikolk die maar moeilijk te stoppen blijkt. Riemer kijkt met gevoel voor romantiek terug op onvergetelijke hoogtepunten die hij met zijn cluppie meemaakte. Memorabel is bijvoorbeeld de onwaarschijnlijke manier waarop Heerenveen in seizoen 1989/1990 vanaf een zestiende plek in de eerste divisie wist te promoveren naar de eredivisie met Fritz Korbach als coach. Riemer heeft de details paraat: “In de nacompetitie zaten we in een poule met Go Ahead Eagles en NAC. We hadden het niet meer in eigen hand, want uit tegen de Eagles moest NAC winnen, maar met niet meer dan één goal verschil. Dat gebeurde, waardoor wij beslissingswedstrijden tegen Emmen moesten spelen. Uit bij Emmen verloren we. Thuis moesten we met twee doelpunten verschil winnen. Gertjan Verbeek maakte 1-0, Marten Dijk 2-0. Door een wonderbaarlijke redding van doelman Johan Tukker bleef het 2-0 en promoveerden we naar de eredivisie, waaruit we na een legendarisch mooi seizoen helaas meteen weer degradeerden. Maar we hadden toen de smaak te pakken en in 1993 promoveerden we weer naar de eredivisie met Foppe de Haan als trainer, toen om te blijven.” Abe en Cruijff De club zorgvuldig opbouwen naar zowel sportief als financieel een gezonde eredivisionist, was tijdens zijn voorzitterschap een van de doelstellingen. Met de juiste mensen om hem heen lukte dat met vlag en wimpel. Onder zijn bewind werd er een nieuw stadion gerealiseerd, dat in 1994 in gebruik werd genomen. Is er eigenlijk ooit overwogen om het stadion níét te vernoemen naar clubicoon Abe Lenstra? “Dat is nooit ook maar bij iemand opgekomen. Het oude stadion heeft zelfs nog een aantal jaren Abe Lenstra Stadion geheten. Abe heeft dat helaas zelf niet meer meegemaakt; hij overleed in 1985 en een paar jaar later hebben we het stadion pas naar hem vernoemd. We hadden er eerder aan moeten denken, dan had hij het nog meegekregen. De Arena is ook pas naar Johan Cruijff vernoemd toen hij al was overleden. Nou vind ik het woord ‘arena’ trouwens een vreselijke benaming, want er gebeurden in de tijd van de oude Romeinen de meest afschuwelijke dingen in arena’s. Het Abe Lenstra Stadion klinkt toch veel mooier dan de Abe Lenstra Arena? Daarom vind ik het Johan Cruijff Stadion ook veel mooier staan dan de Johan Cruijff Arena. Maar goed, dat is niet gebeurd. Wat Heerenveen betreft: het was voor iedereen zo klaar als een klontje dat het nieuwe stadion dus net als het vorige ook Abe Lenstra Stadion moest heten. Er is weleens beweerd dat wij dat als bestuur hebben bedacht of doorgedrukt. Nee. Als je in Friesland honderd mensen vraagt hoe het stadion van Heerenveen moet heten, zeggen er 99: Abe Lenstra Stadion. Er bestond geen discussie over. Het behoorde bij ons toen ook niet tot de mogelijkheden. Dat een bouwer of sponsor zijn naam aan het stadion zou kunnen geven. Ik vind het bar en boos dat je nu stadions hebt met de naam van de sponsor in de stadionnaam. Als het sponsorcontract is afgelopen, krijgt het stadion weer een nieuwe naam; ik vind dat je op dat punt commercie en clubhistorie van elkaar moet scheiden. Net als de eerste divisie, die de Keuken Kampioen Divisie heet: dat is toch verschrikkelijk? Prima als je ergens een sponsor aan koppelt, maar dat kan ook op andere manieren.” 'Abe was in mijn ogen de beste voetballer uit de vorige eeuw. Rond de eeuwwisseling koos een panel van sportjournalisten - de meesten kwamen uit de randstad - voor Johan Cruijff' Het Abe Lenstra Stadion werd het eerste stadion in Nederland zonder hekken. Riemer: “We wilden graag dat mensen met vrij zicht naar voetbal konden kijken. We waren grote voorstanders van een stadion zonder hekken, maar het mocht in die tijd niet van de KNVB. Wij kwamen met het plan voor een gracht om het veld heen, zodat het publiek niet zomaar het veld op kon, maar wel op een vrije manier naar voetbal kon kijken.” Op de vraag wat Riemer het belangrijkste vindt dat hij met de mensen om hem heen voor elkaar heeft gekregen bij de club, antwoordt hij: “Het gaat niet om het belangrijkste, maar ik wil wel vertellen wat ik het leukste vind, en dat is dat ik al meer dan zeventig jaar supporter ben van deze prachtclub. Dat ik als kind Abe Lenstra heb zien voetballen, heeft onvergetelijke indrukken opgeleverd. Abe was in mijn ogen de beste voetballer uit de vorige eeuw. Rond de eeuwwisseling koos een panel van sportjournalisten – de meesten kwamen uit de Randstad – voor Johan Cruijff. Dat was denk ik te wijten aan een gebrek aan historische kennis, want Abe heeft gevoetbald van voor de oorlog tot dik na de oorlog in de jaren vijftig, toen hij al ver in de veertig was. Hij speelde iets van 800 wedstrijden op het hoogste niveau, waarin hij meer dan 700 keer scoorde. Abe kon een lastpak zijn, net als Cruijff. Toen ze bij het Nederlands elftal tegen Abe zeiden dat hij linksbuiten moest spelen, zei hij dat ze Germ Hofma van Heerenveen mee hadden moeten nemen: ‘Want hij is linksbuiten. Ik ben linksbinnen.’ Dan trok hij zijn voetbalschoenen uit en ging weer naar huis. Op een boekpresentatie waarbij ik het eerste exemplaar aan Johan Cruijff mocht aanbieden, heb ik gezegd dat als Abe in Amsterdam was geboren, hij tot beste voetballer van de eeuw was verkozen. Maar toen ik ontdekte dat er in het bloed van Cruijff ook een stukje Friesland mee stroomde vanwege een deel Friese historie in zijn roots, heb ik Cruijff gezegd dat ik me erbij neer kon leggen.” Inderdaad valt via de afdeling genealogie van het gemeentearchief Amsterdam uit te pluizen hoe het zit met de voorouders van Johan Cruijff. De twee naamgevende familietakken, Cruijff en Draaijer, zijn tot in de tweede helft van de achttiende eeuw terug te volgen. De Amsterdamse bloedlijn van Johan Cruijffs voorouders gaat terug tot 1790. Terugrekenend komt van vaderskant een oertak uit Amersfoort en uit Leeuwarden. En van zijn moederskant komt een oertak uit Breukelen, Drachten en Harlingen. Cruijff had dus via vaders- en moederskant Fries bloed in de aderen. Helden Magazine 63 Het eerste gedeelte van het verhaal van Riemer van der Velde komt voort uit Helden Magazine 63. We duiken in de slipstream van Max Verstappen. Sportief directeur Jan Lammers bespreekt zijn mooiste momenten op het circuit en Atze Kerkhof weet hoe het is om teamgenoot van Max te zijn. In deze editie lees je een uitgebreid interview met de vrouwen in het leven van Abdelhak Nouri. Voor het eerst vertellen zijn moeder, zussen, schoonzussen en tante hun aangrijpende verhaal. Daarnaast heeft ook Kira Toussaint een bewogen tijd achter de rug. De zwemster verbrak een gepland huwelijk en vertrok naar Amerika. Ook spraken we met een van de nieuwe boegbeelden van het vrouwenvolleybal: Nika Daalderop. Maakt Davy Klaassen zich op voor een nieuw seizoen bij Ajax én een WK. Marcus Pedersen en Noor Omrani delen naast hun liefde voor de bal ook een hoofdkussen. Zijn broers Jens en Melle van ’t Wout klaar om de shorttrack wereld te veroveren. Jordan Teze speelde zich vorig jaar definitief in de kijker, Koen Bouwman won twee etappes en het bergklassement in de Giro én Ronald de Boer blikt terug op de Champions League-finale van 1995. Verder haalde Timothy Beck als estafetteloper de Zomerspelen en was vlaggendrager bij de Winterspelen in 2010 én Victoria Koblenko spreekt met judoka Michael Korrel over zijn kwetsbare kant in aanloop naar het WK. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 63 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Davy Klaassen: ‘Wie niet sterk is moet slim zijn, toch?’

Davy Klaassen (29) maakte uitstapjes naar Everton [...]
Davy Klaassen (29) maakte uitstapjes naar Everton en Werder Bremen, keerde terug bij Ajax om vervolgens aan de slag te gaan bij Inter in Milaan. De Ajacied maakte recent bekend terug te keren bij de club waar voor hem alles begon. Twee jaar geleden spraken we met Davy over toekomstige haarimplantaten, Louis van Gaal en zijn vriendschap met Daley Blind. Mijn vriendin Laura kan niet wachten om haarimplantaten bij mij te zetten Lachend: “Mijn vriendin staat er wel achter, maar ze gaat ze niet zelf zetten, hoor. Laura volgde een universitaire studie Criminologie en is inderdaad ook haarstylist, maar niet gespecialiseerd in het zetten van implantaten. Ze is beter met vrouwenkapsels. Laura vindt dat ik het moet doen als ik het graag wil. Ik denk ook dat het gaat gebeuren. Het is niet zo dat ik onzeker ben over mijn kale kop of er last van heb, ik lig er eigen­ lijk totaal niet wakker van, maar als ik het kan laten doen en het wordt mooi, waarom niet?” Je wordt begin volgend jaar dertig. Hoe vind jij het om ouder te worden? “Niet zo erg. Ik voel me ook niet oud. Ik sta iedere dag op het veld tussen jongere jongens. Dat houdt mij ook jong.” Je bent misschien niet gezegend met een volle haardos, maar wel met een gezond stel hersenen. Je staat bekend om je slimme spel. “Tot de vijfde klas deed ik vwo, maar dat jaar haalde ik niet en heb ik de keuze gemaakt om de havo af te ronden. Eigen­ lijk had ik er iets tussenin moeten doen. Wiskunde was mijn beste vak, mijn ruimtelijk inzicht is goed. Voetbal moet je ook met je hersenen spelen, dat is een belangrijk onderdeel van het spel. Zeker als je niet uitzonderlijk snel of sterk ben, zoals ik, moet je wel slim zijn om te over­ leven. Ik heb het mijn hele leven al meer van mijn slimheid en inzicht in het spel moeten hebben. Wie niet sterk is moet slim zijn, toch?” 'Daley Blind en ik hebben het weleens over de kritiek die we krijgen, maar we weten ook dat we er toch niks aan kunnen veranderen' Je speelt ook piano. “Een ploeggenoot bij Werder Bremen speelde piano. We waren een keer met elkaar uit eten, er stond in het restaurant een piano, en hij ging er ineens op spelen. Ik vond dat zo vet. Wilde het al langer, vond de piano altijd al wat hebben. Ik nam les bij dezelfde leraar, nu zo’n ander­ half jaar geleden. Na mijn terugkeer in Nederland heb ik een leraar gevonden van wie ik iedere week les krijg.” Van Nathan Aké en Stefan de Vrij zien we geregeld filmpjes voorbijkomen op sociale media waarin ze nummers van onder anderen Ludovico Einaudi spelen. Je snapt dat we benieuwd zijn naar jouw pianospel... Lachend: “Ik kan inmiddels ook twee nummers van Einaudi spelen, maar ik speel alle soorten muziek, ook pop­ muziek. Mijn doel is om alles te kunnen spelen. Maar dat duurt nog wel even, hoor. Ik hou het graag nog even binnens­ huis.” Oost of west, thuis is toch het allerbest “Ik ben graag thuis. Heb het fijn met mijn vriendin, mijn hond, mijn familie... Ik ben altijd blij om thuis te zijn.” Je vertrok in 2017 van Ajax naar Everton. Na een seizoen in Engeland ging je naar Werder Bremen om na twee seizoenen weer terug te keren bij Ajax. Heeft de voetbalwereld jou teleurgesteld? “Nee. Ik weet van jongs af aan hoe het eraan toegaat en dat het niet altijd goed kan gaan. Zo stond ik er ook in toen ik naar Everton vertrok. Met die instelling wordt het ook makkelijker om te verwer­ ken wat er allemaal is gebeurd.” Je raakte er vrij snel je basisplek kwijt. Hoe kijk je terug op dat jaar bij Everton? “Als leerzaam. Qua voetbal paste de club niet bij me. Bij Ajax was ik een bepaalde mentaliteit gewend en boven­ dien gewend om voor de prijzen te spelen, ik vond het moeilijk om die mindset te moeten veranderen. Bij Everton en ook bij Werder Bremen heerste een andere mentaliteit, bij Ajax moet je elke wedstrijd winnen en kampi­ oen worden. Die positie hebben Everton en Werder niet. Daarom denk ik ook dat Ajax zo goed bij me past.” Ronald Koeman haalde je naar Everton, maar werd na een paar maanden al ontslagen. Daarna werd hij bondscoach, maar werd je niet opgeroepen. Heb je hem nog vaak gesproken? “Toen Ronald Koeman bondscoach was, heb ik hem nog een keer gesproken, hij zei dat hij me in de gaten hield. Daarna heb ik nooit meer contact gehad met hem. Ik kon het prima met hem vinden, hoor, maar voor ons allebei heeft Ever­ ton niet uitgepakt zoals we gehoopt en bedacht hadden. Uiteindelijk heb ik een mooie tijd gehad in Engeland. Laura en ik gingen voor het eerst met zijn tweeën in het buitenland wonen, dat was een grote stap voor ons. We hebben er veel van geleerd.” Jij was het perfecte voorbeeld voor jonge spelers: je ging niet voor het grote geld, speelde zes seizoenen bij Ajax, en maakte toen pas een transfer. “Eigenlijk klopte alles. Ik was 24 en had mezelf goed ontwikkeld bij Ajax. Ik was er op dat moment ook aan toe.” Ruud Gullit was kritisch op Ajax en zei in de vorige Helden: ‘Ajax doet het goed als club, maar als de spelers uitwaaien, krijgen ze het lastig. Ik weet niet wat dat is, weet alleen dat ze bij Ajax moeten oppassen dat hun talenten niet constant gaan mislukken’. Hoe denk jij daarover? “Bij Ajax hebben we een speelstijl die best specifiek is. Je ziet veel jongens die, als ze vertrekken bij Ajax, naar een club gaan met een andere speelstijl. Clubs die minder vanuit de opbouw willen spelen, maar waarbij het meer om ren­nen en beuken gaat. Van mijn tijd bij Everton heb ik geleerd dat je je daar over­ heen moet zetten. Ik dacht bij Everton: we kunnen toch gewoon de bal over de grond naar elkaar toe spelen en voor combinatiespel gaan? Maar daar dach­ten ze heel anders. Daar kun je je dan heel erg aan gaan irriteren, maar dat gaat alleen maar ten koste van je eigen spel. Ik denk dat het een beetje overdreven gesteld is van Gullit dat Ajax moet oppassen. Er zijn genoeg ex-­Ajaxieden die wekelijks spelen bij hun club. En Matthijs de Ligt is net weer voor 80 mil­joen naar Bayern München vertrokken, dus het geldt niet voor iedereen. Andersom zie je het ook: jongens die uit het buitenland naar Ajax komen, moeten zich enorm aanpassen omdat we een ander idee van spelen hebben dan de meeste clubs.” Bedoel je ook dat er in het buitenland meer geleund wordt op een aantal sterspelers en dat je je als speler bij een club als Ajax meer wegcijfert voor elkaar? “Je hoeft je hier niet zozeer weg te cijfe­ren, maar bij Ajax is het tactisch wel veel beter op elkaar afgestemd dan bij an­dere ploegen. Clubs in Engeland kopen spelers voor zestig miljoen alsof het niks is en als het niet werkt, dan komt er een half jaar later weer een nieuwe trai­ner met een heel nieuw idee. Die koopt vervolgens weer een paar nieuwe, dure spelers. Dat is een heel andere visie dan Ajax heeft. Hoe Ajax het doet, zo hoort het in mijn optiek. Opleiden, bouwen, dezelfde visie blijven hanteren en die overbrengen op nieuwe spelers. Daarom heeft Ajax ook een van de beste jeugd­ opleidingen ter wereld.” Bij Werder Bremen bloeide je weer op. Je speelde en was belangrijk voor de ploeg. Hoe kijk je terug op die twee jaar in Duitsland? “Ik heb er echt een leuke tijd gehad, bij Werder vond ik mijn plezier weer terug. Ik wist dat het voetbal er niet hetzelfde was als bij Ajax, maar de ploeg had in ieder geval wel de intentie om te voet­ballen. Ik had een paar wedstrijden van Werder bekeken en zag duidelijk: ze willen die ballen ook tussen de linies spelen. Werder Bremen paste veel beter bij me dan Everton en ik hield ook van de Duitse mentaliteit. Het was een grote club, maar het voelde klein en familiair. We deden veel samen. In Engeland vond ik het veel individualistischer. Het eerste jaar bij Werder eindigden we als acht­ste. Dat was echt goed. Het tweede jaar was lastig. We kregen te maken met veel blessures, kwamen in de degradatiestrijd terecht, waar we op het nippertje uitkwamen. In de play­offs stelden we onze plek in de Bundesliga veilig.” ‘Daley Blind en ik hebben het weleens over de kritiek die we krijgen, maar we weten ook dat weer toch niks aan kunnen veranderen' Na dat seizoen, in 2020, keerde je terug bij Ajax. “Ik was heel blij met mijn terugkeer, het voelde alsof ik niet was weggeweest. In mijn eerste gesprek met Erik ten Hag voelde ik veel vertrouwen. Ik wist dat er nog meer van me werd gevraagd dan voorheen, dat zag ik ook als uitdaging.” Daley Blind en ik hadden wel broers kunnen zijn “Broers is een beetje overdreven, maar onze band komt wel in de buurt.” Daley speelde bij Manchester United toen jij bij Everton zat, jullie liepen elkaars deur bijna letterlijk plat, toch? “Bij Ajax speelden we al samen, maar in Manchester woonden we op vijf minuten lopen van elkaar. Het laatste half jaar zaten we allebei in hetzelfde schuitje, Daley speelde niet bij Manchester United, ik niet bij Everton. We zagen elkaar bijna iedere dag. Als onze vrouwen in Nederland waren, gingen Daley en ik met zijn tweeën iets doen, en als ze er wel waren, dan spraken we met zijn vieren af. We hebben er samen het beste van gemaakt. We hebben een heel goede band opgebouwd in die tijd. Het cirkeltje is rond, want nu spelen we weer met zijn tweeën bij Ajax. We zien elkaar heel vaak. Onze vrouwen gaan ook heel goed met elkaar om.” Lijken jullie ook een beetje op elkaar? “In sommige opzichten zeker. We ken­nen elkaar door en door, weten wat we wanneer van elkaar nodig hebben. We zijn allebei in ieder geval vrij nuchter.” En op het oog ook een beetje hetzelfde type: de ideale schoonzoon? Lachend: “Ik denk dat veel mensen dat inderdaad zo zien.” Er wordt lovend over jullie gesproken, maar is er ook altijd kritiek. Als jij een mooie pass hebt gegeven of scoort, word je met Steven Berghuis vergeleken. Van Daley wordt gezegd dat hij te langzaam is. “Als we ons daar druk om moeten maken... We hebben het weleens over de kritiek die we krijgen, hoor, maar we weten ook dat we er toch niks aan kunnen veranderen. We krijgen de steun van ons team, de trainers, andere mensen binnen de club en ik denk ook van de meeste fans. Maar er zijn altijd mensen die het niet aanstaat.” Heb jij het gevoel dat je je dubbel moet bewijzen? “Niet echt. Het boeit me echt wel wat de fans van me vinden, hoor, iedereen wil graag geliefd zijn. Maar dat gaat gewoon niet. Het belangrijkste is dat de mensen om me heen blij met me zijn.” Je hebt als bijnaam Mister 1-0, omdat je vaak de openingsgoal maakt, dat zegt ook wel wat, toch? Lachend: “Ach, het is in ieder geval een positieve bijnaam.” Erik ten Hag is de beste trainer die ik ooit heb gehad “Ik vind het lastig om trainers met elkaar te vergelijken, heb er meerderen gehad die belangrijk zijn geweest in mijn car­rière. Ik vind Erik een toptrainer, heb fijn met hem samengewerkt.” Hij zette je vorig seizoen ook geregeld op de bank. In september vorig jaar was je drie weken geblesseerd, daarna raakte je je plek kwijt aan Steven Berghuis. Hebben jullie daar veel discussies over gevoerd? “Het seizoen ervoor speelde ik veel. Nadat ik er drie weken uit had gelegen, was ineens mijn plek vergeven. Maar in die paar weken dat ik geblesseerd was, speelde de ploeg wel goed, dus dat was weer zijn tegenargument. Zeg het maar, wat moet je dan? Erik en ik hebben er zeker over gesproken, maar je kan praten wat je wil, de trainer bepaalt het toch. Hij had er zijn redenen voor. En het is niet zo dat ik hem dan ineens geen goede trainer of een aardige vent meer vind. Dat kan ik heel goed scheiden. Natuurlijk was ik het niet altijd met Erik eens, maar uit­ eindelijk heb ik afgelopen seizoen toch veel gespeeld en was ik belangrijk voor de ploeg.” Ben jij die grillen van de voetbalwereld weleens spuugzat? “Natuurlijk zitten er weleens dagen tussen dat ik denk: nu heb ik er even geen zin in. Maar als ik op het veld sta, dan ga ik toch weer gas geven. Als de trainer een beroep op me doet, wil ik niet achteraf kunnen zeggen: ik was er niet klaar voor.” Bij het Nederlands elftal speelde je wel, daar kreeg jij juist de voorkeur boven Steven Berghuis. Was dat misschien een eyeopener voor Erik ten Hag? “Het was een rare situatie. Ik speelde niet bij Ajax, maar wel bij het Nederlands elftal. Normaal gesproken is het eerder andersom. Erik ten Hag wist donders­ goed wat ik kan, een trainer gaat het spel niet ineens anders zien na een wedstrijd bij het Nederlands elftal.” Erik ten Hag is vertrokken naar Manchester United. Verwacht je dat hij het er goed gaat doen? “Ja. Erik heeft bewezen dat hij dat kan. Hij is duidelijk in wat hij wil. En of het dan goed of slecht gaat: Erik blijft bij zijn ideeën. Erik is standvastig, daarom denk ik dat het wel goed gaat komen. Ik hoor nu al dat jongens bij Manchester United zeggen dat ze dat de laatste jaren niet meer gewend waren en zich er goed bij voelen.” Heb je weleens contact met Donny van de Beek, die onder contract staat bij Manchester United, maar de afgelopen twee seizoenen vooral genoegen moest nemen met een plaats op de bank? “Zo af en toe bellen of appen we. Het is een lastige situatie voor Donny. Nu Erik ten Hag trainer is, hoop je dat hij misschien meer kans krijgt. Maar die garanties krijg je nooit. Achteraf weet je pas wat de goede keuze is. Blijven en het nog een kans geven, of vertrekken.” Louis van Gaal had wat mij betreft veel eerder bondscoach mogen worden “Ik ben heel blij met hem als bondscoach. Tot nu speel ik bijna alles onder Van Gaal en vind het ook fijn om onder hem te spelen.” Was jij de grootste winnaar van de trainerswissel na het EK vorig jaar, toen Van Gaal, Frank de Boer opvolgde? “Zeker, voor mij heeft zijn komst goed uitgepakt. Toen Van Gaal was aange­steld, had hij al met een paar jongens via Facetime gesproken, ook met mij. Hij liet toen al doorschemeren dat hij mij wilde laten spelen. Afhankelijk van het systeem. Hij zei: ‘Als we 4­3­3 spelen, dan is er plek voor jou.’ De eerste wedstrijd tegen Noorwegen mocht ik spelen, ik scoorde meteen. Sindsdien speel ik bijna alles, hartstikke fijn.” Waarom vind jij Louis van Gaal zo’n prettige trainer? “Hij is heel duidelijk en open, daar hou ik van. Je weet precies waar je aan toe bent, er zal nooit twijfel zijn hoe hij over je denkt. Dat laat hij wel merken, of het nou goed of slecht is. Een trainer als Van Gaal past goed bij mij. En hij heeft me in 2014 laten debuteren, dat is sowieso speciaal natuurlijk.” Heb jij met Van Gaal in het najaar gesproken over je situatie bij Ajax? “Van Gaal zei toen: ‘Je speelt minder, maar ben je wel fit? Dan stel ik je deze wedstrijden op.’ Ik was niet echt ver­ baasd, ik wist wel dat hij zo dacht. Het is heel lekker dat als het bij de club minder lekker loopt en je op maandagochtend binnenkomt bij het Nederlands elftal, je meteen hoort dat je speelt. Dat geeft veel vertrouwen.” Snap jij altijd zijn keuzes? “Uiteindelijk wel, want hij legt die altijd uit aan al zijn spelers. Dat brengt voor iedereen duidelijkheid, dat is straks bij het WK ook belangrijk. Er zullen jongens teleurgesteld worden, maar als je meteen vanaf het begin eerlijk bent, dan kun je een reserverol makkelijker accepteren. Toen we in maart van systeem gingen wisselen en meer in een 3­5­2 of zoals Van Gaal zegt een 1­3­4­1­2 ­opstelling gingen spelen, zei hij tegen mij: ‘Ik geef op dit moment de voorkeur aan andere jongens en dat vind ik moeilijk om te zeggen, want je hebt het goed gedaan, maar in dit systeem is dat in mijn optiek beter.’ Hij was meteen duidelijk. In dat andere systeem heb ik uiteindelijk ook gespeeld, dus een situatie kan altijd weer wijzigen.” In juni passeerde hij Georginio Wijnaldum voor de eerste vier duels in de Nations League. Snapte je die keuze ook? “Dat heeft hij uitgelegd, daarom kwamen er ook geen scheve gezichten. Als speler kun je het er niet mee eens zijn, maar hij zal zijn keuzes wel altijd uitleggen. Ik vind: Gini is tweede aanvoerder, het liefst wil je hem er gewoon bij hebben.” Dit jaar worden wij glansrijk kampioen “Dat is wel de bedoeling. Ik verwacht veel van dit seizoen en van mezelf, maar dat moet ook als je bij Ajax speelt. Dan ga je af en toe misschien onderuit, dat is dan maar zo. Daar kom je het verst mee.” Er zijn belangrijke spelers vertrokken zoals Ryan Gravenberch, Noussair Mazraoui, Lisandro Martínez, Sébastien Haller en Nicolás Tagliafico. Hoe kijk je naar die transfers? “Fantastisch dat die jongens zulke mooie stappen hebben gemaakt, dat gun ik ze van harte. Ryan en Noussair komen uit onze jeugd en hebben dus lang bij Ajax gespeeld. Ze zijn jong, maar het is niet dat ze na één seizoen al weg zijn gegaan. Ze hebben veel zelfvertrouwen. Natuur­lijk is het spannend als je naar een andere club gaat, maar ze zijn sterk genoeg om zich te handhaven. En bij ons zijn er weer wat goede spelers bijgekomen.” Dé transfer was die van Steven Bergwijn. Heb jij nog een rol gespeeld in zijn overgang van Tottenham Hotspur naar Ajax? “Als we bij het Nederlands elftal waren, dan zeiden Steven Berghuis, Jurriën Timber, Daley en ik wel altijd: kom nou maar gewoon naar ons. We wil­ den hem er graag bij hebben. Op vakantie kwamen Daley en ik zijn zwager tegen, die sprak Steven toevallig net op Face­ time, dus toen hebben we het hem ook nog even gezegd.” Hoe zie je jouw rol als er nieuwe spelers binnenkomen bij Ajax? “Het is niet dat als er nieuwe spelers binnenkomen dat de oudere jongens even gaan uitleggen hoe het allemaal werkt. Je bent bezig als team, een nieuw­komer kijkt om zich heen en neemt in zich op wat er gebeurt. Dat gaat op een natuurlijke manier. Uiteraard is het zo dat de jongens die er al wat langer spelen iets meer dingen bepalen of betrokken zijn binnen de club. Het team is best veranderd. Vorig jaar hadden we redelijk dezelfde groep gehouden, nu zijn er voor het eerst weer wat spelers weg en nieuwe bijgekomen. Er moet weer een team van worden gemaakt, maar ieder jaar valt dat wel weer in elkaar. Ik hoop dat ik een grote rol kan spelen, maar dat is altijd afwach­ten, dat hangt ook af van hoe het team zich ontwikkelt. Dat is moeilijk te voor­ spellen.” Wat is jouw eerste indruk van jullie nieuwe trainer Alfred Schreuder, die in 2018 al assistent bij Ajax was onder Erik ten Hag? “Ik werk nu voor het eerst met hem samen. De trainer is duidelijk, hij kent de club, dat scheelt een hoop.” Ik kan niet wachten tot ik voetbaltrainer ben van mijn eigen kinderen “Ik weet niet of ik trainer wil worden, maar als ik ooit kinderen krijg, dan sta ik later zeker langs de lijn bij hen te kijken. Dat hebben mijn ouders vroeger ook altijd gedaan bij mij.” Denk jij al na over een leven na het voetbal? “Ik denk erover na, maar ik heb nog geen concrete plannen. Als het goed is, heb ik nog een paar voetbaljaren te gaan.” Sta jij zelf nog open voor een transfer naar het buitenland? “Daar denk ik nu niet aan. Maar als er één ding is dat ik heb geleerd in de voetbalwereld, is dat je dat soort dingen niet kunt plannen. Wie weet wat er nog gebeurt...” Helden Magazine 63 Het verhaal van Davy Klaassen komt voort uit Helden Magazine 63. We duiken in de slipstream van Max Verstappen. Sportief directeur Jan Lammers bespreekt zijn mooiste momenten op het circuit en Atze Kerkhof weet hoe het is om teamgenoot van Max te zijn. In deze editie lees je een uitgebreid interview met de vrouwen in het leven van Abdelhak Nouri. Voor het eerst vertellen zijn moeder, zussen, schoonzussen en tante hun aangrijpende verhaal. Daarnaast heeft ook Kira Toussaint een bewogen tijd achter de rug. De zwemster verbrak een gepland huwelijk en vertrok naar Amerika. Ook spraken we met een van de nieuwe boegbeelden van het vrouwenvolleybal: Nika Daalderop. Marcus Pedersen en Noor Omrani delen naast hun liefde voor de bal ook een hoofdkussen. Zijn broers Jens en Melle van ’t Wout klaar om de shorttrack wereld te veroveren. Jordan Teze speelde zich vorig jaar definitief in de kijker, Koen Bouwman won twee etappes en het bergklassement in de Giro én Ronald de Boer blikt terug op de Champions League-finale van 1995. Verder is Riemer van der Velde oud-voorzitter van sc Heerenveen. Een gesprek over onder meer de ontwikkelingen van zijn club en Abe Lenstra. Timothy Beck haalde als estafetteloper de Zomerspelen en was vlaggendrager bij de Winterspelen in 2010 én Victoria Koblenko spreekt met judoka Michael Korrel over zijn kwetsbare kant in aanloop naar het WK. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 63 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Jordan Teze: ‘Ik was best een vervelende jongen’

Jordan Teze (22) speelde zich vorig jaar [...]
Jordan Teze (22) speelde zich vorig jaar definitief in de kijker. De verdediger maakte zijn eerste goal voor PSV, won de beker en maakte zijn debuut in het Nederlands elftal. We legden hem tien namen voor. Van LeBron James tot Louis van Gaal. En van moeder Blandine tot Ruud van Nistelrooij. LeBron James “Ik ben een groot fan van basketballer LeBron James, volg hem al jaren. Hij heeft een moeilijke jeugd gehad: hij groeide op in een achterstandswijk in de stad Akron, Ohio, zijn vader speelde geen rol in zijn leven, zijn moeder was vijftien toen ze LeBron kreeg en had het financieel moeilijk. LeBron had vroeger niks en is toch een heel grote ster geworden. Hij is zelfs de eerste nog actieve NBA-speler die meer dan een miljard dollar heeft verdiend. Ik kijk altijd naar de wekelijkse highlights van de LA Lakers en natuurlijk naar de NBA Finals. Ik let ook op wat hij doet in de gym en kijk naar filmpjes van hem op YouTube. Maar ik zie ook wat hij buiten het veld doet voor anderen. Zo zet hij zich met zijn stichting in voor kinderen die opgroeien in moeilijke omstandigheden. Ik wil LeBron heel graag een keer live zien spelen en ontmoeten. Ik denk dat ik dan wel een traantje moet laten. Sommige mensen raken je gewoon op een intense manier. Wat hij ook zal doen in de toekomst, ik blijf voor eeuwig zijn fan.” Moeder Blandine “Mijn moeder betekent enorm veel voor mij, door haar ben ik zo ver gekomen. Zij heeft alles voor mij opgegeven en gaf me het vertrouwen dat ik een goede voetballer kon worden.” Je hebt Congolese ouders, bent geboren in Groningen en opgegroeid in Roosendaal. “Mijn ouders besloten om weg te gaan uit Congo voor een beter toekomstperspectief en kwamen terecht in het asielzoekerscentrum in Emmen. Ze hebben elkaar in Nederland leren kennen. Mijn vader werd na een tijdje weer teruggestuurd. Waarom weet ik eigenlijk niet. Mijn moeder, vier jaar oudere broer Jordi en ik hebben vanaf dat moment lange tijd geen contact meer met hem gehad. Hij woont nu nog in Congo. Ik ben een keer bij hem geweest, maar toen was ik pas een jaar oud. Twee jaar geleden is het contact gelukkig hersteld en ik ben van plan om volgend jaar bij hem langs te gaan. Hoewel ik er nooit heb gewoond en er pas één keer ben geweest, voel ik me verbonden met het land. Ik spreek de taal vloeiend. Thuis spreken we geen Nederlands, maar Lingala. In de buurt wonen ook veel Congolese vrienden waarmee ik Lingala spreek. Net als met mijn tante, de zus van mijn moeder, die in Zwijndrecht woont en m’n andere oom die in die tijd in Roosendaal woonde. Mijn moeder stond er alleen voor, ze heeft ons in haar eentje opgevoed. In Groningen kreeg ze uiteindelijk een huis, daar ben ik in het ziekenhuis geboren. Mijn moeder heeft het best moeilijk gehad, ze had vooral veel problemen met de taal. Ze sprak geen Nederlands en geen Engels. Als er brieven van de belasting binnenkwamen, had zij geen idee wat erin stond. Mijn broer moest die brieven voorlezen op zevenjarige leeftijd. Na een jaar zijn we naar Roosendaal verhuisd. Daar ben ik uiteindelijk opgegroeid.” Hoe zag jouw jeugd eruit? “Mijn broer en ik waren altijd buiten aan het klooien met vrienden. We voetbalden veel op straat, maar ik hield net als iedere jongen ook gewoon van belletje lellen. Ik was snel en altijd als een van de eersten weg als er problemen waren. Eigenlijk was ik best een vervelende jongen, ik was vooral heel aanwezig.” 'In het begin waren Gakpo, Obispo en ik altijd een beetje aan het treiteren, we vochten en trapten elkaar op de trainingen. We haatten elkaar meer dan dat we vrienden waren' Op je vijfde begon jij met voetballen bij RSC Alliance in Roosendaal. “Mijn moeder bracht me altijd op de fiets naar de club, ik zat bij haar achterop. Door de regen of keiharde wind tegen; het maakte haar niet uit. Twintig minuten heen, twintig minuten terug. Mijn moeder werd geregeld aangesproken door anderen die haar voor gek verklaarden dat ze dat allemaal deed. Maar ze zei simpelweg: ‘Ik breng mijn zoontje naar het voetbalveld, want ik weet zeker dat hij de beste gaat worden.’ Ik had het geluk dat ik op mijn zevende al werd gescout. Dat was ook meteen een bevestiging voor mijn moeder dat ze de juiste keuze had gemaakt, want in die tijd twijfelde ze nog om met ons naar Frankrijk te verhuizen. Uiteindelijk koos ze voor mijn carrière in Nederland.” [caption id="attachment_18765" align="alignnone" width="2560"] Jordan Teze en Cody Gakpo[/caption] Voelde je daardoor niet ook een enorme druk op je schouders? “De druk om te presteren voelde ik niet echt, omdat ik nog heel jong was. Die druk kwam pas later. Ik was ook heel weinig thuis in die tijd. Ik zat op school van half negen tot half vier en ging daarna meteen door naar de training. Om negen uur ’s avonds was ik weer thuis, en dat gebeurde vier of vijf keer per week. Mijn oom hielp me ook in die tijd. Hij is een vaderfiguur voor mij geweest. Hij filmde me vroeger geregeld, dan analyseerden we de beelden daarna, liet hij zien wat er goed en minder goed ging. Nu woont hij met zijn familie in Luxemburg, maar ik heb nog steeds veel contact met hem.” Speelt je moeder een grote rol in jouw carrière? “Mijn moeder komt niet graag naar het stadion, dat vindt ze te spannend. Ze is bang dat ik fouten maak. Ook als m’n moeder via de tv een wedstrijd kijkt met mijn broer, kan ze niet stilzitten.” Ben jij iemand die dagelijks tegen zijn moeder zegt dat hij van haar houdt? “Nee, maar ze weet wel dat ik ontzettend waardeer wat ze voor me heeft gedaan. Dat merkt ze ook aan de dingen die ik voor haar doe of aan haar geef. Toen ik nog thuis woonde, hielp ik mee in het huishouden en deed ik boodschappen. Nu doe ik dingen op afstand voor haar. Zo’n tien jaar geleden zijn we verhuisd naar België, net over de grens onder Tilburg. Daar woont en werkt zij nog steeds. Ik woon in Eindhoven met mijn vriendin.” Gerrit Adam “Zonder hem had ik het niet gered. Gerrit scoutte mij op m’n zevende en haalde me naar PSV, hij heeft altijd voor ons klaargestaan. Mijn moeder had jarenlang geen Nederlands rijbewijs. Ze struikelde iedere keer over het theorie-examen omdat ze de taal niet sprak. En als ze toch een keer moest rijden, was het stressen omdat we geen politie mochten tegenkomen. Gerrit haalde me iedere dag op van school, bracht me naar de training bij PSV en vervolgens bracht hij me weer thuis. Hij ging geregeld mee naar de wedstrijden, als mijn moeder er niet kon komen of moest werken.” Wat zag Gerrit in jou? “Hij zei dat ik veel talent had en verzekerde me ervan dat ik het ver zou schoppen. In de auto voerden we altijd lange gesprekken. Dan hadden we het over wat er voor nodig was om profvoetballer te worden. En over hoe ik als mens kon groeien, wat ook een goede invloed zou hebben op mijn voetbalcarrière. Tot op de dag van vandaag praat ik geregeld met Gerrit, ik heb zo om de tien dagen contact met hem. Sinds kort appen we, hiervoor stuurden we elkaar e-mails. Ieder jaar lunchten we ook samen bij Ikea. Zweedse gehaktballetjes met friet en jam. Dat ging er lekker in, hoor. Door de coronapandemie is dat er de afgelopen twee jaar niet meer van gekomen, maar dat moeten we snel weer eens doen samen.” Wat is de belangrijkste les die je van hem hebt geleerd? “Dat ik geduldig moet zijn. Hij zegt altijd: ‘Alles komt op zijn tijd. Als je er klaar voor bent, dan merk je het wel, dan komt het vanzelf.’ Ik moet niks overhaasten. Als ik hard genoeg blijf werken en rustig blijf in het koppie, dan komt het goed.” Cody Gakpo “Wat wij hebben, wil ik niet eens meer vriendschap noemen, het is meer broederschap. We gaan heel veel met elkaar om. In trainingen staan wij als verdediger en aanvaller altijd tegenover elkaar. Dat is best vervelend. We weten precies van elkaar wat we van plan zijn. Dat maakt het extra moeilijk voor mij om hem te verdedigen en voor hem om aan te vallen. Tegenstanders of andere jongens kunnen mijn acties vaak niet voorspellen, Cody weet het wel. Buiten het veld zien Cody en ik elkaar ook veel. We komen geregeld bij elkaar over de vloer. Ik ken zijn familie heel goed en hij de mijne. Onze vriendinnen kunnen het ook goed met elkaar vinden.” Armando Obispo hoort ook bij jullie lichting. “Hij is ook een heel goede vriend van ons. Armando zat al een jaar eerder bij de jeugdopleiding, Cody en ik kwamen er in 2007 bij. In het begin waren we elkaar altijd een beetje aan het treiteren, we vochten en trapten elkaar op de trainingen. We haatten elkaar meer dan dat we vrienden waren. Cody was altijd al van een snelle dribbel. Als ik te laat was met verdedigen, ging ik gewoon op zijn enkel staan. En dan kreeg ik weer een trap terug. Toen we met zijn allen bij elkaar in het team kwamen, was de irritatie ook meteen weg.” Lijken jullie ook een beetje op elkaar? “We hebben dezelfde humor, maar ik ben denk ik de grootste sfeermaker van de drie. Ik ben aan de drukke kant, hoor, en vaak degene die grapjes maakt of mensen een beetje plaagt. Onze masseur had zijn haar laten groeien. Ik ben dan de eerste die er een opmerking over maakt, dat ie beter snel naar de kapper kan gaan.” Terwijl Gakpo vorig jaar een van de sterren van jullie ploeg was en jij jezelf ook in de schijnwerpers speelde, was Obispo lange tijd geblesseerd. Is het soms lastig dat de een als een speer gaat terwijl je beste vriend het moeilijk heeft? “We zijn altijd blij voor een ander, maar willen er alle drie zelf ook staan. Het liefst willen we met zijn drieën op het veld staan, met elkaar van een mooie wedstrijd genieten is het mooist. Als Cody en Armando spelen en ik op de bank zit, kan ik niet net zo hard meegenieten van een overwinning. Dat is toch een ander gevoel. Maar over het algemeen zijn we gewoon blij voor elkaar. Armando is weer fit en ik hoop dat hij dit jaar ook veel gaat spelen.” Cody’s naam werd deze zomer veelvuldig in verband gebracht met een transfer. Spreken jullie met elkaar over een eventueel vertrek naar het buitenland? “Soms, maar niet te veel. Ik ben sowieso blij voor Cody, met welke keuzes hij ook gaat maken in zijn leven.” Broederliefde “Bedoel je die rapgroep? Ik luister weleens naar hun muziek, maar op dit moment luister ik vooral naar wat rustigere Afro-muziek, met een mooie beat.” Beschrijf de band eens die jij hebt met je broer Jordi. “Naast mijn broer is hij mijn beste vriend. Vroeger hadden we geregeld ruzie, maar ik denk dat dat onze band alleen maar sterker heeft gemaakt. Hij probeert me met alles te helpen waarvan hij denkt dat het nodig is. Ook in het voetbal. Soms heeft hij gelijk, vaak ook niet, en dat zeg ik dan. Maar wat hij ook zegt, of het nou klopt of niet, het zet me wel aan het denken.” Lijken jullie op elkaar? “Jordi was altijd wat rustiger en slimmer dan ik, heeft ook de havo afgerond. Hij is meer een jongen die eerst denkt en dan doet. Ik deed alles gewoon zonder na te denken en dan zag ik daarna wel waar het schip strandde.” Jordi kon ook wel een potje voetballen, toch? “Gerrit heeft ook weleens bij een wedstrijd van hem gekeken. Hij heeft ooit tegen Jordi gezegd: ‘Zaterdag mag je meedoen met een proeftraining bij PSV.’ Jordi antwoordde dat hij die dag al moest trainen bij Alliance.” Lachend: “En tot op de dag van vandaag heeft hij daar spijt van. Ik weet niet of Jordi het zo ver had geschopt als ik, maar hij had zeker het betaald voetbal kunnen halen.” Jordi heeft nog een ander talent, is heel muzikaal en bekend als rapper Jozo. “Jordi kan uit het niets freestylen. Dan geef je hem een woord en vervolgens komt er een heel liedje uit. Heel knap.” In 2017 brak hij door met artiesten Bizzey en Kraantje Pappie met het nummer Traag. Hij werd ineens bekend bij het grote publiek. “Tegen mijn moeder zeiden ze altijd: ‘Jongens willen twee dingen worden: muzikant of voetballer. Jij hebt ze allebei.’ Dat beseft mijn moeder ook heel goed. Die periode van zijn doorbraak was mooi, maar ook wel apart. Ineens kreeg hij heel veel aandacht. Als we op de kermis liepen, kon hij geen stap zetten zonder dat iemand een foto van hem wilde maken. Hij werd steeds aangesproken. Dat vond ik mooi om te zien, hij kreeg de waardering die hij verdiende.” En nu sta jij op de kermis handtekeningen uit te delen... Lachend: “Klopt. In de coronaperiode had Jordi het als artiest wat moeilijker, qua werk maar ook persoonlijk, maar hij probeert zijn rapcarrière nu weer op te pakken.” Hebben jullie de ambitie om samen ooit een nummer te maken? “Misschien een keer voor de lol, maar van mij hoeft dat niet per se, hoor.” Lachend: “Ik kan het beter bij voetballen houden.” Giannis Antetokounmpo “Onlangs heb ik de film Rise over het leven van Giannis Antetokounmpo gezien. Hij heeft een bijzonder levensverhaal. Schokkend, maar ook inspirerend. Zijn ouders zijn gevlucht uit Nigeria en in Griekenland terechtgekomen. Daar waren ze illegaal, ze zijn er zo ongeveer weggepest. Als kind verkocht hij zonnebrillen op straat, tot hij op een basketbalveldje bij Athene werd ontdekt en zo de NBA is ingerold.” Giannis speelt bij Milwaukee Bucks, werd in 2021 NBA-kampioen en verkozen tot meest waardevolle speler, maar ze hebben nog drie succesvolle basketballende zoons waarvan er twee ook in de NBA uitkomen. “Met alle risico’s van dien zijn ze, puur uit liefde voor de sport, gaan basketballen. Er hoeft maar één familielid voldoende vertrouwen te geven aan een kind, dan zie je wat dat kan opleveren. Dat is bij mij uiteindelijk ook gebeurd.” Het was voor de familie van Giannis moeilijk om als illegalen in Griekenland de eindjes aan elkaar te knopen. Ze hielden zich vooral gedeisd omdat ze bang waren dat de buren de politie op hen af zouden sturen als ze te veel lawaai zouden maken. “Gelukkig hadden wij geen last van mensen die ons probeerden weg te pesten. We woonden in een buurt waar mensen van uiteenlopende culturen woonden: Marokkanen, Afrikanen, Turken. Maar ik heb wel te maken gehad met racisme, hoor. Dat zat hem in kleine dingetjes. Als we aan het voetballen waren, dan werd er ook weleens geroepen dat ik vanwege mijn huidskleur niet werd gekozen of mocht meedoen.” Giannis wilde tot zijn dertiende liever profvoetballer worden. Ronaldo en Messi waren zijn grote voorbeelden. Had jij geen omgekeerde ambities, wilde jij niet liever basketballen? “Nee, ik heb nooit gebasketbald, wilde altijd al voetballen. Ik werd ook vroeg gescout, dan is het ook makkelijker om daar vol voor te gaan.” Roger Schmidt “Roger Schmidt is degene die mij echt de kans heeft gegeven, onder hem kwam ik in de basis te staan. Ik heb veel van hem geleerd afgelopen seizoen. Hij leerde me om meer lak te hebben aan dingen, om met ‘schijt’ te spelen. Om verdedigend meer door te dekken en mijn eigen duels te winnen. En om naar voren te kijken. ‘Met alleen de bal breed spelen, kom je niet bij het Nederlands elftal terecht,’ zei de trainer altijd, ‘speel met lef en durf risico te nemen, wees niet bang om fouten te maken.’” Al op je achttiende maakte je je debuut in de eredivisie onder coach Mark van Bommel. Na je debuut heb je nog anderhalf jaar gependeld tussen het eerste elftal en Jong PSV. “Op een dag dat we twee trainingen hadden, en met de eerste training om half één klaar waren, moest ik rennen naar de andere kant van het trainingscomplex om te douchen in de kleedkamer van Jong PSV en om me om één uur weer te melden voor de lunch. Dat is hier altijd de regel geweest: als je van Jong PSV komt en je zit nog niet vast in het eerste elftal, dan moet je op het jeugdcomplex douchen. In het begin was ik daar helemaal oké mee. Maar hoe langer het duurde, des te vervelender het werd. Andere jongens mochten wel in de kleedkamer bij het eerste blijven, ik niet. Dat ging in mijn hoofd rondspoken. Waarom ik niet, vroeg ik me af. Mentaal was het een lastige periode. Gerrit, mijn moeder en mijn oom hielpen me in die tijd. Toen Mark van Bommel werd ontslagen en Ernest Faber hem opvolgde als interim-trainer, veranderde de situatie gelukkig en zat ik vast bij het eerste elftal.” Rechtsback was altijd jouw favoriete positie, maar onder Schmidt kwam je centraal achterin te staan en speelde je jezelf nog meer in de kijker. “Ik heb ook aanvallende kwaliteiten en hou ervan om mee naar voren te gaan en voorzetten te geven. Dat kan ik vooral als rechtsachter laten zien, en als centrale verdediger wat minder. Maar uiteindelijk kies ik wel voor centraal achterin, hoor, dan kan ik een nog belangrijkere rol spelen.” Je maakte dit jaar ook je eerste goal voor PSV in de wedstrijd tegen RKC, won de beker en de Johan Cruijff Schaal en debuteerde in het Nederlands elftal. “Het is een gek jaar geweest. Het eerste half jaar zat ik op de bank. Na de winterstop is het heel hard gegaan. Vooral bij het Nederlands elftal had ik wel even een ‘wow-momentje’. Ik vind het moeilijk om stil te staan bij dat soort momenten, omdat ik iedere keer opnieuw moet presteren.” Louis van Gaal In maart werd je voor het eerst opgeroepen voor het Nederlands elftal. “Ik vond het spannend. Ik kwam voor het eerst bij de grote jongens terecht. Toen ik binnenkwam, was Virgil van Dijk de eerste die ik zag. Naast hem zat de bondscoach, dat was toch wel even schrikken.” Jij dacht: ik keer nu om? Lachend: “Zij zagen mij al, dus ik kon niet meer vluchten. Ik liep op Virgil af en gaf hem een hand, daarna de trainer. De trainer hield mijn hand best lang vast en bleef me aankijken, ik werd een beetje ongemakkelijk. Hij zei dat hij blij was met mijn komst, en dat hij zin had in de interlandperiode. Ik zei dat ik er ook zin in had. Hij zei dat hij me had geselecteerd om mijn opbouwende kwaliteiten.” 'Van Gaal hield mijn hand best lang vast en bleef me aankijken. Ik werd een beetje ongemakkelijk. Hij zei dat hij blij was met mijn komst' Op 8 juni maakte je je debuut tegen Wales. Je kreeg flinke kritiek van Louis van Gaal, hij zei: ‘Deze jongen kan veel beter, maar er zit stress op.’ “Op tv kunnen zulke uitspraken misschien heel hard overkomen, maar hij zei hetzelfde ook tegen mij. Hij vertelt eerlijk wat hem niet bevalt, maar hij roept nog harder wat hij wel goed vindt. Als ik in een training een goede bal geef, roept hij meteen met heel veel beleving dat het heel goed is. Dat kan ik ontzettend waarderen. Bij Louis van Gaal is het heel duidelijk wat hij van je verwacht. Als je daar niet aan voldoet, dan hoor je het, maar als je het wel goed doet, dan hoor je dat nog vaker.” Hoe kijk je zelf terug op je debuut? “Ik was trots dat ik mijn debuut mocht maken, maar natuurlijk was ik ook teleurgesteld in mijn spel. Ik voelde me rustig voor de wedstrijd, maar misschien was er toch een beetje stress ingeslopen. In het veld merkte ik ook wel dat ik niet echt mezelf was. Als ik er in september weer bij zit, wil ik me van mijn beste kant laten zien en bewijzen dat mijn mindere spel eenmalig was.  Ik heb ervan geleerd, ben er sterker uit gekomen en weer beter geworden. Ik ben er niet bang voor dat zoiets weer zal gebeuren.” [caption id="attachment_19125" align="alignnone" width="2560"] Jordan en Louis van Gaal[/caption] Memphis “Als kleine jongen keek ik tegen Memphis op. Hij heeft een mooie carrière bij PSV gehad, en nu speelt hij bij Barcelona. Mooi om te zien hoe hij gegroeid is, hij heeft het goed gedaan.” Hoe helpt Memphis de jonge jongens bij het Nederlands elftal? “Na mijn debuut was hij een van de eersten die me op mijn schouder tikte en zei: ‘Het is niet erg, het komt goed, blijf strijden.’ Die steun helpt. Dan merk ik dat zij ook gewoon mensen zijn die ooit hetzelfde hebben meegemaakt.” Hoe is jullie band? “Bij het Nederlands elftal praten we ook over veel andere dingen dan over voetbal, vooral over het geloof. Voor een wedstrijd bidden we samen met wat andere jongens, onder wie ook Cody, in het hotel. We geloven erin dat het ons versterkt, als mens en als voetballer, en dat het bij ons het beste naar boven haalt. Memphis neemt dan het woord en spreekt voor ons allemaal.” Welke inspiratie haal jij zelf uit de Bijbel? “Dat iedereen een eigen pad bewandelt. Soms zie je mensen links of rechts van je sneller gaan dan jij. Dan kun je al gauw denken: waarom zij wel, en ik niet. Maar iedereen heeft zijn eigen pad en zijn eigen hordes, het is het beste om je op jezelf te focussen, je hebt toch geen invloed op wat links of rechts van je gebeurt.” Wat vind je van Memphis als speler? “Hij is natuurlijk een geweldige speler, maar ik vind hem vooral een mooi persoon omdat hij zich durft uit te spreken. Soms kan dat dan misschien shocking zijn of niet politiek correct, maar ik vind het mooi dat hij zich toch uitspreekt en dichtbij zichzelf blijft. Ik wil ook zoals Memphis zijn: dichtbij mezelf blijven en niet altijd politiek correcte antwoorden geven.” Ruud van Nistelrooij “Ik heb de trainer niet meer zien spelen, was net te jong toen hij een ster was. In die tijd hadden wij thuis ook geen commerciële televisie en buitenlandse kanalen, alleen de publieke zenders.” Wat is je eerste indruk van hem als trainer van PSV? “In de zomer is hij vooral bezig geweest om zijn manier van spelen bij ons te implementeren en tot nu toe bevalt mij dat wel. We werken aan een 4-3-3-systeem met de punt naar achteren, we oefenen tijdens trainingen veel op looplijnen. Als verdediger verandert er voor mij niet heel veel. De trainer is heel duidelijk naar de spelersgroep, zegt wat hij van ons verwacht in het veld, maar ook erbuiten. Vorig jaar was het allemaal wat vrijer, deze trainer wil het wat gedisciplineerder hebben. Dat zijn dingen als wat vaker met elkaar eten, ook samen ontbijten.” Hebben jullie al naar elkaar uitgesproken dat dit echt het seizoen moet zijn waarin de landstitel gepakt gaat worden? “We beseffen dat we met deze spelersgroep kampioen moeten worden.” Wat zijn je persoonlijke doelen? “Natuurlijk wil ik kampioen worden. Ik wil minder tegengoals dan vorig jaar krijgen, en ik wil naar het WK. Het WK zal een heel belangrijke stap in mijn carrière worden.” Denk jij ook al aan een transfer naar het buitenland? “Daar ben ik nog niet mee bezig, maar als ik ieder jaar laat zien wat ik in me heb en hard blijf werken, dan komt het buitenland vanzelf. Ik kan niet ontkennen dat ik Barcelona altijd al een heel mooie club heb gevonden.” Helden Magazine 63 Het verhaal van Jordan Teze komt voort uit Helden Magazine 63. We duiken in de slipstream van Max Verstappen. Sportief directeur Jan Lammers bespreekt zijn mooiste momenten op het circuit en Atze Kerkhof weet hoe het is om teamgenoot van Max te zijn. In deze editie lees je een uitgebreid interview met de vrouwen in het leven van Abdelhak Nouri. Voor het eerst vertellen zijn moeder, zussen, schoonzussen en tante hun aangrijpende verhaal. Daarnaast heeft ook Kira Toussaint een bewogen tijd achter de rug. De zwemster verbrak een gepland huwelijk en vertrok naar Amerika. Ook spraken we met een van de nieuwe boegbeelden van het vrouwenvolleybal: Nika Daalderop en maakt Davy Klaassen zich op voor een nieuw seizoen bij Ajax én een WK. Marcus Pedersen en Noor Omrani delen naast hun liefde voor de bal ook een hoofdkussen. Zijn broers Jens en Melle van ’t Wout klaar om de shorttrack wereld te veroveren én Ronald de Boer blikt terug op de Champions League-finale van 1995. Verder is Riemer van der Velde oud-voorzitter van sc Heerenveen. Een gesprek over onder meer de ontwikkelingen van zijn club en Abe Lenstra. Timothy Beck haalde als estafetteloper de Zomerspelen en was vlaggendrager bij de Winterspelen in 2010 én Victoria Koblenko spreekt met judoka Michael Korrel over zijn kwetsbare kant in aanloop naar het WK. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 63 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.

Voetbal

Joey Veerman en Henk Veerman

Opvallende verschijningen. Volendammers en tot begin dit jaar [...]
Opvallende verschijningen. Volendammers en tot begin dit jaar ploeggenoten bij Heerenveen. Nu gaan ze elk hun eigen weg. Henk Veerman (31) vertrok naar FC Utrecht, Joey Veerman (23) maakte de overstap naar PSV. Maar uit het oog is zeker niet uit het hart. Een gesprek met Veerman & Veerman over vriendschap en met vallen en opstaan de top bereiken. De vroege voorjaarszon verlicht de haven: Volendam op z’n mooist. Henk Veerman en Joey Veerman poseren in alle rust op de visserskotter VD64 en onder de gesloten visafslag, een Volendams monument. Waar de veilingmeester zwijgt, zitten Henk en Joey nooit om een praatje verlegen. Ze zijn spraak­ makend, mét en zonder bal. Als tandem zorgden ze voor vermaak in Heerenveen, maar begin dit jaar scheidden hun we­ gen. FC Utrecht en PSV beleefden meteen plezier aan de spits en de middenvelder, hoewel Henk geblesseerd raakte en diens hoop is gevestigd op ‘knallen in de play­offs’. Joey: 'We heten allebei Veerman, komen uit hetzelfde dorp, maar zijn geen familie van elkaar. Daar snappen ze nu bij PSV ook niks van' De fotograaf spot immense klompen. Ze herinneren aan his­torische tijden, dat de vissersvloot 258 botters telde en je in de haven over de schepen kon lopen. Uiteraard heeft de pandemie de bedrijvigheid in de Volendamse haven geen goed gedaan. Toch komen mensen graag (terug) naar dat speciale stukje Nederland, dat nog iets van authenticiteit uitstraalt. Kleder­ dracht en paling zijn schaars, maar een wandeling over de dijk geeft je nog het gevoel dat je even ‘in vroeger’ loopt. Het uitzicht is magistraal. Volendam. Was en is muziek, met The Cats, BZN, Jan Smit, Nick & Simon, de 3JS, zangeres Mell. De handballers meervoudig landskampioen, zwem­ mer Luc Kroon, kogelstootster Jessica Schilder en turnster Sanna Veerman bestormen de wereldtop. En de voetbalclub is roemrucht, alsmede haar exponenten, Gerrie & Arnold Mühren, Wim Jonk. Maar het mediageniek zijn heeft ook een andere kant. Volendam haalt snel de headlines – waarbij een beetje framing de mensen niet vreemd is – en het dorp gaat bijvoorbeeld al een tijdje gebukt onder de problematiek rond drugs­ en gokverslaving (op voetbalwedstrijden). Cultheld Henk Slechts een paar honderd meter achter de dijk proberen hoofdtrainer Wim Jonk en de plaatselijke FC na dertien jaar terug te keren naar de eredivisie. Terwijl Jonk en zijn staf nieuwe voetbalgeneraties Schilder, Tuyp, Zwarthoed, Tol, Molenaar, Plat en Mühren aan het opleiden zijn, doen de huidige rolmodellen Joey en Henk Veerman zich te goed aan een visje. Waar Joey op zijn vierde al brabbelde over profvoetballer worden in het eerste van Volendam, daar legde Henk een omweg af, vol hobbels, twijfels, verdriet en veerkracht, richting het betaalde voetbal. De puber Henk sloeg een lichting over in de oplei­ding van FC Volendam, maar groeipijnen brachten hem terug in de eigen leeftijdscategorie. “Een talent met een grote mond, zo werd ik gezien. Omdat niet werd nagekomen wat werd beloofd en ik zei er bovendien iets van dat de trainer te streng was.” Net als zijn ploeggenoot Jan Schilder. Gezamenlijk keerden ze terug naar het naastgelegen RKAV, de plaatselijke amateurtak. “Mijn droom ging destijds kapot.” Henk werd schilder in het dagelijks leven, trad naderhand vervroegd toe tot de zondagselectie, dat vierde klasse speelde. Als centrale verdediger. “Ik werd daar aanvankelijk ook als lastige jongen beschouwd. Dan ga je twijfelen: denk ik nou zoveel van mezelf? Nee. Ik wilde gewoon ontzettend graag en was toen al geen speler die alleen ‘ja’ en ‘amen’ zei. Na enkele gesprekken werd ik geaccepteerd en gewaardeerd.” Uit nood werd hij een keer in de spits gezet en... Henk scoorde aan de lopende band. Op 2 november 2009 vierde hij met de zondag­1 een periodefeestje. Zijn kameraad en werkmaatje Jan Schilder, speler bij de A1, zat ook in de kan­tine en verdween ineens. ‘Dag goede vriend,’ las Henk even later op zijn telefoon. “Hij zag geen oplossing meer,” blikt Henk terug. De destijds al heersende problematiek leidde bij Jan tot het besluit zijn leven te beëindigen. Henk had hem nog geprobeerd ervan te weerhouden. Maar hij werd ‘weggedrukt’. “Ik moest niet meer bellen, dan zou hij weer vertrouwen in het leven krijgen, berichtte hij... Mijn wereld stortte in, ook die van zijn familie en vrienden. Ik sloot mezelf aanvankelijk op in mijn kamer.” Helden Magazine 61 Het eerste gedeelte van het verhaal van Joey en Henk Veerman komt voort uit Helden Magazine 61. In deze editie wordt er stil gestaan bij Johan Cruijff. Cruijff zou op 25 april 75 zijn geworden. Barbara en Frits Barend reisden naar Barcelona voor een bijzonder gesprek met Jordi Cruijff over zijn vader. In Helden Magazine 61 lees je een uitgebreid interview met Kiki Bertens en Marit Bouwmeester. De mama’s in spé behoren tot de succesvolste sportvrouwen die Nederland ooit heeft gehad en staan nu voor een nieuwe uitdaging in hun leven. Ook spraken we Justin Bijlow en zijn vriendin, zij verwachten in juni hun eerste kindje. Het gaat de keeper van Feyenoord en Oranje voor de wind. Daarnaast is Jurriën Timber onomstreden in de verdediging bij Ajax en Oranje. Een gesprek over zijn moeder, tweelingbroer Quinten, Curaçao en Louis van Gaal. Ook spraken we met Emma Oosterwegel over haar geheim, hoort Tallon Griekspoor er nu echt bij én behoort Sebastian Langeveld tot de beste Nederlandse klassiekerrenners van het peleton. Bovendien een bijzonder interview met Stig Broeckx, de oud-wielrenner lag maandenlang in diepe coma en was gedoemd een kasplantje te worden, maar stond letterlijk weer op. Verder was Gijs van Lennep een succesvolle autocoureur in de jaren zestig en zeventig. Reist Youri Zoon al negentien jaar als kitesurfer de wereld over en gaat nu een nieuwe uitdaging in zijn leven aan: de triatlon. Blikten we terug met Hennie Kuiper op zijn imposante wielercarrière én met Matthijs Büchli en Laurine van Riessen terug op de Spelen in Tokio. Victoria Koblenko trekt een sprintje met 400 meterloper Liemarvin Bonevacia én Jill Roord staat in de ‘Leeuwinnen in het Rijks’ stil bij David Leeuw met zijn gezin. Wil je het hele nummer lezen? Bestel Helden Magazine 61 via onze webshop. Geen inspirerende sportverhalen missen van onze Nederlandse sporthelden? Kies het abonnement dat bij jou past en word abonnee.