Word abonnee

Wielrennen

Wielrennen

Anna van der Breggen: ‘Anna is niet standaard’

Wielrenster Anna van der Breggen (27) draait al [...]
Wielrenster Anna van der Breggen (27) draait al jaren mee in de top. In 2017 was het tijd voor verandering voor de olympisch kampioen op de weg. Ze koos voor een nieuwe ploeg, de successen bleven. We gingen bij haar op bezoek en blikten terug op haar jaar. Een minpunt? ‘Dat eeuwige WK-zilver...’ Het is overduidelijk einde seizoen in huize De Haan-Van der Breggen in een nieuwbouwwijk in Zwolle. Op het krijtbord in de keuken prijkt een to do-lijstje: spelletjes uitzoeken, stekkers meenemen... Anna en haar vriend Sierk Jan, ploegleider bij LottoNL-Jumbo, maken zich op voor een rondreis in een camper aan de westkust van Amerika. De tijd voor ontspanning is aangebroken na een succesvol seizoen waarin Anna onder meer de Giro Rosa won. Ze sloot het seizoen af met twee zilveren medailles, op de individuele en de ploegentijdrit, bij het WK in het Noorse Bergen. “Het jaar is supersnel voorbijgegaan, maar ik voel me nog hartstikke goed. Dat was vorig jaar wel anders,” zegt Anna lachend terwijl ze terugdenkt aan het jaar waarin ze olympisch kampioen op de weg werd in Rio. “Toen was ik helemaal opgebrand. Door de Spelen liep het seizoen heel lang door. Daarna gingen we naar dit nieuwe huis, moesten we meteen aan de slag met klussen. Een vakantie hebben we overgeslagen. Nu gaan we er dus even van genieten samen.” HATTRICK Na dat olympisch jaar, waarin Anna naast goud in de wegwedstrijd ook de bronzen plak op de tijdrit won en Europees kampioen werd, was het tijd voor nieuwe impulsen. Haar ploeg Rabo-Liv hield op te bestaan, die bleek later over te gaan in WM3 Pro Cycling, maar Anna koos voor Boels Dolmans Cycling Team. “Ik had even het gevoel dat ik mijn vriendinnen van de ploeg in de steek had gelaten, daardoor voelde de nieuwe ploeg in het begin niet als een verademing. Wel vond ik het jn om weer nieuwe prikkels te krijgen: een andere staf, andere ploeggenoten en op een andere manier koersen. Bij Rabo-Liv trainden we veel met de groep, bij Boels Dolmans trainen we vaker apart.” In het voorjaar was het meteen raak. De Amstel Gold Race en Luik-Bastenaken-Luik waren voor het eerst ook vrouwenwedstrijden. In één week schreef Anna die twee koersen én tussendoor de Waalse Pijl op haar naam, de eerste hattrick van de heuvelklassiekers in de geschiedenis bij de vrouwen. Lachend: “Ik heb weleens gezegd: als ik het jaar ervoor een wedstrijd heb gewonnen, ben ik het volgende jaar iets minder gemotiveerd. Dat gold nu andersom. Mijn motivatie was enorm, ook omdat ik de start van het seizoen had gemist doordat ik ziek was. Ik dacht: het maakt me niet zoveel uit als ik een wedstrijd mis, maar deze wedstrijden móet ik winnen. Ik was in de wolken, maar de ploeg ook. De Amstel Gold Race was geweldig, prachtig om die te winnen in eigen land. Toen ik in dezelfde week de triple pakte, kon het niet meer stuk. Dat gaat me waarschijnlijk nooit meer lukken.” SCHEVE GEZICHTEN Sierk Jan komt de kamer binnenlopen met een telefoon aan een selfiestick, speciaal gekocht voor hun reis. Hij is aan het Facetimen met zijn kleine neefje, die vrolijk lacht als hij Anna ziet. Hij moet naar de kapper, maar heeft nog even tijd om aan te schuiven. Sierk Jan en Anna leerden elkaar in 2015 kennen toen Sierk Jan als trainer van het Rabobank Development Team doorstroomde naar Rabo-Liv. Ze werden verliefd, hij bleef haar gewoon trainen en ‘maakte’ haar olympisch kampioen. Toen Rabo-Liv stopte, kwam er ook een einde aan het contract van Sierk Jan. Afgelopen seizoen ging hij aan de slag als ploegleider van LottoNL-Jumbo. Anna: “Sierk Jan zit nu bij een andere ploeg, maar hij traint mij nog wel. In principe doe ik het meeste zelf en samen met Sierk Jan, maar als ik twijfel aan dingen kan ik ook bij de ploeg terecht.” En hoe dat dan in zijn werk gaat? Anna lachend: “Sierk Jan maakt voor mij een globaal schema en daar kijk ik dan eigenlijk niet naar. Pas als ik twijfel, pak ik dat schema erbij.” Sierk Jan lachend: “Trainen is een groot woord, zeg ik altijd maar.” Anna: “Hij geeft me wel vaak een schop onder m’n kont als hij denkt: dat moet even anders.” Sierk Jan op serieuze toon: “Anna is niet standaard, ze heeft talent, ook talent om zichzelf te trainen, maar ze voelt wel dat ze iemand nodig heeft die er ook verstand van heeft. Ik stuur aan wanneer dat nodig is, maar het is niet zo dat we iedere avond met een laptop op schoot de trainingen bekijken. Daar houden we allebei niet van. We hebben nu een manier gevonden die heel werkzaam is voor Anna. Ik overleg soms ook met haar ploeg.” Anna: “Het gaat heel ontspannen zo.” Sierk Jan: “Anna is geen twintig meer, ze heeft veel ervaring en komt zelf met ideeën. Ze doet het ook dit jaar weer geweldig, dus blijkbaar werkt het.” Anna: “Ik weet ook waar ik slecht in ben, in de planning bijvoorbeeld. Ik kijk niet ver vooruit en Sierk Jan is daar juist heel goed in. Het is fijn als hij dan af en toe zegt: ‘Hé, heb jij daar al over nagedacht?’” Sierk Jan: “Sommige rensters weten nu al wat ze volgend jaar willen doen, maar Anna heeft dat totaal niet. Ik heb dat overzicht wel in m’n hoofd.” Anna lachend: “Ik ook, voor de komende week!” Is jullie relatie veranderd nu jullie niet meer officieel in hetzelfde team werken? Sierk Jan: “Nee, dat idee heb ik niet. We hadden ook weer in hetzelfde team kunnen zitten, maar dit is jner. Voorheen werkte ik ook met haar ploeggenoten. Dat ging goed, hoor, maar het is toch jner als dat gescheiden is.” Anna: “Je kunt scheve gezichten krijgen. Gelukkig is dat niet gebeurd, maar het blijft niet ideaal.” En hoe vaak zien een ploegleider en wielrenster van verschillende ploegen elkaar? Sierk Jan: “We zijn dan wel veel weg, maar als Anna thuis is, ben ik er ook best vaak. Het zou anders zijn als ik een baan had van negen tot vijf.” Anna lachend: “Ja hoor, dat zeg je als we elkaar net twee maanden niet gezien hebben. Soms lopen onze planningen heel erg gelijk. Dat is heerlijk. En de laatste maanden was dat weer wat minder. Soms loopt dat zo.” ‘Dumoulin werd gehuldigd en voor mij moest er ook ineens een huldiging komen' Helden Magazine 39 Het eerste gedeelte van Anna van der Breggen komt voort uit Helden Magazine 39 waar Tom Dumoulin de cover siert. Dumoulin won de Giro en de wereldtitels tijdrijden met de ploeg en individueel. In het extra dikke nummer is er daarnaast volop aandacht voor onder meer de aankomende Winterspelen in Pyeongchang en een terugblik naar het sportjaar 2017. Verder in de 39ste editie van Helden, Europees kampioen, beste voetbalster van Europa en de wereld Lieke Martens, Richard Krajicek over uitvliegende kinderen, coachen en het ABN AMRO WTT, schaatser Sven Kramer, schaatsters Ireen Wüst en Irene Schouten, darter Raymond van Barneveld, voetbaltrainer Peter Bosz, de Nederlandse bobsleemannen, shorttrackster Suzanne Schulting, alpineskiër Maarten Meiners, oud-keeper Patrick Lodewijks, Henk Grol, Dione Housheer, Anish Giri en Wendy Rommedahl. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Wielrennen

Tom Dumoulin: ‘Ik kan lachen om grappen over luiers hoor’

De Held van 2017 was zonder twijfel Tom Dumoulin. [...]
De Held van 2017 was zonder twijfel Tom Dumoulin. Hij won als eerste Nederlander de Giro, werd individueel en met de ploeg wereldkampioen tijdrijden én won de BinckBank Tour. Kortom, alles wat hij aanraakte veranderde in goud. We leggen hem citaten voor die betrekking op hem hadden. ‘Eigenlijk moest deze Ronde van Italië een leerschool voor de klassementsrenner Dumoulin worden. Nu kunnen we zeggen dat hij cum laude geslaagd is.’ -  Erik Breukink. “Ik had absoluut niet verwacht dat ik de Giro al kon winnen. In de Vuelta van 2015 deed ik mee om de eindzege, maar toen was ik niet gestart met de intentie om mee te doen om het klassement. De Giro zag ik als leerschool en ik verwachtte dat ik nog meer testen moest doorstaan voordat ik serieus kans op de eindzege in een grote ronde zou maken.” Je zei voor aanvang van de Giro: ‘Het zou mooi zijn om in de top 10 te eindigen.’ “Dan was het voor mij ook geslaagd, dat meen ik nog steeds. In dat geval was ik niet cum laude geslaagd, maar dan was ik wél geslaagd voor mijn eerste serieuze test als ronderenner.” Kun je je voorstellen dat mensen soms denken dat je voor jezelf een underdog-rol creëert? “Nou... Ik heb een onrealistisch doel en een realistische verwach­ting.” Leg eens uit. “De realistische verwachting, dat is wat ik zelf verwacht. Ik verwachtte dat ik in de Giro rond de zevende plek zou eindigen. De buitenwereld gaat altijd uit van dat onrealistische doel. In mijn achterhoofd zitten die onrealistische doelen ook wel hoor, maar als ik die in de media ga spuien, komen ze als een boemerang terug.” Zo’n onrealistisch doel stel je eigenlijk om jezelf op scherp te zetten? “En om mezelf scherp te houden.” ‘Hij ging gewoon zijn ding doen, hij had beter geslapen dan ik. Dat ik dat nog mag meemaken man, ik ben 36 en dan met een goede vriend van je de Giro winnen.’ - Laurens ten Dam. “Laurens heeft in Maastricht gewoond en gedurende mijn carrière trokken we steeds meer met elkaar op. Afgelopen seizoen werden we ook nog ploegmaten. Geweldig.” Hij vertelde dat jij voor de afsluitende tijdrit in de Giro, toen je nog vierde stond in het klassement, heerlijk hebt geslapen. “ Ik was redelijk relaxed. ‘Goed’ is een groot woord, maar ik had oké geslapen. De spanning begon natuurlijk richting de tijdrit op te lopen, maar ik had vaker met dat bijltje gehakt.” De druk op jouw schouders zal de komende jaren ook niet minder worden, gokken we. “Daar ben ik me van bewust.” Hoe belangrijk is Laurens ten Dam voor jou? “Het is heel fijn dat als ik even in de knoop zit, en die momenten zijn er altijd in een grote ronde, ik even naar iemand toe kan stappen die ik echt vertrouw. Ik ga met iedereen goed om in de ploeg, maar niet met iedereen deel ik mijn diepste gevoelens. Dat doe ik wel met Laurens.” Wat maakt Ten Dam zo speciaal? “Hij brengt mij altijd heel erg terug op aarde. Laurens heeft in het stressvolle leven dat wij leiden door de jaren heen een relaxte weg kunnen vinden. Hij geniet ook nog heel erg van het wielrennen, en dat je kunt blijven genieten is succesfactor nummer één. Ik kan daar nog beter in worden, maar Laurens heeft mij op dat vlak al heel veel geleerd.” Heb je tijd genomen om te genieten van de Giro-zege? “Te weinig.” En van de wereldtitel tijdrijden met de ploeg en individueel? “Ook te weinig. Na mijn wereldtitel dacht ik meteen alweer aan de Ronde van Lombardije. En zo gaat het maar door. Dat is topsporters eigen natuurlijk, dat is ook wat me zover brengt...” Maar tegelijkertijd is het een valkuil. “Ja, als ik steeds maar met de toekomst bezig ben, ben ik niet bezig met gelukkig zijn in het heden. Dat is wel een lesje dat ik afgelopen seizoen heb geleerd. Ik heb sommige momenten te veel in de toekomst geleefd en de komende jaren wil ik dat anders doen.” Ben je weleens bang dat je alleen nog maar gelukkig kunt zijn als je wint? “Ja, en daarom ben ik zo blij dat Laurens in de buurt is, hij helpt me relativeren.” Iedere topsporter zou een Laurens ten Dam om zich heen moeten hebben? “Ja, dat kan ik iedereen aanraden.” Je werkt er knetterhard voor, maar eigenlijk ben je ook wel een beetje een zondagskind. Alle doelen die je dit jaar had gesteld, heb je bereikt. Lachend: “Ik ben geboren op de elfde van de elfde, ben een carnavals­ kind. Ja, ik ben voor het geluk geboren.” ‘Mooi om te horen dat hij ons eeuwig dankbaar is en mooi dat we zo samen hebben gewerkt.’ - Bauke Mollema na de een-na-laatste rit in de Giro. “Ik kan het prima vinden met Bauke. Maar als het koers is, is het wel koers.” Dan tellen vriendschappen niet. “Nee.” Jij klaagde eerder in de Giro dat je wat meer hulp van landgenoot en maatje Mollema had kunnen gebruiken. “Jullie bedoelen de rit naar de Blockhaus zeker. Toen hadden we elkaar meer kunnen helpen, vond ik. Gelukkig hadden we op de een­-na-­laatste dag van de Giro dezelfde belangen, toen heeft hij me heel erg geholpen.” De Spanjaarden weten elkaar in grote rondes vaak te vinden. Dat geldt ook voor Italianen. Moeten jullie de handen niet wat vaker ineenslaan om een Nederlands pact te creëren? “Ik vind: als onze belangen een beetje hetzelfde zijn, moeten we niet nalaten elkaar te helpen.” Hebben jullie het er weleens over gehad? “We hebben geen afspraken gemaakt, maar ik neem aan dat Bauke en de andere Nederlandse renners het ook leuker vinden als ik de Giro win in plaats van Nairo Quintana.” Tegelijkertijd kunnen zij misschien denken: straks gaat alle aandacht naar Dumoulin, terwijl wij graag zelf die aandacht ook willen. “Als ik voor mezelf spreek: als ik een landgenoot een handje kan helpen, zou ik dat niet nalaten.” 'Ik heb zeker de status van Froome nog niet en ik heb ook zeker zijn kwaliteiten bergop nog niet' ‘Hij kan beter niet het arrogante mannetje uithangen, er bestaat ook zoiets als karma. Het kan hem net zo goed overkomen.’ - Vicenzo Nibali tijdens de Giro. “Ik was helemaal over de zeik dat Nibali en Quintana op weg naar Ortisei zo samenwerkten. Ze haalden er in die etappe ook nog allemaal andere vriendjes bij. Het was één grote slag tegen Tom. In de laatste kilometers weigerden ze te helpen toen andere klassements­renners wegreden. Toen heb ik me door de emoties laten verleiden tot boude uitspraken (Dumoulin zei dat hij hoopte dat zij het podium niet zouden halen, red.). Dat heb ik slecht aangepakt, had ik niet moeten doen. Ik had de rust moeten bewaren. Ze hadden die dag alles geprobeerd, dat was hun frustratie natuurlijk. In de rit naar Ortisei brak er iets bij Nibali en Quintana. Het was heel wijs geweest toen juist niets te zeggen. Maar ja, ik deed het wel. En op die uitspraken kwam Nibali natuurlijk heel gevat terug.” Hebben jullie het uitgesproken? “Ja, een dag later ben ik naar Nibali toegegaan en heb ik m’n excuses aangeboden. En hij heeft me later in de Giro ook nog teruggepakt toen ik een slechte dag had.” Dus jij gaat steeds meer op je woorden letten, gaat je diplomatieker opstellen? “Het is tijdens grote rondes als klassementsrenner echt niet slim om in de emotie te reageren, dat is echt een heel belangrijke les die ik heb geleerd.” Maar tegelijkertijd is het wel zo puur en het is wel wie je bent. “Jullie vinden dat leuk, dat snap ik ook wel, maar mij heeft het alleen maar problemen opgeleverd. Als het mij niks brengt, doe ik het de volgende keer niet meer.” In de Giro werd er vaak tegen jou gereden. We herinneren ons het moment dat jij je behoeften moest doen in de roze trui, de rest wachtte niet echt. Chris Froome overkwam ook het een en ander in de Tour en de Vuelta, maar bij hem werd er bijna tot vervelends gewacht tot hij terugkeerde. Is dat status? “Froome heeft een supersterke ploeg en de concurrentie heeft al vaak gezien dat het gevaarlijk is om vroeg aan te vallen. Daardoor heeft heeft hij een andere status dan ik.” Merk jij ook dat renners nu een beetje gaan denken: we moeten Dumoulin niet kwaad maken, want als die op de pedalen gaat staan, kunnen we na afloop aan het zuurstof. “Ik heb zeker de status van Froome nog niet en ik heb ook zeker zijn kwaliteiten bergop nog niet. Froome heeft al heel vaak laten zien dat hij de beste is bergop. Ik ben heel af en toe de beste geweest, maar heel vaak net even niet. Dus ik heb zeker nog niet de onaantastbaar­heid van Froome.” ‘Het is soms net alsof we PlayStation aan het spelen zijn, alles lukt.’ Ploeggenoot Mike Teunissen tijdens de Tour. “Je zou bijna denken dat het zo was bij Sunweb dit seizoen, ja.” Jij won de Giro, in de Tour pakten jullie vier ritzeges, de groene trui en de bolletjestrui, in de Vuelta ging het ook niet verkeerd en bij het WK wonnen jullie de ploegentijdrit en jij won daar nog de individuele tijdrit. “Het gevaar is nu dat we te veel in eigen kunnen gaan geloven. Het is wel de bedoeling om volgend jaar scherp te blijven." Wat is het geheim van Sunweb? “Het begint met een visie, met een plan. Maar ik vind ook dat je niet bang moet zijn van het plan af te wijken. Vanuit gevoel en emotie doe ik wel vaker trainingen op een andere manier dan ik van plan was. Het moet niet copy-paste worden. We moeten altijd ruimte houden voor gevoel en emoties, dat is heel belangrijk in topsport.” Zou jij dan in zo’n strakke organisatie als Sky op je plek zijn? Bij hen lijkt alles juist voorgeprogrammeerd. “Dat lijkt zo. Ik denk niet dat zij meer geprogrammeerd zijn dan wij.” Alles draait bij Sky om maar één ding: Froome de eindzege bezorgen. “Maar als hij de beste is in de Tour, dan ga je toch niet voor iemand anders rijden omdat je die zo leuk vindt? Dat doen ze bij ons ook niet, hoor.” ‘We willen mensen die zich voor honderd procent committeren aan het teambelang. Ik geloof in die visie en ik bewaak die ook.’ Iwan Spekenbrink, algemeen manager van Sunweb tijdens de Vuelta nadat hij dwarsligger Warren Barguil naar huis had gestuurd. “We worden binnen de ploeg allemaal min of meer hetzelfde behandeld. Binnen de ploeg word ik niet gezien als een speciale jongen, hoor. Iedereen kan op me af stappen en met me trainen op trainingskamp. Dan zien die andere jongens ook: die Tom Dumoulin is eigenlijk een doodnormale jongen die best wel hard kan fietsen, maar niet zoveel harder dan ik. Dus als ik de Giro win, denken die andere jongens natuurlijk ook: die niet zo speciale jongen wint ineens een heel speciale wedstrijd, misschien kan ik dat ook.” Heeft jouw succes in de Giro op die manier doorgewerkt in de Tour? “Ja, misschien wel.” Zou je Team Sunweb omschrijven als een vriendenploeg? “Dat gaat misschien wat ver. Ik kan het heel goed vinden met iedereen en sommige jongens zou ik ook voor mijn feestje uitnodigen. Maar we zijn een bedrijf waarvoor meer dan honderd mensen werken, dan ben je niet met iedereen bevriend.” Iwan Spekenbrink stond aan de wieg van het huidige Team Sunweb. Jij werkt inmiddels al jaren met hem samen. Voel je je ook een beetje een product van zijn project? “Ook dat gaat misschien wat ver. Ik voel me heel goed in de ploeg, denk dat de ploeg heel goed bij mij past, maar dat wil niet zeggen dat ik niet zou kunnen presteren in een andere ploeg of dat ik de ploeg alle credits wil geven voor ‘het product Tom Dumoulin’.” Lachend: “Misschien wil Iwan zover gaan, dat is in dat geval aan hem.” Hoe is die rolverdeling met Iwan, heb je het ook over de filosofie met de ploeg met hem, neemt hij jou daarin mee? Je bent immers het gezicht van de ploeg. “We hebben goede gesprekken en zitten eens in de zoveel tijd wat langer samen.” Jij bent een slimme jongen. Leer jij in de jaren dat je nu bij Sunweb zit zoveel dat je in de toekomst een eigen ploeg volgens jouw eigen filosofie zou kunnen inrichten en leiden? “Dat vind ik nu absoluut niet interessant. Als ik zie hoeveel werk Iwan eraan heeft... Het is zijn levenswerk.”‘ Ik spiegel me toch aan Tom Dumoulin. Hij heeft mij geïnspireerd en gemotiveerd en wat Tom laat zien wil ik later ook.’ Ploeggenoot Sam Oomen in aanloop naar zijn debuut als ronderenner in de Vuelta. “Mooi dat Sam dat heeft gezegd.” Hoe kijk jij naar de ontwikkeling van Oomen, die nu 22 jaar is? “Sam is een prachtig kereltje. Ik kan het heel goed met hem vinden, hij is echt een supertalent en er zit ook een goeie kop op.” Jij bent 26, maar loopt toch al weer een tijdje mee. Coach je hem al voorzichtig? “Na het WK zijn we samen nog zes uur door de Ardennen gaan fietsen. Hij pakte de auto, zette die bij mij neer en toen gingen we op pad. Vind ik heel leuk dat hij dat doet. Op zo’n dag vraagt Sam ook van alles aan mij en probeer ik hem ook wijzer te maken. Zoals Sam dat nu bij mij doet, zo deed ik dat met jongens als Laurens ten Dam, Karsten Kroon en Bram Tankink. Het is goed dat Sam af en toe richting het zuiden rijdt om bijvoorbeeld met mij of andere profs te trainen, daar leert hij soms meer van dan altijd met de amateur­ renners in zijn omgeving te gaan trainen.” ‘Mooi compliment, al is het tegelijkertijd natuurlijk erg dubbel om het uit de mond van Armstrong te horen’ Hoe heb jij hem tijdens de Vuelta gevolgd? Hij had in zijn eerste ronde de top tien in het vizier, totdat hij door ziekte af moest stappen. “Ik was in de aanloop naar de Vuelta met Sam op hoogtestage, toen was hij al kneitergoed. Ik heb hem natuurlijk met grote interesse gevolgd. Doodzonde dat hij ziek werd, maar ik viel in mijn eerste Vuelta ook uit.” Lachend: “Dan moet hij zich daar maar aan vastklampen.” Met Wilco Kelderman erbij, die vierde werd in de Vuelta, wordt er een soort van driekoppig monster gecreëerd bij Sunweb op dit moment. “We zijn een gevaarlijk trio als we in dezelfde wedstrijd starten. Maar een driekoppig monster zou ik ons niet willen noemen. Feit is dat we met Wilco en mij twee klassementsrenners hebben die er min of meer staan. We zijn er nog niet, hoor, hebben het kunstje nu allebei één keer laten zien. En Sam moet zich nog verder ontwikkelen en komt er over een paar jaar hopelijk ook bij.” ‘Nederland heeft in Tom Dumoulin een ongelofelijke coureur. Hij heeft net de Ronde van Italië gewonnen, waar het parcours op zijn lijf geschreven was. Ik kijk ernaar uit om hem ook in de Tour te zien in 2018.’ Lance Armstrong. “Mooi compliment, al is het tegelijkertijd natuurlijk heel erg dubbel om het uit de mond van Armstrong te horen. Hij is toch de paria van het wielrennen. Hij heeft heel verkeerde dingen gedaan, maar hij wist wél hoe hij een ronde naar zijn hand moest zetten. Ook als iedereen schoon was geweest, dan had hij waarschijnlijk de Tour gewonnen. Het is natuurlijk heel moeilijk om dat dopingverhaal bij Armstrong naar de achtergrond te plaatsen, maar hij weet als coureur wel wat er nodig is om de Tour te winnen.” ‘Hij was heel imponerend in de Giro. Hij wordt een hele grote concurrent voor me.’ Chris Froome. En hij zei erachteraan: ‘Maar hij zal wel een grote zak wegwerpluiers moeten meenemen.’ “Ik hoop dat ik een grote concurrent van Froome kan worden.” Hij verwijst met de wegwerpluiers natuurlijk naar de nu al beroemde sanitaire stop in de roze trui tijdens de Giro-rit. Die zal voor altijd aan je kleven. “Het is goed afgelopen, daarom vind ik het alleen maar grappig. Ik kan wel lachen om grappen over luiers, hoor.” Word je er nog vaak over aangesproken? “Ja, bijna nog meer dan over mijn overwinning in de Giro.” Is er geen moment dat je denkt: nu kappen? “Nee hoor, het is toch het eerste wat bij iedereen op de lippen brandt als ze mij spreken over de Giro. Topsport heeft ook dramatiek nodig, dan blijven de prestaties nog beter hangen. En wat mij overkwam, heeft de Giro­zege uiteindelijk alleen maar mooier gemaakt.” Sta je te popelen om die strijd met Froome aan te gaan? “In elk interview wordt ingezoomd op de strijd tussen Froome en mij. Op het mogelijke duel in de Tour. Ik snap dat enerzijds wel, hoor.” ‘Tom wordt steeds beter. Froome wordt geleidelijk aan minder en de teams zijn gelijk.’ Steven de Jongh, ploegleider Trek-Segafredo. “Froome minder? Nou, dat denk ik niet. Afgaande op de Tour van dit jaar zou je misschien kunnen denken dat hij enigszins kwetsbaar was, maar in de Vuelta was hij imponerend. En in de Tour is hij desondanks niet echt in gevaar geweest. Hij heeft dat spelletje zo goed door.” We begrepen dat Sky al studie naar je doet, ze zien jou als dé concurrent. Veel mensen hebben hun hoop op jou gevestigd. Dat is nogal wat. “Ach, ik ga dat allemaal niet uit de weg. Als ik de Tour ga rijden volgend jaar, dan ben ik kandidaat voor het podium of zelfs kandidaat om de Tour te winnen als ik echt top ben. Alleen: Froome staat echt nog wel een paar treetjes boven mij. Maar dat wil niet zeggen dat ik niet van hem kan winnen.” In de Tour moet je het wel tegen die hele Sky-trein opnemen. “Ja, maar wij hebben ook best een mooie trein... Ik heb bewezen dat ik in een grote ronde mijn mannetje kan staan. Maar ik wil eerst wachten tot eind november als ook het parkoers van de Giro bekend is. Dan gaan we een besluit nemen of ik de Tour ga rijden in 2018.” Waar is nog winst te halen voor jou als ronderenner? “Ik hoop dat er fysiek nog een beetje te winnen is. Een jaartje extra training brengt me hopelijk nog wat verder. Al met al is er nog wel wat winst te boeken. Ik ben net 27, normaal gesproken beginnen voor een wielrenner dan de goede jaren.” Helden Magazine 39 Het eerste gedeelte van het verhaal van Tom Dumoulin komt voort uit Helden Magazine 39 waar hij de cover siert. Dumoulin won de Giro en de wereldtitels tijdrijden met de ploeg en individueel. In het extra dikke nummer is er daarnaast volop aandacht voor onder meer de aankomende Winterspelen in Pyeongchang en een terugblik naar het sportjaar 2017. Verder in de 39ste editie van Helden, Europees kampioen, beste voetbalster van Europa en de wereld Lieke Martens, wielrenster Anna van der Breggen over haar wens: de regenboogtrui, Richard Krajicek over uitvliegende kinderen, coachen en het ABN AMRO WTT, schaatser Sven Kramer, schaatsters Ireen Wüst en Irene Schouten, darter Raymond van Barneveld, voetbaltrainer Peter Bosz, de Nederlandse bobsleemannen, alpineskiër Maarten Meiners, shorttrackster Suzanne Schulting, oud-keeper Patrick Lodewijks, Henk Grol, Dione Housheer, Anish Giri en Wendy Rommedahl. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Wielrennen

Het mysterie Sam Oomen

In de schaduw van Tom Dumoulin is de pas 21-jarige Sam Oomen [...]
In de schaduw van Tom Dumoulin is de pas 21-jarige Sam Oomen hard op weg naam te maken als supertalent voor de grote rondes. De wielrenner van Team Sunweb begint op 19 augustus in Spanje aan zijn eerste grote ronde: de Vuelta.

Wielrennen

Alberto Contador & Bauke Mollema: partners in crime

Helden ging in aanloop naar de Tour langs bij het duo Alberto [...]
Helden ging in aanloop naar de Tour langs bij het duo Alberto Contador en Bauke Mollema en ploegleider Steven de Jongh.

Wielrennen

Leven na de val

Ze was op weg naar olympisch goud in Rio, tot die ene bocht in de [...]
Ze was op weg naar olympisch goud in Rio, tot die ene bocht in de laatste afdaling. Een smak tegen het asfalt. Annemiek van Vleuten (34) lag roerloos op de grond.

Wielrennen

‘Er zitten echte gekkies tussen’

Tijs van den Brink volgt op de voet elke trap die Robert Gesink [...]
Tijs van den Brink volgt op de voet elke trap die Robert Gesink doet. Als de renner van LottoNL- Jumbo wint, juicht de EO-presentator mee. In aanloop naar de Tour de France arrangeerden we een meet & greet. “Hoe doe jíj dat met het gezin?” Met zijn telefoon in de hand staat hij langs de kant, terwijl het peloton voorbij zoeft. De geconcentreerde blik verandert in een triomfantelijke als de renners weer uit het zicht zijn. In de pocket, zie je Tijs van den Brink denken. “Zag jij Robert trouwens?” De journalist, radio- en televisiepresentator van de EO is in alle vroegte opgestaan voor een bezoek aan de Waalse Pijl. Of eigenlijk: een bezoek aan Robert Gesink, van wie Tijs al jaren een groot bewonderaar is. Hij heeft er werkzaamheden voor afgezegd, want ’s avonds zou hij in de radiostudio in Hilversum moeten zitten. Je bent een doorgewinterde fan of je bent het niet. Gewapend met een fototoestel en zijn eigen racefiets – uiteraard van Bianchi, hetzelfde merk waar Robert op fietst – in de kofferbak ging het richting de start in Binche. Daar was nog even tijd om foto’s te nemen bij de bus van Team LottoNL-Jumbo. Vervolgens parkeerde Tijs zijn auto aan de voet van de Muur van Huy, deed zijn wielerkleding aan en pakte zijn fiets uit de auto. Liefst vier keer achtereen beklom hij de gevreesde ‘pukkel’ in het Belgische landschap met een maximale hellingsgraad van 21 procent. Het officiële parcours mocht hij niet betreden, dus nam hij de alternatieve, iets minder steile route naar boven, maar dat mocht de pret niet drukken. Voor de finish van de profs heeft hij zich weer snel omgekleed. “Kom op Robert!” roept Tijs als hij aan zijn laatste meters bezig is. Hij eindigt op plaats vijftien. “Dat is voor nu prima, Robert is net terug van trainingskamp,” analyseert Tijs, “ik heb er alle vertrouwen in dat hij dit jaar nog heel mooie dingen gaat laten zien.” Robert ‘Ik ging met een petje ver over mijn hoofd naar de supermarkt. Hoefde ik met veel minder mensen oogcontact te hebben' Een paar uur later, na de massage en maaltijd, schuift Robert aan in de lobby van hotel Van der Valk in Maastricht voor deze speciale meet-and-greet. “Ik volg Robert overal,” bekent Tijs. “Dat heb ik meegekregen door de manier waarop je over me twittert,” zegt Robert lachend. Tijs: “Als Robert aan de andere kant van de wereld fietst, zit ik zelfs ’s nachts weleens voor de tv. Verder zijn er van die vage internetlinkjes waarop je koersen als de Ronde van Baskenland kunt volgen. Zit ik in Hilversum op de redactie de uitzending voor te bereiden en loopt in een hoekje van m’n computerscherm de koers mee. Meestal is de finish tussen vijf uur en halfzes. Komt precies goed uit, want om halfzeven begint m’n uitzending. En ik volg nauwgezet wat Robert doet op Strava, op die app kan ik precies zien wat je hebt gedaan tijdens trainingen. Maar toen je op trainingskamp was, kon ik niet altijd je hartslag en wattages aflezen. Hoe zit dat?” Robert: “Ik zet niet alles meer op Strava, Tijs.” Tijs: “Daar was ik al een beetje bang voor...” Robert: “Het liefst deel ik alles, ik heb niets te verbergen. Ik krijg ook vaak leuke reacties van mensen die me volgen op Strava. Mensen krijgen een goed inzicht van wat ik allemaal voor m’n sport moet doen en laten. Maar vanuit de ploeg is het me afgeraden, de concurrentie kijkt immers ook op Strava. We hebben veel geïnvesteerd in de trainingsaanpak en we proberen de trainingsvormen een beetje te beschermen.” Tijs: “Ik snap het, maar als fan vind ik het jammer.” Robert was twintig toen Tijs hem in het vizier kreeg. Het was 2007 toen hij zich als eerstejaars professional meteen liet gelden bij Rabobank. Tijs: “Ik was fan van Michael Boogerd, maar hij had zijn afscheid aangekondigd. Dus moest ik op zoek naar een nieuwe wielerheld. En die had ik dus snel gevonden. Als jonkie reed Robert meteen heel goede uitslagen. In z’n eerste grote ronde, de Vuelta van 2008, werd hij zevende. Toen wist ik: dit is ’m!” Robert knikt: “Het is snel gegaan, ja. Laatst wilde een jonge ploeggenoot weten hoe hij al die bidons het best in zijn shirt weg kon steken als hij water ging halen. Moest hij niet aan mij vragen, want ik mocht als jonge renner meteen die stap overslaan. Dat had ook te maken met het vacuüm dat er toen was binnen de Rabo-ploeg. Erik Dekker was gestopt, met Boogerd heb ik nog drie koersen gefietst; ik kreeg meteen de ruimte.” Tijs: “Het mooie van Robert is: als hij zich ergens op heeft gefocust en hij blijft gevrijwaard van pech, dan weet je dat hij ook goed meedoet. Daarom is het fijn om supporter van hem te zijn.” En als Robert niet goed rijdt, ben je dan chagrijnig? Lachend: “Als ik veel van hem verwacht en het komt er niet uit, dan kan ik flink balen, ja. Maar dat vind ik best idioot van mezelf. Ik bedoel, ik ben een man van 46, dan kun je toch ook normaal doen? Weet je wat er ook mee te maken heeft? Voor mijn werk voor radio en tv ben ik heel erg met politiek bezig en moet ik erg neutraal zijn. Ik kan nooit zeggen wat ik stem, moet heel erg terughoudend zijn en mag mijn emoties niet te veel tonen. Bij sport hoef ik me niet in te houden. Ik kan ongegeneerd Robert steunen, me als een kind gedragen. En dat doe ik dan ook een beetje.” Robert: “Het is niet altijd eenvoudig dat je, zeker in Nederland, zo goed bent als je laatste uitslag. Het is leuk om mensen als Tijs te spreken die de sport op de voet volgen, die er begrip voor hebben dat je ook maar een mens bent en dat het om welke reden dan ook af en toe even niet loopt. Dat is ook het mooie aan mijn kinderen, voor hen kan ik het niet verkeerd doen. Als ik terugkom van trainen, zegt mijn dochter Anne van vijf al: ‘Goed gedaan papa!’” Is het lastig om, zeker tijdens de Tour, publiek bezit te zijn? Robert: “Nou, het is zeker sinds de opkomst van social media niet altijd eenvoudig. Die constante stroom van informatie en meningen... Social media is een goede manier om de fans op de hoogte te stellen, maar de keerzijde merk ik ook soms. Neem Twitter. Dat is een makkelijke manier om iemand te bereiken die een bekende kop heeft. Dat herken jij vast ook wel.” Tijs: “Er zitten echte gekkies tussen. Ik blok niemand, maar als mensen anoniem heel nare dingen twitteren over me, denk ik: laat gaan.” Robert: “Dat is wel een gave, hoor. Ik heb heel veel moeite gehad om me daarvoor af te sluiten. Neem mijn eerste Tour, in 2009. Ik was 23 en moest door een valpartij uit de Tour stappen. De reacties luidden: ik kon de druk niet aan. Ik was zo’n beetje meteen afgeschreven. Daarna hadden mensen die ik nog nooit had ontmoet het op tv over mijn persoonlijkheid. Natuurlijk deed ik ook dingen fout, ik was soms misschien wat bot, of reageerde überhaupt niet. Maar om iemand meteen zo aan te pakken, vind ik ver gaan.” Tijs: “Een sporter is nog zo jong als hij in de schijnwerpers komt. Ik was 34 jaar toen ik Knevel & Van den Brink ging presenteren. Na de eerste uitzending peilde ik op internet de reacties... Het was net een open riool, de vreselijkste dingen werden over me geroepen. Weet je dat er van mij een necrologie in de krant heeft gestaan toen we stopten met het programma? Alsof ik dood was! Als je dat op je 23ste meemaakt, hakt het er nog veel harder in dan wanneer je wat ouder bent.” Robert: “Ik ging op een gegeven moment met een petje ver over mijn hoofd getrokken naar de supermarkt. Hoefde ik tenminste met veel minder mensen oogcontact te hebben. Ik wilde gewoon momenten van rust hebben. Dat ik met m’n gezin ben verhuisd naar Spanje heeft daar ook mee te maken gehad.” Tijs: “Dat herken ik. Als ik iets stoms had gedaan tijdens een uitzending deed ik de volgende dag liever geen boodschappen. Mensen beginnen tegen je te praten en daar heb je dan even helemaal geen zin in. Het is zo belangrijk dat je mensen om je heen hebt van wie je weet: wat ik ook doe, ze houden sowieso van me.” Van een topsporter is bekend dat het gezin ook offers moet brengen. Maar hoe is dat bij een presentator die dagelijks met z’n hoofd op tv is? “In de tijd van Knevel & Van den Brink was het niet handig om kleine kinderen te hebben. Ik moest tot ’s avonds laat werken en als ik uit bed kwam, waren de kinderen alweer naar school. Ik heb destijds vast laten leggen dat ik dat leven maar een aantal weken per jaar wilde leiden, vind het uiteindelijk belangrijker om een goede vader te zijn dan een goede presentator. Hoe doe jíj dat met het gezin?” Robert: “Ik ben natuurlijk veel van huis, maar er zijn ook weken dat ik Daisy en onze kinderen Anne van vijf en Bram van twee dagelijks zie. Ik breng Anne vaak naar school en daarna ga ik trainen. Morgen ga ik bijvoorbeeld naar haar school, geef ik een spreekbeurt. Het onderwerp is transport en ik vertel dan wat over fietsen, terwijl mijn Spaans nog niet zo heel goed is.” Tijs: “Maar hoe doe je dat als je weg bent?” Robert: “Dan probeer ik dagelijks te skypen, zo krijg ik wel alles mee wat er thuis gebeurt. Ik probeer het gezin heel erg bij mijn leven te betrekken. In april was ik twee weken op hoogtestage in Andorra. De kinderen hadden toen paasvakantie en zijn een paar dagen met me mee geweest.” Tijs nodigde Robert in het najaar van 2015 uit voor zijn radioprogramma Dit Is De Dag. Hij zat in een spagaat. Aan de ene kant is hij een objectieve journalist, maar tegelijkertijd kreeg hij iemand tegenover zich van wie hij fan is. Tijs: “Ik heb voor één keer een uitzondering gemaakt, vertelde aan het begin van de uitzending dat ik supporter ben van Robert. Ik vond dat ik het vooraf moest benoemen. Ik merkte dat mensen het niet erg vonden dat ik enthousiast was en een keer wat minder kritisch.” Robert: “Niet alles hoeft een scherp randje te hebben, toch?” Jij vertelde in die uitzending dat je geen fan bent van het geven van interviews. “Ik heb er geen probleem mee om over mezelf te praten, heb eigenlijk ook overal wel een mening over. Maar er was een tijd dat die media-aandacht van mij helemaal niet meer hoefde. De laatste jaren is iedereen veel positiever over me geworden en dan is het ook niet zo erg om m’n verhaal te doen. Misschien komt dat ook doordat ik mezelf iets anders opstel.” Tijs: “Het speelt waarschijnlijk ook mee dat je niet meer de enige Nederlandse renner bent die voor resultaten moet zorgen. Je hebt nu ook Tom Dumoulin, Steven Kruijswijk, Bauke Mollema en Wout Poels die zich laten zien in de grote ronden.” Robert: “Dat is zeker lekker. Het Nederlandse wielrennen staat er heel goed voor, anders dan in de eerste jaren dat ik prof was. Ik vind het trouwens erg jammer dat Wilco Kelderman bij ons is weggegaan. Intrinsiek vind ik hem de beste renner die we in Nederland hebben. Ik zag het als een heel mooie kans zijn mentor te zijn, om hem dingen mee te geven en hem te ondersteunen.” Tijs is voor zijn vak heel erg bezig met de toestand in de wereld. Let jij daarop? “Met de oudere jongens in de ploeg voeren we daar gesprekken over. Met een Amerikaanse ploeggenoot hebben we het over Donald Trump. Er gaat ook geen dag voorbij waarop ik het journaal niet heb gezien of nieuwssites heb bezocht, maar zo ver als Tijs ga ik daar niet in. Ieder ook zijn vak, natuurlijk.” Tijs: “Wat de situatie in de wereld betreft: ik heb mezelf ook aangeleerd om afstand te houden. De eerste oorlog die ik als journalist heel bewust meemaakte, was die in Kosovo. Ik vond het verschrikkelijk dat mensen elkaar zo naar het leven stonden, maar heb toen met mezelf afgesproken dat ik niet alles binnen kan laten komen. Dan houd je het niet vol.” Maken jullie je zorgen over de wereld waarin jullie kinderen opgroeien? Robert: “Natuurlijk hoop ik dat het allemaal een beetje relaxed blijft gaan. Maar wat kan ik er meer aan doen dan zorgen dat mijn vrouw en ik het goede voorbeeld proberen te geven voor onze kinderen?” Robert: ‘Ik geloof dat er meer is, hou me er ook aan vast dat ik pa ooit nog een keer terug zal zien Wie ervaart hoe intens Tijs het wielrennen volgt en weet hoeveel uren hij wekelijks doorbrengt op de fiets, denkt: het moet zijn droom zijn geweest om profwielrenner te worden. “Als kind was ik ook al geïnteresseerd in wielrennen. Ik herinner me de Tour van 1981, waarin Peter Winnen doorbrak en de etappe naar Alpe d’Huez won. Ik was elf, ging altijd bij de elektronicaketen Scheer & Foppen wielrennen kijken, want thuis hadden we geen televisie. Als tiener heb ik zelf gefietst, destijds won ik de ronde door mijn geboorteplaats Nijkerk. Dat was meteen het hoogtepunt in mijn wielercarrière. In 2010 ben ik weer gaan fietsen. Toen de Giro in Amsterdam startte, werd ik gegrepen. Of aan mij een groot wielrenner verloren is gegaan... Nou, vier jaar terug heb ik een harttest laten doen en daaruit kwam naar voren dat ik qua conditie bij de beste tien procent van mijn leeftijd hoorde. Ik vroeg of ik eigenlijk wielrenner had moeten worden. ‘Nee hoor,’ antwoordde de man die de test had afgenomen. Een hele opluchting!” Robert: “Ik volgde wielrennen als jochie niet heel fanatiek op tv, groeide op op de boerderij, was altijd bezig met de koeien of andere dingen die rond de boerderij moesten gebeuren. Aan sport deed ik niet veel. Ik heb een jaartje getennist, maar dat was niet veel. Toen ik een jaar of twaalf was, ging m’n vader fietsen. En ik besloot een keer met hem mee te gaan.” Wielrennen wordt een katholieke sport genoemd. Hoe werd er bij de familie Van den Brink naar wielrennen gekeken? “Mijn vader stond niet langs de kant toen ik de Ronde van Nijkerk won. En hij kwam ook niet kijken als ik op zaterdag moest voetballen. Hij zei niet letterlijk dat het met het geloof te maken had, maar ik vermoed dat hij wel een beetje bezorgd was dat ik te veel op zou gaan in de sport en te veel aan verering zou doen.” Robert: “Ik ben Nederlands-hervormd opgevoed, ben ook gedoopt. Mijn opa en ouders waren actief in de kerk, m’n vader zat in de grondcommissie van de kerk. Mijn ouders vonden het geen probleem dat ik op zondag ging fietsen. De liefde voor de fiets deelde ik ook met m’n vader, we fietsten geregeld samen.” Tijs, het geloof is op dit moment een reden om elkaar de hersens in te slaan in grote delen van de wereld. Hoe kijk jij daarnaar? “De hele opkomst van de radicale islam is voor niemand leuk. Voor moslims niet omdat zij erop worden aangekeken, maar ook niet voor christe- nen. Ik merk dat mensen steeds kritischer worden over religie in het algemeen. Dat komt doordat er op verschillende plekken in de wereld van die gekken aanslagen plegen. Ineens zijn er dan stemmen dat het bijzonder onderwijs moet worden afgeschaft, omdat ‘religie alleen maar kwaad voortbrengt’. Ik vind van niet, denk dat religie het beste en het slechtste in mensen naar boven kan halen. Voor mij is geloof een heel positieve kracht, maar ik zie ook wel dat het een katalysator kan zijn voor slecht gedrag.” Ben jij nog gelovig, Robert? “Ik ga niet vaak naar de kerk, maar probeer wel als een goed christen te leven. Ik geloof dat er meer is, hou me er ook aan vast dat ik pa ooit nog een keer terug zal zien.” Tijs: “Ja? Jij verwacht je vader terug te zien?” Robert: “Dat lijkt me wel een mooi idee. Ik wil dat graag geloven. Mijn zus en moeder hebben dat ook.” Tijs: “Dat is toch ook een heel mooie gedachte?” De vader van Robert overleed op 23 oktober 2010 aan de verwondingen die hij dertien dagen eerder had opgelopen tijdens een toertocht voor mountainbikers in Zuid-Limburg. “Voor mij is deze plek ook erg beladen,” zegt Robert over het Van der Valk in Maastricht, “dit is altijd een rare plek om terug te komen. Mijn vader lag hier in Maastricht in het ziekenhuis en wij zaten toen in dit hotel.” De dood van zijn vader, een operatie die in april 2014 noodzakelijk was om hartritmestoornissen te verhelpen, ernstige complicaties toen Daisy in verwachting was van Bram en die Robert noop- ten om in 2014 de Vuelta halsoverkop te verlaten, zijn zoontje die begin 2015 met spoed moest worden opgenomen in het ziekenhuis toen hij zes weken oud was; Robert had de laatste jaren heel wat meer aan zijn hoofd dan alleen de fiets. Zijn leven is nu in rustiger vaarwater terecht- gekomen, ook al is fysiek ongemak nooit ver weg als wielrenner. Neem de valpartij in de Ronde van Zwitserland van vorig jaar die hem zijn deelname aan de Tour kostte. Dit jaar keert hij terug in de Ronde van Frankrijk, waarin hij tijdens zijn laatste deelname, twee jaar geleden, knap zesde werd. Maar een goed klassement rijden is geen doel dit jaar, Robert gaat voor een ritzege. Want etappewinst in de Tour ontbreekt nog op zijn palmares. “Het zou mijn carrière nog wat meer glans geven als dat lukt.” In de Vuelta van vorig jaar liet Robert het klassement voor wat het was om zich volledig te focussen op etappewinst. In Spanje had de nieuwe aanpak meteen succes: hij won de koninginnenrit in de Vuelta, maar werd ook nog tweede, derde en vijfde in etappes. “Het is een andere manier van koersen dan ik gewend was. Ik heb het mezelf vanaf m’n eerste jaar als prof aangeleerd voor het klassement te rijden. Daardoor ging ik veilig denken. Ik was voortdurend bezig om geen tijd te verliezen, zat voortdurend te rekenen op de fiets. Dat vormt je als renner. Zonder die klassementsambities kan ik weer aanvallender koersen, dat vind ik veel mooier en ik heb al gemerkt dat mensen dat ook mooi vinden.” Tijs: “In de Vuelta was je vaak mee in ontsnappingen. Is wielrennen leuker nu je het klassement los kunt laten om voor dagsucces te gaan?” Robert: “Winnen blijft iets heel aparts, ik ben immers niet iemand die al heel vaak iets heeft gewonnen. Dat maakt het des te specialer.” Tijs: “Beleefde je meer plezier aan de Vuelta waarin je voor ritzeges ging, dan aan de Tour van twee jaar terug waarin je zesde werd?” Robert: “Moeilijk te vergelijken. Ik haalde ook veel voldoening uit mijn zesde plek in de Tour van twee jaar terug. Ik liep zo trots als een pauw door Parijs. Er waren er maar vijf beter dan ik.” Renners die voor ritzeges gaan in de bergen zie je geregeld de ene dag op grote achterstand binnenkomen om krachten te sparen om de vol- gende dag in de kopgroep te zitten. Het is een strategie die we van Robert deze Tour waarschijnlijk ook kunnen verwachten. Tijs: “Kun jij dat, in de bus zitten? Dat is toch heel erg saai, man? Lijkt me erg. Al snap ik natuurlijk het doel wel.” Robert: “Ik kijk er ook niet naar uit om in de bus te rijden. Maar het is dé manier om krachten te sparen voor de volgende dag. Trouwens, elke dag mezelf leegrijden als klassementsrenner is ook niet altijd alles. En dan komt daar nog de stress bij kijken van het rijden van een goed klassement. Het is ook wel een goede zet om voor deze aanpak te kiezen in de Tour, met het oog op de rest van het seizoen. Als je in de Tour voor het klassement gaat, ben je daarna wel even klaar. Tenminste, bij mij was dat wel elke keer het geval.” Tijs: “O, dat is mooi. Dan ga je dus voor een ritzege in de Tour. Of twee! En dan kun je daarna in de Vuelta voor het podium gaan als klasse- mentsrenner. Kan dat?” Robert: “Ja, dat is mogelijk. Ik denk zelfs dat de kans op een goed klassement in Spanje groter is door deze aanpak in de Tour. Maar het staat nog niet vast dat ik in de Vuelta voor het klassement zal gaan, dat moet tijdens en vlak na de Tour duidelijk worden.” Tijs: ‘Ik wil ook nog graag de politiek in. Daarvoor moeten mijn kinderen nog wat ouder zijn' Robert is 31, kan zich nog geen leven zonder de fiets voorstellen. Hoe zit dat bij jou, Tijs? Tijs: “Ik weet niet of ik het werk wat ik nu doe tot m’n 65ste blijf doen. Ik heb, vergelijkbaar met Robert, in het begin van m’n journalistieke carrière al heel veel mooie dingen mogen doen. Ik heb een latenight-talkshow gepresenteerd, kreeg al op m’n 34ste die kans. De tijd van Knevel & Van den Brink is nu voorbij, ik vind m’n werk nog steeds heel erg leuk, maar ik wil zelf ook nog graag de politiek in. Daarvoor moeten mijn kinderen nog wat ouder zijn. Omdat je als je in de politiek zit helemaal niet weet wanneer je thuiskomt.” Robert: “Ik weet nu al dat het voor mij heel moeilijk zal worden als ik geen wielrenner meer ben.” Tijs: “In ons interview van twee jaar terug, vertelde je dat je nog wel zeven jaar door wilde.” Robert: “Dat is niet veranderd, ik wil nog altijd door tot m’n 35 of 36ste.” Tijs: “Mooi zo! Maar ga je tot die tijd wel weer gewoon alle informatie met mij delen op Strava? Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Wielrennen

Wout Poels: Gewoon Wout

Het leven lacht Wout Poels toe. Een nieuwe liefde en een [...]
Het leven lacht Wout Poels toe. Een nieuwe liefde en een sportieve doorbraak met een emotionele zege in Luik-Bastenaken-Luik. Deze zomer wil hij schitteren in de Tour de France naast Chris Froome en op jacht gaan naar olympisch goud in Rio. “Ik merk dat ik een hoge gunfactor heb.” Sinds kort heb ik een Engelse vriendin. Meteen na de overwinning in Luik ben ik de drukte ontvlucht en naar haar toegegaan. Of zij het geheim achter die overwinning is, weet ik niet. Een gezonde thuissituatie is wel een belangrijke basis om goed te presteren op de fiets. Als thuis alles onder controle is, is dat voor een sporter relaxed en goed. Je voelt je een stuk beter. Hard trainen en er echt voor leven is het belangrijkste, maar misschien helpt verliefdheid ook. Ik vind het belangrijk dat ik alles onder controle heb. Ik ben geen controlfreak, maar ik vind het wel fijn om alles netjes op orde te hebben. Kleine dingen ook, zoals het op tijd betalen van rekeningen. Dat geeft me een fijn gevoel. Ik heb geen vaste rituelen of bijgeloof. Mijn fiets moet wel altijd schoon zijn. Andere coureurs maakt het helemaal geen bal uit hoe hun fiets eruitziet. Bij mij wel. Ik vind mijn rust verder op de fiets en kan eindeloos genieten als ik hier in Noord-Limburg met muziek van Guus Meeuwis, Rowwen Hèze of De Toppers op de koptelefoon rondfiets. Van Nederlandstalige muziek ben ik echt fan.” 'Hard trainen en er echt voor leven is het belangrijkste, maar misschien helpt verliefdheid ook' Servais Knaven 'Wout Poels is de perfecte knecht, maar ook de perfecte kopman en sfeermaker. De ideale persoon om in je groep te hebben.' “Dat is zoals ik ben. Gewoon Wout. Ik speel geen rol. Ik vind het fijn om mezelf te zijn in een ploeg. Dat kan bij Team Sky. Blijkbaar hadden ze daar behoefte aan. Het is allemaal supergoed geregeld bij die ploeg, maar je moet soms ook even kunnen dollen. Je bent zo vaak met elkaar op pad, het moet wel gezellig zijn. Vind ik belangrijk. Voor de start van de Amstel Gold Race vind ik het plezierig om nog even op een terras voor de bus koffie te drinken met vrienden en familie. Wat de anderen van de ploeg daarvan vinden is niet iets waar ik bij stil sta. Wat heel mooi was, was die ontlading in onze bus toen ik na Luik-Bastenaken-Luik binnenkwam. Iedereen ging los. Schreeuwen. Champagne. Mijn ploeggenoten moesten lang wachten, omdat ik na de huldiging al die verplichte dingen nog had. De persconferentie, dopingcontrole. Ze moesten allemaal nog met de teambus naar het vliegveld en hebben hun vlucht gemist. Maar of we een vriendenploeg zijn, ik weet het niet. Voor mijn echte vrienden ga ik terug naar Blitterswijck, daar liggen mijn roots. Ik kan het wel goed vinden met de meeste collega’s, maar thuis is Noord-Limburg. Ik hoef niet zoals de meeste collega’s een huis in Monaco. Nu nog niet tenminste. Ben nog te veel gehecht aan de wereld hier. Monaco kan altijd nog. Ik moet wel gelukkig zijn en waar ik woon, speelt daarin een belangrijke rol. Ik heb hierachter het dorpscafé op de basisschool gezeten. Als ik van het vliegveld terug naar huis rij en ik zie de borden ‘Venray’ dan denk ik: ik ben bijna thuis.” Stef Clement @Wout Poels schrijft geschiedenis. @Liegebas-Tognel en snoert daarmee hopelijk voorgoed 'generatie-vroeger-was-alles-better' de mond.‘ “Daar ben ik het helemaal mee eens. Vroeger was het allemaal anders. De sport en de top zijn nu veel breder. Het is veel moeilijker om te winnen tegenwoordig. Ik denk vaak: laat ze maar lullen, joh. Ik heb weleens dagen dat ik denk: moet dat nou allemaal gezegd worden? Waarom allemaal zo negatief? Mag het eens wat positiever? Die negatieve kant opzoeken, is heel makkelijk. Als je altijd maar negatief bent, mag je eigenlijk ook niet tevreden zijn met een vierde plek bij de Waalse Pijl. Dan zeggen ze: ‘Alleen winnen telt.’ Dat is bij voetbal makkelijk: je wint, verliest of speelt gelijk. In het wielrennen is dat met veel coureurs en een veel bredere top dan dertig jaar geleden veel moeilijker geworden.” Chris Froome 'Poels heeft het vorig jaar in de Tour fantastisch gedaan. Hij was de laatste die bij me was in de bergen. Hij is een geweldige jongen en we delen een kamer. Als kamergenoot is hij vreselijk met zijn Nederlandstalige muziek.'  “Soms komt Chris binnen en dan heb ik Guus Meeuwis opstaan. Froome heeft roots in Zuid-Afrika en spreekt en verstaat een beetje Nederlands. We zijn totaal verschillende types, maar daarom klikken we misschien wel zo goed. Alleen in de Tour delen we geen kamer, dan hebben we eigen kamers. Maar in etappekoersen als de Dauphiné liggen we samen. Dan hebben we het vaak over de koers. Hoe ging het die dag? Wat moet beter? Of we maken een plan voor de volgende dag. Chris weet altijd heel goed waar hij mee bezig is. Hij wil presteren in de Tour, daar draait alles om. Of het gezellig is met hem op een kamer? Op zich wel, hoor. Ik laat hem weleens toffe video’s van Dumpert of Facebook zien, dan moet hij altijd vreselijk lachen. Soms is het heel rustig op de kamer, zijn we allebei moe. Dan praten we even en vallen vervolgens in slaap. Ik heb hem eigenlijk goed leren kennen toen hij me begin vorig jaar ineens uitnodigde om mee op trainingskamp te gaan naar Zuid-Afrika. Toen leerde ik wat een vedette moet doen om in vorm te komen. Een zwaar regiem. Iedere ochtend om vijf uur opstaan, een uur of zes trainen, masseren, eten, stabiliteitsoefeningen en weer slapen.” 'Heel makkelijk om te zeggen dat ik voor het klassement moet gaan, maar dat is echt wat anders' 'Wout Poels is een onmisbare schakel bij Team Sky.' “Onmisbaar ben ik niet, denk ik. Ik weet wel dat ik een belangrijke schakel ben, dat komt ook omdat ik nu in een perfecte ploeg zit. Hoogtestages, vluchten met extra beenruimte; als ik wat nodig heb, hoef ik maar te bellen en het is geregeld. Veel ploegen huren twintig kamers in een hotel af, Sky huurt het hele hotel. Zodat alleen wij erin zitten en we meer op ons gemak zijn. Geen vervelende toeristen om je heen. Heerlijk. Het is prettig dat we dan wat langer in de lobby kunnen zitten ’s avonds. Anders zit ik vaak op m’n kamer. Ze willen bij Team Sky altijd beter. Fietsen, kleding, tijdritpakken; ze zijn altijd op zoek naar het beste en het snelste. Het is een beetje te vergelijken met de Formule 1. In die sport zijn ze ook alleen maar bezig met dingen te verbeteren. Als je niet verbetert, sta je stil. Dat is bij ons ook.” Michel Cornelisse 'Ik ken niemand die een hekel aan Wout heeft. Iedereen houdt van hem.' ' “Ik hoop het, dat maakt het wat makkelijker. Ik merk wel dat ik een hoge gunfactor heb. Als ik goed rijd, lees ik altijd veel positieve reacties. Ook van collega’s. Ik heb vrij snel in de gaten als iemand mij probeert te naaien. Dan flik ik hem wat terug. Ik zou niet snel streken uithalen. Als iemand lek rijdt, zou ik niet demarreren. Zo zit ik niet in elkaar.” 'Ik heb Froome bij hem zien lossen. Binnen één of twee jaar gaat Wout voor het klassement in de Tour.' “Hij is lekker positief! Zolang ik met Chris in de ploeg zit en hij de Tour rijdt, zie ik dat niet snel gebeuren. Ik heb het er nooit over gehad om Froome op te volgen. Chris gaat nog wel even mee, denk ik. Of ik ongeduldig word? Ik ben 28, maar heb nog nooit top tien in een grote ronde gereden. Als ik in 2012 niet zo hard was gevallen, was het misschien wel anders geweest. Die val kostte me bijna mijn carrière en zette me op achterstand. Minstens twee jaar. Af en toe word ik weleens ongeduldig. Ik zou graag in de Giro of de Vuelta voor het klassement willen gaan. Als kopman. Wanneer ze zeggen dat dat dit jaar nog niet gaat, kan ik me daar wel bij neerleggen. Als ik stop en ik kijk terug, dan had ik misschien voor een andere ploeg moeten gaan als ik als kopman had willen schitteren. Maar aan de andere kant heb ik met Team Sky wel Luik-Bastenaken-Luik gewonnen.” Hilaire van der Schueren 'Als ik zijn manager zou zijn, dan zorgde ik er wel voor dat Wout niet meer voor Chris Froome hoefde te knechten.' “Ik moet zeggen dat ik uit dat knechten voor Chris heel veel voldoening haal. Wat ik vorig jaar in de Tour heb gedaan, was erg mooi. Daar kijk ik nog altijd met veel plezier op terug. Ik had niet verwacht dat ik zo kon genieten van het knechten voor een kopman. Het feit dat Chris de Tour won en ik goed werk heb geleverd, doet me goed. Het wordt gewaardeerd. Natuurlijk is het heel makkelijk om te zeggen dat ik voor het klassement moet gaan, maar dat is echt nog wel wat anders. Ik kon afgelopen jaar nog af en toe snipperdagen pakken in de bergen. Hij niet. Het is een heel andere manier van koersen. Ik ben altijd erg realistisch. Om de Giro te winnen, moet je wel wat in huis hebben. Tom Dumoulin die het goed doet in de Vuelta. Ik in de Tour. Steven Kruijswijk die bijna de Giro wint. Wat dat betreft gaat het goed met het Nederlandse wielrennen. Het laat zien dat we veel goede renners in huis hebben. Voor klassementen en voor klassiekers. Hoewel we allebei Limburgers zijn, heb ik geen speciale band met Tom Dumoulin. Ik maak weleens een praatje met hem. Ik vind het mooi als hij goed rijdt. Maar we zijn geen vrienden of zo. Eigenlijk ben ik alleen goed bevriend met Reinier Honig van Roompot-Oranje Peloton en met Pim Ligthart van Lotto-Soudal. Dan houdt het wel snel op. Met Niki Terpstra kan ik ook goed. Met hen heb ik vaker contact dan gemiddeld.” Johan Lammerts 'De overwinning in Luik-Bastenaken-Luik zegt wel iets over Rio.' “Eerst maakten de Spelen me niet zoveel uit. In het wielrennen heb je zoveel meer. Het WK, de Tour. Dat zijn de highlights. Maar ik dacht: de Spelen wil ik toch een keer hebben meegemaakt. Het is iets wat in Nederland erg leeft. Als je een medaille wint, vindt iedereen dat supermooi. Maar het is niet dat je zegt, als je begint met wielrennen: ‘Ik wil naar de Olympische Spelen.’ Dat beeld verschuift wel steeds meer overigens. Ik ken het parcours in Rio van de video, ben er nog niet geweest. Het gaat een slijtageslag worden. Je rijdt met een kleine ploeg, krijgt daardoor een heel andere koers. Er zijn toch landen die voor spek en bonen meerijden, vanwege de olympische gedachte en dat heeft ook invloed op de wegwedstrijd. Prachtig allemaal, maar aan de andere kant is het jammer dat er zoveel goede renners niet kunnen rijden. Als je het aanpast – minder landen, maar wel grotere teams – dan ga je eigenlijk een beetje tegen de olympische gedachte in. Dan stijgt het aanzien wél, denk ik. Het is qua parcours een soort Luik-Bastena- ken-Luik, maar wel met dertig graden, hoop ik. En geen sneeuw. Ik kan goed tegen de hitte. In de Tour ben ik altijd wel goed. Niet zo lang geleden heb ik nog een koers in Abu Dhabi gereden, na tien minuten was je een warme theezak. Zo warm was het daar. Daar werd ik derde in het klassement. En derde in een rit bergop. Ik zou die rit eigenlijk winnen, maar ik viel in de laatste bocht. Ook in de tijdrit kan ik met de besten mee. Ik won dit seizoen de tijdrit in Valencia voor wereldkampioen Vasil Kiryienka. Ik heb geen echte olympische helden. Daar ben ik door de jaren heen nooit zo mee bezig geweest. Ik had geen posters van andere helden op mijn kamer of idolen. Toen ik fietsen begon te volgen, was het het Lance Armstrong-tijdperk. Tegen hem keek iedereen op. Ik kan nu wel zeggen dat het niet zo was, maar dat was wel zo. Hij won even zeven keer op rij de Tour de France. Dat is wel wat. Ik was dertien en tot ik twintig was, won hij vrijwel ieder jaar de Tour. Indrukwekkend.” Erik Dijkstra 'Ik moest ineens heel erg aan je moeder denken toen ik je zag winnen.' “Erik is een paar keer bij ons thuis geweest voor zijn programma Bureau Sport. Ik begreep meteen wat hij bedoelde. Mijn moeder heeft zware jaren achter de rug door het overlijden van mijn vader en door mijn zware val in de Tour van 2012. Het was toen echt de vraag of en hoe ik zou herstellen. Toen ik over de finish kwam in Luik, heb ik niet meteen aan mijn moeder gedacht. Er kwam zoveel op mij af. Ik werd geleefd, kon bijna niet zelf bepalen met wie ik wel en niet mocht praten. Van het ene interview naar het andere. Mijn status was ineens veranderd. Mam was supertrots. Dat zijn mooie momenten. Daar werk ik zo hard voor. Zo’n val, daar kiest mijn ma ook niet voor om dat allemaal mee te maken. Achter die val had ik zelf al een lange periode een punt gezet, maar voor het grote publiek bleef toch dat drama aan me kleven. Bij de naam Poels dachten ze vaak aan die valpartij. Nu gelukkig ook aan die overwinning in Luik. Voor mij was het mooiste moment toen ik na afloop alleen in mijn auto zat. Ik zag dat ik 290 WhatsAppberichten had, maar begon meteen te bellen met familie en vrienden. In m’n eentje terug naar huis, naar Blitterswijck, waar de pastoor klaar stond om zes keer de klok te luiden. Ik vergat meteen alle opwinding van de uren na de finish weer. Toen ik terugkwam in Blitterswijck was ik simpelweg gelukkig. Zeker toen in het plaatselijk café m’n vrienden klaarstonden met een pilsje.” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.