Word abonnee

Voetbal

Voetbal

Robin van Persie: ‘We zijn echt maatjes’

Robin van Persie nam een jaar geleden afscheid. [...]
Robin van Persie nam een jaar geleden afscheid. Samen met zijn echtgenote Bouchra blikt hij terug op zijn carrière, die zij samen zo intens hebben beleefd. Een gesprek over liefde, racisme, Louis van Gaal, Arjen Robben, spanning, Oranje en de toekomst en zijn wens om te eindigen waar het begon: bij Feyenoord. Feyenoord Het was de wens van Robin van Persie ‘de cirkel rond te maken’; terugkeren bij de club waar hij in 2001 zijn profcarriere begon. Na tweeënhalf jaar Fenerbahçe liet hij in januari 2018 zijn contract ontbinden om terug te kunnen keren bij Feyenoord. Na veertien jaar in het buitenand was het bovendien een mooi moment om met zijn vrouw Bouchra, zoon Shaqueel en dochter Dina huiswaarts te keren. Bouchra: “Robin raakte in Turkije een beetje op een zijspoor in dat laatste seizoen. In die periode was hij veel aan het bellen met trainer Giovanni van Bronckhorst. Hij zei mij niet wat hij precies wilde, riep alleen: 'Ik heb Gio weer gesproken.’ Dat was zijn manier om mij een beetje te peilen. Na een paar keer zei ik: volgens mij wil je gewoon terug naar Feyenoord, doe het gewoon, wat heb je te verliezen?” Robin: “Klopt, maar ik vond alleen de deal die Feyenoord me voorschotelde een beetje karig. En dan heb ik het absoluut niet over geld. Al hadden ze me een fruitmand gegeven, dan was ik ook gekomen. Ik wilde alleen meer tijd, want ik had bij Fenerbahçe weinig gespeeld, moest van ver komen. Het enige waar ik technisch directeur Martin van Geel om vroeg was een contract voor anderhalf jaar, maar ik kon alleen een contract van vier maanden krijgen, dus voor de rest van dat seizoen. Ik heb echt getwijfeld of ik dat moest tekenen en of we terug moesten gaan. Als ik iets oploop in die vier maanden, dan is het meteen voorbij en sluit ik mijn carrière niet met een positief gevoel af. Ik voelde zoveel twijfels. Bouch sprak toen op me in.” Bouchra: “Jij zei dat je naar Feyenoord wilde. Onze zoon Shaqueel wilde ook graag in de jeugd bij Feyenoord voetballen. En ik vond het na veertien jaar in het buitenland ook een mooi moment om terug te keren naar Nederland. Ik zei: als het niks wordt en het na vier maanden voorbij is, dan zijn we in elk geval thuis.” Bouchra: 'Robin vertelt het als hij iets heeft gedaan in het huishouden en geeft zichzelf dan een compliment: 'Heb je de vaatwasser gezien? Die heb ik uitgeruimd'' Robin: “Dus we gingen, maar wat de mensen niet wisten was dat ik maar een contract van vier maanden had, dat ik me op het einde van mijn carriere weer moest bewijzen. Ik nam alle risico en daardoor voelde ik toch meteen weer druk. Terwijl ik juist voor het plezier terug wilde keren bij Feyenoord.” Waarom gaf Van Geel je dat contract voor anderhalf jaar niet? Robin, lachend: “Hij kreeg dat er niet doorheen.....Bizar natuurlijk. Maar in die vier maanden ging het gelukkig goed. We wonnen de beker. Het ging zo goed dat Feyenoord vroeg of ik alsjeblieft nog een jaar wilde blijven. Zo eindigde mijn carriere toch zoals ik had gehoopt.” Kriebels Robin begint meteen te lachen als hij terugdenkt aan de eer­ ste ontmoeting met Bouchra. “Bouch had haar pyjama aan!” De topscorer aller tijden van het Nederlands elftal kijkt glunderend opzij naar zijn vrouw als hij het zegt. “Ik was in de auto gesprongen, moest snel nog even iets afgeven,” verklaart Bouchra. Robin gaat er even goed voor zitten in Hotel New York. Enthousiast begint hij te vertellen. “Ik had al over Bouch gehoord van een gezamenlijke vriend, die destijds bij haar in de klas zat. Hij zei tegen mij: ‘Zij is echt helemaal jouw type.’ En het volgende dat hij zei was: ‘Maar vergeet het verder maar, want Bouchra is helemaal out of your league.’ Een paar weken nadat hij dat had gezegd, zaten we samen in de auto. En ja hoor, Bouchra kwam toevallig voorbij. ‘Dat is haar nou,’ zei hij. Ik riep meteen: er achteraan!” Bouchra: “Ineens stopte Robin voor m’n neus. Stond ik daar dus in m’n pyjama...” Robin: “Nadat we elkaar heel kort hadden gesproken, stapten we weer in de auto. Die vriend vroeg: ‘En?’ Ik antwoordde: wat een topper! Nou, en nu zitten we hier bijna negentien jaar later samen tegenover jullie.” Wat vind je zo leuk aan haar? Bouchra, lachend: “Heb je een half uurtje?” Robin: “Heel veel vind ik leuk aan Bouch. Ik vind haar sowieso heel erg knap. Ze is echt, puur, eerlijk, superbehulpzaam en een fantastische moeder. Alles wat ik in een vrouw zoek, heeft zij. Ik kan met haar lachen en huilen.” Bouchra: “We hebben samen zoveel meegemaakt, hebben zo’n hechte band.” Robin: “Als ik denk aan de beginjaren: dat was pure passie. We voelden meteen dat het goed zat, wilden gewoon samen zijn. De verliefdheid van toen is overgegaan in houden van, maar wat ik vanbinnen voel als ik Bouch zie, is nooit veranderd.” Bouchra: “Dat verliefde gevoel komt met fases terug. Als jij iets liefs doet, dan is dat er meteen weer. Of als ik hem met onze kinderen Shaqueel en Dina om zie gaan; zo mooi. Daar kan niets tegenop.” Robin: “Als ik jou zie shinen, dan voel ik meteen weer kriebels. Bouch heeft door de jaren zo vaak aan mij en de kinderen gedacht; nu is het tijd dat ze meer aan zichzelf denkt.” Bouchra: “Het mooie aan Robin is: hij zegt dit ook gewoon als we met z’n tweeën zijn. Dat hij zo puur is, vind ik zo mooi aan hem. Robin heeft zo’n goed hart. Daarnaast is hij ook nog eens slim en knap. We zijn echt maatjes.” Robin: “Soms zitten we urenlang te kletsen aan de keukentafel. Dat vind ik echt qualitytime. We zijn geen stel dat elke avond om zeven uur met de pantoffeltjes aan op de bank zit om een serie te kijken. Het is wel gebeurd dat we in een restaurant zaten en we een ouder stel zagen dat een half uur lang zonder iets te zeggen voor zich uit zat te staren. We zeiden tegen elkaar: komt er een dag dat wij elkaar niets meer te melden zullen hebben? We blijven altijd praten, vinden het niet erg om onze gevoelens uit te spreken; dat is onze kracht. Ook kunnen we het met elkaar oneens zijn, staan allebei voor onze mening en kunnen best pittig en direct zijn. Maar ook dan lukt het ons terug te grijpen naar dat gevoel van per se samen willen zijn.” Wat is jouw grootste ergernis aan Robin? Robin, lachend: “O jee.” Bouchra: “Nou... dat hij soms zo slordig is. Ook in zijn afspra­ken. Dan roep ik: zet het nou in de agenda!” Robin: “Bouch is heel erg van de structuur. Dat wil ik, nu ik ben gestopt met voetbal, juist niet. Ik wil even genieten van die vrijheid. Ik zie wel hoe de dag verloopt. Er zijn wel een paar vaste punten, zoals de kinderen van school halen en met Shaqueel naar voetbal en met Dina naar paardrijden. Maar daaromheen wil ik vrij kunnen bewegen. En ja, het kan gebeu­ ren dat ik iemand tegenkom, waardoor ik later thuis ben. Dan loopt jouw schema in de soep.” Bouchra: “Maar ik vind ook dat je letterlijk slordig bent. Robin sport nog steeds veel. Vroeger bleef de vuile kleding achter bij de club.” Robin, lachend: “De spullen en ook het zand neem ik tegen­ woordig mee naar huis.” Bouchra: “Ik zie een spoor door het huis lopen van alle activiteiten die Robin die dag heeft gedaan. Eerst kom ik z’n tennisschoenen en outfit tegen, daarna zijn hardloopspullen, vervolgens voetbalkleding. Overal ligt wat.” Robin: 'In de laatste fase van mijn loopbaan koos ik er voor om een bal af te spelen. Dan dacht ik: leuk voor Steven Berghuis of Jens Toornstra als zij scoren' Robin: “Ik geef altijd Shaqueel de schuld.” Bouchra, lachend: “Sinds wanneer heeft Shaqueel maatje 44?” Robin: “Maar als je op één dag eerst een bruggenloop doet, daarna padel speelt en vervolgens nog een potje gaat voetbal­len, heb je telkens andere schoenen en kleding nodig...” Bouchra: “Het bed opmaken is ook een ergernis, trouwens. Dat je dat niet doet, bedoel ik dan.” Robin: “We gaan er ’s avonds toch weer in liggen?” Bouchra, lachend: “O, dan kan ik het bed ook net zo goed niet meer verschonen!” Robin: “Ja, wel verschonen... Maar van elke dag het bed opma­ ken, zie ik het nut niet zo in.” Bouchra: “Maar het kromme is dat jij weleens hebt toegegeven dat je het lekker vindt als het bed helemaal strak is opgemaakt en de kussens goed liggen.” Robin: “Dat is waar.” Bouchra: “Nou, ik vind dat ook fijn. Dit zijn dus die discussies die we soms hebben.” Robin, lachend: “In coronatijd heb ik mezelf een nieuwe naam gegeven: niet papa, maar mapa. Mapa doet de was. O nee, niet de was... Maar mapa ruimt wel de vaatwasser uit.” Bouchra, lachend: “Nog zoiets! Robin vertelt het altijd als hij iets heeft gedaan in het huishouden en geeft zichzelf dan ook nog eens een compliment. Dan roept hij: ‘Heb je de vaatwas­ ser gezien? Die heb ik al uitge­ruimd.’” Robin, gierend: “Daarna zeg ik: Bouch, als je de kattenbak wil verschonen... Dat hoeft dus niet meer, want dat heb ik ook al gedaan.” Bouchra: “Moet ik ook telkens gaan benoemen wat ik allemaal heb gedaan?” Erger jij je ook weleens ergens aan bij Bouchra? Robin: “Ehhh...” Bouchra, lachend: “Dat kan niet.” Robin, glimlachend: “Nee, ik erger me nergens aan bij Bouchra. Hooguit aan een paar kleine dingetjes...” Bouchra: ''Ik weet al waar jij je aan ergert bij mij. Mijn eerste antwoord op een voorstel van jou luidt te vaak: 'nee'. Robin: ''Ik heb soms een spontaan idee...'' Bouchra: ''Jij bent zo impulsief'.'' Robin: ''Dat is mannen eigen, denk ik. Als ik een idee heb, wil ik dat meteen uitvoeren. Ik wil eigenlijk dat jij zegt: 'Wat een goed idee heb jij!''' Helden Magazine 53 Het eerste gedeelte van het verhaal van Robin en Bouchra van Persie komt voort uit Helden Magazine nummer 53. In de 53ste editie verbindt niet alleen het zwemmen Femke Heemskerk, Kira Toussaint en Ranomi Kromowidjojo, maar ook het feit dat ze alle drie bijna gelijktijdig ten huwelijk zijn gevraagd. Daarnaast vertellen Joël en Naomi Veltman hoe zij er in goede en slechte tijden voor elkaar zijn, laat Guus Hiddink zijn licht schijnen over de rentree van Arjen Robben, Oranje en racisme én schittert aanstaande moeder Stefanie van der Gragt in de rubriek ‘Leeuwinnen in het Rijks.’ Verder in de 53ste editie van Helden spraken we met ploeggenoten met hetzelfde doel: Tom Dumoulin en Primoz Roglic. Blikten we met Laurens ten Dam terug op zijn loopbaan én vertelt Lorena Wiebes openhartig over de drugsverslaving van haar broer en hoeveel impact dat op haar en het gezin heeft gehad. Ook ging Helden langs bij de familie van den Goorbergh. Zonta van den Goorbergh wil in de voetsporen van zijn vader, oud-MotoGP-coureur Jurgen van den Goorberght, treden. De pas vijftienjarige Keet Oldenbeuving werd in 2019 Europees kampioen en won de NOC*NSF Young Talent Award. Theo Lucius voelt vijftien jaar na het mislopen van de Champions League-finale nog steeds de kater.Victoria Koblenko ging langs bij oud-voetballer Bryan Roy én Tessie Savelkouls raakte op 9 februari dit jaar zwaar geblesseerd, de kans dat ze ooit nog kan judoën is klein. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Stefanie van der Gragt: Het huisgezin van Oranje

Stefanie van der Gragt (27) is een van de vaste [...]
Stefanie van der Gragt (27) is een van de vaste verdedigers van Oranje. Na een avontuur bij FC Barcelona keerde ze deze zomer terug bij Ajax. In november verwacht ze met haar vriendin haar eerste kindje. We nodigden de aanstaande moeder uit in het Rijksmuseum voor de serie Leeuwinnen in het Rijks en stonden stil bij Het vrolijke huisgezin van Jan Steen. “Is dit een beetje jouw toekomstbeeld?” vraagt rondleidster Josephina de Fouw aan Stefanie van der Gragt, terwijl ze voor Het vrolijke huisgezin staan, het bekende werk uit 1668 dat een typisch ‘huishouden van Jan Steen’ voorstelt. “Ja, dit zou best ons gezin kunnen zijn,” grapt Stefanie en ze kijkt naar haar zwangere vriendin Maryze Borst, die is meegekomen voor onze rondleiding in het Rijksmuseum en hoofdschuddend teruglacht. Josephina legt uit: “We zien een chaotisch en gezellig huishouden. Links aan tafel de vader, die lekker aan het drinken is. De moeder en grootmoeder zijn aan het zingen. Maar als je beter kijkt, zie je dingen die niet helemaal stroken met onze opvattingen over de opvoeding van kinderen. Het jongetje in de vensterbank heeft zijn trompet verruild voor een pijp. Twee andere kinderen roken ook pijp. Weer een andere jongen heeft zijn voet op tafel en de twee jonge kinderen vooraan drinken wijn. Jan Steen heeft zichzelf trouwens ook afgebeeld, dat deed hij wel vaker. Het getuigt van zelfspot van de schilder, want hij speelt op een doedelzak, het muziekinstrument van de dwazen. Het schilderij was eigenlijk een waarschuwing van Jan Steen aan de maatschappij. ‘Zoals de ouden zongen, zo piepen de jongen,’ staat er geschreven op het briefje dat aan de schoorsteen hangt. Ofwel: slecht voorbeeld doet slecht volgen. “O jee, we zijn dus gewaarschuwd,” zegt Stefanie. Dronken Zie je een vergelijkend beeld al voor je van de familie Van der Gragt - Borst? Lachend: “Er staan wel heel veel kinderen op het schilderij... Maar zo’n tafereel past wel bij mij. Ik ben ook wel iemand die een beetje een losbol is, ben niet zo moeilijk en vind alles wel prima. Ik hou van go with the flow. Al is het op het schilderij wel heel overdreven.” Heb jij enig idee wat je te wachten staat als moeder? “Ik heb een jonger zusje, maar ook twee oudere zussen met in totaal vijf kinderen, dus ik weet wel een beetje wat ik kan verwachten. Met hen praat ik ook over hoe het zal zijn, over de opvoeding en natuurlijk de slapeloze nachten. De kinder­ opvang hebben we al geregeld, en voor de rest kijken we wel hoe het loopt. Bovendien duurt het nog wel even voordat ze ­ we krijgen een meisje ­ geboren wordt. Ik hoop in ieder geval niet dat ze net als deze kinderen zo vroeg begint met roken en drinken.” Wat voor moeder word jij? “Ik denk niet dat ik heel streng zal zijn, ben wel rustig en geduldig. Heel veel mag, maar tot op een zekere hoogte. Ik denk ook dat ik veel op pad met haar zal gaan, daar hou ik zelf ook van. Niet te veel thuis zitten.” Ben jij van jullie twee dan de dronken man aan tafel en je vriendin de moeder met het kind op haar schoot? Lachend: “Ik denk het wel. Maar bij mij kun je ook een grens bereiken, hoor. En je moet er al helemaal niet overheen gaan.” 'Ik vond het zelf trouwens ook best lastig om mijn beide oma's te vertellen dat ik een vriendin had. Zij zijn toch van een andere generatie' Hoe ben jij zelf opgevoed? Uit het schilderij blijkt duidelijk: het voorbeeld dat je zelf geeft, nemen je kinderen over. “Met vier meiden thuis was het heel gezellig, maar ook druk. Vier kinderen, pff, ik heb heel veel respect voor mijn ouders. Wij mochten thuis veel, maar kregen wel alle normen en waar­ den mee. Er waren zeker grenzen. We moesten altijd laten weten hoe laat we thuis zouden komen en waar we waren of heengingen. We hadden heel duidelijke afspraken en daar hielden we ons ook aan. Ik hoop het ook zo te doen.” Helden Magazine 53 Het eerste gedeelte van het verhaal van Stefanie van der Gragt komt voort uit Helden Magazine nummer 53. In de 53ste editie blikken onder meer Robin en Bouchra van Persie uitgebreid terug op hún carrière, want zo voelt dat. Een gesprek over Louis van Gaal, Oranje, Feyenoord, racisme, homo-acceptatie, de toekomst én de liefde. Daarnaast verbindt niet alleen het zwemmen Femke Heemskerk, Kira Toussaint en Ranomi Kromowidjojo, maar ook het feit dat ze alle drie bijna gelijktijdig ten huwelijk zijn gevraagd. Daarnaast vertellen Joël en Naomi Veltman hoe zij er in goede en slechte tijden voor elkaar zijn én laat Guus Hiddink zijn licht schijnen over de rentree van Arjen Robben, Oranje en racisme. Verder in de 53ste editie van Helden spraken we met ploeggenoten met hetzelfde doel: Tom Dumoulin en Primoz Roglic. Blikten we met Laurens ten Dam terug op zijn loopbaan én vertelt Lorena Wiebes openhartig over de drugsverslaving van haar broer en hoeveel impact dat op haar en het gezin heeft gehad. Ook ging Helden langs bij de familie van den Goorbergh. Zonta van den Goorbergh wil in de voetsporen van zijn vader, oud-MotoGP-coureur Jurgen van den Goorberght, treden. De pas vijftienjarige Keet Oldenbeuving werd in 2019 Europees kampioen en won de NOC*NSF Young Talent Award. Theo Lucius voelt vijftien jaar na het mislopen van de Champions League-finale nog steeds de kater.Victoria Koblenko ging langs bij oud-voetballer Bryan Roy én Tessie Savelkouls raakte op 9 februari dit jaar zwaar geblesseerd, de kans dat ze ooit nog kan judoën is klein. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Joël en Naomi Veltman: ‘Waarom krijgt Joël niet de credits die hij verdient?’

Joël Veltman (28) is nauwelijks weg te denken bij Ajax. Naast vier [...]
Joël Veltman (28) is nauwelijks weg te denken bij Ajax. Naast vier landstitels maakte de verdediger ook een Europa League-finale en een halve finale van de Champions League mee. Dieptepunten waren er ook. In al die jaren week zijn vrouw Naomi niet van zijn zijde. We gingen bij hen langs en spraken over liefde, kritiek, blessures en transfers. Naomi Veltman stormt de trap af in hun onlangs betrokken nieuwe huis in Amstelveen en begroet ons. “Sorry, ik moest nog even mijn make-up doen.” Joël zet ondertussen koffie en rent naar boven om voor de shoot kleding te halen die matcht met dat van zijn vrouw. Hij komt naar beneden met wat opties. Naomi kiest voor hem een zwart shirt uit. Naomi: “De eerste keer dat we afspraken, had je zo’n jasje van Moncler aan en designer-schoenen. En zo’n lelijk T-shirt met een blote vrouw erop. Dat is het eerste wat ik weggooide toen het serieus werd tussen ons. Die shirts met die vrouwen... Maar ik vond je wel meteen heel knap.” Joël: “Dat was in 2013. Ik zag jou voorbijkomen op Instagram. Wat een leuke vrouw, dacht ik. En ik begon haar foto’s te liken. Dat ging een beetje over en weer, maar daar bleef het bij. Toen vond ik haar maanden later op Snapchat via een gezamenlijke vriend. Naomi speelde hard to get. Uiteindelijk stuurde ze toch haar nummer en spraken we af. Nu zijn we zeven jaar, een huwelijk, een dochter en twee honden verder.” Naomi, lachend: “Wat een vreselijk verhaal dit. Ik wil liever vertellen: we zaten bij elkaar op de basisschool en toen... maar ja, zo gaat dat tegenwoordig. Je ontmoet elkaar op social media. Ik zag op Instagram dat hij voetbalde, maar kende hem niet.” Joël: “Op onze eerste date gingen we in Haarlem naar een ongelooflijk slechte film, Pain & Gain.” Naomi: “Ik kwam meteen uit mijn werk bij Palladium, had mijn vieze werkkleding nog aan. Het was heel casual.” Joël: “Ik vond Naomi een beetje een gangster chick. Maar dat vond ik juist aantrekkelijk. Ze was heel relaxed en niet zo opgetut. Maar je zag er goed uit hoor, schat, daar niet van.” Naomi: “Ik vond jou een prototype voetballer. Je kwam aan in zo’n matzwarte auto die ook van je vader had kunnen zijn.” Joël: “Ik zou je meenemen naar de bioscoop, maar raakte de weg kwijt, de bios bleek verhuisd. Uiteindelijk liepen we een uur door Haarlem voordat we er waren.” Naomi: “Daardoor konden we een uur lang kletsen en elkaar leren kennen. Tot we langs een winkel liepen waar Ajax TV opstond. Je ging in de deuropening kijken. Wat doe jij nou, dacht ik.” Joël, lachend: “Maar de avond was verder heel gezellig. Ik kwam wel net uit een relatie, wilde niet meteen in iets nieuws stappen. Naomi dacht na een tijdje: wat wil je nou?” Naomi: “Joël had iets meer tijd nodig dan ik.” Joël: “Het was zo leuk tussen ons dat ik ook niet anders wilde. Naomi woonde nog bij haar moeder, we hebben nachtenlang op haar kamer gezeten.” Naomi: “Keken we naar National Geographic. Maar onze eerste zoen kwam pas na zeven afspraakjes. We durfden allebei die stap niet te zetten.” Joël: “Ik was ook niet zo mannelijk dat ik per se vond dat ik dat moest doen.” Naomi: “Jij moest naar de training, ik naar mijn werk. We stonden op straat en toen kwam er zo’n ongemakkelijke kus. Misschien is het juist goed dat we het zo langzaam opbouwden.” Joël: “Op Curaçao vroeg ik haar twee jaar later ten huwelijk. Met de managers van het resort zouden we een drankje drinken op een steiger aan het water. Ik had geregeld dat er iemand aan kwam varen in een roeibootje, hij had zogenaamd een schatkist voor Naomi. Ik opende de kist, het doosje met de ring zat erin. Het was een mooie setting.” Naomi: “We trouwden op 10 mei 2016, twee dagen nadat ze het kampioenschap hadden verspeeld tegen De Graafschap. Ik was bang voor de sfeer.” Joël knikt: “Uiteindelijk waren Frank de Boer, Dennis Bergkamp en veel spelers er, en was het een fantastische dag.” Voetbalvrouw Naomi: “In het begin van onze relatie legde Joël overal Post-it-briefjes neer met een lief berichtje erop. Ze bestaan dus echt, dit soort mannen, dacht ik.” Lachend: “Ik vind nu geen briefjes meer, alleen vuile was en vieze pleisters van zijn tenen.” Joël: “Vanaf het begin zijn we al maatjes. We kunnen goed met elkaar kletsen, lachen en hebben dezelfde humor. Maar door het wereldje waarin Naomi kwam, is ze wel wat gereserveerder geworden. Veel mensen proberen via haar bij mij te komen.” Naomi: “In die tijd begon Joël net door te breken. Hij kreeg een basisplaats bij Ajax en maakte zijn debuut bij Oranje. We woonden toen nog in een woonwijk in Amstelveen. Er belden continu mensen aan. Ik weet ook nog dat ik een keer met een buurman stond te praten. Toen kwam Joël aanrijden. Midden in ons gesprek liep hij naar hem toe. Die man keek me niet eens meer aan. Het is altijd: ‘Hoe gaat het met Joël?’ En het gaat altijd over voetbal. Ik heb geen zin om daar altijd maar over te praten. Er zijn ook andere dingen in het leven. Als ‘vrouw van’ is de voetbalwereld niet alleen maar leuk. Dat is altijd het cliché. ‘Oh, je bent voetbalvrouw, je mag overal mee naartoe en je kan alles kopen.’ Dat dacht ik vroeger ook altijd. Maar de shit die je soms over je heen krijgt, is niet leuk. Natuurlijk is het fijn dat we financieel geen zorgen hebben. Maar mensen zijn er niet bij als je het lastig hebt.” Joël: “Dat cliché zal ook altijd blijven bestaan.” Naomi: “Ik trek me er inmiddels niks meer van aan, maar dat was vroeger wel anders. Had ik een keer een foto op Instagram geplaatst van een gala, kreeg ik reacties als: ‘Golddigger.’ En: ‘Wat ziet ze eruit, ze lijkt wel gevonden onder een boom in Thailand.’ Ik werd er onzeker van. Nu maakt het me niet meer uit hoe mensen over me denken. Ik weet hoe leuk we het samen hebben, daar gaat het om.” Joël: “Ik had vroeger zelf ook een bepaald beeld bij een profvoetballer. Lekker makkelijk en doen wat je leuk vindt. Maar als je erin zit, vergeten mensen de druk die je altijd ervaart om te presteren, de druk van de pers, en dat je nooit ergens rustig kan eten zonder dat je aangesproken wordt.” Naomi: 'Als het goed gaat met de ploeg, is het ondanks Joël. En als het slecht gaat, komt dat door Joël' Naomi: “Je doet het ook nooit goed. Als je lief en vrolijk bent, ben je al gauw die boy next door. En als je een keer niet aardig reageert, ben je meteen die arrogante eikel.” Joël: “Ik voel me weleens schuldig dat veel om mij draait. Dat had ik vroeger al. Dan kwam ik op een verjaardag en vroegen ze aan mij en mijn oudere broer, die in Delft bouwkunde heeft gestudeerd en ingenieur is: ‘Wie van jullie is de voetballer?’ Tot er een keer een man vroeg: ‘Wie is de voetballer en wie is de ingenieur?’ Dat vonden we allebei zo mooi. Het ging een keer niet alleen om mij. Hetzelfde geldt voor Naomi. Zij zegt weleens: ‘Ik kan ook wel een keer alleen naar dat feestje gaan.’ Ze weet namelijk wel hoe laat het is als ik meega. Ik zie het liever anders, helaas kan ik er weinig aan doen.” Joël kijkt Naomi aan: “Maar laten we alsjeblieft vooropstellen dat we een prachtig leven hebben.” Naomi knikt: “We maken geweldige dingen mee op voetbalgebied. En er is ook ruimte voor mijn eigen carrière. Ik heb een eigen webshop. En afgelopen jaar studeerde ik er ook rechten naast, ik wilde mezelf meer ontwikkelen en onder de mensen zijn.” En er kwam gezinsuitbreiding. In januari 2018 werden Joël en Naomi ouders van dochter Sienna. Naomi: “Joël is de gekke, leuke vader. En soms onhandig. Laatst zat Sienna bij hem op zijn nek, liep hij vol tegen een reclamebord aan. Gelukkig was dat bord van karton.” Joël: “En een paar dagen geleden maakte ik een glijbaantje met mijn benen, knalde ze daarna met haar hoofd tegen de salontafel.” Naomi: “Sienna weet dat hij altijd in is voor iets leuks. In het badje spelen in de tuin, boekjes lezen, spelletjes doen. Ze snapt nu dat Joël voetbalt. Ik ben ook een paar keer met haar naar de Arena geweest, maar meestal ga ik alleen. Een wedstrijd duurt voor Sienna te lang. Maar als ze het Ajax-logo ziet of iemand in Ajax-tenue, roept ze meteen: ‘Ajax!’ En: ‘Papa!’” Joël: “Naomi is de lieve, zorgzame moeder. Ze zorgt voor de dagelijkse gang van zaken, dat Sienna goed te eten krijgt en er leuk bijloopt.” Naomi: “We vullen elkaar als ouders goed aan. Ik ben soms iets te voorzichtig en Joël denkt altijd: het komt wel goed. We zijn wel chaotisch. Als we ergens binnenkomen of in een hotel slapen, staat de boel binnen een minuut op zijn kop. En als we met de honden en Sienna naar een park gaan, kijken we elkaar na vijf minuten gefrustreerd en hoofdschuddend aan: niemand luistert naar ons.” Joël, lachend: “Als we ’s avonds uitgeblust zijn van de dag, die kleine op bed ligt en de honden uitgelaten zijn, speel ik in de ene kamer Call of Duty op de PlayStation en kijkt Naomi vlogs op YouTube in de andere kamer.” Naomi: “Heerlijk. Soms moeten we elkaar ook even vrijlaten.” Joël: “Maar vanavond gaan we samen uit eten, hoor.” Gunfactor Al zeven jaar is Joël een vast gezicht bij het eerste van Ajax. Inmiddels is hij vier landstitels - drie onder Frank de Boer en de laatste onder Erik ten Hag -, een KNVB-beker, twee Johan Cruijff-schalen, een Europa League-finale en een halve finale van de Champions League verder. Joël: “Ik heb zoveel hoogtepunten meegemaakt. Het jaar van de Europa League-finale in 2017, die we uiteindelijk verloren van Manchester United, was misschien wel het mooiste jaar. Ik was in vorm en speelde alles onder Peter Bosz. En het eerste jaar dat ik veel speelde en voor de tweede keer kampioen werd onder Frank de Boer was ook fantastisch. Van hem heb ik veel geleerd, hij was ook centrale verdediger. Als ik een favoriete trainer moet kiezen, is hij het. Als ik hem tegenkom, hebben we altijd wel een leuk gesprekje.” Naomi: “Laatst heb ik voor hem een muur gemaakt met foto’s van alle hoogtepunten in zijn carrière. Toen besefte ik: bizar wat hij allemaal heeft bereikt en we samen hebben meegemaakt. Joël heeft zoveel shit over zich heen gekregen in de afgelopen jaren, maar die foto’s zeggen genoeg.” Joël knikt: “Hoe vaak ik niet heb gehoord als ik een fout maakte: ‘Daar is ie weer met een Veltmannetje...’ En: ‘Hij kan er geen reet van.’ Soms kon ik een beetje nonchalant zijn in het veld, daar komt dat Veltmannetje vandaan. Gelukkig is dat de laatste jaren veel minder, ik heb heel stabiel gespeeld.” Naomi: “Joël heeft kennelijk niet de gunfactor zoals anderen die wel hebben. Joël is te lief, ze kunnen niet veel over zijn persoonlijkheid zeggen, dus verzinnen ze maar wat over zijn spel. Als het goed gaat met de ploeg is het ondanks Joël. En als het slecht gaat, komt dat door Joël.” Joël: “Dat is wel een beetje het verhaal. Vroeger las ik de reacties. Dat doe ik nu niet meer.” Naomi: “Ik lees wel alle reacties, ook op voetbalsites. Ik vind het irritant dat hij nooit de credits krijgt als hij heel goed speelt. Waarom krijgt Joël die niet? Op straat hebben ze ook weleens iets geroepen. Ik kan daar niet tegen, word dan boos en wil reageren, maar dat mag nooit van Joël. Maar als het echt erg is, ga ik erop af, hoor.” Joël: “Dat hadden we een keer in Zandvoort. ‘Je kan er helemaal niks van, ga lekker op de bank zitten,’ riep iemand. Naomi ging er vol tegenin. Ik denk meestal: laat maar lullen.” Naomi: “Ik vind Joël een van de beste spelers van de eredivisie. Veel van de jongens hebben niet bereikt wat hij heeft bereikt op zijn positie.” Joël: “Naomi heeft met de jaren wel verstand van voetbal gekregen. Soms hebben we het ook over tactiek. Ze stelt dan vragen als: ‘Wat is precies restverdediging?’ Of ze wil meer weten over het spelsysteem.” Naomi: “Ik ben benieuwd wat de tactiek achter een wedstrijd was en vind zelf niet dat ik er verstand van heb. Maar als ik op de tribune zit, kijk ik niet alleen naar Joël, maar naar de hele wedstrijd. Anders wordt het ook wel saai.” Joël, lachend: “Hé hé, pas op.” Naomi: “Jij bent een verdediger, achterin gebeurt vaak het minst. Maar als je niet speelt, kijk ik wel op een andere manier naar de wedstrijd. Ik ben vooral fan van team-Veltman.” MTV Cribs Onder oud-trainer Marcel Keizer werd Joël aan de start van het seizoen 2017/2018 beloond met de aanvoerdersband. Maar in december werd Keizer ontslagen en nam Erik ten Hag het stokje van hem over. In maart raakte hij zijn band kwijt en een paar weken later scheurde hij de kruisband van zijn rechterknie. Joël: “Het was zacht gezegd een lastige tijd.” Naomi: “Bij jou ging er meteen een knop om en je ging vechten voor je plek. Daarna mocht je nog een keer in de basis starten, maar toen raakte je geblesseerd in de wedstrijd tegen VVV.” Joël: “Het leek in eerste instantie op een verrekking van mijn binnenband. Daar staat drie maanden herstel voor. Met die gedachte gingen we naar het ziekenhuis.” Naomi: “Totdat we hoorden dat het je kruisband was. We hadden echt een paar dagen nodig om dat nieuws te laten bezinken.” Joël: “Je ziet me weinig huilen, maar toen heb ik wel wat tranen gelaten. Bij die blessure zakte de moed me in de schoenen. In de A1 had ik de kruisband van mijn andere knie al gescheurd. Jeetje, moet ik weer zo’n traject in, dacht ik. Het was nog maar een paar wedstrijden tot het einde van het seizoen en ik wilde graag een transfer maken, dat had ik ook niet onder stoelen of banken geschoven. Dat ging dus niet door. Ik heb me wel even afgevraagd of ik er niet mee moest kappen.” Joël: 'Je ziet me weinig huilen, maar toen ik mijn kruisband scheurde, heb ik wel wat tranen gelaten. Ik heb me even afgevraagd of ik er niet mee moest kappen' Naomi: “Dacht je dat echt?” Joël: “Die gedachte schoot weleens door mijn hoofd. Ik ging twijfelen. Kan ik zo’n herstelperiode weer aan? Misschien is het niveau straks veel te hoog na mijn herstel. Die eerste twee maanden waren mentaal heel zwaar.” Naomi: “Ik was ook veel met mezelf bezig in die tijd, was twee maanden daarvoor bevallen van Sienna. Ik merkte niet dat Joël toen stiller was, probeerde hem juist voor te houden dat het echt wel goed zou komen.” Joël: “Naomi steunde me enorm. Ze ging mee naar Augsburg in Duitsland waar ik werd geopereerd, die kleine bleef bij onze ouders. Daarna zijn we met zijn drieën een half jaar lang in Zeist gaan wonen zodat ik daar kon revalideren.” Naomi: “Het klinkt gek, maar dat is heel goed bevallen. We hadden een gemeubileerde woning gekregen en in het weekend gingen we naar Amsterdam. Het was goed dat we uit onze omgeving waren en niet continu geconfronteerd werden met Ajax en voetbal.” Joël: “Hoewel het zwaar was en we meer irritaties naar elkaar hadden dan normaal, zijn we elkaar niet kwijtgeraakt in die tijd.” Naomi: “Met een pasgeboren baby heb je sowieso stomme discussies. En dan kwam die zware blessure er ook nog bij.” Joël: “Na de operatie klaarde mijn gemoed ook weer op. Ik dacht: ik zie wel wat er gebeurt en waar ik beland, ga er gewoon weer voor vechten. En toen kwam dat mooie Champions League- seizoen.” Naomi: “Dat je in de kwartfinale tegen Juventus in de basis stond, maakte het des te mooier.” Joël knikt: “Toen ik in januari terugkeerde op de training, moest ik wel even wennen. Tijdens mijn revalidatie was ik er iedere thuiswedstrijd wel bij geweest en zat ik in de kleedkamer. Toch voelde het bijna alsof ik als nieuwe speler een groep binnentrad. Ik moest weer m’n plekje zien te vinden. Bovendien was de training van zo’n hoog niveau. Voorheen kon ik met een beetje spelinzicht de bal nog onderscheppen, nou, dat ging toen niet. Ik moest meteen volle bak. Ook de wisselspelers liftten mee op het hoge niveau van de rest. Ik dacht die eerste trainingen: ben ik nou zo slecht geworden of zij zo goed? In het begin ben je ook nog een beetje voorzichtig. Tot ik wat blocks zette en tackles maakte en merkte dat het goed ging. Toen kwam ook het vertrouwen terug. Erik ten Hag zei ook dat als er iemand weg zou vallen, ik erin zou komen. Het hoge niveau op de trainingen heeft me enorm geholpen naar die grote wedstrijden toe. Tegen Real Madrid mocht ik al invallen. En in die twee wedstrijden tegen Juventus en die eerste halve finale uit tegen Tottenham Hotspur stond ik in de basis. In de return tegen Tottenham speelde ik het laatste half uur, maar dat was direct een dieptepunt. Uiteindelijk kijk je naar wat je hebt bereikt. En dat was niet de finale.” Naomi: “Laatst was Lucas Moura, die die hattrick in de Arena maakte, bij MTV Cribs. Hij had de schoenen van die wedstrijd in een mooie kast gezet. We keken allebei weg.” Joël: “Die wedstrijd zal me altijd bijblijven. Ik heb hem nooit meer teruggekeken. Ondanks de nare nasmaak van die wedstrijd, kijk ik met een positief gevoel terug op dat seizoen. Ik was teruggekomen na een heftige blessure en dat ik die wedstrijd, de beker en de landstitel mocht meemaken, daar ben ik heel dankbaar voor.” Bij Ajax vormde Joël dit seizoen een succesvol duo met Daley Blind centraal achterin. Toch had hij in het voorjaar een terugslag. Wéér die rechterknie. In februari stond hij een paar weken aan de kant. Naomi: “Even dacht je dat het weer je kruisband was... Het was zo’n opluchting dat het niet zo bleek te zijn. Je was ook heel snel weer terug, had het seizoen nog uit kunnen spelen. Maar toen kwam corona.” Joël knikt: “De schade viel mee, het kon operatief snel verholpen worden. Na m’n blessures ben ik in ieder geval niet banger geworden voor mijn lichaam. Ik klap er nog net zo hard in als vroeger. Na die kruisbandblessure in de A1 riep ik gekscherend: ik gun dit iedereen. Ik wist wat het je qua fysieke en mentale weerstand ook brengt. Maar zo’n tweede blessure gun je helemaal niemand. Ik weet nu nog beter wat ik moet doen om fit te blijven en wat mijn lichaam voor of na een wedstrijd nodig heeft. Vroeger kon ik nog weleens trainen op een broodje hagelslag. Dat zal je me nu niet meer zien doen. Ze zeggen altijd dat je als verdediger op je 28ste op je top bent. Dat ben ik nu. Ja, sommigen, zoals Matthijs de Ligt, zijn dat eerder. Ik had er wat langer de tijd voor nodig.” Voetbalhumor Laatbloeier of niet, op zijn 21ste maakte Joël al zijn debuut in het Nederlands elftal onder Louis van Gaal. Nog geen half jaar later werd hij door de bondscoach toegevoegd aan de WK-selectie van 2014. Joël: “Dat WK was geweldig. Ik zat er als jonkie bij en keek mijn ogen uit. Vooral naar jongens als Arjen Robben, Wesley Sneijder en Robin van Persie. Als zij het hotel in Rio uitliepen, was het chaos. Toen besefte ik ook hoe groot zij wereldwijd zijn. Meestal liep ik lekker veilig en rustig achter ze aan, als de menigte was verdwenen.” Tot heel veel speelminuten kwam Joël als ‘nieuwkomer’ dat WK niet. Joël: “Maar in die legendarische wedstrijd tegen Spanje viel ik in. En in de laatste wedstrijd, de troostfinale tegen Brazilië, speelde ik ook. Dat heb ik maar mooi meegemaakt. Het was fantastisch om onder Van Gaal te spelen, ik heb zoveel van hem geleerd. Hij zag alles, dat kon je ook weleens irriteren. Van Gaal wil het maximale uit iedereen halen. Maar hij maakte geen onderscheid tussen de grote spelers en iemand zoals ik, die net kwam kijken. Hij wist dat als ik gefocust was, ik een heel goede wedstrijd kon spelen. Hij zag mij als centrale verdediger, later ben ik pas meer aan de rechterkant gaan spelen. Mede door Van Gaal ontstond tijdens dat WK ook zoiets moois in de groep, we geloofden echt dat we ver konden komen.” Naomi: “In Brazilië dacht ik soms: wat moet ik hier zo lang? Met een klein groepje bleven we tot het eind. Nu denk ik: hoe bizar dat we daar zo lang zaten en jullie zo ongelooflijk ver zijn gekomen. Joël is derde van de wereld geworden. Ik ben zo trots op hem.” Joël: “Nu zitten we bij het Nederlands elftal in een soort overgangsfase. Het is een jonge ploeg, met veel kwaliteit. En de sfeer is goed. Laatst was het drie jaar geleden dat ik twee keer scoorde tegen Ivoorkust. Ik maakte er een grapje over op Instagram, dat ik op die dag in 2017 was begonnen aan mijn jacht op de titel topscorer aller tijden. Marten de Roon reageerde er meteen heel gevat op. Voetbalhumor, ik hou ervan. Zo is de sfeer ook binnen de groep.” Na ruim anderhalf jaar uit beeld te zijn geweest bij Oranje vanwege zijn blessure werd Joël in het najaar door bondscoach Ronald Koeman weer opgeroepen voor het Nederlands elftal. Maar de concurrentie heeft in die tijd niet stilgezeten. Joël: “Als rechterverdediger heb ik mogelijkheden, op die positie focus ik me. Daar heb ik het ook met de bondscoach over gehad. Ronald Koeman is een geweldige trainer. Hij is rustig en komt heel wijs over. Ik kan ook goede gesprekken met hem hebben over voetbal. Hans Hateboer en Denzel Dumfries doen het ook heel goed. En Kenny Tete en Daryl Janmaat kunnen er ook goed spelen. Centraal staan Matthijs de Ligt en Stefan de Vrij. Maar de trainer weet dat ik er ook kan spelen.” Het EK werd vanwege het coronavirus een jaar uitgesteld. Volgende zomer moet het gebeuren. Joël: “Ik was er klaar voor, ben fit en heb bovendien nog een jaar om ook het wedstrijdritme weer te pakken te krijgen. Ik hoop in ieder geval dat we de komende jaren met de ploeg aan ieder eindtoernooi meedoen, dat die stabiele basis weer terug is en we niet meer van ploegen als Bulgarije verliezen.” Las Vegas Al eerder lonkte het buitenland. Joël heeft er nooit een geheim van gemaakt een stap te willen maken. Naomi: “Vorig jaar hadden we onze zinnen gezet op een buitenlands avontuur. Maar Ajax wilde hem niet laten gaan. Dat was een grote teleurstelling. Na die goede wedstrijd tegen Juventus dachten we: nu kunnen we een mooie stap maken. We waren klaar om te gaan, waarnaartoe dan ook. We hadden zelfs onze honden al de juiste inentingen gegeven.” Joël: “Ik had gehoopt en ook wel verwacht dat ik meer ruimte zou krijgen. Uiteindelijk heb ik mijn contract met een jaar verlengd.” Naomi: “Joël wordt ook ouder, het is nu of nooit.” Joël: “De droom om een mooie transfer te maken, is er nog steeds. Ik hoop dat het er alsnog van komt.” Naomi, lachend: “Ik wil wel naar Las Vegas, maar daar zit geen club.” Joël: “Ik kijk niet alleen naar het financiële plaatje en de club. De stad is voor mij ook belangrijk. Ik zit al vanaf mijn jeugd bij Ajax. Ik heb gewoon zin in een mooi, nieuw avontuur.” Naomi: “Mijn droomstad is Londen, maar ik ga overal mee naartoe. De keuze is aan Joël.” Lunchroom Joël: “Ik hoop nog minimaal zeven jaar door te kunnen voetballen, tot mijn 35ste.” Naomi: “Jij wordt toch juist de oudste profvoetballer aller tijden?” Joël, lachend: “Ik vind 35 een mooie leeftijd, schat. Daarna is het tijd voor jou en voor andere dingen.” Naomi: “In de toekomst lijkt het me leuk om mijn bedrijf te laten groeien in een mooi, rustig tempo. En we hebben het er ook vaak over om na de carrière van Joël samen een lunchroom te openen. Dromen genoeg.” Joël: “En ik zou graag in de voetballerij willen blijven. Niet als hoofdtrainer, maar jeugdtrainer of verdedigerstrainer lijkt me leuk. En wie weet komt er nog gezinsuitbreiding. Na de geboorte van Sienna dachten we: er komt eerder een derde hond dan een tweede kind. Maar we praten er thuis steeds meer over.” Naomi: “Ik vind het af en toe nog wel heftig met die kleine thuis, dus op dit moment niet. Maar de deur is zeker niet dicht.” Helden Magazine 53 Het verhaal van Joël en Naomi Veltman komt voort uit Helden Magazine nummer 53. In de 53ste editie blikken onder meer Robin en Bouchra van Persie uitgebreid terug op hún carrière, want zo voelt dat. Een gesprek over Louis van Gaal, Oranje, Feyenoord, racisme, homo-acceptatie, de toekomst én de liefde. Daarnaast verbindt niet alleen het zwemmen Femke Heemskerk, Kira Toussaint en Ranomi Kromowidjojo, maar ook het feit dat ze alle drie bijna gelijktijdig ten huwelijk zijn gevraagd. Ook laat Guus Hiddink zijn licht schijnen over de rentree van Arjen Robben, Oranje en racisme én schittert aanstaande moeder Stefanie van der Gragt in de rubriek ‘Leeuwinnen in het Rijks.’ Verder in de 53ste editie van Helden spraken we met ploeggenoten met hetzelfde doel: Tom Dumoulin en Primoz Roglic. Blikten we met Laurens ten Dam terug op zijn loopbaan én vertelt Lorena Wiebes openhartig over de drugsverslaving van haar broer en hoeveel impact dat op haar en het gezin heeft gehad. Ook ging Helden langs bij de familie van den Goorbergh. Zonta van den Goorbergh wil in de voetsporen van zijn vader, oud-MotoGP-coureur Jurgen van den Goorberght, treden. De pas vijftienjarige Keet Oldenbeuving werd in 2019 Europees kampioen en won de NOC*NSF Young Talent Award. Theo Lucius voelt vijftien jaar na het mislopen van de Champions League-finale nog steeds de kater.Victoria Koblenko ging langs bij oud-voetballer Bryan Roy én Tessie Savelkouls raakte op 9 februari dit jaar zwaar geblesseerd, de kans dat ze ooit nog kan judoën is klein. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Guus Hiddink: ‘Black lives matter? All lives matter!’

Zijn laatste klus dateert van bijna twee jaar geleden, als trainer [...]
Zijn laatste klus dateert van bijna twee jaar geleden, als trainer van het Chinese olympisch elftal, maar officieel is Guus Hiddink (73) nog altijd geen trainer in ruste. Een gesprek over Oranje, racisme en discriminatie. “Hierbij een waarschuwing: mensen, ga ook niet aan leeftijdsdiscriminatie doen.” Extremiteit Je deelt al jaren lief en leed met Elisabeth Pinas, een zwarte vrouw. “Zwart? Donkere mensen maken ook een onderscheid in verschillende kleuren, hoor, ze brengen nuance aan. Alhoewel Elisabeth helemaal niet in kleur denkt. Ze is Nederlandse, maar in Suriname geboren.” Keken mensen om jullie heen daar ook altijd op die manier naar? “We hebben nooit iets naars meegemaakt. Elisabeth zelf is nooit racistisch bejegend.” Hoe staan jullie in het racismedebat en de beweging Black Lives Matter, die is opgekomen na de dood van de Amerikaan George Floyd? “Het is voor Elisabeth en mij nooit een thema geweest, maar we zijn er natuurlijk wel over na gaan denken. Het bestaan van Zwarte Piet was voor ons bijvoorbeeld geen probleem, ook voor Elisabeth niet, maar als mensen zich daardoor gekwetst voelen, moet zo’n traditie worden aangepast. Dat is alleen maar goed. Maar wat er nu gebeurt, is dat mensen in de extremen gaan zitten.” Wat bedoel je met extremen? “Als je niet meer luistert naar wat een ander zegt, dan ben je al op de verkeerde weg.” Vind je dat de wereld is doorgeslagen in het Black Lives Matter-protest? “Ik vind: misstanden en racisme moeten keihard aangepakt worden. Maar ik vind ook dat het soms doorslaat. Als ik nu iedereen zie met zo’n zwart shirtje aan en sporters die voor een wedstrijd knielen... Ja, ik weet ook niet zo goed hoe ik daarmee om moet gaan. Black lives matter? Voor mij is het: all lives matter. Maar als je dat zegt, krijg je van mensen weer te horen: ‘Makkelijk praten, jij bent wit.’” Ben je geschokt hoe mensen soms denken? “Ja, natuurlijk. Maar dat geldt voor alle extreemdenkenden, de zelfreflectie is totaal verdwenen.” Maak je je zorgen? “Ja, er wordt niet naar anderen geluisterd, niet meer naar experts die ergens verstand van hebben. Er wordt vooral gepraat. Als je niet meer in staat bent om een grap te maken en geen zelfreflectie kan toepassen, dan is het geen debat meer. Dan is het schreeuwen en wachten tot iemand anders nog harder schreeuwt.” Als je als voormalig bondscoach terugdenkt aan het EK van 1996 en de affaire rond de beroemde ‘kabel’, waartoe spelers Edgar Davids, Clarence Seedorf, Patrick Kluivert, Winston Bogarde en Michael Reiziger behoorden, en jouw clash met Davids die je tijdens dat EK wegstuurde, heeft het je dan pijn gedaan dat de media het omschreven als een discussie tussen zwart en wit? “Edgar had aan de pers verteld dat ik in de kont van aanvoerder Danny Blind was gekropen, omdat ik Edgar in een wedstrijd had geslachtofferd en op de bank had gezet. Doordat hij dat had geroepen, heb ik hem weggestuurd. Aan de clash tussen Edgar en mij zat een historie vast. Nadat Ajax in 1995 de Champions League had gewonnen, ontstonden de barstjes tussen de spelers. Op het EK kwamen er zaken los die al speelden binnen de keuken van Ajax over betalingen en die wij als staf van Oranje niet konden weten. Er waren verschillende niveaus van contracten. Daar zat het zeer. Dat er een probleem was tussen zwart en wit, werd gesuggereerd na een gemanipuleerde foto die in de Volkskrant verscheen. Een paar donkere jongens, Winston Bogarde, Patrick Kluivert en Clarence Seedorf, zaten samen aan een tafel, maar Richard Witschge zat er ook bij. Op die foto was Witschge geretoucheerd. Als bondscoach dacht ik niet in tafelschikkingen, zo van: ik heb vier tafels, ik heb zoveel donkere jongens in mijn spelersgroep en zoveel blanke spelers. 'In het begin kon Robben me niet uitstaan. Tijdens een training pakte ik hem soms flink aan. En ik zei dat als hij stappen wilde maken, hij niet te snel horizontaal moest gaan' Hoe ga ik dat indelen bij elkaar. Drie witte spelers daar, drie zwarte spelers daar... Dát had ik juist racistisch gevonden. Kleur was nooit een thema bij ons. Later zag ik die gemanipuleerde foto over de zogenaamde kabel pas. Ik was woedend. Er is uiteindelijk wel een rectificatie-alineaatje aan besteed.” Ook spelers van het Nederlands elftal hebben zich geuit naar aanleiding van Black Lives Matter, onder anderen Memphis Depay, Georginio Wijnaldum en Virgil van Dijk. “Ik zit niet op Twitter en Instagram en dat soort sociale platforms, vind dat mensen elkaar daarop vreselijk opnaaien. Ik zie dus ook niet hoe die spelers zich daar uiten. Met Wijnaldum heb ik overigens uitstekend contact. We sms’en elkaar geregeld. Hij sprak zich vorig najaar al uit in deze discussie bij een persconferentie van het Nederlands elftal. En het gebaar van Wijnaldum en Frenkie de Jong tijdens die wedstrijd tegen Estland, met hun blanke en donkere arm naast elkaar, vond ik heel mooi. Zo hoort het ook. En ik vind: als er institutioneel iets fout is, moet het absoluut worden aangepakt. Maar de valkuil is extremiteit en dus uitsluiting.” Helden Magazine 53 Het eerste gedeelte van het verhaal van Guus Hiddink komt voort uit Helden Magazine nummer 53. In de 53ste editie blikken onder meer Robin en Bouchra van Persie uitgebreid terug op hún carrière, want zo voelt dat. Een gesprek over Louis van Gaal, Oranje, Feyenoord, racisme, homo-acceptatie, de toekomst én de liefde. Daarnaast verbindt niet alleen het zwemmen Femke Heemskerk, Kira Toussaint en Ranomi Kromowidjojo, maar ook het feit dat ze alle drie bijna gelijktijdig ten huwelijk zijn gevraagd. Daarnaast vertellen Joël en Naomi Veltman hoe zij er in goede en slechte tijden voor elkaar zijn én aanstaande moeder Stefanie van der Gragt schittert in de rubriek ‘Leeuwinnen in het Rijks.’ Verder in de 53ste editie van Helden spraken we met ploeggenoten met hetzelfde doel: Tom Dumoulin en Primoz Roglic. Blikten we met Laurens ten Dam terug op zijn loopbaan én vertelt Lorena Wiebes openhartig over de drugsverslaving van haar broer en hoeveel impact dat op haar en het gezin heeft gehad. Ook ging Helden langs bij de familie van den Goorbergh. Zonta van den Goorbergh wil in de voetsporen van zijn vader, oud-MotoGP-coureur Jurgen van den Goorberght, treden. De pas vijftienjarige Keet Oldenbeuving werd in 2019 Europees kampioen en won de NOC*NSF Young Talent Award. Theo Lucius voelt vijftien jaar na het mislopen van de Champions League-finale nog steeds de kater.Victoria Koblenko ging langs bij oud-voetballer Bryan Roy én Tessie Savelkouls raakte op 9 februari dit jaar zwaar geblesseerd, de kans dat ze ooit nog kan judoën is klein. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Theo Lucius: ‘Nog steeds is er een kater’

Minutenlang lag hij met zijn rug op het gras terwijl de regen op [...]
Minutenlang lag hij met zijn rug op het gras terwijl de regen op hem neer druppelde en de PSV-fans hun handpalmen vuurrood klapten. Hun club had twee geweldige wedstrijden gespeeld tegen het favoriete AC Milan, met als inzet de Champions League-finale. De buit had die avond van 4 mei 2005 binnengesleept moeten worden. Maar in blessuretijd liep PSV de gedroomde eindstrijd toch nog mis. Vijftien jaar later is de pijn bij Theo Lucius nog altijd aanwezig. “In de kwartfinale hadden we Olympique Lyon uitgeschakeld; met het geluk dat in de halve finale zou ontbreken. Na verlenging en penalty’s hebben we het in Eindhoven gered. Daarna mochten we tegen AC Milan; met Pirlo, Kaká, Shevchenko, Maldini, Seedorf, Cafú en Stam. Móchten, want het was mooi en een eer om tegen zo’n wereldtegenstander te spelen. We voelden ons zeker niet kansloos, hadden een ijzersterk geheel en een prima technische staf, werden dat seizoen met tien punten voorsprong kampioen, wonnen de beker en haalden dus de halve finale van de Champions League. In Milaan begon ik op de bank; zoals wel vaker, want we hadden achttien vrijwel gelijkwaardige spelers. In de eerste helft hadden we weinig grip op het middenveld en op slag van rust scoorde Shevchenko; vanuit het niets, zijn specialiteit. Na rust mocht ik invallen. Zonder te willen zeggen dat het daardoor kwam, kregen we in de tweede helft die grip wel en legden we Milan onze wil op. We drukten ze helemaal terug, waren oppermachtig en hadden de beste kansen." En dat in San Siro, tegen Milan dat niet op z’n Italiaans speelde, maar aanvallend en dominant. Dat zegt veel over hoe sterk wij die avond waren. We hadden ook de overtuiging dat we gingen scoren. Maar hij viel niet. Het bleek de enige wedstrijd dat seizoen waarin we niet gescoord hebben. Terwijl wij de kansen creëer­ den, kregen we in blessuretijd de 2­0 om onze oren, een klutsbal van Jon Dahl Tomasson. Met 2­1 hadden we een werelduitslag en een geweldig uitgangs­ punt voor de thuiswedstrijd neergezet. Maar dat gebeurt vaker tegen Italianen, hè; dat je het gevoel hebt dat je gelijk­ waardig of beter bent, en toch verliest. 'Het Eindhovens Dagblad gaf me een 9. En in zijn analyse bij de NOS noemde Johan Cruijff me 'de uitblinker'. Daarna is er ook een belletje van bondscoach Marco van Basten gekomen' In de kleedkamer was iedereen stil; behalve de trainer. Guus Hiddink gaf ons complimenten en begon over onze kansen voor de thuiswedstrijd. Wij keken elkaar verbaasd aan: hè, kansen? Guus zei dat we thuis heel sterk waren en altijd scoorden. Natuurlijk zou het niet makkelijk worden. Driemaal scoren, tegen Italianen! En Milan had in de zeven vorige Champions League­ wedstrijden de nul gehouden. Omdat onze supporters een uur in San Siro moesten blijven, zijn we het veld weer opgegaan om ze te bedanken. Het was één groot feest, het leek wel of we gewonnen hadden. Tja, ze hadden een hele goeie wedstrijd van ons gezien en straalden uit dat ze nog in een goeie afloop geloofden. Helden Magazine 53 Het eerste gedeelte van het verhaal van Theo Lucius komt voort uit Helden Magazine nummer 53. In de 53ste editie blikken onder meer Robin en Bouchra van Persie uitgebreid terug op hún carrière, want zo voelt dat. Een gesprek over Louis van Gaal, Oranje, Feyenoord, racisme, homo-acceptatie, de toekomst én de liefde. Daarnaast verbindt niet alleen het zwemmen Femke Heemskerk, Kira Toussaint en Ranomi Kromowidjojo, maar ook het feit dat ze alle drie bijna gelijktijdig ten huwelijk zijn gevraagd. Daarnaast vertellen Joël en Naomi Veltman hoe zij er in goede en slechte tijden voor elkaar zijn, laat Guus Hiddink zijn licht schijnen over de rentree van Arjen Robben, Oranje en racisme én schittert aanstaande moeder Stefanie van der Gragt in de rubriek ‘Leeuwinnen in het Rijks.’ Verder in de 53ste editie van Helden spraken we met ploeggenoten met hetzelfde doel: Tom Dumoulin en Primoz Roglic. Blikten we met Laurens ten Dam terug op zijn loopbaan én vertelt Lorena Wiebes openhartig over de drugsverslaving van haar broer en hoeveel impact dat op haar en het gezin heeft gehad. Ook ging Helden langs bij de familie van den Goorbergh. Zonta van den Goorbergh wil in de voetsporen van zijn vader, oud-MotoGP-coureur Jurgen van den Goorberght, treden. De pas vijftienjarige Keet Oldenbeuving werd in 2019 Europees kampioen en won de NOC*NSF Young Talent Award. Victoria Koblenko ging langs bij oud-voetballer Bryan Roy én Tessie Savelkouls raakte op 9 februari dit jaar zwaar geblesseerd, de kans dat ze ooit nog kan judoën is klein. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

De kracht van de club

In de media is er veel aandacht voor [...]
In de media is er veel aandacht voor de hervatting van sport en competities, wie er wel of niet degradeert, of er publiek bij wedstrijden aanwezig kan zijn en wat de nieuwe data zijn van uitgestelde evenementen. Belangrijke discussies natuurlijk, maar het leidt de aandacht af van een veel groter probleem in de sport: de dreiging dat veel (amateur)clubs deze corona-crisis niet zullen overleven. De kracht van de club is dat velen van ons als mens gevormd zijn op sportclubs. De uren rondhangen, samen spelen en trainen, vieren van winst en omgaan met tegenslag en verdriet. Sportclubs zijn een essentiële bouwsteen van een gezonde samenleving. De kracht van de club is ook dat ze de bakermat van topsport vormt. Talenten worden gevormd, ontwikkeld en ontdekt op kleine clubs door heel Nederland. Zonder die clubs is de kans kleiner dat de nieuwe Virgil, Epke, Dafne, Georginio, Sven of Sanne boven komt drijven. Als we van sport en topsport willen blijven genieten, moeten we zorgen dat de clubs blijven bestaan. Er zijn al goede initiatieven om clubs te steunen. De Nederlandse sportkoepel NOC*NSF spant zich in om clubs te helpen en kwam met de campagne ‘Houd vol, blijf fit en steun je club’. Niet direct een ‘call to action’ hoe je steun kan bieden, maar goed dat het probleem aangekaart wordt. In het deze week aangekondigde initiatief om de Nederlandse jeugd de gezondste ter wereld te maken in 2040 zullen clubs hopelijk ook een centrale rol vervullen. Afgelopen weekend gaf Oranje-aanvoerder en Liverpool-ster Virgil van Dijk alvast het goede voorbeeld: hij kocht 4 seizoenskaarten van zijn oude club FC Groningen om te verloten onder kinderen. Zijn teamgenoot Georginio Wijnaldum volgde snel en kocht seizoenskaarten van zijn oude club Sparta om steunen te bieden in moeilijke tijden. https://twitter.com/GWijnaldum/status/1261740260381405184   De Nederlandse Horeca heeft al een mooi voorbeeld gegeven met de actie #HelpdeHoreca – mensen aansporen om een waardebon voor de Horeca te kopen om hun favoriet zaken te laten overleven. En ook Fonds Gehandicaptensport heeft snel en slim gehandeld met de actie Tik ’n Euro, een digital collecte om geld op te halen voor de gehandicaptensport in Nederland. Laten we samen zorgen dat de amateurclubs van Nederland allemaal blijven bestaan. Meld je aan, steun je club. De kracht van de club.

Voetbal

Louis van Gaal: ‘Ik heb de nodige stormen doorstaan’

25 jaar na de Champions League-zege met Ajax is er het boek ‘LvG, [...]
25 jaar na de Champions League-zege met Ajax is er het boek ‘LvG, De trainer en de totale mens’. Louis van Gaal blikt daarin terug op zijn indrukwekkend carrière. Ook tal van mensen die met de 68-jarige trainer in ruste hebben gewerkt komen aan het woord. In deze Helden een uitgebreid interview met de voormalig coach van Ajax, FC [...]

Voetbal

Jackie Groenen: ‘Het melkmeisje van Oranje’

Jackie Groenen is al jaren een van de sterren van [...]
Jackie Groenen is al jaren een van de sterren van de Oranjevrouwen. Ze werd Europees kampioen in 2017 en stond vorig jaar in de WK-finale. We nodigden haar uit in het Rijksmuseum voor de nieuwe serie Leeuwinnen in het Rijks en maakten de vergelijking met het wereldberoemde Melkmeisje van Johannes Vermeer. “Je wordt de scene helemaal ingezogen, maar er gebeurt eigenlijk niks,” vertelt Femke Diercks, onze rondleider in de eregalerij van de Hollandse Meesters, over Het Melkmeisje van Johannes Vermeer, geschilderd rond 1660. “Eigenlijk was ze geen melkmeisje, maar een dienstmeid. Dat zie je aan hoe ze gekleed was, maar ook aan haar bruine armen. Die zijn rood van het doen van de was.” Jackie Groenen en haar moeder Lisette luisteren aandachtig. Het voetbal bij Jackie’s club Manchester United ligt vanwege het coronavirus stil, daardoor hebben ze tijd om naar het Rijksmuseum af te reizen. Extra speciaal in deze tijd, want dankzij KPN, hoofdsponsor van het museum, zijn we de enige aanwezigen in het normaal drukke museum.“Doordat het schilderij zo simpel is, ga je alle details zien,” vervolgt Femke. “De melk die rustig wordt ingeschonken. Het stroompje naar beneden. Vermeer maakte ook heel mooi gebruik van het licht. Juist door dat ene ruitje wordt je aandacht naar het licht getrokken. Daardoor zie je ook dat de muur op de achtergrond niet helemaal wit is. Er is een spijker uitgevallen en je ziet hoe de mand een schaduw geeft. Ook de details van de kan komen mooi uit. Het feit dat je die kunt benoemen, geeft al aan hoe gedetailleerd Vermeer schilderde. Maar vooral haar blik en concentratie - de vrouw kijkt ons niet aan, maar is gericht op haar taak - maken het schilderij onweerstaanbaar. Vermeer was daar ongelooflijk goed in. Hij kon sereniteit creëren waardoor je door drie eeuwen heen kijkt. “Ik word er inderdaad heel rustig van,” zegt Jackie. Samen met Rembrandt van Rijn en Frans Hals vormde Johannes Vermeer ‘De Grote Drie’: de belangrijkste kunstenaars uit de Gouden Eeuw. In tegenstelling tot Rembrandt, die wel driehonderd schilderijen maakte in zijn leven, schilderde Vermeer er ‘slechts’ 35. “Maar,” zegt Femke, “die 35 zijn wel verdomd goed.” Jackie lachend: “Ah, dus hij was van de kwaliteit, niet van de kwantiteit.” Aandachtig kijkt ze weer naar Het Melkmeisje: “Vermeer kon blijkbaar erg genieten van de kleine dingen, het schilderij straalt uit dat hij verliefd was op het leven.” Dienstige speler Zie je gelijkenissen met jezelf en het melkmeisje? “Niet veel, de tijden zijn zo veranderd. Maar het schilderij voelt wel vertrouwd. Ik zou zo op dezelfde manier kunnen staan om een kopje thee voor mijn ouders in te schenken. Net als het melkmeisje ben ik ook erg perfectionistisch. Ik ben me heel bewust van het feit dat ik niet alles perfect doe in het veld. En ik ben erg van de details in het veld. Wat ik mooi vind, is de rust die ze uitstraalt. Ik heb het gevoel dat wij dat minder hebben. De tijd nu draait om: snel, snel, snel.” 'Wat je als vrouw nu allemaal kan bereiken, daar kan geen Gouden Eeuw tegenop. Wat dat betreft leven we nu in een toptijd' Het melkmeisje was een dienstmeid, die waren eigenlijk ondergeschikt. Jullie treden als vrouwenvoetbalsters juist enorm uit de schaduw. “De belangstelling is inderdaad veel groter geworden, ook door ons succes. Maar ik heb nooit de mannenploeg boven ons zien staan en ons eronder. Zo kijk ik daar niet naar. Ik doe waar ik blij van word en dat doen zij ook. We hebben dezelfde passie.” Sta jij als spelbepaler erg in dienst van het team? “Ik ben absoluut een dienende speler. Maar dat zijn we allemaal wel in zekere zin. We hebben allemaal onze eigen kwaliteiten en die komen goed samen. Lieke Martens is de dribbelaar, Sherida Spitse is van de mooie passes, ik ben misschien meer van de steekballen en het bikkelen.” Maar ook van een pegel waarmee je Oranje naar de finale van het WK bracht vorige zomer... Lachend: “Dat lag voor mij ver buiten mijn comfortzone.” Word je weleens gek van de aandacht? “Ik vind eigenlijk altijd alles leuk, ben enthousiast. Het is leuk om nieuwe dingen mee te maken en mensen te ontmoeten. Misschien is het voor mij makkelijk praten, want ik krijg haast alleen maar positieve reacties. Het publiek dat we trekken bestaat voor een groot deel uit kinderen en gezinnen. Wij zijn nog geen Messi of Ronaldo die nauwelijks in de supermarkt kunnen lopen, ik kan nog steeds prima over straat. En als iemand met me op de foto wil, vind ik dat prima.” Zouden jullie wereldwijd ooit bekender dan Het Melkmeisje kunnen worden? Lachend: “Dan moeten we nog wel een paar keer wat winnen, denk ik.” De Gouden Eeuw Had jij graag in de Gouden Eeuw, de tijd van het melkmeisje, geleefd? “Daar heb ik het weleens over met mijn ouders, want ik vind de mode uit die tijd heel interessant. Dat grootse ervan, die opgedofte jurken en dat dat ook allemaal kon toen. Ik kleed me ook graag anders, wat aparter, dus ik vind de stijl uit die tijd mooi om te zien. Ik kijk graag naar die kostuumdrama’s op Netflix, als Downtown Abbey. Die nostalgie vind ik prachtig. Maar wat je als vrouw nu allemaal kan bereiken, daar kan geen Gouden Eeuw tegenop. Wat dat betreft leven we nu in een toptijd. Daar hebben we veel geluk mee.” Je hebt eens gezegd: ‘Eigenlijk ben ik te laat geboren.’ Je leest veel oude boeken, houdt van oude films en muziek. “Klopt. Mijn interesse voor dat nostalgische begon bij muziek. Ik ben er niet echt mee opgegroeid. We hadden wel een platenspeler thuis, draaiden veel oude platen, maar mijn ouders waren er niet overdreven geïnteresseerd in. Dat heb ik veel meer. Ik hou van die artistieke kant met woorden, het spelen ermee. Dat zit heel erg in muziek, maar ook in boeken. Daardoor ben ik boeken gaan lezen uit die tijd. Nu ben ik voor de zesde keer The Great Gatsby aan het lezen. Ik lees ook graag boeken van Charles Dickens. Ik hou van die artistieke kant in kleding en kunst. Daarom vind ik die schilderijen heel indrukwekkend om te zien. Met kunst ben ik niet echt opgegroeid. Wij gingen vroeger als we een stad gingen bezoeken wel naar een museum, maar onze aandacht was meer gericht op gebouwen. Mijn vader is architect, dus was hij meer geïnteresseerd in bijvoorbeeld oude kerken. Kunstkenners zijn we totaal niet.” Hoe is de kunst in Manchester? “Manchester is een beetje een hipster stad, met veel graffiti. Het heeft ook wel een kunstkant, je hebt bijvoorbeeld de John Rylands Library, een bibliotheek gemaakt in een oude kerk, heel mooi. Er zijn zeker plekken in Manchester waar je als kunstliefhebber goed terecht kunt, in bijvoorbeeld de wijk Northern Quarter. Tekeningen op de muren, graffiti; heel gezellig.” Lachend: “Maar je ziet er geen Vermeer aan de muur hangen.” Schuilt er in jou eigenlijk een kunstenares? “Vroeger heb ik veel geschilderd. Ik had een schilderezel en de materialen. Ik heb ook wel wat dingetjes thuis hangen, maar ben totaal niet talentvol. Schilderen en tekenen vond ik wel heel leuk. En ik speel veel gitaar, heb één keer in de week les, nu via Skype. De akkoorden switches gaan steeds soepeler. Soms zing ik erbij, puur als hobby, hoor. Ik kom dan een beetje uit die voetbalbubbel.” 'Dit is een stapje dichterbij Johan Cruijff en dat hij ooit een wedstrijd van mij ziet. Een paar maanden later overleed hij. Hij heeft onze successen niet meegemaakt' Qua voetbal bevinden jullie je wel in een soort Gouden Eeuw. Jullie halen het ene na het andere succes. “Het kan inderdaad niet op de laatste tijd. We hebben er met de Oranjevrouwen heel veel plezier in. Het klikt steeds beter en alles is op dit moment positief. Dat is het beeld dat wordt geschetst ook misschien, maar dat klopt ook echt. We zijn keihard tegen elkaar als het moet, maar helpen elkaar ook. We zijn een soort vriendinnengroep. Al is dat makkelijk om te zeggen als het goed gaat natuurlijk.” Leermeester Had Vermeer jouw leermeester kunnen zijn? “Op een bepaalde manier misschien wel. Hij straalde in zijn schilderijen uit dat hij op een bepaalde manier van het leven hield. Dat herken ik wel in mijn familie. Soms kunnen we buiten zitten met een kop thee en tegen elkaar zeggen: ‘Wat zitten we hier lekker, hè.’ En ik kan ook weleens in mijn eentje op de bank zitten en denken: wat heb ik het eigenlijk goed. Vermeer zag ook iets kleins, dat vond hij mooi, en daar besteedde hij dan veel aandacht aan. Het lijkt alsof hij erg van die kleine, normale dingen in het leven genoot. Maar ik hou ook van dat perfectionisme dat hij heeft, dat heb ik ook in het veld. Zo tel ik mijn fouten, de passes die hadden moeten aankomen. Mijn vader leerde me dat en mijn grootste frustratie is als een simpel twee meter passje misgaat. Mijn ouders komen ieder weekend kijken in Engeland. Maandag tot en met woensdag worden de beelden teruggekeken en bellen we. Ik bespreek de wedstrijden altijd tot in detail met mijn vader. Hij is nog perfectionistischer dan ik. Soms leidt het tot eindeloze discussies en uiteindelijk geven we dan een cijfer voor de wedstrijd. Vroeger vond ik het fijn om te horen wat ik goed had gedaan. Dan zei hij altijd: ‘Wat goed is, weet je zelf wel, dus dat hoef ik niet te herhalen.’ Daardoor ben ik heel zelfkritisch geworden, ik denk dat ik daardoor ook zover ben gekomen. Dus eigenlijk is mijn vader vooral mijn leermeester.” En jouw idool Johan Cruijff dan? “O ja, hij nog meer. Maar dat is meer vanwege zijn spel. En vanuit een soort heldenverering. Dat ik hem nooit ontmoet heb, vind ik nog altijd heel jammer. Dat was altijd mijn doel. Toen ik voor het eerst bij het Nederlands elftal kwam - ik speelde toen in de Bundesliga bij Duisburg - was mijn eerste gedachte: dit is een stapje dichterbij Johan Cruijff en dat hij ooit een wedstrijd van mij ziet. Een paar maanden later overleed hij. Hij heeft onze successen niet meegemaakt.” Kan jij een trainer opnoemen van wie je het meest hebt geleerd? “Van iedere trainer pik ik weer andere dingen op. Zo kan ik bijvoorbeeld nog steeds denken aan tips van een trainer bij onder 14.” Wat vind je goed aan Sarina Wiegman, jullie bondscoach? “Ik hou van haar directheid, duidelijkheid en eerlijkheid. Hoe hard het soms ook is. Ook omdat ik vind dat als zo iemand zegt dat je iets goed hebt gedaan, dat meer waarde heeft.” Wie heeft jou nog meer veel geleerd in het leven, buiten je vader? “Ik ben echt een gezinsmens. Mijn moeder en zusje leren me ook veel. We zijn alle vier verschillend, van iedereen pak ik een eigenschapje mee. Mijn moeder is iets rustiger, dat heb ik van haar. En het fanatieke met school en nu mijn studie Rechten heb ik ook van mijn moeder. Mijn vader was vooral gericht op sport, op voetbal. Hij speelde tot de A1 bij Willem II. Mijn zusje Merel is weer een heel harde werker, heeft bijna nog meer winnaarsmentaliteit dan ik.” Medaillezucht Is voetbal voor jou de mooiste vorm van kunst? “Dat absoluut, daar ligt mijn hart. Laatst heb ik alle wedstrijden van het EK 1988 teruggekeken. En een lange documentaire over de jeugd van Cruijff. Maar ik geniet het meest van de beelden waarin hij gewoon op straat aan het voetballen was. Het plezier, het simpele. Dat is misschien waarom zoveel mensen van Barcelona houden. Die ploeg straalt het plezier uit dat ik als klein meisje ook had.” Soms wordt er in een team gesproken van de sterren en de waterdragers. “Vroeger was dat meer het geval dan nu, denk ik. Toen had je misschien twee of drie echte sterren en de rest cijferde zich helemaal weg voor hen. Op papier heb je in ons team misschien sterren als Lieke en Shanice van de Sanden, maar zo voelt dat voor ons niet. Het zijn iedere keer weer andere speelsters die opstaan. We zijn allemaal harde werkers.” Wat zijn jouw dromen? “Volgend jaar wil ik natuurlijk ver komen op de Olympische Spelen. Maar eigenlijk hoop ik gewoon dat ik het voetbal altijd zo leuk blijf vinden als nu. Sinds we prijzen hebben gewonnen, heb ik wel meer ‘medaillezucht’ gekregen. Ik wil graag een keer de Champions League winnen met Manchester United en kampioen worden. We doen voor het eerste jaar mee en staan vierde in de competitie, we gaan de goede kant op. Dat opbouwproces is heel bijzonder. De club pakt het zo goed op, zo professioneel. En als je dan een mooie prijs wint, schrijf je echt geschiedenis.” En op maatschappelijk gebied? “Ik ben nog bezig met mijn studie Rechten, maar wil geen advocaat worden, dat past niet bij me. Wedstrijden kijken en analyseren vind ik erg leuk, misschien kan ik daar mee aan de slag later. Helden Magazine 52 Het verhaal van Jackie Groenen komt voort uit Helden Magazine nummer 52.  In de 52ste editie van Helden schittert Louis van Gaal de cover. Met hem blikken we terug op zijn indrukwekkende carrière. Ook tal van mensen die met de trainer hebben gewerkt komen aan het woord. Harrie Lavreysen, Alexander Brouwer, Niek Kimmann, Kim Polling, Kira Toussaint, Frédérique Matla, Femke Heemskerk, Ranomi Kromowidjojo, Ferry Weertman en Marit Bouwmeester zouden afgelopen zomer schitteren op de Olympische Spelen in het land van de rijzende zon. Het coronavirus gooide echter roet in het eten. Helden fotografeerde de sporters bij wie alles al een tijd draait om Tokio op een bijzondere wijze in ‘Tokiogangers’ In deze editie gaan wij ook terug in de tijd. Pieter van den Hoogenband won twintig jaar geleden olympisch goud op de 100 en 200 meter vrije slag en Joop Zoetemelk won veertig jaar terug als laatste Nederlander de Tour de France. Daarnaast was John Heitinga met Oranje tien jaar terug dicht bij de wereldtitel en won Rinus Israel vijftig jaar geleden de Europa Cup I met Feyenoord. Het was ook dertig jaar geleden dat Mike Tyson zijn wereldtitels en zijn status van onoverwinnelijkheid verloor, bereikte Andre Agassi voor het eerst een grandslamfinale én blikken onder meer uitblinkers Dennis Bergkamp, Frank de Boer en Patrick Kluivert terug op de behekste wedstrijd uit 2000: Nederland – Italië. Verder in de 52ste editie van Helden spreken we sportief directeur van Jumbo-Visma, Merijn Zeeman. Kiran Badloe won de strijd met vriend, trainingsmaat én concurrent Dorian van Rijsselberghe. Een exclusief gesprek met Chris Froome over onder meer zijn horrorcrash. Ook lees je hoe overleven voor Johan van der Velde gesneden koek is en verteld Elsemieke Havenga hoe ze tweemaal olympisch goud had kunnen hebben. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Nederland – Italië: Die behekste wedstrijd

Eindelijk ging het gebeuren. Het Oranje van Frank Rijkaard had een [...]
Eindelijk ging het gebeuren. Het Oranje van Frank Rijkaard had een stip op de horizon gezet en op 2 juli 2000 zou het land ontploffen van voetbalgeluk: Europees kampioen. Het liep anders. Uitblinkers Dennis Bergkamp, Frank de Boer, Patrick Kluivert, Boudewijn Zenden en Paul Bosvelt over de prachtige film met het verkeerde einde. Deel 1: de reconstructie 11 juni 2000 Hij schudt zijn nekspieren los. Patrick Kluivert weet: nu moet het gebeuren. Als halvefinalist op het WK’98 heeft Oranje een status als favoriet verkregen voor het EK in België en Nederland en Kluivert voelt: “Hoe goed we waren, wisten we wel. Nu moesten we een keer een toernooi gaan winnen. Nu lag de druk bij ons. Een EK in eigen land en er was maar één finale denkbaar: Frankrijk-Nederland.” Als Kluivert rondkijkt ziet hij vertrouwde gezichten. Edgar Davids pept de boel op. De bebrilde pitbull is de grote aanjager. Frank de Boer heeft het fanatisme in zijn blik, Dennis Bergkamp brandt van binnen, maar Davids uit het in beestachtige wilskracht.De eerste wedstrijd moet Oranje tegen Tsjechië. Dat heeft nog geen Petr Cech op doel staan, maar jongeren als Pavel Nedved en Tomas Rosicky stormen naar de top. “En ze hadden een spits die drie koppen groter leek dan de rest,” herinnert Frank de Boer zich. Jan Koller. Frank Rijkaard had twee jaar geboetseerd aan zijn ideale elftal, juist nu heeft hij wat problemen. De snelle Marc Overmars is lang geblesseerd geweest, de vaste linksback Winston Bogarde is afgehaakt en voor Clarence Seedorf kan Rijkaard moeilijk de passende positie vinden. Omdat er in vele oefenduels te veel tegengoals zijn geïncasseerd, is Rijkaard met een kerstboom-opstelling gekomen. De linkspoten Davids en Phillip Cocu moeten een bastion vormen voor de defensie, Seedorf dient rechts als vleugel op te duiken, Boudewijn Zenden is de sneltrein op links en Dennis Bergkamp komt op tien. In de spits staat de piek: Kluivert. Het vijfmansmiddenveld lijkt imposant, maar wordt volledig verrast door de Tsjechen. Nedved is niet te houden, Poborsky wandelt voortdurend richting vrijheid en doelman Edwin van der Sar ziet tot zijn afgrijzen hoe de ene na de andere Tsjech vrij voor zijn neus opduikt. Hij redt en hij redt, heeft hulp van de paal en de lat, het is een wonder dat het 0-0 blijft. Oranje doolt over het veld en Jaap Stam valt in de tweede helft ook nog eens uit. Huib Plemper, later omgedoopt tot Dr. Bibber, hecht een wond boven Stams wenkbrauw, maar na minuten gedoe keert de robuuste verdediger niet meer terug. Ook Seedorf moet wijken, hij kan zijn ingewikkelde rol niet invullen, Ronald de Boer vervangt hem. Even later slingert een andere invaller, Marc Overmars, de bal zijn richting op. De Boer voelt hoe Nemec hem min of meer aan het uitkleden is. Een fraaie duik later wijst Pierluigi Collina zowaar naar de stip. Strafschop, 89ste minuut. Frank de Boer heeft er uren op geoefend. Hard, linkerhoek, halfhoog. 1-0. Een gestolen zege, maar de druk is er af. 16 juni 2000 De spanning neemt toe. Spelers morren. Rijkaard is een geweldige coach, maar maakt het soms wel erg ingewikkeld. De jonge trainer gaat terug naar de Hollandse school tegen Denemarken. Gewoon twee snelle buitenspelers, een driemansmiddenveld. Hij heeft nog één probleem. Zowel Zenden als Overmars wil liever linksbuiten spelen en geen rechtsbuiten. In dit nieuwe systeem zoeken Davids en Cocu net zo lang naar hun rol tot Gravesen in alle vrijheid tussen hen doorloopt en de bal op de lat pegelt. Er lukt te weinig bij Oranje, het is een wonder dat met 0-0 de rust wordt gehaald. Grønkjær is een plaag met zijn snelle rushes en de Denen staan simpelweg beter als team. Na de thee staat Dennis Bergkamp op. Een flitsende combinatie met Kluivert, Peter Schmeichel kan nog redden, maar de rebound is voor de spits: 1-0. Ronald de Boer komt er in en weer is hij meteen belangrijk: 2-0. Als toetje is er een waanzinnige rush van Michael Reiziger die zo hard gaat rennen dat zelfs ploeggenoten afhaken, de enige die hem kan bijhouden is Zenden en die tikt de assist van Reiziger knap binnen: 3-0. Van der Sar veroorzaakt nog een penalty, die naast gaat, en moet even later na een uittrap afhaken. Sander Westerveld is zijn vervanger. [caption id="attachment_18147" align="alignnone" width="2410"] V.L.N.R.: Peter van Vossen, Giovanni van Bronckhorst, Marc Overmars en Frank de Boer treuren na de uitschakeling.[/caption] 21 juni 2000 Johan Cruijff geeft koningin Beatrix een hand, ze zit in een groene lentejurk naast kroonprins Willem-Alexander, Cruijff heeft Danny meegenomen. Iedereen straalt. Nederland en Frankrijk moeten betwisten wie als eerste in de poule eindigt en dus in Nederland mag blijven. Het hoge bezoek ziet dat Sander Westerveld nerveus begint en bij een corner mistast. Merci, zegt Dugarry: 0-1. Zenden: “We wilden heel graag in Nederland blijven, de Fransen wilden liever naar België, wat dichter bij hun huis. Maar ze begonnen ijzersterk.” Zo ontrolt zich een vermakelijk duel, waarin Oranje groeit en de druk van zich afspeelt. Bergkamp en Kluivert vinden elkaar meer en meer (1-1) en na een goal van Trezeguet (1-2) jaagt Frank de Boer een vrije trap van grote afstand in het kruis (2-2). Zenden geeft het slotakkoord na een majestueuze pass van Westerveld: 3-2. Al speelt Frankrijk zonder de grote sterren Zidane en Henry, dit smaakt goed, de sfeer slaat om. Ongeslagen naar de kwartfinale. De Boer: 'Als coach die wedstrijd bij de Graafschap en als speler die wedstrijd tegen Italië. Dat zijn de twee grootste teleurstellingen uit mijn carrière' 25 juni 2000 Kluivert: “Zonder de Arena te willen benadelen, maar in De Kuip voelden we iets extra’s.” Deze dag lééft De Kuip, het beweegt, het schudt. Na een wake-upcall van Milosevic, waarbij Van der Sar schitterend redt, swingt Oranje het arme Joegoslavië alle kanten op. Davids en Cocu pakken alle ballen af, de uitblinkers blinken uit, Kluivert scoort drie keer, Bergkamp is weergaloos, Overmars en Zenden snellen op de vleugels en Paul Bosvelt showt een prachtige passeerbeweging die tot de 3-0 leidt. Het feest eindigt in een 6-1-zege, waarbij die ene tegengoal weer valt bij de arme Westerveld die de nog niet geheel fitte Van der Sar in de slotfase aflost. Van der Sar zal het toernooi geen één keer gepasseerd worden. Althans... 29 juni 2000 Daar snelt Bergkamp al langs Iuliano. Ze komen allemaal te laat, Nesta, Toldo, de bal zoeft de hoek in. Paal. Als een tornado raast Oranje over het veld in de halve finale tegen Italië. Daar flitst Overmars weer langs Maldini, daar moet Zambrotta weer aan de noodrem trekken omdat Zenden hem veel te vlug af is. Voordat ie het weet heeft de Duitse arbiter Merk hem al twee keer een gele kaart gegeven en is het elf tegen tien. Als Nesta iets te lang Kluivert vasthoudt, geeft Merk ook nog eens een penalty cadeau. Helden Magazine 52 Het eerste gedeelte over de behekste wedstrijd: Nederland - Italië komt voort uit Helden Magazine nummer 52.  In de 52ste editie van Helden schittert Louis van Gaal de cover. Met hem blikken we terug op zijn indrukwekkende carrière. Ook tal van mensen die met de trainer hebben gewerkt komen aan het woord. Harrie Lavreysen, Alexander Brouwer, Niek Kimmann, Kim Polling, Kira Toussaint, Frédérique Matla, Femke Heemskerk, Ranomi Kromowidjojo, Ferry Weertman en Marit Bouwmeester zouden afgelopen zomer schitteren op de Olympische Spelen in het land van de rijzende zon. Het coronavirus gooide echter roet in het eten. Helden fotografeerde de sporters bij wie alles al een tijd draait om Tokio op een bijzondere wijze in ‘Tokiogangers’ In deze editie gaan wij ook terug in de tijd. Pieter van den Hoogenband won twintig jaar geleden olympisch goud op de 100 en 200 meter vrije slag en Joop Zoetemelk won veertig jaar terug als laatste Nederlander de Tour de France. Daarnaast was John Heitinga met Oranje tien jaar terug dicht bij de wereldtitel en won Rinus Israel vijftig jaar geleden de Europa Cup I met Feyenoord. Het was ook dertig jaar geleden dat Mike Tyson zijn wereldtitels en zijn status van onoverwinnelijkheid verloor én bereikte Andre Agassi voor het eerst een grandslamfinale. Verder in de 52ste editie van Helden spreken we sportief directeur van Jumbo-Visma, Merijn Zeeman. Staat Jackie Groenen oog in oog met ‘Het Melkmeisje’ van Vermeer. Kiran Badloe won de strijd met vriend, trainingsmaat én concurrent Dorian van Rijsselberghe. Een exclusief gesprek met Chris Froome over onder meer zijn horrorcrash. Ook lees je hoe overleven voor Johan van der Velde gesneden koek is en verteld Elsemieke Havenga hoe ze tweemaal olympisch goud had kunnen hebben. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

John Heitinga: ‘Het wat-als gevoel blijft’

John Heitinga (36) speelde tien jaar geleden in [...]
John Heitinga (36) speelde tien jaar geleden in Zuid-Afrika de derde WK-finale uit de Nederlandse geschiedenis. Maar weer greep Oranje, dit keer tegen Spanje, naast de wereldtitel. Een van de hoofdrolspelers van toen blikt terug op het WK 2010. “Die kans van Arjen Robben... Als je de beelden terugziet, zie je mij al met m’n handen omhoog staan.” Karakters “Op de dag van zijn aanstelling in 2008 sprak bondscoach Bert van Marwijk al van een missie. En in de eerste bespreking in Huis ter Duin in Noordwijk zei hij: ‘Jullie hoeven geen vrienden van elkaar te zijn, zolang je elkaars kwaliteiten maar herkent en erkent en jullie negentig minuten voor elkaar door het vuur gaan.’ Die woorden zijn me altijd bijgebleven. Het was duidelijk wat ieders positie was binnen de ploeg. Je had de ‘Grote Vier’, Robin van Persie, Arjen Robben, Wesley Sneijder en Rafael van der Vaart, hoewel ze zichzelf nooit zo noemden. Dat deed de pers. Jonge jongens sloten makkelijk aan, terwijl we zelf ook pas midden twintig waren. Wie de nummers 1 tot en met 11 waren, was duidelijk. Klaas-Jan Huntelaar speelde niet bij AC Milan en Rafael niet bij Real Madrid. Wesley speelde juist de sterren van de hemel bij Inter Milaan, hij had net de Champions League gewonnen, en Robin was bij Arsenal topscorer van de Premier League geworden. Hoewel we nog jong waren, hadden we ook best wat bagage. Wesley, Rafael, Arjen en ik hadden al drie eindtoernooien gespeeld. We wisten daardoor wel wat ons te wachten stond. In de kwalificatiewedstrijden hadden we al sterk het gevoel: waar we ook tegenaan lopen, we winnen sowieso. Dat gevoel werd versterkt door een paar karakters in het team: Wesley, maar ook Mark van Bommel, Nigel de Jong en Giovanni van Bronckhorst." Sushikar Tijdens de voorbereiding in Seefeld in Oostenrijk, twijfelde ik enorm of ik het WK wel zou halen. Ik had bij Everton drie maanden met injecties in mijn voet gespeeld, daar had ik enorm veel last van. Voor het WK wilde ik het zekere voor het onzekere nemen en ik ging naar specialist Cor van der Hart. Pas toen het toernooi echt begon, was ik van mijn klachten af. Onze uitvalsbasis was Johannesburg. Soms was het overdag twintig graden, maar de volgende dag kon het drie graden vriezen. Alles was perfect geregeld. Hans Jorritsma, onze teammanager, liet niks aan het toeval over. Zo ook met de kamers. Mijn kamer bleek tegen een lift aan te zitten. Ik zei tegen Hans: zo kan ik niet slapen. Waarop hij antwoordde: ‘We wisselen wel van kamer.’ Hartstikke tof van hem. Hij wist ook: die jongens moeten presteren. Onze koks maakten voor ons prima eten klaar in het hotel, maar er was ook een geweldig sushirestaurant. Wes, Raf, Joris en ik waren altijd met elkaar aan het klaverjassen. Voor het eten spraken we met elkaar af dat we maar een klein beetje zouden eten. Dan lieten we tijdens het kaarten op een van onze kamers de sushikar langskomen. Ik denk dat de staf dat ook wel wist. Vuvuzela’s Onze eerste wedstrijd tegen de Denen was een middagwedstrijd en we kwamen te laat bij het stadion. In de bus hadden we niks in de gaten. Die iPodjes waren toen helemaal in, we zaten dus allemaal met onze muziek op. Rafael luisterde altijd naar Empire State of Mind van Alicia Keys, ik luisterde naar van alles. Wesley was trouwens verantwoordelijk voor de playlist in de kleedkamer. Frans Duijts en André Hazes hoorden we vaak. Van 2008 tot 2012 kwamen bijna altijd dezelfde nummers voorbij. Elke speler had zijn eigen voorbereiding. Arjen Robben rende in de kleedkamer altijd heen en weer, ik rekte altijd, deed yoga- en pilatesoefeningen. Anderen luisterden muziek. We hadden er voor de wedstrijd tegen Denemarken in ieder geval minder tijd voor, kwamen een half uur later dan gebruikelijk aan. Aan twee dingen moesten we enorm wennen. In de eerste plaats aan de vuvuzela’s. Wat een herrie gaven die dingen! Je hoorde nauwelijks stadiongeluid, alleen die toeters. Maar nog belangrijker was de bal, die was verschrikkelijk. Als je te hard trapte, kreeg hij zo’n enorme snelheid. Het had ook met de luchtdruk te maken, omdat we op hoogte speelden. We wonnen dikverdiend van de Denen, met 2-0. Alle vastigheden zaten er goed in. Nigel de Jong, Mark van Bommel, Giovanni van Bronckhorst, Gregory van der Wiel, Joris Mathijsen en ik vormden een blok. En de voorste vier waren vrij. [caption id="attachment_18133" align="alignnone" width="1726"] John Heitinga tilt Wesley Sneijder op na de winst op Uruguay.[/caption] Toen hadden we het al over de as bewaken. Nou, die zat bij ons potdicht. Desondanks speelden we niet heel goed.De linksback van Denemarken maakte een eigen goal en Dirk Kuijt scoorde. Dirk was voor ons de Duracell-batterij van het elftal. Niet moe en kapot te krijgen. Dirk was een belangrijke schakel. Hij verrichtte zoveel werk, leverde zo enorm veel strijd. Kritiek Tegen Japan hadden we het lastig. Ze waren supergedisciplineerd en niet moe te krijgen. Keisuke Honda deed mee, een goede speler. Ik weet nog dat ik de langste Japanner moest dekken bij standaardsituaties. We zijn die wedstrijd niet in gevaar gekomen, maar die ene goal van Wesley hadden we wel hard nodig. Daar bleef het bij. Na die wedstrijd waren we ook gekwalificeerd voor de knock-outfase. Dat we saai en lelijk wonnen, was het commentaar na afloop. Ons kon dat niet veel schelen. Ook was er een eindeloze discussie over onze verdediging, die zou zwak zijn. Joris en ik vormden het centrale duo sinds 2008, dus ook tijdens het WK. Natuurlijk bespraken we samen de kritiek van buitenaf en stoorden we ons eraan. Ga er maar eens aan staan als je de generatie van Frank de Boer en Jaap Stam moet opvolgen. We waren geen wereldtop, absoluut niet. hebben allebei prachtige carrières gehad hoor, maar waren vooral heel degelijk. We vulden elkaar goed aan, speelden heel stabiel. Joris en ik hadden gewoon een klik, zonder dat we in het veld veel met elkaar spraken. We konden lezen en schrijven met elkaar. En tegen wie we ook speelden, of het nou Italiaanse of Zweedse spitsen waren, we wonnen vaak. 'Er was discussie over onze verdediging. Ga er maar eens aan staan als je de generatie van De Boer en Stam moet opvolgen. We waren geen wereldtop, absoluut niet' Verschilmaker We speelden de laatste poulewedstrijd in Kaapstad tegen Kameroen. Achteraf had ik graag de finale daar gespeeld omdat we daar minder last hadden van die rare bal. Het was vooral de wedstrijd van Arjen Robben: hij was terug. Die blessure van hem was lang hét onderwerp van gesprek. Een van de laatste ballen die we in de uitzwaaiwedstrijd tegen Hongarije raakten, was een hakballetje van Arjen. We zagen hem meteen naar zijn hamstring grijpen. Shit, dachten we. In Oostenrijk trainde hij apart en werd hij behandeld door Dick van Toorn. Het werd voor hem een race tegen de klok. Arjen was een van de sterren, we hadden hem echt nodig. Hij kon in zijn eentje iets forceren, een mannetje uitspelen en goals maken. Je wist dat hij naar binnen ging, maar toch trapte je erin. Je wist dat hij in de verre hoek ging schieten, maar toch was de keeper kansloos. Arjen was een verschilmaker. Zijn blessure is na het WK nog een heel ding geweest. We speelden met het Nederlands elftal nog een keer uit bij Bayern München. Werd Arjen uitgefloten door zijn eigen publiek. We stelden voor om van het veld te stappen, maar dat wilde hij niet. Dat Arjen fit was – hij speelde tegen Kameroen twintig minuutjes mee – heeft de ploeg een extra boost gegeven. Met Arjen en Robin hadden we voorin twee spelers van de buitencategorie. Hoewel Robin niet een heel goed toernooi speelde, was hij, alleen al door zijn aanwezigheid, ook enorm belangrijk. In de Premier League was hij een grote meneer, verdedigers hielden altijd rekening met hem. We wonnen met 2-1, Van Persie en Huntelaar scoorden. Het gevoel dat we wat moois konden neerzetten, was gegroeid. Dit is het moment, voelden we. Ook omdat het geluk soms best aan onze zijde was. Een eigen goal van Denemarken in de openingswedstrijd, de goal van Wesley tegen Japan kwam tot stand doordat zijn schot van richting werd veranderd... Natuurlijk vierden we het na terugkomst in het hotel. Na sommige wedstrijden mochten de vrouwen langskomen. Mijn vrouw Charlotte-Sophie was er alleen bij de finale, want onze dochter Jezebel was net geboren, die was pas drie maanden oud. Betrouwbare keeper We bleven het naar ons zin hebben in Johannesburg. Af en toe konden we het hotel uit naar de gym een paar honderd meter verderop of naar de shopping mall. We hadden altijd beveiligers bij ons, maar toch was dat onze uitlaatklep. En er kwamen geregeld mensen langs. Zo was Zinedine Zidane een keer in ons hotel. Als we getraind hadden, konden we naar een relaxruimte die voor ons was ingericht, met een grote tv. Ik weet nog dat Zidane daar ineens zat met onze afstandsbediening in zijn hand. Als kleine jongens zijn we er maar bij gaan zitten en fotootjes gaan maken. Voor ons was hij natuurlijk ook een van de beste voetballers aller tijden. Najib Amhali en Ali B zijn ook nog langs geweest. En kapper Hanni Hanna is een keer gekomen. Nu is dat heel normaal, dat je haar netjes en strak zit tijdens een wedstrijd. Toen was dat anders. In de krant werd hij omschreven als ‘de kapper van Oranje’. Via een vriend kwam hij binnen, we wilden gewoon geknipt worden. Ha, Dirk Kuijt had een heel gek kort kapsel tijdens het toernooi, weet ik nog. In de achtste finales speelden we tegen Slowakije, op papier geen grote naam. ‘Tegen deze ploeg gaan we er niet uit,’ zeiden we tegen elkaar. Dat zou een blamage zijn geweest. Het was geen grootse wedstrijd, we trokken hem zakelijk over de streep. We kwamen met 2-0 voor dankzij Robben en Sneijder, de wedstrijd was min of meer gespeeld, tot we in de laatste minuut een penalty tegen kregen: 2-1. Maarten Stekelenburg had een paar belangrijke reddingen. Hij speelde een geweldig WK. Maarten hield van grapjes en gezelligheid. Toen hij in de B’tjes bij Ajax in de jeugdopleiding kwam, had hij pas twee jaar zijn handschoenen aan. Daarvoor voetbalde hij. Maarten kon, en kan nog steeds, heel goed meevoetballen. Daarin maakte hij het verschil. Als verdediger is het lekker om een betrouwbare keeper achter je te hebben. Ik wist dat ik hem onder druk aan kon spelen en dat hij niet in paniek zou raken. Maarten had na Edwin van der Sar dé keeper van Oranje moeten worden en nu recordinternational aller tijden moeten zijn. Hij kwam na Ajax bij AS Roma terecht, en ook nog bij Southampton en Fulham, maar zat veel op de bank. Als keeper moet je wel kunnen spelen. Straatschoffie Ik heb de kwartfinale tegen Brazilië onlangs voor het eerst teruggekeken en voelde trots. De tweede helft was de enige helft van het toernooi waarin we echt goed speelden. Voor de wedstrijd liep Joris een beetje te ijsberen in de kleedkamer. Hij had overduidelijk last van iets, terwijl er de dagen daarvoor niks aan de hand was. Voor de warming-up moest er een beslissing genomen worden. Was hij fit genoeg om te spelen? Van Marwijk hakte de knoop door. Wij vonden er natuurlijk ook wat van, wilden met elf fitte spelers op het veld staan. Zeker tegen een ploeg met Robinho en Kaká, de wereldtop. Bert kwam naar me toe en zei: ‘André komt naast je te spelen.’ Vijf minuten voor de warming-up viel die beslissing. André Ooijer was een ervaren jongen, had het al bewezen tijdens het EK van 2008. Maar het was toch anders, we hadden ons nauwelijks samen voorbereid. In de eerste helft heb ik alle hoeken van het veld gezien, we werden weggespeeld. Wat ook meespeelde, was dat we allemaal waren opgegroeid met de historie van Brazilië. In 1994 en 2002 waren ze wereldkampioen geworden. Allemaal hadden we vroeger Panini-plaatjes gespaard. Eerst wilde je de spelers van het Nederlands elftal hebben, daarna die van Brazilië. We waren meer gespannen dan in andere wedstrijden. En dat zag je overduidelijk terug. Robinho schoot de eerste goal goed binnen. Toen kwam nog die geweldige redding van Stekelenburg op het schot van Kaká. We zaten in de rust aangeslagen in de kleedkamer. Toch stond het ‘pas’ 1-0. Bert hield een speech, maar ook Mark en Wesley namen het woord, zeiden: ‘Wat is nou 45 minuten van je leven, op deze manier zitten we morgen in het vliegtuig terug naar huis.’ Die woorden zijn bij mij altijd blijven hangen. Wesley was een straatschoffie en voor de duvel niet bang. Hij zat sportief, maar ook privé in de bloei van zijn leven. Alles wat hij dat toernooi aanraakte, veranderde in goud. Hij voelde zich de grote man en pakte de leiding in de tweede helft. Dat eerste doelpunt van hem was mooi, we hadden de aansluiting gevonden. En daarna die kopbal, helemaal geweldig. Maar ook puur toeval. Wesley had daar nooit moeten staan. Want Wes nam door zijn tweebenigheid altijd de corner. Toen deed Arjen dat ineens, hij stond al bij de cornervlag. Normaal gesproken gaven wij van achteruit een seintje van: wacht even, we komen eraan. We waren nog onderweg toen Arjen die corner al nam. En we zagen ineens die kleine in het zestienmetergebied staan. Ho, dat staat niet op ons lijstje, dachten we. En waarschijnlijk raakte Brazilië daar ook van in de war. Niemand had verwacht dat Wes daar zou staan. Hij ging er prachtig in. Een ander keerpunt in de wedstrijd was een smerige overtreding van Felipe Melo op Arjen, hij ging vol op zijn been staan. Melo kreeg rood. We waren al sterker, maar vanaf dat moment hadden we het heft in handen. Het bleef 2-1. Wat me altijd bij zal blijven, was het shirtje ruilen na afloop. Dat doen we normaal gesproken altijd binnen de lijnen, maar Brazilië stoof meteen het veld af. Na afloop liep ik met Wesley en wat andere jongens hun kleedkamer in om toch nog wat shirtjes te ruilen. Ik wilde die van Lúcio, mijn directe tegenstander. Op die dag ben ik erachter gekomen wat echte emotie is. Ik heb nog nooit zoveel tranen gezien in een kleedkamer. De uitschakeling van het grote Brazilië deed ze zo’n pijn. Iedereen was gebroken. En wij kwamen daar even een souvenir ophalen. Die overwinning hebben we flink gevierd in het hotel. Ook Bert en de staf deden mee. Met zijn assistenten Frank de Boer en Phillip Cocu hadden we zelf nog gespeeld, daar hadden we een enorme klik mee. Frank liet zich wat meer gelden, Phillip was wat rustiger. Ze speelden een belangrijke rol, hielden ons alert en bij elkaar, ze bekommerden zich ook erg om de wisselspelers, omdat ze wisten dat we alle spelers even hard nodig hadden. Dick Voorn was er ook nog. Hij was ook een belangrijke schakel tussen Bert en ons. Bert was voor mij echt een peoplemanager, het was heel duidelijk wat er van ons verwacht werd. Tegelijkertijd gaf hij ons veel vertrouwen en hij liet ons vaak ons eigen ding doen. Ontspanning was voor hem belangrijk. Zo gingen we een keer met z’n allen naar Robbeneiland, volgens Wesley het ‘Arjen Robbeneiland’. Wes had zich in het hokje bij de kapitein opgesloten. Hij kon heel goed Edwin Evers nadoen, die Frank de Boer imiteerde. In de bus luisterden we altijd naar het bandje van Radio 538. Die hele boottocht deed hij Edwin Evers na. En op het eiland liepen allemaal pinguïns waarover Wes riep dat zelfs die geen bal van Arjen kregen. Arjen was natuurlijk een dribbelaar en zelfs de pinguïns werden daar gek van. Wat hebben we gelachen op die boot. Maar op het moment dat we op het eiland kwamen en het verhaal over Nelson Mandela hoorden die daar opgesloten had gezeten, waren we muisstil. Pegel Toen we Brazilië hadden verslagen, wisten we eigenlijk al dat we in de finale zouden staan. Uruguay was op papier een flinke hobbel, maar Luis Suarez was geschorst vanwege een handsbal in de kwartfinale tegen Ghana. En ik kwam tegen mijn maatje te spelen, Diego Forlán. De trap van Cáseres tegen de tanden van Demy de Zeeuw staat nog op mijn netvlies. Die was heel akelig. Mocht hij eindelijk spelen, werd hij vol op zijn mond geschopt. ’s Avonds bij het eten zag het er niet fijn uit. Hij heeft er heel lang last van gehad. Die 1-0 van Giovanni van Bronckhorst was geweldig. Nu zou ik denken: waarom schiet je van die afstand? Maar die bal vloog toch mooi binnen... Iedereen mocht Gio. Hij was een geweldige aanvoerder. Gio bewaakte de eenheid en bewaarde de rust, was echt de leider van het team. Hij hoefde nooit brandjes te blussen. We gunden hem de goal enorm. Na de gelijkmaker van Forlán scoorden Wesley en Arjen. In de negentigste minuut viel nog een tegengoal, de 3-2, die nooit had mogen vallen. Daar waren we na afloop best kwaad over in de kleedkamer, want er waren afspraken niet nagekomen. Maar we stonden in de finale. Wesley en Rafael gingen naar de studio, Wes zat bij Jack van Gelder op schoot. En in de kleedkamer kwamen kroonprins Willem-Alexander en prinses Máxima op bezoek. De meesten van ons stonden nog onder de douche, we gingen met hen op de foto met nog net een handdoek omgeslagen. Een aantal van ons ging nog terug het veld op om de overwinning te vieren met de fans. We hoorden wel een beetje van de gekte die er in Nederlands heerste, maar er was in die tijd veel minder social media. Dus we maakten het niet echt mee. Dat was ook ons voordeel, denk ik, we konden de focus houden. Daarna kwam gauw het besef dat we de grootste wedstrijd uit ons leven gingen spelen. Maar toen bleek dat de KNVB een grote fout had gemaakt: na de halve finale moesten we ons hotel uit. Niemand had er blijkbaar rekening mee gehouden dat we weleens de finale zouden kunnen halen. We moesten na al die weken ineens onze vaste plek, ons huis van dat moment, verlaten. Het was gereserveerd voor mensen die naar de finale gingen kijken... Dat kan er bij mij nog steeds niet in. Samen met de WK-finales in 1974 en 1978 was dit de belangrijkste wedstrijd in de voetbalgeschiedenis van Nederland. Maar of dat ons nou van ons stuk heeft gebracht, durf ik ook niet met zekerheid te zeggen. Rood De avond voor de finale tegen Spanje sliep ik prima. Ik sprak even met mijn vrouw en ik ging zoals voor iedere wedstrijd in een warm bad zitten om te ontspannen. De ochtend van 11 juli volgden we gewoon hetzelfde ritueel. Ontbijten, wandeling, kaarten, korte bespreking, lunch en slapen. Daarna werd het pas spannend. In de bus werd er nog een filmpje met onze hoogtepunten van het toernooi afgespeeld. Maar Bert hield geen speech à la Al Pacino in de film Any Given Sunday, of zo. Shakira trad op voor de finale, ze trainde ook in de gym waar wij trainden. En Nelson Mandela reed in een karretje het veld op. Sommige jongens gingen naar buiten om te kijken, ik bleef in de kleedkamer. Maar niemand van ons heeft Mandela daar ontmoet, dat vind ik nog steeds jammer. Het mooiste moment was voor mij de warming-up. Ik krijg nog steeds kippenvel als ik eraan denk. Vanuit de kleedkamer moesten we een trap af om het veld op te komen. Als een stel gladiatoren liepen we dat stadion in. Een orkaan van geluid kwam op ons af, iedereen klapte voor ons. Dat gaf zo’n boost en een ongelooflijk gevoel van trots. Wesley zei voordat we het veld voor het ‘echie’ opliepen: ‘Niet naar die beker kijken, want dat brengt ongeluk.’ Iedereen keek braaf naar links. Die eerste helft waren we onszelf niet. Die overtredingen van Nigel en Mark... We hadden in die fase nooit met zijn elven op dat veld mogen blijven staan. Spanje was ook echt beter. Ze waren in 2008 al Europees kampioen geworden. Wij hadden een gouden lichting, maar die hadden zij ook. We hadden een paar wereldtoppers in ons elftal, maar bij Spanje waren ze dat allemaal. Ik was bijvoorbeeld geen wereldtop. 'Die eerst helft tegen Spanje waren we onszelf niet. Die overtredingen van Nigel en Mark... We hadden in die fase nooit met zijn elven op dat veld mogen blijven staan' En ja, die kans van Arjen in de 62ste minuut... Als je de beelden terugziet, zie je mij al met mijn handen omhoog staan. Voor ons wat het rot, maar voor Arjen helemaal. We wisten allemaal: degene die op dat moment scoorde, zou wereldkampioen worden. Eigenlijk was er daarna nog één cruciaal moment: Arjen liep richting goal en Carles Puyol hing aan zijn shirt. Normaal gesproken was Arjen gaan liggen, dan had Puyol rood gekregen. Maar Arjen liep door. We hebben het hem nog weleens gevraagd. Voor zijn gevoel was dat een moment dat hij had kunnen scoren. Voor de omschakeling waaruit Andrés Iniesta in de verlenging de enige goal scoorde, hadden we een corner moeten krijgen. Dat moment heb ik nooit live gezien, ik zat al in de kleedkamer na mijn tweede gele kaart. Die eerste gele kaart, voor een overtreding op David Villa, snap ik nog steeds niet. Maar het gebeurde voor de bank van Spanje, die Spanjaarden gingen helemaal los. De tweede gele kaart vond ik zwaar bestraft, ik tikte Iniesta aan op zijn schouder, maar oké, dat had gekund. In de slotfase viel niks onze kant op. Dat is ook waar we zo kwaad om waren. Eljero Elia en Edson Braafheid vielen in, Gio viel uit met kramp. Onze hele linkerkant was weggevallen. Wellicht hadden we de bus moeten parkeren, want we hadden wel Stekelenburg die in de bloei van zijn leven was. Maar dat is allemaal achteraf. [caption id="attachment_18134" align="alignnone" width="1417"] Johnny Heitinga gaat na zijn tweede gele kaart met rood van het veld.[/caption] Ik ben nooit agressief, maar na het fluitsignaal ging ik flink tekeer in de kleedkamer. De tafels vlogen de lucht in. En ik was van plan om een persoonlijk woordje te gaan spreken met scheidsrechter Howard Webb, maar onze perschef Kees Jansma hield me tegen. We waren allemaal aan het huilen in de kleedkamer. Die stomme medaille ophalen was een pijnlijk moment. Toch hebben we elkaar nooit wat verweten. Als team hebben we geprobeerd om het beste eruit te halen. Toen we in het Nederlandse luchtruim kwamen, werden we onthaald door straaljagers. In Huis ter Duin was iets georganiseerd voor ons, maar we hadden helemaal geen zin in een feestje. Achteraf was het heel leuk, zagen daar ook al onze dierbaren weer. De volgende dag gingen we met gevechtshelikopters naar koningin Beatrix. Sommige spelers werden nog heel misselijk en moesten overgeven. Ik ging expres voorin zitten. En daarna nog de rondvaart. Toen we in die helikopters over Amsterdam vlogen, was het Museumplein nog helemaal leeg. Maar toen we bij de grachten aan kwamen, niet normaal. We dachten: wat hebben we teweeggebracht? Maar ook: wat was er gebeurd als we wél wereldkampioen waren geworden? We waren enorm trots, maar ik dacht ook: in Spanje vieren ze nu wél de wereldtitel. Het is geen open wond, maar het blijft eeuwig zonde. Dat sterretje dat we graag boven het leeuwtje op het shirt hadden gehad, was wel heel mooi geweest. Nu zijn we net als in ’74 en ’78 een unieke generatie, maar het ‘wat als-gevoel’ blijft. En daar word je om de vier jaar, tijdens ieder WK, weer aan herinnerd. Onze zoon Lennox beseft wel dat papa een WK-finale heeft gespeeld. Laatst haalde ik de medaille uit de kluis en nam hij ’m mee naar school. Daarna zei hij: ‘Maar papa, Iniesta scoorde, en jij ging met rood van het veld af.’ Dat is de keiharde realiteit. Onoverwinnelijkheid Soms denk ik: wat was er gebeurd als ik mijn carrière met een goede knie had gespeeld? Had ik wereldtop kunnen worden en bij Barcelona kunnen spelen? In de jeugdopleiding sloeg ik altijd elftallen over. Twee zware knieblessures hebben me belemmerd. Mijn rechterknie heb ik vanaf mijn achttiende nooit meer helemaal kunnen buigen. Maar voor mezelf heb ik het maximale uit mijn carrière gehaald. Het einde van mijn carrière had er anders uit moeten zien. Ik was van Hertha BSC teruggekomen bij Ajax in 2015, Frank de Boer en Orlando Trustfull wilden me graag hebben. Ik wist dat ik niet meer de John Heitinga was uit 2010, maar wel dat ik van waarde kon zijn. Frank kwam halverwege het seizoen naar me toe en vertelde dat hij geen gebruik meer van me zou maken. Ik vind nog steeds dat ik geen echte kans heb gehad, heb amper speelminuten gekregen. Maar ik kan het nu loslaten, heb een prachtige carrière gehad. Later ben ik bij Jong Ajax assistent van Marcel Keizer geworden. Hij heeft me geraakt, door hem wilde ik trainer worden. Nu train ik al drie jaar onder 19 van Ajax, en ik gebruik geregeld dingen die ik heb geleerd van Van Marwijk. Dat je geen vrienden hoeft te zijn, maar wel elkaars kwaliteiten moet herkennen en erkennen. Inmiddels ben ik bijna klaar met de cursus Coach Betaald Voetbal, ik wil op termijn graag hoofdtrainer worden. Mijn oud-ploeggenoten van Oranje zie ik niet veel meer. Maar als we elkaar zien, bijvoorbeeld tijdens afscheidswedstrijden, dan komt het gevoel van gemis omhoog. De kleedkamerhumor, de dolletjes, de warming-up, samen door de catacomben lopen, het stadion in... Het leven nu geeft meer rust dan dat als voetballer. Maar het voetballen zelf, dat blijft iets onbeschrijfelijks. Dat gevoel van onoverwinnelijkheid dat we toen hadden, heb ik nooit meer gevoeld. Die kick krijg ik nooit meer.” Helden Magazine 52 Het verhaal van John Heitinga komt voort uit Helden Magazine nummer 52.  In de 52ste editie van Helden schittert Louis van Gaal de cover. Met hem blikken we terug op zijn indrukwekkende carrière. Ook tal van mensen die met de trainer hebben gewerkt komen aan het woord. Harrie Lavreysen, Alexander Brouwer, Niek Kimmann, Kim Polling, Kira Toussaint, Frédérique Matla, Femke Heemskerk, Ranomi Kromowidjojo, Ferry Weertman en Marit Bouwmeester zouden afgelopen zomer schitteren op de Olympische Spelen in het land van de rijzende zon. Het coronavirus gooide echter roet in het eten. Helden fotografeerde de sporters bij wie alles al een tijd draait om Tokio op een bijzondere wijze in ‘Tokiogangers’ In deze editie gaan wij ook terug in de tijd. Pieter van den Hoogenband won twintig jaar geleden olympisch goud op de 100 en 200 meter vrije slag en Joop Zoetemelk won veertig jaar terug als laatste Nederlander de Tour de France. Daarnaast won Rinus Israel vijftig jaar geleden de Europa Cup I met Feyenoord. Het was ook dertig jaar geleden dat Mike Tyson zijn wereldtitels en zijn status van onoverwinnelijkheid verloor, bereikte Andre Agassi voor het eerst een grandslamfinale én blikken onder meer uitblinkers Dennis Bergkamp, Frank de Boer en Patrick Kluivert terug op de behekste wedstrijd uit 2000: Nederland – Italië. Verder in de 52ste editie van Helden spreken we sportief directeur van Jumbo-Visma, Merijn Zeeman. Staat Jackie Groenen oog in oog met ‘Het Melkmeisje’ van Vermeer. Kiran Badloe won de strijd met vriend, trainingsmaat én concurrent Dorian van Rijsselberghe. Een exclusief gesprek met Chris Froome over onder meer zijn horrorcrash. Ook lees je hoe overleven voor Johan van der Velde gesneden koek is en verteld Elsemieke Havenga hoe ze tweemaal olympisch goud had kunnen hebben. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.