Word abonnee

Voetbal

Voetbal

Vivianne Miedema en Jill Woord: ‘Een gouden koppel’

Vivianne Miedema en Jill Roord doorliepen samen de nationale [...]
Vivianne Miedema en Jill Roord doorliepen samen de nationale jeugdelftallen, zijn goede vriendinnen en vanaf volgend seizoen ploeggenoten bij Arsenal. In aanloop naar hun derde eindtoernooi met de OranjeLeeuwinnen bracht Helden de spits en de middenveldster samen in het Engelse Saint Albans. Vivianne Miedema: “Onze eerste ontmoeting was bij de training van Oranje onder vijftien jaar in Zeist. We waren twee magere botjes. Ik maakte op mijn dertiende al de overstap van het districtsteam naar onder vijftien. Jill volgde een jaar later. In het begin vond ik die jonge meiden niet zo leuk.” Jill Roord, grappend: “Jij was de stoere, je voelde je te goed voor ons.” Vivianne: “Ik voelde me juist te oud. Dacht: wat zijn dit voor guppy’s? De eerste keer dat we echt met elkaar optrokken, was tijdens een trip naar Engeland. Hakkepak, weet je nog?” Jill: “Dat heb ik jou toen geleerd! Happepak is Twents voor bij iemand op de rug springen.” Vivianne: “We speelden twee oefenwedstrijden in Leicester en verbleven in een hotel naast het stadion. Elke keer als we naar het restaurant liepen, deden we hakkepak en zat Jill op mijn rug. Zo is onze vriendschap begonnen. Binnen onder vijftien trokken de speelsters uit dezelfde regio naar elkaar toe. Ik was de enige uit het noorden en sloot me aan bij Jill en de andere oosterlingen. Met hen had ik meer een klik dan met de meiden uit Amsterdam of Rotterdam. Die waren veel assertiever. Als ze binnenkwamen, waren ze meteen aanwezig. Er zat ook wat tuig bij, speelsters die asociaal waren en geen respect hadden voor medespeelsters en staf. Meiden uit noord en oost doen dat niet snel, die zijn nuchter en hebben een andere opvoeding gehad.” Jill: “Ik was de jongste van het team en heel braaf. Die Amsterdamse en Rotterdamse cultuur kende ik helemaal niet. Voor mij was dat echt een andere wereld. Viv stond in de spits en ik speelde achter haar als nummer tien. We hadden meteen een klik in het veld.” Vivianne: “Jill was van de assists en gaf vaak steekballetjes waardoor ik één-op-één met de keeper kwam te staan. En als ik een lange bal van achteruit kreeg, kon ik ’m altijd op haar terugleggen.” Jill: “Medespeelsters, trainers en ouders noemden ons het Gouden Koppel. Zelf wisten we ook wel dat er in het veld veel om ons draaide.” Vivianne: “Ik kan me alle wedstrijden uit de jeugd nog herinneren. Bij onder zeventien zaten we eens in een kwalificatiepoule met Roemenië, Montenegro en Kazachstan. Ik scoorde 21 doelpunten in drie wedstrijden...” Jill: “En ik maakte er elf. Dat was bizar. Ik weet ook nog veel. Zo werden we bij onze eerste deelname aan het Nordic Tournament tweede, terwijl Nederland er nog nooit om de prijzen had gespeeld. Een jaar later werden we eerste op dat toernooi en in 2014 wonnen we met onder negentien de Europese titel.” Vivianne: “We waren een gouden lichting. Die momenten vergeet je nooit meer.” Rebels Vivianne: “Jill doet alles wat ik doe, alleen iets later. In mijn ontwikkeling liep ik altijd iets voor en daardoor werd Jill een soort zusje. Na het jeugd EK van 2014 ging ik van Heerenveen naar Bayern München. Jill kwam naar de club op het moment dat ik er wel klaar mee was daar.” Jill: “Ik kon in 2016 al naar Bayern, maar als mens was ik nog niet klaar voor de stap. Het benauwde me om in mijn eentje naar het buitenland te gaan, om uit huis te gaan en iedereen bij FC Twente achter te laten.” Vivianne: “Ik heb haar toen niet proberen over te halen, maar heb wel tegen Jill gezegd dat het me goed leek dat ze op een gegeven moment de stap zou maken.” Jill: “Toen ik Bayern afzegde, dacht ik stiekem dat ze een jaar later bij me zouden terugkomen. Dat gebeurde ook en toen was ik er wel klaar voor. Op dat moment wist ik dat ik niet meer met Viv zou samenspelen.” Vivianne: “Ik had al besloten dat ik ging vertrekken. Na drie seizoenen was het in 2017 mooi geweest. Ik stond voorin bij Bayern op een eiland en kreeg alleen maar lange ballen en moest het in mijn eentje uitzoeken. Ik wilde naar een club waar echt werd gevoetbald en koos voor Arsenal.” Jill: “De stap naar Bayern en het spelen op een hoger niveau is heel goed voor me geweest.” Vivianne: “Sinds je uit huis bent, ben je als speelster volwassener geworden maar als persoon rebelser.” Jill: “Mijn ouders zeggen ook dat ik ben veranderd. Volgens hen ben ik directer geworden en trek ik me minder aan van dingen. Als je alleen in het buitenland zit, word je snel volwassen.” Vivianne: “Ik sprak geen woord Engels of Duits toen ik op mijn zeventiende bij Bayern tekende. Ik kwam ook nog eens bij een Noorse teamgenote van dertig te wonen. Daardoor moest ik stappen zetten en ontwikkelde ik me als persoon snel. Hier in Engeland heb ik het prima naar mijn zin, ik mis Nederland helemaal niet. Natuurlijk heb ik mijn familie en een paar goede vrienden, maar verder heb ik er niet zo veel. Ik denk dat jij meer aan Nederland mist dan ik.” Vivianne: 'Vroeger liepen wij met oranjeshirts van Van Persie en Huntelaar rond. Nu hebben meisjes Miedema of Roord achterop hun shirt staan.' Jill: “Ja, maar het is niet zo dat ik heimwee heb. Het enige wat ik moeilijk vind is de onzekerheid van niet weten wanneer ik even naar huis kan. Soms verlang ik naar lekker thuis bij mijn ouders op de bank zitten. Mijn vader René, die vroeger profvoetballer is geweest, appt elke dag om te vragen hoe ik me voel. Hij is weleens bang dat ik in mijn eentje in het buitenland niet happy ben. Mijn ouders maken zich best zorgen. Dat is totaal niet nodig. Af en toe kan het een beetje eenzaam zijn, maar spelen in het buitenland is vooral cool. Ik raad het elke voetbalster aan. Het is goed voor je ontwikkeling. Na twee jaar Bayern ga ik deze zomer de overstap maken naar Arsenal. Ik heb me in Duitsland als speelster en als mens kunnen ontwikkelen, maar nu ben ik toe aan een nieuw avontuur in een ander voetballand en aan een andere cultuur.” Vivianne: “Toen Jill me vertelde dat Arsenal interesse had, heb ik tegen haar gezegd dat ze het moest doen. Dat ons voetbal goed bij haar zou passen.” Jill: “Viv en ik hebben altijd naar elkaar uitgesproken dat we ook ooit bij een club wilden samenspelen. Heel mooi dat dit volgend seizoen gaat gebeuren. Ons ultieme doel is met Arsenal de Champions League winnen. Dat lijkt me iets magisch.” Helden Magazine editie 47 Het eerste gedeelte van het verhaal van Vivianne Miedema en Jill Roord komt voort uit Helden Magazine nummer 47, waar Lieke Martens samen met Ronald Koeman de cover siert. Helden Magazine editie 47 is een dubbeldik jubileumnummer. Helden bestaat 10 jaar en in dit nummer blikken wij onder andere vooruit op het Wereldkampioenschap vrouwenvoetbal. De OranjeLeeuwinnen veroverden twee jaar terug de Europese titel én de harten van alle Nederlanders. In de WK special komen nog meer speelsters als Shanice van de Sanden en bondscoach Sarina Wiegman aan het woord. Verder ging Frits Barend langs in Esbjerg bij Rafael van der Vaart & Estavana Polman en vertellen Sjinkie & Fenna Knegt voor het eerst samen over de dag dat de shorttracker zware brandwonden opliep. Een editie met heel veel inspirerende sportverhalen, waar helaas de turnterreur helaas nog steeds geen verleden tijd is. Dylan Groenwegen de nieuwe topsprinter van het peleton is en Steven Kruijswijk de fietsende familieman. Marit Bouwmeester opnieuw haar zinnen heeft gezet op Olympisch goud en Inge de Bruijn ging na haar zwemcarrière op zoek naar zichzelf. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Lieke Martens: ‘Gewoon Lieke’

Twee jaar geleden, in de aanloop naar het EK in eigen [...]
Twee jaar geleden, in de aanloop naar het EK in eigen land, was ze nog relatief onbekend. Nu, met het WK in Frankrijk voor de boeg, is Lieke Martens de grote ster. Over hoe een (voetbal) leven in korte tijd volledig kan omslaan. “Eigenlijk heb ik twee verschillende levens. Eentje voor en eentje na het EK.” Als de 26-jarige Lieke Martens over het zonnige strand van Barcelona loopt, zoals deze middag in de buurt van Port Olimpic, denkt ze er weleens over na. Dat haar leven in nog geen twee jaar totaal, maar dan ook totaal veranderd is. Of zoals ze zelf zegt: “Eigenlijk heb ik twee verschillende levens. Eentje voor en eentje na het EK.” Zo herinnert Martens zich nog goed dat ze een paar jaar geleden hier ook liep, maar dan als toerist, samen met haar moeder Thea en haar zusje Meike met wie ze toen een heerlijk weekendje naar Barcelona had geboekt. Een totaal andere tijd. Een tijd dat vrijwel niemand haar kende en herkende. Martens speelde weliswaar al een tijdje in Oranje en op hoog niveau in Zweden, maar omdat het vrouwenvoetbal in Nederland op dat moment nog niet als volwaardig werd gezien en nauwelijks aandacht kreeg in de media, kon ze nog gewoon over straat. Herkend Een heel verschil met nu. Sterker nog, sinds haar toptransfer naar Barcelona en het winnen van de Europese titel in 2017 met Oranje. Is dat bijna onmogelijk geworden. Want altijd is er wel iemand die iets van haar wil. Martens merkte het al direct toen ze een paar dagen na die memorabele finale in Enschede tegen Denemarken (4-2) in Amsterdam liep, door de Kalverstraat. Lachend: “In al mijn naïviteit dacht ik nog: als ik mijn haren los doe en gewoon casual gekleed ga, dan word ik vast niet herkend. Nou, niet dus...” Deze middag is dat niet anders. Wanneer we met Lieke in de richting van La Barceloneta lopen, de oude visserswijk niet ver van de haven met alle cruiseschepen, wordt ze op de boulevard niet één keer aangeklampt, maar keer op keer. Meestal zijn dat Nederlanders die hier op vakantie zijn, zegt Martens. Al ziet ze ondertussen wel een soort van kentering en trekken ook steeds meer Spanjaarden aan haar jas voor een handtekening of een jolig fotomoment. “Ik merkte het al aan mijn vorige buren. Ik had hen niet gezegd dat ik voor Barcelona speel, maar toen ze me een paar maanden later op televisie hadden gezien, kwamen ze meteen naar me toe.” Wat opvalt: Lieke – inmiddels goed voor bijna één miljoen volgers op Instagram en als enige voetbalster naast mannen als Lionel Messi, Gerard Piqué en Luis Suárez te zien op billboards en foto’s in de officiële fanshops van Barcelona. Wimpelt niemand af en gaat met iedereen op de foto die daarom vraagt. Als Lieke naar Nederland gaat, bijvoorbeeld als ze een paar dagen vrij heeft, kiest ze tegenwoordig weliswaar steeds vaker voor een Spaanse vliegtuigmaatschappij dan voor een Nederlandse, maar dat heeft meer een praktische reden. “Omdat ik weet dat op zo’n vlucht hoofdzakelijk Spanjaarden zitten, word ik minder vaak herkend. En dat is wel handig als je, zoals ik, aan boord lekker wil slapen. Maar het is echt niet zo dat ik het uit de weg ga of zo. Want als ze me vragen, voor een handtekening of een foto, dan neem ik altijd wel even de tijd.” Natuurlijk, zou Lieke haast willen zeggen. “Ik weet namelijk als geen ander hoe blij je daarmee kunt zijn. Joh, je wil niet weten hoe blij ík was toen ik als twaalfjarige op de foto mocht met spelers als Victor Sikora, André Ooijer, Pascal Bosschaart, Michael Mols en Denny Landzaat, jongens die ik toevallig een keer in Het Land van Ooit, een voormalig kinderthemapark in Drunen, tegenkwam. Dat moment ga ik ze toch niet ontnemen? Voor mij is dat ook maar een kleine moeite.” Al is ze niet áltijd beleefd, lacht Lieke wanneer we opnieuw een stukje doorlopen. Als voorbeeld noemt de Limburgse die ene keer op El Prat, het internationale vliegveld van Barcelona, toen ineens een Nederlandse man op haar afkwam en haar zonder te vragen zijn mobiele telefoon in haar handen drukte. Of Lieke zijn dochter, die de volgende dag een voetbalwedstrijd had, even succes kon wensen via een filmpje. “Omdat ik totaal verbouwereerd was, heb ik het wel gedaan,” zegt Lieke. “Maar toen ik ’m zijn mobieltje teruggaf, zei ik ’m meteen dat ik dit de volgende keer echt niet meer zou doen. Kijk, ik wil best een handtekening geven. Of met iemand op de foto. Geen enkel probleem. Als het kan, doe ik dat bij Oranje ook, bijvoorbeeld na een open training of na een wedstrijd. Maar dit, een filmpje maken en inspreken voor iemand die ik totaal niet ken, ging mij echt te ver.” 'Het is geregeld voorgekomen dat ik zoveel heimwee had dat ik huilend met mijn moeder aan de telefoon heb gezeten. Dat gevoel verdwijnt nooit.' Heimwee Het zegt alles over de stormachtige ontwikkeling van Lieke Martens. Maar kom bij haar niet aanzetten met het verhaal dat het haar allemaal is aan komen waaien. Of dat ze er niks voor hoefde te doen. Want dan wordt ze boos. “Ja echt, hè. Neem die keer toen ik op Instagram een foto had gezet van mezelf op mijn dakterras. Even chillen, had ik erbij gezet. Plaatste iemand daar een reactie onder, zo van: lekker vakantie? Echt, mensen hebben niet door wat ik allemaal heb moeten doen en moeten laten om dit te bereiken. Natuurlijk, ik weet dat ik een bevoorrecht mens ben. En ik ben heel blij dat ik van mijn hobby mijn vak heb kunnen maken en dat ik zover gekomen ben, begrijp me niet verkeerd. Maar het is echt niet allemaal vanzelf gegaan, zoals sommigen misschien denken. Ik heb er echt keihard voor moeten werken.” Mede daarom besloot Martens ook met haar boek LIEKE te komen, om dat aspect te benadrukken. Want dat de weg van Nieuw Bergen naar Barcelona haar gemakkelijk afging, is een groot misverstand, meent de international die in 2017 niet alleen werd gekozen tot de beste speelster van het EK, maar ook van Europa én de wereld. “Want dat vergeten de mensen weleens. Dat ik er echt heel veel, zo niet alles voor heb moeten doen en laten om de ultieme top te bereiken.” Daarom heeft Lieke het in haar boek niet alleen over de mooie momenten van haar (voetbal) leven, zoals de ontmoetingen met supersterren als Lionel Messi, Cristiano Ronaldo, Neymar, Kylian Mbappé en Eden Hazard en haar tijd bij haar eerste club RKVV Montagnards in Noord-Limburg, maar stipt ze ook het onderwerp heimwee aan. Voor velen misschien een taboe. “Kijk,” zegt Lieke in alle eerlijkheid, “ik kan wel een stoer verhaal gaan ophangen dat het mij allemaal weinig kan schelen en zo, maar dat is dus niet zo. Het is echt niet eenvoudig om op jonge leeftijd honderden kilometers verderop te zitten, ver weg van de familie waar je zo ontzettend dol op bent. En al helemaal niet op dagen wanneer je weet dat iedereen gezellig bij elkaar zit, zoals op een verjaardag of een ander feest.” Zelf vindt Lieke dat in ieder geval heel erg moeilijk. “Ik weet wel: het is mijn eigen keuze geweest om voor het buitenland te kiezen, maar dat neemt niet weg dat ik daar, als familiemens én gevoelsmens, best moeite mee heb. Zo is het al geregeld voorgekomen dat ik zoveel heimwee had dat ik huilend met mijn moeder aan de telefoon heb gezeten. Dat gevoel verdwijnt nooit. Zelfs niet nu ik hier in Barcelona zit.” Daarom is Lieke ontzettend blij dat haar moeder elke keer weer dat luisterend oor is op de momenten dat zij dat zo nodig heeft. “Het goede contact met mijn ouders zal daarom nooit veranderen. Het is niet voor niets dat ik ze na afloop van een wedstrijd altijd meteen even bel om te laten weten hoe het is gegaan.” Dat Martens vreselijk moest wennen toen ze al op haar vijftiende naar Amsterdam ging. Om daar deel te nemen aan het HvA-project. Dat was opgezet door de KNVB en het Centrum voor Topsport en Onderwijs, was dan ook niet zo verwonderlijk. Want ook al was ze nog maar een tiener. Ineens moest ze daar in Osdorp, waar ze nota bene voor de eerste maal in haar leven een tram zag, alles zelf doen, inclusief koken, boodschappen doen, strijken en wassen. “Je begrijpt dat dat niet altijd even makkelijk was. Want koken, ik kon het echt niet. Er waren dagen bij dat ik enkel leefde op worstenbroodjes. En wassen, dat ging ook voor geen meter. Zo kwam het meer dan eens voor dat mijn kleding was gekrompen omdat ik het opnieuw veel te heet had gewassen. Maar ja, wist ik veel hoe een wasmachine werkte. Ik was nog maar vijftien!” 'Er waren dagen bij dat ik enkel leefde op worstenbroodjes. En wassen ging ook voor geen meter. Wist ik veel hoe een wasmachine werkte! Ik was nog maar vijftien.' Maar hoe zwaar die tijd ook was, het maakte Lieke wel volwassen, zegt ze. “Daarom heb ik er ook totaal geen spijt van dat ik destijds naar Amsterdam ben gegaan. Natuurlijk, het was lastig, zeker omdat ik niet altijd bij mijn ouders, mijn familie en mijn vriendinnen kon zijn. Maar wilde ik de top bereiken, en dat was mijn doel, dan had ik in feite geen keuze. Dan moest ik naar Amsterdam. Want alleen daar, op de velden van de Hogeschool van Amsterdam, bij het CTO Amsterdam Talent Team. Waar ook onder anderen Merel van Dongen, Sari van Veenendaal, Tessel Middag en Desiree van Lunteren speelden, Kon ik fulltime met voetbal bezig zijn en mijn droom verwezenlijken.” En die droom, dat was niet alleen voetbalprof worden. Ook wilde Lieke de absolute top halen. “Al kon ik me er op dat moment niet echt een voorstelling van maken wat dat was en hoe dat eruit zou zien.” Want anders dan de voetbalmeisjes van nu had Lieke, die onlangs haar honderdste interland voor Oranje speelde, geen voorbeeld. Sterker nog, lange tijd wist de Limburgse aanvaller niet eens dat er een Nederlands vrouwenelftal bestond. Het was veelzeggend dat zij Ronaldinho, de getructe Braziliaan van Barcelona met dat staartje, en Rafael van der Vaart als haar idolen zag. Door het winnen van de Europese titel, twee jaar terug in eigen land, en het feit dat steeds meer internationals bij mooie (buitenlandse) clubs voetballen, is dat beeld volledig gekanteld. En dat is natuurlijk meer dan fantastisch, aldus Lieke die inmiddels alweer twee seizoenen bij Barcelona speelt. Nadat ze eerder onder meer actief was in Zweden bij Kopparbergs/Göteborg en FC Rosengård. “En dan niet alleen voor ons, de speelsters van het Nederlands elftal, maar zeker ook voor de meisjes die nu op voetbal zitten. Wij laten zien dat de droom van deze meisjes geen fantasie meer hoeft te zijn. Het is realiteit geworden. En ook dát is de insteek van mijn boek geweest.” Bewuster Grote vraag is: wat kan Oranje nu nog? Kunnen de speelsters die twee jaar terug op het EK in eigen land zo succesvol waren ook op het WK in Frankrijk pieken. En opnieuw voor een enorme stunt zorgen? “Dat hopen we natuurlijk allemaal,” aldus Lieke, die er vier jaar geleden in Canada ook bij was en toen in Edmonton, in het openingsduel met Nieuw-Zeeland, met een geplaatst afstandsschot het eerste Nederlandse WK- doelpunt ooit maakte, “maar we weten allemaal dat dat heel moeilijk gaat worden.” En dat komt niet alleen omdat landen als de Verenigde Staten en Duitsland traditiegetrouw sterk zijn. Ook bouwen steeds meer tegenstanders van Oranje, beducht als ze inmiddels zijn voor de Nederlandse aanvalskracht, een muur rond het strafschopgebied. “Dat zag je goed in de afgelopen kwalificatiereeks. De laatste jaren zijn we weliswaar mentaal en in speltechnisch opzicht flink gegroeid. Meer volwassen. Bewuster. En spelen we in een veel hoger tempo dan eerder. Maar doordat tegenstanders zich steeds dieper ingraven, zoals onder meer Ierland en Slowakije dat deden, wordt het voor ons steeds lastiger om die eerste goal te maken.” Tegelijkertijd ligt daar juist ook de uitdaging, meent Lieke die in het shirt van Nederland inmiddels al meer dan veertig doelpunten heeft gemaakt. “Maar om er maar even vanuit te gaan dat we in Frankrijk wel even wereldkampioen worden, dat is wel heel makkelijk gezegd. En typisch Nederlands ook... Vergeet ook niet dat de Nederlandse vrouwen zich in al die jaren nog maar één keer eerder hebben geplaatst voor een WK. En dat was dus vier jaar terug, in Canada. Dus zo vanzelfsprekend is het allemaal niet.” 'Om er maar even vanuit te gaan dat we in Frankrijk wel even wereldkampioen worden, dat is wel heel makkelijk gezegd. En typisch Nederlands ook...' En wat ook meespeelt: voor het eerst liggen de OranjeLeeuwinnen tijdens een eindtoernooi onder een vergrootglas en zijn de verwachtingen, zeker bij de buitenwereld, hooggespannen. Het is dan ook de vraag hoe de succesploeg van bondscoach Sarina Wiegman met die druk omgaat. Lieke heeft er in ieder geval het volste vertrouwen in. Dat Oranje eerder dit jaar tijdens het toernooi om de Algarve Cup niet goed presteerde, zegt dan ook helemaal niks, vindt de snelle vleugelaanvaller. “Dat zag je wel in de oefenduels met Mexico en Chili, die we later dit jaar speelden. Daar voetbal- den we niet alleen goed, we wonnen ook nog eens vrij makkelijk. Daarom is het echt niet nodig om ons zorgen te maken. Sterker nog. Wanneer we de stijgende lijn van de laatste jaren kunnen vasthouden. Kunnen we op het WK in Frankrijk zeker verrassend uit de hoek komen. Ik kan in ieder geval niet wachten.” Koffie Wachten kunnen ze in ieder geval wel in Barcelona, de fans van Lieke Martens. Want ze zijn, zo weet de ervaren Oranje-international inmiddels, gelukkig niet allemaal zo brutaal als die ene man op het vliegveld. Dat was echt een uitzondering. “Laatst nog. Ging ik ergens in de stad koffiedrinken, niet ver van de plek waar ik mijn eerste appartement had. Toen ik bij dat tentje naar binnen wilde gaan, zag ik vanuit een ooghoek al dat ik werd herkend. Ik dacht nog: ach, dat waait wel over, ook omdat diegene me niet aansprak of zo. Maar nee, hoor. Toen ik een dikke twee uur later weer naar buiten ging, stond dat meisje er nog steeds. Zo lang had ze daar op me gewacht.” En? Ze kreeg een handtekening en je ging met haar op de foto? “Natuurlijk! Wat denk jij?” Helden Magazine editie 47 Het verhaal van Lieke Martens komt voort uit Helden Magazine nummer 47, waar Martens samen met Ronald Koeman de cover siert. Helden Magazine editie 47 is een dubbeldik jubileumnummer. Helden bestaat 10 jaar en in dit nummer blikken wij onder andere vooruit op het Wereldkampioenschap vrouwenvoetbal. De OranjeLeeuwinnen veroverden twee jaar terug de Europese titel én de harten van alle Nederlanders. In de WK special komen nog meer speelsters als Shanice van de Sanden, Vivianne Miedema en Jill Roord en bondscoach Sarina Wiegman aan het woord. Verder ging Frits Barend langs in Esbjerg bij Rafael van der Vaart & Estavana Polman. Vertellen Sjinkie & Fenna Knegt voor het eerst samen over de dag dat de shorttracker zware brandwonden opliep. Een editie met heel veel inspirerende sportverhalen, waar helaas de turnterreur helaas nog steeds geen verleden tijd is. Dylan Groenwegen de nieuwe topsprinter van het peleton is en Steven Kruijswijk de fietsende familieman. Marit Bouwmeester opnieuw haar zinnen heeft gezet op Olympisch goud. Inge de Bruijn ging na haar zwemcarrière op zoek naar zichzelf. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Johan Cruijff, Als voetballer was ie ook niet slecht

Johan Cruijff nam tien jaar geleden het eerste exemplaar van [...]
Johan Cruijff nam tien jaar geleden het eerste exemplaar van Helden in ontvangst. Uiteraard kan hij niet ontbreken in dit jubileumnummer. We vroegen Johan Derksen, Jaap de Groot, Kees Jansma, Mart Smeets en Humberto Tan hun ervaringen met de man die op 68-jarige leeftijd overleed met ons te delen. Humberto Tan “Leg ’m maar linksboven, daar valt ie...” Op de redactie van Studio Sport speelden we op Europa Cup-avonden – ja, zo lang geleden is het – het guldenspel. Vier of zes wedstrijden konden we tegelijkertijd rechtstreeks bekijken en dan was het de lol om een gulden neer te leggen op het tv-toestel waar we dachten dat er als eerste gescoord zou worden. Grootste liefhebber van het spel? Johan Cruijff. Wie het vaakst won? Johan Cruijff... Als een soort Nostradamus wist hij steeds de munt voor het juiste toestel te leggen. “Leg ’m nu maar daar in het midden.” En ja hoor, daar kwam weer een goal, ‘daar in het midden’. Mijn herinneringen aan Johan Cruijff zijn vele van dit soort kleine verhalen. Ja, natuurlijk is er het grote verhaal van de voetballer, de trainer, het fenomeen waar ik op afstand met veel bewondering naar heb gekeken. Maar daarin sta ik natuurlijk niet alleen. Miljoenen hebben warme herinneringen aan Cruijff. Ik heb hem persoonlijk leren kennen bij de NOS toen hij daar wekelijks zijn licht liet schijnen op vooral het internationale voetbal. Bij een duel tussen Arsenal en Ajax vroeg Tom Egbers wat Johan eigenlijk van Zlatan Ibrahimovic vond. Er waren toen best veel twijfels over die lange, talentvolle Zweed. De ballen sprongen nog geregeld van zijn voeten. Cruijff verwoordde het zo: “Voor een goede voetballer heeft hij een slechte techniek, voor een slechte voetballer heeft hij een goede techniek.” Typisch Cruijff, in één zin de kern van het probleem uitleggen. Via Cruijff en de toenmalige directeur van de stichting, Carole Thate, raakte ik betrokken bij de Cruyff Foundation. We speelden onder andere wedstrijden tegen bedrijfsteams. Ik kneep mezelf vaak in mijn armen als ik om me heen keek op het veld. Want daar liepen mannen als Ronald Koeman, Frank Rijkaard,Frank en Ronald de Boer,Dennis Bergkamp en natuurlijk Johan Cruijff zelf. Probeer maar eens een bal aan te nemen als Cruijff kijkt. Ja, niet langs de lijn, maar vlak naast je op het veld. Eén duel springt eruit. Ik weet niet eens meer tegen wie, maar ik weet nog wel dat ik een actie maakte en een voorzet gaf, buitenkant rechts aan de linkerkant van het veld, waaruit John Bosman scoorde door de bal keihard in te koppen. Ik glom van trots! Tot de rust... Johan kwam naar me toe, sloeg zijn arm om me heen en zei: “Goh, ik dacht effe dat we een talent gemist hadden na je eerste actie, maar gelukkig maakte je daarna snel duidelijk dat dat niet zo was.” Hij keek me aan met zijn ondeugende ogen en we begonnen allebei keihard te lachen. Wat een man. En ja, ik mis hem. Kees Jansma Ik was gek op Pietje en niet zozeer op Johan. Niet dat ik stekeblind was en niet herkende hoe goed Cruijff was, maar ik viel meer op Piet Keizer. Dat norse, quasi-houterige, ongeïnteresseerde van de linksbuiten sprak me aan. Meer dan de gulle openheid van Johan, waar iedereen al hijgend achteraan holde. Het kwam ook omdat ik, als nerveuze net niet meer puisterige teenager, vanaf de zijlijn van het trainingsveld van De Meer, de grote Piet had toegeroepen dat ik hem voor dagblad Trouw wilde interviewen. Piet keek me fronsend aan, tuitte zijn lippen en zei: “Morgen elf uur, Prinsengracht, bij mij thuis...” Nog altijd vermoed ik dat het uit medelijden moet zijn geweest waarom hij mijn wanhopige verzoek honoreerde, maar het gesprek was er en het was goed. Piet nam zijn tijd, formuleerde rustig, weloverwogen en niet terughoudend en keurde weer een dag later zonder een aanmerking mijn stuk goed. Ik viel definitief voor Piet. Waar anderen kwijlend van genot hun liefde voor Cruijff beleden, deed ik dat voor Keizer. Ik vond hem als mens wat meer ‘anders’, Johan was ‘gewoon’ en overzichtelijk geniaal en wist dat ook van zichzelf. Pietje was terughoudender in de media. Unieker. Althans, dat vond ik. En precies hetzelfde vond Johan, bleek mij veel later. Als chef van NOS Studio Sport, belaagd door Sport 7, reisde ik naar Barcelona om te trachten Johan Cruijff te strikken als analist bij Europese topduels. Een dure kracht bij dure rechten om als zender te overleven. Cruijff stond op de luchthaven te wachten. Omgeven door een horde mensen die hij lachend te woord stond. En geduldig. Ik had me allang en breed op de voorbank van zijn bolide gepropt, terwijl Johan de toestromende meute bediende. Ik zag een tikkie tegen de ontmoeting met Johan op. Het ging over geld, over ‘zijn rechten en plichten’, over samenwerking tussen hem en mij. Zakelijk dus. Niet mijn echt sterke kant, hij had een reputatie op dat vlak. Johan reed uiteindelijk via een omweg naar zijn huis. Hij showde me de stad. En vertelde. Trots. Op Barcelona, op de stad en de mensen. En hij vertelde over zijn kinderen. Spontaan. Ik smolt. We dronken wat bij de club waar zijn dochters paard reden en daarna gingen we naar zijn huis. “Cruijff,” sprak zijn vrouw streng, “zorg je goed voor die man?” Hij grijnsde. En vroeg, vanachter zijn bureau: “Van welke voetballer was jij nou echt een fan?” “Gianni Rivera,” verzon ik snel. “Nee, van welke Nederlandse speler,” wilde Johan weten. “Piet Keizer,” stamelde ik. 'Ik vond Keizer als mens wat meer 'anders', Johan was 'gewoon' en overzichtelijk geniaal. Pietje was terughoudender in de media. Unieker. Althans, dat vond ik.' Johan Cruijff omhelsde me bijna. “Pietje,” zei hij, “grote Piet.” En er volgde een lofzang van Johan over Pietje. Liefdevol. Het ging geen moment over hemzelf. Het ging over een kunstenaar, zei hij. Piet Keizer, zo’n grootheid, vond Cruijff. Beter dan Mario Corso, die linksbuiten van Inter die ik ook ooit eens had geroemd. Johan sprak met mij over voetbal alsof ik zijn gelijke was. Johan was erg aardig. Dat zei ik hem, toen hij me weer naar de luchthaven bracht. Hij grijnsde zijn jongensachtige lach, zei: “Toen jij Piet Keizer als je favoriete speler noemde, dacht ik ook dat je wel meeviel.” Johan Cruijff werd de beste analist ooit van Studio Sport. En, eerlijk is eerlijk, als voetballer was ie ook niet slecht. Helden Magazine editie 47 Het eerste gedeelte van de ode aan Johan Cruijff komt voort uit Helden Magazine nummer 47, waar Lieke Martens samen met Ronald Koeman de cover siert. Helden Magazine editie 47 is een dubbeldik jubileumnummer. Helden bestaat 10 jaar en in dit nummer blikken wij onder andere vooruit op het Wereldkampioenschap vrouwenvoetbal. De OranjeLeeuwinnen veroverden twee jaar terug de Europese titel én de harten van alle Nederlanders. In de WK special komen nog meer speelsters als Shanice van de Sanden, Vivianne Miedema en Jill Roord en bondscoach Sarina Wiegman aan het woord. Verder ging Frits Barend langs in Esbjerg bij Rafael van der Vaart & Estavana Polman en vertellen Sjinkie & Fenna Knegt voor het eerst samen over de dag dat de shorttracker zware brandwonden opliep. Een editie met heel veel inspirerende sportverhalen, waar helaas de turnterreur helaas nog steeds geen verleden tijd is. Dylan Groenwegen de nieuwe topsprinter van het peleton is en Steven Kruijswijk de fietsende familieman. Marit Bouwmeester opnieuw haar zinnen heeft gezet op Olympisch goud en Inge de Bruijn ging na haar zwemcarrière op zoek naar zichzelf. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Giovanni van Bronckhorst, Hand in hand kameraden

Giovanni van Bronckhorst is als succesvolste Feyenoord-trainer [...]
Giovanni van Bronckhorst is als succesvolste Feyenoord-trainer ooit afgezwaaid. Hij pakte in vier jaar tijd onder meer de landstitel en twee keer de beker. Helden ging bij Gio en zijn familie langs voor een gesprek over de bijzondere band met vader Victor, zijn Molukse afkomst, Robin van Persie en het laatste jaar bij Feyenoord. Giovanni van Bronckhorst: “We gaan als familie veel met elkaar om, ik heb met iedereen een goede band, maar die met mijn vader is bijzonder.” Vader Victor: “We schelen vijftien jaar, ik ben 59 en Gio 44. Ik was twintig toen ik zijn moeder leerde kennen. Gio was vijf. Hij was meteen heel warm en open naar mij. Toen ik van mijn vrouw ging houden, ging ik automatisch van haar zoon houden. Het ging vanzelf, ik heb er nooit bij nagedacht. Ik had na ons huwelijk meteen een gezin.” Gio: “Ik herinner me nog heel goed dat ik tijdens een trouwerij mijn moeder wegtrok toen ze met mijn vader ging dansen. Ik vond het maar niks.” Moeder Fransien: “Gio kwam echt tussen ons in staan, zo van: je mag alleen met mij dansen en met niemand anders. Hij was toen net zo oud als zijn neefje Jailano, de zoon van zijn zus, nu.” Gio: “Tot mijn vijfde was mijn opa de enige vaderfiguur in mijn leven. We hebben tot m’n tweede bij mijn oma en opa gewoond en toen besefte ik niet dat ik geen vader had. Voor mij was het heel normaal dat ik alleen een moeder had. Bovendien had ik zo’n goede moeder dat ik nooit het gevoel had dat ik een vader miste. Daardoor kan ik me de trouwerij nog zo goed herinneren.” Fransien: “Dat was 26 september 1980, 39 jaar geleden.” Gio: “Ik weet het nog precies, kun je nagaan wat voor impact het op mij als kind had. Ik kan me ook herinneren dat ik een andere naam kreeg, ik heette eerst Sapulette, de naam van mijn moeder. Meteen na het huwelijk van mijn ouders kreeg ik de naam Van Bronckhorst. Ik ben de eerste vijf jaar niets tekortgekomen. Ik denk dat al mijn ooms en tantes een zwak voor me hadden omdat mijn moeder niet alleen heel jong was, maar ook nog een alleenstaande moeder.” Fransien: “Toen Gio twee was, stond ik voor de keuze om thuis te blijven wonen waar Gio opgroeide met heel veel ooms en tantes of om op mezelf te gaan wonen, zodat we echt als moeder en kind door het leven zouden gaan.” Gio’s vrouw Marieke: “Misschien is het goed dat je even zegt met hoeveel kinderen jullie thuis waren.” Fransien: “Ik ben een van de veertien. Het was een heel moeilijke beslissing, om op mijn negentiende het huis uit te gaan. Mijn ouders begrepen het niet. Ik had immers alles thuis. Maar mijn gevoel zei dat het beter was voor Gio als ik op mezelf zou gaan wonen. Mijn ouders voedden hem ook op en dat ging soms niet zoals ik het wilde.” Victor: “Net als de naamsverandering dat hij Giovanni van Bronckhorst werd, ging het ook vrij natuurlijk dat Gio ‘papa’ tegen mij ging zeggen. We waren meteen een familie. Dat bleek helemaal toen zijn zusje in 1983 werd geboren. Fransien en ik hebben samen twee kinderen en Gio is een van die twee.” Gio: “Zo heb ik het ook altijd gevoeld. Ik was net acht toen mijn zusje werd geboren, vond het heel stoer om een zusje te hebben.” Victor: “Toen hij acht was, ging hij naar Feyenoord en begon zijn voetballeven. Ik ging altijd met hem mee. Sterker, omdat ik altijd en overal met hem meeging, wisten sommigen niet eens dat ik ook nog een dochter had. Het feit dat ik er altijd bij was, versterkte onze band. Toen Gio acht was, werd hij tijdens een toernooi in België uitgeroepen tot beste speler. Hij werd geselecteerd voor de E-regionaal, het Rotterdams elftal. Het ging maar door. Ik was zo trots dat het mijn zoon betrof.” Gio: “We horen weleens dat we op elkaar lijken, zeker onze stemmen komen overeen. Ik voel me ook echt een zoon van Victor van Bronckhorst. Ik ben zijn zoon. Punt. Ik deel alle belangrijke beslissingen met hem, hij was een heel grote steun in mijn carrière.” Victor: “Was onze zoon ineens aanvoerder van het Nederlands elftal. Dat heeft Fransien en mij heel veel gedaan.” Gio: “Zelf heb ik ook weleens gedacht: het kan bijna niet waar zijn hoe mooi mijn loopbaan is verlopen.” Victor: “Ik weet nog hoe ik Feyenoord-supporter werd. In 1970 waren we 25 jaar bevrijd van de Duitsers, overal waren feesten. Ik herinner me nog een optreden van Olga Lowina. En precies in 1970 won Feyenoord de Europa Cup en de Wereld Cup. Zo kwam Feyenoord in mijn leven en dan heb je later thuis een zoon, iemand die van jou is, die... Sorry dat ik moet huilen, dat is zo bijzonder, zo mooi.” Gio slaat zijn arm om zijn vader heen: “Pa, dat pakken ze ons nooit meer af. Ik brak ook toen ik alleen met Marieke en de kinderen op het veld stond na het kampioenschap.” Victor: “Stond hij daar twee jaar geleden ineens op de Coolsingel. Feyenoord kampioen, mede dankzij iemand uit ons gezin. Die emotie is niet te beschrijven. Ik moest niet huilen na die kampioenswedstrijd tegen Heracles, maar nu ineens wel.” Gio: 'Een heftige week, twee familieleden begraven en twee wedstrijden binnen acht dagen. Een van de zwaarste periodes van mijn leven.' Gio: “Ik begrijp de emotie. Als jouw zoon, man of vader daar staat, is dat extra bijzonder. Ik zeg altijd tegen mijn spelers dat prijzen winnen mooi is, maar het is nog mooier om prijzen te delen met je naasten. Ik heb alle prijzen die ik heb gewonnen, gedeeld met mijn gezin en mijn familie. Voor de bekerfinale die we wonnen, had ik een motivatiefilmpje gemaakt van alle successen van Feyenoord, maar voor de kampioenswedstrijd wilden we de naasten van iedereen, de vrouw, de vriendin, de ouders of de kinderen aan het woord laten. Dat heb ik met Marieke overlegd.” Marieke: “Ik ben de vrouwen gaan appen of ze allemaal iets persoonlijks wilden sturen. Samen hadden Gio en ik de muziek uitgezocht: Justin Timberlake met Can’t Stop the Feeling. De videoanalist van Feyenoord heeft alles gemonteerd. Is een heel bijzondere filmpje geworden.” Gio: “De spelers weten dat ik een echte familieman ben. Het is bij mij geen discussie als er privé iets gebeurt rond spelers, dan is alles verder onbelangrijk. Als een speler met een kind of z’n vrouw naar de dokter of naar het ziekenhuis moet, dan is een training ondergeschikt. De geboorte van een kind is echt belangrijker dan een wedstrijd. Ik leer mijn spelers dat ze moeten kunnen delen, dus elkaar moeten helpen. Dat vinden wij binnen onze gemeenschap heel belangrijk. Wij vieren feestdagen en verjaardagen met het hele gezin, dus niet alleen van mijn kant, maar ook met de ouders en broer van Marieke. Ja, dat geheel zie ik als ons gezin. Compleet zijn we met z’n zeventienen.” Helden Magazine editie 47 Het eerste gedeelte van het verhaal van Giovanni van Bronckhorst komt voort uit Helden Magazine nummer 47, waar Lieke Martens samen met Ronald Koeman de cover siert. Helden Magazine editie 47 is een dubbeldik jubileumnummer. Helden bestaat 10 jaar en in dit nummer blikken wij onder andere vooruit op het Wereldkampioenschap vrouwenvoetbal. De OranjeLeeuwinnen veroverden twee jaar terug de Europese titel én de harten van alle Nederlanders. In de WK special komen nog meer speelsters als Shanice van de Sanden, Vivianne Miedema en Jill Roord en bondscoach Sarina Wiegman aan het woord. Verder ging Frits Barend langs in Esbjerg bij Rafael van der Vaart & Estavana Polman en vertellen Sjinkie & Fenna Knegt voor het eerst samen over de dag dat de shorttracker zware brandwonden opliep. Een editie met heel veel inspirerende sportverhalen, waar helaas de turnterreur helaas nog steeds geen verleden tijd is. Dylan Groenwegen de nieuwe topsprinter van het peleton is en Steven Kruijswijk de fietsende familieman. Marit Bouwmeester opnieuw haar zinnen heeft gezet op Olympisch goud en Inge de Bruijn ging na haar zwemcarrière op zoek naar zichzelf. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

José Mourinho: een speciaal geval

“Een clash? Nee, ik had een meningsverschil met hem.” Piet de [...]
“Een clash? Nee, ik had een meningsverschil met hem.” Piet de Visser, al jaren scout bij Chelsea, is niet alleen van de details, maar duidelijk ook van de nuance. “Maar inmiddels gaan Mourinho en ik weer prima met elkaar om, hoor. Het was niet voor niets dat hij geen seconde hoefde te twijfelen toen ik hem vroeg om het voorwoord voor mijn boek te schrijven. Natuurlijk wilde hij dat. Dat is omdat we elkaar respecteren.” Toch had het weinig gescheeld of De Visser en Mourinho waren een paar jaar terug uit elkaar gegroeid. Dat kwam omdat de Portugees het tot grote ergernis van de Brabander niet nodig vond om Kevin De Bruyne en Romelu Lukaku, de twee jonge Belgen die op advies van De Visser waren gecontracteerd, ook maar een kans te geven bij Chelsea. “Dat vond ik zo zonde,” vertelt De Visser, “en dat heb ik hem ook verteld. Dat De Bruyne en Lukaku, die ik voor heel weinig geld uit België had opgehaald, echt wel wat kunnen. Ja, toen al. Maar ja, Mourinho zag dat niet. Of beter gezegd: hij wilde dat niet zien. Volgens hem waren De Bruyne en Lukaku op dat moment nog veel te jong voor het grote werk. ‘Dan stel je ze toch niet zestig keer per jaar op, maar hooguit dertig wedstrijden,’ zei ik. ‘Of desnoods vijftien keer.’ Maar daar wilde hij niks van weten.” Typisch Mourinho, aldus De Visser. “Die gaat liever zijn eigen weg.” En dat niet alleen: de Portugees, die na zijn tijd op Stamford Bridge tevens grote successen kende bij Internazionale en Real Madrid, kiest liever ook de zekerheid van het moment dan dat hij investeert in de toekomst. “Dat was echt jammer, want we weten inmiddels allemaal hoe goed en waardevol De Bruyne en Lukaku zijn geworden. Een gemiste kans? Absoluut, al neemt dat natuurlijk niet weg dat Mourinho een bevlogen en kundig voetbaltrainer is.” MATIGE VOETBALLER Dat merkte ook Gerard van der Lem, die met Mourinho samenwerkte in de tijd dat ze beiden assistent waren van Louis van Gaal bij FC Barcelona. “Bij een training kreeg ik meestal een eigen groep van Louis waarmee ik aan de slag kon. Vaak kreeg ik Mourinho er ook bij. Dat wilde Louis graag. ‘Want,’ zo zei hij, ‘dan kan Mourinho tenminste zien hoe het moet.’ Ik moet zeggen: Mourinho heeft toen heel goed opgelet...” Al moet Van der Lem, die in Sitges de buurman van de Portugees was, wel eerlijk toegeven dat hij op dat moment geen seconde heeft gedacht dat Mourinho, zelf een zeer matige voetballer bij Rio Ave, Belenenses en Sesimbra, het weleens ver zou kunnen schoppen als hoofdtrainer. Maaskant: ‘Guardiola is van het spel maken, Mourinho van het spel breken’ “Vergis je niet, Mourinho kwam bij Barcelona eigenlijk binnen als tolk,” zegt Van der Lem, die het ook over Mourinho heeft in zijn onlangs verschenen biografie. “Bovendien daalde hij ook nog eens in de pikorde toen Ronald Koeman erbij kwam. In feite was hij toen de vijfde trainer. Maar goed, later heeft hij het op zijn eigen manier natuurlijk fantastisch gedaan. Omdat het bij hem niet gaat om het creatieve gebeuren, kunnen we veroordelen wat we willen, maar zijn werkwijze is natuurlijk wel zeer effectief. Want doordat hij zich zo goed aanpast aan de tegenstander kunnen zij geen goal maken. En als jij er dan één maakt, ja, dan win je. En dan ben je in mijn ogen een grote.” TACTISCHE ZET Dat vindt ook Robert Maaskant, de oud-voetbaltrainer die Mourinho jaren geleden zowel bij Barcelona als Chelsea tegenkwam toen hij daar voor de cursus coach betaald voetbal een tijdje stage liep. “Zijn cv is natuurlijk geweldig. En geloof mij maar: als je zo lang aan de top zit en zoveel prijzen wint, dan is dat geen toeval meer. Daarom vind ik het jammer dat Mourinho niet de waardering krijgt die hij verdient. Want echt, als je dat rare gedrag bij hem weg zou halen, iets wat blijkbaar bij veel mensen negatieve emoties oproept, blijft er echt een heel goede trainer over.” Helden Magazine 46 Het eerste gedeelte van het verhaal van José Mourinho komt voort uit Helden Magazine 46 waar Tom Dumoulin de cover siert. Dumoulin vertelt over zijn huwelijk en hoe hij besloot het plan om helemaal voor de Tour te gaan in 2019 aan te passen ‘’De Giro winnen is fantastisch, maar trouwen gaat verder dan dat’’. Verder in de 46ste editie van Helden, Lieke & Sanne Wevers vertellen openhartig over de moeilijke tijd, baanwielrenner Harrie Lavreysen over goud op het WK en de Spelen in Tokio, oud-voetballer Jaap Stam blikt terug op voorgaande hoofdstukken in zijn leven, wielrenner Fabio Jakobsen, het dynamische Laura & Lisanne de Witte, beachvolleybalsters Marleen van Iersel & Joy Stubbe, oud-basketballer Michael Jordan, Cor van der Geest over zijn zoons Elco en Dennis, turner Casimir Schmidt, voetballer Dusan Tadic, en Victoria Koblenko ging langs bij coureur Tom Coronel. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Jaap Stam: ‘Die kale schedel maakte indruk’

Jaap Stam is een van de beste verdedigers die [...]
Jaap Stam is een van de beste verdedigers die Nederland ooit had. nu timmert hij aan de weg als trainer. Dit jaar bij PEC Zwolle en volgend seizoen bij Feyenoord. Aan de hand van een elftal foto’s nemen we zijn loopbaan door. “Virgil van Dijk heeft een vergelijkbare carrière, het verschil zit ’m in de miljoenen die hij jaarlijks verdient." JAAP STAM Als speler van Willem ll, voorafgaand aan het seizoen 1995/1996. “Ik kwam eigenlijk als een broekie bij Willem II, na een jaar PEC Zwolle en twee jaar SC Cambuur. Trainer Theo de Jong had me eerst naar PEC gehaald, vervolgens naar SC Cambuur en ten slotte ook naar Willem II. Ik heb in wezen binnen een jaar de stap van de amateurs naar de eredivisie gemaakt. Ik speelde op mijn zestiende al in het eerste van DOS Kampen, toen de jeugdopleidingen van clubs in het betaalde voetbal nog niet zo ver ontwikkeld waren. Ik ben een keer geselecteerd voor Jong Oranje. Rinus Israel was trainer. Ik zat op de bank, Ferdi Vierklau raakte geblesseerd, dus Rinus vroeg of ik wilde warmlopen. Dat heb ik drie kwartier gedaan, maar Vierklau ging er niet uit. Na afloop kwam Rinus naar me toe, gaf me een hand en zei: ‘Jaap, klasse warmgelopen.’ Ik moest daar wel om lachen. Ik heb maar zes maanden bij Willem II gespeeld, dat was fantastisch met spelers als Jean-Paul van Gastel, John Feskens, Adrie Bogers, Henri van der Vegt en Earnest Stewart." "We speelden heel goed, wonnen thuis met 1-0 van het Ajax van Van Gaal. Ik had een clausule in mijn contract laten opnemen dat ik voor drie miljoen gulden weg mocht. In de winterstop kwamen Celtic, Feyenoord en PSV. Ik woonde net in Tilburg, als ik voor PSV tekende, kon ik daar blijven wonen. Ik wilde niet meteen weer verhuizen en omdat PSV die drie miljoen wilde betalen, hoefde ik niet lang na te denken. Van Gastel ging toen naar Feyenoord. Op deze foto heb ik nog haar, maar er kwamen al inhammen. Eerst heb ik die nog geprobeerd weg te kammen. ‘Voorzitter Van Raaij was zijn tijd ver vooruit, want hij vroeg 50 miljoen gulden voor me. Vandaag zijn dat gangbare bedragen, toen was dat absurd. Dat wist hij ook wel’ Uiteindelijk lukte dat niet meer, het zag er niet meer uit. Toen besloot ik al mijn haar eraf te halen. Ik heb nooit aan implantaten gedacht. Ik weet nog dat we bij PSV een bosloop hadden en dat Arthur Numan en ik naast Dick Advocaat liepen en we allemaal van die bloedspikkels op zijn hoofd zagen voor haargroei. Nee, de baard is geen compensatie. In Engeland begon ik met een sikkie en op een gegeven moment zeiden de kinderen dat ze een baard wel leuk vonden. Die kale kop en baard zijn niet het bewust kweken van een imago, hoor. Ik denk wel dat die kale schedel, gekoppeld aan mijn lengte en een beetje chagrijnig kijken, indruk maakten op tegenstanders. Dat ze misschien dachten: dat is niet zo’n vrolijk figuur om tegenover te staan, dus ik blijf een beetje uit zijn buurt.” 23 NOVEMBER 1997 Jaap scoort namens PSV tegen FC Twente. Nico-Jan Hoogma kijkt toe. “Ik kwam bij PSV als rechtsback, maar na een blessure van Ernest Faber kwam ik snel in het centrum, waar ik nooit meer ben weggegaan. Advocaat was mijn trainer. Ik ben het er mee eens dat een verdediger in de eerste plaats goed moet kunnen verdedigen. Dat kon ik, maar vergis je niet, ik kon ook goed meevoetballen. In het Nederlands elftal hadden we een taakverdeling dat ik in principe de mandekker was en Frank de Boer de vrije man. Maar uiteindelijk deed ik in balbezit echt wel mee en stak ik graag het middenveld over. Verdedigen vereist een bepaalde mentaliteit, maar hangt ook af van de wijze van spelen. Wij Nederlanders spelen niet graag met de kont in de goal, wij zetten vroeg druk waardoor je als verdediger met veel ruimte in je rug speelt. Ik vond dat mooi, zo wil ik als trainer mijn elftallen ook laten spelen. Dan moet je snelheid hebben en sterk zijn in een-tegen-een-situaties en is het belangrijk dat je goed staat. Ik heb me dat zelf aangeleerd, heb als trainer ervaren dat veel spelers dat gevoel niet hebben. Daarom train ik daar veel op en onderbreek vaak een training om ze te laten zien dat als ze anders hadden gestaan, het veel makkelijker was geweest. Ik ben ervan overtuigd dat je daarop kunt trainen. We hadden bij PSV een heel goed team. Er was ook toen al de permanente strijd met Ajax. We zijn een keer kampioen geworden, maar toch had er meer ingezeten. Heeft met killersinstinct, met mentaliteit te maken.” Helden Magazine 46 Het eerste gedeelte van het verhaal van Jaap Stam komt voort uit Helden Magazine 46 waar Tom Dumoulin de cover siert. Dumoulin vertelt over zijn huwelijk en hoe hij besloot het plan om helemaal voor de Tour te gaan in 2019 aan te passen ‘’De Giro winnen is fantastisch, maar trouwen gaat verder dan dat’’. Verder in de 46ste editie van Helden, Lieke & Sanne Wevers vertellen openhartig over de moeilijke tijd, baanwielrenner Harrie Lavreysen over goud op het WK en de Spelen in Tokio, wielrenner Fabio Jakobsen, het dynamische Laura & Lisanne de Witte, beachvolleybalsters Marleen van Iersel & Joy Stubbe, oud-basketballer Michael Jordan, voetbaltrainer José Mourinho, Cor van der Geest over zijn zoons Elco en Dennis, turner Casimir Schmidt, voetballer Dusan Tadic, en Victoria Koblenko ging langs bij coureur Tom Coronel. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Dusan Tadic: ‘Ik ben hier om mijn stempel te drukken’

Hoewel hij vorig jaar nog in de Premier League speelde, besloot [...]
Hoewel hij vorig jaar nog in de Premier League speelde, besloot Dusan Tadic desondanks terug te keren naar Nederland. En zeker niet om af te bouwen. De Serviër zag het als zijn missie om Ajax terug te helpen naar de top van het Europese voetbal. Met succes. Na de galavoorstelling tegen Real Madrid werd hij door de internationale media bejubeld. REAL MADRID “In één woord: geweldig. Voor mij, voor iedereen die van Ajax houdt. Hier ben ik voor naar Ajax gekomen. Real en Ajax waren mijn droomclubs toen ik als kind opgroeide in Servië. Dat maakte de wedstrijden tegen Real in de Champions League voor mij ook zo extreem bijzonder. Ik kon en wilde niet falen. Er kwam een droom uit van een jongetje uit Servië, die Ajax en ook Real Madrid altijd als het ultieme voetbalgeluk had gezien. We moeten beseffen dat we als Ajax in Bernabéu iets heel spectaculairs hebben laten zien. Ajax is een grote club, maar Real Madrid is de grootste ter wereld. Uitgerekend in Madrid speelde ik mijn beste wedstrijd ooit. En dat gold niet alleen voor mij, denk ik, maar voor heel veel van onze spelers. Heel leuk dat ik een ‘10’ kreeg in de belangrijkste Europese sportkranten, maar zonder mijn medespelers was dit absoluut niet gelukt. Iedereen laat zijn individuele kwaliteiten zien, maar uiteindelijk gaat het erom hoe je als team presteert. Die 1-4 in Madrid was een echte teamprestatie. Iedereen heeft een steentje bijgedragen aan dit succes: coaches, stafleden, supporters, spelers." "Natuurlijk zou ik deze groep graag bij elkaar houden. Ik heb het er met Erik ten Hag na afloop nog over gehad. Maar ja, in het voetbal kun je alleen nooit zeggen dat je honderd procent zeker een club trouw blijft. Het is erg belangrijk dat we ons allemaal realiseren dat we met Ajax met een mooi project bezig zijn. Stap één was de Champions League halen, toen wilden we overwinteren en nu willen we steeds een ronde verder. De overwinning op Real Madrid heeft ons een hoop zelfvertrouwen gegeven. We hebben laten zien dat we in de Champions League thuishoren. Niet alleen tegen Real Madrid, maar ook tegen Bayern München en Benfica in de groepsfase speelden we heel goed. Iedereen in Europa heeft het weer over Ajax. Dat is een goed teken. Ajax is nog altijd een van de grootste clubs ter wereld. De jongere spelers realiseren zich dat er op dit moment mooie dingen gebeuren bij Ajax. De club laat zien dat ze willen investeren en iets moois willen opbouwen. We willen allemaal terug naar de plek waar Ajax thuishoort en dat is bij de absolute top van Europa. Ik hoop dat onze reis nog lang gaat duren en dat we nog veel successen gaan beleven met dit team. Dat gevoel zit voor mij heel diep.” ZIDANE “Zidane is mijn favoriete speler, hoewel ik in mijn jeugd eigenlijk fan van Real Madrid werd omdat Predrag Mijatovic daar speelde. Maar ik raakte al snel verslaafd aan de passeerbewegingen van Zidane. Toen ik jong was, keek ik altijd naar zijn acties en probeerde ik ook hem na te doen op straat. Duizenden keren. Je wilt dezelfde trucjes doen als hij. Alles wat hij deed, was perfect. Hij was een zeer elegante speler. Al zijn balcontacten waren geweldig. En als coach van Real Madrid heeft hij met drie gewonnen Champions League-finales op rij het ook niet slecht gedaan. Vooral die pirouette met de voet op de bal van Zidane heb ik op straat volledig onder de knie gekregen. Dat liet ik uitgerekend zien in Madrid. Het belangrijkste tijdens Real Madrid-Ajax was dat de Zidane-passeerbeweging waaruit David Neres 0-2 scoorde functioneel was. Hoe ouder ik word, des te scherper ik daarop ben. Het is topvoetbal, geen circusvoorstelling. En dat uiteindelijk door onze overwinning Zidane weer trainer wordt van Real is natuurlijk heel bizar.” ‘Ik heb bij Southampton een keer in mijn onderbroek op het veld gestaan. Ik wilde de fans alles geven wat ik kon. Ik vind dat we dat bij Ajax ook moeten doen’   AJAX "Ik heb altijd van deze club gehouden. Diep in mijn hart gesloten zelfs. Ajax was al mijn favoriete club toen ik als jongetje in Backa Topala, in een niet eenvoudige tijd voor ons als Servische kinderen, op straat voetbalde. De oude beelden uit de gouden jaren imponeerden enorm. Ik heb de Europa Cup-finale Ajax - Juventus uit 1973 tientallen keren teruggezien. Als kind leerde ik zo de schoonheid van voetbal kennen. Acties van Ajax-spelers oefende ik op het schoolplein met vriendjes. Ik wist zeker dat ik ooit in dat rood-witte shirt wilde spelen. Ik ben fan van Zinedine Zidane, maar Johan Cruijff vond ik de allergrootste. Met m'n vriendenploeg van een man of tien speelden we op straat altijd partijtjes op het scherpst van de snede. Ik wilde dan altijd Cruijff zijn. Mijn held, ook al heb ik hem nooit in het echt zien spelen. Er hebben hier bij Ajax zoveel grote spelers rondgelopen, ik krijg kippenvel als ik daaraan denk. Toen Marc Overmars zich vorig jaar meldde, hoefde ik niet lang na te denken. Ik begrijp best dat daar in eerste instantie vreemd tegenaan gekeken werd omdat ik immers bij Southampton speelde in de Premier League. Ik vind dat jullie zelf de eredivisie altijd erg klein maken, maar het is zeker geen slechte competitie. Ajax is een heel bewuste keuze van mij geweest. In eerste instantie vanwege de unieke historie van de club. En dan gaat het om alles. De geschiedenis, het stadion, de stad Amsterdam, maar ook de filosofie. En die filosofie wordt spelers al van jongs af aan bijgebracht op de plek waar we nu zijn, de Toekomst. Belangrijk voor mij was ook dat Ajax voorronde Champions League speelde. Dat was altijd een soort van ultiem doel van mij, spelen in de Champions League. En verder zijn er verschillende overeenkomsten tussen Ajax en Servië. De trotse houding, het doorzetten en de mentaliteit van altijd willen winnen. Wat verder voor mij heel belangrijk is, is dat mijn vrouw Dragana en onze kinderen door mijn tijd bij FC Groningen en FC Twente net zo van Nederland zijn gaan houden als ik.” LEIDER “Je praat nu met een vriendelijke jongen, maar op het trainingsveld kan ik wat minder aardig zijn. Ik spreek spelers rechtstreeks aan en kan keihard zijn. Ik ben héél eerlijk. Soms is dat lastig voor de ander, omdat ik altijd zeg wat ik denk. Maar dat maakt mij niet uit, want ik denk dat dit de beste manier is om met elkaar te communiceren. Verder maakt onrecht mij heel kwaad. Je kunt me ook niet bozer krijgen dan door tegen me te liegen of te draaien. Gelukkig is dat hier bij Ajax nog maar weinig gebeurd. Het is maar het beste dat dat ook zo blijft. Ik kan echt ontploffen. Ajax heeft mij ook gehaald om als leider in de kleedkamer op te treden. Ik ben hier gekomen om Champions League te spelen, landskampioen te worden én om mijn stempel te drukken. Ook dat is een belangrijke reden waarom ik naar deze club ben gegaan. Het is belangrijk om als ervaren jongen de grote talenten te begeleiden en te adviseren als zij dat nodig hebben. Ik speel dit spelletje al heel wat jaren, heb veel meegemaakt. Te beginnen in de Servische competitie. In ons land is er veel meer druk. Als je niet wint, is dat een ramp. Het gaat soms om leven of dood. Bij een nederlaag is het oorlog in de stad. Servische spelers hebben een andere mentaliteit, een andere manier van denken. Want dat is daar nodig. Hier in Nederland is het relaxter. Ik probeer een beetje die keiharde Balkan-mentaliteit over te brengen op de spelers van Ajax. Natuurlijk moet je bij Ajax ook altijd winnen en zullen de fans niet tevreden zijn na een gelijkspel, maar het is toch anders. Met Klaas-Jan Huntelaar, Daley Blind en niet te vergeten Lasse Schöne doen we alles om die jonge spelers te begeleiden. Elke dag is een mogelijkheid om het beter te doen dan de dag ervoor, dat is mijn motto. En als Frenkie de Jong naar Barcelona gaat, vind ik dat mooi voor hem, maar ik zal er tot het moment dat hij vertrekt voor zorgen dat hij op de trainingen en in elke wedstrijd honderd procent scherp is. Ik ben ook heel blij als ik zie hoe Hakim Ziyech dit jaar nog weer beter is geworden en echt absolute Europese top is nu. Een fantastische publieksvoetballer. We zijn allebei ego’s en dat kan botsen, maar we worden daar allebei sterker van. Het klikt op het veld tussen ons, we vinden elkaar blindelings. Matthijs de Ligt is dankzij de wedstrijden tegen de internationale topclubs nu al een van de beste verdedigers van Europa. Dan zie je ook weer wat voor een fantastische jeugdopleiding Ajax heeft. Neres die doorbreekt in de Champions League en het Braziliaanse elftal haalt, Nicolás Tagliafico, Donny van de Beek en ga zo maar door. Ik ben hier om iets moois mee te helpen bouwen, ben ook niet jaloers als ik de enorme bedragen voorbij zie komen die genoemd worden en de belangstelling van de absolute top voor Ajax-spelers. Ik ben eerder blij dat we zo in beeld zijn in Europa. Het voelt goed om aan de ontwikkeling van die jongens bij te kunnen dragen. Het is een persoonlijk project. En het is een serieus project.” OORLOG “Ik heb een mooie jeugd gehad. Mijn ouders wonen nog steeds in Backa Topola. Mijn moeder werkte in de landbouw en is een heel lieve vrouw, vaak zelfs té goed. Ze is altijd bezig voor anderen, de beste moeder van de wereld. Ik kwam thuis niets tekort. Mijn vader werkte in een vleesfabriek. Hij is een erg sterke persoonlijkheid. Direct en eerlijk. Hij gaf me zelden een compliment, maar wel vaak een advies. Dat werkte voor mij prima. Heb ik veel van geleerd. Nu heb ik zelf een zoon en een dochter, Peter van vier en Tara van twee. Heerlijke, energiek kinderen. Ik zie veel van mezelf terug in hen. Bij Peter moet het altijd zijn zoals hij wil. Daar heb ik ook last van. Hij mocht ook opblijven voor mijn debuut bij Ajax, tegen Sturm Graz in de voorronde van de Champions League, en weet nu ook wat zijn vader doet. Iedereen kent de recente geschiedenis van mijn vaderland Servië. We hebben drie oorlogen meegemaakt. We vochten altijd wel met iemand. De oorlogen hebben een groot stempel op ons gedrukt. In mijn jeugd ben ik natuurlijk geconfronteerd met de Joegoslavische oorlog. Dat heeft een enorme impact op me gehad. We zijn zwaar gebombardeerd en er zijn nog veel littekens. Voetbal was voor ons de perfecte afleiding en je leerde overleven in harde tijden. De zware tijden maken je als mens juist sterker. Als je zulke dingen hebt meegemaakt, besef je dat het leven niet altijd makkelijk is en dat er altijd wel iets is om voor te vechten. Soms is er niemand die je kan of wil helpen. In veel gevallen moet je leren voor jezelf op te komen. Ik heb altijd geleerd dat je iedere dag beter en beter moet worden. Anders zal je op een dag door iemand worden vervangen. Daar heb ik veel aan gehad de afgelopen jaren in de internationale top van het voetbal. Die struggle for life leerde ik in mijn jeugd en je kunt die lijn zo doortrekken naar de wedstrijd in Madrid. Daar ging het ook over een keiharde wil om te overleven. Dat voelde ik heel scherp. Daar kwam even die jongen uit Backa Topola weer naar boven. Vechten om te overleven. Dat maakte voor mij die overwinning op Real ook zo speciaal. Alle mensen in de hele wereld waren onder de indruk en in Servië was dat zeker niet anders. Het imago van Servië was door de oorlog niet best in de wereld. Met sport kan het hele imago van een land worden opgepoetst. Een toptennisser als Novak Djokovic is een soort ambassadeur voor heel Servië. Ik ben er erg trots op dat ik uit Servië kom. Iedereen in Servië heeft een goed hart. We hebben een sterk karakter en een goede mentaliteit. Daarnaast zeggen we altijd wat we denken. Ik ben dol op de directheid van ons volk. Ik denk dat sporters als Novak en ik een nieuwe generatie Serviërs moeten inspireren. Wij hebben een voorbeeldfunctie, kunnen mensen inspireren. Helemaal de jonge talenten in het land. Iedere dag moet je jezelf in de spiegel kunnen aankijken en tegen jezelf zeggen: ik heb vandaag weer de volle honderd procent gegeven. Als je dat doet, zal je nooit een slecht gevoel hebben of spijt krijgen. Dat is zoals wij Serviërs sport beleven.” ONDERBROEK “We spelen voetbal voor de fans. Zonder hen was deze sport nooit zo groot geworden. Ik vind het belangrijk om ze aandacht te geven, want dat verdienen ze. Daarom ga ik waar we ook spelen naar ons supportersvak. Ik zoek de fans op. Ze moedigen ons aan in goede en slechte tijden. Zij geven ons energie en ik geef ze bij iedere wedstrijd mijn shirt. Zo heb ik bij Southampton een keer in mijn onderbroek op het veld gestaan. Dat was de laatste wedstrijd van het seizoen. Ik wilde de fans alles geven wat ik had. Shirt, broekje, sokken, schoenen, alles. Dat hadden ze verdiend. Ik vind dat we dat hier bij Ajax ook moeten doen. Mijn medespelers maken grappen, zeggen dat ik het doe omdat ik m’n lijf wil showen. Maar dat is niet de reden. Fans zullen zo’n moment voor altijd herinneren. Dat moeten we onthouden.” Helden Magazine 46 Het verhaal van Dusan Tadic komt voort uit Helden Magazine 46 waar Tom Dumoulin de cover siert. Dumoulin vertelt over zijn huwelijk en hoe hij besloot het plan om helemaal voor de Tour te gaan in 2019 aan te passen ‘’De Giro winnen is fantastisch, maar trouwen gaat verder dan dat’’. Verder in de 46ste editie van Helden, Lieke & Sanne Wevers vertellen openhartig over de moeilijke tijd, baanwielrenner Harrie Lavreysen over goud op het WK en de Spelen in Tokio, oud-voetballer Jaap Stam blikt terug op voorgaande hoofdstukken in zijn leven, wielrenner Fabio Jakobsen, het dynamische Laura & Lisanne de Witte, beachvolleybalsters Marleen van Iersel & Joy Stubbe, oud-basketballer Michael Jordan, voetbaltrainer José Mourinho, Cor van der Geest over zijn zoons Elco en Dennis, turner Casimir Schmidt, en Victoria Koblenko ging langs bij coureur Tom Coronel. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.  

Voetbal

Memphis Depay: ‘Ik ben wel een apart figuur’

Memphis Depay verkeert in topvorm. De bijna [...]
Memphis Depay verkeert in topvorm. De bijna 25-jarige voetballer is niet meer weg te denken uit de spits van het Nederlands elftal en blinkt wekelijks uit bij Olympique Lyon. Dat dankt hij ook aan het geloof. We gingen bij Memphis op bezoek in Frankrijk, fotografeerden hem in een 19e-eeuwse kerk en legden hem elf uitspraken voor. ‘Later als ik groot ben, kijkt u ook naar mij op televisie als ik voetbal.’ - Een jonge Memphis tegen zijn opa van moederskant, Kees Schensema - “Dat ik profvoetballer wilde worden, wist ik altijd al. Dat riep ik ook. ‘Ga er maar voor,’ zei m’n opa, hij geloofde in me. Hij kwam altijd kijken bij m’n wedstrijden en bracht me vaak naar m’n trainingen in de jeugd bij Sparta. Inmiddels is m’n opa overleden, maar ik weet zeker dat hij in de hemel is. M’n oma leeft nog, ik zie en spreek haar vaak. Een tijdje geleden was ze nog met m’n moeder in Lyon. Ze is nog fit en enorm fanatiek. M’n opa en oma zijn heel belangrijk voor me geweest. Ik heb nog een jaar bij ze gewoond in Moordrecht, toen m’n moeder een break nodig had van de ellende die haar was overkomen. We hebben geen makkelijke tijd gehad nadat m’n vader ons verliet op m’n vierde. Ooit ga ik naar buiten brengen wat er precies is gebeurd, zodat mensen me beter begrijpen. Hopelijk kan ik daarmee kinderen inspireren die opgroeien met heftige dingen zoals geweld en mishandeling. Dat heb ik ook meegemaakt. En dan doel ik niet op m’n eigen vader, maar de tweede man van m’n moeder, m’n toenmalige stiefvader. Tja, m’n moeder was niet bepaald gelukkig in haar keuzes toen ze jong was. M’n opa was al die tijd onze rots in de branding. M’n moeder en ik konden altijd op hem leunen. Ik viste met m’n opa en we speelden spelletjes. Maar hij was ook streng. Ik weet nog dat ik een keer een grote mond opzette tegen m’n moeder en hij me een harde schop gaf. Voetbal was m’n uitlaatklep in die tijd. Daarin kon ik m’n emoties kwijt. Het voelde als een ontsnapping uit m’n leven. Als het op school of thuis niet goed ging, was er altijd nog voetbal. Ik dacht nooit: wat als ik geen profvoetballer word? Er was geen andere optie. ‘Waar wil je later voetballen?’ werd me gevraagd. Bij het Nederlands elftal, riep ik dan. Patrick Kluivert was m’n grote voorbeeld. Op straat noemden ze me ook altijd Kluivert. Ik had hetzelfde kapsel. Ik was altijd buiten en voetbalde met oudere jongens. In Moordrecht kwamen alle culturen samen, toch werd ik gepest om m’n huidskleur. ‘Hé zwarte,’ of ‘aap’ werd er geroepen. Tegen oudere jongens kon ik niet zoveel. Ik vond het triest, maar dealde ermee. Door van me af te bijten en ja, door soms ook te vechten. Veel jongens op straat waren baasjes, hadden temperament, net als ik. En dat liep weleens uit de hand. Maar ik ben nooit opgepakt door de politie. Haha, ik was te snel.” ‘Een tweede Memphis vind je nooit.’ - Voormalig PSV-trainer Phillip Cocu in een persconferentie voor de laatste thuiswedstrijd van Memphis bij PSV op 8 mei 2015 - “Phillip Cocu heeft veel voor me betekend. Hij liet me vrij. In het veld, maar ook daarbuiten. Cocu wist dat ik belangrijk was voor het team, maar ook hoe hij me moest triggeren. Als ik vrijheid en verantwoordelijkheden krijg van een trainer, wil ik voor hem strijden. Ik voelde bij Phillip dat het vanuit z’n hart kwam. Hij beschermde me altijd, vooral in de media. Ik weet nog dat ik een keer vijf wedstrijden achter elkaar niet had gescoord. Hij nam het voor me op, zei iets van: ‘Dit is mijn speler en ik geloof in hem.’” Hoe belangrijk is hij geweest voor je doorbraak? “Toen Fred Rutten werd ontslagen en Cocu interim-coach werd, nam hij me vast op in de selectie. Ik bewees mezelf al in de trainingen, Cocu hielp me door me invalbeurten te geven. Dat betekende veel voor me en hij zag dat ook aan me. Dat jaar scoorde ik ook al geregeld. Het jaar erna werd Dick Advocaat coach en scoorde ik minder. Bij Advocaat moest ik wachten op m’n kans, ik wist dat hij zo met jonge voetballers omging. Hij gaf me wel speelminuten, maar onder Cocu voelde het anders. Hij kon me raken, ik voelde me gewaardeerd, heb nog steeds af en toe contact met hem.” ‘God was er altijd al voor mij. Ik was er alleen niet voor hem. Iemand heeft mij anderhalf jaar geleden naar hem gebracht. Daardoor ben ik veranderd in positieve zin.’ - Memphis op 29 april 2018 in de Volkskrant - “Ik ben opgegroeid met de christelijke kerk. Vroeger ging ik er iedere zondag met m’n moeder naartoe, met een voetbal onder m’n arm. Ik herinner me vooral de kinderdienst. We mochten knutselen of kregen snoepjes. Thuis las m’n moeder me voor het slapen voor uit de Bijbel. Ik werd vrij snel volwassen door alles wat er is gebeurd in m’n leven, daardoor raakte ik ook in de knoop met mezelf en verloor God uit het oog. Ik bad niet consequent, las maar af en toe de Bijbel. Naarmate ik ouder werd, besefte ik dat God er wel altijd voor mij was geweest op momenten dat ik in de problemen zat, maar andersom niet. Zo’n twee jaar geleden, toen ik bij Manchester United speelde, heb ik Thomas Kemp leren kennen. Hij werkt met atleten over de hele wereld, onder wie voetballers en American footballers uit de NFL. Hij heeft een sterke band met God, hoort en ziet dingen. Dankzij hem heb ik het geloof weer opgepakt. Ik ben geen strenge christen, hoef niet iedere zondag naar de kerk. Voor mij is het spirituele aspect belangrijker. Het gaat mij erom dat ik God leer kennen. Dat kan ook thuis. Door het geloof heb ik mezelf weer leren kennen. Dat zie je ook terug op het veld. Vroeger trainde ik altijd extra, op het veld mocht niemand beter zijn dan ik. Ik was zo competitief. Misschien kregen mensen daardoor wel een negatief beeld van mij. Dat heb ik nu niet meer. Ik wil nog steeds winnen, maar ik speel nu met een glimlach, voor God. Ik ben met niemand in competitie, dat werkt.” Ben je daardoor ook een leuker mens geworden? “Er is een periode geweest dat ik koud en kil was. M’n goede vrienden wisten wel hoe ik in elkaar zat, hoeveel liefde ik in me had. Het verschil is dat ik het nu ook meer aan de buitenwereld laat zien. Ik wil meer liefde geven aan de wereld. Mensen zijn door alle drukte te veel met zichzelf bezig. Ik voel me nu prettiger en minder snel aangevallen dan vroeger. Love your neighbor as yourself, zegt de Bijbel. Ik hou van mezelf en dat wil ik naar andere mensen uitstralen en uitspreken. Via social media kan ik alleen al miljoenen mensen aanspreken.” De Memphis die naar Ghana ging om dove en blinden kinderen te helpen, is dat de Memphis die je wilt uitstralen? “Ook, ja. Thomas attendeerde me erop. ‘Je moet wat doen met blinden en doven. Dat wil God.’ Later, door de manier waarop ik m’n goals begon te vieren, viel ineens het kwartje. Als ik scoor, stop ik m’n vingers in m’n oren. Daarmee laat ik zien dat ik doof en blind ben voor de wereld. In positieve zin. Zo kan ik me focussen op de goede dingen, op God. Ineens voelde ik toen: ik wil dove en blinde kinderen helpen. Dat doe ik nu met m’n Memphis Foundation. Ik ben in Ghana, het land van m’n vader, begonnen. Dove en blinde kinderen worden daar weggestopt, terwijl zij ook talenten hebben. Het heeft me doen inzien dat wij echt niet mogen klagen, al is het alleen maar omdat wij in een land worden geboren waar meer mogelijkheden zijn. Ik wil hen ook mogelijkheden geven, op het gebied van muziek, opleiding en sport. Uiteindelijk willen we in veel meer landen actief zijn. Hoe gaaf zou het zijn als de kinderen die we helpen uiteindelijk ook op de Paralympische Spelen terechtkomen?” Heeft je eigen liefdesleven ook met je persoonlijke groei te maken? Je was vorig jaar verloofd met Lori Harvey, maar je vertelt er nooit over... “Nee, ik wil ook niet over Lori praten. Mensen kennen die situatie niet en daar wijd ik ook niet over uit. Ik ben geworden wie ik ben door God. Zowel in als naast het veld.” ‘Hij staat open voor me. Ik heb wel een klik met hem.’ - Louis van Gaal, Omroep Brabant 1 juni 2014 - “Ik denk dat Van Gaal wel een zwak voor me had in die periode rond het WK. Later bij Manchester United botsten we geregeld. En als het botst met Van Gaal zitten er niet twee kanten aan een verhaal. Er is alleen zijn kant. Ik heb goede en minder goede herinneringen aan hem.” 'Als het botst met Van Gaal zitten er niet twee kanten aan een verhaal. Er is alleen zijn kant. Ik heb goede en mindere goede herinneringen aan hem' Die minder goede herinneringen begonnen in Manchester? “Op het WK in 2014 speelde ik vrij en onbevangen. Ik had niks te verliezen. Maar daarna bij Manchester United wilde ik ook eigen keuzes maken in plaats van altijd te moeten luisteren en met opdrachten te moeten spelen. Natuurlijk wilde ik onbevangen spelen, zoals bij PSV onder Cocu, maar dat lukte niet. Ik denk dat Van Gaal met het hele team niet blij was, en natuurlijk verwachtte hij ook meer van mij. Uiteindelijk was hij maar een jaar m’n trainer bij Manchester, het is moeilijk om er iets zinnigs over te zeggen. Ik neem in elk geval de schuld op me, heb niet goed gepresteerd. Ik wilde me te graag bewijzen, laten zien hoe goed ik was. Het ging om mij als persoon en ik gaf God geen glorie, speelde niet uit dankbaarheid. Bij PSV was ik ook nog niet heel erg met God bezig, maar dat was anders. Ik was PSV zelf ontgroeid. Het is niet dat er dingen zijn gebeurd die disrespectvol waren. Maar de klik die Van Gaal en ik daarvoor hadden, ebde in dat jaar weg.” Je zat altijd bij de selectie, behalve bij de FA Cup-finale. Vond je dat niet disrespectvol? Juist op Wembley mocht je niet op de bank zitten... “Dat heb ik wel als een vernedering opgevat. Maar die keuze was voor hem de goede, want de finale wonnen we.” Hoe kijk je terug op die periode in Manchester? “Ik was er niet gelukkig, vooral niet met mezelf. Ik probeerde te zijn hoe anderen me graag willen zien, daardoor was ik mezelf kwijt. Daar heb ik van geleerd en daarom kijk ik er op persoonlijk vlak toch met een positief gevoel op terug. Maar op voetbalgebied weet iedereen dat ik veel beter kon. Ik ben nu een heel andere speler dan toen.” ‘Hij zei dat hij zijn achternaam niet op zijn shirt wilde. Ik voelde me verschrikkelijk toen ik dat hoorde. Ik zou graag weer met hem in contact komen, ik mis hem enorm.’ - Vader Dennis Depay op 4 februari 2016 in The Sun - “Ik vond het vroeger niet fijn als mensen riepen: ‘Hé, Depay!’ De belangrijkste Depay in m’n leven was er niet. Ik voelde me beledigd als ik zo genoemd werd. Daarom koos ik voor Memphis op m’n shirt. Waarom m’n vader bij ons was weggelopen, weet ik niet, ik was daar lang gefrustreerd over. Waarom kunnen we er niet samen uitkomen, dacht ik, is vluchten de enige optie? Uiteindelijk, doordat ik rust vond in God, besloot ik m’n vader te vergeven. Ik dacht: stel dat een van ons komt te overlijden en we hebben het nooit goed gemaakt, dan krijg ik spijt. Zo’n anderhalf jaar geleden heb ik hem opgebeld. Ik wachtte hem op bij z’n werk, een stroopwafelfabriek in Moordrecht. Ik zei dat ik het hem vergaf. Hij was blij en we hebben op straat voor elkaar gebeden. Ik begrijp nog altijd niet waarom hij is weggelopen, maar dan kun je nog steeds mensen vergeven. Iedereen maakt fouten.” Hoe is jullie contact nu? “Ik spreek hem eens in de zoveel tijd. Een maand geleden belde ik hem nog vlak voor een wedstrijd. Ik keek op m’n hotelkamer naar een kerkdienst op YouTube van T.D. Jakes, een Amerikaans-Nigeriaanse pastoor. Z’n diensten zijn heel spiritueel. Ik zag een man in de kerk zitten die enorm begon te huilen. Ik herkende m’n halfbroer daarin, de andere zoon van m’n vader. Toen ik twee was, hebben we hem opgehaald uit Ghana, samen met m’n halfzus. Hij was toen tien. Ik begon te bidden voor hem en ineens brak ik, ik kon niet meer stoppen met huilen. Daarna belde ik m’n vader om te vragen hoe het met m’n broer ging. Hij zit nu al een tijd in de gevangenis. Jaren geleden, toen ik nog bij PSV speelde, zat hij in de zwaarbewaakte gevangenis in Vught. Dat was de laatste keer dat ik hem heb gezien. Helaas kan ik hem niet helpen op dit moment, ook financieel niet. M’n broer moet spiritueel geholpen worden, hij moet eerst z’n rust vinden. M’n vader zei dat het goed met hem ging. Ik wil hem in 2019 opzoeken. Ik heb deze gevoelens nog nooit zo uitgesproken, omdat ik niet wil dat hij zich hierdoor schuldig gaat voelen. Dat hij het gevoel heeft dat hij z’n broertje in de steek heeft gelaten. Met m’n halfzus heb ik op dit moment geen contact. Ook dat komt wel. Met haar gaat het goed, ze is getrouwd en heeft een gezin. Ze is gelukkig, dat is het belangrijkste.” Kan je je voorstellen dat je vader later een rol als opa vervult? “Nee, m’n pa is niet van de verantwoordelijkheden. Dat accepteer ik nu van hem. En als hij wel een opa wil zijn, dan moet het op een natuurlijke wijze gaan. Maar van mij hoeft het niet.” ‘Je moet spelers aan de hand nemen. Ze moeten soms wat liefde krijgen. Dat is onze rol. Maar we moeten ze ook kunnen vertellen wanneer iets niet goed is.’ - Olympique Lyon-trainer Bruno Génésio over Memphis tijdens een persconferentie, 2 november 2018 - “M’n huidige trainer begint me na twee jaar goed te kennen en weet nu ook hoe hij me moet bespelen. Hij ziet dat ik het team meeneem naar een hoger niveau.” Soms is er kritiek over je wisselvalligheid. In het Nederlands elftal blink je uit, maar bij Lyon vindt men je soms ook te onzichtbaar. Ben je het daarmee eens? “Het Nederlands elftal is een heel ander team. Zie je hoe de spelers daar naar mij zoeken? Ik ben iemand die het verschil kan maken en daar spelen we op in. Spelers als Frenkie de Jong en Georginio Wijnaldum zoeken me continu op. Bij Lyon loop ik soms wel vijftien keer heen en weer om de bal op te eisen. Bij bijna iedere goal ben ik betrokken. Dan zou je toch denken: hé, die Memphis moeten we zoeken. Maar dat gebeurt niet altijd. Daar heb ik het over met de trainer, hij ziet dat ook. Toch zijn er nog momenten dat ze me minutenlang overslaan. Dat begrijp ik niet. In het verleden speelde ik soms onder de maat. Maar dat is nu niet het geval. Ik ga niet meer door de ondergrens.” De trainer is de laatste tijd wel lovend over je. Ook de statistieken bewijzen je waarde voor de ploeg. Samen met Kylian Mbappé ben je de meest waardevolle speler van de Franse Ligue 1. En in november kwam er een lijst voorbij dat je in Europa na Luis Suárez, Lionel Messi en Cristiano Ronaldo het hoogste rendement in het kalenderjaar 2018 had. “Mooi om te zien, maar met statistieken hou ik me eigenlijk niet bezig. Als ik dat wel doe, weet ik dat ik niet goed een wedstrijd inga. Ik hou van het spelletje. Van mooi voetbal. Van tikken. Dat wil ik laten zien. Dan komen de resultaten vanzelf. Maar die bewering dat ik niet consistent zou zijn bij m’n club, kunnen jullie dus weggooien.” ‘Ja, het is een hoed. Wat doet een man met een hoed? Ik zet ’m op. Het is gewoon een hoed. Ik vind dat mooi... Wat de buitenwereld daarvan vindt, raakt me niet echt.’ - Memphis op 10 november 2015 tegen de NOS - “Opmerkingen over m’n uiterlijk of stijl hebben me nooit geraakt. Maar het raakte me wel dat ik op de voorpagina van de krant stond als schuldige van het falen van het Nederlands elftal. Omdat ik met andere dingen bezig was, zoals met een hoed, hadden we het EK van 2016 niet gehaald? Dat is bullshit, op het veld werkten we keihard. Toch was ik de boosdoener. Nog geen twee jaar daarvoor prezen de media me de hemel in tijdens het WK in Brazilië. Ik had het daar ook goed gedaan, maar het hele team deed het goed. Nu had datzelfde team gefaald. Als media schrijven dat ik slecht speel, kan ik daar prima tegen. Kritiek is nooit leuk om te horen, maar ik eis ook veel van mezelf. Maar het is heel makkelijk om je te focussen op iemand die zich op een andere manier kleedt. Vergeet niet dat we ook grote spelers hadden als Wesley Sneijder, Arjen Robben en Robin van Persie. Het hele team draaide niet.” Was je geschokt door het ontslag van Guus Hiddink? “Ik vond het fijn om met Hiddink te werken en vind het jammer dat hij niet langer de tijd heeft gekregen. Ik wist dat Hiddink in me geloofde. Hij was veeleisend, maar dat vond ik fijn. Hij gaf me de vrijheid in het veld. Ik speel op m’n gevoel. Ik kan ineens in het midden van het veld lopen, daar de bal krijgen en wegdraaien. Als je dan tegen me zegt: ‘Je moet aan de zijlijn blijven,’ werkt dat niet voor mij. Hiddink snapte dat. Hij legde de verantwoordelijkheid bij de spelers. Het pakte alleen niet meteen goed uit. Ik denk dat als hij langer de kans had gekregen, hij het om had kunnen draaien.” ‘Ik zie Memphis als mijn broertje en heb het beste met hem voor. Zolang ik kan, zal ik hem altijd blijven ondersteunen.’ - Eljero Elia op 8 april 2015 in Voetbal International - “Eljero heeft ook een belangrijke rol gespeeld in m’n leven en me liefde gegeven toen ik jong was. Na het EK onder 17 dat we wonnen, nam hij contact met me op. Hij was weg van m’n spel. Eljero haalde me daarna een keer op in de stad, terwijl hij allang in het Nederlands elftal speelde. Ik was denk ik 18, hij 25. Toen zijn we vrienden geworden. We hebben dezelfde interesses: mode, voetbal, muziek. En we zijn allebei op 13 februari jarig. Eljero heeft een groot hart. Hij zal me altijd steunen en dat waardeer ik enorm. Veel voetballers willen misschien wel hetzelfde doen, maar maken het gebaar niet om iemand te helpen. Eljero deed dat wel. Het kan veel met een jonge speler doen, als een oudere speler hem bevestiging geeft dat hij goed bezig is. Ik krijg ook weleens berichtjes van jonge voetballers die tegen me opkijken. Daar reageer ik altijd op. ‘Ik hou je in de gaten, vriend,’ stuur ik dan.” ‘Hij is echt heel goed en beschikt over veel vuur en overtuigingskracht. Dat is wat een rapper maakt of breekt. Het hoeft niet perfect te zijn, als het maar aankomt. Hij zou absoluut liveshows kunnen geven. Hij is geboren voor het podium.’ - Rapper Winne, 5 oktober 2018 in het Algemeen Dagblad - “Bij concerten zie je mensen die elkaar niet kennen met elkaar meezingen. Bij het Nederlands elftal zingen we het Wilhelmus mee. Muziek is de meest krachtige uiting die mensen bij elkaar brengt. Dat neem ik heel serieus. De liefde voor muziek zit in m’n familie. M’n opa Kees speelde piano en gaf ook gitaarles. M’n neefje en oom kunnen ook heel goed gitaarspelen. Als we met kerst met de familie bij elkaar kwamen, deden we hele optredens. De ene op de gitaar, de ander op de piano en ik rapte erbij. Toen nog bestaande teksten, bijvoorbeeld van Lange Frans. En als m’n moeder me naar Sparta bracht, liet ze me altijd mijn muziek draaien. Ik was de hele weg aan het zingen en rappen. Vorig jaar had ik een idee en nam ik contact op met Winne. Ik rapte ook altijd op z’n teksten. We spraken af en hadden een klik. Hij begreep wat ik wilde maken, dat is samengekomen met m’n stichting in Ghana en het nummer dat we samen uitbrachten. Muziek en voetbal gaan bij mij hand in hand. Ik ben niet 24 uur per dag bezig met voetbal. Als ik tussendoor muziek maak, wil het niet zeggen dat ik me niet honderd procent focus op voetbal. Muziek is juist een reden dat ik goed speel. Ik schrijf dagelijks teksten, thuis en soms in de studio. Voor mij is het een soort therapie, iets dat m’n hoofd leeg maakt. Ik ben er goed in, waarom zou ik dat dan niet naar buiten brengen? Ik kan en wil er mensen mee inspireren. Ik heb al visioenen gehad dat ik ooit in een uitverkocht Philips stadion ga optreden. Het gaat dus gebeuren, misschien al wel tijdens m’n voetbalcarrière.” 'Toen ik nog bij PSV speelde, zat m'n halfbroer in de zwaarbewaakte gevangenis in Vught. Dat is de laatste keer dat ik hem heb gezien' ‘Misschien een generatiekloofje, maar dit is toch gewoon verschrikkelijk.’ - Ex-international Rafael van der Vaart op 25 november 2018 in Studio Voetbal bij de NOS - “Rafael reageerde op m’n Instagram video waarin ik in een rap vierde dat ik vijf miljoen volgers had en een sigaar opstak. Hij mag dat verschrikkelijk vinden.” Hoe bewust ben jij je van je imago? Je weet dat je reacties ontlokt als je als profvoetballer een video opneemt met een sigaar in je hand. “Als je op Google zoekt naar foto’s van vroeger, zie je dat spelers zelfs in de dug-out rookten. Ik ben helemaal geen roker, maar stak een sigaar op om iets te vieren. Dat zie je spelers ook doen bij een huldiging als ze kampioen zijn geworden. Het was leuk bedoeld. Maar ook als een excuus om m’n talent te laten zien: ik wil laten zien dat ik ook goed ben in het maken van muziek. De video is 3,5 miljoen keer bekeken en onder de reacties staan berichten van Marcelo van Real Madrid, Patrice Evra en Neymar liketen het. Dat zegt genoeg, toch? Ik ben een jongen die andere dingen leuk vindt dan Van der Vaart. Het is inderdaad een generatiekloof. Ik zou zeggen: kijk er niet naar, erger je niet. Maar ga niet zeggen dat ik geen voorbeeld ben als ik zo’n video online zet. Dit is hoe ik leef, misschien komt het een tikje nonchalant over, maar dat ben ik niet. Ik weet dat ik voor de buitenwereld soms apart kan zijn en dat mensen me daarom niet begrijpen. Ik ben ook wel een apart figuur. Dat is niet bewust, ik ben mezelf. Dat ik misschien niet voldoe aan het ideale plaatje, is iemand anders zijn probleem.” Waar staat die tatoeage van de leeuw op je rug voor? “Ik zie mezelf als een leeuw. Als Oranjeleeuw, maar ook als king of the jungle. De leeuw is een prachtig beest, ik ben dat ook. Ook ik heb moeten overleven. Het was lang niet vanzelfsprekend dat ik sta waar ik nu sta. Ik heb veel mensen zien afdwalen, het verkeerde pad zien kiezen. Bovendien was The Lion King m’n lievelingsfilm. Ik liep vroeger kruipend en brullend over de vloer, deed net alsof ik een leeuw was. Ik heb ook een tatoeage van Simba op m’n pols. In de zomer komt er een nieuwe animatiefilm uit van The Lion King. Krijg ik nu al de kriebels van.” ‘Memphis heeft vrijheid nodig om het beste uit zichzelf te halen. En dat kan hij in dit elftal. Daar heeft dit elftal ook behoefte aan.’ - Ronald Koeman tijdens een persconferentie van het  Nederlands elftal in oktober 2018 - “Ronald Koeman heeft me in de spits gezet, daar ben ik blij mee. Hij vertelde wat hij van me verwachtte op die positie. Dat heb ik op mijn manier ingevuld. Hij heeft me vrijgelaten en dat pakt goed uit. Ik speel nu op m’n ultieme positie, een vrije rol achter de spits of in de spits. Dat is voor andere clubs misschien ook een eyeopener. Ik ben niet een echte linksbuiten. M’n trainer bij Lyon ziet dat gelukkig nu ook, bij Lyon speel ik ook niet meer als linksbuiten. De manier waarop Koeman werkt, vind ik fantastisch. Hij weet me altijd te raken. Hij geeft me een gevoel waardoor ik denk: ik wil voor jou door het vuur, voor jou vechten. En als je dat weet te creëren bij spelers, kan dat heel goed uitpakken.” Symboliseer jij de wederopstanding van het Nederlands elftal, samen met Virgil van Dijk? “Ik heb altijd al een speler willen zijn waar een team op kan bouwen, ook als het wat minder gaat. Ik hoop dat dat eruit blijft komen. Daarnaast is Virgil een beest achterin. Hij draagt het team. Maar ook jongens als Frenkie de Jong doen dat. Hij creëert rust in het team, lokt spelers met de bal. Dat is bepalend voor de opbouw. Hij voedt me voorin, ik voel dat hij me zoekt.” ‘De manier waarop Koeman werkt, vind ik fantastisch. Hij weet me altijd te raken. Hij geeft me een gevoel van: ik wil voor jou door het vuur’ Hoe anders is jouw rol nu vergeleken met de periode voor Ronald Koeman? “Koeman zei: ‘Memphis is een van de eerste spelers die ik in de opstelling zet.’ Dat zegt alles over m’n rol in het veld. Maar de groep verlangt nu van iedereen een andere rol. Voorheen had je de oudere spelers en de jongeren. Er was maar een kleine tussengeneratie. De jonge spelers voelden niet de vrijheid om inspraak te hebben. Robben en Sneijder hadden het voor het zeggen. Logisch, want zij hadden enorm veel ervaring en een prachtige carrière. Maar zij hebben de weg nu vrijgemaakt voor ons. Geweldig.” Wat wil jij nog bereiken op voetbalgebied? “Ik wil prijzen winnen. Ik geloof echt dat we met het Nederlands elftal wat moois kunnen neerzetten. Iets dat de hele wereld niet ziet aankomen, als we daarin zelf maar geloven. Maar we moeten bescheiden blijven. We zijn net de goede weg ingeslagen en nog aan het bouwen. Daarnaast wil ik deze zomer weer een transfer naar een topclub maken. Lyon is een grote club, maar behoort niet tot de vijf beste van Europa. Ik wil naar een club als Real Madrid, Barcelona, Chelsea, Manchester City, Paris Saint-Germain of Bayern München... Ik wil naar een stad die bij me past en een club die bij me past, naar een ploeg die echt wil voetballen. Altijd praat ik over Real Madrid, een koninklijke club. Witte shirts met goud, gruwelijk. Maar ik focus me op het nu bij Lyon en dan zien we wel waar ik terechtkom.” Helden Magazine 45 Het verhaal van Memphis Depay komt voort uit Helden Magazine 45 waar hij de cover siert. Depay laat zin wie hij echt is. Een verhaal over het geloof, zijn jeugd, familie, imago, Oranje en Louis van Gaal. Verder in de 45ste editie van Helden, Rico Verhoeven en Max Verstappen gingen de verbale strijd met elkaar aan, schaatser Kai Verbij over de Spelen en de Europese titel sprint, Jac Orie is een garantie voor succes, schaatsster Antoinette de Jong over haar jeugd waarin ze werd gepest om haar rode haren, de grondlegger van het shorttracksucces Jeroen Otter, baanwielrenster Kirsten Wild, tennisser Alexander Zverev, en wielrenner Lars Boom ging in gesprek met Victoria Koblenko. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Virgil van Dijk: ‘Soldaat van oranje’

Wat een jaar heeft Virgil van Dijk (27) achter de [...]
Wat een jaar heeft Virgil van Dijk (27) achter de rug. Vlak voor de jaarwisseling maakte hij een droomtransfer naar Liverpool waardoor hij op slag de duurste verdediger ter wereld werd. Vijf maanden later stond hij in de finale van de Champions League. Bondscoach Ronald Koeman benoemde hem bovendien tot aanvoerder van het nieuwe Oranje. Kortom: het leven lacht hem toe. De nieuwe aanvoerder van het Nederlands elftal is een grote meneer in Engeland. Rustig over straat gaan in zijn woonplaats Liverpool is er niet meer bij. En bij iedere goede of foute pass wordt gerefereerd aan het recordbedrag van bijna 85 miljoen euro dat Liverpool voor hem heeft betaald. Zelf blijft Virgil van Dijk er relatief rustig onder. We spreken hem op het prachtige trainingscomplex van Liverpool. “Hebben jullie al iets te drinken gehad?” vraagt hij als we elkaar begroeten. Tegelijk slaat hij zijn arm om een paar kleine fans die uitverkoren zijn om de training bij te wonen. “Wat is er mooier dan die kinderen de dag van hun leven te geven?” We beginnen met de fotografie. Virgil kijkt strak in de camera, haren in een knot. Op ons verzoek doet hij voor één keer de haren los. “Ik heb thuis mijn haren altijd los, maar zodra ik naar de club ga, dan gaat mijn staartje erin. Maar vooruit, als het mooie foto’s worden, dan gooi ik mijn haren wel los.” Na de fotosessie begint hij met passie te vertellen, met altijd die bescheiden en soms ook kwetsbare glimlach. “Het klinkt zo cliché, maar je kunt je toch geen betere baan voorstellen dan die van profvoetballer van Liverpool en Oranje? Er zijn heus weleens momenten dat het zwaar is, maar ik doe er alles aan om er altijd plezier in te houden. Wat wij profs doen is heel speciaal. Het duurt heel kort allemaal, dus dan is het belangrijk dat je er ook van kunt genieten.” Veel sporters vergeten te genieten, mede omdat ze lijden onder de constante druk van het moeten presteren. “Ik vind eerlijk gezegd dat ik het wel kan. Als je er onder lijdt, lijkt me dat vreselijk. Het is voor mij de laatste jaren ook makkelijker geworden. Dat klinkt misschien tegenstrijdig, want juist die transfer naar Liverpool zou druk kunnen veroorzaken. Als je jong bent, denk je vooral aan zaken die niet goed gaan. De sociale media kunnen je daarnaast ook helemaal gek maken, maar ik weet heel goed wat het belangrijkste in het leven is." En dat is? Met een brede glimlach. “Mijn gezin! Als het thuis goed zit, dan voel ik me ook goed. Voetballen komt bij mij op de tweede plaats en dat zal altijd zo blijven. Echt waar. En mijn dochters geven zoveel terug, dat is ongekend. Mijn vrouw is de spil van het gezin. Ik waardeer haar meer dan ooit. Mijn vrouw moet zich altijd sterk tonen. Dat realiseer ik me maar al te goed. Soms wil je ook weleens lekker de stad in, een wijntje drinken en een rondje gaan lopen. Dat kan allemaal niet, dus ook niet met mijn vrouw. We proberen het niet eens. We zijn jong, maar gaan nooit uit. De eerste twee weken in Liverpool zaten we in een hotel. Binnen een dag stonden er alleen maar fans voor het hotel, die wisten dat ik daar verbleef. En de paparazzi wisten dat ook. Daar heb je dan ook nog mee te maken, dus ik vertoon me niet in de stad. Daar staat ook heel veel moois tegenover, dus je hoort me niet klagen, hoor.” Werkt jouw vrouw? “Nee, daar hebben we bewust voor gekozen. Als ze heel graag wil werken, dan ga ik haar natuurlijk niet tegenhouden. We trainen op heel verschillende tijden. Als ik in de avond train en in de ochtend thuis ben en zij zou in de ochtend werken, dan zien we elkaar helemaal niet. Het is gewoon goed zo.” Is jouw houding in het leven mede bepaald omdat jouw vader je moeder en jou heel snel heeft verlaten? “Natuurlijk speelt dat mee. Wat er is gebeurd tussen mijn vader en mijn familie is iets tussen ons, is privé en dat hoeft niemand precies te weten. Het klopt dat mijn vader niet meer in beeld is bij mij. Dat speelt vast en zeker mee hoe ik als vader wil zijn, maar het gaat ook vanzelf. Ik weet één ding honderd procent zeker: ík zal mijn kinderen nooit in de steek laten. Ik zal er altijd voor mijn gezin zijn.” Maar het maakt je kwetsbaar. Tenminste, dat vond ik toen ik kinderen kreeg. “Natuurlijk, dat herken ik ook, ik begrijp wat je bedoelt. Ik denk dat ik het op dit moment best goed voor elkaar heb, thuis en bij de club. Er is een balans die ervoor zorgt dat ik me als voetballer en privé goed voel. Hoe mooi wil je het hebben?” 'We hebben ook een groepsapp met Oranje waarin we proberen contact met elkaar te houden' Helden Magazine 44 Het eerste gedeelte van het verhaal van Virgil van Dijk komt voort uit Helden Magazine 44 waar Kjeld Nuis de cover siert. Nuis is de Held van het Jaar geworden. De tweevoudig olympisch kampioen kent ook de andere kant van de medaille. Verder in de 44ste editie van Helden, Tom Dumoulin over zijn successen, de Tour en de Giro, schorttrackster Suzanne Schulting, tennisster Kiki Bertens, de winnaar van de Ronde van Vlaanderen Niki Terpstra, handbalster Yvette Broch, schaatser Sven Kramer, de successen van de Nederlandse sportvrouwen, zwemmer Nyls Korstanje, bokser Peter Müllenberg, voetballer Davy Klaassen, Raymond van Barneveld ging in gesprek met Victoria Koblenko, en Frenkie de Jong en vriendin Mikky ontmoeten Wendy Rommedahl. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Afgefikt

Peter Blangé had bij de KNVB graag de bondscoaches Danny Blind, [...]
Peter Blangé had bij de KNVB graag de bondscoaches Danny Blind, Dick Advocaat en Ronald Koeman bij willen staan, maar zij hielden hun deur in Zeist potdicht voor de 500-voudig volleybalinternational. En zo stond de PIM na anderhalf jaar weer op straat. Blangé (53) vertelt zijn ontluisterende verhaal over desinteresse en eenzaamheid. Niet de Europese titel in 1988 of een van de twee WK-finaleplaatsen in 1974 en 1978 van de voetballers werd in Nederland tot sportmoment van de twintigste eeuw uitgeroepen, maar het olympisch goud uit 1996 van de volleyballers. Peter Blangé was de spelverdeler en aanvoerder van de Lange Mannen. Hij verdient groot respect, maar kreeg dat bepaald niet van alle mensen in de voetbalwereld nadat hij in februari 2017 door de KNVB werd aangesteld als prestatieven innovatiemanager (PIM). “Ik weet ook wel dat het verleden niet telt en je altijd weer je bestaansrecht moet bewijzen,” zegt de 500-voudig  international. “Maar het is  bijzonder  dat ik niet eens een kop koffie heb kunnen drinken met de drie bondscoaches die er in mijn tijd bij de KNVB waren.” Het volledige verhaal lezen? Dat kan via Blendle door op onderstaande knop te klikken. Je kunt het magazine ook in de winkel halen óf online bestellen! [blendlebutton] Op 1 juli 2018 werd Blangé alweer uitgezwaaid in Zeist. Het was de bedoeling dat hij op basis van onderzoek en innovatie zou meehelpen de prestaties van de nationale teams te verbeteren. Hij kreeg echter vanaf de eerste dag nauwelijks voet aan de grond bij de belangrijkste mensen binnen de voetbalbond. “Met de trainers van de jeugdselecties en de vrouwen ging het prima en heb ik prettig samengewerkt, maar het draait bij de KNVB vooral om het grote Oranje. En daar wisten ze het allemaal zelf wel. De desinteresse en onwil waren héél groot.  Ik geef toe dat ik als bondscoach van de volleyballers betweters met een slecht verhaal ook vervelend vond. Maar ze hadden mij op z’n minst een keer kunnen laten aanschuiven. Baat het niet, dan schaadt het niet, toch? Het ging ook niet om mij, maar om het Nederlandse voetbal. Ik kwam daar om te helpen.” De bondscoaches Danny Blind, Dick Advocaat en Ronald Koeman hielden de deur echter potdicht. “En ik kreeg  geen  hulp om die deur open te krijgen,” vertelt Peter. “Ik heb het meermaals bij de directie aangegeven, maar het kabbelde maar voort. Bij mijn eerste honderddagengesprek zei ik dat ik er daarvan slechts vijftig wakker had gelegen. Dat viel in werkelijkheid wel mee, ik kan best tegen een stootje, maar ik heb me in Zeist soms eenzaam gevoeld.  Zoiets neem  je dan ook mee naar huis. Gelukkig zijn we hier thuis in Oegstgeest vrij nuchter.”  Met grote verwondering zag hij hoe de verhoudingen lagen in Zeist. “Toen na de verbouwing het kantoor van de technische staf van het A-team ook op de afdeling voetbal kwam, moesten de trainers van de andere selecties plaatsmaken. Zij verhuisden naar de andere kant van de gang. En de glazen panelen van de  ruimte van het A-elftal werden direct helemaal afgeplakt, zodat niemand naar binnen kon kijken. Zó typerend. Alleen omdat ze over de afdeling naar hun gedeelte achter de schuifdeur moesten lopen, wisten we of ze er waren.” 'Bijzonder dat ik niet eens een kop koffie heb kunnen drinken met de drie bondscoaches die er in mijn tijd bij de KNVB waren' Natuurlijk wist Blangé bij zijn aanstelling dat het niet makkelijk zou worden. De voetbalwereld staat niet bekend als gastvrij en open voor mensen uit andere takken van sport, hoewel er voorbeelden zijn dat het wel goed ging en gaat. Zoals met Toon Gerbrands, de directeur van landskampioen PSV, die eerst ook bij AZ al veel lof oogstte. Hij was coach van Blangé bij het Nederlandse volleybalteam. “Toon zag het wel zitten in mij in deze nieuwe rol. Hij adviseerde me op voorhand met een groot aantal belangrijke mensen uit het voetbal te gaan praten. Dat heb ik gedaan. Ik heb in die tijd veel geluncht.”  Extra lastig was het voor de oud-volleyballer dat de man die hem bij de KNVB had binnengehaald, de toenmalige technisch directeur Hans van Breukelen, al snel onder vuur kwam te liggen. Er was bovendien gekrakeel over de opvolging van algemeen directeur Bert van Oostveen én de resultaten van Oranje vielen zwaar tegen. Kortom, de sfeer in Zeist was niet echt vrolijk. “Er heerste veel onrust. Hans van Breukelen was zes maanden na mijn aanstelling alweer verdwenen. Hij was ook gedoemd om te mislukken. Alles wat hij zei, werd belachelijk gemaakt. Ik heb de mens Van Breukelen hoog zitten. Hij is een alleraardigst persoon die er absoluut ook niet voor zichzelf zat. Het hielp natuurlijk niet dat Hans er niet meer was. Maar ik dacht dat als ik 2017 zou kunnen overleven, het in 2018 met een nieuwe directie rustiger zou worden. Onvermijdelijk is dat je in de donkere dagen rond kerst denkt: ga ik dit volgend jaar nog volhouden? Maar nee, ik heb er niet aan gedacht om zelf op te stappen. Ik ben niet iemand die snel wegloopt.” Hij stond in zijn leven geregeld voor hete vuren. Bij het Nederlandse volleybalteam werd Blangé vlak voor het WK van 1990 weggestuurd, omdat hij er in tegenstelling tot de andere spelers voor koos om te gaan ‘cashen’ bij een Italiaanse club. Hij werd als een verrader afgeschilderd.  Na twee  jaar werd de 2,05 meter lange spelverdeler teruggehaald en hij leidde de ploeg uiteindelijk in 1996 naar de olympische titel. ‘Van wat er allemaal achter de schermen gebeurde, is nog geen tien procent bekend,’ zei hij later mysterieus over het succesverhaal van de Lange Mannen. Hij wist zich staande te houden. “Ik blijf altijd dicht bij mezelf. Bij de KNVB ben ik geduldig geweest en bleef ik doorgaan. Maar er zijn grenzen. Ik moet wel kunnen doen waarvoor ik ben gehaald.”  De publieke opinie hielp hem ook niet een goede start in Zeist te maken. “Mijn aanstelling viel verkeerd. Als je dan bij de bekende praatprogramma’s belachelijk wordt gemaakt, heb je meteen al een achterstand. Daarbij deed de afkorting van mijn functie, PIM, het uiteraard ook lekker. Die bijnaam kreeg ik opgeplakt. Het voetbal is zo groot dat als je in zo’n functie bij de KNVB wordt aangesteld, je meteen met je hoofd op de voorpagina van de kranten staat en dan weet je dat je alles wat je zegt als een boemerang in je nek terugkrijgt. Ik denk dat 99 procent van de mensen in Nederland geen benul heeft van hoe het er in het topvoetbal aan toegaat, maar we zijn kuddedieren en roeptoeteren anderen na. Lekker makkelijk en veilig.” Het was april toen Blangé van de nieuwe directeur betaald voetbal Eric Gudde te horen kreeg dat er voor een andere organisatiestructuur was gekozen en er voor zijn functie geen plaats meer was. “Ik was blij met de aanstelling van Gudde en Nico-Jan Hoogma in de directie. Ik kende ze en had eerder prettig contact met ze gehad. Dat heeft blijkbaar niet meegeteld.” Zijn harde conclusie na anderhalf jaar KNVB: “Het was een kansloze missie.” Want: “Als de belangrijkste mensen een samenwerking niet zien zitten, houdt het op. Bij hen geldt dat elke oplossing en suggestie die van buiten hun eigen wereldje komt, per definitie wordt afgefikt. Dat is daar de cultuur. ‘We zijn het gewend om het zo te doen en daarom blijven we ook lekker zo doorgaan.’ Het heeft ook met angst te maken, iedereen is bang voor zijn eigen hachje. Zo houdt het voetbal zichzelf stevig in de greep.  Toon Gerbrands bij PSV en voormalig honkballer Robert Eenhoorn bij AZ doen het als niet-voetballers geweldig, maar ik denk wel dat het scheelt of je algemeen directeur bent of dat je zoals in mijn geval alleen met technische zaken te maken hebt.” Peter Blangé behoorde nooit tot de vele beoefenaars van andere sporten die zich afzetten tegen ‘het voetbal met zijn verwende miljonairs’. Dat hij als kind zelf niet ging voetballen, maar voor volleybal koos, was gezien zijn lengte niet meer dan logisch. Zijn tien jaar oudere broer Fred speelde als volleyballer al op het hoogste niveau. Het had ook nog basketbal kunnen worden, want zus Anita kon dat goed en groeide uit tot een van de beste speelsters van Nederland. “Ik koos ook uit een soort luiheid voor volleybal. Daarvoor hoefde ik niet zo veel te lopen als bij voetbal en basketbal. Maar toen ik onder Arie Selinger bij het Nederlands team kwam, moesten we driemaal per week rennen, duurloopjes. We hebben hem vervloekt.” Op school in Voorburg voetbalde Blangé altijd wel mee. “Ik kan ook echt wel tegen een balletje trappen, hoor. Ondanks mijn lengte ben ik best wel motorisch aangelegd. Het ziet er niet lomp uit of zo.” Van jongs af aan volgde hij het voetbal op de voet. Blangé keek niet alleen naar de eredivisie, maar elke zaterdag ook naar beelden van de Bundesliga op de Duitse televisie. Hij ging geregeld met vrienden  naar ADO en Feyenoord. “Later bij de nationale volleybalploeg voelde ik verbondenheid met de topvoetballers. Wij waren in onze opmars naar de wereldtop ook rebels, tegendraads. Daar is toch niets mis mee? Alleen hoort er altijd wel respect te zijn. In die tijd kwamen we weleens voetballers tegen en dat contact verliep eigenlijk altijd uitstekend. Ik heb zelfs het geluk gehad om Johan Cruijff een paar keer te ontmoeten.” Zijn functie bij de KNVB was niet de eerste waarin hij beroepshalve met voetbal te maken kreeg. Blangé was eerder commercieel directeur van de sportafdeling van ORTEC, aanbieder van software en data, en in die hoedanigheid zocht hij samenwerking met eredivisieclubs. “Ajax werd onze eerste klant, Feyenoord, PSV en AZ volgden kort daarna. Met negen van de achttien clubs uit de eredivisie hadden we uiteindelijk een contract. Als ik bij een club op bezoek ging, was de sfeer altijd prettig. Vaak werd ik gevraagd om mee te lunchen en ik probeerde altijd een deel van de training mee te pakken. Ik voelde me prima thuis in die wereld. Als ik een afspraak bij Heracles had, moest ik een hele dag reserveren. Dan werd er veel gepraat en gediscussieerd, met Peter Bosz  en zijn staf, die daar toen trainer was, en ook met voorzitter Jan Smit en technisch directeur Hoogma. Die laatste twee zitten nu inderdaad bij de KNVB… Als ik bij Heracles op bezoek was, riep Smit altijd grappend: ‘Levert dat systeem van die lange nog wat op?’  Peter Bosz was trouwens een van de weinige mensen uit de voetbalwereld die destijds openlijk zei het een goede zet te vinden dat ik bij de KNVB werd aangesteld. Het verschil tussen de ene en de andere trainer wat betreft nieuwsgierigheid en openstaan voor zaken van buitenaf is soms enorm.” Wat nu? “Wonden likken en weer doorgaan.” Peter zegt dat niemand medelijden met hem hoeft te hebben. “Ik hou van succes, maar weet ook dat er een andere kant van de medaille is. Ik ben op dat gebied wel wat gewend. Met de volleyballers hebben we gevoelsmatig meer toernooien verloren dan gewonnen. Ik heb een gezonde twijfel in mijn donder, én beheers de kunst van het relativeren. Als je dat niet kunt, moet je zo’n functie niet accepteren.” Hij wil het liefst in de sport blijven, zíjn wereld. Misschien zelfs wel in het voetbal. Waarom niet? “Ik ben geen verbitterd mens geworden. Kom op, zeg.” De grootheid van het voetbal spreekt hem nog steeds aan. Blangé noemt die wereld ‘een mammoettanker, waarbij vergeleken de andere sporten slechts roeibootjes zijn’. “De mogelijkheden in het voetbal zijn enorm. Ook voor mensen die de wetenschappelijke kant interessant vinden. Er zitten bij een aantal clubs goede wetenschappers. Het is een uitdaging om die mammoettanker een beetje bij te kunnen sturen.” Blangé verbaast zich nog steeds over ingeslepen gewoonten in het voetbal. Zoals, om maar iets simpels te noemen, over de relatief korte tijd dat er wordt getraind. “Een volleybalwedstrijd kan drie uur duren en daarom trainden we ook zo lang. Alleen al omdat je eraan moet wennen om zo lang geconcentreerd te blijven. Een voetbalwedstrijd is twee maal 45 minuten plus soms een mogelijke verlenging. Maar de meeste trainingen duren vijf kwartier. In het betaald voetbal hebben ze de luxe dat bijna alle spelers full prof zijn en dus de hele dag beschikbaar. Daar wordt echter bij lange na geen gebruik van gemaakt. Waarom krijgen ze doordeweeks ook nog een verplichte rustdag? Ik begrijp er echt niets van.”  De oud-volleyballer weet dat hij, mits er sprake van enige mate van nieuwsgierigheid is, iedereen in de voetbalwereld aan de hand van analyses en statistieken kan overtuigen welke onderdelen er bij een elftal verbeterd kunnen worden. “Want cijfers liegen niet.” Een ook maar enigszins waardig afscheid was hem niet gegund bij de KNVB. Er lag nog geen bloemetje klaar. “Pas een dag voor mijn vertrek vroeg er iemand van de directie of er iets voor me was geregeld. Leuk dat je er nog aan denkt, was mijn reactie. Ik heb ervan afgezien en ben met drie intimi gaan eten.” [/blendlebutton]