Word abonnee

Voetbal

Voetbal

Khalid Boulahrouz: ‘Wij kunnen elkaar altijd bellen’

Khalid Boulahrouz en Barbara Barend zijn al jaren [...]
Khalid Boulahrouz en Barbara Barend zijn al jaren bevriend. Barbara volgde de oud-voetballer met Marokkaanse roots gedurende zijn carrière en zag ‘De Kannibaal’ uitgroeien tot een geliefde verdediger van het Nederlands elftal. Een gesprek over hun innige band, ons land, het Marokkaanse elftal en het aanstaande WK. “Fietsen staat wel als allerlaatste op de bucketlist van een Marokkaan,” zegt Khalid Boulahrouz lachend als hij op verzoek van de fotograaf met veel moeite door een zijstraat van de Amsterdamse Albert Cuypmarkt probeert te sturen, met Barbara Barend voorop. “Kom op, Boula, hou die fiets recht,” roept Barbara als ze bijna in de portiek van een huis belanden. Even daarvoor haalden ze herinneringen op onder het genot van een pan linzensoep in Restaurant Bazar. • “Weet je het nog? Tijdens een wedstrijd van m’n zaalvoetbalteam zagen wij elkaar voor het eerst, achttien jaar geleden,” zegt Barbara. Khalid knikt: “Een vriendin van mij zat bij jou in de ploeg. Ik voetbalde net bij RKC en ging een keertje kijken.” Barbara: “Na de wedstrijd maakten we een praatje. Jij was toen nog niet bekend, zat verlegen op de tribune naar voetballende meisjes te kijken. Daarna hebben wij altijd contact gehouden.” Niet veel later kwamen Khalid en Barbara elkaar tegen bij het Nederlands elftal. Khalid inmiddels als speler van de Duitse club Hamburger SV, Barbara als verslaggeefster. Khalid: “Jouw benadering was heel relaxed, spontaan en vriendelijk. Bij het Nederlands elftal kwam ik ook vrij snel jouw vader tegen. Die was altijd in voor een gezellig praatje. Ik kreeg veel steun van jullie, dat vergeet ik niet meer. Helemaal in de voetbalwereld, waarin iedereen iets van je wil. Bij jullie ging het om de persoon Khalid.” Zoals tijdens het EK 2008, toen zijn dochtertje te vroeg werd geboren en overleed. Barbara: “Ik stuurde je een berichtje: is het echt waar, wat ik hoor? Jij antwoordde meteen. Daarna hield ik veel contact met je.” Khalid: “Je bent attent en weet ook hoe je moet reageren op de juiste momenten. Je hebt een groot inlevingsvermogen.” Barbara: “Andersom is dat ook het geval. Ik weet nog goed dat we tijdens het EK 2012 een bezoek brachten aan Auschwitz. Ik had mijn telefoon in het hotel laten liggen, wat voor mij vrij uitzonderlijk is. Die dag heb jij mij een paar keer geprobeerd te bellen.” Khalid: “Ik weet dat Auschwitz voor jullie helemaal een zware lading heeft. Ik liep daar rond en zag er tandenborstels, kinderschoentjes en koffers waar namen op stonden. Heel heftig. Toen dacht ik aan jou, jij hebt familieleden die daar vermoord zijn. Ik was zo onder de indruk. Iedere school zou daar verplicht een reis naartoe moeten maken. Om te beseffen wat er is gebeurd.” Barbara: “’s Avonds zette ik mijn telefoon aan. Je had ook nog een berichtje gestuurd: ‘Ben je boos, ofzo?’” Khalid, lachend: “Ja, dat kan ik jou gewoon sturen.” Hij vervolgt: “Ik zag Barbara niet meer als journalist. Het voelde goed en vertrouwd. Ik heb niet veel vrienden overgehouden aan m’n voetbalcarrière, maar Barbara is er wel een. Wij kunnen elkaar altijd bellen.” Barbara: “Weet je wie ook zo op jou gesteld is? De familie van Abdelhak Nouri. Ik hoor van zijn moeder vaak hoe trouw jij bent in het contact en de steun die je hen geeft.” Khalid: “Ik weet nog dat je me huilend opbelde toen het was gebeurd, je was helemaal in shock. Ik lag op de bank, zat naar een andere wedstrijd te kijken en zag in mijn scherm: Barbara belt. Ik had een voorgevoel: er is iets aan de hand. Ik nam op en jij kwam met vreselijk nieuws. Appie was in elkaar gezakt en het zag er slecht uit. Sindsdien heb ik veel contact met zijn broer. Het heeft me zo geraakt. Ik denk dat het de moeilijkst denkbare situatie in het leven is. Misschien is het nog wel beter als je iemand verliest, dan weet je tenminste waar je aan toe bent. Die familie is constant in onzekerheid. Het ene moment hebben ze goede hoop, het andere worden ze weer teleurgesteld. Het was niet dat ik Appie dagelijks sprak, maar hij vroeg me weleens om advies. We hadden een goede band. Het is een goeie jongen.” • Barbara is getrouwd met een vrouw en opgegroeid in een liefdevol Joods gezin, Khalid is met twee Marokkaanse ouders, zes zussen, twee broers en de Koran opgegroeid. Barbara: “Ik bel jou geregeld op en zeg dan: Boula, het gaat slecht in ons land. Ik heb het gevoel dat we niet meer met elkaar om mogen gaan. Terwijl onze vriendschap juist bewijst dat het wel kan.” Khalid beaamt: “Onze achtergrond is totaal verschillend. Maar de essentie van het leven is, ook in ons geloof, dat je als mens goed voor elkaar moet zijn. God heeft diversiteit gecreëerd, juist zodat we elkaar niet discrimineren. Dat jij krullen hebt en ik Marokkaanse ouders heb, moet geen blokkade zijn om niet op een normale manier met elkaar om te gaan.” Barbara: “Ben jij ook op die manier opgegroeid?” Khalid: “Mijn ouders vonden het belangrijk dat mijn broers, zussen en ik ons best deden op school, dat we mensen respecteerden, en geen ruzie maakten. Ze zagen het een beetje als marketing van de naam Boulahrouz, we moesten onze naam en eer hooghouden. Mijn vader kon me niet lezen, rekenen of schrijven leren. Hij kon alleen Arabisch schrijven, geen Nederlands. Maar als hij vroeger ergens naartoe ging, kleedde hij zich altijd netjes. Niet om de beste of de mooiste te zijn, maar wel om zo goed mogelijk voor de dag te komen. Dat leerden wij van hem.” Barbara: “Op je zestiende overleed hij al...” Khalid: “Toen hij overleed had ik een lastige periode. Daarvoor haal- de ik weleens kattenkwaad uit, maar ik was nooit een rebel. Ik hield van een geintje en lachte graag. Na zijn overlijden werd ik wat lastiger, vooral op school. Ik voelde me altijd een slachtoffer. Waarom ik, dacht ik. Waarom ben ík mijn vader verloren. Tussendoor dacht ik weleens: stel je niet aan, je bent niet de enige. Je moeder is haar man verloren en je zussen en broers zijn hun vader ook kwijt. Maar ik vond met name mezelf zielig. Met voetbal had ik het in die tijd ook wel lastig. Gelukkig was Hans de Koning, in die tijd mijn trainer in de jeugd van AZ, echt mijn voetbalvader. Hij gaf me een schop onder de kont wanneer ik dat nodig had, maar was ook heel lief.” Barbara en Khalid zijn inmiddels zelf ouders. Khalids dochter Amaya is acht, zoon Daamin is zeven. Barbara: ‘Weet je nog dat ik je ’s nachts belde? Ik had een nachtmerrie dat je je bij de politieke partij Denk had aangesloten’ Helden Magazine 41 Het eerste gedeelte van het verhaal van Khalid Boulahrouz komt voort uit Helden Magazine 41 waar Wesley Sneijder de cover siert. Sneijder is niet langer international. In een exclusief interview doet hij zijn verhaal vanuit Qatar. ‘’Ik ben nog hetzelfde straatschoffie’’. Verder in de 41ste editie van Helden, voetbaltrainer Phillip Cocu over zijn indrukwekkende carrière, wielrenner Laurens ten Dam over de Giro en Tom Dumoulin, paralympisch triatleet Jetze Plat, voetbalster Jackie Groenen over haar studie en nog meer, de zusjes Smulders over de wereldtop van de BMX, voetballer Kevin de Bruyne, koning van de marathon Eliud Kipchoge, voetballer Lasse Schöne, oud-wielrenner Johan van der Velde, oud-tenniser Raemon Sluiter en de paravolleyballers over hun droom de paralympische Spelen in Tokio. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Phillip Cocu: ‘Ik heb tegenslagen moeten overwinnen’

Phillip Cocu weet wat winnen is. Als speler van [...]
Phillip Cocu weet wat winnen is. Als speler van PSV en FC Barcelona won hij vijf landstitels. Als trainer van PSV is hij ook erg succesvol. We legden de 101-voudig international tien foto’s voor. 29 januari 1995 Phillip Cocu in duel met Frank Rijkaard tijdens Vitesse-Ajax (2-3). “Dit was in mijn laatste jaar Vitesse. We haalden elk jaar Europees voetbal, werden telkens vierde of vijfde. Die vijf seizoenen bij Vitesse hebben me gevormd. Ik kwam van AZ, had twee seizoenen in de eerste divisie gespeeld, werd bij Vitesse eerst onder de vleugels genomen van John van den Brom en Frans Thijssen en werd uiteindelijk zelf een bepalende speler.” Wanneer voelde je dat je hogerop kon? “Ik kwam binnen als een typische linksbuiten, was zo wisselvallig als het weer. Ik had een aar­dige passeerbeweging, dat moest ook wel om­ dat ik niet supersnel was, en ik had een goede trap. Ik hoefde er niet altijd langs om een voorzet te kunnen geven. Maar we kunnen rustig stellen dat ik als linksbuiten Barcelona niet had gehaald. Trainer Herbert Neumann haalde me naar het middenveld en die beslis­sing heeft ervoor gezorgd dat ik het maximale uit m’n carrière heb kunnen halen. In 1994, na het vierde jaar Vitesse, had ik al zoiets van: als ik de kans krijg om naar een topclub te gaan, dan pak ik die. Omdat ik het gevoel had dat ik m’n plafond nog niet had bereikt. Er was belangstelling, maar ik ben toch nog een jaartje gebleven.” Je hebt Frank Rijkaard meegemaakt als bondscoach en als trainer van Barcelona, hoe was hij? “Goeie trainer, prettig mens. Als bondscoach deed hij het ook fantastisch, maar het meest intens had ik natuurlijk met hem te maken in zijn eerste en mijn laatste jaar Barcelona. Frank was en is iemand met uitstraling en aanzien, zeker niet iemand die ging lopen schreeu­wen, hij zocht altijd de con­versatie. Wat ik mooi vond: je merkte bij Frank meteen wat hij als speler bij Ajax en AC Milan had meegemaakt. Dat vertaalde hij naar zijn trainerschap. Er hing best wel een negatieve sfeer bij Barcelona toen Frank in 2003 binnenkwam. Niet dat het haat en nijd was, maar we hadden een moeilijke tijd ge­had. Dat negatieve moest hij eruit zien te krijgen, het geloof moest terugkeren. Frank begon eerst met de organisatie binnen het team. Pas toen het stond zo­ als hij het hebben wilde, focuste hij zich op het spel aan de bal. Frank, assistent Henk ten Cate en Ronaldinho, die overkwam van Paris Saint­ Germain, had­den een groot aandeel daarin.” Komt Rijkaard in de buurt van hoe jij bent als coach? We zien jou ook niet uit je dak gaan langs de lijn. Lachend: “Dat is maar één facet van een trainer. Er zijn raakvlakken, maar ook zeker verschillen. Misschien kom ik naar buiten toe rustig over, maar ik kan wel flink uit m’n slof schieten.” 25 mei 1997 Dick Advocaat wordt door Cocu en aanvoerder Arthur Numan van het veld geleid na het behalen van het kampioenschap met PSV. Op de achtergrond kijkt Jaap Stam toe. “Luc Nilis, Wim Jonk, Jaap Stam, Arthur Numan, Marciano Vink en ga zo nog maar even door. Fantastisch elftal. Toen ik bij PSV binnenkwam, had Ajax net de Champions League gewonnen. In 1996 pakten we de beker en toen kwam het besef dat er meer in zat. Een jaar later resulteerde dat in de landstitel. Het was m’n eerste landstitel, daarvoor had ik de overstap naar PSV gemaakt. Jammer genoeg viel de ploeg in mijn laatste jaar bij PSV een beetje uit elkaar.” Je maakte Dick Advocaat mee als club- en bondscoach. Hoe zou je hem typeren? “Dick is hét voorbeeld van een bevlogen trainer. Hij stond continu langs de lijn te gebaren. De laatste jaren is dat misschien ietsje minder het geval, maar bij ons zat hij echt bovenop je huid. Voortdurend. Maar hij was wel weer een compleet ander type dan Louis van Gaal, die ik later meemaakte. Dat de lat áltijd hoog moet liggen, leerde ik van Dick en dat je jezelf altijd moet pushen om die lat nog hoger te krijgen. De meeste spelers en teams hebben dat nodig, iemand die de boel voortdurend aan blijft jagen. Als je even verslapte, dan was Dick er, hoor. Daar werd je natuurlijk ook weleens gek van.” Je kwam Advocaat ook tegen als beginnende trainer en nam het in 2013 van hem over bij PSV. Wat leerde je als trainer van hem? “Toen Dick hoofdtrainer was, had ik de jeugd bij PSV onder me en assisteerde ik op parttime basis bij het eerste. Ik was blij dat ik bij hem mee kon kijken, zag hoe Dick spelers coachte, zijn voorbereiding op een wedstrijd, hoe hij een elftal samenstelde, waarom hij bepaalde keuzes maakte en hoe hij met de spelers omging. Daar spraken we ook over. Als speler ervaar je dat soort zaken niet. Pas als je echt mee gaat kijken, zoals ik bij Fred Rutten – ook zo’n vakman – en Dick heb gedaan, ervaar je pas wat er achter de oefenstof en de aanpak van de coach zit.” 17 september 2002 Louis van Gaal legt het nog een keer uit. Patrick Kluivert, Luis Enrique en Cocu (v.l.n.r.) kijken toe. “Louis haalde me in 1998 naar Barcelona. Ik had een aantal opties toen ik transfervrij vertrok bij PSV, had gesprekken gevoerd met Internazionale en al bijna een voorcontract getekend in Milaan. Op het laatste moment besloot ik toch te wachten. Er was best wat interesse, ik had net een succesvol WK in Frankrijk achter de rug. Toen meldde ook Barcelona zich. Van Gaal gaf heel duidelijk aan wat hij wilde. Voor een speler is het belangrijk dat je een trainer hebt die een bepaalde rol voor jou ziet weggelegd. Ik kwam bij Barcelona spelers tegen als Rivaldo, Figo, Guardiola en Luis Enrique. Guardiola was de regisseur. Luis Enrique kun je het beste vergelijken met mij. Ik heb een heel goeie band met hem. We hebben nog weleens contact, ook toen hij coach was van Barcelona. Ik ben toen hij coach was een keer een wedstrijdje gaan kijken met m’n zoon. Ben ik ook in z’n kantoortje geweest om een beetje bij te praten. We hebben zes jaar samengespeeld. ” ‘Ook ik heb neus aan neus met Van Gaal gestaan, ook tegen mij ging hij tekeer’ Je had tot 1998 Van Gaal alleen meegemaakt als trainer van de tegenstander. Hoe was jouw ervaring met hem als coach? “Louis is natuurlijk een bijzondere coach. Hij is zeker geen makkelijke trainer om mee te werken. Louis zat continu op je donder. Als je het niet goed deed, kreeg je eerst een waarschu­wing, een tweede keer kreeg je die wat duidelij­ker en bij een derde keer stond hij neus aan neus voor je. Ook ik heb neus aan neus met Louis gestaan, ook tegen mij ging hij tekeer. Dat overkwam iedereen. Maar als je iets goed deed, dan stond hij bijna op de tafel te schreeu­wen van enthousiasme. Je mag als speler best kritisch benaderd worden, Louis lette op de kleinste dingen, maar als het goed was, dan was hij heel uitbundig. Dat vond ik mooi aan hem. Hij eiste het maximale en hij haalde dat ook altijd uit een speler als die er open voor stond. Ik ben absoluut een betere speler geworden onder Louis. Wat me altijd is bijgebleven: als we pass­ en trapvormen deden tijdens de training, dan eiste hij dat je dat met twee benen deed. Hij had ook altijd liever dat je een pass gaf die te hard was, van een slap rollertje werd hij helemaal gek. Elke dag hamerde hij op goed passen en trappen met links en rechts en het effect merkte ik al snel. Links bleef altijd mijn voorkeur houden, maar ik ging tijdens wedstrijden mijn rechterbeen steeds meer gebruiken. Ik werd completer, kon betere oplossingen vinden.” Waaraan herkennen we bij jou als trainer de invloed van Van Gaal? “Ik heb ook oefeningen waarbij ik eis dat beide benen worden gebruikt bij het passen, ik wil ook dat ze dúrven. Ook bij mij geldt: liever een bal te hard op de training dan te zacht. Passing is ook tijd winnen, het gaat om de juiste snelheid van de bal. En ook zijn benadering gebruik ik. Ik ben kritisch als het niet goed gaat, maar kan ook heel enthousiast reageren als het goed gaat.” 3 maart 2004: Ronaldinho en Barcelona- aanvoerder Cocu juichen na een goal in de UEFA Cup tegen Brøndby. “Ronaldinho is een van de beste spelers met wie ik ooit heb samengespeeld. Ik zeg niet de beste, want dan doe ik Ronaldo tekort. Wat een versnelling had hij op de eerste meters. En dan had hij ook nog die goeie trap en zijn schijnbewegingen. In de kleedkamer zat hij voor de wedstrijd vaak een beetje te pielen, liet hij trucs zien. Niet normaal. Hij kon echt alles met een bal, maar ook functioneel. Ronaldinho was ook een fantastische speler voor het team, hij was echt een aanjager. Zijn komst en die van Frank Rijkaard brachten in 2003 de frisse wind die leidde tot de ommekeer. Ronaldinho kwam elke dag met een glimlach op z’n gezicht binnen. Muziek aan, een beetje voetvolleyen, zelfs vlak voor de wedstrijd nog, en dan dat taaltje van hem. Hij pakte iedereen erbij. ‘Lekker trainen, lekker voetballen,’ riep hij als hij binnenkwam. Zijn enthousiasme werkte heel erg aanstekelijk. Het voelde voor iedereen alsof je terugging in de tijd, als je hem zag. Waarom gingen we ooit als jochies voetballen? Omdat we het een fantastisch spel vonden. Ronaldinho straalde uit: vanmiddag lekker in een vol stadion voetballen. Altijd, echt altijd die glimlach. Terwijl voor zijn komst juist een beetje de sfeer in het team hing van: goh, we moeten weer voor 100.000 man spelen, het zal vanmiddag wel zwaar worden en als het niet goed gaat dan... In het veld voetbalde Ronaldinho bijna lachend. Hij trainde ook hard, hoor, vergis je niet. Pas toen hij heel succesvol werd, werd dat wat minder, heb ik begrepen.” We zien op de foto de aanvoerdersband om je arm. “Dat ik als buitenlander aanvoerder mocht worden van zo’n grote club maakte me zo ongelooflijk trots. Blijkbaar heb ik toch iets neergezet waardoor ze me die aanvoerders­ band toevertrouwden.” Wat betreft druk is er niet veel dat zwaarder is dan aanvoerder zijn van Barcelona, toch? Knikt: “Dat moet je zeker niet onderschatten. Na een slechte wedstrijd konden we niet even de pers ontlopen. De druk die ik bij Barcelona ervoer, kun je in Nederland met niets vergelijken. Die kwam van buitenaf, maar ook vanbinnen de club. Zo gigantisch. Het is simpelweg niet uit te leggen hoe dat voelt als je het niet zelf hebt ervaren.” Jij weet hoe het is om door 100.000 mensen uitgefloten te worden, jou maken ze niet meer gek? “Zie het niet als onverschilligheid, maar ik raak niet snel meer in paniek, nee.” 28 augustus 2006: Guus Hiddink overhandigt Cocu de zilveren schoen tijdens het Voetballer van het Jaar Gala. “Als jong ventje kwam ik met m’n rugzakje bij De Graafschap binnenwandelen en daar was Guus Hiddink trainer. Dat was de eerste keer dat we elkaar troffen. En daar kwamen jaren later nog vele ontmoetingen bij. Ik debuteerde in 1996 onder Guus bij het Nederlands elftal voor het EK in Engeland. Hij zag het al snel in me, in 2004 haalde hij me terug naar PSV. Guus was ook degene die me warm maakte voor het trainersvak. Tot die tijd had ik daar nooit zo erg bij stil gestaan. Bij mij was het niet zoals bij Pep Guardiola of Frank de Boer, aan wie bij Barcelona iedereen zag dat ze na hun carrière trainer zouden worden. Guus heeft er een belangrijke rol in gespeeld dat ik nu trainer ben.” Hoe overtuigde hij je? “Guus trok me steeds meer die kant op. Ik was ook zijn verlengstuk in het veld.” En toen jij hoofdtrainer werd van PSV, wierp hij zich op als een soort mentor. “Hij was hier vorige week nog. We spreken elkaar geregeld. En af en toe evalueren we samen, meestal aan het einde van het seizoen. Het is heerlijk om met een man die als coach zo succesvol is geweest, te kunnen sparren.” In het vorige nummer interviewden we Hiddink voor deze rubriek. Toen we hem de foto van jou voorschotelden, merkten we dat hij echt van je houdt. Glimlachend: “We hebben een bijzondere band, ja.” Waarom ging je in 2004 eigenlijk weg uit Barcelona? “Dat was een principekwestie. Ik kan zo nu en dan ook vrij principi­eel zijn, hoor. Toen Frank Rijkaard kwam, heb ik mijn contract met één jaar verlengd. Het ging toen wat moeilijker met de club, ook financieel. De nieuwe verbintenis kon niet helemaal volgens dezelfde voorwaarde als in m’n oude contract. Geen probleem, ik was er trots op dat ik al sinds 1998 voor Barcelona speelde. In de goede tijden stond ik er en ik wilde er in moeilijke tijden ook zijn. We maakten in 2003 de afspraak dat als het goed zou gaan met de club en ik een goed jaar zou draaien, we opnieuw zouden praten. Ik was aanvoerder, Frank wilde dat ik bleef, maar we kwamen er toch niet uit. Na het tweede gesprek zei ik: het is mooi geweest, laten we op een goeie manier afscheid nemen. Ik heb nog steeds een prima band met de club en met de toenmalige technisch directeur Txiki Begiristain. Ik moet het juiste gevoel hebben als ik met iemand door wil en dat had ik niet. En toen kwamen Guus Hiddink en Frank Arnesen op bezoek in Barcelona.” Hoe wist hij je te overtuigen Barcelona te verruilen voor PSV? “Guus was heel open over de spelers die ze volgden. Ik wilde natuurlijk weten wat voor team er zou staan als ik terugkeerde. De ambitie van Guus was dat PSV weer verder zou komen in Europa, ze zaten daar al een paar jaar tegenaan te hikken. ‘In de Champions League willen we weer een stap gaan zetten,’ zei hij. Guus zei niet dat hij kampioen wilde worden, nee, hij keek al verder dan dat. Dat sprak me aan. Die mindset kreeg hij ook in de ploeg. Wat Guus voor ogen had, is ook gelukt. In het eerste seizoen haalden we meteen de halve finale van de Champions League, waarin we maar op het nippertje werden uitgeschakeld door AC Milan. En ook in het volgende jaar kwamen we ook weer voorbij de groepsfase in de Champions League.” 7 juli 1998: Ronaldo troost Cocu op het WK in Frankrijk. Oranje verliest in de halve finale na strafschoppen van Brazilië. Cocu en Ronald de Boer misten een penalty. “Ik heb altijd met heel veel trots voor het Nederlands elftal gespeeld. Als je dat shirt aan hebt en het volkslied klinkt; geweldig. Ik heb 101 interlands mogen spelen. Ja, en daar zitten fantastische momenten bij, maar ook minder leuke. Zoals het moment op deze foto.” Hoe lang heb jij gedacht: had ik die penalty er verdorie maar ingeschoten, al was het maar voor Guus. “Nou, niet alleen voor Guus, voor mezelf was het ook wel lekker geweest, hoor! Het was een van de moeilijkste momen­ten in m’n carrière, die gemiste penalty bleef me heel lang ach­tervolgen. We waren zo dichtbij de WK-­finale. Die lange keeper Taffarel ging vol naar de hoek waarin ik de bal schoot. Niemand van de ploeg keek me erop aan dat ik had gemist, er waren genoeg spelers die geen penalty wilden nemen en ik had de verantwoordelijkheid gepakt. Maar die redenaties waren niet voldoende om het meteen van me af te zetten, ik moest het een plek geven en dat heeft lang geduurd. Ik werd er de eerste tijd regelmatig ’s nachts wakker van, als een filmpje dat zich voort­ durend bleef afspelen in m’n hoofd. De bal die ik trapte, Taffarel die hem stopte, hoe ik daar stond met de handen voor m’n ogen en daarna terugliep.” In 1998 en bij het EK in 2000 waren jullie tot twee keer toe dichtbij de finale. “Het WK was voor mij toch het hoogtepunt. Ik miste wel die penalty, maar speelde een heel goed toernooi. Ik speelde alle wedstrijden, had gescoord, had in de spits gestaan tegen Zuid­ Korea, was aanvallende middenvelder en linksbuiten geweest. Dat team, twee jaar na de onrust bij het EK in 1996, was geweldig. We hadden de finale moeten halen, gezien de kwaliteiten die we hadden.” Je staat hier op de foto met Ronaldo... “Ronaldo, die was echt... ongekend. Hij was nog maar achttien toen we ploeggenoten waren in 1995. Ronaldo was de eerste speler die al die bewegingen, die je vandaag in die populaire clipjes op internet ziet, in een wedstrijd functioneel gebruikte. Linkerbeen, rechterbeen, linkerbeen, rechterbeen. En alles op snelheid. Hij was zo snel en wendbaar. Als hij ging versnellen, nou... En hij was net als Ronaldinho ook een heel leuke jongen. We trokken veel met elkaar op in het jaar dat we ploeg­ genoten waren. Fantastische tijd. Ik heb nog lang contact met hem gehouden. Ook toen hij een superster was geworden, hebben we elkaar nog getroffen, zoals bij liefdadigheids­ wedstrijdjes waaraan we allebei meededen. Jongens als Ronaldo kunnen bijna niet normaal over straat. In de kleedkamer was het weer voetballers onder elkaar, maar daarbuiten was het voor hem zo lastig.” 25 maart 2005: bondscoach Marco van Basten en Phillip in gesprek voor de WK- kwalificatiewedstrijd in Boekarest tegen Roemenië (0-2 winst). “Met Marco heb ik toch nog prettig gewerkt. In het begin was het een beetje zoeken, de eerste interland onder Marco miste ik ook door een blessure. Het zal ook aan mij gelegen hebben dat we elkaar even moesten vinden. Toen dat was gelukt, hebben we heel prettig met elkaar samengewerkt.” Begrijp je dat Frank Rijkaard en hij nooit meer hoofdcoach willen zijn? “Dat zal door hun persoonlijke ervaringen komen. De druk die erbij komt kijken is groot, dat kunnen we niet ontkennen. Daar moet je wel mee om kunnen gaan, anders wordt het heel zwaar. Maar ja, als voetballer moet je ook je weg vinden, moet je ook leren hoe je grote wedstrijden moet spelen. Dan is er meer spanning en dat voel je in je benen, die voelen in het begin zwaarder aan. Als je er daar wat meer van hebt gespeeld, zijn dat juist de wedstrijden waar je naar uitkijkt. Die sfeer eromheen. Hoe groter, hoe beter. Voor mij geldt dat ik het zo ook heb ervaren als trainer. In het begin is het lastig en daarna krijg je ervaring hoe je met bepaalde situaties om moet gaan. Maar nogmaals, dat is voor iedereen weer anders.” 2 juni 2012: bondcoach Bert van Marwijk en zijn assistenten Phillip Cocu en Ernest Faber voor de oefenwedstrijd tegen Noord-Ierland (6-0 winst). “Ik ben vier jaar lang met veel plezier assistent ­bonds­coach geweest. Het was een heel leerzame periode.” Je rolde in 2008 meteen het trainersvak in. Had je geen behoefte om eerst even afstand te nemen van het voetbal? “Ik had nog een jaar in de Emiraten kunnen blijven, had het goed naar m’n zin. Ik vond het vooral een mooi avontuur. Ik moest best snel beslissen toen Bert belde. Ik zat nog in de Emiraten en hij zei dat hij mij samen met Frank de Boer als assistent wilde bij het Nederlands elftal. Hij zag in Frank en mij zijn verlengstukken, wij hadden de meeste jongens meegemaakt als spelers en stonden dus nog dichtbij hen. Ik had met Henk Kesler, toen directeur betaald voetbal van de KNVB, nog een afspraak om de cursus Coach Betaald Voetbal versneld te kunnen doen. Er was een aantal spelers, onder wie Dennis Bergkamp, Patrick Kluivert en Michael Reiziger, dat die wens had. De vraag was alleen wanneer er weer een versnelde cursus zou komen. Ik besloot mede door het telefoontje van Bert me in te schrijven voor de cursus en te stoppen met voetbal. Het paste op dat moment bij me en ik neem altijd beslissingen op m’n gevoel. In het begin was het nog aftasten, om te kijken of het trainersvak me ook echt ging pakken. Ik deed sinds 2009 samen met Ernest Faber ook de jeugd onder negentien bij PSV en assisteerde Fred Rutten bij het eerste. Na twee jaar zat ik er helemaal in. En met het Nederlands elftal heb ik meteen twee uitersten mee­ gemaakt. Eerst het WK in Zuid­-Afrika, wat natuurlijk een geweldig succes was, en daarna het teleurstellende EK in 2012, waarvan de kwalificatie nog heel goed ging. Van dat EK heb ik ook veel geleerd. Waarom gaat iets goed en waarom slecht? Soms heeft dat met kwaliteit te maken, maar soms ook met heel andere dingen.” Waarom ging het mis bij het EK van 2012? “Om andere dingen dan kwaliteit, want met dezelfde spelersgroep haalden we ook de WK-­finale en we liepen zo door de EK­kwalificatie heen. Wat er precies mis ging... Laat ik het erop houden dat ik er als coach veel van heb geleerd. Ik heb geen behoefte daar verder op in te gaan.” Is het jouw ambitie om ooit bondscoach te worden? “Ja, dat zou zeker mooi zijn. Ik zou het fantastisch vinden als ik op een dag bondscoach zou mogen zijn.” Wat vind jij nu van de staat van het Nederlandse voetbal? “In Nederland gaan we nog weleens van het ene uiterste naar het andere. Het is bij ons óf euforisch óf drama­tisch, er zit niets tussenin. Dat komt niet altijd overeen met de realiteit. Soms is iets minder goed dan we denken en op andere momenten is iets minder slecht dan we met z’n allen roepen. Neemt niet weg dat we met golfbewegingen te maken hebben. We hebben nu te maken met de situatie dat spelers die jarenlang op absoluut topniveau hebben gespeeld, afscheid hebben genomen. We moeten ervoor zorgen dat een aantal Nederlandse spelers bij clubs in de absolute top terecht gaat komen en daar ook aan spelen toekomt. De talen­ten hebben we echt wel, hoor.” Jij hebt hier samengewerkt met Memphis Depay. Je zag hem naar Manchester United vertrekken. Hoe verklaar jij dat hij het daar toch niet heeft gered? “Ik heb er geen zicht op wat daar is gebeurd. Er zijn meer spelers die heel talentvol zijn. Talent brengt je tot een bepaald punt. Om de volgende stap te zetten, komen er heel veel andere dingen bij kijken. Slagen in een andere competitie is niet eenvoudig. Het lastige is: er is geen draaiboek voor. Ook niet wanneer je die stap moet zetten. Dat is voor iedereen verschillend. Je moet een bepaalde basis hebben, maar daarna?” 8 mei 2016: PSV wint op de slotdag van de competitie met 1-3 van PEC Zwolle. Ajax ging de laatste speelronde in met evenveel punten, maar met een beter doelsaldo. Ajax speelt 1-1 tegen De Graafschap, waardoor de tweede landstitel op rij onder coach Phillip Cocu een feit is.     Ik dacht: wat ik in 2007 heb meegemaakt, op de laatste dag op bizarre wijze kampioen worden, ga ik nooit meer meemaken. Wel dus. Die ervaring van destijds kwam goed van pas om de jongens ervan te kunnen overtuigen in de titel te blijven geloven. Wij waren klaar, stonden in Zwolle op het veld te wachten op het eindsignaal bij De Graafschap­Ajax. Iemand van FOX Sports had live verbinding met Doetinchem. Als Ajax nog zou scoren, waren zij kampioen. Het leek een eeuwigheid te duren voordat het verlossende bericht kwam. En daarna die ontlading, doordat die titel zo onverwachts kwam. Ook dit moment zal ik weer mijn hele carrière blijven gebruiken als voorbeeld voor spelers. Ja, het is bijzonder dat ik dit twee keer mee heb mogen maken.”</span> Je hebt als speler vier landstitels gewonnen met PSV en één met Barcelona. Als trainer heb je ook al twee landstitels en de papieren voor nummer drie zijn goed op dit moment. Dat is nogal wat. “Ik sta daar niet zo bij stil. Als ik iets bereik, dan kan ik daar blij om zijn. Maar er zijn nog zoveel dingen die ik niet heb gewonnen, die ik wel graag had willen winnen. Halve finales Champions League, halve finales met het Nederlands elftal. Ik heb ook meegemaakt hoe het voelt om iets net niet te halen. Daardoor weet ik dat ik even volop moet genieten op momenten dat ik iets win. Dat kan ik. Maar daarna ga ik weer verder.” Wat zijn jouw ambities als coach, naast op een dag bondscoach worden? “O, dat weet ik niet. Ik ben ambitieus, hoor, maar ik denk niet: over drie jaar wil ik bij die club zitten. Op dit moment zit er maar één ding in mijn hoofd en dat is PSV.” Helden Magazine 41 Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Wesley Sneijder: ‘Ik heb nergens spijt van’

‘Hoeveel positieve comeback verhalen ken jij? Het [...]
‘Hoeveel positieve comeback verhalen ken jij? Het aanbod vanuit Qatar voelde gewoon goed’ Einde van een tijdperk. Recordinternational Wesley Sneijder stopt bij Oranje. Dat maakte Wesley onlangs bekend. Helden toog naar Qatar om met de 33-jarige Utrechter terug te blikken. “Ik ben nog hetzelfde straatschoffie.” De avond voor het interview speelt Wesley Sneijder met zijn club Al-Gharafa een thuiswedstrijd, en uiteraard pakken we die even mee. Zo vaak komen we niet in Qatar. Samenvatting: mooi stadion, fantastisch gras, witte gewaden, vriendelijke mensen, maar heel weinig publiek. En Wesley? Die is gewoon Wesley. Negentig minuten lang is hij de pitbull die we kennen, zijn teamgenoten aansporend en continu het spel verdelend. Hij werd gevraagd om naar Qatar te komen door niemand minder dan de emir, oftewel de koning van Qatar, die dol is op voetbal. Sterker nog, de emir wilde hem vier jaar geleden al halen, maar toen was Wesley daar nog niet klaar voor. Nu wel. Mede dankzij een morsdood voetbalspoor bij OGC Nice en het primaire verlangen om ‘gewoon lekker te mogen spelen’. Hoe bevalt het je hier? “Top. Je hebt altijd bepaalde verwachtingen als je ergens naartoe gaat, alleen weet ik uit ervaring dat dat nog weleens kan tegenvallen. Maar hier is vanaf dag één alles meegevallen. Alles is goed geregeld, het is voor het eerst dat ik ergens kom en meteen een huis heb. Dat ik me meteen kon settelen met de familie gaf me een fijn basisgevoel.” En qua voetbalcultuur? “Is me ook alles meegevallen, iedereen houdt hier van voetbal. Je denkt: waarom zijn die stadions dan leeg? Maar ze zitten allemaal thuis te kijken. Met een groep vrienden of familie kijken is echt de traditie hier. Alle wedstrijden worden uitgezonden en daarom komen ze weinig naar het stadion. Wat overigens wel jammer is, maar dat gaat waarschijnlijk niet veranderen.” Dat was echt wel even wennen lijkt me, die bijna lege stadions. Ik schrok er een beetje van. “Tuurlijk is dat even raar, ik ben volle stadions en juichende fans gewend. Maar op het moment dat de wedstrijd begint, of het nou vol of leeg is, ben ik gewoon gefocust. Dan voelt het voor mij hetzelfde als altijd. En daarnaast; alles went hoor.” Is dat echt zo? “Ja, dat is echt zo. Als je een paar wedstrijden op deze manier hebt gespeeld, dan weet je al bijna niet meer beter. En verder is het hier erg professioneel, we spelen hier om de drie of vier dagen een wedstrijd, de dag voor de wedstrijd zitten we in trainingskamp en discipline is hier belangrijk. Vind ik fijn, ik houd van een strak schema en van discipline.” En de kwaliteit van het voetbal? “Die heeft mij ook verrast. Ik hoor ze in Nederland zeggen dat het niveau hier vergelijkbaar is met de hoofdklasse, maar ik durf te stellen dat er hier gewoon clubs zijn die de strijd kunnen aangaan met grotere eredivisieclubs.” Daarover gesproken, waarom werd het geen eredivisieclub? Ajax of FC Utrecht bijvoorbeeld? “Ik heb het nooit uitgesloten, maar die wens is er ook nooit echt geweest van mijn kant.” Waarom niet? “Ik dacht gewoon niet dat er veel eer te behalen viel. Hoeveel positieve comebackverhalen ken jij? Het aanbod vanuit Qatar voelde gewoon goed. Laat mij de komende tijd hier maar lekker mijn ding doen.” Maakte een half jaar bankzitten bij Nice de keuze om naar Qatar te gaan extra makkelijk? “Dat hielp zeker. Ik wilde gewoon weer voetballen en plezier hebben. Nice was een teleurstellende periode. Maar hier werd ik meteen aanvoerder gemaakt, mocht ik de ploeg bij de hand nemen en kreeg ik het volste vertrouwen. Dat gevoel neem je direct mee het veld op, en dat is zo lekker. En dat vind ik het allerleukste van wat ik hier meemaak de afgelopen maanden, de progressie die we maken als ploeg is heel zichtbaar.” Maar wat was er nou precies gebeurd in Nice? “Ik weet het nog steeds niet. Ik ging daarnaartoe om te voetballen, ook om in beeld te blijven bij het Nederlands elftal. Alleen gingen ze over op een heel ander systeem, de trainer wilde ineens wat anders. Vanaf de eerste dag dat ik er was. Ik snap ook echt niet waarom ze me gehaald hebben. Maar het kwam erop neer dat de afspraken die gemaakt waren niet werden nagekomen.” Maar serieus, hoe kan zoiets? “Als ik dat wist... Het was bizar. Ik leverde ook gewoon de helft van mijn salaris in van wat ik had in Istanbul, bij Galatasaray. Gewoon om weer te mogen voetballen. Dus als dat vervolgens helemaal niet mag, is een half jaar heel lang kan ik je vertellen.’ Leg eens uit wat dat met je doet, niet mogen spelen? Word je daar ook onzeker van? “Dat niet, want ik twijfel nooit aan mijn eigen kwaliteiten.” Pissig? ‘Ja pissig wel. Tuurlijk. Maar gelukkig heb ik genoeg ervaring om te weten dat dat me op den duur niks brengt. Dus legde ik me bij die beslissing neer en bleef gewoon maar trainen. Uiteindelijk mocht ik daadwerkelijk een keer spelen en toen speelde ik misschien de beste wedstrijd in de afgelopen paar jaar. Dus dacht ik: nu wordt alles anders. Vervolgens zat ik weer niet bij de selectie. Het leek bijna iets persoonlijks. Maar dat was niet zo.” Weet je het zeker? “Ja, want ik kende die hele man niet! Niemand begreep waarom ik niet speelde, ook mijn teamgenoten niet. Uiteindelijk kon ik gelukkig naar Qatar. Ik heb mijn teamgenoten veel succes gewenst en heb dat boek afgesloten.” Heb je toen je wegging nog wat tegen trainer Lucien Favre gezegd? “Ehm, uiteindelijk heb ik wel gezegd wat ik ervan vond, ja. Laten we zeggen dat ik wel even mijn hart heb gelucht, haha.” ‘Het gaat nog wel een tijdje moeilijk zijn om wedstrijden van Oranje zonder mezelf te moeten zien’ Helden Magazine 41 Het eerste gedeelte van het verhaal van Wesley Sneijder komt voort uit Helden Magazine 41 waar hij de cover siert. Sneijder is niet langer international. In een exclusief interview doet hij zijn verhaal vanuit Qatar. ‘’Ik ben nog hetzelfde straatschoffie’’. Verder in de 41ste editie van Helden, voetbaltrainer Phillip Cocu over zijn indrukwekkende carrière, wielrenner Laurens ten Dam over de Giro en Tom Dumoulin, paralympisch triatleet Jetze Plat, voetbalster Jackie Groenen over haar studie en nog meer, de zusjes Smulders over de wereldtop van de BMX, voetballer Kevin de Bruyne, koning van de marathon Eliud Kipchoge, voetballer Lasse Schöne, oud-wielrenner Johan van der Velde, oud-tenniser Raemon Sluiter, de paravolleyballers over hun droom de paralympische Spelen in Tokio en oud-voetballer Khalid Boulahrouz ontmoet Barbara Barend en spreekt over hun innige band, ons land en het Marokkaanse WK-elftal. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Kevin de Bruyne: ‘Een revelatie in het wereldvoetbal’

Kevin De Bruyne, de Belgische middenvelder van [...]
Kevin De Bruyne, de Belgische middenvelder van Manchester City, wordt gezien als een van de beste voetballers van dit moment. Maar hoe goed is hij? En kan de 26-jarige De Bruyne de Rode Duivels deze zomer in Rusland wereldkampioen maken? Wij vroegen het onder meer aan drie Nederlandse trainers die met hem hebben gewerkt. Sjaak Swart vergeet het nooit meer. Het belletje van Willy Dullens, een van de grootste Limburgse voetballers ooit en inmiddels scout. “Hij vertelde me dat hij in Gent een fantastische speler had gezien. Een ongelooflijk talent. Of dat niet iets voor Ajax was.” Het zijn belletjes die Swart wel vaker krijgt. Meestal is het niks, soms valt het net goed en een enkele keer is het een voltreffer, zoals in het geval van Toby Alderweireld en Thomas Vermaelen, de twee Belgen die op vroege leeftijd bij Ajax terechtkwamen. De speler over wie Dullens het had, behoorde duidelijk in die laatste categorie. Want ook al was de rossige Belg op dat moment nog maar vijftien jaar, je zag aan alles dat hij een stuk verder was dan de rest, aldus Swart die direct zijn oren gespitst had. “Hoe makkelijk hij toen al met rechts en links schoot, en zo snel, dat was echt ongekend. En dan heb ik het nog niet eens over zijn loopvermogen.” Swart: ‘De Bruyne was een supertalent, vergelijkbaar met Sneijder en Van der Vaart. Helaas dacht niet iedereen bij Ajax daar zo over’ Swart hoefde dan ook niet te twijfelen toen hij ’m even later zelf aan het werk zag: deze jongen zou prima bij Ajax passen. “Absoluut,” aldus Mister Ajax. “Dit was zonder meer een supertalent, vergelijkbaar met Wesley Sneijder en Rafael van der Vaart. Helaas dacht niet iedereen bij Ajax daar zo over. Ik weet niet precies meer wie ik van het bestuur aan de lijn had − vergeet ook niet dat het alweer elf jaar geleden is − maar ik kreeg te horen dat ze het toch niet in hem zagen zitten. Geen idee waarom precies, dat vertelden ze niet. Echt heel jammer, want Kevin De Bruyne was natuurlijk een ideale speler voor Ajax geweest.” HELEMAAL ROOD Maar vergis je ook niet, zegt Aad de Mos, oud-trainer van Ajax en expert van het Belgische voetbal. “Het is zo moeilijk om op die leeftijd te zien of een speler geschikt is,” meent De Mos die in België coach was van KV Mechelen, RSC Anderlecht en Standard Luik. “Alleen echt hele goede scouts zien dat. Die kunnen daar doorheen kijken. Al heeft het natuurlijk ook vaak met een club te maken. Clubs durven het ook niet altijd.” Goede ogen hadden ze wel in Gent. Want toen de scouts van KAA Gent in 1999 de jonge De Bruyne zagen spelen op de jaarlijkse scoutingsdag in het vroegere Jules Ottenstadion wisten ze voldoende. Dit was een speler met ambitie en potentie. Het was veelzeggend dat de naam van De Bruyne die dag op alle scoutingsrapporten stond. Jenten Roels, ploeggenoot van De Bruyne bij KVV Drongen, de kleine amateurclub in de Gentse deelgemeente waar de huidige speler van Manchester City als zesjarige begon, keek er niet van op. “Kevin liet bij ons al zien dat hij veel beter was dan de rest,” vertelt Roels, die jaren later zelf Belgisch kampioen en vice-Europees kampioen trampoline werd. “Hij was supersnel en scoorde aan de lopende band. De keren dat hij meer dan tien doelpunten in één wedstrijd maakte, zijn niet op één hand te tellen. Zo goed was Kevin.” Helden Magazine 41 Het eerste gedeelte van het verhaal van Kevin de Bruyne komt voort uit Helden Magazine 41 waar Wesley Sneijder de cover siert. Sneijder is niet langer international. In een exclusief interview doet hij zijn verhaal vanuit Qatar. ‘’Ik ben nog hetzelfde straatschoffie’’. Verder in de 41ste editie van Helden, voetbaltrainer Phillip Cocu over zijn indrukwekkende carrière, wielrenner Laurens ten Dam over de Giro en Tom Dumoulin, paralympisch triatleet Jetze Plat, voetbalster Jackie Groenen over haar studie en nog meer, de zusjes Smulders over de wereldtop van de BMX, koning van de marathon Eliud Kipchoge, voetballer Lasse Schöne, oud-wielrenner Johan van der Velde, oud-tenniser Raemon Sluiter, de paravolleyballers over hun droom de paralympische Spelen in Tokio en oud-voetballer Khalid Boulahrouz ontmoet Barbara Barend en spreekt over hun innige band, ons land en het Marokkaanse WK-elftal. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Lasse Schöne: ‘Lasse, van breedtekoopje tot sterkhouder’

Lasse Schöne (31) is niet meer weg te denken van [...]
Lasse Schöne (31) is niet meer weg te denken van de Nederlandse velden. De Deen van Ajax maakt zich op voor het WK in Rusland. Voor het zover is, legden we hem een lijst namen voor. Van Frank de Boer tot Peter Bosz. Van echtgenote Marije tot Christian Eriksen. FOPPE DE HAAN & GERT-JAN VERBEEK “Bij Heerenveen zochten ze een bepaald type voetballer, misschien iets traditioneler dan ik. Ik had lang haar en droeg gouden in plaats van zwarte schoenen,” zegt Lasse Schöne. Nog maar zestien was hij toen hij in 2002 Denemarken verruilde voor Heerenveen. Foppe de Haan was trainer van het eerste elftal. “Met Foppe had ik eigenlijk niet zoveel te maken, ik speelde in de B1. Toch was hij overal, Foppe wist en zag alles. Hij heeft me denk ik ook zien spelen en we hebben elkaar ook weleens gesproken. Dat ging altijd over mijn lange haar. Ik heb zo vaak moeten horen: ‘Wanneer komt je moeder weer langs?’ Mijn moeder is kapster. Ik lachte erom. Bij Heerenveen bedoelden ze het als een grap, maar ik merkte dat ze het niet zonder reden zeiden. Ik ben niet zo van het schoppen tegen de gevestigde orde, maar ik vond niet dat zij nou moesten bepalen of ik lang of kort haar had. Als ik zoiets moet, doe ik het liever niet.” De Haan werd in 2004 opgevolgd door Gertjan Verbeek. “Ik heb één of twee keer op de bank gezeten bij het eerste, that’s it. Achteraf lag het ook aan mij dat ik nooit ben doorgebroken bij Heerenveen. Ik had graag een kans gehad, maar weet niet of ik er al klaar voor was. Ik was toen misschien een beetje een mooiweervoetballer. Het terugschakelen en verdedigen lag me niet echt als aanvallende middenvelder. Ik trainde altijd mee met het tweede elftal, dan speel je ook niet tegen jongens die beter of sterker zijn.” Jan de Jonge, de toenmalige assistent-trainer bij Heerenveen stapte over naar De Graafschap en nam Lasse mee. Lachend: “Ik knipte daarna ook vrij snel mijn haar af.” Hij vervolgt: “Bij De Graafschap kreeg ik pas in de gaten dat er ook andere dingen van me werden verwacht. Ik trainde meteen mee met het eerste en speelde alles. Het eerste jaar werden we kampioen in de eerste divisie, het jaar daarop speelden we in de eredivisie. Ik heb er twee fantastische jaren gehad. Maar als ik mensen moet noemen die veel voor mij hebben betekend in mijn eerste jaren in Nederland, is het mijn gastgezin wel. Ik ben van ze gaan houden. Ik heb daar drie jaar gewoond, hun eigen kinderen waren uit huis. Na een half jaar zeiden ze dat ze geen Engels meer met me zouden spreken. Daardoor heb ik snel Nederlands geleerd. Ze hadden in die tijd een slagerij. Vaak mocht ik iets uitzoeken voor het avondeten. We hebben nog steeds veel contact en ik zie ze geregeld. Ze waren ook op ons huwelijk.” ‘Ik weet niet of er een groot ontwerper in mij schuilt, maar na mijn carrière zie ik mezelf absoluut in de mode werken’ FRANK DE BOER Frank de Boer zag het in hem zitten. “Veel mensen stelden Frank de vraag: ‘Wat moet je met een transfervrije speler van N.E.C., is dat een ‘breedtekoopje?’” Lasse was 26, had er na twee seizoenen De Graafschap vier jaar bij N.E.C. opzitten. “Frank was duidelijk tegen me, zei: ‘Bij mij spelen de besten.’ Ik wist wat me te doen stond. Pak je kans en doe je best, dacht ik. Er werd in die tijd ook geregeld over me gezegd dat ik een aardige voetballer was, maar niet goed genoeg. Niet leuk om te horen natuurlijk, maar ik vond en vind het helemaal niet erg om voor mijn plek te vechten.” Lasse werd snel een vaste waarde en pakte in zijn eerste en tweede seizoen bij Ajax de landstitel. “De doorbraak heb ik aan mezelf te danken, maar Frank heeft me de kans gegeven. Ik heb fantastische jaren met hem gehad. We spreken elkaar nog steeds weleens." KLAAS-JAN HUNTELAAR “Hij is 34, nóg ouder dan ik. Soms voelen we ons de opa’s van het team,” lacht Lasse. “Ik ben blij dat hij teruggekomen is bij Ajax, het is leuk voor mij dat er nog een andere oudere speler is. Klaas-Jan is een heel goede collega. Een vriend vind ik een groot woord, we spelen pas sinds dit seizoen samen. Of we op elkaar lijken? We bekommeren ons allebei om wat er buiten het veld gebeurt en hebben een beetje dezelfde achtergrond. Hij heeft ook bij De Graafschap en Heerenveen gespeeld. Maar bij Heerenveen zat hij in het eerste en ik in het tweede, ik had toen bijna geen contact met hem. Misschien zijn we ook wel een beetje op dezelfde manier opgevoed, allebei in een liefdevol gezin en we hebben denk ik dezelfde normen en waarden meegekregen. En we zijn natuurlijk allebei vader. We hebben allebei veel meegemaakt, hij op voetbalgebied nog veel meer dan ik, we hebben daarom een bepaalde verantwoordelijkheid. Als we dingen zien waar jongere jongens even niet aan denken, dan zeggen we dat. Binnen en buiten het veld. Als iemand met een pet op aan het eten is, wijzen we niet meteen met de vinger, hoor, maar zeggen weer wel wat van. Maar om eerlijk te zijn, sturing is bij deze groep niet echt noodzakelijk.” De voetbalwereld is zo veranderd, de samenstelling van teams is anders dan vroeger, stelt hij. “Toen ik begon had je misschien één speler van onder de twintig jaar in het team. Nu zijn het er veel meer. En ja, ze zijn vandaag de dag ook bijdehanter dan wij vroeger waren. Maar ik hou daar wel van.” HAKIM ZIYECH & MATTHIJS DE LIGT “Over de voetbalkwaliteiten van Hakim Ziyech hoef ik niet veel te zeggen. We weten allemaal wat hij kan. Natuurlijk speelt hij ook weleens een mindere wedstrijd, maar als je ziet wat hij iedere keer levert, dat is ongelooflijk. Ja, soms komt Hakim ook afstandelijk of boos over, maar zo is hij helemaal niet. Hakim is een heel vrolijke, aardige jongen. Hij houdt een bepaalde afstand naar de media, wil niet dat mensen te dichtbij komen. Dat snap ik wel. Ik ben anders, maar als hij graag die afstand wil houden, is dat zijn goed recht. Ook buiten het veld ga ik goed met Hakim om. Natuurlijk plagen we de andere jongens bijna dagelijks, zeggen: ‘Wij gaan wel naar het WK, haha.’” Ook andere jonge jongens steken er bovenuit bij Ajax. Zo werd na het passeren van Joël Veltman niet reserve-aanvoerder Lasse Schöne, maar de achttienjarige Matthijs de Ligt aangewezen als aanvoerder door trainer Erik ten Hag. “De trainer heeft me dat van tevoren verteld. Als hij meer verantwoordelijkheden bij Matthijs wil neerleggen, is dat toch prima? Veel mensen zeiden: ‘Hij gaat aan jou voorbij.’ Het is maar een band. Als zoiets ineens gebeurde zonder dat de trainer me het had verteld, was het een ander verhaal.” CHRISTIAN ERIKSEN “Een geweldige speler,” zegt Lasse als het gesprek op Christian Eriksen komt. Bij Ajax waren ze een seizoen lang teamgenoten en bij het Deense elftal speelt Lasse nog steeds samen met de sterspeler van Tottenham Hotspur. Eriksen was de grote man in de beslissingswedstrijd tegen Ierland, scoorde drie keer in de met 5-1 gewonnen return en verzekerde Denemarken van deelname aan het WK. “Het mooie aan hem is dat hij nog steeds dezelfde jongen is als vroeger, toen hij net kwam kijken. Hij loopt niet naast zijn schoenen en doet nooit te gek. Misschien is Christian zelfs wel te nuchter, hij mag soms misschien wat meer van zich afbijten. Hij is de onbetwiste leider van het Deense elftal, de vedette, maar zo gedraagt hij zich totaal niet. In het Deense elftal hebben we een paar goede spelers, maar we zijn geen Frankrijk. Wij moeten het van de groep hebben, niet van een paar individuen. Het is leuk om met de groep samen te komen en terug te zijn in Denemarken, al zien m’n teamgenoten mij totaal niet als Deen. Mijn Deens is niet meer zo goed, ik heb een accent en vergeet vaak woorden. Dan gooi ik er een Nederlands woord door, dat voor mij als Deens klinkt. ‘Waar heeft die gozer het over?’ hoor ik ze dan zeggen. Ook mijn ouders roepen vaak: ‘Kom op Lasse, doe even je best.’ Ik woon nu bijna langer in Nederland dan ik in Denemarken heb gewoond. Ik had me zelfs kunnen laten naturaliseren, maar daar heb ik nooit serieus over nagedacht. Ben en blijf een Deen, al voel ik me ook een Nederlander.” PETER BOSZ Ook onder trainer Peter Bosz startte Lasse vorig seizoen op de bank. Ajax begon moeizaam, totdat met de Deen als controlerende middenvelder de rust in het veld weer werd teruggevonden. “Natuurlijk is het balen als je er weer naast staat, dat doet heus wat met me. Ik heb me vaak moeten bewijzen, dat vind ik niet erg, daar word ik ook voor betaald. Ik ben ook geen voorbeeldige bankzitter, gedraag me gewoon zoals het hoort, denk ik. In de voetbalwereld moet alles het liefst gisteren gebeuren, je moet zo snel mogelijk doorstomen naar de top. Ik ben het levende bewijs dat het ook anders kan. Ik ben meer een laatbloeier. En blijkbaar hoort daar ook bij dat ik me iedere keer terug in de basis moet vechten.” Met Lasse op het middenveld bereikte Ajax vorig seizoen de finale van de Europa League. “Peter Bosz heeft het fantastisch gedaan, had een bepaalde filosofie en hield daaraan vast, ook toen het wat minder ging. We voetbalden zoals men wilde zien: aanvallend en met lef. Wat wij in Europa lieten zien, had niemand voor mogelijk gehouden. De finale is een hoogtepunt uit mijn carrière, ook al wonnen we hem niet. Natuurlijk behoren ook de twee landstitels tot mijn hoogtepunten. Het gekke is wel dat iedereen het nog over vorig seizoen heeft, terwijl we geen prijs hebben gewonnen. Als Ajax ben je daartoe toch verplicht.” Hoe anders is het dit seizoen. Ajax wist zich niet te kwalificeren voor het hoofdtoernooi van de Champions League en Europa League. Bosz’ opvolger Marcel Keizer werd in december ontslagen en opgevolgd door Erik ten Hag. Er was onrust binnen de club. Het seizoen begon al dramatisch met de hartstilstand van Abdelhak Nouri tijdens een oefenwedstrijd in Oostenrijk. “Er is genoeg gezegd en geschreven over de gebeurteniseen rondom Nouri. Het is vreselijk en de impact daarvan was groot, zeker op zo’n jonge ploeg. De stabiliteit die we vorig jaar hadden in het veld, misten we. Het was te wisselend.” MODEONTWERPER CLAES IVERSEN “Ik hou van mooie kleding en zie er graag verzorgd uit. Gisteren had ik het nog met een vriend over het theatergevoel van vroeger. Dat je een avondje uitging en netjes gekleed was. Geweldig toch? Dat is nu veel minder vanzelfsprekend. Je ziet mij niet snel in een joggingbroek op de club aankomen. Ik heb altijd normale kleding aan, hou ervan om een beetje mijn best te doen. Je hoeft niet met een stropdas en een hoed binnen te komen, een spijkerbroek met T-shirt is ook prima, als het er maar verzorgd uitziet. Meestal leg ik voordat ik ga slapen mijn kleding klaar, dat scheelt me ’s ochtends veel tijd. Dan hoef ik me niet te haasten als ik de kinderen naar school breng. Ik weet niet of er een groot ontwerper als Claes Iversen in mij schuilt, maar na mijn carrière zie ik mezelf absoluut in de mode werken. Ik hoop dat het nog even duurt. Ben op mijn plek bij Ajax en voel me goed, heb tot nu toe weinig last van blessures. Voorlopig zijn jullie nog niet van me af.” Helden Magazine 41 Het verhaal van Lasse Schöne komt voort uit Helden Magazine 41 waar Wesley Sneijder de cover siert. Sneijder is niet langer international. In een exclusief interview doet hij zijn verhaal vanuit Qatar. ‘’Ik ben nog hetzelfde straatschoffie’’. Verder in de 41ste editie van Helden, voetbaltrainer Phillip Cocu over zijn indrukwekkende carrière, wielrenner Laurens ten Dam over de Giro en Tom Dumoulin, paralympisch triatleet Jetze Plat, voetbalster Jackie Groenen over haar studie en nog meer, de zusjes Smulders over de wereldtop van de BMX, voetballer Kevin de Bruyne, koning van de marathon Eliud Kipchoge, oud-wielrenner Johan van der Velde, oud-tenniser Raemon Sluiter, de paravolleyballers over hun droom de paralympische Spelen in Tokio en oud-voetballer Khalid Boulahrouz ontmoet Barbara Barend en spreekt over hun innige band, ons land en het Marokkaanse WK-elftal. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Jackie Groenen: ‘Als er iemand single is, ben ik het’

Met haar indrukwekkende skills en vrolijke lach veroverde ze [...]
Met haar indrukwekkende skills en vrolijke lach veroverde ze vorige zomer op het EK de harten van heel Nederland. Maar Jackie Groenen (23) is meer dan een voetbalster. We ontmoeten Jackie Groenen bij VV Riel, de amateurclub waar ze in haar jeugd tussen de jongens achter de bal aan rende. Rick van Berkel, een van Jackies oude teamgenoten, vangt ons op. Ze begroeten elkaar hartelijk en halen meteen herinneringen op. “Weet je nog dat we op zondagochtend hier met vijftig kinderen op het veld stonden?” zegt Jackie. Rick lacht: “Jij in een te groot voetbalshirt en drie koppen kleiner dan de rest.” Al jaren schittert Jackie wekelijks in de Bundesliga, bij FFC Frankfurt. Vorige zomer maakte heel Nederland kennis met de middenveldster. Mede dankzij haar steek­ passes en balveroveringen werden de Oranje­ vrouwen Europees kampioen en groeide Jackie uit tot een van de sterren van de ploeg. JACKIE de BN’er Een jaar geleden haalden veel mensen in Nederland bij het horen van jouw naam hun schouders op. “In Frankfurt word ik vaak aangesproken, in Nederland was dat tot het EK bijna nooit het geval. Twee jaar geleden maakte ik pas mijn debuut in Oranje. De vorige bondscoach, Arjan van der Laan, stelde me bijna nooit op. Toen Sarina Wiegman bondscoach werd, ging het in een stroomversnelling.” Jij woont in Kelkheim, net buiten Frankfurt, en bent daar ook gehuldigd na het EK. “Ik ben gehuldigd in Tilburg, waar ik rechten studeer, in het Belgische Poppel, waar ik opgroeide, bij VV Riel en natuurlijk in Utrecht met het team. Toen ik terugging naar Duitsland zei ik tegen mijn vader: lekker, even rust. Nog geen uur later belden ze om te zeggen dat ze wat hadden georganiseerd voor me. Toen ik aankwam hadden de kinderen van de lokale voetbalclub allemaal spandoeken gemaakt en er was eten geregeld. Ik mocht als eerste Nederlander mijn naam in het Duitse ereboek zetten.” Is er iets veranderd nu je een bekende voetbalster bent? Lachend: “Bedoel je of ik arrogant ben gewor­den? Mijn familie zorgt er wel voor dat dat niet gebeurt. Met kerst kwam de hele familie bij ons in België slapen. Eén persoon moest op de bank. Ze zeiden allemaal tegelijk: ‘Dat wordt Jackie, want die moet lekker normaal blijven.’ Dus ik sliep een week op de bank.” Hoe wil jij jezelf laten zien aan de buitenwereld? “Daar denk ik nooit zo over na. Waarom zou ik nu moeten veranderen of andere dingen moeten zeggen? Als ik ergens een mening over heb, mogen ze me daarnaar vragen. Ik ben slim genoeg om te weten wat ik wel of niet kan zeggen. Ik wil mezelf zijn.” In dat kader: een paar weken geleden konden we nog meegenieten met een van je ‘first world problems’. Je tweette een WhatsAppconversatie met een vriendin over een haarmasker dat niet open wilde... Lachend: “Even serieus, wie verzint zoiets? Mijn kapper had me op m’n donder gegeven, mijn haar was te droog. Het was zondagavond en ik had er even flink de tijd voor genomen. Dus ik de douche in met dat haarmasker. Wat bleek? Met geen mogelijkheid open te krijgen. Ik snap dat niet. Mensen vergade­ren uren over zo’n product, maar je moet wel met een schaar de douche in. Dat meisje met wie ik appte, is mijn beste vriendin. Als je onze gesprekken vaker zou lezen zou je denken: die twee zijn knetter­ gek. Van tevoren dacht ik nog: ik moet een beetje professioneel overkomen, dit zet ik niet op Twitter. Toen zei zij: ‘Boeiend, dat mag toch?’ Ze heeft gelijk. Een grapje af en toe moet kunnen." 'We hebben veel meisje meisje-types in het team, we shoppen ook geregeld samen' Helden Magazine 41 Het eerste gedeelte van het verhaal van Jackie Groenen komt voort uit Helden Magazine 41 waar Wesley Sneijder de cover siert. Sneijder is niet langer international. In een exclusief interview doet hij zijn verhaal vanuit Qatar. ‘’Ik ben nog hetzelfde straatschoffie’’. Verder in de 41ste editie van Helden, voetbaltrainer Phillip Cocu over zijn indrukwekkende carrière, wielrenner Laurens ten Dam over de Giro en Tom Dumoulin, paralympisch triatleet Jetze Plat, de zusjes Smulders over de wereldtop van de BMX, voetballer Kevin de Bruyne, koning van de marathon Eliud Kipchoge, voetballer Lasse Schöne, oud-wielrenner Johan van der Velde, oud-tenniser Raemon Sluiter, de paravolleyballers over hun droom de paralympische Spelen in Tokio en oud-voetballer Khalid Boulahrouz ontmoet Barbara Barend en spreekt over hun innige band, ons land en het Marokkaanse WK-elftal. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

De dag dat alles misging: Vier minuten meister

Spelers en fans van Schalke 04 leven tussen hoop en vrees. Het is [...]
Spelers en fans van Schalke 04 leven tussen hoop en vrees. Het is zaterdagmiddag 19 mei 2001, de laatste speelronde in de Bundesliga. Schalke moet in eigen huis van degradatie­ kandidaat SpVgg Unterhaching winnen en Bayern München moet bij Hamburger SV verliezen. Dan zal, voor het eerst sinds 1958, de club van trainer Huub Stevens en de spelers Niels Oude Kamphuis, Marco van Hoogdalem en Youri Mulder landskampioen zijn. Een nerveus en verkrampt spelend Schalke komt tweemaal op achterstand, maar wint uiteindelijk met 5­-3. Vlak voor tijd komt vanuit Hamburg het mooist denkbare nieuws: HSV is, met nog luttele blessureminuten te gaan, op een 1-­0 voorsprong gekomen. Na het bericht dat de wedstrijd daar tot een einde is gekomen – en Schalke ‘dus’ kampioen is – verandert het afgeladen Park­ stadion in een vreugdetranen­ en vuurwerkzee. Maar de wedstrijd in Hamburg is nog helemaal niet afgelopen. Sterker, in de 94ste minuut pro­duceert Bayern de gelijkmaker en is die club kampioen. Totale euforie maakt plaats voor on­geloof en een ongekende grafstemming. Op verzoek reconstrueren Huub Stevens (inmiddels kandidaat­lid van de raad van commissarissen bij Schalke) en Youri Mulder (tegenwoordig analyticus bij Ziggo Sport) die bizarre dag. Huub: “Wat een enorme knal was dat! Ongelofelijk! Zoiets begrijp je niet, kun je ook niet bevatten. Zeg ‘Vier Minuten Meister’ – als krantenkop bedacht door Bild – en meteen weet iedere Duitse voetballiefhebber waar je het over hebt. Er is zelfs een documentaire die zo heet.” Youri: “We speelden dat seizoen zo goed. Huub, jij wordt vaak gezien als een ‘verdedi­gende trainer’, iemand die dus vooral defensief zou denken. Nou, volgens mij is er nooit een Duits clubteam geweest dat zo aanvallend speelde als wij dat seizoen; nog offensiever dan Ajax onder Peter Bosz. Ik was meestal wissel en heb op de bank vaak echt handenwrijvend zit­ ten genieten. Heel Duitsland gunde ons dat jaar de titel. En terecht.” Huub: “Vanuit een goeie organisatie speelden we inderdaad fantastisch voetbal. We werden Herbstmeister, zowel thuis als uit hebben we Bayern verslagen en Ebbe Sand werd topscorer. Bijna al onze verdedigers dachten offensief en wilden naar voren. Zo trainden we ook. In de zomer hadden we Andy Möller overgenomen van Borussia Dortmund, de grote vijand. Dat lag gevoelig bij de Schalke­fans. Maar hij was de ontbrekende schakel die onze aanvallers – Gerald Asamoah, Émile Mpenza en Ebbe Sand – kon bedienen. Gelukkig kwam jij op een gegeven moment terug van een blessure, Youri. We hadden jou gemist, als voetballer en als mens. Want ook in de kleedkamer konden we je altijd goed gebruiken.” Youri: “Tja, ik was een ervaren speler. Dan leef je anders mee, kijk je op een andere manier en probeer je spelers te helpen. Richting het slot van de competitie zag ik de spanning toe­ nemen. Want ja, als de titel binnen bereik komt, heb je ineens ook wat te verliezen. Dan kun je gaan verkrampen. Bayern was die druk gewend, wij niet. Vergelijk het maar met Feyenoord vorig seizoen toen ze uit bij Excelsior – waar ze al kampioen hadden kunnen worden – met 3­0 verloren. Die verkramptheid zag ik ook in onze uitwedstrijd tegen Bochum, drie wedstrijden voor het einde, waar we 1­1 speelden.” Huub: “Daardoor kwam Bayern, dat met 1­0 van Freiburg won, in punten gelijk met ons.” Youri: “Twee weken later verloren we in de een­na­laatste wedstrijd bij VfB Stuttgart. In de laatste minuut! Na die 1­0 kwam ik er nog in. En meteen nadat ik had afgetrapt, werd er af­gefloten. Dat verlies heeft ons de titel gekost.” Huub: “Daar hebben we de titel inderdaad verspeeld, niet in die laatste wedstrijd thuis tegen Unterhaching. Dat heb ik altijd gezegd.En terwijl wij bij Stuttgart in de laatste minuut verloren, won Bayern met 2-1 van Kaiserslautern in blessuretijd! En dat hebben ze vaker gedaan in die slotfase van de competitie: in de laatste minuut winnen.”   Youri: “Ja, daar hadden ze wel een handje van. Na die wedstrijd baalde ik ook veel meer dan een week later, na Unterhaching. Toen geloofde ik er vooraf eigenlijk al niet echt meer in. Dat verlies bij Stuttgart, dat in de gevarenzone verkeerde, was onverklaarbaar. Een maand eerder hadden we ze in de halve finale van de beker nog met 3-0 geklopt en ook volledig weggespeeld. Dat was onze beste wedstrijd van het seizoen. Maar in die competitiewedstrijd leek het wel of beide teams uit waren op een salonremise. Waarom zijn we toen niet ook van onze eigen kracht uitgegaan? Dan hadden we Stuttgart weer weggepoetst. Dat zij tevreden waren met een gelijkspel kon ik wel begrijpen. Maar wij? Na die 3-0? Ik kan me ook niet herinneren of voorstellen dat jij daar opdracht voor had gegeven.” Huub: “Absoluut niet! Maar soms kruipt zoiets vanzelf in een ploeg. Dan verdwijnt de scherpte waardoor spelers ook steeds net een stapje te laat zijn. Dat zet je dan niet meer zomaar om. Een elftal bestaat uit elf spelers, met elf verschillende karakters. Dan moet je ontleden waar en wanneer zoiets is ontstaan. In de rust heb ik duidelijk aangegeven dat we het met die instelling niet gingen redden. Toen in de tweede helft op een ander veld iets gebeurde waardoor Stuttgart weinig meer aan een gelijkspel had, zijn ze gas gaan geven en daar hadden wij het antwoord niet op. Doordat we verloren, moesten wij de laatste wedstrijd thuis tegen Unterhaching winnen, waarbij we dan nog afhankelijk waren van Bayern. Dat moest van HSV verliezen.” Youri: “En dan kom je zelf 0-2 en 2-3 achter; tegen een degradatiekandidaat. Daar zat zoveel spanning en angst achter: waarschijnlijk op de valreep toch geen kampioen. Als je dan in de laatste thuiswedstrijd van zo’n geweldig seizoen ook nog thuis verliest van Unterhaching...” Huub: “Dan is het toch knap dat we die middag zo fantastisch zijn teruggekomen.” Youri: “Ja, en op het allerlaatste moment leek het dus nog helemaal onze kant op te vallen. Kort na de 1-0 bij HSV-Bayern hoorden we van journalisten van voetbalzender Premiere dat daar was afgefloten en wij dus kampioen waren. Geweldig! Feest! Ik heb onze secretaresse, Frau Söldner van 120 kilo, vol op de mond gekust. Maar daar gebeurde ook wel wat: Schalke kampioen! Voor het eerst sinds 1958, dat is niet niks, hè.” Huub: “Ja, iedereen rolde over elkaar heen. De trainer van Unterhaching feliciteerde me en ik heb me er bij hem voor verontschuldigd dat zij door die 5-3 gedegradeerd waren. Daarna ben ik naar boven gegaan, waar Youri in de kleedruimte van de trainers met een aantal anderen voor een tv’tje gespannen naar beelden van HSV-Bayern München zat te kijken. Daar begreep ik niets van, want die wedstrijd was toch al afgelopen? En ik hoor de commentator ‘Freistoss Bayern’ zeggen en zie dat de bal door een mêlee van benen in het HSV-doel wordt geschoten.” Youri: “Bizarre vrije trap. Mathias Schober, de keeper van HSV, was gehuurd van Schalke. Die pakte een terugspeelbal op waardoor Bayern een indirecte vrije trap kreeg op negen meter van het doel. Als Schober die bal gewoon had weg geramd, was er niks aan de hand geweest. Niet dat ik hem iets verwijt, hoor. Wij hebben het zelf laten liggen.” Huub: “Klopt. Schober is een echte Schalke-man. Ik vond het ook geen echte terugspeelbal. De scheidsrechter kon die indirecte vrije trap geven, maar dat had-ie niet hoeven doen. Tegelijkertijd moet je Bayern en vooral doelman Oliver Kahn een groot compliment geven. Meteen nadat HSV in de 90ste minuut op 1-0 was gekomen, begon Kahn zijn ploeg enorm op te peppen. Die straalde echt uit: en toch gaan wij hier niet verliezen, wij gaan gewoon de titel pakken. Bij die vrije trap ging hij ook mee naar voren. Voor zo’n winnaarsmentaliteit kan ik alleen maar heel veel respect hebben. Op het moment zelf dacht ik natuurlijk niet zo. Dat kwam later. Terwijl Bayern die 1-1 scoorde en de titel pakte, trapte jij een kastdeur doormidden, Youri. Begrijpelijk. Onze fans wisten toen nog van niks, stroomden het veld op en waren daar volop aan het feesten. Omdat het de laatste wedstrijd in dat oude stadion was, werd vuurwerk afgestoken. Maar de fans associeerden het met ‘onze titel’, dus de roes werd daardoor alleen maar groter. Net als de kater daarna.” Youri: “Dat ik die kastdeur kapotgetrapt heb, wist ik niet eens meer. Misschien verdrongen. Nou ja, het stadion werd toch afgebroken. En natuurlijk drong het slechte nieuws uiteindelijk ook tot de fans door. Die mensen waren totaal ontredderd en aan het huilen. Niemand kon het geloven. Van de ene emotie – opperste euforie – ging het naar het grootst denkbare verdriet. In één seconde! Dat maakte het allemaal nog extra heftig. Meestal vlieg je vanuit een neutraal gevoel naar een extreme emotie. Maar dit was van extreme euforie via neutraal naar zelfmoordneigingen in één enkele seconde. Van dat ene uiterste naar het andere: hoe vaak maak je zoiets mee in je leven?” Huub: “En ja, wat doe je op zo’n moment als trainer? Dat leren ze je niet op de cursus. Instinctief heb ik onze jongens bij elkaar geroepen en ze gecomplimenteerd met een geweldig seizoen en gefeliciteerd met directe kwalificatie voor Champions League-voetbal. Daarna heb ik gezegd dat we nog wel iets te winnen hadden: de bekerfinale in Berlijn, een week later. En dat we die prijs niet, net als de titel, moesten verspelen. En ik heb ook gezegd dat het klasse was wat Bayern had gedaan. Tot het einde doorvechten en in de laatste minuut die broodnodige treffer scoren – wat ze de laatste wedstrijden dus vaker hadden gedaan – is echt een kwaliteit. Hun surplus aan ervaring om met een dergelijke druk om te gaan heeft zeker een rol gespeeld.” Youri: “Dat waren zij inderdaad meer gewend. Ik herinner me dat alle toeschouwers op het veld stonden te zingen: ‘Wir wollen die Mannschaft’. Daarom zijn wij – en jij voorop, Huub – naar het bordes op de tribune gegaan. Die mensen wilden hun verdriet met ons delen en verwerken. Toen zijn er wel wat tranen gevloeid, ook bij mij.” Huub: “En bij mij ook. Ja, probeer het maar eens droog te houden als al die duizenden mensen, die zo van die club houden, zo kapot zitten en allemaal in tranen zijn. Zoals na elke thuiswedstrijd zijn we met de spelersgroep en de technische staf nog naar de Geschäftsstelle gegaan, tweehonderd meter verderop, om wat te drinken en te eten. Ook daar stonden weer een paar duizend supporters. Dat is het mooie van Schalke en die hondstrouwe fans. En ook dat iedereen zich in zo’n situatie gelukkig weet te gedragen. Bij andere clubs kan het zo maar volledig uit de klauwen lopen. Schalke-manager Rudi Assauer en ik hebben ze bedankt en beloofd dat we er alles zouden doen om een week later de beker te pakken. Er werd aardig gedronken, de jongens waren total loss. Ja, wie niet? Ik ben lang op de Geschäftsstelle gebleven en heb ook in Gelsenkirchen geslapen, nadat ik nog een fles wijn had opgedronken. Zondag ben ik naar huis in Eindhoven gegaan en maandag was ik weer in Gelsenkirchen. De spelers had ik tot dinsdag vrij gegeven, in de hoop dat de koppen leeg zouden raken voor die bekerfinale.” Youri: “Ik ben die zaterdag naar huis gegaan en het laatste dat ik wilde, was de tv aanzetten. Ik hoefde het niet allemaal nog eens mee te krijgen. Zo’n bizarre dag.” Huub: “Ik wist dat het na die kater niet makkelijk zou worden de groep weer op te krikken voor de beker nale. Dinsdag waren de meesten nog steeds total loss. Bij Schalke, een echte volksclub, komt altijd een mannetje of vijfhonderd naar de trainingen kijken. Vanaf dinsdag waren dat er duizenden, om ons na dat verloren kampioenschap te steunen op weg naar de finale. Maar fans en spelers worstelden nog met hun emoties. Daardoor bleef dat negatieve gevoel hangen, wat de voorbereiding niet ten goede kwam. Elke andere club zou daarom eerder naar Berlijn zijn vertrokken. Maar bij Schalke was dat onmogelijk, vanwege de speciale band met de fans. Die konden en mochten we niet negeren, was de clubfilosofie. Assauer gaf dat steeds aan: ‘Dit zijn Schalke-fans, dus die gevoelens moeten we met ze delen.’” Youri: “Die fans zijn ook heel belangrijk. En het was een vreselijke dag geweest. Toch zijn er grotere drama’s in het leven dan geen kampioen worden. Zulke momenten horen nu eenmaal bij de sport. Niet meer aan denken is de beste remedie. En gelukkig wonnen we die bekerfinale.” Huub: “Ja, maar het werd een heel moeilijke en slechte wedstrijd. Net als Unterhaching was Union Berlin – een amateurploeg uit de Regionalliga – een tegenstander waar je eigenlijk niet van mag verliezen. Bij ons waren de meesten ook nog steeds niet bij de les, maar het is goed afgelopen. Dus hadden we toch een prijs, al overheerste na afloop bij de meesten nog steeds de kater van het verloren kampioenschap. Net als bij mij. En dat heeft toch echt tot het begin van het volgende seizoen geduurd.” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Hiddink: ‘Ik wil geen ouwe lul zijn’

Guus Hiddink (71) won dertig jaar geleden zijn eerste [...]
Guus Hiddink (71) won dertig jaar geleden zijn eerste internationale prijs: de Europa Cup I met PSV. Er volgden nog vele successen en ook een paar tegenslagen. We leggen de trainer foto’s voor en blikken terug. Een openhartig gesprek over Ronald Koeman, Romário, Edgar Davids, Marco van Basten en Phillip Cocu. Maar ook over de heldendaden van zijn vader en over zijn strafblad. “Een lintje zal ik nooit krijgen.” 20 maart 1990: Guus Hiddink begroet Romário bij zijn terugkeer bij PSV, nadat hij wegens een enkelbreuk, opgelopen tegen FC Den Haag, een tijd in het gips heeft gezeten. “Romário was een heel aparte. Hij was die poema die in de boom zat te wachten en ineens toesloeg. Goh, wat was hij snel op de eerste meters.” Ineens liep hij rond in Eindhoven. Hoe kreeg je dat voor elkaar? “We hadden hem gevolgd tijdens de Olympische Spelen in Seoul, waar hij topscorer werd. Wij zeiden bij PSV meteen tegen elkaar: ‘Die moeten we erbij hebben.’ Ik begreep dat Real Madrid en Barcelona hem ook op het oog hadden, dus we moesten snel en slim handelen. Philips Brazilië had al het nodige aan voorbereiding gedaan. Met manager Kees Ploegsma ben ik naar Rio de Janeiro gevlogen en we hebben Romário op het vliegveld opgewacht bij terugkomst uit Zuid-Korea. We namen hem meteen apart toen hij uit het vliegtuig kwam.” Jullie hadden net in Stuttgart de Europa Cup I gewonnen met PSV, dat scheelde vast ook voor de onderhandelingspositie. “We hadden naam gemaakt, dat hielp zeker. Maar het belangrijkste was dat wij als eerste contact met hem hadden. Maar ja, een paar dagen later kwamen Real en Barcelona en die hadden veel meer financiële mogelijkheden. Veel spelers zie je dan switchen. ‘Ik kom naar Peseve,’ zei Romário. Hij hield woord, dat waardeerde ik erg.” Was hij beter dan je dacht? “Nou! Hij had zo’n speciale manier van scoren. Als hij dribbelend het strafschopgebied inkwam, dan prikte hij hem steevast met de punt van z’n schoen onder de uitkomende keeper door. Hij was zo snel en behendig. Romário was alleen gefixeerd op het maken van doelpunten. In Brazilië hoefde hij niet mee te verdedigen, maar in Europa werd dat wel een beetje van hem verlangd. Na verloop van tijd begonnen hardwerkende middenvelders als Søren Lerby te zeuren, die riepen dat hij mee moest verdedigen. Romário zei: ‘Trainer, bedenk maar een training waardoor ik de middenvelders die nu lopen te klagen kan laten zien hoe je moet verdedigen.’ Dat deed ik. We speelden partijtjes van vier tegen vier, daarin is het onmogelijk om je te verschuilen. Romário was laatste man. Hij tackelde de een na de ander ondersteboven met die enorme dijbenen van hem. Hij was sterk, ongelooflijk. Na afloop zei hij: ‘Zo jongens, Romário nu weer spitsie?’ Is toch fantastisch?” Wat leerde je als trainer van de aanwezigheid van Romário in de spelersgroep? “De Latijnse cultuur ken ik nu, die jongens willen goed slapen, doen rustig aan en komen niet altijd op tijd, maar toen was dat nieuw voor me. Romário was geen egoïstische jongen, hoor, maar hij ging wel zijn eigen gang. Ik moest de middenvelders en verdedigers duidelijk maken dat hij misschien niet altijd goed meeverdedigde, maar dat hij wel het verschil maakte. Ik kon wel heel flink gaan doen als trainer, maar het was voor PSV beter dat Romário zich kon ontpoppen tot die geweldige spits. Dat betekende niet dat ik bij hem schipperde als het om de regels ging. Naar de buitenwereld toe beschermde ik hem, onder vier ogen sprak ik hem gerust weleens streng toe. Maar hij had wel veel krediet bij me, alleen al doordat hij zijn woord had gehouden en ondanks de andere aanbiedingen voor PSV koos.” Beroemd is natuurlijk de wedstrijd in 1989 tegen Steaua Boekarest in Eindhoven, die met 5-1 werd gewonnen dankzij drie goals van Romário. “Daar zit nog een mooi verhaal aan vast. Uit verloren we met 1-0 door een goal van Marius Lacatus. In dat elftal speelde ook Gheorghe Hagi, die ploeg was top vier van Europa. Het weekend voor de return moesten we op een knollenveld in Waalwijk spelen. Romário kwam, los van een paar dagen na de vakantie, altijd op tijd. Als hij om half tien in de kleedkamer moest zijn dan was hij er dertig seconden voor tijd. Hij had zijn horloge exact met die van mij gelijkgezet, want mijn horloge was bepalend. Ik wilde hem goed en scherp hebben tegen Steaua en ik had Hans Gillhaus en Wim Kieft ook nog als spitsen. Ik wilde hem dus niet laten spelen tegen RKC, maar ja, Romário wilde altijd voetballen. Dus wat deed ik: ik zette voor de bespreking mijn horloge een minuutje vooruit. Stipt om half twaalf op mijn horloge begon ik en dertig seconden later kwam Romário binnen. Ik stuurde hem naar huis, gebruikte hem niet tegen RKC. We gingen daarna in trainingskamp voor de wedstrijd tegen Steaua, ik heb drie dagen niet tegen hem gesproken en zette voor de wedstrijd alleen zijn naam op het bord, als spits. En hij scoorde drie keer. Na afloop zei ik tegen hem: sorry, maar ik heb de boel een beetje gemanipuleerd, jij had gelijk, je was niet te laat, maar ik moest jou helemaal heet hebben voor deze wedstrijd. Hij zei alleen: ‘Mister, ik begrijp.’ Zulke spelletjes kon ik met hem spelen.” Niet iedereen kon dat bij hem flikken. “Het scheelde misschien dat ik de coach was die hem naar Europa haalde. Na PSV ging ik naar Valencia en ik dacht: Romário ga ik halen. We waren al in contact. Maar ja, toen fietste Johan er tussendoor. Cruijff haalde hem naar Barcelona. Ik herinner me nog goed dat we in Camp Nou tegen Barcelona moesten spelen met Valencia. De spelers stonden klaar voor de aftrap en Romário vroeg of de scheidsrechter heel even wilde wachten. Hij kwam vanaf de middenstip naar de dug-out, gaf me een kus voor een vol stadion en liep weer terug. Vond ik erg emotioneel.” 28 juni 1998: Guus instrueert Edgar Davids op het WK van 1998 voor de wedstrijd in de achtste nale tegen Joegoslavië. Davids zou daarin de matchwinnaar worden door in de laatste minuut 2-1 te maken. “Ha, Edje! Mooi. Bij Edgar denk ik aan oerkracht. Soms geef ik een lezinkje en daarin wordt vaak gevraagd hoe het allemaal ging tussen Edgar en mij. We botsten bij het EK van 1996. Die clash kon niet uitblijven, daar zat een historie aan vast. Ajax had in 1995 de Champions League gewonnen. Een jaar later stonden ze opnieuw in de finale, maar waren de eerste barstjes ontstaan. Die ploeg viel uiteen, de jongens vlogen uit. Bij Ajax in de keuken was iets fout gegaan, dat ging over betalingen. Toen die gasten zich een paar weken later bevrijd voelden van het Ajax-juk kwam dat tot uiting. Uitgerekend op het EK. Ik had er totaal geen weet van wat zich allemaal bij Ajax had afgespeeld, dat kon ik ook niet weten.” Davids zou naar AC Milan gaan, hij begon nog wel in de basis. “De eerste wedstrijd van het EK speelden we tegen Schotland.Danny Blind, m’n aanvoerder, was geschorst en Edgar speelde daarom in het centrum van de verdediging. Richard Witschge speelde prima links op het middenveld, op de positie waar Edgar meestal bij Ajax speelde. In de tweede wedstrijd tegen Zwitserland was Danny er weer bij, die zou gaan spelen. Ik moest iemand slachtofferen, maar vond niet dat ik Richard kon passeren. Dan had ik misschien de vrede bewaard, maar had ik niet gedeugd als trainer. Tegen Zwitserland kreeg Clarence Seedorf al snel geel en daarna maakte hij nog een overtreding. Ik haalde hem er nog in de eerste helft uit en zag in m’n ooghoeken dat Edgar en Clarence begonnen te muiten op de bank. Die avond vertelde Edgar tegen de pers dat ik in de kont van Danny was gekropen. Nou, Danny had juist nog bij me geopperd dat Edgar moest spelen. Toen Edgar dat had geroepen, heb ik hem bij me geroepen op m’n kamer. Ik zei: ik kan jou hier niet handhaven, ga maar lekker naar huis. Dat was geen lastig besluit, ik kon niet anders.” Twee jaar later, bij het WK in 1998, was Davids er wel weer bij. “Na de evaluatie van het EK hebben we een aantal regels op papier gezet waaraan de spelers zich moesten houden. Ik wilde niet nog een keer meemaken dat problemen bij de club naar boven kwamen bij Oranje. Na drie kwalificatiewedstrijden wisten we al zo’n beetje dat we ons voor het WK hadden geplaatst. Van zijn zaakwaarnemer Sigi Lens kreeg ik een telefoontje. ‘Edgar wil toch wel weer in Oranje,’ zei hij. Ik ben hem op gaan zoeken in Milaan, sprak na een wedstrijd met hem af in een hotel vlak naast San Siro. We dronken een kop koffie, spraken wat dingen uit. Toen zei Edgar: ‘Als ik er straks weer bij ben, ga ik meteen spelen.’ Toen zei ik: bedankt voor de koffie, of zal ik die namens de KNVB betalen? Vlak voor het WK, hij had toen de overstap gemaakt naar Juventus en speelde daar erg goed, zocht hij opnieuw toenadering. Diep vanbinnen wist ik: die moet ik erbij hebben. Maar het moest wel op mijn voorwaarden. Edgar speelde zondagmiddag nog met Juventus en ik vertelde dat ik met hem in gesprek wilde, maar wel om negen uur ’s ochtends bij teammanager Hans Jorritsma thuis in Amsterdam. Ik zei tegen Jorritsma: ik ben benieuwd of hij komt. Om vijf voor negen ging de bel: Edgar. Op papier heb ik laten zien hoe we wilden gaan spelen, maar ik liet hem ook de gedragsregels binnen en buiten het veld lezen. ‘Prima,’ zei hij, ‘zo doen we het bij Juventus ook.’ De eerste wedstrijd op het WK, tegen België, heb ik hem niet laten spelen. Daarna kwam Edgar erin. En tegen Joegoslavië scoorde hij de 2-1 vlak voor tijd. Kwam-ie als een speer op me afgerend.” Hoe is het contact met Davids nu? “Het is prima tussen ons.” Jullie haalden de halve finale, daarin won Brazilië na strafschoppen. Denk je nog weleens terug aan die wedstrijd? “Die mooie goal van Patrick Kluivert en daarna het moment dat Pierre van Hooijdonk een penalty had moeten krijgen... We hadden een team dat WK-finalewaardig was. Zoveel kwaliteit. Het is een van m’n grootste teleurstellingen als coach geweest dat we er toen uit vlogen. Doodzonde.” 1 december 1998: Real Madrid wint in Tokio de Wereldbeker door Vasco da Gama met 2-1 te verslaan. “Dit is een van de hoogtepunten in m’n trainerscarrière. De Wereldbeker was in die tijd een heel prestigieuze cup en Real Madrid had die al meer dan dertig jaar niet gewonnen. Deze overwinning telde daar, hoor. Raúl was fantastisch, scoorde twee keer. We hadden een geweldig team: met verder Sanchís, Hierro, Redondo, Seedorf en Mijatovic. Op de foto staat Christian Karembeu rechts naast me, van hem heb ik toevallig vorige week nog een sms’je gehad. Afgelopen zomer hebben we nog samen gegolfd.” Hoe was dat: werken bij Real Madrid? “Heerlijk. Real is de grootste club van de wereld. Lorenzo Sanz was voorzitter toen ik er zat. Ik kon goed met hem. Zijn zoon Fernando zat ook bij de selectie. ‘Hoe doet mijn zoon het?’ wilde hij twee maanden nadat we de Wereldbeker wonnen weten. Ik zei dat hij het prima deed, maar dat hij nog niet goed genoeg was om dat zware, witte shirt – de druk is immers immens als je dat tenue aan hebt – te dragen. ‘U bent de baas, ik bemoei me niet met de opstelling, maar denk er eens over na of m’n zoon niet af en toe kan spelen.’ Ik had Manuel Sanchís en Fernando Hierro achterin staan en Fernando Redondo daarvoor. Ik had het beste centrum van de wereld, wat wilde ik nog meer? Ik zei tegen de president dat het misschien beter was dat zijn zoon eerst een paar jaar lekker ging spelen bij een club als Malaga. ‘U maakt de opstelling, mister,’ zei Sanz nogmaals. En: ‘Binnenkort moeten we even praten over verlenging van het contract.’ Nou, toen voelde ik hem al hangen. We verloren in februari uit bij Deportivo La Coruña en daarna begon het gelazer. Niet veel later zei Sanz: ‘Mister, we gaan stoppen. Morgen komt de financiële man en die zal alles met je regelen. En als je tijd en zin hebt, dan ben je volgende week welkom op het ereterras.’” Was je kwaad? “Natuurlijk, ik had vlak ervoor die prachtige beker gewonnen. Ik wist: als ik toe had gegeven en Fernando Sanz meer speeltijd had gegeven, dan had ik er zo nog een jaar of twee kunnen blijven zitten. Maar ja, dan was ik alle macht in de kleedkamer kwijt geweest. Ik wil mezelf altijd recht in de spiegel aan kunnen kijken. En nu kijk ik erop terug als een fantastische ervaring. Ik heb bij een van de moeilijkste en mooiste clubs van de wereld gewerkt.” Hoe kijk je naar het Real Madrid van nu? “Je moet uitkijken dat je niet te lang wacht met verfrissen, ondanks al die successen. Trainer Zinedine Zidane moet durven door te selecteren, misschien moet hij wel een heel grote jongen wegdoen.” Wie vind jij de betere: Lionel Messi of Cristiano Ronaldo? “Messi staat bovenaan. Ik vind hem fantastisch, de beste ooit.” 7 augustus 1971: Hiddink in actie namens PSV in een oefenwedstrijd tegen Standard Luik. “Boven zelf voetballen ging en gaat niks, coachen is slechts surrogaat.” Jij voetbalt op je 71ste nog elke week in Amsterdam, samen met mannen als Sjaak Swart. “We voetballen ondanks onze leeftijden nog altijd als kinderen. Elke maandag en donderdag om één uur. Daar gaat alles voor opzij. ‘Je kunt oma wel cremeren, maar niet op maandag of donderdag, want dan moet er gevoetbald worden,’ wordt er gekscherend geroepen. Toen ik bondscoach was van Rusland, tien jaar terug, nam ik expres de vroege vlucht terug naar Amsterdam om een rondootje mee te kunnen doen met Sjaak en de jongens.” Trekt jouw lichaam het nog altijd? “Zeker! Drie jaar geleden heb ik een knieoperatie ondergaan, ik heb nu weer kraakbeen in m’n knie. Ik kan ook weer een een-tegen-een tennissen, weliswaar met de beperking van m’n leeftijd, maar ik kan weer vrij bewegen. Ik voetbal en tennis twee keer per week en loop weer achttien holes op de golfbaan. Weer lekker bewegen, dat is voor mij pas luxe.” Hoe komt het dat je een betere coach dan voetballer bent geworden? “Ik was een behoorlijke eredivisiespeler, zat net onder de top. Ik had een extern excuus: Wim Jansen, Willem van Hanegem, Johan Neeskens en Theo de Jong waren zo’n beetje net zo oud als ik en speelden op dezelfde positie op het middenveld. Ook was het achteraf niet zo handig dat ik van De Graafschap naar PSV ging, ik moest daar concurreren met Willy van der Kuijlen, Wietse Veenstra en Gerard van Tilburg. En Willy is een van de beste en mooiste spelers die Nederland ooit gehad heeft. Maar het ligt er eerder aan dat ik zo mijn tekortkomingen had om de absolute top te halen. Ik was niet de snelste, wel in m’n handelingen, maar niet in loopvermogen. Bij De Graafschap was ik een bepalende speler, daar was ik ook redelijk brutaal. Dat bepalende heb ik bij andere clubs minder kunnen laten zien, omdat ik moeite had eenzelfde positie te verwerven.” 21 juni 2008: Guus wint met Rusland in de kwartfinale van het EK na verlenging met 3-1 van het Nederlands elftal van bondscoach Marco van Basten. “Het gebaar op deze foto is heel vriendelijk bedoeld. Ik wilde Marco een hart onder de riem steken. Ik had hem al een tikje op de rug gegeven en dit was een aanrakinkje voor het afscheid.” Was die wedstrijd een van de mooiste in jouw trainersloopbaan? “Wel wat emoties betreft. Ik ben na afloop ondanks m’n kapotte knie van pure blijdschap het veld op gehuppeld. Ik had een paar akke etjes gehad in Nederland met de FIOD. Ik heb de spelers er op gewezen hoe graag ik wilde winnen, heb ze zo goed voorbereid op die wedstrijd. Rond het Nederlands elftal gebeurde toen wat zo vaak gebeurt, de realiteit werd uit het oog verloren. Het was weer eens hosanna in het land. Ik denk dat die overtuiging van de mensen in het land dat ze wel even all the way zouden gaan ook vat kreeg op de spelers van het Nederlands elftal. Maar kijk de wedstrijden er eens op terug. Geweldig dat Nederland won van wereldkampioen Italië en WK-finalist Frankrijk, maar zeker tegen de Fransen was het Edwin van der Sar die uitblonk. Door twee counters werd het nog 4-1. Rond Rusland-Nederland kwam daar ook nog de verdrietige situatie rond Khalid Boulahrouz, wiens dochtertje te vroeg werd geboren en overleed, overheen. Hij ging spelen.” Van Basten gaf aan dat de stress die bij het coachen kwam kijken hem te veel werd. Stond je daarvan te kijken? “Als speler heb je een heel andere druk. Als trainer voelde ik van alles voor een belangrijke wedstrijd, ik had klamme handen en rare gevoelens in m’n buik. Ik raakte de spanning kwijt door bij PSV op maandag altijd lekker fysiek bezig te zijn. We gingen dan paddelen – een mix van squash en tennis - met René Eijkelkamp en Theo Lucius. Ik had niet verwacht dat Marco niet met die stress om kon gaan. Hij had in Italië alles meegemaakt en hij kwam op mij altijd over als een koele, analytische jongen. Ik vond het wel mooi dat hij daar zo eerlijk over was. Zoals hij ook zo eerlijk over zichzelf was tijdens de persconferentie waarop hij aangaf te stoppen bij Ajax. Een openbaring.” Heb jij ook momenten gehad dat je bijna bezweek onder de druk? “Ik herinner me iets waar ik heel veel stress om had. PSV had in 1989 Flemming Povlsen aangetrokken als spits, maar Wim Kieft was mijn eerste man. Wim had een mindere periode in de herfst en ik liet Flemming meer spelen. Wat ik niet wist was dat er twee spelers bij het bestuur waren geweest met de vraag of ze de trainer ervan konden overtuigen dat Kieft uit de basis moest verdwijnen. Ik zette zelf Wim al in de luwte, wist niets van die actie. Ik kwam erachter, maar Wim ook. En hij dacht logischerwijs: de trainer speelt een spelletje met me. Ik had geen verweer, hoewel het niet zo was. Daar heb ik slapeloze nachten van gehad. Ik verloor m’n haar door de stress. Tijdens het douchen had ik hele plukken aan m’n handdoek. M’n haar begon pas te groeien toen ik de situatie weer onder controle had.” 19 december 2015: Guus keert terug als manager bij Chelsea en viert op de tribune van Stamford Bridge een goal van Chelsea met Didier Drogba en eigenaar Roman Abramovich. “Ik heb heerlijke herinneringen aan Chelsea. In december 2009 stond Chelsea met José Mourinho als coach in de degradatiezone. Totale paniek. De rechterhand van Roman belde me om te vragen of ik kon helpen, of ik het tot het einde van het seizoen over kon nemen. Ik was bondscoach en Roman financierde ook de Russische bond. Er was dus wel wat mogelijk, ik kreeg toestemming om Chelsea te combineren met mijn functie als bondscoach.” Lachend: “Ik moest wat inkomen hebben, hè. Soms moet je wat bijbeunen.” Wat voor iemand is Abramovich? “Ik ken hem goed, hij omhelst me altijd als we elkaar zien. Ik kan geen slecht woord over hem vertellen. Hij is geen patser, heeft een Hema-horloge om. Roman was ook vaak aanwezig bij wedstrijden van het Russische elftal, na afloop durfde hij niet eens de kleedkamer in te komen.” Wat trof je aan bij Chelsea? “Geweldige spelers. Petr Cech, Alex, John Terry, Ashley Cole, Frank Lampard, Michael Essien, Michael Ballack, John Obi Mikel, Didier Drogba en Nicolas Anelka; allemaal jongens met veel kwaliteiten en een groot ego. Bij Chelsea kreeg ik te maken met wat onuitgesproken zaken. Er was wantrouwen. Toen ik binnenkwam, wilde ik niet te veel informatie hebben. Ik wilde er blanco in kunnen stappen. Ik zei tegen de groep: als ik naar jullie kwaliteiten kijk, kan het niet zo zijn dat jullie op een degradatieplek staan. Er moest dus iets mis zijn, waardoor het er niet uitkwam. Ik liet ze meteen een partijtje doen waar de spelers in een kleine ruimte er heel kort op moesten zitten. Na een paar minuten wist ik genoeg. In zo’n potje zie je welke spelers elkaar mijden en wie elkaar juist opzoeken. Dat je geen vrienden bent, vind ik prima, maar op het veld kunnen er geen vertroebelde lijnen zijn. Dat moest eerst worden opgelost.” Op de foto zien we Drogba, jouw spits in de eerste periode bij Chelsea. “Heerlijke speler. Maar toen ik in Londen kwam, liep hij constant op het middenveld. Ik vroeg wat hij daar aan het doen was. ‘Mister, ik haal een balletje op het middenveld, open op de vleugel, kom dan zelf het strafschopgebied in en ram de bal erin.’ Ik vertelde hem dat ik geen spelmaker in hem zag, zei: je bent enorm sterk, iedereen is bang voor je en je scoort makkelijk, dat is je kracht. Ik riep tegen Terry: als jullie een bal aan Drogba geven als hij zich terug laat zakken naar het middenveld, fluit ik meteen af en krijgen jullie een vrije trap tegen. Drogba werd niet meer aangespeeld op het middenveld, probleem opgelost.” Jij hebt de naam dat je goed overweg kunt met lastige jongens. “De toppers zijn niet lastig, dat is eerder het geval met de jongens die vlak onder de top zitten.” Je won de FA Cup, verloor in 2009 bijna geen wedstrijd en haalde bijna de finale van de Champions League. In blessuretijd scoorde Andrés Iniesta de 1-1 waardoor jullie er nog uit vlogen. “Die 1-1 was een klap. Ik had nooit eerder een verdenking over een scheidsrechter, maar die Noor, Tom Henning Øvrebø, had ons drie penalty’s kunnen geven. Drogba wilde hem na afloop te lijf gaan, daar heb ik nog een foto van aan de muur. Ik had het gevoel dat de UEFA een jaar na Manchester United-Chelsea in Moskou niet een herhaling van die Champions League-finale wilde. United zat al in de finale, dus mochten wij er niet in.” Iedereen was blij met je, had je niet liever bij Chelsea willen blijven na dat half jaar? “Het was fantastisch, maar ik had de Russische selectie beloofd dat ik terug zou komen. ‘Mister, wat ga je doen?’ vroegen jongens als Andrej Arsjavin en Joeri Zjirkov. Ik zei: ik ga even een avontuurtje aan in Lon- den, maar ik beloof dat ik terugkom. En een woord is bij mij een woord.” Op de foto zien we je juichen aan het begin van je tweede periode in Londen, net nadat je moest vertrekken als bondscoach van Oranje. “Ik volgde Luiz Felipe Scolari op, vond het heel prettig om na het Nederlands elftal nog even aan de slag te gaan. Want dat ontslag bij Oranje vond ik heel vervelend.” 2 juni 2015: Guus en assistent Danny Blind na de 2-0 zege in en tegen Letland. Het bleek de laatste interland van Guus Hiddink te zijn. “Danny had eerst onder Louis van Gaal gewerkt, hij zou nog ervaring bij mij opdoen en dan de boel overnemen. Prima. Als Danny het over ging nemen, zou ik me gaan bemoeien met de vertegenwoordigende jeugdelftallen. Hoe ga je met talentontwikkeling om? Daarover wilde ik sparren met de clubs. Hoe moet de trainersopleiding eruitzien? Ik wilde me er hard voor maken om het Nederlandse voetbal weer in de lift te krijgen.” Die kans kreeg je niet... “Het was een enorme klap toen ik hoorde dat het voorbij was. Daar ben ik heel lang woedend over geweest. Het heeft me echt pijn gedaan. We begonnen slecht aan de EK-kwalificatiereeks. Maar in het voorjaar kreeg ik het gevoel dat het besef er was in Nederland dat we niet meer de grote spelers hadden. Of ze waren, zoals Arjen Robben, geblesseerd. Ik had ook onderschat hoe Nederland ervoor stond. Ik had lang in het buitenland gezeten, er werd steeds tegen me geroepen dat er een prima generatie aankwam. Ik dacht rond die wedstrijd tegen Letland dat we nu wat spelers hadden waarmee we van Oranje een vechtmachine konden maken. De topkwaliteit hadden we niet meer, dus moest het op een andere manier. We pakten de Letten en ik dacht: laat Tsjechië, Turkije en IJsland maar komen, we gaan op z’n minst die play-off plek pakken. Ik kreeg in de zomer telefoon. Bert van Oostveen en Hans Jorritsma wilden langskomen. Ik zei: we hebben de boel weer op de rit, kom maar lekker bij mij thuis langs, dan bespreken we boel daar. Ze zeiden dat ze liever in een hotel in Nice af wilden spreken. Ook goed. Van Oostveen zei meteen: ‘We gaan niet door.’ Ik vroeg: dus dit is een dictaat, we hebben geen evaluatie nu. Ze zeiden: ‘Je zit niet op de bank in september, maar we willen wel graag dat je adviseur blijft van de raad van commissarissen en de directie.’ Zet maar op papier, zei ik. Ik was door de mededeling overvallen, werd tijdens de rit naar huis steeds kwaaier. Ze wilden dat ik aan zou blijven als adviseur van de directie. Leek mij niet handig, want de directie had me net ontslagen als bondscoach, dus het was niet moeilijk wat mijn advies over de directie zou zijn.” Danny Blind bleef aan, wat vond je daarvan? “Danny wilde graag bondscoach zijn, dat nam ik hem niet kwalijk. Ze wilden hem zo snel mogelijk op het paard hijsen, helaas is dat ook fout gegaan.” Feit is nu dat we even niet meer meedoen met Oranje. “Voordat we naar het WK in Brazilië gingen, konden we dat al zien. In een toernooi kun je groeien, ook met een iets minder team. Ik heb dat zelf meegemaakt met Zuid-Korea in 2002. In een korte periode kan het allemaal goed vallen en meezitten. Maar er zit dan geen lange stabiele periode van presteren in. Louis van Gaal zag dat al tijdens die oefenwedstrijd tegen Frankrijk in aanloop naar het WK van 2014. We moesten anders gaan spelen en dat had Louis goed gezien. We hadden die mooie escape tegen Spanje, met Jasper Cillessen die de 2-0 van David Silva voorkwam. Natuurlijk was de hele natie tijdens dat WK in de gloria, maar de beleidsbepalers moesten daar doorheen kijken.” 30 januari 2007: Het OM vervolgt Guus wegens belastingfraude. Het spitst zich toe op de periode na zijn avontuur in Zuid-Korea toen hij in België woonde en daar belasting afdroeg. “Hier heb ik me zo boos over gemaakt. Formeel woonde ik in Spanje en ik wilde re-emigreren toen ik bij PSV aan de slag ging. Ik was via mijn accountant al in gesprek met de Nederlandse belastingdienst, wilde geen gelazer. De mededeling was dat ik nogmaals belasting moest gaan betalen, wat erop neerkwam dat ik van mijn verdiensten tien procent over zou houden. Mijn adviseurs zeiden: ‘For the time being kun je even in België gaan wonen en dan gaan we in de tussentijd een oplossing proberen te vinden.’ Als er dan een dispuut ontstaat, moet je dat voor een scale rechter gooien, vind ik. We hebben zelf bij de belastingdienst aangeklopt, ik heb inzage gegeven in alle contracten en verdiensten die ik had, heb overal keurig belasting betaald. Ik was zwaar in m’n kruis getast toen het ineens via de strafrechter ging. Mijn advocaat had informatie van het OM gekregen dat ze graag BN’ers even tegen het licht wilden houden. Ze kwamen ook nog eens in actie op momenten dat ik in de publiciteit was. De eerste keer was voor Nederland-Rusland. In aanloop naar het EK oefenden we in Amsterdam tegen Nederland en werd ik ineens ontboden. Dat gebeurde ook voor PSV-AC Milan, moest ik met veel machtsvertoon meekomen. Ik ben een uur of acht ondervraagd, kreeg alleen een plastic bekertje met water. Ik zat niet in de cel, maar wel in een verhoorruimte. Het belachelijke blijft: ik wilde re-emigreren, heb zelf aan de bel getrokken. De controleurs hadden gezien dat ik amper gas, licht en water afnam in België, dat klopte want ik zat veelal op De Herdgang of in een hotelletje. Ze keken hoe vaak ik in België was en of ik m’n postbus leeghaalde. Alles hebben ze gecheckt, zie je het voor je? Om zes uur 's ochtends kwamen ze me thuis ophalen... ik zei: kom lekker binnen. Wat een geld heeft dat hen gekost, ze wilden me per se pakken. De hele afdeling had op de dag van mijn zitting vrij genomen om op de publieke tribune plaats te nemen. Ik speelde open kaart en toch werd ik gestraft. Ik dacht: potverdikke, in wat voor land leven we? Ik heb de hele zaak als een vernedering ervaren.” Ben je veroordeeld? “Ik heb een strafblad! Mochten ze me willen vragen voor het lidmaatschap van de Tweede Kamer; dat gaat niet gebeuren. Burgemeester Eberhard van der Laan kwam weleens bij me, zaten we bij mij thuis samen voetbal te kijken met de voeten op de poef. Ik vroeg dan grappend: weet jij of ik bij jou op het gemeentehuis een VOG, Verklaring Omtrent Gedrag, kan krijgen? En: jij mag helemaal hier niet zijn, je zit naast een crimineel, vertelde ik hem dan.” 28 september 2016: Guus en premier Mark Rutte fietsen door Seoul met de burgemeester van de stad tijdens een handelsmissie in Zuid-Korea. “Ik mag nog wel mee met handelstrips met de Nederlandse regering. En dat doe ik ook met plezier. Ik heb een beetje het ijs proberen te breken tussen Nederlandse en Koreaanse bedrijven. Laatst kreeg ik van een Beemster-boer een pakket met kaas, omdat hij nu zaken doet met Zuid-Korea. Met Mark Rutte heb ik het nooit over die belastingzaak gehad. Niet eens aan gedacht eigenlijk. Ik ben ook een keer met Willem-Alexander die kant op geweest. Had leuk geweest als ik hem had gezegd: Koning, weet u dat u met een crimineel op pad bent?” Ben je dan niet zo trots dat je denkt: nu hebben ze me nodig, laat ze maar de kolere krijgen. “Nee joh.” Voor de verdiensten voor Nederland had je op z’n minst een lintje verdiend. “Nou, die ga ik dus niet krijgen. Het is goed zo. Ik ben niet meer zuur over de hele gang van zaken, ga m’n leven daar niet door laten vergallen. Maar mijn vader, die de oorlog heeft meegemaakt, had wel een paar titels voor de mensen die er zo’n zaak van hebben gemaakt.” Is het nog altijd een feest om in Zuid-Korea te komen? “Heerlijk. Ik kom er heel graag. Na dat onverwachte succes in 2002 dacht ik: na een jaar of twee ebt dat allemaal wel weg. Dat is dus niet het geval. Met mijn foundation kom ik er ook geregeld, we hebben overal kunstgrasveldjes neergelegd waar mensen met een handicap kunnen sporten. Wat de Johan Cruyff Foundation doet in Nederland en daarbuiten, doe ik in Korea.” 21 januari 2010: Guus en Ronald Koeman zitten in het belpanel voor de speciale tv-show waarvan de opbrengst ging naar de slachtoffers van de aardbeving op Haïti. “Ik vind Ronald Koeman de meest logische keuze als bondscoach. Ronald en ik gaan ver terug: we wonnen samen de Europa Cup I met PSV. In 1998 haalde ik Frank Rijkaard en Ronald als assistenten bij Oranje. Ik maakte me er destijds hard voor dat Ruud Gullit, Johan Neeskens, Ruud Krol, Frank en Ronald behouden zouden blijven voor het voetbal. Ik zei: die jongens mogen we niet laten lopen, die hebben zoveel bagage. Ze wilden graag actief blijven in het voetbal, maar gingen niet zes jaar lang een cursus volgen. Eerst zeiden ze: ‘Krijgen we dat papiertje niet? Cruijff heeft het ooit ook gehad.’ Ik antwoordde dat Johan de uitzondering was, op alles. Ze moesten een jaar de cursus volgen en na een paar sessies kregen ze er heel veel lol in. En wat Ronald betreft: hij heeft succes gehad, kampioenschappen meegemaakt. Maar hij heeft, zoals elke trainer meemaakt, ook een paar keer een tik op de neus gehad. Daar word je rijper van. Nu is Ronald er ook klaar voor om bondscoach te worden.” Was hij dat in 2014 nog niet? Na het WK in Brazilië waren jullie allebei in beeld om Louis van Gaal op te volgen als bondscoach. Bert van Oostveen koos voor jou. “Ik had die geruchten ook gehoord. Toen ik werd benaderd door de KNVB om met Danny Blind het Nederlands elftal te gaan doen, heb ik Ronald gebeld. Ik zei tegen Ronald: als jij ook in beeld bent als bondscoach, dan stap ik net zo makkelijk terug, geen probleem. Ronald zei dat hij niet was benaderd, dat hem het wel leuk had geleken, maar hij vond het prima dat ik het ging doen.” Is Ronald de man die Oranje bij de hand kan nemen? “Hij is gepokt en gemazeld. Ronald durft zijn eigen gang te gaan en dat is wat we nu nodig hebben. Al blijft ook Ronald afhankelijk van de kwaliteiten die hij tot z’n beschikking heeft. Ik hoop dat Ronald erin slaagt er een goeie vechtmachine van te maken.” Moeten we IJsland als voorbeeld nemen? “Ja, er moet worden gekozen voor spelers met wie je een goed collectief kunt maken. En het is belangrijk dat we de bondscoach nu eens een tijdje laten zitten.” 3 juli 2011: Louis van Gaal en Guus zijn als coaches aanwezig bij de afscheidswedstrijd van Edwin van der Sar. “We hebben een mooi horloge van Edwin gekregen na afloop. Volgens mij zijn er maar vier of vijf van gemaakt. Alex Ferguson, Louis en ik hebben er een. Vond ik fantastisch.” Allebei zijn jullie heel succesvol geweest, maar volgens ons met een totaal verschillende aanpak. “Ik ben een totaal ander persoon dan Louis en ook onze aanpak zal hebben verschild. Afgelopen week kwamen we elkaar nog tegen bij een diner. Dan groeten we elkaar.” Is het toeval dat er momenteel even geen Nederlandse coach aan de slag is bij een grote buitenlandse club? “Dat heeft ook te maken met de status van het Nederlandse voetbal. We brengen niet de grootste voetballers voort op dit moment. Dat zegt niet alles. Maar er zijn in het voetbal altijd populistische stromingen. Als het Nederlandse voetbal het goed doet, dan zijn clubs sneller geneigd een Nederlandse coach aan te trekken. We zijn toch redelijk klein geworden in het internationale voetbal en dat straalt af op de vraag naar Nederlandse trainers. Ja, en waarom hebben Peter Bosz en Frank de Boer het niet gered in het buitenland? Moeilijk om daar een verklaring voor te geven.” 7 juni 2004: Phillip Cocu keert terug bij PSV. Guus, ook teruggekeerd bij PSV, overhandigt hem zijn shirt. “Phillip is heel bijzonder voor me. Ik ken hem al sinds z’n veertiende, toen hij rondliep op Groot Hagen, het trainingscomplex van de Superboeren. Ik zie hem nog komen met z’n tasje. Ik was toen jeugdtrainer. Zijn ouders verhuisden naar Alkmaar en toen ging hij naar AZ. We verloren elkaar een beetje uit het oog. In 1996 debuteerde hij bij me in Oranje. Phillip was een heerlijke speler voor een coach, hij beantwoordde altijd aan je verwachtingen. Hij werd aanvoerder van Barcelona, hallo, dan ben je geen kleine jongen, hè! Toen ik terugkeerde bij PSV hadden we een goed team, maar er ontbrak een leider. Voorzitter Harry van Raaij en ik zijn allebei naar Barcelona gegaan en ik zei tegen Phillip: kom naar Eindhoven, daar ben je de baas. Het werd een heel succesvolle comeback.” Jij bent ook nog even zijn mentor geweest. “Klopt. In het eerste jaar was er een reeks van veel gelijke spelen en nederlagen. Hij krabbelde daarna weer wat op, dat kwam niet door mij, hoor. Wat ik heel goed vond, was dat de directie heel rustig bleef. De kracht van Phillip is dat hij heel rustig en goed kan analyseren. Soms denk ik: je mag wel wat meer van je laten horen. Phillip doet dat ook gerust intern, maar heeft niet de behoefte om zich voor de buitenwacht te manifesteren. Hij heeft geen groot ego. Als we elkaar zien praten we over de mankementjes van de spelersgroep, want PSV heeft een mindere spelersgroep dan Ajax. Maar ja, dat hoe niet alles te zeggen.” 28 november 2006: Partner Liesbeth en de vader en moeder van Guus bij de presentatie van de biografie Hiddink, dit is mijn wereld. “Dit is in Vorden, in het restaurantje waar ik twee keer per jaar kwam om wild zwijn te eten. Mijn ouders leven allebei niet meer. Mijn vader was van 1916 en overleed op z’n 92ste. Mijn moeder was van 1920 en werd 88.” Jouw vader heeft zich ook nog doen gelden in de Tweede Wereldoorlog, begrepen we. “Mijn vader begon pas op latere leeftijd over de oorlog. Hij woonde eerst in Den Haag, daar drukte hij de voedselbonnen achterover om ze te verdelen onder de mensen. Tijdens de oorlog is hij teruggekeerd naar Varsseveld. Mijn opa had er een café en ze boden neergestorte Engelse piloten onderdak. Mijn vader heeft in die tijd piloten in veiligheid gebracht door ze achter de linies te brengen. Ik ben heel trots dat m’n vader dat heeft gedaan. Maar hij liep er nooit mee te koop. Pas toen hij een jaar of 75 was, begon hij er meer over te vertellen. Dan zei hij meteen: ‘Maar dat deed ik niet alleen, hoor.’” Hoe kijken ze naar hun zoon die de wereld veroverde? “Mijn ouders waren altijd heel trots, maar oosterlingen laten dat nooit zo merken. Ik weet nog dat ik terugkwam uit Zuid-Korea. ‘Ging niet slecht, hè?’ zei m’n vader, ‘wil je nog koffie?’” Wil jij nog aan de slag in het buitenland? “Zonder na te denken, zeg ik meteen ‘ja’. Dan stap ik morgen weer het veld op, het is namelijk heerlijk om met jonge spelers te werken. Maar als ik even nadenk dan moet ik zo eerlijk zijn dat ik in de diepe herfst van m’n trainerscarrière zit. Ik heb nog wel de energie in elk geval. Ik zou nog met plezier zeven dagen in de week aan de slag gaan.” Zegt jouw partner weleens: ‘Guus, je bent 71. Het is mooi geweest.’ “Ja, dat zegt Liesbeth weleens. Maar ze zegt ook: ‘Als je nog uitvliegt, dan vlieg ik meteen achter je aan.’ Laat mij nog maar even lekker spelen.” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

‘Het leven bestaat niet meer alleen uit lachen’

Justin Kluivert (18) maakt een stormachtige ontwikkeling door. Een [...]
Justin Kluivert (18) maakt een stormachtige ontwikkeling door. Een jaar geleden debuteerde hij in Ajax 1, inmiddels is de vleugelaanvaller niet meer uit de basis weg te denken. Helden volgde hem de afgelopen zes maanden. Het is januari en we staan aan de vooravond van de tweede seizoenshelft. “Hoe zal ik juichen zondag als ik heb gescoord?” vraagt Justin Kluivert uitdagend als we klaar zijn met de fotoshoot in de bestuurskamer op De Toekomst. De vleugelaanvaller gaat vol vertrouwen De Klassieker tegemoet die dat weekend op het programma staat. Hij zegt met zijn duim en wijsvinger het oké- gebaar te maken als hij scoort tegen Feyenoord. Op dat moment loopt Ajax-coryfee Sjaak Swart langs de openstaande deur. “Houd je aan je woord, hè,” roept hij. “Natuurlijk meneer,” antwoordt de jonge voetballer lachend. “Mooi, toch?” zegt Justin na hun onderonsje als hij afscheid van ons neemt. “Mannen als Sjaak Swart zien me hier al vanaf de F’jes rondlopen, hebben me zien opgroeien. Ik vind het leuk om met ze te spreken en mijn successen met hen te delen.” Justin ontkomt daarbij niet aan de vergelijkingen met zijn vader Patrick, die in 1995 als achttienjarige spits namens Ajax de enige goal scoorde in de Champions League-finale tegen AC Milan. “Ik ben die vergelijkingen nog niet zat, hoor. Ik vind het leuk, ben trots op mijn achternaam. Maar ik ben wel een ander persoon en mijn eigen carrière aan het maken. In het begin heb ik wel het gevoel gehad dat ik daartegen moest vechten. Over een tijdje moeten mensen juist zeggen: ‘Hé, daar loopt de vader van Justin.’ Lachend: “Maar dat begint al te komen, hoor.” SPOTLIGHTS “Het waren bijzondere maanden. Die heb ik aan Peter Bosz te danken. Hij heeft mij de kans gegeven en die heb ik gegrepen. Maar dat het zo snel zou gaan, had ik nooit verwacht,” zegt Justin als we hem in de zomer na de training spreken over zijn doorbraak, aan de vooravond van de start van het nieuwe seizoen. De media waren lovend over Justin nadat Ajax-trainer Bosz hem in januari 2017 als vervanger van de geblesseerde Amin Younes liet debuteren tegen PEC Zwolle. Twee maanden later maakte hij tegen Excelsior zijn eerste doelpunt in de eredivisie. En Ajax stond in zijn debuutseizoen meteen in de finale van de Europa League, die weliswaar werd verloren. “In de jeugd is het heel normaal dat je met Ajax in toernooien nales haalt. Dat was ik gewend. Die Europa League-finale voelde daardoor eigenlijk ook vrij normaal, maar inmiddels weet ik dat dat niet zo is. Dat het meteen in mijn eerste jaar lukte, is geweldig.” De jonge voetballer kwam in de spotlights. “Ik merkte dat veel mensen me ineens herkenden op straat. Ik vind dat geen probleem, vind het leuk om mensen blij te maken door even op de foto te gaan. En soms heb ik er wat minder zin in, als ik even rustig wat wil drinken.” Ook binnen de voetbalwereld trok hij de aandacht. Zoals tijdens de finale van de Europa League, toen Justin een onderonsje had met Manchester United-trainer José Mourinho. Er werd gespeculeerd dat Justin gepolst zou zijn voor een overstap naar de Engelse club. Het lag een tikje anders. Mourinho was assistent in Barcelona toen zijn vader daar speelde en Justin nog een klein ventje was. “Hij vond het gewoon leuk om me te zien, zei tegen me dat ik groot was geworden en dat ik goed bezig was. En ik moest mijn vader de groeten doen.” Een ander persoon is Justin door alle aandacht niet geworden, vindt hij. “Ik gedraag me niet anders omdat ik nu een profvoetballer ben, ben niet ineens uit de hoogte gaan doen, of zo. Mijn vrienden vinden dat ook niet.” In de zomer eindigde ook zijn relatie, sindsdien gaat hij als vrijgezel door het leven. “Ik moest eerlijk zijn en mijn gevoel volgen. Ik wilde haar geen pijn doen. Of het door het afgelopen seizoen en alle veranderingen komt? Dat denk ik niet.” NEERWAARTSE SPIRAAL Het is vlak voor de winterstop. Aan het einde van de training, als het merendeel van de spelers het veld afloopt, doet Justin extra afwerk-oefeningen met Klaas-Jan Huntelaar en David Neres. Ze moeten op elkaar ingespeeld raken. “Als jonge jongen keek ik altijd naar Klaas-Jan, nu speel ik met hem samen. Ik kan veel van hem leren, hij heeft ook een goede invloed op het team. Klaas-Jan weet wat een spits wil en daar moet een vleugelaanvaller aan werken, ik moet hem bedienen,” zegt Justin, wiens voorkeur duidelijk aan de linkerkant ligt. “Op die positie heb ik in mijn jeugd altijd gespeeld. Ik weet wat ik wil als ik op links sta, het voelt fijn. En op rechts heb ik soms nog het gevoel dat ik een beetje met mezelf vecht als ik de bal heb, ik weet nog niet altijd wat ik ermee moet doen. Klaas-Jan geeft me geregeld tips.” Justin lachend: “Ja, ook op liefdesgebied adviseerde hij me.” Het nieuwe seizoen begon stroef. Niet alleen werd Ajax vroeg uitgeschakeld in de Champions League en de Europa League, Justin moest ook plaatsnemen op de bank. Hij werd geconfronteerd met zijn eerste tegenslagen op voetbalgebied. Younes kreeg de voorkeur als linkervleugelaanvaller, Neres op rechts. Justin kreeg weliswaar geregeld speelminuten, vooral als rechterspits, maar echt lekker in zijn vel zat hij niet. Dat had ook een andere reden, waar hij in de zomer nog niet over wilde en kon spreken. Nu lukt het Justin wel om te praten over zijn ploeggenoot Abdelhak Nouri, die in de zomer ernstige hersenschade opliep tijdens een oefenduel in Oostenrijk. Hij heeft het er zichtbaar moeilijk mee. “Wat er met Appie gebeurde, is een drama. Voor zijn familie, voor zijn ploeggenoten, voor de buitenwereld. En voor mij persoonlijk, Appie was in het team altijd een van m’n vrienden. Ik kan me lastig uiten na moeilijke situaties. Na een tijdje, als het ergste gevoel gezakt is, gaat het beter. Met m’n teamgenoten Donny van de Beek en Frenkie de Jong kon ik erover praten, maar zij zaten er natuurlijk ook mee, echt helpen konden we elkaar niet. Er is me wel een mental coach aangeboden, maar ik heb daar geen behoefte aan. Ik praat liever met mijn broers, mijn neven en twee beste vrienden. Zij waren er voor me. En mijn ouders ook, hoor. M’n moeder voelt het goed aan als ik met iets zit, maar met haar vind ik het weer lastiger om over intense dingen te praten. Dat heb ik altijd al gehad. Met m’n vader praat ik ook niet echt over zware dingen, dat is zo gegroeid.” Justin is even stil en vervolgt dan: “Ik heb het inmiddels een plek gegeven. Natuurlijk heb ik verdrietige momenten, dat hoort erbij. Het is niet iets om te vergeten, maar ik moet door. Ik ga Appie zeker bezoeken, maar pas als ik er klaar voor ben. Nu vind ik dat nog te moeilijk, ben bang dat ik dan weer in een neerwaartse spiraal terechtkom. We willen eindigen met de 34ste landtitel, dát is wat Appie ook had gewild.” Het waren heftige maanden voor Justin, maar hij is er door gegroeid. Als voetballer en als mens. “Ik zag ineens hoe snel het verkeerd kan gaan en heb ervan geleerd dat ik echt van ieder moment moet genieten. Van het voetbal, maar ook daarbuiten. Ik relativeer meer. Het leven bestaat niet alleen uit lachen. En de voetbalwereld is leuk, maar ook hard. Ik ben gaan beseffen dat ik elke kans moet aangrijpen, het is niet zo dat ik die eindeloos krijg. In de jeugd misschien nog wel, nu is het erop of eronder. En ik realiseerde me ook dat ik ook meer moet luisteren naar mijn ouders. Als je jonger bent doe je dat niet echt, dan geloof je het wel. Maar nu ik wat ouder word en zelf dingen meemaak, weet ik: zij hebben veel meer ervaring en nog veel meer meegemaakt. Ze zullen het wel weten.” ‘Mijn vader geeft me goede adviezen. Probeert me te behoeden voor verkeerde vrienden die willen pro teren van m’n successen’ DE KARDASHIANS Als Justin bij het omkleden zijn shirt uittrekt tijdens de fotoshoot in januari, zien we een tatoeage onder zijn hart met de naam van zijn moeder. “Voor mijn moeder voel ik iets extra’s, dat hebben jongens denk ik sowieso vaker. Ik ben echt een moederskindje. En dat is niet zomaar, dan heeft ze wel wat goed gedaan, denk ik.” Justin was vier toen zijn vader Patrick en moeder Angela van Hulten scheidden. Hij groeide met zijn oudere broer Quincy en jongere broer Ruben op bij zijn moeder in de Jordaan, aan de Noorderspeeltuin. “Ik weet niet beter dan dat ze gescheiden zijn,” zegt Justin, en vervolgt gauw: “maar we zijn niks tekortgekomen, hoor. Ik had een leuke jeugd. Na schooltijd voetbalden we in de speeltuin met vrienden. We waren altijd met zijn drieën, deden alles hetzelfde, kleedden ons ook hetzelfde. We waren net een drieling. M’n moeder vond het vooral heel belangrijk dat wij geen verwende jongens werden. Dat is misschien wel het belangrijkste dat ze ons heeft meegegeven: normaal doen en dat blijven. Mijn vader heb ik in mijn jeugd wel veel gezien, maar ik heb nooit samen met hem gewoond. We hebben een andere relatie.” Zijn moeder heeft hem gemaakt wie hij nu is, zegt Justin, maar het voetballende deel van zijn leven dankt hij aan zijn vader. “Hij geeft me goede adviezen, probeert me te behoeden voor verkeerde vrienden die willen meeprofiteren van m’n successen. Dat kan hij als geen ander. Ik moet goed opletten, daarom houd ik m’n cirkel ook expres klein. Ik heb twee goede vrienden en verder maken mijn neven en broers onderdeel uit van m’n kring.” Ook met Rossana Lima, de vrouw van Patrick, en zijn halfbroer Shane heeft Justin een goede band. “Ze wonen in Barcelona, dus ik zie ze weinig, maar we hebben geregeld contact.” Verder bestaat de familie nog uit twee stiefbroers en een stiefzus. De vergelijking met de familie Kardashian is gauw getrokken. Justin, lachend: “Die vergelijking hoor ik vaak en ik snap dat, maar ik zie het niet zo. De Kardashians wilden ook graag beroemd zijn, toch?” Hij vervolgt serieus: “Ik heb met iedereen uit mijn familie een goede band. Ik ben de middelste hè, die kan met iedereen goed opschieten.” Naast de naam van zijn moeder onder zijn hart, staan de namen van zijn (half)broers op zijn onderarm getatoeëerd. Alleen die van zijn vader ontbreekt nog. “Erg, hè? Maar die komt nog. Ik wil wat moois bedenken, maar weet nog niet wat.” Ook de rest van zijn tatoeages hebben een betekenis. Zijn geboortedatum, de drie Amsterdamse kruizen, en een afbeelding van Jezus en Maria. Het geheel is opgevuld met rozen die nog moeten worden ingekleurd. “Maria is mijn beschermengel. Ik ga niet naar de kerk, maar ben wel gelovig. Voor de warming-up bid ik altijd, vraag ik of ik gezond van het veld mag komen. Ik bid ook voor mijn teamgenoten. Sinds afgelopen zomer misschien nog bewuster.” KORT LONTJE Ondanks de harde realiteit is de lach weer terug binnen de ploeg, vindt Justin. “Die ommekeer heeft wel een tijdje geduurd. Voor iedereen kwam die op een ander moment.” Justin greep zijn kansen in november, toen hij tegen NAC Breda voor het eerst in twee maanden weer een kans in de basis kreeg als linksbuiten. “Als je geblesseerd raakt, heb je nou eenmaal pech,” zegt hij over Amin Younes. “Dat heb ik goed opgevangen en dat is goed voor mij, maar wat minder voor hem. Zo werkt het nou eenmaal in het voetbal.” De week daarop maakte hij een hattrick tegen Roda JC. “Dat was het moment dat ik ook de buitenwereld liet zien dat ik er weer was. Ik kwam met m’n borst vooruit weer De Toekomst binnenlopen. Veel oud-spelers en trainers kwamen een praatje met me maken en zeiden dat ze al wisten dat het me ging lukken, maar dat het er in het begin van het seizoen even niet uitkwam. Dat deed me goed. Sindsdien voel ik me lekkerder en zelfverzekerder. Als het goed gaat met voetballen, voel ik me sowieso beter.” Over concurrentie in het veld maakt Justin zich geen zorgen. “Ik ga uit van mijn eigen kwaliteiten, soms lukt dat en soms niet. Bang ben ik in ieder geval niet, voor niemand eigenlijk.” Het typeert hem. De jonge jongens bij Ajax laten zich sowieso gelden. Met Frenkie de Jong, Matthijs de Ligt en Donny van de Beek heeft Justin een goede band. Hakim Ziyech beschouwt hij zelfs als een soort broer. “Hakim adviseert me, ik luister ook naar hem. Met hem spreek ik ook buiten het veld af. Hakim is een beetje hetzelfde als ik, hij heeft ook een beetje die bravoure.” Die lef bij Justin sloeg ook weleens door, beseft hij. Zoals afgelopen seizoen tegen PSV, toen hij het met Jürgen Locadia aan de stok kreeg. “Ik kon in het veld soms een beetje een kort lontje hebben. Maar buiten het veld heb ik dat helemaal niet. Toen ging ik nadenken: doe even normaal Just, zo ben je helemaal niet. Ik treiter nog weleens, hoor, dat hoort erbij. Maar in het gewone leven hoort dat er toch ook bij, op een leuke manier?” zegt hij schuldbewust. ONTSLAG KEIZER In januari heeft Justin net zijn derde hoofdtrainer in het eerste van Ajax begroet. Ajax won de toppers tegen PSV en Feyenoord en ging met een tweede plek de winterstop in, toch moest trainer Marcel Keizer al na een paar maanden het veld ruimen. De kritiek van de buitenwereld op het spel van Ajax onder Keizer kreeg Justin uiteraard mee. “Ik vond zijn ontslag onnodig. Dat heb ik ook tegen hem gezegd. En dat ik het jammer vond en het niet had verwacht. Marcel Keizer had me vanaf de A1 opgepikt, ik kon het ook goed met hem vinden. We speelden niet altijd even goed, dat lag ook aan onszelf. Maar de laatste tijd ging het juist goed. Als iedereen honderd procent geeft, weet ik dat we de beste zijn.” Hij voegt er lachend aan toe: “Als ik maar speel, dan komt het sowieso goed.” Onder de kersverse trainer Erik ten Hag en assistent Alfred Schreuder vertrok Ajax aan het begin van het jaar op trainingskamp naar Portugal. “Ook met de nieuwe trainers kan ik het prima vinden. Heel veel verschil merk ik nog niet, we trainen iets vaker en de oefeningen zijn soms iets anders. Maar de intensiteit is hetzelfde.” ‘Barcelona zit in mijn hart, maar wie ben ik om ‘nee’ te zeggen tegen Real Madrid?’ CAMP NOU Justin is pas achttien en staat nog aan het begin van zijn carrière. Doelen en dromen heeft hij genoeg. “Ik wil een basisspeler blijven, veel assists en doelpunten maken en belangrijk zijn voor het team. En ik wil dit jaar het Nederlands elftal halen. Ik heb er vertrouwen in dat dit mij gaat lukken. Oranje heeft de afgelopen jaren helaas niks bereikt, ik denk dat er een nieuwe impuls nodig is. Jonge gasten als Frenkie de Jong, Donny van de Beek, Matthijs de Ligt en Timothy Fosu-Mensah en nog een paar kunnen daarvoor zorgen. Wij moeten klaargestoomd worden de komende jaren, ik denk dat het goed zou zijn om daar nu mee te beginnen. Wie de nieuwe bondscoach is maakt me niet uit. Ik vind m’n weg wel met iedere trainer.” Maar, beseft Justin ook, hij moet nog veel beter worden. “Ik ben snel, maar kan nog sneller worden. En mijn acties kunnen nog beter.” Zijn grote voorbeeld op zijn positie is Cristiano Ronaldo. “Niet alleen binnen het voetbal, ook erbuiten. Hij is een echte topsporter. Op Instagram laat hij alleen maar goede dingen zien, hoe hard hij traint en wat hij er allemaal voor doet.” Ook met de jonge jongens en Hakim Ziyech praat Justin geregeld over de toekomst. Nieuwe, verbeterde contracten en transfers zijn vooral rond de winterstop veelbesproken onderwerpen. “Vroeg in je carrière naar het buitenland vertrekken is een beetje normaal geworden, lijkt het. Maar of je nou vroeg gaat of wat later, ik denk dat het per persoon verschilt of dat een verstandige keuze is. Als je goed bent, kom je er wel, linksom of rechtsom,” vindt Justin. Hij vervolgt: “Maar we hebben het zeker met elkaar over onze plannen en mogelijkheden. Ik bespreek die met hen, met mijn ouders, broers en vrienden. Dan kom ik zelf tot een beslissing.” Justin is stellig: “Ik doe wat het beste is voor mijn carrière. Mijn zaakwaarnemer Mino Raiola zegt altijd: ‘Hier is een bord met eten. Jij mag kiezen wat je pakt.’ Zo hoort het ook, denk ik. Een zaakwaarnemer biedt je de mogelijkheden, maar ík ben degene die de keuzes maakt. Daar bemoeit mijn vader zich ook niet mee, hij weet dat ik dat niet wil.” Er is interesse voor hem, al benadrukt Justin dat hij nog niet weg hoe bij Ajax. Het kampioenschap staat hoog op zijn verlanglijstje. “Maar als er een mooi aanbod komt, weet je het nooit. Engeland trekt me erg. Arsenal, Tottenham, Chelsea of Manchester United vind ik mooie clubs waar ik mezelf over een paar jaar wel zie spelen.” En dat Justin soms ook de vruchten plukt van een succesvolle ex-voetballer als vader, realiseert hij zich goed. “Overal waar ik kom in het buitenland kennen ze me vanwege mijn vader. Hij vraagt vaak: ‘Kom even naar Barcelona, dan geef ik je een rondleiding door Camp Nou.’ Ik heb er tot mijn vierde zelfs gewoond, maar daar weet ik niks meer van. Uiteindelijk wil ik heel graag bij Barcelona of Real Madrid terechtkomen. Barcelona zit in mijn hart, maar wie ben ik om ‘nee’ te zeggen tegen Real Madrid?” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Patrick Lodewijks: ‘Hier is geen protocol voor’

Het leven van Patrick Lodewijks wordt nooit meer hetzelfde sinds [...]
Het leven van Patrick Lodewijks wordt nooit meer hetzelfde sinds 29 april 2015. Op die dag overleed zijn vrouw Yvonne, moeder van hun drie dochters, tijdens een verkeersongeluk.