Word abonnee

Schaatsen

‘We zijn mama kwijt’

Dirk-Jan van Dijk

Schaatsen

‘We zijn mama kwijt’

door: Jasper Boks & Marlies van Cleeff
14 november 2017
16 tot 21 minuten lezen

Voor Irene Schouten (25) is niets meer hetzelfde sinds 6 november 2016. Op die dag werd haar moeder getro en door een zware hersenbloeding. De schaatsster van Cla s moet thuis een groot deel van de taken van haar moeder overnemen en tegelijkertijd bereidt ze zich voor op de Spelen waar ze geldt als favoriet op het nieuwe onderdeel Mass Start.

Telefoon. Irene Schouten zit op de ets en ziet dat het haar vader is die belt. Hij weet toch dat ze een training van drie uur gepland heeft op deze zondag? Ze neemt haar telefoon op, maar voordat ze een gesprek kan voeren, valt haar mobiel uit. “Hij was met geen mogelijkheid meer aan te krijgen. Komt straks wel, dacht ik en ik fietste verder.” Eenmaal aangekomen bij het ouderlijk huis, de tulpenkwekerij tussen Andijk en Wervershoof, wacht een nicht haar op. Vreemd. “Ze zei: ‘Schrik niet, je vader, broers en zus zijn naar het ziekenhuis, want je moeder heeft een hersenbloeding gehad.’”
Irene trekt snel een joggingbroek aan en racet met haar nicht naar het AMC-ziekenhuis, waar ze huilende familieleden aantreft. Broer Simon, marathonschaatser en ploeggenoot bij Clafis, is er al. Hij was tegelijkertijd met Irene gaan fietsen, maar had voor een andere route door het West-Friese landschap gekozen. “Toen mijn vader hem belde, was zijn eerste reactie: ‘Er is iets met mama zeker?’ Die gedachte was nooit bij mij opgekomen, terwijl daar wel reden toe was.” Haar moeder had al twee weken last van hoofdpijn, was met haar klachten naar de huisarts geweest. ‘Het is stress,’ werd er gezegd. “Die zondag had m’n vader nog gevraagd of het wel goed ging. ‘Je ziet zo wit,’ zei hij. Maar mama antwoordde dat het wel ging.”
In de middag van 6 november 2016 hoorde haar vader ineens een snurkend geluid uit de bijkeuken komen. Toen hij ging kijken, trof hij zijn vrouw op de grond bij de wc-deur. “Mama lag in braaksel en bloed, pap heeft meteen 112 gebeld.”

Tekst gaat verder onder de foto

Haar moeder wordt meteen geopereerd. Na twee dagen ontwaakt ze uit haar coma. “De artsen vertelden dat mama een heel zware hersenbloeding had gehad. Over haar herstel waren ze niet positief, maar ik had voortdurend het gevoel dat het goed zou komen. Wellicht is dat het positieve denken van mij wat ik mezelf als topsporter heb aangeleerd. Op dag drie na haar hersenbloeding zaten pap en ik allebei aan een kant van haar ziekenhuisbed. We spraken tegen mama. Ze had haar ogen open en ik merkte dat ze reageerde op wat we zeiden. ‘Dat kan niet, dat is wel heel erg vroeg,’ zeiden de artsen, ‘vraag maar eens of ze haar tong uit wil steken.’ Ik vroeg het aan mama en ze stak gewoon haar tong uit! Tot drie keer toe. Mijn vader en ik waren zo blij.”
Irene denkt: zie je wel, het gaat goed komen. Of goed… Als ze ooit weer met haar kunnen praten, is het al geweldig. Ook de dagen erna gaat haar moeder vooruit. De artsen blijven zeggen geen voorbarige conclusies te trekken, maar toch… “Als aan haar werd gevraagd of ze haar hand naar haar borst wilde doen, probeerde ze het. Het lukte nog niet helemaal, maar het was hoopgevend.” Haar moeder wordt overgeplaatst naar het ziekenhuis in Hoorn en niet veel later verhuist ze naar een revalidatiekliniek in Den Haag. “Als ik aan m’n vader vroeg hoe het met mama was zei hij telkens: ‘Goed!’ Maar als ik de volgende dag bij haar langsging, dacht ik: het gaat helemaal niet goed. Ze kon steeds minder. Mijn vader wilde dat niet zien. Totdat ik de dingen opsomde die mama een paar weken eerder, snel na de operatie, wél kon. Ze reageerde niet meer als we wat vroegen, haar tong uitsteken deed ze niet meer. Toen ik het allemaal opnoemde, kwam het besef ook bij m’n vader.”

 

Delen: