Word abonnee

Hockey

‘Een kind lijkt me ook fantastisch, hoor’

Paul Raats

Hockey

‘Een kind lijkt me ook fantastisch, hoor’

door: Marlies van Cleeff
31 mei 2022
4 tot 9 minuten lezen

Lidewij Welten (31) maakt al sinds 2008 deel uit van het Nederlands hockeyteam. Ze won onder meer drie gouden en een zilveren olympische medaille, twee WK-titels en werd gekozen als beste hockeyster van de wereld. Maar er waren ook tegenslagen. Een gesprek in aanloop naar haar vierde WK (1-17 juli in Nederland en Spanje).

De speelhal in Beijing
Als achttienjarige mocht jij al mee naar de Spelen in Beijing in 2008. Eva de Goede was er toen ook voor het eerst bij. Ik las dat jullie in Beijing spierpijn hadden van het vele gamen. Lachend: “In het olympisch dorp was een gigantische speelhal. Ze hadden er een drumstel, dan moest je op de beat op de juiste kleuren slaan. Eva en ik waren zo fanatiek met z’n tweeën. Totaal bezweet kwamen wij uit die speelhal, een dag voor de eerste wedstrijd. Eva en ik waren kamergenoten, toen we wakker werden keken we elkaar aan, van: voel jij dit ook? We hadden allebei spierpijn in onze armen. Dat hebben we tegen niemand gezegd.”

In 2008 won je olympisch goud. Wat weet je nog van die tijd?
“Die Spelen heb ik in een roes beleefd. Er was toen nog geen WhatsApp. Ik had gesprekken via MSN met mijn vader, die heeft hij bewaard. Mijn ouders wilden weten hoe het met hockey ging, maar ik sprak over de grote eetzaal in het olympisch dorp. Ik beleefde mijn sport en de Spelen zo anders dan nu. Ik voelde geen druk, kon mijn ogen uitkijken. Ik weet nog dat ik met m’n fiets achter Rafael Nadal ben aangereden, zo de eetzaal in. Ik ben hem wel zes keer voorbijgelopen en zei daarna tegen Eva: hij kijkt terug! Die ruimte om rond te kijken kregen we van het team en onze toenmalige coach Marc Lammers. Maar uiteindelijk moesten wij natuurlijk ook gewoon presteren.”

Verlang je weleens terug naar die tijd?
“Ik kan niet ontkennen dat die tijd van toen heerlijk was. Topsport is veranderd in al die jaren. Het is nog serieuzer en professioneler geworden dan het al was. Ik ben van een onbevangen speelster gegroeid naar een van de leiders van het team. Maar ik hockey nog altijd omdat ik er plezier uit haal.”

Jij speelde destijds samen Minke Booij en Fatima Moreira de Melo. Was je stiekem een beetje bang voor hen?
“Ik keek enorm tegen hen op, en natuurlijk vond ik het in het begin spannend. De eerste keer dat ik bij het Nederlands team zat, sliep ik bij Fatima op de kamer. Dat vond ik zo spannend. Maar ze was heel lief voor me.”

Medisch wonder
Jij staat bekend om je explosieve spel. Hoe belastend is hockey voor jouw lichaam?
“Ik passeer tegenstanders op snelheid en daardoor krijg ik redelijk wat tikken. Als je dan al een beetje vermoeid bent en na zo’n tik verkeerd terechtkomt, dan kun je een gescheurde pees oplopen. Iemand die meer van de passing is, zal daar minder snel last van hebben, denk ik. Ik heb twee keer een ernstige blessure gehad. In 2018 scheurde ik een pees in de hamstring van mijn rechterbeen, en vorig jaar vlak voor de Spelen in Tokio gebeurde dat in mijn linkerbeen.”

Wat weet je nog van dat moment op zaterdag 15 mei vorig jaar, die laatste minuten in de play-offs tegen Amsterdam, waarin je een tik kreeg en meteen naar de dug-out liep? “We hadden een turnover en ik wilde aanzetten. Ik kreeg een flinke tik en kwam verkeerd terecht. Ik stapte uit het veld en riep: het zijn mijn pezen. Ik wist het meteen. Ik maakte nog een paar rare stappen, toen voelde het al alsof mijn been niet meer van mij was. In een interview daarna bij de NOS was ik heel rationeel. Ik zei: waarschijnlijk gaat het tegenvallen, maar ik ga alles op alles zetten om de Olympische Spelen te halen.”

Het volledige verhaal lezen? Dat kan via Blendle en Tijdschrift.nl. Je kunt het magazine ook in de winkel halen óf online bestellen!

Delen: