Word abonnee

Voetbal

Voetbal

Donyell Malen: ‘Het is net een jongensboek’

Donyell Malen (20) is dé revelatie van het voetbalseizoen. De spits van PSV scoort erop los en luisterde zijn debuut voor het Nederlands elftal op met een belangrijke goal tegen Duitsland. We schotelden de rijzende ster een aantal namen voor Mark van Bommel “Hij heeft mij bij de selectie gehaald en me een basisplaats gegeven. Het is heel fijn om dagelijks met iemand te werken die bij heel grote clubs heeft gespeeld en belangrijk is geweest voor het Nederlands elftal op WK’s en EK’s. De trainer houdt me scherp. Hij wijst me erop dat ik elke dag m’n ding moet doen, zegt: ‘Of het nou goed gaat of slecht, blijf altijd hetzelfde doen, blijf keihard werken.’ Van zijn professionaliteit steek ik veel op. De trainer heeft als speler altijd alles gedaan om te winnen, hij leefde voor het team en voor de sport. Die houding probeert hij ook op mij over te brengen. Ik vind die bezetenheid van hem mooi. En zijn grote schat aan ervaring gebruikt hij nu om mij te coachen, om mij beter te maken. Hij vertelt me hoe ik beter gebruik kan maken van de ruimtes in het veld, wijst me erop hoe ik nog dreigender kan zijn en waar ik het beste kan lopen. Het is niet zo dat hij zijn joystick pakt en roept: ‘Zo moet je het doen.’ Hij laat me vrij, door veel met me te praten, pik ik dingen op. Mark van Bommel is heel belangrijk voor me.” Oma Marian Zij heeft mij leren voetballen als jochie van een jaar of drie. In de achtertuin van haar huis in Westerland in de kop van Noord-Holland schoot mijn oma de bal naar me en dan moest ik hem stoppen en weer terugschieten. Ik voetbalde volgens haar vaak op houten klompjes. Zelf herinner ik me er niet veel meer van, maar mijn oma praat er nog vaak over, vertelt graag vol trots dat zij aan de basis van m’n voetbalcarrière heeft gestaan. Toen mijn vader en moeder uit elkaar gingen, woonde ik bij mijn moeder in Westerland. Ze werkte als taxichauffeur, draaide ook veel nachtdiensten. Ik kwam daarom vaak bij mijn oma, die op een minuutje lopen van ons huis woonde, sliep er ook geregeld en ze waste ook vaak m’n kleren. Toen ik bij Hollandia in Hoorn ging voetballen, bracht oma me ook geregeld naar de trainingen. Dus het klopt wel dat ze een belangrijke rol heeft gespeeld in m’n carrière.” Ruud van Nistelrooy “Ruud was vorig seizoen spitsentrainer en assistent-trainer en heeft veel tijd in me gestoken. Ik wilde vorig jaar al heel graag laten zien dat ik het niveau aankon. Op de training wilde ik me extra laten gelden. In mijn drang om me te bewijzen, wilde ik natuurlijk heel graag scoren. Dan probeerde ik de bal extreem hard binnen te knallen. Ruud van Nistelrooij zag dat ook, zag dat ik zó gretig was dat ik de bal vaak over of naast schoot. Hij zei dan: ‘Als je in scoringspositie komt, is het beter om wat rustiger te schieten. Je schiet hard genoeg, maar plaats hem wat meer in het hoekje.’ Hij heeft me er constant op gewezen om koel te blijven als ik voor de goal kom, om effectief af te werken. Ik ben me daar bewust van geworden in de trainingen. Door er op te letten in de trainingen, wordt het uiteindelijk ook een automatisme in wedstrijden. En ja, als Ruud van Nistelrooij tegen je zegt hoe je de bal het beste kunt raken, dan krijg je natuurlijk wel tips van de meester wat scoren betreft.” Mariska Manshanden “Duizenden kilometers hebben mijn moeder en ik samen doorgebracht in de auto. Ze bracht me als ze kon naar de training of wedstrijden van Ajax, toen ik daar speelde in de jeugd. Telkens op en neer van Westerland naar Amsterdam. Dat zal ik nooit vergeten. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik heel jong was, maar het was gelukkig geen vechtscheiding. Mijn ouders bleven goed met elkaar omgaan. Ik heb een fijne jeugd gehad, ben niets tekortgekomen. Ontspannen, rustig, veel liefde.” Ronald Koeman “Ik vond het al heel bijzonder dat ik in augustus een mail kreeg dat ik in de voorselectie van het Nederlands elftal zat voor de EK-kwalificatiewedstrijden tegen Duitsland en Estland. Ik zat thuis met mijn vriendin Delisha toen ik te horen kreeg dat ik ook bij de uiteindelijke selectie zat, daarna heb ik meteen mijn oma, moeder en vader gebeld. Bondscoach Ronald Koeman sprak meteen al een paar keer individueel met me toen ik voor het eerst bij het Nederlands elftal kwam. De eerste keer zei hij: ‘Je bent een goede speler, je moet alleen nog wat meer gaan scoren. Maar ik zie dat je er wel komt.’ In Hamburg mocht ik meteen invallen van de bonds- coach. Het werd een droomdebuut toen Georginio Wijnaldum mij de bal gaf, en ik de 3-2 kon maken tegen Duitsland. Ik had tijdens de warming-up al gezien waar mijn vriendin, moeder, vader en stiefmoeder zaten op de tribune. Toen ik scoorde, keek ik naar hen en ik zag ze juichen en op de banken staan. Ze waren bijna nog blijer dan ik. Ik raakte daar een beetje van slag door. Iedereen die ik liefheb zat bij elkaar op de tribune terwijl ik net een goal had gemaakt tijdens mijn debuut in Oranje. Ik sloeg mijn handen voor m’n ogen en voelde de tranen. Die foto is daarna in veel kranten verschenen. Het was zo speciaal, net een jongensboek. Een paar dagen later tegen Estland mocht ik in de basis starten. Na de interlands speelden we met PSV tegen Vitesse en in die wedstrijd scoorde ik vijf keer. Of het door de woorden van de bondscoach kwam die had gezegd dat ik meer moest scoren? Nee, dat nou ook weer niet.” Ronaldinho “Absoluut mijn idool. Elk trucje wat hij deed, wilde ik ook leren. Door hem bleef ik maar met de bal in de weer en keek ik elke wedstrijd van Barcelona. Ik heb hem tegen Almeria ooit in het echt zien spelen in Camp Nou. De muur van mijn slaapkamer hing echt helemaal vol met plaatjes van Ronaldinho, die ik had geplastificeerd. Ik had trouwens nog een groot voorbeeld: de Braziliaanse Ronaldo. Die heeft natuurlijk ook hier bij PSV gespeeld. Hoe hij dribbelde, ongekend. Zo snel met de bal aan zijn voet en dat bewegen. Echt een sambavoetballer. Ik zou willen scoren zoals hij dat deed. Zo jammer dat zijn knie kapot ging, anders had hij de hele wereld nog veel meer versteld doen staan. Ronaldinho en Ronaldo waren echte supersterren. Ik moet nu al wennen aan de aandacht die ik krijg op straat van de fans. Hoe moet het voor hen wel niet zijn geweest? Voor mij is alles natuurlijk nog nieuw, dit is pas mijn eerste seizoen waarin ik zo in de belangstelling sta. Vroeger kon ik gewoon rustig door de stad lopen, dat is nu anders. Het is niet dat ik bedolven word onder de aandacht, maar ik word vaak aangesproken of mensen willen met me op de foto. Ik weiger bijna nooit, ben een ontspannen jongen. Het hoort ook een beetje bij het vak van voetballer. Ik vind in deze tijd dat je op Instagram ook best wat van jezelf mag laten zien. Dat hoort een beetje bij mijn generatie. Bijna elke jongen van mijn leeftijd heeft Insta. Ik deel af en toe wat als ik het leuk vind, moet er wel iets actiever in worden, vind ik zelf. Voor de fans is het leuk om hun helden te kunnen volgen. Ik had het als jochie ook geweldig gevonden als Ronaldinho een keer een inkijkje in zijn huis had gegeven of een nieuw trucje had laten zien dat hij thuis aan het oefenen was.” ‘Iedereen die ik liefheb zat bij elkaar op de tribune terwijl ik net een goal had gemaakt tijdens mijn debuut in Oranje. Ik sloeg mijn handen voor m’n ogen en voelde de tranen’ Robert Malen “De voetbalgenen heb ik van mijn vader, hoewel mijn moeder vroeger ook heeft gevoetbald. Mijn vader voetbalde in Suriname op aardig niveau, heeft nog in het Surinaams jeugdelftal gespeeld. Na de scheiding van mijn ouders ging ik af en toe naar hem in Almere. Hij kwam wel heel vaak bij mijn wedstrijden kijken. Na afloop belde ik hem, dan vroeg ik of hij dit of dat had gezien. Nog steeds spreek ik hem altijd na een wedstrijd. Als het niet bij me thuis of in het stadion is, dan over de telefoon. Voor voetbaladvies bel ik altijd met hem, dan vraag ik hem wat ik moet doen. Door mijn vader heb ik ook een band met Suriname. Mijn oma woont er ook nog. Mijn opa is vorig jaar overleden, dus ze is nu alleen. Ik ben er twee keer geweest: een keer toen ik drie was en op m’n zestiende. Het was mooi om te zien waar mijn roots liggen. Ik heb mijn kleurtje niet voor niets en vind het interessant om over Suriname te lezen. Ik zou in de toekomst ook best wat willen betekenen voor het Surinaamse voetbal. Als ik kan helpen bij de ontwikkeling van het voetbal daar of als ik kan helpen dat voetballertjes daar de kansen krijgen die ze verdienen, dan doe ik dat graag. Ik vind het belangrijk om maatschappelijk betrokken te zijn. Onlangs was ik met de PSV-Foundation mee om een kijkje te nemen bij het amputatievoetbal, dat is ook waar de club zich aan heeft gecommitteerd. Toen ze me vroegen of ik mee wilde, zei ik meteen ja. Ik heb meegedaan met de jongens, heb met krukken gevoetbald. Ik vond het mooi om te zien dat mensen met één been zoveel plezier uit voetbal kunnen halen. En ze zijn ook nog echt goed, hoor. Of ik mijn eigen foundation op wil richten? Daar ben ik met mijn twintig jaar nog te jong voor, vind ik.” Mohamed Ihattaren “Ik kan heel goed opschieten met Mo. Hij is een heel aardige jongen en hoewel hij nog maar zeventien is, is hij een van de betere spelers met wie ik heb gespeeld. Echt een groot talent. Puur intuïtief vinden we elkaar in het veld. Mo is dominant aan de bal, als hij hem goed heeft liggen en ik vertrek, dan  weet ik gewoon dat de kans groot is dat ik de bal precies goed aangespeeld krijg. Het lijkt wel of ik voel wat hij gaat doen en andersom is dat ook zo. Dat is zo fijn voetballen. Mo gaat nu door een heel moeilijke periode door de dood van zijn vader. Ik probeer er voor hem te zijn. Ik zie hem eigenlijk alleen bij de club, maar zeg wel altijd tegen hem dat als hij met me wil praten of als er iets is, hij altijd bij mij terechtkan. Maar ik ben niet de enige die voor hem klaarstaat als hij daar behoefte aan heeft, dat is het geval bij iedereen binnen de club. Het is zo zwaar voor Mo en dat zal het nog heel lang blijven. Natuurlijk hebben Mo en ik het weleens over de vraag of hij voor Nederland of voor Marokko zou moeten kiezen. Hij heeft me een paar keer gevraagd hoe het bij het Nederlands elftal was en dan vertelde ik dat ik het heel leuk vind bij Oranje, dat die boys me heel goed hebben opgevangen en dat het een heel fijn team is. We hebben een jong team met een enorme toekomst, maar ik ga zijn keuze niet proberen te beïnvloeden. Hij zit niet te wachten op een mening van mij, denk ik, hij wil gewoon informatie hebben en die probeer ik hem te geven. Natuurlijk zie ik hem graag voor Oranje spelen, Mo is een goeie voetballer en ik heb een heel goede klik met hem in en buiten het veld, maar ik ga niet over zijn keuze. Als hij voor Marokko kiest, dan is het even goeie vrienden. Het is al moeilijk genoeg om zo’n lastige keuze te moeten maken.” Memphis Depay “Ik had bij Oranje vanaf het eerste moment goed contact met Memphis. Hij is best belangrijk voor me. Hij is een sterspeler, maar heeft altijd tijd voor anderen en wil graag helpen. Ving me goed op, hielp me meteen. In het veld staan we dichtbij elkaar en dan geeft hij aanwijzingen. Buiten het veld is hij heel ontspannen. Hij heeft natuurlijk een interessant traject bewandeld, heeft zich eerst in de kijker gespeeld bij PSV. Stond ook in de spits, scoorde veel. Hij groeide uit tot een leider. Zover ben ik nog lang niet. Ik ben niet echt een prater in het veld. Ik help wel, coach ook wel, maar ben geen schreeuwer. Met die leidersrol ben ik totaal nog niet bezig. Dat komt, denk ik, vanzelf.” Steven Bergwijn “De klik die ik met Mo heb, heb ik ook met Steven. Ik speel nu al iets langer met hem samen dan met Mo. Ik weet wat hij kan, hij weet wat ik kan. Wat ik mooi vind, is zijn energie en spelvreugde. Daar beïnvloedt hij mij ook weer door. Wat we ook gemeenschappelijk hebben, is dat we allebei in de jeugd van Ajax hebben gespeeld. Ik speelde met jongens als Justin Kluivert en Matthijs de Ligt, Steven zat in een net iets oudere lichting, bij jongens als Abdelhak Nouri en Donny van de Beek. Op mijn zestiende ben ik bij Ajax vertrokken. Met Wim Jonk, toen de hoofd jeugdopleiding, heb ik destijds nog gesprekken gevoerd. Hij wilde graag dat ik bleef, zou dat ook aangeven bij de club, maar er gebeurde niet veel. Toen heb ik voor Arsenal gekozen. Het is mooi om te zien dat jongens als Donny, Matthijs en Frenkie de Jong het vorig jaar met Ajax zo goed deden in de Champions League. Schitteren op dat toneel wil ik natuurlijk ook, dat inspireert. Maar bij mij speelt Ajax totaal geen rol meer. Ik heb mijn eigen plan en mijn eigen carrière.” Justin Kluivert “Ik ken Justin al sinds m’n negende. We hebben bij Ajax heel lang samengespeeld, logeerden ook bij elkaar. Totdat ik op m’n zestiende vertrok bij Ajax. We zijn nog altijd heel goede vrienden, hij is als een soort broer voor me. We hebben als kinderen samen zoveel mooie momenten meegemaakt. Daarom vond ik het ook mooi dat hij tijdens mijn Oranje-debuut ook bij het Nederlands elftal zat. Het is best bijzonder dat Justin, Matthijs en ik samen begonnen bij de F’jes van Ajax en dat we nu met z’n drieën bij Oranje zitten. Dat we die droom met z’n drieën hebben waargemaakt, vind ik heel speciaal. Met Justin heb ik nog veel contact, meestal via WhatsApp. Toch vertellen we elkaar ook weer niet alles. Toen ik hem vorig jaar zomer tijdens mijn vakantie vroeg wat hij ging doen, antwoordde hij: ‘Ik ga naar Rome en ik ben morgen weer terug.’ Toen dacht ik: hij gaat gewoon naar AS Roma. Een paar dagen later werd duidelijk dat hij bij die club inderdaad een contract had getekend.” Thierry Henry Hij was bij Arsenal de assistent-trainer bij onder achttien. Het was heel mooi om af en toe met hem het veld te delen of met hem samen te spelen. Een hele aardige man van wie ik veel heb geleerd. Hij gaf me vaak simpele tips, maar waar ik heel veel aan had. Thierry vertelde dat als je met de bal je tegenstander opzoekt, je altijd naar de benen van je tegenstander moet kijken. Staat hij op zijn voorvoeten of op zijn hakken? Als hij op zijn hakken staat, kun je hem veel makkelijker passeren. Dat soort tips sloeg ik op. Hij was echt van de details. Eddy Pepels, de masseur van PSV, heeft nog met hem gewerkt, toen Henry assistent was bij de Belgische nationale ploeg. Hij vroeg aan Eddy hoe het met me ging. De twee jaren bij Arsenal waren leerzaam. Ik heb er veel geleerd, ben in Londen een betere voetballer en sneller volwassen geworden. Ik heb dingen meegemaakt die niet altijd alleen maar leuk waren. Soms speelde ik niet en dan ineens moest ik als 16-jarige weer meedoen met onder 23. Nee, het was zeker niet makkelijk, maar het heeft me gevormd tot de voetballer die ik nu ben. Ik ben daar sterker geworden. De mentaliteit in Engeland is ook anders en die heb ik nu ook een beetje meegenomen naar PSV. En het spel is ook anders, het gaat negentig minuten lang keihard voor- en achteruit. Box to box. Ze zeiden daar: ‘Football is a running game.’ Nou, dat heb ik gemerkt. Het leven in Londen vond ik leuk, hoewel ik door het vele trainen niet vaak in de stad kwam. In eerste instantie zat ik er met mijn moeder. Mijn vader kwam ook af en toe langs. Op mijn zeventiende ben ik daar gaan samenwonen met mijn vriendin. We zijn heel snel zelfstandig geworden. Boodschappen doen, leren koken. Dingen die ik nooit had gedaan omdat ik bij mijn moeder woonde. Ik heb in Engeland ook leren autorijden, heb nog steeds een Engels rijbewijs. Na twee jaar ben ik naar PSV gegaan, ik wilde namelijk meer aan voetballen toekomen. Het is heel mooi om te horen dat de fans van Arsenal nu roepen dat ik terug moet keren. Dat is eervol, maar wat kan ik er mee? Arsenal is nog steeds een heel mooie club, maar ik denk niet na over een terugkeer. Nu het zo goed gaat, word ik wel met meer clubs in verband gebracht. Maar dat gaat allemaal via mijn zaakwaarnemer Mino Raiola. ‘Het is heel mooi om te horen dat de fans van Arsenal nu roepen dat ik terug moet keren. Dat is eervol, maar wat kan ik er mee?’ Drake “Een populaire Canadese rapper waar ik veel naar luister. Ik ben onlangs ook naar een concert van hem geweest, vind het een heel toffe artiest. Toen ik in Londen zat, werd mijn Engels ook beter, dus ging ik Drake ook beter verstaan. Ik begreep steeds beter wat zijn teksten inhielden. Soms zegt hij dingen waarvan ik denk: je hebt gewoon gelijk. Zijn teksten komen wel bij me binnen. Ik kan zelf niet zingen of rappen, ook al zou ik het misschien wel willen. Het is beter dat ik dat niemand aandoe. Mijn muzieksmaak is verder breed. Ook naar Nederlandstalige muziek luister ik. Mijn moeder had in de auto als ze me naar Ajax bracht altijd 100%NL aan staan. Guus Meeuwis, Ruth Jacott, ja, die muziek ken ik ook wel.” Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Helden tegen racisme

Het is op 5 mei precies 75 jaar geleden dat ons land werd bevrijd. [...]
Het is op 5 mei precies 75 jaar geleden dat ons land werd bevrijd. Toch is het vandaag de dag nog altijd niet vanzelfsprekend dat iedereen in ons land volledig wordt geaccepteerd. In het voetbal komen racisme en discriminatie nog geregeld voor. Edgar Davids, Khalid Boulahrouz, Ahmad Mendes Moreira, Daphne Koster en Barbara Barend gingen met elkaar in gesprek. Barbara: “De Tweede Wereldoorlog speelde in mijn leven van jongs af aan een grote rol. Maar wat weten jullie ervan?” Ahmad: “Ik heb het meegekregen op school. Het is toch niet normaal dat je moet vrezen of je je volgende verjaardag nog haalt?” Edgar: “Wij waren op 4 mei altijd twee minuten stil. Maar als jong jongetje realiseer je je niet waarom je twee minuten stil bent, dan maak je er een spelletje van. Die realisatie kwam pas later, op school.” Khalid: “Ik kreeg het ook mee op school en door de jaren heen zag ik op tv de vreselijke beelden van bombardementen, van mensen die de meest verschrikkelijke dingen moesten ondergaan. Maar hoe gruwelijk de oorlog was, kwam pas écht bij me binnen toen we in 2012, in aanloop naar het EK in Polen en Oekraïne, met het Nederlands elftal een bezoek brachten aan Auschwitz. Je zag daar een berg met koffers van mensen die het concentratiekamp waren binnengekomen en die er het leven lieten. En een berg van tandenborstels... Ik voelde de rillingen over m’n rug lopen toen ik daar was. Zo heftig.” Barbara: “Jij belde me toen je in Auschwitz was.” Khalid: “Ik moest aan jou en je familie denken. Zo onmenselijk wat zich daar heeft afgespeeld. Ik dacht toen ik daar liep ook aan m’n kinderen. Stel je toch voor dat je kinderen of je ouders, broers of zussen die verschrikkingen hadden moeten meemaken.” Daphne: “Mijn vader was altijd erg geïnteresseerd in alles wat te maken had met de Tweede Wereldoorlog. Als er iets op tv was wat over de oorlog ging, dan werd daar bij ons thuis naar gekeken. Ik wilde ook graag de verhalen weten, vroeg mijn opa en oma wat zij hadden meegemaakt in die tijd. Ik wilde er een beeld van krijgen. En dat is nog steeds zo. Ik ben naar Westerbork geweest en toen ik in Amerika voetbalde, ben ik naar de militaire begraafplaats in Washington gegaan. Ik wil ook nog een keer naar Auschwitz. Wat jij hebt, Khalid, dat heb ik ook. Ik denk op die momenten ook altijd: het zal je naasten overkomen.” Khalid: “Omdat het je voorstellingsvermogen te boven gaat, probeer je toch enigszins te begrijpen wat die mensen hebben moeten doorstaan. Maar wat jij had, dat het van huis al werd meegegeven, was bij ons thuis niet het geval. De oorlog was bij ons thuis geen thema, het draaide om overleven: hard werken, eten, slapen. Wanneer kwam bij jou het besef wat zich allemaal heeft afgespeeld?” Daphne: “Dat is met de jaren ontstaan. Elk jaar twee minuten stil zijn op 4 mei, documentaires, informatie die ik kreeg op school en van m’n ouders; daar begon het mee. Toen ik ouder werd, ging ik naar de Dam voor de Dodenherdenking.” Barbara: “Geef jij het ook weer door aan jouw twee dochters?” Daphne: “Zeker. Ik zal mijn dochters van nu vijf en twee ook meegeven wat er is gebeurd, zoals mij dat is meegegeven.” Barbara: “Jij bent opgegroeid in Schiedam, Ahmad. Kreeg jij op school veel mee over de bombardementen op Rotterdam?” Ahmad: “Ja. Als ik foto’s zag van de Coolsingel, dan was het bijna niet voor te stellen dat alles daar platgebombardeerd is in mei 1940. Alleen het stadhuis heeft het zo’n beetje weerstaan.” Edgar: “Ik vind dat men ook moet beseffen dat er in de oorlog niet alleen autochtone Nederlanders zijn gestorven, maar bijvoorbeeld ook heel veel Surinamers en Indonesiërs.” Barbara: “En Roma, Sinti en homo’s...” Edgar knikt: “We vergeten soms om ook daar bij stil te staan. Ook veel mensen van andere nationaliteiten hebben gestreden voor onze vrijheid.” Khalid: “Barbara, wat kun jij vertellen over de impact die de oorlog op je leven heeft gehad?” Barbara: “Een groot deel van de familie aan Joodse kant is uitgemoord. En ook van de andere kant kreeg ik de oorlog mee, want veel familieleden van mijn moeder zaten in de jappenkampen. Bij mijn opa en oma thuis ging het nooit ergens anders over dan de oorlog. Het ging altijd over wie er niet meer waren. Elke verjaardag. Dan werd er gesproken over: ‘voor de oorlog, toen die en die er nog waren.’ Ik heb het idee dat ik daardoor bijna te veel over de oorlog heb meegekregen. Ik las op mijn dertiende al het boek Is dit een mens van Primo Levi over hoe het was in Auschwitz. De oorlog was zo’n groot onderdeel van mijn leven. En niet alleen van mij, maar van al mijn vrienden en vriendinnen met een Joodse achtergrond. Wij komen allemaal uit gemankeerde families. Er is geen Joodse familie die onbeschadigd uit de oorlog is gekomen.” Khalid: “Dan vind ik het logisch dat het tijdens verjaardagen gaat over de mensen die er ook hadden moeten zijn. Voor de oudere mensen was het misschien ook een vorm van therapie, ze konden er op die momenten tenminste over praten.” Barbara: “Dat zal zeker zo zijn. Neemt niet weg dat ik wel degelijk door de verschrikkingen in de oorlog ben gevormd. Ik ben me onbewust van jongs af aan gaan beseffen dat ik altijd waakzaam moet zijn, dat ik moet strijden tegen onrecht. Dat ik al vanaf heel jong een antenne heb voor racisme en discriminatie is de positieve kant van het verhaal. Als mensen onheus worden bejegend, dan treed ik op. Maar in mij zit ook dat ik het moeilijk vind om te luisteren naar gezag, ik maak niet overal vrienden.” Khalid: “Ben je nooit bang als je je mond weer eens opentrekt?” Barbara: “Ik durf niet alles meer, stel niet iedere misstand meer aan de kaak. Omdat ik ook denk: ik heb een gezin dat niet de dupe mag worden van wat ik roep. Of ik hou mijn mening voor me uit angst dat ik zelf bedreigd zal worden. Ik ben bang voor de gekken die er rondlopen. En er is helaas ook steeds meer sprake van antisemitisme in Nederland.” Khalid: “Is dat überhaupt ooit weggeweest in Nederland?” Barbara: “Mijn zoon Seb is nu negen en vroeg laatst toen hij het Jeugdjournaal had gezien: ‘Mam, waarom hebben mensen zo’n hekel aan Joden?’ Toen slikte ik wel even. Ga dat maar eens uitleggen aan je kind.” Khalid: “Je kunt je afvragen of kinderen die dingen al moeten meekrijgen in het Jeugdjournaal?” Daphne: “Ik snap wel wat je bedoelt, hoor soms ook dingen waarvan ik denk: ik wil helemaal niet dat mijn kinderen zich nu al bewust worden van dit soort dingen, dat ze nu al angstig worden.” Khalid: “Het zou goed zijn als kinderen niet al op jonge leeftijd het besef krijgen dat er haat bestaat. Hoe mooi zou het zijn dat kinderen alleen maar mee zouden krijgen dat iedereen gelijk is: Joods, moslim, christen, blank, donker, homo of hetero? We worden niet geboren met haat in ons lichaam. Ik denk dan: hoe later we de boodschap over haat meekrijgen, des te beter.” Barbara: “Maar de realiteit is helaas dat kinderen er toch al op jonge leeftijd mee in aanraking komen. Dan vind ik het juist goed dat het Jeugdjournaal inzichtelijk maakt wat er aan de hand is. Wat er met Ahmad is gebeurd, was ook op het Jeugdjournaal.” • Ahmad: “Ik stond linksbuiten in de wedstrijd uit tegen Den Bosch op 17 november vorig jaar. Ik speelde de eerste helft precies voor hun harde kern. Toen ik in de eerste minuut een bal net niet wist binnen te houden, hoorde ik al een paar mensen tegen me schreeuwen.” Khalid: “Wat was het eerste wat je hoorde?” Ahmad: “Dat was ‘kankerneger’. Ik weet nog precies wie het riep en hoe hij eruitzag. Toen ik het hoorde, ben ik teruggelopen en heb ik die man recht in z’n ogen gekeken. Hij keek even weg, schaamde zich misschien. Maar het hield helaas niet op. Bij elk balcontact werd ik uitgefloten. Toen ik een overtreding maakte vlak voor het supportersvak ging het van kwaad tot erger. Een teamgenoot van me liep naar de scheidsrechter om hem erop te attenderen wat er werd geroepen. Hij zei dat hij het niet had gehoord, maar liet meteen omroepen dat als er nog iets geroepen zou worden, de wedstrijd gestaakt zou worden.” Khalid: “Wat riepen ze nog meer?” Ahmad: “Van kankerneger ging het naar ‘kankerzwarte’ en ‘kanker-Zwarte Piet’. Er werd geroepen: ‘Moet je niet terug met de boot naar Spanje?’ Het ging maar door, ook nadat de stadionspeaker het had omgeroepen. Toen twintig of dertig man tegelijkertijd tegen me te keer gingen, dacht ik: fuck it. Ik zei tegen de scheidsrechter: ik weet niet wat jij gaat doen, maar ik ga naar binnen, het maakt me niet uit of je de wedstrijd staakt of dat je me rood geeft. Hij zei: ‘Dat is goed, ik begrijp het wel.’ Hij staakte daarop de wedstrijd. Toen zijn we met z’n allen van het veld gestapt en die beelden gingen meteen heel Nederland door.” Daphne: “Dit gaat natuurlijk echt nergens over. Sport kan soms helaas ook het slechtste in een mens naar boven brengen.” Ahmad: “Meestal gebeurt het maar één of twee keer in een wedstrijd en dan denk ik: laat maar gaan.” Barbara: “Sorry? Hoe vaak heb je dit dan meegemaakt?” Ahmad: “Er wordt wel vaker iets geroepen naar me, maar het was nog nooit zo massaal.” Edgar: “Het is iets dat we helaas al veel vaker hebben gezien. En als je het vaak ziet, ga je al gauw denken dat het normaal is. Maar je wenst dit helemaal niemand toe, verschrikkelijk wat jou is overkomen.” Daphne: “Wat gebeurde er met je toen je het veld af liep?” Ahmad: “Ik begon te huilen, kon het gewoon niet bevatten. Ik dacht: hebben ze dit net echt allemaal tegen me geroepen? Mijn ploeggenoten hebben me opgevangen. Luigi Bruins heeft nog geprobeerd me te kalmeren, maar dat lukte hem niet.” Khalid: “Heb je toen de racistische opmerkingen aan de gang waren ook nog contact gezocht met je trainer?” Ahmad: “Nee, maar ik stond ook aan de andere kant van het veld, het verst weg van de dug-out. Ik dacht wel toen ze maar bleven roepen: wissel me maar.” Barbara: “Wat deden de spelers van FC Den Bosch?” Ahmad: “Op het moment dat we het veld af liepen en voor die tijd zeiden ze niets tegen me.” Barbara: “Dat vind ik dus ook heel raar. De wedstrijd is wel weer hervat, je ging het veld weer op...” Ahmad: “Tijdens de afkoelingsperiode van een minuut of tien kwam ik weer bij zinnen. Mijn ploeggenoten vroegen aan me wat ik wilde en ik antwoordde: laten we het maar weer proberen. Mijn ploeggenoten zeiden wel: ‘Als het nog een keer gebeurt, dan gaan we meteen naar binnen.’ Ik vond dat mooi van mijn ploeggenoten, voelde me erg gesteund. Vlak voordat we verder zouden gaan, kwam de aanvoerder van Den Bosch naar me toe. Hij zei: ‘De supporters hebben net een pro-Zwarte Pieten-demonstratie gehad in de stad, ze reageren dat op jou af.’ Ik vroeg: wat heb ik daar dan mee te maken? Ik kreeg als reactie: ‘Ze bedoelen het niet zo.’ Ik vertelde wat er allemaal tegen me was geroepen en vroeg of hij niet goed bij z’n hoofd was door met zo’n reactie te komen.” Barbara: “Wat heeft jou het meest pijn gedaan die dag?” Ahmad: “Het statement van FC Den Bosch na afloop waarin werd gesteld dat er ‘kraaiengeluiden’ waren gemaakt.” Barbara: “Die kraaiengeluiden zouden dateren uit de tijd dat Hans Kraay junior nog voor Den Bosch speelde. Elke buitenspeler van de tegenstander die voor de harde kern speelde, werd geregeld op zo’n ‘kraaienconcert’ getrakteerd, riepen ze. Dikke onzin natuurlijk.” Ahmad: “Ze wilden doen alsof er niks was gebeurd. Toen iedereen over hen heen viel, riepen ze dat er toch racistische opmerkingen waren gemaakt.” Khalid: “Jij gaf ook nog een interview na de wedstrijd. Toen kwam de trainer van Den Bosch voorbij en hij riep toch ook nog wat tegen je?” Ahmad: “Hij had vóór mij een interview gegeven bij FOX. We zeiden niets tegen elkaar toen we elkaar passeerden. Iets verderop hoorde ik hem zeggen: ‘Wat is die Moreira een zielig mannetje, zeg.’ Ik was tot dat moment rustig, maar toen kwam alles weer naar boven. Dat was tien seconden voordat mijn live interview begon. De mensen thuis zagen mijn reactie. Ik vroeg de trainer van Den Bosch of hij niet goed bij zijn hoofd was. Voor mijn doen zei ik het nog netjes.” Daphne: “Ik vond de reactie van die trainer nog het ergst van alles.” Khalid: “Van een trainer verwacht je dat hij zich bewust is van zijn voorbeeldfunctie, bij zo iemand moet ratio altijd de boventoon voeren op zulke momenten. Al helemaal als er tijd is geweest om alles op je in te laten werken. Als je dan alsnog met zo’n reactie komt...” Daphne: “De boel bagatelliseren is al helemaal niet de bedoeling.” Khalid: “Juist dat vind ik zorgwekkend. Je deelt dezelfde liefde voor de bal, bent collega’s. Als een van die collega’s, een van je broeders, wordt aangevallen, dan moet je de handen ineenslaan.” Edgar: “Ik denk dat veel mensen ook niet weten dat racisme een langdurig effect op een persoon kan hebben. Je kan emotionele schade oplopen. Mensen bagatelliseren dat misschien, maar het is wetenschappelijk bewezen.” Ahmad: “Ik ken een paar spelers van Den Bosch goed en van hen heb ik begrepen dat ze de volgende dag de trainer hebben aangesproken op zijn gedrag. ‘We staan sowieso aan jouw kant, wat er ook gebeurd,’ zeiden ze. Dat vond ik mooi. Van de rest van Den Bosch heb ik nadien niets meer gehoord.” • Barbara: “Het Nederlands elftal dat juist in die dagen bijeenkwam, trad wel meteen op. Ronald Koeman en Georginio Wijnaldum veroordeelden het gedrag tijdens de persconferentie. Tijdens de interland tegen Estland werd er een foto gemaakt van alle spelers die arm in arm stonden. En Georginio en Frenkie de Jong hielden na een doelpunt van Gini hun armen naast elkaar voor de camera. Hoe ervoer jij dat allemaal, Ahmad?” Ahmad: “Ik voelde me eindelijk gehoord en gesteund. Ik begreep dat Memphis Depay tijdens de wedstrijd tegen Den Bosch al meteen een tweet stuurde die flink werd opgepakt. Toen ik hoorde dat Wijnaldum het voor me opnam tijdens de persconferentie, deed me dat wel wat. Daarna maakte hij met Frenkie na de 1-0 dat gebaar en dacht ik: nu hebben we echt veel mensen achter ons staan. Het probleem werd erkend.” Khalid: “Prachtig gebaar. Met elkaar een statement maken, zo kun je mensen achter je krijgen. De eerste week had iedereen het erover, maar daarna verstomde de discussie. Hoewel we in mijn ogen wel te maken hebben met een oprukkend probleem. Ook na wat Ahmad is overkomen, zijn er nog voorbeelden geweest van voetballers die racistisch werden bejegend. Neem Mario Balotelli in Italië. Of in februari dit jaar Moussa Marega van FC Porto, die ook nog eens geel kreeg van de scheidsrechter toen hij het veld af liep nadat hij aanhoudend allerlei opmerkingen naar zijn hoofd kreeg zonder dat er tegen werd opgetreden.” Daphne: “Wat ik niet snap is dat ploeggenoten niet veel meer stelling nemen tijdens een wedstrijd waarin zoiets gebeurt. Ik weet dat mijn oud-ploeggenote Dyanne Bito het ook mee heeft gemaakt in Italië, waar dit probleem sowieso heel groot is. Ik kreeg dat pas later mee. Als ik dat tijdens de wedstrijd had meegekregen, weet ik zeker dat ik als aanvoerder had gezegd: we kappen ermee.” Khalid: “Ik snap ook niet waarom ze het veld niet allemaal af stappen. Blijkbaar is de onderlinge solidariteit nog niet zo groot bij veel teams.” Barbara: “Sterker, scheidsrechters treden ook bijna nooit op. Bij wat er gebeurde met Ahmad was er eindelijk een scheidsrechter die ingreep. Het was trouwens niet de eerste keer dat het gebeurde bij Den Bosch, hè. Ik was in 2013 verslaggever van FOX bij Den Bosch-AZ, toen Jozy Altidore en Adam Maher daar zo werden uitgescholden. Ik ben destijds naar de vierde official gelopen. Ik vertelde hem dat ik vond dat ze de wedstrijd moesten staken. Daarna liep ik naar Gertjan Verbeek, toen trainer van AZ, en zei: jij bent verantwoordelijk, je moet het veld af lopen. Andere mensen vonden dat ik me daar niet mee mocht bemoeien. Die wedstrijd werd uiteindelijk gestaakt en ik kreeg er ongelooflijk van langs, werd uitgemaakt voor NSB’er. Er zijn blijkbaar mensen die het minder erg vinden dat spelers racistisch worden bejegend dan dat ik in actie kom. Nou, ik ben er nog steeds trots op dat ik toen heb opgetreden.” Khalid: “Het lijkt of veel mensen hun ogen sluiten voor wat er gaande is, dat ze maar niet inzien dat er echt een probleem is en dat er iets moet gebeuren. We kunnen niet met z’n allen stilletjes blijven toekijken.” Edgar: “Het is ook al te laat als je het hebt over van het veld lopen of de wedstrijd staken. Daarvóór moet al actie worden ondernomen. We moeten fans instrueren en protocollen maken. Misschien moeten de spelers niet van het veld lopen, maar moet het hele vak op de tribune ontruimd worden. De mensen die het verpesten moeten juist het stadion uit. De tijd dat we doorgaan en doen alsof er niks aan de hand is, is voorbij.” Barbara: “Toen ik hoorde wat er met Ahmad was gebeurd, vond ik dat ik actie moest ondernemen. Ik was zo verschrikkelijk kwaad. Mijn zoon vroeg: ‘Mam, waarom ben je zo boos?’ Ik vertelde dat een donkere jongen heel erg uit was gescholden, dat ze hem voor Zwarte Piet hadden uitgemaakt en nog veel erger. Seb vertelde dat hij dat heel gemeen vond en vroeg hoe jij reageerde, Ahmad. Ik vertelde dat je moest huilen en dat begreep m’n zoon wel. Ik heb het aangegrepen om het thuis meteen met mijn zoon en dochter te bespreken. Vinden jullie dat ik doordraafde?” Ahmad: “Zeker niet.” Barbara: “Hoe is het met je moeder, zij was heel verdrietig na die wedstrijd tegen Den Bosch, toch?” Ahmad: “Mijn moeder was heel erg geschrokken en van slag. Ze zag het op tv. Naar het stadion komt ze nooit, dat vindt ze helemaal niks.” Barbara: “Is ze trots op je, ook om wat je gedaan hebt?” Ahmad: “Dat is ze zeker.” Barbara: “Heb je er zelf lang last van gehad?” Ahmad: “Ik werd er wel telkens mee geconfronteerd, continu aangesproken in de supermarkt en door iedereen gebeld. Het was het gesprek van de dag.” Barbara: “En hoe gaat het nu met je?” Ahmad: “Goed hoor, niet anders dan ervoor.” • Barbara: “Nederland staat te boek als tolerant, de multiculturele samenleving wordt wereldwijd geroemd. Toch is er bij ons nog wel een flinke weg te gaan wat betreft verdraagzaamheid. Ben jij vaak gediscrimineerd vanwege je Marokkaanse afkomst, Khalid?” Khalid: “O, zeker. Op straat en op het veld. Ik weet nog dat we verhuisden van Maassluis, waar alle etnische groepen door elkaar heen leefden, naar Vijfhuizen, een dorp van tweeduizend blanke Hollanders. Daar kwamen wij als Marokkaans gezin tussen wonen. Ik zat destijds in groep zeven. Ons werd vanaf dag één duidelijk gemaakt dat wij daar niet gewenst waren. We werden gepest. Of er kwamen mensen aan de deur om m’n vader te vertellen dat hij de auto niet op een bepaalde plek mocht parkeren. Zonder reden. We zaten op school met groep zeven en acht bij elkaar en die twee groepen werden afgeschermd door een plantenbak in het middel van het lokaal. Tijdens handenarbeid pakte een jongen uit groep acht een zwart vel papier. Hij hield het omhoog en riep keihard door de hele klas: ‘Kijk Khalid, dit ben jij.’ Ik werd emotioneel. Maar de discriminerende opmerkingen gaven me ook kracht en ze zorgden ervoor dat de band met de familie nog sterker werd. Op het veld was mijn liefde voor het spelletje te groot om me van de wijs te laten brengen door opmerkingen.” Barbara: “Mohamed Ihattaren vertelde dat hij geregeld wordt aangehouden door de politie, omdat hij als jonge Marokkaan rondrijdt in een mooie auto. Had jij daar ook last van?” Khalid: “Niet om die reden. Ik werd weleens aangehouden door de politie, maar dat kwam vooral omdat ik een snelheidsduivel ben.” Barbara: “En Edgar, ben jij vaak racistisch bejegend?” Edgar: “In Nederland heb ik nooit iets naars meegemaakt. Ja, ik ben vroeger op school weleens Zwarte Piet genoemd. Met diegene heb ik meteen de confrontatie gezocht, daarna gebeurde het nooit meer. Maar ik voelde me wel altijd een gast in Nederland. Ik ben in Suriname geboren en kwam later naar Nederland. Er werd me geleerd om me op een bepaalde manier te gedragen.” Barbara: “Heb jij echt het gevoel dat je je als gast moest gedragen omdat je hier niet geboren bent?” Edgar: “Ja, je komt als gast in iemands huis, dat gevoel hadden we heel sterk en dat was ook normaal toen. Nu klinkt dat misschien een beetje raar.” Barbara: “En heb je in het veld nare dingen meegemaakt?” Edgar: “Ik weet nog dat we met Ajax in Hongarije speelde tegen Ferencváros. Het hele stadion was apengeluiden aan het maken. Onze toenmalige looptrainer Laszlo Jambor was Hongaars. Hij schaamde zich rot, was aangeslagen hoe wij daar behandeld werden. Maar die apengeluiden waren niet op een bepaald persoon gericht.” Barbara: “Ongelooflijk, die apengeluiden zijn vreselijk. Racisme in het vrouwenvoetbal is minder aan de orde, toch, Daphne?” Daphne: “Dat klopt, maar ik maakte me wel altijd heel kwaad als ik de reclames van de FIFA over racisme voorbij zag komen tijdens Champions League-wedstrijden. Er kwamen alleen maar mannen voorbij in die filmpjes. Nu zijn die reclames aangepast.” Barbara: “Wat betreft vrouwen en voetbal is discriminatie wel lang een issue geweest, ja. Wij mochten voetballen van onze ouders, maar ik had vriendinnen die dat niet mochten. Ze zouden er lesbisch van worden. Voetbal was niet voor meisjes, een meisje ging op hockey.” Daphne: “Doordat mensen vanuit een bepaalde cultuur denken, gaan ze discrimineren. Men vond dat voetbal een typische mannensport was. Dat werd ons opgedrongen. In Amerika was dat heel anders.” Barbara: “Ik was woedend dat ik op mijn zesde nog niet mocht voetballen. Hoe kunnen volwassenen nou bepalen dat meisjes niet mogen voetballen, dacht ik.” Daphne: “We kregen van alles naar ons hoofd in die tijd. Manwijf, jongen, noem maar op.” Barbara: “Er werd zo denigrerend over voetbalsters gedaan. Die vrouwen zagen er niet uit, werd massaal geroepen. Dat is nu gelukkig minder.” Khalid: “Voelden jullie je dan net zo gediscrimineerd als iemand die om zijn huidskleur ergens niet bij mag horen?” Daphne: “Nou ja, gediscrimineerd... Ik kwam in opstand.” Khalid: “Jij hebt de weg vrijgemaakt voor veel jonge meisjes.” Barbara: “En je hebt ook nog kinderen gekregen tijdens je carrière. Maar goed, daardoor werd je niet meer geselecteerd voor het Nederlands elftal. Je hebt geen kans gekregen om terug te komen...” Daphne: “Een geval van zwangerschapsdiscriminatie.” Barbara: “Je moest zelfs je contract inleveren omdat je zwanger was.” Khalid: “Jij moest de klappen opvangen voor de volgende generatie.” Daphne: “Je kunt op verschillende manieren reageren. Kwaad worden, terugschoppen of terugschelden. Maar je kunt ook denken: ik gebruik deze situatie om een aantal stappen vooruit te doen. Dat heeft Ahmad gedaan. En dat probeerde ik ook te doen.” Edgar: “En na het succes van de afgelopen jaren zijn er denk ik ook veel vrouwen geïnspireerd geraakt om nog harder hun best te doen. Vroeger wisten vrouwen niet wat ze konden bereiken in het voetbal. De dromen die wij hadden, konden zij niet hebben. Nu kunnen vrouwen ook bij Ajax of Barcelona voetballen. Dat is meer dan terecht.” * Barbara: “Hoe kijken jullie naar het feit dat er in het mannen voetbal nooit iemand openlijk homoseksueel is?” Khalid: “Ik had in Duitsland een teamgenoot die er niet voor uitkwam, maar uit alles bleek dat hij op mannen viel.” Daphne: “Heb je het hem gevraagd?” Khalid: “Nee.” Barbara: “Had je het erg gevonden als hij ervoor was uitgekomen?” Khalid: “Mij maakt het niet uit, zolang hij mij maar met rust laat.” Barbara: “Maar waarom zou hij je niet met rust laten? Ik heb ook nog nooit achter Daphne aangezeten, hoor.” Daphne: “Mannen denken vaak: o jee, hij gaat aan me zitten als we onder de douche staan. Vrouwen denken niet zo. Wij staan onder de douche alles uitvoerig met elkaar te bespreken. Er is geen barrière.” Khalid: “Wacht even: dus vrouwen onder de douche bespreken alles? Ook privédingen?” Daphne: “Natuurlijk!” Khalid: “Maar de realiteit is dus dat in het voetbal het nog niet zo is dat homo’s zich vrij kunnen uiten.” Ahmad: “Ik denk dat er binnen een ploeg heel normaal op zou worden gereageerd. Binnen ons team in ieder geval wel. Maar ik denk dat die spelers bang zijn voor wat er in een stadion kan gebeuren. Dat ze worden uitgescholden vanwege hun geaardheid.” Edgar: “Daarom denk ik dat het nog lang gaat duren voordat er in het voetbal een homo uit de kast komt. De cultuur is er niet naar. De spelers zullen er geen moeite mee hebben, hoewel de stoerste gasten in de kleedkamer heus een vriendschappelijk grapje zullen uithalen. Maar je weet niet wat de tegenstanders doen of hoe het publiek in het stadion reageert.” Barbara: “Zou jij diegene dan openlijk steunen als een stadion zich tegen hem keert?” Edgar: “Ja, natuurlijk.” Ahmad: “Ik ook, want dan gebeurt hetzelfde als wat bij mij is gebeurd. Ik denk dat 99 procent van de mensen er geen problemen mee heeft of iemand op een man of vrouw valt.” Daphne: “Dat denk ik ook. Maar toch is de omgeving nog steeds niet veilig genoeg. Spelers durven er nog niet voor uit te komen als ze homo zijn.” Khalid: “Er is meer angst voor de reacties van de buitenwereld en de media dan voor de reacties van ploeggenoten, denk ik.” Ahmad: “Als je je constant anders moet voordoen dan je bent, is dat vreselijk.” Daphne: “Ik denk dat je als jonge jongen die op mannen valt ook eerder afhaakt in de voetbalwereld en voor een andere sport kiest. Helaas.” * Barbara: “We vieren dit jaar 75 jaar vrijheid. Hoe vinden jullie dat het gaat met de verdraagzaamheid in Nederland?” Khalid: “Er was vroeger meer tolerantie. Ik denk dat dat is veranderd na 11 september 2001. We gaan sindsdien krampachtiger met elkaar om. Misschien merk ik dat ook omdat ik moslim ben. Voor de aanslagen in Amerika kon voor mijn gevoel alles in Nederland.” Edgar: “Ik hou niet van het woord tolerantie. De vraag is: wil je getolereerd of gerespecteerd worden? Ik wil graag dat Nederlanders respect tonen aan iedereen die een bijdrage komt leveren aan de maatschappij.” Barbara: “En vind je dat dit een land is waar mensen gerespecteerd worden?” Edgar: “Niet altijd, nee. Dat zie je alleen al in de Zwarte Pieten-discussie en de groep die pro-Zwarte Piet is. Ik vind dat Nederlanders die er anders uitzien ook gerespecteerd moeten worden. Kinderen vinden het echt niet erg als er een gekleurde Piet rondloopt in plaats van een zwarte. Ze vinden het wel erg als ze geen cadeautjes en pepernoten krijgen.” Barbara: “Er was ook een tijd dat je als Jood met een keppeltje op door Amsterdam kon lopen. Nu niet meer. En het is ook zo dat mannen niet meer hand in hand durven te lopen in het centrum van Amsterdam. Te triest voor woorden.” Edgar: “Dat is verschrikkelijk. Maar als je als Jood niet naar de synagoge gaat en geen keppeltje draagt, zie je niet of diegene Joods is. Het lijkt me makkelijker om daar mee te leven dan als je een andere huidskleur hebt. Desalniettemin is elke vorm van discriminatie onacceptabel, dus ook deze.” Daphne: “Heeft het er ook mee te maken dat we veel harder en directer op elkaar reageren? Als je op straat ergens iets van zegt, moet je oppassen dat je niet meteen een mes tussen je ribben krijgt.” Ahmad: “Ik zie dat er meer verdeeldheid is. En tegenwoordig is het ook zo dat iedereen zijn mening meteen de wereld in kan slingeren via social media.” Barbara: “Maar wij kunnen via social media de samenleving ook positief beïnvloeden. Ali B doet dat bijvoorbeeld. Hij spreekt zich echt uit, heeft een voorbeeldfunctie. Die rol moeten wij ook op ons nemen. We moeten het onrecht blijven aanvechten. Khalid, jij bent een voorbeeld geweest voor Marokkaanse jongeren, Daphne is dat in het vrouwenvoetbal en Ahmad nu als donkere jongen. Soms heb je tegen wil en dank ook die functie. Maar daar moet je wel wat mee doen.” Daphne: “Absoluut.” Barbara: “Is Nederland in jullie ogen nog steeds het land waarin alles kan en mag?” Khalid: “Dat is het zeker, maar wel met meer weerstand.” Daphne: “Alles kan wel, maar niet alles mag. En dat hoeft ook niet.” Edgar: “Ik vind het heel mooi dat we in Nederland nu oplossingen zoeken en dat taboes worden doorbroken. We moeten mensen verbinden en juist de vruchten plukken van onze multiculturele samenleving.” Ahmad: “Over het algemeen moeten we heel blij zijn dat we hier wonen. We kunnen alles doen wat we willen. Alles is hier perfect geregeld. Als je niet werkt, kan je een uitkering aanvragen. Als je ziek bent, wordt er voor je gezorgd. We hebben weinig te klagen hier. Alhoewel we dat wel veel doen. We leven een beetje in een zeikmaatschappij.” Khalid: “Ik ben het eens met Ahmad. De dochter van een Marokkaanse vriend van mij is autistisch. Door hem kreeg ik weer even een realitycheck. Hij zei: ‘Ik ben superdankbaar dat we hier wonen. We worden met alles geholpen, door de dokters, de verzekering, door iedereen.’ Dat was in Marokko wel anders geweest. We mogen wel wat minder klagen.” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

‘Ik ben niet de enige’

Zijn elftalleider bij Vitesse nam hem zijn jeugdige onschuld én [...]
Zijn elftalleider bij Vitesse nam hem zijn jeugdige onschuld én zijn grote voetbaldroom af. Vier jaar terug verbrak Renald Majoor het stilzwijgen, nadat een groot seksueel misbruikschandaal aan het licht kwam in het Britse voetbal. Met zijn ontboezeming maakte hij de weg vrij voor andere beschadigde sporters om uit de anonimiteit te treden. Begin april wordt een onlineplatform gelanceerd: Sporters Helpen Sporters. “Iedere vrijdagavond poetste ik mijn voetbalschoenen en zette ze netjes neer op een oude krant. Mijn kamer in het jeugddorp was opgeruimd. Rituelen om mijn hoofd zo vrij mogelijk te maken, zodat ik me kon focussen op de voetbalwedstrijd.” Renald Majoor droomde van voetballen in het grote Vitesse. Hij maakte deel uit van de jeugdopleiding. Tal van ploeggenootjes haalden het eerste en zelfs het Nederlands elftal, Renald niet. Niet omdat hij niet goed genoeg was. Integendeel. Maar zijn talent werd in de knop gebroken. “Terwijl voetbal juist mijn redding leek, mijn toekomst.” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

‘Ik wil shinen’

Hij verruilde twee jaar geleden op zijn negentiende Ajax voor AS [...]
Hij verruilde twee jaar geleden op zijn negentiende Ajax voor AS Roma. In Italië had Justin Kluivert (20) voor de uitbraak van het coronavirus zijn draai gevonden. Een gesprek met de aanvaller over zijn moeder, zijn vader, zijn vertrek bij Ajax en het EK. We zouden Justin Kluivert spreken in de stad waar hij woont, Rome. Maar nog voordat Noord-Italië in de tweede week van maart officieel werd gesloten, raadde het verantwoordelijke ministerie ons vlak voor vertrek ten zeerste af naar Rome te vliegen. Justin begreep de situatie. Omdat er toen al niet meer werd gevoetbald, zei hij: “Ik kom mijn afspraak met je na, ik vlieg naar Nederland.” Dus spreken we af in Amsterdam. Kookschool Hoe gaat het met je? “Tot de uitbraak van het coronavirus ging het goed, zeker qua voetbal. En voor mij geldt: als het binnen de lijnen goed gaat, dan gaat het buiten het voetbal ook goed. ” Voetbal als graadmeter? “Zo zie ik het. Als je gelukkig bent in je voetbalcarrière, kun je volgens mij niet ongelukkig zijn in het dagelijkse leven. Dus ja: het gaat wel goed. En natuurlijk speelt mee dat ik de laatste tijd veel heb gespeeld en weer aan het scoren ben. Dat is toch het belangrijkste als je in het buitenland speelt. Dat is wat de mensen zien, dan kom je positief in het nieuws. Dus is het alleen maar goed dat ik weer geregeld scoor.” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Stille kracht Jens Toornstra

Jens Toornstra is al jaren een van de stille krachten van [...]
Jens Toornstra is al jaren een van de stille krachten van Feyenoord. De middenvelder werd in 2017 landskampioen, won twee keer de beker en strijdt ook dit seizoen vol mee om beide prijzen. We leggen hem een elftal namen voor. Van Dick Advocaat tot Ronald Koeman. Van Steven Berghuis tot dochter Faye. We spraken Jens toen corona nog niet het enige gesprek van de dag was. Dochter Faye “Mijn dochter is het mooiste geschenk dat ik heb gekregen in mijn leven. Ze is inmiddels vierenhalf, gaat naar school en weet precies hoe ze me moet bespelen. Toen we dit jaar tegen Willem II om half drie speelden, is ze voor het eerst dit seizoen mee geweest naar het stadion. Ik scoorde ook nog, maar dat heeft ze volgens mij niet echt gezien. Toen ze mijn naam na die goal hoorde omroepen, drong het wel tot haar door en stond ze echt even te springen. Mijn vriendin zei dat Faye het eigenlijk wel had gezien na tien minuten. In De Kuip is er opvang voor de kinderen tijdens een wedstrijd, dat is goed geregeld. Maar we spelen ook vaak zondag om half vijf of zaterdagavond, dan vind ik het te laat voor haar worden.” Dick Advocaat “Magic Dick. Een bijzondere man met een mooi karakter, hij is direct en heeft veel humor. Hij is heel erg van de afspraken in het veld en dat heeft ons succes gebracht. Dat zie je ook aan ons spel. We spelen niet altijd groots, maar omdat we heel weinig kansen weggeven, hoef je er vaak maar één te maken om te winnen. Dat heeft hij goed voor elkaar. We beginnen vaak compact en proberen weinig weg te geven waardoor de tegenstander niet in de wedstrijd kan komen. Een beetje zoals Atlético Madrid speelt, ja. Maar met onze voorhoede, met Steven Berghuis die in een uitstekende vorm is, creëren we altijd wel een kans en dat maakt het allemaal iets makkelijker. Met mijn huidige positie als meer controlerende middenvelder scoor ik nu minder dan afgelopen seizoenen, dat is jammer. Ik maakte er elk seizoen wel minimaal tien, scoorde ook in uitwedstrijden. Ondanks dat heb ik vaak het gevoel gehad dat ik me moest bewijzen, nog steeds voel ik dat weleens. Ik hoor ook wel vaker dat ik me iets meer moet waarmaken dan anderen. Misschien is dat ook wel goed voor me, houdt het me scherp. Als er een nieuwe middenvelder bij komt, lees je al gauw in de media dat dat ten koste gaat van mij. Maar voorlopig heb ik dit seizoen alles gespeeld, ondanks de aankopen.” Memphis Depay “Ik heb hem in 2017 bij Oranje meegemaakt en hij maakte meteen indruk op me, vooral door zijn fysiek. Ik heb ook tegen hem gespeeld. Memphis is echt een beest, als je ziet hoe hij nu aan zijn herstel werkt, heel knap hoe hij dat doet. Hij had natuurlijk een bepaald imago. Ik heb die documentaire gezien van zijn reis naar Ghana en wat hij daar doet voor gehandicapte kinderen. Ik vind dat heel bijzonder.” Tonny Vilhena “Tonny is een fijne gozer. Ik heb veel met hem gespeeld en hij gaf altijd honderd procent. Ik vind het echt jammer dat hij nu even niet meer bij het Nederlands elftal zit. Of het komt door zijn keus voor Rusland, voor Krasnodar, buiten beeld is geraakt en niet meer geselecteerd wordt? Dat durf ik niet te zeggen. Maar wellicht komt hij er in de toekomst weer bij.” Jaap Stam “Ik was fan van zijn visie. Hij wilde spelen met veel druk vooruit en de tegenstander afjagen, een type spel dat mij ook ligt. Als team hebben wij het door omstandigheden in die fase niet goed in kunnen vullen, waardoor de resultaten uitbleven. Ik vind Jaap Stam een goede trainer, zijn manier van trainen en hoe hij het op de spelersgroep overbracht, spraken me aan. Hij heeft ook de pech gehad dat veel spelers niet fit waren. Ik heb hem nadat hij ontslag had genomen een bericht gestuurd dat ik namens de hele spelersgroep durfde uit te spreken dat hij van ons niet had hoeven opstappen.” Kees Jansma “Kees zou ADO Den Haag hebben getipt om mij over te nemen. Ik speelde in de amateurs bij Alphense Boys, waar Kees financieel adviseur was en vaak kwam kijken. Ik denk zeker dat Kees zijn connecties heeft aangeboord. Maar gek genoeg heb ik het nooit van hem gehoord. Ik heb er ook nooit met hem over gesproken. Dus welke rol hij precies heeft gespeeld bij mijn overgang van Alphense Boys naar ADO, weet ik niet. Maar dat hij zijn aandeel heeft gehad, lijkt me duidelijk. Bij ADO heb ik een geweldige tijd gehad. Ik kwam er op mijn negentiende, heb er een half jaar in het tweede gespeeld en daarna alleen nog maar in het eerste. Een van mijn mooiste seizoenen uit mijn carrière was die bij ADO onder John van den Brom, naast natuurlijk dat kampioensjaar met Feyenoord. Bij Feyenoord voelden we ons in het kampioensjaar onoverwinnelijk, dat gevoel hadden we bij ADO tegen ploegen onder de top-zes ook.” Giovanni van Bronckhorst “De succestrainer van Feyenoord. We hebben vijf prijzen onder hem gewonnen. Bij hem ben ik ook een periode mijn plek kwijtgeraakt. Ik speelde in die fase niet opvallend, dus hij kon me er ook makkelijk uit halen. Van Bronckhorst had dat ook met anderen kunnen doen, maar hij koos voor mij. Noem dat mijn noodlot. Ongeveer twee maanden heb ik in het tweede gespeeld. Stond ik bij min zes graden bij SC Cambuur zonder publiek te spelen, dat was niet altijd makkelijk. Maar toen ik mezelf weer in de basis speelde, ben ik nooit meer op de bank terechtgekomen. Het absolute hoogtepunt was natuurlijk het kampioenschap. Na het kampioensjaar was Lazio Roma geïnteresseerd, maar toen lag ik net in scheiding en vond ik het niet gepast om ook nog eens naar het buitenland te gaan. Ik heb bewust de laatste jaren voor Feyenoord gekozen. Ik wilde in de buurt van mijn dochter blijven en daar sta ik nog steeds achter. Je weet nooit wat de toekomst brengt en of er ineens een een aanbod komt waar zowel de club als ik lastig ‘nee’ tegen kunnen zeggen, maar voorlopig zie ik mezelf bij Feyenoord blijven. En ja, als het zo loopt zou ik mijn loopbaan het liefst willen beëindigen bij Feyenoord of een van mijn vorige clubs, bij ADO of FC Utrecht.” Steven Berghuis “Steve speelde vorig seizoen al goed, maar dit seizoen is hij helemaal geweldig. Het is natuurlijk aan hem, maar ik denk dat hij een stap nog hogerop aan zou kunnen. Hij komt al uit de Premier League, hij speelde bij Watford, maar ik denk dat hij nu nóg verder is. Zijn statistieken zijn indrukwekkend, hij heeft zich dit seizoen ongelooflijk doorontwikkeld en ik ben ervan overtuigd dat hij een interessante speler is voor clubs in een grote competitie. Het zou mooi zijn als we met hem nog een prijs pakken. Als we zo doorgaan dan acht ik ons mogelijk zelfs niet kansloos voor het kampioenschap.” Fred Rutten “Ik kwam tegelijk met Fred Rutten naar Feyenoord, in 2014. Rutten heeft ook pech gehad, we speelden het eerste half jaar heel goed onder hem, maar de tweede helft van het seizoen stortte het helemaal in. Hij was heel duidelijk en eerlijk. Hij gaf soms cijfers en dan kon hij ook keihard een vier geven als hij vond dat je slecht had gespeeld. Ik kreeg meestal een zes of een zeven, nooit een uitschieter, maar ik zakte ook nooit door de ondergrens. Rutten kwam op een dag ineens naar me toe en zei dat hij me als rechtsbuiten wilde inzetten. Hij wilde dat de toenmalige rechtsback Luke Wilkshire en ik de rechterkant voor onze rekening namen, zowel aanvallend als verdedigend. Dat liep heel goed, ik vond het ontzettend leuk. Tegenstanders hadden het daar heel moeilijk mee. Maar het liefst speel ik nog altijd op tien, als aanvallende middenvelder.” Moeder Carla “Mijn moeder komt naar elke thuiswedstrijd, stond en staat altijd voor me klaar. Evenals mijn vader Ad. Ze is ook trots op me. Maar als mensen haar aanspreken en vragen hoe trots ze is, zegt ze altijd meteen: ‘Ik heb ook een dochter en op haar zijn we net zo trots.’ Dat vind ik mooi, want dat is natuurlijk ook zo. Als mijn dochter bij mij is, haal ik vaak de dochter van mijn zus op of ik ga naar mijn zus toe. Ik had een geweldige, onbezorgde jeugd zoals een jeugd behoort te zijn. Ik ben in een dorp opgegroeid, speelde de hele dag op straat en pas als we moesten eten, kwam mijn moeder me halen. Net als mijn vader die mij van jongs af aan naar elke training bracht en ook altijd voor mij klaarstond en nog steeds staat. In de zomer gingen we altijd met de camper naar Spanje, steeds naar dezelfde camping met alleen maar Nederlanders. Maar ik vond het geweldig. Op een gegeven moment hebben mijn ouders een caravan gekocht op diezelfde camping aan de Costa Brava. Familie van mij woont daar in de buurt en daar ben ik de eerste jaren nadat mijn dochter geboren werd met haar heen gegaan. Ik heb alleen maar mooie herinneringen aan mijn jeugd. Mijn ouders zijn nog bij elkaar en ik heb goed contact met mijn zus, dus ik realiseer me dat ik wat dat betreft in vergelijking met veel anderen heel bevoorrecht ben.” Ronald Koeman “Ik schud hem altijd keurig de hand. Toen ik bij Feyenoord kwam, was hij net weg als hoofdtrainer, hij vertrok naar Southampton. Als je ziet hoe Koeman het Nederlands elftal weer heeft gebracht waar het hoort te zijn... ongelooflijk knap. We kunnen alleen maar heel veel respect voor hem hebben. Als nu de selectie van het Nederlands elftal bekend wordt gemaakt, kijk ik niet meer of ik erbij sta. Dat heb ik een tijdlang gedaan, maar inmiddels losgelaten. Ik zag wel dat mijn teamgenoot Leroy Fer er weer bij zat. Heel mooi voor hem! Bij Feyenoord draaien we heel goed op het middenveld, dus ik geef de hoop zeker nog niet op, maar meer ook niet. Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.  

Voetbal

Donny van de Beek: ‘Mannen kunnen ook huilen hoor’

Het lijkt een kwestie van tijd voordat Donny van de Beek [...]
Het lijkt een kwestie van tijd voordat Donny van de Beek (22) naar een Europese topclub vertrekt. We legden de Ajacied en speler van het Nederlands elftal elf stellingen voor over onder meer het boerenprotest, broertje Rody, Raymond van Barneveld en schoonvader Dennis Bergkamp. Na een slechte wedstrijd ga ik op de vlucht voor Sjaak Swart. Lachend: “Soms wel. Sjaak is Ajacied in hart en nieren en na een wedstrijd kan hij weleens emotioneel zijn.” En op jou is hij misschien net wat kritischer? “Ik denk het wel. Maar vaak denkt hij er hetzelfde over als ik. Hij kan ook nog weleens wat dingetjes over de scheidsrechter zeggen. Ik heb een supergoede band met Sjaak, hij speelt een grote rol in mijn voetbalcarrière.” Hoe is dat zo ontstaan? “Sjaak keek naar alle jeugdwedstrijden en wist toen al wie iedereen was. Daar ontstond ons contact. Hij opperde een keer dat ik altijd bij hem kon blijven slapen als dat nodig was. Daar heb ik vaak gebruik van gemaakt. Het was fijn dat ik niet iedere middag of avond terug naar Nijkerkerveen hoefde als ik ’s ochtends weer vroeg op de club moest zijn. ’s Avonds praatten we over voetbal en in de ochtend kreeg ik verse jus d’orange van zijn vrouw Andrea. Ik zie Sjaak nog steeds vaak. Ik ga geregeld een hapje eten met hem of ik ga bij hem en zijn vrouw langs. Dat zal altijd zo blijven.” Sjaak Swart is 81. Onlangs overleed Barry Hulshoff, hij was een beetje de voetbalvader van Matthijs de Ligt. Meer generatiegenoten van Sjaak Swart overleden onlangs, onder wie Piet Keizer, Gerrie Mühren en Johan Cruijff. Ben je weleens bang voor de toekomst? “Sjaak is daar zeker bang voor en ik ook. Ik heb Matthijs gesproken na het overlijden van Barry. Het was zwaar voor hem. Hij had net zo’n band met hem als ik met Sjaak. Het is lastig en moeilijk als je zo’n goede band met iemand had en diegene valt weg. Iedereen wordt ouder, Sjaak ook. Het zit altijd in m’n achterhoofd. Maar vooralsnog is hij topfit en ik hoop dat hij nog heel lang meegaat en deel blijft uitmaken van mijn leven.” Het had weinig gescheeld of ik was met de trekker naar Den Haag gereden voor het boerenprotest tegen het stikstofbeleid “Dat niet, maar ik ken genoeg mensen uit Nijkerkerveen die het wel hebben gedaan.” Je moeder heeft eens gezegd: ‘Vroeger op de kleuterschool zei Donny altijd als ze hem vroegen wat hij wilde worden: kippenboer of profvoetballer. Maar dat laatste lukt vast niet.’ Had het weinig gescheeld of jij had nu kippen geplukt? “Mijn vader heeft een poeliersbedrijf. Het is niet dat hij zelf kippen houdt, hoor. Ik hielp vroeger vaak mee in het bedrijf. Als jochie ging ik na de training werken. Het vlees snijden moest ik aan anderen overlaten, daar was ik te jong voor, maar ik pakte bijvoorbeeld de kipfilet in en stapelde die in kratten. Of ik maakte schoon. Ik was geen luie jongen, vond het altijd leuk om te helpen. Ik ging ook vaak mee vlees naar restaurants brengen. Als ik geen voetballer was geworden, zou de kans groot geweest zijn dat ik in het bedrijf was terechtgekomen en het misschien wel zou hebben overgenomen. Maar mijn vader zag ook al snel dat ik talent had. Ik was altijd bezig met een bal. Ik riep ook: wacht maar, ik kom bij Ajax terecht. Dan werd ik altijd uitgelachen.” Je vader André kon ook aardig voetballen, hij speelde bij IJsselmeervogels. “Hij was een goede spits op amateurniveau, maar wel een heel ander type voetballer dan ik. Mijn vader was echt een luie spits, met een neusje voor de goal. Hij maakt er vaak grapjes over. Als ik in een wedstrijd een kans heb gemist, zegt ie na afloop: ‘Die kans had je mij niet hoeven geven, die had ik wel binnen geschoten.’ Maar hij is supertrots hoe ver ik ben gekomen, hoor. Iedere wedstrijd, ook bij uitwedstrijden, zit hij in het stadion, samen met mijn opa en oma. Alleen Rody slaat nog weleens een wedstrijd over, als hij zaterdagavond een zware avond heeft gehad.” Pak je nu nog steeds weleens een kipfiletje in? “Heel af en toe vraagt mijn vader nog of ik wil helpen. Of ik bijvoorbeeld rekeningen wil ophalen bij restaurants op de terugweg van Ajax naar Nijkerkerveen. Of ik moet even een kratje kip afgeven. Als hij me vraagt om te helpen, doe ik het altijd.” En hoe reageren ze bij zo’n restaurant dan als Donny van de Beek een kratje kip komt afgeven? “Dat vinden ze wel lachen. Maar dat gebeurt niet wekelijks, hoor.” Ik ben het voetbal weleens spuugzat “Voetbal is niet altijd even leuk, zeker na een slechte wedstrijd. Ik zou het bijvoorbeeld niet erg vinden om nooit meer in mijn carrière tegen Getafe te hoeven spelen, de club die ons dit jaar heeft uitgeschakeld in de Europa League. Een irritante tegenstander. Maar ja, uiteindelijk gingen zij wel door in Europa en wij niet.” Hoe kijk je naar dit seizoen in vergelijking met vorig jaar waarin alles lukte? “Dit seizoen waren we ook op de goede weg. Na de winterstop raakten veel bepalende spelers geblesseerd. In het veld zat het soms ook niet mee.” David Neres raakte al voor de winterstop geblesseerd, daarna volgden onder anderen Quincy Promes, Hakim Ziyech en Joël Veltman. Hoe verklaar jij al die blessures? “Ik heb veel over een mogelijke oorzaak nagedacht. Aan het begin van het seizoen had ik ook een hamstringblessure waar ik een tijdje last van heb gehad. We trainen ook niet anders dan vorig seizoen, iedereen doet hetzelfde. Vorig jaar was zwaar en we zijn daarna meteen weer verder gegaan met dit seizoen, wellicht heeft het daar mee te maken.” Waar denk jij aan voor de aftrap? “Dat wisselt. De Europese avonden blijven het mooist. Als ik het veld op loop in een uitverkocht stadion, denk ik aan vroeger. Ik zat iedere week in het stadion met mijn vader en opa. We waren grote Ajax-fans. Nu sta ik zelf op het veld en zie ik mijn familie op de tribune zitten. Dat went nooit.” Hoe groot zijn de offers die je moet brengen als profvoetballer? “Die zijn groot. Ik zou nooit anders willen, hoor, mijn droom is uitgekomen. Maar er zit een keerzijde aan. Als ik naar mijn broertje Rody kijk, ben ik weleens jaloers. Hij voetbalt met al zijn vrienden in een team, lekker ontspannen, en na de wedstrijd drinken ze gezellig een biertje met elkaar. Ik sta vaak bij hem langs de lijn.” Eigenlijk had ik liever Raymond van Barneveld willen zijn “Ik zou het heel mooi vinden om zo goed te kunnen darten als Raymond. Ik dart al lang, ook bij Ajax. Daar ben ik met Klaas- Jan Huntelaar mee begonnen. Inmiddels doen er zeven jongens mee, onder wie Joël Veltman, Dusan Tadic, Perr Schuurs en Kjell Scherpen. Onze assistent-trainer Richard Witschge doet ook mee. We darten regelmatig met elkaar.” Volg jij het darten ook? “De samenvattingen van de Premier League Darts kijk ik allemaal, vaak na een wedstrijd als ik niet kan slapen.” Ben je nog fan van een bepaalde darter in het bijzonder? “Ik volg de Nederlandse darters, niet één speciaal. Raymond ken ik goed, met hem heb ik geregeld contact. Nu is hij gestopt, maar ik wenste hem voor zijn belangrijke wedstrijden altijd succes en andersom ook. Ook Michael van Gerwen ken ik persoonlijk en ook met hem heb ik appcontact. Hij kwam ook eens langs bij het Nederlands elftal.” Hoe staat het met jouw dartkwaliteiten? “De laatste tijd dart ik wat minder, maar als ik iedere dag een half uur gooi, kan ik wel wat. Ik heb een tijd gehad dat ik echt goed gooide. Vaak 180. Ik won ook vaak. Maar bij Ajax is het nu zo druk bij het dartbord, dat je telkens moet wachten om te mogen gooien. Daarom speel ik nu wat minder.” Wie wint er nu dan vaak van jullie dartclubje? “Klaas-Jan begint me van mijn troon te stoten. Hij is ook altijd al twee uur van tevoren aanwezig op de club. Dan kom ik aan en beginnen we meteen met een wedstrijdje, terwijl ik nog niet eens warm heb kunnen gooien.” Dat klinkt alsof jullie naar De Toekomst komen om te darten en dat voetbal een leuke bijzaak is. Lachend: “Dat zeker niet. Maar het is een mooie afleiding als je moet wachten op een behandeling of een bespreking. Sowieso vind ik het leuk om spelletjes te spelen. Voorheen klaverjasten we veel.” Hey Brother van Avicii is mijn favoriete nummer “Avicii vind ik zeker leuk.” Ben jij een partyganger? “In de zomer vind ik het leuk om op vakantie naar plekken als Ibiza te gaan en een feestje mee te pakken. Ik hou er ook van om een nummer van André Hazes mee te zingen in een kroeg. Maar tijdens het seizoen doe ik dat niet.” Ik doel om nog een reden op de titel van dit nummer van Avicii. Je hebt het veel over Rody. Beschrijf jullie band eens. “Hij is een van de belangrijkste personen in mijn leven. Rody kent me door en door. Als er iets is, bel ik hem als eerste.” Rody is ernstig ziek geweest, had een ingekapselde tumor in zijn rug die operatief moest worden verwijderd. Ben je daardoor anders in het leven gaan staan? “Daardoor ben ik het leven meer gaan waarderen. Toen hij ziek was, was ik twaalf en ging ik net stage lopen bij Ajax. Het was een lastige periode voor me. Ik wilde presteren, maar tegelijkertijd was mijn broertje ziek en hem stond een risicovolle operatie te wachten.” In een video die Helden maakte met je broertje sprak hij over jullie band. Bij Rody rolden de tranen over zijn wangen. Wat deed dat met jou? “Daar werd ik zelf ook emotioneel van, maar iedereen die ik die video liet zien, werd dat. Mannen kunnen ook huilen, hoor. Rody vindt het mooi om mijn carrière van zo dichtbij mee te maken en ik deel heel graag mijn successen met hem. Voor zijn twintigste verjaardag heb ik hem een mooi horloge gegeven met mijn naam erin gegraveerd. Hij is er trots en heel zuinig op. Rody is er altijd voor me. Als ik een slechte wedstrijd heb gehad, zorgt hij ook altijd voor afleiding. Dan gaan we een potje darten of iets anders doen. Sinds zijn ziekte beseffen we meer wat we hebben.” Rody zei in die video ook: ‘Donny is altijd druk. Helemaal als hij een keer niet getraind heeft, dan is hij echt veel te druk.’ “Ja, dan zeggen ze nog weleens dat ik lastig ben, te veel energie heb. Dan ga ik iedereen een beetje treiteren en grappen uithalen.” En hij zei dat jij in al die jaren niks veranderd bent. “Dat klopt.” Alle roem, Ballon d’Or-gala’s, fotoshoots, mondiale interviewverzoeken en andere media-aandacht doen je niks? “Ik vind dat ik niet anders ben dan vroeger. Dat komt ook omdat ik uit zo’n nuchter dorp kom. Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg, vinden ze hier. Zo denk ik ook. Natuurlijk komt er soms veel op me af, maar ik heb niet het idee dat ik met beide benen op de grond moet worden gezet. Alhoewel mijn ouders dat meteen zouden doen, mocht het nodig zijn. Zo’n Gouden Bal-gala vind ik heel mooi om mee te maken, maar na al die aandacht en heisa eromheen ben ik ook altijd heel blij als ik weer thuis ben.” Om het land in sportieve zin vooruit te helpen, moeten mijn vriendin Estelle Bergkamp en ik wel voor nageslacht zorgen Lachend: “Ik krijg die opmerking de laatste tijd vaker. We zijn hartstikke gelukkig, maar zijn ook pas een half jaar samen.” Je kunt er niet omheen. Als jullie een zoon krijgen, moet het wel de nieuwe Messi worden. “Als het krijgen van een kind ons gegeven is, zal er inderdaad wel een hoop druk op hem of haar komen te liggen. Om de genen van beide kanten kunnen we niet heen. Daar maken we samen ook weleens grappen over.” Hoe hebben jullie elkaar leren kennen? “We hadden al een tijdje contact, buiten Ajax om. Het is langzaam gegroeid, zo nam ik haar af en toe mee uit eten. Onze band werd steeds sterker. Maar het heeft wel een tijdje geduurd voordat we echt een stel waren.” Heeft zij veel verstand van voetbal? Lachend: “Voor een vrouw zeker. Door haar vader heeft ze natuurlijk veel meegekregen. Ze vindt het ook leuk om naar mijn wedstrijden te kijken. Als ze op de tribune zit, let ze op het spel en niet alleen op mij.” En analyseert ze daarna de wedstrijd ook nog even met je? “Gelukkig niet. Maar als haar iets is opgevallen, zegt ze het wel. Estelle vindt het vooral grappig om te zien dat ik buiten het veld zo rustig ben, maar in het veld nog weleens verhit kan reageren. Op dat soort dingen let ze.” Verhuist Estelle met je mee naar het buitenland? “Mocht ik een transfer maken, dan gaat ze met me mee. We wonen officieel niet samen, maar ik ben eigenlijk altijd bij haar in Amsterdam.” Als ik mijn teen stoot, dan is heel Nijkerkerveen in rep en roer Kun jij nog normaal boodschappen doen in het dorp? “Juist in Nijkerkerveen kan dat, omdat iedereen me al heel lang kent. Ze weten wie ik ben en letten niet op me, ik kan volledig mezelf zijn. Ik word natuurlijk weleens aangesproken na een wedstrijd, maar op een leuke manier. ‘Hé Donny, jammer van gisteren.’ of: ‘Lekker gespeeld.’” Hoe vaak ben jij er nog? “Ik ga nog steeds vaak op en neer. Meestal slaap ik in Amsterdam, maar als we een keer laat trainen, ga ik de dag ervoor lekker naar huis.” Je kunt Donny wel uit Nijkerkerveen trekken, maar Nijkerkerveen trek je nooit uit Donny? “Absoluut. Het is nog steeds mijn thuis. Ik ken er iedereen, mijn vrienden wonen er en ik kom ook geregeld bij de voetbalclub Veensche Boys. Als het kan, ga ik er zaterdagochtend altijd even kijken. Bij de wedstrijd van Rody natuurlijk, hij speelt er in het tweede, maar ook bij het eerste waarin andere vrienden van me spelen, onder wie Mohammed Nouri, de broer van Abdelhak. Toen zijn broertje blijvende hersenschade had opgelopen, is Mo gestopt met voetballen. Omdat hij Appie moest verzorgen en er ook weinig zin meer in had. Hij voelde zich schuldig als hij op het veld stond. Ik heb hem gezegd dat hij juist moest voetballen voor wat afleiding en plezier. Toen is hij een paar keer mee gaan trainen bij Veensche Boys. Ze zagen meteen dat hij een heel goede voetballer is, hij komt uit de top van het amateurvoetbal. Het warme van het dorp en de club trok hem heel erg. Rody en ik hebben nog steeds iedere dag contact met Mo.” Ik zit al op Spaanse les De speculaties dat jij na de zomer naar Real Madrid vertrekt, gaan al een tijdje rond. “Ik heb mijn jawoord nog niet gegeven, alles staat nog open. Weet wat ik hier heb, ben geliefd en ik hou van Ajax. Ik ga niet naar de eerste de beste club, anders had ik dat wel eerder gedaan. Mijn gevoel moet goed zijn bij een club. Hoe graag willen ze me hebben? Maar ik moet ook passen bij het systeem dat gespeeld wordt en ik wil natuurlijk ook zicht hebben op speelminuten. Ergens in de zon spelen, is altijd lekker. Maar nee, ik ben zeker nog niet begonnen met Spaanse les.” Heb je het met ploegmaten of ex-teamgenoten over andere clubs en transfers? “Ja, daar hebben we het wel over. Bij het Nederlands elftal spreek ik natuurlijk ook met de jongens die in het buitenland spelen. Ze vertellen hoe het er bij hen op de club aan toegaat. Dat is altijd interessant om te horen.” Na mijn dertigste speel ik weer met Frenkie de Jong, Matthijs de Ligt en Hakim Ziyech bij Ajax “Dat zou leuk zijn. Ajax is mijn club en dat zal altijd zo blijven, ongeacht waar ik naartoe ga. Ajax heeft me groot gemaakt. Maar je weet natuurlijk nooit hoe het loopt. Maar er zijn ook voorbeelden van spelers die riepen dat ze terug zouden keren, maar dat niet deden. En de club moet het ook maar willen. Zit je nog wel op je niveau tegen die tijd? Maar het zou leuk zijn om ooit weer terug te keren.” Het lijkt alsof Ajax spelers makkelijker laat gaan in de hoop dat ze ook weer terugkeren. “Van transferafspraken krijg ik weinig mee. Het is logisch dat Ajax een mooi bedrag wil ontvangen voor spelers die er een tijd hebben gespeeld. Maar het is natuurlijk fijn om met een goed gevoel uit elkaar te gaan. Gelukkig zijn er nu veel positieve voorbeelden.” Heb je nog veel contact met jongens als Frenkie en Matthijs? “Ik spreek ze af en toe. Tijdens het voetbalseizoen zijn we allemaal druk, maar we wisselen geregeld een berichtje uit. En we zien elkaar bij het Nederlands elftal, dan praten we weer bij. Het zijn gewoon goeie jongens, de klik is er. Het helpt ook mee dat we zo’n succesvol jaar met elkaar hebben gehad, daar hebben we goede herinneringen aan. Die band zal altijd wel zo blijven.” Die jongens liggen in het buitenland nog meer onder een vergrootglas door de media. Hoe kijk jij daarnaar? “Het zijn allebei sterke gasten, ik denk dat ze er beiden goed mee omgaan. Uiteindelijk went alles en liggen ze vast niet meer wakker van berichten in de media.” Dennis Bergkamp is de beste voetballer, schoonvader én trainer die ik ooit heb gehad Hoe noem je hem: trainer, meneer Bergkamp of gewoon Dennis? “Eerder zei ik inderdaad trainer, maar nu zeg ik Dennis.” Hij zei niet toen je daar voor het eerst thuis over de vloer kwam: ‘Donny, ik wil met meneer Bergkamp en u aangesproken worden?’ Lachend: “Dat was wel een grap geweest die hij had kunnen maken, hoor. Ik ken Dennis al heel lang en heb altijd een goede band met hem gehad. Het was misschien even apart, omdat ik hem een tijdje niet gezien had sinds zijn vertrek bij Ajax.” Hij heeft als jeugdtrainer al gezegd: ‘Donny moet je in de gaten houden.’ “Ik zat toen in mijn tweede jaar bij Ajax, ging niet naar de D1, maar de D2. Daar werd hij mijn trainer. Onder hem heb ik een goede ontwikkeling doorgemaakt. Hij is absoluut een belangrijke trainer voor me geweest. En later was hij ook belangrijk voor me als assistent-trainer bij het eerste.” Hij heeft nooit tegen je gezegd: ‘Donny, ik heb wel een leuke dochter?’ Lachend: “Juist niet. Misschien dat hij eerder dacht: blijf jij maar even weg. Het is toevallig dat we elkaar ook in die hoedanigheid tegenkwamen. Hij vindt het leuk voor Estelle en mij. Ik kom graag bij haar familie over de vloer.” En hoe keek je naar Dennis Bergkamp als voetballer? “Ik was natuurlijk nog heel jong toen hij zo goed was, maar dat hij een geweldige speler was, weten we allemaal.” Met mij erbij heeft Nederland het sterkste middenveld van Europa “De concurrentie op het middenveld is groot bij Oranje. Ik probeer zo hard mogelijk te werken en mijn plek af te dwingen. Dat is het enige wat ik kan doen.” Kan je er humeurig van worden als Marten de Roon in de basis staat en jij niet? “Natuurlijk niet. Hij en de andere jongens doen het heel goed. De bondscoach maakt die keuze, daar moet ik mee dealen. Als ik voor mezelf maar weet dat ik er alles uit haal. Het liefst speel ik natuurlijk altijd, maar elke middenvelder heeft weer andere kwaliteiten. Ronald Koeman moet bepalen wat hij nodig heeft in een wedstrijd. Daar heb ik ook gesprekken over met hem, hoe hij dingen ziet en welke keuzes hij maakt. Ik weet inmiddels wel hoe hij denkt. Koeman is een geweldige coach, heeft ons weer naar een EK gebracht. We zijn ook echt een team. Het is mooi om erbij te horen Hopelijk kunnen we iets moois neerzetten.” Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

De dag dat alles misging…

‘ Het Heizeldrama is een dure les geweest’ De Europa Cup [...]
‘ Het Heizeldrama is een dure les geweest’ De Europa Cup 1-finale tussen Juventus en Liverpool op 29 mei 1985 eindigde in 1-0 voor de Italianen. Maar meer nog ging die finale de historie in als het Heizeldrama. In het stadion in Brussel kwamen 39 mensen om het leven en raakten honderden fans gewond. Een jaar eerder was in Rome rond de finale tussen AS Roma en Liverpool de Engelse aanhang geprovoceerd. In Brussel kwam het antwoord van de Liverpoolfans, die zich vooraf in de kroegen rond het stadion vol hadden laten lopen. Ook degenen zonder toegangskaart hadden een plekje in een overvol vak gevonden. In het daarnaast gelegen neutrale vak waren veel Italianen beland, wat ook al niet de bedoeling was. Een bestorming door de Engelsen volgde, waarna een muurtje bezweek doordat vluchtende Juve-fans in blinde paniek tegen die stenen afscheiding werden geperst. Mensen stikten, struikelden en werden vertrapt. Toen duidelijk was dat er doden waren gevallen, meldde Juventus-voorzitter Boniperti niet te willen spelen. Maar de Belgische organisatie en de UEFA vreesden bij afgelasting voor een nog veel grotere chaos buiten het stadion. Anderhalf uur na het geplande aanvangstijdstip liepen toch twee elftallen het veld op. NOS-commentator Theo Reitsma deed verslag. Nu, 35 jaar later, blikt hij terug. Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Voetbal in oorlogstijd: ‘Het was het enige verzetje dat we hadden’

Dit jaar viert Nederland 75 jaar vrijheid. Frits Barend en [...]
Dit jaar viert Nederland 75 jaar vrijheid. Frits Barend en Henk van Dorp deden voor Vrij Nederland uitgebreid onderzoek naar voetbal in de Tweede Wereldoorlog. Wat was de rol van de voetbalbond tussen 1940 en 1945? Hoe zat het met de geroemde sportbestuurder Karel Lotsy? En welke bekende Nederlandse voetballer bracht tijd door met een nazikopstuk in de schuilkelder? Nederland deed in 1978 mee aan het WK voetbal in Argentinië. Het voetbalfeest moest het bloed van moordpartijen op tegenstanders van dictator Jorge Videla verdoezelen. Het kon niet verhinderen dat een uur voor de openingswedstrijd vijfentwintig vrouwen het Plaza de Mayo in Buenos Aires betraden. Tien kilometer van het stadion vroegen de Dwaze Moeders aandacht voor hun verdwenen kinderen en kleinkinderen. Het plein was nagenoeg verlaten op donderdagmiddag 1 juni 1978 toen de moeders het plein op liepen. Omdat de inwoners van de stad een vrije middag hadden gekregen en massaal voor de televisie of in bioscopen zaten om ‘verplicht’ naar de openingsceremonie van het WK te kijken. De verhalen van de vrouwen waren hartverscheurend, hun demonstratie was een impliciet protest tegen het WK. Nederland haalde uiteindelijk de finale en met de juntaleiding op de tribune werd Oranje voor de tweede achtereenvolgende keer verslagen in een WK-finale. Met eigen ogen hebben mijn collega Henk van Dorp en ik ervaren hoe voetbal in Argentinie werd misbruikt door de politiek, hoe sport een instrument was van een wrede dictatuur. Eerder dat jaar had Argentinië al proefgedraaid met de organisatie van het wereldkampioenschap hockey, waar Nederland ‘slechts’ zilver won en waarvan international Hans Jorritsma via een dagboek in Vrij Nederland verslag had gedaan. Jorritsma weigerde de zilveren medaille in ontvangst te nemen uit handen van Videla. Bij terugkeer op Schiphol werd hij nog net niet bespuugd door ouders van een aantal spelers. Na de beide WK’s vroegen Henk en ik ons af hoe de sport in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog had gefunctioneerd. Daarover was nagenoeg niets bekend, bleek tijdens ons bijna een jaar durende onderzoek voor twee bijlages in Vrij Nederland over wielrennen en voetballen in de oorlog. Al snel stuitten we op een citaat van de bekende radioverslaggever Ad van Emmenes in de Sportkroniek, het officiele orgaan van de voetbalbond, uit augustus 1940, drie maanden na de inval van de Duitsers: ‘In de wereldgeschiedenis is een bladzijde bijgeschreven en we hebben het meegemaakt en overleefd. Nu gaan we verder, ook met de voetbalsport. We proberen weer gewoon te doen, we gaan weer....voetballen.’ Tussen 1940 en 1945 is in Nederland ‘gewoon’ gevoetbald. Elke zondagmiddag zaten de tribunes vol, alleen werd de KNVB op 31 juni 1940 omgedoopt tot NVB omdat het predicaat Koninklijk door de nazi’s werd verboden. We ontdekten dat ruim een jaar na de capitulatie van Nederland, op 15 mei 1940, het bestuur van de voetbalbond besloot uit eigen beweging ‘geen Joodsche scheidsrechters en grensrechters aan te stellen bij wedstrijden in plaatsen waar dit verboden is’. Na 31 augustus 1941 verschenen op voetbalvelden de eerste bordjes ‘Verboden voor Joden’. Zwijgen Laten we beginnen met het heden. Zo was het voetbal november vorig jaar even een treurige afspiegeling van de maatschappij, van gevoelens die blijkbaar leven in ons mooie Nederland. Ahmad Mendes Moreira van Excelsior werd tijdens de wedstrijd FC Den Bosch-Excelsior zo erg en massaal uitgescholden voor kankerzwarte en kankerneger dat hij het veld af liep. De ‘zaak’ Mendes Moreira was de ultieme wake-up call voor overheid en KNVB. Ik dacht afgelopen tijd geregeld terug aan de drie wedstrijden tussen Ajax en FC Den Haag in het seizoen 1986-1987. Te beginnen met de competitiewedstrijd op woensdag 27 augustus 1986 in het Olympisch Stadion. Tientallen Den Haag-supporters waren die avond van Station Zuid via de Stadionkade naar het Stadionplein gelopen, terwijl ze riepen: ‘Wij gaan op Jodenjacht.’ Nadat ook de wedstrijd in Den Haag, later dat seizoen, was ontsierd door de meest walgelijke rellen, stond de bekerfinale tussen beide clubs onder grote druk. Die finale werd uiteindelijk op vrijdag 5 juni 1987 gespeeld in het Zuiderpark in Den Haag, omdat met alle rellen nog vers in het geheugen geen enkele stad de finale wilde ‘hebben’. Henk en ik waren erbij en kunnen verzekeren dat ‘Joden’ en ‘zwarten’ die avond gebroederlijk de tot hen gerichte scheldwoorden ondergingen. Ajax won de finale met 4-2, door twee goals in de verlenging van Marco van Basten. Na de wedstrijd overhandigde André van der Louw, voorzitter betaald voetbal van de KNVB, de beker aan Ajax en prees tot verbijstering van onder andere Ajax-coach Johan Cruijff het publiek. Er waren geen doden gevallen, wellicht de norm die avond voor een geslaagde bekerfinale. Het was de voormalige voorzitter van de PvdA volledig ontgaan dat de Joden die avond massaal aan het gas konden en doelman Stanley Menzo niet alleen de bekende racistische scheldwoorden naar zijn hoofd kreeg geslingerd maar tot zijn grote woede ook geregeld bekogeld werd met bananen. Toen Henk en ik daarover een dag later in ons radioprogramma met geluidsopnames uit het stadion berichtten, richtte de woede van de autoriteiten zich op de boodschappers. We moesten eens ophouden er aandacht aan te besteden, dan zou het verbale racisme vanzelf verdwijnen. Helaas bewezen de tranen van Mendes Moreira meer dan dertig jaar later het ongelijk van zwijgen en wegkijken. Gaskamer Terug naar ons onderzoek uit 1979. Vijf dagen na de inval op 10 mei 1940 en de vlucht van de koninklijke familie en de regering naar Londen, was Nederland bezet door nazi-Duitsland. De voetbalcompetitie werd daardoor tijdelijk stil gelegd, zodat Feyenoord pas op 18 augustus 1940 kampioen van Nederland werd. Ad van Emmenes besloot ondanks andere besognes ‘den zomer van 1940 aan te duiden als den voetbalzomer’. Tweeëneenhalve maand na de capitulatie werd het nieuwe bestuur van de NVB geinstalleerd. Helaas was er in 1940 al geen plaats meer voor bestuurder Martijn Sajet. Het terugtreden van Sajet voorkwam irritatie bij de Duitsers. Sajet was Joods. Bob Janse, de latere trainer van Excelsior, was bij het uitbreken van de oorlog twintig jaar. “Tot 1943 heb ik gewoon door gevoetbald,” vertelde hij ons in 1979, “je haatte de Duitsers in het begin ook niet zo, alleen aan NSB’ers in die zwarte pakken had je een hekel. We leefden in die tijd op het voetbalveld. Wel weet ik nog dat kijken naar voetbalwedstrijden steeds gevaarlijker werd. In 1943 werd op het Sparta-veld de beslissingswedstrijd Neptunus-HVV gespeeld. Ik kan me de paniek nog herinneren toen er tijdens de wedstrijd een razzia plaatsvond. Er zijn toen heel wat mannen opgepakt. Men overdrijft veel over die tijd. In 1941, 1942 en 1943 hebben we best veel plezier gehad, vooral door het voetballen. Als weleens werd geopperd dat we moesten stoppen met voetballen als teken van verzet, kwamen er meteen protesten van spelers. Voetballen vormde het enige verzetje dat we hadden. Ik stond er toen niet bij stil, maar achteraf besefte ik dat het de Duitsers goed uitkwam dat we zo maf waren desnoods iedere dag te voetballen. Ik geloofde ook niet, zelfs niet toen ik het later hoorde, dat je met een handdoek en een stuk zeep de gaskamer werd ingestuurd. En dan te bedenken dat ik ze heb zien staan met hun koffertje, wachtend op transport.” Zonder het uit te spreken doelde Bob Janse op transporten van Joden naar doorgangskamp Westerbork en vervolgens de vernietigingskampen Auschwitz en Sobibor. Janse: “In wezen heb ik in de oorlog veel gezelligheid meegemaakt, af en toe een bombardementje, af en toe werd iemand weggehaald wegens zwarte handel. Maar verder?” Antisemiet In de door de nazi’s ‘gelijkgeschakelde pers’, wat betekende dat de media onder controle stonden van de bezetters, werden de kranten geacht positief over de Duitse benadering van sport te schrijven. Zo verscheen begin 1941 in een aantal Nederlandse dagbladen een interview over het belang van sport met E. Gärtner, Rijkssportleider en chef van de propagandadienst in Duitsland, dat keurig aan die opdracht voldeed. ‘Sport moet geen instrument zijn van de politiek. Men heeft ons op vele plaatsen in de wereld verweten dat dat de Duitse sport politiek zou zijn. Dat is onjuist. Natuurlijk, het is wel zo dat wij met de sport ons land dienen. Maar dat is iets heel anders.’ Als een sportevenement de politiek en Hitler had gediend, waren het de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn. De hoogste man op het departement waaronder sport viel in de oorlog, secretaris-generaal Jan van Dam, liet weinig twijfel over de wijze waarop de bezetters NVB-bestuurder Karel Lotsy gebruikten en deze zich politiek ook liet gebruiken. Van Dam: ‘Zelf beheers ik de sport niet. Dus volg ik met grote belangstelling de resultaten van het werk van de heer Lotsy. Ik hoop dat het niet lang meer zal duren of de heer Lotsy zal hebben bereikt wat hij zich voor ogen heeft gesteld.’ En dat doel was een volgzame sport georganiseerd naar Duits model. Tegelijk moesten clubs hun ‘verenigingsbladen’ geregeld opsturen naar het ministerie om te kijken of er geen opruiende teksten in stonden. In de zomer van 1941 werden die bladen verboden. Toen werd het Joodse scheidsrechters via een officieel besluit van de eigen voetbalbond ook verboden wedstrijden te leiden. Oud-topscheidsrechter Leo Horn in 1979: “Verdere maatregelen hoefden ze niet te nemen, want er waren nog nauwelijks Joodse scheidsrechters. Zelf was ik al eerder gestopt in verband met mijn joods zijn. Geloof me, met die maatregel had Lotsy geen enkele moeite. Hij was een uitgesproken antisemiet. Lotsy was een heel autoritaire man, die zeer Oranjegezind was, maar tegelijk zijn eigen ideeën bij de Duitsers terugvond.” Tijdens een bestuursvergadering van de voetbalbond eind 1941 stelde Karel Lotsy namens de bezetter voor een aantal wedstrijden te spelen ten bate van de onder de meeste Nederlanders gehate Winterhulp, die als doel had de Duitse oorlogsindustrie te steunen. Begin 1942 overleed plotseling de voorzitter van de voetbalbond, Dirk Johan van Prooye. Wim Klarenbeek, secretaris van Quick Nijmegen, vertelde ons in 1979 hoe hij na een bezoek in Berlijn bij de toenmalige leider van de Hitlerjugend, Baldur von Schirach, voor elkaar kreeg dat zijn boezemvriend Karel Lotsy in plaats van een mogelijke NSB’er de overleden voorzitter zou opvolgen. Op 28 maart 1942 werd Lotsy officieel voorgedragen, op 30 mei werd hij benoemd. Klarenbeek: “We hebben de problemen over het voorzitterschap in 1942 nooit wereldkundig gemaakt, omdat we niet wilden dat de mensen op de hoogte waren dat Lotsy mede met toestemming van de Duitsers was benoemd.” Klarenbeek werd op het eind van de oorlog beschuldigd van NSB-sympathieën. Door de Zuiveringscommissie voor de sport werd hij na de oorlog tot 1 april 1947 geschorst wegens te grote Deutschfreundlichkeit. Eind 1946 werd de schorsing met onmiddellijke ingang opgeheven. Over zijn vriend Lotsy zei hij in 1979: “Tot 1941 heeft hij op de rand gebalanceerd in zijn contacten met de Duitsers. Daarna kun je zeggen dat hij zich stug heeft gehouden, om het zo uit te drukken.” Voortgekomen uit de kleine arbeiderssportbond kreeg Hendrik de Munter tot zijn verbazing in 1940 een kwaliteitszetel in de nieuw opgerichte NVB. Hij herinnerde zich dat niet Lotsy maar Steven Coldewey, de oprichter van de Twentse voetbalbond, in 1942 door het bestuur van de NVB werd voorgedragen als opvolger van de overleden Van Prooye. De Munter in 1979: “Ineens wilde de departements-secretaris van de gevolmachtigde voor de sport, Miedema, dat wij Lotsy zouden benoemen. Volgens Miedema was Coldewey kansloos in contacten met de Duitsers.” De Munter wist zich niet te herinneren of Lotsy werd benoemd na de reis van zijn vriend Klarenbeek naar Berlijn. “Klarenbeek kende ik natuurlijk wel, die was, en dat ontkende hij ook nooit, Duitsgezind. Hij had tegen ons altijd ontkend dat hij lid was van de NSB, tot ik bij zijn benoeming tot locoburgemeester van Genderen in 1944 in de krant Volk en Vaderland las dat hij een laag stamnummer van de NSB had. Ik moet er wel bij zeggen dat hij de tweede voorzitter in die tijd, Hans Hopster, heeft aangeraden onder te duiken omdat hij had gehoord dat de Duitsers hem zochten.” NSB-club Op 20 april 1942 werd Adolf Hitler vijftig jaar, reden voor een feest voor de Nederlandse sportpers. Ze mochten op uitnodiging van Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart de wedstrijd Duitsland- Spanje in Berlijn bijwonen. In de Sportkroniek verscheen een lovend verslag van de reis. ‘Er heerste een volledige interlandsfeer zoals wij die thans moeten missen en men moet toch wel bewondering hebben dat dit alles doorgang kan vinden ondanks den geweldigen strijd welken Duitschland voert.’ Ook in het Algemeen Handelsblad en Het Volk lovende verhalen over de trip naar Berlijn. Tegelijk werd stilgestaan bij al die jonge Nederlandse mannen die, onder dwang, in Duitsland tewerk waren gesteld. ‘Met de dag verdwijnen meer jonge mensen uit het lage landje aan de zee. Ongetwijfeld kunnen zij beter in het buitenland productief werk verrichten dan in eigen huis met de armen over elkaar zitten.’ Een maand later vertrok de eerste trein met 1137 Joden, onder wie veel weeskinderen, uit Westerbork naar Auschwitz. In de zomer van 1942 waren in Nederland de voorzitters van alle sportbonden, alle hoofdredacteuren van Nederlandse dagbladen en alle leden van de Vakgroep Sport van de Nederlandse sportjournalisten te gast bij een bijeenkomst waar SA- Leiter Hans von Tschammer und Osten in aanwezigheid van Rijkscommissaris Seyss-Inquart, SS-Obergruppenführer Rauter en vele andere hooggeplaatste nazi’s zijn lof uitsprak over de ontwikkelingen in bezet Nederland. ‘Met trots en voldoening kan ik thans, na een moeilijke periode, getuigen dat de Duitsche sport wordt beoefend als in vredestijd. Ik waarschuw daarom allen die dat mooie streven tegenwerken.’ In Nederland raakte de voetbalcompetitie steeds meer ontwricht, waardoor ADO pas op 21 juni 1942 voor het eerst in haar bestaan landskampioen werd. Een van de spelers van ADO was Herman Choufoer, de latere KNVB-bestuurder en ex-voorzitter van ADO en FC Den Haag. Hoewel het een echte arbeidersclub was, stond ADO bekend als de NSB-club. Choufoer: “Dat kwam omdat in ons eerste elftal een speler openlijk zijn sympathie voor de NSB betuigde en soms gehuld in NSB-uniform naar uitwedstrijden reisde. Dat was Gerard Vreken, een vreselijk aardige jongen, een goede rechtsbuiten, die heel goed in de groep lag. Bovendien waren onze oud-voorzitter en secretaris ook aanhangers van de NSB. Van de vader van Vreken, die veel verdriet had van zijn zoon, kregen we altijd extra brood. Ik geef eerlijk toe: lijfsbehoud ging boven principes. Ik zie Vreken nu weer voor me met zijn zwarte laarzen.” ADO prolongeerde in 1943 de landstitel. Met de felle antinazi Wim Koek toen niet als keeper, maar als bestuurder. Hij herinnerde zich een incident na de eerste titel in 1942, toen er een foto verscheen waarop de spelers volgens de bezetters een anti-Duits gebaar hadden gemaakt, waarop de NSB-burgemeester van Den Haag, ADO wilde opheffen. Koek: “Onze voorzitter Leurs, ook een NSB’er, heeft die straf om kunnen zetten in een wedstrijd voor de Winterhulp tegen Feyenoord. Toen trainer Tap en ik zagen dat het veld was omgeven door NSB’ers en mensen die pro-Duits waren, besloten we niet te spelen. ‘Niet spelen?’ vroeg een hoge NSB’er, ‘dan onmiddellijk op transport naar Duitsland.’” Niet ten onrechte wees Koek op het gevaar dat je wellicht iets te gemakkelijk tegen de dilemma’s van toen aankeek. Het NSB-lidmaatschap van rechtsbuiten Vreken raakte ADO diep, aldus Koek. “We konden hem niet boycotten, want hij had geklaagd bij de leiding van de NSB. Voor de kampioenswedstrijd in Heerenveen vroeg ik hem als aanvoerder of hij in godsnaam zijn speldje van de NSB wilde afdoen. Dat deed hij niet. ‘Ik loop voorop als we de trein uitkomen, dan weten de mensen wat de toekomst brengt.’ We werden opgewacht door een muziekkorps. Dat zag Vreken en meteen stopte de muziek. Voor een wedstrijd in Almelo of Hengelo werden we opgewacht door een detachement van de Arbeidsdienst en de NSB. Die marcheerden voor ons uit. Vreselijk. Zo ontstond natuurlijk de indruk dat ADO een NSB-club was, alleen maar door het gedrag van drie of vier mensen.” Choufoer: “We hebben ons nooit gerealiseerd dat we door te voetballen propaganda bedreven. Nu zie ik de lijnen tussen sport en politiek veel duidelijker.” Voor de wedstrijd om het kampioenschap van Duitsland in Berlijn, waarvoor Nederlandse journalisten speciaal waren uitgenodigd, zei Von Tschammer und Osten tegen het Algemeen Nederlands Persbureau: ‘Evenals wij dat voor de overneming van de macht hebben gekend, was uw sportwereld totaal versnipperd door confessionele en marxistische stromingen. Toch zullen er meer veranderingen bij u moeten komen. De lichamelijke opvoeding en het nationale sportleven moeten meer gezien worden als een staatsaangelegenheid.’ Abe Lenstra De voetbalsport floreerde in 1942. Zelfs promotiewedstrijden in de tweede klasse trokken vijftien- tot twintigduizend mensen. De NVB telde 172.000 leden verdeeld over 926 clubs. Op 21 juli dat jaar werd door de NVB opnieuw honderd gulden overgemaakt aan de gehate Winterhulp Nederland, met het verzoek daaraan geen ruchtbaarheid te geven ‘omdat de bond zijn liefdadigheid niet aan de grote klok wilde hangen’. Vlak voor het begin van de nieuwe voetbalcompetitie in augustus 1942 zei de secretaris-generaal van het departement van Opvoeding, Wetenschap en Cultuurbescherming tegen de Nederlandse sportpers: ‘De sport verenigt vele mensen tot een gemeenschappelijk doel en is dus politiek. Nationale sportrepresentatie van Nederland in het nieuwe Europa is volksbelang en dus staatbelang.’ Die woorden sloten naadloos aan bij de ideeën van Karel Lotsy over internationals. Lotsy was ook fel tegen betaalde sport. Toen Abe Lenstra, de ster van Heerenveen, tegen vergoeding in de winter van 1942-1943 aan een schaatswedstrijd had meegedaan, waren Lotsy en de gevolmachtigde voor de sport, de SS’er Van Groningen à Stuhling, het gauw eens. Uit de notulen van de vergadering van het bondsbestuur op 20 februari 1943: ‘De voorzitter is van gevoelen dat indien zulks den NVB wordt gemeld, wij den betreffende speler op de beroepslijst moeten plaatsen.’ Als Lenstra zou blijven schaatsen en daarmee geld bleef verdienen, zou hij worden geschorst. Dat weerhield Lenstra in 1943 van deelname aan kortebaanwedstrijden, maar het weerhield voorzitter Lotsy zelf er niet van in de oorlog via zijn verzekeringskantoor naar het schijnt honderdduizenden guldens te verdienen aan clubs en bonden die bij hem hun verzekeringen afsloten. Hendrik de Munter, zijn medebestuurslid in de oorlog: “Die handelwijze heeft me altijd zeer tegengestaan, ik heb dat een ontoelaatbare vermenging van functies gevonden. Behalve alle bondsverzekeringen heeft hij natuurlijk ook veel clubhuizen bij zijn verzekeringskantoor ondergebracht. Toen ik in 1940 namens de kleine arbeiderssportbond in het bestuur van de NVB kwam, was de situatie dat Lotsy alle verzekeringen regelde, allang aanvaard binnen de bond.” Hitlergroet Omdat de oorlog met de Russen steeds meer offers eiste, ook van de Nederlandse Spoorwegen, deelde Van Groningen à Stuhling op de wekelijkse sportconferentie van 4 maart 1943 mee dat ‘gelet op de dreiging van het bolsjewistische gevaar ervan moest worden afgezien dat supporters per trein of per bus worden vervoerd. Räder mussen rollen für den Sieg’. Daarna nam Lotsy het woord. ‘Wat voorkomen zal moet worden, is dat de grote scharen van supporters met hun clubs de uitwedstrijden gaan bezoeken. Hierdoor worden immers de treinen overbelast.’ Treinen waren hard nodig om wekelijks duizenden Joden naar de vernietigingskampen te sturen, maar daarover werd gezwegen. In maart 1943 overleed de leider van de beruchte Sturmabteiling (SA), Hans von Tschammer und Osten, aan een verwaarloosde longontsteking. Hitler bemoeide zich daarna persoonlijk met de sport, tot vreugde van het voor de oorlog progressieve dagblad Het Volk: ‘Het getuigt van een ruime blik van den Führer dat hij in dezen oorlogstijd zo veel aandacht schenkt aan de lichamelijke opvoeding en de sport.’ Begin 1943 plaatsten alle bondsbladen de oproep van de Waffen-SS op zoek naar arbeiders in Duitsland. Ongeveer vierhonderd voetballers werden door die oproep speler bij Duitse clubs waarna de beste Nederlandse spelers op zondag 11 april 1943 in het Hans Hess Stadion in Leipzig voor circa 20.000 toeschouwers, onder wie 10.000 Nederlanders, een heuse interland speelden tegen een elftal van Vlamingen, waarna nog diverse interlands in Duitsland volgden. Het Volk schreef na weer een interland tegen Vlaanderen in de zomer van 1943, toen in Berlijn: ‘De Nederlandse vlag, de Vlaamse Leeuw en de Hakenkruisvlag gaven het stadion een internationaal en feestelijk aanzien. Er werd gezongen dat het een lust was, de sfeer was als bij een officiële interland.’ Twee spelers die een paar keer zo’n interland speelden, waren toenmalig speler en later bestuurslid van Ajax, Jaap Hordijk en ex-Ajacied, Gerrit Stroker. Stroker was meteen al na de capitulatie in 1940 vrijwillig naar Potsdam vertrokken, haalde daar zijn trainers- en massagediploma en heeft er tot 1945 gewoond en gewerkt als voetballer en trainer. Hij was er nooit meer weggegaan als de Russen Potsdam niet hadden bevrijd en ingenomen. Op de vraag over het brengen van de Hitlergroet voor elke wedstrijd zei Stroker in 1979: “Dat hoorde er nu eenmaal bij. Je moest toch in leven blijven.” Jaap Hordijk, voormalig clubgenoot van Stroker bij Ajax, speelde in 1943 zijn eerste wedstrijd voor Potsdam ’03. “Het gekke is dat ik in Duitsland veel minder heb gemerkt dat er oorlog was dan in Nederland.” Af en toe kregen tewerkgestelden als Hordijk verlof om terug te keren naar huis. Als hij niet had gevoetbald, was hij dan ook elke keer weer teruggegaan? Hordijk: “Ik was geen type voor onderduiken. Wat betekende onderduiken? Dan was je je vrijheid kwijt. Dat vond ik een vreselijk idee, niet meer kunnen doen en laten wat je wilt.” Het voorstel van de Rijksgevolmachtigde voor de Sport, Van Groningen à Stuhling, om in 1943 in Berlijn een officiële interland Duitsland-Nederland te spelen, ging de voetbalbond overigens te ver. Heinrich Himmler Een van de Nederlanders die in Duitse competitie als spits van Hertha BSC furore maakte, was Bram Appel. Hij werkte bij de rekenkamer in Den Haag, toen hij bij een inval van de Duitsers een brief kreeg waarin stond dat hij zich de volgende dag met zijn koffers moest melden op station Holland Spoor voor transport naar Berlijn. “Als ik niet zou komen, zouden mijn ouders worden gearresteerd. Ik moest werken in een fabriek waar wij de Jodenmensen moesten aflossen. De Jodenmensen moesten weg en wij moesten hun plaatsen innemen.” Bij een bombardement op 22 november 1943, waarbij de fabriek volledig werd vernietigd, overleefde Appel door voorschriften te negeren. Toen de Duitsers hem de volgende dag zagen, riepen ze verbaasd: ‘Lebst du noch?’ “Ik heb in totaal trouwens 257 bombardementen meegemaakt. Na elk bombardement zette ik een streepje op de muur, de laatste waren van de Russen. Voor de wedstrijd tegen Holstein-Kiel was er ’s ochtends een vreselijk bombardement geweest. Maar een paar uur later zat het stadion hartstikke vol, 25.000 mensen. Toen dacht ik: die Moffen zijn niet kapot te krijgen.” Appel had dankzij Hertha BSC een relatief goed leven, vertelde hij. Hij herinnerde zich nog een bombardement. Dat was toen de buren van zijn hospita, die in de tuin een schuilkelder had gemaakt, met hun kinderen kwamen schuilen in de kelder. Appel: “Ik kende de man in de schuilkelder niet. Hij vroeg hoe ik heette. Toen stelde hij zich voor. ‘Himmler, angenehm. Ah, Sie sind Holländer.’ We zagen dat er twee brandbommen op zijn woning terecht waren gekomen. Himmler en ik renden het huis binnen en konden de bommen snel naar buiten werken. Gelukkig stond alleen het tapijt een beetje in brand. Nou ja, gelukkig... Hij heeft me bedankt voor de hulp en gevraagd of ik nog iets bij hem wilde drinken. Himmler praatte veel, hij vond Holland zo’n mooi land. Hij zei dat Holland snel helemaal Duits zou zijn dat ze er dan weer een stel Germanen bij hadden. Toen ik ging slapen, zei hij: ‘Herr Appel, wenn Sie mir brauchen, dann sagen Sie meine Frau bescheid und das genügt.’” Buurman Heinrich Himmler was Reichsführer SS, chef van de Deutsche Polizei. Van deportaties van Joden heeft Appel niets gemerkt. “Ik was een keer in Spandau en daar zag ik een Jodentrein wegrijden. Dat zei me niets. Ik had geen idee van kampen. Pas in 1944 kreeg ik in de gaten wat zich in die kampen afspeelde. Ik heb er ook nooit iets over gelezen in die tijd hoewel je toch iedere dag de krant las.” De interlands herinnerde Appel zich nog heel goed. “We speelden niet in oranje-shirts. Volgens mij droegen we rode shirts en witte broekjes. Gejus van der Meulen, oud-keeper van het Nederlands elftal en arts bij de SS, heb ik bij iedere wedstrijd in de kleedkamer gezien. Die interlands in Duitsland waren bijna altijd uitverkocht. Ach jongens, die wedstrijd in Potsdam tegen Frankrijk die we wonnen, met vlaggen en stokken trokken ze na afloop door de stad, helemaal door het dolle waren de Nederlandse toeschouwers. Voor de jongens die daar werkten, vormden die wedstrijden een enorme afleiding, als je bedenkt dat ze verder alleen de hoeren hadden.” Tijdens de interland Nederland-Tsjechoslowakije in 1944 zat Karel Lotsy op de tribune. Appel: “Ik heb hem te midden van de officiële gasten zien zitten, ik heb hem na afloop niet gesproken.” Ook Bep Backhuys kwam in die tijd overigens uit in de Duitse competitie. Omdat profvoetbal in Nederland tot 1953 streng verboden was, speelde hij in 1939 als prof bij het Franse Metz. “Toen Metz na de Duitse inval Duits gebied werd, zijn we na een paar maanden onder protest in de Duitse competitie ingedeeld,” vertelde de midvoor in 1979. Een van de clubs, SS Straatsburg, droeg als shirtreclame de vervloekte SS-tekens. Backhuys: “Voor iedere wedstrijd moesten we de Hitlergroet brengen, maar ons hele elftal heeft dat geweigerd. Daarvoor hebben we vier dagen in een wachtlokaal opgesloten gezeten. Metz is daardoor de enige club in de Duitse competitie die gedurende de oorlog niet een keer de Hitlergroet heeft gebracht.” Club van verzet Tijdens het seizoen 1943-1944 draaide de deportatie van Joden op volle toeren. Elke dinsdag vervoerden treinen zo’n 1500 Joden vanuit Westerbork naar Auschwitz en Sobibor, waar de meesten kort na afkomst werden vermoord. Ook toen zaten de stadions in Nederland vol. NEC oefende voor 22.000 toeschouwers in De Goffert tegen een oostelijk selectie-elftal. Ondanks de verzekering van de organisatie dat de Duitsers geen razzia zouden houden, sloten zwaarbewapende Duitsers tien minuten voor de aftrap in een bliksemactie het stadion hermetisch af. Het publiek stroomde massaal het veld op, organiseerde een soort polonaise, zong en danste op de trappen en ontnam de Duitsers via deze ludieke actie een systematische controle. Bij grote uitzondering zagen de Duitsers af van de voorgenomen razzia en konden zowel spelers als manlijke toeschouwers ontkomen aan gedwongen arbeid in Duitsland, dankzij spontaan verzet van het publiek. Het seizoen 1943-1944 werd De Volewijckers kampioen. Waar ADO het imago van NSB-club had tijdens de oorlog, gold de ploeg uit Amsterdam-Noord als club van verzet, gepersonifieerd door de broers Gerben en Douwe Wagenaar. Gerben Wagenaar was tot 1941 linkshalf en aanvoerder van De Volewijckers, maar moest na zijn betrokkenheid bij de beroemde februari-staking in 1941 en door zijn actieve verzetswerk onderduiken. Na de oorlog was hij korte tijd kamerlid voor de CPN. Jaap van der Lek, voormalig bondscoach en trainer van Feyenoord, was in de oorlog trainer van De Volewijckers. “Op het veld heb ik Gerben leren kennen als een geweldenaar, hij was een keiharde, fantastische voetballer. Hij stopte met voetballen omdat het door zijn activiteiten in het verzet te gevaarlijk voor hem was geworden,” stelde Van der Lek. “Van 1941 tot 1946 heb ik bij De Volewijckers gewerkt en het gekke is dat ik nooit iets heb gemerkt van een vorm van verzet die er in de boezem van de club wel moet zijn geweest.” Douwe Wagenaar was eveneens een felle antinazi. Hij was de hele oorlog voorzitter van De Volewijckers, dus ook toen de club op 29 mei 1944 na een 4-1 overwinning op Heerenveen in een stijf uitverkocht Olympisch Stadion kampioen van Nederland werd. Hij legde in 1979 uit waarom De Volewijckers nauwelijks spelers kwijtraakte aan de Arbeitseinsatz. “Een lid van ons, Henk Smit, werkte op het arbeidsbureau. Als een speler van ons dreigde te worden opgeroepen, zette Smit hem achteraan in de kaartenbak.” Douwe Wagenaar herinnerde zich een razzia tijdens een wedstrijd tegen ADO, waarbij zo’n tweehonderd mannen werden opgepakt. “In de illegale pers werd je in die tijd gewaarschuwd voor het bezoeken van voetbalwedstrijden. Voor die uitwedstrijd is een groep supporters van ons meegereisd om een stel ADO-supporters van wie ze wisten dat ze NSB’ers waren, in elkaar te slaan. Dat heeft geleid tot hevige vechtpartijen op de tribune.” Als teken van protest speelde De Volewijckers af en toe niet in het witte shirt met groene baan, maar zeer gedurfd in de verboden oranje shirts, immers de kleur van het koninklijk huis. Douwe Wagenaar: “Ik liet de spelers tegen VUC in oranje spelen. Meteen na de wedstrijd werd ik afgevoerd naar het hoofdkwartier van de SD. De volgende dag werd ik naar Utrecht vervoerd, maar na drie dagen kwam ik weer vrij. Tijdens de kampioenswedstrijd in het Olympisch Stadion heb ik de ballenjongens in oranje shirts laten lopen. Was een prachtig gezicht, die twintig jongens in het oranje.” Douwe Wagenaar gaf een logische verklaring waarom de sport tussen 1940 en 1945 zo plichtsgetrouw aan de hand van de bezetter heeft meegelopen. “Sport vormde de enige afleiding, de enige mogelijkheid om je te uiten, om mensen te ontmoeten.” Jaap van der Lek: “In die tijd vluchtte je als het ware in de sport. Je vond de oorlog erg, maar je kwam er toch niet toe om als Gerben Wagenaar te zeggen: ‘Ik ga in de illegaliteit.’ Dat durfde je niet. Eigenlijk stak je je kop in het zand. Bovendien kregen de spelers door het voetballen vaak nog een extra hap eten. Als we in 1943 en 1944 in het Olympisch Stadion speelden, zaten er vijftigduizend mensen. En Lotsy was een soort kameleon, altijd bezig met zich af te vragen hoe hij er zelf het beste uit zou komen.” Over Lotsy zei Douwe Wagenaar: “Hij was volgens mij geen verrader, daarvoor was hij een te groot vaderlander. Ik heb hem wel de hele oorlog gewantrouwd, maar je had nu eenmaal bepaalde gunsten van de Duitsers nodig om te kunnen voetballen, zoals schoenen, ballen, olie voor de grasmaaiers. En voor dat soort zaken heeft hij goed gezorgd. Hij is na de oorlog door een zuiveringscommissie gezuiverd, maar die commissie stelde niet veel voor.” Na de oorlog werd in de nieuwbouwwijk Amsterdam-Buitenveldert een toegangsweg naar sportvelden vernoemd naar Karel Lotsy. Toen hij in 1959 stierf, was hij Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, Officier in Orde van Oranje-Nassau, drager van het Gouden Kruis van het Nederlandse Rode Kruis, drager van de zilveren Watersnoodmedaille, en bezat hij tien vergelijkbare hoge buitenlandse onderscheidingen. Maar diezelfde Lotsy was ook de man die met de bezetter onderhandelde over vriendschappelijke interlands, geheime schenkingen deed aan de gehate Winterhulp, tijdens een FIFA-congres in 1941 met de Duitse en Italiaanse bond voorbereidingen trof voor een WK in 1942, privéhandel dreef met de bezetter en in de oorlogsjaren een vermogen verdiende aan bij hem afgesloten verzekeringen van voetbalclubs en probleemloos akkoord ging met de beslissing van de nazi’s om geen Joodse scheidsrechters meer aan te stellen. Eind vorige eeuw werd de naam Karel Lotsylaan door de gemeente Amsterdam alsnog veranderd in Gustav Mahlerlaan. NSB-speldje Gerrit Vreken week na de oorlog uit naar Frankrijk waar hij ook zijn voetbalcarrière zou voortzetten. Ondanks zijn NSB-verleden was hij een van de in het buitenland voetballende Nederlandse profs die meedeed in de zogenaamde watersnoodwedstrijd op 12 maart 1953 in Parijs, waar Nederland Frankrijk met 2-1 versloeg. Henk van Dorp en ik zochten Vreken in 1979 op in zijn huis in Noord-Frankrijk. “Ho, ho, ik was eind 1942 alleen sympathiserend lid van de NSB geworden,” zei Vreken. “Waarom zijn hier zoveel werkelozen en in Duitsland niet, vroeg ik me destijds af. In 1942 moesten veertig man van het bedrijf waar ik werkte naar Duitsland. Daar had ik geen zin en daarom heb ik me vrijwillig aangemeld bij de Arbeidsdienst. Ik vond de Arbeidsdienst een aardige instelling, je was veel buiten en deed veel aan sport. En ik ben sympathiserend lid van de NSB geworden omdat ik in die tijd iets voor de beweging voelde en het laf vond er dan niet voor uit te komen.” Zijn teamgenoten bij ADO vroegen hem weleens zijn NSB-speldje af te doen rond uitwedstrijden, maar Vreken weigerde dat. “Herman Choufoer heeft me dat een keer gevraagd. Ik zei dat ik me ook niet aan hun speldjes stoorde en dat iedereen vrij was om het speldje te dragen dat hij wilde dragen. Kijk, ik bemoeide me ook niet met hun gedrag, dan hadden ze zich ook niet met mijn gedrag te bemoeien. En ja, het is natuurlijk logisch dat de NSB blij was met mijn aanwezigheid. Ik weet dat ze het niet leuk vonden bij ADO.” Spelers spraken hun afkeer uit over zijn speldje. Toch droeg hij het. “Weten jullie wat ik erg vond? Dat er bij ADO mensen rondliepen die actief waren in de ondergrondse en nooit iets tegen mij hebben gezegd. Toen hielden ze hun mond dicht over mijn lidmaatschap van de NSB.” Dat deden ze uit angst voor verraad, opperden Henk en ik. “Ze kenden me, wisten dat ik geen mensen zou verraden, dat heb ik nooit gedaan. Ons lid Wiarda kende mij vanaf mijn tiende jaar, die was geloof ik lid van de SDAP, ik wist dat hij bij de ondergrondse zat, als ik had gewild had ik hem zo kunnen aangeven.” We wilden van hem weten hoe hij aankeek tegen mensen die verplicht werden een Jodenster te dragen tijdens de oorlog. Vreken: “Je kunt niet verwachten als je lid bent van een partij dat alles loopt zoals je wilt. Ik vind het heel erg van die Joden, maar dat zult u ook wel vinden als er iets in uw partij niet functioneert zoals u wilt.” En na de bevrijding? Hoe voelde Vreken zich toen als ‘sympathiserend NSB-lid’? “Onmiddellijk na de bevrijding was ik wel bang. Ik ben ondergedoken bij mijn ouders. Ik durfde niet over straat. Eind 1945 heeft een vriend van mijn ouders mij op mijn verzoek aangegeven. Nadat ik zes maanden in Scheveningen zonder proces had vastgezeten, kreeg ik in de lente van 1946 ineens een briefje dat ik naar huis mocht. Via een vriend ben ik toen naar Monaco gegaan om daar te voetballen. Maar ik kreeg geen overschrijving omdat ik vijf jaar was geschorst. Toen vond ik het gek en nu eigenlijk nog dat je voor de politiek bent vrijgelaten en voor de sport niet. Dat heeft in wezen toch niets met elkaar te maken?” Kenmerkend voor zijn naïeve en eigenlijk gevaarlijke manier van denken, was het gebrek aan enige spijt: “Als ik nu weer voor dezelfde keus zou staan: onderduiken of vrijwillig bij de Arbeidsdienst gaan, zou ik weer voor de Arbeidsdienst kiezen.” First black captain Snel na de oorlog werd de NVB weer KNVB. De voetbalbond staat de laatste jaren symbool voor de multiculturele samenleving die Nederland is. Nederland is het eerste Europese land dat in de persoon van Ruud Gullit een donkere aanvoerder had, die ook nog eens de beker in ontvangst mocht nemen van de Europees kampioen in 1988. Voor een speler als Engels international John Barnes van Liverpool ging dat aanvoerderschap van Gullit veel verder dan het pure bandje om de arm. Hij zag in Gullit als ‘the first black captain of a national team’ een duidelijk politiek signaal, een impliciet standpunt naar de politiek, als statement dat sport en politiek elkaar positief kunnen beïnvloeden en niet los van elkaar kunnen worden gezien. Helden Magazine Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

John de Wolf: ‘Iedereen zit weleens in de shit’

John de Wolf is terug waar hij hoort: bij [...]
John de Wolf is terug waar hij hoort: bij Feyenoord. Als assistent van trainer Dick Advocaat om zijn oude club uit de brand te helpen. We leggen hem 11 foto’s voor. 3 november 2019 [caption id="attachment_18112" align="alignnone" width="2560"] Dick Advocaat en assistent John de Wolf in actie tijdens VVV Venlo- Feyenoord (0-3).[/caption] “Dick Advocaat is duidelijk, hij is intelligent en werkt graag samen. Hij is zo fanatiek, heeft ook zoveel humor. Ik hoop oprecht dat hij na dit seizoen nog een jaar blijft. Ik ken mijn taak, ik ben de assistent, praat veel met de spelers en doe de dag voor de wedstrijd met de video-analist de presentatie van de tegenstander. De deur bij Dick staat altijd open en hij brengt resultaten. Maar het belangrijkste vind ik de mens Dick. Mooi is dat Giovanni van Bronckhorst inmiddels al is langs geweest, Jan Boskamp en Robin van Persie ook. Die cultuur heeft Advocaat er ook ingebracht. Ik heb nu een fulltime job, ga om zeven uur de deur uit, ben om half negen op de club en tegen drie uur gaan we naar huis. Het enige wat ik erbij blijf doen, is mijn werk voor de John de Wolf Foundation die ik onlangs heb opgericht met als doel kinderen in kansarme wijken de gelegenheid te geven te sporten. Het is vergelijkbaar met wat de Johan Cruyff Foundation en Richard Krajicek Foundation doen met het aanleggen van courts, maar dan iets kleinschaliger en goedkoper. Ik ben er al een jaar mee bezig, goede doelen en grote bedrijven steunen me en binnenkort gaan we van start. Verder heb ik dus alleen nog maar tijd voor Feyenoord. Ik heb niet de ambitie om ooit hoofdtrainer van een profclub te worden, ik had een ideaal leven, maar als Feyenoord komt, zeg ik geen ‘nee’. Ik heb tot het eind van dit seizoen getekend, maar ik ga ervan uit dat ik nog heel lang bij Feyenoord blijf. Als een soort cultuurbewaker.” 8 augustus 1984 [caption id="attachment_18113" align="alignnone" width="2332"] Elftalfoto Sparta met rechts bovenaan John de Wolf. Onder hem Louis van Gaal.[/caption] “Een droom kwam uit. Ik ben op mijn tiende door Sparta gescout bij Schiedamse Boys en heb het hele traject via de jeugd doorlopen. Toen ik van de junioren naar de senioren ging, kreeg ik aanvankelijk geen contract. Ik mocht weg, maar bleef bij de amateurs van Sparta omdat ik een mountainbike kreeg. Ik had geen rijbewijs, woonde een half uur bij de club vandaan en wilde zo graag slagen bij Sparta dat ik ontzettend blij was met die fiets. Pas op mijn 21ste werd ik semiprof. Ik verdiende 2000 gulden bruto. Per maand. Ik woonde nog thuis. De drang om prof te worden was groter dan de drang naar geld. Ik begon het seizoen 1983-1984 nog op de bank, maakte mijn debuut als linksback en in de loop van het seizoen veroverde ik mijn plaats als centrale verdediger. Ik ben een laatbloeier, maar beter laat dan nooit. Op de foto herken ik ze allemaal nog, René Eijer woonde bij mij om de hoek, Edwin Olde Riekerink, Danny Blind, Theo Vonk, Bas van Noortwijk, Ronald Lengkeek, Robert Verbeek, broer van de onlangs overleden Pim, Louis van Gaal. Met Van Gaal voetballen was fantastisch, hij was een soort vaderfiguur voor me, ik kon altijd bij hem terecht, hij was voor mij de ideale aanvoerder. Ik herinner me nog de Europa Cup-wedstrijd tegen Spartak Moskou in november 1983 met André Hazes vooraf op de middenstip. We kregen een penalty en ik pakte de bal uit de handen van Louis... Ik scoorde de 1-1, tegen Rinat Dasajev, op dat moment de beste keeper van de wereld. Louis vond die brutaliteit wel wat hebben. 'Hoe heb ik het ooit kunnen doen, valsspelen met kaarten bij m'n beste maatjes. Not done. We waren destijds bloedgabbers' Ik zeg altijd dat ik een goed en slecht voorbeeld was voor de jeugd. Ik kon goed leren, maar heb op school niet het maximale uit mijn mogelijkheden gehaald omdat ik per se wilde slagen als voetballer. Mijn vader zei altijd: ‘Het enige positieve van school was dat je warm en droog zat.’ Aan de andere kant, als je vol passie een doel nastreeft kun je ook slagen. Maar je moet ook hersens hebben om te weten wat belangrijk is en wat je moet laten. Kijk, als ik een bal op me af krijg, hoef ik niet na te denken wat ik ermee ga doen dankzij de vele vlieguren. Daarom is het zo belangrijk dat met name talenten al op jonge leeftijd goede trainers hebben die hen uitdagen. In dat jaar bij de amateurs van Sparta heb ik leren overleven. Ik had ook beledigd kunnen vertrekken. En uiteindelijk werd ik aanvoerder van Feyenoord, prachtig, maar geloof me, het is me niet komen aanwaaien.” 6 december 1986 [caption id="attachment_18114" align="alignnone" width="2118"] Aaron Winter scoort namens Ajax tegen FC Groningen. Claus Boekweg en John de Wolf komen te laat.[/caption] “Deze wedstrijd tegen Ajax verloren we, zoals de meeste tegen Ajax. Ik had een geweldige tijd in Groningen. Onvergetelijk was de halve finale in de beker in 1989 tegen Ajax. We wonnen met 3-0. Ik kreeg in die bekerwedstrijd een aardige tik van Aaron Winter, het litteken zit er dertig jaar later nog. In de kleedkamer is de wond tijdens de wedstrijd gehecht, met vier hechtingen ging ik het veld weer in, want het vervolg van die wed- strijd wilde ik me niet laten ontnemen. Het was vechtvoetbal op een kletsnat veld. Wij hadden René Eijkelkamp en Henny Meijer voorin, die waren zo goed. Zij maakten die wedstrijd het verschil. Trainen tegen die gasten maakte me zo sterk, door die twee ben ik echt beter geworden. De bekerfinale heb ik helaas niet gespeeld, omdat ik vlak voor de finale zwaar geblesseerd raakte. Die finale ging verloren tegen PSV.” Helden Magazine 50 Het eerste gedeelte van het verhaal van John de Wolf komt voort uit Helden Magazine nummer 50, waar op het moment van uitkomen een nieuw decennium is begonnen. Voor Helden een goed moment om jonge, nieuwe sporthelden te belichten. Sportman van 2019 Mathieu van der Poel draait alweer even mee, maar is net 25, wat jong is voor een wielrenner. De alleskunner siert de 50ste cover. In deze editie is er uitgebreid aandacht voor Generatie Z. Er zijn al tal van voetballers die na de eeuwwisseling zijn geboren, zijn doorgebroken of op het punt staan dat te doen. Onder meer Orkun Kökcü, Mohamed Ihattaren en Myran Boadu komen aan het woord. Daarnaast heeft oud-aanvoerster Mandy van den Berg het plezier in het voetbal weer teruggevonden én lees je over de cultclub van Andries Jonker en Co Adriaanse. Verder in de 50ste editie van Helden gingen we langs bij schaatsster Esmee Visser en haar vriend Daan Olivier. Legden we het supertalent, Remco Evenepoel, negen namen voor én gaan we op wereldreis met baansprinter Theo Bos, die graag zijn carrière ‘rond’ wil maken. Daarnaast kan meerkampster Anouk Vetter weer lachen, nadat ze in 2019 door een diep dal ging, is de 21-jarige Griek: Stefanos Tsitsipas de nieuwe ster in het tennis, gaat Victoria Koblenko langs bij judoka Noël van ’t End én verteld Yara van Kerkhof, hoe haar wereld compleet instortte. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.

Voetbal

Generatie Z

Het nieuwe millennium is nog maar twintig jaar oud, maar toch [...]
Het nieuwe millennium is nog maar twintig jaar oud, maar toch heeft het al voor een hele rits grote Nederlandse voetbaltalenten gezorgd. Veelbelovende spelers die na 1 januari 2000 zijn geboren en ondanks hun jonge leeftijd al flink aan de weg timmeren. Dit waren begin 2020 volgens Helden de toppers van Generatie Z. Myron Boadu Geboren: 14 januari 2001 Club: AZ Positie: spits “Mijn plan bij de start van dit seizoen was fit blijven en eerste spits worden bij AZ. Na twee zware blessures was het tijd om te vlammen en dat lukt tot nu toe goed. Ik heb zelfs al mijn debuut in het Nederlands elftal mogen maken én gescoord. Een mijlpaal in mijn carrière. Als je me dat afgelopen zomer had gezegd... Het is niet dat ik je voor gek had verklaard, maar ik had niet voor mogelijk gehouden dat het allemaal zo snel zou gaan. De kruisbandblessure aan mijn knie in 2017 was een klap. Maar ik bleef altijd positief en kwam er sterker uit dankzij de steun van mijn familie, zaakwaarnemers Mino Raiola en José Fortes Rodriguez, en ook Zlatan Ibrahimovic. Na mijn operatie in Amerika, waar hij toen aan het revalideren was, trokken we zes, zeven dagen met elkaar op. Zlatan deed er alles aan om zo goed mogelijk terug te komen. Zien hoe hij trainde was niet alleen een inspiratie, maar ook een eyeopener. Als ik hetzelfde bleef doen als voor mijn blessure zou het niet gaan lukken. Ik besefte dat ik nog harder moest werken. Vorig seizoen raakte ik na vijf competitiewedstrijden geblesseerd aan mijn enkel. Mijn ploeggenoot Calvin Stengs was ook geblesseerd en we revalideerden lange tijd samen. Het deed me goed om hem na zijn herstel weer te zien schitteren op het veld. Cal was voor mij een inspiratie om ook zo goed mogelijk terug te keren. Nu voel ik me sterker dan ooit. Ik heb dit seizoen al best veel gescoord (11 goals in 17 competitieduels voor de winterstop) en over een langere periode laten zien wat ik kan. Ik zie dit dus als mijn doorbraak. Na de uitwedstrijd tegen Häcken in de voorronde van de Europa League, waarin ik scoorde en twee assists gaf, dacht ik: oké, we kunnen dit seizoen leuke dingen gaan laten zien. Ik heb veel vertrouwen in mezelf. Als sterke en snelle meevoetballende spits zit ik bij AZ in het ideale team. Alles klikt bij ons, van de voorhoede tot de backs, en dat is mooi om mee te maken. Mijn persoonlijke doel dit seizoen is topscorer worden van de eredivisie. Het is mijn ambitie om uiteindelijk een van de beste spitsen ter wereld te worden, een vaste plek te hebben bij Oranje en te spelen voor Barcelona of Manchester United. Ik zal daar heel hard voor moeten werken, maar ik denk wel dat het mogelijk is. Je moet dromen hebben en die dromen moet je ook nastreven.” Sepp van den Berg Geboren: 20 december 2001 Club: Liverpool Positie: verdediger “Ik dacht dat mijn vader een grapje maakte toen we vorig jaar thuis op de bank aan het praten waren over mijn toekomst en hij ineens zei dat Liverpool interesse in me had. Zo’n grote club, dat kon niet serieus zijn. Maar het was echt waar en dat was best een shock. Ik wilde sowieso een stap maken. PSV was een optie, maar het buitenland sprak me meer aan. Ik wilde me meten met de wereldtop. De overstap naar Liverpool was best groot, maar het heeft me veel gebracht. Ik ben volwassener geworden. Thuis in Zwolle deed mijn moeder alles voor me. Nu woon ik op mezelf en moet ik zelf koken, wassen en schoonmaken. Ook als voetballer ben ik gegroeid. Ik train bijna dagelijks met de beste spelers ter wereld. Soms spelen we elf tegen elf. Dan zit ik bij het wisselteam, krijg ik de bal aangespeeld en komen Mohamed Salah, Sadio Mané en Roberto Firmino op me af rennen. Eerst dacht ik: shit, wat moet ik doen? Nu geniet ik ervan. In mijn hoofd is het normaal geworden, maar als ik het zo vertel dan is het amper te geloven. Ik leef echt mijn droom. Naci Ünüvar Geboren: 13 juni 2003 Club: Ajax Positie: middenvelder/ aanvaller “De eerste keer dat ik in de Johan Cruijff Arena kwam, was ik zeven jaar en speelde ik nog niet bij Ajax. Het was de kampioenswedstrijd tegen FC Twente in 2011. Dat maakte grote indruk op me. Een jaar later werd ik door Ajax gescout, mocht ik meedoen aan de talentendagen, en kreeg ik uiteindelijk een brief dat ik was aangenomen. Elke dag zag ik eerst de Arena voordat ik op De Toekomst werd afgezet. Sindsdien is het mijn droom om in dat stadion te spelen. Op elfjarige leeftijd sloeg ik voor het eerst een lichting over. Ik ging van onder 12 naar onder 13, naar onder 16 en onder 17. In het begin was het even wennen, maar het kostte me nooit veel moeite om me snel aan het niveau aan te passen. Ook niet toen ik vorig jaar op mijn vijftiende mocht meedoen met onder 19. Voor mij was 2019 sowieso een mooi jaar. Het EK gewonnen met Oranje onder 17 en het WK in Brazilië gespeeld. Met Ajax onder 19 landskampioen geworden en de beker gewonnen. Mijn eerste contract getekend, een beloning voor al het harde werken. En afgelopen december ook nog mijn debuut gemaakt in Jong Ajax en een week later tegen TOP Oss ook mijn eerste goal gemaakt in dat team. Toen ik na die wedstrijd in de auto naar huis zat met mijn vader, moeder, broertje en vriendin, belde trainer John Heitinga om me te vertellen dat ik na de winterstop met het eerste mee op trainingskamp mocht naar Qatar. Iedereen was hartstikke blij. Ik zag de trots in mijn moeders ogen. Een heel mooi moment. Elke wedstrijd zie ik als een kans om mezelf te laten zien. Ik ben een slimme en creatieve speler die redelijk makkelijk scoort en het publiek met mooie acties wil vermaken. Zoals met die pass buitenkantvoet bij onder 17 vorig jaar tegen Feyenoord, die viral ging op social media. Ik heb vroeger na school heel veel op pleintjes gevoetbald. Iedereen gaf zijn leven tijdens die partijtjes, want als je verloor moest je lang wachten langs de kant. Niemand wilde verliezen. Ik ook niet. Ik wilde maar één ding en dat was voetballen. Dat zie je nu ook terug in mijn spel. Ik wil altijd winnen. Mijn grootste droom is het winnen van de Champions League, het EK, of het WK. Maar eerst droom ik ervan om prijzen te pakken met Ajax. Mijn doel voor de tweede seizoenshelft is veel minuten maken in Jong Ajax en hopelijk mijn debuut te maken in het eerste. Ik zat op de tribune in de Arena toen Sontje Hansen, mijn beste voetbalvriend, vlak voor de winterstop mocht invallen bij Ajax 1. Ik had kippenvel over mijn hele lijf. Toen kwam het besef dat het ook voor mij dichtbij is. Ik geef elke training honderd procent en probeer mezelf zo goed mogelijk te laten zien aan de trainers. Hopelijk komt het dan vanzelf. Debuteren zal sowieso speciaal zijn, maar ik zou het helemaal mooi vinden als het in de Arena gebeurt.” Orkun Kökcü Geboren: 29 december 2000 Club: Feyenoord Positie: middenvelder “Mijn mooiste moment tot nu toe is mijn eredivisiedebuut vorig seizoen uit bij Emmen. Ik maakte een goal en gaf een assist. Toen ik op de basisschool eens moest opschrijven wat ik later wilde worden, kwam ik niet verder dan profvoetballer. De droom is er altijd geweest, ik geloofde erin dat ik het kon redden. Al dacht ik niet dat dit bij een topclub zou zijn. Het is best toevallig hoe ik in de jeugdopleiding van Feyenoord ben gekomen. Eigenlijk heb ik dat aan mijnbroer te danken. Als hij niet ooit bij FC Groningen als jeugdspeler was aangenomen, zou ik daar ook nooit terecht zijn gekomen. Dan had ik misschien nooit meegedaan aan de selectiedagen van Oranje onder 14 waar ik weer werd opgemerkt door Feyenoord. De eerste jaren bij Feyenoord had ik niet het idee dat ik een van de beteren van mijn lichting was. Pas bij onder 19 kwam mijn loopbaan in een stroomversnelling. Ik mocht trainen met het eerste en mee op trainingskamp. Toen kwam het besef dat ik het ver kon schoppen. Vorig jaar verwachtte niemand iets van me en had ik ervaren spelers om me heen waardoor alles makkelijker ging. Begin dit seizoen veranderde die situatie. Ik had uitgesproken dat ik basisspeler wilde worden en er werd meer van me verwacht. Het team draaide alleen niet lekker en ik speelde ook niet goed. Toen Dick Advocaat onze trainer werd, liet hij vanaf dag één merken dat hij vertrouwen in me had en werd ik weer meer mezelf in het veld. Afgelopen zomer heb ik besloten om uit te komen voor Turkije. Voor de vakantie had ik als aanvoerder nog bij Oranje onder 19 gespeeld, maar mijn gevoel zei: dit is wat ik wil. Mijn ouders lieten me vrij in mijn keuze, maar dachten eerder aan het Nederlands elftal. Mijn vader hield er al rekening mee dat er zou worden gezegd dat ik heb geprofiteerd van de Nederlandse opleiding. Ik heb reëel gekeken naar mijn kansen. Nederland heeft een jonge ploeg met veel concurrentie op het middenveld. Turkije heeft nu ook een goed team en de bond heeft het vertrouwen in me uitgesproken. Mijn gevoel voor Turkije is altijd groot geweest. Tijdens het EK 2008 reed mijn vader met mijn broer en mij toeterend door Amsterdam. Mijn doel is aankomende zomer de EK-selectie van Turkije halen. Maar eerst wil ik mijn stempel drukken bij Feyenoord door meer verantwoordelijkheid te nemen en belangrijk te zijn met goals en assists. Volgens Advocaat speelt leeftijd geen rol en zo is het ook.” Melayro Bogarde Geboren: 28 mei 2002 Club: TSG 1899 Hoffenheim Positie: verdediger “Mijn mooiste moment was het winnen van het EK met Oranje onder 17 in 2019. Persoonlijk draaide ik een goed toernooi. Een paar maanden later op het WK in Brazilië met onder 17 speelde ik niet mijn beste wedstrijden, maar ook dat was een mooie ervaring. Door het spelen van die toernooien heb ik gemerkt dat ik in mijn leeftijdscategorie best dicht tegen de top aan zit. Niemand had het denk ik verwacht toen ik in 2018 op mijn zestiende de overstap maakte van Feyenoord naar het Duitse Hoffenheim. Ik had zeven jaar in Rotterdam gevoetbald en kon bij Feyenoord blijven, maar ik dacht en denk dat ik bij Hoffenheim grotere stappen in mijn ontwikkeling kan zetten. Er was in die periode ook concrete interesse van verschillende topclubs uit Engeland, maar bij die clubs is het nog moeilijker om door te breken. Ik vind dat ik een mooie stap heb gemaakt en denk ook dat ik er een completere en betere verdediger ga worden. Hoffenheim staat bekend als een club waar veel doorstroming is vanuit de jeugd. Ze hebben ook een heel nieuw en modern trainingscomplex. Op dat complex woon ik samen met mijn ploeggenoten van onder 19 en wordt er goed voor ons gezorgd. In het begin was het even wennen, maar ik heb nooit last gehad van heimwee. Mijn ouders komen om de drie weken langs en met Joshua Brenet en Jürgen Locadia zijn er twee Nederlandse jongens bij de club met wie ik veel omga. Ook met trainer Alfred Schreuder heb ik goed contact. Ik train drie, vier keer per week mee met het eerste elftal en speel mijn wedstrijden bij onder 19. Daarnaast heb ik één of twee keer in de week individuele training waarbij ik werk aan mijn verbeterpunten. Afgelopen december zat ik tijdens de competitiewedstrijd tegen Red Bull Leipzig voor het eerst op de bank bij het eerste elftal. Dat was een mooie ervaring. Ik merk dat ik steeds een stapje dichter bij mijn profdebuut kom. Dat is mijn doel voor de tweede seizoenshelft. Volgend seizoen wil ik proberen zoveel mogelijk wedstrijden in het eerste te spelen. Ik wil slagen bij Hoffenheim en mijn droom is om op een dag een mooie transfer te maken naar de Spaanse of de Engelse competitie.” Meer namen... Naast Myron Boadu, Sepp van den Berg, Naci Ünüvar, Orkun Kökcü, Melayro Bogarde en Mohamed Ihattaren barst het Nederlandse voetbal van nog veel meer grote talenten. Mannen die het Nederlands elftal in de toekomst bij de hand kunnen nemen. We zetten ze in dit lijstje op alfabetische volgorde op een rijtje. Naoufal Bannis (11 maart 2002, Feyenoord, aanvaller) Jayden Braaf (31 augustus 2002, Manchester City, aanvaller) Brian Brobbey (1 februari 2002, Ajax, aanvaller) Wouter Burger (16 februari 2001, Feyenoord, middenvelder) Ryan Gravenberch (16 mei 2002, Ajax, middenvelder) Kenzo Goudmijn (18 december 2001, AZ, middenvelder) Sontje Hansen (18 mei 2002, Ajax, aanvaller) Ki-Jana Hoever (18 januari 2002, Liverpool, verdediger) Sydney van Hooijdonk (6 februari 2000, NAC Breda, aanvaller) Ian Maatsen (10 maart 2002, Chelsea, verdediger) Daishawn Redan (2 februari 2001, Hertha BSC, aanvaller) Ludovit Reis (1 juni 2000, Barcelona, middenvelder) Devyne Rensch (18 januari 2003, Ajax, verdediger) Xavi Simons (21 april 2003, Paris Saint-Germain, middenvelder) Crysencio Summerville (30 oktober 2001, ADO Den Haag/Feyenoord, aanvaller) Mohamed Taabouni (29 maart 2002, AZ, middenvelder) Kenneth Taylor (16 mei 2002, Ajax, middenvelder) Joshua Zirkzee (22 mei 2001, Bayern München, aanvaller) Helden Magazine 50 Het over Generatie Z komt voort uit Helden Magazine nummer 50, waar op het moment van uitkomen een nieuw decennium is begonnen. Voor Helden een goed moment om jonge, nieuwe sporthelden te belichten. Sportman van 2019 Mathieu van der Poel draait alweer even mee, maar is net 25, wat jong is voor een wielrenner. De alleskunner siert de 50ste cover. In deze editie blikken wij ook aan de hand van afbeeldingen terug met de assistent-trainer van Feyenoord, John de Wolf. Wil Mohamed Ihattaren de eer van de familie hoog houden. Heeft oud-aanvoerster Mandy van den Berg het plezier in het voetbal weer teruggevonden én lees je over de cultclub van Andries Jonker en Co Adriaanse. Verder in de 50ste editie van Helden gingen we langs bij schaatsster Esmee Visser en haar vriend Daan Olivier. Legden we het supertalent, Remco Evenepoel, negen namen voor én gaan we op wereldreis met baansprinter Theo Bos, die graag zijn carrière ‘rond’ wil maken. Daarnaast kan meerkampster Anouk Vetter weer lachen, nadat ze in 2019 door een diep dal ging, is de 21-jarige Griek: Stefanos Tsitsipas de nieuwe ster in het tennis, gaat Victoria Koblenko langs bij judoka Noël van ’t End én verteld Yara van Kerkhof, hoe haar wereld compleet instortte. Krijg jij geen genoeg van alle inspirerende sportverhalen? Kies het abonnement dat bij jou past én wordt abonnee. Zo ontvang je telkens de nieuwste edities op je deurmat, voordat het sportblad in de supermarkten te vinden is. Wil je een Helden Magazine cadeau doen? Het is ook mogelijk om een abonnement cadeau te doen, deze abonnementen lopen automatisch af. Daarnaast zijn de recentste exemplaren ook gemakkelijk te bestellen via onze webshop.